Bijlage 2c Regels ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; hieromtrent wordt advies ingewonnen bij het waterschap; er dient in ieder geval voldaan te worden aan het principe van hydrologisch neutraal bouwen (en verharden);
g. aan de eisen en regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in Bijlage 2 Notitie kwaliteitsverbetering wordt voldaan.
3.7.2
Wijziging wonen
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden met de aanduiding 'bouwvlak' wijzigen in 'Wonen' waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning voor wonen kan worden toegestaan. Een en ander mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bebouwde oppervlakte aan niet voor bewoning bestemde bijbehorende bouwwerken, met inbegrip van die bijbehorende bouwwerken waarvoor in het kader van mantelzorg bewoning tijdelijk mogelijk is, bedraagt niet meer dan 100 m² per woning; het meerdere aan bebouwing wordt gesloopt;
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
28
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
b. in afwijking van het bepaalde onder a. kan een grotere oppervlakte aan niet voor bewoning bestemde bijbehorende bouwwerken worden toegestaan, indien overtollige bebouwing wordt gesloopt. Er is in die situatie maximaal 20% van het te slopen bebouwde oppervlakte aan niet voor bewoning bestemde bijbehorende bouwwerken toegestaan, tot een totale bebouwde oppervlakte van in totaal maximaal 200 m²; c.
eventueel aanwezige kassen en teeltondersteunende voorzieningen worden in ieder geval gesloopt;
d. de toevoeging van de woning is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig (w.o. woon- en leefklimaat) aanvaardbaar; e. de situering van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving; f.
er wordt een bij de woonfunctie passende omvang van het bestemmingsvlak 'Wonen' opgenomen, waarbij de omvang van het bestemmingsvlak maximaal 1.500 m² bedraagt; het resterende deel van de aanduiding 'bouwvlak' wordt verwijderd;
g. de regels van 'Wonen' worden van overeenkomstige toepassing verklaard; h. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe wordt de gebiedsaanduiding 'overige zone - landschappelijke inpassing' opgenomen; i.
aan de eisen en regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in Bijlage 2 Notitie kwaliteitsverbetering wordt voldaan.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
29
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
Artikel 4
Wonen
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Algemeen
De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. aan huis verbonden beroep en/of bedrijf; c.
behoud, herstel en ontwikkeling van landschaps-, natuur- en cultuurhistorische waarden;
d. water en waterhuishoudkundige doeleinden; e. extensief dagrecreatief medegebruik; f.
erfbeplanting;
g. landschappelijke inpassing van bouwwerken en voorzieningen; één en ander met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen, waaronder tuinen, erven en perceelsontsluitingen en overeenkomstig de in 4.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemming.
4.1.2
Nadere detaillering van de bestemming
In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 4.1.1:
a
Aan huis verbonden beroep en/of bedrijf
Voor aan huis verbonden beroep en/of bedrijf gelden de volgende bepalingen: 1. er moet sprake zijn van een bouwvlak, waarop minimaal één woning is toegestaan; 2. de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing, tot een maximum van 50 m²; 3. het betreft een activiteit behorend tot milieucategorie 1 of 2, als opgenomen in Bijlage 1 Staat van bedrijven of een qua milieuhinder en ruimtelijke uitstraling vergelijkbare activiteit; 4. buitenopslag ten dienste van de nevenactiviteit is niet toegestaan; 5. horeca en detailhandel (w.o. showroom en/of afhaalpunt c.q. logistieke functie, al dan niet t.b.v. internethandel) zijn niet toegestaan; 6. de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de woning; 7. er dient op eigen terrein, binnen het bestemmingsvlak, te worden voorzien in de parkeerbehoefte; 8. de activiteit is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig (w.o. afwikkeling verkeer) en milieukundig (w.o. geur) aanvaardbaar; 9. de activiteit leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving, waaronder voor het aspect geur. b
Landschappelijke inpassing
De gronden, welke nader zijn aangeduid met de gebiedsaanduiding 'overige zone - landschappelijke inpassing' mogen alleen worden gebruikt als landschappelijke inpassing, ten behoeve van de inpassing van de op het bestemmingsvlak toegestane bouwwerken en voorzieningen. ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
30
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
In het algemeen geldt voor het bouwen het volgende: a. uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming.
