CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2a OBP Veerseweg 54e Toelichting

Raadsvergadering 24 mei 2022, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Bespreekstuk: 328361 Vaststelling bestemmingsplan “Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)”17.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

4.

de maximaal te ontheffen waarde van 53 dB. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Helleke en de Leijsenstraat tezamen 39 dB op de gevels van de woningen bedraagt. Hiermee is geen sprake van een overschrijding van de toetswaarde van 53 dB (exclusief aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder) overeenkomstig de voorkeursgrenswaarde.

Vanwege de gezoneerde wegen Veerseweg en de rijksweg A27 wordt op de nieuwbouwwoningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. In het akoestisch onderzoek is onderzocht in hoeverre door het treffen van maatregelen de geluidbelasting gereduceerd kan worden. Daaruit blijkt dat: 1.

2.

3.

Gelet op de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde vanwege de Veerseweg, is beschouwd of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. In de huidige situatie is uitgegaan van de wegdekverharding DAB. Indien over een totale lengte van circa 70 meter ter hoogte van de woning de bronmaatregel SMA-NL5 wordt toegepast kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Omdat een dusdanige bronmaatregel voor een beperkt aantal woningen wordt getroffen in relatie tot de investering die voor de bronmaatregel nodig is, is de doelmatigheid twijfelachtig. Gezien de omgeving van de plangebieden heeft het toepassen van geluidschermen en -wallen een grote ruimtelijke impact. De woningen liggen direct langs de Veerseweg. Hierdoor is weinig tot geen ruimte voor een scherm of wal. Daarnaast is het toepassen van geluidschermen/-wallen niet goed mogelijk in verband met ontsluiting van de woningen op de Veerseweg. Hiermee wordt een maatregel in de vorm van een overdrachtsmaatregel niet doelmatig geacht. Op de A27 ligt reeds de geluidreducerende wegdekverharding ZOAB. Een meer geluidreducerend wegdek op de rijksweg voor een tweetal woningen is in relatie tot de investering niet doelmatig. Langs de A27 is tevens reeds een geluidscherm gerealiseerd. Het verhogen of verlengen van dit scherm wordt niet doelmatig geacht.

Daarnaast is voor het uitvoeren van bron- of overdrachtsmaatregel aan de A27 samenwerking met Rijkswaterstaat nodig, waarvan zeer twijfelachtig is of zij voor twee woningen hier aan mee zullen werken.

Conclusie In het kader van de Wet Geluidhinder dient aantoonbaar te zijn of ter plaatse van het nieuwbouwplan wordt voldaan aan de geluidnormen uit de Wet geluidhinder en er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de omliggende wegen. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de grenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Maatregelen om de geluidbelasting terug te brengen, zijn om verschillende redenen (o.a. stedenbouwkundig en financieel) niet doelmatig. Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout kan daarom hogere waarden ten gevolge van wegverkeerslawaai vaststellen. In onderstaande tabel zijn de te verlenen waarden opgenomen.

Voorafgaand aan de vaststelling van dit bestemmingsplan wordt een besluit hogere waarden verleend.

blad 30 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

4.1.3

Bodem Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; het wegnemen van actuele risico's.

Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Het is niet nodig de hele locatie aan te pakken. Onderzoek Door Antea Group is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is de bodemkwaliteit vast te leggen in het kader van de voorgenomen realisatie. Het complete onderzoek is als Bijlage 4 bij de toelichting gevoegd. In het mengmonster van de puinhoudende bovengrond zijn een sterk verhoogd gehalte aan PAK en licht verhoogde gehalten aan lood, minerale olie, PCB en kobalt aangetoond. Naar aanleiding van het sterk verhoogd gehalte aan PAK is het mengmonster uitgesplitst. In de uitgesplitste monster zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan PAK aangetoond. Deze waarden komen overeen met tijdens eerder onderzoek gemeten waarden. In de resten betonhoudende bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. De zintuiglijk schone ondergrond bevat geen verhoogde gehalten. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan lood en kwik aangetoond. De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit, als ontvangende bodem. Hieruit blijkt dat de puinhoudende bovengrond aan de klasse Industrie voldoet. De overige monsters voldoen aan de klasse Wonen of beter.

Op het maaiveld en in de opgegraven/opgeboorde grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de geanalyseerde asbestmonsters is analytisch geen asbest aangetoond. In het grondwater zijn een sterk verhoogde concentratie aan nikkel en licht verhoogde gehalten aan barium en kobalt aangetoond. De sterk verhoogde concentratie aan nikkel wordt beoordeeld als een verhoogde achtergrondwaarde waardoor aanvullend onderzoek achterwege is gelaten.

blad 31 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

De onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde. De resultaten vormen geen milieuhygiënische belemmering voor het gebruik van de locatie als woongebied. Conclusie Gelet op het voorgaande kan gesteld worden dan het aspect bodemkwaliteit geen belemmering is voor het realiseren van het plan.

4.1.4

Luchtkwaliteit Wettelijk kader Op 15 november 2007 is de Wet tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden (Stb. 414, 2008 en Stb. 434, 2008). Daarmee is de zogenoemde Wet luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Op grond van deze Wet luchtkwaliteit worden wettelijke grenswaarden gesteld aan de concentratie van verschillende verontreinigende stoffen in de lucht. Van deze diverse verontreinigende stoffen zijn over het algemeen stikstofdioxide (NO2) en zogenoemd fijnstof (PM10) maatgevend. De Wet luchtkwaliteit stelt dat bestuursorganen hun bevoegdheden kunnen uitoefenen indien (art.5.16): dit niet leidt tot het overschrijden van de grenswaarden voor luchtkwaliteit; aannemelijk is gemaakt dat het niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentraties in de buitenlucht; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Projecten die de luchtkwaliteit niet in betekenende mate (NIBM) verslechteren worden niet meer getoetst aan de grenswaarden en kunnen zondermeer doorgang vinden. De definitie van 'in betekenende mate' is vastgelegd in het Besluit en de Regeling Niet in betekenende mate (luchtkwaliteitseisen). Projecten die de concentratie NO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan het verslechteren van de luchtkwaliteit.

