geredigeerd Bijlage 5 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
MEES
I V RUIMTE & MILIEU
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING PROJECT
Zonnepark op Energiepark A59 Oranjepolder
STATUS
CONCEPT
PROJECTNUMMER
21433
DATUM
12 april 2023
AUTEUR
5.1,2,e
CONTROLE
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
1 1
9 t J
ü
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 5.1,2,e 5.1,2,e
| www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN 5.1,2,e
| KvK 34237628
COLOFON
Mees Ruimte & 5.1,2,e
| Postbus 854 | 5.1,2,e
5.1,2,e
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 2
VOORWOORD
Dit document omvat de Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark als onderdeel van het Energiepark A59 in de Oranjepolder (gemeente Oosterhout). Hieronder worden de gevolgen van het overnemen van dit project van Shell New Energies door de nieuwe initiatiefnemer Eneco Solar voor de vergunningsaanvraag kort toegelicht. Shell New Energies (hierna Shell) heeft in februari 2020 voor dit initiatief een principeverzoek ingediend bij de gemeente Na het doorlopen van de gemeentelijke inspraakprocedure is in september 2020 door de gemeente ingestemd met het principeverzoek en de start van de vergunningsprocedure Op 1 oktober 2020 heeft Shell de omgevingsvergunning ingediend Op 26 januari 2021 heeft de gemeenteraad van Oosterhout met aanname van een amendement ingestemd met de ontwerp verklaring van geen bedenkingen In maart 2021 heeft Shell besloten de ontwikkeling te staken als gevolg van de verslechterde Business Case (verslechterde SDE-subsidieregeling en aanvullende eisen gemeente) Na dit besluit is de gemeente Oosterhout in combinatie met de Brabantse Ontwikkelmaatschappij (BOM) in gesprek gegaan met Shell over het overnemen van hun vergunningaanvraag voor het zonnepark. Ook voor deze combinatie bleek de business case niet haalbaar. In december 2021 is het project door Shell overgedragen aan Eneco Solar BV (hierna Eneco Solar).
Eneco Solar ziet mogelijkheden om het zon initiatief voort te zetten waarbij de synergievoordelen tussen het zon- en windinitiatief (ook in ontwikkeling door Eneco) in het Energiepark A59 en de gelijktijdige ontwikkeling hiervan een belangrijke drijver is. Eneco Solar heeft het park en de vergunningsaanvraag één op één overgenomen. De aanvraag en het grootste deel van de onderliggende stukken blijft dus hetzelfde. Wel zijn naar aanleiding van het raadsbesluit op de concept verklaring van geen bedenkingen (VVGB) op 26 januari 2021 het plan op de volgende punten versterkt en aangepast: o versterking van de landschappelijke inpassing van het park o een verhoogde bijdrage aan het gemeentelijk duurzaamheidsfonds. o de mogelijkheid voor lokale afname van de door het zonnepark opgewekte stroom het instellen van een raad van advies met deelname van gemeente en Eneco Solar om o onderzoek te doen naar en zo mogelijk invulling te geven aan mogelijkheden voor dubbel ruimtegebruik en innovaties in het zonnepark. Daar waar in de onderzoeken voorafgaand aan de overdracht aan Eneco Solar, wordt verwezen naar Shell, dient gelezen te worden Eneco Solar. De ruimte voor de landschappelijke inpassing is vergroot op verzoek van de gemeente. De nieuwe tekening waarin deze ruimte zijn opgenomen is bij de vergunningaanvraag bijgevoegd.
De afbeeldingen die in paragraaf 2.4 landschappelijke inpassing staan zijn indicatief en geven een goede weergave van de beoogde uitstraling van de landschappelijk inpassing. De wijze van invulling van de inpassing is gelijk gebleven aan het Landschappelijk inpassingsplan, Smartland Landscape Architects, december 2020. Op 27 juli 2022 is door de gemeente Oosterhout de omgevingsvergunning met kenmerk 20200653 verleend voor het zonnepark. In de afgelopen periode is - als nadere concretisering van het landschappelijk inpassingsplan gewerkt aan het biodiversiteitsplan. De kaders voor deze uitwerking waren reeds gelegd in het landschappelijk inpassingsplan van december 2020. Het landschappelijk inpassingsplan inclusief de extra ruimte zoals besproken in de vorige bullit, leidt tot een versterking van de biodiversiteit en een verhoging van de natuurwaarden (zie bijvoorbeeld de Natuurtoets uit december 2022 en het memo van Van der Goes & Groot van 24 maart jl.) en vormt op zichzelf reeds de waarborg voor een goede ruimtelijke ordening. Het biodiversiteitsplan biedt inzicht in de detailuitwerking van de elementen uit het inpassingsplan. Gedurende de beroepstermijn na afgifte van de omgevingsvergunning, beroep aangetekend tegen het plan. Op 16 januari 2023 heeft een zitting plaatsgevonden bij de rechtbank Zeeland-WestBrabant.
Op 27 februari 2023 heeft de rechtbank uitspraak gedaan (BRE 22/4321) en het
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 3
bestreden besluit vernietigd. Aan de gemeente is opgedragen een herstelbesluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Om die reden heeft de gemeente Oosterhout een onafhankelijke partij gevraagd de voorhanden zijnde initiatieven te beoordelen in het licht van een nieuw vast te stellen beleidskader voor de ontwikkeling van zonneparken. Op 6 april 2023 is de omgevingsvergunning (kenmerk: 20200873) verleend voor het windinitiatief. Daarmee is het onderdeel wind binnen het Energiepark A59 voldoende concreet. Desalniettemin geldt dat de verleende omgevingsvergunning thans nog herroepelijk is en dus vatbaar voor beroep. Dat betekent dat nog altijd rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid dat het windinitiatief uiteindelijk geen onderdeel wordt van het Energiepark. Om die reden is in voorliggende ruimtelijke onderbouwing, ervoor gekozen de beschrijving van de twee ontwikkelscenario’s (zie ook paragraaf 1.1 en 2.3) te handhaven. Daarbij geldt dat - ook indien het windonderdeel onverhoopt niet gerealiseerd wordt het zonnepark op deze locatie kan worden ingepast, een en ander passend binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening. Het al dan niet realiseren van de windturbines doet daar niets aan af.
