CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Financieel perspectief 2023-2027

Raad - informatiebijeenkomst 24 mei 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: 19:30 toelichting Perspectiefnota22.682 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Financieel perspectief 2023 - 2027 Gemeente Oosterhout

Colofon Financieel perspectief 2023-2027 Gemeente Oosterhout Samenstelling Gemeente Oosterhout Postbus 10150 4900 GB OOSTERHOUT Inlichtingen Telefoon E-mail Internet

14 0162 stadhuis@oosterhout.nl http://www.oosterhout.nl/

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE .................................................................................................... 3 1

INLEIDING ........................................................................................................ 4 1.1 1.2 1.3

2

KADERS EN UITGANGSPUNTEN BEGROTING 2024-2027 ................................... 7 2.1

3

INVESTERINGSPLANNING 2024 ........................................................................... 39 BEGRENZING INVESTERINGEN ............................................................................. 40 MOGELIJK KNELLENDE GRENZEN .......................................................................... 41 SITUATIE IN OOSTERHOUT ................................................................................. 41 RICHTING BEGROTING 2024 .............................................................................. 42

RESERVES ....................................................................................................... 42 5.1 5.2 5.3

6

ZORG EN WELZIJN .............................................................................................. 9 ARBEIDSMARKT, ECONOMIE EN ONDERWIJS .......................................................... 13 SPORT EN CULTUUR .......................................................................................... 17 DUURZAAMHEID EN KLIMAAT ............................................................................. 21 WONEN EN MOBILITEIT ..................................................................................... 25 VEILIGHEID ..................................................................................................... 32 MEER VOOR ELKAAR ......................................................................................... 32 FINANCIEEL SOLIDE ........................................................................................... 36 GEMEENTELIJKE ORGANISATIE ............................................................................ 36

INVESTERINGEN ............................................................................................. 39 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

5

LOKALE UITGANGSPUNTEN ................................................................................... 7

PRIORITEITEN GEMEENTE OOSTERHOUT ......................................................... 9 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

4

LEESWIJZER....................................................................................................... 5 SAMENVATTEND FINANCIEEL BEELD ....................................................................... 6 UITGANGSPUNT VOOR MEERJARENDOORKIJK VANAF 2024 ........................................ 6

FINANCIERINGSRESERVE .................................................................................... 42 NIEUWE BESTEMMINGSRESERVES ........................................................................ 43 NOTA RESERVES EN VOORZIENINGEN.................................................................... 43

BIJLAGEN ....................................................................................................... 44 6.1 6.2

BEGROTINGSWIJZIGING 2023 ............................................................................ 44 ADMINISTRATIEVE BEGROTINGSWIJZIGING ............................................................ 46

1 INLEIDING Ambitie in uitdagende tijden Nog eens 2600 woningen erbij in het bestaand stedelijk gebied en het wenkend perspectief van nieuwe woonmilieus aan de oostkant van de A27, als onze bijdrage in het terugdringen van het woningtekort. Het bij de tijd brengen en houden van onze onderwijshuisvesting als belangrijke investering in de toekomst van onze jeugd. Investeren in de binnenstad, met daarbij de transformatie van Arendshof 2 tot nieuw stadhuis. Bereikbare zorg en ondersteuning voor iedereen die niet zonder kan. Het verder verbeteren van de mobiliteit van onze gemeente, zowel per auto, fiets als per openbaar vervoer. Het versterken van de sociale basis en blijven werken aan kansengelijkheid. Het zijn niet de minste ambities die in het bestuursakkoord ‘De stap vooruit’ staan geformuleerd. Ook de komende jaren willen wij - samen met de gemeenteraad, inwoners, ondernemers en onze maatschappelijke partners - stappen zetten op weg naar een robuust Oosterhout dat zich klaar weet voor de toekomst. Dat is toegerust op de kansen en uitdagingen die (nieuwe) maatschappelijke ontwikkelingen met zich meebrengen. Dat, kortom, een stootje kan hebben. In 2024 zullen we concrete stappen worden gezet om onze beleidsambities ook ten uitvoer te brengen. Want met het formuleren van ambities hebben we nog geen concrete resultaten geboekt.

Op dat punt willen we ook nu al een belangrijke winstwaarschuwing geven: onze ambities blijven overeind, alleen zullen we in de uitvoering gedwongen zijn te temporiseren en te herschikken. Hier spelen namelijk twee ontwikkelingen ons parten. In de eerste plaats is er de krapte op de arbeidsmarkt. Die doet zich voor in alle sectoren, dus ook bij de gemeentelijke overheid. Het wordt steeds lastiger om op bepaalde beleidsterreinen aan voldoende vakbekwaam personeel te komen, zeker als er sprake is van sterke concurrentie vanuit het bedrijfsleven. En natuurlijk profileert de gemeente zich als een aantrekkelijke werkgever met veel ruimte voor eigen initiatief en een goede werk/privé-balans, dan nog functioneert de arbeidsmarkt niet altijd in ons voordeel. En dit kan ertoe leiden dat voor bijvoorbeeld voorgenomen projecten simpelweg de menskracht niet beschikbaar is. Een andere ontwikkeling heeft te maken met de gemeentefinanciën. De afgelopen jaren scoorde de gemeente Oosterhout altijd bij de besten in haar inwonersklasse. Die tijd lijkt voorbij. Voor een deel is dat een gevolg van

eigen keuzes. De gemeentelijke ambities vertalen zich de komende jaren in een aanzienlijk investeringsvolume: voor de komende periode bijna € 195 miljoen. Willen we onze schuldquote niet hoger laten uitkomen dan 130 procent, dan zullen we moeten gaan schuiven met een deel van de voorgenomen investeringen. Daarbij kan het slim zijn om projecten te temporiseren vanwege capaciteitstekorten en mogelijk lagere bouwprijzen vanwege andere economische omstandigheden. Maar het daagt ook uit tot creativiteit en flexibiliteit: hoe kunnen projecten en opgaven slim gecombineerd worden die bijdragen aan onze ambities uit de Toekomstvisie Oosterhout 2030? Maar ook de reguliere begroting komt verder onder druk te staan. Dat heeft ook deels weer te maken met de hierboven genoemde investeringen, waarvan de jaarlijkse kapitaallasten op onze begroting gaan drukken. Er zijn echter meer ontwikkelingen. De forse prijsstijgingen, onder ander onder invloed van de oorlog in de Oekraïne, kosten ons momenteel miljoenen extra. Dat maakt het al een uitdaging om sowieso de huidige activiteiten en investeringen in de lucht gehouden. Dat effect voelt overigens niet alleen de gemeente, ook onze inwoners en ondernemers gaan de negatieve effecten van die prijsstijgingen ervaren; ook de Onroerend Zaakbelasting (OZB) zal mee moeten stijgen om ons voorzieningenniveau en dienstverlening op peil te houden.

Daarbij blijft de OZB nog altijd onder het landelijk gemiddelde. Maar zelfs met deze ingreep presenteren wij in dit financieel perspectief met een tekort van circa € 3 miljoen in 2024. In de begroting 2024 zullen wij met nadere voorstellen komen. Dat doen we ook omdat we pas in de loop van dit jaar zicht zullen hebben op de ontwikkeling van het Gemeentefonds en we ook dan pas een accuratere schatting kunnen maken van de actuele financiële situatie. Voor de jaren na 2026 lijken we, op basis van de huidige, nog beperkte inzichten, af te stevenen op een tekort van zo’n € 10 miljoen. Dat is een financiële opgave van voor Oosterhoutse begrippen ongekende omvang. Hierin is Oosterhout overigens niet uniek, alle gemeenten in Nederland krijgen te maken met kortingen op het Gemeentefonds vanaf 2026. Wij zullen bij de begroting voor 2024 met een procesvoorstel komen hoe we deze operatie, samen met de gemeenteraad, willen gaan klaren. Het is ieder geval van belang om nu al deze ontwikkeling voor te sorteren, door bijvoorbeeld zeer terughoudend om te gaan met nieuw beleid dat structureel extra geld kost. Daarnaast constateren we dat een aantal regelingen binnen het sociaal domein een nauwelijks te remmen autonome groei kent. Als het gaat om de