In concentraties uitgedrukt betekent dit een verslechtering van 1,2 µg/m3 voor beide stoffen. De 3%-grens geldt sinds 1 augustus 2009, de datum waarop het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht werd. De 3%-grens is voor een aantal categorieën van projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen. Zo gaat het bij woningbouw om de toevoeging van 1.500 woningen netto bij één ontsluitingsweg, of 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek Binnen het plangebied worden twee nieuwe woningen gerealiseerd. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (kantoor- en woningbouwlocaties, specifieke inrichtingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Het aantal woningen bedraagt minder dan 1.500 woningen. Het plan kan zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Aan de hand van de monitoringstool die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort is een toetsing van de luchtkwaliteit gedaan voor de jaren 2017, 2020 en 2030, beoordeeld op de meest nabij de weg gelegen rekenpunten. In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de toetsing weergegeven

blad 32 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

Uit de tabel blijkt dat de grenswaarden niet worden overschreden en er dus sprake is vaneen goed- en leefklimaat. Het Besluit gevoelige bestemmingen die beperkingen stelt aan de vestiging van 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen is niet van toepassing omdat woingen geen gevoelige bestemmingen zijn. vVOlgens het Besluit zijn dat de volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor uitvoering van het plan.

4.1.5

Natuurbescherming Wettelijk kader Per 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Met de Wet natuurbescherming komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen in principe bij de provincies te liggen. De Wet natuurbescherming is gericht op zowel de soortenbescherming als de gebiedsbescherming. Toets Door Antea Group is een natuurtoets uitgevoerd (Bijlage 5). Het onderzoek is opgedeeld in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000 Uit de bureaustudie blijkt dat binnen drie kilometer afstand van het plangebied geen Natura 2000-gebied ligt. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied (Langstraat) ligt buiten het invloedsgebied van het plan wat betreft verdroging of geluid- en lichtverstoring. Vanwege de afstand, de geringe omvang van de ontwikkeling in het plangebied en daardoor de afscherming worden geen effecten op soorten, habitats van soorten of habitattypen in het Natura 2000-gebied verwacht. Effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen, gezien de beperkte omvang van het project in combinatie met de afstand, worden uitgesloten. Er is geen effect op het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied en daarom is er geen aanleiding om te verwachten dat er op Natura 2000-gebieden op grotere afstand nog effecten zullen optreden. Een vervolgonderzoek vanuit de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.

De gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Natuurnetwerk Nederland Voor wat betreft de NNN is bij directe en indirecte aantasting sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. Er bevindt zich geen NNN binnen het plangebied. Er is van directe aantasting van de NNN dan ook geen sprake. In de omgeving van het plangebied liggen wel NNN-gebieden. Ook significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN in de nabijheid van het plan kunnen worden uitgesloten. De voorgenomen ontwikkeling in het plangebied heeft geen effect op de directe omgeving. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Het NNN-beleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Vanwege de ligging van het plangebied in de Provincie Noord-Brabant moet rekening gehouden worden met de groenblauwe mantel. Het plangebied ligt buiten de

blad 33 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

groenblauwe mantel Soortenbescherming Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Kleine marterachtigen; Steenmarter; Algemene broedvogels (nestplaatsen). In onderstaande tabel is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.

Uitvoerbaarheid (ontheffing Wet natuurbescherming) De activiteiten behorend bij het voornemen (mogelijk verwijderen vegetatie en haag) kunnen doorgang vinden als de initiatiefnemer in het bezit is van een ontheffing Wet natuurbescherming – soortbescherming en de bijbehorende maatregelen opgevolgd worden. Deze ontheffing kan verkregen worden indien onder meer onderbouwd wordt, dat bij de activiteiten afdoende rekening gehouden wordt met de aanwezige beschermde soorten (een blad 34 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

belangrijk criterium voor het verlenen van een ontheffing). Met deze maatregelen wordt de gunstige staat van instandhouding van de soort gegarandeerd. Daarnaast dienen de activiteiten te voldoen aan de twee overige criteria: 1) er zijn geen andere alternatieven voor het voornemen en 2) er is een wettelijk belang. Een ontheffing wordt verleend als voldaan is aan drie toetscriteria van de ontheffingsprocedure. In de ontheffingsaanvraagprocedure zal onderbouwd moeten worden: 1. 2. 3.

Of de gunstige staat van de soorten in het geding komt door het plan; Of er alternatieven zijn voor het voornemen, waarbij de soorten minder geschaad worden; Of sprake is van een wettelijk belang (waaronder ruimtelijke inrichting).

Om na te gaan of redelijkerwijs verwacht kan worden of een Wnb-ontheffing soortbescherming verleend wordt (en daarmee het bestemmingsplan uitvoerbaar is), zijn voor de activiteiten de voorgenoemde drie belangrijkste toetscriteria hieronder nader beschouwd. Gunstige staat van instandhouding Indien verblijfplaatsen van marterachtigen aanwezig blijken te zijn, wordt hier zorgvuldig mee omgegaan. Er zal voor worden gezorgd, dat geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Dit gebeurt door te allen tijde (alternatieve) voorzieningen beschikbaar te stellen. Een leefgebied moet de soort(en) namelijk continu blijvend voorzien in alles wat nodig is om succesvol te kunnen voortplanten of te kunnen verblijven. Om deze reden zullen dan zowel voorafgaand aan de herinrichting van het terrein als na de herinrichting, alternatieve verblijfplaatsen en leefgebied aangeboden worden. Dit zal neerkomen op het aanbieden van vergelijkbare structuurelementen zoals de heg langs de oostkant en zuidkant van het plangebied. In het geval dat deze wordt verwijderd zal deze gecompenseerd moeten worden, bijvoorbeeld langs de zuidrand van de nieuwbouwwoningen ten westen van het plangebied in het verlengde van de heg aan de zuidrand. Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn om de bestaande heg in oostelijke richting te verplaatsen na aankoop van grond van de eigenaar ernaast.

