CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeente Oosterhout - 1e versie Programmarekening 2021

Raadsvergadering 19 juli 2022, gemeente OosterhoutBij agendapunt: 345188 Jaarstukken 202146.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

De post onvoorzien. Deze bedraagt € 100.000; De onbenutte belastingcapaciteit.

6.2.1.2 Incidentele weerstandscapaciteit De Incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende onderdelen: • •

Het vrije deel van de algemene reserve, de vrije reserve en de bestemmingsreserves; Eventuele stille reserves.

6.2.1.3 De post onvoorzien In de begroting is jaarlijks een post onvoorzien opgenomen van € 100.000. 6.2.1.4 Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit geeft een indicatie van de mogelijkheden, die een gemeente heeft om haar inkomsten via extra belastingopbrengsten te verhogen. De belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente Oosterhout zijn OZB-inkomsten, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn beiden begroot op een kostendekkend niveau. Dit betekent dat hierin geen onbenutte capaciteit aanwezig is. De onbenutte belastingcapaciteit wordt berekend door de verwachte taxatiewaarde van het totale areaal woningen te vermenigvuldigen met het verschil tussen het gemiddeld OZB-tarief woningen en niet-woningen in Oosterhout en het landelijk normtarief OZB voor beroep op artikel 12 van de Financiële verhoudingswet. Het normtarief is door het Rijk in de meicirculaire 2021, voor het jaar 2022, bepaald op 0,1800%. Dit tarief is hoger dan ons gemiddeld tarief. Onderstaand is berekend dat er een onbenutte belastingcapaciteit is van circa € 6,0 miljoen. Dit is de ruimte ten opzichte van de tarieven die landelijk vastgesteld zijn om te kunnen worden toegelaten als artikel 12 gemeente. Omschrijving

Waarde 2022

Tarief 2022

Tarief artikel 12 (2022)

Bruto opbrengst 2022 11

Bruto opbrengst artikel 12

Eigendom woning Eigendom niet-woning Gebruik niet-woning Totaal

7.265.128 1.501.917 1.276.630

0,0906% 0,2124% 0,1790%

0,1800% 0,1800% 0,1800%

6.582 3.190 2.285 12.056

13.077 2.703 2.298 18.078

X € 1.000 Onbenutte capaciteit

6.495 -487 13 6.021

11 Op basis van begroting 2022

Programmarekening 2022

77

Uiteraard is het goed om te beseffen dat het gebruiken van de onbenutte belastingcapaciteit echt een noodmaatregel is in geval de gemeente in financieel zwaar weer terecht komt. Het gebruik van deze onbenutte belastingcapaciteit betekent namelijk een zeer forse verhoging van de huidige OZB voor woningen. 6.2.1.5

Het vrije deel van de algemene reserve, de vrije reserve en de bestemmingsreserves

Algemene reserve De doelstelling van de algemene reserve is: •

•

Het tijdelijk opvangen van negatieve exploitatieresultaten. De benodigde omvang is sterk afhankelijk van de interne beheersing van de bedrijfsprocessen. Als de planning- en controlcyclus goed functioneert dan zullen via bijsturing tekorten/overschotten in de uitvoering van de begroting met behulp van een aanpassingsproces in uiterlijk 2 à 3 jaar weer worden gecorrigeerd. Onvoorzienbare externe ontwikkelingen op te vangen.

Vrije reserve / bestemmingsreserves De vrije reserves en bestemmingsreserves (m.u.v. reserve investeringsprojecten) zijn allen vrij te besteden voor de diverse doeleinden. De bestemmingsreserves zijn wel gelabeld voor bepaalde doeleinden, maar de raad kan te allen tijde besluiten hier een ander doel aan te geven. De ontwikkeling van de vrije reserve is beschreven in het hoofdstuk investeringen van de financiële begroting. De reserves hebben zich als volgt ontwikkeld c.q. gaan zich naar verwachting als volgt ontwikkelen: Omschrijving

Algemene reserves Vrije reserve12 Reserves grondexploitatie Overige bestemmingsreserves 13 Totaal

Rekening 2019

Rekening 2020

Begroting 2021

Rekening 2021

x € 1.000 Begroting 2022

5.283 31.777 17.927 3.861 58.549

5.283 33.257 16.479 3.536 58.555

5.283 30.458 14.207 2.569 52.517

5.283 38.749 14.777 3.245 62.054

5.283 25.757 16.622 2.407 50.069

In bovenstaande berekening van de weerstandscapaciteit worden vrijwel alle reserves meegenomen. Dit is ook toegestaan bij het bepalen van het weerstandsvermogen; de raad kan immers bepalen de reserves voor een andere doel in te zetten. Het is echter zo dat er reeds bestedingsdoelen aan de bestemmingsreserves hangen en dat geldt ook voor een groot deel van de vrije reserve. Als de incidentele weerstandscapaciteit wordt gezuiverd van deze ‘claims’ ontstaat het volgende beeld: x € 1.000 Ultimo 2021

Omschrijving

Algemene reserves Vrije reserve 14 Reserve grondexploitatie 15 Totaal 6.2.1.6

5.283 7.180 10.155 22.618

Conclusie weerstandscapaciteit x € 1.000 Ultimo 2021

Omschrijving

Structurele weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit Totaal weerstandscapaciteit

6.021 22.618 28.639

De gemeente Oosterhout beschikt hiermee over een weerstandscapaciteit van € 28,6 miljoen.

12 Inclusief saldobestemming 2020. 13 De reserve investeringsprojecten en SSC/ICT worden bij de bepaling van het weerstandsvermogen buiten beschouwing gelaten. 14 Binnen de vrije reserve is alleen het gedeelte waar nog geen claim op ligt meegenomen. 15 Betreft de algemene bedrijfsreserve van de GREX en het niet-geclaimde deel van reserve infrastructurele werken.

78

Programmarekening 2021

6.2.2 Risico’s Tegenover de hierboven geïnventariseerde weerstandscapaciteit staan de risico’s die de gemeente loopt. Reguliere risico’s – risico’s die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn – maken geen deel uit van deze paragraaf. Hiervoor zijn immers verzekeringen afgesloten of voorzieningen gevormd. De risicoparagraaf geeft een inventarisatie van de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Mogelijke voor- of nadelen op exploitatieposten worden hier niet als risico gedefinieerd. De onderstaande risico-inschatting is gestoeld op diverse aannames. De globale inschatting van kans en omvang is tijdsgebonden, waarbij het (voortschrijdend) inzicht sterk afhankelijk is van vele onzekere toekomstige factoren. Onder dergelijke risico’s verstaan wij derhalve: alle redelijk voorzienbare onzekerheden die niet direct vooraf kwantificeerbaar zijn. Daarom kunnen er geen voorzieningen voor worden gevormd. 6.2.2.1 Covid-19 (Coronacrisis) De Nederlandse corona-aanpak is erop gericht het virus maximaal te controleren, de zorg niet te overbelasten en kwetsbare mensen in de samenleving te beschermen. Hiertoe zijn begin 2020 beperkingen opgelegd om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Deze beperkingen hebben grote gevolgen gehad voor de economie.

De beperkende maatregelen zijn inmiddels vrijwel volledig opgeheven. Impact Naast de rechtstreekse kosten die de gemeente op korte termijn maakt, dient ook rekening gehouden te worden met het niet of beperkt kunnen realiseren van de doelstellingen van de gemeente en haar partners. Daarnaast kan deze crisis leiden tot een verschuiving in de prioriteiten van de gemeente. Financiële impact Het COVID-19 (Corona) virus heeft op diverse beleidsterreinen van onze begroting effect gehad. In de Coronaparagraaf is dit nader toegelicht. En ondanks het feit dat de beperkende maatregelen momenteel vrijwel volledig zijn opgeheven, lopen wij in het verlengde van de ceze crisis nog wel een aantal risico’s. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. Naast directe uitgaven die niet begroot zijn, heeft deze crisis mogelijk financieel effect op de beleidsterreinen: lokale heffingen (ozb, rioolheffing, precario, marktgelden, BIZ, toeristenbelasting), huurinkomsten, schuldhulpverlening, kwijtscheldingen, bouwleges, reclame-inkomsten.