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 4
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Juridisch kader en planproces 1.3 Leeswijzer
Projectplan
2.1 Ligging projectgebied 2.2 Omschrijving Energiepark A59 2.3 Ontwikkelscenario’s Energiepark A59 2.3.1 Ontwikkelscenario A: Energiepark zon 2.3.2 Ontwikkelscenario B: Energiepark zon + wind 2.4 Landschappelijke inpassing 2.4.1 Landschappelijke structuur en zichtlijnen 2.4.2 Ruimtelijke kwaliteit zonnepark 2.4.3 Maatschappelijke meerwaarde 2.4.4 Meervoudig ruimtegebruik 2.4.5 Eindresultaat landschappelijke inpassing 2.5 Biodiversiteit 2.5.1 Maatregelen ter versterking van de biodiversiteit 2.5.2 Toegankelijkheid projectgebied soorten 2.5.3 Groencompensatie 2.5.4 Werkgroep Biodiversiteit 2.6
Kwaliteitsverbetering landschap
2.6.1 Afsprakenkader kwaliteitsverbetering landschap 2.6.2 Structuur Groenblauwe mantel 2.6.3 Conclusie kwaliteitsverbetering Energiepark A59 2.7 Samenhang met windpark 2.8 Technische omschrijving Energiepark 2.9 Toets aan vigerend planologisch regime
3
Locatieomschrijving Functionele structuur Landschappelijke structuur Motivering locatiekeuze Energiepark A59
3.1 3.2 3.3
4
Beleidskaders
4.1 Mondiaal en Europees beleid 4.1.1 Klimaatconferentie Parijs 2015 4.1.2 Europese doelstelling 4.2 Rijksbeleid 4.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening
4.2.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) 4.2.4 Energieakkoord voor duurzame groei 4.2.5 Energierapport 2016 Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 4.2.6 Nationaal Klimaatakkoord 4.3 Provinciaal beleid 4.3.1 Energieagenda Noord-Brabant 2019 - 2030 4.3.2 Omgevingsvisie Brabant 4.3.3 Interim omgevingsverordening provincie Noord-Brabant 4.4 IRegionaal beleid 4.4.1I RES1.0 West-Brabant 4.5 <Gemeentelijk beleid 4.5.1I Structuurvisie Oosterhout
Mees Ruimte & Milieu | 21433
pagina 8 8 9 10 11 11 12 12 13 13 13 14 14 15 16 16 18 18 19 19 20 21 21 23 23 24 25 27 32 32 34 34 37 37 37 37 37
39 40 41 41 42 42 42 43 44 51 51 51 51
Pagina | 5
4.5.2 4.5.3 4.5.4 5
Toekomstvisie Oosterhout 2030 Bestuursakkoord 2018-2022 ‘Samen op weg naar 2030’ Nota Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030 en Routekaart 2019-2022
Omgevingsaspecten 5.1 Archeologie 5.1.1 Algemeen 5.1.2 Relatie tot ontwikkeling 5.1.3 Conclusie 5.2 Cultuurhistorie 5.2.1I Algemeen 5.2.2 Relatie tot ontwikkeling 5.2.3 Conclusie 5.3 Water 5.3.1 Algemeen 5.3.2 Relatie tot ontwikkeling 5.3.3 Conclusie 5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.4.1 Algemeen 5.4.2 Relatie tot ontwikkeling 5.4.3 Conclusie 5.5 (Externe) Veiligheid 5.5.1 Algemeen 5.5.2 Relatie tot ontwikkeling 5.5.3 Conclusie 5.6 Elektromagnetische straling 5.6.1 Algemeen 5.6.2 Relatie tot ontwikkeling 5.6.3 Conclusie 5.7 Lichtreflectie 5.7.1I Algemeen 5.7.2 Relatie tot ontwikkeling 5.7.3 Conclusie 5.8 Aansluiting op het net Geluid 5.9 5.9.1 Algemeen 5.9.2 Relatie tot ontwikkeling 5.9.3 Conclusie 5.10 Luchtkwaliteit 5.10.1 Algemeen 5.10.2 Relatie tot ontwikkeling 5.10.3 Conclusie 5.11 Natuur 5.11.1 Algemeen 5.11.2 Relatie tot ontwikkeling 5.11.3 Conclusie 5.12 Bodem 5.12.1 Algemeen 5.12.2 Relatie tot ontwikkeling 5.12.3 Conclusie 5.13 (Vormvrije) m.e.r-beoordeling 5.13.1 Algemeen 5.13.2 Relatie tot ontwikkeling 5.13.3 Conclusie
Mees Ruimte & Milieu | 21433
52 52 52 55 55 55 55 56 57 57 57 59 60 60 61 65 65 65 66 66 66 66 5.1,2,e
69 69 69 69 69 69 69 70 70 70 71 71 71 72 72 72 73 73 73 73 73 76 77 77 77 77 77 77 78 78
Pagina | 6
Beschrijving uitvoerbaarheid
6
6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Maatschappelijke meerwaarde en sociale participatie 6.2.2 Omgevingsdialoog en inspraakprocedure 6.2.3
6.2.4 7
Planologische procedure Conclusie
Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid
79 79 79 79 79 81 81 82
Het project is door Shell overgedragen aan Eneco Solar. Daar waar in de rapporten Shell wordt genoemd, gelieve Eneco Solar te lezen en Eneco wanneer wordt verwezen naar het wind initiatief.
Bijlagen 1
Landschappelijk inpassingsplan, Smartland Landscape Architects, december 2020
2
Bureauonderzoek archeologie, Laagland Archeologie, december 2019
3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15
Inventariserend veldonderzoek archeologie, Laagland Archeologie, december 2019 Quickscan Wet natuurbescherming, Van der Goes & Groot, 12 mei 2020
Verslag Inspraakprocedure Energiepark A59 Verslag Omgevingsdialoog Veiligheidsdocument RWZI Dongemond, Waterschap Brabantse Delta. Aangepaste ruimtelijke inpassing zonnepark
Selectieadvies Regio West-Brabant, januari 2020 Selectiebesluit gemeente Oosterhout, oktober 2020
Biodiversiteitsplan Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r., april 2023
Memo Van der Goes & Groot, maart 2023 Natuurtoets Van der Goes & Groot, december 2022 Berekening stikstofdepositie
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 7
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Nederland bevindt zich middenin de transitie van het gebruik van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. Deze energietransitie is noodzakelijk om de klimaatdoelstellingen voor de korte, middellange en lange termijn te kunnen verwezenlijken. Ook binnen de gemeente Oosterhout is het faciliteren en opwekken van duurzame energie één van de uitgangspunten van het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid. Gelet daarop is het van belang dat burgers, bedrijven en overheden de nodige inspanningen leveren deze transitie mogelijk te maken. Vele duurzame energie-initiatieven in Nederland zijn inmiddels in voorbereiding, ontwikkeling of reeds in werking. Daarmee is echter nog maar een fractie gerealiseerd van wat nodig is. De komende jaren zal daarom moeten worden gestreefd naar een uitbreiding van de plancapaciteit. De gemeente Oosterhout heeft zich ten doel gesteld een energieneutrale gemeente te zijn in 2050. Daartoe is besloten al op de middellange termijn (in de periode tot 2030) diverse stappen te zetten die uiteindelijk bijdragen aan de verwezenlijking van de eerder genoemde lange termijndoelstelling. Zo dient verduurzaming plaats te vinden middels energiebesparing enerzijds en het duurzaam opwekken van de resterende energievraag anderzijds.
Daarbij is het doel in 2022 jaarlijks 206 TJ extra duurzame energie op te wekken, bovenop de 255 TJ duurzame energieopwekking die binnen de gemeente al gerealiseerd is. In 2030 dient dit uitgebreid te zijn met nog eens 619 TJ, gelijk aan 15% van de verwachte energievraag in 2050. De totale duurzame energieproductie, komt daarmee op 1.080 TJ.
In het kader van haar beleidsambities en duurzaamheidsdoelstellingen zet de gemeente in op de ontwikkeling van een energiepark langs de Rijksweg A59. Binnen het Energiepark A59 (hierna: het Energiepark) wordt een gecombineerde inzet beoogd van toepassingen voor de duurzame opwekking van zonne- en windenergie. Daartoe vindt een samenwerking plaats tussen diverse stakeholders, waaronder Eneco en de gemeente Oosterhout. Met het Energiepark kunnen in één keer de doelstellingen voor de opwekking van duurzame energie tot 2030 worden behaald. Een belangrijke meerwaarde van het Energiepark is gelegen in de gecombineerde inzet van bronnen binnen hetzelfde plangebied, waardoor versnippering in het landschap en gebruik van meerdere locaties elders in het landelijk gebied zo veel mogelijk kan worden voorkomen. Door zon en wind te combineren ontstaat bovendien een maximale en efficiënte benutting van deze gronden, doordat beide opstellingen op verschillende momenten duurzame energie genereren. Verhoudingsgewijs wordt in dit plan voorzien in 80% zonne- en 20% windenergie (geïnstalleerd vermogen). De ontwikkeling van het Energiepark sluit daarom naadloos aan op het beleid en de daarin opgenomen toekomstvisie met betrekking tot de energietransitie op landelijk en provinciaal niveau als geheel, en binnen de gemeente Oosterhout in het bijzonder.
Om de ontwikkeling van het Energiepark mogelijk te maken, dient een planologische procedure doorlopen te worden (zie paragraaf 1.2). Hoewel het uiteindelijke doel is één geheel tot stand te brengen, is besloten de vergunningaanvragen voor zon en wind afzonderlijk van elkaar in te dienen en in procedure te brengen. Hierdoor worden de twee procedures separaat doorlopen. In opdracht van Eneco Solar BV (hierna: Eneco Solar) heeft Mees Ruimte & Milieu een ruimtelijke onderbouwing opgesteld ten behoeve van de beoogde ontwikkeling van het onderdeel zon binnen het Energiepark, waarin het project aan de hand van relevant beleid en de diverse omgevingsaspecten wordt gemotiveerd. Omdat de uiteindelijke realisatie van beide onderdelen afhankelijk is van diverse factoren, kan in theorie de situatie ontstaan dat één van de initiatieven onverhoopt later of niet tot stand komt. Een aantal scenario’s zijn denkbaar, in voorliggende rapportage wordt ingegaan op de volgende twee: A. Energiepark zon: een zonnepark met een opgesteld vermogen van ca. 49,5 MWp, vergelijkbaar met het energieverbruik van ca. 17.000 huishoudens. B. Energiepark zon + wind: een energiepark met een opgesteld vermogen van ca. 46,1 MWp zonneenergie en ca. 10 MW windenergie. Voor het onderdeel zon binnen dit energiepark is het op te wekken vermogen vergelijkbaar met het energieverbruik van ca. 15.500 huishoudens.
