Bijlage 4 reactienota zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning “Zonnepark op Energiepark A59 Oranjepolder
Tekst van het document
Reactienota zienswijzen Zaaknummer :345263 Zaaknaam: Beantwoording zienswijzen en definitieve VVGB
REACTIENOTA ZIENSWIJZEN ONTWERPOMGEVINGSVERGUNNING “ZONNEPARK OP ENERGIEPARK A59 ORANJEPOLDER”
Inhoudsopgave 1. Aanleiding ...............................................................................................................................2 2. Procedure en vooroverleg ......................................................................................................3 2.1 Omgevingsdialoog........................................................................................................... 3 2.2 Inspraak ........................................................................................................................... 4 2.3 Vooroverleg ..................................................................................................................... 4 2.4 Voorbereidingsprocedure ................................................................................................ 4 2.5 Vervolgprocedure ............................................................................................................ 5 3. Reacties op ingekomen zienswijzen ......................................................................................6 3.1. Inleiding .......................................................................................................................... 6 3.2. Lijst indieners zienswijzen .............................................................................................. 6 3.2.
Behandeling per thema .................................................................................................. 6 3.2.1 Oranjepolder ......................................................................................................................7 3.2.2 Stapeling van functies .......................................................................................................8 3.2.3 Natuuraantasting ...............................................................................................................8 3.2.5 Zon op daken .....................................................................................................................9 3.2.7 Achterhaalde doelstelling ................................................................................................12 3.2.8 Interim Omgevingsverordening .......................................................................................13 3.2.10 Milieu- en omgevingsaspecten ......................................................................................13 3.2.11 Energienet .....................................................................................................................14 3.2.13 Overname ontwikkeling .................................................................................................15 3.2.14 Gelijktijdige ontwikkeling
................................................................................................15 3.2.16 Ontsluiting en veiligheid.................................................................................................15 3.2.17 Participatie .....................................................................................................................16 3.2.18 Raadsbesluit d.d. 26-01-2021 .......................................................................................16 3.2.19 Ruimtelijke onderbouwing .............................................................................................17 3.3. Samenvatting zienswijzen en gemeentelijk standpunt ................................................ 18 4. Aanpassingen naar aanleiding van ingediende zienswijzen ................................................42
Bijlagen 1. Reacties vooroverleg 2. Lijst indieners zienswijzen (vertrouwelijk) Gemeente Oosterhout 16 mei 2022
1. Aanleiding Het realiseren van het zonnepark past niet binnen het huidige bestemmingsplan “Buitengebied”, inclusief de “Reparatie herziening Buitengebied 2016”. Initiatiefnemer heeft een aanvraag omgevingsvergunning ingediend. Om het zonnepark mogelijk te maken is het noodzakelijk om af te wijken van het bestemmingsplan (‘planologisch strijdig gebruik’ als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, verder: Wabo).
2. Procedure en vooroverleg 2.1 Omgevingsdialoog Op 10 december 2018 heeft het College de richtlijn omgevingsdialoog vastgesteld. Hierin is vastgelegd dat bij ontwikkelingsinitiatieven een omgevingsdialoog plaatsvindt. Hierbij dient de initiërende partij in een vroeg stadium van de planontwikkeling de dialoog met de omgeving aan te gaan. De omgevingsdialoog is bedoeld om de omgeving van het initiatief te informeren, maar ook om input uit de omgeving op te halen over de plannen en het draagvlak te peilen. Initiatiefnemers stellen hierover een verslag op dat wordt bijgevoegd bij de vergunningaanvragen. Hieruit dient duidelijk te worden wat met de uitkomsten van de overleggen is gedaan en of deze al dan niet hebben geleid tot aanpassing van de plannen of (vervolg)proces. Op 16 december 2020 heeft het college aan de initiatiefnemers (toen nog Shell (zon) en Eneco (wind) laten weten dat zij konden starten met het participatieproces. Dit betekende tevens dat beide initiatiefnemers hun principeverzoeken konden indienen. Initiatiefnemers hebben aangegeven ook nadat de omgevingsdialoog officieel is afgerond (bij het indienen van het verslag daarover bij de vergunningsaanvragen door initiatiefnemers) met de omgeving in gesprek te willen blijven.
Naast het virtuele energiecafé dat heeft plaatsgevonden op 2 april 2020, hebben beide initiatiefnemers gesprekken gevoerd met diverse personen en organisaties die een aantoonbaar belang hebben bij de ontwikkelingen. Gesprekken zijn gevoerd met onder meer: - Waterschap Brabantse Delta - Grondeigenaren - Rijksvastgoedbedrijf - Rijkswaterstaat - Provincie Noord-Brabant - Gemeente Geertruidenberg - Gemeente Drimmelen - Vertegenwoordiging bedrijvenvereniging Vijf eiken - Vertegenwoordiging bedrijvenvereniging Weststad - Windpark Weststad II - TNO/ Defensie - Enexis - Natuurplein - IVN - Omwonenden uit wijk Dommelbergen - AGEL adviseurs Oosterhout - H2point Oosterhout Op zaterdag 27 juni 2020 heeft de gemeente, ter afsluiting van de inspraakprocedure, een veldexcursie georganiseerd. De veldexcursie is goed bezocht en de diverse reacties en /of vragen van aanwezigen zijn ter plekke beantwoord of waar mogelijk meegenomen in het ontwerp van het Energiepark A59. Eén van de gevolgen daarvan is geweest dat het college op 9 juni 2020 heeft besloten de derde windmolen (buiten de grenzen van het zonnepark) te laten vervallen. Op 12 september 2020 hebben initiatiefnemers een panoramapaviljoen georganiseerd. Het panoramapaviljoen bood inzicht in het toekomstige landschap en inrichting van de locatie.
Beide initiatiefnemers waren hierbij aanwezig om in gesprek te gaan met aanwezigen en vragen te beantwoorden. De omgevingsdialoog houdt niet op bij het verlenen van deze omgevingsvergunning. Komende maanden gebruikt de initiatiefnemer om nader in gesprek te gaan met de werkgroep Biodiversiteit over de detailinvulling van het landschappelijk inpassingsplan en het biodiversiteitsplan.
2.2 Inspraak Het initiatief “Energiepark A59”, bestaande uit de twee initiatieven: Windpark (Eneco) en Zonnepark (Eneco Solar), heeft conform de Algemene Inspraakverordening Oosterhout 2006 met ingang van 27 februari 2020 tot en met 22 april 2020 ter inzage gelegen. Kennisgeving van het voorgenomen plan heeft plaatsgevonden op 26 februari 2020 in het Weekblad Oosterhout en op de gemeentelijke website. Ook is een bericht geplaatst op de projectwebsite www.energieparka59.nl. Gedurende de aangegeven termijn bestond de gelegenheid om schriftelijk en mondeling op het plan te reageren door de indiening van een inspraakreactie. De inspraaktermijn voor het voorgenomen plan begon op 27 februari 2020 en eindigde oorspronkelijk op 8 april 2020. In verband met de coronacrisis en het daardoor niet doorgaan van het fysieke energiecafé in de wijk Dommelbergen, is besloten deze termijn met twee weken te verlengen tot en met 22 april 2020. Er zijn 495 schriftelijke reacties ingediend. Hoewel het op basis van de inspraakverordening niet mogelijk is om digitaal een inspraakreacties in te dienen, hebben we 467 digitale inspraakreacties ontvangen. Gezien het grote aantal digitaal ingediende reacties en de bijzondere situatie rond de Coronacrisis, zijn ook deze digitale reacties in behandeling genomen. De inspraakreacties hadden met overgrote meerderheid betrekking op het voorgenomen windpark.
Tevens vond op 2 april 2020 een informatieavond (virtueel energiecafé) plaats, waarbij ruim 80 belangstellenden (digitaal) aanwezig waren. Het verslag hiervan, en de antwoorden op de gestelde vragen, is terug te vinden op de website www.energieparka59.nl. De ingediende inspraakreacties zijn beantwoord in een ‘Verslag inspraakprocedure Energiepark A59’. Na de inspraakprocedure is de definitieve aanvraag omgevingsvergunning voor het zonnepark ingediend.
