CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 Ontwerpbestemmingsplan

Raadsvergadering 18 april 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Hamerstuk: ZN 360313 Vaststelling bestemmingsplan “Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)”27.877 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Plangebied

Enkelbestemmingen T

Tuin

W

Wonen

Dubbelbestemmingen Leiding - Gas

WR-A

Waarde - Archeologie

Gebiedsaanduidingen

W WR-A

T

L-G

overige zone - landschappelijke inpassing wetgevingzone - omgevingsvergunning openheid

Bouwvlakken

19

[vrij]

bouwvlak

Bouwaanduidingen vrijstaand

[vrij]

10

L-G

Figuren gevellijn

N meters 0

5

10

15

Schaal 1:500

plannaam

Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

idn

NL.IMRO.0826.BSPhz29BG2013-VO01 11

bronbeheerder

werknr.

20200514-00

Gemeente Oosterhout get.

par.

ing. A. Vissers akk.

datum formaat

par.

ing. M. Kooijmans

schaal

10-11-2021 A3 1:500

postbus 4156 4900 cd oosterhout hoevestein 20b 4903 sc oosterhout 0162 - 45 64 81 www.ageladviseurs.nl

20

25

Bestandsnaam: \\agel.local\projecten\20200514-00 Groenendijk 10 te Oosteind\3 tekeningen\3 terrein\verbeelding\20200514 2021-11-10 Groenendijk 10 te Oosteind.dwg

Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 29 (Groenendijk 10)

Bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10) Gemeente Oosterhout

samen onze omgeving creëren VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken.

AGEL adviseurs 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Projectdossier Titel

:

Bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

Opdrachtgever

:

Mevr. Waas

Projectnummer

:

20200514-00

Versie / status

:

DO01

Datum

:

1 april 2022

Opgesteld door

:

M.M. Kooijman

Gecontroleerd door

:

R. Schuurmans

Akkoord projectcoördinator

:

M.M. Kooijman

AGEL adviseurs Hoevestein 20b

4903 SC Oosterhout 0162 - 456481 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl

VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken. AGEL adviseurs 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

7

HOOFDSTUK 1 INLEIDING ........................................................................................... 1 1.1

Algemeen ................................................................................................................... 1

1.2

Plangebied: ligging en begrenzing ............................................................................... 1

1.3

Geldende bestemmingsplannen ................................................................................... 2

1.4

Leeswijzer .................................................................................................................. 3

HOOFDSTUK 2 BESCHRIJVING PLANGEBIED .............................................................. 4 2.1

Historische beschrijving ............................................................................................... 4

2.2

Structuur plangebied ................................................................................................... 5

HOOFDSTUK 3 BELEID ............................................................................................... 11 3.1

Rijksbeleid ................................................................................................................ 11

3.2

Provinciaal beleid ...................................................................................................... 14

3.3

Beleid waterschap Brabantse Delta ............................................................................ 17

3.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 17

HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSASPECTEN ...................................................................... 25 4.1

Archeologie en cultuurhistorie.................................................................................... 25

4.2

Bodem ..................................................................................................................... 28

4.3

Water ...................................................................................................................... 29

4.4

Natuur ..................................................................................................................... 31

4.5

Milieu-aspecten ........................................................................................................ 34

4.6

Duurzaamheid .......................................................................................................... 43

4.7

Overige aspecten ...................................................................................................... 43

HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE UITVOERBAARHEID...................................................... 44 5.1

Het juridische plan .................................................................................................... 44

5.2

Bestemmingen.......................................................................................................... 44

HOOFDSTUK 6 HANDHAAFBAARHEID ....................................................................... 48 6.1

Handhaafbaarheid, draagvlak en naleefgedrag ........................................................... 48

6.2

Preventieve en repressieve handhaving ...................................................................... 48

6.3

IJkmoment, overgangsrecht en monitoring beleid ....................................................... 48

HOOFDSTUK 7 UITVOERBAARHEID ........................................................................... 49 7.1

Economische uitvoerbaarheid .................................................................................... 49

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 49

Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12:

Certificaat Bouwtitel ruimte voor ruimte; ‘Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Groenendijk 10 te Oosteind (gemeente Oosterhout), d.d. 15 januari 2021 van Aeres Milieu B.V.; ‘Vooronderzoek Groenendijk 10 te Oosteind’, d.d. 28 november 2019 van Aeres Milieu B.V.; ‘Onderbouwing wateraspect Groenendijk 10 te Oosteind’, d.d. 2 december 2019 van Aeres Milieu B.V.; ‘Quickscan natuurwetgeving Groenendijk 10 te Oosteind’, d.d. 26 november 2019 van Aeres Milieu B.V.; Rekenresultaten AERIUS Calculator ‘Quick scan Externe veiligheid Groenendijk 10 te Oosteind’, d.d. 16 juni 2020 van Aeres Milieu B.V.; ‘Geluidnotitie plan Groenendijk 10’, d.d. 22 december 2021 van gemeente Oosterhout; ‘Besluit hogere waarde’ van gemeente Oosterhout; ‘Omgevingsdialoog Groenendijk 10, Oosteind’, 2022; Advies Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 2022; Wateradvies.

1

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1

Algemeen Ter hoogte van Groenendijk 10 te Oosterhout ligt een agrarisch perceel. Het perceel is al decennia lang in het bezit van de familie Waas. Het perceel is al deze jaren door de familie gebruikt als moestuin en als een plek om te ontspannen. Deze plek heeft dan ook een grote emotionele betekenis voor de familie. Een familielid heeft het idee opgevat ter plaatse een woning te bouwen en hier samen met haar moeder te gaan wonen. De realisatie van een woning past echter niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Om één en ander te kunnen realiseren dient er voor de nieuwe locatie een nieuw ruimtelijk en functioneel kader te worden bepaald in de vorm van een nieuw bestemmingsplan. Op 20 mei 2019 heeft het college van B&W besloten in principe medewerking te verlenen aan het verzoek. Voor wonen in het buitengebied dient gebruik te worden gemaakt van de ruimte voor ruimte regeling van de provincie Noord-Brabant. Bij de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte II CV is de benodigde titel aangekocht.

