Gemeente Oosterhout - Programmarekening 2022
Tekst van het document
Overige lasten (incl. financieringskosten) De aan de projecten toegerekende financieringskosten zijn 0,53%. Dit is lager dan in 2021 (0,7%). De huidige rentetoevoegingen zijn berekend over de boekwaarde per 1 januari 2022 van de onderscheiden complexen. De totale rente over deze boekwaarden bedroeg in 2022 circa € 50.000.
In het bijlagenboek is per project een financiële toelichting over het boekjaar 2022 opgenomen.
De administratie- en beheerskosten zijn, voor zover mogelijk, direct aan de betreffende complexen toegerekend. De indirecte kosten zijn volgens een verdeelsleutel toegerekend.
Hier wordt voornamelijk ingegaan op het feitelijk verloop van deze reserves en voorzieningen met betrekking tot de grondexploitaties.
In totaal zijn de overige lasten circa € 315.000. Dit is circa € 200.000 hoger dan in 2021. Deze kosten zijn over alle complexen verdeeld, waarbij het project met de meeste verkopen, De Contreie (€ 151.000) het grootste deel toegerekend kreeg. De verdeling over de andere projecten is Santrijn (€ 74.000), Slotjes Midden (€ 51.000), Zwaaikom (€ 32.000) en Everdenberg Oost (€ 6.000). Dit is gebaseerd op een verdeelsom per complex waarbij de aan- en verkopen van de afgelopen 3 boekjaren de verdeling grotendeels bepalen. De beheerskosten voor panden en terreinen (totaal € 56.00) zijn gemaakt voor de onbebouwde grond van het project Everdenberg Oost, specifiek de hiervoor in rekening gebrachte onroerendezaakbelasting. Hier staan inkomsten van pacht tegenover van totaal € 3.000. Uitgiften De totale grondverkopen hebben in 2022 circa € 937.000 opgeleverd. Deze zijn als volgt te splitsen: • verkoop grond aan projectontwikkelaars in de Contreie € 440.000; • Verkoop grond (beperkte correctie) in Zwaaikom € 4.000; • Verkoop kavels binnen project de Contreie € 493.000. Doordat ten laste van deze post ook kosten geboekt worden voor de verkoop van € 30.000, is deze post hiermee verminderd. Overige inkomsten De totale overige inkomsten bedragen circa € 1.200.000.
Dit betreft een exploitatiebijdrage binnen het project Slotjes Midden van € 266.000, en ontvangen bijdragen voor het groenfonds ten gevolge van de verkoop van grond binnen het project de Contreie (bijna € 10.000). Tenslotte zit in deze post de verrekening met de vrije reserve voor het project Slotjes Midden (€ 500.000) en de verrekening met de voorziening voor het project Zwaaikom (€ 425.000).
Reserves en voorzieningen Voor een algemene toelichting op de reserves en voorzieningen wordt verwezen naar het financieel beleid van deze paragraaf grondbeleid, waarin de beleidsaspecten zijn opgenomen.
Reserve infrastructurele werken In 2022 zijn er vanuit diverse stedelijke ontwikkelingen geen stortingen in deze reserve gedaan, wel vanuit ontvangsten in het kader van kostenverhaal en eerdere besluitvorming in : Bedragen x € 1.000 Omschrijving
Stand 31 december 2021 Stortingen 2022: Ontvangsten via anterieure overeenkomsten Ontvangsten betreft overboeking voor mobiliteitsplan (PPN 2022) Ontvangsten betreft overboeking voor snelfietsroute (PPN 2022) Saldo na stortingen Onttrekkingen 2022: Dekking deel kosten opstellen mobiliteitsplan Dekking deel kosten aanpassing Koningsdijk Dekking oostelijke verbindingsweg Dorst Saldo per 31 december Onttrekkingen toekomst: Aanpassing infra particuliere ontwikkelingen (Statendam) Ontsluiting N282 Dorst West Reconstructie en aansluiting Kruising N629 restant Oostelijke ontsluitingsweg Dorst Ter dekking voor uitvoeringsagenda van de mobiliteitsvisie (inclusief snelfietsroutes) Saldo na claims
Programmarekening 2022 83
2022
4.621 47 3.000 250 7.918 -105 -435 -8 7.370 -155 -620 -474 -192 -5.929 -
Algemene bedrijfsreserve (ABR) Ter uitvoering van het beleid zoals hiervoor beschreven is de stand op 31 december 2022 € 9,9 miljoen. Bedragen x € 1.000 Omschrijving
2022
Stand 31 december 2021 Teruggave voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2019 en 2020 Dekking gevoteerd krediet locatie Oosteind Winstcorrectie De Contreie Onttrekking ten behoeve vorming voorziening Zwaaikom en Slotjes-Midden Stand 31 december 2022
10.155 759 -100 -100 -770 9.944
Groenfonds Ook het groenfonds wordt deels gevoed door de ontvangsten van verkopen van grond binnen diverse projecten. Bedragen x € 1.000 Omschrijving
Stand 31 december 2021 Storting vanuit grondexploitaties in 2022 Storting vanuit verkopen en anterieure overeenkomsten 2022 Raadbesluit over besteding: Bijdrage groenstructuur N629 Stand 31 december 2022
2022
708 19 145 -300 572
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit het verschil tussen de aanwezige weerstandscapaciteit (reserves & voorzieningen) en de vereiste weerstandscapaciteit (dekking verliezen & risico's). Op 31 december 2022 bedroeg de hoogte van de aanwezige weerstandscapaciteit: Bedragen x € 1.000 Omschrijving
Algemene bedrijfsreserve Voorziening voor project Zwaaikom (deels ingezet ter correctie van de boekwaarde) Voorziening voor project Slotjes Midden Weerstandsvermogen7
2022
9.944 2.250 550 12.744
De vereiste weerstandscapaciteit kan snel worden bepaald aan de hand van de IFLO-norm (IFLO: Inspectie Financiën Lagere Overheden).De IFLO-norm relateert de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit aan de boekwaarden van de complexen in exploitatie en de nog te maken kosten. De norm bestaat dus uit twee elementen:
• •
10% van de boekwaarden van de exploitaties; 10% van de nog te maken kosten in deze exploitaties.
De IFLO-norm is een eenvoudige en snelle manier om het risico te berekenen maar geeft dan ook slechts een indicatieve en minimale schatting. Ten eerste levert de methode geen maatwerk ten opzichte van de risico's die worden gelopen. Ten tweede houdt de IFLO-norm onvoldoende rekening met jaarlijkse fluctuaties in de twee gebruikte grootheden, de uitkomst is dus slechts een momentopname. Ten derde worden de risico's van aankomende exploitaties nog niet meegenomen. Toepassing van deze norm betekent voor onze gemeente per 31 december 2022: • 10% van de boekwaarde ad. € 9,7 miljoen is € 0,9 miljoen. • 10% van de nog te maken kosten in deze exploitaties circa € 1,2 miljoen. Derhalve bedraagt het benodigde weerstandsvermogen voor de grondexploitaties totaal circa € 2,1 miljoen. Bedragen x € 1.000 Omschrijving
2022
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Netto weerstandsvermogen Weerstandsratio
12.744 2.130 10.614 6,0
Bij een weerstandsvermogen hoger dan 1, dus bij meer aanwezig weerstandscapaciteit dan vereist, is sprake van een gezonde financiële situatie. Risico’s binnen grondexploitaties Binnen de grondexploitaties zijn Slotjes Midden, Everdenberg-Oost en Zwaaikom momenteel de grote projecten binnen onze gemeente. Het project de Contreie is voor het merendeel afgerond en binnen het project Santrijn is nadat het Santrijnpark is ingericht alleen nog het Waterlooplein, waar een herinrichting wenselijk is. De risico’s zijn beperkt van omvang met name omdat er momenteel nauwelijks tot geen boekwaarden zijn voor 4 van de 5 projecten. Voor deze projecten is het risico met name de indexatie van de kosten voor bouw- en woonrijp maken. Dat is ook de belangrijkste reden dat er nu een voorziening voor het project Slotjes Midden is gevormd. Ook de voorziening Zwaaikom is om die reden opgehoogd. De risico’s voor afzet gelden voor het project Everdenberg Oost. Hier hebben circa 65 bedrijven belangstelling getoond om zich te vestigen in Everdenberg Oost. Dit varieert van kleine bedrijven tot grote bedrijven. Maar deze belangstelling kan wijzigen door gewijzigde economische omstandigheden, die op dit moment zeer divers zijn en op termijn veel invloed op de
7 Dit is exclusief de bestaande claims op de reserve infrastructurele werken en derhalve hetgeen
per 2023 vrij beschikbaar is.
