CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Integraal Huisvestingsplan Onderwijs wijzigingen gearceerd (369970)

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Raadsvoorstel ZN369970 Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2022-204222.810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

HEVO

Integraal Huisvestingsplan (Definitieve versie, d.d. 08-112022) Gemeente Oosterhout

Opdrachtgever Gemeente Oosterhout Datum 8 november 2022

Referentie 1699201-0176.0.4 Auteur(s) de heer 5.1,2,e mevrouw 5.1,2,e 5.1,2,e

5.1,2,e

5.1,2,e 5.1,2,e

- HEVO B.V. - HEVO B.V.

gemeente

Statenlaan 8

Postbus 70501

T +31 (0)73 6 409 409

5223 LA 's-Hertogenbosch

5201 CB 's-Hertogenbosch

info@hevo.nl

Oosterhout www.hevo.nl

ISO 9001-gecertificeerd

HEVO

Voorwoord Het document dat voor u ligt bevat het integraal Huisvestingsplan 2022-2042 (IHP) van de gemeente Oosterhout. Het IHP beschrijft de visie en de ambitie die de gemeente en de schoolbesturen hebben op het gebied van onderwijshuisvesting. Daarnaast bevat het IHP een doorkijk in de benodigde investeringen in onderwijsgebouwen voor de komende 20 jaar. De opgave voor de eerste termijn is daarbij het meest concreet. De opgave voor investeringen in deze periode is aanzienlijk, omdat diverse schoolgebouwen aan het eind van hun levensduur zitten.

De gemeente Oosterhout vindt duurzame, flexibele en gezonde schoolgebouwen belangrijk. Hierdoor hebben onderwijspersoneel en leerlingen een goede plek om te werken en te leren. De gemeente investeert daarom in goede schoolgebouwen en is bereid om extra te investeren in een fris binnenklimaat en volledig energieneutrale gebouwen. Het proces om te komen tot een nieuw integraal huisvestingsplan is begin 2022 gestart. Dit traject is gezamenlijk doorlopen met de schoolbesturen van het primair, speciaal en voortgezet onderwijs. Tijdens diverse bijeenkomsten met de schoolbesturen is gesproken over de te maken keuzes en de prioritering van de investeringen in schoolgebouwen. Het gezamenlijk opstellen van het IHP heeft geleid tot een gedragen plan, waarmee ook alle schoolbesturen die actief zijn in Oosterhout hebben ingestemd. Tot slot wil ik via deze weg iedereen bedanken die een bijdrage heeft geleverd bij het opstellen van het voorliggend integraal huisvestingsplan.

Guus Beenhakker Wethouder Onderwijs

Referentie: 1699201-0176.0.4.

Pagina 2 van 60

HEVO

Inhoudsopgave

5. 5.1.

Samenvatting

4

1. 1.1.

Inleiding Doelstelling Aanpak Leeswijzer

6 7 8 8

Beleidskaders en -ambities Juridische kaders en ontwikkelingen Bouwsteen: regie en beleid Bouwsteen: samenwerking Bouwsteen: vraag en aanbod Bouwsteen: kwaliteit en duurzaamheid

9 10 13 14 17 19

Inventarisatie en analyse Overzicht onderwijsgebouwen Leerlingenprognose Opheffingsnorm Capaciteitsanalyse Quickscan-methodiek Scores Quickscan schoolgebouwen

23 24 26 26 27 27 28

Scenario ontwikkeling Den Hout Dorst Oosteind Vrachelen Oosterheide Dommelbergen Centrum Voortgezet onderwijs Doorkijk in termijnen

29 30 31 32 33 34 35 37 39 41

1.2.

1.3. 2. 2.1. 2.2.

2.3. 2.4. 2.5.

3.

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 4. 4.1. 4.2.

4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8. 4.9.

Referentie: 1699201-0176.0.4.

CO2-reductie Analyse CO2-reductie Conclusie

43

Financiële uitgangspunten en vertaling Kwaliteitsniveau Bijdrage schoolbestuur Financiële doorkijk scenario’s Totale investering 1 e tot en met 3e termijn

46 47 49 50 54

Randvoorwaarden bij uitvoering Verankering Onderhoud en verduurzaming Actualisatie van projecten door middel van haalbaarheidsonderzoek Bouwheerschap Programmamanagement Demarcatie kosten Herijking van het IHP Aanpassingen bij wijzigingen wet- en regelgeving

55 56 56 56 57 57 57 57 57

Bijlage 1: Matrix kwaliteitsniveau voor nieuwbouw onderwijshuisvesting

58

Bijlage 2: Waardewijzer (los document)

59

Bijlage 3: Gegevens en Quickscan per school (los document)

59

5.2.

6. 6.1. 6.2.

6.3. 6.4. 7. 7.1. 7.2.

7.3. 7.4. 7.5. 7.6. 7.7. 7.8.

44 45

Pagina 3 van 60

HEVO

Samenvatting

4.

Een gezonde en duurzame toekomst voor het onderwijs in de gemeente Oosterhout is het uitgangspunt geweest voor dit Integraal Huisvestingsplan (IHP). Het IHP is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de gemeente en de betreffende schoolbesturen. Door middels het IHP te investeren in onderwijshuisvesting draagt de gemeente samen met de schoolbesturen bij aan een leefomgeving die sociaal, leefbaar, duurzaam, gezond en klimaatbestendig is.

Het IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyse, scenario-ontwikkeling en een financiële vertaling de kaders waarbinnen de gemeente Oosterhout, samen met de schoolbesturen, investeert in de onderwijshuisvesting. Het IHP vormt het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 2022-2042. Het IHP wordt iedere 5 jaar herijkt. In het jaarlijks te formuleren uitvoeringsprogramma worden projecten nader gedefinieerd alvorens wordt gestart met de realisatie van de projecten.

(01)

Visievorming

02

Analyse

03

Scenario's

04

Kwaliteit en duurzaamheid: gemeente en schoolbesturen zien het belang van het realiseren van Energie neutrale schoolgebouwen (ENG). Daarnaast is er belang bij een goed binnenklimaat en flexibel in te richten gebouw.

Analyse De gemeente Oosterhout staat op het gebied van onderwijshuisvesting voor een vernieuwings- en investeringsopgave. Op basis van diverse analyses is het scholenlandschap in kaart gebracht. Zo zijn de leerlingenprognoses gekoppeld aan de capaciteitsanalyse en zijn alle gebouwen in kaart gebracht middels een (light) Quickscan. Via de quickscan wordt een schoolgebouw naast bouwkundige staat ook beoordeeld op onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, exploitatie, veiligheid en uitstraling.

Scholenlandschap Gemeente Oosterhout

Financiën

Visie en beleid In het IHP zijn vanuit visie en beleid strategische keuzes gemaakt. Deze zijn verwoord in vier ‘bouwstenen van beleid’: 1. Regie en beleid: het beleid voor onderwijshuisvesting is vormgegeven in het IHP met een looptijd van 20 jaar. Het IHP faciliteert de afstemming tussen investering (gemeente) en gebruik (onderhoud en exploitatie schoolbesturen) 2. Samenwerking: gemeente en schoolbesturen zetten in op het versterken en behouden van de samenwerking tussen het primair onderwijs en kindpartners. Daarnaast wordt de overgang tussen primair en voortgezet onderwijs als belangrijk beschouwd. De overgang van primair naar voortgezet loopt idealiter zo soepel mogelijk. De aanwezigheid van speciaal onderwijs in de gemeente zorgt er voor dat kinderen thuis nabij onderwijs kunnen krijgen. Er moet hierbij wel aandacht zijn voor de behoeften van het kind. 3. Vraag en aanbod: een goede spreiding van schoollocaties draagt bij aan het speerpunt thuis nabij onderwijs. De gemeente heeft een rijk aanbod aan onderwijsconcept en niveaus welke behouden dienen te worden.

4 6

3 21

Den Hout

1

11 13

‘Gr

11a

8

9

. 14

20

6410 .