Financieel perspectief 2023-2027 4

hulp bij het huishouden, hebben wij op dit moment nauwelijks middelen om hierop te sturen. Bij de jeugdzorg proberen we, door te investeren “aan de voorkant” (preventie, algemene voorzieningen) grip te krijgen op de kosten van de (dure) professionele jeugdzorg; maar tegelijkertijd dwingen de omstandigheden ons ook scherper te gaan kijken naar het functioneren van het huidige systeem van indicatie, toegang en verwijzing. Voor een gemeente met veel ambitie stemt deze financiële boodschap op het eerste gezicht niet vrolijk. Aan de andere kant geldt de uitdrukking dat onder druk alles vloeibaar wordt. (Financiële) uitdagingen als deze kunnen ook leiden tot nieuwe inzichten en creatieve / onorthodoxe oplossingen. Wij zullen in de toekomst wellicht vaker moeten herprioriteren of uitstellen. We zullen misschien nog frequenter vanuit gedeelde verantwoordelijkheid met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners moeten optrekken om meer voor elkaar te bereiken. En we zullen in gezamenlijkheid soms scherpere keuzes moeten maken. Onze ambitie om te bouwen aan een robuust Oosterhout dat klaar is voor de toekomst, blijft echter recht overeind. BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN OOSTERHOUT,

, burgemeester,

, secretaris

1.1 LEESWIJZER Hoofdstuk 1.2 geeft het samenvattend beeld van de financiële positie van de gemeente Oosterhout wanneer alle voorstellen in deze nota worden doorgewerkt. In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten voor de begroting 2024-2027 aangegeven. Dit hoofdstuk bevat onder andere de verwachtingen met betrekking tot de loon- en prijsontwikkeling en de financiële uitgangspunten vanuit het bestuursakkoord. In hoofdstuk 3 geven we u een inkijk op de belangrijkste financiële aanpassingen die we de komende jaren willen doorvoeren in de begroting. Enerzijds betreffen dit de belangrijkste speerpunten vanuit de opgaven, de toekomstvisie en het bestuursakkoord. Anderzijds ook (wettelijke) ontwikkelingen waar wij mee aan de slag zullen moeten en die extra capaciteit en/of geld gaan vragen. Hierin zit, meer dan andere jaren in de perspectiefnota het geval is, veel actualiseringen en prijscompensaties. Omdat de inflatie over het jaar 2022 zo groot is geweest, is er op veel plaatsen in de begroting een bijstelling nodig op de bestaande contracten. Normaal gesproken worden deze prijscompensaties via de concernrapportages aangeboden. Omdat de inflatie zo hoog en afwijkend was ten opzichte van de ramingen, legt de benodigde hoeveelheid extra middelen een groot beslag op de beschikbare middelen voor de toekomstige jaren.

Daarom is ervoor gekozen om de 1e concernrapportage en de perspectiefnota te integreren in één product. De begrotingswijzigingen die hier vanaf het begrotingsjaar 2023 uit voortvloeien zijn in de bijlagen opgenomen. Daarnaast is in dit hoofdstuk de geactualiseerde investeringsplanning opgenomen op programma’s waar grote wijzigingen zitten. Hoofdstuk 4 geeft het gewijzigde totaalbeeld op gebied van de investeringen voor de komende jaren weer. Deze investeringen hebben een effect op onze exploitatielasten en onze schuldpositie. Hiervan geven we in dit hoofdstuk een uiteenzetting. Hoofdstuk 5 bevat een voorstel tot een aantal wijzigingen op het gebied van de Oosterhoutse reserves. Zo wordt voorgesteld om de financieringsreserve op te heffen en een aantal nieuwe bestemmingsreserves in te stellen. Hoofdstuk 6 bevat de samenvatting in financiële zin. Begin oktober bieden wij u de begroting 2024-2027 aan. Tot die tijd hebben wij de gelegenheid om ruimte te vinden, onze stuurmogelijkheden in kaart te brengen. Ondanks de meerjarige financiële onzekerheid waarmee wij allen geconfronteerd worden, bereiden we de komende maanden met ambitie en nuchterheid een meerjarenbegroting voor die bijdraagt aan de Oosterhoutse samenleving.

Financieel perspectief 2023-2027 5

1.2 SAMENVATTEND FINANCIEEL BEELD Er is momenteel nog sprake van grote onzekerheid over de gelden die wij als gemeente vanuit het Rijk kunnen verwachten de komende jaren. Deze onzekerheid maakt het lastig om te sturen. Vanwege al deze onzekerheden is het erg lastig om de financiële ruimte voor 2024 en de jaren erna te ramen. Enerzijds willen we ingrijpende ombuigingsmaatregelen op de korte termijn voorkomen, anderzijds willen we ook onverantwoorde risico’s op de lange termijn vermijden. Tegen deze achtergrond dient u dan ook de in dit financieel perspectief opgenomen ambities te lezen. Nu blijkt dat de financiering vanuit het Rijk vanaf 2026 tegen valt, zal het alsnog noodzakelijk zijn om keuzes te maken in de ambities en/of te kiezen voor ombuigingsmogelijkheden, om de structurele exploitatie van de gemeente in evenwicht te krijgen. Wij zullen bij de begroting voor 2024 met een procesvoorstel komen hoe we deze operatie, samen met de gemeenteraad, willen gaan klaren. Het is ieder geval van belang om nu al deze ontwikkeling voor te sorteren, door bijvoorbeeld zeer terughoudend om te gaan met nieuw beleid dat structureel extra geld kost. Wanneer we de uitgangspunten en de ambities financieel gezien samenbrengen levert dit het onderstaande beeld op: Bedragen x € 1.000

Saldo begroting 2023 Circulaires Uitgangspunten 2024 Subtotaal Prioriteiten 2024: Zorg en welzijn Arbeidsmarkt, economie en onderwijs Sport en cultuur Duurzaamheid en klimaat Wonen en mobiliteit Veiligheid Meer voor elkaar Financieel solide Gemeentelijke organisatie Subtotaal Verhoging kapitaallasten Nieuw meerjarenbeeld

Begr 2023 -10 -6.732 2.073 -4.669

Begr Raming Raming Raming 2024 2025 2026 2027 -309 -1.905 6.480 6.480 -5.973 -6.060 -8.958 -6.877 2.789 2.789 2.789 2.789 -3.493 -5.176 311 2.392

961 183

4.372 194

4.372 194

3.872 194

3.872 194

831 50 100 0 41 -713 583 -2.633 0 -2.633 voordeel

953 50 100 84 535 -709 687 2.774 229 3.003 nadeel

937 50 100 44 385 -709 687 885 1.367 2.252 nadeel

1.062 50 100 44 385 -709 687 5.997 1.835 7.832 nadeel

975 50 100 44 385 -709 687 7.991 2.252 10.243 nadeel

Voor een onderbouwing van het bovenstaande verwijzen we u naar respectievelijk de hoofstukken 1.3 t/m 4 van deze nota. Dit betekent dat er momenteel sprake is van een tekort van € 3 miljoen in 2024, oplopend naar een tekort (in de nieuwe jaarschijf 2027) van ruim € 10 miljoen in 2027. Dit meerjarig tekort is in lijn met de tekorten die in de meerjarenbegroting 20232026 reeds werden gesignaleerd. In deze nota worden de kaders geschetst voor de komende vier jaren. Deze nota hoeft, anders dan de begroting, in financiële zin (nog) niet sluitend te zijn. Wel dient er uiteraard een reëel inhoudelijk kader en financieel perspectief te worden vastgesteld op basis waarvan het college in het najaar een sluitende begroting 2024 kan presenteren. Het college is na vaststelling van deze nota aan zet om deze kaders te realiseren richting de begroting 2024 en de meerjarenbegroting 2025-2027. Gezien het (negatieve) financiële vertrekpunt van de begroting 2024 en de aanwezige stevige ambities, is het duidelijk dat er nog een forse klus ligt om te komen tot een structureel sluitende begroting. Hierin is het, zoals gezegd, zeer bepalend welke financiële duidelijkheid het Rijk ons gaat bieden. Dit met name vanaf 2026. Wij hopen dat de meicirculaire ons voor de komende jaren meer duidelijkheid hierover gaat bieden.

