CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 - Nader bodemonderzoek toekomstige ontsluiting en speelbos Dorst_Redacted.pdf

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Bespreekstuk raadsvoorstel 318898 Vaststelling bestemmingsplan 'Dorst, herziening 3 (Dorst Oost)'26.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport Projectnummer: 51001676 (371126) Referentienummer: SWNL0278255 Datum: 21-06-2021

Nader onderzoek toekomstige ontsluiting en speelbos Dorst · ·

Aanvullend bodemonderzoek Verkennend asbestonderzoek

Definitief

Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte II C.V. Brabantlaan 3D 5216 TV ‘S-HERTOGENBOSCH

Sweco Zernikestraat 17 5612 HZ Eindhoven Postbus 1265 5602 BG Eindhoven Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Eindhoven Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Adviseur Environmental Consultancy

Verantwoording Titel

Nader onderzoek toekomstige ontsluiting en speelbos Dorst

Subtitel Aanvullend bodemonderzoek Verkennend asbestonderzoek Projectnummer

51001676 (371126)

Referentienummer

SWNL0278255

Revisie Datum

21-06-2021

Auteur(s) E-mailadres

Gecontroleerd door Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door Paraaf goedgekeurd

Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de laatste bijlage. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld welke werkzaamheden niet zijn uitgevoerd onder de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen, inclusief de consequenties hiervan.

2 (25)

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 5

1.1

Algemeen ................................................................................................................. 5

1.2

Aanleiding en doelstelling ........................................................................................ 5

1.3

Opbouw van het rapport .......................................................................................... 5

2

Vooronderzoek....................................................................................................... 6

2.1

Algemeen ................................................................................................................. 6

2.2

Verontreinigingssituatie ........................................................................................... 6

2.3

Onderzoekshypothese en -strategie ....................................................................... 6

3

Veldonderzoek ....................................................................................................... 8

3.1

Onderzoeksstrategie ............................................................................................... 8

3.2

Visuele beoordeling grond ....................................................................................... 8

3.3

Maaiveldinspectie asbest ........................................................................................ 9

3.4

Visuele beoordeling asbestgaten .......................................................................... 10

4

Laboratoriumonderzoek ..................................................................................... 11

5

Resultaten bodemonderzoek ............................................................................. 13

5.1

Toetsingskader ...................................................................................................... 13

5.2

Mate van bodemverontreiniging ............................................................................ 13

5.3

Veiligheidsklasse ................................................................................................... 15

6

Resultaten asbestonderzoek .............................................................................. 17

6.1

Berekening asbestgehalte ..................................................................................... 17

6.2

Mate van bodemverontreiniging ............................................................................ 17

6.3

Veiligheidsklasse ................................................................................................... 18

7

Interpretatie onderzoeksresultaten.................................................................... 19

7.1

Verontreinigingssituatie bodem ............................................................................. 19

7.1.1

Onderzoek westzijde ...........................................................................................................19

7.1.2

Inkadering zuidzijde ............................................................................................................19

7.1.3

Te verwijderen/aan te leggen weg ......................................................................................19

7.1.4

Verontreinigingsspot ...........................................................................................................19

7.2

Besluit bodemkwaliteit ........................................................................................... 20

7.3

Risicobeoordeling .................................................................................................. 20

7.4

Veiligheidsaspecten ............................................................................................... 22

8

Conclusie en advies ............................................................................................ 23

8.1

Inleiding ................................................................................................................. 23

8.2

Conclusie ............................................................................................................... 23

8.3

Advies .................................................................................................................... 24

3 (25)

Bijlage 1

Topografische ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Situering boorpunten en asbestgaten

Bijlage 3

Boorprofielen

Bijlage 4

Analysecertificaten

Bijlage 5

Toetsingsresultaten

Bijlage 6

Toetsingskader bodemkwaliteit

Bijlage 7

Berekeningen risicobeoordeling

Bijlage 8

Kwaliteitsborging

4 (25)

1

Inleiding

1.1 Algemeen In opdracht van Ruimte voor Ruimte II C.V. heeft Sweco Nederland B.V. een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Oude Tilburgsebaan te Dorst. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven in bijlage 1. Een overzicht van de locatie is weergegeven in bijlage 2. Het onderzoek betreft een vervolg op het ‘Verkennend en nader bodemonderzoek (deel 2) Oude Tilburgsebaan Dorst, Sweco Nederland B.V., kenmerk SWNL0259632, d.d. 10-042020’. Tijdens het onderzoek in 2020 is een bodemverontreiniging met zware metalen en PAK aangetoond. 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor het uitvoeren van het aanvullend onderzoek is het voornemen tot het aanleggen van een ontsluitingsweg naar het plangebied en het ontwikkelen van een speelbos op een gedeelte van de locatie. Op de geplande locatie voor het speelbos is bij een eerdere onderzoeksfase een bodemverontreiniging met zware metalen en PAK aangetoond (SWNL0259632, Sweco Nederland B.V., d.d. 10-04-2020). Om de ontwikkeling van de locatie mogelijk te maken is aanvullend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond) en een risicobeoordeling noodzakelijk. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Oude Tilburgsebaan te Dorst en is onderverdeeld in 4 deellocatie op basis van eerder onderzoek. De locatie bestaat gedeeltelijk uit een berm en bos stuk en een beklinkerde weg.

Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie, de eventueel daaruit vrijkomende grond en het inkaderen van de verontreinigingscontour voor zware metalen en PAK. Op basis van de onderzoeksresultaten moet worden vastgesteld of de gewenste vorm van bodemgebruik vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, mogelijk is en zo niet, welke vervolgacties noodzakelijk zijn. Tevens zal asbestonderzoek uitgevoerd worden in verband met de aanwezigheid van puin tijdens een eerdere onderzoek ronde (SWNL0259632, Sweco Nederland B.V., d.d. 10-04-2020). Tevens zal in verband met een mogelijke bodemsanering, waarbij grond afgevoerd zal worden naar een erkende verwerker, onderzoek naar zeefkromme en PFAS worden uitgevoerd. 1.3 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: · het vooronderzoek, de indeling in deellocaties en vaststelling onderzoekshypothese (hoofdstuk 2); · het uitgevoerde veldonderzoek (hoofdstuk 3); · het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 4); · de resultaten van het bodemonderzoek (hoofdstuk 5); · de resultaten van het asbestonderzoek (hoofdstuk 6); · de interpretatie van de resultaten (hoofdstuk 7); · conclusie en advies (hoofdstuk 8). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.

5 (25)

2

Vooronderzoek

2.1 Algemeen Het vooronderzoek is reeds gerapporteerd in de twee eerdere rapporten voor de desbetreffende locatie, namelijk: · ‘Verkennend en nader bodemonderzoek – Oude Tilburgsebaan Dorst’, Sweco Nederland B.V., kenmerk SWNL0246234, d.d. 05-07-2019. · ‘Verkennend en nader bodemonderzoek (deel 2) Oude Tilburgsebaan Dorst’ van Sweco Nederland B.V., kenmerk SWNL0259632, d.d. 10-04-2020. Voor een beschrijving van de locatie, (historisch) bodemgebruik en bodemopbouw wordt verwezen naar bovenstaande rapporten uit 2019 en 2020. 2.2 Verontreinigingssituatie Ter plaatse boringen 924, 955, 956 en 962 zijn sterk verhoogde gehaltes aan barium, zink, lood, koper en/of PAK aangetroffen tijdens het eerder uitgevoerde onderzoek (SWNL0259632, Sweco Nederland B.V., d.d. 10-04-2020). Zie figuur 1 voor een uitsnede van de onderzoekslocatie, de boringen zijn ook opgenomen op de tekening in bijlage 2. Er heeft een globale horizontale inkadering plaatsgevonden (het westelijk deel van perceel K1868 is niet onderzocht) en er heeft vooralsnog geen verticale analytische inkadering plaatsgevonden. Op basis van XRF metingen wordt verwacht dat in de ondergrond zonder bodemvreemde bijmengingen geen sterk verhoogde gehalten aan lood en zink aanwezig zijn.