Compensatie zou het liefst in het plangebied plaats moeten vinden en als dat niet gaat zo dicht mogelijk in de buurt. De heg kan ook gecompenseerd worden door middel van de aanleg van struiken in het plangebied. Daarnaast moeten alternatieve verblijfplaatsen aangeboden worden, zoals bijvoorbeeld marterhopen (Bouwens, 2017). De verwijdering van de heg langs de oostkant en zuidkant van het plangebied is geen zekerheid. Deze wordt bij voorkeur behouden. Alternatieven Er zijn voor de initiatiefnemer geen alternatieven. Ten eerste betreft het de realisatie van twee woningen op een perceel dat eigendom is van de inititiefnemer. Hij heeft geen alternatieve locties in eigendom. Daarnaast is de locatie van de twee bouwvlakken in het plangebied afgestemd op de ligging in een beschermd stadsgezicht en op de ligging van de bouwvlakken van de woonpercelen aan de westtzijde van het plangebied. Een alternatieve locatie van de bouwvlakken is stedenbouwkundig niet verantwoord. Wettelijk belang Het voornemen van woningbouw kan worden aangemerkt als 'ruimtelijke inrichting', en kan zodoende worden aangemerkt als geldig wettelijk belang. Op basis van deze punten wordt voldaan worden aan de criteria van het bevoegd gezag bij beoordeling van een ontheffingsaanvraag.

Onder deze voorwaarden is, mede door het voorzien van effectieve soortgerichte maatregelen, de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in het geding en zal een ontheffing naar verwachting worden verleend.

blad 35 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan, wanneer de genoemde maatregelen worden genomen (werken buiten het broedseizoen / werken volgens goedgekeurde gedragscode . Nader onderzoek naar kleine marterachtigen is uitsluitend nodig indien de hagen aan de oost- en zuidkant worden verwijderd en/of de begroeiing aan de noordkant wordt verwijderd. Indien kleine marterachtigen dan bij nader onderzoek blijken voor te komen zal een ontheffing worden gevraagd van de Wet natuurbescherming en eventuele maatregelen worden genomen. Voor het verwijderen van de haag en de begroeiing is ter bescherming van verblijfplaatsenvan kleine marterachtigen een omgevingsvergunning nodig (zie Artikel 3 van de regels).

4.1.6

Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Woningen zijn 'milieugevoelig objecten' en 'kwetsbaar objecten'. Hiervoor gelden milieu- en veiligheidsafstanden ten opzichte van installaties, voorzieningen en / of inrichtingen, die onder de Wet milieubeheer vallen. Voor het oprichten van woningen dient bepaald te worden of deze in een milieuzone liggen van omliggende bedrijven. De VNG heeft de Handreiking:“Bedrijven en milieuzonering, Handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk” (2009) opgesteld. Deze handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van diverse bedrijfsactiviteiten. Tevens geeft het een richtafstand voor het ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten in relatie tot het omgevingstype en voor het inpassen van gevoelige functies nabij bedrijven. Deze afstanden gelden in principe tussen enerzijds de perceelgrens van het bedrijf en anderzijds de gevel van een woning. De twee omgevingstypes die de VNG hanteert zijn: Rustige woonwijk en rustig buitengebied: “Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer.

Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stilte gebied of een natuurgebied.” Gemengd gebied: “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” Het omgevingstype wordt bepaald door het (soort) gebied waarin de locatie zich bevindt en niet door de locatie zelf. Het plangebied wordt beschouwd als een rustige woonwijk. In Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) worden de volgende richtafstanden per bedrijfstype geadviseerd voor nieuwe bestemmingsplannen.

blad 36 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

Onderzoek Rondom de locaties wordt één milieubelastende activiteit uitgeoefend die is opgenomen in de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering. Dit betreft de begraafplaats ten zuidwesten van het plangebied. In de onderstaande tabel is de richtafstand voor de genoemde functie opgenomen aan de hand van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering.

Bij het bepalen of wordt voldaan aan de richtafstand is uitgegaan van de bestemmingsgrenzen van de begraafplaats uit het vigerende bestemmingsplan en de bouwvlakken de woningen uit voorliggend plan. De afstand tussen het dichtstbijzijnde bouwvlak (dus dichtstbijzijnde gevel van de woningen) en de begraafplaats is 28 meter. Het blijkt dat er geen overlap is tussen de richtafstand (10 meter) van de begraafplaats en het de bouwvlakken van de nieuwbouwwoningen. Ook niet wanneer rrekening wordt gehouden met de mogelijkheden van vergunningvrij bouwen van bijhhorende bouwweren zoals bepaald in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Conclusie Er zijn vanuit het aspect bedrijven en miliezonering geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.1.7

Spuitzones Wettelijk kader Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen, voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen met tuinen. Ten zuiden en oosten van het plangebied is een agrarisch perceel aanwezig. Binnen de bestemming is het mogelijk op die gronden boomteeltbedrijven en sierteeltbedrijven op te richten. Deze zijn weliswaar niet aanwezig, maar er dient te worden gekeken naar wat het bestemmingsplan in juridische zin maximaal toelaat. Hierdoor dient er rekening gehouden te worden met spuitzones (gebruik gewasbeschermingsmiddelen). Onderzoek Bij het bepalen van een verantwoorde afstand wordt uitgegaan van de afstand tussen de grens van de woonperccelen inclusief tuin en de grens van de agrarische percelen waarop

blad 37 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

de boomteeltbedrijven en sierteeltbedrijven in planologisch opzicht is toegestaan. In de bestaande situatie heeft het plangebied reeds een woonbestemming. Een wijizging van he bestaande gebruik naar boom- en sierteelt levert geen extra belemmering op voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op die agrarische gronden; dat is immers in de bestaande situatie al niet mogelijk. Conclusie Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat het agrarische bedrijf door voorliggend plan niet in zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd en er bij de beoogde woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

4.1.8

M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd dat voor elke ruimtelijke ontwikkeling die genoemd wordt in de C- of D-lijst een motivering moet worden gegeven waarin wordt beoordeeld of een m.e.r.-procedure doorlopen dient te worden. Deze motivering dient op basis van dezelfde criteria als de m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen. De diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Dit wordt de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' genoemd. In bijlage D is als categorie D11.2 de volgende activiteit opgenomen. De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Als je het project beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject dan zou de m.e.r.-regelgeving van toepassing zijn. Om te achterhalen of een m.e.r.-beoordeling nodig is, dient beoordeeld te worden of het plan moet worden beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject. Het Besluit m.e.r. kent echter geen definitie van een stedelijk ontwikkelingsproject. Om te kunnen beoordelen of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, dient te worden gekeken naar de volgende zaken: 1. 2. 3. 4.

de concrete omstandigheden van het geval, waarbij de aard en omvang van het project van belang zijn; het gebied waarin de ontwikkeling plaats zal vinden; de mogelijkheden op grond van het bestemmingsplan; de milieugevolgen.

