Gemeente Oosterhout - Programmabegroting 2023.pdf
Tekst van het document
Tarief 2022
Uiteraard is het goed om te beseffen dat het gebruiken van de onbenutte belastingcapaciteit echt een noodmaatregel is in geval de gemeente in financieel zwaar weer terecht komt. Het gebruik van deze onbenutte belastingcapaciteit betekent namelijk een zeer forse verhoging van de huidige OZB voor woningen.
84
Programmabegroting 2023
6.2.1.5
Het vrije deel van de algemene reserve, de vrije reserve en de bestemmingsreserves
Algemene reserve De doelstelling van de algemene reserve is: •
•
Het tijdelijk opvangen van negatieve exploitatieresultaten. De benodigde omvang is sterk afhankelijk van de interne beheersing van de bedrijfsprocessen. Als de planning- en controlcyclus goed functioneert dan zullen via bijsturing tekorten/overschotten in de uitvoering van de begroting met behulp van een aanpassingsproces in uiterlijk 2 à 3 jaar weer worden gecorrigeerd. Onvoorzienbare externe ontwikkelingen op te vangen.
Vrije reserve / bestemmingsreserves De vrije reserves en bestemmingsreserves (m.u.v. reserve investeringsprojecten) zijn allen vrij te besteden voor de diverse doeleinden. De bestemmingsreserves zijn wel gelabeld voor bepaalde doeleinden, maar de raad kan te allen tijde besluiten hier een ander doel aan te geven. De ontwikkeling van de vrije reserve is beschreven in het hoofdstuk investeringen van de financiële begroting. De reserves hebben zich als volgt ontwikkeld c.q. gaan zich naar verwachting als volgt ontwikkelen: Omschrijving
Rekening Begroting Begroting 2021 2022 2023 5.283 5.283 5.283 38.749 42.931 29.364 14.777 17.226 22.156 3.245 2.598 1.048 62.054 63.038 57.851
Algemene reserves Vrije reserve11 Reserves grondexploitatie Overige bestemmingsreserves 12 Totaal
Raming 2024 5.283 14.097 16.731 1.037 37.148
Raming 2025 5.283 7.016 10.914 1.027 24.240
X € 1.000 Raming 2026 5.283 5.516 10.914 837 22.550
In bovenstaande berekening van de weerstandscapaciteit worden vrijwel alle reserves meegenomen. Dit is ook toegestaan bij het bepalen van het weerstandsvermogen; de raad kan immers bepalen de reserves voor een andere doel in te zetten. Het is echter zo dat er reeds bestedingsdoelen aan de bestemmingsreserves hangen en dat geldt ook voor een groot deel van de vrije reserve. Als de incidentele weerstandscapaciteit wordt gezuiverd van deze ‘claims’ ontstaat het volgende beeld: x € 1.000 Zonder claims 5.283 5.516 10.914 21.713
Omschrijving Algemene reserves Vrije reserve 13 Reserve grondexploitatie 14 Totaal
6.2.1.6
Conclusie weerstandscapaciteit x € 1.000 Ultimo 2023 4.770 21.713 26.483
Omschrijving Structurele weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit Totaal weerstandscapaciteit
De gemeente Oosterhout beschikt hiermee over een weerstandscapaciteit van € 26,5 miljoen.
11 Inclusief saldobestemming 2020. 12 De reserve investeringsprojecten en SSC/ICT worden bij de bepaling van het weerstandsvermogen buiten beschouwing gelaten. 13 Binnen de vrije reserve is alleen het gedeelte waar nog geen claim op ligt meegenomen. In de begroting 2022 is € 4 miljoen
toegevoegd aan de vrije reserve, waardoor dit (tijdelijk) hoger is dan andere jaren. 14 Betreft de algemene bedrijfsreserve van de GREX en het niet-geclaimde deel van reserve infrastructurele werken.
Programmabegroting 2023
85
6.2.2 Risico’s Tegenover de hierboven geïnventariseerde weerstandscapaciteit staan de risico’s die de gemeente loopt. Reguliere risico’s – risico’s die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn – maken geen deel uit van deze paragraaf. Hiervoor zijn immers verzekeringen afgesloten of voorzieningen gevormd. De risicoparagraaf geeft een inventarisatie van de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Mogelijke voor- of nadelen op exploitatieposten worden hier niet als risico gedefinieerd. De onderstaande risico-inschatting is gestoeld op diverse aannames. De globale inschatting van kans en omvang is tijdsgebonden, waarbij het (voortschrijdend) inzicht sterk afhankelijk is van vele onzekere toekomstige factoren. Onder dergelijke risico’s verstaan wij derhalve: alle redelijk voorzienbare onzekerheden die niet direct vooraf kwantificeerbaar zijn. Daarom kunnen er geen voorzieningen voor worden gevormd.
Covid-19 (Coronacrisis) Omschrijving:
Het coronavirus is nog niet weg, maar de aandacht hiervoor verslapt. Juist in goede tijden is het belangrijk om de slechte tijden te doordenken. De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) adviseert blijvende aandacht en heeft scenario’s ontwikkeld.
Impact:
In het worstcasescenario worden de mutaties van het coronavirus dodelijker en loopt iedereen jarenlang, voordat het virus ‘uitdooft’, risico op ‘een ernstig of zelfs dodelijk ziekteverloop’. Alle maatregelen, inclusief zeer strenge lockdowns, liggen op tafel. In dit scenario moet het openbaar bestuur veel zaken snel en doortastend oplossen om een leefbare samenleving te garanderen. In het lichtste scenario, waarin het virus weinig meer is dan een soort verkoudheid, moeten overheden zorgen voor herstel van vorige golven. In het sociaal domein gaat dat bijvoorbeeld over het mentale herstel van jongeren en mogelijk komt er een groter beroep op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De fysieke gezondheid van inwoners bevorderen kan door sport en beweging te stimuleren en provincies en gemeenten zijn medeverantwoordelijk voor het herstel van de culturele sector.
Financiële impact:
De financiële impact is afhankelijk van de scenario’s die gaan spelen. Binnen onze begroting beschikken we niet langer over het Coronaherstelfonds. Deze is geïntegreerd binnen het crisisherstelfonds.
Maatregelen:
We beschikken over een robuuste weerstandscapaciteit en financiële positie, maar wat deze crisis in termen van extra kosten en risico's voor onze gemeente uiteindelijk gaat betekenen, o.a. ook vanuit de genomen kabinetsmaatregelen en steun vanuit het Rijk, blijft onzeker en afhankelijk van welke scenario’s verder gaan spelen.
Oekraïnecrisis / Vluchtelingenopvang
86
Omschrijving:
De oorlog in Oekraïne heeft ook gevolgen voor Nederlandse gemeenten. Dat kan gaan om opvang van vluchtelingen door gemeenten en particulieren, ondersteuning van Oekraïners en Russen die momenteel in Nederland verblijven, risico's voor digitale veiligheid en economische sancties voor Russische bedrijven.
Impact:
Het uitgangspunt is dat het kabinet van rijkswege de kosten die gemaakt zullen worden door gemeenten zal vergoeden en dat gemeenten er financieel niet op achteruit mogen gaan.
Financiële impact:
In de ministerraad is besloten dat gewerkt wordt met een hybride financieringssystematiek voor gemeenten. Er wordt gewerkt aan een regeling voor de financiering van de opvanglocaties en bijhorende kosten in gemeenten. Het uitgangspunt is dat het kabinet van rijkswege de kosten die gemaakt zullen worden door gemeenten zal vergoeden en dat gemeenten er financieel niet op achteruit mogen gaan.
