Bijlage raadsvoorstel BI.0150075 [NRD N629 en Westerlaan].pdf
Tekst van het document
30\58
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629AZVesterlaan
— ~ ~
j "FGBÍ I
tl
;
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
D. De manier waarop het Wilhelminakanaal wordt overgestoken: nieuw kunstwerk, gebruik maken huidige kunstwerk. E. De locatie waar het Wilhelminakanaal wordt overgestoken bij een nieuwe brug. F. De locatie('s) van aansluiting(en) van de N629 op het lokale wegennet. De v i e r te o n d e r z o e k e n a l t e r n a t i e v e n De ingrediënten zijn gecombineerd tot een viertal alternatieven. Het betreft: 1.
Parallel Noord.
2.
Parallel Noord - 't Blik.
3.
Bundeling Noord.
4.
Bundeling Zuid.
Met deze alternatieven wordt voortgebouwd op alternatieven die in het verleden al onderzocht zijn. De onderstaande tabel geeft een overzicht. Tabel 4-1: overzicht alternatieven vorige fases en NRD fase Alternatief e e r d e r e f a s e p l a n s t u d i e
Alternatief N R D
Nulplus-alternatief
Vervallen (zie tekstkader 4)
Parallelalternatief
Alternatief 1: Parallel Noord Alternatief 2: Parallel Noord - 't Blik
Omleidingalternatief
Alternatief 3: Bundeling Noord Alternatief 4: Bundeling Zuid
K a d e r 5) N u l p l u s a l t e r n a t i e f v e r v a l t w a n t is n i e t r e a l i s t i s c h Een Nulplus-alternatief gaat uit van het opwaarderen/verbreden van de bestaande infrastructuur zonder nieuwe trace's te realiseren. Het opwaarderen/verbeteren van het bestaande tracé Heistraat - Ekelstraat betekent echter dat er veel g e b o u w e n , die nu dicht bij de w e g staan, zouden moeten worden geamoveerd o m ruimte te m a k e n voor het bredere wegprofiel met 2*2 rijstroken en de daarnaast gelegen parallelwegen. Een dergelijke ingreep heeft onevenredig grote effecten. Een Nulplus-alternatief is daarom geen realistisch alternatief. Er wordt daarom in het projectMER geen Nulplus-alternatief onderzocht. Dit betekent tevens dat bij alle alternatieven wordt uitgegaan van een nieuw, zuidelijk gelegen, tracé tussen de aansluiting met de Provincialeweg (cq. Ter Horst) tot en met in ieder geval de nieuw te realiseren aansluiting op Everdenberg-Oost (zie figuur 4-2). De effectbeschrijving van de vier alternatieven wordt zoveel mogelijk modulair o p g e b o u w d zodat niet alleen informatie over het hele alternatief beschikbaar is, maar ook informatie over
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629ZWesterlaan
31\58
Kenmerk N001-1223426F EE-cri-V01
onderdelen van het alternatief. Daardoor kunnen in een later stadium kansrijke onderdelen van alternatieven met elkaar gecombineerd worden. H et voorkeursalternatief, dat op basis van het projectMER wordt gekozen, kan dus bestaan uit een combinatie van de bovenstaande vier alternatieven. De keuze voor één van de vier alternatieven als voorkeursalternatief is natuurlijk ook mogelijk. i
a MI.
M i is .'ü-ĩ*
I
ĩ ,
Ūū-ste rhc-u I • 11
î
-
-
V.-V -
I
.•I SM
BW
I
Donnen
4:1
r
V;-ij'" - r: - -:l AJremarJŵf 2: Parallel Noord - 1 B * AltórosifcffcBuntWinaZiild EHS
-
••o
Figuur 4-2: Indicatieve ligging van de altematleven9
Uitgangspunten nadere uitwerking alternatieven Bij alle alternatieven
2x2 rijstroken
op d e N629 tussen d e Provincialeweg
en
Ever d enberg
Oost Uit de verkeersberekeningen blijkt dat er in 2030 tussen de 21.000 en 23.500 motorvoertuigen per etmaal gebruik maken van de huidige N629 tussen de Provincialeweg en de Berkenstraat. Dit aantal is zodanig hoog dat er sprake is v a n een l/C verhouding van meer dan 0,8. Dat wil zeggen dat er een matige tot slechte doorstroming is op dit wegvak. De alternatieven moeten daar een oplossing voor bieden. In principe wordt bij deze intensiteiten en l/C verhouding gedacht aan 2*2 rijstroken. Daarom wordt in alle alternatieven vooralsnog uitgegaan van 2*2 rijstroken tussen de Provincialeweg
' B i j planuitwerking ten behoeve van het M E R kan de ligging nog wijzigen.
32\58
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629«Vesterlaan
TŤGBI I ff Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
en Everdenberg Oost zodat de relatief hoge intensiteiten hier goed kunnen worden afgewikkeld. De capaciteit het wegvak is echter niet altijd bepalend voor de doorstroming. De verkeersafwikkeling bij kruisingen is daarin van grote invloed. De doorstroming op het wegvak tussen Provincialeweg en Everdenberg Oost wordt daarom in s a m e n h a n g met inrichting van de kruisingen onderzocht. Uit de verkeersanalyses kan blijken dat bij 1*2 rijstroken (in combinatie met een vlotte afwikkeling bij kruisingen) ook een goede doorstroming wordt bereikt. Als dit ook een toekomstvaste oplossing is houden we de mogelijkheid open dit wegvak te wijzigen in 1*2 rijstroken. Vanaf Everdenberg
Oost verschilt het aantal rijstroken
per
alternatief
Vanaf de aansluiting Everdenberg Oost hebben de alternatieven Parallel Noord en Parallel Noord - 't Blik (die deels het huidige tracé van de N629 volgen) 2*2 rijstroken tot Dongen (tot de Westerlaan bij Parallel Noord of afslag 't Blik bij Parallel Noord - 't Blik). Hiervoor geldt dezelfde opmerking ten aanzien van toekomstvaste oplossing als het voorgaande wegvak. De alternatieven Bundeling Zuid en Bundeling Noord hebben 1*2 rijstrook tussen Everdenberg Oost en de aansluiting op de Westerlaan I Duiventorenbaan. In deze alternatieven blijft het tevens mogelijk om vanuit Dongen via de huidige N 6 2 9 (1*2) de aansluiting Everdenberg Oost te bereiken. In de bundelingsalternatieven wordt het verkeer dus verdeeld over het nieuwe tracé (doorgaand verkeer) en het bestaande tracé (bestemmingsverkeer Dongen). Daarom is er voor gekozen om in deze alternatieven van 1*2 uit te gaan vanaf Everdenberg Oost. Uitgangspunten
nadere uitwerking
alternatieven
Bij de uitwerking van de vier alternatieven in deze planstudie gelden de volgende uitgangspunten: »
de alternatieven worden op maaiveld uitgevoerd (met uitzondering van de brug over het kanaal);
»
het uitgangspunt is dat de aansluitingen gelijkvloers worden uitgevoerd.