Zodra de meicirculaire beschikbaar is (die volgt in de loop van juni) worden de gevolgen voor Oosterhout in beeld gebracht en wordt uw raad hierover geïnformeerd. Steeds meer Rijksuitkeringen (onze belangrijkste inkomstenbron) worden op incidentele basis verstrekt. Dat is onder meer de reden dat de inkomsten vanuit het Rijk vanaf 2026 zo fors terugvallen. Dat maakt het voor gemeenten extra lastig om plannen voor de toekomst te maken, omdat wij verplicht zijn om onze structurele lasten met structurele baten af te dekken. Daarnaast worden een groot deel van de rijksmiddelen pas aangekondigd op het moment dat de gemeentelijke begrotingen al zijn opgesteld (zie ook hoofdstuk 1.3. van deze nota). Zowel het aandeel ‘incidentele’ middelen, als het aandeel ‘te laat bekende’ middelen is de afgelopen jaren toegenomen. Om effectief te kunnen sturen moeten de in de begroting opgenomen middelen wel voldoende voorspelbare waarde hebben voor wat er feitelijk in een jaar wordt ontvangen en besteed. Het meer voorspelbaar en structureel maken van rijksuitkeringen kan dat bevorderen. 1.3 Uitgangspunt voor meerjarendoorkijk vanaf 2024 De begroting 2023 is het uitgangspunt voor het nieuw op te stellen financiële kader. Bij de begrotingsbehandeling 2023 zijn geen amendementen aangenomen die een direct financieel gevolg hebben voor de begroting 2023.

De effecten van de septembercirculaire en de decembercirculaire 2022 waren echter nog niet verwerkt in de meerjarenbegroting 2023-2027. Middels het voorliggend financieel perspectief zullen de onderstaande effecten verwerkt gaan worden en wordt het beeld als volgt:

Financieel perspectief 2023-2027 6

Bedragen x € 1.000

Lasten Baten Subtotaal programma’s Vennootschapsbelasting Mutatie reserves (- = onttrekking) Resultaat Effect september- en decembercirculaire Ravijnjaar-uitkering Inkomsten klimaatakkoord en combifunctionarissen Uitgangspunt ‘24 (na circulaires)

Begr Begr Raming Raming Raming 2023 2024 2025 2026 2027 171.299 171.170 171.594 171.629 171.629 -168.393 -168.712 -170.663 -161.673 -161.673 2.906 2.458 931 9.956 9.956 2 2 2 2 2 -2.918 -2.769 -2.838 -3.478 -3.478 -10 -309 -1.905 6.480 6.480 -5.732 0

-4.973 0

-5.060 0

-5.193 -2.765

-3.112 -2.765

-1.000 -1.000 -1.000 -1.000 -1.000 -6.742 -6.282 -7.965 -2.478 -397 voordeel voordeel voordeel voordeel voordeel

Effecten september- en decembercirculaire Over alle jaren is een hogere bijdrage zichtbaar ten opzichte van de begroting 2023. De hogere algemene uitkering wordt veroorzaakt door de hoge inflatie, welke wordt gecompenseerd door het Rijk. Dat betekent echter dat wij ook geconfronteerd zullen worden met hogere inflatie op onze eigen bestaande uitgaven en deze middelen daar dus ook (deels) voor moeten gaan inzetten. Eenmalige uitkering dempen ravijnjaar Daarnaast heeft het Rijk eenmalig voor het jaar 2026 een bedrag van € 1 miljard (landelijk) beschikbaar gesteld om het ‘ravijnjaar’ te dempen (€ 2,7 miljoen voor Oosterhout). Recent, in de voorjaarsnota 2023, heeft het Rijk besloten om dit bedrag structureel te maken en dus ook voor 2027 en verder toe te kennen. Gelden klimaatakkoord en combifunctionarissen In de begroting 2023 zijn al wel de lasten opgenomen behorende bij de verwachtte vergoedingen vanuit het klimaatakkoord (€ 750.000) en voor de voortzetting van de regeling combifunctionarissen (€ 250.000). De financiering hiervan was toen echter nog niet rond, waardoor de inkomsten die hierbij horen nog niet waren opgenomen in de begroting 2023. Dit is inmiddels wel rond; hiervoor zijn SPUK-regelingen in het leven geroepen. De bijbehorende inkomsten worden daarom nu ook in de begroting opgenomen.

2 KADERS EN UITGANGSPUNTEN BEGROTING 2024-2027 2.1 LOKALE UITGANGSPUNTEN Het huishoudboekje van de gemeente moet op orde zijn en met belastinggeld moet zuinig en zinnig worden omgegaan. Dat betekent dat de gemeentebegroting in evenwicht moet zijn. Het uitgangspunt is een degelijk en solide financieel beleid, simpel en overzichtelijk ingericht. Om dit te bereiken zijn in het bestuursakkoord een aantal uitgangspunten geformuleerd. De (financieel) belangrijkste punten hieruit zijn: 1. Jaarlijkse begrotingen worden gepresenteerd in het perspectief van structureel sluitende meerjarenramingen. Dit kan in het eerste begrotingsjaar zijn, of het laatste begrotingjaar. In dat laatste geval zijn tussentijdse beperkte tekorten aanvaardbaar mits en voor zover deze kunnen worden gedekt uit reserves. Uiterlijk in het laatste jaar dient dan sprake te zijn van een structureel sluitende begroting. 2. Er is de komende vier jaar ruimte voor nieuwe initiatieven, met dien verstande dat dit budgettair neutraal gebeurt. Met andere woorden: nieuw voor oud is de leidraad. Uitgangspunt is dat daarbij in eerste instantie gezocht wordt binnen hetzelfde beleidsterrein. Alle initiatieven – zowel nieuwe als bestaande – worden bij de begroting beoordeeld op hun maatschappelijk resultaat (outcome). Op basis daarvan kan een inhoudelijke heroverweging aan de orde zijn. 3.

In de begrotingen en meerjarenramingen wordt jaarlijks een realistische raming opgenomen voor “onvoorzien”. Hierbij wordt de structurele doorwerking niet automatisch vertaald, maar vormt deze onderdeel van de discussie over nieuw beleid bij de eerstkomende begroting. Voorstellen worden streng getoetst aan de criteria onvoorzienbaar, onuitstelbaar en onontkoombaar. 4. Het structurele investeringsniveau was in principe gemaximeerd op € 5,5 miljoen, exclusief investeringen op het gebied van riolering en afvalverwijdering (deze investeringen worden afzonderlijk beschouwd en worden gedekt via een kostendekkend tarief) en het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP). Het investeringsniveau is exclusief specifieke investeringen ten laste van de vrije reserve. Het investeringsplan wordt jaarlijks opgesteld in de vorm van een uitvoeringsplanning, waarbij aangegeven wordt wanneer investeringen daadwerkelijk worden uitgevoerd.

Financieel perspectief 2023-2027 7

5. Aan doelen waarvoor de gemeente van het rijk een doeluitkering ontvangt, wordt in beginsel niet meer uitgegeven dan het bedrag van de doeluitkering. Bezuinigingen vanuit het rijk zullen daarbij in principe niet gecompenseerd worden door de gemeente.

jaren constant wordt gehouden en er dus geen rekening wordt gehouden met toekomstige inflatie. Dit geldt ook voor de baten uit de algemene uitkering en de belastingen. De inflatie wordt vertaald in een tweetal stelposten (loonontwikkeling en materiele prijsontwikkeling).

6. De reserves van de gemeente Oosterhout vormen de eerste linie in het opvangen van onverwachte tegenvallers en risico’s. In het kader van risicomanagement houden wij vast aan het eerder bepaalde uitgangspunt dat de weerstandsratio minimaal 1,5 moet bedragen. De komende bestuursperiode komen wij tot een actualisering van de Nota reserves en voorzieningen. 7. Belastingtarieven OZB. Als de tarieven voor de onroerendezaakbelasting worden verhoogd, dan gebeurt dit met maximaal het inflatiepercentage. Met het oog op de lastendruk van onze inwoners en bedrijven zullen wij terughoudend zijn in het toepassen van dit instrument. Op basis het Centraal Economisch Plan (CEP) van maart 2023 zal de inflatie voor 2024 naar verwachting op 3,1% uitkomen. Het college gaat er vooralsnog vanuit dat verhoging van de OZB met dit inflatiepercentage, gezien het meerjarenperspectief, noodzakelijk zal zijn. Dit levert (exclusief areaaluitbreiding – nieuw opgeleverde woningen) een hogere OZB-opbrengst van zo’n € 390.000 op. 8. In 2022 is de OZB niet geïndexeerd (geprognosticeerde inflatie was in dat jaar 1,5%), maar in werkelijkheid was de inflatie over 2022 10%.