2.3 Vooroverleg In het kader van het voorgeschreven vooroverleg (artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening) is de ontwerp-omgevingsvergunning toegezonden aan de provincie en het Waterschap Brabantse Delta. De provincie heeft op 1 april 2020 enkele opmerkingen gemaakt die zijn verwerkt in de ruimtelijke onderbouwing. Het Waterschap Brabantse Delta heeft op 7 februari 2020 een positief wateradvies afgegeven. De genoemde reacties zijn als bijlage 1 aan de onderhavige nota toegevoegd.
2.4 Voorbereidingsprocedure Naar aanleiding van de definitieve aanvraag omgevingsvergunning heeft de gemeenteraad op 26 januari 2021 een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen afgegeven. De ontwerp-omgevingsvergunning “Zonnepark op Energiepark A59 Oranjepolder” is tezamen met de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen, met ingang van 16 februari 2022 tot en met 30 maart 2022 voor eenieder ter inzage gelegd bij het gemeentelijk informatiecentrum in het stadhuis. De stukken konden ook geraadpleegd worden op de gemeentelijke website www.oosterhout.nl. Gedurende deze termijn van 6 weken bestond de gelegenheid schriftelijke of mondelinge zienswijzen over het ontwerp bij de gemeenteraad kenbaar te maken. Van deze gelegenheid tot het indienen van zienswijzen hebben 37 instanties c.q. personen gebruik gemaakt.
Ook is de provincie Noord-Brabant in kennis gesteld van de ter inzagelegging van de ontwerp-omgevingsvergunning. Op basis van de Wro heeft deze instantie de mogelijkheid om ook zienswijzen bij de gemeenteraad in te dienen, indien zij van oordeel is, dat er zaken worden geregeld, welke mogelijk indruisen tegen provinciaal beleid. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. De ingediende zienswijzen worden in de onderhavige nota van commentaar voorzien. Omdat de meeste onderwerpen steeds terugkeren in de individuele zienswijzen, is er gekozen voor een behandeling per onderwerp en niet voor een behandeling per ingediende brief. De zienswijzen zijn per onderwerp verwoord en van een conclusie voorzien.
2.5 Vervolgprocedure Na verlening van de omgevingsvergunning voor het zonnepark kunnen belanghebbenden in beroep gaan bij de rechtbank Zeeland-West Brabant. De omgevingsvergunning treedt in beginsel in werking met ingang van de dag na afloop van de beroepstermijn.
3. Reacties op ingekomen zienswijzen 3.1. Inleiding Van de gelegenheid tot het indienen van zienswijzen tegen het ter inzage gelegde “Zonnepark op Energiepark A59 Oranjepolder” is door 37 personen/organisaties gebruik gemaakt. Alle zienswijzen zijn tijdig ingediend en zijn dan ook ontvankelijk verklaard. Aangezien veel zienswijzen betrekking hebben op dezelfde onderwerpen, worden de ingediende zienswijzen per onderwerp samengevat. Daarna worden deze per onderwerp van commentaar voorzien. Tevens wordt per zienswijze een reactie gegeven. Dit kan een verwijzing zijn naar de algemene onderwerpen, maar in specifieke gevallen wordt ook inhoudelijk een aanvullend antwoord gegeven. Hierbij moet worden opgemerkt, dat hoewel de zienswijzen samengevat worden weergegeven, een integrale beoordeling van de gehele zienswijze heeft plaatsgevonden en dus alle aangevoerde aspecten zijn meegewogen bij de gegeven gemeentelijke reactie. Op basis van het vorenstaande worden conclusies getrokken over het geheel, gedeeltelijk of niet gegrond zijn van de zienswijzen. Voor de project-technische vragen en zienswijzen hebben wij een beroep gedaan op de initiatiefnemers en haar gespecialiseerde adviseurs om ons van de benodigde informatie te voorzien.
3.2. Lijst indieners zienswijzen In verband met de Algemene Verordening Gegevensbescherming worden de persoonsgegevens van de indieners van zienswijzen uitsluitend weergegeven in de vertrouwelijke bijlage 2 “Lijst indieners zienswijzen”. Deze persoonsgegevens worden niet openbaar gemaakt en worden uiterlijk na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning “Zonnepark op Energiepark A59 Oranjepolder” vernietigd. Voor de inhoud van dit verslag wordt volstaan met de nummers welke aan de brieven zijn toegekend.
3.2. Behandeling per thema In de hiernavolgende paragrafen worden de reacties per thema verzameld en beantwoord. De reacties worden daarbij per thema eerst kort samengevat. In de beantwoording zijn alle zienswijzen meegenomen. De thema’s uit de zienswijzen zijn: 1. Oranjepolder 2. Stapeling van functies 3. Natuuraantasting 4. Landbouwgrond 5. Zon op daken 6. RES 1.0 7. Achterhaalde doelstelling 8. Locatiekeuze 9. Interim Omgevingsverordening 10. Omgevingsvisie 11. Milieu- en omgevingsaspecten 12. Energienet 13. Financiële haalbaarheid 14. Overname ontwikkeling 15. Gelijktijdige ontwikkeling 16. Ontsluiting en veiligheid 17. Participatie 18. Raadsbesluit d.d. 26-01-2021 19. Ruimtelijke onderbouwing 20. Zorgvuldige besluitvorming
3.2.1 Oranjepolder In de zienswijzen zijn diverse bezwaren geuit over de aanleg van het zonnepark in de Oranjepolder. De Oranjepolder is aangemerkt als groenblauwe mantel en heeft een belangrijke functie in de agrarische sector. Er komen mensen om te ontspannen in de natuur. Met de komst van de zonnepanelen zal de Oranjepolder verloren gaan voor recreatie en zou de karakteristieke, landschappelijke en historische waarde van de Oranjepolder verdwijnen. Reactie De Oranjepolder als geheel is geen natuur- of recreatiegebied, maar primair een agrarisch gebied. Voor het plangebied geldt het Bestemmingsplan Buitengebied (incl. reparatie herziening buitengebied 2016). Hierin hebben de gronden voornamelijk de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’, en op kleinere stukken de bestemming ‘Verkeer’, ‘Water’ en ’Natuur’. Het plangebied is op dit moment primair in gebruik als (monocultuur) landbouwgrond. De natuurwaarde van deze gronden is beperkt doordat deze intensief agrarisch in gebruik zijn voor mais- en grasteelt. Aan de rand van het plangebied, langs het Kromgat, is wat kleinschalige natuur. Ook de RWZI is met enkele houtwallen ingepast. Verder zijn er diverse waterstructuren waar zich de natuurlijke habitat van diverse soorten bevinden. Het zonnepark zorgt, in tegenstelling tot wat reclamanten stellen, voor een versterking van de natuur in het gebied.
Enerzijds door de bestaande natuurlijke strook langs het Kromgat te versterken en te verbreden. Anderzijds door een nieuwe natuurlijke strook toe te voegen aan de kant van de Statendamweg. De randvoorwaarden hiervan liggen vast in afspraken tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Voor de exacte invulling van deze landschappelijke inrichting is een werkgroep biodiversiteit ingesteld door initiatiefnemer waarin zij samen met organisaties en belanghebbenden zorgt voor de uitwerking daarvan (participatie). Daarbij is het uitgangspunt dat de biodiversiteit in het gebied zo veel mogelijk versterkt wordt. Ook onder de zonnepanelen wordt gewerkt met een speciaal grasmengsel, waardoor ook hier meer diversiteit in de oeverbegroeiing komt dan er op dit moment in het gebied is. De bestaande waterstructuren blijven intact. De bestaande biodiversiteit daarin ondervindt geen hinder van de zonnepanelen. De verwachting is ook dat, door het achterwege blijven van (kunst)mest en bestrijdingsmiddelen de waterkwaliteit van deze biotopen verbeterd. De Oranjepolder gaat niet verloren voor recreatie. Enkel (een deel van) de doodlopende Hillenweg richting de snelweg wordt aan de openbaarheid onttrokken. Recreanten kunnen gebruik blijven maken van de bestaande routes in de gehele Oranjepolder om te sporten, de hond uit te laten en om tot rust te komen.
