bijlage 2d OBP Veerseweg 54e bijlagen bij toelichting - gered.
Tekst van het document
O
anteagroup
Bijlagen bij de toelichting
Understanding today. Improving tomorrow.
ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)
anteagroup Gemeente Oosterhout
Projectnummer 455210.100
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
blad 3 van 242
Bijlage 1
Externe veiligheid
5
Bijlage 2
Standaardadvies Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
19
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
33
Bijlage 4
Bodemonderzoek
81
Bijlage 5
Natuurtoets
173
Bijlage 6
Watertoets
209
Bijlage 7
Omgevingsdialoog
229
Bijlage 8
Eindverslag inspraak en overleg
235
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)
anteagroup Gemeente Oosterhout
Projectnummer 455210.100
Bijlage 1
blad 5 van 242
Externe veiligheid
Ruimte - Antea Nederland B.V.
anteagroup
$))
Externe Veiligheid projectnummer 455210.100
Bestemmingsplan Leijsenakkers 2019, herziening 1 (Veerseweg 54E)
definitief 28 oktober 2019
Understanding today. Improving tomorrow.
Q
anteagroup
Externe Veiligheid Bestemmingsplan Leijsenakkers 2019, herziening 1 (Veerseweg 54E)
projectnummer 455210.100 definitief revisie 01 28 oktober 2019
Auteurs 10.2.e
Opdrachtgever De 10.2.e 10.2.e 10.2.e
datum vrijgave
beschrijving revisie 01
2d-0-i0 [ definitief
goedkeuring 10.2.e
vrijgave 10.2.e
Q
antea'group
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2
Aanleiding Leeswijzer
1 1
2
Beleidskader
2
3
Beschouwing risicobronnen
4
3.1 3.2
Rijksweg A27 ELD B.V.
4 4
4
Verantwoording groepsrisico
6
4.1 4.2 4.3
Algemene beschouwing veiligheidssituatie Zelfredzaamheid Bestrijdbaarheid
6 7 7
5
Conclusies
9
Externe Veiligheid Bestemmingsplan Leijsenakkers 2019, herziening 1 (Veerseweg 54E) projectnummer 455210.100 28 oktober 2019 revisie 01 10.2.e Dem
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Q antea'group
Het voornemen bestaat om op de locatie Veerseweg 54E in Oosterhout twee woningen te realiseren. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een braakliggend terrein met een bouwvlak. In het kader van de ruimtelijke procedure dient deze ontwikkeling in relatie tot externe veiligheid beschouwd te worden. Antea Group is gevraagd een beschouwing externe veiligheid voor deze ontwikkeling op te stellen.
1.2
Leeswijzer In hoofdstuk twee wordt het relevante beleidskader beschreven, waarna in hoofdstuk drie wordt ingegaan op de relevante risicobronnen. In hoofdstuk vier worden de elementen aangedragen voor de maatschappelijke verantwoording van het groepsrisico. Het rapport wordt de conclusies in hoofdstuk vijf afgerond.
Blad 1 van 8
Externe Veiligheid Bestemmingsplan Leijsenakkers 2019, herziening 1 (Veerseweg 54E) projectnummer 455210.100 28 oktober 2019 revisie 01
Q antea'group
10.2.e Dem
2
Beleidskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats onbeschermd aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: Lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden.
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10 6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): De afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet 'op de kaart' worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.
Risicokaar (F)
1.0E-04
#
1.0E-05
1.0E-06 1.0E-07 1.0E-08
*
= risicobron
1.0E-09 10
100
1DD•
!□□□□
► Aantal slachtoffers (N}
= PR 10 5-contour = PR 10'-66-contour
oriëntatiewaarde
= invloedsgebied
groepsrisicocurve
1% letaliteitgrens Figuur 2.1: Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport
Blad 2 van 8
Externe Veiligheid Bestemmingsplan Leijsenakkers 2019, herziening 1 (Veerseweg 54E) projectnummer 455210.100 28 oktober 2019 revisie 01 De 10.2.e
Q antea'group
Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals in figuur 2.2 weergegeven.
ALigging GR t.o.v. oriënterende waarde
B H
Toename GR t.o.v. nulsituatie
CDe mogelijkheden van zelfredzaamheid
van de bevolking
D I
De mogelijkheden van hulpverlening
E Ij
Nut en noodzaak van de ontwikkeling
F Het Figuur 2.2: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico
Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Oosterhout Naast het wettelijk kader geldt het door de raad vastgestelde Beleid externe veiligheid van Oosterhout 2017. De gemeente Oosterhout heeft in haar beleid vastgelegd dat externe veiligheid erop is gericht om de risico's voor haar burgers en de bedrijven te voorkomen. Indien er risico's zijn toegelaten worden die zoveel mogelijk beperkt en moeten die beheersbaar zijn. Tenslotte moeten de mogelijkheden voor de evacuatie van personen en de voorbereiding op de bestrijding van een ramp voldoende zijn. Risicobronnen zijn niet toegelaten buiten aangewezen risicogebieden zoals een industrieterrein. Echter kunnen op bestaande (spoor) wegen en vaarwegen risico's niet worden uitgesloten. Het beleid houdt ook in dat minder zelfredzame personen binnen het invloedsgebied van een risicobron beter moet worden beschermd. Kwetsbare objecten worden liever niet in de buurt van risicobronnen gebouwd. Kwetsbare objecten zijn gebouwen waarin zich veel mensen kunnen bevinden of gebouwen waar niet zelfredzame mensen aanwezig zijn.
Blad 3 van 8
Externe Veiligheid Bestemmingsplan Leijsenakkers 2019, herziening 1 (Veerseweg 54E) projectnummer 455210.100 28 oktober 2019 revisie 01 10.2.e Dem
3
Q
antea'group
Beschouwing risicobronnen Dit hoofdstuk bevat een beschouwing van de relevante risicobronnen in de omgeving van het plangebied.
3.1
Rijksweg A27 De Rijksweg A27 bevindt zich ten oosten van het plangebied, op circa 400 meter van het plangebied. Over deze weg vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. De weg is opgenomen in de Regeling basisnet.
Het invloedsgebied van de A27 bedraagt 880 meter (op basis van stofcategorie LT2), het gehele ontwikkelingsgebied bevindt zich binnen het invloedsgebied. Het plangebied bevindt zich echter buiten het invloedsgebied van de maatgevende stofcategorie van brandbaar gas (GF3; 355 meter). Plaatsgebonden risico De A27 heeft ter hoogte van het plangebied een PR 10'6-contour van 0 meter. In relatie tot het plan wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico.
Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) van de A27 (30 meter) reikt niet tot het plangebied.
Groepsrisico De afstand tussen de A27 en het plangebied bedraagt meer dan 200 meter. De hoogte van het groepsrisico hoeft derhalve niet nader beschouwd te worden (artikel 8 Bevt). Verantwoording groepsrisico Het plangebied bevindt zich binnen het invloedsgebied van de weg. In het kader van de ruimtelijke procedure is (beperkte) verantwoording van het groepsrisico conform het Bevt derhalve verplicht.
3.2
ELD B.V. Op circa 3.000 meter ten noordwesten van het plangebied bevindt zich aan de Zeilmakerijweg 1 ELD B.V. Deze inrichting valt onder de werkingssfeer van het Besluit risico's zware ongevallen (Brzo) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het invloedsgebied deze inrichting bedraagt 3.625 meter (gegevens Risicokaart), het plangebied ligt daarmee binnen het invloedsgebied van deze inrichting.
Plaatsgebonden risico De PR 10'6-contour van het bedrijf reikt niet tot het plangebied. In relatie tot het plan wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico.
