Geredigeerd bijlage 5-14 - Natuurtoets
Tekst van het document
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout Toetsing in het kader van de Wet Natuurbescherming
d/
Sr ë n e sa
035
85
a3
~ 3F ■
23
h. 23422
E
F
*
25 #2
■
mb W
?
*s.
IU-
9
‘2
\ 7
8.
■ 2
S
^3 h ■:
925 4.
3502
"ƒ
N
V 7
G&G-rapport 2022-242
I
■
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout Toetsing in het kader van de Wet Natuurbescherming
5.1,2,e
2022
Opdrachtgever Eneco Solar
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoekt- en adviesbureau
G&G-rapport 2022-242
Datum Versie
13 december 2022 vl
Gecontroleerd door: 5.1,2,e
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
www.vandergoesengroot.nl
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
3
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
5
1.1
Aanleiding en doel
5
1.2
Het plangebied
7
1.3
Leeswijzer
8
Methode 2.1
2.2
3
4
5
9
Soortbescherming
9
2.1.1 Bronnenstudie
9
2.1.2 Potentiebeoordeling,
9
2.1.3 Verwerking
10
Natuurnetwerk Nederland
10
2.2.1 Effectenindicator op NNN
12
Projectbeschrijving
13
3.1
Huidige situatie
13
3.2
Werkzaamheden en plansituatie
13
Soortbescherming Wnb
15
4.1
Beschrijving aanwezige biotopen
15
4.2
Beschermde soorten
17
4.2.1 Vissen
17
4.2.2 Amfibieën
17
4.2.3 Vogels
17
4.2.4 Grondgebonden zoogdieren
17
4.2.5 Vleermuizen
18
4.3
Conclusie beschermde soorten
19
4.4
Effectbeoordeling
20
4.4.1 Vissen
20
4.4.2 Amfibieën
20
4.4.3 Vogels
21
4.4.4 Grondgebonden zoogdieren
21
4.4.5 Vleermuizen
22
Toetsing Natuurnetwerk Nederland (NNN)
24
5.1
Algemeen
24
5.2
Toetsing
24
RVan der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
4
5.3
6
5.2.1 N03.01 Beek en Bron
26
5.2.2 N05.04 Dynamisch moeras
26
5.2.3 N16.04 Vochtig bos met productie
26
5.2.4 N14.03 Haagbeuken- en essenbos
26
5.2.5 Storende factoren op aanwezige diersoorten
28
5.2.6 Effect op bodem- en watercondities
31
5.2.7 Beleving landschap
32
Conclusie
33
Samenvatting van de conclusies
34
6.1
Toetsing soortbescherming Wnb
34
6.2
Toetsing NNN
34
6.3
Zorgplicht
35
8
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur
38
9
Bijlagen
40
V2) Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
5
Inleiding
1 1.1
Aanleiding en doel Eneco Solar wil op een locatie te Oosterhout (Gemeente Oosterhout, Provincie Noord-Brabant) een zonnepark (Zonnepark A59) realiseren. Eneco Solar heeft aan ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot opdracht gegeven de plannen voor het energiepark te toetsen aan de landelijke en provinciale natuurwetgeving.
Onder de Wet Natuurbescherming (Wnb) valt soortbescherming en ook gebiedsbeschermende wet- en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000-gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (zie Bijlage 1.3).
Naast bepalingen uit de Wnb kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het 'Natuurnetwerk Nederland' (NNN, voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) aangewezen zijn'. Natura 2000 Het plangebied ligt op meer dan 3,5 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Biesbosch (zie Figuur 2). Gezien de grote afstand en de uit te voeren werkzaamheden worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden.
Het geplande project leidt tot emissie van stikstof. Er is door Cauberg Huygen B.V. een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Deze analyse wordt separaat aangeleverd, inclusief de bijbehorend .pdf-bestanden. Houtopstanden Er worden geen buiten de (volgens de Wnb bepaalde) bebouwde kom gelegen beplantingen gekapt, groter dan 1000 m2. Daarnaast voorziet het plan niet in het kappen van meer dan 20 bomen in een rijbeplanting. Op grond hiervan wordt het plangebied niet beschermd als bijzondere houtopstand.
Natuurnetwerk Brabant (Natuurnetwerk Nederland) Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNB-gebieden kunnen verbinden (zie Figuur 2).
Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van gebieden als NNN-gebied is een planologische bescherming die alleen geldt voor ingrepen binnen de gebieden. 'Externe werking' op deze gebieden hoeft niet getoetst
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
6
te worden. Wel dient te worden bekeken of een project valt onder 'een goede ruimtelijke ordening'. De vraag is daarbij of de locatie wel de beste is voor deze bestemming (ook met het oog op natuurwaarden) en of de gevolgen van het plan het NNN-gebied niet in betekenende mate aantasten.
In de provincie Noord-Brabant geldt dat ingrepen buiten het NNB, die mogelijk kunnen leiden tot een aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB, getoetst dienen te worden ('externe werking'). In het geval van het beschreven project kan op grond van locatie, aard van het werk en afscherming niet op voorhand uitgesloten worden dat de plannen geen invloed hebben op de naastgelegen NNN-gebieden.
Conclusie In dit rapport worden daarom de volgende toetsen uitgevoerd: * Toetsing soortbescherming Wnb. * Toetsing NNB.
Figuur 1.
Ligging van het plangebied Zonnepark te Oosterhout en de zuidelijke begrenzing van Natura 2000-gebied Biesbosch.
I
Natura 2000-gebied Biesbosch
K )
Rasmsdonksveer
A27)
Dn Bergen
Made
1 5tuivezand
Rijksbeleidskaart - Natura2000
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
7
Figuur 2. Ligging van het plangebied Zonnepark te Oosterhout (dikke rode lijn) ten opzichte van de nabijgelegen NNBgebieden.
5 5.1,2,e
NNB Ecologische Verbindingszones
Rijksbeleidskaart - Natura2000 H,
Natuur Netwerk Brabant
□
1.2
Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. Op de kaart is tevens aangegeven hoe de locatie is gelegen ten opzichte van de zuidelijke grens van het nabijgelegen Natura 2000-gebied. In Figuur 2 is aangegeven hoe de locatie is gelegen ten opzichte van de naastgelegen NNB-gebieden.
Het plangebied ligt in de Hillenpolder dat in het buitengebied van Oosterhout is gelegen. In het noorden grenst het plangebied aan de rijksweg A59 en in het zuidwesten aan de Statendamweg. Ten zuiden van het plangebied ligt de rioolwaterzuiveringsinstallatie Dongemond. Ten noordoosten van het plangebied meandert de oude kreek Kromgat. De Kromgat mondt ter hoogte van de A59 uit in de beek De Donge, waar tevens het plangebied grenst aan naastgelegen NNB-gebied. De Hillenweg doorkruist het plangebied vanuit zuidelijke richting.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
8
1.3
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt aangegeven hoe de toetsing is uitgevoerd. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving gegeven van het project dat getoetst moet worden. In hoofdstuk 4 worden soort beschermende bepalingen uit de Wnb getoetst. In hoofdstuk 5 wordt het project getoetst aan de bepalingen die gelden voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Tenslotte worden in hoofdstuk 6, 7 en 8 de conclusies op een rij gezet, enkele aanbevelingen gedaan en wordt een literatuurlijst gepresenteerd.