Programmarekening 2022 84
bedrijvigheid kunnen hebben. De uitvoering van dit project heeft vertraging opgelopen. Voor een toelichting op de risico’s per project wordt verwezen naar de paragraaf 6.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Overzicht nog te verwachten kosten en opbrengsten per complex Complex
Santrijn Inrichting Santrijnpark af te ronden, herinrichting Waterlooplein als taakstellend budget opgenomen. Slotjes Midden Bij jaarrekening 2022 een voorziening gevormd voor verwacht verlies, ook zijn er gelden vanuit vrije reserve ingezet om deel kosten in openbaar gebied te dekken. Zwaaikom De gevormde voorziening is opgehoogd bij jaarrekening 2022. De Contreie Betreft nu nog kosten van woonrijp maken, alsmede de uitgifte van de laatste percelen Everdenberg Oost De winstneming zal via een opgerichte BV ten gunste van gemeente komen.
Actualisa- Prognose Prognose Verwacht tie lasten baten resultaat
7.8.5
Kengetal grondexploitatie
In de begroting en het jaarverslag dienen een aantal kengetallen opgenomen te worden. Deze kengetallen maken het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van hun gemeente. Eén van deze kengetallen heeft betrekking op de grondexploitatie. De berekening hiervan is onderstaand opgenomen. Bedragen x € 1.000 Rekening Rekening Rekening 2020 2021 2022
mrt ‘23
586
6
-
mrt ‘23
2.066
1.532
554
mrt ‘23
3.465
1.214
-2.251
mrt ‘23
2.740
1.486
-2
mrt ‘23
2.719
14.049
-
A Niet in exploitatie genomen bouwgronden B Bouwgronden in exploitatie C Totale baten (excl. mutaties reserves) Grondexploitatie (A+B)/C x 100%
Verwachte exploitatieresultaten per project Uit bovenstaande tabel blijkt ook de te verwachte exploitatieresultaten per complex op basis van de huidige inzichten, verkoopprognoses van gronden en verwachte kostenramingen. Hierin zitten natuurlijk aanzienlijke risico’s in, zoals risico’s wanneer de resultaten later in de toekomst worden gerealiseerd. Daarnaast dient te worden gerealiseerd dat per 1-1-2016 de vennootschapsbelasting voor gemeenten van toepassing is met name voor de grondexploitaties, hetgeen betekent dat over de fiscale winsten (die door de regelgeving kunnen afwijken van bovenstaand resultaat) een belasting van 25% moet worden afgedragen. Dit heeft gevolgen voor het financiële eindresultaat op de projecten. Bovenstaande resultaten dienen dan ook te worden gelezen als resultaat voor belastingen.
Programmarekening 2022 85
0 0 0 12.925 9.465 9.514 172.061 176.010 185.523 7,5% 5,4% 5,1%
7.9 WET OPEN OVERHEID Een goede informatievoorziening met een ordentelijke informatiehuishouding is noodzakelijk en als gemeente hebben we de wettelijk taak tot actieve openbaarmaking hiervan. Belanghebbenden dienen toegang te hebben tot de voor hen noodzakelijke informatie. Een open overheid voorziet hierin door tijdens en na afloop van het maken van beleid en wetgeving transparant te zijn in de gemaakte keuzes. In de Wet open overheid (Woo) is bepaald dat een bestuursorgaan in de jaarlijkse begroting en verantwoording aandacht besteed aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. Organisatie Momenteel werkt de organisatie samen met de andere gemeenten in Equalit verband samen aan een Projectstart Architectuur (PSA) waarin naast de Woo ook de WEP (Wet elektronische publicaties) en WMEBV (Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer) worden meegenomen om samen te voldoen aan de Wet Open Overheid. Voor de Woo wordt per informatiecategorie bepaald welke documenten actief openbaar gemaakt moeten worden. Documenten worden momenteel actief gepubliceerd via DROP, de gemeentewebsite en de website officielebekendmakingen.nl om te voldoen aan de WEP. Voor de Woo wordt dit het komende jaar uitgebreid.
Verbetering informatiehuishouding Op basis van de eisen die worden gesteld in de Woo is een kwaliteitsanalyse gemaakt van door de gemeente gebruikte applicaties en hoe documenten hiermee worden geïdentificeerd, ontsloten en gepubliceerd. De conclusies inzake de drie grootste applicaties van toepassing voor de Woo. 1. Er vindt vanuit het zaaksysteem nog geen publicatie plaats, dit gebeurt enkel handmatig via de webmaster. Met de komst van het nieuwe zaaksysteem wordt gekeken of dit op den duur wel mogelijk is. 2. Bij publicatie vanuit iBabs wordt geen gestandaardiseerd format gebruikt. Documenten blijven in PDF. Alle taken zijn handmatig, zoals agenderen en publiceren. Aanpassingen gaan via het Zaaksysteem en de mail en worden daarna handmatig weer in Ibabs geplaatst. In 2023 willen we deze procedure onder de loep nemen om te kijken of proces geoptimaliseerd kan worden. 3. Publicatie is momenteel automatisch vanuit het Centric voor Leefomgeving (CLO) met een directe koppeling naar Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties (DROP). De documenten uit CLO worden opgeslagen in het zaaksysteem voor duurzame opslag. Voor de Woo wordt dit jaar gekeken welke documenten we actief moeten openbaar maken.
Passieve openbaarmaking Dit betreft het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een verzoek uit de samenleving, zoals de Wob-verzoeken. Iedereen moet de mogelijkheid hebben om een Wob-verzoek in te dienen en dit verzoek moet worden ingewilligd, behalve als er een uitzondering geldt. In de huidige procedure heeft de organisatie 4 weken de tijd om te reageren, met eventueel 4 weken opschorttermijn indien het verzoek te groot of te gecompliceerd blijkt te zijn. Op 1 mei 2022 is dit verzoek veranderd in een Woo-verzoek waarin het uitgangspunt hetzelfde blijft. De opschorttermijn is wel met 2 weken verkort. Er is een termijn toegevoegd wanneer de organisatie te maken krijgt met een te algemeen verzoek. In dit geval moet de organisatie overleggen met de verzoeker om nader te specificeren en wel binnen de eerste twee weken na ontvangst. Tevens dient rekening te worden met het vooraf informeren van belanghebbenden en dienen zij de gelegenheid te krijgen om bedenkingen te uiten (waarop het bestuur moet anticiperen). De organisatie biedt sinds dit jaar de mogelijkheid om het Woo-verzoek digitaal in te dienen via een Edienst. Actieve openbaarmaking Naast de passieve openbaarmaking is de organisatie na invoering van de Woo verplicht om voor elf verschillende informatiecategorieën informatie actief openbaar te maken.
Dit houdt in dat de organisatie een inspanningsverplichting heeft om bepaalde documenten, binnen een voorgeschreven termijn, uit eigen beweging openbaar te maken. Hierbij heeft de organisatie een termijn aan te houden van 2 weken vanaf de datum waarop het document wordt vastgesteld of ontvangen. Overigens kan de organisatie er voor kiezen meer informatie openbaar te maken dan is verplicht.