«
het provinciale deel van de verbinding wordt uitgevoerd met een snelheid van 80 km/uur.
»
voor de Westerlaan (onder beheer van de g e m e e n t e Dongen) wordt uitgegaan van 1x2 rijstroken. Alle alternatieven gaan daarom voor de Westerlaan uit van 1x2 r i j s t r o k e n
10
(50
km/uur). In het alternatief Parallel Noord - 't Blik wordt de Westerlaan 'geknipt' tussen de Rijnstraat en de brug over het kanaal. Zie verder paragraaf 4.4, *
het scheiden van verkeersstromen. Voor de N 6 2 9 worden tussen het begin- en eindpunt twee aansluitingen gerealiseerd. De eerste aansluiting is gelegen tussen Everdenberg-
10
Op de Wcsterlaan is er in 2030 sprake van een verkeersintensiteit van circa 16.000 voertuigen per etmaal en daarbij volstaat 1x2 rijstroken voor een goede doorstroming.
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629ZWesterlaan
33\58
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
oost en de N629. De tweede aansluiting is gelegen bij de Hoogstraat of de Provincialeweg (Ter Horst). Tijdens de m.e.r. procedure wordt op basis van een verkeerskundige analyse onderzocht welke van deze twee opties de voorkeur heeft «
1 1
.
er wordt verondersteld dat er 'grondwaterneutraaľ g e b o u w d wordt. Dat betekent dat de oorspronkelijke grondwaterstanden (inclusief natuurlijke fluctuaties) gehandhaafd kunnen blijven.
»
landbouwverkeer kan gebruik maken van de trace's met 50 km/uur en van de parallelwegen. Landbouwverkeer kan dus geen gebruik m a k e n van de 80 km/uur trace's. Landbouwpercelen blijven toegankelijk, zo nodig via aanvullende maatregelen. In het projectMER wordt een nadere toelichting o p g e n o m e n van de manier van ontsluiting van landbouwverkeer.
»
de huidige doorgaande fietsroutes blijven in stand. Als er wordt gekozen voor een aansluiting van de N629 op de Provincialeweg dan wordt er een fietstunnel aangelegd in de Hoogstraat op de plek waar de N629 de Hoogstraat kruist. Voor gemotoriseerd verkeer van en naar de Hoogstraat wordt in dat geval een parallelweg aangelegd tussen de Hoogstraat en de Provincialeweg. In het projectMER wordt een nadere toelichting o p g e n o m e n van de routes voor al het langzame verkeer.
In de volgende paragrafen worden de alternatieven nader toegelicht.
'' De overwegingen worden in het M E R opgenomen.
34\58
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629ZWesterlaan
TTCTBH'ff •Si Kenmerk N001-1223426F EE-cri-V01
4.3
Alternatief 1: Parallel N o o r d
1.-
Ká
kW
a
38 v.
r
Oosierhout
1 Wĩíi
WA
Wê*.
Dongen
I Ī3
V-
I
I
M i
kV
30
Indicatieve aansturbrt] EvuriJurtwir,] Ctosl O Uitwisseling X Ge. mogelijk mal N62S Alemabai I: Paroiel Noord EHS
N
Figuur 4-3: tracé alternatief Parallel-Noord
Alternatief Parallel Noord gaat uit van het gebruik van een deel van het huidige tracé. Daarnaast wordt op één plek een 'bypass' aangelegd. H et gaat daarbij om een nieuw tracé vanaf de kruising N629 - Provinciale w e g . Vanaf daar wordt een nieuw tracé parallel (ten zuiden) aan de huidige Ekelstraat/H eistraat aangelegd. Dit tracé takt tussen de kruising met de Berkenstraat en Groenstraat a a n op de huidige H eistraat. In de voorgaande studies is dit stuk 'Parallel Noord' g e n o e m d omdat het ten noorden van de begraafplaats op de H eistraat aansluit. H et doel van deze bypass is om de doorstroming te bevorderen en het doorgaande verkeer te scheiden van het verkeer van en naar de aan de Ekelstraat/H eistraat gelegen woningen en bedrijven. H et oude tracé dat parallel aan de bypass ligt blijft in huidige vorm bestaan en dient dus enkel nog als ontsluiting v a n de a a n de Ekelstraat en H eistraat gelegen woningen en bedrijven. H et kan niet meer gebruikt worden door doorgaand verkeer. Vanaf de aansluiting van 'Parallel Noord' op de H eistraat wordt het huidige tracé gevolgd tot aan de rotonde met de Westerlaan/Middellaan. Daarbij wordt de N629 (tracé tussen de Provincialeweg en rotonde Westerlaan/Middellaan) uitgevoerd met 2*2 rijstroken met parallelwegen voor de ontsluiting v a n de aanliggende woningen en bedrijven. O p de
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629AWesterlaan
35\58
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
Westerlaan is sprake van een lagere verkeersintensiteit en wordt daarom uitgegaan van het huidige wegprofiel met 1*2 rijstroken. Tabel 4-2: Samenvattende tabel Parallel Noord
Beschrijving
Aansluitingen van de N629
»
Nieuw tracé vanaf de Provincialeweg tot
Tussen begin en eindpunt komen op
noordkant begraafplaats (2*2 rijstroken met 80
de N629 aansluitingen bij:
km/uur)
1) De Provincialeweg of de
»
» »
Gebruik huidige tracé langs begraafplaats tot aan
Hoogstraat
de rotonde met de Westerlaan/Middellaan (2*2
2) Everdenberg-Oost 1 Heistraat
rijstroken met 80 km/uur)
3) Middellaan
Gebruik huidig tracé Westerlaan (1 *2 rijstroken met 50 km/uur) en huidige brug over het kanaal.
Alle overige wegen die op de huidige
Gehele tracé op maaiveld (met uitzondering van de
N629 aansluiten worden via (aan te
brug over het kanaal).
leggen) parallelwegen geleid. De huidige N629 faciliteert geen doorgaand verkeer, dat maakt gebruik van de nieuwe verbinding.