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 8
Voorliggende aanvraag voorziet in de basis op scenario A. Omdat in hetzelfde gebied het concrete voornemen bestaat tot het realiseren van twee windturbines, wordt binnen het ontwerp van het zonnepark op het Energiepark inzichtelijk gemaakt hoe hier rekening mee kan worden gehouden. Indien onderwerpen aan de orde komen waarin wijzigingen kunnen ontstaan als gevolg van scenario B, zal dit specifiek worden aangegeven. Voor het overige wordt nadrukkelijk enkel ingegaan op het zonnepark binnen Energiepark A59.
1.2
Juridisch kader en planproces
De projectlocatie is gelegen binnen het bestemmingsplangebied “Buitengebied”, inclusief de “Reparatie herziening Buitengebied 2016”. Uit een beoordeling daarvan (uitgebreidere bestemmingsplantoets is opgenomen in hoofdstuk 2), blijkt dat het zonnepark niet kan worden gerealiseerd binnen de kaders van het huidige planologisch regime. De locatie kent op basis van het bestemmingsplan in hoofdzaak de bestemming ‘Agrarisch met waarden Landschap’. Daarnaast gelden een aantal andere (dubbel)bestemmingen waar rekening mee dient te worden gehouden. Het bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden tot het oprichten van het Energiepark als geheel, en het onderdeel zon in het bijzonder. Figuur 2 toont een uitsnede van de verbeelding, met de begrenzing van het zonnepark weergegeven in het blauw. figuur 1.
Uitsnede verbeelding Plangebied Energiepark met blauwe lijn omkaderd
— U. <9
Legenda
53
Enkelbestemmingen
\ 3,
agrarisch met waarden
<j /
N
bedrijf
natuur
(A
verkeer
/
.
water
g Dubbelbestemmingen ;*A waterstaat
4a.o.o.a-
N ■ •' ‘I
X
\
120
+%
6z2a vrijwaringszone \
N
9 TA-X
X +%
tekling
- .Gebiedsaanduidingen *■ geluidzone
\ /
P
eF/V \ \)
«
/I
N
l K
,3 *2N
fe-UR8
\
* *
/ /
/
N
y
N
—sf
k
I
o
20 {
40
60 m
J
Principeverzoek en inspraakprocedure Alvorens de formele planologische procedure kon worden opgestart, zijn beide initiatieven middels een principeverzoek aan de gemeente Oosterhout voorgelegd. De principeverzoeken en bijbehorende onderbouwingen dienden in eerste instantie voor het bepalen van de grondhouding van de gemeente ten opzichte van de initiatieven afzonderlijk, alsook voor een goede beoordeling van beide initiatieven als geheel. Naar aanleiding van de ingediende principeverzoeken heeft de gemeente Oosterhout ingestemd met het verzoek de mogelijkheden voor het oprichten van het Energiepark nader te onderzoeken en zijn de principeverzoeken conform de Inspraakverordening vrijgegeven voor ter inzagelegging, waarbij een ieder de mogelijkheid heeft gekregen op de plannen te reageren. Dit vormde tevens het startmoment voor de
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 9
noodzakelijke omgevingsdialoog, waarbij beide initiatiefnemers in gesprek zijn gegaan met de diverse betrokkenen en overige stakeholders in het gebied. Voor een verdere uiteenzetting van de inspraakprocedure en de omgevingsdialoog, wordt verwezen naar paragraaf 6.2.2 van deze ruimtelijke onderbouwing.
Start planologische procedure Bij brief van 8 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout aan Shell (waarvoor als eerder vermeld sinds december 2021 Eneco Solar in de plaats is getreden) bekend gemaakt in te stemmen met het principeverzoek en dat het initiatief vervolgd kan worden met de start van de formele vergunningprocedure. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’ (zie paragraaf 1.3). Daarnaast zijn een aantal andere vergunning noodzakelijk voor de uitvoering van de projecten, waaronder voor de activiteit ‘bouwen’ en ‘werken en werkzaamheden’. Deze vormen onderdeel van de aanvraag. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De planologische procedure zal worden doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’ als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Aan de hand van die omgevingsvergunning kan van het vigerende bestemmingsplan worden afgeweken. Op grond van art. 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° van de Wabo dient de motivering van het besluit een Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO) te bevatten. Voorliggend document betreft die GRO, waarin de ontwikkeling wordt getoetst aan het relevante beleid ter zake en de diverse omgevingsaspecten die een rol spelen.
Crisis- en herstelwet Hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet (Chw) gaat het over het stroomlijnen en versnellen van procedures voor besluiten van ruimtelijke en infrastructurele projecten, zoals omgevingsvergunningen op basis van de Wabo. Het stroomlijnen van procedures houdt onder meer in dat er beroep in één instantie plaats vindt maar ook een versnelde afhandeling door de Raad van State en het vereiste om direct inhoudelijke beroepsgronden in te dienen. Op basis van artikel 1.1. lid 1 Chw geldt de stroomlijning van procedures voor besluiten ter verwezenlijking van drie type projecten: • projecten die vallen onder de categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd in Bijlage I; • projecten van Bijlage II; • projecten op basis van de bijzondere voorzieningen uit Hoofdstuk 2 Chw, te weten ontwikkelingsgebieden (afdeling 1, hoofdstuk 2 Chw) en "Lokale en (boven)regionale projecten met nationale betekenis" (afdeling 7, hoofdstuk 2 Chw) (zie Bijzondere voorzieningen).
De realisatie van een zonnepark valt onder projecten, zoals bedoeld in Bijlage I van de Chw, onder 1.1: “De aanleg of uitbreiding van productie-installaties ten behoeve van de productie van [...] hernieuwbare elektriciteit, [...] met behulp van [...] zonne-energie". Hierdoor is hoofdstuk 1 van de Chw van toepassing op voorliggende ontwikkeling.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het projectplan uiteengezet, waarin de situering van het projectgebied en de diverse planonderdelen aan bod komen. Een locatieomschrijving en de motivering van de locatiekeuze is opgenomen in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 behandelt de relevante beleidskaders vanuit de diverse bestuurslagen. De ontwikkeling wordt vervolgens getoetst aan de hand van de verschillende omgevingsaspecten die bij deze ontwikkeling een rol (kunnen) spelen. De uitvoerbaarheid van het project, zowel economisch als maatschappelijk, komt aan bod in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 tot slot, geeft een algehele conclusie van de ruimtelijke en functionele inpasbaarheid van het plan.
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 10
Projectplan
2
Het projectplan behelst de realisatie van een zonnepark als onderdeel van het Energiepark A59 in Oosterhout. De situering van het projectgebied en de meervoudige maatschappelijke meerwaarde die uitgaat van het initiatief maakt de ontwikkeling een kansrijk en waardevol plan voor Nederland als geheel en de gemeente Oosterhout in het bijzonder. Zo levert het initiatief niet alleen een significante bijdrage aan het behalen van de landelijke en lokale doelstellingen ten aanzien van de energietransitie, maar worden ook kansen gezien voor het terugdraaien van de drastische afname van de biodiversiteit en voor een kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied. Met een kwalitatief hoogwaardig inpassingsplan, is dan ook een initiatief ontstaan waarin oplossingen voor meerdere maatschappelijke opgaven een plek hebben gekregen in het ontwerp. In dit hoofdstuk wordt op de diverse onderwerpen ingegaan.
