CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Deelvragen onderzoek.pdf

Raad - informatiebijeenkomst 17 januari 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Presentatie door Mirte (stagiair griffie)12.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

EVALUATIE VAN DE OPKOMSTBEVORDERENDE MAATREGELEN Gemeente Oosterhout

16 JANUARI 2023 MIRTE AKKERMANS (2171639) Stagiair gemeente Oosterhout

Voorwoord Voor u ligt een verslag waarin een evaluatie is gedaan naar de opkomstbevorderende maatregelen voor de gemeenteraadsverkiezingen 2022 in de gemeente Oosterhout. De afgelopen vijf maanden is hard gewerkt om het uiterste uit dit verslag maar ook uit de stage te halen. Dit had ik niet gekund zonder mijn lieve, zeer ervaren en slimme collega’s die mij elke dag uitdaagden dit tot een groot succes te maken. Grote dank aan Eric Kaarsemaker, die vanaf het begin in mij geloofde en mij veel heeft geleerd. Daarnaast dank aan mijn andere collega’s van de griffie: Hanneke, Joke en Lianne. Jullie maakten het elke dag weer een feestje om voor de griffie aan de slag te mogen. Ook veel dank aan de collega’s achter de schermen en raadsleden die mij in dit verslag hebben geholpen. Door jullie bijdragen heb ik dit verslag succesvol kunnen afronden.

1

Inhoud Voorwoord ............................................................................................................................................... 1 Bestuurskundig commentaar ................................................................................................................... 3 1. Verantwoording ................................................................................................................................... 5 2. Wat zijn opkomstbevorderende maatregelen? .................................................................................... 9 3. Wat bedoelen we met het opkomstpercentage en van welke trends is eventueel sprake? ............. 11 4. Welke effecten hebben opkomstbevorderende maatregelen op de opkomst van kiezers? ............. 13 5. Welke factoren beïnvloeden het effect van opkomstbevorderende maatregelen op de opkomst? .. 14 6. Welk effect hebben die factoren op de opkomst? ............................................................................. 17 7. Welke gevolgen zijn gekoppeld aan een opkomst bij de verkiezingen? ........................................... 19 Tussentijdse conclusie .......................................................................................................................... 20 8.

Welke opkomstbevorderende maatregelen zijn er in Oosterhout getroffen? .................................... 21 9. Wat was de opkomst in Oosterhout, welke trends zijn waarneembaar? .......................................... 23 10. Welk effect hebben de opkomstbevorderende maatregelen op de opkomst gehad in Oosterhout? ............................................................................................................................................................... 25 11. Welke factoren hebben het effect van de opkomstbevorderende maatregelen beïnvloed in Oosterhout? ........................................................................................................................................... 26 12. Welke gevolgen zijn in Oosterhout gekoppeld aan het opkomstpercentage bij de verkiezingen? . 29 Conclusie & aanbevelingen ................................................................................................................... 30 Literatuurlijst .......................................................................................................................................... 32 Bijlage 1 .................................................................................................................................................

34 Bijlage 2 ................................................................................................................................................. 35 Bijlage 3 (alle enquêtes) ........................................................................................................................ 36 ............................................................................................................................................................... 37

2

Bestuurskundig commentaar In dit bestuurskundig commentaar zal ik, als toekomstige bestuurskundige, in gaan op mijn visie omtrent het voorliggende probleem. Tijdens mijn stage heb ik een evaluatie gedaan op de opkomstbevorderende maatregelen in Oosterhout en hun effectiviteit op de opkomst. De opkomst bij verkiezingen is al een aantal jaren aan het dalen, met verschillende redenen. Zo ook bij de gemeenteraadsverkiezingen. Het landelijk gemiddelde bij de gemeenteraadsverkiezingen ligt op 51%, in de gemeente Oosterhout is dit gemiddelde 45,3%. Om deze opkomst te bevorderen zijn verschillende maatregelen getroffen, zowel digitale als fysieke maatregelen. Maar hebben deze maatregelen wel nut op gemeenteniveau en in hoeverre is dit ook echt problematisch? Mijn visie daarop zal ik in dit bestuurskundig commentaar kort behandelen. Deze visie is gevormd door de informatie die ik gedurende het onderzoek heb opgedaan, zo hebben kwalitatieve gesprekken met inwoners mij veel inzichten gegeven over het probleem, ook verschillende online artikelen/onderzoeken en gesprekken met betrokken ambtenaren hebben veel bijgedragen aan het vormen van mijn visie op het probleem. Visie op de problematiek Als bestuurskundige kijk ik redelijk zorgelijk naar de ontwikkeling van de problematiek. Veel inwoners gaven aan geen tijd, geen zin of geen interesse te hebben gehad om te gaan stemmen.

Als die trend zich voort zet en de nieuwe generatie niet wordt geënthousiasmeerd om te gaan stemmen, zal uiteindelijk de dalende lijn in de opkomst aanhouden en zal het stemmen zo goed als verdwijnen. Echter, de gevolgen van een lage opkomst zijn niet tot nauwelijks onderzocht, zowel landelijk als op lokaal niveau niet. Als de gevolgen zo drastisch zouden zijn, verwacht ik dat er allang onderzoek naar gedaan zou zijn/zou moeten zijn. Zowel online als in gesprekken met betrokken ambtenaren heb ik geen informatie opgedaan over gevolgen van een lage opkomst. Waar ik verwachtte een artikel te vinden over een niet vertegenwoordigende raad, vond ik juist een artikel waarin dit noch bevestigd noch ontkracht werd. Een antwoord, op wat de gevolgen van zo’n lage opkomst zijn, is er dus niet. In hoeverre kunnen wij, als bestuurskundigen, nu oordelen over de ernst van het probleem als niemand de gevolgen onderzocht heeft? Daarnaast is het goed om mijn visie te delen op het gedeelte opkomstbevorderende maatregelen. Er worden zowel landelijk als lokaal verschillende maatregelen getroffen, maar tijdens het onderzoek is gebleken dat veel maatregelen onbekend zijn en er vaak van dezelfde maatregelen gebruik wordt gemaakt. De vraag of maatregelen op lokaal niveau, met alle kosten van dien, getroffen moeten worden of in welke mate, is dus op zijn plaats, lijkt mij.

Als men dan toch maatregelen gaat treffen, voer deze dan vier jaar uit. Een paar maanden van te voren beginnen met mensen aanzetten tot stemmen heeft geen tot weinig effect. Hoe dan ook, het is mij door dit onderzoek duidelijk geworden dat op lokaal niveau er weinig tot niks gedaan kan worden aan het opkomstpercentage en hier landelijk een plan voor gemaakt moet worden om eventuele drastische gevolgen (die er nu nog niet zijn) voor te zijn. Wijze waarop de gemeente Oosterhout met de problematiek omgaat De gemeente Oosterhout heeft, zoals eerder benoemd, een aantal maatregelen (zowel digitale als fysieke) getroffen om mensen te enthousiasmeren om te komen stemmen. Deze maatregelen lopen uiteen van een verkiezingsdebat, tot een kieskompas en flyers. Vanuit het Rijk krijgt de gemeente Oosterhout een bepaald budget om de “verplichte” zaken, zoals genoeg stembureaus, te realiseren. Daarnaast reserveert de gemeente geld om de opkomstbevorderende maatregelen uit te kunnen voeren. Het uitvoeren gebeurt door verschillende afdelingen (communicatie, burgerzaken, afdeling Verkiezingen, griffie en JONG). Ondanks het gereserveerde geld (€135.000) en de vele afdelingen die werken aan de verkiezingen, moet ook de gemeente Oosterhout haar keuzes maken in wat ze wel/niet uitvoert aan maatregelen.

Mogelijkheden en onmogelijkheden die bij het probleem en de oplossing een rol spelen Een van de mogelijkheden bij dit probleem/de oplossing is dat gedrag altijd te beïnvloeden is. Echter, daar zit ook gelijk de onmogelijkheid. Men moet wel voor langere tijd, structureel beïnvloed worden (om te komen stemmen) voor het gedrag zal veranderen. Daarnaast liggen er ook mogelijkheden op de soort oplossingen. Vele inwoners gaven aan geen tijd te hebben om te gaan stemmen (onmogelijkheid, want je kan niet voor mensen tijd vrij gaan maken in hun agenda), door briefstemmen mogelijk te maken kan de stem uitgebracht worden middels de post, waardoor op de dag/dagen zelf geen tijd vrij gemaakt hoeft te worden om te kunnen komen stemmen.