36\58
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629Westerlaan
I ÌTGÍ ITGBH ì
V
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
4.4
A l t e r n a t i e f 2: Parallel N o o r d - 't Blik
h
mm
—
—
5B.--MÍ!
íiŝMiťiîįļi'
i )
—-:
If
ft
i ft
m
II--;
ÛC-įţOi-OLil
t Hê
m m
L'ltfl •' 7
ff
*sá l-W Tri
i.'
an
•V,/!
Pongn-n
•ūHí
f f f M íidiewheve aansluiting Everdenberg Oosl UttWtsüefcriQ mal N82B X
Geeri Ľilwrwellng meer mogelļk mei M629 \ M n ' ļ ' ľ FJ,Vjt«iHoort - T B I. F lį
İ
Figuur 4-4 Alternatief Parallel-Noord - 't Blik
Alternatief Parallel Noord - 't Blik gaat, ten opzichte van Parallel Noord, uit v a n een extra 'bypass' bij 't Blik. Deze bypass start ongeveer halverwege de kruising met de G roenstraat en de rotonde met de Westerlaan/Middellaan. Vervolgens wordt een nieuw tracé parallel (ten westen) aan de Westerlaan aangelegd tot aan de bestaande brug over het kanaal. De exacte ligging wordt in de planstudie nader uitgewerkt. De ligging van het alternatief ten opzichte van E H S gebied "t Blik', de begraafplaats, de Uzertijdboerderij, het Tenniscomplex en de Hondenschool komt daarbij aan de orde. Uitgangspunt voor het alternatief Parallel Noord - 't Blik is dat de bypass ten noorden van het kanaal aantakt op de bestaande brug. In de planstudie wordt dit nader uitgewerkt en wordt bekeken of dit inderdaad (technisch) mogelijk is. De huidige Westerlaan functioneert in dit alternatief enkel nog als ontsluitingweg voor o.a. de Uzerboerderij, de omgeving Doelstraat en Dongen W e s t (OV verbinding via Rijnstraat). De
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629ZWesterlaan
37\58
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
Westerlaan wordt 'geknipt' nabij de brug over het kanaal en is dan dus alleen toegankelijk vanuit de noordelijke richting. Dit biedt voor Dongen de mogelijkheid de Westerlaan af te waarderen. Daarnaast zijn er mogelijkheden de barriėrewerking van de Westerlaan op te heffen en kansen om het gebied opnieuw in te richten. Tabel 4-3: Samenvattende tabel alternatief Parallel Noord - 't Blik
Beschrijving
Aansluitingen van de N629
»
Nieuw tracé vanaf de Provincialeweg tot
Tussen begin en eindpunt komen
noordkant begraafplaats (2*2 rijstroken met 80
aansluitingen bij:
» »
km/uur)
1) De Provincialeweg of de Hoogstraat
G ebruik huidige tracé langs begraafplaats (2*2
2) Everdenberg-Oost 1 Heistraat
rijstroken met 80 km/uur)
3) De aansluiting 't Blik - Heistraat
Nieuw tracé 't Blik parallel aan de Westerlaan
Alle overige wegen die op de huidige N629
tot de brug over het kanaal (1*2 rijstroken met
aansluiten worden via (aan te leggen)
12
als uitgangspunt 80 km/uur )
parallelwegen geleid. De huidige N629
«
G ebruik huidige brug over het kanaal
faciliteert geen doorgaand verkeer, dat maakt
»
De Westerlaan wordt geblokkeerd voor
gebruik van de nieuwe verbinding.
»
G ehele tracé op maaiveld (met uitzondering
doorgaand wegverkeer (knip bij brug) van de brug over het kanaal)
12
Voor dit deel van het tracé wordt nadrukkelijk de mogelijkheid opengehouden het uit te voeren als 50 km/uur weg als dit vanuit inpassing en inrichting van de weg een goede oplossing blijkt.
38\58
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629ZWesterlaan
Uïŕ-
'
fife?*** 1
ft
ica,
Ţ V v v
J FGBH |
J
V
Kenmerk N001-1223426F EE-cri-V01
4.5
A l t e r n a t i e f 3: B u n d e l i n g N o o r d
—
—
m
í
t
i*tfţ
*r C'C'Ur-II
I
1
GÕÏ
*~
I'M;
iýt
OoSlC'hrjllţ
EĒ3 l'r .v -
i: -'
«ra
Éi LJ . I,,,., TT
Dongen
Mr v
52
1«
••i mwBfļtĖt H * M n | Ev*lÖ*r-bcrű Oo*l O UKwŕ3*êBng rrr»l N829 • t-ìt'-A -.cl NCW Wtomaltoi 3: Bundftlina Noord EHS
250
750 N
Figuur 4-5: tracé Bundeling Noord
Het alternatief 'Bundeling Noord' is een volledig nieuw tracé. Vanaf de kruising met de 'Provincialeweg' naar Oosteind volgt het tracé dezelfde route als 'Parallel Noord'. Het tracé buigt vervolgens niet af richting Heistraat maar richting het kanaal. Het nieuwe tracé ligt strak tegen het nieuwe bedrijventerrein Everdenberg-Oost a a n . Het tracé loopt vervolgens parallel en zo dicht mogelijk aan het kanaal (noordzijde) richting D o n g e n . Ten westen v a n Dongen wordt het kanaal met een nieuw kunstwerk over gestoken. Het tracé takt vervolgens aan op de huidige kruising van de Duiventorenbaan en de Steenstraat. Het huidige tracé via de Ekelstraat, Heistraat en Westerlaan blijft bestaan maar dient enkel als lokale ontsluiting van aanliggende w o n i n g e n , woonwijken en bedrijven.
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629ZWesterlaan
39\58
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
Tabel 4-4: Samenvattende tabel Bundeling Noord Beschrijving
Aansluitingen v a n de N629
»
Nieuw 80 km/uur tracé tussen de Provincialeweg
Tussen begin en eindpunt komen op
(Oosteind) en kruising Duiventorenbaan 1
de N629 aansluitingen bij:
«
Steenstraat (Dongen). Tussen de Provincialeweg
1) De Provincialeweg of de
en aansluiting Everdenberg-Oost 2*2 rijstroken.
Hoogstraat
Elders 1*2 rijstroken.