Dit volgt uit de volgende uitspraken van de ABRvS: 15 maart 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:694), zaak Hornbach Duiven; 31 januari 2018 (CLI:NL:RVS:2018:348), zaak Villa Arena; 18 april 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1297), zaak Decathlon; 18 juli 2018, (ECLI:NL:RVS:2018:2414), zaak Leisurecentrum Ede. Uiteindelijk gaat het om een afweging van bovenstaande punten 1 tot en met 4 of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Ad 1 en 3: Aard en omvang - relatie met bestemmingsplan De aard van de bebouwing (2 vrijstaande woningen) wijkt in zeer beperkte mate af van wat hetgeen er planologisch al op het perceel is toegestaan, namelijk 1 vrijstaande woning. De ontsluiting van het plangebied voor autoverkeer vindt plaats, zoals in het bestemmingsplan is voorzien, namelijk aan de noordkant van het perceel. Dit heeft nauwelijks extra gevolgen voor de omgeving; de toename van het aantal verkeersbeweging ten opzichte van de planologisch reeds toegestane situatie is beperkt (circa 8 verkeersbewegingen per dag extra. blad 38 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

Er is derhalve sprake van een zeer beperkte wijziging van het toegestane gebruik, die geen significant effect heeft om de omgeving (zie ook ad 4 hieronder). Ad 2: Het gebied waarin de ontwikkeling plaats zal vinden Het plangebied ligt in een omgeving met bestaande woningen langs de Veerseweg. Woningen zijn in dit gebied op voorliggende locatie planologisch al acceptabel geacht, aangezien het vigerende bestemmingsplan deze functies toestaat. Ad 4: De milieugevolgen Zoals hierboven onder ad 1 en 3 is aangeven omvat het bouwplan slechts 1 woning meer dan dat het bestemmingsplan toestaat. Gesteld kan worden dat dat geen milieugevolgen heeft. Conclusie Op basis van de punten 1-4 wordt geconcludeerd, dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling; de m.e.r.-regelgeving is niet van toepassing.

4.2

Water Wettelijke kader Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits en –kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het Waterbeheerplan 2016-2021. Speerpunten uit het waterbeheerplan zijn veiligheid, droge voeten, voldoende water, gezonde natuur, schoon water, genieten van water en het waterschap als calamiteitenorganisatie. Het waterschap heeft een eigen verordening; De Keur en de Legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De Legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta.

Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij de uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'. In de Keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak, via een afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing, tenzij:

blad 39 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² is, of; de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak; de toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel:'benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06' Het gebruik van uitlogende (bouw)materialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC wordt ten zeerste afgeraden in verband met de negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Door middel van de verplichte watertoets ziet het waterschap toe op de uitvoering van hun beleid. Hiermee wordt gewaarborgd dat bij nieuwe ontwikkelingen het waterbeheer wordt meegenomen. Toetsing bestemmingsplan Er worden geen uitlogende (bouw)materialen toegepast. De watertoets is doorlopen. De opmerkingen van het waterschap zijn verwerkt in de watertoets (zie bijlage 6 en hieronder) Gemeentelijk beleid Water- en rioleringsplan In 2009 is de Waterwet in werking getreden.

Hierin zijn de verantwoordelijkheden vastgelegd ten behoeve van afval-, hemel- en grondwater. In grote lijnen betekent dit, dat de gemeente een ontvangstplicht heeft van afvalwater (vervuild water). Daarnaast hebben de individuele perceeleigenaren een verantwoordelijkheid voor het inzamelen en verwerken van regen- en grondwater op het eigen perceel. De gemeente heeft hierbij een zorgplicht. De gemeenteraad heeft een water- en rioleringsplan vastgesteld. Hierin staat hoe de gemeente omgaat met alle waterstromen binnen de gemeente en de zorgplichten vanuit de Waterwet. De belangrijke uitgangspunten in het water- en rioleringsplan voor het water in Oosterhout zijn: schoon water schoon houden, handhaving van de waterkwaliteit en waar noodzakelijk verbeteren, voldoen aan de normen voor volksgezondheid en veiligheid en ontwikkeling van natuur in en om het water waar mogelijk. Bovenstaande betekent dat de verschillende vormen van grondgebruik afgestemd moeten worden op de aanwezige watersystemen. Dit met een toekomstgerichte aanpak/doorkijk met name op het gebied van het klimaat. Intensievere regenbuien kunnen enorme wateroverlast veroorzaken en de in het gemeentelijk grondgebied aanwezige grondwaterwinning voor de drinkwaterproductie kunnen vervuild raken door lozingen van schadelijke stoffen. Ook hiervoor is aandacht binnen het water- en rioleringsplan.

Voor de hemelwaterafvoer gelden met name de volgende voorwaarden: Bij nieuwbouw gescheiden afvoer van regenwater van alle verhard oppervlakken waar dit mogelijk is. Voorkeursvolgorde hanteren: infiltratie – berging – afvoer. Infiltratie is mogelijk als k-waarde (doorlatendheid bodem) 0,5 m/d of groter is. Zoveel als mogelijk bovengrondse afvoer (ook daken), water blijft zichtbaar. Voordeel: minder vervuilingsrisico en meer waterbeleving van burger. blad 40 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