Het zonnepark valt ook grotendeels weg uit het zicht van deze doorgaande routes. Immers, diverse landschapselementen bij de RWZI Dongemond en een groot aantal landbouwpercelen langs de Domeinweg verminderen het zicht op het zonnepark vanaf de Domeinweg. En zoals hierboven aangegeven zal de natuurlijke zone langs het Kromgat, waar zich ook een doorgaande (fiets)route bevindt, versterkt en verbreed worden, waardoor ook hier het zonnepark op een logische wijze wordt ingepast en het zicht wordt verminderd. Op dit moment geldt ook nog steeds (o.a.) de bestemming Agrarisch met waarden Landschap op het overgrote deel van dit perceel. Na afloop van de instandhoudingstermijn dienen de zonnepanelen en alle voorzieningen verwijderd te worden (conform het voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning en de overeenkomst tussen gemeente en Eneco). Dit perceel krijgt daarna weer de functie van agrarische grond en gaat daarna weer als zodanig gebruikt worden. Geconcludeerd kan dus worden dat de stelling dat de Oranjepolder voor langere tijd verloren gaat voor recreatie en ontspanning onjuist is. Daarnaast is het opwekken van duurzame energie in het grootste belang van Nederland en dus ook voor Oosterhout. Juist ook om de klimaatverandering en de vergankelijkheid van onze natuur te stoppen.
Dit zonnepark draagt dus juist bij aan het op lange termijn behoud van de leefbaarheid van onze leefomgeving. De stelling van reclamanten dat het plaatsen van een zonnepark ervoor zorgt dat een gebied, in dit geval de Oranjepolder, verloren gaat bestrijden wij dan ook.
3.2.2 Stapeling van functies In de zienswijzen wordt de opeenstapeling van projecten in dit gebied genoemd en de gevolgen die dit heeft. Hier past geen grootschalig zonne- en windpark meer bij. Reactie Door de aanwezigheid van het zonnepark neemt het geluidsniveau in het gebied niet significant toe. Een zonnepak bestaat uit zonnepanelen, draagconstructies, kabels en omvormers die nauwelijks geluid produceren. Een geluidsstudie voor een vergelijkbaar zonnepark in Moerdijk heeft dit laten zien. Daarnaast is het niet aannemelijk dat het zonnepark het geluid van de A59 en de windturbines waarneembaar zal versterken. Een studie in Overbetuwe naar de geluidsoverdracht van wegverkeersgeluid heeft geconcludeerd dat versterking van het geluid door het zonnepark met menselijk oor niet waarneembaar is. Het zonnepark zorgt dan ook niet voor een toename van de geluidsoverlast. Daarnaast maakt juist de aanwezigheid van snelweg, RWZI, en industrie deze locatie zeer geschikt voor een zonnepark. Een van de landelijke eisen is immers ook om aan te sluiten bij bestaande grootschalige infrastructuur. De afstand tot de bebouwde kom en de ligging achter de RWZI en in de oksel van de oprit naar en langs de snelweg zorgen ervoor dat het zonnepark uit het zicht staat. 3.2.3 Natuuraantasting Reclamanten geven aan dat het niet zeker is dat de natuur er daadwerkelijk op vooruit gaat.
De biodiversiteit in de Oranjepolder is nu hoog en de kans is reëel dat dit verloren gaat. Reactie Het huidige gebruik als agrarisch landbouwgrond biedt, in tegenstelling tot wat indieners stellen, weinig tot geen ecologische waarde. Hier tegenover kunnen zonneparken juist een impuls voor biodiversiteit betekenen, aangezien bodems in principe 25 jaar rust krijgen, bemesting of bestrijdingsmiddelen niet worden toegepast, het beheer heel extensief kan zijn en waterpeilen niet kunstmatig laag hoeven te worden gehouden. Het hoofdthema voor biodiversiteit is hier de rijke kleibodem, de Donge en de waaier van voormalige kreken. Natuurtypen die passen bij deze bodem zijn zeldzaam omdat deze bodems voor vrijwel 100% in gebruik zijn als landbouwgrond. Natuurtypen die op dergelijke bodems goed tot hun recht komen, zijn bijvoorbeeld verschillende typen Essenbos, potentieel zeer structuur- en soortenrijke bossen. Een zonnepark op deze basis van kleibodem biedt mogelijkheden om een deel van deze natuurpotentie tot uiting te laten komen. Eneco Solar committeert zich voorts aan de gedragscode van Holland Solar ten aanzien van de gewenste verhoudingen groen ten opzichte van zon en gaat hier ruimschoots overheen. Waar conform de gedragscode een dekkingsgraad van maximaal 75% zonnepaneel (en overige technische toepassingen) wordt gewenst, komt de dekkingsgraad in dit plan op 63%.
Dit betekent dat in plaats van 25% onbedekte oppervlakte, een gebied van in totaal 37% wordt ingezet voor het groenplan. Daartoe behoort ook de groene ruimte tussen de panelen, zodat de bodem niet volledig met panelen wordt bedekt. Bij de uitwerking van het groenplan wordt bovendien rekening gehouden met de schaduwwerking als gevolg van de panelen. Er wordt dan ook gekozen voor (een mix van) schaduwminnende groensoorten die onder de zonnepanelen kan groeien. Tot slot wordt gewezen op het rapport van Van der Goes & Groot, dat is toegevoegd aan de bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing. Daarin is aangegeven dat door bepaalde werkzaamheden of planuitwerkingen te voorkomen, geen sprake is van negatieve effecten op natuur, zowel bezien vanuit soortenbescherming als vanuit gebiedsbescherming. 3.2.4 Landbouwgrond Reclamant pleit ervoor om niet te kiezen voor de inzet van de landbouwgrond voor de aanleg van het zonnepark. Deze inzet van landbouwgronden leidt tot prijsopdrijving van landbouwgronden en komt boven op de recente grootschalige onttrekking van landbouwgronden voor het realiseren van bijvoorbeeld de woonwijk Vrachelen en industrieterreinen zoals Everdenberg-Oost en de aanleg van extra infrastructuur.
Reactie In West-Brabant is in de RES 1.0 afgesproken dat alle achttien gemeente zorgvuldig met de beschikbare landbouwgronden om gaan. In de RES 1.0 is afgewogen hoe West-Brabant de energietransitie het beste vorm kan geven. Daarbij is in deze regio afgesproken dat de regio in 2030 2,0 TWh met wind- en zonne-energie opwekken en 0,2 TWh met innovatieve technieken. Een groot deel van deze opgave wordt gerealiseerd met zon op dak, maar daarnaast is ook nog steeds noodzakelijk dat een deel van de opgave met zonnevelden en windturbines wordt opgewekt. De RES 1.0 geeft inzicht in de totale regionale behoefte aan duurzame energie en bevat de zorgvuldige regionale afweging hoe de regio omgaat met het behalen van de doelstelling. Dit is ook een van de voorwaarden van de zonneladder. De zonneladder geeft geen sturing aan de volgtijdelijkheid van de realisatie van zonprojecten. De zonneladder verplicht niet om eerst alle (geschikte) daken worden voorzien van zonnepanelen, voordat zonneparken gerealiseerd mogen worden. Dit houdt in beginsel in dat in de regio het aantal hier te realiseren Mw middels een zonnepark niet elders ook middels een zonnepark gerealiseerd kan worden. Door op deze manier gezamenlijk naar de opgave te kijken en gezamenlijk naar oplossingen te zoeken wordt in regionaal verband zorgvuldig met de beschikbare landbouwgrond omgegaan.
