CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Def. Wijzigingsoverzicht APV april 2021

Raadsvergadering 28 april 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Raadsvoorstel ZN277537 Actualisatie APV Oosterhout 2021. (Akkoord)14.281 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Artikel 6:1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikel 2:1 t/m 2:41, 2:51 t/m 2:62, 2:64 t/m 2:68, 2:72, 2:74, 2:74a, 3:4 t/m 5:37. 2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikel 2:42 t/m 2:50, 2:63, 2:73, 2:73a, 2.73b. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op

Artikel 6:1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikel 2:1 t/m 2:41, 2:51 t/m 2:62, 2:64 t/m 2:68, 2:72, 2:74, 2:74a, 2.76a, 3:4 t/m 5:37. 2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikel 2:42 t/m 2:50, 2:63, 2:73, 2:73a. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op

14

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. overtredingen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vierde lid, 2:12, eerste lid en artikel 4.10, lid 3 .

overtredingen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vierde lid, 2:12, eerste lid en artikel 4.10, lid 3 .

Artikel 6:4 Inwerkingtreding 1. De Algemene Plaatselijke Verordening Oosterhout met bijbehorende toelichting, voor het laatst gewijzigd vastgesteld bij raadsbesluit van 15 december 2020, in werking getreden op 24 december 2020, wordt ingetrokken per de in het tweede lid bedoelde datum. 2. Deze verordening treedt op de dag na bekendmaking in werking. Toelichting wijziging Datum beoogde vaststelling Artikel 6:6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Oosterhout 2021. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 28 april 2021.

Tekst artikelsgewijze toelichting december 2019

Tekst artikelsgewijze toelichting na actualisatie Toelichting wijziging Uitbreiding uitleg

Artikel 1.1 Begripsbepalingen Omdat de APV meestal betrekking heeft op openbare plaatsen in de ruime zin van het woord is het begrip ‘openbare plaats’ apart omschreven in de begripsomschrijving en is in alle bepalingen het begrip ‘weg’ vervangen door openbare plaats, behalve wanneer uitsluitend de weg in de zin van de Wegenverkeerswet wordt bedoeld.

Artikel 1.1 Begripsbepalingen Omdat de APV meestal betrekking heeft op openbare plaatsen in de ruime zin van het woord is het begrip ‘openbare plaats of inrichting’ apart omschreven in de begripsomschrijving en is in alle bepalingen het begrip ‘weg’ vervangen door openbare plaats, behalve wanneer uitsluitend de weg in de zin van de Wegenverkeerswet wordt bedoeld. In diverse voorliggende wetgeving worden ook wel de begrippen voor publiek toegankelijke inrichting of gebouw of openstaande inrichting of gebouw benoemd en komen ook voor in deze APV.

Toelichting wijziging Lid 3 was in het verleden opgenomen als gevolg van de ‘Handreiking vechtsportgala’s’ van de Nederlandse Vechtsportautoriteit van oktober 2017. In een aantal andere artikelen was reeds de grondslag voor onderzoek naar de gedragseis ‘slecht levensgedrag’ opgenomen. In verband met de transparantie is lid 3 aangepast, zodat duidelijk is in welke artikelen de gedragseis ‘slecht levensgedrag’ wordt onderzocht. Oosterhout heeft nog geen beleidsregels vastgesteld die uitleg geven aan wat we onder ‘slecht levensgedrag’ verstaan. De Dienstenrichtlijn en jurisprudentie noodzaakt ons om dit wel te doen. Daarom zal de burgemeester beleidsregels vaststellen. Artikel 1.8 Weigeringsgronden Lid1. Omdat het doel van de meeste APV-vergunningen hetzelfde is, namelijk het beschermen van de openbare orde,

Artikel 1.8 Weigeringsgronden Lid1. Omdat het doel van de meeste APV-vergunningen hetzelfde is, namelijk het beschermen van de openbare orde,

