CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Def. Wijzigingsoverzicht APV april 2021

Raadsvergadering 28 april 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Raadsvoorstel ZN277537 Actualisatie APV Oosterhout 2021. (Akkoord)14.281 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Signed By: Buijs, M. <mark.buijs@oosterhout.nl> 28/04/2021 21:42:25 CEST ID: f380218a-872e-478e-a027-a518228b925f Auth: Scribble

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd.

Tekst artikelen december 20191

Signed By: Kaarsemaker, E. <e.kaarsemaker@oosterhout.nl> 28/04/2021 21:28:26 CEST ID: f380218a-872e-478e-a027-a518228b925f Auth: Scribble

Tekst artikelen na actualisatie Toelichting wijziging Overeenkomstig gemeentewet art 174 en 1e artikel wet openbare manifestaties.

Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b; b. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; d. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 20a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 ; e. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; f. bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening; g. gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.

Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. openbare plaats of inrichting: een voor het publiek openstaande plaats of inrichting, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b; b. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; d. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 20a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 ; e. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; f. bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening; g. gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. Toelichting wijziging Conform Algemene wet bestuursrecht

Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is, tenzij elders in deze verordening een andere termijn is opgenomen. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen. 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, derde lid of een vergunning als bedoeld in artikel 4:11. 4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de artikelen 2:25, 2:28, 2:72, 3:4, en 4.11 in deze verordening.

Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is, tenzij elders in deze verordening een andere termijn is opgenomen. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen. 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, derde lid of een vergunning als bedoeld in artikel 4:11. 4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de artikelen 2:25, 2:28, 2:72, 2.81, 3:4, 4.11, 5.2 en 5.18 in deze verordening. Toelichting wijziging Lid 1 sub c is anders verwoord en lid 3 is uitgebreid. Voor het kunnen toepassen van de weigeringsgrond ‘slecht levensgedrag’ worden nadere regels vastgesteld.

Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid;

Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde;

1 Met een 1e wijziging in december 2020 i.v.m. onderwerp carbidschieten.

1

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd.

2.

3.

c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. e. de bescherming van het bestemmingsplan In gevallen waarbij de aanvraag minder dan drie weken voor de datum van de activiteit is ingediend, en een behoorlijke behandeling van de aanvraag daardoor niet mogelijk is, kan de aanvraag of ontheffing geweigerd worden. In gevallen, waarbij de organisator van het evenement in enig opzicht van slecht levensgedrag is, wordt de aanvraag of ontheffing geweigerd.

b. c. d. e. 2.

3.

4.

de openbare veiligheid; de volksgezondheid; de bescherming van het milieu; strijdigheid met het bestemmingsplan of het beoogde doel ervan. In gevallen waarbij de aanvraag minder dan drie weken voor de datum van de activiteit is ingediend, en een behoorlijke behandeling van de aanvraag daardoor niet mogelijk is, kan de aanvraag of ontheffing geweigerd worden. In gevallen, waarbij de aanvrager, zijnde een organisator, dan wel exploitant, dan wel leidinggevende van een vergunning of ontheffing op grond van artikel 2.25, 2.28 a, 2.81 of 3.4, in enig opzicht van slecht levensgedrag is, kan de aanvraag worden geweigerd. De burgemeester kan voor toepassing van het vorige lid nadere regels vaststellen.

Toelichting wijziging In delen van de stad waar woningen of winkels geen voortuin hebben, kan de aanleg van zogenaamde groene geveltuintjes een bijdrage leveren aan duurzaamheid, klimaatadaptatie en de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte. Door wijziging van lid 5 wordt dit mogelijk gemaakt zonder aanvraag om een ontheffing van lid 1. Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg of op andere openbare plaatsen in strijd met de publieke functie ervan 1. Het is verboden de weg, een weggedeelte of een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 2. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving algemene regels stellen. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 4. In afwijking van het derde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 5. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b.

standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en c. d overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg of op andere openbare plaatsen in strijd met de publieke functie ervan 1. Het is verboden de weg, een weggedeelte of een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 2. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving algemene regels stellen. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 4. In afwijking van het derde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 5. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en c. door of met toestemming van de gemeente aangelegde geveltuinen; d. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. Toelichting wijziging Als gevolg van gewijzigd artikel 2.10

Artikel 2:11 Beschadigen en veranderen van een weg 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. Beschadigen: het graven of spitten aan de weg, de verharding van de weg openbreken en het kapotmaken, misvormen en/of het onbruikbaar maken van de weg.