Programmarekening 2022 86
7.10 KLACHTAFHANDELING Klachten maken veelal zichtbaar dat er (terecht of onterecht) gevoelens van onvrede zijn over bepaalde gedragingen van de medewerkers van de gemeente. Soms is sprake van de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen, soms zijn er misverstanden en onduidelijkheden die op eenvoudige wijze kunnen worden opgehelderd. Door deze signalen kan de gemeente Oosterhout zich in de toekomst op verschillende gebieden verder verbeteren en ontwikkelingen. Dit jaarverslag wordt opgesteld door de klachtencoördinator, beleidsadviseur en de Commissie Ombudsman. Door het gezamenlijk opstellen van het jaarverslag door de gemeentelijke organisatie en de Commissie Ombudsman, wordt inzicht gegeven in de totale klachtenafdoening van het afgelopen jaar. Klachtbehandeling De klachtencoördinator draagt zorg voor de coördinatie van de gemeentelijke klachtenprocedure. De verordening beschrijft wie in de eerste lijnvoorziening de klacht inhoudelijk behandeld. De Commissie Ombudsman vormt de tweede lijnvoorziening voor klachtrecht. Gedurende het verslagjaar 2022 was de Commissie Ombudsman als volgt samengesteld: •
mevrouw D.G. Smiers, voorzitter;
•
de heer M.A.A.M. Simons, lid;
• de heer M. Poppelaars, lid. Soms gaan ingediende klachten over organisaties waarmee de gemeente een relatie heeft, maar waarvoor geen verantwoordelijkheid wordt gedragen. Dergelijke klachten worden dan doorgestuurd en de indiener van de klacht wordt daarover geïnformeerd. 7.10.1 Resultaten 2022 In dit hoofdstuk worden de resultaten van de klachtenafdoening over 2022 weergegeven. Hierbij wordt telkens de vergelijking getrokken met eerdere jaren. Hierdoor ontstaat inzicht in de ontwikkeling van het aantal klachten en de afhandeling hiervan. Overzicht Klachten In 2022 zijn in totaal 103 klachten binnengekomen. Hiervan is 1 klacht afgebroken, 4 klachten zijn ingetrokken en 14 buiten behandeling gesteld. Van de overige 84 klachten is het merendeel, 74 klachten, informeel afgehandeld. Voor 10 klachten is een volledige procedure doorlopen. Hiervan zijn 7
klachten gegrond en 4 ongegrond verklaard. Er zijn 3 klachten door de commissie Ombudsman behandeld. Omschrijving
Totaal aantal klachten Informele afhandeling Volledige procedure Gegrond Ongegrond Niet-ontvankelijk Commissie Ombudsman Openstaand
2018
2019
41 39 2 2 -
2020
51 44 7 1 6 -
61 59 2 1 1 -
2021
76 64 11 7 4 1 1
2022
84 74 108 6 3 3 -
De belangrijkste oorzaken voor het indienen van een klacht over de gemeentelijke organisatie zijn: •
de klant voelt zich onheus bejegend;
•
de klant wacht te lang op afhandeling/antwoord, zonder dat hij er een verklaring voor krijgt;
•
de klant heeft het idee dat gemaakte afspraken niet zijn nagekomen.
7.10.2 Jaarverslag Commissie Ombudsman Oosterhout Hieronder volgt het onafhankelijke verslag van de Commissie Ombudsman aan de gemeenteraad inzake de bevindingen ten aanzien van het klachtrecht over 2022. Inleiding Na 2 jaren van zorg om de ontwikkeling van de pandemie en van daaruit de zorg om en voor elkaar, is 2022 met een nieuwe werkelijkheid begonnen: een oorlog in de Oekraïne ingezet door Rusland. Deze oorlog bracht andere zorgen met zich mee. In eerste instantie om de mensen die het betreft in het land van herkomst en om degene die huis en haard hebben (moeten) verlaten en vluchtten. Maar vervolgens ook om onze eigen omstandigheden als gevolg van de verhoogde energieprijzen en de urgentie om minder afhankelijk te worden van gas. We hebben allemaal kunnen voelen wat de situatie met ons doet, niet alleen financieel, maar ook mentaal en emotioneel. De behoefte aan en de noodzaak van een overheid die haar burgers beschermt lijkt dan ook op dit moment sterker gevoeld dan in de decennia hiervoor; maar de dagdagelijkse werkelijkheid is dat het vertrouwen in diezelfde overheid ondergraven is.
8 Tijdens behandeling door de Commissie Ombudsman is een klacht ingetrok-
ken. Programmarekening 2022 87
Zoals eerder aangehaald in de inleiding bij onze jaarverslagen zijn er inmiddels legio voorbeelden waarbij er een ernstige vertrouwensbreuk ontstaan is tussen ‘de overheid’ en haar burgers. De uitvoering door ambtenaren van het door de politiek gewenste beleid heeft geleid tot misstanden, zoals in de kindertoeslagaffaire, en vervolgens tot ernstige vertraging in de uitvoering als er na een ‘mea culpa’ een schadeloosstelling werd beloofd, zoals bij de gaswinningschade in Groningen. Dit is niet in de laatste plaats het gevolg van een te veel aan taken die de overheid moet en wil uitvoeren. Aangestuurd door het politieke debat lijkt (te) weinig gekeken naar uitvoerbaarheid en uitvoering. Hoewel beterschap werd beloofd, zijn de resultaten er nog steeds niet naar. De laatste jaren kosten lopende zaken waaronder steeds meer crises die tussentijds beslecht dienen te worden, veel van de beschikbare capaciteit van ambtenaren. De druk loopt daardoor op. De kans op fouten of vertraging in de uitvoering neemt toe. En als het dan fout gaat, wordt gekeken wie hier ‘schuldig’ aan is. Dit maakt ambtenaren kopschuw; het gevoel van onveiligheid neemt toe. Het creatieve denken dat juist in deze tijd zo hard nodig is, komt daarmee (nagenoeg) tot stilstand; wet- en regelgeving wordt vervolgens aangehaald om zich achter te verschuilen.
De Commissie Ombudsman acht de rechtmatigheid van het handelen van bestuurders en ambtenaren de basis van waaruit een betrouwbare overheid werkt: wetten en beleidsregels dienen als grondslag voor het nemen van beslissingen. Daarnaast dient het handelen van bestuurders en ambtenaren doelmatig te zijn: de burger mag verwachten dat de tijd en het geld dat ingezet wordt, zo veel mogelijk resultaat genereert. Maar het handelen van bestuurders en burgers dient tevens ethisch verantwoord te zijn, dus met inachtneming van de normen en waarden waar onze democratische rechtsorde voor staat. Dit betekent dat, hoewel de wetgeving zorgvuldig dient te worden toegepast door de ambtenaar, er tevens voldoende en in ruime mate aandacht is en mag zijn voor de behoeftes van de burger. Dat is mogelijk als er goed geluisterd wordt door de professional, het oordeel uitgesteld mag worden en dat de macht ‘over’ wordt omgezet in macht ‘om en met’ de ander iets te bewerkstelligen. Dit kan mogelijkheden en kansen geven, potentie bieden in plaats van het strikt toepassen van regels en begrenzen. De behoorlijkheidsnormen uit het ombudswerk zijn er dan ook niet alleen voor het toetsen van beklaagd gedrag achteraf, maar kunnen in dit kader ook zeker vooraf gebruikt worden door bestuurders en ambtenaren ten behoeve van hun eigen toets in het contact met de burger en bij het nemen van beslissingen.
Hiermee wordt invulling gegeven aan ethische kant van het overheidshandelen. En als het dan misgaat en de burger vraagt hiervoor aandacht bij de overheid, is het maken van gepaste excuses belangrijk. Onderzoek wijst uit dat
het aanbieden van excuses veel kan betekenen voor het herstel van het contact tussen overheid en burger. Een tijdig en gepast excuus kan voorkomen dat een kwestie juridisch op de spits wordt gedreven en escaleert. Het haalt veelal de druk van de ketel; het gebaar wordt gewaardeerd. Het maken van excuses indien gepast, leidt ook niet onvermijdelijk tot aansprakelijkheid. Het níet erkennen van een duidelijke misser door de overheid leidt vaker tot claimgedrag, dan wanneer er wel erkenning is. Het maken van excuses is behoorlijk en kan helpen om het vertrouwen tussen de overheid en de burger te (doen) herstellen. Het herstellen van het vertrouwen blijft een belangrijke opgave de komende jaren. Dit kan dus in ieder geval doordat de overheid haar werk naar behoren doet, eerlijk en begripvol is; de menskant soms voor laat gaan op het toepassen van de wettelijke regel. Dat is mensenwerk en vraagt van de overheid dat zij niet alleen rechtmatig en doelmatig, maar ook ethisch handelt en zo nodig excuses maakt. Ook in het afgelopen jaar zijn er vele mooie voorbeelden geweest binnen het ombudswerk, waarbij de interventie vruchtbaar bleek en het vertrouwen van een burger in de overheid weer is verbeterd of zelfs hersteld. We hopen dat dit jaar verder gewerkt kan worden aan het herstellen van het vertrouwen van de burger in de overheid.