Programmabegroting 2023
Oekraïnecrisis / Vluchtelingenopvang Maatregelen:
Om gemeenten zoveel mogelijk te helpen bij het opzetten en beheren van opvanglocaties hebben de betrokken ministeries, de VNG en andere partners een voorlopige “Handreiking Gemeentelijke Opvang Oekraïners” opgesteld. Deze handreiking is geen blauwdruk, maar biedt handvatten die gemeenten ondersteunen bij de organisatie en uitvoering van de opvang. Daarnaast is de gemeente Oosterhout vertegenwoordigt in een landelijke werkgroep om de verschillende kosten voor de opvang te duiden en hiervoor passende compensaties uit te werken.
Energiecrisis Omschrijving:
De fors gestegen energieprijzen, de hoge inflatie, het zwakke ondernemers- en consumentenvertrouwen zorgt voor een situatie van grote onzekerheid en een financieel krappere positie voor onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en onze eigen begroting.
Impact:
De hoge inflatie en de gestegen energieprijzen kunnen een groot effect op de begroting van de gemeente Oosterhout hebben. Niet alleen in onze eigen directe kosten, maar ook subsidierelaties, uitvoeringspartners en inwoners krijgen hiermee te maken, wat weer een indirect effect op onze begroting heeft.
Financiële impact:
De inflatie (voor huishoudens) is inmiddels opgelopen tot 12%. Dit effect kan niet één-op-één worden doorvertaald naar het effect op onze eigen begroting. Wel is duidelijk dat we op tal van punten de effecten hiervan kunnen gaan merken (CAO, subsidies, minima, aanbestedingen, etc).
Maatregelen:
Diverse budgetten en ramingen binnen de begroting zijn reeds verhoogd. Daarnaast is een crisisfonds opgericht waarin zo’n € 920.000 is gestort. Tot slot is in de begroting ook nog een stelpost prijscompensatie aanwezig van bijna € 750.000 welke gedurende 2023 ingezet kan worden om prijsstijgingen op te vangen.
Algemene uitkering Omschrijving:
De berekeningen van het gemeentefonds zijn voor een groot deel gebaseerd op prognoses en inschattingen. Ondanks het feit dat de berekeningen zo zorgvuldig mogelijk worden gedaan met medewerking van verschillende disciplines in de organisatie, bestaat er altijd een risico op afwijkingen ten opzichte van de werkelijke cijfers. Ook de uitgaven van het Rijk kunnen anders verlopen dan begroot, hetgeen ook direct gevolgen heeft voor de gelden uit het gemeentefonds voor de gemeente Oosterhout. Het Rijk, de VNG en het IPO zijn overeengekomen dat het volume-accres voor de jaren 2022-2025 wordt bevroren. De VNG is geen voorstander van het vastzetten van het reële accres op het niveau van de meicirculaire 2022, omdat geen overeenstemming was tussen het Rijk en de VNG over de wijze van berekening van de accressen. Het grootste probleem dat de gemeenten met de stabiliteit van de accresraming hebben, is het ‘ravijn’ in 2026. Dat wordt niet opgelost door de accressen vast te zetten op de stand van de meicirculaire 2022.
Impact:
De raming van het (structureel) accres is voor het jaar 2026 afgerond € 1,4 miljard negatief, doordat in het regeerakkoord het extra cumulatief accres 2022-2025 van het regeerakkoord na afloop van de huidige kabinetsperiode voor een groot deel weer aan het gemeentefonds wordt onttrokken. Daar bovenop wordt in 2026 een opschalingskorting van structureel € 675 miljoen ingeboekt zonder dat sprake is van een taakwijziging. Door het negatieve accres leiden gemeenten aanvullend een koopkrachtverlies, omdat de prijzen en lonen ook in 2026 blijven stijgen. Dit tezamen vormt in 2026 een bezuiniging op het gemeentefonds van meer dan € 3 miljard structureel. Ook wordt op grond van het regeerakkoord in de ramingen van het accres 2026-2029 gemeenten een volume-accres voor elk van deze jaren onthouden. Dit is naar schatting eveneens ombuiging op het gemeentefonds van ruim € 3 miljard structureel.
Financiële impact:
De daling van de algemene uitkering in het jaar 2026 ten opzichte van het jaar 2025 is € 7 mln.
Maatregelen:
De beheersing rondom de algemene uitkering is een onderdeel van onze P&C- cyclus. Hiervoor maken we periodiek (na elke circulaire) een analyse op van de gevolgen voor de gemeente Oosterhout. Eventuele tekorten of overschotten als gevolg van een lagere of hogere algemene uitkering worden in het financiële beeld van het eerstvolgend P&Cproduct meegenomen.
Programmabegroting 2023
87
Kostenontwikkeling jeugdzorg Omschrijving:
Per 1 januari 2015 zijn er taken op het gebied van jeugdzorg, AWBZ en de participatiewet overgeheveld van het Rijk naar de gemeenten. Deze overheveling zijn gepaard gegaan met gelijktijdige budgetverlagingen vanuit het Rijk. In 2017 zijn grote tekorten op gebied van jeugd en Wmo zichtbaar geworden. Deze lijn zet zich door naar toekomstige jaren. Sinds de begroting 2019 is het uitgangspunt van budgetteren op basis van het Rijksbudget losgelaten en is er op basis van de verwachte kosten gebudgetteerd.
Impact:
Ondanks dat we realistisch zijn gaan begroten zijn de kosten Jeugdzorg moeilijk te voorspellen en te beheersen. Zo zien we de kosten verder oplopen. Deze trend zet zich voort in 2023. Ondanks dat er geen directe correlatie te maken is, lijkt deze stijging (deels) verband te houden met COVID-19. We weten dat de coronacrisis met name een grote impact heeft op de mentale gezondheid van jongeren. Door de lockdowns is zorg deels uitgesteld geweest wat heeft geleid tot inhaalzorg, wachtlijsten en daardoor ook een verzwaring van problematiek. Onduidelijk is hoe lang de gevolgen van COVID-19 nog effect hebben op jeugdigen en dus de kosten voor Jeugdzorg. Zonder maatregelen komt de houdbaarheid van ons zorgstelsel en onze financiële positie als gemeente in het gedrang. Om te voorkomen dat de kosten nog verder zullen stijgen sturen we op de transformatie en het nemen van beheersmaatregelen bij de nieuwe inkoop en de toegang. De integrale visie op het Sociale domein en de monitor van het Sociale domein bieden hiervoor de basis. Risico blijft echter dat door het geheel aan wet- en regelgeving, de ontwikkelingen in de samenleving en de vraag/noodzaak naar inzet van hulp, een tekort onvermijdbaar blijft.
Financiële impact:
€ 1.000.000
Maatregelen:
Met ingang van de begroting 2019 is de jeugdzorg niet meer budgetneutraal opgenomen, maar is hier reëel geraamd conform de verwachte kosten. Er vinden maandelijks voortgangsgesprekken en –rapportages plaats op de ombuigingen, waardoor snel bijgestuurd kan worden.