Artikel 2:11 Beschadigen en veranderen van een weg 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. Beschadigen: het graven of spitten aan de weg, de verharding van de weg openbreken en het kapotmaken, misvormen en/of het onbruikbaar maken van de weg.

2

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. b. Veranderen: de aard of breedte van de wegverharding veranderen. 2. Het is verboden de weg te beschadigen of veranderen. 3. Het verbod geldt niet voor het Rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap bij het uitvoeren van de publieke taak. 4. Het verbod geldt voorts niet voor het aanleggen, wijzigen, verplaatsen, verwijderen van kabels, buizen en ondergrondse objecten als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 2017 (AVOI)

b.

Veranderen: de aard of breedte van de wegverharding veranderen. 2. Het is verboden de weg te beschadigen of veranderen. 3. Het verbod geldt niet voor het Rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap bij het uitvoeren van de publieke taak. 4. Het verbod geldt voorts niet voor het aanleggen, wijzigen, verplaatsen, verwijderen van kabels, buizen en ondergrondse objecten als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 2017 (AVOI) of als bedoeld in artikel 2.10, lid 5. Toelichting wijziging Correctie. Sub e staat al in artikel 1.8 benoemd.

Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder vergunning van het college ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 3. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilige en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente; e. strijd met het geldend bestemmingplan. 4. De vergunning kan tevens worden geweigerd als al een uitrit op het betreffende perceel aanwezig is. 5. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening.

Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder vergunning van het college ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning ook worden geweigerd in het belang van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilige en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente; 4. De vergunning kan tevens worden geweigerd als al een uitrit op het betreffende perceel aanwezig is. 5. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening.

Toelichting wijziging Correctie van lid 1, sub b in verband met foutieve verwijzing naar artikel 160 van de Gemeentewet. De Gemeentewet is gewijzigd. Artikel 2:24 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie en themamarkt;

Artikel 2:24 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie en themamarkt;

3

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. c. d. e.

f.

g.

een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; een feest of wedstrijd op of aan de weg; een uitzonderlijke sportwedstrijd, waarvan de externe invloed die van een normale competitiewedstrijd of toernooi overtreft; snuffelmarkt, zijnde een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats; een crosswedstrijd op enig terrein.

c. d. e.

f.

g.

een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; een feest of wedstrijd op of aan de weg; een uitzonderlijke sportwedstrijd, waarvan de externe invloed die van een normale competitiewedstrijd of toernooi overtreft; snuffelmarkt, zijnde een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats; een crosswedstrijd op enig terrein.

Toelichting wijziging Als gevolg van het landelijke ‘Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen’ toegevoegd lid 2, sub b. Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, lid 2 bedraagt de termijn voor het indienen van de aanvraag om een evenementenvergunning 8 weken voor kleinschalige, niet risicovolle evenementen en 12 weken voor grootschalige of risicovolle evenementen. Indien een vergunningaanvraag te laat wordt ingediend kan de burgemeester de aanvraag weigeren. 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen; b. het evenement tussen 07:00 en 24:00 uur plaats vindt; c. alleen achtergrondmuziek ten gehore wordt gebracht; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 20 m2 per object; f. de contactpersoon uiterlijk 4 weken voorafgaand aan het evenement daarvan via het webformulier of op schriftelijke wijze melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4.

De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het vorige lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. [vervallen] 6. De burgemeester kan nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid of het milieu.

Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. a. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, lid 2 bedraagt de termijn voor het indienen van de aanvraag om een evenementenvergunning 8 weken voor kleinschalige, niet risicovolle evenementen en 12 weken voor grootschalige of risicovolle evenementen. Indien een vergunningaanvraag te laat wordt ingediend kan de burgemeester de aanvraag weigeren. b. Bij de indiening van de vergunningaanvraag of melding worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen; b. het evenement tussen 07:00 en 24:00 uur plaats vindt; c. alleen achtergrondmuziek ten gehore wordt gebracht; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 20 m2 per object; f.

de contactpersoon uiterlijk 4 weken voorafgaand aan het evenement daarvan via het webformulier of op schriftelijke wijze melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het vorige lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. De burgemeester kan nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid of het milieu

.