3

Daarnaast, het is dus wel degelijk mogelijk mensen te enthousiasmeren om te komen stemmen (als je dit langere tijd doet), maar dit zal een onmogelijkheid blijven als er geen hulp vanuit het Rijk komt (bijvoorbeeld in de vorm van geld of bemensing om maatregelen uit te kunnen voeren). Uit onderzoek is ook een aantal factoren gebleken dat invloed heeft op de effectiviteit van de opkomstbevorderende maatregelen. Door op deze factoren in te spelen, door de maatregel er op aan te passen, zal de effectiviteit gewaarborgd worden.

Conclusie Mijn visie op dit probleem is gevormd door de kennis die ik gedurende het onderzoek heb opgedaan. De vraag of het probleem ook echt een (groot) probleem is en of dat niet nog in de toekomst moet komen, is op zijn plaats vind ik. Daarnaast is er veel mogelijk op dit vlak, maar heeft elke mogelijkheid ook weer zijn valkuil waardoor een mogelijkheid ook weer in een onmogelijkheid kan veranderen. De gemeente Oosterhout gaat, voor zover ze kan (wegens geld en bemanning), redelijk goed om met het probleem. Echter zal ze door dit onderzoek meer duidelijkheid krijgen over de situatie in Oosterhout en daar beter op in kunnen spelen, zodat maatregelen ook hun effectiviteit behouden.

4

1. Verantwoording 1.1 Aanleiding Oosterhout is een middelgrote gemeente in de provincie Noord-Brabant. De gemeente bestaat uit vier kernen: Oosterhout, Oosteind, Dorst en Den Hout. Verspreid over deze kernen wonen 56.535 inwoners (allecijfers, 2022). Ook in Oosterhout waren in maart 2022 de gemeenteraadsverkiezingen. Op maandag 21 maart heeft de burgemeester tijdens de zitting van het centraal stembureau de definitieve verkiezingsuitslag vastgesteld, die besloten is door 45,4% van de stemgerechtigde Oosterhouters. Ook in deze gemeente stemden minder dan de helft van de stemgerechtigde inwoners. Ook hier lijkt sprake van een trend waarbij het opkomstpercentage bij de gemeenteraadsverkiezingen steeds lager wordt (Persoonlijke communicatie, 2022). Om die trend te doorbreken zijn er ook in de gemeente Oosterhout verschillende maatregelen getroffen voor de verkiezingen om de opkomst te bevorderen. Echter, gezien het percentage, is het de vraag welk effect de maatregelen gehad hebben op de opkomst, wie er wel of niet gestemd hebben, welke andere factoren invloed hebben (gehad) op de effectiviteit van de maatregelen en welk gevolg/welke gevolgen de lage opkomst heeft/hebben.

Andere voorbeelden, ter illustratie, van gemeenten waar opkomstbevorderende maatregelen getroffen zijn om de opkomst te vergroten zijn bijvoorbeeld Papendrecht, een gemeente in de provincie ZuidHolland en Haarlemmermeer. Bijzonder bij deze voorbeelden zijn de opkomstpercentages. In Papendrecht zijn er afgelopen gemeenteraadsverkiezingen ((14, 15 en) 16 maart 2022) verschillende opkomstbevorderende maatregelen genomen. Denk aan campagneposters, flyeren, een verkiezingskrant, een verkiezingsdebat en de definitieve uitslag waar ze een aanname benoeming aan gekoppeld hebben (21 maart) (raad.papendrecht.nl, z.d.). Ondanks al deze maatregelen is het opkomstpercentage bij hen gedaald van 52,5% (2018) naar 47,3% (2022) (allecijfers, 2022). In Haarlemmermeer is er juist een stijging te zien. In 2018 was hier de opkomst voor de raadsverkiezingen 35% (allecijfers.nl, 2022). Zij hebben in 2022 de maatregel getroffen om met een schoolbus rond te rijden, waarin mensen konden stemmen (een mobiel stembureau) (Haarlemmermeer.nieuws.nl, 2022). Het opkomstpercentage van 2022 was 46,5% (allecijfers.nl, 2022). Naast deze twee gemeenten zijn er nog heel veel voorbeelden van gemeenten die maatregelen getroffen hebben en waarbij het opkomstpercentage is gedaald of gestegen. Dat roept de vraag op of opkomstbevorderende maatregelen wel of niet werken. 1.2 Onderzoekschema 1

6

2 Opkomstbevorderende maatregelen

3

Opkomst

7

Gevolgen van de opkomst

5

4

Factoren die effectiviteit beïnvloeden

Blok = variabele Pijl = effect

1.3Doelstelling Aan de hand van het bovenstaande schema zijn de volgende doelstellingen geformuleerd. Door middel van dit onderzoek zal ten eerste de gemeente geïnformeerd worden welke opkomstbevorderende maatregelen landelijk en in de gemeente Oosterhout zoal worden toegepast en welke daarbij het beste werken. Een tweede doelstelling is om er achter te komen welke omstandigheden en factoren de effectiviteit van diverse opkomstbevorderende maatregelen beïnvloeden landelijk en in de gemeente Oosterhout. Ten derde zal er uitgezocht worden waarom de opkomst eigenlijk zo belangrijk is, en of het wel zo belangrijk is om zoveel te investeren in opkomstbevorderende maatregelen landelijk en in de gemeente Oosterhout.

5

Tot slot zal dit onderzoek de gemeente Oosterhout en ook andere belangstellenden praktische handvatten bieden ten aanzien van maatregelen ten behoeve van de opkomst van de kiezers, voor zover nuttig en nodig. 1.4 Vraagstellingen 1.4a Hoofdvraag Kijkend naar het onderzoekschema en de doelstellingen is een hoofdvraag geformuleerd, die als volgt luidt: In hoeverre hebben de opkomstbevorderende maatregelen in Oosterhout gewerkt, welke factoren hebben hierbij wel/niet geholpen en wat zijn de eventuele gevolgen van het steeds lagere opkomstpercentage? 1.4b Deelvragen De deelvragen zijn middels het onderzoekschema, de doelstellingen en de hoofdvraag geformuleerd. Deze zijn op te delen in theoretische en praktijkgerichte deelvragen: Theoretische deelvragen 1. Wat zijn opkomstbevorderende maatregelen? 2. Wat bedoelen we met het opkomstpercentage en van welke trends is eventueel sprake? 3. Welke effecten hebben opkomstbevorderende maatregelen op de opkomst van kiezers? 4. Welke factoren beïnvloeden het effect van opkomstbevorderende maatregelen op de opkomst? 5. Welk effect hebben die factoren op de effectiviteit van opkomstbevorderende maatregelen? 6. Welke gevolgen zijn gekoppeld aan een opkomst bij de verkiezingen? 7. Welk effect heeft het opkomstpercentage op de in kaart gebrachte eventuele gevolgen van een hogere of lagere opkomst? Praktijkgerichte deelvragen 8.

Welke opkomstbevorderende maatregelen zijn er in Oosterhout genomen? 9. Wat was de opkomst in gemeente Oosterhout, welke trends zijn waarneembaar? 10. Welk effect hebben de opkomstbevorderende maatregelen op de opkomst gehad in Oosterhout? 11. Welke factoren hebben het effect van de opkomstbevorderende maatregelen beïnvloed in Oosterhout? 12. Welk effect hebben die factoren, in Oosterhout, op de effectiviteit van de opkomstbevorderende maatregelen? 13. Welke gevolgen zijn in Oosterhout gekoppeld aan het opkomstpercentage bij de verkiezingen? 14. Welk effect heeft het opkomstpercentage in Oosterhout op de, in kaart gebrachte gevolgen, van een hogere of lagere opkomst? Gekozen is om deelvraag 7 en 14 te schrappen, voor deze deelvragen was een te groot onderzoek nodig, wat niet in combinatie met het onderzoek zelf kon. Daarnaast zijn deelvraag 11 en 12 gecombineerd in het verslag doordat deze in de gemeente Oosterhout sterk met elkaar samenhangen. Ook deelvraag 5 is anders geformuleerd, omdat dit beter aansloot op de literatuurstudie.

