Bijlage 1 Uitvoeringsstrategie klimaatadaptatie
Tekst van het document
Naar een klimaatbestendig Oosterhout Uitvoeringsstrategie klimaatadaptatie
Wytse Dassen, Tamar Meibergen (TwynstraGudde) en Guy Henckens (Wareco) | 28 januari 2021
Voorwoord
Ons klimaat verandert. De gemiddelde temperatuurstijging over het jaar heen, de droge hete zomers en de steeds vaker voorkomende extreme regenbuien, laat daar geen twijfel over bestaan. Deze klimaatverandering heeft gevolgen. Op grote schaal met bijvoorbeeld de zeespiegelstijging, maar ook dichterbij in onze eigen stad en dorpen. De hitte is slecht voor onze gezondheid en luchtkwaliteit, droogte zorgt voor beregeningsverboden en daarmee een lagere gewasopbrengst bij onze boeren. En extreme regenbuien kunnen leiden tot flinke economische en financiële schade. Willen we onze stad leefbaar houden en voorkomen dat we in de toekomst meer en meer overlast gaan ervaren van de gevolgen van de klimaatverandering, moeten we ons aanpassen. Zowel in ons gedrag als het uiterlijk van onze stad. We noemen dit met een mooi woord ‘klimaatadaptatie’. We hebben als overheden onderling afgesproken dat we tot 2050 de tijd nemen om de benodigde maatregelen te nemen en onze stad zo klimaatbestendig mogelijk in te richten. De afgelopen jaren is er in Oosterhout al meer en meer aandacht voor klimaatadaptatie. In onze Toekomstvisie spreken we de ambitie uit om de binnenstad te “vergroenen”. Ook wordt bij gemeentelijke plannen al rekening gehouden met de wateropgaven, bijvoorbeeld door het aanleggen van wadi’s
of een aparte regenwaterafvoer. Om diezelfde reden wordt het terugdringen van verstening van tuinen gestimuleerd met een subsidieregeling ‘klimaatvriendelijke tuinen, bijvoorbeeld door het aanleggen van onderhoudsarme, groene ‘voorbeeldtuinen’ en aansprekende publieksacties. Ook is klimaatadaptatie in de Omgevingsvisie benoemd als één van de opgaven waar we de komende jaren samen met onze inwoners mee aan de slag gaan. En is indicatief aangeven waar, welke specifieke opgaven spelen (hittestress, verdroging, etc). Dit document is een eerste uitwerking van de daarin genoemde opgave. Om onze stad klimaatbestendig te maken heeft het college dit voorliggende uitvoeringsstrategie opgesteld. We hebben de belangrijkste opgaven in onze gemeente en regio in beeld gebracht. Tot en met 2023 geven we een extra impuls aan de beleidsontwikkeling, projecten en participatie met inwoners om de komende jaren te werken aan een klimaatbestendig Oosterhout. Dit doen we niet alleen, maar met onze inwoners, Waterschap Brabantse Delta, bedrijfsleven, boeren, natuurorganisaties! Samen maken we Oosterhout mooier, gezonder en groener!
Arnoud Kastelijns Wethouder klimaatadaptatie
2
NA A R EEN K LI M AAT BE S T E ND I G OOS T E R H O U T
Inhoudsopgave Samenvatting
5
1. Inleiding
6
2. Introductie in de wereld van klimaatadaptatie
7
2.1.
De opgave bij klimaatadaptatie
7
2.2.
Klimaatadaptatie op lokaal niveau: we zijn al begonnen!
7
2.3.
Klimaatadaptatie op rijksniveau: Deltaprogramma Ruimtelijk Adaptatie
8
2.4.
Klimaatadaptatie in de regio: samenwerken op regionale opgaven
9
3. De gevolgen van klimaatverandering in Oosterhout
10
3.1.
Het wordt natter
11
3.2.
Het wordt warmer en heter
12
3.3.
Het wordt droger
13
3.4.
De zeespiegel stijgt
14
4. Ambitie, doelen en inspanningen
16
4.1.
Ambitie voor 2023
16
4.2.
Doelen en inspanningen voor 2023
16
4.3.
Financiering en organisatie van de opgave
21
Bijlage 1: Eerste opzet doelen voor een klimaatbestendig Oosterhout
22
Bijlage 2: Klimaatschadeschatter
26
Bijlage 3: NAS bollenschema’s Oosterhout
28
N A A R E E N K L I M A AT B E S T E N D I G O O S T E RH O UT
3
4
NA A R EEN K LI M AAT BE S T E ND I G OOS T E R H O U T
Samenvatting
In de toekomst krijgt Oosterhout steeds vaker te maken met de gevolgen van de klimaatverandering, zoals extreme regenval, meer stormen, extreme droogte en hittegolven. Het is belangrijk om daarop voor te bereiden en de (soms desastreuze) gevolgen zoveel mogelijk te beperken. Oosterhout moet klimaatbestendig worden en is daar al mee bezig. Klimaatadaptatie betreft echter vele domeinen en iedereen in de stad en regio is nodig om het voor elkaar te krijgen. Er moet echter meer regie op komen om ervoor te zorgen dat alles in samenhang en met elkaar wordt bedacht en uitgevoerd. Voorliggend uitvoeringsstrategie moet zorgen voor die regie. In dit uitvoeringsstrategie staan de ambitie, doelen en inspanningen die de komende jaren nodig zijn om alles in de steigers te zetten, zodat vanaf 2023 op de natuurlijke momenten van nieuwbouw, vervanging en renovatie de juiste maatregelen genomen worden. In de tussentijd (2021-2023) probeert de gemeente in lopende projecten nog klimaatadaptieve maatregelen te kunnen toevoegen.