2) Everdenberg-Oost 1 Heistraat
Ligging: zo dicht mogelijk langs de Everdenberg Oost
De Westerlaan blijft in dit alternatief
«
Parallel aan het kanaal (noordzijde)
zoals in de huidige situatie. De huidige
»
Nieuw kunstwerk over het kanaal
N629 tussen de aansluiting
»
Gehele tracé op maaiveld (met uitzondering van
Everdenberg Oost en de Westerlaan
de brug over het kanaal).
blijft bestaan voor het verkeer vanuit Dongen richting Oosterhout. Tussen de aansluiting Everdenberg Oost - en de Provincialeweg of Hoogstraat is de huidige N629 niet meer als doorgaande route te gebruiken.
40\5B
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629Westeriaan
ITGBH j Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
4.6
Alternatief 4: Bundeling Zuid
li li-T/rt.
r,
e
BP
TPs 1
3i
.
Oosipfhoul
s 1
«
i
-I
a
II I H
•
IJ
W i
« O U I 1vvfsMUngrrwlN62e X
Geen uitwrsselino tmti mogelijk mei N62ţ Alternatief 4: Btindeėrn ZuM dl.
Melera
w
Figuur 4-6: Tracé alternatief Bundeling Zuid
Het alternatief 'Bundeling Zuid' is een volledig nieuw tracé. Vanaf de kruising met de 'Provincialeweg' naar Oosteind volgt het tracé dezelfde route als 'Parallel Noord' zoals in het vorige alternatief beschreven. Het buigt vervolgens niet af richting de Heistraat maar richting het kanaal. Het nieuwe tracé ligt, anders dan Bundeling Noord, niet strak tegen het nieuwe bedrijventerrein Everdenberg-Oost aan maar passeert dat gebied oostelijker. Het kanaal wordt via een nieuw kunstwerk overgestoken. Vervolgens loopt het tracé parallel aan het kanaal (zuidkant) en sluit aan op de huidige kruising van de Duiventorenbaan en de Steenstraat. Het huidige tracé via de Ekelstraat, Heistraat en Westerlaan blijft bestaan maar dient enkel als lokale ontsluiting van aanliggende woningen, woonwijken en bedrijven.
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629rtiVesterlaan
41V58
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
Tabel 4-5: Samenvattende tabel alternatief Bundeling Zuid
Beschrijving
Aansluitingen van de N629
»
Nieuw 80 km/uur tracé tussen de Provincialeweg
Tussen begin en eindpunt komen op de
(Oosteind) en kruising Duiventorenbaan 1
N629 aansluitingen bij:
Steenstraat (Dongen). Tussen de Provincialeweg
1) De Provincialeweg of de Hoogstraat
en de aansluiting Everdenberg-Oost 2*2
2) De Everdenberg-Oost 1 Heistraat
rijstroken. Elders 1*2 rijstroken. »
Ligging: ten oosten van Everdenberg -Oost
De Westerlaan blijft in dit alternatief zoals
(parallel aan Brede Heistraat)
de huidige situatie. De huidige N629
»
Nieuw kunstwerk over het kanaal
tussen de aansluiting Everdenberg Oost
»
Parallel aan het kanaal (zuidzijde)
en de Westerlaan blijft bestaan voor het
Gehele tracé op maaiveld (met uitzondering van
verkeer vanuit Dongen richting
de brug over het kanaal).
Oosterhout. Tussen de aansluiting
»
Everdenberg Oost - en de Provincialeweg of Hoogstraat is de huidige N629 niet meer als doorgaande route te gebruiken.
42\58
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629ZWesterlaan
4*
V
İ7GBH }: s 1
- :
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
5
Beoordeling alternatieven
In het projectMER worden de in het voorgaande hoofdstuk beschreven alternatieven op hun oplossend vermogen, milieueffecten en kosten beoordeeld. In dit hoofdstuk zijn de thema's beschreven die in het kader van het projectMER worden onderzocht. Daarnaast is beschreven op welke wijze de effecten van de alternatieven worden beoordeeld (kwantitatief/kwalitatief). In het projectMER voor de N629,Westerlaan worden de alternatieven op de volgende thema's beoordeeld: »
Verkeer en vervoer;
»
W o o n - en leefmilieu (geluid, lucht en trillingen);
»
Bodem en water;
»
Natuur;
*
Landschap/cultuurhistorie/archeologie;
»
G rondgebruik;
»
Kosten.
Bij de beoordeling wordt beoordeeld of aan de geldende wettelijke normen (bijvoorbeeld voor lucht, geluid en natuur) wordt voldaan. Daarnaast wordt beoordeeld in hoeverre er als gevolg van de alternatieven een positief of negatief effect te verwachten is ten opzichte van de referentiesituatie. Die beoordeling wordt samengevat in een * / - score, zodat de alternatieven onderling te vergelijken zijn. Vigerend beleid (in hoeverre draagt het effect van het alternatief bij of wijkt het af van bestaand beleid) is de basis voor deze beoordeling. Hiervoor wordt de beoordelingsschaal zoals in tabel 6 w e e r g e g e v e n . In het projectMER wordt per aspect aangeven op welke manier deze scores toegekend zullen w o r d e n . De effectscores worden gebaseerd op de mate van toe- of afname van effecten van het voornemen (de alternatieven) ten opzichte van de referentiesituatie (huidige situatie inclusief de verwachte a u t o n o m e ontwikkeling). De effectbeoordeling vindt plaats op basis van de alternatieven, zonder het treffen van mitigerende maatregelen. W e l wordt, indien relevant, per thema aangegeven welke mitigerende maatregelen ingezet kunnen worden o m effecten te beperken en/of te v o o r k o m e n . Van deze mitigerende maatregelen wordt aangegeven tot welke wijziging in de effectbeoordeling dit kan leiden.