Daarnaast brengt deze crisis nog risico’s op het gebied van de door de gemeente verleende garantstellingen, afzet van bedrijventerreinen, voortgang van projecten, realiseren van gemeentelijke doelstellingen, et cetera Maatregelen We beschikken over een robuuste weerstandscapaciteit en financiële positie, maar wat deze crisis in termen van extra kosten en risico's voor onze gemeente uiteindelijk gaat betekenen, o.a. ook vanuit de genomen kabinetsmaatregelen en steun vanuit het Rijk, blijft nog onzeker. Bij de jaarrekening 2019 is totaal € 2,3 miljoen apart gezet om de rechtstreekse gevolgen van de Coronacrisis (deels) te kunnen dekken. Hiermee is reeds een groot deel van de onderkende risico’s voor onze gemeente gedekt. Tot slot is in de begroting 2022 € 872.000 aan Coronakosten begroot. 6.2.2.2 Oekraïnecrisis / Vluchtelingenopvang De oorlog in Oekraïne heeft ook gevolgen voor Nederlandse gemeenten. Dat kan gaan om opvang van vluchtelingen door gemeenten en particulieren, ondersteuning van Oekraïners en Russen die momenteel in Nederland verblijven, risico's voor digitale veiligheid en economische sancties voor Russische bedrijven. Impact Financiële impact In de ministerraad is besloten dat gewerkt wordt met een hybride financieringssystematiek voor gemeenten. Er wordt gewerkt aan een regeling voor de financiering van de opvanglocaties en bijhorende kosten in gemeenten.

Het uitgangspunt is dat het kabinet van rijkswege de kosten die gemaakt zullen worden door gemeenten zal vergoeden en dat gemeenten er financieel niet op achteruit mogen gaan. Op het moment van schrijven is er nog geen overeenkomst over de vergoeding van de eenmalige kosten om locaties geschikt te maken voor de opvang.

Programmarekening 2022

79

Maatregelen Om gemeenten zoveel mogelijk te helpen bij het opzetten en beheren van opvanglocaties hebben de betrokken ministeries, de VNG en andere partners een voorlopige “Handreiking Gemeentelijke Opvang Oekraïners” opgesteld. Deze handreiking is geen blauwdruk, maar biedt handvatten die gemeenten ondersteunen bij de organisatie en uitvoering van de opvang. Daarnaast is de gemeente Oosterhout vertegenwoordigt in een landelijke werkgroep om de kosten voor de opvang te duiden en hiervoor een passende compensatie uit te werken. 6.2.2.3 Algemene uitkering De invoering van de nieuwe herverdeling is met nog één jaar uitgesteld tot 2023. De Raad voor Openbaar Bestuur heeft in oktober 2021 advies gegeven, het ministerie heeft in december 2021 en januari 2022 een uitgebreide toelichting en aanvullende informatie over de berekening van het financiële effect van het verdeelvoorstel gepubliceerd. Impact Zoals eerder gemeld pakken de effecten hiervan negatief uit voor Oosterhout (naar verwachting ongeveer 7 euro per inwoner per jaar). Dit negatieve effect is reeds in de meerjarenbegroting 2022 verwerkt. Financiële impact Nadeel van € 7 per inwoner. Maatregelen De gemeente Oosterhout volgt (voornamelijk via de M50) de ontwikkeling van de verdeelmodellen en laat zich hierover periodiek informeren en draagt via deze groep haar mening uit richting VNG / Rijk.

De M50 is ook (ambtelijk en bestuurlijk) vertegenwoordigt in de werkgroepen die over de verdeelmodellen nadenken. Het Rijk heeft laten weten de herverdeling conform eerdere plannen uit te voeren, maar het herverdeeleffect te maximaliseren tot € 7,50 per inwoner per jaar in plaats van € 15 per inwoner per jaar. Dat heeft voor Oosterhout echter geen effect.

6.2.2.4 Kostenontwikkeling jeugdzorg en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Per 1 januari 2015 zijn er taken op het gebied van jeugdzorg, AWBZ en de participatiewet overgeheveld van het Rijk naar de gemeenten. Deze overheveling zijn gepaard gegaan met gelijktijdige budgetverlagingen vanuit het Rijk. In 2017 zijn grote tekorten op gebied van jeugd en WMO zichtbaar geworden. Deze lijn zet zich door naar toekomstige jaren. Sinds de begroting 2019 is het uitgangspunt van budgetteren op basis van het Rijksbudget losgelaten en is er op basis van de verwachte kosten gebudgetteerd. Impact Wmo Binnen de opgave Financiële beheersbaarheid Sociaal Domein is er nadrukkelijke aandacht geweest voor de voorziening Hulp bij het Huishouden (HbH) aangezien dit de grootste kostenpost binnen de Wmo is waarop de sterkste groei zit. Verschillende beheersmaatregelen zijn in 2021 genomen gericht op een kwaliteitsimpuls bij de toegang en uitvoering van de HbH. Parallel aan deze beheersmaatregelen, bleef het abonnementstarief echter ook in 2021 een aanzuigende werking hebben en blijven we te maken hebben met de dubbele vergrijzing. Dit alles gecombineerd met de maatschappelijke opgave om langer thuis te blijven wonen, maakt dat we in 2021 een groei hebben gezien in het aantal cliënten. De groei in de uitgaven hebben we door de maatregelen enigszins weten te dempen.

Jeugdzorg Ondanks de genomen beheersmaatregelen (waarvan de positieve effecten zichtbaar zijn) zijn de kosten Jeugdzorg in 2021 toch weer verder gestegen. Dit heeft geleid tot een overschrijding op de begroting. De stijging van kosten is toe te schrijven aan een nog steeds verder groeiende vraag naar Jeugdhulp. Het aantal unieke cliënten is in 2021 met ruim 8% gestegen t.o.v. 2020. We zien deze stijging met name terug bij de ambulante Jeugdhulp, Crisiszorg en JeugdzorgPlus. Ondanks dat hier geen directe correlatie te maken is, lijkt deze stijging (deels) verband te houden met COVID-19. Daarnaast zien we ook een kostenstijging bij de Jeugdbescherming, uitgevoerd door de gecertificeerde instellingen. Deze stijging is met name het gevolg van de nieuwe tariefafspraken 2021 (stijging van 9% met terugwerkende kracht voor 2020) en de overeengekomen transitievergoeding voor JBB. Financiële impact € 1.300.000

80

Programmarekening 2021

Maatregelen Met ingang van de begroting 2019 is de jeugdzorg en de Wmo niet meer budgetneutraal opgenomen, maar is hier reëel geraamd conform de verwachte kosten. Er vinden maandelijks voortgangsgesprekken en –rapportages plaats op de ombuigingen, waardoor snel bijgestuurd kan worden. In 2022 blijft de aandacht op het dempen van de kostenontwikkeling. Zo geldt in 2022 het nieuwe normenkader HbH, is er gestart met een pilot wasservice en wordt er nagegaan wat reablement kan betekenen voor cliënten HbH. 6.2.2.5 Liquidatie Juzt Per einde 2020 is de liquidatie van Juzt grotendeels gerealiseerd. Hiermee zijn ook de risico’s voor Oosterhout beter inzichtelijk geworden en kleiner geworden. In de jaarrekening 2019 was een voorziening voor de liquidatie van Juzt gevormd van € 1,2 miljoen. In de jaarrekening 2020 is deze voorziening verlaagd naar € 500.000. De laatste resterende onzekerheid zit in de verkoop van één vastgoedlocatie van Juzt, zijnde Krabbebossen. Impact Voor de verkoop van deze vastgoedlocatie is inmiddels een conceptovereenkomst gesloten, maar deze wacht nog op bestuurlijke goedkeuring van de gemeente Zundert. Indien deze overeenkomst geen doorgang vindt, zal gezocht moeten worden naar een nieuwe koper. Financiële impact € 450.000 Maatregelen Zowel op bestuurlijk als op ambtelijk niveau wordt deze ontwikkeling gemonitord.