3.2.5 Zon op daken Reclamanten geven aan dat er verschillende alternatieve locaties zijn voor de aanleg van een zonnepark. In de allerlaatste plaats kan pas gekeken worden naar de mogelijkheden om de panelen op landbouw- en natuurgrond te leggen. Het kabinet zet vol in op het ontzien van natuur- en landbouwgrond. Reactie Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord van het Rijk is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te verminderen vergeleken met 1990. In het Klimaatakkoord zijn landelijk afspraken gemaakt over de wijze waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden. Een van de belangrijkste pijlers uit dit Klimaatakkoord betreft de transitie van fossiele naar duurzame energie. De totale energiebehoefte in Nederland is veel groter dan alleen het elektriciteitsverbruik van huishoudens. Denk aan onder meer de energiebehoefte van industrie, winkels, openbare gebouwen, landbouw en verkeer & vervoer. Voor de sectoren gebouwde omgeving, elektriciteit, mobiliteit, industrie en landbouw zijn afspraken gemaakt hoe deze gaan bijdragen aan de CO2-reductie. Concreet moet 192 GWh duurzame elektriciteitsproductie voor 2030 in bedrijf zijn voor de gemeente Oosterhout. De regering heeft aangegeven dat: 1. Er alleen bestaande, uitontwikkelde technologieën mogen worden toegepast, dit betekent concreet: zonnepanelen en windmolens; 2.
De bijdrage die bewoners leveren door zonnepanelen op woningen niet meegeteld mogen worden; 3. Grootschalige opweklocaties langs bestaande infrastructuren gezocht moeten worden; 4. Locaties afgewogen moeten worden langs de zonneladder; 5. Iedere gemeente de opgave op eigen grondgebied moet realiseren; 6. Uiterlijk 31-12-2024 alle vergunningen verstrekt moeten zijn. RES Voor de sector Elektriciteit is Nederland vervolgens verdeeld in 30 energieregio’s. Per regio beschrijft de Regionale Energiestrategie (RES) de regionale keuzes voor de grootschalige opwekking van duurzame energie en de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Meer informatie over afspraken en proces van de Nederlandse energie- en warmtetransitie is te vinden op www.regionale-energiestrategie.nl. Voor de RES-regio West-Brabant, waar Oosterhout deel van uitmaakt, zijn de regionale keuzes en de bijdrage per gemeente vastgelegd in de RES 1.0 die op 31 maart 2021 door de gemeenteraad is aangenomen. Iedere RES-regio draagt bij aan de landelijke doelstelling voor het opwekken van 35 TeraWattuur (TWh) duurzame energie in 2030. De bijdrage van onze regio is vastgesteld op 2,0 TWh aan gangbare technieken (zon/wind) en 0,2 TWh aan innovatieve technieken. Deze regionale opgave is onderverdeeld naar een
opgave per gemeente. Voor de gemeente Oosterhout komt deze opgave neer op 0,192 TWh ofwel 192 Gigawattuur (GWh) tot 2030. In de RES zijn de duurzaamheidsambities van Oosterhout (zoals hieronder uiteengezet) één op één overgenomen. Duurzaamheidsambities Oosterhout De gemeente Oosterhout heeft al in 2018 de Routekaart energietransitie 2019-2022 vastgesteld. Toen is al aangegeven op welke wijze de gemeente Oosterhout de verantwoordelijkheid neemt en hoe de gemeente Oosterhout samen met inwoners en ondernemers in actie komt door te starten met de energietransitie. Wij voelen onze verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een leefbare wereld voor toekomstige generaties en voor de leefbaarheid en de toekomst van Oosterhout. Onze ambities vallen grofweg uiteen in twee delen: 1. het besparen van energie, en; 2. het opwekken van duurzame energie. In het document ‘Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030’ en de bijbehorende Routekaart energietransitie 2019-2022 zijn deze ambities verder uitgewerkt. In de Routekaart zijn de concrete projecten opgenomen waarmee we de ambities op het gebied van duurzame opgewekte energie gaan realiseren tot en met 2022. Het zonnepark A59 maakt deel uit van deze Routekaart. Beide documenten zijn in oktober 2019 vastgesteld door de gemeenteraad.
Energiepark A59 Over het Energiepark A59 (windpark en zonnepark) is in de ‘Routekaart Energietransitie 2019-2022’ het volgende opgenomen: ‘In samenwerking met de grondeigenaren, Shell en Eneco gaan we langs de A59 3 tot 4 windturbines plaatsen (Oranjepolder).’ En: ‘Hoewel het uitgangspunt is dat eerst zonnepanelen op daken van bedrijven en woningen worden geplaatst, biedt het plaatsen van ca 29 hectare aan zonnepanelen op deze locatie een unieke mogelijkheid om de ambitie tot 2030 in één keer te realiseren. Door dit op dezelfde locatie te combineren (met een zonneweide) ontstaat er een Energiepark.’ Mix aan energiebronnen noodzakelijk Om het totaal aan benodigde duurzame energie in 2030 en 2050 te realiseren, is een mix aan nieuwe duurzame energiebronnen van wind en zon nodig. Een goede mix van wind- en zonenergie draagt bij aan een voldoende en constante duurzame energielevering. Vaak waait het als de zon niet schijnt en andersom. Zonenergie wordt dan ook vooral in de lente en zomer opgewekt, windenergie heeft juist een piek in de herfst en winter. Die twee samen leveren over het jaar heen een redelijk constante productie. Ook vanuit de netbeheerder Enexis en benutting van netcapaciteit is deze mix van bronnen noodzakelijk.
Om uiterlijk in 2030 voldoende duurzame opwekcapaciteit binnen onze gemeente beschikbaar te hebben zijn locaties met grootschalige opwekking van duurzame energie, zoals Energiepark A59, onmisbaar. Op dit moment zijn zon en wind de technisch meest haalbare, rendabele en bewezen duurzame energiebronnen om de duurzaamheidsambities van de gemeente te behalen. Om de tussendoelen te realiseren (in 2030 een CO2-reductie van 49% en het opwekken van 192 GWh elektriciteit) hebben we nu geen andere mogelijkheid dan gebruik te maken van deze twee hernieuwbare bronnen. Onderverdeling bronnen De voorkeur van de gemeente gaat allereerst uit naar het optimaal benutten van de mogelijkheden voor zon op dak. Met alleen zonnepanelen op daken halen we onze doelstellingen echter niet. Eigenaren van (grote) bedrijfsdaken, kunnen niet worden gedwongen om in zonnepanelen te investeren, niet alle daken zijn geschikt en bij vergunningverlening van nieuwe gebouwen is het afdwingen van het leggen van zonnepanelen op bedrijfsdaken niet mogelijk, wel stimuleert de gemeente dit uiteraard. De gemeente is groot voorstander van zonnepanelen op woningen en stimuleert dit ook. Zonnepanelen op woningen tellen echter op dit moment, conform eisen vanuit de rijksoverheid, niet mee in het behalen van de doelstelling.
Grootschalige opwek van zonenergie is daarom, naast het beoogde windpark A59, noodzakelijk voor realisatie van onze doelstellingen.
Onze doelstelling om in 2030 192 GWh aan duurzame energie op te wekken, hebben we in de Routekaart Energietransitie 2019-2022 onderverdeeld in een mix van bronnen: 1. Windenergie (90 GWh) 2. Zon op Bedrijfsdaken (54 GWh) 3. Zonneparken (48 GWh) 4. Zon op woningen (telt niet mee in de doelstelling) Als het Energiepark A59 is gerealiseerd, alle beoogde bedrijfsdaken vol zijn gelegd, en de locatie voor het zonnepark Dorst is benut, is er geen sprake een teveel aan duurzame energie voor onze gemeente. Windenergie In Oosterhout is er, vanwege het beperkte aantal geschikte locaties in de gemeente, voor gekozen 90 GWh met windenergie op te wekken. Windenergie is naast zonenergie één van de twee bewezen technieken waarmee we onze duurzaamheidsdoelstellingen moeten halen. Op dit moment produceren de 6 windmolens op Weststad sinds 2008 gemiddeld 36 GWh per jaar (19% van de opgave). De overige 54 GWh moesten worden behaald met 3 windmolens in de Oranjepolder en repowering (upgrading) van het bestaande windpark. Zon op bedrijfsdaken Met het project ‘Zon op Bedrijfsdaken’ stimuleert de gemeente Oosterhout ondernemers om zonnepanelen te gaan plaatsen. Doelstelling was oorspronkelijk om in 2030 54 GWh energie op te wekken met zon op bedrijfsdaken.