Liquidatie Juzt Omschrijving:
Per einde 2020 was de liquidatie van Juzt grotendeels gerealiseerd. Hiermee zijn ook de risico’s voor Oosterhout beter inzichtelijk geworden en kleiner geworden. In de jaarrekening 2019 was een voorziening voor de liquidatie van Juzt gevormd van € 1,2 miljoen. In de jaarrekening 2020 is deze voorziening verlaagd naar € 500.000 en in 2021 naar € 358.000. De laatste resterende vastgoedlocatie van Juzt, zijnde Krabbebossen, is in 2022 verkocht. In 2022 wordt de eindbalans opgemaakt en zal de resterende schuld verevend worden tussen de deelnemers.
Impact:
De resterende voorziening is € 358.000. Momenteel is de inschatting dat dit voldoende is om het restantverlies te dekken.
Financiële impact:
€0
Maatregelen:
Zowel op bestuurlijk als op ambtelijk niveau wordt deze ontwikkeling gemonitord.
Verbonden partijen / Gemeenschappelijke regelingen
88
Omschrijving:
In de paragraaf verbonden partijen wordt inzicht gegeven in de aard, omvang en betekenis van de privaatrechtelijke en publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente Oosterhout een bestuurlijk en/of financieel belang heeft en daarmee ook risico’s loopt.
Impact:
Verbonden partijen zijn verplicht om in hun begroting en jaarstukken een risicoparagraaf op te nemen waarin de door de verbonden partij onderkende risico’s zijn opgenomen. Over het algemeen is de afspraak gemaakt dat verbonden partijen er geen eigen reserves op na houden, maar dat men zich, in geval een risico zich daadwerkelijk voor doet, wendt tot de deelnemende gemeenten om dit op te vangen. Hiermee loopt de gemeente Oosterhout een direct financieel risico.
Programmabegroting 2023
Verbonden partijen / Gemeenschappelijke regelingen Financiële impact:
Voor een overzicht van de verbonden partij wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen (paragraaf 6.6). De verbonden partijen hebben in hun begroting weliswaar risico’s benoemd, maar deze zijn veelal niet gekwantificeerd. Hierdoor is het niet mogelijk voor de gemeente Oosterhout om te bepalen hoe hoog het financiële risico is dat wij vanuit de verbonden partijen lopen. De totale bijdrage van de gemeente Oosterhout in 202 aan de verbonden partijen bedraagt zo’n € 10,5 miljoen. Omdat de GR’en de risico’s veelal nog niet hebben gekwantificeerd wordt nu 5% (€ 525.000) van dit begrotingstotaal als risicopost opgenomen.
Maatregelen:
De ontwikkeling van de risicoparagraaf van alle verbonden partijen zal worden gemonitord via vertegenwoordiging in het AB/DB. Gedurende het kalenderjaar zijn er verschillende momenten (bestuursrapportage) om (bij) te sturen op een verbonden partij.
Risico aansprakelijkheid brand Moerdijk Omschrijving:
Gemeente Moerdijk en de Veiligheidsregio MWB worden door omliggende bedrijven van Chemie Pack in Moerdijk verantwoordelijk gehouden voor de schade die ze zeggen te hebben geleden als gevolg van de brand op 5 januari 2011.Er is nog steeds geen dagvaarding inzake aansprakelijkstelling uitgebracht, maar de mogelijkheid is nog steeds aanwezig; er is nog geen sprake van de verjaringstermijn. Het kan hier gaan om een claim die in de (tientallen) miljoenen loopt.
Impact:
Het risico van de brand in Moerdijk is niet financieel vertaald in het weerstandsvermogen van de veiligheidsregio. Daarom worden de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling geadviseerd met dit risico zelf rekening te houden.
Financiële impact:
Voor Oosterhout kan dit neerkomen op een risico van ruim € 300.000. ( aandeel 4,8 %).
Maatregelen:
Niet van toepassing.
Ontwikkeling WSW bedrijf WAVA / MidZuid Omschrijving:
Het budget dat wij van het Rijk ontvangen voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) maakt vanaf 2015 onderdeel uit van de integratie-uitkering sociaal domein. De middelen die hierin zitten voor uitvoering van de Wsw zijn onvoldoende om de uitvoering hiervan door WAVA te dekken. Dit betekent dat er sprake is van een aanvullende gemeentelijke bijdrage. We hebben enkele jaren gehad waarbij er sprake was van een lichte daling van de gemeentelijke bijdrage. Op dit moment zijn de vooruitzichten echter minder gunstig en zien we een ontwikkeling waarin de gemeentelijke bijdrage weer toeneemt. De in WAVA deelnemende gemeenten beraden zich op de toekomstige rol en positie van WAVA. Een van de onderdelen die hierbij aan de orde komt is de huisvestingssituatie. De keuzes die hierin gemaakt moeten worden hebben waarschijnlijk ook invloed op de gemeentelijke bijdrage. De Participatiewet kent de participatievoorziening beschut werk. Op dit moment is WAVA hiervoor onze belangrijkste uitvoerder. Via het BUIG-budget en het participatiebudget ontvangen wij hiervoor middelen van het Rijk die voor de uitvoering aan WAVA beschikbaar gesteld worden. Het Rijk bepaalt jaarlijks een aantal plaatsen beschut werk dat de gemeente moet realiseren voor zover er personen een indicatie hebben.
Evenals bij de Wsw laat de praktijk zien dat deze rijksmiddelen niet voldoende zijn om de kosten te dekken. Dit betekent dat we ook hierbij te maken krijgen met de noodzaak van een aanvullende gemeentelijke bijdrage. Er staan de nodige wijzigingen van de Participatiewet op stapel. Enkele van de wijzigingen zullen ook van invloed zijn op taken die MidZuid voor de gemeente uitvoert. Op dit moment is echter nog niet duidelijk welke financiële consequenties dit zal hebben. In het verleden is de WAVA leningen aangegaan. Het huidige leningsniveau is € 5,6 miljoen. Daarop kan volgens de huidige richtlijnen niet op worden afgelost; eventuele positieve resultaten worden uitbetaald aan de gemeenten. Voor 2023 staan grote uitgaven gepland voor groot onderhoud, waardoor de schuldpositie van de WAVA zal stijgen naar € 6,6 miljoen. Tegenover deze schulden staan slechts beperkte activa op de balans van de WAVA (+/- € 4,6 miljoen aan vastgoed).
Impact:
Groot.
Programmabegroting 2023
89
Ontwikkeling WSW bedrijf WAVA / MidZuid Financiële impact:
Definitieve gemeentelijke bijdrage 2021 € 458.048 (inclusief verrekening 2020) Gemeentelijke bijdrage 2023 volgens begroting WAVA: € 911.193
Maatregelen:
De ontwikkelingen bij WAVA krijgen continu aandacht. Hierbij blijft er aandacht voor de vraag welke taken weggelegd dienen te worden bij WAVA. Ook de bedrijfsvoering binnen WAVA heeft blijvende aandacht. In 2021 en 2022 is binnen MidZuid een transformatieproces doorlopen. Hierbij is de nadruk gelegd op de verbetering van de processen en de samenwerking tussen MidZuid en de gemeenten. Er doen zich de nodige ontwikkelingen voor op het gebied van de arbeidsparticipatie van personen met en arbeidsbeperking en mensen met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt. Deze ontwikkelingen zullen ook invloed hebben op MidZuid. De deelnemende gemeenten voeren dan ook gesprekken over de toekomstige rol en positie van MidZuid. De vraag hierbij is onder andere op welke wijze we de noodzakelijke ondersteuning kunnen bieden aan de doelgroep en welke kosten hiermee gemoeid zijn.