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N6297Westerlaan
43\58
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
Tabel 5-1: Beoordeling
Score
Beoordeling H Z e e r negatief effect Neçjatief effect Licht negatief effect
0
Nihil of neutraal effect Licht positief effect
i *
Positief effect ,J|ķeer positief effect
Er wordt bij de beoordeling niet enkel gekeken naar het plangebied (zoals weergegeven in figuur 1), waar relevant is de effectbeoordeling van de studie groter o m ook de effecten in de omgeving te beoordelen. De te onderzoeken thema's zijn zoveel mogelijk gelijk gehouden met eerdere onderzoeken in het kader van de N629 I Westerlaan (zie hoofdstuk 2 ) . Bij de beoordeling van de alternatieven in het projectMER wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van reeds beschikbare informatie uit deze onderzoeken. Daar waar dat niet kan omdat de gegevens bijvoorbeeld verouderd zijn, wordt nieuw onderzoek uitgevoerd. Zo zijn/worden de verkeersanalyses bijvoorbeeld opnieuw gedaan omdat er inmiddels een nieuw regionaal verkeersmodel beschikbaar is met als toekomstjaar 2030. 5.1
Verkeer en vervoer
Voor de bepaling van de effecten van de realisatie van de voorgenomen activiteit ten opzichte van de huidige situatie en autonome ontwikkeling, wordt gebruik gemaakt van een verkeersmodel. In dit geval het regionale verkeersmodel Hart van Brabant (zie kader). De alternatieven beïnvloeden de verkeersrelaties op zowel de Rijks- en provinciale w e g e n als het onderliggende (lokale) wegennet. In het projectMER wordt voor de alternatieven inzichtelijk gemaakt welke routes het verkeer zal n e m e n zowel op het hoofdwegennet als ook op het onderliggende wegennet (de verkeersstructuur). Daarnaast wordt voor de relevante w e g e n de restcapaciteit/verkeersafwikkeling (l/C-verhouding) beschreven, de oversteekbaarheid en de verkeersveiligheid. Veel van de beschouwde criteria worden kwantitatief bepaald met behulp van het verkeersmodel.
44\58
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629zWesterlaan
ÏÏGĨ ITGBH
a
S3
« .. ... -. ľ::
v
;
Kenmerk N001-1223426F EE-cri-V01
K a d e r 6) V e r k e e r s m o d e l r e g i o n a a l v e r k e e r s m o d e l H art v a n B r a b a n t Het verkeersmodel H art van Brabant is een multimodaal, simultaan geschat verkeersmodel. Dit betekent dat in het model rekening wordt g e h o u d e n met de eventuele verkeersaantrekkende werking van nieuwe infrastructuur. Bij de berekeningen wordt rekening gehouden m e t autonome ontwikkelingen. H et toekomstjaar van het model is 2 0 3 0 , dat wil zeggen dat de verkeersafwikkeling in dat jaar o n d e r b o u w d inzichtelijk is.
Voor verkeer en de verkeersgerelateerde onderzoeken (lucht, geluid) wordt 2030 als toekomstjaar gehanteerd. Tabel 5-2: Beoordelingscriteria verkeer en vervoer
Aspecten
Beoordelingscriteria
Effectbepaling
(Rest)capaciteit en
l/C-verhouding op wegvakken
Kyy^nţitEiţļef J^ļ/Ç ^J
verkeersafwikkeling
Functioneren kruispunten
Kwantitatief
1
(kruispuntvertraging/wachtrijvorming
Rijsnelheden
„Ķ- Ĵį ţLt?Jİ?L„
Reistiļden
Kwantitatief
Verhouding freeflow en
Kwantitatief
w
n
gecongesteerde rijsnelheid (yertragjnçļį Toekomşţvastheļd Verkeersstructuur I
H o e v
Herverdeling verkeer
"/ doorgaand verkeer
^ .Ķw^nţiìatįef
e
Ş Jheiįvrachtyerkeer^
Ķ^ÄQlíîŞJiÇĪilDJŞIlŞL^Ífíîi n
..ÄyyÄ î'MİŞÍ.(?y...
0
i
v
M9Sişi iķ!?®ds.Q-Q. -
Kyy^Jit?!'?!.
Ontsluiting wegen onderliggend
Kwalitatief
wegennet autoverkeer Ontsluiting wegen onderliggend
Kwalitatief
r
d n.?ţ Jān^ boyw.ïşiķ.® ş. . „ Ontsluiting wegen onderliggend
Kwalitatief
wegennet fietsverkeer Benutting infrastructuur I gebruik
Kwantitatief
wegen/sluipyerkeer ^ Bereikbaarheid landbouwpercęlęn^^^KwaJļtetjeJ ^ Oversteekbaarheid
Verbetering I verslechtering
K walitatief
o ve ŗsţe^k baar hei r į en ,b aŗrLÉ wŞíķjnā...
ra
) l/C staat voor de verhouding tussen de verkeersintensiteit en de Capaciteit van de weg
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629zWesterlaan
45\58
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
Aspecten
Beoordelingscriteria
Effectbepaling
huidige tracé (langzaam verkeer) Verkeersveiligheid
Kwantitatieve beoordeling m.b.v.
Duurzaam veilig
Risicocijfers * kwalitatieve beoordeling Aantal conflictpunten 5.2
Kwalitatief
W o o n - en leefmilieu
W o o n - en leefmilieu is een verzamelterm voor aspecten die samenhangen met de milieuhinder als gevolg van verkeer. Relevante onderzoeksaspecten zijn luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid, gezondheid en trillingen (zie tabel 8). Voor al deze thema's geldt dat allereerst wordt getoetst of aan de wettelijke normen voldaan kan worden. Luchtkwaliteit Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd met een wettelijk voorgeschreven model. Dit model berekent de luchtkwaliteit op grond van omgevingskenmerken (onder de aard van de bebouwing, de breedte en hoogte van de w e g , en de aanwezigheid van bomen) en de verkeersintensiteiten en de snelheid van het verkeer. In de berekeningen wordt rekening gehouden met de toekomstige afname van de emissie per voertuig (het schoner worden van de voertuigen). Twee belangrijke stoffen die de luchtkwaliteit van een locatie bepalen zijn stikstofdioxide ( N 0 2 ) en fijn stof (PM10 en P M , ) . Voor deze stoffen worden in het projectMER de effecten 2
5
inzichtelijk gemaakt. Er wordt getoetst op de normen uit de W e t milieubeheer ( W m , hoofdstuk 5, titel 5.2 W m , luchtkwaliteitseisen). Het gaat zowel om het effect op de luchtkwaliteit direct langs de alternatieven én om de effecten langs de bestaande w e g e n waar de verkeersintensiteit wijzigt en daardoor de luchtkwaliteit. Er wordt berekend hoeveel woningen en andere gevoelige bestemmingen er te maken krijgen met een t o e n a m e of afname van de concentratie P M
en N 0 van meer dan 1,2 u g / m . 3
1 0
1 4
2
Indien uit de berekende concentraties blijkt dat niet voldaan wordt aan de grenswaarden uit het Besluit luchtkwaliteit/NSL/Brabant Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (BSL),
M
) In het Besluit niet in betekenende mate (NIBM) en de daarop gebaseerde Regeling niet in betekenende mate
(luchtkwaliteitseisen) is geregeld welke projecten niet meer getoetst hoeven te worden. Projecten, die maximaal 3Vo van de grenswaarde ^ 1,2 ug/mS voor zowel N 0 als PM10) bijdragen aan de lokale luchtkwaliteit vallen onder de 2
definitie van NIBM en hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer.