De situering van het projectgebied wordt geduid in paragraaf 2.1. Een algemene omschrijving van het Energiepark is opgenomen in paragraaf 2.2. Vervolgens worden de landschappelijke inpassing, het biodiversiteitsplan en de daarmee gepaard gaande kwaliteitsverbetering van het landschap besproken in paragraaf 2.4 tot en met 2.6. De samenhang tussen het zonnepark en het windpark is opgenomen in paragraaf 2.7. De technische omschrijving volgt in paragraaf 2.8. Na de behandeling van het totaalplan, wordt het plan in paragraaf 2.9 getoetst aan het vigerende planologisch regime.
2.1
Ligging projectgebied
Op 22 oktober 2020 heeft de gemeente de ‘Nota Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030’ en de bijbehorende ‘Routekaart 2019-2022’ vastgesteld. Daarin heeft zij op basis van de locatiekenmerken en een alternatievenafweging een gebied aangewezen waarbinnen de ontwikkeling van het Energiepark mogelijk wordt geacht (voor de motivering van de locatiekeuze wordt verwezen naar paragraaf 3.3 van voorliggende rapportage). Het projectgebied is gelegen binnen de Oranjepolder, in het uiterste noorden van de gemeente Oosterhout. figuur 2.
Binnen de rode cirkel is het begrenzing van Plangebied Energiepark A59 weergegeven
N623
N623
N623 N623
(ESj
N629
De noordzijde van de projectlocatie grenst aan de Rijksweg A59. Aan de oostzijde wordt de locatie begrensd door de recreatieve route langs het Kromgat. De zuidzijde grenst deels aan landelijk gebied en voor het overige deel aan de rioolwaterzuiveringsinstallatie Dongemond (RWZI Dongemond) van het Waterschap Brabantse Delta. Aan de westzijde tot slot, is de Statendamweg gelegen, met direct daarachter het
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 11
Wilhelminakanaal dat in noordelijke richting via de Amertak uitmondt in de Donge en daarna in de Bergsche Maas.
De begrenzing van het Energiepark zoals door de gemeente is vastgesteld, is afgebeeld op figuur 2. De gronden waarbinnen het zonnepark wordt opgericht, zijn aangegeven in het rood. Het plangebied bestaat uit de volgende kadastrale percelen: gemeente Oosterhout, sectie C, nummers 4217, 4216, 1073, 1074, 4084, 1039, 1038, 1035, 1034, 1036, 1037, 933, 4086, 1052, 5558, 5559, 4085, 1049 en 4154. Binnen de begrenzing van het zonnepark, bestaat het concrete voornemen om twee windturbines te plaatsen. Indien dit initiatief tot stand komt, wordt daar in het ontwerp van het zonnepark rekening mee gehouden.
2.2
Omschrijving Energiepark A59
Conform de gemeentelijke ‘Nota Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030’ en bijbehorende ‘Routekaart 2019-2022’ bestaat het voornemen het Energiepark A59 te ontwikkelen. In dit Energiepark wordt een gecombineerde inzet van zonne- en windenergie beoogd, om zodoende een deel van de gemeentelijke opgave ten aanzien van duurzame energie en de energietransitie te verwezenlijken. Het uiteindelijke doel is te komen tot een energiepark, bestaande uit 37 ha zonneveld met een opgesteld vermogen van ca. 46,1 MWp en twee windturbines met een gezamenlijk vermogen van ca. 10 MWp. De verhouding tussen zon en wind in dit plan komt daarmee op ca. 80% (zon) en 20% (wind) (geïnstalleerd vermogen). De combinatie van deze twee vormen van duurzame energieopwekking binnen hetzelfde gebied leidt tot een optimaal gebruik van de gronden, niet alleen in verband met dubbel ruimtegebruik maar ook in de vorm van energieopwekking op zichzelf. Op zonnige dagen genereert het zonnepark immers veel vermogen, maar zal ook sprake zijn van minder wind. Vice versa geldt dat het Energiepark in periodes van veel wind en weinig zon als gevolg van de windturbines duurzame energie blijft opwekken. Met het Energiepark A59 worden daarom de mogelijkheden maximaal benut, zonder hiertoe gronden elders in het landschap in te hoeven zetten.
2.3
Ontwikkelscenario’s Energiepark A59
Voor het onderdeel wind binnen het Energiepark geldt dat de uiteindelijke realisatie ervan afhankelijk is van meerdere factoren. De plannen voorzagen in eerste instantie in een windpark van drie windturbines, waarvan twee binnen de plangrenzen van het zonneveld en één daarbuiten. Vanuit de omgeving zijn gedurende de inspraakprocedure en de omgevingsdialoog echter bezwaren geuit tegen met name de derde windturbine die buiten de plangrenzen van het zonneveld was voorzien. Dit heeft aanleiding gegeven tot het verzoek van het college van burgemeester en wethouders aan Eneco tot planaanpassing, waarbij in het aangepaste plan twee windturbines worden gerealiseerd. Indien de realisatie van het windonderdeel onverhoopt geen doorgang kan vinden, dient rekening te worden gehouden met een scenario zonder windturbines. Voorliggende rapportage vormt onderdeel van de vergunningaanvraag voor het zonnepark en gaat daarom in de basis uit van een plan zonder wind. Gelet op het voornemen twee windturbines te realiseren, wordt evenwel inzichtelijk gemaakt hoe het plan inclusief wind kan worden vormgegeven. Hierdoor ontstaat een tweetal ontwikkelscenario’s:
Ontwikkelscenario A: Energiepark Zon Ontwikkelscenario B: Energiepark Zon + Wind Figuur 3 toont een vogelvluchtimpressie voor beide ontwikkelscenario’s.
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 12
figuur 3. Vogelvluchtimpressie Energiepark Zon en Energiepark Zon + Wind
2.3.1
Ontwikkelscenario A: Energiepark zon
Indien het windpark onverhoopt niet binnen de beoogde termijn tot realisatie kan komen (om welke reden dan ook), bestaat de mogelijkheid om de gereserveerde ruimte voor de windturbines bij het zonnepark te betrekken, met als resultaat dat de beschikbare ruimte volledig ten doel van zonne-energie wordt ingezet. Hierdoor ontstaan er geen ‘gaten’ in het park, zonder actief gebruik. Dit ontwikkelscenario resulteert in een zonnepark met een opgesteld vermogen van 49 MWp op dezelfde 37 ha. Nadat het zonnepark is gerealiseerd, is de kans zeer klein dat de ‘uitvulling’ alsnog kan plaatsvinden, om logistieke, economische en juridische redenen. Onder welke omstandigheden dit scenario tot realisatie kan worden gebracht wordt verder afgestemd met de gemeente in de anterieure overeenkomst.
2.3.2
Ontwikkelscenario B: Energiepark zon + wind
Dit ontwikkelscenario bestaat uit een zonnepark van ca. 46,1 MWp opgesteld vermogen en een windpark met 2 turbines met een gezamenlijk vermogen van ca. 10 MWp binnen het plangebied van in totaal 37 ha. Het planvoorstel voor het zonnepark rekening met de turbinevoeten, de kraanopstelplaatsen en de ontsluiting. De volgordelijkheid daarbij is onder andere afhankelijk van wie als eerste start met de bouwfase. Hierover vindt onderlinge afstemming plaats tussen de initiatiefnemers van het zonneproject en van het windproject. Dit plan voorziet ook in een additionele weg vanaf de Statendamweg. Voor een nadere omschrijving hiervan wordt verwezen naar paragraaf 2.8, waarin de ontsluiting van het gebied wordt besproken. Deze additionele ontsluiting vormt onderdeel van de vergunningaanvraag voor het windpark, waardoor het in deze ruimtelijke onderbouwing ter indicatie wel wordt geduid, maar niet in detail wordt behandeld.
2.4
Landschappelijke inpassing
Ten behoeve van de ontwikkeling van het Energiepark is door Smartland Landschapsarchitecten een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het inpassingsplan is opgenomen in de bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing. De afbeelding in het landschapsplan zijn indicatief voor de uitstraling van de landschappelijk inpassing. Wel is een stevige basis gezet voor de uiteindelijke uitwerking, die lopende het proces in nader overleg met de gemeente wordt afgestemd en tevens nader zal worden uitgewerkt in samenwerking met de voor dit project ingestelde Werkgroep Biodiversiteit na toekenning SDE en voorafgaand aan realisatie.