Blad 4 van 8
Externe Veiligheid Bestemmingsplan Leijsenakkers 2019, herziening 1 (Veerseweg 54E) projectnummer 455210.100 28 oktober 2019 revisie 01 10.2.e Dem
Q antea'group
Groepsrisico Het plangebied ligt op grote afstand van het plangebied (circa 3.000 meter), er zal daarom geen sprake zijn van een toename van het groepsrisico ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling. Verantwoording groepsrisico Verantwoording van het groepsrisico is conform het Bevi verplicht omdat het invloedsgebied van ELD B.V. binnen het plangebied is gelegen.
Blad 5 van 8
Externe Veiligheid Bestemmingsplan Leijsenakkers 2019, herziening 1 (Veerseweg 54E) projectnummer 455210.100 28 oktober 2019 revisie 01 10.2.e Dem
4
Q antea'group
Verantwoording groepsrisico Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is, zoals geconcludeerd in hoofdstuk drie, verplicht ten aanzien van de Rijksweg A27 en ELD B.V. Ter verantwoording van het groepsrisico dienen, naast de hoogte van het groepsrisico, enkele kwalitatieve elementen beschouwd te worden. Deze elementen zijn afgeleid uit het Bevt en het Bevi en zijn tevens beschreven in de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico (VROM, 2007) en in algemene zin beschreven in hoofdstuk twee. In dit hoofdstuk worden elementen aangedragen voor de invulling van de verantwoordingsplicht door het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk zijn alle elementen beschouwd. Hierbij is de volgende indeling gehanteerd: • algemene beschouwing veiligheidssituatie; • zelfredzaamheid; • bestrijdbaarheid.
4.1
Algemene beschouwing veiligheidssituatie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van twee risicobronnen: de Rijksweg A27 en ELD B.V. De afstand tussen het plangebied en deze risicobronnen (circa 400 meter of meer) maakt dat alleen het toxisch scenario relevant is. In deze paragraaf wordt het scenario verduidelijkt.
Toxisch scenario Bij (zeer) toxische vloeistoffen is het scenario dat er zich ten gevolge van een ongeval een vloeistofplas vormt. Vervolgens verdampen deze toxische vloeistoffen waardoor een gaswolk ontstaat (met dezelfde gevolgen als een gaswolk van toxisch gas). Bij een ongeval met een toxisch gas ontstaat direct een toxische gaswolk. Bij een percentage aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Aanwezigen binnen invloedsgebied Binnen het plangebied wordt de bouw van twee woningen mogelijk gemaakt. Daarmee neemt de personendichtheid binnen het plangebied toe, aangezien er in de huidige situatie sprake is van een braakliggend terrein zonder bouwvlak.
Hoogte groepsrisico De hoogte van het groepsrisico van de relevante risicobronnen (Rijksweg A27 en ELD B.V.) wordt niet beïnvloedt door de voorgenomen ontwikkeling. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de beperkte omvang van de voorgenomen ontwikkeling (twee woningen) en anderzijds door het gegeven dat het plangebied op grote afstand van de onderscheiden risicobronnen is gelegen.
Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Oosterhout De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Oosterhout in relatie tot de visie ten aanzien van ontwikkelingen in de omgeving van Beviinrichtingen en transportroutes gevaarlijke stoffen. Daarnaast wordt er met onderhavig plan
Blad 6 van 8
Externe Veiligheid Bestemmingsplan Leijsenakkers 2019, herziening 1 (Veerseweg 54E) projectnummer 455210.100 28 oktober 2019 revisie 01 10.2.e Dem
Q antea'group
geen bestemming toegelaten voor nieuwe functies waar regelmatig minder zelfredzame personen verblijven.
4.2
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Voor het toxisch scenario is dat in principe schuilen.
Gerichte risicocommunicatie met bewoners en andere aanwezigen in de omgeving (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering van een gebied sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten) en op welke wijze hieraan invulling kan worden gegeven. Op de website van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant staan onder 'Wat te doen bij: gevaarlijke stoffen' (link) instructies wat iemand kan doen tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen op een transportroute of bij een bedrijf.
Mogelijkheden van zelfredzaamheid Bij een calamiteit met toxische stoffen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus het algemene advies. In geval van een calamiteit met toxische stoffen is het van belang dat (ruimtes in) de geprojecteerde bebouwing bescherming biedt, nieuwbouwwoningen worden in ieder geval beschouwd als geschikte schuillocatie. Van belang daarbij is dat de (eventueel aanwezige) mechanische ventilatie centraal afgesloten kan worden (via een noodschakelaar). Dit voorkomt dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden. Mechanische ventilatie is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn.
Beperkt zelfredzame groepen Binnen het plangebied worden geen functies mogelijk gemaakt die de langdurige aanwezigheid van groepen beperkt zelfredzame personen (kwetsbare doelgroepen) mogelijk maken.
4.3
Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De mate waarin uitvoering aan aanvalsstrategie kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). Ten aanzien van de bestrijdbaarheid wordt door het bevoegd gezag (de gemeente Oosterhout) in het kader van de ruimtelijke procedure advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant.
Toxisch scenario Bij een ongeval met toxische vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het ontwikkelscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water.
Blad 7 van 8
Externe Veiligheid Bestemmingsplan Leijsenakkers 2019, herziening 1 (Veerseweg 54E) projectnummer 455210.100 28 oktober 2019 revisie 01 10.2.e Dem
5
Q antea'group
Conclusies Het voornemen is om op de locatie Veerseweg 54E twee woningen te realiseren. Uit de analyse ten aanzien van het aspect externe veiligheid blijkt dat de Rijksweg A27 en ELD B.V. de relevante risicobronnen zijn in relatie tot het plangebied. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden ten aanzien van het plaatsgebonden risico. De voorgenomen ontwikkeling is niet van invloed op de hoogte van het groepsrisico van deze risicobronnen. Daarnaast bevindt het plangebied zich niet binnen het plasbrandaandachtsgebied van een transport-route gevaarlijke stoffen. Vanwege de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A27 en ELD B.V. zijn elementen ter verantwoording van het groepsrisico aangedragen. Deze elementen kan het bevoegd gezag (de gemeente Oosterhout) betrekken bij de besluitvorming in het kader van de ruimtelijke ontwikkeling.
Blad 8 van 8
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de
adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen
en wegen, realiseren woonwijken en
waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema's zoals milieu, veiligheid,
assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor
bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group
zetten we deze expertise ook mondiaal in.
Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we
oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen
van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Zutphenseweg 31D 7418 AH DEVENTER Postbus 321 7400 AH DEVENTER T. 10.2.e E. 10.2.e
www.anteagroup.nl
Copyright © 2019 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)
anteagroup Gemeente Oosterhout
Projectnummer 455210.100
blad 18 van 242
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)
anteagroup Gemeente Oosterhout
Projectnummer 455210.100
Bijlage 2
Standaardadvies Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
blad 19 van 242
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Midden- en West-Brabant «)
BRANDWEER
IIIIIIIIIIIIIlIIIlIIIlllllIIIIIIllII ZS04503
Gemeente OOSTERHOUT T.a.v. College van Burgemeester en Wethouders Postbus 10150 4900 GB OOSTERHOUT
24/12/2018
Sector Risicobeheersing Taakveld RO&I Postbus 3208
5003 DE Tilburg
Telefoon (088) 2250100 www.brandweermwb.nl
21 december 2018
Behandeld door
10.2.e
Onze referentie
Doorkiesnummer
10.2.e
Uw referentie
Uw brief van
Onderwerp
Datum
info@brandweermwb.nl Standaardadvies 2019
Geacht College,
Een deel van uw gemeente is gelegen in het invloedsgebied van één of meerdere Brzo bedrijven en/of van een spoorlijn, autoweg of buisleiding. Uw beleid externe veiligheid en de Besluiten externe veiligheid inrichtingen (bevi), buisleidingen (bevb) en transportroutes (Bevt) verplicht u het groepsrisico te verantwoorden van ieder ruimtelijk besluit dat u in een invloedsgebied neemt. Verder dient u het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant iedere keer in de gelegenheid te stellen om te adviseren inzake de rampenbestrijding en de zelfredzaamheid. Dit is visueel gemaakt voor uw gemeente in bijlage 1.