15

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. waaronder ook de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen, en het voorkomen van overlast, zijn de toetsingscriteria meestal dezelfden. Daarom zijn deze opgenomen in dit algemene hoofdstuk. Daar waar (tevens) andere criteria meespelen, is dat in de desbetreffende artikelen opgenomen. Lid 2. De wetgever heeft in de Awb een sluitend systeem neergelegd voor de afhandeling van aanvragen: die worden ingewilligd of geweigerd. In artikel 4:5 van de Awb is daarop één uitzondering gemaakt: een aanvraag die zo gebrekkig is dat die moet worden aangevuld voor ze kan worden afgehandeld kan buiten behandeling worden gelaten. Wel moet de aanvrager de kans krijgen om de aanvraag aan te vullen. Gemeenten kunnen bij verordening geen aanvullende gronden stellen waarmee een aanvraag buiten behandeling kan worden gelaten, zoals voorheen was gedaan in artikel 1:3 ten aanzien van aanvragen die werden ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig had.

Het is echter weinig zinvol – voor zowel de gemeente als de aanvrager – om te beginnen met een inhoudelijk toetsing van een aanvraag als door het (late) tijdstip van indienen van de aanvraag een –volledige en – goede beoordeling hiervan niet redelijkerwijs mogelijk is vóór de beoogde datum van de activiteit waarvoor de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft. Een vergunning of ontheffing zal in dergelijke gevallen niet (tijdig) verleend kunnen worden. Zie in dit verband ook artikel 3:2 van de Awb. Een (snelle) weigering schept (snel) duidelijkheid voor de aanvrager en voorkomt een onnodige inspanning aan de kant van de gemeente. In artikel 2.25 is voor de evenementenvergunning voor grootschalige of risicovolle evenementen van deze termijn afgeweken. Lid 3. Is opgenomen als gevolg van de ‘Handreiking vechtsportgala’s’ van de Nederlandse Vechtsportautoriteit van oktober 2017 en is dus vooral bedoeld om te kunnen gebruiken voor aanvragen voor vechtsportevenementen.

waaronder ook de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen, en het voorkomen van overlast, zijn de toetsingscriteria meestal dezelfde. Daarom zijn deze opgenomen in dit algemene hoofdstuk. Daar waar (tevens) andere criteria meespelen, is dat in de desbetreffende artikelen opgenomen. Lid 2. De wetgever heeft in de Awb een sluitend systeem neergelegd voor de afhandeling van aanvragen: die worden ingewilligd of geweigerd. In artikel 4:5 van de Awb is daarop één uitzondering gemaakt: een aanvraag die zo gebrekkig is dat die moet worden aangevuld voor ze kan worden afgehandeld kan buiten behandeling worden gelaten. Wel moet de aanvrager de kans krijgen om de aanvraag aan te vullen. Gemeenten kunnen bij verordening geen aanvullende gronden stellen waarmee een aanvraag buiten behandeling kan worden gelaten, zoals voorheen was gedaan in artikel 1:3 ten aanzien van aanvragen die werden ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig had. Het is echter weinig zinvol – voor zowel de gemeente als de aanvrager – om te beginnen met een inhoudelijk toetsing van een aanvraag als door het (late) tijdstip van indienen van de aanvraag een –volledige en – goede beoordeling hiervan niet redelijkerwijs mogelijk is vóór de beoogde datum van de activiteit waarvoor de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft.

Een vergunning of ontheffing zal in dergelijke gevallen niet (tijdig) verleend kunnen worden. Zie in dit verband ook artikel 3:2 van de Awb. Een (snelle) weigering schept (snel) duidelijkheid voor de aanvrager en voorkomt een onnodige inspanning aan de kant van de gemeente. In artikel 2.25 is voor de evenementenvergunning voor grootschalige of risicovolle evenementen van deze termijn afgeweken. Lid 3 was in het verleden opgenomen als gevolg van de ‘Handreiking vechtsportgala’s’ van de Nederlandse Vechtsportautoriteit van oktober 2017. In een aantal andere artikelen was reeds de grondslag voor onderzoek naar de gedragseis ‘slecht levensgedrag’ opgenomen. In verband met de transparantie is lid 3 aangepast, zodat duidelijk is in welke artikelen de gedragseis ‘slecht levensgedrag’ wordt onderzocht. Oosterhout heeft geen nadere regels vastgesteld die uitleg geven aan wat we onder ‘slecht levensgedrag’ verstaan. De Dienstenrichtlijn en jurisprudentie noodzaakt ons om dit wel te doen. Daarom zal de burgemeester op grond van lid 4 nadere regels vaststellen. In deze nadere regels wordt opgenomen wat onder slecht levensgedrag wordt verstaan en welke feiten en omstandigheden worden meegewogen. Voor de definitie van slecht levensgedrag zal aansluiting worden gezocht bij de definitie zoals bedoeld in de Drank- en Horecawet en in de jurisprudentie.