4

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. Toelichting wijziging Als gevolg van het Handelingskader Outlaw Motorcycle Gangs (OMG) toegevoegd om uiterlijk vertoon van verboden organisaties in de openbare ruimte te verbieden. Mede in afstemming met de regio Baronie. Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod van lid 2 geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Toelichting wijziging Titel van de afdeling dekt zo meer de inhoud van de afdeling

Afdeling 8. Toezicht op horecabedrijven

Afdeling 8. Toezicht op horecabedrijven en gebruik van terras Toelichting wijziging Het gehele artikel sluit beter aan bij horecawet- en regelgeving en op beleid van Oosterhout wat terrasmogelijkheid bij winkel biedt.

Artikel 2:27 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was aan derden logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden. b. terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. c. natte horeca: horecabedrijven waarin uitsluitend of in hoofdzaak bedrijfsmatig alcoholhoudende drank voor directe consumptie ter plaatse wordt verstrekt. d. droge horeca: horecabedrijven waarin uitsluitend of in hoofdzaak bedrijfsmatig alcoholvrije drank voor directe consumptie ter plaatse en/of spijzen worden verstrekt.

Artikel 2:27 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. horecabedrijf: een openbare inrichting zijnde een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of anders dan om niet aan derden logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, shoarmazaak, pizzeria, discotheek, buurthuis of clubhuis. b. terras: een buiten de besloten ruimte van een openbare inrichting liggend deel van het (horeca)bedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. c. natte horeca: horecabedrijven waarin bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor directe consumptie ter plaatse wordt verstrekt. d. droge horeca: horecabedrijven waarin bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholvrije drank en/of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt. e.

Leidinggevende: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd; diegene die de inrichting exploiteert, de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting, de natuurlijke persoon, die onmiddellijk leiding geeft aan de exploitatie van inrichting.

5

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd.

Artikel 2.28 vervalt en wordt vervangen door artikel 2.28 a tot en met artikel 2.28 h.

Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf 1. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 3. Leidinggevenden van het horecabedrijf voldoen aan de volgende eisen: a. zij hebben de leeftijd van 21 bereikt; b. zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag c. zij mogen niet onder curatele staan. 4. In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 5. Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. 6. Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit. 7.

Voor het horecabedrijf als bedoeld in het vorige lid gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

Toelichting wijziging Door toevoeging van de artikelen is de systematiek voor droge horeca conform die van een vergunning op grond van de Dranken horecawet en geeft het de gemeente meer handvatten voor toezicht en handhaving. Artikel 2:28 a Exploitatievergunning horecabedrijf 1. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder exploitatievergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester kan voorschriften aan de vergunning verbinden. 3. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor inrichtingen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet waarin horeca-activiteiten worden uitgeoefend, die uitsluitend zijn aan te merken als een nevenactiviteit van de hoofdactiviteit. 4. Voor horeca-activiteiten in inrichtingen bedoeld als in het vorige lid gelden dezelfde sluitingstijden als voor de hoofdactiviteit. 5. De vergunning als bedoeld in lid 1 wordt aangevraagd door de leidinggevende zijnde de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd, met gebruikmaking van het daartoe beschikbare gestelde (digitale) aanvraagformulier. 6. De burgemeester kan indien hij dat nodig acht voor het beoordelen van de aanvraag verlangen dat aanvullende gegevens worden overlegd.

Artikel 2:28 b Gebruik van terras Het is verboden een terras in gebruik te nemen zonder een ontheffing van het gebruik van gemeentegrond op grond van artikel 2.10 van deze verordening. Artikel 2:28 c Gedragseisen 1. Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2.28 a, voor een horecabedrijf zijnde droge horeca, moet in ieder geval worden voldaan aan het in het volgende lid bepaalde. 2. De leidinggevenden dienen aan de volgende eisen te voldoen: a. zij hebben de leeftijd van 18 bereikt; b. zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag c. zij dienen niet onder curatele te staan dan wel uit de ouderlijke macht of voogdij ontzet te zijn; 3. Bij wijziging van de leidinggevenden of uitbreiding van de leidinggevenden dient de exploitant hiervan melding te doen aan de burgemeester. Voor de nieuwe leidinggevende(n) geldt het bepaalde in het tweede lid. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning als aan alle vereisten wordt voldaan. Artikel 2.28 d. Aanwezigheid leidinggevende Het is verboden de inrichting voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde leidinggevende in de inrichting aanwezig is. Artikel 2.28 e. Wijziging vergunning 1. Indien er een verandering van omstandigheden optreedt, waardoor er een wijziging in de vergunning dient te komen, dient de exploitant onverwijld een wijzigingsaanvraag in te dienen.