Daarnaast komen er steeds meer aanvragen die in de geest van de Omgevingswet verwerkt kunnen of dienen te worden. We benoemen in dit standaardadvies de kernwaarden van de Veiligheidsregio’s zodat u bij het opstellen van een omgevingsvisie of omgevingsplan deze kernwaarden vroegtijdig kunt inbrengen bij de initiatiefnemers van omgevingsvisies en omgevingsplannen. Maar ook bij het verantwoorden van het groepsrisico in het kader van de wet en regelgeving zoals beschreven in de genoemde besluiten externe veiligheid.
Kernwaarden Veiligheidsregio Midden en West Brabant:
1. 2. 3. 4. 5. 6.
Samen werken aan een veiligere leefomgeving; Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid; Bebouwing en omgeving bieden bescherming; Gebouwen en gebieden zijn snel en veilig te verlaten; De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk; Iedereen is bekend met de risico’s en weet hoe te handelen als het mis gaat.
Werkingssfeer advies Met deze brief voorzien wij u van een standaard advies 2019, voor ruimtelijke ontwikkelingen in het invloedsgebied van een Bevi inrichting en/of de infrastructuur. U kunt de kernwaarden gebruiken voor de verantwoording van het groepsrisico voor ruimtelijke ontwikkelingen met plangebieden die niet zijn gelegen binnen de nader genoemde afstanden van risicobronnen. In bijlage 1 kunt u zien wanneer u het standaard advies kunt gebruiken en zijn de kernwaarden nader uitgewerkt voor uw gemeente. Voor alle overige ruimtelijke ontwikkelingen dient u het Bestuur van Veiligheidsregio MWB in de gelegenheid te stellen een maatwerkadvies uit te brengen. Heeft u vragen over de bereikbaarheid en de juiste hoeveelheid bluswater bij een object of geheel plangebied neem dan ook contact op met de Brandweer MWB. Aanvragen voor maatwerk adviezen dient u te richten aan info@brandweermwb.nl
Midden- en West-Brabant
«)
BRANDWEER
1.
Samenwerken aan een veiligere leefomgeving
Een veilige leefomgeving draagt bij aan een duurzame en gezonde leefomgeving. Dit maakt uw gemeente en de woon-, werk- en leefgebieden voor de burgers aantrekkelijker. Initiatiefnemers (burgers en ondernemers), maatschappelijke organisaties en de overheid streven samen naar een veiligere leefomgeving, dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van maatschappelijk draagvlak voor hun initiatief. Of deze wordt verkregen, hangt onder andere samen met de professionele onderbouwing van de veiligheid van het desbetreffende initiatief. In dit samenspel van verschillende belangen geeft de Veiligheidsregio MWB duiding aan de risico’s bij initiatieven en denkt mee over het minimaliseren van de risico’s en de effecten.
Alle betrokkenen hebben inzicht in en zijn zich bewust van de risico’s en de gevolgen van het initiatief, ook in relatie tot de al bestaande leefomgeving. Dit maakt een gewogen verantwoord besluit mogelijk. Betrokkenen zijn burgers, buurbedrijven en de gebruikers van kwetsbare objecten. Aandacht voor een veilige leefomgeving is ook nodig bij voorgenomen ontwikkelingen en eventuele innovaties op het gebied van bijvoorbeeld circulaire economie en energie. Initiatiefnemers betrekken de Veiligheidsregio MWB in een zo vroeg mogelijk stadium bij het ontwerp van een veilig initiatief. Dit houdt in dat afstand tot, bescherming tegen, effectief optreden van, ontvluchten van en handelingsperspectief, onderdeel zijn van het ontwerp. Professionele overheidsorganisaties, waaronder Veiligheidsregio, de GGD en de Omgevingsdienst zijn de natuurlijke adviespartners bij ruimtelijke ontwikkeling. In het besluit kwaliteit leefomgeving (BKL) is aangeven dat in een omgevingsplan rekening dient te worden gehouden met veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crises.
Artikel 5.2 van het BKL (veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crises) In een omgevingsplan wordt voor risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening gehouden met het belang van: het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan, mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen, en de geneeskundige hulpverlening aan personen daarbij. Het eerste lid laat onverlet de in paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.7 gestelde specifieke regels over het waarborgen van de veiligheid. De veiligheidsregio MWB zal binnen de kaders van het beleidsplan en bij ontwikkelingen in uw gemeenten een advies uitbrengen.
2.
Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid
Ondanks de maatregelen die de veiligheid ten goede komen bij het risico zelf, blijft er een kans bestaan dat er incidenten plaatsvinden met gevolgen voor en effecten op de omgeving en haar bewoners. Dit is extra belangrijk voor de kwetsbare mensen die zichzelf niet kunnen redden zonder hulp zoals jonge kinderen in kinderdagverblijven, gehandicapten en zorgbehoevenden. Denk bij een risico aan bijvoorbeeld droog bos, hoog water, een bedrijf dat werkt met gevaarlijke stoffen, of de vrachtwagen of spoorketelwagon die deze stoffen vervoert. Het aantal slachtoffers wordt verlaagd door de afstand tussen de risico’s en de gebieden waar mensen verblijven te vergroten. Naast afstand kan ook vegetatie en geografische ligging het aantal slachtoffers verlagen. Hiermee kan letsel, hinder en overlast beperkt blijven. Een grotere afstand levert ook meer tijd op om het gebied veilig te verlaten; dit vergroot de veiligheid bij incidenten. De afstand tot een risico is dusdanig groot dat mensen zichzelf in veiligheid kunnen brengen en dat ook mensen die niet zelfredzaam zijn in veiligheid kunnen worden gebracht. Daarnaast zorgt afstand tussen verschillende risico’s voor een beperking van gevolgeffecten, zoals het overslaan van brand naar een ander pand. Zo voorkom je dat een incident voor een volgend incident in de omgeving zorgt.
Initiatieven, waardoor mensen langdurig verblijven in een gebied, zijn bij voorkeur op grote afstand van het risico. Bijeenkomsten en evenementen met grotere aantallen bezoekers zijn op dusdanige afstand gesitueerd dat ingeval van een incident de effecten op de bezoekers minimaal zijn. Een lage populatiedichtheid in de buurt van risicobronnen (door bijvoorbeeld lage bebouwingsdichtheid), hoge populatiedichtheid op grote afstand van risicobronnen.
pagina 2 van 11
Midden- en West-Brabant
«)
BRANDWEER
Groepen zeer kwetsbare personen verblijven niet in het gebied waar mensen direct moeten vluchten bij een (dreigende) calamiteit. Dit betreft scenario’s zoals plasbrand, BLEVE, natuurbrand, gebieden met een hoog overstromingsrisico. Bij de indeling van gebieden is aandacht voor het beperken van de gevolgeffecten. Maak daarbij een bewuste afweging of clustering van risico’s en/of risicobronnen een gewenste ontwikkeling is. Zeer kwetsbare objecten hebben in de nieuwe Omgevingswet een plaats gekregen en men hanteert de nieuwe term zeer kwetsbare gebouwen. Maar ook grote groepen mensen in de buitenruimte hebben extra bescherming nodig. De zeer kwetsbare gebouwen zijn in bijlage 1 weergegeven.