4.2.2
Woningen
Voor het bouwen in het algemeen gelden de volgende bepalingen: a. er is maximaal één woning toegestaan per bestemmingsvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' zijn enkel twee-aaneen gebouwde woningen toegestaan; c.
de inhoud van een woning bedraagt maximaal 750 m³, met dien verstande dat: 1. de inhoud van een gesplitste woning niet mag worden vergroot; 2. een bestaande grotere inhoud als maximum geldt; 3. bij het bepalen van de inhoud van een woning worden voor bewoning bestemde aangebouwde bijbehorende bouwwerken meegerekend;
d. de woning moet in de als zodanig op de verbeelding weergegeven voorgevellijn worden opgericht, dan wel maximaal 3 meter daar achter; e. de goothoogte bedraagt niet meer dan 4,5 m., met dien verstande dat een bestaande grotere goothoogte als maximum geldt; f.
de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 9 m., met dien verstande dat een bestaande grotere bouwhoogte als maximum geldt;
g. de afstand van woningen tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt ten minste 5 m.
4.2.3
Herbouw woning
Voor herbouw van bestaande woningen gelden aanvullend de volgende voorwaarden: a. de herbouw vindt plaats op de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten van de woning; b. de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); c.
verzekerd is dat overtollige bebouwing wordt gesloopt.
4.2.4
Bijbehorende bouwwerken bij woningen
Bijbehorende bouwwerken bij de woning voldoen aan de volgende kenmerken: a. de gezamenlijke oppervlakte van niet voor bewoning bestemde bijbehorende bouwwerken per woning bedraagt maximaal 100 m²; b. deze gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd op een afstand van minimaal 3 m. achter de voorgevellijn van de woning; c.
de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 m., met dien verstande dat een bestaande hogere maatvoering als maximum geldt;
d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m., met dien verstande dat een bestaande hogere maatvoering als maximum geldt.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
31
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
4.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voldoen aan de volgende kenmerken: a. voor of op de voorgevellijn van de woning: 1. de bouwhoogte bedraagt maximaal 1 m.; b. achter de voorgevellijn van de woning: 1. de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen bedraagt maximaal 2 m.; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3 m.; c.
met dien verstande, dat ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - landschappelijke inpassing' geen bouwwerken zijn toegestaan.
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Omgevingsvergunning afstand tot zijdelingse perceelsgrens
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2, onder f, teneinde af te wijken van de minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, mits: a. de situering stedenbouwkundig, landschappelijk en verkeerskundig aanvaardbaar is; b. de situering niet leidt tot aantasting van rechten en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen en de daarop aanwezige bouwwerken.
4.3.2
Omgevingsvergunning m.b.t. herbouw woning
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3, teneinde herbouw van de woning op andere wijze mogelijk te maken, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de woning wordt binnen het bestemmingsvlak gerealiseerd; b. er dient sprake te zijn van (zekerheidsstelling omtrent de) sloop van de bestaande woning én overtollige bebouwing (al dan niet bij de woning bijbehorende bouwwerken); c.
de situering en bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de woning is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig (w.o. woon- en leefmilieu) aanvaardbaar;
d. de situering van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving (w.o. geur).
4.3.3
Omgevingsvergunning grotere inhoud in cultuurhistorisch waardevolle panden en
langgevelboerderijen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2, onder c., teneinde een grotere inhoudsmaat mogelijk te maken, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. er is sprake van een langgevelboerderij of, blijkens een monumentenstatus of een onafhankelijk deskundig advies, van een cultuurhistorisch waardevolle pand; b. de grotere inhoud wordt gerealiseerd binnen het bestaande bouwvolume, zonder dat het pand wordt vergroot; ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
32
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
c.
in die situatie mag het gehele pand worden benut voor de woning.
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Strijdig gebruik
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen: a. het gebruik van gronden zoals bedoeld in artikel 4.1, indien en voor zover de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 3 Landschappelijke inpassing conform het bepaalde in artikel 4.4.2, niet is gerealiseerd dan wel niet duurzaam wordt beheerd en in stand wordt gehouden; b. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik, met dien verstande dat buitenopslag voor de voorgevel en het verlengde daarvan niet is toegestaan; c.
detailhandel;
d. horeca; e. buitenopslag ten behoeve van activiteiten naast het wonen; f.
huisvesting van (seizoens)arbeiders en kamerverhuur;
g. de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals kunstmeststoffen en propaan, die een 10-6 risicocontour hebben die de aanduiding 'bouwvlak' overschrijdt, met uitzondering van bestaande situaties.
4.4.2
Landschappelijke inpassing en hemelwaterinfiltratie
a. het gebruik van het bestemmingsvlak conform de bestemming is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing van de woningen Berkenstraat 12 en 15, zoals weergegeven in Bijlage 3 Landschappelijke inpassing binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan, is aangelegd; b. het gebruik van het bestemmingsvlak conform de bestemming is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing van de Ruimte voor Ruimte kavels, zoals weergegeven in Bijlage 3 Landschappelijke inpassing is aangelegd na het eerste plantseizoen (november tot en met februari) na gereedmelding van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen als bedoeld in lid 4.2.2; c.