46\58
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629ZWesterlaan
V
V
TGBH į s a Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
wordt gekeken welke mitigerende maatregelen getroffen kunnen worden om de overschrijding(en) weg te n e m e n . Geluid Bij het aspect geluidhinder wordt onderzocht waar en voor hoeveel geluidsgevoelige bestemmingen sprake is van een toename of afname van de geluidsbelasting van 1 d B of meer. Daarvoor wordt gekeken naar alle w e g e n waar sprake is van een afname van de verkeersintensiteiten van 20Vo of meer en van alle w e g e n waar sprake is van een toename 0
15
van de verkeersintensiteiten van 30 7o of m e e r ) . Daarnaast wordt voor de w e g e n met significante toe- of afnames onderzocht voor hoeveel geluidsgevoelige bestemmingen er sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde ten gevolge van de alternatieven. Deze normen volgen uit de Wet geluidhinder. Daarnaast kent de provincie Noord-Brabant het Actieplan geluid (2013), waarin een plandrempel voor de geluidsbelasting van 65 d B is gesteld. Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het o m de risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen. In het projectMER worden de gevolgen voor het persoonsgebonden risico en het groepsrisico berekend. Gezondheid Voor het bepalen van de effecten op de gezondheid wordt een Gezondheids Effect Screening (GES) uitgevoerd. Dit is een methodiek van de G G D waarbij de effecten op luchtkwaliteit, geluid en externe veiligheid in s a m e n h a n g worden beschouwd en gepresenteerd in kaartbeelden en tabellen. De klassegrenzen w o r d e n dusdanig gekozen dat (kleine) verschillen tussen alternatieven duidelijk naar voren k o m e n , zonder dat deze onevenredig worden uitvergroot. Ook in de toelichting zal hier aandacht aan besteed worden. Trillingen De mate waarop o m w o n e n d e n en omliggende bedrijven hinder kunnen ondervinden van trillingen wordt inzichtelijk gemaakt.
Voor trillingen van wegverkeer is geen wettelijk kader aanwezig zoals de W e t geluidhinder bij het aspect geluid. Daarom worden de effecten kwalitatief b e p a a l d .
16
Over het algemeen treden trillingen door wegverkeer op binnen 50
meter van de w e g . Als maatstaf o m de alternatieven onderling te vergelijken wordt per alternatief bepaald hoeveel trillingsgevoelige objecten (woningen, maatschappelijke voorzieningen, bedrijven) binnen de 50 meter contour zijn gelegen. 15
16
)Bij deze toe- c.q. afname is sprake van een verandering van de geluidbelasting van 1 dB of meer. ) De hinder ten gevolge van de zichtbaarheid van de weg maakt onderdeel uit van het thema landschap
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629iWesterlaan
47\58
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
Tabel 5-3: Beoordelingscriteria woon- en leefmilieu
Aspecten
Beoordelingscriteria
Effectbepaling
Luchtkwaliteit
Aantal locaties met (dreigende) overschrijdingen
Kwantitatief (aantal
grenswaarden etmaalwaarde PM10 en Pfvİ2,5
locaties)
Aantal woningen en gevoelige objecten met een toe- of Kwantitatief (aantal afname van de concentratie PM™ of NO2 met meer dan woningen/ objecten) 3
Jj2jjgM . Verandering in aantal woningen en gevoelige objecten
Kwantitatief (aantal
dat wordt blootgesteld aan een toe- of afname in het
woningen/ objecten)
aantal overschrijdingsdagen van de etmaalwaarde PM10 en PM2.S, de uurgemiddelde grenswaarde voor NO2 en de jaargemiddelde concentratie voor PM10, PM2,sen NO2
Geluid
Het aantal geluidsgevoelige bestemmingen waarvoor
Kwantitatief (aantal
sprake is van een toename van 1 dB of meer
geluidsgevoelige bestemmingenļ
Het aantal geluidsgevoelige bestemmingen waar de
Kwantitatief (aantal)
voorkeursgrenswaarde, de maximale ontheffingswaarde geluidsgevoelige of de 65 dB(A) waarde (provinciaal actieplan geluid)
Externe veiligheid
bestemmingen)
Aantal geluidsgevoelige bestemmingen binnen
Kwantitatief (aantal
bepaalde geluidsklassen (38-43, 43-48, 48-53, 53-58,
geluidsgevoelige
ŞjB-Şą.Şą-ŞŞenJĩŞSdB^
bestemmjngenļ^
Plaatsgebonden risico
Kwantitatief (aantal woningen en kwetsbare objecten binnen de 10 contour)
Groepsrisico
Kwantitatief (waarde in relatie tot oriënterende waarde)^
Gezondheid
Gezondheid
Kwantitatief (GESJĩisįhodjek)^
Hinder
Trillingshinder
Kwantitatief (aantal gevoelige objecten n n
bj. . e.Q 50m van cIe weg)
4B\58
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629Westerlaan
I
L ITG BH J;
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
5.3
B o d e m /ondergrond en water
In het projectMER zullen de effecten van de voorgenomen activiteit op de bodemkwaliteit en aardkundige waarden in kaart worden gebracht. Daarnaast wordt gekeken of, en in welke mate, bestaande verontreinigingen worden geraakt in het plangebied. Bij de beschrijving van de effecten op het aspect water wordt aandacht besteed aan de gevolgen van realisatie van de plannen voor zowel het grond- als oppervlaktewater, en de beïnvloeding van waterpeilen en waterstromingen. Het uitgangspunt is een grondwaterneutraal ontwerp (weg op maaiveld), effecten op de kwantiteit van het grondwater worden daarom kwalitatief beschouwd in plaats van middels een modellering. In het projectMER worden de effecten op g r o n d - en oppervlaktewater inzichtelijk gemaakt met speciale aandacht voor eventuele aanwezige kwelgebieden, de relatie met aanwezige breuk(en) en verstoring(en). Ook wordt in beeld gebracht hoeveel extra verhard oppervlak met de alternatieven wordt gerealiseerd, en wat dat betekent voor de mate van watercompensatie. Tabel 5-4: Beoordelingscriteria bodem/ondergrond en water
Aspecten
Beoordelingscriteria
Bodem/ondergrond en water Aardkundige waarden Grondwaterkwantiteit
Effectbepaling 2
Kwantitatief ( m doorsnijding) Kwalitatief (uitgangspunt is een grondwaterneutraal ontwerp
5.4
Bodem- en grondwaterkwaliteit
Kwalįtatief
Oppe rvl a kte waterkwa nti te it
.Kwajįtatjef ^
Opoe rylaiktewąterkwaI iţejţ
__ .Ķwajļtetief^
Ecologie
De nabijheid van (beschermde) natuurwaarden in de directe omgeving van de w e g , zoals de Ecologische Hoofdstructuur of Beschermde natuurwaarden, is een belangrijk aspect in de plan- en besluitvorming. Het wettelijk kader wordt gevoerd door de Natuurbeschermingwet, de Flora- en faunawet en provinciaal natuurbeleid zoals o p g e n o m e n in de Structuurvisie en Ruimtelijke verordening (beide 2014). In het projectMER worden de effecten van de verschillende alternatieven op gebieden e n soorten onderzocht.