3.
Bebouwing en omgeving bieden bescherming
Hoeveel voorzieningen er ook worden getroffen, de kans blijft bestaan dat er incidenten plaatsvinden met nadelige gevolgen voor de leefomgeving en haar bewoners en bezoekers. Het is belangrijk dat de leefomgeving mogelijkheden biedt om te schuilen of die de nadelige effecten vertraagt. Dit kan gerealiseerd worden door bewuste keuzes te maken in bouwwijze, het type bebouwing en de inrichting van gebouwen. Zo kunnen mensen beschermd worden tegen de effecten van bijvoorbeeld overstromingen, rookwolken bij brand, explosies, verspreiding van giftige gassen en uitval nutsvoorzieningen. Fysieke elementen (wallen, dammen, etc.) kunnen als obstakel gedurende langere tijd bescherming bieden en beperken de effecten voorgebouwen en mensen. Deze elementen kunnen tevens meerdere functies hebben in de ruimte, bijvoorbeeld voor kleinschalige recreatie of natuurstrook. Gevelconstructies en technische installaties in gebouwen kunnen mensen die er verblijven beschermen tegen de effecten. Een bepaalde functie in een gebouw kan bescherming (buffer) bieden, bijvoorbeeld een parkeergarage aan de risicovolle zijde van een gebouw. In gebieden en wijken kunnen opvanggebieden benoemd zijn ten behoeve van evacuaties. Ook kunnen voorzieningen zijn aangebracht voor scenario’s, zoals hoogwater en verstoring van de vitale infrastructuur.
Afsluitbare ventilatie en goede detaillering verbeteren de vluchtmogelijkheden/schuilmogelijkheden. Aandachtspunt zijn bedrijfsloodsen waar meerdere personen verblijven. De eisen voor de luchtdichtheid van loodsen zijn vrij laag, waardoor de luchtkwaliteit gedurende een toxisch scenario niet voor 4 uur is gegarandeerd.
4.
Gebouwen en gebieden zijn snel en veilig te verlaten
Als de bebouwing en de omgeving onvoldoende bescherming bieden bij incidenten, voorkomt een veilige ontvluchting (evacuatie) verdere slachtoffers. De aanwezigheid van goede vluchtroutes in een gebied zorgt ervoor dat de zelfredzaamheid van mensen in het gebied omhoog gaat. Op basis van een analyse van de risico’s houdt het ontwerp van de gebouwen en ontsluitingswegen zelf rekening met de mogelijkheid om veilig en snel naar een veilige omgeving te vluchten. De entree en vluchtroutes van een gebouw bevinden zich aan de gebouwzijde die van de risicobron is afgekeerd. Deze vluchtroutes zijn ook bruikbaar voor verminderd zelfredzamen en voor het in veiligheid brengen van gewonden door de hulpdiensten. Vluchtroutes in de (openbare) ruimte zorgen ervoor dat mensen makkelijk en zo snel als mogelijk een veilige plaats kunnen bereiken, waar mogelijk geschikt voor verminderd zelfredzame personen. De vluchtroutes zijn o.a. via bewegwijzering bekend bij degenen die verblijven in het gebied. De capaciteit van de vluchtroutes past bij de populatiedichtheid van het gebouw en gebied, rekening houdend met tijdelijke populaties, zoals toerisme en evenementen. De opvangmogelijkheden voor de bewoners in het veilige gebied zijn afgestemd op de omvang van de populatie en veilig te bereiken via de vluchtroutes.
Belangrijke informatie over het incident kan in het gebied ontvangen worden, zodat mensen weten wat er aan de hand is en wat ze moeten zoen. De locatiekeuze van vitale infrastructuur, zoals zendmasten voor telefonie, internet en voorzieningen voor elektriciteit, is zo gekozen, dat er zo min mogelijk risico is op uitval. De vitale infrastructuur is waar nodig beschermd tegen de effecten van incidenten om de continuïteit te waarborgen.
pagina 3 van 11
Midden- en West-Brabant
BRANDWEER
5.
w)
De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk
De inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan snelle en effectieve hulpverlening. Hulpverleners kunnen sneller optreden als de bereikbaarheid en aanrijdroutes van gebieden, gebouwen, bedrijven en evenemententerreinen doordacht is. Zo kunnen hulpdiensten de mensen sneller bereiken, in veiligheid brengen (bijvoorbeeld met ambulances) en de gevolgen van incidenten beperken.
Toegesneden voorzieningen voor bluswater zorgen voor een snelle en efficiënte bestrijding van incidenten. Daardoor beperkt dit de gevolgen voor de omgeving en haar bewoners en is naderhand een snellere terugkeer naar de ‘normale’ situatie mogelijk. Ook de opvang van bluswater is belangrijk, want zonder maatregelen kan vervuild bluswater het milieu langdurig vervuilen. Effectief optreden van de hulpdiensten valt of staat met het hebben van toegankelijke en actuele informatie over de verblijfplaatsen van kwetsbare groepen, de risico's en mogelijke effecten op de fysieke leefomgeving. Dit leidt tot een betere voorbereiding en daardoor effectiever optreden van hulpverleners.
Aanrijdroutes en toegangswegen zijn geschikt voor een snelle opkomst van het materieel van de hulpverleners en voor het afvoeren van gewonden. Opstelplaatsen voor het materieel zijn beschikbaar. Gebieden zijn voor hulpverleners van meerdere kanten en windrichtingen te bereiken. In het gebied is bluswater beschikbaar. De hoeveelheid en de wijze waarop bluswater beschikbaar is, is afgestemd met de hulpdiensten. Een bluswatervoorziening als onderdeel van een doorlopend watersysteem, kan ook een andere functie hebben zoals visvijver of recreatieplas. Vooral bij brand door bedrijfsmatige activiteiten kunnen grote hoeveelheden vervuild bluswater ontstaan. Om milieueffecten te beperken, kunnen maatregelen voorbereid in bijvoorbeeld het watersysteem, verspreiding van bluswater voorkomen. Initiatiefnemers dragen bij aan de ontsluiting van informatie voor de hulpdiensten, waardoor deze kunnen beschikken over actuele informatie over de risico’s en de effecten op de leefomgeving.
De eisen ten aanzien van de bereikbaarheid en bluswater zijn opgenomen in de Beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening van de Veiligheidsregio’s Midden- en West-Brabant, Brabant Noord en Brabant Zuidoost. Een beknopte weergave is in bijlage 1 weergegeven.
6.
Iedereen is bekend met de risico’s en weet hoe te handelen als het mis gaat.
Een samenleving heeft altijd te maken met risico’s. Communicatie over risico’s zelf en de voorbereiding erop, draagt bij aan de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van bewoners. Iedereen die in de gemeente verblijft weet welke risico’s er zijn, hoe ze zich kunnen voorbereiden en wat ze kunnen doen in het geval van crisissituaties. Daar hoort ook kennis van de inrichting van de omgeving en van de mogelijkheden om te handelen bij. Hierdoor stijgt het veiligheidsbewustzijn van mensen en is het handelingsperspectief bekend. • Gemeenten communiceren actief en continu over risico’s en wat te doen tijdens crisissituaties. Zij gebruiken daarvoor (digitale) communicatiemiddelen die aansluiten op verschillende doelgroepen. • Bedrijven en organisatoren informeren hun gasten, werknemers en overheden over risico’s en het handelingsperspectief tijdens crisissituaties (bijvoorbeeld organisatoren van evenementen, uitbaters van openbare gebouwen, horeca, recreatieterreinen, campings). • Inwoners hebben een eigen verantwoordelijkheid om op de hoogte te blijven van de risico’s en het handelingsperspectief. Ze weten waar ze deze informatie kunnen vinden en waar ze vragen hierover kunnen stellen. • Informatie over risico’s en inrichting van de omgeving is toegankelijk, actueel en makkelijk te vinden voor iedereen.