Afval algemeen Omschrijving:
De afvalbegroting is geen statische begroting. Veel is afhankelijk van niet of moeilijk beïnvloedbare factoren zoals de afvalverbrandingsbelasting, kwantitatieve en kwalitatieve afvalscheiding door bewoners (afvalgedrag), marktwerking van verwerkingstarieven of prijzen voor de inname van waardevolle recyclebare producten (papier, blik, textiel, etc.). Doorlopend zullen nieuwe contracten afgesloten moeten worden voor de verwerking van verschillende afvalstromen. De verwerkingstarieven zijn aan marktwerking onderhevig. Er kan dus moeilijk een betrouwbare inschatting worden gegeven over de daadwerkelijke toekomstige tarieven. De huidige tendens is dat de marktwerking erg grillig verloopt. De inkomsten uit grondstoffen fluctueren en de kosten voor afvoer/verwerking zullen fors stijgen.
Impact:
Het risico is interen op de egalisatievoorziening en een hogere afvalstoffenheffing. Onverwachtse prijswijzigingen zetten de egalisatievoorziening verder onder druk. De voorziening mag niet negatief zijn, in dat geval moet worden bijgestort uit de algemene middelen. Aan inkomsten uit recyclebare stromen is in de begroting 2023 zo’n € 1,473 miljoen opgenomen. Het totale risico van deze post wordt ingeschat op zo’n 10% hiervan. Daarnaast zijn de afgelopen jaren de kosten voor kwijtschelding en oninbaar fors gestegen, en kunnen ook niet alle ledigingen daadwerkelijk opgelegd worden bij inwoners. Hierin bestaat echter momenteel nog weinig inzicht, maar de inschatting is dat het percentage oninbaar stijgt. Deze effecten worden totaal ingeschat op zo’n € 200.000 per jaar.
Financiële impact:
Maatregelen:
• • • • •
90
Meedoen aan grote (regionale) aanbestedingen om gunstige tarieven in contracten vast te leggen Geen eenmalige tariefsmatiging Blijven investeren voor verdere reductie van restafval en het voorkomen van afval Afvalscheiding zowel kwalitatief als kwantitatief bevorderen Grip op bedrijfsvoering houden (efficiency-verbetering continue opgave)
Programmabegroting 2023
Attero Omschrijving:
De gewesten in de provincie Noord-Brabant hadden met Attero Zuid B.V. aanbiedingscontracten afgesloten die liepen tot 1 februari 2017 voor wat betreft het brandbaar huishoudelijk restafval. Attero dient aan de verwerker een minimale hoeveelheid restafval van 510 kTon aan te leveren. Vanaf 2011 is deze hoeveelheid niet meer in totaal aangeleverd door de gewesten. De rekeningen over de jaren 2011 tot en met 2014 zijn na gerechtelijke uitspraken definitief van tafel. Attero heeft in 2016 een nieuwe arbitrageaanvraag opgestart. Het geschil dat Attero aan arbiters heeft voorgelegd, is opnieuw de vraag of Attero aan de gewesten en gemeenten een (suppletie)vergoeding in rekening mag brengen voor het verwerven van extra brandbaar afval, dit keer met betrekking tot de jaren 2015, 2016 en januari 2017. Uit het eindvonnis blijkt dat Attero in het gelijk is gesteld en zijn de gewesten en gemeenten tot betaling overgegaan. Tevens is een vernietigingsprocedure opgestart. Deze procedure is onlangs geëindigd. Het arrest luidt dat het eerdere arbitrale vonnis wordt vernietigd. Attero heeft de eerder ontvangen bedragen inmiddels teruggestort op de rekening van de gewesten en via de gewesten teruggestort op de rekening van de gemeenten. Echter Attero is inmiddels weer in cassatie gegaan bij de Hoge Raad tegen dit arrest.
Het risico blijft voorlopig dus bestaan dat we als gemeente (het inmiddels terugontvangen bedrag) alsnog moeten betalen.
Impact:
Na dit arrest van het hof bestaat voor alle procespartijen de mogelijkheid om tegen dit arrest in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. Dit zal moeten worden afgewacht en zodra duidelijk is dat er cassatie komt, zal in die procedure verweer gevoerd moeten worden. De looptijd van een eventuele cassatieprocedure zal ongeveer 1,5 jaar zijn. Wanneer de Hoge Raad het arrest van het hof in stand laat, is daarmee de vernietigingsprocedure definitief geëindigd. Als de Hoge Raad zou oordelen dat het hof het arrest onvoldoende heeft gemotiveerd of een beslissing heeft genomen in strijd met het geldende recht, kan het hof de opdracht krijgen een nieuwe beslissing te nemen of kan de Hoge Raad deze beslissing zelf nemen.
Financiële impact:
Oosterhout heeft het eerder betaalde bedrag inclusief rente teruggestort gekregen. Deze betaling (ruim € 660.000) is verwerkt in het resultaat van de jaarrekening 2021.
Maatregelen:
De Brabantse gewesten blijven gezamenlijk handelen richting Attero in deze zaak. In de nieuwe contracten per 1 februari 2017 is geen aanlever- of volumeplicht opgenomen.
Rente / Treasury Omschrijving:
De gemeente Oosterhout heeft geld vanuit de markt aangetrokken om de gewenste investeringen te kunnen realiseren. Momenteel is deze rente erg laag. Hier wordt in de begroting rekening mee gehouden en hierdoor ontstaat ieder jaar extra financiële ruimte binnen de exploitatie. Indien de rente stijgt dan kan dit tot meerjarige budgettaire consequenties (lees extra bezuinigingen) leiden. Per 31 december 2021 is er totaal € 73,6 miljoen aan vreemd vermogen aanwezig. Een rentestijging van 1% betekent dus al een extra rentebetaling van € 736.000 op jaarbasis.
Impact:
Jaarlijks wordt in de begroting een inschatting gemaakt van het budgettair effect van de rente. Voor de beeldvorming: een rentewijziging van 0,1% heeft al direct een budgettair effect van € 73.600. In september 2022 is door de Europees Centrale Bank (ECB) reeds een renteverhoging van 0,75% doorgevoerd. De verwachting si dat er nog meer verhogingen doorgevoerd gaan worden. Omdat de gemeente Oosterhout de komende jaren veel extra investeringen gepland heeft, betekent dit dat de rentekosten de komende jaren fors zullen gaan oplopen, waardoor er nadelen ontstaat in de exploitatie.
Financiële impact:
€ 550.000
Programmabegroting 2023
91
Rente / Treasury Maatregelen:
Er zijn intern maatregelen genomen om deze risico’s te beheersen en te mitigeren. Deze zijn veelal vastgelegd in het treasurystatuut. Deze risico’s worden beperkt door de renteontwikkeling voortdurend te volgen en verschillende rentevisies naast elkaar te leggen. Daarnaast zorgen we in de leningenportefeuille voor een goede spreiding in looptijd van de leningen.
Achtervang gewaarborgde geldleningen Omschrijving:
De gemeente staat – via een achtervangconstructie – samen met het rijk borg / garant voor de betaling van rente en aflossing van een afgesloten geldlening voor woningbouw die aan corporaties zijn verstrekt via het waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Daarnaast staan gemeente en Rijk garant voor hypotheken die aan particulieren zijn verstrekt via het Nationaal Hypotheken Garantiefonds (NHG). Het primaire risico ligt bij de betreffende corporaties c.q. de particulieren zelf. Met betrekking tot de WSW betreft het een getrapt systeem waarbij de eerste lijn is: als een corporatie niet langer beschikt over voldoende geld, en dus niet meer aan rente- en aflossingsverplichting kan voldoen, kan deze een beroep doen op het saneringsfonds van Autoriteit Woningcorporaties al dan niet met extra geborgde financiering via WSW. Daarna (tweede lijn) kan de corporatie een beroep doen op aanvullende steun vanuit de buffers van het WSW en de gezamenlijke corporaties. Als deze tweede lijn ook niet toereikend is, kunnen rijk en de gezamenlijke gemeenten worden aangesproken op hun achtervangfunctie (derde lijn). Deze achtervangfunctie bestaat uit het verstrekken van renteloze leningen aan het WSW. Het WSW zal deze leningen te zijner tijd terugbetalen.