Figuur 1: Situering van het plangebied : het gebied ligt ten noorden van de kern Oosteind in het bebouwingslint langs de Groenendijk

1.2

Plangebied: ligging en begrenzing Het plangebied maakt onderdeel uit van het buitengebied van de gemeente Oosterhout en betreft een moestuin met een voormalig nutsgebouwtje, dat momenteel gebruikt wordt voor opslag van materialen. Het perceel, kadastraal bekend als gemeente Oosterhout sectie V nummer 177, plaatselijk bekend als Groenendijk 10 kent een oppervlakte van 1.592 m2 en ligt ten noorden van het kerkdorp Oosteind.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 1 van 49

De westelijke plangrens wordt bepaald door de Groenendijk. De oostelijke en zuidelijke grens van het perceel zijn in het veld herkenbaar door de aanwezige opgaande bosschage. De noordelijke begrenzing van het plangebied wordt bepaald door een rij fruitbomen.

Figuur 2: Luchtfoto met plangebied met rode omranding aangegeven

1.3

Geldende bestemmingsplannen Voor het plangebied gelden het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013, incl. Lint Oosteind’ (vastgesteld 28 augustus 2014) en het bestemmingsplan ‘Reparatieherziening buitengebied 2016’ (vastgesteld 27 mei 2016). Voorliggend plangebied is in het geldende bestemmingplan bestemd tot ‘Agrarisch’ met de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie’. Op de voor Agrarisch aangewezen gronden is agrarisch gebruik met nevenactiviteiten mogelijk. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan.

Figuur 3: Uitsnede "Bestemmingsplan “Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind)” van de gemeente Oosterhout 20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 2 van 49

Ter plaatse van de aanduiding ‘wetgevingszone - omgevingsvergunning openheid’ is het beleid voor dit deel van het plangebied gericht op het behoud van de landschappelijke waardevolle openheid van het gebied. De ontwikkeling van een woning is niet mogelijk volgens het geldende bestemmingsplan, waardoor deze planherziening noodzakelijk is. 1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het plangebied en zijn omgeving nader omschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het geldende beleid. Tevens worden hierin eventuele nieuwe ontwikkelingen beschreven, die worden meegenomen in dit plan. Indien sprake is van nieuwe ontwikkelingen, worden in hoofdstuk 4 de planuitgangspunten hiervan beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische uitvoerbaarheid en hoofdstuk 6 over de handhaafbaarheid. In hoofdstuk 7 wordt tenslotte de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan beschreven.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 3 van 49

2

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied

2.1

Historische beschrijving De kern Oosterhout is ontstaan op de grens van zand- en kleigronden, op een kruising van landwegen. De kern Oosterhout heeft zich in eerste instantie ontwikkeld langs een aantal linten, die in een uitwaaierend patroon richting de kernen in de omgeving liepen. Op de kruising van de bebouwingslinten ontstond een groot dorp met van oorsprong een open ruimtelijke structuur. In de 19e eeuw vond rond de pleinen Markt en Heuvel verdichting van deze structuur plaats. Hier ontstond een centrumgebied waar handel en nijverheid zich vestigden.

Figuur 4: Oosterhout rond 1900

Naast deze belangrijkste dorpskern ontwikkelden zich in het buitengebied verschillende buurtschappen en kleinere dorpen, die voornamelijk een agrarische functie hadden. Kenmerkend voor Oosterhout waren de wegen die in een sterpatroon samenkwamen op de Markt en de kern Oosterhout verbonden met de omliggende plaatsen zoals Breda, Geertruidenberg en Dongen. Deze nieuwe woonbuurten waren de eerste grootschalige planmatige uitbreidingen van Oosterhout, dat tot die tijd voornamelijk kleinschalige, incidentele groei had doorgemaakt. Het Slotjesveld, ten zuiden van de Ridderstraat, bleef vrij van woningbouwontwikkelingen, waardoor een groene plek in het stedelijk gebied ontstond. In de jaren 60 van de vorige eeuw werd aan de zuidzijde van het Wilhelminakanaal de woonwijk Oosterheide gebouwd. Ook werd in deze periode de A27 aangelegd, in de jaren ’70 gevolgd door de A59. In paragraaf 4.1 wordt verder ingegaan op de cultuurhistorische en archeologische waarden binnen het plangebied.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 4 van 49

De kern Oosteind is van oorsprong ontstaan als een bebouwingslint aan de Provincialeweg en wordt hier dan ook gekenmerkt door vrijstaande bebouwing op ruime en diepe percelen. In de tweede helft van de 20e eeuw heeft een planmatige uitbreiding van de kern plaatsgevonden aan de zuidzijde van het bebouwingslint. Ten noorden van de Provincialeweg was de Groenendijkse Haven gelegen.

Figuur 5: Uitsnede topografische kaart anno 1860 met in rood het plangebied

Bron: Topotijdreis

De haven - net als die van Oosterhout eigenlijk een havenkanaal - lag langs de huidige Groenendijk. Van dit havenkanaal is nu niet meer dan een smalle sloot over. Tussen 1954 en 1970 vond ruilverkaveling van de Willemspolder en de Dongendijkse Polder plaats. Behalve de vervanging van de langgerekte kavels door blokvormige kavels en de aanleg van wegen leidde dit ook tot de bouw van de eerste woningen in deze polders en tot het dempen van de Groenendijkse haven (Bron: Erfgoedkaart Oosterhout). 2.2

Structuur plangebied Bestaande situatie Het plangebied ligt langs één van de uitlopers van de lintbebouwing van de Provincialeweg van het kerkdorp Oosteind. De lintbebouwing van Oosteind heeft een gemengde samenstelling, waarbij woningen worden afgewisseld met agrarische en niet-agrarische bedrijven. In de loop der jaren heeft de lintbebouwing zich verder uitgebreid langs verschillende zijwegen van de Provincialeweg. Eén van deze wegen betreft de Groenendijk.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 5 van 49

1930

1960

2000

2020

Figuur 6: Overzicht historische groei lintstructuur Oosteind

Bron: Topotijdreis

Het bebouwingslint van de Groenendijk wordt gekenmerkt door een afwisseling van open en gesloten percelen langs de oost- en westzijde van de weg. Niet-agrarische percelen, in de vorm van woonpercelen, zijn vaak omsloten door bosschages en/of hagen. Deze gesloten percelen worden afgewisseld met open agrarische percelen. Deze open percelen zorgen voor doorzichten vanaf de Groenendijk en vanuit de aanwezige woningen, tussen de lintbebouwing door, naar het aangrenzende buitengebied.