Indien de kernwaarden in acht zijn genomen is in voldoende mate recht gedaan aan een verantwoording van het groepsrisico. Daarnaast zijn de kernwaarden goed te gebruiken conform art 5.1 van het BKL om rekening te houden met het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden van de risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s zijn genoemd.
Hoogachtend, Namens het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, fd Risicobeheersing, Ai i
/
H. Sijbringpagina 4 van 11
Midden- en West-Brabant «)
BRANDWEER Bijlage 1
Het beleid van de Veiligheidsregio MWB en van veel gemeenten is dat alle nieuwe zeer kwetsbare objecten zoveel mogelijk ontmoedigd worden binnen de 750 m1 van een niet-categoriale Bevi inrichting en binnen Bevi inrii risicovolle infrastructuur. 200 m1 van een Tp’P’a
0 — h
ad
‘c.
-13
s
..
b
s Tu
u’ee -H:-2 2-3 : 2
S
e
e
8
go
Mm
#3 •
-43
Q- o Z
■
F
■ 2
*
F. 0
4
1 1
„adACu4
e 2. * • . MrE
-
5
0
ö
Signaleringskaart voor de Gemeente Oosterhout Ook digitaal te benaderen http://infohaus.solparc.nl/viewer/app/Omqevinqsportaal Brabant
Zeer kwetsbare gebouwen hebben volgens Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Omgevingswet) een ...
© $
Gezondheidszorgfunctie met bedgebied
Onderwijsfunctie (minderjarigen met lichamelijke of geestelijke beperking)
Woonfunctie voor zorg
Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang
Onderwijsfunctie (basisschool)
Celfunctie
Overzicht zeer kwetsbare objecten
pagina 5 van 11
Midden- en West-Brabant «)
BRANDWEER
Opkomsttijd
Woonfunctie
*
Nachtrecreatie
A
Basisonderwijs <12 kinderdagopvang
.9
4‘P
Gebouwfuncties
▼
3
Raarsdonksveer
•2 Gebouwfuncties
Wa
3 .%
▲
9
A
Celfunctie
Gezondheidszorgfunctie
•3
Den Hout
Logiesfunctie
w
a
Risicovolle objecten
1
A
s-Graven
°ostertbutA
A' # %
L
BRZO
■ me • •0 Overige objecten •l
Bra nd wee 'kazerne
ANW situatie
r • (, r
-4
$ •*
‘1uoa, i"a 4
A
4 ïa
A
overschrijding 1 - 2 min
meer dan 6 mm overschrijding
É *•
• J
Teteringen
overschngding 0 • 1 min
overschrijding 4 • 6 min
• 1
I
geen overschnjding
overschrijding 3 - 4 min
eGe
a
Opkomsttijd
overschrijding 2-3 min
%
0
••
g"
F
•° A ▼
▼
A A
▲
P9sA
+• ?
AA
*
AA
» T
c""" 4 A Rë5“
m
A O-
A a
A
_m
aPv
9
4
Overzicht van opkomsttijden Basis Brandweer eenheid in de gemeente Oosterhout
Door het Algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant zijn in het Dekkings- en spreidingsplan 2015-2019 de opkomsttijden voor de brandweer vastgesteld. In onderstaande tabel zijn deze opkomsttijden weergegeven:
Acht minuten woonfunctie voor 2003 celfunctie gezondheidszorgfunctie logiesfunctie onderwijsfunctie basisonderwijs tot 12 jaar bijeenkomstfunctie kinderdagopvang woonfunctie voor zorg
Twaalf minuten woonfunctie na 2003 kantoorfunctie winkelfunctie onderwijsfunctie overige industriefunctie sportfunctie bijeenkomstfunctie overige overige gebruiksfunctie
Tabel 2 opkomsttijden Wanneer een ontwikkeling plaatsvindt in de donker blauwe gebieden in bovenstaande figuur het overzicht van opkomsttijden Basis Brandweer eenheid in uw gemeente dienen er maatregelen worden getroffen. Door de Veiligheidsregio MWB is een Toolbox ontwikkeld en bij de AOV-er van uw gemeente bekend is. Te denken valt aan gebiedsgerichte risicocommunicatie, training van de BHV organisaties en het aanbrengen van rookmelders bij bewoners.
pagina 6 van 11
Midden- en West-Brabant
«)
BRANDWEER
Waarschuwings- en alarmeringsinstallatie
ffmgat
«
*
8
A59
Crusan Linie’van
a
sden Hout
l
&
ut
32
E
--
1/
sterhout
m m m a rm m u m a e s zm e n
7 N
c3sese9 e:
4 1
N629
3
P
Do is
AAR
Teteringse /.
%
Overzicht WAS-Installaties in de gemeente Oosterhout
Binnen de bebouwde kom is er veelal voldoende dekking van de WAS-installatie daarnaast is NL Alert operationeel voor vele mobiele telefoons. Voor de industriegebieden is Alert4AII ontwikkeld en kunnen BRZO bedrijven de overige bedrijven bij incidenten alerteren. Bij ontwikkelingen buiten de bebouwde kom adviseren wij u na te gaan of de dekking voldoende is. In bovenstaande figuur is een overzicht opgenomen van de dekking van de WAS-installatie in uw gemeente. De zendmasten hebben buiten een bereik van ca. 900 m1.
pagina 7 van 11
Midden- en West-Brabant
«)
BRANDWEER
Bereikbaarheid De kern van de beleidsregels wordt voor het aspect bereikbaarheid gevormd door een drietal doelvoorschriften: 1. Stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen bieden te allen tijde een onbelemmerde doorgang aan hulpdiensten. 2. leder object is voor de hulpdiensten vanaf een gebiedsontsluitingsweg te allen tijde binnen 2 minuten te bereiken. 3. Kazernes en posten moeten altijd ontsloten blijven dooreen gebiedsontsluitingsweg.
Het plangebied dient toegankelijk te zijn voor hulpverleningsvoertuigen. Waarbij rekening wordt gehouden dat een effectieve brandweerinzet kan worden gegarandeerd. Dit houdt in dat de plaats van het brandweervoertuig zodanig is gepositioneerd, dat met behulp van de hoge druk brandweerslang ca. 70 m binnen in het gebouw waar een brand is, de brand ook geblust kan worden. Verder dienen de wegen in het plangebied te voldoen aan hoofdstuk 2 Bereikbaarheid hulpdiensten uit de beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening februari 2016 indien deze worden gebruikt voor bestemmingsverkeer.
Om een goede bereikbaarheid te borgen dienen wegen, die leiden naar potentiële incidentlocaties, recht te doen aan de afmetingen van hulpverleningsvoertuigen. Omdat brandweervoertuigen het grootst en het zwaarste zijn, worden deze als uitgangspunt gehanteerd.