Om dit te bereiken moeten circa 160.000 zonnepanelen op daken worden gelegd wat betekent dat circa 35% van het totale oppervlak aan bedrijfsdaken in Oosterhout met zonnepanelen worden vol gelegd. Hier is een extra opgave van 15 GWh bijgekomen. Deze extra opgave is ontstaan door het vervallen van de 3e windmolen in de Oranjepolder. Hierdoor stijgt de opgave voor zon op bedrijfsdaken naar een totaal van 69 GWh en wordt het percentage oppervlak aan bedrijfsdaken dat in 2030 vol moet liggen met zonnepanelen verhoogd naar 45%. Landelijk wordt ingeschat dat het volleggen van 20-25% van de bedrijfsdaken met zonnepanelen realistisch is. Oosterhout zit daar ruim boven. Met 45% aan bedrijfsdaken volleggen tot 2030 hebben we dus al een zeer ambitieuze doelstelling. Als gemeente hebben we geen mogelijkheid om zonnepanelen op bedrijfsdaken verplicht te stellen. Ook zijn lang niet alle bedrijfsdaken en dakconstructies geschikt om panelen (rendabel) op te leggen. De gemeente stimuleert dit echter wel zo veel mogelijk. Op bedrijfsdaken in Weststad, Statendam, Vijf Eiken, Heihoef, Everdenberg, bij agrariërs en bij gemeentelijk vastgoed zijn al ruim 60.000 PV panelen geplaatst, goed voor 19 GWh duurzame opwek (28% van de totale opgave).
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de (nieuw)bouw en uitbreiding van bedrijfspanden wijst de gemeente de eigenaren op het realiseren van een voor zonnepanelen geschikte dakconstructie. Landelijk wordt onderzocht of het Bouwbesluit aangepast kan worden, zodat een dak van nieuw te bouwen panden altijd geschikt dient te zijn voor de plaatsing van zonnepanelen. Dit is echter nog niet gebeurd en de gemeente heeft hier geen directe invloed op. Voor bedrijven blijft het hierdoor uiteindelijk een bedrijfseconomische afweging of een bedrijf kan en wil investeren in zonnepanelen op het dak. Zon op woningen In Oosterhout is ca. 15-20% van de circa 25.000 woningen voorzien van zonnepanelen. Uitgaande van gemiddeld 12 panelen per woning zijn er nu ca. 50.000 zonnepanelen geplaatst. De opbrengst uit deze panelen mogen, vanuit de landelijke berekeningsmethodiek van het Nationaal Programma RES, echter niet meegerekend worden voor de opgave en realisatie van de 192 GWh in 2030. De realisatie van zon op woningen wordt op dit moment landelijk als te onzeker beschouwd. Uiteraard stimuleren we als gemeente de realisatie van zon op woningen, onder meer met de duurzaamheidslening. Ook voor de ontwikkeling van nieuwbouwwijken/projecten streeft de gemeente naar het zoveel als mogelijk benutten van de daken van woningen voor
zonnepanelen. Er bestaat (helaas) ook nog geen mogelijkheid om projectontwikkelaars te verplichten tot het maximaal benutten van het dakoppervlak voor zonnepanelen. Zonneparken Van de beoogde 192 GWh duurzaam opgewekte energie in 2030 werd in de oorspronkelijke plannen 90 GWh met windenergie en 54 GWh met zon op bedrijfsdaken gerealiseerd. De resterende 48 GWh moet daarmee met zonnevelden worden gerealiseerd. Hiervoor zijn in de Routekaart Energietransitie 2019-2022 het zonnepark A59 (i.c.m. wind) en een zonnepark aan de Akkerweg in Dorst benoemd. Bij het vaststellen van de Routekaart Energietransitie 2019-2022 is uitgebreid gesproken over grootschalige energieopwekking met zonneweiden. Mede omdat in Oosterhout geen grote braakliggende terreinen beschikbaar zijn. Daarbij heeft de gemeenteraad aangegeven dat ze in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik (geen versnippering/verrommeling) zo min mogelijk (landbouw)gronden en locaties willen benutten voor zonneparken. Om die reden zijn op dit moment slechts 2 locaties benoemd als geschikt voor grootschalige zonnepark. In 2018 zijn 16 locaties, door marktpartijen aangedragen, voor de grootschalige productie van duurzame energie met zonnepanelen in de gemeente Oosterhout beoordeeld.
Daarvan lagen er 11 rondom Oosteind (6 langs A27, 3 ten noorden en 3 ten zuiden van Oosteind), 3 ten westen van Dorst, en 1 ten noorden van Oosterhout (Oranjepolder, Energiepark A59). Al deze locaties zijn intern afgewogen op mogelijke effecten op de omgeving (onder meer gevolgen voor natuur, water, ruimtelijke ordening, en historische betekenis). Ook zijn in deze beoordeling de richtlijnen van het Rijk betrokken dat deze locaties zoveel mogelijk moeten worden gecombineerd met bestaande infrastructuur. Bij Dorst is dat het zonnepark Bavelse Berg en bedrijventerrein Minervum, voor Oranjepolder zijn dat Weststad, de A59 en het Wilhelminakanaal. Zowel het gebied van het Energiepark A59, als dat van de Dorst, wordt agrarisch gebruikt en ligt op ruime afstand van woningen zodat de overlast voor inwoners zoveel als mogelijk wordt beperkt. Besloten is daarom door het gemeentebestuur de 2 locaties Oranjepolder en Bavelse Berg in de Routekaart energietransitie te benoemen als geschikte locaties voor grootschalige opwekking van zonne-energie (in totaal 29% van de opgave). 3.2.6 RES 1.0 Conform de thans vigerende RES, zonnepanelen zoveel mogelijk gelegd dienen te worden op daken en anders door middel van meerfunctiegebruik. Reclamanten vinden met name dat het combineren van functies en zon op daken niet (voldoende) is onderzocht.
Reactie Er is in dit project wel degelijk sprake van meervoudig ruimtegebruik. Namelijk de combinatie van opwek van elektriciteit (zon en wind als combinatie in het Energiepark A59) met natuur. Slechts ongeveer 2/3 van de oppervlakte van het gebied wordt gebruikt voor het plaatsen van zonnepanelen en overige voorzieningen. Het andere deel blijft behouden voor natuur(ontwikkeling), zoals ook beschreven in de ruimtelijke onderbouwing. Daarnaast hebben Gemeente en Eneco afgesproken dat aanvullende mogelijkheden voor het meervoudig gebruik en/of innovaties van het projectgebied mogelijk zijn. Ideeën en/of concrete projecten hiervoor kunnen worden aangedragen bij de Raad van Advies die wordt opgezet bij afgifte van de omgevingsvergunning. Gemeente en Eneco beoordelen dan samen of een dergelijk project past in het zonneveld. Voorstellen worden getoetst aan de: - juridische haalbaarheid; - financiële haalbaarheid; - technische haalbaarheid; - Meerwaarde voor ruimtelijke kwaliteit; - Gedragscode Zon op Land 3.2.7 Achterhaalde doelstelling Reclamanten geven aan dat met de huidige goedgekeurde plannen inmiddels de landelijke klimaatdoelstelling al is gehaald. Tevens wordt voorbijgegaan aan de beslissing van het kabinet om 1,69 miljard euro extra in windparken op zee te investeren om de productie
middels zeewindparken tot 2030 te verdubbelen (naar 21 GW), zulks als uitwerking van het klimaatfonds. Het bestuur baseert zich op dit moment op een achterhaalde doelstelling. Reactie Bij de vergunningaanvraag is een ruimtelijke onderbouwing bijgesloten die naar onze mening voldoet aan alle ruimtelijk-planologische aspecten op basis waarvan wij een besluit kunnen en mogen nemen over de verlening van een omgevingsvergunning (met afwijking). In die onderbouwing ligt een voldoende deugdelijke motivering waarom de realisatie van dit zonnepark voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Gelet op de beantwoording elders in deze zienswijzenota (3.2.5 zon op daken) delen wij de mening niet dat er inmiddels al voldoende plannen zijn om de klimaatdoelstelling te halen. De RES 1.0 gaat ook voor Oosterhout uit dat naast zon op de daken ook zonneparken worden gerealiseerd. Dit zonnepark is ook in de RES 1.0 meegenomen. Ook al zou het heel mooi zijn dat we nu al feitelijk kunnen vaststellen dat we de klimaatdoelstellingen gaan halen, zonder alle RES in Nederland en de RES van West-Brabant in het bijzonder, helaas is dat niet het geval. Wij zijn dan ook van mening dat i.c. ook het halen van de klimaatdoelstelling middels o.a. de realisatie van dit zonnepark mag prevaleren.