Dat kan de Commissie Ombudsman niet alleen, maar enkel samen met die overheid. De Commissie Ombudsman Het klachtrecht voorziet burgers in de mogelijkheid om beklag te doen over de bejegening door een bestuurder of een ambtenaar. De wettelijke basis van dit klachtrecht is vastgelegd in hoofdstuk 9 van de Algemene Wet Bestuursrecht ‘Klachtbehandeling’. In de verordening kan de gemeente nadere regels vastleggen. Artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht verwoordt het in lid 1 en 2 aldus: Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen, een klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan. Een gedraging van een persoon, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, wordt aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan. De burger dient de bejegeningsklacht eerst te melden bij de gemeente zelf. Op deze wijze kan de gemeente voorzien in een adequate en passende oplossing daar waar een burger de houding en/of het gedrag van een bestuurder of ambtenaar bespreekbaar wil maken. Op het moment dat de burger niet tevreden is met de uitkomst van deze zogenoemde ‘eerste lijn klachtbehandeling’ bestaat de mogelijkheid om beroep in te stellen bij een onafhankelijke instantie, de ombudsman geheten.
Programmarekening 2022 88
Conform artikel 9:17 van de Algemene Wet Bestuursrecht is deze ombudsman de Nationale Ombudsman, dan wel een lokale ombudsman of ombudscommissie die krachtens de wet daartoe is ingesteld. Nadat de ombudsman de klacht heeft onderzocht, bestaat er geen mogelijkheid meer tot hoger beroep. Taak van de Commissie Ombudsman Het is de taak van de Commissie Ombudsman om een aan haar voorgelegde klacht over het gedrag van ambtenaren of bestuurders te onderzoeken en hierover een oordeel te geven aan verzoeker en de beklaagde overheid. De commissie onderzoekt of de ambtenaar of de bestuurder zich in de voorgelegde kwestie naar behoren heeft gedragen. Met het onderzoek probeert de commissie een goede verstandhouding tussen de burger en de overheid te bewerkstelligen of zo nodig te herstellen. Het eindoordeel kan in een rapportage opgenomen worden waarin de gegrondheid van een klacht wordt beoordeeld en aanbevelingen kunnen worden gegeven als daar aanleiding voor is. Naast herstel van de verstandhouding wil de commissie met uitgesproken oordelen en aanbevelingen een bijdrage leveren aan een verbetering van de dienstverlening. De commissie heeft gemerkt dat deze doelstelling vaak ook het achterliggende doel is van een burger die zich beklaagt. Immers, daar waar gewerkt wordt, kunnen ‘fouten’ worden gemaakt. Veelal heeft de burger daar ook begrip voor.
Maar een klacht zonder aandacht voor verbetering is een gemiste kans. Hulpvraag Een klacht is dan ook niet alleen een kritisch signaal, maar veel eerder een hulpvraag van de burger en vooral ook een uitnodiging aan de organisatie om de blik van ‘buiten naar binnen’ te richten: hoe komt de organisatie over als dienstverlener? En: kan dat misschien verbeterd of geoptimaliseerd worden? De Commissie Ombudsman ziet dat de interventies in de klachtbehandeling, die gericht zijn op bemiddeling inmiddels een nadrukkelijkere rol hebben gekregen en zeer goed inzetbaar zijn om de hiervoor beschreven doelstellingen van het klachtrecht te behalen. Immers, een verzoeker is niet zo zeer gediend met het eindoordeel beschreven in een rapportage, maar is veeleer op zoek naar het vinden van gehoor voor zijn of haar beklag. Het herstel van de betrekking tussen verzoeker en de overheid kan veelal juist daardoor plaatsvinden: begrijpt de gemeente mij daadwerkelijk, ‘verstaat’ ze mij in mijn hulpvraag, of hoort ze me alleen? Ook de onderliggende wens van de burger dat de organisatie met het beklag ‘zijn voordeel doet’, de dienstverlening verbetert en ervan leert, kan via een interventie op een veel meer organische wijze plaatsvinden dan (enkel) afgedwongen via een oordeel over de bejegening en eventueel één of meerdere aanbevelingen in een rapportage.
Ruim klachtbegrip en wettelijke kader Voor de Commissie is elke uiting van ongenoegen een klacht. Hiermee gaat de Commissie uit van een ruim klachtbegrip, waarbij de beleving van de burger voorop staat. Dit is ook het uitgangspunt van de wetgever, zoals omschreven in de Memorie van Toelichting bij artikel 9:1 Algemene Wet Bestuursrecht. Dit uitgangspunt voorkomt dat de burger wordt belast met onnodig formele vragen. De burger wil namelijk met zijn klacht een signaal afgeven. Dit signaal in een hokje stoppen van ‘klacht’, ‘melding’ of ‘verzoek om informatie’ kan er toe leiden dat de organisatie er van weerhouden wordt aandacht te geven aan de essentie van het afgegeven signaal en bijgevolg een lerende organisatie te zijn. Aan de andere kant heeft ook de Commissie te maken met het wettelijk kader van hoofdstuk 9 van de Algemene Wet Bestuursrecht waarin de bevoegdheden van de ombudsfunctie omschreven zijn. In sommige gevallen past het niet om een klacht in beroep te onderzoeken. Bijvoorbeeld in het geval andere procedures open staan zoals bezwaar of beroep. Het klachtrecht mag niet gebruikt worden om andere (rechterlijke) procedures te omzeilen of te beïnvloeden. Ook klachten over algemeen regeringsbeleid of algemeen verbindende voorschriften mogen niet in behandeling genomen worden.
De Commissie beoordeelt het handelen op basis van de Behoorlijkheidswijzer van de Nationale Ombudsman. Hierin zijn 4 kernwaarden opgenomen: (1) ‘open en duidelijk’, (2) ‘respectvol’, (3) ‘betrokken en oplossingsgericht’ en (4) ‘eerlijk en betrouwbaar’. Deze kernwaarden zijn vervolgens uitgeschreven in 22 behoorlijkheidsnormen. Hieraan toetst de Commissie Ombudsman de bij haar aangedragen verzoeken als er daadwerkelijk een onderzoek wordt gestart. Hoeveelheid klachten niet bepalend Als er weinig klachten leiden tot een verzoek aan de Commissie om in beroep een onderzoek te doen, wil dat overigens niet automatisch zeggen dat de organisatie het daarom goed doet. Dit kán samenhangen met een goede, informele en adequate behandeling van problemen en klachten door de organisatie zelf. Maar ook de afhankelijke positie van de burger ten opzichte van de gemeente kan debet zijn de terughoudendheid om te klagen. Anderzijds betekent een toename van het aantal verzoeken in beroep niet automatisch dat een organisatie ‘het niet goed doet’. Dit kán samenhangen met een gebrek aan vertrouwen van burgers in de gemeente en ook met toegenomen mondigheid. Op basis van een kritische blik op het overheidshandelen kan de overheid zelf tijdig haar dienstverlening of procedures optimaliseren; dit moet de overheid initiëren en ook omarmen. Deze zogenoemde georganiseerde
Programmarekening 2022 89
‘tegenmacht’ kan een belangrijk tegenwicht bieden, tegen een al te voortvarende overheid die – soms tegen beter weten in – de regels handhaaft.
mocht hij echter niets meer vernemen. Zijn pogingen om daarna via de wethouder een terugkoppeling te krijgen werden niet beantwoord.
De ongelijke positie van burgers ten opzichte van die overheid, op allerlei gebied, moet steeds gewaardeerd worden en van de juiste middelen worden voorzien om de zogenoemde ‘gelijkwaardigheid’ te organiseren. Een burger kan dat niet altijd en alleen zelf. Daarvoor zijn procedures vereist zoals het klachtrecht dat bijvoorbeeld biedt. Daar gaat het ombudswerk over en daar zet de Commissie Ombudsman zich graag voor in.
Er wordt een gesprek gearrangeerd op 4 mei 2022 waarbij verzoeker zijn ongenoegen uitspreekt richting de wethouder en de betrokken ambtenaar over het gebrek aan communicatie ten aanzien van het geluidsonderzoek. De wethouder is het met verzoeker eens dat het veel te lang heeft geduurd voordat het geluidsonderzoek is opgestart. Hij heeft hier eerder telefonisch al excuses voor aangeboden bij verzoeker en doet dat tijdens het gesprek wederom. De wethouder merkt op dat ten tijde van het gesprek het geluidsonderzoek helaas nog niet blijkt afgerond. Vanuit de gemeente wordt aangegeven dat zij afhankelijk is van de agenda en beschikbaarheid van de Omgevingsdienst. Dit zorgt (ook) voor ongenoegen bij de gemeente. De gemeente is het met de Commissie eens dat zij verzoeker actief op de hoogte had moeten houden van de stand van zaken ten aanzien van het geluidsonderzoek.