Een weg doet recht aan de specifieke afmetingen van hulpverleningsvoertuigen als aan de volgende criteria wordt voldaan: De weg is geschikt voor voertuigen met een asbelasting van ten minste 10 ton; De weg is geschikt voor voertuigen met een totaal gewicht van ten minste 30 ton; De minimale doorgangshoogte bedraagt 4,2 m1; De minimale doorgangsbreedte bedraagt 3,5 m1 ; De minimale breedte van de verharding; bedraagt 3 m1 (rechte weg); De minimale buitenbochtstraal bedraagt 10 m1;
3,5m
r
m
i
10 t
4,2m
n
sammmn."
K mE
•=a
/30 t)
L
e
821.04
-- e WWi
"" a 0
> 3,Om verharding
voc5rgaa)
R5,5
R1O Maar bereikbaarheid wordt niet alleen bepaald door de afmetingen van de voertuigen. De breedte van de rijlopers op doorgaande wegen zijn doorgaans breder dan in de woonwijken. Maar bij het positioneren van voertuigen is met name het redvoertuig het breedst en is de stempellast op de steunpunten maatgevend.
pagina 8 van 11
r. Midden- en West-Brabant
«)
BRANDWEER Bluswatervoorziening Samen met Brabant Water is de doelstelling voor de beschikbaarheid van bluswater als volgt geformuleerd: “Veilig drinkwater en voldoende bluswater tegen de laagste maatschappelijke kosten”. Er wordt gestreefd naar een professioneel minimum, met een toereikende bluswatervoorziening voor maatgevende incidenten. In de beleidsregel is vervolgens als doelvoorschrift opgenomen: “Ten behoeve van de brandbestrijding is tijdig voldoende bluswater voorhanden”. Bluswater levert een bijdrage in het kunnen uitvoeren van een veilige redding indien zelfstandig ontvluchten niet meer mogelijk is. De brandweer beschikt in de regel direct over voldoende eigen middelen (bijvoorbeeld het water in de tank) om een dergelijke redding mogelijk te maken. Daarnaast is een bluswatervoorziening nodig om de uitbreiding van een brand te voorkomen, dan wel te beperken. Welke hoeveelheid water nodig is in een bepaalde situatie, is afhankelijk van een aantal factoren, waaronder brandfysica, bouwtechniek, architectuur en omgevingsfactoren. Deze factoren bepalen, samen met een aantal andere factoren, de mate van brandveiligheid in een bepaalde situatie. Zie op dat punt ook navolgend kenmerkenschema.
Voor de benodigde bluswatervoorziening is dus geen ‘gouden standaard’. Het hangt onder meer af van de aard en omvang van een gebouw, maar ook de omgeving waarin het gebouw staat. Daarnaast is de benodigde hoeveelheid water afhankelijk van de ontwikkeling van de brand en fase waarin de brand zich bevindt op het moment dat de brandweer een interventie pleegt. De benodigde bluswatervoorziening is kort en schematisch samen te vatten in het navolgende, zogenoemde cascademodel. Voor meer informatie over de achtergronden wordt hier volstaan met een verwijzing naar de beleidsregels. Verder is voor toepassing van deze handreiking van belang dat bluswatervoorzieningen niet altijd uit een brandkraan hoeven te bestaan. Ook andere vormen van bluswatervoorzieningen zijn denkbaar en werkbaar. Daarbij kan het gaan om geboorde putten, open water, (bluswater)bassins of een bluswaterriool met brandput.
Escalatie
• • d •—
Maatgevend
j
/
Standaard
Analyse in relatie tot omgevingsplan
De beschikbaarheid van een openbare bluswatervoorziening is primair een verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente. In een bestaand, reeds ingericht gebied en bij voorzetting van de bestaande functies hebben burgers en bedrijven geen invloed op de beschikbaarheid van bluswater in de openbare ruimte. Wel kan behoefte zijn aan een aanvullende, niet openbare bluswatervoorziening. Welke hoeveelheid en vorm van bluswater in een bepaald geval nodig is, is maatwerk. De Veiligheidsregio heeft de expertise in huis om het benodigde maatwerk te kunnen leveren. Om goed en tijdig gebruik te (kunnen) maken van die expertise is het expliciet opnemen van een adviesrol voor de veiligheidsregio wenselijk.
pagina 9 van 11
Midden- en West-Brabant
«)
BRANDWEER
Hoe om te gaan bij omgevingsplannen. Gezien de aard van deze regels zijn ze te integreren in zowel thematisch opgebouwde als gebiedsgerichte omgevingsplannen. De beleidsregels maken weliswaar onderscheid in verschillende gebieden en scenario’s, maar op basis van de beleidsregels is binnen de open norm gebiedsgericht maatwerk reeds mogelijk. Om tot een goede afweging op basis van de binnen de veiligheidsregio aanwezige expertise te komen, wordt een expliciete adviesfunctie voor de veiligheidsregio voorgesteld. De veiligheidsregio brengt op dat punt haar expertise graag en vroegtijdig in. Daarbij bestaat de optie dat de veiligheidsregio categorieën van gevallen definieert waarin geen advies hoeft te worden gevraagd. Overigens kan de veiligheidsregio zo’n lijst altijd maken en daarom is ook geen grondslag nodig (of überhaupt mogelijk) in een omgevingsplan. Wel is het zaak de planregel dan zo te formuleren dat in dergelijke gevallen inderdaad geen advies hoeft te worden ingewonnen.
Voorbeelden Het Besluit De bestaande agrarische bebouwing wordt omgezet naar het mogelijk maken van het bouw van twee woningen.
/
/
h \
A-Water Het pand op 10.2.e dateert van 1970 en een woning op ca. 100 m1 van een brandkraan van 60 m3/h. Het nieuwbouw object op de 10.2.e is gelegen op meer dan 200 m1 en hier dient dus conform het beleid een nieuwe brandkraan te worden aangelegd op minder dan 200 m1 van de ingang. C-water (Rissebeek) is binnen 2500 m1 voorhanden.
7
Het besluit De bestaande maatschappelijke functies worden gewijzigd en op deze plaats wordt een woongebouw met 6 verdiepingen gebouwd.
+++
?
1
A-Water Bij de ingang van het woongebouw dient op ca. 15 meter van de ingang een brandkraan van 60 m3/h te worden aangebracht C-water (geboordeput 025) is binnen 2500 m1 voorhanden.
1
t
r 1 Zorgplicht
Aangezien de beschikbaarheid van voldoende openbaar bluswater in beginsel binnen de invloedssfeer en verantwoordelijkheid van de gemeente zelf ligt, is het gebruik van een zorgplicht een goede basis voor de verdere regeling en borging van de beschikbaarheid van voldoende bluswater. Die zorgplicht kan dan dienen als vangnet. Verder dient de zorgplicht dan als signaalfunctie voor de taak van de gemeente op dit punt. De zorgplicht kan als navolgende voorstel worden geformuleerd. Indien gewenst kan hieraan ook een programmaplicht worden gekoppeld, waarin wordt opgenomen hoe aan deze bestuurlijke zorgplicht invulling wordt gegeven.
pagina 10 van 11
I , Midden- en West-Brabant
«)
BRANDWEER
Zorgplicht Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor een tijdige beschikbaarheid van voldoende openbaar bluswater ten behoeve van brandbestrijding. Uitvoeringsprogramma Het college van burgemeester en wethouders stelt elke x jaar een uitvoeringsprogramma vast, waarin de maatregelen worden beschreven om invulling te geven aan deze zorgplicht.