Daarbij geldt de volgende verdeelsleutel: 50% voor rekening van het rijk, 25% voor rekening van de schadegemeenten en 25% voor rekening van de gezamenlijke Nederlandse Gemeenten. Het verlies blijft door deze constructie beperkt tot een klein aandeel in de rente van de extra geldleningen. Ten aanzien van per 1 januari 2011 afgegeven borgtochten wordt de volledige achtervangfunctie door het Rijk vervuld. Bij dreigende liquiditeitstekorten in verband met tot en met 31 december 2010 afgegeven borgtochten kan het WEW een beroep doen op achtergestelde, renteloze leningen van het Rijk (50%) en van de gemeenten (50%).
Impact:
Het totaal aan gewaarborgde geldleningen met achtervangconstructie bedraagt € 491,4 miljoen (per 31 december 2021). Dit bestaat uit leningen geborgd door Waarborgfonds Sociale Woningbouw en waarbij de gemeente een achtervangfunctie vervuld. Over dit bedrag staat de gemeente voor 50% (€ 245,7miljoen) borg.
Financiële impact:
€ 2.457.000
Maatregelen:
Het WSW heeft ten doel woningbouwcorporaties tegen een zo laag mogelijke rente geld te laten lenen op de kapitaalmarkt, om zo de kosten van sociale woningbouw te kunnen drukken. Door het risico met andere gemeenten te delen, wordt hierbij het risico van individuele gemeenten beperkt. Bij opzegging van de overeenkomst met WSW zal de gemeente Oosterhout of zelf leningen moeten gaan verstrekken of zelf direct garant moeten gaan staan in de richting van (vooral) Thuisvester dat het risico vergroot. De claim op WSW dient nauwlettend te worden gemonitord. Gezien het feit dat er sprake is van een getrapt systeem is het risico niet theoretisch, maar ook niet groot.
Garantstellingen Omschrijving:
De gemeente staat garant voor de betaling van rente en aflossing van geldleningen aan instellingen, stichtingen of verenigingen die een doel nastreven met een maatschappelijk belang. In alle gevallen geldt dat er sprake moet zijn van bijzondere omstandigheden. Die bijzondere omstandigheid bestaat veelal daarin dat de instelling geen of onvoldoende zekerheid aan de bank kan verstrekken. Daar waar mogelijk vestigt de gemeente zekerheidsrechten. Veel van onze gerantstellingen betreft sportinstellingen. Zij missen door de Coronacrisis een groot deel van hun inkomsten. De kans dat de gemeente wordt aangesproken op haar rol als borgsteller is daardoor groter geworden.
92
Programmabegroting 2023
Garantstellingen Impact:
Samenstelling van de gewaarborgde geldleningen bestaat uit de volgende hoofdposten: • • • • •
zorgsector: volkshuisvesting particulieren (door langdurige aflossing op geldleningen en stijging huizenprijzen risico nagenoeg nihil) volkshuisvesting Thuisvester; milieu; sport en welzijn.
Tezamen vertegenwoordigen deze (31 december 2021) een waarde van € 7,9 miljoen. Financiële impact:
€ 79.000
Maatregelen:
Aan elke garantstelling gaat een draagkrachttoets vooraf en worden waar mogelijk zekerheidsrechten gevestigd. Voorts wordt bedongen dat op leningen wordt afgelost waardoor het risico voor de gemeente geleidelijk afneemt.
Starters-, blijvers-, duurzaamheids- en stimuleringsleningen via SVn Omschrijving:
Wanneer de partij die een starters-, blijvers- en duurzaamheidslening via de SVn (stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten) heeft opgenomen niet in staat is om deze terug te betalen, dan zal deze direct afgeboekt moeten worden van de vordering. Hierdoor treedt er een direct verlies op voor Oosterhout. Bij de starterslening kan men na drie jaar een hertoets aanvragen indien men op basis van het inkomen na de maandelijkse aflossing niet kan voldoen. Bij de stimuleringsregeling is de gemeente drager van het risico als een vereniging/stichting niet aan terugbetaling kan voldoen.
Impact:
De totale omvang van de door Oosterhout weggezette leningen bedraagt € 6,7 miljoen. Dit bedrag is uitgesplitst over de vier leningen: • • • •
starterslening: €3.950.000; duurzaamheidslening: €2.000.000; blijverslening: € 250.000; stimuleringslening: €500.000.
De leningen zijn revolverend, dat wil zeggen dat terugbetaalde leningen opnieuw worden ingezet om nieuwe leningen van te verstrekken. Financiële impact:
De startersleningen zijn NHG geborgd. De overige leningen zijn dat niet. De omvang hiervan begraagt momenteel € 2.750.000.
Maatregelen:
Door SVn wordt bij de starters-, duurzaamheids- en blijverslening een toets naar kredietwaardigheid uitgevoerd op de gevraagde lening. Daarnaast liggen er voor de startersen blijversleningen veelal hypothecaire zekerheden aan ten grondslag. De starterslening wordt met NHG (Nationale hypotheek garantie) verstrekt. Bij het onderdeel Stimuleringslening toetst de SVn de meerjarenbegroting en de meest recente jaarrekening van de stichting/vereniging die in aanmerking wil komen voor de lening; in geval van wanbetaling kan SVn via een betaalregeling met de gemeente het verlies op de betreffende lening beperken.
Informatiebeveiliging en privacy Omschrijving:
Als gemeente werken we veel met waardevolle en privacygevoelige informatie. Informatiebeveiliging en dus ook het nemen van allerlei beveiligingsmaatregelen om de risico’s te beperken, wordt daarom steeds belangrijker. Per 1 januari 2020 zijn de normenkaders van het rijk, de waterschappen, de gemeenten en de provincies gebundeld in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De baseline is het normenkader voor alle overheden geworden en dus ook voor de gemeente Oosterhout. Naast beschikbaarheid en integriteit speelt ook de vertrouwelijkheid van gegevens een rol. Binnen de gemeente Oosterhout maken we veelvuldig gebruik van gewone en bijzondere persoonsgegevens. Het zorgvuldig omgaan met deze persoonsgegevens staat hoog in het vaandel bij zowel de organisatie als de medewerkers. Met de komst van de AVG is het nog duidelijker omschreven welke plichten wij hebben als gemeente en welke rechten onze burgers hebben. Daarnaast biedt de AVG een omschrijving van een set aan maatregelen om onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens te voorkomen, of in ieder geval te verkleinen.