Klachtrecht binnen de gemeente In deze alinea volgt een weergave van het aantal ontvangen klachten, als ook van de inhoudelijke afhandeling ervan. In 2022 zijn 10 verzoeken bij de Commissie Ombudsman binnengekomen. 2 Verzoekers konden na informatie-inwinning doorverwezen worden naar het juiste proces. Ten aanzien van 2 verzoeken, heeft de Commissie de klacht door middel van een interventie afgedaan. 3 Klachten lopen thans nog; hierover wordt een terugkoppeling gegeven in het jaarverslag van 2023. Ten aanzien van 3 klachten is een rapport opgemaakt, waarover hierna een korte weergave volgt. Compliment wordt klacht Verzoekers beklagen zich dat de gemeente de taak van het mantelzorgcompliment overgedragen heeft aan Stichting Surplus, waarna het jaarlijkse bedrag ad € 200 omgezet is naar twee cadeaubonnen á raison van € 25 zonder de mantelzorger of verzoeker hierover te informeren. Tevens moeten de bonnen verplicht besteed worden bij plaatselijke winkeliers, aangewezen door de gemeente. Verzoekers achten dit juridisch onrechtmatig. Verzoekers zijn ook niet geïnformeerd over het besluit van de gemeente om de waardering anders vorm te geven. Daarbij willen verzoekers opkomen voor anderen die dat minder goed kunnen omdat zij niet deskundig zijn of minder mondig. De Commissie Ombudsman heeft zowel de klacht over de omzetting als de klacht over de communicatie als ongegrond beoordeeld.
De gemeente had veel in het werk gesteld om verzoekers te informeren over het door de gemeenteraad genomen besluit. Verzoeker was het ook niet eens met de beoordeling van de Commissie Ombudsman helaas. Klachtwaardig kerkklokgeluid Verzoeker beklaagt zich dat hij meermaals bij meerdere ambtenaren navraag heeft gedaan over het uit te voeren geluidsonderzoek om te achterhalen of er geluidsnormen worden overschreven bij het luiden van de kerkklokken van de Sint Jan op de Markt. Het enige wat verzoeker van de betrokken ambtenaren te horen krijgt, is dat de opdracht voor het geluidsonderzoek zou zijn uitgezet en hij geïnformeerd zal worden over de voortgang. Vervolgens
Vooruitlopend op de uitkomst van het geluidsonderzoek zegt de wethouder toe dat hij er persoonlijk voor zal zorgen dat het luiden van de klokken van de Sint Jan na 23:00 uur wordt gestopt, wanneer uit het onderzoek naar voren komt dat er sprake is van overschrijding van de geluidsnormen. Verzoeker op zijn beurt geeft aan dat hij naar aanleiding van dit open gesprek zijn klacht intrekt. De Commissie maakte ter completering van het onderzoek wel een eindverslag op. Naderhand blijkt overigens dat er geen geluidnormen van toepassing zijn, maar dat de piekgeluiden in de nacht wel hoger zijn dan zou zijn toegestaan als de geluidnormen van het activiteitenbesluit zouden gelden. Hierover zou de wethouder een afspraak maken met de pastoor. Bevoegdheid boa’s onder de loep De klachten van verzoeker richten zich op de onbevoegdheid van boa’s tot het beboeten van negatie van c-borden als gevolg van ondeugdelijke verkeersbesluiten, als ook op de totale klachtafhandeling door de gemeente en het proces van (verplicht) advies vragen bij de (direct) toezichthouder. De Commissie bleek in onderhavige klacht niet bevoegd om alle onderdelen te onderzoeken en heeft verzoeker voor zover relevant doorverwezen. De overige onderdelen zijn nader onderzocht.
De Commissie Ombudsman achtte de klacht over de klachtafhandelingsprocedure van de gemeente gegrond en wel in strijd met de norm ‘fair play’ en ‘professionaliteit’. Immers een burger mag van de overheid de deskundigheid verwachten die voor het vervullen van de taak benodigd is, waaronder het volgen van de juiste procedures conform de regels die zij daartoe zelf heeft vormgegeven en waardoor deze burger de mogelijkheid verkrijgt om zijn procedurele kansen te benutten, zoals het horen van verzoeker. Nu daarin niet was voorzien was dit klachtonderdeel gegrond.
Programmarekening 2022 90
De Commissie Ombudsman achtte de klacht over het inwinnen van het advies van de (direct) toezichthouder gegrond voor zover het betreft dat er eerst in november 2022 is voorzien in een eindadvies en overigens na herhaald verzoek daartoe van verzoeker zelf. Hoewel de gemeente een advies niet kan afdwingen, was het juister geweest als de gemeente na 5 januari 2022 de direct toezichthouder actief had blijven bevragen op een eindadvies wat zij verzoeker vervolgens had kunnen verstrekken. Nu heeft verzoeker nodeloos lang aandacht gevraagd voor dit onderdeel van zijn klachtafhandeling. De Commissie doet de gemeente de aanbeveling om het proces van artikel 42 BBO goed in het oog te (blijven) houden opdat deze recht doet aan het doel dat daarmee is gediend. Indien de gemeente onvoldoende opvolging in het proces bij of door de (direct) toezichthouder ervaart, kan de gemeente overwegen om een en ander bespreekbaar te (doen) maken in het overleg van de lokale driehoek. Organisaties waarvoor de Commissie Ombudsman klachten behandelt De Commissie Ombudsman heeft in 2022 naast de gemeente Oosterhout ook werkzaamheden verricht ten aanzien van het klachtrecht voor de gemeenten Breda, Dongen, Etten-Leur, Moerdijk, Rucphen en Roosendaal en voor het Werkplein Hart van West-Brabant, CJG Breda, de Belastingsamenwerking West-Brabant en de Regionale Samenwerking West-Brabant.
Vanaf 2023 is daar het CJG Drimmelen – Geertruidenberg bij gekomen. Dit maakt het werk voor de commissieleden zeer boeiend. De ervaring met klachten en bemiddeling bij de diverse organisaties – groot én klein, in de stad of een dorpsgemeenschap – geeft de mogelijkheid om de opgedane expertise nog meer uit te nutten en in te zetten voor de burgers van alle organisaties waarvoor de commissie de klachtbehandeling in beroep vormgeeft.
7.11 INTERBESTUURLIJK TOEZICHT In de Wet Revitalisering generiek Toezicht is opgenomen dat het in eerste instantie niet aan de toezichthouder, maar aan vertegenwoordigende organen als de gemeenteraad is om in het kader van de horizontale verantwoording toezicht te houden op de uitvoering van taken (vooral medebewindstaken) door de colleges. Het toezicht dat het Rijk en de provincies op de gemeenten houden kan dan soberder worden ingericht en meer op afstand en op risico’s gericht plaatsvinden. In 2016 heeft de gemeenteraad tijdens een informatieavond gesproken over de rolopvatting van de gemeenteraad bij Interbestuurlijk toezicht. Als onderdeel hiervan is afgesproken dat het interbestuurlijk toezicht een prominentere rol krijgt in de P&C-cyclus van de gemeente. Daartoe zullen in het jaarverslag van de gemeente de belangrijkste uitkomsten van het IBT worden toegelicht. Naast de informatie in deze paragraaf kan ook gebruikt gemaakt worden van Waarstaatjegemeente.nl. Deze site bevat prestatie-indicatoren voor de horizontale verantwoording. Deze indicatoren geven informatie over de prestaties van gemeenten bij de uitvoering van hun wettelijke medebewindstaken. 7.11.1 Provinciaal toezicht Ten aanzien van het toezicht van de provincie ligt het accent op de toezichtgebieden Archief- en informatiebeheer, Financiën, Huisvesting vergunninghouders, Omgevingsrecht en Monumentenzorg.