In Bijlage 1 wordt aangegeven hoe de wetgeving rond Natura 2000gebieden is ontstaan en wat deze wetgeving precies inhoudt. Tevens komt de bescherming van soorten aan de orde.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
2
9
Methode 2.1
Soortbescherming Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar die beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan.
2.1.1
Bronnenstudie Om een inschatting te maken van eventueel aanwezige beschermde flora en fauna in het plangebied is bestaande literatuur geraad pleegd. Op basis van literatuurgegevens en informatie, samen gebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF), is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in- en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving.
In de database is gezocht naar gegevens van beschermde soorten of soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen die niet zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar. Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld overvliegend of verblijvend, de onderzoeksinspanning en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is).
Het plangebied is in een eerder uitgevoerde 'ecologische quickscan' in het kader van de Wet natuurbescherming onderzocht op aanwezige potenties voor beschermde soorten (zie Van der Knaap, 2018).
Naast de genoemde inventarisatie en het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken.
2.1.2
Potentiebeoordeling Het plangebied is op 30 november 2022 opnieuw bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Tijdens het bezoek is beoordeeld of de aanwezige potenties voor beschermde soorten uit de eerder uitgevoerde ecologische quickscan (zie Van der Knaap, 2018) nog actueel zijn.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
10
2.1.3
Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in- en nabij het plangebied.
Op grond van de plannen is (voor zover mogelijk) een korte effect beoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.
2.2
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Brabant (NNB) is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bij een ingreep in het NNN wordt getoetst in hoeverre een ingreep de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied aantast. De wezenlijke kenmerken en waarden zijn gedefinieerd als de in een gebied aanwezige natuurwaarden en de potentiële natuurwaarden, de daarvoor vereiste bodem- en watercondities en de voor het gebied kenmerkende landschapsstructuur en belevingswaarden (zoals rust en stilte).
Noord-Brabant De toetsing wordt uitgevoerd volgens de regels uit de Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2023. De begrenzing van NNB (inclusief de ecologische verbindingszones) is vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening (IOV). De wettelijke bescherming (Wro) van het NNN wordt geregeld via het bestemmingsplan. In aanvulling op de Wet natuurbescherming bepaalt een bestemmingsplan dat ingrepen die geen aantasting zijn voor de ecologische waarden en kenmerken in het NNN worden toegestaan. Hierbij geldt de "nee, tenzij"-benadering. Ingrepen met een significant negatieve invloed op waarden en kenmerken mogen niet plaatsvinden, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang en indien er geen alternatieven zijn. Bij een toegelaten ingreep die de ecologische waarden en kenmerken in het NNN aantast dienen de negatieve effecten waar mogelijk te worden beperkt. De overblijvende, negatieve effecten dienen te worden gecompenseerd (Artikel 3.22 Compensatie uit de IOV). Daarnaast kan salderen van positieve en negatieve effecten op het NNN uitkomst bieden om projecten in het NNN te realiseren. In de provincie Noord-Brabant geldt dat ingrepen buiten het NNN, die mogelijk kunnen leiden tot een aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het NNN, getoetst dienen te worden
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
11
('externe werking'). Voor de effecten gelden dezelfde principes als voor ingrepen binnen het NNN.
Het Natuurbeheerplan geeft aan waar welke natuur aanwezig is en welke beheerdoelen hiervoor geleden. Het Natuurbeheerplan beschrijft per (deel)gebied welke natuur- en landschapsdoelen nagestreefd worden. Het plan bevat de begrenzing van de natuurgebieden en agrarische zoekgebieden, toegespitst op de internationale biodiversiteitsdoelen en de internationale natuurgerichte agromilieu, water- en klimaatdoelen. Het plan is het beleidskader voor het provinciale natuurbeleid. Het Natuurbeheerplan bevat geen bindende regels of verplichtingen voor burgers. Het Natuurbeheerplan zorgt er voor dat beheerders en gecertificeerde agrarische collectieven van de gronden die zijn begrensd als natuurgebied, als agrarische natuur of als landschapselement, de mogelijkheid krijgen om subsidie aan te vragen voor het beheer van deze gronden. Het Natuurbeheerplan vormt de basis voor deze subsidies. De ambities met het natuurbeheer zijn vastgelegd op de ambitiekaart en de te realiseren beheerdoelen op de beheertypenkaart. De beheertypenkaart geeft alle bestaande en beheerwaardige natuur en landschap weer met de benamingen volgens de landelijk uniforme systematiek van de Index Natuur en Landschap. Met de beheertypenkaart stimuleert de provincie de instandhouding van de op die kaart aangegeven en begrensde beheertypen.
Voor een deel van de natuurgebieden en agrarische gebieden met natuurwaarden bestaan een ambitie om het huidige gebruik of beheer te veranderen. Het verschil tussen de beheertypenkaart en de ambitiekaart laat zien waar een verbetering van de natuurkwaliteit mogelijk en wenselijk is.
Getoetst wordt of een project geen afbreuk doet aan het behoud van de vereiste abiotische en ruimtelijke condities die nodig zijn om de relevante actuele en potentiële natuurwaarden van het NNN-gebied te halen. Voor de aanleg van het zonnepark zal getoetst worden of de gevolgen van het plan het nabijgelegen NNN-gebied niet in betekenende mate aantasten.
Algemeen Concreet betekent dit dat bij een ingreep in het NNN wordt getoetst op: * De toename van verstoring en het effect daarvan op de in een gebied aanwezige diersoorten. * Het effect dat de ingreep heeft op de bodem en watercondities, die belangrijk zijn voor het handhaven van de natuurkwaliteit.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
12
* Een eventueel direct effect door oppervlakteverlies van het NNNgebied. * Het effect dat de ingreep heeft op belevingswaarden en cultuurhistorische waarden. De natuurwaarden waarop getoetst wordt betreffen de natuurdoelen die in het NNN-gebied worden nagestreefd. Het gaat dan onder meer om de aanwezige beheertypen.
Op de website van de provincie Noord-Brabant is daartoe gekeken welke beheertypen in en in de omgeving van het plangebied liggen.
2.2.1
Effectenindicator op NNN
Om te bepalen welke storingsfactoren mogelijk invloed hebben op soorten binnen het NNN wordt de effectenindicator soorten (BIJ12, 2016) geraadpleegd. In de effectenindicator werd de dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied geselecteerd en werd als activiteit 'windturbines' gekozen. De activiteit 'zonnepark' staat niet in de effectenindicator.