Programmabegroting 2023
93
Informatiebeveiliging en privacy Impact:
Het neerzetten van een betrouwbare informatievoorziening is noodzakelijk voor het goed functioneren van de gemeente en is de basis voor het beschermen van rechten van burgers en bedrijven. Als er inbreuk plaatsvindt op de beschikbaarheid, integriteit of vertrouwelijkheid van informatie kan de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komen en bedrijfsprocessen kunnen uitvallen. Zo kan een beveiligingsincident grote impact hebben op de diensten die de gemeente levert aan inwoners en bedrijven. Ook kan de veiligheid en privacy van burgers in gevaar komen op het moment dat de gemeente geen betrouwbare informatievoorziening kan neerzetten. Als gemeente verwerken wij veelal gevoelige informatie (zoals de verwerkingen in het kader van het Sociaal Domein en/of Veiligheid). Als zich een incident voordoet waarbij (persoons)gegevens onrechtmatig worden verwerkt (bv gelekt of verloren) kan dit lijden tot imago schade van de gemeente. Een incident kan ook leiden tot meer inzage verzoeken, schadevergoeding claims door betrokkenen of een boete door de Autoriteit Persoonsgegevens. Daarnaast kan een incident ernstige nadelige gevolgen hebben voor de privacy van een inwoner.
Financiële impact:
Wanneer de gemeente aantoonbaar onvoldoende oog heeft voor informatieveiligheid en privacy kan de Autoriteit Persoonsgegevens een maximale boete opleggen van € 10.000.000 bij een inbreuk op de privacy van een betrokkenen (bv bij een datalek). Bij aanwijsbaar niet naleven van de eisen uit de AVG kan de boete zelfs oplopen tot € 20.000.000. Hiernaast kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor schade die is opgelopen door individuen als gegevens onrechtmatig verwerkt worden. Tevens kunnen technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen, die nodig zijn om risico af te dekken of incidenten op te lossen, onverwachte kosten met zich meebrengen. Tenslotte zijn er ook structurele kosten zoals personeelskosten voor beveiligingsbeheerders en kosten voor bewustwording en concernbrede technische en fysieke maatregelen. Het risico op een cyberincident is helaas niet helemaal uit te sluiten. De financiële gevolgen van een dergelijk incident kunnen heel groot zijn. De kosten voor schade en herstel bij een grootschalig incident zoals bij de gemeente Hof van Twente, kunnen tot in de miljoenen oplopen.
Maatregelen:
Als gemeente werken we veel met waardevolle en privacygevoelige informatie. Informatiebeveiliging en dus ook het nemen van allerlei beveiligingsmaatregelen om de risico’s te beperken, wordt daarom steeds belangrijker. Per 1 januari 2020 zijn de normenkaders van het rijk, de waterschappen, de gemeenten en de provincies gebundeld in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De baseline is het normenkader voor alle overheden geworden en dus ook voor de gemeente Oosterhout. Naast beschikbaarheid en integriteit speelt ook de vertrouwelijkheid van gegevens een rol. Binnen de gemeente Oosterhout maken we veelvuldig gebruik van gewone en bijzondere persoonsgegevens. Het zorgvuldig omgaan met deze persoonsgegevens staat hoog in het vaandel bij zowel de organisatie als de medewerkers. Met de komst van de AVG is het nog duidelijker omschreven welke plichten wij hebben als gemeente en welke rechten onze burgers hebben. Daarnaast biedt de AVG een omschrijving van een set aan maatregelen om onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens te voorkomen, of in ieder geval te verkleinen.
Conjuncturele ontwikkelingen bouwkosten
94
Omschrijving:
Door de Corona pandemie en vervolgens de spanningen vanuit Rusland en de oorlog die hieruit voort kwam, is er sprake van een forse schaarste aan producten en forse stijging van productie kosten. Daarnaast is in bijna alle sectoren sprake van grote personeelstekorten, want de prijs van arbeid verder doet opdrijven. Ook in de bouwwereld wordt hier flink hinder van ondervonden. Kostenstijgingen op onderdelen van 20-30% leidt tot meer gedwongen keuzes op welke wijze bouw en verbouwprojecten opgestart kunnen worden.
Impact:
De komende jaren heeft de gemeente Oosterhout tal van investeringen op het gebied van mobiliteit, onderwijshuisvesting, sport en het nieuwe stadhuis op de planning staan. Enkele van de geplande investeirngen zijn nog gebaseerd op óude’ kostenramingen. Daarnaast blijft de prijsstijging op bepaalde onderdelen momenteel nog steeds oplopen.
Financiële impact:
Een kostenstijging van zo’n 20% - 30% de afgelopen jaren betekent een stevig aanvullend benodigd krediet.
Maatregelen:
De kostenontwikkelingen scherp blijven monitoren aan de hand van aanbestedingen in het land. Aan de hand daarvan zullen de komende jaren inhoudelijke keuzes gemaakt moeten worden qua fasering en temporisering van de geplande en gewenst ontwikkelingen.
Programmabegroting 2023
Omgevingswet Omschrijving:
Doordat de invoeringstermijn opnieuw is uitgesteld, zou de omgevingswet op het vroegst 1 januari 2023 intreding werken. De Omgevingswet heeft gevolgen voor de heffing van de leges voor omgevingsvergunningen. De huidige omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten wordt gesplitst in een ‘technisch deel en een ‘ruimtelijk deel’ en gemeenten mogen milieuleges gaan heffen. Gelijktijdig met de Omgevingswet treedt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. Deze wet bewaakt de kwaliteit van ontwerp en uitvoering van bouwplannen. Een groot deel van het werk dat gemeenten nu uitvoeren, moet na inwerkingtreding van deze wet door aanvragers van omgevingsvergunningen worden gedaan.
Impact:
Om te kunnen voldoen aan de Omgevingswet zal legesverordening zal anders worden opgebouwd. De mutaties zijn beperkt, veel van de huidige producten komen terug, een enkeling vervalt. Omdat de procedures nagenoeg gelijk zijn aan de huidige procedures, zal de hoogte van de leges onderhevig zijn inflatiecorrecties. De extra uren die gepaard gaan met het wennen aan de aangepaste procedures en problemen met de ict.
Financiële impact:
In de meerjarenbegroting (vanaf 2023) is momenteel € 1.248.750 aan legesinkomsten bouwvergunningen meegenomen. Het betreft ten opzichte van 2022 een verlaging van €514.500.
Maatregelen:
De financiële gevolgen voor de te ontvangen leges zijn in beeld gebracht en deze zijn genomen in de begroting 2023. Ook kan een nieuwe legesverordening worden voorbereid die rekening houdt met de Omgevingswet.
Grondexploitaties algemeen Omschrijving:
Via scenarioanalyses en het periodiek doorrekenen van alle grondexploitaties projecten ontstaat er goed inzicht in de risico’s. Daarnaast wordt in het MPG per project en totaal specifieke berekeningen gemaakt inzake risico’s en weerstandsvermogen. Everdenberg Oost is financieel het grootste project binnen onze gemeente met een boekwaarde (geïnvesteerd bedrag per 31-12-2021) van € 11,145 miljoen. Van de overige projecten zijn de risico’s in de projecten Santrijn, de Contreie en Zwaaikom fors afgenomen door de verkoop van de gronden. Wel zijn de stijgende kosten voor de infrastructuur een groter risico geworden, en dit is met name bij het project de Contreie nog een aanzienlijk risico. Tenslotte is er ook voor Slotjes Midden een toelichting opgenomen. In dit project zijn alle inkomsten ontvangen maar moeten de komende jaren nog grote investeringen worden gedaan in het openbaar gebied. Het risico dat de inkomsten uit grondverkopen onder druk komen te staan is nu met name voor het project Everdenberg Oost relevant. Alle projecten worden hieronder specifiek toegelicht.