Binnen deze toezichtgebieden besteedt de provincie jaarlijks aandacht aan verschillende thema’s. Deze zijn vastgelegd in de uitvoeringsagenda Interbestuurlijk toezicht 2022 van de provincie. 7.11.2 Resultaten interbestuurlijk toezicht 2022 De bovenstaande zes toezichtgebieden worden beoordeeld op een driepuntschaal. Om de resultaten goed te kunnen interpreteren is bij ieder toezichtgebied een korte toelichting gegeven van de gepresenteerde resultaten. Samengevat is het beeld als volgt: Domein
Resultaat 2021
Resultaat 2022
Archief- en informatiebeheer
Voldoet
Financieel toezicht Huisvesting vergunninghouders
Voldoet Voldoet niet, doch verschoonbaar Voldoet Voldoet
Voldoet gedeeltelijk Voldoet Voldoet
Omgevingsrecht Monumentenzorg
Programmarekening 2022 91
Voldoet Voldoet
7.11.3 Archief- en informatiebeheer Voor het jaarlijks toezicht op het archief- en informatiebeheer sluit de provincie aan bij de aanbeveling van de VNG, dat het college de raad jaarlijks informeert over archiefzorg en – beheer via Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s). Hierbij geeft de provincie de volgende vijf van de tien KPI-thema’s prioriteit: KPI
1 3 4 6 7
Lokale regelingen Ordening, authenticiteit, context, toegankelijkheid en duurzaamheid archiefbescheiden Digitale archiefbescheiden in het bijzonder Overbrenging van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats Archiefbewaarplaatsen, archiefruimten en e-depots
Voor het systematisch toezicht baseert de provincie zich op de interne rapportage van het college aan de raad. Daarbij gaan ze er van uit dat: • • •
Het college van B&W brengt vóór 15 juli een volledig verslag of voortgangsbericht uit aan de gemeenteraad. Gedeputeerde Staten heeft deze stukken uiterlijk op 15 juli ontvangen. De verslaglegging gaat gepaard met een SMART uitgewerkt verbeterplan op basis van de aanbevelingen van de archivaris en eventuele aanvullende risicovolle knelpunten.
De uitwerking in het verbeterplan is niet zodanig SMART beschreven dat er het vertrouwen is dat er op afzienbare termijn voldaan wordt aan de bepalingen die de Archiefwet stelt aan een gemeentelijke informatiehuishouding. Naar oordeel van de provincie beschrijft de gemeente in het voortgangsbericht en bijbehorend verbeterplan weliswaar de knelpunten waarmee risico wordt gelopen, maar onvoldoende de maatregelen en de prioriteiten die gesteld worden om de risico’s zo spoedig mogelijk te beheersen. 7.11.4 Financieel toezicht Bij het financieel toezicht is sprake van specifiek toezicht. Hierdoor wijkt de wijze waarop de provincie dit toezicht uitoefent enigszins af van de andere vijf toezichtgebieden. Bij het financieel toezicht worden de volgende drie categorieën onderscheiden: Voldoet, Voldoet met kanttekeningen en Voldoet niet. Voldoet en Voldoet met kanttekeningen leiden tot repressief toezicht, terwijl voldoet niet preventief toezicht tot gevolg heeft.
• •
de begroting is structureel en reëel in evenwicht, en uit meerjarenraming is aannemelijk dat dit evenwicht wordt gecontinueerd, en • er is voor zover bekend geen sprake van bestuurlijke relevante onderwerpen die de financiële positie substantieel nadelig kunnen beïnvloeden. De vastgestelde begroting 2022 en de bijbehorende meerjarenraming 2023-2025 is door de toezichthouder volgens de methodiek van risicogericht en proportioneel toezicht beoordeeld. Hierbij zijn ook de uitkomsten van de jaarrekening 2020 betrokken. We presenteerden in 2022 een begroting die in alle jaren reëel en structureel in evenwicht was. Voor onze gemeente was daarom voor het begrotingsjaar 2022 het normaal geldend repressief toezicht van kracht. Op basis van de criteria in ons beleidskader IBT 2020-2023 beoordeelt de provincie onze begroting 2022 als ‘voldoet’. De gemeente Oosterhout heeft daarom in 2022 de kleur ‘groen’ op de kaart gekregen. 7.11.5 Huisvesting vergunninghouders De Huisvestingswet bepaalt dat gemeenten zorg moeten dragen voor de voorziening in de huisvesting van vergunninghouders. Dit zijn asielzoekers met een verblijfsvergunning. Daartoe bepaalt de rijksoverheid ieder half jaar het aantal vergunninghouders dat iedere gemeente moet plaatsen.
Tijdige realisatie van die vastgestelde taakstelling is belangrijk voor het optimaal kunnen blijven benutten van de centrale opvangcentra waarvoor ze bedoeld zijn, namelijk de opvang van asielzoekers die nog in procedure zijn en het bevorderen van snelle integratie in de samenleving. Wij voeren als gemeente de regie op dit traject. Huisvesting gebeurt voornamelijk door de woningcorporaties, begeleiding van de individuele vergunninghouders gebeurt in onze gemeente. Op grond van de realisatiecijfers van het COA heeft de gemeente Oosterhout per 1 januari 2023 haar taakstelling over 2022 gerealiseerd. De totale taakstelling voor de tweede helft van 2022 kwam (inclusief de achterstand uit voorgaande perioden) op 56 te huisvesten vergunninghouders. Op grond van de realisatiecijfers van het COA per 1 januari 2023 (peildatum) heeft de gemeente Oosterhout in het tweede halfjaar van 2022 62 vergunninghouders gehuisvest. Dit betekent dat Oosterhout de totale taakstelling voor deze periode heeft gerealiseerd en de verschoonbare achterstand uit de eerdere perioden heeft ingelopen. 7.11.6 Omgevingsrecht De hoofddoelstelling van de wetgeving op het terrein van het omgevingsrecht is een veilige en gezonde leefomgeving te bewerkstelligen. En deze op een duurzame en doelmatige wijze te behouden, beheren, gebruiken en
Programmarekening 2022 92
ontwikkelen. De lokale overheden spelen daarbij een belangrijke rol door een adequate uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Als de overheden deze VTH-taken niet goed uitvoeren, kan dat grote invloed hebben op de veiligheid en gezondheid van de leefomgeving. Op grond van de Wabo dient iedere gemeente te beschikken over de volgende documenten: •
•
•
wettelijke plicht dat gemeenten een Monumentencommissie instellen die adviseert over omgevingsvergunningen. De gemeente Oosterhout heeft in 2022 tijdig en volledig de gevraagde voor toezicht informatie bij de provincie aangeleverd.
Een actueel beleidsplan VTH, gebaseerd op een adequate probleemanalyse, met inzicht in prioriteitenstelling die aansluit op de gestelde doelen, inzicht in de methodiek om de gestelde beleidsdoelen te bereiken, inzicht in de benodigde en beschikbare financiële en personele capaciteit voor het bereiken van de doelen en het uitvoeren van de activiteiten. Jaarlijks uiterlijk 1 februari: een uitvoeringsprogramma VTH, met daarin de voorgenomen activiteiten waarbij inzichtelijk rekening wordt gehouden met gestelde doelen en prioriteiten uit het beleidsplan en de verbeterpunten uit het voorgaande evaluatieverslag. Jaarlijks uiterlijk 1 mei: een evaluatieverslag VTH, waarin inzichtelijk rekening wordt gehouden met de uitgevoerde activiteiten uit uitvoeringsprogramma, het bereiken van de gestelde beleidsdoelen en indien van toepassing - aangevuld met verbeterpunten voor het volgende jaar.
In het kader van het systematisch onderzoek omgevingsrecht beoordeelt het IBT of gemeente Oosterhout zich houdt aan de in de Wabo wetgeving gestelde eisen. Het betekent dat aan de hand van beoordelingsvragen en een normering de volgende documenten zijn beoordeeld op tijdigheid van vaststelling en een aantal Kwaliteitscriteria: • •
Het Beleidsplan Fysieke Leefomgeving 2019-2022 Het Uitvoeringsprogramma 2022 met de terugblik op vergunningverlening, toezicht en handhaving fysieke leefomgeving 2021 (UVPVTH).