6

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. 2.

Indien deze aanvraag niet binnen een maand is ingediend na de verandering van omstandigheden, kan de burgemeester de verleende vergunning intrekken.

Artikel 2:28 f Weigering vergunning In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.8: 1. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in artikel 2.28 a geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen, dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of zal worden beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf. 2. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in artikel 2.28 a voor het exploiteren van droge horeca, als niet voldaan is aan één of meer van de in artikel 2.28 c genoemde eisen. 3. In het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur. 4. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in artikel 2.28 a voor het exploiteren van natte horeca, als de leidinggevende van het horecabedrijf niet in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 3 Drank- en Horecawet. 5.

De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in artikel 2.28 a weigeren, indien één of meer leidinggevenden van een inrichting binnen drie jaar voor de indiening van de vergunningaanvraag een horeca-inrichting heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, die wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest, dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken. Artikel 2.28 g Intrekking vergunning 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 kan een eenmaal verleende vergunning voor het exploiteren van droge horeca worden ingetrokken, indien niet langer voldaan wordt aan één of meer van de in de artikelen 2.28 lid c gestelde eisen of het bepaalde in artikel 2.28 lid d niet in acht wordt genomen. 2. Een vergunning kan eveneens worden ingetrokken, indien voor de exploitatie tevens een drank- en horecavergunning is vereist en deze wordt ingetrokken omdat niet langer voldaan wordt aan de eisen zoals opgenomen in artikel 8 van de Drank- en Horecawet respectievelijk het Besluit zedelijk gedrag Drank- en Horecawet. 3. De burgemeester kan de vergunning ook intrekken, indien: a.

Aannemelijk is dat de leidinggevende betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten als bedoeld in artikel 13b Opiumwet of bij activiteiten als bedoeld in artikel 2.80 lid 1 van deze verordening b. Dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon-en leefklimaat of in het belang van de gezondheid van de bezoekers. c. Indien de vergunning ingetrokken is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat of in het belang van de gezondheid van de bezoekers, kan de burgemeester bepalen, dat een

7

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. nieuwe vergunning voor dezelfde inrichting gedurende een bij de intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar kan worden geweigerd. Artikel 2.28 h Vervallen vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 vervalt een vergunning, wanneer: 1. Sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; 2. Gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; 3. De verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht geworden is. Toelichting wijziging Er waren nog geen specifieke sluitingstijden voor officiële feestdagen die door de week vallen opgenomen. De portierseis gold al, maar door deze in apart lid op te nemen, geldt de portierseis nu in alle gevallen na 03.00 uur. Huidig artikel vervangen door gewijzigd artikel Artikel 2:29 Sluitingstijd APV 1.

Het is de exploitant verboden het horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen 02:00 uur en 06:00 uur. op zaterdag en zondag tussen 04:00 uur en 06:00 uur. bij openstelling van een horecabedrijf na 03.00 in de nachten van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag is inzet van één gecertificeerde beveiliger vereist van 03.00 uur tot 04.30 uur. 2. Op de eerste woensdag na Carnaval is het de exploitant verboden het horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven tussen 00:00 uur en 06:00 uur. 3. In afwijking van het eerste lid geldt dat op Koningsdag het de exploitant verboden is het horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven tussen 06:00 uur en 07:00 uur. 4. In afwijking van het eerste lid geldt dat op 1 januari het de exploitant verboden is het horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven tussen 06:00 uur en 09:00 uur. 5. Voor alle in de voorgaande leden genoemde sluitingstijden geldt dat de exploitant vijftien minuten voor sluitingstijd de muziek uitzet en de lichten aandoet. 6. De burgemeester kan nadere voorwaarden verbinden aan de in lid 1 tot en met lid 4 genoemde sluitingstijden. 7.