De verontreinigingen zijn waarschijnlijk te relateren aan de bodemvreemde bijmengingen (matig tot sterk puin- en/of baksteenhoudend, resten kolen, zwak slakhoudend en resten plastic) en betreft een diffuus heterogeen geval van bodemverontreiniging met een volume van (minimaal) circa 150 m3. Hierdoor is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Het betreft naar alle waarschijnlijkheid een historisch geval van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987, geen zorgplicht geval). Bij het huidige gebruik (bos) bestaat er geen directe noodzaak tot saneren.

Figuur 1: Situering boringen onderzoek 2020 met toekomstige terrein inrichting

2.3 Onderzoekshypothese en -strategie Om het toekomstig gebruik als speelbos en ontsluitingsweg van de locatie mogelijk te maken dienen aanvullende zaken onderzocht te worden:

6 (25)

· ·

· · ·

Ter plaatse van de zware metalen en/of PAK verontreiniging (boringen 924, 955, 956 en 962) zal een verticale afperking uitgevoerd worden. Tevens zal asbestonderzoek uitgevoerd worden in verband met de aanwezigheid van puin, en wordt onderzoek verricht naar zeefkromme en PFAS om de afzetmogelijkheden van de vrijkomende grond te bepalen in het eventuele geval van sanering. Voor een horizontale inkadering dienen ten zuiden van de verontreiniging boringen geplaatst te worden. Het westelijke bosstuk zal tevens aanvullend onderzocht worden, omdat dit onderdeel is van het geplande speelbos, maar nog niet eerder is onderzocht. Ter plaatse van de huidige klinkerweg zullen boringen geplaatst worden in verband met de nieuwe aanleg en/of verwijdering van de weg. Bij de boringen zullen aanvullend XRF metingen gedaan worden om een volledig beeld te krijgen van de situatie in de bodem en ten behoeve van het bepalen van de in te zetten grondmonsters.

De onderzoeksopzet is samengevat in tabel 2-1. Tabel 2-1 Hypothese en onderzoeksstrategie Deellocatie Opp. Boring tot 1,0 m (m2) mv/0,5 m in natuurlijke laag Verontreinigingsspot 283 (verticale afperking/asbest) Onderzoek 758 7 westzijde Inkadering zuidzijde 303 6 Te verwijderen/aan 173 3 te leggen weg

Asbestgat + boring tot 1,5 m -mv 3

Analyses

-

2 Asbest in grond 2 zeefkromme en PFAS 5 Standaardpakket grond 5 Standaardpakket grond

-

6 Standaardpakket grond 2 Standaardpakket grond

De gedetailleerde invulling van de onderzoeksmethode wordt gegeven in hoofdstuk 3.

7 (25)

3

Veldonderzoek

3.1 Onderzoeksstrategie Het veldwerk is uitgevoerd op 3 en 4 mei 2021 door Sweco Nederland B.V. Het veldwerk (vanaf acceptatie van de opdracht voor het veldwerk tot en met de overdracht van de veldgegevens, veldwerkrapportage en monsters aan Sweco Nederland B.V.) is verricht onder de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek) en de bijbehorende protocollen 2001 en 2018 (zie bijlage 8). Het veldwerk is uitgevoerd door van Sweco Nederland B.V. De locaties van de boringen en gaten zijn weergegeven in bijlage 2. De boorlocaties zijn bepaald aan de hand van de bevindingen uit de eerder uitgevoerde onderzoeken, het terreingebruik en de maaiveldinspectie 3.2 Visuele beoordeling grond Uitvoering Bij het verrichten van boringen is de grond visueel geïnspecteerd op grondsoorten, bodemvreemde bijmengingen en afwijkende kenmerken. De boringen zijn beschreven in boorprofielen, weergegeven in bijlage 3. Zintuigelijke waarnemingen De resultaten van de visuele inspectie c.q. de zintuigelijke waarnemingen in de grond zijn opgenomen in tabel 3-1. Bij boringen 1001, 1003, 1004 en 1006 t/m 1016 is gebruik gemaakt van de XRF-meter, om in het veld inzicht te krijgen in de verontreinigingssiutatie met zware metalen.

De meetwaarden staan in de boorprofielen in bijlage 3 vermeld en zijn tevens opgenomen in tabel 3-1 voor de bodemlagen waar ook bodemvreemde bijmengingen zijn waargenomen. Het betreft meetwaarden in mg/kg. Tabel 3-1

Zintuigelijk waargenomen verontreinigingskenmerken

Boringnummer

Maximale boordiepte (m -mv)

Diepte (m -mv)

Grondsoort

Zintuiglijke waarneming

resten glashoudend, zwak baksteenhoudend, zwak slakhoudend, vergraven zn 72, pb 30 zwak baksteenhoudend, zwak slakhoudend, resten plastichoudend, vergraven zn 72, pb 29 resten plastichoudend, resten glashoudend, resten koolhoudend, zwak baksteenhoudend, vergraven zn 107, pb 52 vergraven, zintuigelijk schoon zn 9, pb 4 brokken asfalt, asfaltbrokken ophooglaag zn 63, pb 32

Inkadering zuidzijde 1009

0,90

0,00 - 0,40

Zand

1010

1,25

0,00 - 0,50

Zand

1011

0,85

0,00 - 0,35

Zand

1012 1013

0,95 1,00

0,08 - 0,45 0,00 - 0,15

Zand Zand

Verontreinigingsspot 1017

1,50

0,00 - 0,35

Zand

1018

1,50

0,00 - 0,35

Zand

resten glashoudend, zwak puinhoudend, matig baksteenhoudend, resten koolhoudend, resten slakhoudend, vergraven matig baksteenhoudend, matig puinhoudend, matig glashoudend, matig slakhoudend, resten koolhoudend, resten plastichoudend, resten asfalthoudend, vergraven, 1 stukje asbestverdacht plaatmateriaal, 3 g (zie paragraaf 3.4)

8 (25)

1019

1,50

0,00 - 0,40

Zand

0,40 - 0,90

Zand

matig puinhoudend, matig baksteenhoudend, resten koolhoudend, zwak slakhoudend, resten glashoudend, resten aardewerkhoudend, vergraven sterk baksteenhoudend, matig puinhoudend, resten koolhoudend, resten slakhoudend, resten plastichoudend, resten glashoudend, resten asfalthoudend, vergraven, 1 stukje asbestverdacht plaatmateriaal, 55 g (zie paragraaf 3.4)

Onderzoek westzijde (perceel K1868) Over de gehele deellocatie is de bovengrond vergraven. Er zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen in de boven- en ondergrond. Inkadering zuidzijde Over de gehele deellocatie is de boven- en/of ondergrond (tot 0,8 m -mv) vergraven en in de bovengrond zijn diverse bodemvreemde bijmengingen aangetroffen (baksteen, slakken, glas, plastic, asfalt en kolen). De XRF metingen tonen maximaal een waarde van 107 mg/kg voor zink en 52 mg/kg voor lood in de boven- en ondergrond, wat correspondeert met licht verhoogde waarden (overschrijding achtergrondwaarde). De ondergrond is zintuigelijk schoon. Te verwijderen/aan te leggen weg Bij alle boringen is de bovengrond vergraven. Er zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen in de boven- en ondergrond. Er is geen funderingsmateriaal aanwezig onder de klinkerverharding. Verontreinigingsspot De bovengrond over de gehele deellocatie is vergraven en er zijn diverse bodemvreemde bijmengingen aangetroffen (glas, kolen, slakken, aardewerk, baksteen, puin, plastic en asfalt). In de bovengrond tot 0,35 m -mv is ter plaatse van boring 1018 één plaatje asbestverdacht materiaal aangetroffen van 3 gram. De ondergrond is hier zintuigelijk schoon. In de ondergrond ter plaatse van boring 1019 over het traject 0,4-0,9 m -mv zijn dezelfde bodemvreemde bijmengingen aangetroffen als in de bovengrond.