Oosterhout

15

Oosteind

12

1sfm16u 16a

50 18

2 afu 3 efu 422 5

2

Dor

. 19 17

7 Rijen

Referentie: 1699201-0176.0.4.

Pagina 4 van 60

HEVO

Scenario ontwikkeling Op basis van de uitgevoerde analyses is er een prioriteringslijst opgesteld. De benoemde projecten zijn daarna weer uitgezet in de tijd. Afhankelijk van de behoeften van een specifieke school of schoolgebouw is er benoemd of het gaat om het realiseren van extra (semi permanente) onderwijs vierkante meters of het geheel vernieuwen van een gebouw. Omdat er in verschillende wijken meerdere scholen gevestigd zijn, is er bij de scenario ontwikkeling een indeling per wijk gemaakt. Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de fasering van projecten om overlast van bouwwerkzaamheden in de wijk te minimaliseren.

De scenario’s zijn tevens doorgerekend op de bijdrage van de CO2-reductie in het kader van het klimaatakkoord. De gemeente Oosterhout kan de klimaatdoelstelling van 2050 (95% reductie) behalen door de scenario’s zoals omschreven uit te voeren, met daarbij de ambitie om energie neutrale gebouwen op te leveren. Het veranderen van het tijdspad of veranderen van ambitieniveau zal lijden tot het niet behalen van de klimaatdoelstellingen.

haalbaarheidsonderzoek inzichtelijk gemaakt wordt hoeveel een schoolbestuur bijdraagt. Tijdens het uit te voeren haalbaarheidsonderzoek wordt meer inhoud gegeven aan de kostenverdeling. Overzicht kosten naar periode van het IHP Stichtingskosten onderwijs en WE (incl. btw)

1ste Termijn 2de Termijn 3de Termijn Cumalutieve kosten:

€ € € €

Stichtingskosten partners (incl. btw)

39.956.476 € 38.912.842 € 57.979.455 € 136.848.773 €

1.174.575 € 3.423.400 € 2.554.030 € 7.152.005 €

Totale stichtingskosten (incl. btw)

Totaal overige kosten

Totale kosten

41.131.052 € 5.262.728 € 45.885.311 42.336.241 € 5.507.628 € 47.843.869 60.533.485 € 6.853.648 € 67.387.133 144.000.778 € 17.624.004 € 161.116.313

Randvoorwaarden bij uitvoering Het IHP is een strategisch beleidskader dat fungeert als toetsingskader voor de verschillende projecten. Binnen het IHP is stilgestaan bij de vervolgstappen die nodig zijn om de projecten in uitvoering te brengen. Op tactisch niveau betekent dat er wordt gestart met de inrichting van het proces en de organisatie tussen de gemeente en schoolbesturen en op operationeel niveau wordt gestart met haalbaarheidsonderzoeken en het vaststellen van de projectkaders.

Na goedkeuring van het IHP ligt de regiefunctie van het uitvoeringsprogramma bij het team vastgoed van de gemeente Oosterhout. Zij zullen de coördinatie uitvoeren van de projecten. Jaarlijks worden de kaders en het programma besproken en gemonitord binnen het OOGO.

-98% Verwachte CO2 reductie 2050 bij uitvoering projecten conform IHP Financiën Op basis van de scenario’s is een financiële vertaling gemaakt. Het kostenkengetal waarmee gerekend is in het IHP, is bepaald aan de hand van het beoogde kwaliteitsniveau. Naast gemeente zijn schoolbesturen gebaat bij de kwaliteitsambitie, omdat zij verantwoordelijk zijn voor het onderhoud en de exploitatie van het gebouw. Vanuit dit gezamenlijk belang is de intentie uitgesproken dat bij een

Referentie: 1699201-0176.0.4.

Pagina 5 van 60

1.

Inleiding

Er wordt gestart met een algehele toelichting op de doelstelling van het Integrale Huisvestingsplan (hierna IHP) en een toelichting op de wijze hoe het IHP is opgesteld

€

HEVO

De gemeente Oosterhout heeft in nauwe samenwerking met de schoolbesturen een Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgesteld. Onderwijshuisvesting is een fundamentele schakel voor een toekomstbestendige leefomgeving. Het IHP geeft inzicht in het huidige scholenlandschap en de vervangingsopgave om het scholenlandschap te verbeteren. De gemeente zorgt samen met de schoolbesturen voor de huisvesting van het onderwijs. De gemeente draagt verantwoordelijkheid voor de vernieuwingsopgave van (verouderde) schoolgebouwen en de schoolbesturen zorgen voor de invulling van het onderwijs en voor de exploitatie van de huisvesting. Vanuit de gedeelde belangen is toegewerkt naar een aanpak om te komen tot een gedragen IHP passend bij de ambities van zowel de gemeente als schoolbesturen. Door middels het IHP te investeren in onderwijshuisvesting draagt de gemeente samen met de schoolbesturen bij aan een leefomgeving die sociaal, leefbaar, duurzaam, gezond en klimaatbestendig is. Het duurzaamheidsbegrip wordt in het IHP breder getrokken dan alleen energiebesparing. Er wordt ingezet op gezonde, toekomstbestendige, multifunctionele en energieneutrale schoolgebouwen.

Het IHP heeft een strategisch karakter, waarbij vanuit visie en beleid strategische keuzes zijn gemaakt. Er is een beleid ontwikkeld dat verder reikt dan de huidige wet­ en regelgeving. De gemeente en schoolbesturen hebben hiermee zicht op de benodigde toekomstige investeringen in onderwijshuisvesting. Door nu een strategisch IHP te ontwikkelen spelen gemeente en schoolbesturen bovendien in op, onder andere, de volgende nationale ontwikkelingen: • De mogelijke wettelijke status van IHP’s en renovatie (naar aanleiding van het wetsvoorstel van VNG, VO-raad en PO-raad). • De duurzaamheidsambitie die voortvloeien uit de afspraken uit het klimaatakkoord. • De druk die is ontstaan op de bekostiging van onderwijshuisvesting. • De mogelijke wettelijke verankering van kindcentra en de introductie van een basistoegangsrecht.

1.1. Doelstelling Het IHP bepaalt - op basis van de ontwikkelde visie en beleid, de analyse van de kwaliteit van de onderwijshuisvesting en onder andere de ontwikkeling van de leerlingenaantallen, de scenario-ontwikkeling en de financiële vertaling - de kaders waarbinnen de gemeente Oosterhout, samen met de schoolbesturen, investeert in onderwijshuisvesting. Het IHP vormt daarmee het koersdocument waarin ambities binnen deze kaders geprojecteerd zijn. De financiële vertaling van de ontwikkelde scenario’s voor de onderwijshuisvesting is middels kostenkengetallen in beeld gebracht, zodat er voor de gemeente Oosterhout een langjarig inzicht ontstaat in de opgave op het gebied van onderwijshuisvesting. In tegenstelling tot de werkwijze (uitsluitend) op basis van de verordening, wordt in het IHP uitgegaan van een proactief onderwijshuisvestingsbeleid. In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar zorgplicht wenst in te vullen. Het IHP: • Stelt de gemeente en schoolbesturen in staat om op korte en lange termijn strategische keuzes te maken en proactief beleid te voeren. • Biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings-)beleid kan worden afgestemd. • Vormt het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 2022-2042.

Het IHP wordt elke 5 jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment.

o

5

15

10

25

30

2___ ____ DOORKOK 11 - 20

( REIKWIJDTE IHP

IHP11 -15

I

DOORKIJK 16-... IHP 16-20

I

DOORKIJK 21-. IHP 21-25

DOORKIK 26--..

J OVERLEG JAAR­ PROGRAMMA

VASTSTELLEN IHP

AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA

A

A

A

A

A

A

Figuur 1-1 Termijnen Integraal Huisvestingsplan

Referentie: 1699201-0176.0.4.

Pagina 7 van 60

HEVO

1.2. Aanpak Het voorliggende IHP is in (grofweg) vier stappen tot stand gekomen. Tijdens meerdere overleggen zijn de stappen doorlopen met een afvaardiging van zowel gemeente als schoolbesturen.