6.2.2.6 Verbonden partijen / Gemeenschappelijke regelingen In de paragraaf verbonden partijen wordt inzicht gegeven in de aard, omvang en betekenis van de privaatrechtelijke en publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente Oosterhout een bestuurlijk en/of financieel belang heeft en daarmee ook risico’s loopt. Impact Verbonden partijen zijn verplicht om in hun begroting en jaarstukken een risicoparagraaf op te nemen waarin de door de verbonden partij onderkende risico’s zijn opgenomen. Over het algemeen is de afspraak gemaakt dat verbonden partijen er geen eigen reserves op na houden, maar dat men zich, in geval een risico zich daadwerkelijk voor doet, wendt tot de deelnemende gemeenten om dit op te vangen. Hiermee loopt de gemeente Oosterhout een direct financieel risico. Financiële impact Voor een overzicht van de verbonden partij wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen (paragraaf 6.6). De verbonden partijen hebben in hun begroting weliswaar risico’s benoemd, maar deze zijn veelal niet gekwantificeerd. Hierdoor is het niet mogelijk voor de gemeente Oosterhout om te bepalen hoe hoog het financiële risico is dat wij vanuit de verbonden partijen lopen. De totale bijdrage van de gemeente Oosterhout in 2022 aan de verbonden partijen bedraagt zo’n € 10 miljoen.

Omdat de GR’en de risico’s veelal nog niet hebben gekwantificeerd wordt nu 5% (€ 495.000) van dit begrotingstotaal als risicopost opgenomen. Maatregelen De ontwikkeling van de risicoparagraaf van alle verbonden partijen zal worden gemonitord via vertegenwoordiging in het AB/DB. Gedurende het kalenderjaar zijn er verschillende momenten (bestuursrapportage) om (bij) te sturen op een verbonden partij. 6.2.2.7 Risico aansprakelijkheid brand Moerdijk Gemeente Moerdijk en de Veiligheidsregio MWB worden door omliggende bedrijven van Chemie Pack in Moerdijk verantwoordelijk gehouden voor de schade die ze zeggen te hebben geleden als gevolg van de brand op 5 januari 2011.Er is nog steeds geen dagvaarding inzake aansprakelijkstelling uitgebracht, maar de mogelijkheid is nog steeds aanwezig; er is nog geen sprake van de verjaringstermijn. Het kan hier gaan om een claim die in de (tientallen) miljoenen loopt. Impact Het risico van de brand in Moerdijk is niet financieel vertaald in het weerstandsvermogen van de veiligheidsregio. Daarom worden de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling geadviseerd met dit risico zelf rekening te houden. Financiële impact Voor Oosterhout kan dit neerkomen op een risico van ruim € 300.000. ( aandeel 4,8 %).

Programmarekening 2022

81

Maatregelen Niet van toepassing. 6.2.2.8 Ontwikkeling WSW bedrijf WAVA / MidZuid Het budget dat wij van het Rijk ontvangen voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) maakt vanaf 2015 onderdeel uit van de integratie-uitkering sociaal domein. De middelen die hierin zitten voor uitvoering van de Wsw zijn onvoldoende om de uitvoering hiervan door WAVA te dekken. Dit betekent dat er sprake is van een aanvullende gemeentelijke bijdrage. De afgelopen jaren was er sprake van een lichte daling van de gemeentelijke bijdrage. Helaas lijkt het tij weer te keren en gaan we de komende jaren waarschijnlijk weer een stijging van de gemeentelijke bijdrage zien. Verder is van belang dat de huisvestingssituatie van MidZuid tegen het licht wordt gehouden. De keuzes die hierin gemaakt moeten worden hebben waarschijnlijk ook invloed op de gemeentelijke bijdrage. De Participatiewet kent de participatievoorziening beschut werk. Op dit moment is WAVA hiervoor onze belangrijkste uitvoerder. Via het BUIG-budget en het participatiebudget ontvangen wij hiervoor middelen van het Rijk die voor de uitvoering aan WAVA beschikbaar gesteld worden. Het Rijk bepaalt jaarlijks een aantal plaatsen beschut werk dat de gemeente moet realiseren voor zover er personen een indicatie hebben. Evenals bij de Wsw laat de praktijk zien dat deze rijksmiddelen niet voldoende zijn om de kosten te dekken.

Dit betekent dat we ook hierbij te maken krijgen met de noodzaak van een aanvullende gemeentelijke bijdrage. Daarnaast hoeft het niet te betekenen dat ieder plaatsing in het kader van de participatievoorziening beschut werk bij WAVA/MidZuid plaatsvindt. Uitgangspunt bij plaatsing is dat er een werkplek wordt gezocht die het best bij de kandidaat past. Dit kan dus ook betekenen dat dit bij een andere organisatie is. Impact Groot. Financiële impact € 716.844 ( gemeentelijke bijdrage 2021) Maatregelen De ontwikkelingen bij WAVA krijgen continu aandacht. Hierbij blijft er aandacht voor de vraag welke taken weggelegd dienen te worden bij WAVA. Ook de bedrijfsvoering binnen WAVA heeft blijvende aandacht. In 2021 is binnen MidZuid een transformatieproces doorlopen. Hierbij is de nadruk gelegd op de verbetering van de processen en de samenwerking tussen MidZuid en de gemeenten. Dit transformatieproces zal in 2022 een vervolg krijgen waarbij de meer strategische vraagstukken aan bod komen. Het gaat dan om de vraag welke rol de gemeenten zien voor MidZuid bij de uitvoering van hun taken. Ook zullen hierin keuzes gemaakt worden over de toekomstige huisvestingssituatie. 6.2.2.9 Afval algemeen De afvalbegroting is geen statische begroting.

Veel is afhankelijk van niet of moeilijk beïnvloedbare factoren zoals de afvalverbrandingsbelasting, kwantitatieve en kwalitatieve afvalscheiding door bewoners (afvalgedrag), marktwerking van verwerkingstarieven of prijzen voor de inname van waardevolle recyclebare producten (papier, blik, textiel, etc.). Doorlopend zullen nieuwe contracten afgesloten moeten worden voor de verwerking van verschillende afvalstromen. De verwerkingstarieven zijn aan marktwerking onderhevig. Er kan dus moeilijk een betrouwbare inschatting worden gegeven over de daadwerkelijke toekomstige tarieven. De huidige tendens is wel dat de inkomsten uit grondstoffen zullen dalen en de kosten voor afvoer zullen stijgen. Impact Het risico is interen op de egalisatievoorziening en een hogere afvalstoffenheffing. Onverwachtse prijswijzigingen zetten de egalisatievoorziening verder onder druk. De voorziening mag niet negatief zijn, in dat geval moet worden bijgestort uit de algemene middelen. Dit is eerder daadwerkelijk nodig gebleken. Financiële impact Aan inkomsten uit recyclebare stromen is in de begroting 2021 zo’n € 1,070 miljoen opgenomen. Het totale risico van deze post wordt ingeschat op zo’n 10% hiervan. Daarnaast zijn de afgelopen jaren de kosten voor kwijtschelding en oninbaar fors gestegen, en kunnen ook niet alle ledigingen daadwerkelijk opgelegd worden bij inwoners.

Hierin bestaat echter momenteel nog weinig inzicht. Deze effecten worden totaal ingeschat op zo’n € 200.000 per jaar. Maatregelen • Meedoen aan grote aanbestedingen om gunstige tarieven in contracten vast te leggen. • Geen eenmalige matigingen tarieven. • Afvalscheiding zowel kwalitatief als kwantitatief bevorderen. • Grip op bedrijfsvoering houden (efficiëncy verbetering continue opgave).