Normaal gesproken liggen de geprognosticeerde en de werkelijke inflatie redelijk dicht bij elkaar in de buurt, echter vanwege de extreme werkelijke inflatie over 2022, is het nodig om alsnog deze een inhaalslag op de OZB te maken om de bestaande voorzieningen in stad en kerkdorpen te kunnen handhaven. Bovenop de bovenstaande index voor 2024 wordt een aanvullende verhoging van 8,5% toegepast. Dit wordt als inhaalslag op de extreme inflatie van het jaar 2022 toegepast. Deze 8,5% extra stijging levert bijna € 1,1 miljoen structureel op. Het algemene uitgangspunt is dat alle overige belastingen en heffingen in principe kostendekkend zijn.

12. Loonontwikkeling. De salarislasten worden geraamd op basis van de toegestane formatie. De vorige cao liep tot 31 december 2022. In de begroting 2023 is een stelpost van 5% meegenomen voor de nieuw af te sluiten CAO. Inmiddels is er een nieuwe CAO voor 2023 afgesloten, waarin alle salarissen met een vast bedrag van € 240 stijgen en daarbovenop nog eens met 2%. In de gemiddelde situatie komt dat neer op 8,2% verhoging. Dit betekent voor 2023 een extra kostenpost van € 1,1 miljoen.

9. Het algemene uitgangspunt is dat alle overige belastingen en heffingen in principe kostendekkend zijn.

15. Indexering subsidies. Bij het bepalen van het percentage waarmee de subsidies worden geïndexeerd, vindt een weging plaats van waarbij de loonindex voor 70% meetelt en de materiële lastenstijging voor 30%. Voor 2024 komt dit neer op: 0,7 * 5,20% + 0,3 * 3,90% = 4,80%. Hiermee hangt een kostenbeslag samen van € 493.000.

Naast bovengenoemde punten hanteert het college de volgende uitgangspunten voor het opstellen van de programmabegroting 2024-2027: 10. Reële ramingen. De kosten die in de begroting 2024-2027 worden opgenomen zijn gebaseerd op de in die jaren te verwachten lasten op basis van het vastgestelde beleid.

Dan hebben we echter ook nog het jaar 2024. Hier houden wij voorlopig rekening met een gemiddelde loonstijging van bijna 4,9%. Dat komt neer op een kostenraming van ruim € 2,0 miljoen. Hiervoor zal voor 2024 en verder een stelpost worden opgenomen. 13. Indexering GR’en. Ook de Gemeenschappelijke regelingen waarin wij participeren worden met gestegen loonkosten en gestegen materiele kosten vanwege de hoge inflatie geconfronteerd. Doordat de uitgangspunten van de eerdere begrotingen van de GR’en allemaal met lagere inflatie rekening hielden, is het de verwachting dat de bijdragen aan de GR’en zullen moeten stijgen. Wij houden voorlopig rekening met een verhoging van gemiddeld 7% voor alle GR’en, wat neerkomt op een prijsbeslag van € 730.000. 14. Indexering GR’en. Ook de Gemeenschappelijke regelingen waarin wij participeren worden met gestegen loonkosten en gestegen materiele kosten vanwege de hoge inflatie geconfronteerd. Doordat de uitgangspunten van de eerdere begrotingen van de GR’en allemaal met lagere inflatie rekening hielden, is het de verwachting dat de bijdragen aan de GR’en zullen moeten stijgen (o.a. vanwege CAO-loonstijgingen). Wij houden voorlopig rekening met een verhoging van gemiddeld 7% voor alle GR’en, wat neerkomt op een prijsbeslag van € 730.000.

De bovenstaande afspraken uit het bestuursakkoord vormen het vertrekpunt voor het budgettaire kader 2024-2027. In financiële zin is de vertaling hiervan als volgt:

11. De meerjarenbegroting wordt opgesteld in constante prijzen. Dat wil zeggen dat de kosten- en opbrengsten de begroting voor de volgende Financieel perspectief 2023-2027 8

Bedragen x € 1.000 Uitgangspunten bestuursakkoord

Indexatie OZB (3,1%) Aanvullende verhoging OZB (8,5%) CAO 2023 (werkelijk) CAO 2024 (inschatting) Indexering GR’en (7,0%) Subsidies (4,8%) Totaal

3 PRIORITEITEN GEMEENTE OOSTERHOUT Begr 2023 1.343 730 2.073 nadeel

Begr Raming Raming Raming 2024 2025 2026 2027 -390 -390 -390 -390 -1.070 1.343 1.862 730 315 2.789 nadeel

-1.070 1.343 1.862 730 315 2.789 nadeel

-1.070 1.343 1.862 730 315 2.789 nadeel

-1.070 1.343 1.862 730 315 2.789 nadeel

3.1

ZORG EN WELZIJN

A C C E N T E N 2024 3.1.1

Algemeen

Beweging naar de voorkant: € 500.000 Er wordt binnen het sociaal domein steeds meer en beter integraal gewerkt. Het Sociaal Team heeft hierin een belangrijke aanjagende rol in. Het doorlopende verbetertraject toegang ondersteunend met ontwikkelopgaven die onder andere de samenwerking met het voorliggend veld sociaal domein breed moet versterken. De beleidskaders die nu worden vastgesteld (brede buurt, jeugd, minima), de regionale inkoop jeugd en governance per 2025, de aanbesteding vrij-toegankelijke dagbesteding per 2025 en vroeg signalering schulden ondersteunen deze beweging. Ook de Ontwikkeling regionale arbeidsmarktinfrastructuur om werkloosheid te voorkomen (van werk naar werk, Leven Lang Ontwikkelen) is een voorbeeld hiervan. De beweging naar de voorkant wordt dus integraal ingezet, over alle wetten en regelingen in het sociaal domein heen. Een ander onderdeel van de beweging naar de voorkant is het verstevigen van het sociaal team Oosterhout door hier ook een deel van de hulpverlening te beleggen. Dit laatste is deels een opdracht uit de hervormingsagenda Jeugd (bindende afspraken tussen het rijk en de VNG) en later ook het convenant stevige lokale teams voor zowel Jeugd als Wmo (is nu in ontwikkeling). Deze lokale teams, die er per 2025 moeten staan, zijn ter versterking van het gewone leven (normaliseren) en de professionals moeten ook zelf hulp verlenen.

Ook zijn zij verantwoordelijk voor de verbinding met zowel de sociale basis, het voorliggend veld en het gespecialiseerde hulpaanbod. Dit betekent dat we een andere werkwijze verwachten van onze eigen professionals in het sociaal team Oosterhout. Daarbij kunnen we niet exact inschatten wat er op ons afkomt met deze ontwikkeling. Het vraagt in ieder geval om het versterken van de samenwerking in de driehoek stevige lokale teams, voorliggend veld en gespecialiseerd aanbod. Landelijk is er de overtuiging dat deze werkwijze geld aan de achterkant gaat opleveren, maar daarvoor moeten we eerst aan de voorkant investeren. Door integraal te werken, is het overigens niet altijd duidelijk waar de besparing precies zit (denk aan inzet schuldhulpverlening in een gezin, waardoor andere problemen worden voorkomen). Om echt een beweging naar de voorkant te kunnen maken, is er voor 2024 en 2025 dan ook € 500.000 sociaal domein-breed nodig. Vanaf 2026 kan er een afbouw plaatsvinden als de stevige lokale teams ‘staan’. Naast deze gerichte investering op doorontwikkeling van de genoemde samenwerkingsdriehoek, hebben we ook een specifieke uitkering (SPUK)

Financieel perspectief 2023-2027 9

aangevraagd. Deze SPUK-gelden vanuit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) zijn voor de jaren 2023 tot 2025/2026 en zetten we specifiek in voor de (deels verplichte) preventieve opdracht die we als gemeente hebben. Deze opdracht richt zich op sport- en beweegstimulering, bevorderen van cultuurparticipatie, gezondheidsbevordering en het versterken van de sociale basis. 3.1.2

Jeugd

Autonome groei jeugdzorg € 900.000 De werkelijke kosten Jeugdzorg 2022 laten en overschrijding zien van € 2,45 miljoen t.o.v. de begroting 2022. Deze kostenstijging wordt voor een groot deel verklaard door een wijziging in het woonplaatsbeginsel (niet de woonplaats waar het kind woont tijdens de zorg, maar voorafgaand aan de zorg is leidend voor welke gemeente verantwoordelijk is voor de kosten). Dit pakt voor Oosterhout zeer negatief uit (ongeveer 700k). Daarnaast zien we nog steeds een explosieve groei bij ambulante jeugdzorg. Dit komt vooral door een steeds verdere stijging van met name steeds jongere cliënten. Dit kan duiden op een beweging naar de voorkant (problemen worden eerder aangepakt, waardoor later zwaardere zorg wordt voorkomen), maar zorgt op de korte / middellange termijn daarmee wel voor hogere kosten. Daarnaast vermoeden we dat dit ook nog na-ijleffecten zijn van corona en zijn ook de wachtlijsten 2e helft 2022 bij het sociaal team weggewerkt, waardoor er dus een achterstand is weggewerkt. Onduidelijk is hoe dit zich in 2023 e.v. gaat ontwikkelen. In het kader van realistisch begroten zou in 2024 minimaal rekening moeten worden gehouden met de werkelijke kosten 2022 plus prijsontwikkelingen. In de begroting 2023 is reeds € 1,9 miljoen extra opgenomen (incl. prijsindex), maar dat lijkt dus niet voldoende te zijn.