Figuur 7: Luchtfoto met in groen de beslotenheid van de percelen en met (witte) pijlen de doorzichten naar het buitengebied

De grootte en vorm van de percelen van de lintbebouwing is zeer afwisselend. Over het algemeen neemt de grootte van de percelen toe naarmate verder het buitengebied ingegaan wordt.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 6 van 49

Ten zuiden van het plangebied ligt op een afstand van ongeveer 50 meter van het plangebied een reguliere woning (Groenendijk 9). Aan de overzijde van de Groenendijk zijn twee reguliere woningen gelegen (Groenendijk 11 en 19). Deze woningen liggen op een afstand van 20 meter vanaf de plangrens. De woningen zijn allen voorzien van een kap en zijn afwisselend met hun kap evenwijdig of loodrecht op de weg georiënteerd. De woningen ten westen van de Groenendijk zijn, in tegenstelling tot de woningen aan de oostzijde, op enige afstand van de weg gepositioneerd. Aan de westzijde van de weg is een duidelijk herkenbare rooilijn aanwezig.

Figuur 8: Topografische kaart met ligging bebouwing ten opzichte van de Groenendijk.

Het plangebied wordt aan de zuid- en zuidoostkant afgescheiden van de aangrenzende percelen door middel van een begroeiing van meer dan 2 meter hoog. Op het zuidelijk deel van perceel bevindt zich een voormalig gasverdeelstation (Groenendijk 10), dat momenteel gebruikt wordt als opslag voor (tuin)materiaal. Het verdeelstation is in 1959 gebouwd door het lokale energiebedrijf Intergas. Er is gas, water en elektriciteit aanwezig in het pand. Ook ligt er een rioolaansluiting. De ontsluiting van het perceel ligt direct voor de bebouwing van het (voormalige) verdeelstation.

Figuur 9: Luchtfoto plangebied, waarop het (voormalige) verdeelstation met een oranje stip is aangegeven.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 7 van 49

Toekomstige situatie De locatie maakt deel uit van een bebouwingscluster aan de Groenendijk. Dit cluster bestaat uit (voormalige) agrarische bedrijven en vrijstaande burgerwoningen in een open, vrij losse setting. Het bebouwingscluster heeft een uitermate landelijk karakter en bestaat uit overwegend vrijstaande panden van wisselende ouderdom, met één of twee bouwlagen en alle voorzien van een kap. De woningen zijn in de eerste lijn vanaf de weg gesitueerd. De aanwezige agrarische bedrijfsgebouwen en oorspronkelijke agrarische bijgebouwen zijn in de tweede lijn vanaf de weg gesitueerd, maar zijn door schaalsprong en massa vaak nog wel bepalend in het beeld. Uitgangspunt voor de onderhavige planontwikkeling is het realiseren van één vrijstaande woning ter plaatse van Groenendijk 10. Bij de positionering van de toekomstige woning is rekening gehouden met de afwisselende open en gesloten bebouwingsstructuur en de aanwezige woonbebouwing. De woning wordt evenwijdig aan Groenendijk op een afstand van circa 13 meter van de kant van de weg gesitueerd. Op deze wijze wordt aangesloten bij het huidige verloop van afwisselende kaprichtingen en de afstand van de bestaande bebouwing tot de weg. Met een perceeldiepte van circa 40 meter sluit de diepte van het perceel aan bij de gemiddelde diepte van de omliggende percelen.

Verder is er ruime afstand aangehouden ten opzichte van de naastgelegen bebouwing. Dit, om de openheid te waarborgen. Om de afwisseling tussen de open en gesloten bebouwingsstructuur te waarborgen is het verder gewenst dat de woning zoveel mogelijk in het zuidelijk deel van het perceel wordt opgericht. Hiertoe wordt het bestaande (voormalige) gasverdeelstation gesloopt. Landschappelijke inpassing De provincie Noord-Brabant hecht veel belang aan een goede landschappelijke inpassing bij nieuwe ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied dient ingevolge de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van de projectlocatie en de naaste omgeving.

Kwaliteitsverbetering landschap

In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov) is vastgelegd dat iedere ontwikkeling in het buitengebied gepaard moet gaan met een fysieke kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 3.9). Hoe deze kwaliteitsverbetering er uit moet zien en welke waarde deze moet vertegenwoordigen, hangt af van de impact van het plan op het landschap en de te verwachten grondwaardevermeerdering. Doordat de ruimte-voor-ruimte regeling zelf al bijdraagt aan een investering in het landschap, is artikel 3.9 niet van toepassing op onderhavige planontwikkeling.

Landschappelijke inpassing

In geval de kwaliteitsverbetering elders wordt uitgevoerd (ruimte voor ruimte), geldt ter plaatse van de ontwikkeling uiteraard wel een goede landschappelijke inpassing. De lintbebouwing aan de Groenendijk wordt omringd en dooraderd met opgaand groen. Er omheen liggen de meer open akkergebieden, waardoor er vanuit het noorden een goed uitzicht is op de groen dooraderde lintbebouwing. Het beeld van buitenaf wordt in hoge mate bepaald door de opgaande boombeplanting rondom de percelen. Deze boombeplanting (bosschage) is op het aangrenzende perceel aanwezig. Dit perceel is niet in eigendom van de initiatiefnemer. In het noordelijk deel van het plangebied is een rij van fruitbomen aanwezig. Deze rij van fruitbomen staat loodrecht op de Groenendijk. Deze lijn sluit aan bij de beplanting langs de perceelgrenzen van de omliggende percelen, die ook loodrecht op de Groenendijk staan. Ten noorden van de rij staat buiten het plangebied nog een solitaire rij van bomen.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 8 van 49

De openheid van de rij van fruitbomen past bij het gewenst open beeld in dit deel van het plangebied en het is gewenst om deze structuur te behouden en in het kader van landschappelijke inpassing te versterken. Aansluitend op het groene beeld van de omliggende percelen wordt aan de voorzijde van het perceel een brede haag voorgestaan. Verder blijven de bestaande notenbomen en de eikenboom behouden. De betreffende gronden zijn op de verbeelding vastgelegd door middel van de aanduiding ‘overige zone – landschappelijke inpassing’. Ter plaatse van deze aanduiding mogen de gronden alleen worden gebruikt als landschappelijke inpassing ten behoeve van de op het bestemmingsvlak toegestane bouwwerken en voorzieningen. Bouwwerken zijn uitgesloten. De realisatie van de landschappelijke inpassing is in de regels als voorwaarde voor de ontwikkeling opgenomen.