De landschappelijke inpassing draagt in eerste instantie zorg voor een goede positionering van het park in het landschap, rekening houdend met de kavelstructuren en kenmerken van de locatie zelf alsook met het omliggende landschap als geheel. Daarnaast worden maatregelen ter versterking van de biodiversiteit en de kwaliteitsverbetering van het landschap voorzien. Zodoende ontstaat een plan met een meervoudige maatschappelijke meerwaarde.
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 13
In figuur 4 is de plankaart opgenomen, waarin alle voorgestelde maatregelen samenkomen en zijn afgebeeld. De ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke structuren en zichtlijnen worden in deze paragraaf behandeld. De onderwerpen biodiversiteit en kwaliteitsverbetering van het landschap worden hieronder kort geduid en worden vervolgens nader uitgewerkt in paragraaf 2.5 en 2.6. figuur 4.
Plan kaart zonnepark
ZONNEPARK 59 OOSTERHOUT ONTWERP EN INPASSINGSPLAN
I, ;4
LEGENDA
„ । Haw mfrmeructunw m nansfoum-yioren
- - _ Enanrpsanda Naolamigdng
\ \
Hlcemipe dege hoeilmndhvegeute in aan omc ep tuehen vtnden "" Namehooikmna imnccserwepetate
? SMARTLAND
A — 2.4.1
2502s0m
—
Peomethefeespad Langa kusk w Kro-nngat
Landschappelijke structuur en zichtlijnen
De panelen worden in een oost-westopstelling gesitueerd. Als gevolg daarvan worden de bestaande percelen en watergangen gerespecteerd, en wordt de richting van het landschap gehandhaafd en benadrukt. Het doel is de waaierstructuur die oorspronkelijk in het krekenlandschap aanwezig was en die zich in de tijd met enige moeite is blijven manifesteren, te versterken. Daarnaast wordt de lijn van de Amertak versterkt door aan de Statendamweg een haag te introduceren, die het directe zicht op het zonnepark verzacht, en de ecologische structuur versterkt. Aan de oostzijde wordt de recreatief belangrijke kreek Kromgat versterkt door een bijzondere behandeling. Ter plaatse wordt een verbrede groenzone aangelegd als versterking van het NNN. Deze groenzone bestaat uit gebiedseigen landschapselementen en wordt nauwkeurig afgestemd op de beleving van de recreanten. Vanuit het gevoerde omgevingsdialoog is gebleken dat behoefte bestaat aan vermindering van het zicht op het panelenveld vanaf het fietspad. Tegelijkertijd verandert het landschap en mag dat gezien worden. In samenwerking met de Werkgroep Biodiversiteit wordt hier bij de detailuitwerking van het biodiversiteitsplan een passende invulling gegeven. Het basisplan voor biodiversiteit wordt nader besproken in paragraaf 2.5 van deze ruimtelijke onderbouwing.
2.4.2
Ruimtelijke kwaliteit zonnepark
De ruimtelijke kwaliteit van een zonnepark wordt vaak omschreven aan de hand van de drie E’s: • Economisch: een heldere vitale functie in het landschap. Economisch vitaal betekent een sterk en zelfverzekerd landschap, met een heldere koppeling aan stedelijke functies, windenenergie of hoogspanningsinfrastructuur. • Ecologisch: een bijdrage aan biodiversiteit en koppeling aan ecologische netwerken. Ecologisch waardevol betekent inzet op biodiversiteit en aansluiting bij het NNN, zoals in paragraaf 2.5 wordt beschreven.
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 14
Esthetisch: een inrichting die is ontworpen vanuit eigen kwaliteit, beleefbaarheid, en balans met de grotere landschappelijke structuur. Esthetisch verantwoord betekent zorgvuldig omgaan met het bestaande landschap, in de zin dat essentiële structuren en karakteristieken geaccentueerd worden, ieder op hun geëigende schaalniveau. De plaatsing van de panelen zelf is technisch efficiënt, maar reageert met name ook op het zicht vanuit recreatieve routes met een lage ligging en lage snelheid. De vormgeving van grote panelenvelden met beheerpaden, open zones en toegevoegde beplantingsstructuren reageert met name op het zicht vanuit de hooggelegen infrastructuur, en speelt in op het schaalniveau van de bestaande landschapsstructuur. Binnen voorliggend ontwerp wordt de landschappelijke structuur vooral bepaald door de waaier van kreken. Deze wordt geaccentueerd door de hooggelegen A59 door middel van een aantal zichtlijnen en groenelementen. Op een lager schaalniveau accentueren de beheerpaden en poldersloten de langgerekte kavelstructuur in de polders, met name vanaf de westelijke Statendamweg. Hier verzacht een struweelhaag het zicht op panelen en veiligheidshek, maar de weg ligt zo hoog dat het zonnepark duidelijk zichtbaar zal zijn, wat past bij een belangrijk en vitaal element in het landelijk gebied. De oostrand behoeft een meer gedetailleerde aanpak.
Hier loopt een belangrijk recreatief fietspad tussen Geertruidenberg en Oosterhout, langs het Kromgat, onderdeel van een uitgebreid padennetwerk. Op het AHN reliëfbeeld op onderstaande figuur is de exacte hoogteligging van het fietspad aangegeven. Deze ligt soms op de waterkering (oranjerood), soms erbuiten (oranje), maar soms ook erbinnen (blauw), feitelijk in de polder, met relatief steile overgangen daar naartoe (paars). figuur 5.
Hoogteligging AHN
OP DIJK
DUIK/KLIM LAAG LAM GS RIET
LAAG. LANGS RIET
LAAG LANGS RIET DUI K/KL IN
OP DIK
i ANGS WATERKANT ACHTER DUKIE
Vanaf de hogere posities op de waterkering is een transparante groenzone voldoende, maar waar het pad laag in de polder ligt is enige afstand en een natuurrijke groene inrichting essentieel. Waar het pad buitendijks langs het water loopt is het park gevoelsmatig ver weg en is afscherming niet noodzakelijk. Sterker nog, het park mag vanaf hier gezien worden, schone energie als essentieel onderdeel van een duurzame samenleving.
2.4.3
Maatschappelijke meerwaarde
Een belangrijke additionele meerwaarde van het plan is de kansrijkheid de drastische afname van de biodiversiteit in het landelijk gebied terug te draaien. Door diverse maatregelen te treffen binnen het ontwerp ontstaat de mogelijkheid deze maatschappelijke opgave een plek te geven in het plan. Daarbij geldt onder andere dat conform de Gedragscode ‘Zon op Land’ van Holland Solar een basisinspanning geldt voor het
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 15
aandeel groen binnen een zonnepark, als gevolg waarvan 25% van een projectgebied vrij gehouden dient te worden van panelen en overige technische toepassingen. In voorliggend initiatief wordt daar ruimschoots aan voldaan door een oppervlakte gelijk aan 37% van het totale projectgebied te reserveren voor groentoepassingen. Deze gronden zijn onder te verdelen in diverse zones met elk hun eigen kwaliteiten en kenmerken die kunnen worden benut voor de versterking van de biodiversiteit ter plaatse. Met een door initiatiefnemer ingestelde Werkgroep Biodiversiteit is de invulling van de verschillende zones nader uitgewerkt. Biodiversiteit wordt verder besproken in paragraaf 2.5. De kwaliteiten van het huidige landschap komen nu niet tot uiting als gevolg van het gebruik als agrarische landbouwgrond. Het voorgestelde plan, inclusief de maatregelen in het kader van een goede landschappelijke inpassing en versterking van de biodiversiteit, leidt daarom tot een significante kwaliteitsverbetering van het landschap. Ook dit aspect vormt een belangrijke meerwaarde van het initiatief, waarmee direct wordt voldaan aan de algemene verplichting tot kwaliteitsverbetering van het landschap bij ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied. De kwaliteitsverbetering van het landschap en de daartoe gestelde kaders worden nader besproken in paragraaf 2.6.
Overigens vormt ook participatie, zowel gedurende het proces, als bij de verdere planvorming een belangrijke maatschappelijke meerwaarde. De proces- en planparticipatie komt in dit plan tot uiting via de gevoerde inspraakprocedure en de omgevingsdialoog met de door initiatiefnemer ingestelde Werkgroep Biodiversiteit.