Alleen kijkend naar de volumes 2022 (en dus zonder prijsindex) zou er rekening gehouden moeten worden met een ophoging van de begroting met € 900.000. Indexatie kosten jeugdzorg: € 270.000 - € 770.000 Tarieven in de Jeugdzorg worden doorgaans gebaseerd op het OVA index. Voor 2023 bedraagt dit 6,9%. Daarnaast heeft er een kostprijsonderzoek plaatsgevonden naar de tarieven Pleegzorg en Gezinshuizen. Uit dit onderzoek is gebleken dat de tarieven bij WBO een stuk lager liggen dan bij omliggende regio’s. De tarieven worden daarom voor 2023 verhoogd met gemiddeld 21%. Dit levert € 270.000 aan meerkosten op voor alleen Pleegzorg en Gezinshuizen vanaf 2023. Hiermee is in de begroting 2023 dus nog

geen rekening gehouden. De OVA index voor 2024 is nog niet bekend. Voorgesteld wordt rekening te houden met minimaal 3% voor 2024 (€500.000). Mogelijke invoering inkomensafhankelijke bijdrage jeugdzorg: pm Mogelijke invoering eigen inkomensafhankelijke bijdrage jeugdzorg (voorzien in 2025) staat onder politieke druk. Leerlingenvervoer € 115.000 Binnen het leerlingenvervoer wordt een stijging van de kosten verwacht. Deze wordt enerzijds veroorzaakt door een indexering van het contract met 13,7 %. In het contract is vastgelegd de tarieven jaarlijks met de NEA-index (index voor vervoer) te verhogen. Anderzijds zien we nog steeds een stijging in het aantal leerlingen dat gebruik maakt van het leerlingenvervoer. De stijging is vooral te zien bij leerlingen die aangewezen zijn op Speciaal Onderwijs. Op dit moment is nog onduidelijk wanneer de islamitische school in het schooljaar 2023-2024 gaat starten en zo ja met hoeveel groepen. De komst van de school is daarom nog niet verwerkt in de bovenstaande middelen. 3.1.3

Wet maatschappelijke ondersteuning

Hulp bij Huishouden: € 1.200.000 Autonome stijging kosten Hulp bij het Huishouden als gevolg van voornamelijk kostenstijgingen (cao) en – in mindere mate – toename aantal cliënten. Begeleiding: € 500.000 In 2022 waren de kosten voor Wmo begeleiding € 5,5 miljoen. In begroting 2023 en verder is rekening gehouden met € 5,2 miljoen. Rekening houdend met stijging van de indexering (wegens cao-ontwikkelingen) en een toename van aantal cliënten verwachten we een nadelig effect. Vrij toegankelijke dagbesteding: € 50.000 In 2023 verwachten we een kostenoverschrijding op de voorzieningen vrij toegankelijke dagbesteding vanwege cao-ontwikkelingen van zo’n € 50.000. Rolstoelen/scootmobielen: € 50.000 Het aantal cliënten met een rolstoel neemt de afgelopen jaren met gemiddeld 7,4% toe. Door vergrijzing en langer thuis wonen waarbij we willen dat inwoners kunnen participeren blijft deze groei in aantal cliënten doorzetten. Bij de verstrekking van de scootmobielen zien we over de afgelopen jaren een geleidelijke daling in de standaard scootmobielen, n.a.v. het gewijzigde beleid hierin in 2020. We verwachten daarom dit jaar per saldo hiervoor € 50.000 extra benodigd te hebben.

Financieel perspectief 2023-2027 10

GR GIA en meldpunt crisiszorg: € 137.000 Vanuit de GR Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA) en Meldpunt crisiszorg wordt aan gemeenten gevraagd om voor 2024 rekening te houden met een hogere gemeentelijke bijdrage voor zowel de GIA-taken (€ 125.000) als het meldpunt crisiszorg (€ 12.000). In het voorjaar van 2022 is vanwege het verwachte structurele tekort besloten om het regionale GIA- takenpakket te analyseren met als doel structurele inkomsten en uitgaven voor de uitvoering van de het regionale GIA-taken vanaf 2024 weer in balans te brengen. Op basis van de ingediende subsidieaanvragen 2023 van alle uitvoerders en de uitgevoerde analyse van de regionale GIA-taken is een doorkijk gemaakt naar het jaar 2024. De gemeentelijke bijdrage zal vanaf dat jaar structureel opgehoogd moeten worden om de basis verder op orde te brengen en te houden en ook om mee te kunnen in de ontwikkeling naar het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Met de gevraagde gemeentelijke bijdrage voor 2024 kan het regionale GIA-takenpakket worden uitgevoerd met de structurele middelen die daarmee beschikbaar komen. Met de gevraagde gemeentelijke bijdrage voor het Meldpunt Crisiszorg voor het jaar 2024 kan het Meldpunt de verwachte hogere instroom van meldingen opvangen en alle meldingen (acuut en niet-acuut) beoordelen en zorgen dat de juiste vervolgactie ingezet wordt.

Kleinschalig Collectief Vervoer (KCV): € 50.000 Binnen het kleinschalig collectief vervoer wordt vanwege een nieuwe aanbesteding in 2023 € 50.000 kostenstijging verwacht. Voor 2024 wordt hiervoor een nog verdere kostenstijging verwacht. 3.1.4

Sociaal beleid

Kwetsbaarheid op Participatie, Minimabeleid-, Schuldhulpverlening en Inburgering: € 100.000 We hebben één beleidsadviseur die de onderdelen Minima, Schuldhulpverlening en Inburgering beheert. Doordat een medewerker een strategische functie heeft gekregen gaat de ondersteuning op het gebied van minima daar wegvallen waardoor alle 3 de onderdelen volledig bij één persoon terecht komen. Deze 3 beleidsterreinen zijn zowel op inhoud als in omvang niet te verenigen in 1 persoon. De senior beleidsadviseur beheert de gehele Participatiewet. Jaren aan ervaring en kennis ligt hier aan ten grondslag. Hij heeft een solistische functie waardoor wij enorm kwetsbaar zijn bij uitval of vertrek. Om die kwetsbaarheid op te vangen en te combineren met de kwetsbaarheid bij de bovenstaande 3 beleidsterreinen is het voorstel om 1 fte toe te voegen aan

de formatie. Hierdoor ontstaat ook meer ruimte om te werken aan innovatie m.b.t. de uitstroom. Participatiewet Het kabinet wil de menselijke maat terugbrengen in de sociale zekerheid. Dit geldt ook voor de Participatiewet. De Participatiewet kent nu vooral een sfeer van wantrouwen. Met een wijziging van de wet wil het kabinet het accent verschuiven naar vertrouwen in de burger. Inmiddels is een voorontwerp van het wetsvoorstel Handhaving Sociale Zekerheid vrijgegeven. Deze wet moet de wijze van handhaving binnen de sociale zekerheid en dus ook de Participatiewet vormgeven. Belangrijk uitgangspunt is dat er uitgegaan wordt van vertrouwen. De wet voorziet in een aantal instrumenten die de gemeente kan inzetten in het kader van handhaving. Het gaat dat om: afzien van een sanctie, een waarschuwing, een voorwaardelijke boete, een boete of overdracht naar het strafrecht. Voordat en besluit genomen wordt dient aan de uitkeringsgerechtigde de mogelijkheid geboden te worden van een toelichtingsgesprek. Dit zal dus in ieder geval iets vergen van onze uitvoeringscapaciteit. Planning is dat de wet in de loop van 2024 in werking zal treden. Het is nog niet duidelijk welke wijzigingen het kabinet verder nog wil doorvoeren in de Participatiewet.