3.2.8 Interim Omgevingsverordening Dat wat nu voorgesteld wordt als ruimtelijke kwaliteitsverbetering voldoet volgens reclamanten niet aan de provinciale Interim Omgevingsverordening. Uit de Ruimtelijke Onderbouwing blijkt dat kwaliteitsverbetering en inpassing niet zijn geborgd. Reactie Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied vereist de IOV dat er een investering wordt gedaan in de kwaliteitsverbetering van het landschap. Het afsprakenkader WestBrabant (18 december 2014) dient daarbij nog steeds als uitgangspunt. In dit afsprakenkader is aangegeven dat kwaliteitsverbetering van het landschap op meerdere manieren kan plaatsvinden, bijvoorbeeld door een landschappelijke inpassing, aanleg andere groen- of landschapselementen, sloop van bebouwing, verwijderen van verharding, omzetting van agrarische grond in natuur. Landschappelijke inpassing is dus één van de mogelijkheden om de kwaliteit van het landschap te verbeteren. Echter terecht is geconstateerd dat er geen voorschrift is opgenomen ten behoeve van de realisatie van de ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Dit wordt alsnog opgenomen in de omgevingsvergunning. 3.2.9 Omgevingsvisie In de ruimtelijke onderbouwing nog uitgegaan wordt van de Toekomstvisie Oosterhout 2030 die vastgesteld is in oktober 2018. De Omgevingsvisie is op 11 november 2021 door de gemeenteraad vastgesteld.
Reactie Ten tijde van het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning 'afwijken bestemmingsplan' (en 'bouwen') gold de 'Toekomstvisie Oosterhout 2030' (de Toekomstvisie). Nadien is de 'Omgevingsvisie Oosterhout 2021' (de Omgevingsvisie) vastgesteld door de gemeenteraad. Omdat de Omgevingsvisie gebaseerd is op vastgesteld beleid, waaronder de genoemde Toekomstvisie, omvat deze geen nieuwe beleidskeuzes. Ook de nota 'Ambities voor de Energietransitie 2030' en de 'Routekaart voor de Energietransitie' zijn verwerkt in de Omgevingsvisie. De door reclamant aangehaalde ambitie een ruimere blik ten aanzien van opwek van duurzame energie uit meerdere bronnen te hanteren, volgt uit dat beleid. In de ruimtelijke onderbouwing die is opgesteld in het kader van de vergunningaanvraag voor het zonnepark, is getoetst aan dat beleid. Dat de gemeente de ambitie heeft een gecombineerde inzet van duurzame energiebronnen te verwezenlijken, betekent niet dat zonne- en windenergie helemaal niet gewenst zijn. Het initiatief voldoet aan het vastgestelde beleid. 3.2.10 Milieu- en omgevingsaspecten Reclamanten zijn van mening dat er onderzoek, of meer onderzoek, naar verschillende omgevingsaspecten had moeten worden uitgevoerd.
Reactie Nader onderzoek is niet benodigd. Er wordt voldaan aan de huidige wet- en regelgeving. 3.2.11 Energienet Het energienet in Nederland zit ver vol zit en op sommige gebieden in Nederland zelfs al helemaal vol. Is het energienet in onze regio voldoende ingericht voor een energiepark van deze omvang? Reactie De capaciteit op het elektriciteitsnetwerk in Nederland is op dit moment beperkt. De versnelling in de energietransitie leidt er inderdaad toe dat het elektriciteitsnetwerk in de regio waar Oosterhout op aansluit vol zit voor grote bedrijfsmatige aansluitingen. Enexis heeft als netbeheerder daarom een stop gezet op het contracteren van aansluitingen tot ruimte gevonden is door slim combineren van opwek en afname en/of de capaciteit van het netwerk vergroot wordt. Dit is een landelijk probleem dat niet wordt veroorzaakt door het zonnepark A59. Het is dus ook niet juist te veronderstellen dat specifiek dit zonnepark in de weg zit van andere ontwikkelingen. Ook leidt deze veronderstelling af van de belangrijkste argumentatie waarom dit zonnepark (evenals andere zonneparken in de regio) noodzakelijk zijn. Namelijk, omdat er onvoldoende energie opgewekt kan worden door alleen zon op (bedrijfs)daken. De netcapaciteit voor dit zonnepark is al in 2020 door de toenmalige initiatiefnemer gecontracteerd. Toen was er ook nog geen sprake van netschaarste.
Het is ook onjuist te veronderstellen dat met het vervallen van dit zonnepark de problematiek van de schaarse netcapaciteit is opgelost. Slechts een enkel ander project dat op de wachtlijst staat kan dan in plaats van dit project worden gerealiseerd. Zon op daken is op dit moment nog veel te afhankelijk van particulieren en bedrijven. het leggen van zonnepanelen kan nog niet publiekrechtelijk afgedwongen worden op een wijze dat daar ook een versnelling van de aanleg zou kunnen ontstaan, zoals ook al eerder is aangegeven. Daarnaast is ook onderzocht dat náást zon op de daken er nog steeds zonneparken nodig zijn. De netbeheerder heeft rekening gehouden met de aansluiting van dit zonnepark op het netwerk. Het park is dan ook vanuit dit oogpunt haalbaar. 3.2.12 Financiële haalbaarheid Er wordt gewezen op dat reeds twee partijen aangegeven hebben dat de ontwikkeling niet haalbaar is. Eneco heeft de ontwikkeling overgenomen van Shell, omdat Shell het plan financieel niet haalbaar acht. Daarna heeft de gemeente getracht het zelf te ontwikkelen en exploiteren. Dit is niet haalbaar gebleken. Gelijktijdige ontwikkeling van zonnepark en windturbines is een belangrijke drijver voor financiële haalbaarheid. Die gelijktijdige ontwikkeling vindt echter niet plaats. Er is niet aangetoond dat het plan op zichzelf financieel haalbaar is.
Reactie Reclamanten onderbouwen deze stelling door te wijzen op het feit dat zowel Shell als de gemeente dit project niet haalbaar achtten. Dat twee partijen afhaken zegt allereerst niets over de financiële haalbaarheid van het project voor Eneco. De reden dat Shell afhaakte was dat de verwachting was dat de interne rendementseisen voor een dergelijk project niet meer gehaald zouden worden. Onder meer door de extra eisen die de gemeenteraad heeft gesteld ten aanzien van de participatie, meervoudig ruimtegebruik en innovaties. Dit was dus een bedrijfseconomische afweging op basis van eigen financiële doelstellingen. Voor de combinatie gemeente/Brabantse ontwikkelingsmaatschappij bleek dit project ook niet rendabel te krijgen. Hierbij spelen rendementseisen minder (slechts een beperkt rendement op geïnvesteerd vermogen voor de BOM). Maar vooral de hogere kosten in combinatie met de lage SDE++-subsidie was hiervan de oorzaak. De Raad van State heeft overwogen dat bij de verlening van een omgevingsvergunning de financiële uitvoerbaarheid enkel kan leiden tot een vernietiging van dit besluit, als het College
in alle redelijkheid had moeten inzien dat het project vanuit financieel oogpunt niet kan worden uitgevoerd (ECLI:NL:RVS:2017:354). Het betreft hier een particulier initiatief. De core business van de aanvrager, Eneco Solar is het ontwikkelen van zonprojecten. De gemeentelijke kosten zijn middels het sluiten van een overeenkomst met de aanvrager gedekt (o.a. planschade). Het is in eerste instantie aan de aanvrager zelf om te beoordelen of het project uitvoerbaar en haalbaar is. Het is de core business van Eneco Solar om zonprojecten te ontwikkelen. Hierdoor hebben zij een andere kijk op de markt en kunnen zij hun inkoop van benodigde materialen daarop beter afstemmen. Er zijn hierdoor geen omstandigheden, waardoor het College had moeten doen inzien dat het project financieel niet uitvoerbaar is. 3.2.13 Overname ontwikkeling Het is onduidelijk welke partij op welk moment een aanvraag voor een omgevingsvergunning heeft ingediend voor een zonnepark en daarnaast heeft Eneco niet de benodigde stukken aangeleverd. Reactie De definitieve aanvraag is in oktober 2020 ingediend door Shell. Echter, vanwege overname van het project, heeft Shell aangegeven dat de aanvraag overgedragen werd aan Eneco. Omdat het bouwplan zelf op geen enkel punt gewijzigd was, is een nieuwe aanvraag niet noodzakelijk. Eneco heeft voldoende stukken aangeleverd ter (verdere) onderbouwing van de aanvraag.