De verantwoordelijkheid voor het realiseren van openbare bluswatervoorzieningen rust primair bij het college van burgemeester en wethouders. Wanneer de afstand tussen de perceelsgrens en (de brandweertoegang van) het betreffende bouwwerk meer bedraagt dan 40 m1, dan is de openbare bluswatervoorziening niet meer toereikend en dient een niet-openbare bluswatervoorziening te worden getroffen. Zie daarover paragraaf 3.9 van de Beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening. Concreet voor de beschikbaarheid van bluswatervoorzieningen zijn de volgende bouwstenen te geven. Deze gelden als aanvulling op de hiervoor opgenomen zorgplicht.
Open norm met koppeling naar beleidsregels
In tegenstelling tot het Bouwbesluit 2012 bevat het Besluit bouwwerken leefomgeving geen regels op het gebied van de beschikbaarheid van bluswatervoorzieningen. Die regels zullen daarom een plek moeten krijgen in het omgevingsplan. Dat kan op basis van de beleidsregels. Uit die beleidsregels en uit de praktijkervaringen van adviseurs van de veiligheidsregio blijkt dat expertise en maatwerk nodig is om invulling te geven aan het doelvoorschrift als opgenomen in de beleidsregels, namelijk tijdige beschikbaarheid van voldoende bluswater. Om die reden wordt voorgesteld dit aspect in het omgevingsplan te regelen door het opnemen van een open norm, die vervolgens nader wordt ingevuld door de bestaande, dan wel eventuele nieuwe beleidsregels. Net als onder het Bouwbesluit 2012 is een beoordeling gewenst bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, waardoor het uitgangspunt een bouwregel is, waaraan zo’n aanvraag kan worden getoetst. Eventuele vergunning vrije bouwwerken zullen ook moeten voldoen aan zo’n bouwregel. De regeling kan er als volgt uitzien.
Bluswatervoorziening a) b)
c)
Een bouwwerk heeft een adequate bluswatervoorziening. Er is sprake van een adequate bluswatervoorziening als bedoeld onder a, wanneer wordt voldaan aan de Beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening als vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Midden en West Brabant februari 2016. Ten aanzien van het bepaalde onder a wordt advies ingewonnen bij de veiligheidsregio alvorens de vergunning wordt verleend, tenzij de veiligheidsregio categorieën gevallen heeft aangewezen waarin geen advies noodzakelijk is en sprake is van een dergelijk geval.
Vraag bij twijfelgevallen om advies aan de Brandweer Midden en West Brabant het cluster is te bereiken via info@brandweermwb.nl
pagina 11 van 11
wüm.
0esm
Midden en West Brabant (
BRANDWEER
PostNL Afz.481 4AC 7 I
paqpa*r,H"*0 Postbus 3208 5003 DE Tilburg
2r
30
ë ‘(,5 0 Cö C
#
#:
$ 0»
€
58
'■ E
10.2.b
NEDERLAND 21.12.18
3 NetSetPB 827917
ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)
anteagroup Gemeente Oosterhout
Projectnummer 455210.100
blad 32 van 242
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)
anteagroup Gemeente Oosterhout
Projectnummer 455210.100
Bijlage 3
blad 33 van 242
Akoestisch onderzoek
Ruimte - Antea Nederland B.V.
anteagroup
S))
Akoestisch onderzoek projectnummer 0455210.100
Woningbouw Veerseweg 54E te Oosterhout
definitief 28 oktober 2019
Wegverkeerslawaai
Understanding today. Improving tomorrow.
Q
anteagroup
Akoestisch onderzoek Woningbouw Veerseweg 54E te Oosterhout Wegverkeerslawaai projectnummer 0455210.100
definitief revisie 01 28 oktober 2019
Auteurs 10.2.e
Opdrachtgever 10.2.e
I
10.2.e
10.2.e
datum vrijgave
beschrijving revisie 01 definitief
20-10-/6 [ U
;oedkeuring 10.2.e
10.2.e
Q anteagroup
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2
Aanleiding en doel Leeswijzer
1 2
2
Juridisch kader
3
2.1 2.1.1 2.1.2 2.2
Algemeen wegverkeer Aftrek ex artikel HOg Wet geluidhinder 30 km/uur zone Cumulatie
2.3
Toetsingskader plansituatie
4 5 5 5
3
Onderzoeksopzet en uitgangspunten
7
3.1 3.2
Onderzoeksgebied Rekenmethode
3.3
Uitgangspunten
7 7 8
3
4
Resultaten en toetsing
10
4.1 4.2 4.3 4.4
Gezoneerde wegen
10
Niet-gezoneerde wegen Maatregelen Cumulatie
n n
5
Conclusie en samenvatting
14
5.1 5.2
Gezoneerde wegen Niet-gezoneerde wegen Hogere grenswaarden Cumulatie
14 15 15 15
5.3
5.4
13
Akoestisch onderzoek Woningbouw Veerseweg 54E te Oosterhout projectnummer 0455210.100 28 oktober 2019 revisie 01
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Q
anteagroup
is voornemens om twee vrijstaande woningen op het perceel van Veerseweg 54E te Oosterhout te ontwikkelen. Voor de onderbouwing van het bestemmingsplan en de
zekering van een goede ruimtelijke ordening is een akoestisch onderzoek benodigd. Vanwege de onderbouwing van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek benodigd, om
te beoordelen of ter plaatse van het plangebied sprake is van een acceptabel woon- en
leefklimaat. Het doel van het akoestisch onderzoek is het berekenen van de toekomstige geluidbelasting vanwege de omliggende wegen op de voorgenomen geluidgevoelige bestemmingen binnen het plangebied en te beoordelen of deze geluidbelasting voldoet aan de
grenswaarden uit de Wet geluidhinder. De ligging van het te ontwikkelen plangebied is
weergegeven in afbeelding 1.1. ~G
Papendonk
Bove
%
"ensteweg
g5 ed9, xaveoes Ve
□
c
O',5
Kardoes
Bovensteweg
Id
< aT8VÉMge •EKLE( •{ LcdLa A--EEC WB..t-E E-meg,•3 Kruiller
p
L
uEIA[GI- I 86
L
3
r
2
S
ƒ
g
0
29
9 ft ge 9 □ swgm LLEPE
—Amphia Ziekenhuis,
HLocatie — Pasteurlaan
0
S
Wiekslag
8
6
5
■
0
ïV ia
E
.o V
8
S
Me*’
o
1)
ë
4) o
Vijfhu12
9
•) ,0 c o .Q
V
O
V 8o
o
O o
a
9
N
%
o2e 8,9• 4• G
o0°
7
Q
vee
□ 49 9
• U m O3 ( 0 2 *5c n: o Ti 7619 F F E - ------ "00e cU mmmc2"
o
LRIRD
o
Tempelbalk
L™
5
%
0
c
80 Q o
o
_______
Afbeelding 1.1: Ligging perceel Veerseweg 54E te Oosterhout (kaart © Esri Nederland)
Het plangebied ligt ten oosten van Oosterhout. Het is gelegen binnen de geluidzone van de wegen Veerseweg, de Bovensteweg en de rijksweg A27. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt tevens de nabijgelegen 30 km/uur wegen Leijsenstraat en Helleke in het
onderzoek betrokken.
Blad 1 van 15
Akoestisch onderzoek Woningbouw Veerseweg 54E te Oosterhout projectnummer 0455210.100 28 oktober 2019 revisie 01
1.2
Q anteagroup
Leeswijzer De rapportage is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 is het toetsingskader beschreven. De onderzoeksopzet en de uitgangspunten voor de berekeningen komen aan de orde in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 belichten we de onderzoeksresultaten en de te nemen maatregelen. De rapportage wordt afgesloten met een advies en de belangrijkste conclusies van dit onderzoek in hoofdstuk 5.