Op de website van de Provincie Noord-Brabant wordt per beheertype beschreven welke soorten van belang zijn. Met de effectenindicator worden deze soorten of sterk gelijkende soorten gezocht. Vervolgens geeft de effecten indicator een indicatie over de gevoeligheid van soorten voor de verschillende storingsfactoren. De effectenindicator geeft géén informatie over de daadwerkelijke schadelijke effecten van een activiteit noch over de significantie hiervan. Op basis van de indicatie is per beheertype een selectie gemaakt van storingsfactoren die mogelijk schadelijke effecten hebben. Bij de daadwerkelijke toetsing is zijn de effecten van de storingsfactoren per beheertype beoordeeld.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
13
Projectbeschrijving
3
In onderstaande paragrafen wordt een overzicht gegeven van de situatie die getoetst moet worden.
3.1
Huidige situatie Het plangebied bestaat uit een polderland met graslanden en akkerbouwpercelen. Tijdens het veldbezoek groeiden er geen gewassen. In het plangebied ligt een bosschage van hoofdzakelijk wilg, Zwarte els en Gewone vlier. Tussen de verschillende percelen liggen onbeschoeide watergangen.
3.2
Werkzaamheden en plansituatie In de HiIIenpolder zal een zonnepark (Zonnepark A59) gerealiseerd worden. In Zonnepark A59 zullen de panelen in een iets geroteerde oost-west opstelling (dakprofiel) opgesteld worden. In deze opstelling worden de bestaande percelen en watergangen gerespecteerd. De centraal gelegen Hillenweg krijgt een nieuwe betekenis als centrale ontsluiting. Het hoogste punt van elk paneel ligt op 2,46 meter vanaf grondniveau. Het zonnepark zal 's nachts niet met kunstmatige lichtbronnen worden verlicht. De ruimtelijke inpassing van Zonnepark wordt weergegeven in Figuur 3. In kaders is vastgesteld waaraan de landschappelijke inpassing moet voldoen (Wardenaar et al., 2020). De detailuitwerking van de landschappelijke inpassing wordt nader uitgewerkt. Conform de voorschriften die aan de vergunning verbonden zijn, dient het uitgewerkte detailplan nog ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeente Oosterhout. Daarnaast is een voorschrift opgenomen dat de landschappelijke inpassing dient te zijn gerealiseerd uiterlijk één jaar na de start van de exploitatiefase van het zonnepark. Volgens de kaders worden groenzones ingericht om de natuurwaarden in het zonnepark te versterken. Aan de noordoostkant van het plangebied, langs het Kromgat, zal een verbrede groenzone ingericht worden dat aansluit op naastgelegen NNN-gebied langs de Donge.
Aan de noordkant van het plangebied zal een extra groenzone worden ingericht en aan de zuidwestkant (langs de Statendamweg) zal de groenzone uitgebreid worden. Tevens worden natuurwaarden versterkt door de ruimtes onder- en rondom de panelen natuurvriendelijk in te richten met bloemrijke ondergroei en schaduwvegetatie en zal onder een deel van de panelen dood hout geplaatst worden. De ruimtelijke inpassing van de groenzones wordt weergegeven in Figuur 3. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit het lokaal verwijderen van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
14
en/of het opbrengen van grond (voor de aanleg van kabels en leidingen).
Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen of licht verstoring optreden van (beschermde) soorten. Planning Volgens de planning starten de werkzaamheden in het vierde kwartaal van 2024. De aanlegfase zal enkele maanden in beslag nemen.
Om verstoring van nesten van broedvogels te voorkomen zal het verwijderen van de vegetatie-toplaag buiten het hoofdbroedseizoen (15 maart - 15 juli) worden uitgevoerd. Grondverzet zal alleen dan plaatsvinden als geen actieve nesten aanwezig zijn. De werkzaamheden zullen een doorlooptijd hebben van maximaal 27 weken.
Figuur 3.
Overzicht van de ruimtelijke inpassing van Zonnepark A59 met groenzones en watergangen. Zijaanzicht panelenopstelling (oost-west) (me len in m lil ie ter, tehe mm ii ina tate 11
gr,
2 2:
ci . ■
Extra groenzone
*9
,0
gac
hs
/
1
C o .. .
18
ë
1
Verbrede groenzone
lliil ,ser
1
1
>7
----
Hillenweg
I Uitgebreide Uitgebreid groenzone
Van der Goes en Groot
EeF—1a
kV
---ri
a
ANI
-
)
M
r
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
4
15
Soortbescherming Wnb In dit hoofdstuk wordt vermeld of de aanwezige potenties voor beschermde soorten uit de eerder uitgevoerde ecologische quickscan (zie Van der Knaap, 2018) nog actueel zijn. In dit hoofdstuk worden eerst de actuele biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen en de eerder uitgevoerde ecologische quickscan te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.
4.1
Beschrijving aanwezige biotopen Bosschages en agrarische gronden Het plangebied bestaat grotendeels uit graslanden en akkerbouwpercelen. Tijdens het veldbezoek groeiden er geen gewassen.
In het plangebied ligt een bosschage van hoofdzakelijk wilg, Zwarte els en Gewone vlier met een ondergroei van voornamelijk brandnetels. In het bosschage staat een lege zeecontainer. In het plangebied ontbreken hoge bomen. In de aanwezige bomen in het plangebied zijn geen grote nesten, holtes en spleten waargenomen.
Wateren en oevers Tussen de verschillende kavels liggen watergangen. De watergangen zijn ondiep met helder water met resten van waterplanten (de watergangen zijn recent geschoond). Er zijn geen oeverbeschoeiingen aanwezig. Er zijn dammen die zorgen verschillende waterpeilhoogtes. Bebouwing Binnen het plangebied ontbreekt bebouwing.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
16
. alv
t
14
k k.i'
.1
De akkerbouwgronden en graslanden binnen het plangebied.
105
Bosschage en
watergang tussen de percelen in het
plangebied.
II,
e!
&.
Watergang binnen het
plangebied, met de bomenrij langs het water 'Kromgat' op de
achtergrond.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
4.2
17
Beschermde soorten De aangetroffen soorten werden in de eerder uitgevoerde ecologische quickscan (zie Van der Knaap, 2018) beschreven. Hieronder wordt beschreven welke beschermde soorten te verwachten zijn. Deze potenties zijn voor dit onderzoek, op grond van aanwezige biotopen, opnieuw beoordeeld.
4.2.1
Vissen Vanwege het voorkomen van Grote modderkruiper in de omgeving in vergelijkbaar water als aanwezig langs een aantal van de percelen in het plangebied, is niet uit te sluiten dat deze soort kan voorkomen.
4.2.2
Amfibieën Het plangebied levert geschikt voortplantingswater voor de Alpenwatersalamander. Deze soort is beschermd en is niet 'vrijgesteld' bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1.
4.2.3
Vogels Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Merel, Winterkoning of Heggemus.