Bij overgang van winter naar zomertijd en zomertijd naar wintertijd worden de officiële tijden gehanteerd.

Artikel 2:29 Sluitingstijd APV 1. Het is de exploitant verboden het horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven: Op maandag tot en met vrijdag tussen 02:00 uur en 06:00 uur. Op zaterdag en zondag tussen 04:00 uur en 06:00 uur. 2. In afwijking van het eerste lid geldt dat op de volgende feestdagen het verboden is het horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven tussen 04.00 uur en 06.00 uur: Tweede paasdag Tweede pinksterdag Dag na Bevrijdingsdag Dag na Hemelvaartsdag Eerste en tweede kerstdag en dag na tweede kerstdag 3. Op de eerste woensdag na Carnaval is het de exploitant verboden het horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven tussen 00:00 uur en 06:00 uur. 4. In afwijking van het eerste lid geldt dat op Koningsdag het de exploitant verboden is het horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven tussen 06:00 uur en 07:00 uur. 5. In afwijking van het eerste lid geldt dat op 1 januari het de exploitant verboden is het horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven tussen 06:00 uur en 09:00 uur. 6.

Bij openstelling van een horecabedrijf na 03.00 uur is inzet van in ieder geval één gecertificeerde beveiliger vereist van 03.00 uur tot een half uur na sluitingstijd. 7. Voor alle in de voorgaande leden genoemde sluitingstijden geldt dat de exploitant vijftien minuten voor sluitingstijd de muziek uitzet en de lichten aandoet. 8. De burgemeester kan nadere voorwaarden verbinden aan de in lid 1 tot en met lid 5 genoemde sluitingstijden.

8

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. 9.

Bij overgang van winter naar zomertijd en zomertijd naar wintertijd worden de officiële tijden gehanteerd.

Toelichting wijziging Politie heeft deze bevoegdheden al. In de praktijk echter soms discussies over begrippen als openbare inrichting en voor publiek toegankelijk als het gaat om een horecagelegenheid die al of niet dicht is of dicht hoort te zijn. Dit artikel geeft duidelijkheid richting horeca. (In navolging van gemeente Tilburg). Nieuw artikel

Artikel 2.31 a Toegang toezichthouders van politie. De houder van een inrichting is verplicht ervoor te zorgen dat toezichthouders van politie vanaf de openbare weg onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot zijn inrichting: a. gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend is; b. dan wel gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn en er daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn. Toelichting wijziging Intentie van het Rijk is een wetswijziging van het Opiumwetbesluit en lijst II in verband met plaatsing van distikstofmonoxide (lachgas) op die lijst. De internetconsultatie is daarvan geweest, maar daadwerkelijke ingangsdatum is onbekend, maar in ieder geval niet eerder dan 1 juli 2021. Door wijziging van het artikel, naar voorbeeld van VNG, is een breder verbod opgenomen. Het regelt niet alleen meer het gebruik. Dit artikel is aanvullend op de artikelen waarop al gehandhaafd kan worden: 2.47, 2.49 en 2.50, 2.74 en 2.74a.

Artikel 2:48a Lachgas Het is verboden in het openbaar gebied lachgas te gebruiken als daardoor hinder ontstaat voor personen of de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

Artikel 2:48a Lachgas Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden, anderszins hinder veroorzaken of de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Toelichting wijziging Aanbeveling VNG Door wijziging is verbod ook van toepassing op andere plaatsen binnen de bebouwde kom dan de weg, zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Dat past ook beter bij de uitzondering in het tweede lid, waar wordt gesproken over ‘aangewezen plaatsen’

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet op een openbare plaats. 2. Het college wijst plaatsen aan waar het gebod genoemd in het eerste lid niet geldt (hondenuitlaatplaatsen en losloopgebieden). 3. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. 4. De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien hij zich met de hond op de weg bevindt, een plastic - of

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet op een openbare plaats. 2. Het college wijst plaatsen aan waar het gebod genoemd in het eerste lid niet geldt (hondenuitlaatplaatsen en losloopgebieden). 3. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.

9

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd.

5.