In de ondergrond van 0,4-0,9 m -mv is bij boring 1019 één plaatje asbestverdacht materiaal aangetroffen van 55 gram. De onderliggende bodem is zintuigelijk schoon. Bemonstering De opgeboorde en opgegraven grond is bemonsterd per 0,5 m of per te onderscheiden bodemlaag. 3.3 Maaiveldinspectie asbest Uitvoering Het maaiveld is geïnspecteerd door de deellocatie ‘Verontreinigingsspot’ in stroken van 1,5 m breed haaks op elkaar te belopen en rasters van 1 m2 uit te zetten. Tijdens de maaiveldinspectie was het bewolkt weer. Het zicht was meer dan 50 meter. De neerslag bedroeg minder dan 10 mm/dag. De inspectie-efficiëntie is 25% over een oppervlakte van 205 m2. Het onderzoeksgebied is bos, de bedekking van het terrein bestaat uit gras, bladeren en bramen. Bij de maaiveldinspectie zijn op de desbetreffende deellocatie geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Echter is er wel asbestverdacht materiaal aangetroffen op het maaiveld op twee overige plekken rondom de onderzoekslocatie. In bijlage 2 zijn de vindlocaties op kaart aangegeven. Het aangetroffen asbestverdachte materiaal betreft hetzelfde materiaal dat is aangetroffen bij eerder onderzoek in 2020 (Sweco Nederland B.V., kenmerk SWNL0259632, d.d. 10-04-2020).

9 (25)

Het betreft stukken golfplaat. De bodem ter plaatse van deze twee vindlocaties is reeds onderzocht in 2020. De maaiveldinspectie heeft geen aanleiding gegeven tot herindeling van de deellocaties. 3.4 Visuele beoordeling asbestgaten Uitvoering Bij het graven van de asbestgaten in de deellocatie ‘Verontreinigingsspot’ is de grond visueel geïnspecteerd op grondsoorten, bodemvreemde bijmengingen en afwijkende kenmerken. Hiertoe is de grond gezeefd over een zeef met maaswijdte van 2 cm en is de uitgezeefde grove fractie geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. Hierbij zijn de asbestverdachte stukken verzameld, geteld en gewogen per type materiaal. De gaten zijn beschreven in profielen, weergegeven in bijlage 3. Zintuiglijke waarnemingen De resultaten van de visuele inspectie van de grond zijn opgenomen in tabel 3-3. Tabel 3-3:

Resultaten visuele inspectie en zintuiglijke waarnemingen

Gat

Maximale graafdiepte (m -mv)

Breedte (cm)

Lengte (cm)

Diepte (m-mv)

Grondsoort

Waarneming

1017 1018

0,50 0,50

31 37

34 35

0,00 – 0,35 0,00 – 0,35

Zand Zand

1019

0,90

30

33

0,40 – 0,90

Zand

1 stukje asbestverdacht plaatmateriaal, 3 g 1 stukje asbestverdacht plaatmateriaal, 55 g

Bemonstering De opgegraven grond is bemonsterd per gat, na verwijdering van de grove fractie >2 cm. Van de asbestverdachte materialen zijn per type monsters genomen.

10 (25)

4

Laboratoriumonderzoek

Op basis van de visuele inspectie en XRF-metingen zijn monsters geselecteerd voor analyse op het standaardpakket grond en PFAS. Zeefkrommes zijn genomen voor civieltechnisch onderzoek. Tevens is aangetroffen asbestverdacht plaatmateriaal en het aanwezige puin uit de boringen waar asbestverdacht plaatmateriaal is aangetroffen geanalyseerd. De monsterselectie is opgenomen in tabel 4-1. Tabel 4-1:

Monsterselectie

Monster

Monstertraject (m -mv)

Deelmonsters

Analysepakket

Motivatie

1001-1 1002-1

0,00 - 0,30 0,00 - 0,35

1001 1002

Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os

1004-1 1008-1 1009-1

0,00 - 0,40 0,00 - 0,25 0,00 - 0,40

1004 1008 1009

Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os

1010-1

0,00 - 0,50

1010

Standaardpakket incl. lu/os

1011-1

0,00 - 0,35

1011

Standaardpakket incl. lu/os

1013-1

0,00 - 0,15

1013

Standaardpakket incl. lu/os

1016-1 1017-2

0,00 - 0,40 0,35 - 0,50

1016 1017

Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os

1018-2

0,35 - 0,50

1018

Standaardpakket incl. lu/os

1019-2

0,90 - 1,40

1019

Standaardpakket incl. lu/os

BGMM01

0,08 - 0,45

Standaardpakket incl. lu/os

BGMM02

0,00 - 0,35

1012, 1014, 1015 1005, 1006

BGMM03

0,00 - 0,35

1003, 1007

Standaardpakket incl. lu/os

OGMM01

0,35 - 0,90

1009, 1010, 1011

Standaardpakket incl. lu/os

Onderzoek westzijde, xrf zn 45, pb 32 Onderzoek westzijde, schone bovengrond Onderzoek westzijde, xrf zn 62 Inkadering zuidzijde, xrf zn 57, pb 49 Inkadering zuidzijde, zwak baksteen- en slakhoudend, xrf zn 72, pb 30 Inkadering zuidzijde, zwak baksteen- en slakhoudend, xrf zn 72, pb 29 Inkadering zuidzijde, resten kolen, zwak baksteenhoudend, xrf zn 107, pb 52 Inkadering zuidzijde, brokken asfalt, xrf zn 63, pb 32 Ontsluitingsweg, xrf zn 65, pb 30 Vert. afperking/asbest, schone bovengrond Vert. afperking/asbest, schone bovengrond Vert. afperking/asbest, schone ondergrond Ontsluitingsweg, mengmonster schone bovengrond Onderzoek westzijde, mengmonster schone bovengrond Onderzoek westzijde, mengmonster schone bovengrond Inkadering zuidzijde, mengmonster schone ondergrond

Standaardpakket incl. lu/os

Asbest in grond AIB1017-5

0,00 - 0,35

1017

Grond Kwantitatief (10-12.5 kg)

AIB1018-5

0,00 - 0,35

1018

Grond Kwantitatief (10-12.5 kg)

AIB1019-5

0,00 - 0,40

1019

Grond Kwantitatief (10-12.5 kg)

AIB1019-6

0,40 - 0,90

1019

Grond Kwantitatief (10-12.5 kg)

1018 1019

Asbestonderzoek plaatmateriaal Asbestonderzoek plaatmateriaal

Puin monster, geen asbestverdacht materiaal gevonden Puin monster, laag met asbestverdacht materiaal Puin monster, geen asbestverdacht materiaal gevonden Puin monster, laag met asbestverdacht materiaal

Asbestverdacht materiaal AVM1018-7 AVM1019-7

0,00 - 0,35 0,40 - 0,90

1 plaatje, 3 g 1 plaatje, 55 g

11 (25)

PFAS PF1018-1 PF1019-1

0,00 - 0,35 0,00 - 0,40

1018 1019

PFAS (30) advieslijst 12 juli PFAS (30) advieslijst 12 juli

PFAS onderzoek PFAS onderzoek

ZK1018-1

0,00 - 0,35

1018

Civieltechnisch onderzoek

ZK1019-1

0,00 - 0,40

1019

SCG zeefkromme, SCG zeefkromme (op mineraal deel) SCG zeefkromme, SCG zeefkromme (op mineraal deel)

Zeefkromme

Civieltechnisch onderzoek

Het standaardpakket grond bestaat uit zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), PCB’s en minerale olie. De grondmonsters zijn tevens geanalyseerd op organische stof en lutum ten behoeve van de toetsing. Het PFAS handelingskader pakket bestaat uit 30 verschillende poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS)-verbindingen en is voorgeschreven in het ‘’Tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’’ (Ministerie I&W, 12 juli 2019). De geselecteerde monsters zijn in het laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS 3000 richtlijn. De analysecertificaten van Synlab met de resultaten van het laboratoriumonderzoek en een toelichting op de toegepaste analysemethoden zijn weergegeven in bijlage 4. Er zijn in de certificaten enkele afwijkingen vermeld, te weten: · De rapportagegrens is verhoogd i.v.m. noodzakelijke verdunning. Dit heeft betrekking op de parameter koper van het monster 1008-1 en alle PCB en PAK parameters van het monster 1013-1. · Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.