Toelichting wijziging Correctie van titel artikel, overbodige informatie verwijderd en toevoeging uitleg als gevolg van wijziging artikel 2.10. Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op de weg Zowel de VNG als de stuurgroep van het project Administratieve Lastenverlichting hebben voorgesteld de vergunningplicht te vervangen door algemene regels. Dit voorstel was overgenomen,

Artikel 2.10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg of op andere openbare plaatsen in strijd met de publieke functie ervan Zowel de VNG als de stuurgroep van het project Administratieve Lastenverlichting hebben voorgesteld de vergunningplicht te

16

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. maar in de praktijk werden geen algemene regels opgesteld en wordt van geval tot geval bekeken of het plaatsen van een object in de openbare ruimte acceptabel is en of er bijzondere voorschriften moeten worden gesteld. Ook moet er steeds een beoordeling plaatsvinden of precariorechten moeten worden betaald. Dit is het geval voor zover bij het gebruik van openbare grond beslag wordt gelegd op een openbare parkeerplaats of wanneer het gaat om het inrichten van een bouwplaats of een terras. Daarom moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. Onder ‘weg’ wordt volgens de begripsomschrijving in artikel 1.1 onder b van de APV slechts verstaan de weg in de zin van de Wegenverkeerswetgeving. Dit artikel geldt ook voor andere openbare plaatsen, dat daarom expliciet wordt vermeld. In het proces van deregulering van de APV in december 2016 is dit artikel herschreven en de verwijzing naar de Welstand geschrapt.

vervangen door algemene regels. Dit voorstel was overgenomen, maar in de praktijk werden geen algemene regels opgesteld en wordt van geval tot geval bekeken of het plaatsen van een object in de openbare ruimte acceptabel is en of er bijzondere voorschriften moeten worden gesteld. Ook moet er steeds een beoordeling plaatsvinden of precariorechten moeten worden betaald. Dit is het geval voor zover bij het gebruik van openbare grond, beslag wordt gelegd op een openbare parkeerplaats of wanneer het gaat om het inrichten van een bouwplaats of een terras. Daarom moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. In delen van de stad waar woningen of winkels geen voortuin hebben, kan de aanleg van zogenaamde groene geveltuintjes een bijdrage leveren aan duurzaamheid, klimaatadaptatie en de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte. Om dit mogelijk te maken is artikel 2.10 lid 5, sub c opgenomen en worden door het college nadere regels vastgesteld. In december 2016 is de verwijzing naar de Welstand geschrapt. Toelichting wijziging Verwijderen van een overbodige toelichting en duiding wat we in ieder geval onder een uitzonderlijke sportwedstrijd verstaan.

Artikel 2.24 Begripsbepaling Deze begripsomschrijving sluit aan bij de model-APV met • uitzondering van muziek. Het maken van muziek op straat valt van oudsher niet onder de vergunningplicht. Het is niet gebleken dat het nodig is daar verandering in aan te brengen.