In het water langs het plangebied broeden mogelijk water- en moerasvogels zoals Meerkoet en Wilde eend. In de graslanden en akkers kunnen weidevogels broeden als Kievit en Scholekster. Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Het is mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Buizerd.
4.2.4
Grondgebonden zoogdieren Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Bever. De benodigde levensvoorwaarden zijn hiervoor niet aanwezig. Het is wel mogelijk dat incidenteel kleine marterachtigen, die elders verblijven, in het plangebied voorkomen. Gezien de grootte en geschiktheid van het terrein betreft het geen essentieel deel van hun leefgebied. In de omgeving van het plangebied is bovendien veel meer geschikt biotoop aanwezig.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
18
4.2.5
Vleermuizen Potentie foerageergebied Het plangebied is deels geschikt voor foeragerende vleermuizen. De schaars aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. Potentie vliegroute Gezien de ligging, de vorm en de grootte van het plangebied en het ontbreken van lijnvormige elementen zoals bomenrijen, doorlopende watergangen of brede rietkragen kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen.
Het viaduct onder de rijksweg A59 en ook de bomenrij langs het water 'Kromgat' (net buiten het plangebied) kan gebruikt worden als onderdeel van een vliegroute door vleermuizen. In het verleden zijn hier namelijk waarnemingen van meerdere passerende dieren gedaan zoals 30 passerende Gewone dwergvleermuizen, 20 passerende Meervleermuis, twee passerende Ruige dwergvleermuizen en één passerende Watervleermuis (NDFF 20082018). Er zijn geen recente waarnemingen van passerende vleermuizen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
4.3
19
Conclusie beschermde soorten Op grond van §4.2 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen mogelijk (incidentele) aanwezigheid en gebruik als essentieel leefgebied (zoals bijvoorbeeld vaste verblijfplaatsen). In §4.4 wordt onderzocht welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.
Tabel 1.
Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2), mogelijk (incidenteel) voorkomende beschermde, niet vrijgestelde soorten in het plangebied (kolom 3) en verwachte voorkomen van essentieel leefgebied van beschermde, niet vrijgestelde
soorten binnen het plangebied met verwachte beschermde functie (kolom 4). Indien de potentieel aanwezige beschermde functie wordt genoemd in kolom 4 valt deze automatisch onder essentieel leefgebied voor de mogelijk aanwezige soort(en).
Aangetroffen nabij het
Beschermde, niet vrijgestelde
plangebied
Mogelijk aanwezig
Mogelijk beschermde functie
soorten
(literatuur en
in plangebied
aanwezig binnen het plangebied
veldbezoek)
Planten
nee
nee
nee
Vissen
NDFF
ja
biotoop (Grote modderkruiper)
Amfibieën
NDFF
ja
veldbezoek
ja
niet-jaarrond beschermde nesten
incidenteel
nee
Broedvogels met niet-jaarrond
beschermde nesten Broedvogels met jaarrond
beschermde nesten
NDFF en
veldbezoek
Voorplantingsbiotoop
(Alpenwatersalamander)
Grondgebonden zoogdieren
NDFF
incidenteel
nee
Vleermuizen
NDFF
incidenteel
nee
Overige beschermde fauna
nee
nee
nee
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
20
4.4
Effectbeoordeling Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren.
Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).
4.4.1
Vissen Als de verkaveling gelijk blijft en de wateren niet substantieel veranderen door bijvoorbeeld schaduwwerking, is geen negatief effect mogelijk op eventueel aanwezige Grote modderkruiper. Als ingrijpend aan wateren en oevers wordt gewerkt (zoals het vergraven van oevers en/of het dempen van wateren), dan is vervolgonderzoek naar deze vissoort nodig. Als de soort aanwezig is zullen, voorafgaand aan het werk, buiten de gevoelige perioden, de (beschermde) vissen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden worden weggevangen en zal vervangend leefgebied worden gecreëerd voor de Grote modderkruiper. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen 'Activiteitenplan' deze maatregelen worden uitgewerkt.
Omdat de verkaveling gelijk blijft en de wateren niet substantieel veranderen door bijvoorbeeld schaduwwerking, wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep op eventueel aanwezige Grote modderkruiper.
4.4.2
Amfibieën Als de verkaveling gelijk blijft en de wateren niet substantieel veranderen door bijvoorbeeld schaduwwerking, is geen negatief effect mogelijk op eventueel aanwezige Alpenwatersalamander. Als ingrijpend aan wateren en oevers wordt gewerkt (zoals het vergraven van oevers en/of het dempen van wateren), dan is vervolgonderzoek naar deze soort nodig. Als de soort aanwezig is zullen de werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de gevoelige perioden en zal vervangend leefgebied worden gecreëerd voor de Alpenwatersalamander. Er
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
21
dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen 'Activiteitenplan' deze maatregelen worden uitgewerkt.
Omdat de verkaveling gelijk blijft en de wateren niet substantieel veranderen door bijvoorbeeld schaduwwerking, wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep op eventueel aanwezige Alpenwatersalamander.
4.4.3
Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatietoplaag. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoor beeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels - het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt!
Soorten met jaarrond beschermde nesten Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Buizerd), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.
4.4.4
Grondgebonden zoogdieren Voor incidenteel aanwezige kleine marterachtigen wordt geen belangrijk negatief effect verwacht vanwege de geringe grootte van het plangebied en de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. Het plangebied biedt onder andere vanwege deze redenen geen essentieel leefgebied voor kleine marterachtigen en de dieren kunnen gemakkelijk uitwijken.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
22
4.4.5
Vleermuizen Foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken.
Vliegroutes Men dient rekening te houden met de aanwezige vliegroute naast het plangebied (de bomenrij ten oosten van het plangebied) als er eventueel verlichting op het terrein wordt gerealiseerd. Als er geen licht of vleermuisvriendelijk licht wordt gebruikt dan worden er geen belangrijke gevolgen verwacht voor (langs-vliegende) vleermuizen. Omdat het zonnepark's nachts niet met kunstmatige lichtbronnen zal worden verlicht, wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep op vliegroutes voor vleermuizen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
4.5
23
Conclusie effectbeoordeling Mogelijke negatieve effecten van de plannen op beschermde soort(en) (indien aanwezig) zijn niet uit te sluiten. Het gaat om Grote modderkruiper, Alpenwatersalamander.
Dergelijke negatieve effecten worden alleen verwacht als wateren en oevers betrokken worden bij de plannen. Als ingrijpend aan wateren en oevers wordt gewerkt (zoals het vergraven van oevers en/of het dempen van wateren), dan is vervolgonderzoek noodzakelijk naar deze beschermde soorten. Omdat de verkaveling gelijk blijft en de wateren niet substantieel veranderen door bijvoorbeeld schaduwwerking, wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep op eventueel aanwezige Alpenwatersalamander en Grote modderkruiper. Ten aanzien van de vliegroute voor vleermuizen ten oosten van het plangebied moet voorkomen worden dat sterke verlichting wordt gerealiseerd. Als er geen licht of vleermuisvriendelijk licht wordt gebruikt dan worden er geen belangrijke gevolgen verwacht voor (langs-vliegende) vleermuizen. Omdat het zonnepark 's nachts niet met kunstmatige lichtbronnen zal worden verlicht, wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep op vliegroutes voor vleermuizen.