01

Visievorming

02

Analyse

03

Scenario's

04

Financiën

Figuur 1-2 Werkwijze IHP

De verschillende stappen staan hieronder kort toegelicht: 1. Visievorming: om te komen tot een gezamenlijke visie en beleidsuitgangspunten is met alle schoolbesturen die actief zijn in de gemeente Oosterhout gesproken over de toekomst van onderwijshuisvesting. De uitkomsten zijn vastgelegd in de ‘Bouwstenennotitie’. 2. Analyse: voor iedere school in de gemeente Oosterhout zijn een capaciteitsanalyse en een kwaliteitsanalyse middels een quickscan uitgevoerd. Op basis van deze gegevens is het scholenlandschap van de gemeente Oosterhout in kaart gebracht. 3. Scenario’s: op basis van de bouwstenen en de uitgevoerde analyses is er door de gemeente en de schoolbesturen gekeken naar de doorloop van de verschillende projecten en is een eerste verkenning gedaan naar mogelijke scenario’s voor de projecten. 4. Financiën: op basis van de keuzes die gemaakt zijn in de vorige stappen, is een meerjareninvesteringsplanning opgesteld.

1.3. Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op de beleidskaders, de beleidsambities en de bouwstenen van beleid, die de kaders van het IHP vormen. Hoofdstuk 3 omschrijft de inventarisatie en analyses ten behoeve van voorliggend IHP. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 het scholenlandschap en de scenario-ontwikkeling besproken. In hoofdstuk 5 worden de scenario’s doorgerekend op CO2-reductie in het kader van het klimaatakkoord. Hoofdstuk 6 voorziet de scenario’s van een financiële vertaling. Hoofdstuk 7 sluit af met de randvoorwaarden bij uitvoering van het IHP.

Referentie: 1699201-0176.0.4.

Pagina 8 van 60

2. Beleidskaders en -ambities Dit hoofdstuk gaat in op de juridische kaders en relevante ontwikkelingen, waaronder de wettelijke taak van de gemeente en schoolbesturen. Vervolgens is in gezamenlijkheid het beleidsrijke kader bepaald. Gemeente en schoolbesturen hebben daarvoor een aantal ‘bouwstenen’ benoemd. De bouwstenen geven inzicht in de visie ten aanzien van het onderwijs en de huisvesting (onder andere ambitie en kwaliteit) én er wordt benoemd welke afspraken hierover worden gemaakt (onder andere regie, vraag en aanbod).

HEVC

2.1. Juridische kaders en ontwikkelingen 2.1.1 Zorgplicht onderwijshuisvesting Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) en voortgezet onderwijs (VO), voor zover dat van toepassing is in de gemeente. De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen zijn de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. De term renovatie is (vooralsnog) niet wettelijk geregeld.

2.1.2 Verordening De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), de Wet op het primair onderwijs (artikel 102), de Wet op de expertisecentra (artikel 100) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling vast te stellen. De verordening bevat de basis van het onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. De Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Oosterhout is voor het laatst vastgesteld op 18 november 2015 door de gemeenteraad. Na vaststelling van het IHP wordt de verordening aangepast op basis van het IHP en de te verwachten aanpassingen in wet- en regelgeving.

2.1.3 Eigendom Schoolbesturen hebben het juridisch eigendom van een schoolgebouw met de daarbij behorende ondergrond. Dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw en ondergrond juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw, valt het gebouw in juridisch eigendom terug aan de gemeente. De reden hiervoor is dat de gemeente het gebouw en de ondergrond heeft bekostigd. De gemeente heeft dus het economisch claimrecht. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in medegebruik geven aan instellingen die uit de openbare kas worden bekostigd met

Referentie: 1699201-0176.0.4.

een ideëel doel (onder andere culturele, maatschappelijke instellingen) of verhuren (commerciële instellingen). In alle gevallen dient de gemeente daar toestemming voor te geven. Eveneens dient dit te passen in het bestemmingsplan.

2.1.4 Huidig stelsel De huidige rolverdeling (waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor onder andere nieuwbouw en constructiefouten en schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onder andere onderhoud, aanpassing en exploitatie) vertoont tekortkomingen. Het stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven te beperken. Gemeenten kunnen eigen uitgaven beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, met als gevolg hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente. In de praktijk is dit niet aan de orde, maar in zekere zin geeft het stelsel wel een verkeerde impuls. Daarbij komt dat een aantal zaken niet geregeld is. Denk aan de bekostiging als gevolg van aangescherpte eisen in het Bouwbesluit, de maatschappelijke wens om te investeren in duurzaamheid (onder andere doelstelling klimaatakkoord en circulariteit) en de voorziening ‘renovatie’. MINISTERIE VAN OCW

RIJK

MINISTERIE VAN BZK

I Lumpsumfinanciering

Gemeentefonds

SCHOOLBESTUREN

Hiaten in regelgeving

GEMEENTEN

Velo-vergoeding

Niet structureel geregeld

Voorzieningen Verordening

Binnenonderhoud Buitenonderhoud/aanpassingen Energiekosten Gemeentelijke heffingen Schoonmaakonderhoud

Budget Frisse Scholen Echte onderwijskundige aanpassingen Financiële vertaling Bouwbesluit ‘Renovatie’ bestaat niet

Nieuwbouw en uitbreiding Tijdelijke huisvesting ie inrichting Verzekeringen en OZB Constructiefouten Vandalisme

Figuur 2-1 Huidig stelsel financiering onderwijshuisvesting

Pagina 10 van 60

HEVO

2.1.5 Wetvoorstei stelselwijziging

2.1.6 Verhoging normbedragen VNG

Op 15 december 2016 hebben de PO-raad, de VO-raad en de VNG een gezamenlijk voorstel gestuurd aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Het voorstel is formeel aan de minister aangeboden en positief ontvangen en wacht op goedkeuring door de Tweede Kamer.

Per 1 januari 2021 is de wijziging met betrekking tot BENG uit het Bouwbesluit in werking getreden. De verplichting van BENG heeft gevolgen voor de kosten van onderwijshuisvesting. Hierdoor heeft de VNG de normbedragen in de Model Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs in november 2020 aangepast. De verhoging van de normbedragen heeft (nog) geen invloed gehad op de beschikbare middelen voor onderwijshuisvesting in het gemeentefonds. De rijksoverheid is een Interdepartementaal Beleidsonderzoek gestart waarbij wordt onderzocht welke opgaven er liggen op het gebied van onderwijshuisvesting (BENG, veroudering, verduurzamingsopgave etc.) en hoe hieraan voldaan kan worden.

Het voorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar.

Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: • De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 5 jaar vastleggen in een meerjarenprogramma (IHP), met een doorkijk tot ten minste het 20e jaar. • De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op levensduurverlenging van ten minste 25 jaar. • Het investeringsverbod voor het PO en SO wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit de Wet op het voortgezet onderwijs. PO- en SO-besturen krijgen daarmee de mogelijkheid om in huisvesting te investeren. • De concretisering van het huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen.

Referentie: 1699201-0176.0.4.

In de gewijzigde Model Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs is een aantal eerdere wetswijzigingen verwerkt, zoals de profielen van het vmbo en de aanpassing van de categorieën in het speciaal onderwijs.

2.1.7 Energie en klimaatakkoord In het klimaatakkoord is vastgelegd dat de PO-raad en de VO-raad sectorale routekaarten, behorende bij de klimaatopgave, dienen door te rekenen naar een CO2arme gebouwenvoorraad. HEVO heeft deze doorrekening -in opdracht van PO-raad en de VO-raad- uitgevoerd. Deze doorrekening richt zich enerzijds op de effectiviteit van mogelijke scenario’s op de totale reductie van gebouw gebonden CO2-productie. Anderzijds richt de doorrekening zich op de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen die op de gebouwenvoorraad kunnen worden toegepast.

Op het gebied van de te behalen doelstellingen is de opdracht aan de sectoren om: • Te komen tot een gebouw gebonden CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van de situatie in 1990, hetgeen overeenkomt met 44% ten opzichte van de situatie in 2017. • Te komen tot een gebouw gebonden CO2-reductie van 95% in 2050 ten opzichte van de situatie in 1990.