Figuur 10: Landschappelijke inpassing

In de vorige figuur is het gebied van de toekomstige landschappelijke inpassing, zoals ook aangeduid op de verbeelding, van de ruimte voor ruimtewoning opgenomen. De inpassing is nader uitgewerkt in een landschappelijk inpassingsplan, die als bijlage bij de planregels van het bestemmingsplan opgenomen. De aanleg en duurzame instandhouding van het landschappelijk inpassingsplan is geborgd via een voorwaardelijke bepaling in de regels. Verkeer en parkeren

Verkeer

De ontsluiting van de woning vindt plaats via de Groenendijk, een plattelandsweg waarlangs meerdere woningen en agrarische bedrijven liggen. Voor de ontsluiting wordt gebruikt gemaakt van de meest zuidelijk gelegen bestaande in- c.q. uitrit van het perceel. De noordelijk gelegen inrit komt te vervallen. Op het eigen terrein wordt rekening gehouden met voldoende ruimte om te keren op eigen terrein. De realisatie van een woning leidt tot een marginale toename van het aantal verkeersbewegingen via de Groenendijk. Voor een vrijstaande koopwoning moet volgens de CROW worden uitgegaan van een dagelijkse verkeersgeneratie van gemiddeld 8 verkeerbewegingen per etmaal.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 9 van 49

Parkeren

In de gemeentelijke parkeernota is opgenomen dat voor woningen in het dure segment een norm van 2,1 parkeerplaatsen per woning wordt gehanteerd (incl. 0,3 voor bezoekers). Op basis van het parkeerbeleid van de gemeente Oosterhout dient per woning voorzien te worden in 2 parkeerplaatsen op het eigen terrein. Het dient hier te gaan om twee naast elkaar gelegen parkeerplaatsen. Stedenbouwkundige randvoorwaarden De ontwikkeling van de nieuwe woning dient aan te sluiten bij de ruimtelijke karakteristiek van het gebied en krijgt een landelijke uitstraling. Hierbij wordt aangesloten bij de landelijke woningen die in de omgeving gebouwd zijn. Om de gewenste ruimtelijk kwaliteit te bereiken, zoals deze in voorgaande paragrafen omschreven is, gelden onderstaande stedenbouwkundige randvoorwaarden. a. Woningtype: vrijstaande woning, aansluitend bij de woningen in de omgeving; dit is vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan, waarin is bepaald dat er per bouwvlak maar één (vrijstaande) woning aanwezig mag zijn; b. Openheid: de woning wordt in het zuidelijk deel van het perceel gesitueerd. Dit is geborgd door de ligging van het bouwvlak. Aanvullend is op de verbeelding de aanduiding ‘gevellijn’ opgenomen. Hiervoor geldt dat het hoofdgebouw in deze lijn dient te worden gebouwd. Hiermee wordt openheid aan de noordzijde van het perceel gewaarborgd.

Vanuit het geldend bestemmingsplan is verder de gebiedsaanduiding ‘wetgevingzone omgevingsvergunning openheid’ overgenomen. c. Afstand voorgevelrooilijn tot de rand van de weg minimaal 13 meter; dit is vastgelegd op de verbeelding en in de regels: een woning moet in het bouwvlak worden geplaatst, de afstand van het bouwvlak tot de voorste perceelsgrens (grenzend aan de Groenendijk) bedraagt circa 7 meter; d. Afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 3 meter; dit is vastgelegd in de regels; e. Maximale inhoud hoofdgebouw 750m³: dit is vastgelegd in de regels; f. Maximaal toegestane goot- en nokhoogte hoofdgebouw, 4,5 resp. 9,0 meter: dit is vastgelegd in de regels; g. Maximale goot- en nokhoogte aan- en bijgebouwen, 3,5 respectievelijk 6 meter: dit is vastgelegd in de regels; h. Om qua woonvorm aan te sluiten bij de woningen in de omgeving is een kap gewenst: dit is vastgelegd in de regels; i. Situering van de bijgebouwen minimaal 3 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; dit is vastgelegd in de regels; j. Parkeren op eigen erf conform parkeernormen gemeente; dit is vastgelegd in de regels; k. Erfafscheidingen aan de voorzijde maximaal één meter hoog; dit is vastgelegd in de regels; l. Voor de ontsluiting van het perceel wordt gebruik gemaakt van de bestaande in- c.q. uitrit.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 10 van 49

3

Hoofdstuk 3 Beleid

3.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie De Rijksoverheid werkt aan een nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook een Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met deze visie geeft het Rijk de hoofdlijnen van de gewenste kwaliteit van de leefomgeving, de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren beleid. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling, die gebiedsgericht worden ingezet. De NOVI is op 11 september 2020 naar de tweede kamer gestuurd en nog niet in werking getreden. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving.

Figuur 11: Kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 11 van 49

De structuurvisie schetst ontwikkelingen en legt de ambities tot 2040 vast. De ambities zijn: 1. Concurrentiekracht; 2. Bereikbaarheid; 3. Leefbaarheid en veiligheid. Het Rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland;  Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;  Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven. De structuurvisie regelt geen specifieke zaken op provinciaal of lokaal niveau. De verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal laat het Rijk over aan de provincies. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Eén van de belangrijkste instrumenten is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro). Het Barro is de juridische vertaling van de kaderstellende uitspraken die in de SVIR zijn geformuleerd en bevat regels ter bescherming van de nationale belangen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in ruimtelijke plannen van lagere overheden waaronder ook gemeentelijke bestemmingsplannen.