1.5 Informatieverzamelingsmethode Voor het vooronderzoek is er gebruik gemaakt van informatie van de gemeente en interviews met deskundigen van de gemeente Oosterhout die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de verkiezingen (en de aanloop er naar toe). Deze deskundigen luiden als volgt: E. Kaarsemaker (de griffier), K. van Laviere (communicatie), M. Maas (burgerzaken/verkiezingen), Sandra den Ridder (JONG), Bibi Schuurs (JONG) en L. Janssen (communicatie). Er is gekozen om een kwalitatief onderzoek uit te voeren naar aanleiding van de deelvragen. Zo zijn er gesprekken met inwoners geweest, waarbij de focus lag op de kwaliteit van het gesprek en niet op het aantal gesprekken. Vooraf aan deze gesprekken, is er eerst een theoretisch onderzoek gedaan naar de maatregelen, factoren, opkomst en gevolgen. Hierbij is er gebruik gemaakt van onderzoeken, documenten binnen de gemeente, informatie vanuit betrokken ambtenaren en andere artikelen.

6

Een beperkt aantal slim gekozen vragen vormde de grondslag voor het gesprek met de inwoners van Oosterhout. De antwoorden op deze interviewvragen hebben, samen met het theoretisch onderzoek een antwoord gegeven op de hoofdvraag. De gesprekken met de inwoners hebben plaatsgevonden op enkele strategisch gekozen plaatsen en tijden (bijvoorbeeld wanneer het markt was) om zo genoeg mensen te kunnen spreken met variërende kenmerken. Dit is samen met een aantal raadsleden gedaan. Deze raadsleden zijn geselecteerd op lokale bekendheid waardoor veel inwoners ook open stonden voor het gesprek. 1.6 Bestuurlijke aanpak Tijdens het onderzoek is er gebruik gemaakt van verschillende methodes: - Voor het theoretische onderzoek is er een bureauonderzoek geweest, waarbij gezocht is naar relevante, deskundige bronnen om informatie te winnen. Hierbij is er zowel gebruik gemaakt van literatuur online als van interne bronnen van de gemeente; - Daarnaast is er gebruik gemaakt van de volgende methode: Er is een theorie getoetst in de praktijk: ‘hoe meer iemand maatschappelijk betrokken is, hoe groter de kans dat deze persoon gaat stemmen’ (psychologisch eigendom).

- Als laatste is er methodisch onderzoek gedaan door eerst literatuur te bestuderen om daarna de bewezen literatuur af te bakenen op de gemeente Oosterhout en dit te toetsen in de gemeente onder de inwoners door middel van kwalitatieve gesprekken. Voor het praktijkonderzoek zou er gebruik gemaakt worden van de IBD. Bij de IBD wordt beleid geëvalueerd door middel van interviews afnemen met verschillende partijen (bloedgroepen) die betrokken zijn bij het probleem. Echter, gedurende het onderzoek is gebleken dat de verschillende bloedgroepen binnen dit onderzoek niet goed onder te verdelen zijn (de streetlevel professional zou bijvoorbeeld al tot een discussie kunnen leiden) en dat er niet echt gesproken mag worden van een beleid. Hierdoor is er gekozen om geen gebruik meer te maken van de IBD.

1.7 Geldigheid Betrouwbaarheid De betrouwbaarheid van het rapport is moeilijk te beoordelen. Het rapport is in twee delen gesplitst. Het theoretische gedeelte is zeer betrouwbaar doordat de informatie komt uit betrouwbare, deskundige onderzoeken en bronnen. Doordat er weinig onderzoek gedaan is naar opkomstbevordering en verkiezingen, verwijzen veel bronnen terug naar hetzelfde document. Er is gewerkt middels triangle information (drie bronnen waar dezelfde informatie in staat), echter kwam dit uiteindelijk weer terug bij hetzelfde onderzoek van van Ostaaijen en anderen. Dit kan de betrouwbaarheid in twijfel trekken, maar veel geleerden hebben dit onderzoek zelf uitgevoerd waardoor het onderzoek te vertrouwen is. Het tweede gedeelte, het praktijkonderzoek, is minder betrouwbaar. Dit komt doordat de meeste informatie die daarin staat voortvloeit uit ervaringen en meningen van mensen. Om toch zo’n betrouwbaar mogelijk verslag te maken is er alleen maar gebruik gemaakt van bronnen die niet ouder dan 10 jaar zijn (uitgezonderd het onderzoek van E. Kaarsemaker), hierbij is er gekeken naar de afkomst (primair, secundair etc.), naar de schrijver (professor/verslaggever), naar de datum en naar het soort bron (nieuwsartikel/(wetenschappelijk) onderzoek etc.).

Ook is er vooral gebruik gemaakt van een groot onderzoek (geschreven door van Ostaaijen (professor)) waardoor de informatie eenduidig is, kwalitatief goed en makkelijk terug te zoeken (wat weer bijdraagt aan de bruikbaarheid van het onderzoek).

Aandachtspunt: In hoofdstuk 11 staan kruistabellen ter analyse van de interviews en de factoren die invloed hebben op de effectiviteit van opkomstbevorderende maatregelen. In totaal zijn er 54 interviews afgenomen met mensen op straat, daarvan zijn 49 mensen inwoners van Oosterhout. Doordat niet alle inwoners evenveel tijd hadden om de vragen te beantwoorden en de ene persoon meer verteld (uit zichzelf) dan de ander, is er een ongelijke verdeling van informatie. Zo is de vraag: “hoeveel vertrouwen heeft u in de politiek?” aan iedereen gesteld en zijn hier dan ook 49 antwoorden op (terug te lezen in de kruistabel). Echter, de kennis van politiek, interesse in de

7

politiek en of men stemt uit gewoonte, zijn factoren die te concluderen zijn uit de verhalen die mensen uit zichzelf hebben verteld (staan bij de blokken (geschreven tekst)). Door niks voor mensen in te vullen en alleen de informatie te gebruiken die men gegeven heeft (men kan niet gedwongen worden meer informatie te geven dan hij/zij wilt) en door slechts de interviews te gebruiken van mensen uit Oosterhout, is de betrouwbaarheid van de interviews gewaarborgd. Om de betrouwbaarheid van de conclusies, die gedaan zijn naar aanleiding van de interviews, te beoordelen, is er gebruik gemaakt van een steekproefcalculator. In Oosterhout wonen 56.535 inwoners (allecijfers, 2022), er zijn 53 interviews afgenomen, waarvan 49 ook daadwerkelijk inwonend zijn. Daarom mag gesteld worden dat de conclusies die getrokken zijn in dit onderzoek, naar aanleiding van de interviews, voor 83% (48 interviews) betrouwbaar zijn met een eventuele foutmarge van 10% (steekproefcalculator, z.d.). Validiteit Het onderzoek zelf was op het eerste gezicht een erg groot onderzoek. Dit is gedurende het onderzoek steeds meer afgebakend, omdat ook steeds duidelijker werd welke zaak er wel en niet toe deed, voor de gemeente Oosterhout. Dit zorgt ervoor dat uiteindelijk alleen de zaken zijn onderzocht, die ook onderzocht moesten worden.

De informatie die gebruikt is voor het onderzoek, is slechts de informatie die voortgekomen is uit de interviews met Oosterhouters (er zitten ook wat interviews bij met mensen uit Raamsdonk, Tilburg etc.). Echter, voor het bevestigen van de theorie (hoe meer iemand maatschappelijk betrokken is, hoe eerder deze zal gaan stemmen), zijn wel alle interviews gebruikt. Dit omdat de theorie in principe ook los te bevestigen is van het onderzoek.

8

2. Wat zijn opkomstbevorderende maatregelen? 2.1 Inleiding In Nederland zijn gemeenten vrij om zelf maatregelen te treffen met betrekking tot opkomstbevordering voor de verkiezingen (ANP, 2022). Dit houdt in dat er instrumenten en maatregelen worden ingezet om inwoners naar de stembus te krijgen (F. Janssen, 2005). Deze maatregelen lopen sterk uiteen per gemeente en per verkiezing. Doordat het onderzoek zich richt op de gemeenteraadsverkiezingen zal er slechts worden gekeken naar opkomstbevorderende maatregelen voor de gemeenteraadsverkiezingen. De vragen welke maatregelen er allemaal getroffen worden, welke middelen daarvoor worden gebruikt en door wie ze worden uitgevoerd, zijn belangrijk om te stellen om zo een goed beeld te kunnen vormen van de situatie omtrent opkomstbevorderende maatregelen in het algemeen.