Bij bui 10 (ca. 40 mm in één uur) geen water op straat berekend vanuit een leidingstelsel. Bij bui 100 (ca. 70 mm in één uur) geen inundatie vanuit open waterberging (o.a. wadi) of watergang. PVC uitvoeren in de kleur grijs als er aangesloten wordt op een regenwaterriolering en uitvoeren in de kleur groen als aangesloten op een infiltrerende voorziening. In verband met terugdringen onderhoudskosten alleen kolken toepassen als geen andere afvoer mogelijk is. Bij nieuwbouw geldt dat alle afvoerend verhard oppervlak (inclusief oppervlak van een open voorziening) meetelt in de te verwerken hoeveelheid regenwater. Dit ongeacht de hoeveelheid bestaand verhard oppervlak. Om structurele grondwateroverlast te voorkomen wordt er een streefwaarde voor de maximale grondwaterstand (ontwateringsdiepte) gehanteerd. Hierbij wordt uitgegaan dat de hoogst toelaatbare grondwaterstand ten opzichte van aanlegniveau ontwateringsdiepte tenminste 70 cm onder het maaiveld moet bedragen. Afvalwaterverordening Om aan de beleidsdoelstellingen te voldoen zijn er uitgangspunten, normen en regels nodig. In de afvalwaterverordening staat welke regels en normen er gelden voor het lozen van afvalwater en het aansluiten op een vuilwaterriool. Alle percelen waarop afvalwater vrijkomt worden aangesloten op het openbaar riool.

Per woning of bedrijfspand wordt er in principe één perceelaansluiting voor afvalwater aangelegd. In de Wet milieubeheer staat dat de gemeente een inzamelplicht heeft van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsmatig afvalwater valt hier niet onder. De gemeente wil bedrijven echter wel faciliteren, mits het voldoet aan enkele voorwaarden. Bedrijfsmatig afvalwater mag worden afgevoerd naar het openbaar riool mits de samenstelling van het te lozen water overeenkomt met huishoudelijk afvalwater en de afvoercapaciteit van het gemeentelijk riool voldoende is. In het geval van nieuwbouw of bij toename van de afvoercapaciteit kan een bergingsvoorziening voorgeschreven worden. Ook is in de afvalwaterverordening de procedure voor het aanvragen van een aansluiting op het gemeentelijk riool vastgelegd. Hierbij zal ook een toets plaatsvinden op de vastgelegde normen en regels, alvorens door de gemeente (maar op kosten van aanvrager) wordt aangesloten op het gemeentelijk riool. Relevante eisen zijn: in het geval van nieuwbouw moet de rechthebbende op zijn kosten een buffervoorzienig aanleggen, indien uit een capciteitsberekening blijkt dat bij lozing op het vrijvervalriool het debiet groter is dan 5m3 per uur, met een afvoerpiek van 10 liter poer seconde of meer. De buffervoorziening moet voldoende capaciteit hebben waardoor het maximale afvoerdebiet niet wordt overschreden.

Achtertuinen van woningen moeten ter bescherming van de kwaliteit van het grondwaer zijn voorzien van een afvoer naar het openbaar afvalwaterriool voor het lozen van huishoudmiddelen. Toetsing bestemmingsplan De woningen worden inzake het afvalwater aangesloten op het openbaar riool. Hierbij zal aan de genoemde eisen worden voldaan en is de procedure voor het aanvragen van een aansluiting op het gemeentelijk riool van toepassing. Watertoets In het kader van de ontwikkeling is door Antea Group een watertoets uitgevoerd (zie Bijlage 6). Het huidige perceel wordt opgesplitst in twee percelen, ten behoeve van twee woningen. Het perceel bedraagt in totaal 2.201 m2 . Uit het opmeten van de ingetekende percelen blijkt het oppervlak van het noordelijk perceel circa 1.075 m2 bedraagt en het zuidelijk perceel blad 41 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

circa 1.125 m2 . De exacte verhardingstoename is nog niet bekend, echter kan op basis van een inschatting worden gezegd dat per perceel 300 m2 wordt bebouwd of verhard. Dit betekent een verhardingstoename van maximaal 600 m2 . Rekening houdend met het beleid van het waterschap kan binnen het plangebied 500m2 verharding worden gerealiseerd zonder dat er retentie wordt geëist door het waterschap. Individuele perceeleigenaren hebben een verantwoordelijkheid voor het inzamelen en verwerken van regen- en grondwater op het eigen perceel. Daarom wordt geadviseerd om bij de bouw geen milieuvervuilende of uitlogende materialen of stoffen te gebruiken, zodat het hemelwater niet wordt verontreinigd. Gezien de gunstige bodemconditie en de grondwaterstand kan het water via een wadi in de bodem infiltreren. Er wordt daarom geadviseerd afvloeiend hemelwater te laten infiltreren, boven andere afvoeropties. De hoeveelheid benodigde berging is afhankelijk van de hoeveelheid verharding. De gemeente stelt als eis dat er moet worden voorzien in een berging van 40mm. Indien de grootte van de huizen met oprijlaan circa 300m2 betreft, is er tweemaal minimaal 12m³ aan berging benodigd op beide percelen. De gemeente stelt, dat er bij een bui van ca. 70 mm in één uur geen inundatie vanuit open waterberging (o.a. wadi) mag plaatsvinden.

In dat geval dient er bij een verharding van 300m3 per perceel een waterberging te worden aangelegd van tweemaal 21m3 . Dit is vooral van toepassing indien het water niet alleen het eigen perceel inundeert, maar ook de naastgelegen percelen Conclusie Indien de grond ter plaatse doorlatend genoeg is, of doorlatend wordt gemaakt (grondverbetering) en de voorgestelde infiltratievoorzieningen (twee wadi's van 70 m2 met diepte van 0,3 meter) worden aangelegd, wordt aan alle uitgangspunten en criteria van het waterschap en de gemeente voldaan. Een alternatief is de ontwerprichtlijn voor de meest voorkomende buien te hanteren (tot 40 mm). Dan heb je een kleinere wadi, in deze casus ongeveer 40 tot 45 m2. Deze moet dan dieper worden gemaakt, zodat de 70 mm geborgen kan worden. Bij de "normale" buien zal een vulling tot 30 cm aanwezig zijn. Vanuit het oogpunt van water zorgt de bebouwing van de twee percelen op de Veerseweg 54E op manier niet tot een verslechtering van de huidige situatie binnen het plangebied en binnen de omgeving van het plangebied. De hoeveelheid benodigde berging is afhankelijk van de hoeveelheid verharding.