6.

papieren zakje bij zich te hebben dat geschikt is voor verwijdering van de uitwerpselen. Het is verplicht het in het voorgaande lid bedoelde hulpmiddel op verzoek van een toezichthoudende ambtenaar te laten zien. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.

4.

5.

6.

De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien hij zich met de hond op een openbare plaats bevindt, een plastic - of papieren zakje bij zich te hebben dat geschikt is voor verwijdering van de uitwerpselen. Het is verplicht het in het voorgaande lid bedoelde hulpmiddel op verzoek van een toezichthoudende ambtenaar te laten zien. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.

Toelichting wijziging Conform eerder genomen aanwijzingsbesluit van maart 2018. Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van de in het eerste lid gestelde verplichtingen.

Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht in het daartoe aangewezen digitale register aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van de in het eerste lid gestelde verplichtingen.

Toelichting wijziging Het verbod is omgezet naar carbidschieten onder voorwaarden. Inhoudelijk is oude artikel van voor december 2020 teruggeplaatst, maar heeft andere opbouw gekregen naar voorbeeld van VNG. Nieuw is de mogelijkheid dat de burgemeester het carbidschieten kan verbieden. Zo hoeft in gevallen, zoals afgelopen oud en nieuw, niet de verordening aangepast te worden. Artikel 2:73a Carbidschieten 1. Onder carbidschieten wordt verstaan het in een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen. 2. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden. (Het verbod geldt niet voor situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2.73 a Carbidschieten 1. Onder carbidschieten wordt verstaan het in een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen. 2. Behoudens het bepaalde in het derde lid is carbidschieten verboden. 3. Voor het carbidschieten gelden de volgende regels: a. Carbidschieten vindt enkel plaats buiten de bebouwde kom. b. Het gebruik vindt plaats tussen 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar. c. De inhoud van de bus waarmee geschoten wordt mag maximaal 50 liter zijn.

10

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. d.

4.

Artikel 2.73b Vervoeren of bij zich hebben van carbid of soortgelijke stoffen 1. Het is verboden op een openbare plaats carbid of soortgelijke stoffen of voorwerpen als bedoeld in artikel 2.73a te vervoeren of bij zich te hebben, waarvan gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder deze worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze zullen worden gebruikt in strijd met het bepaalde in artikel 2.73a. 2. Het verbod is niet van toepassing op degenen aan wie carbid is afgeleverd gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen, noch op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht

De bussen zijn afgesloten met zacht materiaal (bal of zak). e. Geschoten wordt in een richting die is afgewend van woonbebouwing, f. De betreffende locatie is gelegen op een afstand van tenminste: 75 meter van woonbebouwing en 300 meter van medische en zorginstellingen en 300 meter van inrichtingen waar dieren worden gehouden; g. Het vrije schootsveld is minimaal 75 meter en hierin liggen geen openbare wegen of paden, h. De locatie waar het carbidschieten plaatsvindt wordt afgesloten met linten of ander vergelijkbaar materiaal zodat toeschouwers niet in de nabijheid van de melkbussen en niet in de schietrichting kunnen komen. De burgemeester kan een verbod op carbidschieten vaststellen in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en / of bescherming van het milieu.

Toelichting wijziging Vervalt als gevolg van wijziging artikel 2.73 a. Artikel 2.73 b was speciaal voor Oud en Nieuw 2020 tijdelijk toegevoegd.

Toelichting wijziging Naar voorbeeld van modelverordening. Er komen meer bevoegdheden voor burgemeester op het gebied van openbare orde en veiligheid bij, waardoor nieuwe titel beter de inhoud dekt. Titel Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen

Afdeling 15. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

Toelichting wijziging Als gevolg van toepassing Handelingskader Outlaw Motorcycle Gangs (OMG).

11

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. Nieuw artikel

Laten vervallen van titels: Afdeling 16. Voor publiek openstaande gebouwen Afdeling 17. Toezicht op bedrijfsmatige activiteiten of gebouwen

Artikel 2.76 a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Toelichting wijziging Te veel kleine afdelingen en artikelen betreffen allemaal bijzondere burgemeesters bevoegdheden. Is naar voorbeeld van modelverordening.