Impact:
Het benodigde weerstandsvermogen is berekend op basis van de zogenoemde IFLOmethode. Op basis van de actualisatie ten behoeve van de jaarrekening blijkt de volgende marges van het benodigde weerstandsvermogen: IFLO methode :€ 2,1 miljoen. In het MPG 2022 (onderdeel van de 2e concernrapportage 2022) is deze geactualiseerd.
Financiële impact:
€ 2,1 miljoen (risico grondexploitaties totaal)
Maatregelen:
De plannen worden periodiek doorgerekend op basis van actuele inzichten, waarbij zonodig meerdere scenario’s in beeld worden gebracht. Thans is niet de afzet van gronden het meest kritieke in de totale grondexploitatie, maar de planning. Binnen de vrije reserve worden de bedragen binnen de P&C cyclus steeds geactualiseerd, wat zorgt voor het periodiek afstemmingsmoment tussen de uitgaven en inkomsten. Daarnaast is er binnen de grondexploitatie een algemene bedrijfsreserve beschikbaar ter hoogte van circa € 10,9 miljoen (prognose per 1-1-2023).
Programmabegroting 2023
95
De Contreie Omschrijving:
Alleen de woningen aan de Lanspunt nog worden gerealiseerd, de overige woningen zijn gereed of in aanbouw. Voor de realisatie van de Lanspunt is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Naar verwachting zal de wijziging in de loop van 2023 definitief worden vastgesteld. Pas daarna kan een omgevingsvergunning worden verleend en kan worden gestart met de bouw van deze woningen. Eventuele vertraging heeft zowel consequenties voor financiën als voor de planning. Er moeten nog een aantal werken woonrijpmaken worden aanbesteed/uitgevoerd (Zuidwest locatie, Vrachelsplein, Bronstijd, Lanspunt). Al in 2022 werd duidelijk dat er sprake is van enorme prijsstijgingen in de uitvoering. Dit zal zich doorvertalen in de werkzaamheden die nog moeten worden uitgevoerd in 2023 (en verder).
Impact:
Het risico is groot dat prijzen als gevolg van de algehele stijging in de bouwkosten verder stijgen ten opzichte van wat eerder is geraamd in de grondexploitatie. Door het uitvoeren van extra werkzaamheden in de buitenruimte, stijgen de kosten in de grondexploitatie. Hierbij gaat het om het verzoeken van bewoners.
Financiële impact:
Onderdeel van de impact grondexploitaties totaal
Maatregelen:
De gemeente heeft geen invloed op de kostenstijging van materialen. Gekeken wordt waar eventueel kostenbesparing mogelijk is, maar aangezien het in het geval van de Contreie gaat om een afronding van werkzaamheden, is dit in de praktijk lastig aangezien ook eenheid in de wijk wordt nagestreefd.
Everdenberg Oost Omschrijving:
De aansluiting van Everdenberg Oost op N629 zal plaatsvinden via het PIP traject van de provincie door middel van een rotonde in plaats van een kruising zoals eerder de bedoeling was. Het realiseren van een rotonde voldoet aan alle eisen (zowel bestemmingsplan als milieucriteria). Omwonenden willen geen rotonde. Tegen het besluit op de ontheffing Wet natuurbescherming, wat de provincie Noord-Brabant heeft afgegeven, is beroep ingesteld. Dit houdt in dat de rechtbank de zaak in behandeling neemt. Iets wat zich ook voordoet is het aansluiten van bedrijven op het energienetwerk. TenneT en Enexis hebben aangegeven voorlopig geen grote zakelijke aansluitingen te realiseren en op het net aan te sluiten. Ondanks dat er meerdere keren is verzocht om capaciteit voor Everdenberg Oost te reserveren, is hierin niet meegegaan. Dit houdt in dat er tot een nog onbekend moment geen aansluitingen met een netcapaciteit groter dan 3 x 80 ampère worden verstrekt.
Impact:
Uit gesprekken met omwonenden is gebleken dat ze tegen een rotonde zijn in de tijdelijke situatie. Voor de aanleg ervan dient nog een verkeersbesluit genomen te worden waartegen bezwaar en beroep ingesteld kan worden. Dit kan tot vertraging leiden wat betreft de uitvoering wat ook weer consequenties kan hebben voor het operationeel worden van het bedrijventerrein. Het beroep van de milieuvereniging wordt waarschijnlijk in het 4 e kwartaal van 2022 door de Rechtbank behandeld. De uitspraak kan gevolgen hebben voor het operationeel worden van het bedrijventerrein bij behandeling door uiteindelijk de Raad van State. Met Enexis worden gesprekken gevoerd om te beoordelen of in gezamenlijkheid verder gekomen kan worden om het traditionele energienetwerk om te zetten naar een lokaal energienetwerk op Everdenberg Oost. Diverse factoren maken dat het tijdspad onzeker wordt. Bovenstaande onzekerheden hebben ertoe geleid dat de opties die momenteel op de kavels zijn genomen, niet worden verlengd. Er kan richting de nabije toekomst geen garantie geven worden met betrekking tot de ontwikkeling van en bedrijfsvoering op deze kavels. Op het moment dat er meer zekerheid is over wanneer er daadwerkelijk gebouwd kan worden, worden de opties weer verstrekt. De verwachting is in het 3e kwartaal van 2023. De bedrijven die nu een optie hebben krijgen dan de voorkeur om wederom een keus te maken.
Dit betekent een langere afzetperiode van de kavels met financiële gevolgen. De grondexploitatie biedt ruimte voor enige uitloop, maar dit komt de opbrengst niet ten goede.
96
Financiële impact:
Onderdeel van de impact grondexploitaties totaal.
Maatregelen:
Nauw overleg met alle betrokkenen in het kader van het draagvlak voor het project.
Programmabegroting 2023
Ontwikkeling Santrijngebied exclusief parkeergarage Omschrijving:
Gronden voor bebouwing zijn geleverd. De woningen zijn allemaal opgeleverd in het Santrijnpark. Voor het openbaar gebied geldt, verwachte risico kan met name zijn de hogere kosten voor aanleg openbaar gebied.
Impact:
Voor het openbaar gebied geldt dat onder andere door bodemverontreiniging, extra werkzaamheden (bijv. tijdelijke weg voordat het Santrijnpark is ingericht) en stijgende kosten voor aanleg van openbaar gebied hoger zullen kunnen worden.
Financiële impact:
Onderdeel van de impact grondexploitaties totaal.
Maatregelen:
De grond voor de parkappartementen is geleverd. Voor de aanleg openbaar gebied, vindt een aanbesteding plaats voor de aanleg van de 2e fase van het Santrijnpark, zodat er concurrerend wordt ingeschreven.
Zwaaikom Omschrijving:
De belangrijkste risico’s binnen het project Zwaaikom zijn: • • • • •
Impact:
• •
•
• •
subsidie: vervallen van provinciale subsidie; verplaatsen handboogvereniging De handboog is verplaatst. Hiervoor dient het bestemmingsplan nog aangepast te worden en de geldlening terugbetaald aan de gemeente.; verkoop woningen; looptijd totale project; voor diverse onderdelen dient nader onderzoek plaats te vinden, hetgeen afhankelijk van de bevindingen kan leiden tot andere kosten. Mogelijke planschadeclaims en vertragingsprocedures. Het niet tijdig verplaatsen kan zorgen voor extra kosten voor de gemeente vanwege de vertraging die wordt opgelopen door de ontwikkelaar. Indien de handboog geen lening kan aangaan, duurt het langer voordat de gemeente het geld terugbetaald krijgt. Binnen het project de Laverie (vaste wal) gaat ging de verkoop minder snel dan in eerste instantie verwacht. Naar aanleiding hiervan wordt is het stedenbouwkundig plan per fase opnieuw bekeken of het voldoende aansluit bij de huidige vraag en zo nodig aangepast. De totale looptijd van het project loopt langer door, waardoor detotale kosten hoger zullen zijn. Er dienen extra onderzoeken plaats te vinden voor de Pfas, dit werkt vertragend en kostenverhogend.