Met het in achtnemen van besproken aanbevelingen, beperkingen en restricties in §4.1 t/m §4.5 worden geen belangrijke negatieve effecten verwacht voor beschermde soorten bij uitvoer van de plannen. Er dient altijd rekening te worden gehouden met de zorgplicht (zie §6.3). Als de plannen worden aangepast en wateren en oevers betrokken worden bij de plannen staan in Tabel 2 de perioden aangegeven wanneer onderzoek naar de soorten kan worden uitgevoerd. Tevens wordt het aantal bezoekrondes vermeld. Tabel 2.
Optimale periode voor
Soo rt/Soo rtgroe p
uit te voeren vervolg
__________________ Vissen
onderzoek naar
Grote modderkruiper
beschermde soorten of soortgroepen die zijn
_______________ Amfibieën
Alpenwatersalamander
Optimale periode
Aantal bezoeken
maart - november
1
maart - augustus
2
aangetroffen of worden verwacht in het
plangebied.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
24
Toetsing Natuurnetwerk Nederland (NNN)
5 5.1
Algemeen Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen EHS (Ecologische Hoofdstructuur) is een samenhangend netwerk van (inter-)nationaal belangrijke, duurzaam te behouden ecosystemen. Dit netwerk vormt de basis voor de Nederlandse bijdrage aan het behoud van de mondiale biodiversiteit. De EHS is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van het toenmalige ministerie van LNV (1990). In 2014 is de term Natuurnetwerk Nederland (NNN) geïntroduceerd om de term 'Ecologische Hoofdstructuur' (EHS) te vervangen. De provincie Noord-Brabant hanteert de term Natuurnetwerk Brabant (NNB) voor de in Noord-Brabant gelegen NNN-gebieden. In de wet heet het NNN nog steeds de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
De EHS is planologisch beschermd. Dit betekent dat ingrepen in de EHS alleen zijn toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben, of als negatieve effecten kunnen worden tegengegaan door het nemen van mitigerende maatregelen. Heeft een ingreep wel een significant negatief effect op de 'wezenlijke kenmerken en waarden' van een EHS-gebied, dan geldt het 'nee, tenzij regime'. Een project kan dan alleen doorgaan als er geen reële alternatieven zijn en als sprake is van een groot openbaar belang. Als een ingreep wordt toegestaan moet de initiatiefnemer de (potentiële) natuurwaarden die verloren gaan, op eigen kosten compenseren.
Voor gronden die grenzen aan de EHS, maar daar zelf buiten liggen, gelden geen beperkingen. De EHS heeft, in tegenstelling tot Natura2000-gebieden, geen 'externe werking' die een toets van gebruik aangrenzend aan het natuurgebied verplicht stelt. Alle Natura 2000-gebieden liggen overigens ook vrijwel geheel binnen de EHS. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is aan de gemeenten een centrale rol gegeven bij ruimtelijke afwegingen. Daarom is de gemeente het eerste aanspreekpunt voor vragen over de inpasbaarheid van een nieuwe activiteit in het NNN. Vervolgens kan de gemeente hun afweging overleggen met de provincie.
5.2
Toetsing Het begrip 'wezenlijke kenmerken en waarden' is direct gekoppeld aan de planologische bescherming van het NNN-gebied. Bij een ingreep in het NNN wordt getoetst in hoeverre een ingreep de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied aantast.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
25
Het geplande Zonnepark A59 te Oosterhout valt buiten het NNN. Voor de aanleg van het zonnepark zal getoetst worden of de gevolgen van het plan het nabijgelegen NNN-gebied niet in betekenende mate aantasten. Gelet op de afstand tot het NNN en de barrièrewerking van tussengelegen gebouwen en/of infrastructuur, zijn effecten vanuit de externe werking niet aan de orde voor de beheertypen ten noorden van de A59 (met afritten) en ten zuiden van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. De nabijgelegen NNN-gebieden waarbij barrièrewerking niet aan de orde is betreffen de beheertypen ten oosten van het Zonnepark, N03.01 Beek en Bron, N05.04 Dynamisch moeras, N14.03 Haagbeuken- en essenbos en N16.04 Vochtig bos met productie (zie bijgaande figuur, bron provincie Noord-Brabant). Wel zal ter hoogte van het NNN-gebied een verbrede groenzoen worden gerealiseerd op het Zonnepark, zie Figuur 3. Eventuele negatieve effecten van storende factoren zullen hierdoor geminimaliseerd worden. De natuurwaarden waarop getoetst zal worden betreffen de natuurdoelen die in het NNN-gebied worden nagestreefd. Het gaat in dit geval om bovengenoemde beheertypen. De bovengenoemde beheertypen worden verder beschreven in 5.2.1 t/m 5.2.4.
Figuur 4. Het plangebied (rode omgrenzing) met nabijgelegen beheertypen waarbij barrièrewerking niet aan de orde is
(binnen de paarse omgrenzing).
I
SIeelhoven
As9,
A27
H
|
N03.01 Beek en Bron
N05.04 Dynamisch moeras
N12.01 Bloemdijk N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland N14.02 Hoog- en laagveenbos
|
W£9 Weststad
N14.03 Haagbeuken-en essenbos
N16.03 Droog bos met productie
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
H
N16.04 Vochtig bos met productie
|
L01.01 Poel en kleine historische wateren
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
26
5.2.1
N03.01 Beek en Bron Het beheertype N03.01 Beek en Bron bevindt zich in De Donge, ten noordoosten van het plangebied. Beken en bronnen zijn van groot belang voor waterranonkels, fonteinkruiden en sterrekroossoorten, platwormen, waterkevers, libellen, waterjuffers en kokerjuffers, rivierkreeft en een groot aantal vissen: Beekforel, Beekprik, Elrits, Serpeling. Kwabaal (benedenloop), Rivierdonderpad, Zeeprik, rivierprik, gestippelde alver en vlagzalm. De laaglandbeken met Beekprik, Zeeprik, Gaffel libel, begroeiingen met Drijvende waterweegbree, waterranonkels of Teer vederkruid zijn in internationaal opzicht belangrijk.
5.2.2
N05.04 Dynamisch moeras Het beheertype N05.04 Dynamisch moeras bevindt zich ten noordoosten van het plangebied tussen De Donge en de A59. Dynamische moerassen zijn moerassen met een hoge waterstand en een dynamisch waterpeil. Ze worden periodiek overstroomd met oppervlaktewater. Typische moerasplanten zijn hoge grassen als riet en rietgras, grote zeggen en biezen. Dynamisch Moeras is van groot belang voor vogels, vissen, amfibieën en enkele zoogdieren als Bever, Otter, Noordse woelmuis en Waterspitsmuis.