Bij een toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² is een vergunning nodig van het waterschap tenzij compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel:'benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 . Dit is geregeld in de Keur vanhet waterschap.

4.3

Kabels en leidingen Kabels, leidingen en straalpaden dienen te worden beschermd tegen ingrepen die de werking ervan kunnen bedreigen. Aan de andere kant dient de omgeving te worden beschermd tegen het gevaar dat van bestaande en toekomstige leidingen, kabels en hoogspanningslijnen kan uitgaan. Uit inventarisatie is gebleken dat er zich binnen of in de directe omgeving van het plangebied geen relevante kabels, leidingen of straalpaden bevinden.

blad 42 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

4.4

Archeologie en cultuurhistorie

4.4.1

Archeologie Op 25 januari 2012 heeft de gemeenteraad de Erfgoedkaart Oosterhout vastgesteld. Deze kaart geeft de archeologische verwachtingen en archeologische en cultuurhistorische waarden in Oosterhout weer waardoor deze als volwaardig belang in ruimtelijke planvorming mee kunnen worden gewogen. Tevens worden op deze kaart de voorschriften vastgesteld voor de omgang met archeologische bodemschatten in de ruimtelijke inrichting en in bouwprojecten. Op basis van deze kaart geldt voor het plangebied de volgende archeologische waarden: zone met middelhoge archeologische verwachting. Ingevolge het gemeentelijk archeologie beleid uit de Erfgoedverordening geldt dat voor gebieden met een hoge archeologische verwachting bodemingrepen die het bodemarchief zouden kunnen aantasten, niet zijn toegestaan. Indien een ingreep dieper gaat dan 0,5 meter onder maaiveld en de ingreep een oppervlak heeft van 100 m² of meer, dan moet ingevolge deze verordening middels een archeologisch onderzoek worden aangetoond of er waarden zijn te verwachten en zo ja, hoe daar mee bij het realiseren van het plan rekening wordt gehouden. Onderzoek Voor het planvoornemen worden ingrepen uitgevoerd dieper dan 0,5 meter onder maaiveld en ingrepen met een groter oppervlak dan 100 m², waardoor een archeologisch onderzoek nodig is. In een later stadium wordt archeologisch onderzoek uitgevoerd.

Om de aanwezige archeologische waarden te beschermen wordt de reeds aanwezige dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ uit het vigerende bestemmingsplan overgenomen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen zijn aangetroffen voor de realisatie van voorliggend bestemmingsplan. De archeologische waarden zijn beschermd via de opgenomen dubbelbestemming.

4.4.2

Cultuurhistorie Op 3 april 2006 is het gebied De Heilige Driehoek door de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen als beschermd stadsgezicht. Het gebied dat valt onder de aanwijzing bestaat uit de drie kloostercomplexen Sint-Catharinadal, Onze-Lieve-Vrouweabdij en Paulusabdij, met de omliggende gronden van de Leijsenakkers. In het gebied bevindt zich naast de kloosters en agrarische gronden een aantal historische wegen, structuren en gebouwen. De Heilige Driehoek is van groot architectuurhistorisch, historisch geografisch, stedenbouwkundig, archeologisch en sociaal-ruimtelijk belang. De concentratie van drie kloostergemeenschappen met hun gebouwen en omliggende terreinen is uniek voor Nederland. In hun agrarische setting vormen de kloosters, samen met het aangrenzende gebied van De Leijsenakkers, een groene wig tussen de stedelijke bebouwing en grote verkeerswegen, met een uitgesproken eigen karakter, dat tot uiting komt in beeld, sfeer en belevingswaarde. Voor het plangebied is de relatie tussen de aanwezige kloostercomplexen

blad 43 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

en de omliggende agrarische gronden, waar de historische structuur van het gebied nog ervaarbaar is van belang. Voorliggend plan is gelegen in het beschermde stadsgezicht. De aanwijzing tot beschermd stadsgezicht voorziet in de bescherming van de karakteristieke waarden van De Heilige Driehoek. Het doel van de aanwijzing is de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit van het gebied te onderkennen als zwaarwegend belang bij de verdere ontwikkelingen in dit gebied. De drie kloostercomplexen in de Heilige Driehoek zijn op de Cultuurhistorische Waardenkaart van Noord-Brabant aangeduid als historische stedenbouwkundige structuur met een zeer hoge waarde. Met een paarse contour is het Rijksbeschermd stadsgezicht aangegeven. Voor het Rijksbeschermd stadsgezicht is in het bestemmingsplan een dubbelbestemming opgenomen, die de waardevolle karakteristieken van het gebied beschermt. Voor het Rijksbeschermd stadsgezicht is in het bestemmingsplan een dubbelbestemming opgenomen, die de waardevolle karakteristieken van het gebied beschermt. Met de waardevolle karakteristieken is rekening gehouden in voorliggend plan door een bouwvlak van 10 meter breed en 15 meter diep. Daarnaast is een bouwhoogte en goothoogte aangehouden van respectievelijk 8 en 4 meter.

Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is een dubbelbestemming opgenomen voor het beschermd stadsgezicht.

4.5

Verkeer en parkeren Verkeer De woning op het noordelijk perceel is vanaf de Veerseweg of de Koppelpaardenhof bereikbaar. De zuidelijke woning sluit aan op de Koppelpaardenhof (30 km/u). De betreffende wegen zijn geschikt om de (beperkte) verkeersbewegingen van en naar het de woningen op te vangen. Door het planvoornemen zal de verkeersgeneratie op de omliggende wegen toenemen. De mate van stedelijkheid van Leijsenakkers is 2 (sterk stedelijk). Voor een vrijstaande woning (koop) geldt een verkeersgeneratie van 7,3 tot 8,1 per woning per etmaal. In totaal bedraagt het aantal verkeersbewegingen per etmaal maximaal 16,2 (8,1*2). Deze verkeersgeneratie kan binnen de capaciteit van de omliggende wegen worden opgevangen. Parkeren Ten behoeve van de realisatie van twee nieuwbouwwoningen worden de parkeerplaatsen aangelegd op eigen terrein. Op basis van het gemeentelijke Nota parkeernormen 2019 dienen 2,1 parkeerplaatsen per woning gerealiseerd te worden (aandeel bezoek 0,3). Door de parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren wordt voldaan aan het gemeentelijk beleid. Conclusie De bouw van de twee woningen en de ontsluiting daarvan zijn in verkeerskundig opzicht mogelijk. De benodigde parkeerplaatsen worden aangelegd op eigen terrein en daarmee

blad 44 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen.