2.2 Opkomstbevorderende maatregelen Opkomstbevorderendemaatregelen zijn op te delen in digitale- en fysieke maatregelen. Digitale maatregelen Fysieke maatregelen Stemhulp. Denk hierbij aan het Bijzondere locaties waar men kan stemmen Kieskompas, de Stemwijzer, mijnstem en (van der Hulst, G. MSc & dr. van Zuydam, andere voorbeelden van digitale S., 2022). stemhulpen (google, 2022). Spotjes/uitzendingen op radio/TV (J. van Deur-aan-deur gesprekken (van der Hulst, Ostaaijen, M. Epskamp, M. Dols & S. van G. MSc & dr. van Zuydam, S., 2022). Zuydam, 2016) Digitale media (websites, sociale media, Een uitnodigingsbrief (van der Hulst, G. filmpjes op internet) (J. van Ostaaijen, M. MSc & dr. van Zuydam, S., 2022). Epskamp, M. Dols & S. van Zuydam, 2016) Digitale herinnering, bijvoorbeeld via Een verkiezingsfestival of -debat (van der Facebook of Instagram (van der Hulst, G. Hulst, G. MSc & dr. van Zuydam, S., 2022). MSc & dr. van Zuydam, S., 2022). Website met verkiezingsprogramma’s van Een mobiele stembus die door de gemeente alle partijen en lijst met kandidaten rijdt en op verschillende plaatsen stopt (Werkgroep Frantzen Scheringa, 2013). (Haarlemmermeernieuws.nl, 2022). Een wedstrijd gekoppeld aan de website, Campagneposters (Raad.gemeentewie zal de verkiezingen winnen? (Werkgroep steenbergen.nl, 2022).

Frantzen Scheringa, 2013) Verschillende maatregelen bij de stemlokalen zelf, bijvoorbeeld een kop koffie, beloning voor de stemmers, spandoeken of andere opvallende markeringen buiten bij de stemlokalen en speciaal vervoer naar de stemlokalen toe (J. van Ostaaijen, M. Epskamp, M. Dols & S. van Zuydam, 2016) Verkiezingskrant (Werkgroep Frantzen Scheringa, 2013) Verkiezingsmarkt (Gemeente Oosterhout, 2022) Brief van de burgemeester (C. de Waard, 2014). Partijen mogen zelf campagne voeren, waardoor de opkomst ook kan vergroten (kiesraad.nl, z.d.). Naast deze maatregelen zijn er nog wat algemene maatregelen die elke gemeente moet nemen omtrent de verkiezingen (Rijksoverheid.nl, z.d.) (kiesraad.nl, z.d.) : - Elk stemlokaal moet toegankelijk zijn voor iedereen, ook met een lichamelijke handicap moet iemand het stemlokaal kunnen bereiken; - Het stemgeheim van de stemmer moet makkelijk gehandhaafd kunnen worden;

9

-

Men mag een ander machtigen om te gaan stemmen. Deze persoon moet zelf ook het recht hebben om te stemmen.

2.3 Middelen Om deze maatregelen uit te kunnen voeren zijn er verschillende middelen en instrumenten nodig. Allereerst is er geld nodig om de maatregelen te kunnen financieren (C. de Waard, 2014) (Gemeente Oosterhout, 2022). Hoeveel geld hiervoor apart wordt gezet is per gemeente anders. Daarnaast zijn er ook mogelijkheden die geen geld kosten, zo kan men gebruik maken van bestaande sociale media kanalen (of gratis aanmaken), kan men langs de deur gaan of de straat op om een praatje te maken en zijn slechts de fractieleden nodig om debatten te voeren. 2.4 Uitvoerders Door wie deze maatregelen worden uitgevoerd, is per gemeente anders geregeld. Over het algemeen zijn het vaak de afdeling burgerzaken, de afdeling communicatie, het griffieteam en de burgemeester die de verkiezingen regelen. Zij voeren ook de maatregelen uit (J. van Ostaaijen, M. Epskamp, M. Dols & S. van Zuydam, 2016). Bij een enkele gemeente is er naast deze afdelingen en teams ook nog een aparte afdeling ‘verkiezingen’ die mee denkt bij de verkiezingen, zoals in de gemeente Oosterhout (persoonlijke communicatie, 2022). 2.5 Conclusie Gemeenten nemen verschillende maatregelen met betrekking tot opkomstbevordering. Deze lopen uiteen van fysieke maatregelen (bv. deur-aan-deur gesprekken) tot digitale maatregelen (bv. een stemhulp).

Om deze maatregelen te realiseren wordt over het algemeen vaak geld ingezet als middel, bepaalde maatregelen kunnen ook zonder geld gerealiseerd worden. De uitvoerders van deze maatregelen zijn vaak de afdeling burgerzaken, communicatie, het griffieteam en de burgemeester.

10

3. Wat bedoelen we met het opkomstpercentage en van welke trends is eventueel sprake? 3.1 Inleiding Het aantal uitgebrachte stemmen per honderd kiesgerechtigden noemt men het opkomstpercentage. Maar wanneer is iemand kiesgerechtigde? Wat was over het algemeen het opkomstpercentage bij de gemeenteraadsverkiezingen 2022 in Nederland? En van welke trend(s) is er eventueel sprake, kijkend naar de ontwikkeling van het opkomstpercentage bij de gemeenteraadsverkiezingen door de jaren heen? Op die vragen wordt in dit hoofdstuk antwoord gegeven. 3.2 Kiesgerechtigde In de Kieswet van Nederland is geregeld wanneer een inwoner mag stemmen. Men mag voor de gemeenteraadsverkiezingen stemmen mits diegene voldoet aan de volgende eisen: - Op de dag van de verkiezingen is hij/zij minstens 18 jaar (artikel B3 Kieswet lid 1) (wetten.overheid.nl, z.d.); - Dient een onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie te zijn, als dat niet is moet diegene voldoen aan de volgende vereisten (artikel B3 Kieswet lid 2) (wetten.overheid.nl, z.d.); A. Dient rechtmatig in Nederland te verblijven op grond van artikel 8, onder a, b, c, d, e of l, van de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een verdrag tussen een internationale organisatie en de Staat der Nederlanden inzake de zetel van deze organisatie in Nederland, en B.

Dient onmiddellijk voorafgaand aan de dag van de kandidaatstelling gedurende een onafgebroken periode van ten minste vijf jaren ingezetene te zijn van Nederland waren en beschikten over een verblijfsrecht als bedoeld onder a, dan wel op grond van artikel 3 of artikel 6 van de Wet toelating en uitzetting BES. - De kiezer mag niet uitgesloten zijn van het kiesrecht (bijvoorbeeld door een misdrijf) (Rijksoverheid.nl, z.d.); - De kiezer moet in de gemeente wonen en (minstens 44 dagen voor de verkiezingen) ingeschreven staan (Rijksoverheid.nl, z.d.). 3.3 Opkomstpercentage Het aantal mensen dat bij een verkiezing komt stemmen, noemt men een opkomst (encyclo, z.d.). Het percentage van de opkomst wordt berekend door het aantal uitgebrachte stemmen per honderd kiesgerechtigden te berekenen (CBS, z.d.). Het opkomstpercentage in Nederland was in maart 2022 bij de gemeenteraadsverkiezingen 51% (let op: het gaat hier om een gemiddelde). De gemeente met het hoogste opkomstpercentage is de gemeente Schiermonnikoog. Met een percentage van 80,17% zit deze gemeente ver boven de gemeente met het laagste opkomstpercentage, gemeente Rotterdam, die met een percentage van 38,92% de ondertoon voerde (allecijfers, 2022). 3.4 Trends Bijlage 1 laat een grafiek zien waarin de opkomstpercentages bij verschillende verkiezingen door de jaren heen te zien zijn.