3.2.14 Gelijktijdige ontwikkeling Er wordt gewezen op dat Eneco slechts de mogelijkheid ziet dit project op te pakken wanneer ook de windturbines geplaatst worden. De combinatie van die factoren is niet onderzocht. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de onderbouwing uitgaat van het scenario dat slechts zonnepanelen gerealiseerd worden en zijn de windturbines niet meegenomen in de onderbouwing. Reactie De aanvraag betreft enkel het zonnepark (met bijbehorende voorzieningen). Eventuele voorzieningen voor windmolens maken geenszins onderdeel uit van deze aanvraag. Het college dient een beslissing te nemen op de aanvraag zoals deze is ingediend. Zoals ook uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt voldoet het project aan een goede ruimtelijke ordening. Daar doet het ontbreken van de windmolens (met bijbehorende voorzieningen) binnen deze aanvraag niets aan af.
3.2.16 Ontsluiting en veiligheid Er wordt gewezen op de onvoldoende borging dat het verkeer via de Hillenweg kan worden afgewikkeld. Daarnaast zijn veiligheid en handhaving onvoldoende geborgd. Reactie Het verkeersbesluit om de Hillenweg af te sluiten, dient ter waarborg van de publieke veiligheid. Op die manier wordt voorkomen dat onbevoegden na planrealisatie het zonnepark kunnen betreden. Het verkeersbesluit is niet benodigd om het perceel te kunnen betreden en tot aanleg van het zonnepak over te gaan. Het is immers reeds in de huidige situatie mogelijk de Hillenweg te gebruiken om het landschap te betreden. Voor het gelijktijdig in procedure brengen van een verkeersbesluit met de omgevingsvergunning geldt het volgende. Van onlosmakelijke samenhang (waaruit de verplichting volgt beide toestemmingen gelijktijdig in procedure te brengen) is slechts sprake als één feitelijke handeling per definitie in meerdere vergunningplichten, als bedoeld in artikel 2.1 of art. 2.2 van de Wabo, resulteert. Een verkeersbesluit is geen vergunningplicht als genoemd in een van beide artikelen. Van onlosmakelijke samenhang is dan ook geen sprake.
3.2.17 Participatie Reclamanten vinden de procedure erg lang en ontmoedigend. Daarnaast is er twijfel of er daadwerkelijk wat met de adviezen wordt gedaan. Reactie Vooruitlopend op de omgevingsdialoog, zoals vastgelegd in de nieuwe Omgevingswet zijn wij als gemeente aan het experimenteren. Daarvoor heeft de gemeenteraad een richtlijn vastgesteld. Ten behoeve van de voorbereiding van dit project heeft de gemeente de initiatiefnemer ook verplicht om een omgevingsdialoog te voeren. De bedoeling en de intentie van een omgevingsdialoog is niet om volledige consensus tussen initiatiefnemer en reclamanten te bereiken, noch zal het een weigeringsgrond zijn. Het is bedoeld om een beeld te krijgen van mogelijke bezwaren van reclamanten tegen het project en of een initiatiefnemer daar wel of geen rekening houdt/kan houden in zijn plan. In hoofdstuk 5 van de ruimtelijke onderbouwing en in diverse bijlagen is weergegeven op welke wijze de omgevingsdialoog is gevoerd en welke antwoorden zijn gegeven op de vele vragen die zijn gesteld. Wij zijn van mening dat het omgevingsdialoog geheel conform onze richtlijn is uitgevoerd en dat de initiatiefnemer, vooruitlopend op het definitieve ontwerp van het zonnepark en de aanvraag omgevingsvergunning, voldoende reclamanten betrokken heeft bij zijn project.
Ook heeft het project (toen nog met de realisatie van windmolens) ter inzage gelegen voor inspraak. Tijdens deze procedure kon eenieder ook een inspraakreactie indienen. De initiatiefnemer betrekt belanghebbenden (de werkgroep Biodiversiteit) bij de nadere uitwerking van het inpassingsplan. Dit omdat hij het belangrijk vindt om deze detaillering in goed overleg uit te werken. Dit hoeft naar onze mening echter geen verplichting te zijn, omdat het inpassingsplan al reeds is meegenomen in de ruimtelijke onderbouwing. Daarnaast zullen wij om de uitvoering ervan te garanderen, ook een voorschrift hiervoor opnemen in de omgevingsvergunning. Daarmee is voor dit punt voldoende onderbouwd dat het project kan voldoen aan een ‘goede fysieke leefomgeving’. Voor wat betreft het afdwingen van financiële participatie geldt dat de gemeente nog geen publiekrechtelijke juridische mogelijkheden heeft om dit ook daadwerkelijk te borgen bij private initiatieven. Een voorschrift aan de omgevingsvergunning die financiële participatie voorschrijft is dan ook niet mogelijk. Het is namelijk geen ruimtelijk relevant motief. Wel worden de gemaakte afspraken hierover, o.a. bijdrage aan duurzaamheidsfonds en lokaal afnemen van energie, opgenomen in de (privaatrechtelijke) anterieure overeenkomst die wordt gesloten tussen gemeente en Eneco. 3.2.18 Raadsbesluit d.d.
26-01-2021 Er wordt gewezen op het raadsbesluit van 26 januari 2021. De drie punten (mogelijkheden voor sociale participatie verhogen, mogelijkheden voor dubbelgebruik inzichtelijk invullen en ruimte voor toepassing innovatie inzichtelijk invullen) worden niet aangedragen en er wordt dus niet voldaan aan het Raadsbesluit zoals vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Oosterhout. Reactie De gemeenteraad heeft op 26 januari 2021 de ontwerpverklaring van geen bedenkingen geaccordeerd. Het oorspronkelijke besluit is geamendeerd door de raad op de drie genoemde punten. Naar aanleiding van dit raadsbesluit is het plan op de volgende punten versterkt en aangepast: • versterking van de landschappelijke inpassing van het park (de groenzone aan de kant van de Statendamweg is sterk verbreed (circa verdubbeld), op de kop van de Hillenweg wordt ook nog een extra houtopstand gecreëerd die het beeld op het park vanaf de snelweg breekt) • een verhoogde bijdrage aan het gemeentelijk duurzaamheidsfonds van 1 euro per opgewekt MWh. Die bijdrage is dus verdubbeld ten opzichte van de gebruikelijke €0,50 per opgewekte MWh. Door de verhoogde bijdrage ontstaat ook extra financiële ruimte om te voorzien in, bijvoorbeeld, kwaliteitsverbetering van het landschap en/ of het verhogen van mogelijkheden voor financiële participatie.