Het zal in ieder geval gaan om een verruiming van de vrijlatingsmogelijkheden en de ondersteuning bij activering Ook voor deze wijzigingen geldt dat de planning is dat invoering in de loop van 2024 plaatsvindt. Voor zover de wetswijzigingen zullen leiden tot hogere uitkeringslasten mag ervan worden uitgegaan dat dit gecompenseerd wordt door een verhoging van het Buig-budget. In hoeverre de extra inzet voor re-integratie en activering wordt gecompenseerd is echter nog onduidelijk. De implementatie van de wetswijzigingen zal de nodige impact hebben op de uitvoering. In de eerste plaats zal het nodig zijn om verordeningen, uitvoeringsbesluiten en beleidsregels aan te passen. Vervolgens dienen deze geïmplementeerd te worden en zullen werkprocessen en systemen aangepast moeten worden. MidZuid Met betrekking tot MidZuid lopen er op dit moment twee belangrijke processen. In de eerste plaats zijn gemeenten en MidZuid in gesprek over de toekomstige rol die MidZuid voor de gemeenten moet spelen bij het aan het werk helpen van mensen met een arbeidsbeperking en met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt. Een ander belangrijk onderwerp is de huisvesting van MidZuid. De bedoeling is dat er over de richting hiervoor nog in 2023 een besluit genomen zal worden. Vervolgens zal in 2024 verder gegaan worden met de uitwerking hiervan.

Een belangrijk onderdeel van deze uitwerking is de financiële kant.

Financieel perspectief 2023-2027 11

Nieuwe indeling Arbeidsmarktregio In 2022 heeft de minister van SZW de uitgangspunten voor de uitbreiding van de arbeidsmarktinfrastructuur vastgesteld. Belangrijk aspect hiervan is dat de dienstverlening aan werkgevers, werknemers en werkzoekenden meer op het niveau van de arbeidsmarktregio (voor ons West-Brabant) vormgegeven moet worden. Hierbij krijgt de centrumgemeente (gemeente Breda) een belangrijke regierol. De bedoeling is dat er binnen de arbeidsmarktregio een soort werkcentrum komt waar werkgevers, werknemers en werkzoekenden met hun arbeidsmarktvraagstukken terecht kunnen en van waaruit ondersteuning wordt geboden. In dit werkcentrum zouden het Regionaal Mobiliteitsteam en het Werkgeverservicepunt samen moeten komen. Op dit moment is nog onduidelijk hoe dit er uit moet gaan zien. Mogelijk zal het werkcentrum een zelfstandig rechtspersoon (stichting of GR) worden. Asielzoekers / statushouders en inburgering: PM Komende jaren zullen we rekening moeten houden met grotere toestroom van vluchtelingen, statushouders en andere groepen. Daarbij komt ook het huisvesten van de arbeidsmigranten. Het gaat hierbij om het huisvesten van de doelgroepen voor de soms korte, maar ook langere termijn. Naast het huisvesten van deze doelgroepen is het ook van belang om voor de meeste van deze doelgroepen te zorgen voor een goede integratie in de Oosterhoutse samenleving (o.a.

scholing en begeleiden naar werk). Bij de saldobestemming 2022 zal worden voorgesteld om het overschot op de kostenplaats opvang Oekraïners over 2022 in een aparte bestemmingsreserve aandachtsgroepen te storten. Wat er exact nodig is wordt uitgewerkt in een plan van aanpak en dit jaar voorgelegd aan de raad. Schuldhulpverlening In februari 2023 is het wetsvoorstel aangenomen om de termijn van een wettelijke schuldenregeling (WSNP) te halveren van 36 maanden naar 18 maanden. De verwachte inwerkingtreding van de wet is 1 januari 2024. De wetswijziging kan ook de nodige gevolgen hebben voor het minnelijke schuldentraject dat gemeenten uitvoeren. Er vinden hierover op landelijk niveau gesprekken plaats. Waarschijnlijk zal ook de looptijd van een minnelijk traject gehalveerd worden. Daarnaast is de roep om in meer gevallen een saneringskrediet in te zetten.

3.1.6

Dierenwelzijn

Op dit moment wordt een plan van aanpak opgesteld voor de toekomst van het MEK op de huidige locatie. Door middel van dit plan moet er bij het MEK weer een stabiele situatie ontstaan alsmede een duidelijke visie op het functioneren van het MEK. We geven in 2024 uitvoering aan het nog op te stellen beleid rondom dierenwelzijn.

AANPASSINGEN EXPLOITATIE Bedragen x € 1.000 Omschrijving

Algemeen Beweging naar de voorkant N Jeugd Jeugdzorg (autonome groei) A Jeugdzorg (indexering) A Leerlingenvervoer A Wmo Hulp bij Huishouden A Begeleiding A Vrij toegankelijke dagbesteding A Rolstoelen A GR GIA / meldpunt crisiszorg A KCV A Sociaal beleid 1 fte participatie, minima, inburgering, schuldhulp N Dierenwelzijn MEK Totaal

Minimabeleid Als gevolg van economische ontwikkeling wordt er een groter beroep verwacht op kosten minimaregelingen. Daarnaast speelt gemeentelijk beleid om niet-gebruik verder terug te dringen en de kinderarmoede te halveren. Volksgezondheid Momenteel geen relevante ontwikkelingen verwacht. 3.1.5

Inclusie / Brede welvaart

In 2024 wordt een beleidsstuk rondom inclusie opgesteld. Financieel perspectief 2023-2027 12

Begr 2023

Begr 2024

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

-

500

500

-

-

270 -

900 770 115

900 770 115

900 770 115

900 770 115

500

1.200 500

1.200 500

1.200 500

1.200 500

50 50 41 50

50 50 137 50

50 50 137 50

50 50 137 50

50 50 137 50

-

100

100

100

100

961

4.372

4.372

3.872

3.872

3.2

middelen voorzien vanwege het uitvoeren van de actieplannen voortkomend uit het onderzoek. Hoewel concrete bedragen nog lastig te noemen zijn, vragen we hier wel aandacht voor, ook i.r.t. beschikbare capaciteit. Dit met name gelet op de integrale opgave op de terreinen (het gaat zowel om duurzame energieopwekking als vergroening, verbetering van de bereikbaarheid en vergroten van de veiligheid).

ARBEIDSMARKT, ECONOMIE EN ONDERWIJS

A C C E N T E N 2024 3.2.1

Arbeidsmarkt

Geen accenten voor 2024 3.2.2

3.2.3

Ruimte om te ondernemen

Onderwijs

Vervoer bewegingsonderwijs: € 45.000 Indexatie bestaande contract vanwege aantallen en gestegen brandstofprijzen. Hiervoor is op basis van het contract met ingang van 2023 € 45.000 extra benodigd. Daarnaast zal de nieuwbouw van sporthal Arkendonk betekenen dat de scholen die daar nu bewegingsonderwijs geven elders moeten worden geplaatst. Dat zal tijdens de verbouwing voor extra vervoerskosten bewegingsonderwijs leiden. De consequenties hiervan worden momenteel nog uitgewerkt. OZB onderwijshuisvesting: € 55.000 De post te betalen OZB voor onderwijshuisvesting is in 2022 met € 55.000 overschreden. Dit is nog niet in de begroting 2023 en verder meegenomen.