82

Programmarekening 2021

6.2.2.10 Attero De gewesten in de provincie Noord-Brabant hadden met Attero Zuid B.V. aanbiedingscontracten afgesloten die liepen tot 1 februari 2017 voor wat betreft het brandbaar huishoudelijk restafval. Attero dient aan de verwerker een minimale hoeveelheid restafval van 510 kTon aan te leveren. Vanaf 2011 is deze hoeveelheid niet meer in totaal aangeleverd door de gewesten. De rekeningen over de jaren 2011 tot en met 2014 zijn na gerechtelijke uitspraken definitief van tafel. Attero heeft in 2016 een nieuwe arbitrageaanvraag opgestart. Opnieuw was de vraag of Attero aan de gewesten een (suppletie)vergoeding in rekening mag brengen voor het verwerven van extra brandbaar afval, dit keer met betrekking tot de jaren 2015, 2016 en januari 2017. Uit dit eindvonnis bleek dat Attero in het gelijk is gesteld en zijn de gewesten en gemeenten tot betaling overgegaan. Tevens is een vernietigingsprocedure opgestart. Deze procedure is onlangs (juni 2021) geëindigd. Het arrest luidt dat het eerdere arbitrale vonnis wordt vernietigd. Attero heeft de eerder ontvangen bedragen conform het vonnis teruggestort op de rekening van de gemeenten. Echter Attero is inmiddels weer in cassatie gegaan bij de Hoge Raad tegen dit arrest. Het risico blijft voorlopig dus bestaan dat we als gemeente (het inmiddels terugontvangen bedrag) alsnog moeten betalen.

Impact Na dit arrest van het hof bestaat voor alle procespartijen de mogelijkheid om tegen dit arrest in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. Dit zal moeten worden afgewacht en zodra duidelijk is dat er cassatie komt, zal in die procedure verweer gevoerd moeten worden. De looptijd van een eventuele cassatieprocedure zal ongeveer 1,5 jaar zijn. Wanneer de Hoge Raad het arrest van het hof in stand laat, is daarmee de vernietigingsprocedure definitief geëindigd. Als de Hoge Raad zou oordelen dat het hof het arrest onvoldoende heeft gemotiveerd of een beslissing heeft genomen in strijd met het geldende recht, kan het hof de opdracht krijgen een nieuwe beslissing te nemen of kan de Hoge Raad deze beslissing zelf nemen. Financiële impact Oosterhout heeft het eerder betaalde bedrag inclusief rente (ruim € 660.000) teruggestort gekregen. Maatregelen De Brabantse gewesten blijven gezamenlijk handelen richting Attero in deze zaak. In de nieuwe contracten per 1 februari 2017 is geen aanlever- of volumeplicht opgenomen. 6.2.2.11 Rente / Treasury De gemeente Oosterhout heeft geld vanuit de markt aangetrokken om de gewenste investeringen te kunnen realiseren. Momenteel is deze rente erg laag. Hier wordt in de begroting rekening mee gehouden en hierdoor ontstaat ieder jaar extra financiële ruimte binnen de exploitatie.

Indien de rente stijgt dan kan dit tot meerjarige budgettaire consequenties (lees extra bezuinigingen) leiden. Per 31 december 2021 is er totaal € 73,6 miljoen aan vreemd vermogen aanwezig. Een rentestijging van 1% betekent dus al een extra rentebetaling van € 736.000 op jaarbasis. Impact Jaarlijks wordt in de begroting een inschatting gemaakt van het budgettair effect van de rente. Met ingang van 2017 mag de gemeente (vanwege een wijziging in het BBV) niet meer dan de werkelijk betaalde externe rente doorrekenen naar de gemeentelijke producten, waar voorheen een meerjarig (hoger) gemiddelde werd gehanteerd. Hiermee wordt de gevoeligheid van de begroting voor renteschommelingen ook aanzienlijk vergroot. Voor de beeldvorming: een rentewijziging van 0,1% heeft al direct een budgettair effect van € 73.600. Aangezien de rente momenteel historisch laag staat, is het te verwachten dat deze de komende jaren weer gaat stijgen; de eerste tekenen hiervan zijn nu al zichtbaar. Dit betekent dat er dan nadelen ontstaat in de exploitatie. Financiële impact € 300.000 Maatregelen Er zijn intern maatregelen genomen om deze risico’s te beheersen en te mitigeren. Deze zijn veelal vastgelegd in het treasurystatuut. Deze risico’s worden beperkt door de renteontwikkeling voortdurend te volgen en verschillende rentevisies naast elkaar te leggen.

Daarnaast zorgen we in de leningenportefeuille voor een goede spreiding in looptijd van de leningen.

Programmarekening 2022

83

6.2.2.12 Achtervang gewaarborgde geldleningen De gemeente staat – via een achtervangconstructie – samen met het rijk borg / garant voor de betaling van rente en aflossing van een afgesloten geldlening voor woningbouw die aan corporaties zijn verstrekt via het waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Daarnaast staan gemeente en Rijk garant voor hypotheken die aan particulieren zijn verstrekt via het Nationaal Hypotheken Garantiefonds (NHG). Het primaire risico ligt bij de betreffende corporaties c.q. de particulieren zelf. Met betrekking tot de WSW betreft het een getrapt systeem waarbij de eerste lijn is: als een corporatie niet langer beschikt over voldoende geld, en dus niet meer aan rente- en aflossingsverplichting kan voldoen, kan deze een beroep doen op het saneringsfonds van Autoriteit Woningcorporaties al dan niet met extra geborgde financiering via WSW. Daarna (tweede lijn) kan de corporatie een beroep doen op aanvullende steun vanuit de buffers van het WSW en de gezamenlijke corporaties. Als deze tweede lijn ook niet toereikend is, kunnen rijk en de gezamenlijke gemeenten worden aangesproken op hun achtervangfunctie (derde lijn). Deze achtervangfunctie bestaat uit het verstrekken van renteloze leningen aan het WSW. Het WSW zal deze leningen te zijner tijd terugbetalen.

Daarbij geldt de volgende verdeelsleutel: 50% voor rekening van het rijk, 25% voor rekening van de schadegemeenten en 25% voor rekening van de gezamenlijke Nederlandse Gemeenten. Het verlies blijft door deze constructie beperkt tot een klein aandeel in de rente van de extra geldleningen. Ten aanzien van per 1 januari 2011 afgegeven borgtochten wordt de volledige achtervangfunctie door het Rijk vervuld. Bij dreigende liquiditeitstekorten in verband met tot en met 31 december 2010 afgegeven borgtochten kan het WEW een beroep doen op achtergestelde, renteloze leningen van het Rijk (50%) en van de gemeenten (50%). Impact Het totaal aan gewaarborgde geldleningen met achtervangconstructie bedraagt € 491,4 miljoen (per 31 december 2021). Dit bestaat uit leningen geborgd door Waarborgfonds Sociale Woningbouw en waarbij de gemeente een achtervangfunctie vervuld .Over dit bedrag staat de gemeente voor 50% (€ 245,7miljoen) borg. Financiële impact € 2.457.000 Maatregelen Het WSW heeft ten doel woningbouwcorporaties tegen een zo laag mogelijke rente geld te laten lenen op de kapitaalmarkt, om zo de kosten van sociale woningbouw te kunnen drukken. Door het risico met andere gemeenten te delen, wordt hierbij het risico van individuele gemeenten beperkt.

Bij opzegging van de overeenkomst met WSW zal de gemeente Oosterhout of zelf leningen moeten gaan verstrekken of zelf direct garant moeten gaan staan in de richting van (vooral) Thuisvester dat het risico vergroot. De claim op WSW dient nauwlettend te worden gemonitord. Gezien het feit dat er sprake is van een getrapt systeem is het risico niet theoretisch, maar ook niet groot. 6.2.2.13 Garantstellingen De gemeente staat garant voor de betaling van rente en aflossing van geldleningen aan instellingen, stichtingen of verenigingen die een doel nastreven met een maatschappelijk belang. In alle gevallen geldt dat er sprake moet zijn van bijzondere omstandigheden. Die bijzondere omstandigheid bestaat veelal daarin dat de instelling geen of onvoldoende zekerheid aan de bank kan verstrekken. Daar waar mogelijk vestigt de gemeente zekerheidsrechten. Veel van onze gerantstellingen betreft sportinstellingen. Zij missen door de Coronacrisis een groot deel van hun inkomsten. De kans dat de gemeente wordt aangesproken op haar rol als borgsteller is daardoor groter geworden. Impact Samenstelling van de gewaarborgde geldleningen bestaat uit de volgende hoofdposten: • • • • •

zorgsector: volkshuisvesting particulieren (door langdurige aflossing op geldleningen en stijging huizenprijzen risico nagenoeg nihil) volkshuisvesting Thuisvester; milieu; sport en welzijn.