In het Barro komen de volgende veertien nationale belangen terug: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Ecologische hoofdstructuur (EHS); 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. In het verlengde van het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Hierna: Rarro) van kracht. Deze regeling bevat o.a. een uitwerking van het al eerder in het Barro gepubliceerde ruimtelijke regime rond radars voor militaire luchtvaart en een aanwijzing van reserveringsstroken ten behoeve van uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Toetsing bestemmingsplan

Radarstations

De Nederlandse staat heeft acht essentiële militaire radarstations in gebruik waarmee een radarbeeld van het Nederlands luchtruim wordt opgebouwd voor de beveiliging van het nationale luchtruim en voor de veilige afhandeling van het militaire en het burgerluchtverkeer. Radarsystemen dienen ‘vrij zicht’ te hebben om goed te kunnen functioneren. Bij de vaststelling van bestemmingsplannen moet zeker zijn gesteld dat de radars een goed beeld van het luchtruim behouden en dat dat beeld niet in onaanvaardbare mate wordt verstoord door hoge objecten.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 12 van 49

Figuur 12: Uitsnede ‘Kaart radarstations en radarverstoringsgebieden’ Bron: wetten.overheid.nl

Het gehele plangebied valt binnen het ‘Radarverstoringsgebied maximale hoogte 90 meter t.o.v. NAP’. De maximale toegestane hoogte in het plangebied is, lager dan de maximale toegestane hoogte van 113 meter voor objecten. Conclusie Het plangebied raakt een van de veertien nationale belangen, het betreft een radarverstoringsgebied. Aangezien in het plangebied een enkele woning mogelijk wordt gemaakt met een maximale bouwhoogte van 9 meter wordt voldaan aan de uitgangspunten van het Barro. Besluit ruimtelijke ordening (Bro)/ Ladder voor duurzame verstedelijking Het doel van de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' (de 'Ladder') is het bewerkstelligen van een zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden en met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR; zie boven) binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Per 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij de systematiek van de Ladder is vernieuwd.

Indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, dient daarvoor op grond van de Ladder in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording te worden gegeven:

"De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt: a. bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling; b. en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."

Ten opzichte van de ‘vorige Ladder’ bevat de ‘nieuwe Ladder’ geen treden meer. De motivatiegrond voor goede plannen blijft echter wel bestaan en het ruimtelijk verzorgingsgebied blijft leidend bij afwegingen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. De voor de Ladder te hanteren definities zijn ongewijzigd gebleven, zodat de uitgezette lijn in de jurisprudentie in stand blijft. Alle nieuwe bestemmingsplannen die met ingang van 1 juli 2017 worden vastgesteld, moeten worden getoetst aan de nieuwe Ladder. Als de Ladder niet van toepassing is op het plan, blijft wel een motivering nodig waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 13 van 49

Toetsing bestemmingsplan Het is van belang om bij de vaststelling van bestemmingsplannen e.d. de ladder voor duurzame verstedelijking juist toe te passen. Maar voordat daaraan wordt toegekomen, moet worden bezien of de ladder wel van toepassing is. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleinschalige ontwikkelingen. De grens van een stedelijke ontwikkeling is voor woningbouw gelegen op 12 woningen, zo blijkt uit jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3.) Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van één woning. Dit is geen stedelijke ontwikkeling, zoals benoemd in de eerste stap van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Verdere toetsing aan de ladder duurzame verstedelijking is daarom achterwege gelaten. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan is conform het geldende rijksbeleid. 3.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving' vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt de voorheen geldende structuurvisie ruimtelijke ordening 2010 en de partiële herziening 2014. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking.

Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. De uitwerking van de ambitie in programma’s heeft nog niet plaatsgevonden. Het is derhalve nog niet mogelijk initiatieven te toetsen aan de omgevingsvisie. Totdat de programma’s zijn uitgewerkt, worden de initiatieven voorlopig nog getoetst aan de ‘Structuurvisie 2010 – partiele herziening 2014’. Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014 Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 (SVRO) vastgesteld. De SVRO is opgebouwd uit twee onderdelen. In onderdeel A wordt de kern van de visie verwoord op ruimtelijke ontwikkelingen van Noord-Brabant. Het landschap en de wijze waarop dit moet worden versterkt, staan in dit onderdeel voorop. Deel B van de structuurvisie beschrijft de wijze waarop de provincie de visie uitwerkt in vier robuuste ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur.

In de structurenkaart (zie volgende figuur) van de SVRO is het plangebied aangeduid als ‘Gemengd landelijk gebied’. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies.. De ontwikkeling die dit bestemmingsplan voorziet, het toevoegen van een ruimte voor ruimte woning, past binnen deze structuur.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 14 van 49

Figuur 13: Uitsnede Structurenkaart, Structuurvisie 2010-partiële herziening 2014

Bron: provincie Noord-Brabant

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant heeft op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening NoordBrabant (Iov) vastgesteld. De Iov is een planologische verordening waarin eisen gesteld worden aan de door de gemeente op te stellen ruimtelijke plannen en vormt een direct toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de Iov zijn regels opgenomen waarvan de provincie het belangrijk vindt dat die door iedere gemeente worden toegepast bij ruimtelijke besluiten. De onderwerpen die in de Iov staan, vinden hun basis in de in december 2018 vastgestelde Brabantse omgevingsvisie. De omgevingsvisie formuleert een vijftal hoofdopgaven en ambities voor 2050 gericht op het bereiken van een gezond en veilig Brabant met een goede omgevingskwaliteit. In de Iov zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is.

Binnen een hoofdstuk is een verdeling gemaakt naar relevante beleidsthema’s waarbij per hoofdstuk zoveel mogelijk eenzelfde volgorde is gekozen. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is met name hoofdstuk 3 van belang. Hierin zijn namelijk de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen bij de uitvoering van hun bevoegdheden in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in artikel 3.5 van de Iov. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar een plangebied in is gelegen. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan moet de gemeenteraad de regels uit de Iov toepassen. In de volgende alinea’s wordt ingegaan op de relevante kaders die vanuit de Iov aan voorliggend bestemmingsplan worden gesteld.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 15 van 49

Toetsing bestemmingsplan Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan is in de Iov aangegeven als ‘Landelijk gebied’. Verder kent het gebied geen specifieke aanduidingen, die van belang zijn voor de ontwikkeling van een woning.

Figuur 14: Uitsnede verbeelding Iov

In het landelijk gebied wordt een plattelandseconomie nagestreefd. In de Iov is bepaald dat in een landelijk gebied nieuwbouw van bedrijfs- of burgerwoningen is uitgesloten. Op basis van artikel 3.80 kan van dit verbod worden afgeweken indien het bestemmingsplan voorziet in de bouw van één of meerder ruimte-voor-ruimtekavel, iedere ten behoeve van één woning indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt in Verstedelijking afweegbaar.

Ad a:

Voor de ontwikkeling van de ruimte-voor-ruimtewoning is een titel aangekocht bij de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarde van de kwaliteitswinst.