5.2.3
N16.04 Vochtig bos met productie Het beheertype N16.04 Vochtig bos met productie bevindt zich ten noordoosten van het plangebied aan de zuidelijke oever van de Donge. Vochtig bos met productie bestaat uit loofbossen die gedomineerd worden door diverse boomsoorten zoals populieren, Gewone es, Gewone esdoorn, Beuk, Haagbeuk, Zomereik, iepen en Zwarte els. Het is een grotendeels gesloten bos met een weelderige ondergroei.
5.2.4
N14.03 Haagbeuken- en essenbos Het beheertype N14.03 Haagbeuken- en essenbos bevindt zich ten noordoosten van het plangebied tussen De Donge en A59. Haagbeuken- en essenbos wordt gedomineerd door diverse boomsoorten zoals Haagbeuk, Gewone es, Gewone esdoorn en Gladde iep. Jonge polderbossen kennen vaak al wel een hoge rijkdom aan makkelijk koloniserende sporenplanten en vogels, maar zijn relatief arm aan vaatplanten en fauna die karakteristiek zijn voor oudere bosgroeiplaatsen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
%b De Donge met
wMe
27
a,.
G
beheertype N03.01 Beek en Bron met het plangebied op de
achtergrond (links). Achter de snelweg A59 met talud is het
beheertype N16.04 Vochtig bos met productie gelegen.
_A alai
29
MA -i
.0
p2 i A,
Het plangebied gezien vanaf het hek dat
toegang biedt tot het
pad ten zuiden van de Donge, in beheertype N16.04 Vochtig bos
met productie.
V
■'
a,
2
26
Achter de afrit van de
snelweg A59 met talud is het beheertype N16.04 Vochtig bos met productie gelegen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
28
5.2.5
Storende factoren op aanwezige diersoorten Door de aanleg van Zonnepark A59 te Oosterhout kan mogelijk verstoring optreden als gevolg van storingsfactoren in nabijgelegen NNN-gebied. Effecten op het NNN-gebied zijn bepaald aan de hand van storingsfactoren.
In de ecologische quickscan (zie Van der Knaap, 2018) ten aanzien van de soortbescherming is aangetoond dat mogelijk aanwezige soorten binnen het plangebied geen negatief effect zullen ondervinden van het project. Negatieve effecten op Alpenwatersalamander en Grote modderkruiper worden alleen verwacht als wateren en oevers betrokken worden bij de plannen.
Hieronder worden de storingsfactoren die mogelijk een effect kunnen hebben op de soorten in de relevante beheertypen beoordeeld. Bij de verschillende storingsfactoren wordt steeds benoemd welk beheertype mogelijk beïnvloed wordt. Oppervlakteverlies Beheertypen: N03.01 Beek en Bron, N05.04 Dynamisch moeras, N16.04 Vochtig bos met productie en N14.03 Haagbeuken- en essenbos.
Het zonnepark wordt op de graslanden en akkerbouwgronden binnen het plangebied gerealiseerd. Er zal niet aan de wateren/gronden gewerkt worden buiten het plangebied. Het beschikbaar oppervlak leefgebied van de soorten in naastgelegen NNN-gebieden zal niet afnemen. Aanleg en het gebruik van het zonnepark zal niet leiden tot oppervlakteverlies van de relevante beheertypen in het naastgelegen NNN-gebied.
Versnippering Beheertypen: N03.01 Beek en Bron, N05.04 Dynamisch moeras, N16.04 Vochtig bos met productie en N14.03 Haagbeuken- en essenbos.
Het zonnepark wordt op de graslanden en akkerbouwgronden binnen het plangebied gerealiseerd. Er zal niet aan de wateren/gronden gewerkt worden buiten het plangebied. Het uiteenvallen van het leefgebied van soorten is niet aan de orde. Aanleg en het gebruik van het zonnepark zal niet leiden tot versnippering van leefgebied van soorten of beheertypen.
Verontreiniging en vermesting Beheertypen: N03.01 Beek en Bron, N05.04 Dynamisch moeras, N16.04 Vochtig bos met productie en N14.03 Haagbeuken- en essenbos. De aanleg van het zonnepark zorgt niet voor het vrijkomen van ecosysteemvreemde stoffen als organische verbindingen, zware
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
29
metalen, schadelijke stoffen die ontstaan door verbranding of productieprocessen, straling (radioactief en niet radioactief), geneesmiddelen, endocrien werkende stoffen etc. De aanleg van het zonnepark kan tijdens de aanleg in geringe mate leiden tot vermesting. Door het inzetten van gemotoriseerd materieel komen stikstofoxiden vrij die een vermestend effect hebben. De aanlegfase is kortdurend en de uitstoot is beperkt. Tijdens de aanwezigheidsfase zal waarschijnlijk geringere uitstoot zijn, doordat het land niet meer door landbouwvoortuigen wordt bewerkt. Aanleg en aanwezigheid van het zonnepark zal geen belangrijke negatieve invloed hebben op het naastgelegen NNN-gebied door verontreiniging en vermesting.
Verandering stroomsnelheid Beheertypen: N03.01 Beek en Bron.
Het zonnepark wordt op de graslanden en akkerbouwgronden binnen het plangebied gerealiseerd. Er zal niet aan de wateren gewerkt worden binnen en/of buiten het plangebied. De stroomsnelheid zal niet veranderen door het plaatsen van bijvoorbeeld dammen of stuwen. Aanleg en het gebruik van het zonnepark zal niet leiden tot een verandering van stroomsnelheid in beheertype N03.01 Beek en Bron.
Verandering dynamiek substraat Beheertypen: N03.01 Beek en Bron, N05.04 Dynamisch moeras, N16.04 Vochtig bos met productie en N14.03 Haagbeuken- en essenbos.
Het zonnepark wordt op de graslanden en akkerbouwgronden binnen het plangebied gerealiseerd. Er zal niet aan de wateren/gronden gewerkt worden buiten het plangebied. Er treedt geen verandering op in de bodemdichtheid of bodemsamenstelling van terrestrische of aquatische systemen in de naastgelegen NNN-gebieden. Aanleg en het gebruik van het zonnepark kan geen invloed hebben op het naastgelegen NNN-gebied door verandering van dynamiek van het substraat. Hinder door geluid en trillingen Beheertypen: N03.01 Beek en Bron, N05.04 Dynamisch moeras, N16.04 Vochtig bos met productie en N14.03 Haagbeuken- en essenbos.
De aanleg van het zonnepark zal nauwelijks leiden tot de productie van geluid en trillingen, en dan alleen lokaal. Er zal geen sprake zijn van geluidshinder en/of trillingen in bodem en water in de NNNgebieden als gevolg van de aanleg van het Zonnepark.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
30
De aanleg van het zonnepark kan geen invloed hebben op het naastgelegen NNN-gebied door geluid en trillingen.