Tezamen vertegenwoordigen deze (31 december 2021) een waarde van € 7,9 miljoen. Financiële impact € 79.000

84

Programmarekening 2021

Maatregelen Aan elke garantstelling gaat een draagkrachttoets vooraf en worden waar mogelijk zekerheidsrechten gevestigd. Voorts wordt bedongen dat op leningen wordt afgelost waardoor het risico voor de gemeente geleidelijk afneemt. 6.2.2.14 Starters-, blijvers-, duurzaamheids- en stimuleringsleningen via SVn Wanneer de partij die een starters-, blijvers- en duurzaamheidslening via de SVn (stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten) heeft opgenomen niet in staat is om deze terug te betalen, dan zal deze direct afgeboekt moeten worden van de vordering. Hierdoor treedt er een direct verlies op voor Oosterhout. Bij de starterslening kan men na drie jaar een hertoets aanvragen indien men op basis van het inkomen na de maandelijkse aflossing niet kan voldoen. Bij de stimuleringsregeling is de gemeente drager van het risico als een vereniging/stichting niet aan terugbetaling kan voldoen. Impact De totale omvang van de door Oosterhout weggezette leningen bedraagt € 5,7 miljoen. Dit bedrag is uitgesplitst over de vier leningen: • • • •

starterslening: €2.950.000; duurzaamheidslening: €2.000.000; blijverslening: € 250.000; stimuleringslening: €500.000.

De leningen zijn revolverend, dat wil zeggen dat terugbetaalde leningen opnieuw worden ingezet om nieuwe leningen van te verstrekken. Financiële impact Maatregelen Door SVn wordt bij de starters-, duurzaamheids- en blijverslening een toets naar kredietwaardigheid uitgevoerd op de gevraagde lening. Daarnaast liggen er voor de starters- en blijversleningen veelal hypothecaire zekerheden aan ten grondslag. De starterslening wordt met NHG (Nationale hypotheek garantie) verstrekt. Bij het onderdeel Stimuleringslening toetst de SVn de meerjarenbegroting en de meest recente jaarrekening van de stichting/vereniging die in aanmerking wil komen voor de lening; in geval van wanbetaling kan SVn via een betaalregeling met de gemeente het verlies op de betreffende lening beperken. 6.2.2.15 Informatiebeveiliging en privacy Als gemeente werken we veel met waardevolle en privacygevoelige informatie. Informatiebeveiliging en dus ook het nemen van allerlei beveiligingsmaatregelen om de risico’s te beperken, wordt daarom steeds belangrijker. Per 1 januari 2020 zijn de normenkaders van het rijk, de waterschappen, de gemeenten en de provincies gebundeld in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De baseline is het normenkader voor alle overheden geworden en dus ook voor de gemeente Oosterhout. Naast beschikbaarheid en integriteit speelt ook de vertrouwelijkheid van gegevens een rol.

Binnen de gemeente Oosterhout maken we veelvuldig gebruik van gewone en bijzondere persoonsgegevens. Het zorgvuldig omgaan met deze persoonsgegevens staat hoog in het vaandel bij zowel de organisatie als de medewerkers. Met de komst van de AVG is het nog duidelijker omschreven welke plichten wij hebben als gemeente en welke rechten onze burgers hebben. Daarnaast biedt de AVG een omschrijving van een set aan maatregelen om onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens te voorkomen, of in ieder geval te verkleinen. Impact Het neerzetten van een betrouwbare informatievoorziening is noodzakelijk voor het goed functioneren van de gemeente en is de basis voor het beschermen van rechten van burgers en bedrijven. Als er inbreuk plaatsvindt op de beschikbaarheid, integriteit of vertrouwelijkheid van informatie kan de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komen en bedrijfsprocessen kunnen uitvallen. Zo kan een beveiligingsincident grote impact hebben op de diensten die de gemeente levert aan inwoners en bedrijven. Ook kan de veiligheid en privacy van burgers in gevaar komen op het moment dat de gemeente geen betrouwbare informatievoorziening kan neerzetten. Als gemeente verwerken wij veelal gevoelige informatie (zoals de verwerkingen in het kader van het Sociaal Domein en/of Veiligheid).

Als zich een incident voordoet waarbij (persoons)gegevens onrechtmatig worden verwerkt (bv gelekt of verloren) kan dit lijden tot imago schade van de gemeente. Een incident kan ook leiden tot meer inzage verzoeken, schadevergoeding claims door betrokkenen of een boete door de Autoriteit Persoonsgegevens. Daarnaast kan een incident ernstige nadelige gevolgen hebben voor de privacy van een inwoner.

Programmarekening 2022

85

Financiële impact Wanneer de gemeente aantoonbaar onvoldoende oog heeft voor informatieveiligheid en privacy kan de Autoriteit Persoonsgegevens een maximale boete opleggen van € 10.000.000 bij een inbreuk op de privacy van een betrokkenen (bv bij een datalek). Bij aanwijsbaar niet naleven van de eisen uit de AVG kan de boete zelfs oplopen tot € 20.000.000. Hiernaast kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor schade die is opgelopen door individuen als gegevens onrechtmatig verwerkt worden. Tevens kunnen technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen, die nodig zijn om risico af te dekken of incidenten op te lossen, onverwachte kosten met zich meebrengen. Tenslotte zijn er ook structurele kosten zoals personeelskosten voor beveiligingsbeheerders en kosten voor bewustwording en concernbrede technische en fysieke maatregelen. Het risico op een cyberincident is helaas niet helemaal uit te sluiten. De financiële gevolgen van een dergelijk incident kunnen heel groot zijn. De kosten voor schade en herstel bij een grootschalig incident zoals bij de gemeente Hof van Twente, kunnen tot in de miljoenen oplopen. Maatregelen Als gemeente werken we veel met waardevolle en privacygevoelige informatie. Informatiebeveiliging en dus ook het nemen van allerlei beveiligingsmaatregelen om de risico’s te beperken, wordt daarom steeds belangrijker.

Per 1 januari 2020 zijn de normenkaders van het rijk, de waterschappen, de gemeenten en de provincies gebundeld in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De baseline is het normenkader voor alle overheden geworden en dus ook voor de gemeente Oosterhout. Naast beschikbaarheid en integriteit speelt ook de vertrouwelijkheid van gegevens een rol. Binnen de gemeente Oosterhout maken we veelvuldig gebruik van gewone en bijzondere persoonsgegevens. Het zorgvuldig omgaan met deze persoonsgegevens staat hoog in het vaandel bij zowel de organisatie als de medewerkers. Met de komst van de AVG is het nog duidelijker omschreven welke plichten wij hebben als gemeente en welke rechten onze burgers hebben. Daarnaast biedt de AVG een omschrijving van een set aan maatregelen om onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens te voorkomen, of in ieder geval te verkleinen. 6.2.2.16 BTW verbonden partijen De koepelvrijstelling voor BTW wordt verder ingeperkt. Kern van de nieuwe aanpassing is dat de koepelvrijstelling alleen nog geldt voor die samenwerkingsverbanden die zich bezighouden met activiteiten van algemeen belang. Hierbij moet worden gedacht aan maatschappelijk werk en sociale zekerheid, onderwijs en medische verzorging. Welke samenwerkingsverbanden onder het algemeen belang vallen, is momenteel echter nog niet duidelijk.