Dit heeft betrekking op de parameters PCB 138 en 180 van het monster 1009-1, de parameter PCB 138 van het monster 10101 en de parameter PCB 180 van het mengmonster BGMM02. · Er zijn componenten na C40 aangetroffen. Deze zijn niet van invloed op het gerapporteerde resultaat. Dit heeft betrekking op de parameter fractie C30-C40 van het monster 1013-1. · Door matrixstoring is de onzekerheid in het resultaat vergroot. Dit heeft betrekking op de parameters PFPeA (perfluorpentaanzuur) van het monster PF1018-1. Bovenstaande opmerkingen van het laboratorium zijn beoordeeld ten aanzien van de verwachting, de huidige onderzoeksresultaten en resultaten van eerdere onderzoeken. Alle gerapporteerde opmerkingen zijn van toepassing op de analysemethodes van het laboratorium en hebben geen samenhang met het uitgevoerde veldonderzoek. Door het laboratorium is in alle gevallen gekozen voor de meest betrouwbare analysetechniek. Een herbemonstering/heranalyse zal hoogstwaarschijnlijk niet leiden tot andere eindconclusies.

12 (25)

5

Resultaten bodemonderzoek

5.1 Toetsingskader Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit deze circulaire. Deze toetsing geeft, in combinatie met de bodemkwaliteitskaart en locatie specifieke kenmerken, een indicatie voor de noodzaak tot nader onderzoek. Voor de toepassing van grond gelden de toetsingswaarden in de Regeling bodemkwaliteit, behorend bij het Besluit Bodemkwaliteit. Middels deze toetsing wordt de grond ingedeeld in een hergebruiksklasse. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 5. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6 bij dit rapport. 5.2 Mate van bodemverontreiniging De resultaten van de toetsing ter bepaling van de mate van bodemverontreiniging zijn samengevat in tabel 5-1 voor de monsters die zijn geanalyseerd op het standaardpakket grond. Tabel 5-1 Monster

Overschrijdingen van grondmonsters met interventiewaarde overschrijdingen (Circulaire bodemsanering) Monstertraject (m -mv)

Boringnummers

> AW (+index)

>T

>I

BBK monster-conclusie (indicatief)

Lood (0,1) PAK 10 VROM (0,01) PAK 10 VROM (0,24) -

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

Altijd toepasbaar Klasse industrie

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

Nikkel (0,12) Kwik (0,01) Lood (0,16) Zink (0,1) Kwik (0,01) Lood (0,09) PAK 10 VROM (0,02) Zink (0,05) Cadmium (-) Lood (-) PAK 10 VROM (0,01)

-

-

Klasse Industrie

-

-

Klasse wonen

-

-

Altijd toepasbaar Klasse wonen

Onderzoek westzijde 1001-1

0,00 - 0,30

1001 (0,00 - 0,30)

1002-1 1004-1

0,00 - 0,35 0,00 - 0,40

1002 (0,00 - 0,35) 1004 (0,00 - 0,40)

BGMM02

0,00 - 0,35

BGMM03

0,00 - 0,35

1005 (0,00 - 0,35) 1006 (0,00 - 0,25) 1003 (0,00 - 0,30) 1007 (0,00 - 0,35)

Inkadering zuidzijde 1008-1

0,00 - 0,25

1008 (0,00 - 0,25)

1009-1

0,00 - 0,40

1009 (0,00 - 0,40)

1010-1 1011-1

0,00 - 0,50 0,00 - 0,35

1010 (0,00 - 0,50) 1011 (0,00 - 0,35)

13 (25)

1013-1

0,00 - 0,15

1013 (0,00 - 0,15)

OGMM01

0,35 - 0,90

1009 (0,40 - 0,90) 1010 (0,50 - 0,80) 1011 (0,35 - 0,85)

PCB (som 7) (0,03) Minerale olie (totaal) (0,1) -

-

-

Niet Toepasbaar > industrie

-

-

Altijd toepasbaar

Lood (0,02) PAK 10 VROM (0,03) -

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

Altijd toepasbaar

Zink (0,08) PAK 10 VROM (0,04) -

-

-

Altijd toepasbaar Klasse wonen

-

-

Altijd toepasbaar

Te verwijderen/aan te leggen weg 1016-1

0,00 - 0,40

1016 (0,00 - 0,40)

BGMM01

0,08 - 0,45

1012 (0,08 - 0,45) 1014 (0,08 - 0,45) 1015 (0,08 - 0,45)

Verontreinigingsspot 1017-2 1018-2

0,35 - 0,50 0,35 - 0,50

1017 (0,35 - 0,50) 1018 (0,35 - 0,50)

1019-2

0,90 - 1,40

1019 (0,90 - 1,40)

AW: achtergrondwaarde; T: tussenwaarde; I: Interventiewaarde

Onderzoek westzijde (perceel K1868) De separate monsters 1001-1 en 1004-1 tonen beide een licht verhoogd gehalte aan PAK in de bovengrond. In het monster 1001-1 is tevens een licht verhoogd gehalte aan lood aangetoond. In de bovengrond ter plaatse van de overige boringen op deze deellocatie zijn geen verhoogde gehaltes aangetroffen. Inkadering zuidzijde De separate monsters 1008-1, 1009-1 en 1011-1 tonen licht verhoogde gehaltes aan nikkel, zink, kwik, lood, cadmium en/of PAK. In het monster 1013-1 zijn licht verhoogde gehaltes aan PCB en minerale olie aangetoond. In de bovengrond ter plaatse van de boringen 1010 en 1012 en de ondergrond ter plaatse van boringen 1009, 1010 en 1011 zijn geen verhoogde gehaltes aangetroffen. Te verwijderen/aan te leggen weg Ter plaatse van boring 1016 zijn in de bovengrond licht verhoogde gehaltes aan lood en PAK aangetoond. In de bovengrond ter plaatse van de boringen 1014 en 1015 zijn geen verhoogde gehaltes aangetoond. Verontreinigingsspot In de bovengrond ter plaatse van boring 1018 zijn licht verhoogde gehaltes aan zink en PAK aangetroffen. In de bovengrond ter plaatse van boring 1017 en de ondergrond ter plaatse van boring 1019 zijn geen verhoogde gehaltes aangetoond. Zie hoofdstuk 6 voor een beschrijving van de resultaten van het asbestonderzoek.

PFAS Voor de kritische parameters PFOA, PFOS en overige PFAS-verbindingen en het hergebruik van PFAS-houdende grond zijn de toetsingswaarden gehanteerd van het landelijk ‘Tijdelijk handelingskader PFAS’ d.d. 2 juli 2020. De gehalten zijn getoetst aan de toepassingsnormen voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (tabel 52).