Blad 2 van 15
Akoestisch onderzoek Woningbouw Veerseweg 54E te Oosterhout projectnummer 0455210.100 28 oktober 2019 revisie 01
2
Juridisch kader
2.1
Algemeen wegverkeer
Q anteagroup
De Wet geluidhinder (Wgh) is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde zone van de weg. De breedte van de geluidzone langs wegen is geregeld in artikel 74 Wgh en is gerelateerd aan het aantal rijstroken van de weg en het type weg (stedelijk of buitenstedelijk). De ruimte boven en onder de weg behoort eveneens tot de zone van de weg. De betreffende zonebreedtes zijn in tabel 2.1 weergegeven. Tabel 2.1: Zonebreedte wegverkeer
Zonebreedte [m]
Aantal rijstroken Stedelijk gebied
600
5 of meer 3 of meer
350
3 of 4
1 of 2
Buitenstedelijk gebied
400 200
250
Het stedelijk gebied wordt in de Wgh gedefinieerd als 'het gebied binnen de bebouwde kom doch voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone van een autoweg of autosnelweg'. Dit laatste gebied valt onder het buitenstedelijk gebied.
Binnen de zone van een weg dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidbelasting op de binnen de zone gelegen woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Bij het berekenen van de geluidbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. De berekende geluidbelasting dient getoetst te worden aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Indien de (voorkeurs)grenswaarde wordt overschreden, dient beoordeeld te worden of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Als maatregelen niet mogelijk zijn, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.
In artikel 82 en volgende worden de grenswaarden vermeld met betrekking tot nieuwe situaties bij zones. In artikel 3.1 en 3.2 van het Besluit geluidhinder worden de grenswaarden van andere geluidgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de Wgh1 vermeld. In tabel 2.2 zijn deze waarden (voorkeursgrenswaarden en de maximaal toelaatbare hogere grenswaarde) opgenomen.
1
Onderwijsgebouw, ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingstehuis, een psychiatrische inrichting, kinderdagverblijf.
Blad 3 van 15
Akoestisch onderzoek Woningbouw Veerseweg 54E te Oosterhout projectnummer 0455210.100 28 oktober 2019 revisie 01
Q anteagroup
Tabel 2.2: Grenswaarden voor woningen langs een bestaande weg Status van de woning
Ten hoogst
Maximaal toegestane geluidbelasting [dB]
toelaatbare
geluidbelasting
Stedelijk
Buitenstedelijk*
[dB]
nieuw te bouwen woningen
48
63
53
vervangende nieuwbouw (woningen)
48
68
58
nieuw te bouwen agrarische woning
48
58
58
nieuwte bouwen andere
48
63
53
geluidgevoelige gebouwen
*)
Geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de zone van een (auto)snelweg worden tot het buitenstedelijk
gebied gerekend
Voorwaarden voor ontheffing In artikel 110a en volgende wordt aangegeven onder welke voorwaarden hogere grenswaarden kunnen worden verleend. Er kan uitsluitend een hogere grenswaarde worden vastgesteld indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege een weg, onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.
Om de geluidbelasting vanwege een weg te beperken, kunnen de volgende maatregelen worden getroffen: • Maatregelen aan de bron door middel van het toepassen van een geluidarm wegdektype; • Maatregelen in het overdrachtsgebied door middel van het toepassen van een geluidscherm/grondwal; • Maatregelen aan de ontvanger door middel van het toepassen van schermen aan of nabij de gevel, het toepassen van 'dove' gevels, en dergelijke.
2.1.1
Aftrek ex artikel HOg Wet geluidhinder Ingevolge artikel HOg van de Wet geluidhinder dient het resultaat van berekening en meting van de geluidbelasting vanwege wegverkeer te worden gecorrigeerd met een aftrek in dB. De hoogte van de aftrek is geregeld in artikel 3.4 van het 'Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012'. Op basis van dit voorschrift dient voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt, een aftrek van 2 dB te worden toegepast met uitzondering van 2 specifieke situaties: • Indien de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel HOg van de Wet geluidhinder 56 dB is, geldt een aftrek van 3 dB; • Indien de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel HOg van de Wet geluidhinder 57 dB is, geldt een aftrek van 4 dB.
Voor de overige zoneplichtige wegen bedraagt de aftrek 5 dB.
Blad 4 van 15
Akoestisch onderzoek Woningbouw Veerseweg 54E te Oosterhout projectnummer 0455210.100 28 oktober 2019 revisie 01
2.1.2
Q anteagroup
30 km/uur zone Een weg waar de maximale snelheid 30 km/uur bedraagt, is in de zin van de Wet geluidhinder niet-zoneplichtig. Een akoestisch onderzoek is voor dergelijke wegen derhalve niet noodzakelijk. Gelet op de jurisprudentie aangaande dit punt blijkt echter dat, bij een ruimtelijke procedure, de geluidbelasting wel inzichtelijk gemaakt dient te worden. Er dient sprake te zijn van een 'deugdelijke motivering' bij het vaststellen van een bestemmingsplan. Vanuit het oogpunt van een 'goede ruimtelijke ordening' is derhalve akoestisch onderzoek gewenst. In de zin van de Wet geluidhinder zijn geen streef- en/of grenswaarden gesteld aan dergelijke wegen. De aftrek ex artikel HOg Wgh is eveneens niet van toepassing op wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur.
2.2
Cumulatie Indien een geluidgevoelige bestemming waarvoor een hogere grenswaarde wordt vastgesteld in de zone van meerdere geluidbronnen (wegverkeer, railverkeer en/of industrie) ligt, dient inzichtelijk gemaakt te worden hoe hoog de gecumuleerde geluidbelasting is. De gecumuleerde geluidbelasting wordt berekend met de rekenmethode die in het 'Reken- en meetvoorschrift geluid 2012' is vastgelegd, rekening houdend met de dosiseffect relaties van de verschillende bronsoorten. Het bevoegd gezag moet dan een oordeel vellen over de hoogte van deze geluidbelasting. Een wettelijke toets aan een grenswaarde voor deze gecumuleerde geluidbelasting is niet aan de orde.
2.3
Toetsingskader plansituatie In de onderhavige situatie is sprake van nieuw te bouwen woningen. De geluidgevoelige objecten zijn gelegen binnen de zone van de Veerseweg, de Bovensteweg en de A27. De Veerseweg en de Bovensteweg betreffen in de zin van de Wet geluidhinder een stedelijke situatie. Beiden hebben over het algemeen een zonebreedte van 200 meter. Voor wat betreft de Bovensteweg ligt het plangebied op meer dan 200 meter afstand. Ter hoogte van het plangebied ligt op de Bovensteweg echter een weefstrook. Een weefstrook wordt ook meegeteld als rijstrook. Hierdoor telt de Bovensteweg ter plaatse 3 rijstroken, waarmee de zonebreedte 350 meter betreft. Het plangebied ligt binnen de 350 meter afstand van de Bovensteweg. De rijksweg A27 betreft in de zin van de Wet geluidhinder een buitenstedelijke situatie met een zonebreedte van 400 meter.
Voor de Veerseweg geldt een maximum snelheid van 50 km/uur. Voor de Bovensteweg geldt binnen de bebouwde kom een maximum snelheid van 70 km/uur. Buiten de bebouwde kom betreft dit 80 km/uur. Op de A27 geldt een maximum snelheid van 120 km/uur. De grenswaarden en bijbehorende aftrek ex artikel HOg Wgh wordt weergegeven in onderstaande tabel 2.3.
Blad 5 van 15
Akoestisch onderzoek Woningbouw Veerseweg 54E te Oosterhout projectnummer 0455210.100 28 oktober 2019 revisie 01
Q anteagroup