Pagina 11 van 60

HEVO

Eind 2020 heeft de Europese commissie ingestemd met het verhogen van de doelstelling voor 2030 naar 55% reductie ten opzichte van 1990. Deze verhoging in de reductie van de CO2-emissie zal ook voor Nederland van toepassing worden. In het in december 2021 gepresenteerde coalitieakkoord van het nieuwe kabinet is beschreven dat ook Nederland minimaal55% reductie in de CO2-emissie in 2030 gaat verankeren in de klimaatwet. Daarmee komt de hierboven beschreven doelstelling van 49% reductie op termijn te vervallen, het advies is dan ook om voor te sorteren op de verhoogde doelstelling van minimaal 55%‘O. Naast de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, hebben de beide sectorraden (PO-raad en VO-raad) daaraan toegevoegd dat een duurzaam schoolgebouw een schoolgebouw is dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin geboden wordt. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee niet alleen duurzaam voor wat betreft de CO2-uitstoot of het energieverbruik; het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen.

Referentie: 1699201-0176.0.4.

Pagina 12 van 60

HEVO

9 e-o

2.2.

Bouwsteen: regie en beleid

Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen met elkaar samenwerken op het gebied van onderwijshuisvesting. Het zegt iets over het beleid dat zij willen vastleggen in het IHP en hoe zij hier uitvoering aan gaan geven.

1. Dit IHP is in lijn met het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. In de geest van de nieuwe wet wordt het IHP vastgesteld als lange termijnplan waar gemeente en schoolbesturen zich aan committeren. Met name voor de projecten op korte termijn is de commitment van belang.

2. De gemeente en de schoolbesturen voeren samen de regie over de schoolgebouwen. De gemeente is onder andere verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreidingen. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie van schoolgebouwen. Ten aanzien van renovatie wordt aangesloten op het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG (zie https://vnq.nl/publicaties/huisvestinqsvoorstel-vnq-po-raad-vo-raad). Renovatie is wettelijk momenteel nog niet geregeld. In de bouwsteen Kwaliteit & Duurzaam wordt verder ingegaan op de term renovatie. De schoolbesturen zijn tevens ook verantwoordelijk voor het onderwijsaanbod en de kwaliteit daarvan. In het op overeenstemming gericht overleg (OOGO) of bestuurlijk overleg vindt de afstemming van deze verantwoordelijkheden plaats door middel van gezamenlijk overleg (minimaal jaarlijks). Deze samenwerking overstijgt de samenwerking op basis van de Verordening onderwijshuisvesting. Voor het onderwijshuisvestingsbeleid wordt daarom in eerste instantie voor alle betrokken partijen het IHP leidend, voordat er wordt teruggevallen op de Verordening. Deze wijze van samenwerking dient, in afwachting van de wettelijke regeling, juridisch vastgelegd te worden.

In het geval dat huisvestingsvraagstukken een regionaal karakter hebben vindt, indien noodzakelijk, afstemming plaats met het regionale OOGO en/of het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs.

3. Het IHP wordt vastgesteld door de Gemeenteraad. Het IHP wordt opgesteld in nauwe samenwerking tussen schoolbesturen en gemeente. Op onderdelen is een afvaardiging van kinderopvang betrokken.

Referentie: 1699201-0176.0.4.

4. Het IHP werkt met termijnen (cycli) van 5 jaar en een scope van 20 jaar. Het IHP geeft inzichten in de plannen per school per termijn van, in principe,vijf jaar, waarbij de eerste periode het meest concreet is en de latere termijnen steeds meer indicatief zijn. Het actualiseren van het IHP duurt circa een jaar (2022) voor voorbereiding, ontwikkeling IHP en besluitvorming. De eerste termijn is dus de periode eind 2022 tot eind 2027. Vier jaar na vaststelling van het IHP (2026) dient opnieuw gestart te worden met het actualiseren van het IHP. Tussendoor wordt er jaarlijks een evaluatiemoment georganiseerd (in OOGO structuur opgenomen). Bij dit evaluatiemoment wordt er gekeken naar de vordering van de projecten en kunnen eventuele gewijzigde randvoorwaarden meegenomen worden bij andere projecten.

5. Prognose leerlingaantallen. Uitgangspunt voor het IHP is het hanteren van de leerlingenprognoses van de oktobertelling van het vorige jaar. (De oktobertelling wordt vervangen door de telling op 1 februari. De telling van het aantal leerlingen op 1 februari 2022 wordt bepalend voor de bekostiging van kalenderjaar 2023). De leerlingenprognose van PrimosLokaal (oktobertelling 2021) vormt het uitgangspunt voor het IHP voor het Primair Onderwijs. Voor het Voortgezet Onderwijs vormt de Voion prognose (2021) het uitgangspunt. Bij de actualisatie van de prognoses geeft de gemeente aan of er nog ontwikkelingen te verwachten zijn, bijvoorbeeld vanwege de realisatie van nieuwe woongebieden/ woonwijken, die mogelijkerwijs niet correct zijn opgenomen in de prognoses. Ook de scholen geven dit aan, bijvoorbeeld bij een nieuwe onderwijsstroom. Gezien de onzekerheid in de voorspelling van de leerlingenontwikkelingen wordt bij aanvang van ieder concreet huisvestingsproject voor een school een toetsing gedaan aan de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals vastgelegd in het IHP.

6. Het IHP is het investeringskader voor de onderwijshuisvesting. Het IHP geeft voor de gehele looptijd inzicht in de, naar verwachting, benodigde investeringen. In het IHP wordt de prioritering van huisvestingsprojecten in de eerste termijn bepaald. Het IHP wordt opgesteld met het prijspeil van het moment van opstellen. Bij de start van een project (initiatieffase) wordt het bedrag voor het project als opgenomen in het IHP geïndexeerd met de werkelijke loon & prijsstijgingen voor de bouw van schoolgebouwen. Hiervoor wordt het indexcijfer schoolgebouwen van BDB gehanteerd. Er wordt bij het maken van de gemeentelijke begroting rekening gehouden met de financiering van de projecten in de eerste termijn.

Pagina 13 van 60

HEVO

7. Na vaststelling van het IHP wordt een uitvoeringsprogramma opgestart voor de projecten uit de eerste termijn. Het uitvoeringsprogramma betreft een bindende afspraak die zekerheid geeft voor gemeente en schoolbesturen. In het uitvoeringsprogramma worden afspraken gemaakt over de samenwerking op programma- en projectniveau. Dit kan, afhankelijk van de betrokken partijen, in het overkoepelde OOGO of afvaardiging van de betrokken besturen gedaan worden. Zodra het project actueel is in het uitvoeringsprogramma, zal het project getoetst worden aan de randvoorwaarden als omschreven in het vastgestelde IHP. Dit wordt middels een haalbaarheidsstudie (ofwel businesscase genoemd) uitgevoerd. Daarbij worden de randvoorwaarden uit het IHP indien nodig nog geactualiseerd, zoals bij tussentijdse wijzigingen in de wet, in de bouwregelgeving, in het beleid, bijzondere prijsontwikkelingen of anderszins De projecten worden verder geconcretiseerd omtrent de omvang van het gebouw, kwaliteitsniveau en benodigde ingrepen. Hiervoor worden stichtingskostenramingen gemaakt op prijspeil einde werk. 8. De kredieten voor de investeringen in onderwijshuisvesting worden opgenomen in een uitvoeringsplanning onderwijs: De investeringen in onderwijshuisvesting worden omgerekend naar kapitaallasten (rente en afschrijvingen) conform de nota investering en afschrijvingsbeleid.