Mechanische effecten Beheertypen: N03.01 Beek en Bron, N05.04 Dynamisch moeras, N16.04 Vochtig bos met productie en N14.03 Haagbeuken- en essenbos. De aanleg van het zonnepark zorgt niet voor verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen etc. die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. De aanleg van het zonnepark kan geen invloed hebben op het naastgelegen NNN-gebied door mechanische effecten. Lichthinder Beheertypen: N03.01 Beek en Bron, N05.04 Dynamisch moeras, N16.04 Vochtig bos met productie en N14.03 Haagbeuken- en essenbos.
Het zonnepark zal 's nachts niet met kunstmatige lichtbronnen worden verlicht. De aanleg van het zonnepark kan geen invloed hebben op het naastgelegen NNN-gebied door licht.
Verdroging en verzilting Beheertypen: N03.01 Beek en Bron, N05.04 Dynamisch moeras, N16.04 Vochtig bos met productie en N14.03 Haagbeuken- en essenbos. De aanleg van het zonnepark zorgt niet voor verandering in grondwaterstand. Doordat de grondwaterstand gelijk blijft zal de zoet-zout gradiënt niet veranderen. De aanleg van het zonnepark kan geen invloed hebben op het naastgelegen NNN-gebied door verdroging en/ofverzilting. Verandering overstromingsfrequentie Beheertypen: N03.01 Beek en Bron en N05.04 Dynamisch moeras.
Het zonnepark wordt op de graslanden en akkerbouwgronden binnen het plangebied gerealiseerd. Er zal niet aan de wateren gewerkt worden binnen en/of buiten het plangebied. De aanleg van het zonnepark zorgt niet voor de verandering van duur en/of frequentie van de overstroming van wateren. De aanleg van het zonnepark kan geen invloed hebben op het naastgelegen NNN-gebied door verandering van overstromingsfrequentie.
Optische verstoring Beheertypen: N03.01 Beek en Bron, N05.04 Dynamisch moeras, N16.04 Vochtig bos met productie en N14.03 Haagbeuken- en essenbos.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
31
De aanleg van het zonnepark kan in geringe mate leiden tot optische verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. De zonnepanelen zullen door de aan te leggen groenzone aan de oostkant van het plangebied in de aanwezigheidsfase worden afgeschermd van het aangrenzende NNN-gebied. Deze buffer kan gerealiseerd worden door de bestaande houtwal te versterken en uit te breiden zoals beschreven in het landschappelijk inpassingplan (Wardenaar et al., 2020). Aanleg en aanwezigheid van het zonnepark zal geen belangrijke negatieve invloed hebben op het naastgelegen NNN-gebied door optische verstoring.
Barrièrewerking Beheertypen: N03.01 Beek en Bron, N05.04 Dynamisch moeras, N16.04 Vochtig bos met productie en N14.03 Haagbeuken- en essenbos. Het zonnepark zal niet aangelegd worden tussen aaneengesloten NNN-gebieden. Er kan daarom geen sprake zijn van barrièrewerking door de aanwezigheid van het zonnepark. De aanleg van het zonnepark kan geen invloed hebben op het naastgelegen NNN-gebied door barrièrewerking.
5.2.6
Effect op bodem- en watercondities Het zonnepark wordt op de graslanden en akkerbouwgronden binnen het plangebied gerealiseerd. Er zal niet aan de wateren gewerkt worden binnen en/of buiten het plangebied. De aanleg van het zonnepark zorgt niet voor het vrijkomen van ecosysteemvreemde stoffen als organische verbindingen, zware metalen, schadelijke stoffen die ontstaan door verbranding of productieprocessen, straling (radioactief en niet radioactief), geneesmiddelen, endocrien werkende stoffen etc. Vermesting en verzuring is niet aan de orde. De aanleg van het zonnepark zorgt niet voor verandering in de grondwaterstand. Er treedt geen verdroging op en de zoet-zout gradiënt van het water zal niet veranderen. De aanleg van het zonnepark zal de stroomsnelheid niet veranderen, bijvoorbeeld door het plaatsen van dammen of stuwen. Er treedt door de aanleg van het zonnepark geen verandering op in de bodemdichtheid of bodemsamenstelling van terrestrische of aquatische systemen in de naastgelegen NNN-gebieden.
De aanleg van Zonnepark A59 te Oosterhout kan geen invloed hebben op de bodem en watercondities in naastgelegen NNN-gebied.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
32
5.2.7
Beleving landschap Vanaf de naastgelegen NNN-gebieden ten noordoosten van het plangebied is het zonnepark beperkt zichtbaar. Door aanwezigheid van een geplande groenzone op het Zonnepark, tussen het Zonnepark en het NNN-gebied ten oosten van het Zonnepark, zal het Zonnepark niet tot vrijwel niet zichtbaar zijn voor recreanten die zich in het NNN-gebied ten oosten van het Zonnepark bevinden.
Afstand tussen het hek van het pad ten zuiden van de Donge en de eerste rij zonnepanelen zal tussen de 50 en 100 meter liggen. Het pad ligt hoger dan de graslanden en akkerbouwgronden waarop de zonnepanelen geplaatst worden. Het hoogste punt van elk paneel ligt op 2,46 meter vanaf grondniveau. De aanleg van het zonnepark zal de openheid van het landschap niet aantasten en zijn niet zichtbaar aan de horizon. Om de beperkte zichtbaarheid van het zonnepark nog verder te mitigeren kan de bestaande houtwal aan de noordoostkant van het plangebied versterkt en uitgebreid worden zoals beschreven in het landschappelijk inpassingplan (Wardenaar et al., 2020).
Om het zonnepark meer op te laten gaan in het landschap zijn kaders opgesteld om de natuurwaarden in het zonnepark te versterken (Wardenaar et al., 2020). In de kaders wordt beschreven dat een brede groenstrook aan de oostkant van het zonnepark aangelegd zal worden. De kaders beschrijven ook dat de ruimtes onder- en rondom de panelen ingericht met bloemrijke ondergroei en schaduwvegetatie om de natuurwaarden te versterken. Wanneer maatregelen genomen worden om de natuurwaarden te versterken valt te verwachten dat de biodiversiteit toeneemt ten opzichte van de huidige graslanden en akkerbouwgronden.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
33
De aanleg Zonnepark A59 te Oosterhout zal daarom geen negatieve invloed hebben op de belevingswaarden van naastgelegen NNNgebieden.
g. D
a
5e /82
De bestaande houtwal (rechts) aan de noordoostkant van het plangebied die versterkt en uitgebreid kan worden.
5.3
Conclusie Aanleg en aanwezigheid van Zonnepark A59 te Oosterhout zal de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabijgelegen NNN-gebied niet aantasten.