2.4.4
Meervoudig ruimtegebruik
Voor dit park geldt de toename van biodiversiteit en versterking van natuurwaarde als belangrijke vorm van meervoudig ruimtegebruik. Het biodiversiteitsplan - dat een nadere detaillering/uitwerking van het landschappelijk inpassingsplan betreft - is hiervan het bewijs. De Milieuvereniging heeft meegesproken en op vele onderdelen inbreng gehad in dit plan. Conclusie is dat er door de ontwikkeling van het zonnepark meer ruimte is voor de ontwikkeling van flora en fauna in vergelijking met het huidige gebruik als landbouwgrond, en bovendien dat er middels soortenkeus ook actief op wordt gestuurd dat de aan te brengen landschappelijke elementen ook in lijn zijn met de soorten die van nature in het gebied voorkomen. Het biodiversiteitsplan wordt in de navolgende paragraaf besproken.
Voorts wordt - ter bevestiging van het bovenstaande - gewezen op de in de bijlagen opgenomen memo van Van der Goes & Groot', waaruit nadrukkelijk blijkt dat indien de voorgestelde maatregelen in het kader van de landschappelijke inpassing daadwerkelijk worden verwezenlijkt, sprake is van een verbetering van de biodiversiteit aldaar. Dit is dus nog zonder de detaillering die het biodiversiteitsplan heeft aangebracht! Het landschappelijk inpassingsplan biedt op zichzelf ruim voldoende om te concluderen dat een versterking plaatsvindt. De verdere vertaalslag naar een biodiversiteitsplan, brengt daarop enkel een (waardevolle) plus. In aanvulling op de toe te voegen biodiversiteit/natuurwaarden in het gebied, geldt voorts dat de combinatie van het zonnepark met het windmoleninitiatief eveneens tot meervoudig ruimtegebruik leidt. De omgevingsvergunning voor de realisatie van twee windturbines is op 6 april 2023 (kernmerk 20200873) verzonden aan Eneco (initiatiefnemer windpark). Daarmee is de realisatie ervan voldoende concreet om in aanmerking te nemen als meervoudig ruimtegebruik.
2.4.5
Eindresultaat landschappelijke inpassing
De gezamenlijke ingrepen resulteren tot een efficiënt en integraal plan met brede maatschappelijke meerwaarde. Het getoonde ontwerp leidt tot het volgende indicatieve beeld van de uitstraling van het park.
1 1
D.d. 24 maart 2023, zie bijlage 13
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 16
figuur 6.
Beeld zonnepark Kromgat (noordoostzijde, waar fietspad hoog ligt)
ëëë6
M35h
2arhöekëldhses ’, g"
2;
w
Am
2
rM,
Ef
«2
*A
1’0*4 a%i
-2*
8a
a ë e5399
figuur 6.
Beeld zonnepark Kromgat (oostzijde, waar fietspad laag ligt)
"Peme
*>3 k™e cs ES
*
AN
mcsma
figuur 7.
2
Beeld zonnepark Statendamweg (westzijde)
(Ma
i
aN aa
nta
shT
ngmaee
/
--
. -
93
023.. #,-4, , v.
- •0 ■
< a-,
N
•;«
Mees Ruimte & Milieu | 21433
ae
Pagina | 17
Biodiversiteit
2.5
Als belangrijke maatschappelijke meerwaarde die uitgaat van het zonnepark wordt voorzien in diverse maatregelen ter versterking van de biodiversiteit ter plaatse. Eneco Solar committeert zich aan de gedragscode van Holland Solar ten aanzien van de gewenste verhoudingen groen ten opzichte van zon en gaat hier ruimschoots overheen. Waar conform de gedragscode een dekkingsgraad van maximaal 75% zonnepaneel (en overige technische toepassingen) wordt gewenst, komt de dekkingsgraad in dit plan op 63%. Dit betekent dat in plaats van 25% onbedekte oppervlakte, een gebied van in totaal 37% wordt ingezet voor de versterking van de biodiversiteit en verhoging van de natuurwaarden ter plaatse. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de norm en kan een gedegen plan tot stand komen met een duidelijke maatschappelijke meerwaarde.
In het landschappelijk inpassingsplan zijn de kaders gesteld voor de landschappelijke inpassing. Dit landschappelijk inpassingsplan leidt op zichzelf tot een toename van de biodiversiteit en heeft een positief effect op de natuurwaarden (zie ook memo Van der Goes & Groot, d.d. 24 maart 2023 en Natuurtoets van december 2022). De nadere concretisering heeft zijn beslag gevonden in het bijgevoegde biodiversiteitsplan, waarbij de Werkgroep Biodiversiteit (zie paragraaf 2.5.4) is gevraagd mee te denken over de inhoud daarvan. Zij heeft daarbij een adviserende rol gehad. De wijze waarop het landschappelijk inpassingsplan bijdraagt aan de biodiversiteit en nadere concretisering in het biodiversiteitsplan, wordt in deze paragraaf nader uiteen gezet.
2.5.1
Maatregelen ter versterking van de biodiversiteit
Kansen voor biodiversiteit volgen vooral uit de zeer verarmde situatie van het huidige landelijk gebied. Het huidige gebruik als agrarisch landbouwgrond biedt weinig tot geen ecologische waarde. Hier tegenover kunnen zonneparken juist een impuls voor biodiversiteit betekenen, aangezien bodems in principe 25 jaar rust krijgen, bemesting of bestrijdingsmiddelen niet worden toegepast, het beheer heel extensief kan zijn en waterpeilen niet kunstmatig laag hoeven te worden gehouden. Het hoofdthema voor biodiversiteit is hier de rijke kleibodem, de Donge en de waaier van voormalige kreken. Natuurtypen die passen bij deze bodem zijn zeldzaam omdat deze bodems voor vrijwel 100% in gebruik zijn als landbouwgrond. Natuurtypen die op dergelijke bodems goed tot hun recht komen, zijn bijvoorbeeld verschillende typen Essenbos, potentieel zeer structuur- en soortenrijke bossen. Een zonnepark op deze basis van kleibodem biedt mogelijkheden om een deel van deze natuurpotentie tot uiting te laten komen. Een en ander wordt hieronder uitgewerkt.
1.
Halfschaduw (door late bladzettinq hoofd boomsoort Es). De opstelling van de panelen zorgt voor stroken halfschaduw op de bodem. Uit onderzoek van het Biodiversiteitscentrum Naturalis2 blijkt dat er veel potentie ligt in zonneparken. Hoewel de oostwestoriêntatie niet optimaal is voor biodiversiteit, worden alle mogelijkheden benut om deze waarde te optimaliseren.
2.
Variatie in openheid (door openvallende plekken in natuurlijke bosopbouw en -dynamiek) Variatie in openheid is te realiseren door op regelmatige afstanden bredere open stroken of groene overhoeken in te passen, bijvoorbeeld in combinatie met watergangen en/of beheerpaden. Hier is soortenrijk hooiland te realiseren en door beheer duurzaam in stand te houden.
3.
Vochtige kleibodem als basis Vochtige kleibodem is eventueel te versterken door minder diepe ontwatering.
1 2
https://www.naturalis.nl/persberichten/zonnepark-veilige-haven-voor-biodiversiteit
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 18
4.
Dood hout met hoge omzettinqssnelheid (door kaIkrijke bodem) Dood hout kan relatief eenvoudig worden toegevoegd door stammen (van een lokale houtkap) onder de panelen aan te brengen.
In het beheer en onderhoud van het Energiepark worden bewuste keuzes gemaakt ten aanzien van materialen en methoden, zodat deze de toegenomen biodiversiteit als gevolg van deze ontwikkeling niet nadelig beïnvloeden. In aanvulling daarop geldt dat in tegenstelling tot het huidige gebruik, geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, zodat ook daardoor kan worden geconcludeerd dat een verbetering optreedt ten opzichte van huidige situatie.