Everdenberg-Oost Het bouwrijp maken van Everdenberg-Oost is gestart. Dit nieuwe bedrijventerrein wordt ontsloten via de N629. Onderzocht moet worden wat de consequenties zijn van het recente besluit van GS (om geen natuurvergunningen meer te verlenen waarmee de stikstofdepositie toeneemt op Natura 2000-gebieden) voor zowel de 2e fase van de N629 en de tijdelijke ontsluiting van het bedrijventerrein.(relatie met N629). Dit kan mogelijk financiële consequenties hebben. Arendshof I: PM Eind 2023 zal een Ontwikkelplan voor Arendshof I gepresenteerd worden voorzien van verschillende ontwikkelscenario’s. De gemeente zal, in samenwerking met de provincie, nog moeten bepalen welke financiële strategie de gemeente hierop gaat voeren. Van behouden tot ambitieus, van investeren in terugnemen openbare ruimte (bij verwijderen overkapping) tot aan het doen van strategische aankopen. Op basis van deze strategie zal eind 2023 de financiële impact helder zijn. Kwaliteit bedrijventerreinen: PM vanaf 2025 Om de kwaliteit van de bedrijventerreinen te verhogen wordt in 2023 gestart met een onderzoek naar ontwikkelmogelijkheden en de toekomstige inrichting en beheer van de grote bedrijventerreinen. Per terrein volgt een scenario, uitmondend in een actieplan. Voor 2023 en 2024 voldoen de gereserveerde middelen. Vanaf 2025 wordt echter een toename in benodigde

Erfpachtkosten Muldersteeg: € 15.000 Dit betreft de jaarlijkse erfpachtkosten, welke niet opgenomen waren in de begroting. Doorontwikkeling GR Regionaal Bureau Leren € 51.000 (en € 29.000 afrekening over 2022) Na 10 jaar vindt een doorontwikkeling plaats van de Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Bureau Leren. De huidige begroting is weliswaar geïndexeerd, maar in de afgelopen 10 jaar is er veel veranderd in de leerplicht taken. De afgelopen jaren heeft gemeente Breda aanzienlijk bijgeplust om aan de wettelijke vereisten te kunnen blijven voldoen (inschatting is ongeveer € 400.000 op een begroting van 2 miljoen). Het aandeel van Oosterhout hierin bedraagt voor 2022 € 29.000,- en voor 2023 € 51.000,-. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de kosten van inhuur en ziektevervanging omdat een groot aantal van de leerplicht medewerkers in dienst is bij gemeente Breda. Daarnaast is de formatie door de verschuiving van taken van curatief naar meer preventief en de toename van complexe problematiek bij leerlingen niet meer toereikend. Daarnaast moeten de 16 deelnemende gemeenten opnieuw een keuze maken voor een ambitie- en samenwerkingsniveau. We zitten op dit moment in de eerste fase van de doorontwikkeling van de GR Regionaal Bureau Leren. De ambitie is om ook hier de beweging naar de voorkant te maken.

Door meer preventief aanwezig te zijn op scholen en andere vindplaatsen willen we schoolverzuim snel signaleren en schooluitval voorkomen. Dat wil zeggen dat je voordat er sprake is van wettelijk verzuim al met de eerste signalen

Financieel perspectief 2023-2027 13

van verzuim en te laat komen aan de gang gaat. Mogelijk zal in de samenwerking ook de vraag aan de orde komen of de individuele gemeenten de leerplichttaken weer zelf willen gaan uitvoeren. Op het gebied van leerplicht en tegengaan van voortijdig schoolverlaten is zowel de lokale als de regionale samenwerking belangrijk. Lokaal wordt geschakeld met jeugdprofessionals wanneer hulp of ondersteuning nodig is. Voor leerlingen in het MBO of zonder startkwalificatie is het regionale vangnet belangrijk. De consequenties van deze beweging naar de voorkant zijn nog niet meegenomen in de meerjarenbegroting vanaf 2024. 3.2.4

bij grote evenementen in Oosterhout. Momenteel zijn er in de begroting voldoende middelen beschikbaar om de Susteams ongeveer 10 keer in te kunnen zetten. Het is de wens om dit frequenter te gaan doen. Kijkend alleen al naar de gewenste inzet bij carnaval, koningsnacht, de kermis, de sinterklaasintocht, oud & nieuw, is het huidige budget onvoldoende. Aanvullend is voor deze gewenste inzet € 35.000 per jaar benodigd. Indexering contract beveiliging: € 3.455 Vanwege CAO ontwikkelingen uit de branche, zit er een indexering van 16% op de contracten voor beveiliging.

Toerisme en recreatie

Toeristenbelasting: € 50.000. In de huidige situatie wordt van de totale opbrengst toeristenbelasting € 200.000 in de algemene middelen gestort. Voorgesteld wordt om dit bedrag op te hogen naar € 250.000 en dus minder te storten in het toeristisch fonds. Dit vanwege hogere gemeentelijke kosten en investeringen in de recreatieve infrastructuur. 3.2.5

Evenementen

Evenementen: € 40.000 Bij het organiseren van evenementen zijn de kosten gestegen voor fysieke maatregelen zoals tijdelijke fietsenstalling, sanitair en verkeersomleidingen. Daarnaast zijn de kosten voor stroomvoorziening (zoals de ijsbaan) hoger. Omdat er meer evenementen op de evenementenkalender staan, is er meer ondersteuning nodig. Ook voor bestaande evenementen is de vraag voor extra ondersteuning aanwezig. Zo komt er een omslagpunt van regelgeving verbod plastic en glas bij evenementen (hardcup). Daarnaast is ook te zien dat het organiseren van evenementen complexer wordt. Een voorbeeld is Koningsdag. Tot 2022 ontving het Oranjecomité Oosterhout een subsidie voor het organiseren van Koningsdag. Het Oranjecomité heeft aangenomen vanwege het beperkte aantal vrijwilligers niet meer in staat te zijn om Koningsdag te organiseren in de huidige vorm. Een deel van de organisatie wordt nu vanuit de gemeente en stichting Bruisende Binnenstad opgepakt. Alle ontwikkelingen maken het noodzakelijk het budget te verhogen met € 40.000. Inzet Susteams en beveiliging verhogen: € 35.000 Het Susteam is een speciaal team van particuliere beveiligers dat door de gemeente wordt ingezet om het uitgaanspubliek waar nodig aan te spreken

AANPASSINGEN EXPLOITATIE Bedragen x € 1.000 Omschrijving

Onderwijs Vervoer bewegingsonderwijs A OZB onderwijshuisvesting A Erfpachtkosten Muldersteeg A Kostenstijging GR RBL A Doorontwikkeling GR RBL N Toerisme en recreatie Toeristenbelasting Evenementen Evenementenkosten N Inzet Susteams N Indexering contract beveiligingskosten P Totaal

Begr 2023

Begr 2024

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

45 55 80

45 55 15 51 pm

45 55 15 51 pm

45 55 15 51 pm

45 55 15 51 pm

-

-50

-50

-50

-50

-

40 35

40 35

40 35

40 35

3 183

3 194

3 194

3 194

3 194

AANPASSINGEN INVESTERINGEN INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN ONDERWIJS In de raadsvergadering van 20 december 2022 is het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2022-2042 vastgesteld. Er is opnieuw gekeken naar de hierin geplande projecten en er heeft een verschuiving in de uitvoering plaatsgevonden en één project is verschoven tot buiten de planningsperiode. Onderstaand worden de jaartallen van uitvoering van deze projecten aangegeven. De wijzigingen zijn onder de tabel toegelicht.

Financieel perspectief 2023-2027 14

Nr. Omschrijving

Toelichting

2022 2.650.000

1 2

3 4 5 6 7 8

volledige renovatie/ vernieuwbouw de ontdekking tbv gecombineerd gebruik 2 school besturen (Ontdekking / Menorah) Menorah 2 aanvullende lokalen (nu noodlokalen) Marcoen ca 8-10 lokalen behoefte tot 2028 de Muldersteeg toename leerlingen leidt tot uitbreiding huisvesting Westhoek uitbreiding Rubenshof uitbreiding Islamitische school Marcoen Montessori De Meander Paulo Freire/Torenschouw dep Rubenshof De Sterrendonk KC de Ontdekking Menorah (Ontdekking) Muldersteeg Hanze college Hanze college bewegingsonderwijs Eerste inrichting Marcoen Indexatie onderwijshuisvesting (4,8%) Afboeken restwaarde scholen bij nieuwbouw

2023

2024

11.430.683

25.878.606

2025

2026

2.719.322

6.293.119

X -

X

X pm

X pm

X X X 1e inrichting 1e inrichting 1e inrichting 1e inrichting Uitbreiding 2 lokalen Uitbreiding 1 lokaal Uitbreiding Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw (samen met Menorah) Nieuwbouw (samen met De Ontdekking) Uitbreiding vernieuwbouw

Financieel perspectief 2023-2027 15

X X X X X X X X

X X X

X X X pm

Toelichting op wijzigingen: 1. Dependance Rubenshof (voormalig Hobbit) bedrag verlaagd; er waren teveel m2 opgenomen in het oorspronkelijke IHP, omdat de vernieuwing gekoppeld was aan de oorspronkelijke vierkante meters van de Hobbit. 2. De Sterrendonk is verschoven van UVP 2025 naar UVP 2026. 3. De (ver)nieuwbouw van de dependance van de Muldersteeg (Biëncorf) is gekoppeld aan de ontwikkeling van het Slotjesveld. In verband met de herijking van de ‘visie Slotjesveld’ en de huidige investeringsmogelijkheden van de gemeente Oosterhout is de uitvoering naar achteren verschoven (buiten huidige planningsperiode).

renovatie en uitbreiding van schoolgebouwen het indexcijfer Schoolgebouwen (peildatum juni) gehanteerd van het Bureau Documentatie Bouwwezen (BDB). Dit is conform de afspraak in het vastgestelde IHP. Het indexcijfer voor de periode december 2022 – december 2023 bedraagt 4,8%. Dit betekent dat er zo’n € 2,4 miljoen extra moet worden gereserveerd voor de uitvoering van het IHP. 8. Afboeking resterende boekwaarde schoolgebouwen bij nieuwbouw toegevoegd als PM, wanneer op basis van een haalbaarheidsonderzoek wordt gekozen voor nieuwbouw.