•

Artikel 2.24 Begripsbepaling Onder artikel 2.24 lid 2 sub e wordt in ieder geval bedoeld een vorm van een vechtsport, zoals Mixed Martial Arts, ook wel genoemd gemengde vechtkunst. Hieronder vallen in ieder geval ‘free fight’ (het vrije vechten), ‘vale tudo’ (Braziliaans Mexed Martial Arts) en ‘cage fight’ (kooivechten). Ook kickboksen en Muay Thai (Thaiboksen) in al hun varianten, vallen onder dit artikel. In het geval van een aanvraag voor een vorm van vechtsport wordt artikel 1.8 lid 3 toegepast. Hiermee geven we inhoud aan de oproep van de Nederlandse Vechtsportautoriteit van oktober 2017 en handelen we volgens de ‘Handreiking vechtsportgala’s’. Toelichting wijziging Toegevoegde toelichting. Artikel 2.26 Ordeverstoring Als een vereniging (zoals deze OMG’s) verboden is, mogen haar leden hun clubkleding niet meer in het openbaar dragen. Ook kan een dergelijke OMG organisatie / vereniging op een legale wijze geen overeenkomsten meer sluiten, huurcontracten meer aangaan of werknemers in dienst nemen / hebben. Ook bestuursrechtelijk hebben ze geen bestaansrecht meer. Ze kunnen hierdoor ook niet meer beschikken over een drank- of horecavergunning of deze nog langer aanvragen.

Eerst op het moment, dat het door de rechter uitgesproken verbod (mogelijk in beroep) onherroepelijk is geworden, kan het voortzetten van een dergelijke verboden organisatie ook strafrechtelijk worden aangepakt (artikel 140 lid 2 WvSr, voortzetten werkzaamheid verboden organisatie).

17

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. Toelichting wijziging Titel dekt de lading van de artikelen beter Afdeling 8 Toezicht op horecabedrijven

Huidige toelichting vervangen door nieuwe toelichting Artikel 2:27 Begripsbepalingen In afwijking van de VNG bepaling is toegevoegd ‘aan derden’ omdat anders alle bedrijfskantines onbedoeld onder de vergunningplicht komen te vallen. Artikel 2.27 onder a Het terras maakt deel uit van een horecabedrijf en wordt opgenomen in de exploitatievergunning. Daardoor kan de aanvrager volstaan met één aanvraag voor zowel het horecabedrijf als het daarbij behorende terras. Als een terras is gelegen op gemeentegrond wordt de aanvraag tevens getoetst aan de eisen die gelden voor het in gebruik nemen van gemeentegrond. Zie verder de toelichting op artikel 2:10.

Afdeling 8 Toezicht op horecabedrijven en gebruik van terras Toelichting wijziging Uitgebreidere toelichting op (gewijzigde) en toegevoegde artikelen. Artikel 2.27 en 2.28 a tot en met 2.28 h In de begripsbepaling is toegevoegd ‘aan derden’ omdat anders alle bedrijfskantines onbedoeld onder de vergunningplicht komen te vallen. Zaken waar overwegend etenswaren worden verkocht of bereid die direct voor consumptie geschikt zijn maar waarin het niet mogelijk is om die etenswaren ter plekke te consumeren, vallen niet onder de definitie van ‘openbare inrichting’ in artikel 2:27, eerste lid. Het gaat bijvoorbeeld om traiteurs, pizzabakkers, sushi- of shoarmazaken die louter maaltijden op bestelling thuis afleveren of waar de maaltijden kunnen worden afgehaald. Dergelijke bedrijven vallen onder de Winkeltijdenwet en de lokale Winkeltijdenverordening. Voor deze zaken is dus geen horecaexploitatievergunning nodig. Een horeca-exploitatievergunning is wel nodig in het geval dat ter plaatse genuttigd kan worden, waarbij het gaat om afhaal- en bezorgrestaurants, zoals pizzeria’s, shoarmazaken, snackbars. In die situaties is geen sprake van een nevenactiviteit van de hoofdactiviteit. Oosterhout heeft terrassenbeleid vastgesteld. Daarin staan de spelregels voor zowel een terras bij een winkel, zoals bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet als voor een horecabedrijf.