blad 45 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische uitvoerbaarheid

Het juridische plan Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden en gebouwen binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Daarnaast is aangesloten bij het gemeentelijke 'Handboek (digitale) bestemmingsplannen'. Voor onderhavig bestemmingsplan is de versie van PM gehanteerd. Het handboek bevat een set regels die voor alle nieuwe bestemmingsplannen binnen de gemeente Oosterhout wordt gehanteerd, waardoor sprake is van uniforme regelingen in de diverse plannen. In het Handboek is gestreefd naar standaardisering van bestemmingen en regels zoals aangegeven in de Standaard Vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer globaal tot gedetailleerd. Het onderhavige bestemmingsplan beschrijft meer dan alleen de hoofdlijnen van het beleid, doch treedt niet al te zeer in details. Uitgangspunt van het bestemmingsplan is het bieden van een flexibele, juridische regeling, zonder dat hierdoor de rechtszekerheid van de burger wordt geschaad.

De planopzet is gericht op beheer en instandhouding van de bestaande situatie. Behoud van de bestaande functies is het primaire doel van het bestemmingsplan. Eén en ander komt tot uitdrukking in de regels en blijkt ook uit de verbeelding. In de volgende paragraaf wordt inhoudelijk ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen binnen het onderhavige bestemmingsplan. Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Hierdoor is het omgevingsrecht drastisch gewijzigd. Veel toestemmingen en vergunningen die voorheen apart geregeld waren, zijn nu opgenomen in de Wabo. In de regels is de terminologie aangepast aan de Wabo. De ontheffing heet nu 'omgevingsvergunning voor het afwijken'. De bouwvergunning heet 'omgevingsvergunning voor het bouwen'. De sloop- en aanlegvergunning zijn gewijzigd in 'omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk' respectievelijk 'omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden'. De terminologie van voorliggend bestemmingsplan is hierop afgestemd.

5.2

Bestemmingen

5.2.1

Opzet regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1. Inleidende regels); De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels); Algemene regels (Hoofdstuk 3. Algemene regels); Overige regels (Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotregels). Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd:

blad 47 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid.

5.2.2

Flexibiliteitsregels Aan het bestemmingsplan kan flexibiliteit worden toegevoegd door regels op te nemen over de bevoegdheid tot het verlenen van een (binnenplanse) omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan, het stellen van nadere eisen of een wijzigingsbevoegdheid. Voor het opnemen van flexibiliteitsregels geldt als uitgangspunt dat flexibiliteitregels alleen worden gebruikt als van een wezenlijke belangenafweging sprake kan zijn. Ontwikkelingen die niet in de regels mogelijk zijn gemaakt, zijn uitsluitend mogelijk via een buitenplanse procedure.

5.2.3

Bepalen goothoogte Er is wel eens sprake van misverstanden over de wijze waarop de goothoogte of bouw- c.q. nokhoogte van een gebouw moet worden geïnterpreteerd. De goothoogte wordt bepaald vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, lichtkoepels, dakkapellen, lucht- en liftkokers, zonnepanelen, andere technische ruimten en/of technische constructies, hekwerken en antennes. Voor de meest voorkomende gevallen is hieronder aangegeven hoe de goothoogte wordt bepaald:

Figuur: dakvormen met bijhorende maatgevende goothoogte blad 48 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

Figuur: toelaatbare uitbreidingen in het dakvlak

5.2.4

Toelichting bestemmingen Hieronder worden de voorkomende bestemmingen kort toegelicht. Tuin De tot ‘Tuin’ bestemde gronden zijn bedoeld voor tuinen en groenvoorzieningen bij woningen, inritten en parkeren. Op of in deze gronden mogen uitsluitend uitbreidingen aan een woning op de aangrenzende bestemming ‘Wonen’ worden gebouwd. In de regels is aangegeven hoe groot deze uitbreidingen mogen zijn. Bestaande gebouwen in deze bestemming mogen worden gehandhaafd. Er zijn nadere regels opgenomen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Parkeren is niet toegestaan voor de voorgevel van de woning. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van dit verbod. Wonen De tot ‘Wonen’ bestemde gronden zijn bedoeld voor wonen, aan huis verbonden beroepen of aan huis verbonden bedrijven en gastouderschap, tuinen, erven en verhardingen, groen- en nutsvoorzieningen, ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf, en voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Per bouwperceel is één vrijstaande woning toegestaan. Op de verbeelding zijn bouwvlakken opgenomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen die binnen het bouwvlak worden gebouwd, en gebouwen die buiten het bouwvlak worden gebouwd. Op de verbeelding is de toegestane bebouwingstypologie (vrijstaand), de maximale goot- en bouwhoogte opgenomen.

Er zijn nadere regels opgenomen voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van een aantal bouw- en gebruiksregels. Er zijn gebruiksregels opgenomen voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep of bedrijf. Voor het verwijderen van de aawezige hagen en vegetatie is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden nodig. Waarde - Archeologie

blad 49 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Voor werkzaamheden waarbij de grond wordt geroerd tot meer dan 0,50 cm onder maaiveld en dit over een oppervlakte is van meer dan 100 m², dan moet hiervoor een vergunning voor zijn afgegeven. Deze wordt afgegeven indien uit een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport blijkt dat het archeologisch bodemarchief niet wordt verstoord. Al dan niet na het treffen van maatregelen. Waarde - Beschermd stads- en dorpsgezicht De voor ‘Waarde – Beschermd stads- en dorpsgezicht‘ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van het aan de gronden toegekende beschermd stads- en dorpsgezicht. In afwijking van het bepaalde bij andere bestemmingen mag aan de gronden en de bebouwing geen verandering worden aangebracht in de bestaande situatie ten aanzien van de karakteristieken en kenmerken: rooilijnen, (minimale en maximale) goothoogte van gebouwen en bouwwerken, bouwmassa van gebouwen en dakhelling van gebouwen.