De percentages voor de gemeenteraadsverkiezingen zijn terug te zien in de rode lijn. Deze lijn varieert per jaar, maar neemt over het algemeen steeds meer af (allecijfers.nl, 2022). Hoe dat dat komt is nog niet duidelijk, minister Bruins Slot (Binnenlandse Zaken) heeft een onderzoek geopend naar de oorzaak (ANP/gemeente.nu, 2022) (AD.nl, 2022). Mogelijke oorzaken van deze lage opkomstpercentages zijn dat mensen het vertrouwen in de politiek kwijt zijn/raken, mensen de politici niet kennen, mensen het idee hebben dat de politiek ver van ze af staat en de versnippering van de partijen is zo extreem dat mensen niet weten waar ze op moeten stemmen (Spetter, E., 2022). Dat mensen het vertrouwen in de politiek kwijt raken is nationaal een trend. De impact op de lokale politiek is het grootste, het vertrouwen in de lokale politiek is van 60% afgenomen tot 37% (Y. de Koster, 2021). Een andere trend in het opkomstpercentage voor de gemeenteraadsverkiezingen is dat vooral jongeren niet komen stemmen. Van de groep 18 t/m 24 jaar ging slechts 43% stemmen (A. de Jonge, 2022). 11

Hierbij wordt er vooral gewezen naar de redenen dat de jongeren vertegenwoordigd worden door oudere mensen, ze geen binding voelen met hun stad en ze wereldburgers zijn, ze denken niet dat onderwerpen als klimaat of discriminatie op lokaal niveau behandeld worden. De laatste trend is gebaseerd op het opleidingsniveau. Hoe lager iemand is opgeleid, hoe minder snel iemand gaat stemmen en andersom. Dit komt doordat hoogopgeleide mensen meer betrokken zijn bij politieke acties en er meer in geïnteresseerd zijn. 78% van de hoogopgeleide mensen is geïnteresseerd in de politiek, onder de laagopgeleide mensen is dit 28% (CBS, 2017). Daarnaast is bij laagopgeleiden de beschikbaarheid van informatie lager, voelen ze de binding minder en ervaren ze een minder grote relevantie van het gemeenteraadsbestuur (H. Vollaard, L. de Blok, J. den Ridder, G. Jansen, 2022). 3.5 Conclusie In Nederland moet men voldoen aan een aantal vereisten voor er gestemd mag worden (kiesgerechtigde). Als men komt stemmen telt deze stem mee voor een opkomstpercentage (hoeveelheid uitgebrachte stemmen per honderd stemgerechtigden). Dit percentage was in Nederland, bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen, gemiddeld rond de 51%. Een trend in het opkomstpercentage voor de gemeenteraadsverkiezingen is de alsmaar dalende lijn. Een eventuele reden daarvoor is het dalende vertrouwen in de politiek.

Verder stemmen hoogopgeleide mensen vaker dan laagopgeleide mensen en stemmen jongeren minder snel.

12

4. Welke effecten hebben opkomstbevorderende maatregelen op de opkomst van kiezers? 4.1 Inleiding Opkomstbevorderende maatregelen worden getroffen om de opkomst te vergroten. Maar hebben ze dit effect ook echt op de opkomst? En hebben ze nog andere effecten? In dit hoofdstuk gaat er gekeken worden naar de effecten van opkomstbevorderende maatregelen op de opkomst. Daarbij wordt er ook een stap gemaakt naar eventuele neveneffecten, dit zijn effecten die niet direct (bewezen) invloed hebben gehad op de opkomst. 4.2 Effecten De effecten van opkomstbevorderende maatregelen zijn per gemeente en per maatregel verschillend. Over het algemeen is elke maatregel gericht op het effect vergroting van de opkomst (J. van Ostaaijen, M. Epskamp, M. Dols & S. van Zuydam, 2016). Een aantal voorbeelden van effecten per maatregel zijn als volgt: Een online stemhulp heeft meerdere effecten, zo vergroot het de opkomst, zet het mensen aan om meer informatie over de verkiezingen/een partij te gaan zoeken en beïnvloeden ze stemintenties. De kracht van zo’n stemhulp is dat het persoonlijk advies is, aan de hand van de gegeven antwoorden komt een advies. Dit is per persoon anders (A. Krouwel, B. Holleman, N. Kamoen, J. van de Pol & C. de Vreese, 2018); Daarnaast wordt het concept deur-aan-deur gesprekken ook als effectief bestempeld voor de opkomstbevordering.

Zo zou, een Amerikaanse onderzoeker, bewezen hebben dat één op de vijftien mensen naar aanleiding van deur-aan-deur gesprekken toch stemmen (I. van Wifferen, 2022). 4.3 Neveneffecten Naast dat de opkomst door de verschillende maatregelen een kleine stijging kan laten zien zijn er nog meer effecten, die geen (bewezen) directe beïnvloeding hebben op de opkomst. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een kinderstembureau. Doordat kinderen leren stemmen, een potloodje mee naar huis krijgen en een ervaring op doen, zullen zij ouders eventueel overtuigen om te gaan stemmen. Jong geleerd, is oud gedaan (persoonlijke communicatie, 2022). 4.4 Conclusie Opkomstbevorderende maatregelen kunnen verschillende effecten hebben. Deze effecten kunnen directe werking hebben, zoals bijvoorbeeld het motiveren van mensen om te gaan stemmen of de stemintentie veranderen. Overigens kunnen deze effecten ook een indirecte werking hebben, zo zouden kinderen hun ouders kunnen overtuigen om te gaan stemmen, middels een maatregel bij kinderen. Echter, er is weinig bekend over de effectiviteit van opkomstbevorderende maatregelen.

13

5. Welke factoren beïnvloeden het effect van opkomstbevorderende maatregelen op de opkomst? 5.1 Inleiding Opkomstbevorderende maatregelen hebben bepaalde effecten op de opkomst, een maatregel kan wel of niet de opkomst bevorderen. Echter zijn er verschillende factoren die een rol spelen bij de effectiviteit van zo’n opkomstbevorderende maatregel. Deze factoren worden in dit hoofdstuk benoemd en onderscheiden. 5.2 Factoren In een meta-analyse, uitgevoerd door Smits en van Ham, is naar voren gekomen dat minstens 170 factoren op enig moment onderzocht zijn in verschillende onderzoeken naar opkomstbevordering (J. van Ostaaijen, M. Epskamp, M. Dols & S. van Zuydam., 2016). J. van Ostaaijen, M. Epskamp, M. Dols en M.m.v. S. van Zuydam hebben deze factoren gerelativeerd tot een groep factoren die het meeste invloed zullen hebben tijdens de lokale verkiezingen (J. van Ostaaijen, M. Epskamp, M. Dols & S. van Zuydam., 2016). Deze factoren zijn als volgt (J. van Ostaaijen, M. Epskamp, M. Dols & S. van Zuydam., 2016).: Individuele factoren: - Geslacht; Dit verschil was vroeger groot, momenteel is het verschil in stemgedrag tussen man en vrouw er niet of nauwelijks. - Leeftijd; Bij lokale verkiezingen stemmen met name inwoners van 55 jaar en ouder.

De jongeren laten veelal de stembus links liggen, daarvoor is een aantal redenen, zo zouden ze bijvoorbeeld niet weten op welke partij ze zouden moeten stemmen en zijn ze niet geïnteresseerd in de politiek. - Opleiding; Laagopgeleide mensen zijn vaker niet-stemmers, dit komt doordat ze minder interesse in de politiek hebben of er weinig kennis van hebben. - Inkomen/werk; Wat voor werk iemand doet of wat voor inkomen iemand heeft staat vaak in verband met wat voor opleiding(-sniveau) iemand heeft gedaan. Een inwoner die lager opgeleid is, heeft vaak ook een lager inkomen of überhaupt geen baan. Iemand met een hoger inkomen komt vaker stemmen. - Etniciteit; Doordat opgebouwd sociaal vertrouwen vaak wordt omgezet in politiek vertrouwen, is dat vaak laag bij migranten. Doordat het politieke vertrouwen laag is gaan de betreffende inwoners ook minder vaak stemmen, dan autochtonen. - Religie; Het SCP stelt dat iemand die frequent naar de kerk gaat of zich tot een kerkelijke gezindte rekent, sneller geneigd is om te stemmen. - Praktische belemmeringen. De opkomst hangt ook af van meer toevallige en wisselende omstandigheden, zoals geen vaste tijd, oproep vergeten, afwezigheid of ziekte. Inwoners gaven naar aanleiding van de Tweede Kamerverkiezingen 2012 aan wegens tijdgebrek of belemmeringen, niet te zijn komen stemmen.