Wanneer sprake is van een horecabedrijf maakt het terras onderdeel uit van het horecabedrijf. Daar waar het terras is gelegen op gemeentegrond wordt de aanvraag getoetst aan het terrassenbeleid en aan de eisen die gelden voor het in gebruik nemen van gemeentegrond. In het geval van een horecabedrijf wordt de ontheffing en de daarbij behorende voorwaarden opgenomen in de exploitatievergunning. Artikel 2.28 c is uitsluitend van toepassing op leidinggevenden van droge horeca-inrichtingen. Voor leidinggevenden van natte horeca-inrichtingen gelden al gedragseisen op grond van de drank- en Horecawet en het daarop berustende “Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999”. Met het stellen van deze eisen wordt beoogd te verzekeren, dat de leidinggevenden van voldoende “kaliber” zijn om de inrichting op een goede wijze te exploiteren. Zie toelichting artikel 1.8 wat betreft ‘slecht levensgedrag’ De exploitatievergunning is primair een overlastvergunning: zij biedt de mogelijkheid preventief te toetsen of de exploitatie van een horecabedrijf zich verdraagt met het woon- en leefmilieu ter plaatse of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

Daarbij is van belang in welke mate van het bedrijf zelf overlast is te duchten, maar ook in welke mate de komst van het bedrijf de leefbaarheid en het karakter van de straat, wijk of buurt zullen aantasten, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse blootstaat of zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf.

18

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. De weigeringsgrond woon- en leefmilieu en slecht levensgedrag valt onder de ‘rule of reason’ en mag daarom (bij een horecaondernemer die zich hier vestigt) op grond van de Dienstenrichtlijn als weigeringsgrond worden gehanteerd.` De bibob toets is geen dwingende weigeringsgrond of intrekkingsgrond, maar een facultatieve. De bibob toets staat in beginsel los van de “ levensgedrag toets” en staan elkaar niet in de weg, maar kunnen elkaar versterken. De Bibobtoets zal bij een aanvraag voor een vergunning plaatsvinden. Toelichting wijziging Uitgebreidere toelichting ter verduidelijking van artikel. Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd Op grond van lid 1 kan door middel van een vergunningvoorschrift voor een afzonderlijk horecabedrijf van het sluitingstijdstip worden afgeweken. Dit kan zowel een verruiming als een beperking zijn. De burgemeester kan hiervoor (beleids)regels opstellen. Lid 2 omvat een algemene bevoegdheid die zich tot één, enkele of alle horecabedrijven kan uitstrekken.

Deze afwijking van de normale sluitingstijden is slechts mogelijk voor bepaalde tijd.

Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd De bevoegdheid om afwijkende sluitingsuren vast te stellen of inrichtingen tijdelijk te sluiten vindt zijn grondslag in artikel 174 Gemeentewet. Op grond van dit artikel is de burgemeester belast met het toezicht op openbare samenkomsten, maar ook op “voor het publiek openstaande gebouwen”, zoals horeca-inrichtingen. Op grond van lid 1 kan door middel van een vergunningvoorschrift voor een afzonderlijk horecabedrijf van het sluitingstijdstip worden afgeweken. Dit kan zowel een verruiming als een beperking zijn. De burgemeester kan hiervoor (beleids)regels opstellen. Op grond van lid 2 kan de burgemeester voor één of meer horeca-inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen dan de geldende. Te denken is b.v. aan de situatie, dat er bij een bepaalde inrichting sprake is van een overlastpatroon, dat zich met name na twaalf uur ‘s nachts manifesteert. De burgemeester kan dan gedurende een bepaalde periode de sluitingstijd vaststellen op 24.00 uur. Ook geeft dit lid de burgemeester de bevoegdheid inrichtingen gedurende een bepaalde tijd volledig te sluiten. Dit artikel is gericht op het handelen van de leidinggevenden, , zoals beschreven in artikel 2.27, lid e. In aanvulling op dit artikel heeft de burgemeester op grond van artikel 2.80 nog nadere bevoegdheden om een pand te sluiten.