Ad b:

Een bebouwingsconcentratie betreft een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster. Het voorliggende plangebied maakt onderdeel uit van een bebouwingslint als reeks van bebouwing langs een weg in Landelijk gebied. Ook is het plangebied gelegen in de kernrandzone van de kern Oosteind. Een kernrandzone is in de Interim omgevingsverordening omschreven als een overgangszone van bestaande stedelijk gebied naar het buitengebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar met een toenemende menging van functies. In paragraaf 2.2 is de ruimtelijke inpasbaarheid nader beschreven. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarde van een bebouwingsconcentratie.

Ad c:

In paragraaf 2.2 is de landschappelijk inpassing nader beschreven. Een goede landschappelijk inpassing is verzekerd en vastgelegd in de planregels. 20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 16 van 49

Ad d:

De locatie is niet gelegen in Verstedelijking afweegbaar. Verder betreft de ontwikkeling de realisatie van een ruimte voor ruimte woning in een bestaand bebouwingslint. Het is geen aanzet tot een stedelijke ontwikkeling Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3

Beleid waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits en –kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het waterbeheersplan 2010-2015, wat is afgestemd op Europees, nationaal en provinciaal beleid. Speerpunten uit het waterbeheerplan zijn veiligheid, droge voeten, voldoende water, gezonde natuur, schoon water, genieten van water en het waterschap als calamiteitenorganisatie. Het waterschap heeft in een toetsingskader RO “De ruimte blauw geordend” aangegeven wat de ruimtelijke consequenties zijn van het waterbeleid. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de Legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd.

In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de ‘beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Door middel van de verplichte watertoets ziet het waterschap toe op de uitvoering van hun beleid. Hiermee wordt gewaarborgd dat bij nieuwe ontwikkelingen het waterbeheer wordt meegenomen. De watertoets krijgt vorm via het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (zie paragraaf 4.3)

3.4

Gemeentelijk beleid (Concept) Omgevingsvisie Oosterhout De gemeente is bezig met het opstellen van de Omgevingsvisie Oosterhout. In deze visie worden de ambities uit de Toekomstvisie 2030 geconcretiseerd en uitgewerkt, zowel naar thema’s als naar de verschillende wijken en gebieden binnen de gemeente. Hierdoor ontstaat een overzicht en een meer samenhangend beeld over welke opgaven er liggen om te komen tot het in de toekomstvisie geschetste toekomstperspectief. Naast de Toekomstvisie ligt ook het gemeentelijk beleid en de opgaven voortvloeiend uit (nieuwe) wet- en regelgeving aan de basis van deze Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie nodigt uit, inspireert en geeft de kaders om ontwikkelingen op een Oosterhoutse wijze plaats te laten vinden. De toekomstvisie wordt gebruikt (samen met de programma’s, het (sectoraal) beleid) om te ‘toetsen’, of ontwikkelingen die op de gemeente afkomen, bijdragen aan de Oosterhoutse ambities. 20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 17 van 49

Toetsing bestemmingsplan Bij het voorliggende bestemmingsplan is rekening gehouden met het concept van de Omgevingsvisie Oosterhout. Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het deelgebied ‘Oosteind en omringend buitengebied’. De visie beschrijft geen specifieke belangrijke opgaven voor het plangebied. Wel worden enkele algemene doelstellingen benoemd, waarmee bij de ontwikkeling rekening mee dient te worden gehouden: - Ontwikkeling mag geen invloed hebben op het dorpse karakter van Oosteind en wordt ingepast in het omringende landschap; - Een woning realiseren voor zo breed mogelijke doelgroepen; - Aandacht voor duurzaamheid door gebruik van duurzame materialen; Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met het concept van de Omgevingsvisie Oosterhout. Structuurvisie Door de gemeenteraad van Oosterhout is op 22 oktober 2013 een structuurvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente Oosterhout vastgesteld. Op basis van deze structuurvisie wordt invulling gegeven aan het behoud en de verdere versterking van de positie van Oosterhout. De structuurvisie vormt enerzijds een belangrijke inspiratie- en informatiebron, zodat eenieder op adequate wijze kennis kan nemen van de diverse projecten en de samenhang daartussen.

Anderzijds geeft de structuurvisie duidelijk richting aan de wijze waarop het gemeentebestuur omgaat met initiatieven op de verschillende beleidsterreinen. De structuurvisie bevat geen verplichtingen naar derden. Bij de beoordeling van initiatieven van derden wordt deze visie als toetsingskader gehanteerd. De kern van de structuurvisie kan als volgt worden samengevat:  Continuering van het versterken van kwaliteit;  Transformatie en structuurversterking;  Versterken (netwerken van) voorzieningen;  Kwaliteitsslag buitengebied;  Betere bereikbaarheid. In de structuurvisie worden de verschillende ontwikkelingen per thema, (wonen, werken, voorzieningen, recreatie, verkeer etc.) omschreven.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 18 van 49

Figuur 15: Structuurvisie Oosterhout

Beoordeling en conclusie Voor het realiseren van een woning in het buitengebied zijn geen specifieke voorwaarden opgenomen in de visie. Het wijzigen van het perceel van een agrarische bestemming naar een woonbestemming is niet in strijd met het concept van de Omgevingsvisie Oosterhout. Woonvisie 2016 – 2021 De Woonvisie 2016 – 2021 is op 24 mei 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Binnen het wonen en aangrenzende beleidsvelden hebben zich sinds 2011 vele veranderingen voorgedaan die hun weerslag hebben op het wonen. De invoering van de gewijzigde Woningwet op 1 juli 2015 is bepalend voor de corporatiesector en hiermee het te voeren woonbeleid. Corporaties dienen volgens de wet terug te keren naar hun kerntaak, namelijk het bouwen, verhuren en beheren van sociale huurwoningen. Daarnaast heeft de transitie in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) door de scheiding van wonen en zorg directe gevolgen voor het wonen. De richting van de Woonvisie is onderbouwd op basis van demografische ontwikkelingen en (lokale) onderzoeken. De regionale ontwikkelingen en de rol die Oosterhout daarin heeft en neemt, zijn daarbij tevens van invloed op het Oosterhoutse woonbeleid.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 19 van 49

De volgende hoofdthema's zijn door de gemeenteraad en de externe partners van belang geacht voor het woonbeleid in Oosterhout: 1. 2.

3.

4. 5.

6.