Eventuele oplossingen voor dat probleem zijn bijvoorbeeld per post stemmen of digitaal stemmen. Politieke factoren: - Interesse in politiek; Het is, door een aantal onderzoekers (Aarts, SCP, Smets & van Hem), bewezen dat mensen die geïnteresseerder zijn in de politiek vaker bij de gemeenteraadsverkiezingen gaan stemmen, dan mensen die dat niet zijn. Dat verschil is nog groter als er gekeken wordt naar de interesse in de lokale politiek. - Kennis van politiek; Steenvoorden & van der Waal stellen vast dat mensen die vragen over de lokale politiek goed kunnen beantwoorden, ook vaker stemmen. Als de kennis van de politiek dus hoog ligt, gaat men ook sneller stemmen. - Ervaren relevantie gemeente;

14

-

-

Mensen die de lokale politiek als belangrijk beschouwen, hebben 6% meer kans om op te dagen bij de stembus ten opzichte van mensen die de relevantie van de lokale politiek niet voelen/zien. Vertrouwen in politiek; Zowel algemeen als op lokaal niveau gaan mensen met meer vertrouwen in nationale of politieke instituties vaker stemmen dan mensen die dat niet hebben. Tevredenheid over politiek. Op landelijk niveau blijkt bijna 50% van mensen die ontevreden zijn met de regering (en geen politieke interesse hebben) niet te stemmen. Nederlanders zijn over het algemeen meer tevreden over het gemeentebestuur, maar ook daar is nog genoeg op te verbeteren.

Sociale factoren: - Geluksgevoel en gezondheid; De SCP stelt: “onder ongelukkigen is de kans op niet-stemmers bijna 3,5 keer zo groot als onder gelukkigen.” Niet-stemmers hebben relatief gezien het minst het gevoel grip te hebben op hun toekomst, hebben relatief het minst vertrouwen in hun medemens en hebben niet het gevoel eerlijk behandeld te worden. In Nederland zijn de verschillen kleiner dan elders op de wereld. - Levensstijl; Mensen die participeren in de gemeente stemmen vaker bij de Tweede Kamerverkiezingen, maar nog vaker bij lokale verkiezingen. De mate van maatschappelijke betrokkenheid heeft dus invloed op het stemgedrag. Onder maatschappelijke betrokkenheid vallen bijvoorbeeld vrijwilligerswerk en lidmaatschappen bij organisaties. - Sociale plicht; Men kan een bepaalde plicht ervaren naar de maatschappij toe om te komen stemmen. - Sociale druk/ omgeving; Vrienden, familie en andere naasten zijn belangrijker dan anderen bij het nemen van het besluit om te gaan stemmen of niet. Zijn er veel mensen in de omgeving die niet gaan stemmen, dan is het vanzelfsprekender om ook niet te gaan stemmen. Maar andersom werkt dat ook zo. - Gewoonte. Mensen die bij eerdere verkiezingen stemden, zullen dat hoogstwaarschijnlijk weer doen, stellen Cancela & Geys, Smets & van Ham, Harder & Krosnick en Geys. Hierdoor stoppen gemeenten vaak ook veel tijd in de ‘first time voters’.

Echter benadrukt een onderzoek, uitgevoerd door Denemarken en Finland, dat het minstens zo belangrijk is om te investeren in de ‘second time voters’, de eerste keer valt stemmen namelijk onder een soort hype, vanaf de tweede keer zullen ze het belang ervan pas inzien. Omgevings- en institutionele factoren: - Grootte en dichtheid van gemeenten; Stemgerechtigden stemmen minder snel in een grote gemeente dan in een kleine gemeente (tot 20.000 inwoners). Dit komt door de toegekende relevantie van een stem, in een grote gemeente heeft één stem minder invloed. - Stabiliteit van gemeenten; De stabiliteit van gemeenten, gebaseerd op mobiliteit, bevolkingsgroei en percentage huiseigenaren, heeft een positief effect op de opkomst. - Lokale en regionale verbondenheid (bezit); Boogers e.a. stellen dat mensen die al twintig jaar in de gemeente wonen, relatief vaker stemmen voor de gemeenteraad. Dit komt doordat zij zich meer verbonden voelen met de dorpskern, buurt of wijk waarin zij kunnen stemmen. - Economische omstandigheden; Hoe welvarend een gemeente is, kan ook beïnvloeden of mensen komen stemmen of niet. - Evenredige vertegenwoordiging/ kiessysteem; Het gekozen kiessysteem kan een belangrijke rol spelen bij de opkomst. - Keuze van de verkiezingsdag en relatie andere verkiezingen; Als men zou kiezen voor verkiezingen in het weekend, dan kan dit de opkomst vergroten met 6%.

Men hoeft in dit geval geen tijd vrij te maken naast werk en zal dus niet het excuus ‘geen tijd’ hoeven te gebruiken om niet te komen stemmen. - Opkomstplicht en registratie;

15

Het invoeren van een opkomstplicht zal de opkomst direct verbeteren, maar nog steeds niet iedereen zal dan komen stemmen. Daarbij zal stemmen dan als een verplichting voelen, wat men kan frustreren waardoor burgers juist afstand nemen van de politiek. -

-

-

Aanwezigheid media. Mensen die dagelijks een krant lezen stemmen vaker dan mensen die dat minder of nooit doen. Weersomstandigheden; In Nederland heeft het weer weinig invloed op de opkomst, wel op andere plaatsen heeft het weer invloed op de opkomst (bijvoorbeeld in de Verenigde Staten). Aantal stembureaus; Sommige inwoners (met name ouderen) zijn slecht ter been. Door het aantal stembureaus te vergroten en daarmee ook de kans dat een stembureau dichtbij zo’n inwoner zit te vergroten, is een praktische belemmering zo goed als weg.

Politieke situatie en gemeenteraadsverkiezingen: - Fragmentatie en nieuwe partijen; Fragmentatie heeft twee kanten. Het positieve effect is dat er een groter aanbod van partijen is en de kans daarmee vergoot is dat iemand zich kan herkennen in een partij en dus gaat stemmen. Aan de andere kant (het negatieve effect) is de kans op een coalitie met meer partijen groter, waardoor de stem van een individu minder invloed heeft. - Electorale competitie; Als het vooraf al een gespeelde wedstrijd lijkt, is het voor inwoners minder aantrekkelijk om te gaan stemmen. Als het erom spant zullen inwoners meer geneigd zijn om te gaan stemmen en zullen politieke partijen zelf ook meer aandacht geven aan de verkiezingen. - Positieve of negatieve campagnes; - Belang van personen; Het belang van de personen kan bijdragen of iemand komt stemmen of niet. Zo komt men sneller stemmen als ze iemand op de lijst kennen. - Media aandacht; Media aandacht voor de verkiezingen is bij de huidige samenleving erg belangrijk. Zo zegt bijna 90% van de kiezers zich via traditionele media te informeren over standpunten van politieke partijen. - Aantal partijen in de raad en coalitie; - Krachtsverhoudingen in de raad; - Aantal gemeentelijke samenwerkingsverbanden; - Aantal aftredende wethouders en burgemeesters; - Aantal politici waarvan integriteit ter discussie is komen te staan; - Campagneactiviteiten.

Discussiepunt: het aantal stembureaus en weersomstandigheden vallen in dit onderzoek onder de categorie omgevings- en institutionele factoren. Dit wijkt af van het onderzoek van Van Ostaaijen. Elke indeling heeft voor- en nadelen. 5.3 Conclusie Er zijn veel factoren die invloed hebben op het gedrag van mensen omtrent stemmen. Belangrijk hierbij is om te focussen op naar de factoren die, uit onderzoek gebleken, invloed hebben bij de gemeenteraadsverkiezingen. Deze factoren zijn dan weer onder te verdelen in vijf categorieën: individuele factoren, politieke factoren, sociale factoren, omgevings- en institutionele factoren en politieke situaties en gemeenteraadsverkiezingen.

16

6. Welk effect hebben die factoren op de opkomst? 6.1 Inleiding De besproken factoren hebben een bepaald effect op de opkomst en de opkomstbevorderende maatregelen. Wat dit effect/deze effecten is/zijn zal in deze paragraaf besproken worden. Daarnaast zal een theorie besproken worden om alle informatie in de voorgaande paragraaf te kunnen plaatsen. 6.2 Effecten Het onderzoek over de verbetering van de opkomst laat zien dat niet elke maatregel een bewezen effect heeft. De factoren die bewezen effect hebben op de opkomst zijn de factoren leeftijd, opleiding, interesse in, kennis van, vertrouwen in en tevredenheid over de politiek, levensstijl, gewoonte, praktische belemmeringen, grootte van gemeenten, lokale en regionale verbondenheid, keuze van de verkiezingsdag en verhouding andere verkiezingen, opkomstplicht, electorale competitie en weersomstandigheden. Hierover is genoeg (dezelfde) informatie gevonden.