Voor bouwwerkzaamheden en het uitvoeren van andere werken of werkzaamheden kan worden afgeweken van de regels, mits de door de aanwijzing tot beschermd stads- en dorpsgezicht te waarborgen belangen niet onevenredig worden aangetast. De monumentencommissie of een deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg dient hiertoe advies uit te brengen.

blad 50 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

Hoofdstuk 6

Handhaafbaarheid Handhaving vormt een belangrijk onderdeel van een beleidscyclus. Regels worden gesteld met als doel het beschermen van een bepaald belang. Zonder toezicht op naleving van deze regels bestaat het risico dat dit doel onvoldoende bereikt wordt. Tevens komt de gemeente ongeloofwaardig over als gestelde regels niet worden gehandhaafd. Handhaafbaarheid,draagvlaken naleefgedrag Een eerste voorwaarde voor handhaving is een duidelijk en handhaafbaar beleid en regelgeving. Om die reden worden nieuwe versies van digitale handboeken en die onderdelen van bestemmingsplannen die afwijken van het digitale handboek, door de afdeling die belast is met vergunningverlening en handhaving, gecontroleerd op uitvoerbaarheid. Ook voor dit bestemmingsplan heeft deze toets plaats gevonden. Naast handhaafbare regels dient er ook het nodige draagvlak voor het nieuwe beleid en de daaruit voortvloeiende regels te zijn. Immers zal een plan met weinig draagvlak op weinig naleefgedrag kunnen rekenen. Het creëren van draagvlak is onder andere bewerkstelligd door in de verschillende fasen van het planproces burgers, belangenorganisaties en andere belanghebbenden te betrekken, al dan niet via wettelijk bepaalde inspraakmomenten.

Preventieve en repressieve handhaving Naast repressie (handhavend optreden op het moment dat er sprake is van een overtreding) heeft preventie een belangrijke functie in de gemeentelijke handhavingsstrategie (de gemeente hanteert de landelijke handhavingsstrategie). Bij preventief handhaven spelen vooral dialoog, voorlichting en advisering een belangrijke rol. Zo voorziet het handhavingsbeleid van de gemeente Oosterhout in meer aandacht voor voorlichting en communicatie, onder andere door het uitgeven van voorlichtingsbrochures. Qua repressie voorziet het gemeentelijk handhavingsbeleid en het daarop gebaseerde integrale uitvoeringsprogramma in het continu opsporen van overtredingen van het bestemmingsplan. Ook worden er gezamenlijk met andere overheden (brandweer, politie, belastingdienst) multidisciplinaire handhavingsacties georganiseerd. Binnen dergelijke acties is er ook aandacht voor overtredingen van het bestemmingsplan. Indien een overtreding wordt geconstateerd, zal als eerste stap in het handhavingstraject telkens worden bezien of het illegale gebruik of bouwwerk op grond van het bestemmingsplan of afwijking daarvan, alsnog gelegaliseerd kan worden. Is dat niet het geval dan wordt het handhavingstraject doorgezet.

Al deze aspecten zijn vastgelegd in het beleidsplan Fysieke Leefomgeving en de daarin opgenomen handhavingsstrategie en dienen als leidraad voor de alledaagse handhavingspraktijk binnen de gemeente Oosterhout. IJkmoment, overgangsrecht en monitoring beleid Het inwerking treden van dit bestemmingsplan is een ijkmoment voor de handhaving. Indien bebouwing of gebruik afwijkt van het bestemmingsplan, zal hier tegen handhavend worden opgetreden. Tegen bebouwing en gebruik dat onder het overgangsrecht valt, kan niet handhavend worden opgetreden.

blad 51 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 (Veerseweg 54e)

Gemeente Oosterhout Projectnummer 455210.100

Hoofdstuk 7

7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid In artikel 6.12 lid 1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld als het verhalen van kosten anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld doordat de gemeente hierover overeenkomsten heeft gesloten met de eigenaren van de binnen het exploitatiegebied gelegen gronden. De gemeente heeft met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. De initiatiefnemer draagt alle kosten voor de realisering van het project en eventuele panschade. Het opstellen van een exploitatieplan is derhalve niet noodzakelijk. Geconcludeerd kan worden dat voorliggend bestemmingsplan economisch uitvoerbaar i s

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog Om direct omwonenden en belanghebbene in een vroegtijdig stadium te informeren, hebben de initiatiefnemers hen eind mei persoonlijk geïnformeerd over de wens het bestemmingsplan te herzien om op het perceel Veerseweg 54e twee woningen te mogen bouwen in plaats van één, zoals het geldende bestemmingsplan toestaat. De omwonenden hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de voorgenomen ontwikkeling. Er wordt aandacht gevraagd voor de kwaliteit van de te bouwen woningen (bouwstijl en welstandstoets). Het verslag van de omgevingsdialoog is opgenomen als bijlage 7 bij deze toelichting. Inspraak en vooroverleg Het voorontwerpbestemmingsplan “Leijsenakkers, herziening 1 – Veerseweg 54e” heeft conform de Algemene Inspraakverordening Oosterhout 2006 met ingang van 14 oktober tot en met 10 november 2021 ter inzage gelegen. Er zijn 7 reacties ingediend. In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het voorontwerp van het bestemmingsplan toegezonden aan de volgende overleginstanties: de provincie Noord Brabant en het Waterschap Brabantse Delta. Er is 1 schriftelijke overlegreactie binnen gekomen van het waterschap.

De inspraak en overleg reacties zijn verwerkt in het ‘Eindverslag inspraak en vooroverleg voorontwerp- bestemmingsplan Leijsenakkers, herziening 1 - Veerseweg 54E" welke is bijgevoegd in de bijlage 8 . In het ontwerp-bestemmingsplan zijn wijzigingen en aanvullingen aangebracht die in de genoemde eindverslag zijn opgenomen, waaronder ook enkele ambtshalve aanpssingen. De planaanpassingen en aanvullingen kwamen kort samengevat op het volgende neer: 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=476cf442-0c10-43a2-9963-6bcd7ee01b54