De in artikel 2.80, lid 1 genoemde overtredingen kunnen redenen zijn om lid 2 van artikel 2.30 toe te passen. Immers door deze overtredingen kan de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid in het geding zijn. Toelichting wijziging Toegevoegde toelichting. Artikel 2:31 a Toegang toezichthouders van politie Artikel is toegevoegd, omdat hier discussies over ontstaan op momenten dat dit speelt in de praktijk, ondanks dat artikel 6:2 de bevoegdheid al regelt. Toelichting wijziging Toegevoegde toelichting. Artikel 2.48a Lachgas Niet alleen overmatig drankgebruik, ook oneigenlijk gebruik van lachgas (als roesmiddel) leidt vaak tot overlastsituaties. Een

19

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit oogpunt van proportionaliteit ook niet te verdedigen. Daarmee zou er geen evenredigheid meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd zijn met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom beperkt het verbod zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Bij de handhaving moet de gemeente kunnen aantonen dat genoemde situaties de oorzaak zijn van de overlast en dergelijke. Artikelen 2.49, 2.50 en 2.74 geven ook handvatten om overlast van gebruik lachgas aan te pakken. Toelichting wijziging Correctie en nadere uitleg.

Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister Het Digitaal Opkopers Register (DOR) is in april 2018 middels een aanwijzingsbesluit aangewezen als doorlopend en gewaarmerkt register voor de in- en verkoop van gebruikte of ongeregelde goederen zoals gesteld in lid 1. Handelaren kunnen zich via de website www.ikbenhandelaar.nl zelf aanmelden en krijgen dan inloggegevens voor het DOR om goederen te registreren. In lid 2 is opgenomen dat de burgemeester voor bepaalde categorieën van goederen kan bepalen dat deze niet in het verkoopregister hoeven te worden opgenomen met als doel het verkoopregister te beperken. Bij toepassing hiervan dient door de burgemeester een afzonderlijk besluit te worden genomen. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan over goederen met een waarde van minder dan vijftig euro.

Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister Het Digitaal Opkopers Register (DOR) is middels een aanwijzingsbesluit aangewezen als doorlopend en gewaarmerkt register voor de in- en verkoop van gebruikte of ongeregelde goederen zoals gesteld in lid 1 (gepubliceerd op 11 april 2018). Handelaren kunnen zich via de website www.ikbenhandelaar.nl zelf aanmelden en krijgen dan inloggegevens voor het DOR om goederen te registreren. In lid 2 is opgenomen dat de burgemeester voor bepaalde categorieën van goederen kan bepalen dat deze niet in het verkoopregister hoeven te worden opgenomen met als doel het verkoopregister te beperken. Bij toepassing hiervan dient door de burgemeester een afzonderlijk besluit te worden genomen. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan over goederen met een waarde van minder dan vijftig euro. Het DOR is gekoppeld aan een landelijk systeem waarin gestolen goederen worden geregistreerd; Indien een handelaar een gestolen goed registreert maakt het systeem hiervan een melding waardoor gestolen goederen snel worden getraceerd en heling op effectieve wijze kan worden tegengegaan.

Toelichting kan vervallen

2:73a Carbidschieten Tijdens de deregulering van de APV in december 2016 is dit artikel ‘carbidschieten’ verplaatst van hoofdstuk 6, afdeling 8, naar dit hoofdstuk, omdat carbidschieten gerelateerd is aan oud en nieuw en vuurwerk. Reeds enkele jaren zijn op oudjaar incidenten gesignaleerd met het zgn. carbidschieten. Als dit te dicht bij woningen plaatsvindt, ondervinden omwonenden daar overlast van. Daarom is op 17 mei 2011 besloten dit te verbieden in de bebouwde kom. Het college kan in uitzonderingsgevallen een ontheffing verlenen.

Toelichting wijziging Bij wijziging van dit artikel in december 2020 in verband met het toen opgenomen verbod vanwege Covid-19 is deze toelichting niet verwijderd. Er stond bovendien nog in de toelichting benoemd dat er een ontheffingsmogelijkheid was, maar die was reeds een aantal jaren eerder al omgezet naar een verbod, behalve buiten de bebouwde kom, mits. Het verbod is weer uit de APV gehaald en onder voorwaarden weer mogelijk gemaakt.