Verder zijn er nog relevante factoren met beperkter bronmateriaal (etniciteit, religie, geluksgevoel en gezondheid, sociale druk/omgeving en media aandacht), beperkte relevante factoren (geslacht, inkomen/werk), beperkte relevante factoren met beperkter bronmateriaal (ervaren relevantie gemeente, aantal stembureaus) en tot slot factoren waar de invloed (nog) niet van is vast te stellen (sociale plicht, dichtheid van gemeenten, stabiliteit van gemeenten, economische omstandigheden, aanwezigheid media, belang van personen, aantal partijen in de gemeenteraad, aantal partijen in de coalitie, krachtsverhoudingen in de raad, aantal samenwerkingsverbanden per gemeente, aantal wethouders en burgemeesters dat moest aftreden en overige ‘crises’). Per factor is het effect dus anders of onbekend. Volgens het onderzoek van Van Ostaaijen zijn er twee factoren die een grote impact hebben op de opkomst. Dit betreft de factoren leeftijd en opleiding (J. van Ostaaijen, M. Epskamp, M. Dols & S. van Zuydam, 2016). Uit de onderzoeken van Aarts en Krouwel heeft de groep stemgerechtigden tussen de 35 en 65 jaar de kleinste kans op niet-stemmers. Bij lokale verkiezingen, is dat volgens Steenvorden en Van der Waal, de groep van 55 jaar en ouder.

Jongeren stemmen niet doordat ze bijvoorbeeld niet weten op welke partij ze hun stem willen uitbrengen, zouden niet geïnteresseerd zijn in de politiek of diverse andere redenen hebben (zoals het niet hebben ontvangen van een stemkaart, geen geldig legitimatiebewijs hebben of verblijven in het buitenland). Ook constateert het SCP dat jongeren geen schuldgevoel krijgen als ze niet gaan stemmen. Redenen voor jongeren om wel te stemmen zijn bijvoorbeeld omdat het er gewoon bij hoort, invloed uitoefenen en ‘omdat de ouders ook stemmen’ (J. van Ostaaijen, M. Epskamp, M. Dols & S. van Zuydam, 2016). Bij de ouderen die niet stemmen, liggen voornamelijk fysieke belemmeringen ter grondslag (J. van Ostaaijen, M. Epskamp, M. Dols & S. van Zuydam, 2016). Smets & Van Ham stellen dat opleiding een positieve invloed heeft op de opkomst en zelfs een van de sterkste factoren is. Niet-stemmers zijn vaak lager opgeleid. Ook bij de lokale verkiezingen is dit het geval, hoogopgeleide inwoners stemmen vaker dan laagopgeleide inwoners. Nederlands onderzoek, door TNS Nipo, bewijst dat lager opgeleiden minder interesse in de politiek hebben en slechts een kwart geeft aan ‘zeker’ te stemmen. Laagopgeleiden geven daarnaast, gemiddeld genomen, vaker aan dat de beslissingen van het gemeentebestuur weinig tot geen invloed hebben op het dagelijkse leven.

Daarnaast stemmen ze vaker op basis van een persoon (J. van Ostaaijen, M. Epskamp, M. Dols & S. van Zuydam, 2016).

6.3 Interpretatie Er zijn veel factoren en effecten. Om daar een overzicht in te krijgen zal er een koppeling gemaakt worden met psychologisch eigendom. Psychologisch eigendom is een theorie over de mens en het eigen maken van iets. Zodra iemand op werk bijvoorbeeld veel informatie heeft over het bedrijf, veel deelneemt aan vergaderingen en veel mag besluiten voor het bedrijf, zal hij/zij sneller dat werk als eigendom zien. Hoe meer informatie iemand dus over iets heeft en er in/ermee participeert, hoe meer hij/zij het als eigendom ziet (E. Kaarsemaker, 2006). 17

Die theorie gekoppeld aan dit onderzoek, luidt als volgt: ‘Hoe groter iemands maatschappelijke betrokkenheid, hoe eerder deze persoon zal gaan stemmen.’ Dit zal later in het onderzoek getoetst worden, maar dit is nu al terug in de factoren te zien. Zo zouden, volgens Van Ostaaijen en collega’s, mensen met meer kennis van politiek (informatie) eerder gaan stemmen. Ook zouden mensen met meer interesse in politiek (participeren) ook eerder gaan stemmen. 6.4 Conclusie Er zijn veel verschillende effecten die factoren veroorzaken op de opkomst. Ook de mate waarin dit gebeurt verschilt per factor. Zo zouden leeftijd en opleiding een hoge impact hebben, maar blijkt ook dat bij ouderen juist praktische belemmeringen invloed hebben op de opkomst. Om alle factoren en effecten overzichtelijk te houden, zal vanaf nu gewerkt worden aan de hand van een theorie. Hoe meer maatschappelijk betrokken iemand is, hoe groter de kans dat deze persoon gaat stemmen.

18

7. Welke gevolgen zijn gekoppeld aan een opkomst bij de verkiezingen? 7.1 Inleiding Een opkomstpercentage kan hoog of laag zijn. Wat wordt er dan bedoeld met een hoge opkomst en wat wordt er bedoeld met een lage opkomst? En zitten er nog bepaalde gevolgen aan een bepaalde opkomst? Dat wordt in deze paragraaf behandeld. 7.2 Opkomst Het aantal mensen dat bij een verkiezing komt om te stemmen, noemt men een opkomst (encyclo, z.d.). Het percentage van de opkomst wordt berekend door het aantal uitgebrachte stemmen per honderd kiesgerechtigde te berekenen (CBS, z.d.). In Nederland waren, in maart 2022 (gemeenteraadsverkiezingen), 13,6 miljoen inwoners kiesgerechtigden. Uit onderzoek is gebleken dat 54,1% van de stemgerechtigden is komen stemmen (ANP/gemeente.nu, 2022). Maar welke gevolgen zitten er aan zo’n opkomst verbonden? 7.3 Gevolgen Er zijn meerdere opvattingen over of een lage opkomst problematisch is. Zo wijzen mensen erop dat, bij een lage opkomst, belangen van een deel van de samenleving niet worden gehoord of tot uitdrukking komen, zouden veel niet-stemmers ontevreden burgers zijn die uit protest of afkeer van hun stemrecht afzien en een grote groep niet-stemmers zal niet bijdragen aan een vitale democratie en zet de legitimiteit van het bestuur onder druk.

Daarentegen staan beweringen zoals dat een lage opkomst niet al te dramatisch gezien moet worden, stemmen is een recht en geen plicht. Daarbij zou een deel van de niet-stemmers best tevreden zijn en niet heel anders zijn dan de belangen van de wel-stemmers. Echter is de juistheid van deze argumenten niet altijd even goed onderzocht. Zo is een deel van de niet-stemmers ontevreden, maar hoe groot dit deel is, is niet bekend en is bekend dat de belangen en voorkeuren van de groep niet-stemmers op onderdelen afwijken van die van wel-stemmers. Hierdoor zou de conclusie getrokken kunnen worden dat de argumenten voor de stelling dat een lage opkomst problematisch is, de meest feitelijke zijn (J. van Ostaaijen, D. Jacobs MSc & S. van Zuydam, 2019). Uit het onderzoek, vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken, naar de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen jaar (2022) is gebleken dat een hoge opkomst wordt betwist als graadmeter van een goede democratie. Dit hangt af van de opvattingen over democratische legitimiteit, representatie en burgerschap (H. Vollaard, L. de Blok, J. den Ridder, G. Jansen, 2022). 7.4 Conclusie Er zijn verschillende opvattingen over de gevolgen van een opkomst.

Veel onderzoeken en opvattingen zijn tegenstrijdig, zo geeft het ene onderzoek aan dat een lage opkomst wel degelijk problematisch is, terwijl het andere onderzoek aangeeft dat er vrijwel geen tot nauwelijks gevolgen zitten aan een lage opkomst. Hier zal dus meer onderzoek naar moeten worden gedaan.