De landschappelijke inpassing zoals weergegeven in Bijlage 3 Landschappelijke inpassing dient na aanleg duurzaam in stand te worden gehouden.
d. Het gebruik van het bestemmingsvlak conform de bestemming is uitsluitend toegestaan, indien op eigen terrein wordt voorzien in een berging- of infiltratievoorziening van voldoende grootte, waarin het hemelwater van het verhard oppervlak wordt gebergd dan wel geïnfiltreerd. De berging/ infiltratievoorziening dient een capaciteit te hebben van ten minste 7m3 respectievelijk 4m3 per 100 m2 verhard oppervlak
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
33
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1
Omgevingsvergunning kleinschalig kamperen
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1, teneinde kleinschalig kamperen en de daarbij behorende voorzieningen, zoals sanitaire, dagrecreatieve (slechtweer)voorzieningen, toe te staan, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de bestemming ‘Wonen’; b. voorzieningen worden gerealiseerd binnen de ingevolge de bestemming ‘Wonen’ toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken; c.
plaatsing van kampeermiddelen wordt jaarrond toegestaan, met dien verstande dat vaste staanplaatsen (d.w.z. jaarrond gebruik door een en dezelfde persoon en/of plaatsing van een en hetzelfde kampeermiddel) niet is toegestaan;
d. het betreft maximaal 25 plaatsen; e. de kampeerplaatsen dienen binnen 100 m. van het bijbehorende bestemmingsvlak 'Wonen' gesitueerd te zijn; f.
de minimale afstand van een nieuw kleinschalig kampeerterrein tot een reeds bestaand kleinschalig, regulier of natuurkampeerterrein dient in beginsel minimaal 500 m. te bedragen, ter voorkoming van een ongewenste concentratie aan kampeerterreinen. Van deze minimale afstandseis kan worden afgeweken, wanneer kan worden aangetoond, dat de draagkracht van het gebied daarmee niet onevenredig wordt aangetast;
g. dagrecreatieve (slechtweer)voorzieningen en horecavoorzieningen worden mogelijk gemaakt, voor zover deze: 1. gelieerd en ondergeschikt zijn aan het kleinschalige kampeerterrein; 2. actief zijn tussen zonsop- en ondergang; 3. vorm krijgen binnen het totaal oppervlak aan gebouwen dat ingevolge de bestemming ‘Wonen’ als oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan, waarbij ten dienste van deze functies, of een combinatie daarvan, maximaal 250 m² aan binnen- en buitenruimte mag worden ingezet; 4. de voorzieningen niet mogen worden opengesteld voor anderen, dan degenen die gebruik maken van de kampeervoorziening; h. er dient op eigen terrein, binnen het bestemmingsvlak, te worden voorzien in de parkeerbehoefte; i.
de nevenactiviteit is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig (w.o. woon- en leefmilieu) aanvaardbaar;
j.
de nevenactiviteit leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving (w.o. geur);
k.
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe wordt de gebiedsaanduiding ‘overige zone - landschappelijke inpassing’ opgenomen.
4.5.2
Omgevingsvergunning bed & breakfast
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1, onder e., teneinde bed & breakfast toe te staan, mits aan de volgende bepalingen wordt voldaan: a. er moet sprake zijn van een bouwvlak, waarop minimaal één woning is toegestaan;
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
34
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
b. de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing, tot een maximum van 100 m²; c.
het maximaal aantal bedden is niet meer dan 10;
d. een bed & breakfast is alleen toegestaan in de vorm van niet-zelfstandige woonruimte(n); e. de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de woning; f.
er dient op eigen terrein, binnen het bestemmingsvlak, te worden voorzien in de parkeerbehoefte;
g. de activiteit is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig (w.o. woonen leefmilieu) aanvaardbaar; h. de activiteit leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving (w.o. geur).
4.5.3
Omgevingsvergunning huisvesting (seizoens)arbeiders en kamerverhuur
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1, onder g., ten behoeve van huisvesting van (seizoens)arbeiders en/of kamerverhuur, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. huisvesting vindt uitsluitend plaats in de woning; b. er is sprake van huisvesting in een niet-zelfstandige woonruimte; c.
per bewoner van het object is minimaal 24 m² gebruiksoppervlakte, zoals gedefinieerd in de bouwverordening en het bouwbesluit, aan gezamenlijke woonruimten en eigen woonruimten aanwezig;
d. in het object wordt aan maximaal 6 personen woonruimte geboden; e. er dient op eigen terrein, binnen het bestemmingsvlak, te worden voorzien in de parkeerbehoefte; f.
de activiteit is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig (w.o. woonen leefmilieu) aanvaardbaar;
g. de activiteit leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving (w.o. geur); h. er dient een minimale afstand van een object waarin niet-zelfstandige woonruimte is toegestaan, tot andere (bedrijfs)woningen, waarin dat eveneens is toegestaan, van minimaal 250 m. te worden aangehouden. Van deze minimale afstandseis kan worden afgeweken, wanneer kan worden aangetoond, dat de draagkracht van het gebied daarmee niet onevenredig wordt aangetast.