Financiële impact:
Onderdeel van de impact grondexploitaties totaal.
Maatregelen:
Algemeen: Intensief overleg met alle betrokken partijen (onder meer ontwikkelaars, provincie, organisaties, belanghebbenden, verenigingen en bewoners). De voorziening is verhoogd, gezien feit dat de eindwaarde negatiever is geworden, doordat er enkele nieuwe onderdelen zijn opgenomen. • • •
De provinciale subsidie is volledig toegekend. De Handboog is verhuisd. Het bestemmingsplan wordt opgesteld en de Handboog heeft een aanvraag gedaan voor een lening en een borgstelling. De verkoop van de woningen gaat momenteel goed.
Herontwikkeling Slotjes Midden Omschrijving:
De herontwikkeling van Slotjes Midden is in volle gang. Er wordt een deel van het bestaande woningbestand gesloopt, er worden nieuwe woningen gebouwd en het openbaar gebied wordt heringericht en gerevitaliseerd. Met de herstructurering, die in nauwe samenwerking met woningbouwcorporatie Thuisvester wordt vormgegeven, wordt de toekomstwaarde van het gebied voor de (toekomstige) bewoners veiliggesteld.
Programmabegroting 2023
97
Herontwikkeling Slotjes Midden •
Impact:
• •
•
Financiële impact:
Onderdeel van de impact grondexploitaties totaal. •
Maatregelen:
Hogere prijzen inrichting kanaalzone door te kiezen voor invulling hiervan met projecten rondom klimaatadaptatie. Hogere prijzen bouwproducten door toenemende vraag en tekorten aan aanbodkant. Dit kan de planning van het bouwproces vertragen. Inrichten openbare ruimte is (met name voor deelplan 5 t/m 7) nog niet concreet. De kostenraming hiervan is nog redelijk abstract door stijging van de bouwkosten is nog te bezien of het uitgevoerd kan worden binnen de kostenraming. Door de oorlog in Oekraïne, de energiecrisis, leverproblemen materialen en personeelstekorten hebben we te maken met prijsstijgingen voor het inrichten van de openbare ruimte.
• • •
Regelmatig overleg en afstemming met Thuisvester en ontwikkelaar ten aanzien van de planning en de gemaakte afspraken vastleggen. Goed inzicht in en zo nodig bijstellen van hoogte en moment van uitgaven voor herinrichting openbaar gebied. In nauw overleg met de wijkmakelaar de leefbaarheid van de wijk blijven volgen en zo nodig aanvullende maatregelen treffen. Zoeken naar subsidiemogelijkheden, bijvoorbeeld via de provincie, om de kosten van projecten rondom klimaatadaptatie te verlagen.
6.2.3 Totaaloverzicht van onderkende risico’s: Het risico wordt bepaald door de risico’s te kwantificeren op basis van de kans dat het risico zich voordoet. Voor de beoordeling is de onderstaande schaalindeling gehanteerd. Kans
Omschreven als
Zeer klein Klein Gemiddeld Groot
Zeer onwaarschijnlijk Onwaarschijnlijk Aannemelijk Waarschijnlijk
Geschatte kans dat het risico zich werkelijk zal voordoen 1% 10% 50% 80%
In onderstaande tabel zijn de onderkende risico’s zoveel mogelijk gekwantificeerd en ingedeeld per type risico. Nr
Omschrijving
1 Covid-19 (Corona) 2 Oekraïnecrisis 3 Energiecrisis 4 Algemene uitkering 5 Jeugdzorg 6 Liquidatie Juzt 7 Verbonden partijen 8 Brand Moerdijk 9 MidZuid 10 Afvalverwijdering 11 Attero 12 Rente / treasury 13 Achtervang gewaarborgde geldleningen 14 Garantstellingen 15 Starters-, blijvers- en duurzaamheidsleningen 16 Informatiebeveiliging & privacy 17 Conjuncturele ontwikkelingen bouwkosten 18 Omgevingswet Benodigde weerstandscapaciteit exclusief grondexploitaties Risico grondexploitaties Totaal benodigde weerstandscapaciteit
Maximaal Kans risico 500.000 Gemiddeld 500.000 Klein 3.000.000 Groot 3.500.000 Groot 1.000.000 Groot 0 525.000 Gemiddeld 300.000 Klein 1.000.000 Groot 200.000 Groot 660.000 Klein 550.000 Groot 245.700.000 Zeer klein 7.900.000 Klein 2.750.000 Klein 500.000 Gemiddeld 6.000.000 Groot 1.000.000 Gemiddeld
I/S S/I I S S S S/I I S/I S I S I I I I I S
X€1 Impact 250.000 50.000 2.400.000 2.800.000 800.000 0 262.500 30.000 800.000 160.000 66.000 440.000 245.700 790.000 275.000 250.000 4.800.000 500.000 14.919.200 2.100.000 17.019.200
Wanneer de risico’s maal de kans berekend wordt ontstaat er een benodigd weerstandsvermogen van € 17,0 miljoen om de onderkende risico’s af te dekken.
98
Programmabegroting 2023
6.2.4 Confrontatie weerstandsvermogen en risico’s Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij benodigde weerstandscapaciteit enerzijds en de beschikbare weerstandscapaciteit anderzijds. De relatie wordt weergegeven in onderstaand figuur. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risico-inventarisatie voortkomt, zetten we af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Bij de vaststelling van de beleidsnota risicomanagement 2020 – 2023 is vastgesteld dat deze zogenoemde ratio weerstandsvermogen minimaal 1,5 moet zijn. X € 1.000 Rekening Begroting Begroting 2021 2022 2023 28.639 31.100 26.483 15.791 15.800 17.019 12.848 15.300 9.464
Omschrijving Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Netto weerstandsvermogen Omschrijving
Rekening Begroting Begroting 2021 2022 2023 1,8 1,9 1,6
Weerstandsratio
We kunnen concluderen dat we momenteel met dit ratio over voldoende weerstandscapaciteit beschikken. Het is echter wel zo dat er een aantal risico’s benoemd zijn welke een structurele doorwerking hebben en ook is er sprake van risico welke nog niet is doorgerekend in financiële zin. Wanneer we er, indien deze risico’s zich voordoen, niet in slagen deze snel genoeg door te vertalen in beleid drukken de structurele risico’s langer op het weerstandsvermogen. Het moge ook duidelijk zijn dat de keuze om geld vanuit de reserves in te zetten om te investeren in de stad op termijn leidt tot een kleinere reservepositie en dus een lagere weerstandscapaciteit.
6.2.5 Kengetallen Onderstaande kengetallen behoren tot een set die landelijk verplicht is gesteld in het BBV. Deze set maakt het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van hun gemeente (zowel in ontwikkeling over de tijd, alsook – zij het beperkter – in vergelijk met andere gemeenten). In de tabel is tevens aangegeven in welke paragraaf een nadere berekening van deze kengetallen is opgenomen.
Programmabegroting 2023
99