14 (25)

Voor de toetsing aan de ‘Handreiking toepassing PFAS houdende grond en baggerspecie Noord-Brabant’, d.d. 2 december 2019 zijn de gehalten getoetst aan de Toepassingseis (0,9 µg/kg d.s. voor PFOS, 1,1 µg/kg d.s. voor PFOA en 0,8 µg/kg d.s. voor andere PFASverbindingen). De resultaten van de toetsing ter bepaling van de hergebruiksklasse, zijn samengevat in tabel 5-3. Tabel 5-2

De handelingsopties gebaseerd op de landelijke achtergrondwaarden

Tabel 5-3

Indicatieve toetsing hergebruiksklasse op basis van PFAS

Monster

Monstertraject (m -mv)

Boringnummers

PFOS (µg/kg)

PFOA (µg/kg)

PFAS* (µg/kg)

PF1018-1

0,00 - 0,35

1018

1,35

1,2

0,52

PF1019-1

0,00 - 0,40

1019

1,55

1,3

0,85

Toetsing toepassing landelijk Landbouw/natuur (altijd toepasbaar) Wonen of industrie

Toetsing toepassing Noord-Brabant Wonen Wonen

Zeefkrommes In tabel 5-4 staan de uitkomsten van de zeefkromme analyses weergegeven (voor civieltechnisch hergebruik). Het materiaal van beide monsters voldoet enkel aan de norm voor ‘zand in aanvulling of ophoging’. Tabel 5-4

Resultaten zeefkromme analyses

Categorie

% van de minerale delen (< 2 mm)

[%]

Toetsing

< 2 µm

< 20 µm

< 63 µm

> 250 µm

Gloeiverlies

Voldoet aan

ZK1018-1 ZK1019-1

<1 1.1

n.b. n.b.

5.6 7,4

59 35

10.5 5.6

2 2

Eisen: 1 Draineerzand 2 Zand in aanvulling of ophoging 3 Zand in zandbed

≤8 -

≤3*

≤5 ≤50 ≤15

≥50 -

≤3 ≤3

* als gehalte <63 µm 10 tot 15%

5.3 Veiligheidsklasse De resultaten, zoals weergegeven in de vorige paragraaf, zijn getoetst aan de veiligheidsnormen. De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:

15 (25)

Veiligheidsklasse

Oranje

rood

Veiligheidsklasse zwart Mutageen of carcinogeen

Veiligheidsklasse SRC

Niet-vluchtige stof

<75% SRC

Geen veiligheidsklasse

Voldoende ßà onvoldoende Mutagene en carcinogene stoffen

1000 mg kg ds of 1000 µg/l

Alle stoffen

ventilatie

interventie-waarde

tussenwaarde

Vluchtige stof

Op basis van de resultaten uit onderhavig onderzoek is geen veiligheidsklasse van toepassing op basis van chemische parameters in de boven- en ondergrond. Het toetsingsresultaat is toegevoegd in bijlage 5. Echter, bij eerder uitgevoerd onderzoek (Sweco Nederland B.V., kenmerk SWNL0259632, d.d. 10-04-2020) is ter plaatse van de deellocatie ‘Verontreinigingsspot’ de veiligheidsklasse rood niet-vluchtig van toepassing voor het gehalte lood ter plaatse van eerder geplaatste boring 924. Tevens geldt deze klasse voor lood nabij de eerder geplaatste boringen 924, 955, 956 en 962. De veiligheidsklasse dient voor het gehele gebied nabij de boringen 924, 955, 956 en 962 aangehouden te worden in verband met heterogeen voorkomen van de verontreinigingen. De locaties van de eerder geplaatste boringen zijn te vinden in bijlage 2. Een beschrijving van de veiligheidsmaatregelen voor werken in en met verontreinigde grond is opgenomen in bijlage 6.

16 (25)

6

Resultaten asbestonderzoek

6.1 Berekening asbestgehalte Om het asbestgehalte in de bodem te kunnen toetsen zijn eerst de volgende stappen nodig: · Omrekenen van het asbestgehalte in de aangetroffen asbestverdachte materialen naar een gehalte per kilogram grond. Voor het asbest op het maaiveld is hiervoor een fictieve bodemlaag van 0,02 m dikte gebruikt. · Sommeren van het gehalte uit de materialen en het gemeten gehalte in de grond. · Berekenen van het gewogen gehalte (gg), zijnde de concentratie serpentijn asbest vermeerderd met tien keer de concentratie amfibool asbest. De analysecertificaten van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 4.

Sterk verhoogd

Sterk verhoogd (in tabel ***)

(in tabel: **)

(in tabel: ***)

Respirabele vezels bepalen 100 mg/kg ds gg

Matig verhoogd

niet-hechtgebonden

Verhoogd

verhoogd

hechtgebonden

100 mg/kg ds gg

50 mg/kg ds gg

0 mg/kg ds gg Niet

Asbest in grond en puin

1000 mg/kg ds gg

6.2 Mate van bodemverontreiniging Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, is de interventiewaarde asbest vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. Daarnaast zijn grenswaarden voor hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest vastgelegd. De toetsingsmogelijkheden voor nader bodemonderzoek asbest zijn als volgt:

Een uitgebreide toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6. De berekende asbestgehalten en de toetsing zijn per bodemlaag opgenomen in tabel 5-1. Tabel 5-1

Resultaat asbest in grond

Monster

Gat

Monstertraject (m -mv)

AIB1018-5

1018

AIB1019-6

1019

0,00 – 0,35

Gewogen gehalte asbest in fijne fractie (mg/kg ds) 2

Gewogen gehalte asbest in grove fractie (mg/kg ds) 4,7

H

Totale gewogen gehalte asbest in grond, gecorrigeerd voor percentage grove fractie (mg/kg ds) 7,1

0,40 – 0,90

<2

82

H

82

H/NH

AIB1017-5

1017

0,00 – 0,35

1

<2

NH

1,3

AIB1019-5

1019

0,00 – 0,40

<2

<2

n.v.t.

<2

H: hechtgebonden asbest NH: niet hechtgebonden asbest

17 (25)

6.3 Veiligheidsklasse De veiligheidsaspecten voor werken in of met asbestverontreinigde grond worden beoordeeld op basis van de CROW 400.

100 mg/kg ds gg

Veiligheidsklasse zwart niet vluchtig

Respirabel

Beheersmaatregelen: voorkom stofvorming en verslepen bouwstoffen 10 mg/kg ds gg

respirabel

Geen veiligheidsklasse

5 mg/kg ds

Asbest in grond

50 mg/kg ds gg

0 mg/kg ds gg

(niet respirabel) asbest

Een toelichting op de veiligheidsklassen en de maatregelen zijn opgenomen in bijlage 6. De berekende resultaten, zoals weergegeven in de vorige paragraaf, zijn getoetst aan de veiligheidsnormen. Voor de toetsing zijn zowel het gewogen totaalgehalte bovengrens als het totaalgehalte gebruikt. De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:

In de grond is asbest aangetroffen. In drie bodemlagen tot 0,4 m -mv zijn concentraties en bovengrenzen tussen 0 en 50 mg/kg ds gg aangetroffen. Voor werken in en met de grond zijn, ten aanzien van asbest, geen veiligheidsmaatregelen nodig tot 0,4 m -mv. In de bodemlaag 0,4 – 0,9 m -mv ter plaatse van gat 1019 zijn concentraties aangetroffen tussen 50 en 100 mg/kg ds gg. Voor werken in en met de grond uit deze bodemlaag, voor asbest, zijn beheersmaatregelen nodig, te weten, ‘Voorkom stofvorming en verslepen bouwstoffen’. De veiligheidsmaatregelen dienen tevens gebaseerd te worden op chemische parameters, zie daarvoor de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken zoals beschreven in hoofdstuk 5.

18 (25)

7

Interpretatie onderzoeksresultaten

7.1 Verontreinigingssituatie bodem Op basis van de zintuigelijke waarnemingen en de ligging van de boorpunten zijn een aantal boringen geanalyseerd. 7.1.1 Onderzoek westzijde Ter plaatse van deze deellocatie zijn enkel licht verhoogde gehaltes aan lood en PAK aangetoond in de bovengrond van boringen 1001, 1002 en 1004. De overige monsters vertonen geen verhoogde gehaltes. Dit onderzoek is uitgevoerd met als doel de eerder aangetoonde verontreiniging ten oosten van deze deellocatie in horizontale richting in te kaderen. Dit doel is bereikt: er zijn geen sterk verhoogde gehalten meer aangetoond. 7.1.2 Inkadering zuidzijde De geanalyseerde monsters tonen enkel licht verhoogde gehaltes aan zware metalen en/of PAK voor de boringen 1008, 1009 en 1011. Bij boring 1013 zijn licht verhoogde gehaltes aan PCB en minerale olie aangetoond. De licht verhoogde gehaltes zijn mogelijk te relateren aan de bodemvreemde bijmengingen van baksteen, slakken, kolen en asfalt die aanwezig zijn in de bovengrond van de desbetreffende bodemlagen. Ter plaatse van boring 1010 heeft de aanwezigheid van slakken en baksteen in de bovengrond niet geresulteerd in verhoogde gehaltes. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehaltes aangetoond. Dit onderzoek is uitgevoerd met als doel de eerder aangetoonde verontreiniging ten noorden van deze deellatie in horizontale richting in te kaderen.