4.5.4
Omgevingsvergunning mantelzorg in afhankelijke woonruimte
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1 en toestaan dat een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of een deel van de woning gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de woonruimte is gelegen binnen een bestemmingsvlak ‘Wonen’; b. ingeval van een bijbehorend bouwwerk is de afhankelijke woonruimte gelegen op een maximale afstand van 15 m. van de woning; c.
de totaal toegestane oppervlakte, welke als afhankelijke woonruimte mag worden ingezet bedraagt maximaal 100 m²;
d. de huisvesting moet ten dienste staan van het verlenen van mantelzorg aan een zorgbehoevende, waarvan de noodzaak hiertoe via een indicatiestelling is aangetoond;
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
35
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
e. ten behoeve van de huisvesting van een zorgbehoevende mogen die voorzieningen worden aangebracht die zelfstandige bewoning mogelijk maken; f.
de situering van de afhankelijke woonruimte is milieukundig (w.o. woon- en leefmilieu) aanvaardbaar;
g. de situering van de afhankelijke woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving (w.o. geur); h. de omgevingsvergunning wordt ingetrokken, indien de noodzaak uit een oogpunt van mantelzorg vervalt. Daarbij dienen de voorzieningen, die zelfstandige bewoning mogelijk maakten, dusdanig verwijderd te worden, dat zelfstandige bewoning niet meer mogelijk is.
4.6
Wijzigingsbevoegdheid
4.6.1
Wijziging natuurkampeerterrein
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden wijzigen teneinde een natuurkampeerterrein toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het natuurkampeerterrein heeft een extensief karakter; b. de ontwikkeling gaat gepaard met de ontwikkeling van nieuwe natuur, waarbij de oppervlakte nieuw te realiseren natuur, minimaal gelijk is aan het oppervlak nieuw te realiseren natuurkampeerterrein; hiertoe wordt de bestemming ‘Natuur’ opgenomen; c.
naast de ontwikkeling van nieuwe natuur, dient het terrein ook rondom adequaat landschappelijk te worden ingepast;
d. ter plaatse is jaarrond de plaatsing van uitsluitend mobiele kampeervoorzieningen (dus geen stacaravans of chalets) toegestaan, met dien verstande dat vaste staanplaatsen (d.w.z. jaarrond gebruik door een en dezelfde persoon en/of plaatsing van een hetzelfde kampeermiddel) niet zijn toegestaan; e. binnen het bouwvlak zijn permanente bouwwerken toegestaan in de vorm van kleinschalige recreatieve onderkomens (zoals trekkershutten, blokhutten, tipi's en boomhutten), alsmede centrale voorzieningen (zoals sanitaire voorzieningen, receptie en slechtweervoorzieningen; f.
de minimale afstand van een nieuw natuurkampeerterrein tot een reeds bestaand kampeerterrein (al dan niet met stacaravans), kleinschalig kampeerterrein of natuurkampeerterrein dient in beginsel 500 m. te bedragen, ter voorkoming van een ongewenste concentratie aan kampeerterreinen. Van deze minimale afstandseis kan worden afgeweken, wanneer kan worden aangetoond, dat de draagkracht van het gebied daarmee niet onevenredig wordt aangetast;
g. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden, die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming; h. de omschakeling is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig (w.o. woon- en leefmilieu) aanvaardbaar; i.
het leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving (w.o. geur);
j.
aan de eisen en regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in Bijlage 2 Notitie kwaliteitsverbetering bij deze regels, wordt voldaan;
k.
daar waar de bestemming samenvalt met een dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ of ‘Leiding – Olie’ geldt aanvullend, dat:
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
36
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
1. de beheerder van de buisleiding in de gelegenheid wordt gesteld om uiterlijk binnen 4 weken advies uit te brengen; 2. een verantwoording wordt opgesteld ten aanzien van externe veiligheid; 3. wordt aangetoond, dat er geen strijdigheid optreedt met het Besluit externe veiligheid buisleidingen.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
37
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende
bestemmingen,
mede
bestemd voor
de
bescherming
en veiligstelling van
archeologische waarden.