De kapitaallasten worden verwerkt in de meerjarenbegroting van de gemeente. Er wordt een uitvoeringsplanning Onderwijshuisvesting opgesteld die inzichtelijk maakt wanneer welke investeringen gepland staan en hoe hoog deze investeringen zijn. De uitvoeringsplanning maakt onderdeel uit van de meerjarenbegroting die wordt vastgesteld door de gemeenteraad van Oosterhout. Omdat de investeringen passen binnen het vastgesteld IHP wordt de uitwerking van de investering gedelegeerd naar het college. Incidentele middelen worden geoormerkt voor onderwijshuisvesting binnen een reserve op de begroting van de gemeente Oosterhout. Deze middelen kunnen worden ingezet als (gedeeltelijke) dekking voor de investering in onderwijshuisvesting. De gemeente is voornemens om structureel jaarlijks geld te reserveren voor investeringen in onderwijs-huisvesting. 9. Het IHP prevaleert voor het aanvragen van voorzieningen boven de verordening en vervangt daarmee, in de toekomst, de aanvraagprocedure voor nieuwbouw of renovatie en overige voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen (artikel 2.a lid 1 t/m lid 8 van de verordening) (reeds ingediende en

Referentie: 1699201-0176.0.4.

lopende procedures tijdens de ontwikkeling van het IHP blijven gehandhaafd). Er zijn echter uitzonderingen zoals het voorzien in huisvesting voor een nieuw te stichten school, kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (artikel 2.a lid 1, lid 6 en lid 7 van de verordening) of spoedaanvragen door onvoorziene omstandigheden. Op dergelijke onvoorziene omstandigheden na, is de afspraak dat er geen gebruik wordt gemaakt van de route via de verordening. Aanvragen voortkomend uit het IHP worden impliciet geacht een aanvraag te zijn op grond van de verordening. Dit wordt ook op deze wijze in de verordening vastgelegd. Wel dient er op de gemeentelijke begroting rekening gehouden te worden met dergelijke uitzonderingen. Hiervoor dient een ander budget beschikbaar gesteld te worden.

“«

2.3.

Bouwsteen: samenwerking

Binnen deze bouwsteen wordt de visie op samenwerking beschreven tussen de onderwijspartijen onderling en de overige (kind)partners, die raakvlakken hebben met het onderwijs.

1. Samenwerking tussen schoolbesturen Schoolbesturen en gemeente streven naar samenwerking tussen de schoolbesturen in de gemeente Oosterhout ten gunste van het onderwijs, de leerling en de medewerkers, rekening houdend met de diversiteit van het aanbod van onderwijs en de identiteit van de besturen & scholen. De kwaliteit van het onderwijs staat hierbij centraal. Samenwerking kan zowel inhoudelijk (kennis) of gebouwelijke (faciliteiten) worden vormgegeven, waarbij gebouwelijke samenwerking volgt op de inhoudelijke samenwerking. Gebouwelijke samenwerking biedt voordelen op het gebied van het faciliteren van ontmoetingen, de beschikbaarheid van faciliteiten, het efficiënter/ optimaler gebruiken van beschikbare m2 gebouw en faciliteiten en het beperken van exploitatielasten. Per situatie dient te worden verkend hoe vorm en inhoud kan worden gegeven aan deze samenwerking. De overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs wordt als belangrijk moment beschouwd. De doorlopende leerlijn loopt hier idealiter zo soepel mogelijk over waarbij het ontstaan van een ‘knip’ in de leerlijn zoveel als mogelijk voorkomen wordt. Aan de oprichting van een nieuwe fysieke tussenschool (tienercollege) is momenteel geen behoefte.

Huidige initiatieven krijgen idealiter vorm binnen bestaande huisvesting, maar in de toekomst kan het interessant zijn om te verkennen of er fysiek een verbinding kan worden gemaakt tussen PO en VO.

Pagina 14 van 60

HEVO

2. Samenwerking Voortgezet Onderwijs-scholen onderling: In de gemeente Oosterhout zijn in 2022 zes VO-scholen aanwezig. De scholen bieden verschillende onderwijsniveaus aan en hebben eigen speerpunten (bijv, een techlab). De VOscholen zien de mogelijkheden van samenwerking op inhoudelijk en mogelijk fysiek vlak (huisvesting en/of faciliteiten). Wanneer er op fysiek vlak samengewerkt wordt, is het van belang om op voorhand zaken vast te leggen, o.a. over exploitatie en ruimtegebruik. Een “Compacte Campus” ontwikkeling kan mogelijkheden bieden voor het medegebruik van ruimtes en kennisdeling. Hierbij moet goed nagedacht worden over de schaal van de campus en de behoefte van de leerlingenpopulatie. Voor de VO-scholen in de gemeente is de regionale positie een belangrijk aspect. Opgemerkt wordt dat er aantrekking is van leerlingen naar scholen buiten de gemeente. De aantrekking wordt mede veroorzaakt door nieuwbouw van deze scholen. Het is voor alle partijen belangrijk om alert blijven op de ontwikkelingen in leerlingenaantallen in het VO. Tijdens het OOGO dient dit onderwerp op de agenda te staan. 3. (Voortgezet) speciaal onderwijs in relatie tot regulier onderwijs: De samenwerking tussen regulier onderwijs en (V)SO draagt bij aan het speerpunt Passend Onderwijs, wat inhoudt dat kinderen de gemeente niet uit hoeven om onderwijs te krijgen.

In het speciaal onderwijs wordt een druk aan leerlingenaantallen ervaren. Hierdoor komt het speerpunt Passend Onderwijs in de gemeente onder druk te staan. Door de samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs te versterken kan de hoeveelheid doorverwijzingen dalen. Deze samenwerking kan op een inhoudelijke of gebouwelijke wijze vormgegeven worden. Een gebouwelijke samenwerking kan voor een deel van de leerlingen voordelen bieden bij eventuele terugplaatsing van kinderen vanuit het S(B)O naar het regulier onderwijs. Voor het (voortgezet) speciaal onderwijs is het wenselijk om netwerkpartners (o.a. zorg specialisten en potentiële werkgevers voor de leerlingen) te betrekken in het onderwijsgebouw. Een eventuele ontwikkeling tot (Integraal) Kind- en Expertisecentrum (KEC) is hierbij een mogelijkheid. Leerlingen krijgen hierdoor betere zorg en begeleiding in hetzelfde gebouw als waar zij onderwijs volgen. Het speciaal onderwijs heeft naast een gemeentelijk functie ook een regionale functie. Indien er vraagstukken komen met een regionaal karakter, zal er ook afstemming plaats vinden met het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs.

Referentie: 1699201-0176.0.4.

4. Samenwerking tussen Gemeente, Schoolbesturen Primair Onderwijs en kinderopvang Gemeente, schoolbesturen en kinderopvang (o.a. voorschool, kinderopvang en buitenschoolse opvang) zetten in op het behoud en waar nodig het versterken en uitbreiden van samenwerking tussen PO en kinderopvang. De gemeente Oosterhout heeft als beleid dat elke basisschool voorschoolse educatie aanbiedt voor kinderen vanaf 2,5-jarige leeftijd. Het creëren en behouden van de doorlopende leerlijn is daarbij van belang. De gemeente ziet het als haar verantwoordelijkheid om voldoende voorschoolse kindplekken te hebben in haar gemeente. Kinderopvang en buitenschoolse opvang wordt op dit moment door de wetgever gezien als een commerciële activiteit. De gemeente Oosterhout is bereid om, onder voorwaarden, de realisatie van dergelijke vierkante meters financieel te faciliteren. Deze voorwaarden worden nader geconcretiseerd voorafgaand aan de start van een huisvestingsproject. Daarnaast zijn er enkele andere uitgangspunten voor de samenwerking tussen PO en kindpartners geformuleerd: a. De samenwerking tussen het primair onderwijs en kinderopvang richt zich op afstemming van pedagogiek en didactiek. b. De samenwerking kan verschillende vormen aannemen, met verschillende vormen van integratie (o.a. een kindcentrum). Gezamenlijke huisvesting wordt als pré gezien, maar is geen voorwaarde voor de samenwerking.