•
de mogelijkheid voor lokale afname van de door het zonnepark opgewekte stroom door bedrijven en particulieren (in overleg met Energiecoöperatie ONE) • Gemeente en Eneco nemen zitting in ‘Raad van advies PV Energiepark A59’, welke vanaf de afgifte van de vergunning tot aan het einde van de vergunningperiode mogelijkheden beoordeelt tot realisatie van (zie beantwoording nr. 18): a. Innovatiemogelijkheden b. Meervoudig ruimte gebruik c. Landschappelijk inpassing en biodiversiteit d. Beheer en onderhoud (bovenop regulier O&M) Het bovenstaande is opgenomen in het voorwoord van de ruimtelijke onderbouwing en verder vastgelegd in de anterieure overeenkomst welke wordt gesloten bij de afgifte van de vergunning tussen gemeente en Eneco. 3.2.19 Ruimtelijke onderbouwing Reclamant vindt de onderbouwing erg mager en ontoereikend. De magere motivatie bij het besluit waarop deze zienswijze toeziet, blijkt ook uit de grote hoeveelheid vragen die de burgers in moesten dienen om inzicht te krijgen in de gedachtegang van het bestuur. Reactie Deze mening wordt niet gedeeld. De beleidsinhoudelijke achtergrond van dit project (het zonnepark binnen het Energiepark A59) is zoals eerder gemeld vastgelegd in diverse (gemeentelijke) beleidsdocumenten. Daarin wordt ook gemotiveerd waarom dit zonnepark noodzakelijk is om onze doelstellingen te realiseren.
Over de locatiekeuze is diverse malen gecommuniceerd en de gehele voorgeschiedenis is ook na te lezen op de projectwebsite www.energieparka59.nl. Bij de aanvraag heeft de initiatiefnemer een ruimtelijke onderbouwing bijgevoegd. In die ruimtelijke onderbouwing staat de motivering waarom het project voldoet aan een 'goede ruimtelijke ordening'. Daarbij zijn alle ruimtelijk-planologisch relevante aspecten meegenomen en afgewogen. Er wordt dan ook niet enkel verwezen naar wetsartikelen. Er zijn ook diverse (specialistische) onderzoeken uitgevoerd die dienen ter nadere onderbouwing van het standpunt dat het project ruimtelijk aanvaardbaar is op deze locatie. Wij mogen uitgaan van de conclusies, zoals geformuleerd in deze onderzoeken uitgevoerd door specialisten. Het is ons niet gebleken dat de onderzoeken onjuistheden bevatten of dat de onderzoeken van verkeerde uitgangspunten gebruik heeft gemaakt.
3.3. Samenvatting zienswijzen en gemeentelijk standpunt Nr. Zienswijzen Oranjepolder
Reactie gemeente
1
De Oranjepolder als geheel is geen natuur- of recreatiegebied, maar primair een agrarisch gebied. Voor het plangebied geldt het Bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind). Hierin hebben de gronden voornamelijk de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’, en op kleinere stukken de bestemming ‘Verkeer’, ‘Water’ en ’Natuur’.
Reclamant benoemt dat het zonnepark aangelegd wordt in de Oranjepolder, wat aangemerkt is als groenblauwe mantel. De bijna 300 hectare wordt gekenmerkt door flora en fauna. Daarnaast heeft de Oranjepolder een belangrijke functie in de agrarische sector, wat terug te zien is in het landschap. De polder is een uitloper van de Biesbosch en trekt sporters, toeristen en boerenbedrijven aan. Met de komst van de zonnepanelen zou de karakteristieke en historische waarde van de Oranjepolder verdwijnen. Voor een lange tijd zou 20% van de polder worden opgeofferd voor het zonnepark. Reclamant vindt het onduidelijk op welke wijze en in welke staat de Oranjepolder weer wordt teruggegeven aan de natuur na de periode van het zonnepark.
Het plangebied is op dit moment primair in gebruik als (monocultuur) landbouwgrond. De natuurwaarde van deze gronden is beperkt doordat deze intensief agrarisch in gebruik zijn voor mais- en grasteelt. Aan de rand van het plangebied, langs het Kromgat, is wat kleinschalige natuur. Ook de RWZI is met enkele houtwallen ingepast. Verder zijn er diverse waterstructuren waar zich de natuurlijke habitat van diverse soorten bevinden. Het zonnepark zorgt, in tegenstelling tot wat reclamanten stellen, voor een versterking van de natuur in het gebied. Enerzijds door de bestaande natuurlijke strook langs het Kromgat te versterken en te verbreden. Anderzijds door een nieuwe natuurlijke strook toe te voegen aan de kant van de Statendamweg. De randvoorwaarden hiervan liggen vast in afspraken tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Voor de exacte invulling van deze landschappelijke inrichting is een werkgroep biodiversiteit ingesteld door initiatiefnemer waarin zij samen met organisaties en belanghebbenden zorgt voor de uitwerking daarvan (participatie). Daarbij is het uitgangspunt dat de biodiversiteit in het gebied zo veel mogelijk versterkt wordt. Ook onder de zonnepanelen wordt gewerkt met een speciaal grasmengsel, waardoor ook hier meer diversiteit in de oeverbegroeiing komt dan er op dit moment in het gebied is. De bestaande waterstructuren blijven intact.
De bestaande biodiversiteit daarin ondervindt geen hinder van de zonnepanelen. De verwachting is ook dat, door het achterwege blijven van (kunst)mest en bestrijdingsmiddelen de waterkwaliteit van deze biotopen verbeterd. De Oranjepolder gaat niet verloren voor recreatie. Enkel (een deel van) de doodlopende Hillenweg richting de snelweg wordt aan de openbaarheid onttrokken. Recreanten kunnen gebruik blijven maken van de bestaande routes in de gehele Oranjepolder om te sporten, de hond uit te laten en om tot rust te komen. Het zonnepark valt ook grotendeels weg uit het zicht van deze doorgaande routes. Immers, diverse landschapselementen bij de RWZI Dongemond en een groot aantal landbouwpercelen langs de Domeinweg verminderen het zicht op het zonnepark vanaf de Domeinweg. En zoals hierboven aangegeven zal de natuurlijke zone langs het Kromgat, waar zich ook een doorgaande (fiets)route bevindt, versterkt en verbreed worden, waardoor ook hier het zonnepark op een
logische wijze wordt ingepast en het zicht wordt verminderd. Op dit moment geldt ook nog steeds (o.a.) de bestemming Agrarisch met waarden - Landschap op het overgrote deel van dit perceel. Na afloop van de instandhoudingstermijn dienen de zonnepanelen en alle voorzieningen verwijderd te worden (conform het voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning en de overeenkomst tussen gemeente en Eneco). Dit perceel krijgt daarna weer de functie van agrarische grond en gaat daarna weer als zodanig gebruikt worden.
3
4
5
Reclamant kan de Oranjepolder nauwelijks natuur noemen, maar mensen fietsen of wandelen regelmatig voor hun plezier in de polder om even weg te zijn uit de versteende omgeving. Het is intussen algemeen bekend dat het buiten zijn in een groene omgeving rustgevend werkt, stress vermindert en het concentratievermogen stimuleert. Reclamant vraagt de gemeente de juiste beslissing te nemen en van de Oranjepolder af te blijven. Veel Oosterhouters en mensen van de buurtgemeenten bezoeken dit mooie natuurgebied dat heel goed aansluit op knooppunt fietsroutes en wandelingen samen met Het Donge gebied. Reclamant heeft een suggestie: de Willemspolder aan de oostzijde langs de A27 zou een betere optie zijn omdat daar nauwelijks door recreanten gebruik van wordt gemaakt.
Een goed alternatievenonderzoek gaat uit van de lagenbenadering en moet de kwaliteit van de locaties wegen. De gekozen locatie is voor reclamant een waardevolle polder die onderdeel uitmaakt van de provinciale ‘Groenblauwe mantel’ waar de natuurlijke basis en landschappelijke contrasten versterkt dienen te worden. Er is sprake van cultuurhistorische waarden of natuurwaarden. Zo'n locatie kan dan nooit de eerste keuze zijn. Het is een plek voor zeldzame plantengemeenschappen. Er wordt voorbij