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629ZWesterlaan
49\58
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
Beschermde gebieden Op enige afstand van het plangebied liggen diverse Natura2000-gebieden zoals de 'Loonse en Drunense Duinen fc» Leemkuilen'. De effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de omliggende Natura 2000-gebieden worden in het projectMER onderzocht. Omdat nog niet duidelijk is of er sprake is van significante negatieve effecten op instandhoudingdoelstellingen van Natura 2000-gebieden, wordt in eerste instantie een voortoets opgesteld. Indien hieruit volgt dat effecten niet zijn uit te sluiten, zal een passende beoordeling opgesteld w o r d e n . In het zoekgebied en de omgeving daarvan zijn ook gebieden aanwezig die behoren tot de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het betreft voornamelijk bosgebieden en ecologische verbindingszones (EVZ). De effecten op en doorsnijding van de EHS worden in het projectMER onderzocht. Voor doorsnijding van EHS geldt hiervoor het 'nee, tenzij principe'. Dat wil zeggen dat alternatieven het EHS niet mogen doorsnijden tenzij er redenen zijn die het belang hiervan overstijgen én er geen alternatieven beschikbaar zijn die dat belang dienen. In het projectMER wordt dit nader onderzocht. Voor de EHS, Ecologische Verbindingszones (EVZ) en de Groen Blauwe Mantel geldt vanuit de provincie een ' n e e , tenzij beleid'.
Dit beleid betekent dat een nieuw project, dat de natuur significant aantast, niet wordt toegestaan, tenzij het een groot openbaar belang dient én er geen alternatieven zijn buiten de natuur. In dat geval dient de compensatie geborgd te zijn. Deze werkwijze is ook opgenomen in het gemeentelijk beleid van Dongen en Oosterhout. Beschermde soorten In de m.e.r.-procedure worden de verstorende effecten op (door de Flora- en faunawet) beschermde soorten bepaald. Hierbij wordt kwalitatief ingegaan op de effecten op de flora en fauna als gevolg van het ruimtebeslag van de nieuwe verbinding. In 2014 heeft er een inventarisatie plaats gevonden van de flora en fauna in het zoekgebied. Deze zal als basis worden gebruikt.
50\58
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629ZWesterlaan
.Ij—
ft
Ř ÍTG BH Ï 'iv.
••V
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
Tabel 5-5: Beoordelingscriteria ecologie
Aspecten
Beoordelingscriteria
Effectbepaling
Natuur
Natura2000 (aantasting)
Kwalitatief en kwantitatief (stikstof depositie (indien relevant^en^elujdsbejastįngj^^
EHS (oppervlakteverlies, verstoring en Kwalitatief en kwantitatief versnippering) Ecologische verbindingszones
Kwalitatief en kwantitatief
(oppervlakteverlies, verstoring en versnippering) . JLÇsçţ oŗj jşoorten 5.5
^ .Ķwajļţatjef^
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
Landschap Het huidige landschap is het resultaat van natuurlijke processen en menselijk handelen. Het effect van de beoogde ontwikkeling op de landschappelijke identiteit (huidig en toekomstige identiteit) van de omgeving (en de verschillende landschapselementen daarin) en de consequenties daarvan met het oog op bestaande landschappelijke structuren worden in het projectMER kwalitatief beschreven op twee verschillende landschappelijke schaalniveaus (regionaal en lokaal). Daarbij worden de landschappelijke waarden uit de verschillende beleidsdocumenten van gemeenten en provincie als referentiekader gehanteerd. Cultuurhistorie Het effect van de v o o r g e n o m e n activiteit op de historische geografisch waardevolle objecten, patronen en structuren wordt kwalitatief beschreven in het projectMER. Dit geldt ook voor de effecten van de activiteiten op eventuele bouwhistorisch waardevolle objecten, die in verschillende beleidsdocumenten vastliggen. Indien aantasting van cultuurhistorische waarden blijkt, zal in het projectMER aangegeven worden op welke wijze passende compensatie kan plaatsvinden. Archeologie De verstorende effecten v a n de voorgenomen ontwikkeling op de archeologische waarden worden op basis van de reeds uitgevoerde archeologische studies in beeld gebracht. Ook zijn deze waarden o p g e n o m e n in de vigerende bestemmingsplannen en gemeentelijk beleidskaders.
In het projectMER worden de effecten op zowel bekende als te verwachten archeologische waarden kwantitatief in beeld gebracht.
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N62!»7Westerlaan
5H58
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
Tabel 5-6: Beoordelingscriteria landschap, cultuurhistorie en recreatie
Aspecten
Beoordelingscriteria
Landschap
Aantasting waardevolle landschap structuren, patronen en K walitatief
Effectbepaling
elementen Visueel landschappelijke effecten
Kwalitatief
Cultuurhistorie
Aantasting cultuurhistorische waarden
Kwalitatief
Archeologie
Aantasting archeologische waarden
Kwantitatief
5.6
Grondgebruik
Het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling heeft invloed op het grondgebruik. Hierbij gaat speciaal aandacht uit naar de mate waarin alternatieven bestaande bebouwing (woningen, bedrijven, overig) raken, landbouwpercelen doorsnijden en recreatiegebieden en/of recreatieve structuren doorsnijden. Tabel 5-7: Beoordelingscriteria grondgebruik Aspecten
Beoordelingscriteria
Effectbepaling
Bebouwing
Verlies woonfunctie
Kwantitatief, aantal m
2
Verlies bedrijfsgebouwen
Kwantitatief, aantal m
2
Oppervlakte verlies landbouwpercelen *
Kwantitatief (aantal m
2)
mate versnipperingpercelen
kwalitatief
Verlies recreatieterreinen
Kwantitatief, aantal m
Aantasting recreatieve routes
Kwalitatief
Doorsnįjding hoofdnet kabels en leidingen
Kwalitatief
Landbouw
Recreatie
Kabels en leidingen 5.7
*
2
K osten
Voor alle alternatieven en varianten worden in het projectMER de investeringkosten en levensduurkosten (LCC) berekend en inzichtelijk gemaakt middels de standaardsystematiek voor kostenramingen (SSK 2010). Tabel 5-8: K osten
Aspect Kosten
Inzichtelijk maken van; Investeringskosten (Euro) Levensduurkosten (Euro)
52\58
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629ZWesterlaan
v
tam
ţ,
v
|TTC3BH| Kenmerk N001-1223426FEE-cr -V01
6
Te volgen procedure
Dit hoofdstuk beschrijft hoe de m.e.r.-procedure verder gaat en hoe de koppeling tussen m.e.r. en ruimtelijke planvorming wordt vormgegeven. Publicatie Notitie Reikwijdte en Detailniveau De provincie Noord-Brabant verzorgt de publicatie van de Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD). De publicatie van dit document is onder andere bedoeld o m de gemeenteraden, burgers, belangengroepen, wettelijke adviseurs en de Commissie voor de m.e.r. te informeren over de start van de m.e.r. en hun reactie op de NRD te vragen. Het raadplegen van de Commissie voor de m.e.r. is in deze m.e.r.-procedure niet verplicht, maar is op vrijwillige basis mogelijk. In deze m.e.r.-procedure wordt de Commissie door de provincie Noord-Brabant o m advies gevraagd. Inspraak en advies Als de Notitie Reikwijdte en Detailniveau bekend is gemaakt, heeft iedereen in het kader van de inspraak de mogelijkheid o m aan te geven welke onderwerpen naar zijn/haar mening in het projectMER aan de orde moeten komen en of er nog alternatieven en/of varianten zijn die niet gedekt worden door de bandbreedte van de alternatieven die in deze notitie beschreven zijn. De termijn die hiervoor staat is zes w e k e n . Ook worden gedurende deze periode één of meerdere informatieavonden g e h o u d e n .
Op basis van deze N R D , het advies van de Commissie voor de m.e.r., de overige adviezen en de inspraakreacties besluit Gedeputeerde Staten na besluitvorming in de Stuurgroep welke vragen in het projectMER moeten w o r d e n beantwoord en stelt hiertoe een Reactienota vast waarin G S aangeven hoe zij bij het vervolg van het project rekening zullen houden met de inspraakresultaten en de adviezen.. ProjectMER In het projectMER zal worden ingegaan op de (beleids)achtergronden van het initiatief, alternatieven voor de uitwerking van het initiatief en de te verwachten milieueffecten in vergelijking met de a u t o n o m e ontwikkeling van het gebied. Op basis van het projectMER wordt door de bestuurders een keuze gemaakt voor een voorkeursalternatief op basis van alle beschikbare informatie en belangen. I n s p r a a k e n t o e t s i n g s a d v i e s C o m m i s s i e m.e.r. Na afronding van het projectMER zal deze, s a m e n met de keuze over een voorkeursalternatief in de vorm van een Provinciaal Inpassingsplan (PIP), ter visie worden gelegd (voor de duur van zes w e k e n ) en is het mogelijk om digitaal of schriftelijk de zienswijzen in te dienen. De Commissie voor de m.e.r. zal in deze periode haar toetsingsadvies uitbrengen voor het projectMER.
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629A/Vesterlaan
53\58
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
Vervolgprocedure Op basis van de zienswijzen wordt het definitieve plan gemaakt. Tegen het Provinciaal Inpassingsplan kan m e n in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarvoor geldt een periode van 6 w e k e n . Evaluatie projectMER De W e t milieubeheer schrijft voor dat als de activiteit wordt ondernomen of is uitgevoerd, een evaluatie dient te worden uitgevoerd. Het doel van de evaluatie is o m na te gaan in hoeverre de daadwerkelijk optredende (milieu)effecten overeenstemmen met de voorspellingen uit het projectMER. Mocht in de praktijk blijken dat de daadwerkelijk optredende effecten sterk afwijken van de voorspelde effecten, dan kan de provincie N o o r d Brabant zo nodig aanvullende maatregelen nemen o m deze effecten te verminderen of ongedaan te m a k e n .
54\58
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629Westerlaan
J -pwv
•s
Kenmerk N001-1223426F EE-cri-VO
Bijlage: kaarten alternatieven XO ī i s? ŝ S
c
s
SS f
1
î i: 11
Iİ 8 *
8
1
I
i
Wil 4*
7
I
•ää; 1
,: L';Ì^.I ^ I
ff
84?.
8 /3
i
•V,,..:,,, 1
•VU] '
4*
-1»11 '••:\
I
İ
ìc
5
,
-
ÜÑ-ť
! SpBi ' i
.'-'-r-'i'
SIS* Sc
TV» « W Í N
'
V
f
I 3
s LI
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629WVesterlaan
55\58
Kenmerk N001-1223426FEE-cri-V01
—
XO m
*
hl
CH3
ro
M
!
fa
3ã I İ
I
-
mm
i
nas
ft
w
ä
m 4
Gorinchem
5 « B -'•^'ŕ ar
ü
3 r
,, l MļM '-.İ
1
11
i :i
MM!
I :.T
1*
I
LCHIi
Í--7 . « l -
ųpļ
SM 1
M
S3
k4 —
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629ZWesterlaan
I
1'
Y\G\ ITGBH
ff
-•r
Kenmerk N001-1223426F EE-cri-V01
i
xO m * n ĩ S
å?
I I 8
i 1
IS
CE
ï
S í m
S
8
ĩ a
p
1=1'»
l-.-.J
1 BT*
ft
l
8 .
3
!
1
.VS! -Ma
4
Gorinchom 3 3
V
9 ŵ
inn
«
/ÍK'
'O
X
1
'Oii
11
g l V
1
* iV^V*''
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629AWesterlaan
57\S8
Kenmerk N001-1223426F EE-cri-V01
i
ïll*
1:1
ā
li
i
!» in ŵ
I
«3
si»*;
m
i
I
X
en
*1 3
ft I
Gorinchem
I
3
:
J
i ' -*
1
î fV.S
f
fTfiŗf
1
ŅíĒļï ra ŵ is*
Notitie Reikwijdte en Detailniveau N629/Westerlaan
'C/íř/7/ŷ
LÏM/
i
' f
r-'-i '