19

Tussentijdse conclusie Opkomstbevorderende maatregelen zijn er in allerlei vormen en maten. Vaak moeten gemeenten keuzes maken tussen de maatregelen wegens financiële omstandigheden of de uitvoerbaarheid. Deze opkomstbevorderende maatregelen zijn te splitsen in digitale maatregelen en fysieke maatregelen. In totaal zijn er zo’n 170 factoren die mensen kunnen beïnvloeden om te gaan stemmen of niet en daarmee ook de effectiviteit van zo’n maatregel aantasten. Deze factoren zijn, naast dat ze niet allemaal evenveel relevantie hebben voor de gemeente Oosterhout en haar inwoners, ook nog gefilterd op voorkeur voor het soort onderzoek. In hoofdstuk 1 is al benoemd dat er gebruik gemaakt is van een theorie, deze theorie luidt als volgt: “hoe meer iemand maatschappelijk betrokken is, hoe groter de kans dat hij/zij gaat stemmen”. Kijkend naar deze theorie en gesprekken met betrokken ambtenaren, zijn de volgende factoren gekozen voor de gemeente Oosterhout om te onderzoeken: - Leeftijd; Het is interessant om te onderzoeken of leeftijd invloed heeft op de maatschappelijke betrokkenheid en indirect dus ook op het stemmen. Mocht leeftijd een bewezen invloed hebben in de gemeente Oosterhout, dan kan zij verschillende maatregelen op leeftijdsgroepen inzetten.

- Tevredenheid gemeente; De gedachte hierbij is hoe meer iemand op zijn/haar plekje binnen de gemeente zit, hoe eerder deze persoon ook betrokken is/wordt in de maatschappij. - Vertrouwen in de gemeente; Als er geen vertrouwen is, zal men zich ook minder snel in zetten voor de maatschappij. - Vertrouwen in de politiek; Als er geen vertrouwen is, zal men zich ook minder snel in zetten voor de maatschappij. - Mate maatschappelijke betrokkenheid; In welke mate is iemand maatschappelijk betrokken (theorie). - Binding gemeente. Als de binding met de gemeente laag is, is de gedachte dat men ook niet maatschappelijk zal participeren.

20

8. Welke opkomstbevorderende maatregelen zijn er in Oosterhout getroffen? 8.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt er ingegaan op de vraag welke opkomstbevorderende maatregelen in Oosterhout zijn getroffen. Hierbij wordt er, zoals eerder in het theoretische gedeelte, onderscheid gemaakt tussen digitale- en fysieke maatregelen, wordt er gekeken naar welke middelen er nodig zijn geweest om de maatregelen te kunnen treffen en zullen de uitvoerders omschreven worden. 8.2 Opkomstbevorderende maatregelen De volgende maatregelen zijn in Oosterhout getroffen om de opkomst zoveel mogelijk te bevorderen (persoonlijke communicatie, 2022): Digitale maatregelen - In Oosterhout is er gebruik gemaakt van een online stemhulp, specifiek hierbij is er gekozen voor de stemhulp ‘Kieskompas’. Hier is voor gekozen wegens positieve ervaringen en het financiële plaatje. -

Er zijn verschillende uitzendingen geweest van bijvoorbeeld het verkiezingsdebat op ORTS.

-

Er zijn verschillende nieuwsartikelen geplaatst op Oosterhoutnieuws en ORTS

Fysieke maatregelen - Er is een verkiezingskrant gemaakt met daarin alle feitjes en weetjes over de verkiezingen - Er heeft een verkiezingsmarkt plaatsgevonden op een zaterdag waarbij alle partijen een eigen kraampje hadden. - Verschillende flyers zijn geprint, over het stemmen. - Een brief van de burgemeester is bij de stempas gestopt. - Middels JONG is het Kinderstembureau georganiseerd, dit is een concept om kinderen kennis te laten maken met het stemmen. -

Een pub quiz over de verkiezingen werd een thuisquiz door corona.

-

Eigen campagne van de partijen, vanuit de griffie zijn er destijds verschillende regels gegeven waar partijen zich tijdens de campagne voering aan moesten houden (zie bijlage 1).

8.3 Middelen Ook in Oosterhout is geld een middel wat hard nodig is om verschillende maatregelen te kunnen realiseren. Zo gaven E. Kaarsemaker (de griffier) en K. van Laviere (de teamleider van de afdeling communicatie) beide aan, dat bepaalde maatregelen, die vooraf bedacht waren, uiteindelijk niet haalbaar bleken met het vrijgemaakte budget (persoonlijke communicatie, 2022). De overwegingen, welke maatregelen wel getroffen worden en welke niet, zijn door beiden gemaakt op basis van eerdere ervaringen, afstemming met fractievoorzitters, financiële overwegingen en de persoonlijke voorkeur (persoonlijke communicatie, 2022). De afdeling Verkiezingen (een tak van de afdeling Burgerzaken binnen de gemeente Oosterhout) hebben het ontvangen budget voor de verkiezingen, wat is vastgesteld door de raad zelf, verdeeld onder de verschillende afdelingen. In totaal was €135.000 gereserveerd voor de gemeenteraadsverkiezingen 2022, hiervan was €35.000 voor de opkomstbevordering bestemd en €100.000 voor de vaste lasten (persoonlijke communicatie, 2022).

21

8.4 Uitvoerders De gemeente Oosterhout beschikt over een afdeling Verkiezingen. Zij houden zich bezig met alle verkiezingen, ook de gemeenteraadsverkiezingen. Zij verdelen het beschikbare geld, organiseren de verkiezingen en hebben het contact met andere gemeenten en Den Haag over de verkiezingen. Verder hebben zich verschillende afdelingen ingezet tijdens de voorbereidingen op de gemeenteraadsverkiezingen. De afdeling communicatie organiseerde alle opkomstbevorderende maatregelen, waar geen politiek randje aan zat (denk bijvoorbeeld aan de verkiezingskrant en de flyers over het stemmen). De griffie organiseerde alle opkomstbevorderende maatregelen waar de politiek en de raad bij betrokken was. De afdeling Burgerzaken (met de tak Verkiezingen) organiseerde alles omtrent de verkiezingen wat altijd geregeld moet worden, zoals tactische locaties van de stembureaus of campagneborden, het bestellen van rode potloodjes en het versturen van de stempas. Verder hebben andere ambtenaren op de achtergrond ook meegeholpen, bijvoorbeeld de burgemeester die een brief heeft geschreven voor bij de stempas (persoonlijke communicatie, 2022). 8.5 Conclusie In Oosterhout worden geen hele speciale dingen gedaan omtrent de opkomstbevordering voor de verkiezingen. Dit komt mede door het beschikbare budget waardoor keuzes moeten worden gemaakt.

De gemeente heeft wel een grote capaciteit aan medewerkers die aan de verkiezingen en maatregelen werken.

22

9. Wat was de opkomst in Oosterhout, welke trends zijn waarneembaar? 9.1 Inleiding In het theoretische hoofdstuk is al naar voren gekomen wat er verstaan wordt onder een opkomstpercentage. In dit hoofdstuk gaan we daarom slechts in op wat het opkomstpercentage in Oosterhout was, waar de opkomst het hoogste en laagste was en welke trends in Oosterhout zichtbaar zijn. 9.2 Opkomst Oosterhout Het opkomstpercentage in de gemeente Oosterhout bedraagt 45,4%. In 2018 was dit percentage, bij de gemeenteraadsverkiezingen, nog 49,1%. Er is dus een dalend opkomstpercentage (allecijfers.nl, 2022). De opkomst is per stembureau in Oosterhout berekend (zie bijlage 2). Opvallend hierbij is dat er van alle stembureaus gebruik gemaakt wordt en er dus geen een wijk is waar helemaal niet gestemd wordt. Het stembureau sporthal Markkant had de meeste stemmers met een aantal van 1748, voetbalclub VVO had de minste stemmers (99). 9.3 Trends In Oosterhout zijn een aantal trends omtrent het stemmen. Niet anders dan de rest van Nederland is ook in Oosterhout een dalend opkomstpercentage, men komt dus steeds minder vaak stemmen. Ook de redenen waarom mensen niet of juist wel komen stemmen, komen vaak op dezelfde redenen neer (bijlage 3). Tijdens de gesprekken met verschillende inwoners wordt er vaak naar de volgende redenen gewezen om niet te komen stemmen (bijlage 3): Staafdiagram 9.3.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=63919996-223f-42d6-ae48-518dc3f99d01