Het IBT heeft het hoogst haalbare eindoordeel ‘voldoet’ toegekend. 7.11.7 Monumentenzorg Het toezicht op de monumentenzorg richt zich op de wijze waarop gemeenten hun taken op het gebied van archeologie, cultuurhistorie en monumenten uitvoeren. Hierbij gaat het om de bescherming, de instandhouding, het onderhoud en het herstel van onroerende goederen die van belang zijn door hun historische, volkskundige, artistieke, wetenschappelijke, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde. Indien gemeenten deze taken niet goed uitvoeren, is het risico groot dat onroerend cultureel erfgoed voorgoed verloren gaat. Hierbij is het van belang en een Programmarekening 2022 93
Bedragen x € 1.000 Omschrijving
7.12 RESERVES EN VOORZIENINGEN 7.12.1 Verloop vrije reserve In onderstaande tabel zijn de werkelijke stortingen en onttrekkingen over het jaar 2022 en de verwachte onttrekkingen en stortingen in meerjarenperspectief van de vrije reserve weergegeven. De beginstand (inclusief saldobestemming 2021) per 1 januari 2022 bedraagt € 49,5 miljoen. Vervolgens zijn respectievelijk de uitgaven weergegeven waar de gemeenteraad al toe heeft besloten en de uitgaven waarvan definitieve besluitvorming door de gemeenteraad nog moet plaatsvinden. Bedragen x € 1.000 Omschrijving
Uitgaven reeds besloten 2e noodontsluiting Weststad Productiehuis de Pannehoef Projectplan implementatie Omgevingswet Verbindend bestuur Voorbereidingskrediet Stadhuis Stedenbouwkundige visie Slotjesveld Aanleg EVZ Contreie-Zuid Grondaankoop EVZ Contreie-Zuid Uitbreiding Park Floralia Opbouw strategische woningbouw Opstellen Masterplan Dorst 2030 Vitalisering Recreatiepark De Eekhoorn Overheveling naar infrastructurele werken Slotjes Midden Sloop zwembad Arkendonk Klijnsma-gelden Dienstverlening Kerkenvisie Pilot hybride leeromgeving mbologistiek Versterken investeringskracht binnenstad Coronamaatregelen Crisisfonds Regiesysteem sociaal domein
Rekening 2022
Begroting 2023
Raming 2024
Ramig 2025
Raming 2026
9.343 10.395 42 279
1.490 -
81 -
-
82 25 294
68 1.205
100 -
81 -
-
17 11 17 679 8
37 435 929 0 1.140 -
750 -
-
-
145
137
-
-
-
3.250 500 62 37 7
900 450 113 0 0
640 -
-
-
-
100
-
-
-
193 56 -
101 591 867 60
-
-
-
Voedseltuin Regionaal archief Impulsmiddelen kansrijke start Waterschapsverkiezingen 2023 Sportakkoord Zandoogje woonrijk maken Projectplan Arkendonk Kleedaccommodatie OVV'67 Compensatiegronden Natuurnetwerk Brabant (NNB) Ventilatie scholen Visie masterplan Dorst Onderwijshuisvesting Oosterheide Tijdelijke uitbreiding Sociaal Team Oosterhout Rekenkamer Schuldhulpverlening Welzijn op recept Eén tegen eenzaamheid Infoplein ondersteuningsaanbod Fitcoins Jongerenwerk Surplus Skatevoorziening Inloopvoorziening jongeren Coronamiddelen cultuursector Binnenonderhoud korenmolen De Hoop Wet Open Overheid (WOO) Merkpositionering Oosterhout Nieuwe BYOD-regeling MEK Aankoop gronden tbv N629 POK woningbouwstrategisch Den Hout Aankoop varkensbedrijf Dorst Aanpak illegaal wonen Nog te voteren Verduurzaming & onderhoud stadhuis Stadhuis
Programmarekening 2022 94
Rekening 2022
Begroting 2023
Raming 2024
Ramig 2025
Raming 2026
27 25 200 45 97
18 15 9 -
-
-
-
307 58 1.960
440 433 142 -
-
-
-
404 45 22 120 256
25 19 30 15 0 0 56 11 94
-
-
-
13 100 15 94 35 9
156 0 216
-
-
-
11 89 67 1.023 8 192 - 10.670 13.777
7.000
1.500
7.000 -
-
-
2.320 -
2.500 4.500
Bedragen x € 1.000 Omschrijving
Rekening 2022
Mobiliteit - overheveling naar res infra werken Pannehoef IHP Sportaccommodatiebeleid Kleedaccommodaties sportverenigingen Arendsplein Galvanitas Arkendonk Slotjesveld Totaal Cumulatief
Raming 2024
5.500 750 -
5.500 50
-
-
327 1.900 200 900 9.343 21.065 15.267 9.343 30.408 45.675
7.081 52.756
1.500 1.500 54.256
-
Ramig 2025
7.12.3 Verwachte inkomsten vrije reserve
Begroting 2023
Raming 2026
Vanuit de primaire begroting 2022 is in 2022 een bedrag van € 4 miljoen in de vrije reserve gestort. Daarnaast hebben wij in 2022 extra inkomsten vanuit de Algemene Uitkering van € 5,5 miljoen ontvangen. Deze is conform raadsbesluit ook gestort in de vrije reserve. Tot slot wordt in 2023 het parkeerfonds opgeheven. Het resterende saldo wordt in 2023 overgeheveld naar de vrije reserve. Naar verwachting zal dit ongeveer € 1,3 miljoen zijn. Bedragen x € 1.000 Omschrijving
Storting vanuit begroting 2022 Opheffen parkeerfonds Storting extra accres 2022 Totaal
Rekening 2022
Begroting 2023
4.000 5.500 9.500
1.300 1.300
Raming 2024
Ramig 2025
-
Raming 2026
-
-
7.12.4 Confrontatie beschikbare en benodigde middelen vrije reserve 7.12.2 Bijzonderheden vrije reserve •
• •
•
Van het beginsaldo 2022 van € 49,5 miljoen is al een bedrag van € 21,3 miljoen bestemd voor uitgaven waartoe de gemeenteraad reeds heeft besloten. Hiervan is in 2022 reeds werkelijk € 9,3 miljoen onttrokken en staat de resterende onttrekking van € 12 miljoen gepland voor de komende jaren. Daarnaast ligt er voor een bedrag van € 32,9 miljoen aan claims op de vrije reserve waar nog besluitvorming/kredietvotering door de gemeenteraad op plaats dient te vinden. De grootste post binnen deze laatste categorie betreft de reservering voor het stadhuis. Voor het stadhuis is binnen de vrije reserve totaal € 16,32 miljoen gereserveerd (exclusief het voorbereidingskrediet). Slotjes Midden: het gereserveerde bedrag is gebaseerd op de vastgestelde samenwerkingsovereenkomst en actuele grondexploitatie. Hiervoor is momenteel nog € 1.540.000 beschikbaar. Andere ‘grote’ claims binnen de vrije reserve betreffen: o mobiliteitsvisie € 5.500.000. Deze zal in 2023 naar de reserve infrastructurele werken worden overgeheveld; o huisvesting onderwijs € 5.500.000; o Arendsplein € 1.900.000; o Crisisfonds, gevormd vanuit het restant Coronaherstelfond, hiervoor is begin 2023 nog € 867.000 beschikbaar; o voor strategische woningbouw is vanaf 2023 nog € 1.890.000 beschikbaar.
Wanneer de geactualiseerde kosten, opbrengsten en risico’s binnen de vrije reserve worden afgezet tegenover elkaar ontstaat het volgende beeld. Bedragen x € 1.000 Omschrijving
Stand per 1 januari Uitgaven Inkomsten Stand per 31 december
Rekening 2022
Begroting 2023
Raming 2024
Ramig 2025
49.527 49.684 29.919 14.652 -9.343 -21.065 -15.267 -7.081 9.500 1.300 0 0 49.684 29.919 14.652 7.571
Raming 2026
7.571 -1.500 0 6.071
Uit het bovenstaande overzicht blijkt we de komende jaren blijven interen op onze vrije reserve. De omvang van de vrije reserve loopt op basis van de huidige inzichten in 2026 terug tot een hoogte van zo’n € 6,1 miljoen.