Dit doel is bereikt: er zijn geen sterk verhoogde gehalten meer aangetoond. 7.1.3 Te verwijderen/aan te leggen weg In het monster van boring 1016 zijn enkel licht verhoogde gehaltes aan lood en PAK aangetoond in de bovengrond. Er zijn geen bodemvreemde bijmengingen in de bovengrond ter plaatse van boring 1016. In de bovengrond ter plaatse van boring 1014 en 1015 zijn geen verhoogde gehaltes aangetoond. Dit onderzoek is uitgevoerd met als doel te onderzoeken wat de kwaliteit en samenstelling is van de bodem onder de weg en ter plaatse van de toekomstige weg. De aangetoonde gehalten vormen geen belemmering voor het verleggen van de weg. 7.1.4 Verontreinigingsspot Verticale afperking Binnen de vastgestelde interventiewaarde contour van het onderzoek van 2020 zijn boringen 1017, 1018 en 1019 geplaatst. In de bovengrond is een verscheidenheid aan bodemvreemde bijmengingen aanwezig, te weten, baksteen, puin, kolen, slakken, glas, afval, asfalt en plastic. Dit is de bodemlaag waarin in 2020 de sterk verhoogde gehaltes aan barium, zink, lood, koper en/of PAK zijn aangetroffen. Onderhavig onderzoek is uitgevoerd met als doel de eerder aangetoonde verontreining in verticale richting in te kaderen. Dit doel is bereikt: er zijn geen sterk verhoogde gehalten meer aangetoond.

In de ondergrond zijn ter plaatse van boring 1019 vanaf 0,9 m- mv en de bodemlaag vanaf 0,35 m -mv ter plaatse van boring 1017 geen verhoogde gehaltes meer aangetoond. Voor de beoordeling van de risco’s van de eerder aangetoonde verontreiniging is een risicobeoordeling uitgevoerd (paragraaf 7.3). De geschatte omvang van de verontreiniging met PAK en zware metalen blijft hiermee gelijk met de schatting van 2020: De verontreiniging in de grond betreft een diffuus heterogeen geval van bodemverontreinig met een oppervlak van circa 300 m2. Het verontreinigd traject is circa 0,35 tot 0,5 meter en plaatselijk maximaal tot 0,9 m -mv, waardoor de verontreiniging een volume heeft van circa 200 m3.

19 (25)

Aanvullend asbestonderzoek Ter plaatse van de bovengrond van asbestgaten 1017, 1018 en 1019 zijn totale asbest gehaltes van 1,3, 7,1 en <2 mg/kg ds aangetroffen. In de ondergrond ter plaatse van boring 1019 is het totale aangetroffen asbest gehalte 82 mg/kg ds. Dit is een overschrijding van de waarde voor nader onderzoek (>50 mg/kg d.s.). Er is gekozen in deze onderzoeksfase nog geen nader onderzoek uit te voeren, omdat de grond ter plaatse van deze deellocatie mogelijk op basis van de chemische parameters gesaneerd zal worden. Tijdens de sanering dient rekening gehouden te worden met asbest. Nader asbest onderzoek is derhalve op dit moment niet van toegevoegde waarde. Tijdens de sanering van de deellocatie kan beoordeeld worden of het maken van asbestsleuven buiten de saneringscontour noodzakelijk is. 7.2 Besluit bodemkwaliteit De grond is indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. De bovengrond ter plaatse van boringen 1004 en 1008 voldoet aan de klasse ‘Industrie’. De bovengrond ter plaatse van boringen 1009, 1011 en 1018 voldoet aan de klasse ‘Wonen’. Enkel de bovengrond ter plaatse van boring 1013 is geclassificeerd als ‘Niet toepasbaar’ (Industrie). De bovengrond ter plaatse van de overige boringen wordt geclassificeerd als ‘Altijd toepasbaar’, net al de ondergrond ter plaatse van boringen 1009, 1010 en 1011.

De aangetoonde PFAS-gehalten van monster PF1018-1 blijven onder de toepassingsnorm (1,9 µg/kg d.s. PFOA en 1,4 µg/kg d.s. voor PFOS en overige PFAS) voor vrij toepasbare grond en mag daarmee, op basis van de PFAS-gehalten, op de landbodem worden toegepast als klasse Landbouw/Natuur grond. Voor het monster PF1019-1 is de bovengrond enkel toepasbaar voor ‘Wonen of Industrie’. De aangetoonde PFAS-gehalten blijven tevens onder de toepassingsnorm voor ‘Wonen’ van provincie Noord-Brabant. Voor asbest geldt een hergebruiksnorm van 100 mg/kg ds gg. Bij lagere gehalten mag de grond elders toegepast worden als secundaire bouwstof. De grond uit de desbetreffende deellocatie ‘Verontreinigingsspot’ kan op basis van het asbestgehalte elders toegepast worden. 7.3 Risicobeoordeling De bodemverontreiniging met zware metalen en PAK ter plaatse van het toekomstige speelbos (boringen 924, 955, 956 en 962 uit het onderzoek van 2020) vormt een geval van ernstige bodemverontreiniging omdat de grondverontreiniging met gehalten boven de Interventiewaarde een bodemvolume heeft van meer dan 25 m3, namelijk 200 m3. De verontreiniging betreft naar alle waarschijnlijkheid een historische verontreiniging (ontstaan voor 1987).

Voor gevallen met een ernstige bodemverontreiniging kan met een risicobeoordeling worden getoetst of de aanwezige verontreiniging bij het huidige en/of toekomstige gebruik risico’s oplevert die onaanvaardbaar zijn voor de mens, het ecosysteem of uit het oogpunt van verspreiding van verontreiniging. Indien sprake is van onaanvaardbare risico’s bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik dient de bodemsanering met spoed te worden uitgevoerd. Bij het bepalen van de risico’s is gebruik gemaakt van de circulaire bodemsanering 2013 en het computermodel Sanscrit versie 2.7.3.

20 (25)

Voor de risicobeoordeling is gebruik gemaakt van de meetgegevens van de boringen waar sprake is van één of meerdere interventiewaarde overschrijdingen (boringen 924, 955, 956 en 962 uit het onderzoek van 2020). Hierbij is beoordeeld op risico’s voor de mens en het ecosysteem. Het verspreidingsrisico (grondwater) is niet van toepassing; uit de voorgaande onderzoeken is namelijk gebleken dat er geen sterke verontreiniging aangetroffen is in het grondwater. De Sanscrit-beoordeling is uitgevoerd met als uitgangspunt het hoogst gemeten gehalten (worst case). Er is een risicobeoordeling uitgevoerd voor de beoordeling van de risico’s van de huidige situatie (bos) en de toekomstige situatie (speelbos). De berekeningen zijn bijgevoegd in bijlage 7. De mens Op basis van de ingevoerde gegevens blijkt dat er bij het gebruik speelbos sprake is van onaanvaardbare risico’s voor de mens: de risico-index wordt overschreden. Dit komt door het verhoogde gehalte lood bij boring 924 (gemeten waarde: 1.100 mg/kg). Ook voor boring 956 (gemeten waarde: 860 mg/kg) wordt de risico-index overschreden. Het betreft een worst-case benadering van de beoordeling of er sprake is van risico’s, omdat in de omliggende boringen het gehalte lood lager is. Bij het huidige gebruik ‘natuur’ is geen sprake van onaanvaardbare risico’s voor de mens.