Betaalbaarheid: Het is de wens om mensen met een laag of middeninkomen een goed perspectief op de woningmarkt bieden. Belangrijk hierbij is dat de woningvoorraad aansluit op wensen en mogelijkheden van de bewoners, zowel nu als in de toekomst. Het sociaal domein: Vanaf 2015 is de langdurige zorg ingrijpend hervormd. Doel is om mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. De personen die door de nieuwe wetgeving niet meer in aanmerking komen voor intramurale zorg zullen zelfstandig binnen de reguliere woningvoorraad huisvesting moeten vinden en zich daar in hun zorgbehoefte moeten voorzien. De scheiding van wonen en zorg heeft directe gevolgen voor de bestaande woningvoorraad maar ook voor nieuw te bouwen woningen. Deze woningen moeten door aanpassingen kwalitatief geschikt te maken zijn voor het (langer) zelfstandig bewonen. Duurzaamheid: Oosterhout wil een duurzame woongemeente zijn onder andere door te investeren in duurzame nieuwbouw en het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Meer concreet betekent dit goed geïsoleerde woningen met een gezond binnenklimaat, toekomstbestendige woningen, een laag energieverbruik. Huishoudens zijn een belangrijk deel van hun besteedbaar inkomen kwijt aan energielasten. Verduurzaming is noodzakelijk om de woonlasten beheersbaar te houden en de duurzaamheidsambities van Oosterhout te halen.

Bijzondere doelgroepen: In de afgelopen jaren is de woningvraag vanuit bijzondere doelgroepen toegenomen. Doelgroepen als statushouders, arbeidsmigranten en herstarters verdienen gezien hun specifieke situatie en mogelijkheden extra aandacht bij het huisvestingsvraagstuk. Leefbaarheid / Leefomgeving: De kwaliteit van het wonen in Oosterhout is voor een deel afhankelijk van de woonomgeving. De leefbaarheid van de leefomgeving is van groot belang voor de kwaliteit van het wonen voor nu en in de toekomst. De voorzieningen op het gebied van detailhandel, horeca, sport en recreatie dragen bij aan de leefbaarheid en hiermee de aantrekkelijkheid van de gemeente. Flexibiliteit woningbouw: Mede op basis van de hoofdthema's is in beeld te brengen welke kwantitatieve en kwalitatieve woningvraag er in Oosterhout bestaat. Uitgangspunt is dat er gebouwd wordt naar de vraag en er wordt ingespeeld op de behoeften vanuit de woningmarkt. Bouwen naar behoefte vraagt om flexibiliteit, daarom is het van belang de kwantitatieve en kwalitatieve vraag in beeld te hebben.

Beoordeling en conclusie Het realiseren van een ruimte voor ruimte woning in het buitengebied is in overeenstemming met de Woonvisie. Nota Parkeernormen 2019 Het gemeentelijke parkeerbeleid is vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen 2019’. Deze nota is door de gemeenteraad op 22 mei 2019 vastgesteld. De nota benoemt gewenste, heldere uitgangspunten en spelregels over hoe de gemeente Oosterhout wenst om te gaan met het definiëren van de parkeerbehoefte voor auto’s en fietsen van nieuwbouw-, verbouw- en transformatieprojecten. Zodat enerzijds een vertaling daarvan naar de ‘parkeereis’ kan plaatsvinden, die de verplichting weergeeft van de initiatiefnemers van deze projecten. En het anderzijds een goede en actuele indicatie aangeeft bij het opstellen van bestemmingsplannen, ontwikkelingsplannen etc. van de in te passen parkeeropgave. De parkeernormen zijn enerzijds gerelateerd aan de locatie (het gebied) waar een functie is gelegen en anderzijds gerelateerd aan de soort functie en de kernmerken daarvan (bijvoorbeeld wonen, een kantoor, winkel e.d.). Binnen de gemeente Oosterhout zijn twee gebieden genoemd:  Zone A: Het gebied binnen het centrumtangent (centrumgebied)  Zone B: Het gebied buiten het centrumtangent. Uitgangspunt voor de gemeente is dat de parkeerbehoefte op eigen terrein of binnen de grenzen van het plangebied gerealiseerd wordt.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 20 van 49

Toetsing bestemmingsplan Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van een vrijstaande woning. Het woonperceel ligt in gebied Zone B. Voor vrijstaande woningen geldt in deze zone een parkeernorm van 2,1 parkeerplaatsen per woning (inclusief aandeel bezoek 0,3 parkeerplaatsen). Op het perceel is voldoende ruimte om 2 parkeerplaatsen te realiseren. In het voorliggende bestemmingsplan is in een afzonderlijke regeling opgenomen, die een relatie gelegd het gemeentelijke parkeerbeleid. Hierdoor moet het bevoegde gezag bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het oprichten en/of uitbreiden van een gebouw en in het geval van een functiewijziging van een gebouw en/of gronden toetsen aan de ‘Nota Parkeernormen 2019’. Conclusie Is het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming de ‘Nota Parkeernormen 2019’? Archeologie en cultuurhistorie Beleidsnota Cultuurhistorie, Monumenten en Archeologie In de beleidsnota Cultuurhistorie, Monumenten en Archeologie, welke op 20 januari 2009 is vastgesteld, is het gemeentelijk beleid voor de periode 2008 – 2018 op het gebied van cultuurhistorie vastgelegd. Het doel van de beleidsnota is het betrekken van cultuurhistorie bij planvorming, zodat archeologische vindplaatsen en cultuurhistorisch waardevolle structuren niet langer verloren gaan.

Centraal in de beleidsnota staat, in lijn met de Nota Belvedere, de opvatting dat bescherming van cultuurhistorisch erfgoed en dynamiek in de ruimtelijke inrichting prima samen kunnen gaan (‘behoud door ontwikkeling’). De nota geeft daarnaast een eerste aanzet om te komen tot een gemeentelijk archeologiebeleid. In de nota is vastgelegd hoe de monumenten, archeologie en cultuurhistorische waarden kunnen worden beschermd, ontwikkeld en zichtbaar gemaakt. Cultuurhistorie dient als volwaardig belang te worden meegenomen bij ruimtelijke inrichtingsplannen. Cultuurhistorische waarden hoeven hierbij niet altijd doorslaggevend te zijn, maar de kansen die cultuurhistorie biedt, moeten reeds in een vroeg stadium worden meegewogen in de planvorming. Erfgoedkaart Om de aanwezige cultuurhistorische waarden (monumentale gebouwen, archeologische terreinen, cultuurhistorische landschapselementen en historische stedenbouwkundige structuren en infrastructuur) in beeld te brengen, is een gemeentelijke erfgoedkaart vervaardigd, die met name een signalerende functie heeft. Hierdoor wordt een integrale afweging mogelijk. Op basis van de erfgoedkaart, kunnen cultuurhistorisch en archeologisch waardevolle gebieden in bestemmingsplannen een passende regeling krijgen.