2.5.2
Toegankelijkheid projectgebied soorten
Voor kleine marterachtigen en andere grondgebonden zoogdieren, wordt de afrastering rond het park passeerbaar gemaakt, waarbij in lijn met het advies van de ecoloog (zie memo d.d. 24 maart 2023) het hekwerk aan de onderzijde op enkele locaties wordt onderbroken met een opening van 15x15 cm. Ter referentie: hazen en egels hebben een dergelijke opening nodig, marterachtigen zoals een boommarter en steenmarter hebben een opening nauwelijks groter dan 5 cm nodig en wezels, de hermelijn en bunzing kunnen zelfs uit de voeten met een nog kleinere opening. Voor reeën moeten de openingen groter zijn. Omdat het niet gewenst is dat ‘groot’ wild van het plangebied gebruik maakt (dit op last van de verzekering), kunnen geen grote openingen in het hekwerk worden gerealiseerd. Dergelijke openingen zijn bovendien niet gewenst omdat het park daarmee ook voor personen te betreden wordt, hetgeen met name vanuit de publieke veiligheid een zeer ongewenste situatie oplevert. Wel wordt mede op aandragen van de Werkgroep Biodiversiteit - uitstapplaatsen gecreëerd. Daarmee wordt ervoor gezorgd dat reeën die per abuis binnen het projectgebied geraken, hun weg naar buiten kunnen vinden en ze zodoende niet ingesloten worden.
2.5.3
Groencompensatie
Centraal in het plangebied ligt een oude bouwplaats met toegangsweg. De beplanting rondom, hoge uitgegroeide schietwilgen, zal binnen enkele jaren instorten. De doorgeschoten elzen van de toegangsweg hebben weinig toekomstwaarde, evenals de opgeschoten beplanting van enkele fruitbomen en veel braamstruweel. Wegens deze beperkte kwaliteit en geïsoleerde ligging, wordt voorgesteld dit bosje grotondoels te verwijderen en te compenseren in de versterkte groenzones, met name aan de oostzijde. Hier kan het groenoppervlak een betere functie hebben als versterking van de ecologische structuur in noordelijke en zuidelijke richting. Hierin liggen tevens kansen voor soorten als ree en haas, die nu incidenteel het bosje in de polder bezoeken. Vanuit deze beide invalshoeken ontstaat ecologische meerwaarde, zoals die in de onderstaande kaart is aangegeven. Het te verwijderen landschappelijk element centraal in het plangebied, bedraagt ca. 3.600 m2. Voorgesteld wordt om deze met name langs de oostzijde terug te laten komen langs het Kromgat, waar een passend groenelement wordt teruggeplaatst van ca. 6.000 m2. Daarmee wordt de kap van het centrale bosje niet alleen gecompenseerd, maar wordt ook geïnvesteerd in een versterking van dit landschapselement, op een locatie waar deze bovendien beter tot zijn recht komt.
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 19
figuur 8. Voorgestelde maatregelen t.b.v. de verdere ontwikkeling van de ecologische structuur ZONNEPARK A59 OOSTERHOUT ONrNIKKE INGECOLOGISCHE STRUCTUUR
versterken ecofogische verbi Donge - Bosgjebied versterken
2 ecologische vorbincfing ( 2 Donge - Kromgat
-3
\
ultwisseling groenelement poldler met gren zone Kromgat
versterken ecologische verbinding Boseb ied Amertak kreekrest Otterkil/Gooikensgat
Eén van de belangrijke voorwaarden voor de aanleg van een zonnepark, is dat na de vergunning periode (25 jaar) het plangebied weer in oorspronkelijke staat wordt hersteld. Dit zou betekenen, dat het centraal gelegen bosje na ontmanteling van het park weer op de huidige locatie dient te worden teruggeplaatst. Het zou echter logischer zijn om de compensatie/uitruil die plaatsvindt aan de oostzijde langs het Kromgat in de toekomst te behouden. Hier komt het landschapselement beter tot zijn recht en behoudt het ook na ontmanteling van het park meerwaarde voor biodiversiteit, een meerwaarde die in de huidige situatie aan het bosje ontbreekt. Omdat initiatiefnemer tijdelijke zakelijke rechten vestigt gedurende de exploitatieperiode en deze na de exploitatieperiode vervallen, is het niet aan initiatiefnemer om hier beslissingen over te nemen of toezeggingen in te doen. De mogelijkheden voor deze blijvende vorm van compensatie zullen in een nader overleg met de initiatiefnemer, gemeente en de grondeigenaar plaatsvinden. In de komende periode zullen de gesprekken hierover worden gevoerd. In aanvulling op het bovenstaande is met de gemeente ter versterking van de landschappelijke inpassing overeengekomen een vergrote groenzone langs de Statendamweg in te passen alsook een extra groenzone toe te voegen aan de noordwestzijde van de Hillenweg.
Beide versterkingen zijn weergegeven in bijlage 8 tekening Eneco Solar vergunningsaanvraag.
2.5.4
Werkgroep Biodiversiteit
In de vorm van een Werkgroep Biodiversiteit is de concrete invulling van het groen met de lokale belangstellenden bediscussieerd. Daarbij heeft de Werkgroep Biodiversiteit een adviserende rol in het proces gehad. Om dit te faciliteren, is in eerste instantie een basis aanleg- en beheerplan opgesteld als onderdeel van het landschappelijk inpassingsplan en de kaders heeft verschaft voor de nadere concretisering in het biodiversiteitsplan. Voor de groene invulling van de diverse zones binnen het plangebied kunnen zeven deelgebieden onderscheiden worden. Elk deelgebied heeft eigen kenmerken, karakteristieken en waarden. De zeven deelgebieden zijn: 1. Kromgat - noord; 2. Kromgat - midden; 3. Kromgat-zuid; 4. Statendamweg; 5. PV - schaduw; 6. PV- open ruimte; 7. PV - water & oevers.
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 20
figuur 9.
Voorstel ecologische meerwaarde met zeven zones als basis voor de Werkgroep Biodiversiteit
ZONNEPARK A59 OOSTERHOUT VOORSTEL ECOLOGISCHE MEERWAARDE
Donge buitendijks
aansluiten bij NNN/BNN dood hout onder panelen
sti
Donge
e Kromgat -Noord b _ - dichtere houtwal
ZoneKromgal-Midden 'vochegs, Lodend’. C $ Kromgat
Zone PV-Schadu^
9Zone KromgatZuid
bloem rijke ondergroei obv b schaduwveget atie kleigrond --
Zone PV-Open Huimte
meidoornhaag
droog hooiland
I
Zone PV-Woter en Oevers Amertah
meidoornhaag - -
%
Staïendamweg
Zones voor Uitwerking in Werkgroep Biodfversiteit
N
2 Per zone is een groep deelnemers van de Werkgroep Biodiversiteit gevraagd zich te buigen over de soortenkeuze. Hiertoe zijn per zone vooraf heldere kaders gesteld. Deze kaders zijn mede afhankelijk van de (on)mogelijkheden binnen Keurzones van het waterschap (zie paragraaf 5.3) en de verplichting het gebied na 25 jaar terug te brengen in oorspronkelijke staat. Voor de zones 1, 2 en 3 kan daarnaast, eveneens binnen vooraf gestelde kaders, een uitspraak worden gedaan over de zichtbaarheid van het zonnepark. Het vorenstaande heeft geresulteerd in een gedragen voorstel voor biodiversiteit, uitgewerkt in een gedetailleerd/nader geconcretiseerd biodiversiteitsplan voor de aanleg, beheer en het onderhoud van de groenelementen. Dit biodiversiteitsplan is opgenomen in de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing.
2.6
Kwaliteitsverbetering landschap
Een ontwikkeling in het landelijk gebied dient gepaard te gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit volgt uit de voorwaarden zoals opgenomen in de Interim Omgevingsverordening van de provincie. Dit onderwerp hangt daarnaast samen met de voorwaarde tot behoud en versterking van de landschappelijke en ecologische waarden binnen de waardevolle structuren van het landschap, in dezen de structuur ‘Groenblauwe mantel’. Beide onderwerpen en de koppeling met het voorliggende initiatief worden hieronder nader uitgewerkt.