Ecosysteem Voor de risicobepaling van het ecosysteem wordt gerekend met de toxische druk (TD), de berekening van de TD berekend wat het effect is van een mengsel van stoffen op het ecosysteem. Bij de beoordeling wordt uitgegaan van een toetswaarde voor een lage toxische druk (TD > 25%) en een hoge (TD > 65%) toetswaarde. Voor alle boringen 924, 955, 956 en 962 wordt de toxische druk van 25% overschreden. Voor boringen 955 en 962 wordt in verband met het verhoogde gehalte aan PAK de TD van 65% overschreden (zie bijlage 7 voor de berekening van de toxische druk). Het totale verontreinigde oppervlakte is 300 m2, het oppervlakte waar de TD groter is dan 65% is circa 150 m2. Bij het in het kader van een speelbos van toepassing zijnde bodemgebruik “Matig gevoelig [Wonen met (moes)tuin, plaats waar kinderen spelen, groen met natuurwaarden, Landbouw]” zijn de respectievelijke toets-oppervlakten 5.000 m² (TD >25%) en 500 m² (TD >65%). Hoewel de TD op een deel van het onderzochte gebied hoger is dan 25% en hierbinnen ook een deelgebied is dat een TD > 65% heeft, worden de bijbehorende toetsoppervlakten niet overschreden. Op basis hiervan is in de toekomstige situatie geen sprake van onaanvaardbare risico’s van het ecosysteem. De locatie behoort in de huidige situatie tot het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Dit is in Sanscrit het gebiedstype “Gevoelig [Natuur]”.

Hierbij zijn de respectievelijke toetsoppervlakten 500 m² (TD >25%) en 50 m² (TD >65%). Het oppervlak met een toxische druk van > 65% is groter dan 50 m2. Hieruit volgt dat in de huidige situatie sprake is van een ecologisch risico welke met spoed gesaneerd dient te worden. Deze conclusie is gebaseerd op stap 2 van de risicobeoordeling in Sanscrit. Het is mogelijk met stap 3 van de risicobeoordeling een locatie specifieke onderbouwing te geven waarop wordt ingegaan op de daadwerkelijke actuele risico’s. De uitkomst van zo’n ecologische studie kan de uitkomst van de stap 2 beoordeling veranderen. Doordat de plannen tot herontwikkeling al ver gevorderd zijn is uitvoering van een stap 3 risicobeoordeling als niet zinvol beoordeeld.

21 (25)

Resumé Bij het huidige gebruik bos (met natuurwaarde) is op basis van de beperkte risicobeoordeling sprake van ecologische risico’s. Bij het toekomstige gebruik als speelbos vervalt deze natuurwaarde en is niet langer sprake van ecologische risico’s. Bij het huidige gebruik is geen sprake van humane risico’s, maar bij het beoogde gebruik van speelbos is wel sprake van humane risico’s op basis van het verhoogde gehalte aan lood. Om dit risico weg te nemen is sanering noodzakelijk. 7.4 Veiligheidsaspecten De veiligheidsklasse voor het werken in of met de grond in de deellocatie ‘Verontreinigingsspot’ is op basis van de asbestverontreiniging vastgesteld op ‘Beheersmaatregelen: voorkom stofvorming en verslepen bouwstoffen’ en op basis van de chemische parameters op ‘rood-niet vluchtig’. De overige deellocaties hebben geen veiligheidsklasse voor asbest of chemische parameters.

22 (25)

8

Conclusie en advies

8.1 Inleiding In opdracht van Ruimte voor Ruimte II C.V. heeft Sweco Nederland B.V. een aanvullend onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Oude Tilburgsebaan te Dorst. Aanleiding voor het uitvoeren van het aanvullend onderzoek is het voornemen tot het aanleggen van een ontsluitingsweg naar het plangebied en het ontwikkelen van een speelbos op een gedeelte van de locatie. Op de geplande locatie voor het speelbos is bij een eerdere onderzoeksfase een bodemverontreiniging met zware metalen en PAK aangetoond (SWNL0259632, Sweco Nederland B.V., d.d. 10-04-2020). Om de ontwikkeling van de locatie mogelijk te maken is aanvullend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond) en een risicobeoordeling noodzakelijk. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie, de eventueel daaruit vrijkomende grond en het inkaderen van de verontreinigingscontour voor zware metalen en PAK. Op basis van de onderzoeksresultaten moet worden vastgesteld of de gewenste vorm van bodemgebruik vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, mogelijk is en zo niet, welke vervolgacties noodzakelijk zijn. Tevens zal asbestonderzoek uitgevoerd worden in verband met de aanwezigheid van puin tijdens een eerdere onderzoek ronde (SWNL0259632, Sweco Nederland B.V., d.d. 10-04-2020).

Tevens is in verband met de mogelijke sanering onderzoek naar zeefkromme en PFAS uitgevoerd. 8.2 Conclusie Verontreinigingsspot Binnen en buiten de vastgestelde interventiewaarde contour van het onderzoek van 2020 zijn boringen geplaatst. Hiermee is de verontreiniging in horizontale en verticale richting in beeld: tijdens voorliggend onderzoek zijn ter plaatse van de deellocaties ” Verontreinigingsspot, onderzoek westzijde, inkadering zuidzijde” maximaal licht verhoogde waarden aangetoond. De geschatte omvang van de verontreiniging met PAK en zware metalen blijft hiermee gelijk met de schatting van 2020: De verontreiniging in de grond betreft een diffuus heterogeen geval van bodemverontreinig met een oppervlak van circa 300 m2. Het verontreinigd traject is circa 0,35 tot 0,5 meter, en plaatselijk maximaal tot 0,9 m- mv waardoor de verontreiniging een volume heeft van circa 200 m3. Ter plaatse van de verontreinigingsspot is asbest onderzoek uitgevoerd na het aantreffen van puin. In de bovengrond tot 0,4 m -mv zijn enkel totale asbestgehaltes < 50 mg/kg ds aangetoond in de grond. In de ondergrond is een asbestgehalte van 82 mg/kg ds aangetoond. Deze waarde overschrijdt formeel de waarde voor nader onderzoek. Nader onderzoek wordt in deze fase van de planvorming niet doelmatig geacht. Met het verhoogde asbestgehalte dient rekening gehouden te worden in de verdere planfase.

Uit de risicobeoordeling blijkt dat bij het toekomstig gebruikt als speelbos sprake is van onaanvaardbare risico’s voor de mens, door de aangetoonde verhoogde gehalte lood. Bij het huidige gebruik ‘natuur’ is geen sprake van onaanvaardbare risico’s voor de mens. Bij het huidige gebruik als bos (met natuurwaarde) is op basis van de beperkte risicobeoordeling sprake van ecologische risico’s. Bij het toekomstige gebruik als speelbos vervalt deze natuurwaarde en is niet langer sprake van ecologische risico’s. De bodemverontreiniging met zware metalen en PAK ter plaatse van het toekomstige speelbos vormt dus een geval van ernstige bodemverontreiniging, welke gesaneerd moet worden op basis van risico’s voor de mens om het beoogde gebruik mogelijk te maken.

23 (25)

In de huidige situatie is sanering mogelijk noodzakelijk om de ecologische risico’s weg te nemen. Om deze spoedeisendheid voor ecologie te beoordelen is een uitgebreidere ecologische risicobeoordeling noodzakelijk. Overige deellocaties Ter plaatse van de deellocatie ‘Te verwijderen/aan te leggen weg’, ‘Onderzoek westzijde’, ‘Inkadering zuidzijde’ zijn maximaal licht verhoogde waarden aangetoond in de bovengrond. Besluit bodemkwaliteit De grond is indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. De bovengrond ter plaatse van deellocatie ’Te verwijderen/aan te leggen weg’ wordt geclassificeerd als ’Altijd toepasbaar’. Voor de deellocaties ’Verontreinigingsspot’ en ’Onderzoek westzijde’ geldt respectievelijk maximaal de klasses ’Wonen’ en ’Industrie’. De bovengrond ter plaatse van deellocatie ’Inkadering zuidzijde’ wordt plaatselijk geclassificeerd als ’Niet toepasbaar’ (Industrie) op basis van de parameter minerale olie. De overige grond voldoet maximaal aan klasse ’Industrie’. Voor PFAS voldoet de bovengrond conform landelijk ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ voor monster PF1019-1 aan de klasse ‘Wonen of Industrie’. De overige grond kan toegepast worden als klasse Landbouw/Natuur grond. De aangetoonde PFAS-gehalten blijven tevens onder de toepassingsnorm voor ‘Wonen’ van Provincie Noord-Brabant.