Per project dient gekeken te worden naar de specifieke situatie. c. De gemeente ziet het niet als haar verantwoordelijkheid om bij elke school faciliteiten te realiseren voor kinderopvang, zolang er voldoende plekken beschikbaar zijn in de buurt waar de leerlingenpopulatie woont (thuis nabij). Indien bij projecten sprake is van een situatie waarin kinderopvang aanwezig is, in de bestaande scho(o)l(en), wordt er naar gestreefd om dit ook in de nieuwe situatie te behouden. d. De gemeente is er verantwoordelijk voor om ruimte voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (WE) te faciliteren en te bepalen welke kinderen in aanmerking komen voor een VVE-indicatie. WE is er voor kinderen vanaf 2,5 jaar en is gericht op het voorkomen van onderwijsachterstanden. Per POschool (lees: brinnummer) is/ komt 56 m2 nuttig vloeroppervlak (gebaseerd op 16 kinderen met 3,5 m2 nuttig vloeroppervlak/ kind) beschikbaar voor de

Pagina 15 van 60

HEVO

huisvesting van de voorschool (WE), aanvullend aan de normatieve m2 voor het onderwijs. 5. Samenwerking onderwijs en overige maatschappelijke partners Per project kan onderzocht worden of een samenwerking met andere maatschappelijke partners (bibliotheek, jeugdzorg, sportorganisaties, dorpshuis etc.) meerwaarde biedt. De samenwerking met deze partners is geen doel op zich maar kan exploitatievoordelen bieden. Tegelijkertijd is de ervaring dat het ook juist kostenverhogend en complicerend kan werken. Opgemerkt wordt dat het vormen van Multifunctionele Accommodaties (MFA’s) niet nagestreefd wordt. Het uitgangspunt bij samenwerking met partners is dat het onderwijs centraal moet staan in het gebouw. Om de volgende redenen kan een samenwerking met de maatschappelijke partners worden overwogen: a. Versterking van de ontwikkeling van de kinderen; b. Sociaal-maatschappelijke functie in de kern/wijk vervullen; c. Multifunctioneel gebruik van het gebouw bevorderen. Naast de samenwerking met maatschappelijke partners kunnen partners uit het bedrijfsleven bij de burgerschapsvorming van leerlingen in het VO (met name VMBO/praktijkscholen) een rol spelen.

6. Afspraken over verhuur en/of medegebruik Multifunctioneel gebruik van een schoolgebouw leidt tot een hogere bezetting en daarmee een duurzamer gebruik van gebouwen. Samenwerking met verschillende typen gebouwgebruikers onder één dak vergroot de flexibiliteit - als de ene gebruiker minder ruimte nodig heeft, kan de andere gebruiker deze ruimte wellicht gaan huren. Op die manier kan leegstand (tijdelijk) intern opgevangen worden. Indien ruimten in schoolgebouwen in gebruik worden gegeven aan partijen anders dan het onderwijs (bijvoorbeeld kinderopvang en/of andere maatschappelijke partners) wordt, conform de onderwijswetgeving, ofwel ‘verhuur’ ofwel ‘medegebruik’ toegepast.

activiteiten behoren tot culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden en of partijen vallen onder ‘verhuur’ of ‘medegebruik’. Doordat onderwijshuisvesting wordt gerealiseerd met maatschappelijk geld stimuleert de gemeente medegebruik in scholen. Hiermee wordt een gestreefd na een optimale bezettingsgraad van schoolgebouwen. De gemeente verlangt dan ook dat schoolbesturen bereid zijn om medegebruik in schoolgebouwen toe te staan. Medegebruik ontstaat alleen bij leegstand in bestaande schoolgebouwen. Bij medegebruik kan sprake zijn van ‘exclusief gebruik van ruimten’ of ‘volgtijdelijk gebruik van ruimten’. Bij medegebruik wordt geen vergoeding voor de investeringslasten in rekening gebracht, maar uitsluitend een gebruiksvergoeding. De vaststelling hiervan is maatwerk.

In het geval van ‘verhuur’ wordt een huurtarief afgesproken, wat voldoet aan de verplichtingen van de Wet Markt en Overheid. Indien dit in nieuwe projecten leidt tot een situatie waarbij geen enkele kinderopvangorganisatie een sluitende businesscase heeft, zal gezocht worden naar een maatwerkoplossing, waarbij het streven is om het bestaande aanbod aan kinderopvang te behouden. Uitgangspunt is dat de reeds bestaande afspraken gehandhaafd blijven en deze staan los van dit IHP. Zowel bij nieuwe situaties in bestaande gebouwen als bij nieuwe gebouwen moeten afspraken gemaakt worden over zaken als; looptijd overeenkomst, eigendomsverhouding, beheersvorm en samenwerkingsafspraken, exploitatie en financiële geldstromen. Dergelijke afspraken dienen te volgen uit de inhoudelijke afspraken die aan de samenwerking ten grondslag liggen. Bij de planvorming van nieuwe gebouwen dient men hier bij aanvang al over na te denken, te concretiseren en te formaliseren.

Voorwaarde voor medegebruik is dat het bij medegebruik gaat om het gebruik door (uit de openbare kas bekostigd) onderwijs of voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Het is aan het college van B&W om te bepalen welke

Referentie: 1699201-0176.0.4.

Pagina 16 van 60

HEVO

2.4.

X

Bouwsteen: vraag en aanbod

Deze bouwsteen geeft aan welk aanbod aanwezig is en welke aanbod de gemeente en schoolbesturen nastreven. Het gewenste versus beschikbare aanbod van onderwijs is (mede) bepalend voor de te ontwikkelen huisvestingsoplossingen.

1. Het huidige aanbod van Primair onderwijs. Er is een divers aanbod aan onderwijs in het primair onderwijs, namelijk Rooms-katholiek, Protestants- Christelijk, Openbaar, Montessori en Vrijeschool onderwijs, en aanbod aan speciaal onderwijs. Qua hoeveelheid en capaciteit is het huidige aanbod in het PO in principe dekkend. In het S(B)O is de situatie anders en gaan leerlingen in/ uit een grotere regio naar school. a. De wens vanuit het primair onderwijs is om het huidige onderwijsaanbod te behouden en waar nodig te versterken. Waarbij de kwaliteit van het onderwijs centraal staat. Er loopt een aanvraagprocedure voor het stichten van een Islamitische basisschool door een extern schoolbestuur. b. Enkele primair onderwijs scholen in de gemeente ervaren een stroom aan leerlingen van buiten de gemeente vanwege een uniek onderwijsconcept. Bij de scenario ontwikkeling in het IHP dient hier rekening mee gehouden te worden.

2. Het huidige aanbod van Voortgezet onderwijs. Er is een divers aanbod aan onderwijsniveaus in het voortgezet onderwijs, namelijk praktijkonderwijs, VMBO, (en MAVO) HAVO, VWO inclusief gymnasium en aanbod aan speciaal voortgezet onderwijs (VSO). Qua hoeveelheid en capaciteit is het huidige aanbod in het VO in principe dekkend. In het VSO is de situatie anders en gaan leerlingen in/ uit een grotere regio naar school. Het VO heeft een rijk aanbod aan verschillende onderwijsniveaus en a. speerpunten of bijzonderheden per school. Het is de wens om dit rijke aanbod te behouden en indien mogelijk de aantrekkingskracht van Oosterhout te versterken door te sturen op de beschikbaarheid van goede toekomstbestendige flexibele schoolgebouwen die aansluiten bij het onderwijsconcept, speerpunten en bijzonderheden van de scholen. Het VO heeft naast een gemeentelijk ook een regionale functie. Naast leerlingen vanuit de gemeente komen leerlingen elders uit de regio naar de VO-scholen.

Referentie: 1699201-0176.0.4.