2.6.1
Afsprakenkader kwaliteitsverbetering landschap
Om de kwaliteit van het landschap te versterken heeft de provincie Noord-Brabant in haar Interim Omgevingsverordening de algemene verplichting opgenomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied gepaard dienen te gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Om de kwaliteitsverbetering van het landschap te ondersteunen, heeft de provincie de ‘Handreiking kwaliteitsverbetering van het landschap’ opgesteld. Deze handreiking vormt een hulpmiddel voor gemeenten om invulling te geven aan de algemene verplichting uit artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening (deze wordt besproken in paragraaf 4.3.4 van deze ruimtelijke onderbouwing). Gemeenten in de regio West-Brabant hebben met de provincie afgesproken tot nadere afspraken te komen
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 21
over de toepassing van de verplichting tot kwaliteitsverbetering van het landschap in de praktijk. Hiertoe is het afsprakenkader ‘Toepassing Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’ (hierna: het Afsprakenkader) opgesteld. Categorieën ontwikkelingen In het Afsprakenkader worden ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied onderverdeeld in een drietal categorieën. De noodzakelijke investering in de kwaliteitsverbetering is afhankelijk van de omvang van de ontwikkeling en de impact daarvan op de omgeving. Al naar gelang de ontwikkeling in een hogere categorie kan worden geschaard, worden strengere eisen aan de mate van kwaliteitsverbetering van het landschap gesteld. De categorieën zoals uitgewerkt in het Afsprakenkader zijn als volgt: figuur 10. Categorieën ruimtelijke ontwikkelingen Afsprakenkader West-Brabant
Categorie 1:
Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist.
Categorie 2:
Ruimtelijke ontwikkelingen met relatief weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in enkel een goede landschappelijke inpassing.
Categorie 3:
Alle ruimtelijke ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via met name een wijzigingsplan of een bestemmingsplanherziening, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie.
Maatwerk Grootschalige ontwikkelingen, dan wel niet aan het buitengebied gerelateerde ontwikkelingen, moeten conform de hoofdregel voldoen aan een kwaliteitsverbetering van het landschap van 20% van de bestemmingswinst, of een compensatie die dezelfde waarde vertegenwoordigt. In ieder geval dient de kwaliteitsverbetering te worden berekend op de bestemmingswinst. De regio West-Brabant volgt in de rekenmethodiek de Handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit gaat uit van de investering van een percentage van de bestemmingswinst, zoals hieronder weergegeven. tabel 1. Investering in Kwaliteitsverbetering Afsprakenkader West-Brabant Ontwikkeling________________________________ Investering in Kwaliteitsverbetering Stedelijke uitbreiding in zoekgebieden voor stedelijke 1 % van de totale gronduitgifteprijs ontwikkeling (of begrenzing Verordening) Uitbreiding bestemmingsvlak 20% van de waardevermeerdering van de grond Uitbreiding bebouwing 20% van de waardevermeerdering van het object Omzetting Agrarisch bouwblok naar Wonen 20% van de waardevermeerdering van de grond Niet-agrarische functie als nevenactiviteit of hergebruik 20% van het verschil tussen een agrarische op Agrarisch bouwblok bedrijfsbestemming en de (gecorrigeerde) waarde van een bedrijfska vel Overige ontwikkelingen (bijvoorbeeld Maatschappelijke Maatwerk functies, windturbines, reclamemasten e.d.) Een
zonneveld valt onder de ontwikkeling ‘Overige ontwikkelingen (bijvoorbeeld Maatschappelijke functies, windturbines, reclamemasten e.d.)’. De investering in kwaliteitsverbetering dient voor de onderhavige ontwikkeling gebaseerd te worden op maatwerk. Een belangrijke component bij de bepaling van de mate van die kwaliteitsverbetering, is de verplichte tijdelijkheid van het zonnepark. De voorziening mag voor maximaal 25 jaar worden geëxploiteerd. Na deze termijn dient het landschap weer terug worden gebracht in oorspronkelijke staat. Hierdoor is geen sprake het permanent omzetten naar een andere bestemming, zodat ook geen sprake is van een blijvende waardevermeerding van de gronden. Het Afsprakenkader is daarentegen opgesteld vanuit de aanname dat een ontwikkeling permanent is, hetgeen in het overgrote deel van de ontwikkelingen in het buitengebied ook terecht is. Voor dit zonnepark dient daarom gezocht te
Mees Ruimte & Milieu | 21433
Pagina | 22
worden naar maatwerkoplossingen, passend bij de aard van de ontwikkeling en de juridische (on)mogelijkheden die daarbij een rol spelen. Opgemerkt wordt dat op basis van de IOV géén verplichting geldt om de maatregelen ook na de exploitatietermijn in stand te laten, niet op basis van de specifieke regeling met betrekking tot zonneparken in landelijk gebied, noch op grond van het algemene art. 3.9 IOV met betrekking tot de verplichte investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap. Dat doet er echter niets aan af dat wel degelijk overwogen wordt om de maatregelen waar mogelijk duurzaam in stand te houden en daarmee een permanent karakter te geven. Gemeente onderzoekt de mogelijkheden die hiertoe open staan, maar is daarin ook afhankelijk van derden. Het doel is evenwel om middels grondruil de aangebrachte toename van de biodiversiteit/natuurwaarden (Kromgat, Statendamseweg en compensatiebosje) over te nemen na afloop van de exploitatietermijn, en als zodanig in stand te houden. Om dit mogelijk te maken dienen echter zakelijke rechten te worden gevestigd. Weliswaar zijn zakelijke rechten vastgelegd voor de exploitatietermijn van 25 jaar, maar deze komen conform overeenkomst te vervallen na afloop daarvan.
Omdat het duurzaam in stand houden van de investeringen ziet op de periode na afloop van de vergunningstermijn, vallen de maatregelen buiten de scope van voorliggende onderbouwing alsmede de invloedssfeer van initiatiefnemer.
2.6.2
Structuur Groenblauwe mantel
In hoofdstuk 4 van voorliggende rapportage wordt het relevante beleid vanuit de verschillende bestuurslagen behandeld. Op basis van de provinciale Interim Omgevingsverordening geldt binnen dit gebied de waardevolle structuur ‘Groenblauwe mantel’ (zie paragraaf 4.3.4). Binnen de Groenblauwe mantel dient behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van onder andere het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken voorop te staan. Een ontwikkeling dient daarom gepaard te gaan met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van deze ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken.
2.6.3
Conclusie kwaliteitsverbetering Energiepark A59
In de voorgaande paragrafen is de landschappelijke inpassing en de beoogde versterking van de biodiversiteit uiteengezet. Beide aspecten leiden tot een kwaliteitsverbetering van het landschap, een verbetering die zonder de ontwikkeling van het Energiepark A59 niet tot uiting zou komen. De landschappelijke waarden van het watersysteem zijn met name gelegen in de kavelstructuren en kreek- en slotenpatronen. De Oranjepolder en de verkaveling binnen het projectgebied blijven ook na ontwikkeling van het zonnepark onverminderd zichtbaar in het landschap. Met de situering van de panelen in oost-westopstelling worden de bestaande percelen en watergangen gerespecteerd en wordt de richting van het landschap gehandhaafd en zelfs benadrukt. De waaierstructuur die in het oorspronkelijke krekenlandschap aanwezig bleef zich met de tijd slechts met moeite manifesteren. Om deze structuur weer te benadrukken en te versterken, wordt aan de centraal gelegen Hillenweg betekenis gegeven als centrale ontsluiting. De lijn van de Amertak en het Wilhelminakanaal wordt bovendien versterkt door langs de Statendamweg een haag te introduceren als nieuwe groenzone, waarbij zo veel mogelijk aansluiting wordt gezocht op de al bestaande groenzones langs die zijde. Hiermee wordt het directe zicht op het zonneveld verzacht en wordt tevens de ecologische structuur versterkt.
De groenzone langs de Statendamweg kent aldus niet alleen vanuit biodiversiteit haar meerwaarde, maar ook met het oog op de landschappelijke waarden. Bovendien wordt hiermee de loop van een voormalige kreek benadrukt. De recreatief belangrijke fietsroute langs de oostelijk gelegen kreek ‘Kromgat’, krijgt een bijzondere behandeling. Hier wordt een verbrede groenzone aangebracht als versterking van het Natuurnetwerk Brabant. Deze groenzone bestaat uit gebiedseigen landschapselementen en wordt nauwkeurig afgestemd op de beleving van de recreanten.