20

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. Toelichting wijziging Wijziging titel van afdeling. Deze titel dekt beter de inhoud van de afdeling. Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen

Afdeling 15. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Toelichting wijziging Toegevoegde toelichting.

Nieuw artikel

Laten vervallen van titel: Afdeling 16. Voor publiek openstaande gebouwen

Artikel 276 a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Als een vereniging (zoals deze OMG’s) verboden is, mogen haar leden hun clubkleding niet meer in het openbaar dragen. Ook kan een dergelijke OMG organisatie / vereniging op een legale wijze geen overeenkomsten meer sluiten, huurcontracten meer aangaan of werknemers in dienst nemen / hebben. Ook bestuursrechtelijk hebben ze geen bestaansrecht meer. Ze kunnen hierdoor ook niet meer beschikken over een drank- of horecavergunning of deze nog langer aanvragen. Eerst op het moment, dat het door de rechter uitgesproken verbod (mogelijk in beroep) onherroepelijk is geworden, kan het voortzetten van een dergelijke verboden organisatie ook strafrechtelijk worden aangepakt (artikel 140 lid 2 WvSr, voortzetten werkzaamheid verboden organisatie). Toelichting wijziging Te veel kleine afdelingen en artikelen betreffen allemaal bijzondere burgemeesters bevoegdheden. Is naar voorbeeld van modelverordening.

Toelichting wijziging Overeenkomstig begrippen in gemeentewet art 174 en 1e artikel wet openbare manifestaties. Artikel 2:80 Sluiting voor publiek toegankelijke gebouw en/of erven De burgemeester is ingevolgde artikel 174 Gemeentewet belast met het toezicht op openbare vermakelijkheden. In dit APV artikel is door de gemeenteraad de burgemeester de bevoegdheid gegeven om bij het vaststellen van feiten en omstandigheden die een gevaar opleveren voor de openbare orde, veiligheid, gezondheid en zedelijkheid, voor het publiek toegankelijk gebouw en /of erven te sluiten. Het artikel geeft een aantal concrete overtredingen waarbij deze belangen in ieder geval in het geding zijn. Dit zijn overtredingen van de Wet wapens en munitie, heling en illegaal gokken. Weliswaar betreft het ook strafbare feiten, maar het belang voor de burgemeester om in deze gevallen een bestuursrechtelijke maatregel te nemen is gelegen in het beschermen van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en zedelijkheid. Doel met de sluiting is de loop er uit te halen en de bekendheid van het gebouw en/of erf als locatie waar de ongewenste activiteiten plaatsvinden te ontnemen. Daarbij zullen deze in ieder geval gedurende de periode van sluiting zich niet herhalen. De maatregel is gericht op het pand en of erf en niet op de exploitant. Bij sluiting geldt deze dus ook voor een eventuele rechtsopvolger.

Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw en/of erven De burgemeester is ingevolgde artikel 174 Gemeentewet belast met het toezicht op openbare vermakelijkheden. In dit APV artikel is door de g emeenteraad de burgemeester de bevoegdheid gegeven om bij het vaststellen van feiten en omstandigheden die een gevaar opleveren voor de openbare orde, veiligheid, gezondheid en zedelijkheid, voor het publiek openstaand gebouw en /of erven te sluiten. Het artikel geeft een aantal concrete overtredingen waarbij deze belangen in ieder geval in het geding zijn. Dit zijn overtredingen van de Wet wapens en munitie, heling en illegaal gokken. Weliswaar betreft het ook strafbare feiten, maar het belang voor de burgemeester om in deze gevallen een bestuursrechtelijke maatregel te nemen is gelegen in het beschermen van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en zedelijkheid. Doel met de sluiting is de loop er uit te halen en de bekendheid van het gebouw en/of erf als locatie waar de ongewenste activiteiten plaatsvinden te ontnemen. Daarbij zullen deze in ieder geval gedurende de periode van sluiting zich niet herhalen. De maatregel is gericht op het pand en of erf en niet op de exploitant. Bij sluiting geldt deze dus ook voor een eventuele rechtsopvolger.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=69891207-efe9-4658-8d1f-5beae1f9f8e4