Veiligheidsmaatregelen Op basis van de resultaten uit onderhavig onderzoek is geen veiligheidsklasse van toepassing op basis van chemische parameters in de boven- en ondergrond. Op basis van de analyseresultaten uit de eerder onderzoeksronde geldt de veiligheidsklasse ‘Rood nietvluchtig’ voor de parameter lood nabij de eerder geplaatste boringen 924, 955, 956 en 962. Voor werken in de en met grond uit de bodemlaag 0,4 – 0,9 m -mv ter plaatse van asbestgat 1019 gelden beheersmaatregelen, te weten, ‘Voorkom stofvorming en verslepen bouwstoffen’. 8.3 Advies De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van deellocaties ‘Inkadering zuidzijde’, ‘Onderzoek westzijde’ en ‘Te verwijderen/aan te leggen weg’ vormt geen belemmeringen voor de voorgenomen herontwikkeling. De geplande ontwikkelingen kunnen op deze deellocaties zonder restricties en verhoogde veiligheidsklasse uitgevoerd worden. Ter plaatse van de verontreinigingsspot is de verontreiniging die is aangetoond tijdens een eerdere onderzoek ronde (SWNL0259632, Sweco Nederland B.V., d.d. 10-04-2020) afgeperkt. De grond ter plaatse van deze deellocatie dient gesaneerd te worden bij het toekomstig gebruik als speelbos. Tevens dient de grond als asbesthoudende grond behandeld te worden, door het aantreffen van asbestgehaltes >50 mg/kg ds.

Afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van grond kan een partijkeuring (AP04) noodzakelijk zijn. Indien de ontwikkeling tot speelbos niet doorgaat, dient nader onderzoek verricht te worden naar de ecologische risico’s in de huidige situatie.

24 (25)

Bodemonderzoek wordt in beginsel steekproefsgewijs uitgevoerd. Ondanks het feit dat Sweco Nederland B.V. bij de uitvoering van deze werkzaamheden aansluit bij landelijke kwaliteitsrichtlijnen en regelgeving, maakt het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek het niet mogelijk om garanties af te geven ten aanzien van een eventueel beschreven verontreinigingssituatie. Sweco Nederland B.V. accepteert dan ook geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever of derden naar aanleiding van het door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde bodemonderzoek nemen.

25 (25)

Bijlage 1

Topografische ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Situering boorpunten en asbestgaten

Bijlage 3

Boorprofielen

Projectnummer: Projectnaam:

371126A Oude Tilburgsebaan Dorst

Boring:

1001

Boring:

1002

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 4-5-2021

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 3-5-2021

0

0 1

30

50

bosgrond

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag

2

0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor, vergraven zn 45 pb 32

0

bosgrond

35

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor, vergraven

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag

50 2

80

100

3

100

Boring:

1003

Boring:

1004

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 4-5-2021

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 4-5-2021

0

0 1

30

50

bosgrond

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag

2

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbruin, Edelmanboor, vergraven zn 15

0

bosgrond

40

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor, vergraven zn 62

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag

50 2

80 90

Boring:

1005

Boring:

1006

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 3-5-2021

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 4-5-2021

0

0

bosgrond

35

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor, vergraven

1

50

2

50

3

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, vergraven zint schoon

0

0

bosgrond

25

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor, vergraven zn 6

1

50

2 75

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag

100

100

Boring:

1007

Boring:

1008

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 4-5-2021

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 4-5-2021

0

0

bosgrond

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbruin, Edelmanboor, vergraven zn 29 pb 31

1 35

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag

50 2

0

bosgrond

25

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor, vergraven zn 57, pb 49

1 2 50

50 3

85

100

100

Boring:

1009

Boring:

1010

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 4-5-2021

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 4-5-2021

0

0 1

40

50

bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, resten glas, zwak baksteenhoudend, zwak slakhoudend, donkerbruin, Edelmanboor, vergraven zn 72 pb 30

0

50

bosgrond

50

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, zwak slakhoudend, resten plastic, donkerbruin, Edelmanboor, vergraven zn 72, pb 29

2 80

90

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag zn 6

0

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag zn 12 pb 3

2

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, vergraven zint schoon zn 9 pb 4

Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbruin, Edelmanboor, vergraven zn 13, pb 8 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, lichtgeel, Edelmanboor

3 125

Schaal (A4): Pagina:

1: 50 1 van 2

Projectnummer: Projectnaam:

371126A Oude Tilburgsebaan Dorst

Boring:

1011

Boring:

1012

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 4-5-2021

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 4-5-2021

0

0

bosgrond

35

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten plastic, resten glas, resten kolen, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor, vergraven zn 107, pb 52

1

50 2 85

0 8

0 2

45

50

Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelbruin, Edelmanboor, vergraven zint schoon zn 9 pb 4 Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag

3

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag

klinker

95

Boring:

1013

Boring:

1014

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 4-5-2021

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 4-5-2021

0

1

0

bosgrond

15

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sterk grindhoudend, brokken asfalt, donker, Graven, asfaltbrokken ophooglaag zn 63 pb 32

2 50

50

2 45

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, vergraven

3 100

100

0 8

0

3

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag

95

Boring:

1015

Boring:

1016

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 4-5-2021

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 4-5-2021

0 8

0 2

45

50

klinker

0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor, vergraven zn 65, pb 30 Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag

2 90

Boring:

1017

Boring:

1018

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 3-5-2021

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 3-5-2021

1

50

2

5

0

bosgrond

35

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten glas, zwak puinhoudend, matig baksteenhoudend, resten kolen, resten slakken, donkerbruin, Graven, vergraven

5a

6

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag

100

1

150

Boring:

1019

Boormeester: Datum:

Jos Van den Hurk 3-5-2021

0

0 5

5A 40

50 6

7 90

100 2

150

7

5a

50

2

6

50

3

150

150

bosgrond Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig baksteenhoudend, matig puinhoudend, matig glashoudend, matig slakhoudend, resten kolen, resten plastic, resten asfalt, donkerbruin, Graven, vergraven Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbruin, Graven, vergraven zint schoon

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag

4

150

1

5

35

4

4

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Graven, nat laag

3

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag

40

50

95

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelbruin, Edelmanboor, verGraven zn 8 pb 4

bosgrond

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag

3

Edelmanboor

0

Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, donker geelbruin, Edelmanboor, vergraven zn 20,pb 15

klinker

150

bosgrond Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig puinhoudend, matig baksteenhoudend, resten kolen, zwak slakhoudend, resten glas, resten aardewerk, donkerbruin, Graven, vergraven Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sterk baksteenhoudend, matig puinhoudend, resten kolen, resten slakken, resten plastic, resten glas, resten asfalt, donkerbruin, Graven, vergraven Zand, matig fijn, zwak siltig, matig wortelhoudend, lichtgeel, Edelmanboor, nat laag zint schoon

Schaal (A4): Pagina:

1: 50 2 van 2

Legenda (conform NEN 5104)

grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

matige olie-water reactie sterke olie-water reactie

Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10

Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000 Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

Zand, uiterst siltig

>10000

monsters

geroerd monster

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus volumering

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

Bijlage 4

Analysecertificaten

SGS Environmental Analytics B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=9f0081d0-bcab-4dc3-b54c-71304713c4e7