Programmarekening 2022 95
7.13 SUBSIDIE OVERZICHT Als gemeente verstrekken we diverse subsidies aan verschillen externe partijen om onze doelstellingen mede te kunnen realiseren. In deze paragraaf geven we inzicht in de verstrekte subsidies. De subsidies kunnen naar hun aard worden onderscheiden, de verschillende typen subsidies die we verstrekken zien er als volgt uit. Bedragen x € 1.000 Thema
Waardering Exploitatie Doel Activiteiten Impuls Totaal Bedragen x € 1.000 Thema
Zorg en welzijn Jeugdwerk Jeugdzorg algemeen Vrij toegankelijke jeugdzorg Wet maatschappelijke ondersteuning Doelgroepvoorzieningen Samenkracht en burgerparticipatie Sociaal beleid Re-integratie Bijzondere bijstand Inburgering Lokaal minimabeleid Schuldhulpverlening Uitvoering volksgezondheid Dierenwelzijn Beheerskosten sociaal domein Arbeidsmarkt, economie en onderwijs Beleid middenstand Uitvoering economie Beleid onderwijs Uitvoeringsplan toerisme en recreatie Sport en cultuur Stimulering Bibliotheek
Rekening Begroting Rekening Afwijking 2021 2022 2022
144 1.760 6.565 190 734 9.393
118 732 6.839 229 281 8.199
150 1.988 6.745 268 613 9.764
32 N 1.256 N -94 V 39 N 332 N 1.565 N
Rekening Begroting Rekening Afwijking 2021 2022 2022
3.811 9 994 340 1.971 1 251 15 38 17 29 126 20
3.445 19 210 362 55 2.210 236 1 48 37 35 112 120
4.544 27 1.259 50 350 16 2.071 76 234 120 40 17 28 112 144
1.099 N 8 N 1.259 N -160 V -12 V -39 V -139 V 76 N - -2 V 119 N -8 V -20 V -7 V - 24 N
379 143 87 25 124 4.586 85 1.464
94 6 86 2 4.566 89 1.486
501 197 90 89 125 4.586 79 1.494
407 N 191 N 4 N 87 N 125 N 20 N -10 V 8 N
Bedragen x € 1.000 Thema
Theater Overige podia Musea en archieven Duurzaamheid en klimaat Duurzaam bouwen Wonen en mobiliteit Ruimtelijke ordening Buurt- en wijkbeheer Openbaar vervoer Verkeersmaatregelen Veiligheid Integrale veiligheid Financieel solide Algemene baten en lasten Gemeentelijke organisatie Bestuurs-/managementondersteuning Kredieten Sport, cultuur en recreatie Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Totaal
Programmarekening 2022 96
Rekening Begroting Rekening Afwijking 2021 2022 2022
1.684 1.231 122 14 14 272 54 172 4 42 113 113 -15 -15 33 33 200 200
1.709 1.156 126 68 3 29 9 27 26 26 -
1.710 1.180 123 15 15 74 3 22 4 45 80 80 -31 -31 -5 -
1 N 24 N -3 V 15 N 15 N 6 N - -7 V -5 V 18 N 54 N 54 N -31 V -31 V - - -5 V - -
9.393
8.199
-5 9.764
-5 V 1.565 N
7.14 SUSTAINABLE DEVELOPMENT GOALS De 17 Sustainable Development Goals (SDG’s), oftewel de duurzame werelddoelen, geven houvast en richting aan hoe we van de wereld en de lokale samenleving een betere plek kunnen maken voor 2030. Gemeente Oosterhout is een Global Goals Gemeente. Samen met bedrijven, organisaties en de bewoners van Oosterhout, Den Hout, Oosteind en Dorst maken we impact om onze gemeente mooier en gezonder te maken. Hoewel alle SDG-doelstellingen worden nagestreefd, zijn in Oosterhout de volgende doelstellingen een speerpunt: • • • •
SDG 3. Gezondheid voor iedereen. SDG 8. Waardig werk en economische groei. SDG 10. Ongelijkheid verminderen. SDG 11. Duurzame steden en gemeenschappen.
Vergeleken met andere landen komt ondervoeding in Nederland niet vaak voor. Bij ons ligt de nadruk van dit doel op de duurzaamheid van de voedselproductie en de impact ervan op de kwaliteit van de leefomgeving en het dierenwelzijn. Ook voedselverspilling moet afnemen.
In Oosterhout wil de gemeente met lokale partners een voedselstrategie opstellen die gezonde eetgewoonten bevordert en het aanbod van gezond en vers voedsel stimuleert. Met onder meer aandacht voor het tegengaan van verspilling binnen de (schuld)hulpverlening. Gemeente Oosterhout ondersteunt het particuliere initiatief “Goederenbank De Baronie” dat ernaar streeft om (onverkoopbare) kwalitatief goede levensmiddelen in te zamelen en uit te delen aan particuliere huishoudens met onvoldoende inkomsten om in hun levensonderhoud te voorzien. Indicatoren
In 2019 maakte 6,2 procent van de Nederlandse bevolking deel uit van een huishouden met een inkomen onder de lage-inkomensgrens. SDG 1 is gericht op de afname van armoede in al haar vormen. Zowel financiële aspecten als de impact van armoede op het leven van mensen maken daar deel van uit.
Als lokale overheid verkeert gemeente Oosterhout in de ideale positie om mensen die in armoede leven ter plekke te identificeren. De gemeente biedt bovendien hulp bij een laag inkomen, van informatie over ondersteuning en regelingen tot handvaten om inkomsten te verhogen en uitgaven te verlagen. Door ondersteuning van initiatieven als “Stichting Leergeld” en de “Goederenbank De Baronie” biedt gemeente Oosterhout verbinding en praktische hulp. Indicatoren Belangrijke taken voor de gemeente • • • • • • • • •
•
Omvang, aard en oorzaken van armoede en ongelijkheid in de gemeente in kaart brengen Kinderarmoede bestrijden Bijstand toekennen Schuldpreventie Schuldhulpverlening Burgers pro-actief informeren over toeslagen waar zij recht op hebben en over beslagvrije voet Maatregelen om woon- en zorgkosten te beperken Inzet en professionalisering sociale wijkteams Maatregelen ter versterking zelfredzaamheid burgers Inzetbaarheid van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt versterken
Belangrijke taken voor de gemeente • • •
Aandacht voor goede voeding binnen (schuld)hulpverlening Bevorderen gezonde eetgewoonten en voorkomen obesitas, vooral bij kinderen Maatschappelijk verantwoord inkopen en bevorderen duurzame productie/consumptie zodat voedselzekerheid elders in de wereld en voor toekomstige generaties niet wordt ondermijnd Zie ook: VNG programma ‘Landelijk gebied’
•
Het voorkomen van voortijdige sterfte veroorzaakt door overdraagbare en nietoverdraagbare ziektes en psychische problemen staat hoog op de VN-agenda. Het aanpakken van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik kan de gezondheid van veel Nederlanders verbeteren.
Gemeente Oosterhout vindt het belangrijk dat iedereen in de samenleving mee kan doen. De gemeente streeft er daarom naar om met professionele wijkteams en partners in de zorgketen betaalbare en tijdige zorg op maat te bieden en sociaaleconomische gezondheidsverschillen tegen te gaan. Niet alleen ondersteuning van de zelfredzaamheid van ouderen en mensen met een beperking staan centraal in verschillende initiatieven waaronder de “Wijk GGZ-er”, maar ook waardering van de mantelzorg krijgt bijzondere aandacht. Indicatoren Belangrijke taken voor de gemeente • • • •
Lokale regie over en inkoop jeugdzorg, ouderenzorg en zorg voor verwarde personen Betaalbaarheid, tijdigheid en continuïteit van de zorg Gezonde leefstijl bevolking bevorderen Voorzieningen voor sport, recreatie en ontmoeting
Programmarekening 2022 97
• • • • • •
•
Zelfredzaamheid en zelfstandig wonen van ouderen en mensen met beperking ondersteunen Dagbesteding ouderen Ondersteuning mantelzorgers Ondersteuning inwoners met complexe problematiek m.b.t. straf en zorg Tegengaan suïcide Maatregelen gericht op preventie en behandeling verslaving Zorgen voor verkeersveiligheid en schone lucht, terugdringen fijnstof uit verkeer en veehouderij Adequaat onderwijs is voor mensen in alle leeftijdscategorieën en in alle levensfasen van belang, van voorschoolse educatie tot ‘een leven lang leren’. Onderwijs zorgt ervoor dat de werkenden over vaardigheden beschikken om te kunnen functioneren in een kennisintensieve omgeving.
Gemeente Oosterhout wil optimale en gelijke ontwikkelingskansen bevorderen door met lokale partners integrale en inclusieve kindcentra te creëren. De gemeente zorgt bijvoorbeeld voor goede huisvesting van alle scholen, handhaaft de leerplicht en regelt waar nodig het leerlingenvervoer. Centraal staat het voor alle kinderen mogelijk maken van deelname aan sport, schoolreisjes en andere activiteiten. Indicatoren
De mate van gelijkheid wordt onder meer afgemeten aan verschil in beloning voor arbeid, arbeidsdeelname en de positie van mannen en vrouwen in bedrijfsleven en bestuur. Een andere specifieke doelstelling binnen deze SDG is het terugdringen van geweld gericht tegen vrouwen.
Met aandacht voor gendergelijkheid in gemeentelijk beleid levert de gemeente een actieve bijdrage aan het behalen van dit doel. Zo zorgt de gemeente onder meer voor veilige, voldoende verlichte straten en openbare ruimtes en bevordert het de participatie van vrouwen in lokale activiteiten. Indicatoren Belangrijke taken voor de gemeente • • • • • •