Er dient tevens omschreven te worden dat op basis van de Erfgoedkaart een vigerend gemeentelijk archeologiebeleid is vastgesteld (Erfgoedverordening met archeologische beleidskaart). In paragraaf 4.1 worden de aspecten archeologie en cultuurhistorie nader beschreven. Deze aspecten vormen geen belemmering voor de omgevingsvergunning. Water In 2009 is de Waterwet in werking getreden. Hierin zijn de verantwoordelijkheden vastgelegd ten behoeve van afval-, hemel- en grondwater. In grote lijnen betekent dit dat de gemeente een ontvangstplicht heeft van afvalwater (vervuild water). Daarnaast hebben de individuele perceeleigenaren een verantwoordelijkheid voor het inzamelen en verwerken van regen- en grondwater op het eigen perceel. De gemeente heeft hierbij een zorgplicht.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 21 van 49

De gemeenteraad heeft een water- en rioleringsplan vastgesteld. Hierin staat hoe de gemeente omgaat met alle waterstromen binnen de gemeente en de zorgplichten vanuit de Waterwet. De belangrijke uitgangspunten in het water- en rioleringsplan voor het water in Oosterhout zijn: schoon water schoon houden, handhaving van de waterkwaliteit en waar noodzakelijk verbeteren, voldoen aan de normen voor volksgezondheid en veiligheid en ontwikkeling van natuur in en om het water waar mogelijk. Bovenstaande betekent dat de verschillende vormen van grondgebruik afgestemd moeten worden op de aanwezige watersystemen. Dit met een toekomstgerichte aanpak/doorkijk met name op het gebied van het klimaat. Intensievere regenbuien kunnen enorme wateroverlast veroorzaken en de in het gemeentelijk grondgebied aanwezige grondwaterwinning voor de drinkwaterproductie kunnen vervuild raken door lozingen van schadelijke stoffen. Ook hiervoor is aandacht binnen het water- en rioleringsplan. In paragraaf 4.3 worden de wateraspecten nader beschreven. Deze aspecten vormen geen belemmering voor de bestemmingsplanwijziging. Groen In Oosterhout is in de woonbuurten per woning gemiddeld 115m² openbaar groen aanwezig. Op basis van dit gemiddelde kan worden gesteld dat Oosterhout een groene gemeente is.

Omdat Oosterhout een groene gemeente wil blijven, streeft de gemeente Oosterhout naar een gemiddelde norm van 115m² openbaar groen per woning in de woonbuurten en kernen. In het politiek akkoord is het groene karakter van Oosterhout ook benoemd als kernwaarde van de stad. Het is een kenmerk waarmee Oosterhout zich onderscheidt van andere gemeenten. Doel van groenbeleid in algemene zin is daarom de instandhouding en verbetering van deze groene kwaliteit. De bijbehorende uitvoeringssporen zijn bescherming en ontwikkeling. Het groene karakter van de stad wordt zowel door het groen in de openbare ruimte als in de particuliere tuinen gevormd. De tuinen zijn groene ruimten in de stad, waarbij vooral voortuinen van grote invloed zijn op de sfeer van de stedelijke buitenruimte. Bescherming van het aanwezige groen in de stad gaat vooraf aan compensatie. Compensatie is immers het herstellen van of goedmaken voor iets dat verloren is gegaan. Met betrekking tot het particuliere groen heeft de gemeente beperkte beschermings- en sturingsmogelijkheden. In bestemmingsplannen is bepaald welke activiteiten in tuinen zijn toegestaan (ontwikkeling). De wat grotere bomen (dikker dan Ø 0,20m ) worden beschermd op basis van de velvergunningsprocedure in de (Algemene Plaatselijke Verordening) APV.

De monumentale bomen vormen een bijzondere categorie; deze genieten een zwaardere bescherming in zowel de bestemmingsplannen als in de APV. In het openbaar gebied heeft de gemeente maximale mogelijkheden tot instandhouding en ontwikkeling. Ook in de openbare ruimte gelden de ontwikkelings- en beschermingsinstrumenten als bestemmingsplannen, de APV en de monumentalebomen-lijst. Daarnaast worden door de gemeente bewuste keuzes gemaakt op basis van beleidsuitgangspunten ten aanzien instandhouding en ontwikkeling van de overige voorzieningen. In de openbare ruimte heeft de gemeente, gegeven de bescherming die het privé-groen geniet, voldoende mogelijkheden tot instandhouding en uitbouw van het groene karakter van Oosterhout. Beoordeling en conclusie De realisatie van de woning heeft geen invloed op de hoeveelheid groen in de openbare ruimte. Compensatie is niet benodigd. Het initiatief is in lijn met het groenbeleid van de gemeente.

20200514 | Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)

| 22 van 49

Milieu en duurzaamheid De zorg voor het milieu en duurzaamheid zijn belangrijke speerpunten voor de gemeente. De zorgen omtrent milieuverontreiniging en met name de klimaatverandering staan hoog op de internationale agenda en de oplossing voor dit probleem moet voor een belangrijk deel op lokaal niveau worden gezocht. Bij iedere ontwikkeling dient afgevraagd te worden in hoeverre deze ontwikkeling zich verhoudt tot de problemen die er zijn. Ontwikkelingen die niet bijdragen aan de gewenste duurzame ontwikkeling of zelfs in negatieve mate bijdragen aan de gewenste milieukwaliteit, zijn ongewenst en andersom geldt dat ontwikkelingen die wel bijdragen aan de gewenste ontwikkeling van Oosterhout, door de gemeente met alle beschikbare middelen ondersteund dienen te worden. Uiteraard vindt hierbij altijd een afweging tussen mogelijkheden, middelen en resultaat plaats. De absolute ondergrens hierbij wordt gevormd door het wettelijk instrumentarium. Naast het feit dat de gemeente een belangrijke voorbeeldrol en eigen verantwoordelijkheid heeft bij ruimtelijke ontwikkelingen, willen we vooral ook meer ruimte geven aan de eigen verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven en belangengroeperingen. Bij iedere ontwikkeling is het noodzakelijk om het juiste gereedschap te gebruiken om het betreffende idee te realiseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=98e8258e-1480-4576-a1e1-d5e3cbd3165d