Bijvoorbeeld het heffen van belastingen is een overheidstaak, maar geen activiteit van algemeen belang die is genoemd in de Europese btw-richtlijn. Dit risico geldt voor alle GR’s waarvan de activiteiten niet van algemeen belang zijn. Een ander voorbeeld hiervan zijn de Regionale Uitvoeringsdiensten (voorheen milieudiensten). Impact Gemeenten zullen hierdoor meer btw gaan compenseren bij het BTW-compensatiefonds (BCF). Het plafond van het BCF wordt dan overschreden. Dat leidt tot korting van het gemeentefonds. Op basis van de huidige informatie lijkt het erop dat dit in ieder geval voor de BWB gaat gelden. De BTW voor deze regeling bedraagt € 68.000. Financiële impact € 68.000 Maatregelen Landelijk wordt een lobby gestart die zich gaat inzetten voor het structureel verhogen van de het uitgavenplafond van het BCF. 6.2.2.17 Conjuncturele ontwikkelingen bouwkosten Door de Corona pandemie en vervolgens de spanningen vanuit Rusland en de oorlog die hieruit voort kwam, is er sprake van een forse schaarste aan producten en forse stijging van productie kosten. Ook in de bouwwereld wordt hier flink hinder van ondervonden. Kostenstijgingen op onderdelen van 20-30% leidt tot meer gedwongen keuzes op welke wijze bouw en verbouwprojecten opgestart kunnen worden. Een kostenraming van renovatie en verduurzaming Pannehoef leidde tot een noodzakelijke meer investering van ca. 500K t.o.v.

een raming uit 2017 voor het uitvoeren van nagenoeg dezelfde werkzaamheden. Met het fors toenemen van de energielasten wordt de roep om vastgoed versneld te verduurzamen steeds groter. Voor de renovatie of nieuwbouw van de kleedruimten van Irene ’58 en OVV ’67 wordt momenteel onderzoek gedaan naar de locatie van de eventuele nieuwbouw, vanuit de toekomstige woningbouwopgave in beide dorpen. De hoogte van de investeringen voor de nieuwbouw van de sportaccommodaties zijn hiervan afhankelijk. Voor de toekomst van het stadhuis is met de aankoop van Arendshof 2 een nieuwe weg ingeslagen, door deze locatie te transformeren naar een nieuw gemeentehuis. Dit houdt in dat de visie op het Slotjesveld t.a.v. het huidige stadhuis, activiteitencentrum Slotjes, de gymzaal en de naastgelegen onderwijshuisvesting opnieuw moet worden uitgevoerd. De bestaande gebouwen zullen daarom op een reguliere basis onderhouden blijven, waarbij ook hier

86

Programmarekening 2021

de exploitatie kosten (bouwkundig maar vooral energie) fors stijgen en verduurzaming van deze panden gewenst is. Impact Mede vanwege de uit te voeren variantenstudies ten aanzien van de sportaccommodaties, wordt er komend jaar geen nieuwbouwproject opgestart. Vervangende nieuwbouw van de Oosterheide sporthal is enkel jaren vooruitgeschoven. Sporthal Arkendonk maakt geen onderdeel uit van de visie Arkendonk en blijft op de huidige locatie gesitueerd. Voor de activiteitencentra Bunthoef en Dommelbergen worden nieuwbouwplannen voorbereid. Bunthoef maakt onderdeel uit van een herontwikkeling welke door Thuisvester wordt geïnitieerd. AC Dommelbergen maakt onderdeel uit van de visie op Arkendonk waar een nieuw te ontwikkelen activiteitencentrum onderdeel van uit maakt. Bij deze ontwikkeling is er een sterke afhankelijkheid van marktpartijen, vanwege de gecombineerde ontwikkeling van woningen in dit gebied. Voor het stadhuis is met de aankoop van Arendshof 2 gekozen voor het transformeren van dit pand en daarmee een duurzaam nieuw stadhuis in de binnenstad te realiseren. Financiële impact Een kostenstijging van zo’n 20% - 30% de afgelopen jaren betekent een stevig aanvullend benodigd krediet. Maatregelen De kostenontwikkelingen scherp blijven monitoren aan de hand van aanbestedingen in het land. Versneld verduurzamen en daarmee de totale kosten van bestaand vastgoed omlaag brengen.

6.2.2.18 Omgevingsweg Doordat de invoeringstermijn opnieuw is uitgesteld, zou de omgevingswet op het vroegst 1 januari 2023 intreding werken. De Omgevingswet heeft grote gevolgen voor de heffing van de leges voor omgevingsvergunningen. Er komen minder vergunningplichten, de huidige omgevingsvergunning wordt gesplitst in een ‘technisch deel’ en een ‘ruimtelijk deel’ en gemeenten mogen milieuleges gaan heffen. Gelijktijdig met de Omgevingswet treedt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. Deze wet bewaakt de kwaliteit van ontwerp en uitvoering van bouwplannen. Een groot deel van het werk dat gemeenten nu uitvoeren, moet na inwerkingtreding van deze wet door aanvragers van omgevingsvergunningen worden gedaan. Impact Voor gemeenten vervallen kosten omdat deze werkzaamheden dan niet meer door gemeenten worden uitgevoerd. In de berekeningen van de legestarieven én de kostendekkendheid, maken deze werkzaamheden een substantieel deel uit van de totale kosten. Kosten die nu nog, door de toepassing van kruissubsidiëring, worden verhaald via tarieven voor grotere bouwwerken. Het wegvallen van de kosten heeft impact op de legestarieven. Daarnaast gaat de legesverordening er vanaf dat moment anders uit zien. Financiële impact In de meerjarenbegroting (vanaf 2022) is momenteel € 1.763.250 aan legesinkomsten bouwvergunningen meegenomen.

Maatregelen Door het opstellen van een impactanalyse voor de leges kunnen de financiële gevolgen in beeld worden gebracht en worden meegenomen in de begrotingsvoorstellen voor 2023. Ook kan een nieuwe legesverordening worden voorbereid die rekening houdt met de Omgevingswet. 6.2.2.19 Grondexploitaties algemeen Via scenarioanalyses en het periodiek doorrekenen van alle grondexploitaties projecten ontstaat er goed inzicht in de risico’s. Daarnaast wordt in het MPG per project en totaal specifieke berekeningen gemaakt inzake risico’s en weerstandsvermogen. Everdenberg Oost is financieel het grootste project binnen onze gemeente met een boekwaarde (geïnvesteerd bedrag per 31-12-2021) van € 11,145 miljoen. Van de overige projecten zijn de risico’s in de projecten Santrijn, de Contreie en Zwaaikom fors afgenomen door de verkoop van de gronden. Wel zijn de stijgende kosten voor de infrastructuur een groter risico geworden, en dit is met name bij het project de Contreie nog een aanzienlijk risico. Tenslotte is er ook voor Slotjes Midden een toelichting opgenomen. In dit project zijn alle inkomsten ontvangen maar moeten de komende jaren nog grote investeringen worden gedaan in het openbaar gebied. Het risico dat de inkomsten uit grondverkopen onder druk komen te staan is nu met name voor het project Everdenberg Oost relevant. Alle projecten worden hieronder specifiek toegelicht.

Impact Het benodigde weerstandsvermogen is berekend op basis van de zogenoemde IFLO-methode. Op basis van de actualisatie ten behoeve van de jaarrekening blijkt de volgende marges van het benodigde weerstandsvermogen: IFLO methode :€ 2,1 miljoen Programmarekening 2022

87

Financiële impact € 2.1 (risico grondexploitaties totaal) Maatregelen De plannen worden periodiek doorgerekend op basis van actuele inzichten, waarbij zonodig meerdere scenario’s in beeld worden gebracht. Thans is niet de afzet van gronden het meest kritieke in de totale grondexploitatie, maar de planning. Binnen de vrije reserve worden de bedragen binnen de P&C cyclus steeds geactualiseerd, wat zorgt voor het periodiek afstemmingsmoment tussen de uitgaven en inkomsten. Daarnaast is er binnen de grondexploitatie een algemene bedrijfsreserve beschikbaar ter hoogte van circa € 9,9 miljoen. 6.2.2.20 De Contreie Het Vrachelsplein en de Lanspunt moeten nog worden gerealiseerd. Hierin is de gemeente afhankelijk van externe ontwikkelende partijen. Vertraging heeft zowel consequenties voor financiën als voor de planning. Er moeten nog een aantal werken bouw- en woonrijp maken worden aanbesteed/uitgevoerd. Het risico bestaat dat prijzen stijgen ten opzichte van wat eerder is geraamd in de grondexploitatie als gevolg van de algehele stijging in de bouwkosten. Nu de wijk bijna gereed is en veel huizen bewoond, verzoeken bewoners met enige regelmaat en met diverse redenen om aanpassingen in de buitenruimte. Ieder verzoek wordt afgewogen om na te gaan of aanpassing noodzakelijk is. De kosten die deze aanpassingen vervolgens met zich brengen zijn niet voorzien in de grondexploitatie.