Er is wel zorg bij de VO-scholen over de positionering in de regio. In nabijgelegen gemeente zijn onlangs nieuwe schoolgebouwen opgeleverd die leerlingen aantrekken, ook vanuit de gemeente Oosterhout. Mogelijkerwijs heeft dit een negatief effect op de leerlingenprognose in het VO, maar dit effect kan ook juist andersom gaan werken na realisatie van nieuwe gebouwen en zorgen voor meer leerlingen. 3. Het huidige aanbod van (Voortgezet) speciaal onderwijs. In de gemeente Oosterhout is één VSO-school aanwezig (Plein3), één SO-school (Muldersteeg) en één SBO-school (De Wissel). De VSO en SO-school bieden onderwijs aan voor kinderen die in cluster 4 geplaatst zijn (ofwel kinderen met gedragsproblemen/psychische stoornissen). Plein 3 betreft een kleinschalige pilot voor maximaal 55 leerlingen met een looptijd van 2 jaar (verlenging hiervan en de gebouwelijke consequenties is onderwerp van gesprek), gericht op leerlingen die uitgevallen zijn in het reguliere voortgezet onderwijs en is voor geheel west-Noord Brabant. In de gemeente Oosterhout wordt, door de groei van het aantal leerlingen in het SO, een druk op de huisvesting voor het speciaal onderwijs ervaren.

4. Het is van belang om een goede spreiding van onderwijs te hebben. Een goede spreiding van schoollocaties is belangrijk voor de bereikbaarheid van scholen. Schoolgrootte en spreiding moeten, vooral in het PO, aansluiten op het leerlingenaantal in het voedingsgebied. Echter is de geografische spreiding van de scholen momenteel niet optimaal. Bij het ontwikkelen van nieuwe scholen of herpositioneren van bestaande scholen dient hier aandacht voor te zijn. a. Een goede spreiding van het PO is van belang voor de leefbaarheid van de kerkdorpen en wijken. Een school functioneert als een “spil in de wijk”. Onderwijs in de nabijheid van het woonadres van de leerling vormt hierbij ook een uitgangspunt. b. Voor het VO is het van belang om op zowel plaatselijk schaal als de regionale schaal te kijken naar de optimale spreiding en bereikbaarheid. Het VO trekt immers ook leerlingen uit de regio aan.

Pagina 17 van 60

HEVO

5. De schoolbesturen streven naar een omvang van de school die past bij de vraag. Hiermee wordt bedoeld dat er geen ‘ideale’ schoolgrootte bestaat. Het gaat niet zozeer om omvang maar om kwaliteit. Schoolbesturen maken daarbij zelf de afweging of de kwaliteit van hun onderwijs bij een bepaalde omvang (van de organisatie en de huisvesting) gegarandeerd kan worden.

6. Het streven is naar een optimale afstemming tussen vraag en aanbod. Daarbij gaat het om het voorkomen van zowel ruimteoverschotten als ook ruimtetekorten. Daarvoor is een aantal instrumenten geformuleerd: a. Nieuwe gebouwen flexibel en aanpasbaar ontwerpen, om verbouwingen en uitbreidingen in de toekomst mogelijk te maken. Uitgangspunt daarbij is dat dragende wanden alleen op strategische plekken in een gebouw geplaatst worden gekoppeld aan blijvende gebouwfuncties (verticaal verkeer e.d.) Gebouwen dienen toekomstbestendig gemaakt te worden, waarbij eventuele functiewisselingen mogelijk zijn; b. Verhuur of medegebruik van ruimte kan, na toestemming van de gemeente, een oplossing zijn voor een ruimteoverschot. Eventueel kan er ook een deel van het gebouw afgestoten worden wanneer er een structureel ruimteoverschot is; c. Doorverwijzen van leerlingen biedt mogelijkheden bij ruimtetekorten, op de korte termijn. Deze situatie dient zo veel mogelijk voorkomen te worden, omdat het onderwijskundig minder wenselijk is. Ook komt hiermee de keuzevrijheid van ouders in het gedrang. Als er verwezen gaat worden, dient dit op basis te zijn van een realistische reisafstand en veilige route. 7. Hoogbegaafde kinderen met een gedrags- of leerprobleem; Op basisschool De Meander is er een HB+groep, waarin onderwijs wordt gegeven aan Hoogbegaafde kinderen met een gedrags- of leerprobleem (zgn.

“dubbel bijzonder of Twice Exceptional"). Op dit moment is dit ingericht voor kinderen van groep 5 tot en met groep 8, voor kinderen uit Oosterhout en daarbuiten. Kenmerkend voor dit onderwijs is dat leerlingen hun eigen leerlijnen krijgen aangeboden volgens de Sti-Co-R-Di werkwijze, dat staat voor stimuleren, compenseren, remediëren en dispenseren. Elk woord omvat maatregelen met een bepaald doel. De begeleiding is intensiever ten opzichte van het aanbod in een reguliere groep. Dit betekent meer handen in de klas en een kleinere groep. Deze groep is een zgn. integratieklas waarbij het onderwijs in

Referentie: 1699201-0176.0.4.

de HB+ groep valt tussen regulier en het Speciaal onderwijs. De Meander HB+ werkt hierin nauw samen met het speciaal onderwijs De Muldersteeg en ambulant begeleiders vanuit het Driespan.

8. Kinderen die vanuit het buitenland naar Nederland komen en de Nederlandse taal niet of weinig spreken, kunnen in Oosterhout bij Delta Onderwijs gebruik maken van de voorziening Nederlands voor anderstalige zij-instromers (NAZ) om de Nederlandse taal zo snel mogelijk te leren. In Oosterhout wordt deze voorziening op dit moment op twee locaties aangeboden: bij Kindcentrum De Ontdekking en in het voormalig schoolgebouw aan Slotjesveld 11 (de Biencorf). Ook leerlingen van andere scholen in Oosterhout kunnen hiervan gebruik maken. De NAZ voorziening bestaat al meer dan 14 jaar in Oosterhout. Delta onderwijs krijgt hiervoor een subsidie van de gemeente. Het is een voorziening waarbij leerlingen op één van de reguliere scholen worden ingeschreven en een gedeelte van de tijd (50%) doorbrengen op één van de twee locaties van de voorziening om extra taallessen te krijgen. De andere 50% zijn zij op een van de scholen in Oosterhout aanwezig. Het gaat om een wisselend aantal leerlingen, afhankelijk van externe omstandigheden. 9. Techlab: techeXperience Oosterhout; In de toekenning van de Sterk Techniek Subsidie voor de regio Amerstreek is een deel van de subsidie geoormerkt op de realisatie van 4 techlabs in de regio Amerstreek. Een daarvan is op het Hanze College, twee zijn er voor het Dongemond en een voor het Effent. Deze laatste is omgezet in een technieklokaal voor het Effent.

Het Hanze College heeft dit momenteel gerealiseerd. Het is onderdeel van de school en wordt gebruikt voor groep 7 en 8 van het PO en voor klas 1 en 2 van het Hanze College. Doelstelling is leerling kennis te laten maken met techniek en technologie. Per jaar komen er zo’n 40 scholen hier gebruik van maken.

Pagina 18 van 60

HEVO

10.Time In/Time out voorziening; In samenwerking met het RSV Breda is op het Hanze College een time in voorziening gemaakt. Deze wordt gebruikt voor leerlingen die de les tijdelijk niet in kunnen. Vaak heeft dit te maken met ontwikkelings- of gedragsstoornissen. De voorziening is bedoeld om leerlingen niet te snel te verwijzen naar het speciaal onderwijs maar juist door individuele begeleiding binnen de school te houden. De voorziening is ook beschikbaar voor andere scholen binnen het RSV Breda.

11. Ruimte voor sport en beweging is onderdeel van de kwaliteit van het onderwijs. In dit IHP wordt er niet ingegaan op de capaciteit van de aanwezige gymvoorzieningen. Bij de gemeente Oosterhout is een separaat onderzoek uitgevoerd over de gymfaciliteiten en de capaciteiten daarvan. Van belang is het wel om bij aanvang van projecten te kijken of voldoende capaciteit beschikbaar is bij de dichtstbijzijnde gymvoorziening en dat de reisafstand hierbij realistisch en acceptabel is. Indien dit niet het geval is, is het noodzakelijk dat er aanvullende capaciteit gerealiseerd wordt. In de verordening staan de kaders hiervoor omschreven.

2.5.