5.2
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming 'Waarde Archeologie', met uitzondering van: a. gebouwen ter vervanging van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of veranderd en ook de situering gelijk blijft en waarbij bijbehorende grondwerkzaamheden niet dieper gaan dan 0,50 meter ten opzichte van het maaiveld, of; b. de bouw of uitbreiding van bouwwerken tot een oppervlakte van maximaal 100 m²; c.
5.3
en met inachtneming van het bepaalde in de andere bestemmingen.
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 indien; a. op basis van een ingesteld archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat ter plaatse waar gebouwd gaat worden geen archeologische waarden als zodanig aanwezig zijn; b. er passende maatregelen zijn genomen om de aanwezige archeologische waarde veilig te stellen, zoals het aanbrengen van een beschermingslaag, het opgraven van de archeologische artefacten, het documenteren van de archeologische waarde of anders met het bevoegd gezag overeengekomen maatregelen.
5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren, voor zover deze 0,50 meter onder het maaiveld plaats vinden en een oppervlakte betreffen van meer dan 100 m²: 1. het slopen van bouwwerken; 2. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; 3. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen waarbij de stobben worden verwijderd; 4. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
38
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
5. het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; 6. het aanbrengen van constructies die verband houden met bovengrondse leidingen; 7. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; 8. andere werken die een verandering van de waterhuishouding of het grondwaterpeil tot gevolg hebben, zoals drainage en (onder)bemaling; 9. alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden in het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik van het terrein; b. Aan een vergunning als onder lid a. bedoeld, kunnen voorwaarden worden verbonden indien uit voorafgaand archeologisch onderzoek de aanwezigheid van archeologische waarden is vastgesteld en het om zwaarwichtige redenen niet mogelijk is de archeologische waarden geheel te behouden; c.
Geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, is vereist indien: 1. uit voorafgaand archeologisch onderzoek is gebleken dat geen archeologische waarden aanwezig zijn en geen archeologische waarden worden aangetast. 2. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen, waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; 3. een eerste aanleg van drainage en latere vervanging ervan op dezelfde plaats; 4. het betreft het aanbrengen van heipalen, waarbij het totaal oppervlak aan heipalen minder dan 5 % van het te bebouwen oppervlak betreft en er tussen de heipalen minimaal 2 meter ruimte over blijft.
5.5
Wijzigingsbevoegdheid
5.5.1
Wijziging op basis van archeologisch onderzoek
Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin, dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' voor een nader aangegeven gebied vervalt, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
5.5.2
Advies
Alvorens de in lid 5.5.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt deskundig advies gevraagd aan een door burgemeester en wethouders in te schakelen deskundige op het gebied van de archeologische Monumentenzorg conform de vigerende KNA.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
39
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
40
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
Artikel 7 7.1
Overige regels
Parkeren
a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen en een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels kan uitsluitend worden verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein en ruimte voor laden en lossen op eigen terrein; indien niet in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein en ruimte voor laden en lossen op eigen terrein wordt voorzien, wordt de omgevingsvergunning geweigerd; b. Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein en ruimte voor laden en lossen op eigen terrein. Hiervoor gelden de volgende regels: 1. In het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw en in het geval van de functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 2. Indien het gebruik van een gebouw en/of gronden daar aanleiding toe geeft, dient te worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen op eigen terrein; 3. Bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van het geldende door de gemeenteraad op 21 mei 2019 vastgestelde gemeentelijke parkeerbeleid, als neergelegd in de nota 'Parkeernormen 2019', bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid en/of de ruimte voor laden en lossen op eigen terrein.
Indien dit parkeerbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging; 4. De parkeervoorzieningen als bedoeld onder 1 en de ruimte voor laad- en losvoorzieningen als bedoeld onder 2 dienen in stand te worden gehouden.
7.2
Propaantanks
Het gebruik van een (bovengrondse) gastank voor propaan is niet toegestaan indien binnen het invloedsgebied daarvan zich een woning van derden bevindt.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
41
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 8
Overgangsrecht
8.1
Overgangsrecht bouwwerken
8.1.1
Algemeen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
8.1.2
Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 8.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 8.1.1 met maximaal 10%.
8.1.3
Uitzondering
Het bepaalde in 8.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
8.2
Overgangsrecht gebruik
8.2.1
Algemeen
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
8.2.2
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 8.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
42
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
8.2.3
Onderbroken gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in 8.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
8.2.4
Strijd met voorheen geldend bestemmingsplan
Het bepaalde in 8.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
43
Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.’ - Regels
Artikel 9
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening Berkenstraat 12, 13, 15 en ong.'.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
44