Impact Een vertraging in de afzet van grond resulteert voor de gemeente in latere grondopbrengsten. Door latere afzet van de gronden loopt de grondexploitatie langer door, waardoor rente langer doorloopt. Ook qua uitvoeringsplanning vormt eventuele vertraging een risico. Zolang deellocaties niet gereed zijn, kan de buitenruimte niet definitief worden ingericht. Dit brengt extra kosten met zich mee omdat tijdelijke maatregelen getroffen moeten worden getroffen. Ook speelt het risico dat bouwkosten in de loop ter tijd toenemen. Door het uitvoeren van extra werkzaamheden in de buitenruimte, stijgen de kosten in de grondexploitatie. Dit gaat ten laste van het resultaat. Financiële impact Onderdeel van de impact grondexploitaties totaal. Maatregelen Met projectontwikkelaars is regulier overleg om o.a. de voortgang in projecten met elkaar te bespreken. Hierbij wordt gezocht naar mogelijkheden om snel tot ontwikkeling over te gaan. Verzoeken om extra werkzaamheden in de openbare ruimte worden onderzocht en afgewogen. Niet alle verzoeken kunnen worden gehonoreerd. Indien sprake is van een niet -acceptabele situatie, bijvoorbeeld omdat verkeersveiligheid in het geding is, worden extra werkzaamheden in de openbare ruimte uitgevoerd. Dit wordt per verzoek beoordeeld.

6.2.2.21 Everdenberg Oost In overleg met de provincie is besloten om Everdenberg Oost via het definitieve PIP traject te ontsluiten door middel van een rotonde in plaats van een kruising zoals eerder in het bestemmingsplan was opgenomen. Het realiseren van een rotonde voldoet aan alle eisen (zowel bestemmingsplan als milieucriteria). Toch zijn omwonenden niet gelukkig met de keuze voor een rotonde. Ook is namens de provincie door de Omgevingsdienst een vereiste ontheffing afgegeven op basis van de Wet natuurbescherming. Tegen deze ontheffing is door diverse milieuverenigingen bezwaar aangetekend. De uitspraak op dit bezwaar is nog niet bekend. Beroep is nog mogelijk. Wel is er op het noordelijk gedeelte van het toekomstig bedrijventerrein conform de genoemde ontheffing gestart met de mitigerende maatregelen en zijn de wadi’s aangebracht. Verder hebben er ook orienterende gesprekken plaatsgevonden met belangstellende bedrijven en er zijn verschillende opties verleend. De bedoeling is dat in het derde kwartaal van 2022 met de bouwrijp werkzaamheden wordt begonnen en dat de eerste bedrijven in het 2e kwartaal van 2023 hun deuren kunnen openen. Impact Uit gesprekken met omwonenden is dus gebleken dat een rotonde wat hun betreft niet de voorkeur heeft. Voor de aanleg ervan dient nog een verkeersbesluit genomen te worden waartegen bezwaar en beroep ingesteld kan worden.

Dit kan tot vertraging leiden wat betreft de uitvoering wat ook weer consequenties kan hebben voor het operationeel worden van het bedrijventerrein. Ook wanneer de milieuverenigingen beroep in stellen tegen de verleende ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming, kan dit consequenties hebben voor het operationeel worden het bedrijventerrein en heeft dit door een langere afzetperiode financiële

88

Programmarekening 2021

gevolgen. De grondexploitatie biedt ruimte voor enige uitloop, maar dit komt de opbrengst niet ten goede. Nu is de belangstelling voor de bedrijfskavels groot, maar door de COVID-19 kan de belangstelling wijzigen en minder worden. Dit zou eveneens financiële gevolgen kunnen hebben voor de grondexploitatie. Financiële impact Onderdeel van de impact grondexploitaties totaal. Maatregelen Nauw overleg met Rijkswaterstaat en de provincie over de benodigde vergunningen en overleg met alle betrokkenen in het kader van het draagvlak voor het project. 6.2.2.22 Ontwikkeling Santrijngebied exclusief parkeergarage Gronden voor bebouwing zijn geleverd. Voor het openbaar gebied geldt, verwachte risico kan met name zijn de hogere kosten voor aanleg openbaar gebied. Impact Voor het openbaar gebied geldt dat onder andere door bodemverontreiniging en stijgende kosten voor aanleg van openbaar gebied hoger kunnen worden. Financiële impact Onderdeel van de impact grondexploitaties totaal. Maatregelen De grond voor de parkappartementen is geleverd. Voor de aanleg openbaar gebied, vindt een aanbesteding plaats voor de aanleg van de 2e fase van het Santrijnpark, zodat er concurrerend wordt ingeschreven. 6.2.2.23 Zwaaikom De belangrijkste risico’s binnen het project Zwaaikom zijn: • • • • •

subsidie: vervallen van provinciale subsidie; verplaatsen handboogvereniging; verkoop woningen; looptijd totale project; voor diverse onderdelen dient nader onderzoek plaats te vinden, hetgeen afhankelijk van de bevindingen kan leiden tot andere kosten.

Impact • Mogelijke planschadeclaims en vertragingsprocedures. • Het niet tijdig verplaatsen kan zorgen voor extra kosten voor de gemeente vanwege de vertraging die wordt opgelopen door de ontwikkelaar. • Binnen het project de Laverie (vaste wal) gaat de verkoop minder snel dan in eerste instantie verwacht. Naar aanleiding hiervan wordt het stedenbouwkundig plan per fase opnieuw bekeken of het voldoende aansluit bij de huidige vraag en zo nodig aangepast. • De totale looptijd van het project loopt langer door, waardoor detotale kosten hoger zullen zijn. • Er dienen extra onderzoeken plaats te vinden voor de Pfas, dit werkt vertragend en kostenverhogend. Financiële impact Onderdeel van de impact grondexploitaties totaal. Maatregelen Algemeen: Intensief overleg met alle betrokken partijen (onder meer ontwikkelaars, provincie, organisaties, belanghebbenden, verenigingen en bewoners). De voorziening is verhoogd, gezien feit dat de eindwaarde negatiever is geworden, doordat er enkele nieuwe onderdelen zijn opgenomen. • • •

De provinciale subsidie is volledig toegekend. De Handboog is verhuisd De verkoop van de woningen gaat momenteel goed.

6.2.2.24 Herontwikkeling Slotjes Midden De herontwikkeling van Slotjes Midden is in volle gang. Er wordt een deel van het bestaande woningbestand gesloopt, er worden nieuwe woningen gebouwd en het openbaar gebied wordt heringericht en gerevitaliseerd. Met de herstructurering, die in nauwe samenwerking met woningbouwcorporatie Thuisvester wordt vormgegeven, wordt de toekomstwaarde van het gebied voor de (toekomstige) bewoners veiliggesteld.

Programmarekening 2022

89

Impact • Hogere prijzen inrichting kanaalzone door te kiezen voor invulling hiervan met projecten rondom klimaatadaptatie. • Hogere prijzen bouwproducten door toenemende vraag en tekorten aan aanbodkant. Dit kan de planning van het bouwproces vertragen. • Inrichten openbare ruimte is (met name voor deelplan 5 t/m 7) nog niet concreet. Kostenraming hiervan is nog redelijk abstract door stijging van de bouwkosten is nog te bezien of het uitgevoerd kan worden binnen de kostenraming. Financiële impact Onderdeel van de impact grondexploitaties totaal. Maatregelen • Regelmatig overleg en afstemming met Thuisvester en ontwikkelaar ten aanzien van de planning en de gemaakte afspraken vastleggen. • Goed inzicht in en zo nodig bijstellen van hoogte en moment van uitgaven voor herinrichting openbaar gebied. • In nauw overleg met de buurtcoördinator de leefbaarheid van de wijk blijven volgen en zo nodig aanvullende maatregelen treffen. • Zoeken naar subsidiemogelijkheden, bijvoorbeeld via de provincie, om de kosten van projecten rondom klimaatadaptatie te verlagen.

6.2.3 Totaaloverzicht van onderkende risico’s: Het risico wordt bepaald door de risico’s te kwantificeren op basis van de kans dat het risico zich voordoet. Voor de beoordeling is de onderstaande schaalindeling gehanteerd. Kans

Omschreven als

Geschatte kans dat het risico zich werkelijk zal voordoen

Zeer klein Klein Gemiddeld Groot

Zeer onwaarschijnlijk Onwaarschijnlijk Aannemelijk Waarschijnlijk

1% 10% 50% 80%

In onderstaande tabel zijn de onderkende risico’s zoveel mogelijk gekwantificeerd en ingedeeld per type risico.