De getoetste storingsfactoren hebben geen of geen belangrijk negatief effect op de beheertypen van de naastgelegen NNNgebieden. De aanleg van het zonnepark heeft geen of geen belangrijk negatief effect op de bodem en watercondities en de belevingswaarden van het nabijgelegen NNN-gebied.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
34
Samenvatting van de conclusies
6
In deze natuurtoets is de aanleg van Zonnepark A59 te Oosterhout getoetst aan de landelijke en provinciale natuurwetgeving. Hieronder staan per toets de getrokken conclusies op een rij.
6.1
Toetsing soortbescherming Wnb De aanleg van Zonnepark A59 te Oosterhout zal geen negatieve gevolgen hebben voor de populaties van de in het gebied voorkomende zwaar beschermde soorten. Omdat de verkaveling gelijk blijft en de wateren niet substantieel veranderen door bijvoorbeeld schaduwwerking, wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep op de eventueel aanwezige Alpenwatersalamander en Grote modderkruiper.
6.2
Toetsing NNN Het geplande Zonnepark A59 te Oosterhout ligt bij een NNN-gebied met de beheertypen N03.01 Beek en Bron, N05.04 Dynamisch moeras, N14.03 Haagbeuken- en essenbos en N16.04 Vochtig bos met productie. Aanleg en aanwezigheid van Zonnepark A59 te Oosterhout zal de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabijgelegen NNN-gebied niet aantasten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
6.3
35
Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren:
* Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodembewonende dieren de kans om in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten. * Ontzie groen en groenvoorzieningen zoveel als mogelijk tijdens de werkzaamheden en bij het (tijdelijk) opslaan van machines en materialen. Gebruik zo klein mogelijke werkbreedtes en gebruik eventuele bouwwegen zowel voor aanvoer als afvoer. * Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig worden gewerkt dat richting te behouden leefgebied van aanwezig fauna wordt gewerkt en dieren niet ingesloten raken en (meer) kans hebben te vluchten. * Het verwijderen van groen kan zoveel mogelijk beperkt worden of na de werkzaamheden kan nieuw groen aangeplant worden op dezelfde locaties als waar groen verwijderd wordt. Houd bij werkzaamheden rondom groenvoorzieningen een zo smal mogelijke werkbreedte aan. * Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zoveel mogelijk van bestaande paden gebruik gemaakt worden, of kunnen nieuw gecreëerde paden herhaaldelijk worden gebruikt om insporing en potentiële verstoring te beperken. * Bij de sloop- en bouwwerkzaamheden moet voorkomen worden dat 's nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
36
Natuurwaarden verhogen op zonneparken
7
In het landschappelijk inpassingsplan (Wardenaaretal., 2020) staan kaders waaraan de landschappelijke inpassing moet voldoen. Hierin worden maatregelen om de natuurwaarden in het zonnepark te versterken. Aanvullend op het Landschappelijk inpassingsplan worden hier maatregelen genoemd om de natuurwaarden te versterken.
Met behulp van enkele eenvoudige maatregelen kan de natuur in en rond zonneparken versterkt worden en krijgen planten en dieren in deze nieuwe ontwikkelingslocaties de ruimte.
Op een zonnepark zijn twee typen ruimten te onderscheiden waar natuurwaarden gerealiseerd kunnen worden. Het gaat om: * open ruimte tussen en onder de zonnepanelen. * de ruimte direct rondom het zonnepark.
7.1
Open ruimte tussen en onder de zonnepanelen Bloemrijk en kruidenrijk grasland
Deze ruimte kan ingericht worden als bloemrijke en kruidenrijke weide. Door extensief maaibeheer (of begrazing) zonder bemesting toe te passen op deze weides krijgen insecten, vogels en kleine zoogdieren een kans om te profiteren van bloemen en zaden. Bloemrijke weiden zijn goed voor het behouden van vlinders en bijen. Zonneparken waarbij de bodem bedekt is met kunstgrasmatten is wellicht kostenbesparend maar vervuilend, onaantrekkelijk en negatief voor biodiversiteit. Het is belangrijk dat gefaseerd wordt gemaaid en nooit het gehele terrein in één keer kaal is, met name voor kleine zoogdieren en amfibieën maar ook voor zaadzetting van sommige kruiden en voor overwinterende insecten. Minimaal 30-40% dekking biedende vegetatie aanhouden en het maaibeheer aanpassen op het voorkomen van opslag van houtige gewassen is ideaal. Poelen, sloten en greppels Behoud de bestaande greppels in een perceel. Door dit reliëf in de bodem ontstaat meer biodiversiteit in flora en fauna. Door de aanwezigheid van poelen, greppels en depressies kunnen ook amfibieën en libellen profiteren van een zonnepark. Veel libellen en amfibieën (kikkers, padden, salamanders) zijn voor hun voortplanting afhankelijk van kleine wateren en poelen.
Takkenrillen, houtstappels en broeihopen Door de aanleg van takkenrillen en houtstapels kunnen kleine zoogdieren profiteren als Bunzing, Hermelijn en Wezel. Door de aanleg van broeihopen kan Ringslang profiteren.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
37
Insectenhotels of nestkastjes Op een zonnepark kunnen ook insectenhotels of nestkastjes opgehangen worden. Dit versterkt de ecologische waarde van het terrein.
7.2
De ruimte direct rondom van het zonnepark. Struiken en bosschages Rond het zonnepark aanleggen van bijvoorbeeld een meidoornhaag is een ideale biotoop voor broedende zangvogels. Tevens kan de stekelige meidoornhaag onbevoegde personen buiten het zonnepark houden. Een haag met struiken zorgt daarnaast voor mindere zichtbaarheid van de panelen vanuit de omgeving.
Water rondom Het verbreden van wateren rondom planpercelen en de aanleg van natuurvriendelijke oevers met oeverbegroeiing vormt een leefgebied voor vele dier- en planten soorten.
Zorg voor verschillende waterdiepten. Een diep vorstvrij deel is voor vissen en amfibieën een mogelijkheid om de winter door te komen. Hekwerk en verlichting Let er bij eventueel plaatsen van een hek rondom het terrein op dat het terrein niet hermetisch voor dieren wordt afgesloten. Een kier aan de onderzijde van het hek kan bijvoorbeeld de Egel toegang verschaffen.
Let er bij eventuele plaatsing van verlichting op het terrein op dat deze vogel en/of vleermuis vriendelijk is.
Kansen Een zonnepark kan de biodiversiteit in een gebied verhogen. Het kan een plek zijn waar dieren hun leefgebied hebben: voedsel zoeken, rusten, zich voortplanten, broeden, opgroeien en overwinteren. Een zonnepark kan daarbij een 'stepping stone' of verbinding zijn tussen natuurgebieden.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-242
Natuurtoets zonnepark te Oosterhout
38
8
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BIJ 12, 2016. Effectenindicator soorten. Geraadpleegd op 4 december 2022, van https://www.synbiosys.alterra.nl/bijl2/effectenindicatorsoorten2016.aspx
Bijlsma, Rob.G., 1993 Ecologische atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, KJ. Kanters & J.C. Buys (RED.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M., &J.C.W. van Delft (Ravon, Red.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht.