CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage raadsinformatiebrief IO15062263 [Reactienota NRD].pdf

Raad - informatiebijeenkomst 24 januari 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Overzicht raadsvoorstellen en raadsinformatiebrieven N62916.411 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij alle alternatieven die worden onderzocht blijft het perceel bereikbaar door middel van de huidige oprit. In het MER wordt door middel van verkeersmodelberekeningen onderzocht hoe de verkeersafwikkeling bij realisatie van de alternatieven zal verbeteren op de Ekelstraat. In het MER worden de effecten van Inspreker geeft aan dat het onduidelijk is wat de gevolgen voor het perceel Ekelstraat verschillende alternatieven op de percelen 10a zijn en of het bedrijf zou moeten onderzocht en vergeleken. Uiteindelijk wijken. Eerder is vermeld dat hiervoor het wordt door het bevoegd gezag een voorkeursalternatief gekozen. Op basis bedrijf van cliënt zou moeten wijken. van het voorkeursalternatief kan het exacte ruimtegebruik worden bepaald. Inspreker geeft aan dat het onduidelijk is Zie reactie onder 6b. hoe fase 1 en 2 op elkaar aansluiten en dat zolang dit onduidelijk is fase 1 niet in procedure mag worden gebracht.

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Inspraakreacties

Nr. d

e

f

g

Samenvatting reactie Reactie provincie Inspreker wenst antwoord op de volgende In het MER worden de effecten van alle vragen alternatieven onderzocht, binnen het thema Welke effecten heeft de mogelijk nieuw aan grondgebruik wordt onder andere gekeken te leggen weg op hun huidige bedrijf? naar de effecten op bestaande bebouwing Wat zijn de gevolgen hiervan op de Het terrein blijft bereikbaar vanaf de nieuwe bereikbaarheid van het bedrijf van cliënten? N629 via de aansluiting met de Hoogstraat of met de Provinciale weg. Op basis van de resultaten van het verkeersonderzoek wordt bepaald welke van deze aansluitingen de voorkeur heeft. Zie ook reactie onder 2a. In hoeverre verandert de functie en de De functie van de Ekelstraat en de Heistraat inrichting van de Ekelstraat en de Heistraat? verschilt per alternatief. Dit wordt inzichtelijk gemaakt in het MER Hoe kan worden voorkomen dat de Onderzoek naar geluid is onderdeel van geluidsnormen op de nieuwe weg worden het MER, indien geluidnormen worden overschreden nu dit op de bestaande weg overschreden zullen in het MER voorstellen al nauwelijks of niet haalbaar is? voor mitigerende maatregelen worden gedaan Wat wordt rond de nieuwe weg gesitueerd? Op dit moment liggen er geen concrete Cliënten wensen geenszins in de situatie te voornemens voor ontwikkelingen langs de geraken dat hun bedrijf wordt “ingebouwd” nieuwe N629.

Voor een overzicht van de door kantoren en/of industrie. geplande ontwikkelingen in de gemeente Oosterhout wordt verwezen naar de structuurvisie.

h

Wie gaat de schade van cliënten vergoeden, de gemeente of de provincie?

i

Inspreker vraagt wat de gevolgen voor de bereikbaarheid ter plaatse van het bedrijf tijdens werkzaamheden zijn en of hier een nadeelcompensatieregeling voor komt.

22 -

Inspreker verzoekt een onderzoek naar de geluidbelasting, met name voor de omwonenden en op basis van dat onderzoek maatregelen te nemen die de geluidbelasting acceptabel maakt voor omwonenden.

De provincie is initiatiefnemer voor de reconstructie van de N629 en dat betekent dat de provincie aanspreekpunt is voor schade die cliënt van inspreker eventueel zou ondervinden. Verkeersoverlast tijdens de bouw is onvermijdelijk, echter er zullen maatregelen worden getroffen om woningen en bedrijven tijdens de bouw zo goed mogelijk bereikbaar te houden. De provincie heeft een nadeelcompensatieregeling, “regeling nadeelcompensatie wegen Noord Brabant”. Voor nadere informatie betreffende deze regeling zie www.brabant.nl. De geluidbelasting wordt in het MER onderzocht ten opzichte van de referentiesituatie. Wanneer er sprake is van geluidsbelasting op woningen boven de wettelijke norm, worden mitigerende maatregelen doorgerekend.

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Inspraakreacties

35/70

Nr. 23 a

b

c

24 a

b

c

36/70

Samenvatting reactie Inspreker geeft aan dat door de aanleg van de weg door het bosgebied de Duiventoren (enige stuk natuur ter beschikking voor de inwoners van Dongen), tevens EHS, de rust in het gebied wordt verstoord en dat dit grote maatschappelijke gevolgen met zich mee brengt. Inspreker vindt het probleem dat met de nieuwe weg wordt opgelost niet groot genoeg om de ingreep en kosten daarvan te rechtvaardigen. Tevens geeft inspreker aan dat de verkeersproblemen sinds de aanleg van de turborotonde Middellaan/ Westerlaan sterk zijn afgenomen. Inspreker pleit voor een andere oplossing om de veiligheid op de Heistraat te vergroten door te kijken naar verbetering van de weg zelf en niet naar de aanleg van nieuwe wegen.

Inspreker geeft aan dat een toename van de hoeveelheid verkeer in de Hoogstraat een serieuze bedreiging vormt voor de stiltebeleving in het klooster.

Reactie provincie De effecten op de EHS en op recreatie worden onderzocht in het MER. De provincie neemt in de afweging mee dat naast de formele EHS status dit een waardevolle natuurgebied is voor de bewoners van Dongen en omgeving. In het MER worden de huidige verkeersknelpunten nader onderzocht op basis van een nieuw verkeersonderzoek. Naast verkeersknelpunten worden ook problemen met leefbaarheid en verkeersveiligheid ervaren, die aanleiding vormen voor dit project. De provincie heeft de opgave bij de inrichting van nieuwe of te reconstrueren provinciale wegen het kader duurzaam veilig te volgen. Dit betekent dat doorgaand verkeer wordt gescheiden van langzaam en lokaal verkeer. Die laatste maken gebruik van een parallelstructuur. Vanwege de bebouwing en beperkte ruimte op de Heistraat zijn er veel beperkingen voor een oplossing zoals inspreker voorstelt. In het MER zal hier definitief uitsluitsel over worden gegeven. In het MER worden de effecten die samenhangen met eventuele milieuhinder ten gevolge van het gebruik van wegen onderzocht. Geluid is een onderdeel van de uit te voeren onderzoeken. In het MER zal kwalitatief ingegaan worden op de bijzondere situatie. Hier zijn geen aparte regelingen voor. Zie antwoord onder 2a.

Inspreker pleit voor het verwijderen van doorgaand verkeer uit de Hoogstraat en hier een fietsverbinding te realiseren, tevens pleit inschrijver voor het realiseren van de aansluiting met de N629 in Oosteind. Inspreker verzoekt om in verband met de Sociale veiligheid zal een rol spelen bij de sociale veiligheid de voorziene fietstunnel te nadere uitwerking van het ontwerp. Een vervangen door een fietsbrug. fietsbrug kan alsnog worden overwogen bij het voorkeursalternatief.

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Inspraakreacties

Nr. 25 a

b

c

26 a

b c

27 a

Samenvatting reactie Reactie provincie Inspreker stelt dat de voorgenomen De NRD en deze reactienota gelden reconstructie ten koste gaat van de omvang voor fase 2, m.e.r. N629/Westerlaan. van de huiskavel en het grondareaal van Verkleining van het perceel vindt plaats ten zijn cliënt. Dit is ongewenst vanwege de gevolge van fase 1, de aansluiting op de noodzaak tot weidegang van het melkvee. A27. Gevraagd wordt om te kijken naar een passende oplossing. Inspreker vraagt aandacht voor de effecten Zowel in de nieuwe situatie als gedurende op de bereikbaarheid, zoals omrijschade, de realisatie van het project wordt een van het melkveebedrijf zowel tijdens de passende oplossing gezocht voor de reconstructie als in de nieuwe situatie en bedrijven rondom de nieuwe N629. verzoekt een passende oplossing. Inspreker vreest dat Ter Horst een Ter Horst zal of bereikbaar zijn vanaf onbereikbaar eiland wordt wat gevolgen het kruispunt met de Provinciale weg of heeft voor de bedrijfsvoering en de waarde bereikbaar zijn vanaf de Hoogstraat via van het resterend onroerend goed. een parallelweg. Zie reactie onder 1d. Inspreker vraagt aandacht voor de In het MER worden de effecten op dreigende onherstelbare schade landschap, cultuurhistorie en archeologie aan cultuurhistorische waarden. Aandachtspunten zijn de oude zandwegen, onderzocht.

In dit onderzoek wordt gekeken naar aantasting van waardevolle oude verkavelingsgrenzen, een landschapsstructuren, -patronen en akkerrandwal, het historisch buurtschap Heikant met historische hoeven, de restanten -elementen, cultuurhistorische waarden en archeologische waarden. De historische van prehistorische grafheuvels. zandpaden, oude verkavelingsgrenzen, akkerrandwal, het historisch buurtschap Heikant en de restanten van prehistorische grafheuvels worden in dit onderzoek meegenomen. Inspreker pleit voor het zoveel als mogelijk Zie reactie onder 23c. opwaarderen van het bestaande tracé. In het MER worden de (milieu)effecten Inspreker geeft aan de varianten Parallel van de alternatieven in beeld gebracht. Noord en Parallel Noord-’t Blik als het meest kansrijk voor behoud van erfgoed en Onderzoek naar de effecten op landschap, de beleving daarvan te beschouwen. cultuurhistorie en archeologie maakt hier onderdeel van uit. Er wordt onafhankelijk beoordeeld in hoeverre er als gevolg van de alternatieven een positief of negatief effect te verwachten is ten opzichte van de referentiesituatie. Op basis van de resultaten uit het MER wordt vervolgens een voorkeursalternatief gekozen.

Inspreker geeft aan dat veilige oversteken De oversteekbaarheid weegt mee bij de van zowel de Westerlaan ter hoogte van keuzeafweging van de alternatieven, kruising Doelstraat, als de Heistraat ter nadere uitwerking volgt na keuze van een hoogte van kruising Groenstraat goed voorkeursalternatief. gezekerd dienen te zijn.

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Inspraakreacties

37/70

Nr. b

c

Inspreker geeft aan dat bij alternatieven 1 en 2 de begraafplaats en de Ijzertijdboerderij behoorlijk in de verdrukking komen.

d

Inspreker geeft aan dat een tweede brug naast de bestaande brug over het Wilhelminakanaal zal leiden tot een toename van het verkeerslawaai en de fijnstof hinder in de wijk West 1 die vergelijkbaar is met alternatief 1. Tevens geeft inspreker aan dat de kosten van dit alternatief niet veel zullen verschillen van die van Bundeling Zuid.

e

38/70

Samenvatting reactie Inspreker uit haar zorgen over de doorkruising van natuurgebied ’t Blik. Inspreker geeft aan dat door deze doorkruising niet alleen kostbare natuur verloren gaat, maar ook de inspanningen van natuurvereniging Ken en Geniet teniet worden gedaan.

Inspreker vraagt hoe Wijkraad West 1 nog wordt gehoord bij de keuzen van het voorkeursalternatief en de evaluatie van het MER.

Reactie provincie Binnen het thema ecologie wordt voor elk alternatief onderzocht wat de gevolgen voor beschermde gebieden en beschermde soorten zijn. De natuurwaarden die bij realisatie van alternatief ’t Blik worden doorsneden worden ook onderzocht. Op basis van de ingediende zienswijzen is besloten een nieuw alternatief toe te voegen, zie hoofdstuk 5 van deze reactienota In het MER wordt onderzocht wat de effecten zijn van de alternatieven op bestaande bebouwing en overige gebruiksfuncties in het gebied, waaronder de begraafplaats en IJzertijdboerderij. Op basis van de ingediende zienswijzen is besloten een nieuw alternatief toe te voegen, zie hoofdstuk 5 van deze reactienota In het MER worden de (milieu)effecten voor elk van de alternatieven in beeld gebracht. Binnen het thema woon- en leefmilieu wordt onderzoek gedaan naar de volgende aspecten van leefbaarheid: luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid, gezondheid en hinder door trillingen. Voor elk alternatief worden volgens een gestandaardiseerde ramingsmethodiek de kosten inzichtelijk gemaakt om een zorgvuldige vergelijking mogelijk te maken. De kosten van de alternatieven wegen mee bij de keuze voor het voorkeursalternatief. Zie reactie onder 5i.

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Inspraakreacties

Nr. 28 a

b

c

Samenvatting reactie Reactie provincie Inspreker geeft aan dat het onduidelijk Landbouwverkeer valt onder gemotoriseerd is of het landbouwverkeer bij aansluiting vervoer en zal over de parallelweg provinciale weg en aanleg van de plaatsvinden. fietstunnel in de Hoogstraat gebruik maakt van de parallelweg of de fietstunnel. Inspreker pleit ervoor om landbouwverkeer over de parallelweg te leiden zodat de fietstunnel alleen voor fietsverkeer benut kan worden, omdat gelijktijdig gebruik van de fietstunnel door fietsers en landbouwverkeer leidt tot een ongewenste en gevaarlijke situatie. De exacte uitwerking van de routes voor het Inspreker geeft aan dat in de huidige situatie fietsers en bromfietsers in oostelijke fietsverkeer wordt gedaan bij het gekozen voorkeursalternatief. Suggesties en ideeën richting tweemaal de N629 moeten van inspreker worden bekeken en indien oversteken, namelijk ter plaatse van de kansrijk verder onderzocht. kruising Ter Horst/Ekelstraat/Provinciale weg en de kruising Hoge Dijk/Groenstraat. Ten gevolge van de gevaarzetting op beide kruisingen kiezen fietsers en bromfietsers er nu voor om aan de noordzijde van de N629 het fietspad tegen de rijrichting in te vervolgen. Inspreker pleit dat bij het nieuwe ontwerp kruisend fietsverkeer over de N629 zoveel mogelijk voorkomen wordt.

Specifiek pleit inspreker voor het laten vervallen van de fietsoversteek ter plaatse van de kruising Ter Horst/Ekelstraat/ Provincialeweg in verband met problemen met doorstroming over de nieuwe N629 en de verkeersveiligheid. Zie reactie onder 28b. Bij de alternatieven 1 Parallel Noord en 2 Parallel Noord – ’t Blik, zal de N629 aansluiten op de huidige Heistraat tussen de kruising met de Berkenstraat en Groenstraat. Indien ook daar het eenrichting-fietspad aan de zuidzijde van de huidige Heistraat wordt gehandhaafd, zal ook hier een oversteek over de N629 voor fietsers moeten worden gerealiseerd dat tevens als ongewenst kan worden aangemerkt.

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Inspraakreacties

39/70

Nr. d

e

Samenvatting reactie Reactie provincie Inspreker pleit ervoor om rekening te Zie reactie onder 28b. houden met de problematiek in de huidige situatie. Inspreker stelt het volgende alternatief voor: Het opnemen van een tweerichting-fietspad aan de noordzijde van de huidige Heistraat in het nieuwe ontwerp van de N629. Daarbij kan dan het huidige tweerichting-fietspad vanaf de kruising Ter Horst / Ekelstraat / Provincialeweg worden doorgetrokken tot aan de kruising met de Hoge Dijk / Groenstraat. Daar kan worden aangesloten op het huidige tweerichtingfietspad naar de rotonde Middellaan / Westerlaan in Dongen. In het MER wordt onderzocht wat Inspreker geeft aan dat in de huidige de effecten zijn van de verschillende situatie aan de noordzijde van het Wilhelminakanaal een vrij liggend fietspad alternatieven op de diverse (fiets)routes in twee richtingen ligt dat onderdeel is van in het plangebied. Effecten van alle alternatieven, waaronder ook alternatief de in ontwikkeling zijnde snelfietsroute vanuit Tilburg via Dongen naar Oosterhout. Bundeling Noord, op de fietsroute worden meegenomen in het MER. Met name de landelijke en rustige ligging in een gebied met hoge natuurwaarden zorgen voor de aantrekkelijkheid van deze fietsroute. Inspreker spreekt zich uit tegen het voorstel om de nieuw aan te leggen N629 zo dicht mogelijk tegen het kanaal (noordzijde) richting Dongen te situeren.

29 a

40/70

Inspreker pleit voor het expliciet meenemen van het nadelige effect van alternatief 3 op de fietsroute langs het kanaal. Inspreker geeft aan dat de alternatieven 2 en 3 haar perceel doorkruisen en dat door deze doorkruising de huidige bedrijfsactiviteiten niet meer uitgeoefend kunnen worden. Inspreker geeft tevens aan een grote investering gedaan te hebben vanaf september 2014 en dat het vinden van een ander perceel in Dongen met dezelfde mogelijkheden zeer moeilijk, danwel onmogelijk is.

In het MER wordt onderzocht wat de effecten zijn van de alternatieven op bestaande bebouwing en overige gebruiksfuncties in het gebied. Mede op basis van de resultaten uit het MER wordt een voorkeursalternatief gekozen. Indien het gekozen voorkeursalternatief het perceel van inspreker doorkruist zal in overleg verder gekeken worden naar een zo passend mogelijke oplossing.

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Inspraakreacties

Nr.

30 a

b

31 -

32 a

b

c

d

e

Samenvatting reactie Reactie provincie Inspreker vraagt wanneer en op welke Zie reactie onder 5i. manier zij wordt betrokken en geïnformeerd bij de keuze van de alternatieven en de evaluatie van de MER. Inspreker geeft aan dat de toekomstige Zie reactie onder 29a. N629 over diens perceel loopt. Inspreker heeft het perceel hard nodig voor diens bedrijfsvoering. Inspreker geeft aan dat het laten vervallen Zie reactie onder 2a. van de ongelijkvloerse kruising ter plaatse van de kruising Hoogstraat gevolgen heeft voor de bereikbaarheid van de percelen en de boerderijwinkel. Inspreker verwacht een verlies aan klanten en een forse economische schade. Zie reactie onder 2a. Inspreker pleit voor ontlasting van de Hoogstraat en voor het open houden van de lokale verbinding Oosteind-Oosterhout door middel van een ongelijkvloerse kruising met de N629. Inspreker merkt op door het ontbreken van Zie reactie onder 6b. samenhang in de aanpak van fase 1 en 2 grote verkeersproblemen te voorzien. Inspreker pleit voor het openhouden van de Zie reactie onder 2a. kruising met de Provincialeweg en voor het opnemen van een half verdiepte kruising met de Hoogstraat, ten behoeve van de bereikbaarheid van Oosteind. Inspreker pleit voor het meenemen van dit alternatief in het MER Inspreker geeft aan dat de voorgestelde Zie reactie onder 2a.

parallelweg tussen het kruispunt Provincialeweg en Hoogstraat onnodig veel ruimte in beslag neemt, terwijl de provincie ervoor pleit om zuinig om te springen met ruimte Zie reactie onder 21b. Inspreker geeft aan problemen te voorzien voor de bereikbaarheid van het varkensbedrijf in het geval de kruising Provincialeweg / Ekelstraat komt te vervallen Zie reactie onder 3g Inspreker geeft aan dat doorsnijding van landbouwpercelen leidt tot een mindere efficiëntie in het gebruik van de percelen en pleit voor het opnemen van kavelruil

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Inspraakreacties

41/70

Nr. f

g

h

i

42/70

Samenvatting reactie Reactie provincie In de NRD staat te lezen dat het aantal Zie reactie onder 8b. aansluitingen op de N629 “minimaal “ moet zijn. Volgens inspreker wordt er dus een weg door een gebied aangelegd, waar vervolgens de bewoners van dat gebied geen of amper (met omwegen) gebruik van mogen maken. Inspreker geeft aan dat er onvoldoende Zie reactie onder 6j. is nagedacht over de ontsluiting van buurtschap de Heijkant indien de Heijkantsestraat wordt doorsneden in de alternatieven Bundeling Noord en Zuid. Inspreker pleit voor opname van de Zie reacties onder 6l en 8f. verbindingsweg tussen de oude Heistraat en de nieuwe N629 in fase 2 en daarmee in de MER. Zie reactie onder 8h. Inspreker vraagt zich af of er voldoende rekening gehouden is met bereikbaarheid van bedrijven en percelen en de verkeersveiligheid en geeft aan met name de combinatie van fietsverkeer en agrarisch verkeer onbespreekbaar te vinden.

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Inspraakreacties

5.

Ambtshalve wijzing en alternatief Parallel-Noord – nieuwe brug

5.1 Ambtshalve wijziging Bij de nadere uitwerking van alternatief Bundeling Noord is geconstateerd dat de in de NRD beoogde aansluiting van Bundeling Noord op het kruispunt Steenstraat-Westerlaan verkeerskundig niet optimaal mogelijk is, zie uitsnede 1. In Bundeling Noord blijft de Westerlaan namelijk als verbinding voor al het verkeer behouden en zijn er vier aantakkingen op dit kruispunt. Dit heeft tot gevolg dat voor Bundeling Noord een alternatieve aansluiting op de kruising Steenstraat-Westerlaan is ontworpen en deze wordt ook op deze wijze meengenomen in het MER-onderzoek. De nu gekozen kruispuntvorm is overzichtelijker en veiliger, zie uitsnede 2. In de bijlage vindt u de gewijzigde ligging van Bundeling Noord tussen Steenstraat en ’t Blik. Dezelfde wijziging is ook meegenomen in alternatief 5 – Parallel Noord – nieuwe brug.

Figuur 5.1 Aangepaste ligging Bundeling Noord (blauwe lijn) 5.2 Alternatief ‘Parallel Noord – nieuwe brug’ Op basis van de verkregen zienswijzen heeft de provincie Noord-Brabant besloten een nieuw alternatief aan het MER toe te voegen. Dit alternatief valt binnen het zoekgebied zoals omschreven in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Door zowel het bestaande alternatief Parellel Noor - ’t Blik als de alternatieve ligging te onderzoeken, wordt een volledig beeld verkregen van de verschillende milieueffecten. Dit is waardevolle beslisinformatie voor de keuze van het definitieve voorkeursalternatief. Een schets van dit alternatief is weergegeven in figuur 5.1. Alternatief 5 gaat ten opzichte van alternatief Parallel-Noord – ’t Blik uit van hetzelfde tracé vanaf de A27 tot aan de AVRI. Vanaf de AVRI tot aan het Wilhelminakanaal wijkt het tracé af.

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Ambtshalve wijzing en alternatief Parallel-Noord – nieuwe brug

43/70

Vanaf de AVRI wordt ter hoogte van ‘t Blik een lijn gekozen die, aan de westkant, buiten bebouwingsclusters en de begraafplaats om gaat. Het tracé loopt grotendeels langs gebied ’t Blik en raakt tegenover de woningen aan de Groenstraat het EHS gebied. Het nieuwe kunstwerk over het Wilhelminakanaal uit alternatief Bundeling Noord wordt overgenomen en het tracé takt vervolgens aan op de huidige kruising van de Duiventorenbaan en de Steenstraat. De Westerlaan zal in dit alternatief worden afgesloten voor doorgaand verkeer.

Figuur 5.2 Alternatief 5: Parallel Noord – nieuwe brug (groene lijn)

44/70

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Ambtshalve wijzing en alternatief Parallel-Noord – nieuwe brug

6.

Bijlagen

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlagen

45/70

46/70

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlagen

Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

Afbeelding 1.1 Kaart behorende bij inspraakreactie 4

Afbeelding 1.2 Kaart behorende bij inspraakreactie 9

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

47/70

Afbeelding 1.3.1 Kaart behorende bij inspraakreactie 12, onderdeel a

Afbeelding 1.3.2 Kaart behorende bij inspraakreactie 12, onderdeel c

48/70

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

Afbeelding 1.3.3 Kaart behorende bij inspraakreactie 12, onderdeel d

Afbeelding 1.4 Kaart behorende bij inspraakreactie 13

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

49/70

Afbeelding 1.5 Kaart behorende bij inspraakreactie 15

Afbeelding 1.6 Kaart behorende bij inspraakreactie 16

50/70

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

Bijlage 2 Advies Commissie voor de m.e.r.

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 2 Advies Commissie voor de m.e.r.

51/70

52/70

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

N629 Oosterhout-Dongen Advies over reikwijdte en detailniveau

van het milieueffectrapport

19 mei 2015 / rapportnummer 3024–18

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

53/70

54/70

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

1.

Hoofdpunten van het MER De Provincie Noord-Brabant heeft het voornemen de bestaande N629 tussen Oosterhout en Dongen te verbreden en/of het tracé aan te passen, en daartoe een Provinciaal Inpassings-

plan (PIP) vast te stellen. Voor de besluitvorming over het PIP wordt een plan-MER opgesteld. De Commissie voor de m.e.r. (hierna ‘de Commissie’)1 beschouwt de volgende punten als es-

sentiële informatie in het milieueffectrapport (MER). Dat wil zeggen dat het MER voor het

meewegen van het milieubelang in de besluitvorming in ieder geval onderstaande informatie moet bevatten: 

een knelpuntanalyse van de leefomgevings- en verkeersgerelateerde problemen op en

langs de N629 tussen Oosterhout en Dongen. Op basis hiervan kunnen de doelstellingen

van het project worden onderbouwd, en heldere (kwantitatieve) criteria worden geformuleerd voor de beoordeling van de gevolgen voor leefomgeving, verkeer en natuur;

een op de probleem- en doelstelling afgestemd verkeersonderzoek naar de regionale mobiliteit en bereikbaarheid;

een onderbouwing van de keuze voor de te onderzoeken alternatieven en varianten op basis van voorgaande studies en eerdere besluitvorming;

een beschrijving van de effecten van de alternatieven op leefomgeving (onder andere geluid, luchtkwaliteit en barrièrewerking), natuur en landschap;

een Passende beoordeling indien significante effecten op Natura 2000-gebieden niet uit-

gesloten kunnen worden.

Besluitvormers en insprekers lezen in de eerste plaats de samenvatting van het MER. Daarom verdient dit onderdeel bijzondere aandacht. De samenvatting moet als zelfstandig document leesbaar zijn, en een goede afspiegeling vormen van de inhoud van het MER.

In de volgende hoofdstukken beschrijft de Commissie in meer detail welke informatie het

MER moet bevatten. De Commissie bouwt in haar advies voort op de Notitie Reikwijdte en

Detailniveau m.e.r. N629/Westerlaan d.d. 2 maart 2015 (hierna: NRD). Dat wil zeggen dat ze in dit advies niet ingaat op de punten die naar haar mening in de notitie voldoende aan de orde komen.

1

De samenstelling van de werkgroep van de Commissie m.e.r., haar werkwijze en verdere projectgegevens staan in bij-

lage 1 van dit advies. Projectgegevens en bijbehorende stukken, voor zover digitaal beschikbaar, zijn ook te vinden via www.commissiemer.nl onder ‘Advisering’ of door in het zoekvak het projectnummer 3024 in te vullen.

-3Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

55/70

2. 2.1

Achtergrond en besluitvorming/of/ probleemstel-

ling, doel, beleid en besluiten Achtergrond

Geef een beknopt en helder overzicht van de historie op het gebied van planvorming om de

leefomgevings- en verkeersgerelateerde problemen op en langs de N629 tussen Oosterhout

en Dongen op te lossen2. Geef aan welke stappen hebben geleid tot het nu voorliggende plan.

Het plan wordt ontwikkeld in een nauwe samenwerking tussen de provincie Noord-Brabant

en de gemeenten Oosterhout en Dongen. De beoordeling van de problematiek en de doelstellingen van het project dient dan ook tussen deze partijen goed te worden afgestemd.

2.2

Probleemstelling en doel In de NRD worden de problemen en knelpunten op de verschillende wegvakken benoemd.

Naast het verbeteren van de verkeersafwikkeling op de verbinding Oosterhout-Dongen is het doel van het voornemen om de verkeersveiligheid, de oversteekbaarheid en de leefbaarheid

(geluid, trillinghinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid, gezondheid, barrièrewerking) te verbeteren.

De Commissie adviseert de problemen en knelpunten scherp te analyseren en zoveel moge-

lijk kwantitatief te beschrijven/onderbouwen. Zo is bijvoorbeeld door de Commissie een op-

vallend hoog aandeel vrachtverkeer op de Westerlaan en de N629 gesignaleerd in de NRD en

tijdens het locatiebezoek3. Vertaal de analyse van problemen en knelpunten in doelstellingen

en vervolgens in concrete criteria en toetsbare normen. Gebruik de (eventueel verder aangescherpte) doelstellingen en criteria om de alternatieven aan te toetsen.

Breng hierbij ook de wisselwerking met andere relevante infrastructurele en ruimtelijke ontwikkelingen in beeld (zoals de aansluiting A27-N629, het te ontwikkelen bedrijventerrein Everdenberg Oost en mogelijke geplande wegverbredingen op de A27 en A58).

2.3

Beleidskader Geef in het MER aan welke wet- en regelgeving en welk beleid relevant is voor de aanleg van het voornemen. Geef aan of wordt voldaan aan de randvoorwaarden die hieruit voortkomen. Ga, aanvullend of aansluitend op de in de NRD beschreven kaders in ieder geval in op: 

Provinciaal verkeers- en vervoersbeleid: beschrijf in het MER de voor het project relevante beleidskaders voor verkeer en vervoer. Ga daarbij in op de grondslag voor de functionele indeling van het wegennet en de eisen die daaraan worden gesteld;

 

2 3

Gemeentelijk verkeers- en vervoersbeleid; Provinciale Verordening ruimte;

Zo heeft de Commissie op 10 april 2007 eerder een richtlijnenadvies gegeven. Op 7 april 2015 heeft de Commissie een locatiebezoek gebracht.

-456/70

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

 

Provinciale Strategienota integraal gezondheidsbeleid;

Provinciaal beleid (incl. compensatiebeginsel) voor het Natuurnetwerk Nederland (voorheen: EHS) en de groenblauwe mantel;

2.4

Provinciaal en gemeentelijk beleid voor landschap, cultuurhistorie en archeologie

Besluitvorming (en te doorlopen procedures) Geef in het MER aan welke procedures naast PIP en m.e.r. moeten worden doorlopen voor de

realisatie van het plan. Geef aan of de informatie uit deze procedures relevant is voor het MER en geef aan hoe de verschillende procedures op elkaar zijn afgestemd. Ga daarbij in ieder

geval in op de Wet geluidhinder en de Flora- en Faunawet, indien relevant ook de Natuurbeschermingswet 1998.

Geef aan welke besluiten dit zijn, wie daarvoor het bevoegde gezag is en wat globaal de tijdsplanning is.

3.

Voorgenomen activiteit en alternatieven

3.1

Algemeen Beschrijf hoe de gestelde doelen de keuze en de afbakening van de alternatieven hebben bepaald. De Commissie adviseert om in de alternatievenvergelijking de nadruk te leggen op de

belangrijkste onderdelen uit de doelstelling en effectbeoordeling. Het gaat daarbij om die aspecten die van belang zijn in de (bestuurlijke) besluitvorming en de maatschappelijke discussie. Daarbij is het van belang om de alternatieven te toetsen op het doelbereik voor verkeer en bereikbaarheid en leefomgeving .

3.2

Alternatieven De Commissie constateert dat er vier alternatieven zijn beschreven die op grond van de verschillen in ruimtelijke ligging duidelijk onderscheidend zijn op het vlak van milieu-effecten.

Het speelveld wordt hiermee goed in beeld gebracht. In de notitie R&D hoofdstuk 4 zijn deze vier alternatieven geformuleerd en is aansluitend beschreven waarom een nulplusalternatief als niet realistisch wordt beschouwd.

De Commissie acht het op grond van de informatie in de NRD voorstelbaar dat het beschreven nulplusalternatief, bestaande uit verbreding van de bestaande weg naar 2*2 rijstroken met parallelvoorzieningen, ruimtelijk-technisch niet haalbaar wordt geacht.

Op voorhand kan anderzijds ook niet met zekerheid worden gesteld dat een dergelijke profielverruiming noodzakelijk is. Daarover kan meer inzicht worden verkregen door een nul-

plusalternatief, waarmee het wegprofiel beperkt blijft tot 2*1 rijstrook, te betrekken bij de alternatievenvergelijking.

In dat nulplusalternatief dient dan krachtig te worden ingezet op: -

een ruimer aandeel fiets en openbaar vervoer in de verplaatsingen tussen met name Oosterhout en Dongen, en:

-5Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

57/70

-

het ontmoedigen van vrachtverkeer over de N629.

Daarom wordt geadviseerd om naast deze vier alternatieven een nulplusalternatief op hoofdlijnen uit te werken en in het MER volledig mee te nemen.

Tevens adviseert de Commissie om combinaties van alternatieven te beschouwen.

3.3

Referentie Beschrijf de bestaande toestand van het milieu in het studiegebied en de te verwachten milieutoestand als gevolg van de autonome ontwikkeling, als referentie voor de te verwachten milieueffecten. Daarbij wordt onder de 'autonome ontwikkeling' verstaan: de toekomstige

ontwikkeling van het milieu, zonder dat de voorgenomen activiteit of één van de alternatie-

ven wordt gerealiseerd. Ga bij deze beschrijving uit van ontwikkelingen van de huidige activiteiten in het studiegebied en van nieuwe activiteiten waarover reeds is besloten.

Beschrijf daarnaast de huidige toestand van het milieu in het studiegebied. Hiermee zijn be-

woners en gebruikers van het gebied bekend en dit kan een goed beeld geven van de te verwachten effecten van het voornemen.

4.

Bestaande milieusituatie en milieugevolgen

4.1

Verkeer Beschrijf in het MER voor het studiegebied de volgende onderwerpen voor de huidige situatie, de referentie en de verschillende alternatieven:  

de ontsluitingsstructuren voor auto, fiets en openbaar vervoer;

de verkeersintensiteiten op de verschillende wegen in het studiegebied en breng in beeld welk deel van het verkeer doorgaand verkeer is ten opzichte van het plangebied;

breng de verdeling in personenverkeer en vrachtverkeer in beeld. Geef inzicht in de we-

geef van het autoverkeer op de drie wegvakken Westerlaan – Heistraat - Ekelstraat een

genstructuur en het gebruik daarvan door fietsers en landbouwverkeer;

overzicht van de herkomsten en bestemmingen van het autoverkeer en daarmee een verdeling van de ritlengten; 

de verkeersafwikkeling (I/C-verhoudingen) op de relevante wegen in het studiegebied

voor zowel de ochtend- als de avondspits. Beschouw zowel de verkeersafwikkeling op

wegvakken als op de kruispunten;  

de rijsnelheden op de hoofdwegen alsmede de reistijdvertragingen op deze wegen;

de verkeersveiligheid, waarbij zowel aandacht wordt besteed aan de te verwachten aantallen ongevallen per weggedeelte4 als aan de verwachte bijdrage van de alternatieven

aan de oplossing van de bestaande veiligheidsproblemen. Beschrijf daarnaast (kwalitatief) in hoeverre de alternatieven voldoen aan de veiligheidsprincipes (of inrichtingsprincipes) van Duurzaam Veilig.

4

Kwantitatief met behulp van ongevalscijfers en kentallenmethode.

-658/70

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

4.2

Natuur Geef de beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden, Beschermde natuurmonumenten en

gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) incl. ecologische verbindingszones en de groenblauwe mantel aan op kaart .

In de NRD is aangegeven dat via een voortoets wordt onderzocht of significante gevolgen voor omliggende Natura 2000-gebieden (zoals Langstraat en Loonse en Drunense Dui-

nen&Leemkuilen) zijn uit te sluiten. Indien die niet zijn uit te sluiten (door stikstofdepositie)

dan wordt een Passende beoordeling opgesteld. Neem de Passende beoordeling dan herkenbaar op in het MER5. Indien significante gevolgen in de voortoets worden uitgesloten dient

het MER daarvoor de onderbouwing te bevatten. Ga ook in op de eventuele gevolgen voor Beschermde natuurmonumenten, in ieder geval Kooibosje Terheijden.

Ten aanzien van de beoordeling van de gevolgen voor het NNN6 adviseert de Commissie aan-

vullend op de in de NRD genoemde aspecten ook expliciet aandacht te besteden aan de aanlegwerkzaamheden (bijvoorbeeld in relatie tot veranderingen in grondwaterpeil) en nieuwe

stikstofdepositie door het weggebruik voor de natuurkwaliteit van het NNN 7. Geef aan wat de oppervlakte aan ruimtebeslag en kwaliteitsvermindering per alternatief is, hoeveel compen-

satie eventueel aan de orde is en hoe hiermee wordt omgegaan bij de keuze voor het VKA en bij de vervolgbesluitvorming.

De eventuele gevolgen voor de groenblauwe mantel zijn in de NRD niet (expliciet) genoemd

bij de beoordelingscriteria8. Ga na of de aanwezige ecologische en overige relevante functies worden behouden en of kwaliteitsverbetering mogelijk is, rekening houdend met leefgebieden voor planten en dieren.

Beschrijf de functie van het studiegebied voor beschermde soorten en ga in op het voorko-

men van beschermde soorten. Door voor het gebied waar op basis van de Flora- en Faunawet conflicten te verwachten zijn, een flora- en fauna-inventarisatie. Ga in op de gevolgen voor de lokale gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten9, ook rekening hou-

dend met cumulatie met andere plannen en projecten.

4.3

Externe Veiligheid Geef in hoofdlijnen aan of er knelpunten zijn (en zo ja welke) in de huidige situatie zijn op

het gebied van externe veiligheid vanwege bijvoorbeeld het vervoer van gevaarlijke stoffen of

aanwezige buisleidingen, en werk uit of er knelpunten door het voornemen verdwijnen en of er nieuwe knelpunten ontstaan.

5

Indien een Passende beoordeling moet worden opgesteld, dan is het voornemen plan-m.e.r.-plichtig en maakt de Pas-

6

Waaronder ’t Blik en Bosje Duiventoren.

sende beoordeling deel uit van het MER, zie artikel 19j, vierde lid, van de Natuurbeschermingswet 1998.

7

Daarbij kan bij wijze van hulpmiddel eventueel gebruik gemaakt worden van de relevante PAS-analyses van habitatty-

pen en leefgebieden van soorten van Brabantse gebieden. 8

Zie in dit verband artikel 6.1 van de Provinciale Verordening ruimte (aanwijzing en begrenzing van de groenblauwe mantel en beheergebied ecologische hoofdstructuur.

9

Zie ook factsheet ‘Vogels en wegverkeer in m.e.r.’ van de Commissie m.e.r. http://api.commissiemer.nl/docs/cms/natuur/Webtekst%20bij%20factsheet%2020.pdf

-7-

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

59/70

4.4

Lucht Om de alternatieven onderling en met de referentiesituatie te kunnen vergelijken is het

noodzakelijk om de effecten op de luchtconcentraties van fijn stof (PM 10 en PM2,510) en NO2 te

beschrijven, ook onder de grenswaarden.11 Daarbij kan gebruik worden gemaakt van berekeningen die voldoen aan de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit 2007 (eenvoudiger bereke-

ningen volstaan wanneer hiermee keuzes tussen alternatieven en conclusies voldoende onderbouwd kunnen worden). Presenteer de resultaten van de berekeningen door middel van

verschilcontourenkaarten12 en geef per contour de hoeveelheid en ligging aan van woningen

en andere gevoelige objecten en groepen.13

Vanwege de directe relatie tussen elementair koolstof en gezondheid adviseert de Commissie om concentratieberekeningen van elementair koolstof (EC of roet) uit te voeren op gevoelige

bestemmingen, zoals woningen. Presenteer de (verschil-)concentratiecontouren ook op kaar-

ten. Geef aan wat deze concentraties betekenen voor de volksgezondheid en ga daarbij uit

van bestaande dosis-effectrelaties. Geef hierbij aan hoe burgers en bestuurders de resultaten op gezondheid moeten interpreteren.

4.5

Geluid Betrek bij de beoordeling op het aspect geluid in ieder geval alle wegen binnen het studiegebied waar sprake is van een afname van de verkeersintensiteit van 20% of meer en van alle wegen waar sprake is van een toename van de verkeersintensiteiten van 30% of meer14.

Beschrijf de geluidbelasting op geluidgevoelige bestemmingen voor zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling alsmede de geluidbelasting ten gevolge van de te wijzigen infrastructuur voor het bepalende jaar (ten minste tien jaar na aanleg van een nieuwe weg).

Voor te reconstrueren wegen is de situatie bepalend vóór de reconstructie en het maatgevende jaar na de reconstructie (ten minste tien jaar). Geef aan waar nieuwe knelpunten te verwachten zijn en of bestaande knelpunten worden opgelost.

Daarbij adviseert de Commissie ook de effecten op natuur- en recreatiegebieden in beeld te brengen.

10

Op dit moment zijn de rekenmethoden voor PM2,5 nog niet opgenomen in de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit. In-

dien deze regeling ten tijde van het plan-MER niet beschikbaar beredeneer of bereken de concentraties PM2,5 dan op basis van de dan best beschikbare rekenmodellen.

11

Ook onder de huidige luchtkwaliteitsgrenswaarden kunnen nog aanzienlijke gezondheidseffecten optreden.

12

Gebruik hiervoor klassebreedtes van 1,0 μg/m3 of minder indien klassebreedtes van 1,0 μg/m3 onvoldoende onder-

13

Gebruik hiervoor de zogeheten Adres Codering Nederland (ACN)-bestanden. Denk bij gevoelige objecten aan kinder-

scheidend is.

dagverblijven, scholen, verpleeg- en verzorgingshuizen en woningen. Gevoelige groepen zijn bijvoorbeeld kinderen, ouderen en mensen met long- of hartziekten. 14

Bij deze toe- cq. afname is sprake van een verandering van de geluidbelasting van ca.1 dB.

-860/70

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

Breng voor elk van de alternatieven zowel het relevante geluidbelaste oppervlak voor de

(woon- en natuur) omgeving15 in beeld, als ook het aantal geluidgehinderden in het studie-

gebied. Gebruik hierbij de dosis-effect relatie die in de Europese geluidrichtlijn (EU/2002/49)

gegeven worden.

Beschrijf de omvang van de bestaande saneringsproblematiek en welke maatregelpakketten

zullen worden ingezet om overschrijdingen teniet te doen. Geef daarnaast aan welke moge-

lijkheden er zijn om binnen de maatregelenpakketten het aantal geluidgehinderden nog ver-

der terug te dringen dan alleen onder de grenswaarden. Bereken en beschrijf hoe groot de te verwachten afname van de geluidhinder zal zijn.

4.6

Barrièrewerking Beschrijf in het MER:  

de (mate van) bereikbaarheid van sociaal en economisch belangrijke bestemmingen;

de oversteekbaarheid van bestaande en van nieuwe wegen (verkeerskundige barrièrewerking);

 

de ruimtelijke barrièrewerking;

de fysieke inpassing van de N629 in de omgeving en het effect op de barrièrewerking in het totale gebied.

4.7

Gezondheid Breng de consequenties voor de volksgezondheid in beeld. De Commissie wijst er op dat ook

onder de wettelijke grenswaarden voor lucht en geluid effecten op gezondheid kunnen optreden.16

Geef ook aan welke consequenties een verdere autonome ontwikkeling (nieuwe woongebieden) in het studiegebied heeft voor de volksgezondheid.

Laat zien welke alternatieven en mitigerende maatregelen mogelijk zijn om gezondheidsschade zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel de gezondheid te verbeteren.

15

Voor woongebieden de geluidcontouren vanaf 48 dB Lden in stapgrootte van 5 dB. Voor natuurgebieden de geluidcon-

tour van 42 dB(A) LAeq,24.

16

Zie voor dosis-effect relaties, rekenmethodieken en toelichting Handreiking gezondheid in m.e.r. http://gezondheid.commissiemer.nl/methode/overzicht

-9Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

61/70

4.8

Landschap en cultuurhistorie Beschrijf de landschappelijke waarden en breng de gevolgen van de alternatieven in beeld. Ga daarbij ook in op de landschappelijke barrièrewerking (doorsnijding van landschappelijke waarden).

5.

Overige aspecten

5.1

Leemten in milieuinformatie Het MER moet aangeven over welke milieuaspecten onvoldoende informatie kan worden opgenomen door gebrek aan gegevens. Spits dit toe op milieuaspecten die in verdere besluit-

vorming een belangrijke rol spelen, zodat de consequenties van het tekort beoordeeld kunnen worden. Geef ook aan of dat wat ontbreekt op korte termijn kan worden ingevuld.

5.2

Onzekerheden en evaluatieprogramma Breng de gevolgen van het voornemen voor onder andere lucht-, water-, bodemkwaliteit,

aantallen gehinderden, gezondheid en natuur in beeld. Ga ook in op de onzekerheden in

deze bepaling. Onderscheid daarbij onzekerheden in de kwaliteit van de gegevens (bron, ouderdom, betrouwbaarheid, e.d.) en in de eventueel gehanteerde rekenregels/-modellen (af-

leiding en bandbreedte van kritische parameterwaarden, modelkalibratie, e.d.). Vertaal dit zo mogelijk in een bandbreedte voor de genoemde gevolgen.

Houd bij de vergelijking van de alternatieven en bij de toetsing van de alternatieven aan (pro-

ject-) doelen en wettelijke grenswaarden expliciet rekening met de onzekerheden in effectbepalingen. Geef daarvoor in het MER inzicht in:17 

de waarschijnlijkheid dat effecten optreden, d.w.z. het realiteitsgehalte van de verschil-

het belang van de onzekerheden in effectbepalingen voor de significantie van verschillen

lende effectscenario’s (best-case en worst-case);

tussen alternatieven, en daarmee voor de vergelijking van alternatieven; 

op welke wijze en wanneer na realisering van het initiatief de daadwerkelijke effecten geevalueerd worden, bijvoorbeeld via een oplevertoets, en welke maatregelen ‘achter de

hand’ beschikbaar zijn als (project-)doelen en grenswaarden in de praktijk niet gehaald worden.18

17

Een factsheet op de website van de Commissie bevat meer informatie over het omgaan met onzekerheden in MER.

(http://docs1.eia.nl/mer/diversen/factsheet_19_omgaan_met_onzekerheden_in_mer_webversie.pdf) 18

Dit sluit aan bij de adviezen van de Commissie Elverding. Met de oplevertoets wordt ook invulling gegeven aan de (tot op heden veelal niet nagekomen) verplichting tot evaluatie van een MER (artikel 7.39 t/m 7.42 van de Wet milieube-

heer).

-1062/70

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

BIJLAGE 1: Projectgegevens reikwijdte en detailniveau MER Initiatiefnemer: Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant, Gemeenteraad van de

gemeente Oosterhout, gemeenteraad van de gemeente Dongen

Bevoegd gezag: Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant Besluit: Provinciaal Inpassingsplan Categorie Besluit m.e.r.:

project-m.e.r. vanwege categorie C1.3

plan-m.e.r. vanwege passende beoordeling Activiteit:

Het wijzigen of verleggen van de N629 tussen Oosterhout en Dongen. Procedurele gegevens:

aankondiging start procedure in BN De Stem van: maart 2015

ter inzage legging van de informatie over het voornemen: 23 maart tot en met 4 mei 2015 adviesaanvraag bij de Commissie m.e.r.: 10 maart 2015

advies reikwijdte en detailniveau uitgebracht: 19 mei 2015 Samenstelling van de werkgroep:

Per project stelt de Commissie een werkgroep samen bestaande uit enkele deskundigen, een voorzitter en een werkgroepsecretaris. Bij dit project bestaat de werkgroep uit:

dhr. ing E.H.A. de Beer dhr. ing. B.P.A. Peters

dhr. mr. C.Th. Smit (voorzitter) dhr. ing. R.L. Vogel

mw. mr. drs. A. Wagenmakers (secretaris) Werkwijze Commissie bij advies reikwijdte en detailniveau:

In dit advies geeft de Commissie aan welke onderwerpen naar haar mening behandeld dienen te worden in het MER en met welke diepgang. De Commissie heeft de hierna genoemde informatie van het bevoegde gezag ontvangen. Deze informatie vormt het uitgangspunt van haar advies.

Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de Commissie een locatiebezoek afgelegd.

Zie voor meer informatie over de werkwijze van de Commissie www.commissiemer.nl op de

pagina Commissie m.e.r. Betrokken documenten:

De Commissie heeft de volgende documenten betrokken bij haar advies: 

notitie Reikwijdte en Detailniveau m.e.r. N629/Westerlaan, ten behoeve van het Milieueffectrapport, 2 maart 2015

1

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

63/70

De Commissie heeft kennis genomen van 26 inspraakreacties, die zij op 7 mei 2015 van het

bevoegd gezag heeft ontvangen. Zij heeft deze, voor zover relevant voor m.e.r., in haar advies verwerkt.

64/70

2

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

65/70

Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport

N629 Oosterhout-Dongen ISBN: 978-90-421-4113-1

66/70

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 1 Tekeningen bij inspraakreacties

1

Bijlage 3 Advies Provinciale Omgevingscommissie (POC)

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 3 Advies Provinciale Omgevingscommissie (POC)

67/70

68/70

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 3 Advies Provinciale Omgevingscommissie (POC)

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 3 Advies Provinciale Omgevingscommissie (POC)

69/70

Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12 Fax (073) 614 11 15 info@brabant.nl www.brabant.nl

70/70

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau | 27 augustus 2015 | Bijlage 3 Advies Provinciale Omgevingscommissie (POC)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=e5e0a3e3-d5c0-436d-8369-558b4ab684d2