Bouwsteen: kwaliteit en duurzaamheid

De gemeente Oosterhout en de schoolbesturen zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een maatschappelijke, gezamenlijke verantwoordelijkheid. Een kwalitatief goed en duurzaam gebouw heeft tenslotte een positief effect op het onderwijs en op het leefklimaat van toekomstige generaties. In deze bouwsteen worden de kwaliteits- en duurzaamheidsambities van gemeente en schoolbesturen omschreven. 1. Het IHP sluit aan bij de doelstellingen die geformuleerd zijn in het landelijke klimaatakkoord en de sectorale routekaart. Middels het IHP wil de gemeente invulling geven aan de verduurzamingsopgave voor het onderwijs. Voor nieuwbouw is het uitgangspunt om gebouwen gasloos te realiseren met aanvullend de ambitie van energieneutrale (school)gebouwen (ENG) (hetprocesgebonden energie­ verbruik valt hier buiten). Bij renovatie (lees: vernieuwbouw) van bestaande schoolgebouwen (na 40 jaar levensduur) wordt beoogd deze gasloos te maken en de energieprestatie zo goed mogelijk te krijgen; dit dient per situatie bekeken te worden op basis van een kosten-batenanalyse van de mogelijke maatregelen.

Referentie: 1699201-0176.0.4.

2. Gemeente en schoolbesturen willen duurzaamheid breder definiëren dan alleen energiebesparing en CO2-reductie: duurzaamheid gaat ook over goed onderwijs, een gezond leer- en werkklimaat, een gezonde financiële exploitatie, circulariteit en toekomstbestendigheid. Hieronder worden deze thema’s kort toegelicht: a. Ten aanzien van goed onderwijs gaat het om onderwijskundige functionaliteit; zowel nieuwe als gerenoveerde schoolgebouwen dienen onderwijsconcepten goed te faciliteren. Het gebouw dient aan te sluiten bij het onderwijsconcept van de school. Daarnaast dienen ook andere functies in samenhang met onderwijs goed gefaciliteerd te worden, bijvoorbeeld kinderopvang, jeugdzorg en andere maatschappelijke partners. b. Ten aanzien van gezondheid wordt er rekening gehouden met Frisse Scholen-thema’s (naast energie): lucht, temperatuur, licht en geluid om een prettig en gezond klimaat voor kinderen en medewerkers te realiseren. Hierbij wordt, voor zover als mogelijk, geanticipeerd op wijzigingen in het klimaat en meer warme dagen. Voor Frisse Scholen wordt gekozen voor een mix van eisen per subonderdeel, waarbij er bij nieuwbouw en bij renovatie voor de thema’s lucht en temperatuur minimaal klasse B wordt aangehouden. Zie hiervoor bijlage 1. c.

Ten aanzien van circulariteit wordt ernaar gestreefd bewust om te gaan met de toegepaste materialen en waar mogelijk gebruik te maken van natuurlijke, ecologisch vriendelijke en/of herbruikbare materialen. In het geval van nieuwbouw wordt gelet op de basisprincipes van circulariteit zoals de losmaakbaarheid van elementen. Bij de sloop en renovatie van school­ gebouwen wordt het uitgangspunt van circulariteit toegepast en wordt er in kaart gebracht welke gebouwelementen mogelijk nog bij andere projecten gebruikt kunnen worden of opnieuw in de bouwketen geïntegreerd kunnen worden voor hoogwaardig hergebruik. Bij nieuwbouw wordt gedocumenteerd welke materialen en hoeveelheden er aanwezig zijn in het gebouw. d. Ten aanzien van toekomstbestendigheid wordt er ingezet op maximale flexibiliteit, onder andere door het realiseren van een gunstige bvo/fno-factor, het vermijden van dragende binnenwanden en door ‘groeiruimte’ te definiëren in bestemmingsplannen. Bij tijdelijke pieken in de geografische omvang van kernen slim omgaan met semipermanente modulaire oplossingen, gecombineerd met een permanente vaste kern die hierop is

Pagina 19 van 60

HEVO

e.

voorbereid. Gebouwen kunnen op deze manier meebewegen met groei en krimp van scholen. Flexibiliteit biedt ook kansen in de transformatiemogelijkheden van het vastgoed. Ten aanzien van de buitenruimte is de ambitie om groenblauwe school­ pleinen te realiseren. Dit zijn schoolpleinen waar veel groen is geïntegreerd ter stimulering van de biodiversiteit en waar extra aandacht wordt besteed aan waterinfiltratie.

3. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor nieuwbouw, schoolbesturen zijn in alle situaties verantwoordelijk voor het goed onderhouden en exploiteren van gebouwen. Renovatie (lees: vernieuwbouw) van een schoolgebouw aan het einde van de levensduur (40 jaar) is wettelijk nog niet geregeld. Renovatie kan een duurzamere oplossing zijn dan nieuwbouw, doordat de bestaande (hoofd)draagstructuur hergebruikt wordt. Ook om andere redenen, zoals bij beeldbepalende gebouwen (monumenten e.d.) kan het wenselijk zijn om een gebouw te gaan renoveren. Ten aanzien van renovatie wordt in dit IHP aangesloten op het voorstel van PO-raad, VO-raad en VNG: a. Renovatie wordt in de verordening opgenomen als voorziening. In de huidige situatie zijn gemeenten alleen verantwoordelijk voor vervangende nieuwbouw wanneer een gebouw aan het einde van zijn levensduur is (onder andere artikel 2 verordening). Door renovatie op te nemen als voorziening ontstaat de mogelijkheid om bij een gebouw dat aan het einde van zijn levensduur is ook renovatie toe te passen. Renovatie is daarbij een integrale levensduurverlengende ingreep in het b. gebouw, waarmee de levensduur van het gebouw met ten minste 25 jaar, maar bij voorkeur 40 jaar, wordt verlengd.

Dit betekent dat renovatie alleen een overweging is wanneer aangetoond kan worden dat de betreffende school en het schoolbestuur weer ten minste 25 jaar op een goede en betaalbare manier met het gebouw vooruit kunnen. In specifieke situaties kan van dit uitgangspunt worden afgeweken, als een tijdelijke oplossing noodzakelijk is. c. Uitgangspunt bij renovatie is dat de aanpassingen die leiden tot een levensduurverlenging van ten minste 25 jaar1 voor rekening komen van de 1 In het concretiseringsvoorstel van PO-raad, VO-raad en VNG is opgenomen: ‘Renovatie is een grootschalige en integrale aanpak van een bestaand schoolgebouw waarmee de levensduur verlengd wordt met ten minste 25 jaar en

Referentie: 1699201-0176.0.4.

gemeente. Bij een levensduurverlenging van 40 jaar wordt hetzelfde budget toegekend als in een nieuwbouwsituatie. 4. Een bewuste afweging tussen renovatie en nieuwbouw. Voor een schoolgebouw dat aan het einde van de levensduur is (40 jaar gebruiksperiode), wordt een bewuste keuze gemaakt tussen een levensduurverlengende renovatie en nieuwbouw. Hierin gaat het om een continue afweging tussen financiële haalbaarheid, te bepalen kwaliteit en functionaliteit. Het scenario renovatie is aantrekkelijk wanneer na renovatie het schoolgebouw weer voldoet aan de huidige kwaliteitsnormen (Bouwbesluit inclusief de ambities/eisen als opgenomen in het IHP) zonder dat dit tot buitensporig hoge exploitatie- en investeringskosten leidt. Indien het niet of nauwelijks mogelijk is om een gebouw te renoveren tot het overeengekomen kwaliteitsniveau, dan is het scenario nieuwbouw passender (tenzij het bijvoorbeeld beeldbepalende/monumentale gebouwen betreft). Op basis van het haalbaarheidsonderzoek, conform het uitvoeringsprogramma, wordt de definitieve keuze gemaakt. De keuze voor een voorkeursscenario wordt gemaakt op basis van de uitkomsten van het onderzoek naar onderstaande aspecten: De financiële consequenties van beide scenario’s (investering en a. exploitatie). b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=ef85ac19-c9c8-4b62-8823-1c36f751d4a2