4. Hanze College. Verreweg het grootste deel van de kosten van dit IHP komen voor rekening van de (ver)nieuwbouw van het Hanze College. Het locatieonderzoek en het programma van eisen zijn na de zomer van 2023 gereed, in december van dat jaar volgt het kredietvoorstel aan de gemeenteraad. Dan moet er ook duidelijkheid zijn over de volgende twee aspecten: a. De eigen financiële bijdrage van het schoolbestuur in de nieuwbouw van het Hanze College; b.

c.

Tegenover deze investering staan (beperkte) grondopbrengsten als bij verplaatsing van Hanze en/of Zwaaikom op de oorspronkelijke locatie woningbouw kan worden gerealiseerd. Er is ook nog sprake van kosten voor het afboeken van de boekwaarde indien gekozen wordt voor volledige nieuwbouw. Dit is nu nog niet meegenomen in de kosten.

5. Bewegingsonderwijs Hanze College nieuw toegevoegd (UVP 2024). In het IHP zijn niet meegenomen de kosten die benodigd zijn voor het bewegingsonderwijs. In algemene zin heeft het onderwijs hiervoor voldoende capaciteit, met uitzondering van de scholen in het centrum. Dit tekort kan worden opgevangen als er op de locatie van het Hanze College voldoende capaciteit voor het bewegingsonderwijs wordt gecreëerd. De extra kosten voor bewegingsonderwijs (twee zaaldelen) bij het Hanze College bedragen circa € 3,3 miljoen. Daarnaast zou recreatieoord De Warande een prominentere rol kunnen gaan spelen in het bewegingsonderwijs. 6. In 2023 wordt de Marcoen uitgebreid met drie lokalen. De eerste inrichting van deze lokalen is aangevraagd en nieuw toegevoegd (UVP 2024). 7. Indexatie bouwkosten voor alle projecten (2023, 2024, 2025 en 2026). De investeringen op onderwijshuisvesting, zoals deze in december 2022 zijn vastgesteld, zijn bijgewerkt tot het prijspeil van december 2022. Volgens de concept verordening die in juni 2023 wordt voorgelegd, wordt voor de indexatie van de gereserveerde bedragen voor nieuwbouw, Financieel perspectief 2023-2027 16

3.3

SPORT EN CULTUUR

3.3.2

A C C E N T E N 2024 3.3.1

Sport

Voorbereiding sporthal Arkendonk Bij sporthal Arkendonk is gekozen voor vernieuwbouw. Hiervoor is een bedrag gereserveerd van € 5,9 miljoen. In de planuitwerking worden kostenramingen gemaakt, die worden getoetst aan het beschikbare budget. Uitgangspunt is om binnen de beschikbare middelen te blijven. Daarnaast wordt onderzocht hoe de tijd dat de sporthal niet in gebruik is zo minimaal kan zijn, zodat er geen tijdelijke voorziening nodig is. Hierbij wordt ook gedacht aan doorverwijzen naar andere binnen- en buitensportaccommodaties. De daadwerkelijke vernieuwbouwwerkzaamheden staan gepland voor 2024. Verplaatsing accommodatie OVV Er worden eerst verschillende scenario’s onderzocht, waarbij de huidige en andere locaties worden onderzocht voor OVV. Bouwkundig onderhoud De Warande: € 55.234 Indexatie is doorgerekend in het contract wat leidt tot een structurele verhoging van bijna € 40.000. Daarnaast is de onderhoudsplanning geactualiseerd wat leidt tot onderstaande financiële aanpassingen: Omschrijving

Onderhoudsplanning Warande

Begr Raming Raming Raming 2024 2025 2026 2027 15.800 -229 198.668 111.747

Indexatie diverse contracten sport: € 24.668 Betreft prijsindexatie op de contracten voor inhuur personeel derden, schoonmaak, MidZuid en kleine sportmaterialen. Indexatie kosten gas en elektra sport: € 766.000 In de begroting 2023 is nog gerekend met een gasprijs van € 0,75 per m3 gas. De recent vastgeklikte prijzen bedragen echter € 1,645 per m3 gas. Voor elektra geldt een soortgelijk verhaal. Momenteel is in de begroting rekening gehouden met € 0,22 per KWh. De vastgeklikte prijs is echter € 0,37 per KWh. Dit alles vraagt over de breedte van sport (binnensport en zwembad) een actualisatie van € 766.000.

Cultuur

H19 naar Galvanitas: PM Er heeft een quick scan plaatsgevonden naar verplaatsing van h19 naar Galvanitas. Hierbij is alleen nog maar naar de inhoud gekeken. Conclusie is dat h19 een welkome aanvulling is op en drager kan zijn van een culturele hotspot bij de Galvanitasfabriek, samen met MOYA, Cultuurmakerij en het inspiratielab. Ondanks dat h19 momenteel op een prima plek zit biedt verplaatsing van h19 naar Galvanitas ook inhoudelijke voordelen voor h19. Op dit moment worden een eigen zaal voor optredens en een foyer met mogelijkheid van hapje/drankje gemist. Deze faciliteiten zouden bij een culturele hotspot bij Galvanitas gedeeld kunnen worden met voorgenoemde partijen. Ook zit er een duidelijke overlap in ruimtebehoefte van h19 en de Cultuurmakerij. Door samenvoeging binnen één culturele hotspot op het Galvanitasterrein zal er sprake zijn van een betere bezetting van deze ruimtes en ontstaat er ook kruisbestuiving. Wel moge duidelijk zijn dat verplaatsing naar Galvanitas een kostenplaatje met zich meebrengt. Onduidelijk is nog hoe dit eruit ziet en dit zou dan ook in een nader onderzoek verder uitgewerkt moeten worden. Tijdelijke uitbreiding cultuur: € 44.000 Cultuur is een belangrijk middel en instrument voor de gemeente Oosterhout om een aantrekkelijke stad te zijn voor bewoners en bezoekers. Cultuur zorgt voor verrijking van de omgeving, inwoners en bezoekers.

Het draagt niet alleen bij aan de economie van de stad, maar zorgt er ook voor dat inwoners mee kunnen blijven doen en werken aan een positieve gezondheid, hun talentontwikkeling en het verbreden van hun horizon. Dat is ook de reden dat cultuur een stevigere positie heeft gekregen in het bestuursakkoord. Dit vertaalt zich ook door in onze ambities en wat we de komende jaren willen realiseren. De belangrijkste twee ontwikkelingen daarin zijn de mogelijke verplaatsing van h19 naar Galvanitas en de realisatie van een culturele hotspot aldaar en de implementatie van de in 2023 te ontwikkelen visie op Kunst. Beide ambities vragen om dusdanige extra capaciteit dat er behoefte is aan de inzet van een tijdelijke inhuur op cultuur. Stadshistorische informatie: € 10.000 Om het historische verhaal van de gemeente te kunnen borgen en delen is het van groot belang, dat er beroep gedaan kan worden op iemand met de nodige historische feitenkennis. Het mag niet zo zijn, dat de historische gegevens die wij gebruiken en delen, fouten bevat. Zodoende is het van belang dat er een informatiepunt komt waar navraag kan worden gedaan en die zelf actief op zoek gaat naar mogelijkheden om het verhaal van Oosterhout te vertellen en die ook bij kan dragen aan het up-to-date houden van de bestaande website van de Oosterhoutse Tijdmachine. Het gaat hierbij om een budget van ongeveer € 10.000.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=dcc60700-fafa-4c10-8af3-faf31bfcdba0