90

Nr

Omschrijving

Maximaal risico

Kans

I/S

X€1 Impact

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18

Covid-19 (Corona) Oekraïnecrisis Algemene uitkering Jeugd en WMO Liquidatie Juzt Verbonden partijen Brand Moerdijk MidZuid Afvalverwijdering Attero Rente / treasury Achtervang gewaarborgde geldleningen Garantstellingen Starters-, blijvers- en duurzaamheidsleningen Informatiebeveiliging & privacy Koepelvrijstelling BTW Conjuncturele ontwikkelingen bouwkosten Omgevingswet Benodigde weerstandscapaciteit exclusief grondexploitaties Risico grondexploitaties Totaal benodigde weerstandscapaciteit

1.500.000 1.000.000 1.800.000 1.300.000 450.000 495.000 300.000 716.844 200.000 660.000 300.000 245.700.000 7.900.000 5.700.000 500.000 68.000 5.000.000 1.083.000

Gemiddeld Gemiddeld Groot Groot Klein Gemiddeld Klein Groot Groot Klein Gemiddeld Zeer klein Klein Klein Gemiddeld Groot Groot Gemiddeld

S/I I S S I S/I I S/I S I S I I I I S I S

778.000 500.000 1.440.000 1.040.000 45.000 247.500 30.000 573.475 160.000 66.000 150.000 2.457.000 790.000 570.000 250.000 54.400 4.000.000 540.000

Programmarekening 2021

13.691.375 2.100.000 15.791.375

Wanneer de risico’s maal de kans berekend wordt ontstaat er een benodigd weerstandsvermogen van € 15,8 miljoen om de onderkende risico’s af te dekken.

6.2.4 Confrontatie weerstandsvermogen en risico’s Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij benodigde weerstandscapaciteit enerzijds en de beschikbare weerstandscapaciteit anderzijds. De relatie wordt weergegeven in onderstaand figuur. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risico-inventarisatie voortkomt, zetten we af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Bij de vaststelling van de beleidsnota risicomanagement 2020 – 2023 is vastgesteld dat deze zogenoemde ratio weerstandsvermogen minimaal 1,5 moet zijn. Omschrijving

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Omschrijving

Weerstandsratio

Rekening 2019

Rekening 2020

Begroting 2021

Rekening 2021

x € 1.000 Begroting 2022

28.278 18.455

25.800 16.400

25.800 16.800

28.639 15.791

31.100 15.800

Rekening 2019

Rekening 2020

Begroting 2021

Rekening 2021

Begroting 2022

1,5

1,6

1,5

1,8

1,9

We kunnen concluderen dat we momenteel met dit ratio over voldoende weerstandscapaciteit beschikken. Het is echter wel zo dat er een aantal risico’s benoemd zijn welke een structurele doorwerking hebben en ook is er sprake van risico welke nog niet is doorgerekend in financiële zin. Wanneer we er, indien deze risico’s zich voordoen, niet in slagen deze snel genoeg door te vertalen in beleid drukken de structurele risico’s langer op het weerstandsvermogen. Het moge ook duidelijk zijn dat de keuze om geld vanuit de reserves in te zetten om te investeren in de stad op termijn leidt tot een kleinere reservepositie en dus een lagere weerstandscapaciteit.

6.2.5 Kengetallen Onderstaande kengetallen behoren tot een set die landelijk verplicht is gesteld in het BBV. Deze set maakt het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van hun gemeente (zowel in ontwikkeling over de tijd, alsook – zij het beperkter – in vergelijk met andere gemeenten). In de tabel is tevens aangegeven in welke paragraaf een nadere berekening van deze kengetallen is opgenomen. Omschrijving Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio

Paragraaf

Rekening 2020

Begroting 2021

Rekening 2021

Begroting 2022

6.4

36,2%

47,9%

34,1%

56,9%

6.4 6.4

37,6% 56,8%

49,5% 54,2%

35,6% 59,6%

58,4% 50,2%

Programmarekening 2022

91

Omschrijving

Paragraaf

Rekening 2020

Begroting 2021

Rekening 2021

Begroting 2022

7.3.6 6.7 6.1

0,79% 7,5% 98,1%

0,03% 6,9% 93,3%

0,11% 5,4% 94,0%

2,38% 7,8% 90,4%

Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Aan de kengetallen zijn geen normen verbonden door de toezichthouder, maar ze hebben wel een signaleringswaarde. Deze zijn als volgt: Kengetal Netto schuldquote Solvabiliteit Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit •

•

•

•

•

Minste risico <90% >50% >0% <20% <95%

Gemiddeld Meeste ririsico sico 90%-130% >130% 20%-50% <20% 0% <0% 20%-35% >35% 95%-105% >105%

De netto schuldquote wordt berekend door het vreemd vermogen te delen door het begrotingstotaal. In de VNG-publicatie ‘Houdbare gemeentefinanciën’ is aangegeven dat wanneer een schuld lager is dan het begrotingstotaal (<100%) dit als ‘normaal’ kan worden beschouwd en boven de 100% is voorzichtigheid geboden. De solvabiliteitsratio wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal. Dit geeft de mate aan waarmee het bezit van de gemeente is gefinancierd met eigen vermogen. In de VNG-publicatie ‘Houdbare gemeentefinanciën’ is aangegeven dat wanneer een solvabiliteitsratio tussen 20 en 50% ligt wordt dit als normaal beschouwd. Bij een ratio onder de 20% is voorzichtigheid geboden. De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten met inachtneming de dotaties aan de reserves. Dit kengetal geeft aan hoeveel structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Er is geen norm aanwezig voor het niveau van dit kengetal. Grondexploitatie. Dit percentage geeft informatie over de boekwaarde van de GREX in verhouding tot de totale gemeentelijke inkomsten. Er is geen norm voor de hoogte van deze ratio. Hoe lager de ratio hoe minder de relevantie van negatieve waardeontwikkeling van de GREX voor de begroting en daarmee een lager risico voor de gemeente.

De belastingcapaciteit geeft de gemiddelde lasten uit hoofde van OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing weer ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hier is geen norm voor. Een ratio hoger dan 100% betekent dat de lasten hoger zijn dan landelijk gemiddeld.

De financiële kengetallen m.b.t. de schuldquote en de solvabiliteit liggen binnen de norm van het GTK. De komende jaren zal er, vanwege de geplande investeringen, meer vreemd vermogen aangetrokken moeten worden. Hierdoor zie je wel een verslechtering (stijging van de netto schuldquote en daling van de solvabiliteit) van deze kengetallen optreden. De beoordeling van de structurele exploitatieruimte heeft vooral waarde in meerjarig perspectief. Hier is nadat dit kengetal enkele jaren een negatief was, nu (ook in meerjarenperspectief) een positief percentage zichtbaar. Voorzichtigheid hier blijft echter geboden. Het kengetal grondexploitatie kent in meerjarenperspectief een dalende trend. Dit is een positieve ontwikkeling, omdat dit betekent dat de totale boekwaarde van de grondexploitatie verder afneemt, waardoor de risico’s voor de gemeente lager worden. Nieuwe grondexploitaties zullen echter weer voor een stijgende lijn gaan zorgen. Op basis van de huidige cijfers kan geconcludeerd worden dat de gemeente Oosterhout een robuuste financiële positie heeft. Echter kengetallen kunnen vooral in onderlinge samenhang waardevolle informatie geven. Van belang is om te kijken naar de ontwikkelingen van deze kengetallen onderling en over de jaren heen.

92

Programmarekening 2021

6.3 Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf gaat in op de onderhoudstoestand en de kosten van groen, wegen, riolering, gebouwen, kunstwerken, etc. Onderhoud van kapitaalgoederen beslaat een substantieel deel van de begroting. Een goed overzicht is daarom van belang voor een juist inzicht in de financiële consequenties ervan. De hieronder genoemde bedragen zijn de in de exploitatie opgenomen bedragen exclusief investeringen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=e0ff5b50-bc06-4466-aa63-e03b3d9396cd