Toelichting wijziging Zie ook artikel 1: Overeenkomstig begrippen gemeentewet artikel 174 en 1e artikel wet openbare manifestaties. Artikel 2:80 Sluiting voor publiek toegankelijke gebouw en/of erven 1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten, als daar: a. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; of b. is gehandeld in strijd met artikel 1 van de Wet op de kansspelen; of c. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen; of d. zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die naar het oordeel van de burgemeester de vrees wettigen dat het geopend blijven van het voor publiek toegankelijk gebouw of het bij dat gebouw behorende erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid. 2. Onverminderde hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang tot het gebouw of het erf. 3.

De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht. 4. Het is de rechthebbende op het gebouw en/of erf verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te verblijven. 5. Het is eenieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven.

Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw en/of erven 1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten, als daar: a. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; of b. is gehandeld in strijd met artikel 1 van de Wet op de kansspelen; of c. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen; of d. zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die naar het oordeel van de burgemeester de vrees wettigen dat het geopend blijven van het voor publiek openstaand gebouw of het bij dat gebouw behorende erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid. 2. Onverminderde hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang tot het gebouw of het erf. 3. De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht. 4.

Het is de rechthebbende op het gebouw en/of erf verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te verblijven. 5. Het is eenieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven. 6. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen.

12

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. 6.

7.

De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.

Gezien de lengte van het artikel alleen de wijzigingen opgenomen in dit overzicht:

Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 4. g. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldende leefmilieuverordening, beheersverordening of een geldende omgevingsvergunning 7. f. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldende Leefmilieuverordening/beheersverordening of een geldende omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 15. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

7.

Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.

Toelichting wijziging Schrappen van de verwijzing naar de leefmilieuverordening en beheersverordening in lid 4.g en 7.f., want deze verordeningen heeft Oosterhout niet en lid 15 is opgenomen in structuur van artikel 1.2 APV. Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 4. g. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan of een geldende omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en/of 7. f. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan of een geldende omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

Toelichting wijziging Activiteitenbesluit Milieubeheer biedt de mogelijkheid collectieve dagen aan te wijzen, waarop ontheffing van de geluidsnormen in de bedoelde inrichtingen geldt. Door uitbreiding van de collectieve dagen met kermisdagen kunnen er in de inrichtingen aanvullende kermisactiviteiten plaatsvinden. Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De aangewezen collectieve festiviteiten zijn de nacht van 31 december op 1 januari, carnavalszaterdag, -zondag, maandag en -dinsdag en koningsnacht. 2. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De aangewezen collectieve festiviteiten zijn de nacht van 31 december op 1 januari, carnavalszaterdag, -zondag, maandag en -dinsdag, koningsnacht en de dagen van de kermis vrijdag tot en met woensdag. 2. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. Toelichting wijziging Toevoeging ter volledigheid.

Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 1. Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook. 2. Dit verbod is niet van toepassing: a. op de weg; b. op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid;

Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 1. Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of te laten staan in een park, plantsoen of natuurterrein of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook. 2. Dit verbod is niet van toepassing: a. op de weg; b. op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid;

13

Wijzigingsoverzicht tekst APV (dec 2019) ten opzichte van tekst APV na actualisatie (april 2021) In onderstaande tabel is opgenomen de huidige tekst van de APV (kolom 1) en de tekst van de voorgestelde APV na actualisatie (kolom 2). Dikgedrukt: Tekst die bij de actualisatie is komen te vervallen. Onderstreept: Tekst die bij de actualisatie is toegevoegd. c. 3.

op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

c. 3.

op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

Toelichting wijziging Correctie van onjuiste verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. Artikel 5:17 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, inkopen, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:17 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, inkopen, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24. Toelichting wijziging Inhoud lid 2 is al opgenomen in artikel 1.8. Correctie van ontbrekend lid.

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan. 2.3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt; 3.4. Een vergunning wordt, in afwijking van artikel 1:7, verleend voor 5 jaar.

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt; 3. Een vergunning wordt, in afwijking van artikel 1:7, verleend voor 5 jaar. 4. Het college kan nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid of het milieu. Toelichting wijziging Artikel 2.73b is vervallen en nieuw artikel 2.76a is aan lid 1 toegevoegd..

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=69891207-efe9-4658-8d1f-5beae1f9f8e4