Ambitie voor 2023 De ambitie voor het uitvoeringsstrategie luidt: om in 2050 klimaatbestendig te zijn... .... handelt de gemeentelijke organisatie gericht klimaatadaptief vanaf 2023 .... zijn alle inwoners, ondernemers en organisaties in Oosterhout zich bewust van de risico’s van klimaatverandering op de eigen leefomgeving in 2023 .... hebben de actieve inwoners, ondernemers en organisaties in Oosterhout toegang tot kennis en middelen om klimaatadaptief te kunnen handelen vanaf 2021
Doelen en inspanningen tot en met 2023 Het uitvoeringsstrategie kent de volgende doelen en inspanningen.
Doel 1: Klimaatadaptief handelen is geborgd in het gemeentelijk beleid en in de eigen organisatie: • Voeren van klimaatrisicodialogen • Verwerken uitkomsten risicodialogen in beleid en regelgeving • Intern bewustwordingstraject gemeentelijke organisatie.
Doel 2: Meekoppelkansen benutten • Bij ruimtelijke projecten in deze periode indien nodig klimaatbestendige maatregelen nemen • Inzetten van de subsidiegelden uit de DPRAImpulsregeling.
Doel 3: Stimuleren en faciliteren van bewoners en organisaties in de gemeente: • Communicatiecampagne om bewoners en organisaties bewust te maken van de risico’s van klimaatverandering • Omgeving betrekken bij en informeren over projecten waar de publieke ruimte op de schop gaat en klimaatadaptieve maatregelen worden genomen. Omgeving tegelijk aanzetten eigen terrein ook aan te pakken • Middelen en kennis ter beschikking stellen aan bewoners om hun woonomgeving klimaatadaptief te maken.
Financiering en organisatie Voor de uitvoering van dit uitvoeringsstrategie, waaronder het nemen van klimaatadaptieve maatregelen bij voorgenomen projecten, is een extra uitvoeringsbudget nodig van 100.000 euro nodig voor de jaren 2022 en 2023. De uitvoering gebeurt door een programmamanager die elk half jaar rapporteert aan het college over de voortgang van het uitvoeringsstrategie.
N A A R E E N K L I M A AT B E S T E N D I G O O S T E RH O UT
5
1
Inleiding
Het klimaat verandert. Dat betekent dat Nederland steeds vaker te maken krijgt met andere en extremere weersomstandigheden: het wordt warmer, natter, droger en de zeespiegel stijgt. Ook in de gemeente Oosterhout. Denk aan de extreem hete en droge zomers van 2018, 2019 en 2020. Op 25 juli 2019 werd de historische grens van 40 graden overschreden, met een record in buurgemeente Gilze-Rijen (40,70 C). Mensen en dieren hadden aanzienlijke last van extreme hittegolven en het groen in de stad had zwaar te leiden onder de droogte. Noodmaatregelen werden genomen. Zo mochten ouderen in Oosterhout komen afkoelen in het gemeentehuis (zie afbeelding 1.1). In de toekomst krijgt Oosterhout steeds vaker te maken met dergelijke extremen en dat heeft effect op het dagelijks leven. Het is belangrijk om daarop voorbereid te zijn, zodat we weten wat we moeten doen tijdens een extreme gebeurtenis. En om desastreuze gevolgen zoveel mogelijk te beperken. Oosterhout past zich aan op de nieuwe situatie: we adapteren. Dat aanpassen is niet nieuw; kijk naar alle maatregelen die in Oosterhout zijn genomen in de afgelopen 20 jaar om de kans op wateroverlast door hevige neerslag te verminderen. Wat anders is, is de relatieve snelheid waarmee de verandering nodig is en het aantal werkvelden dat wordt geraakt (groen, water, infrastructuur, gezondheid, etc.).
Om deze benodigde verandering in al die werkvelden integraal te bewerkstelligen is regie nodig. Maar om te kunnen sturen is een richting nodig. Wat is nu precies de ambitie van Oosterhout? Welke doelen passen daarbij? En welke inspanningen zijn nodig om deze doelen te halen? En wie moeten daarbij betrokken zijn? Voorliggend plan geeft antwoord op deze vragen.
6
NA A R EEN K LI M AAT BE S T E ND I G OOS T E R H O U T
Afbeelding 1.1: ouderen koelen af in het gemeentehuis van Oosterhout juli 2019
Leeswijzer Eerst is er een introductie op het thema klimaatadaptatie, waarbij ook de relatie met het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en de regio wordt beschreven (hoofdstuk 2). In hoofdstuk 3 staan de gevolgen van het veranderende klimaat voor Oosterhout. Vervolgens staat in hoofdstuk 4 de ambitie die de gemeente nastreeft en welke doelen en inspanningen daarvoor nodig zijn. Door het stellen van doelen is sturing mogelijk. Het geeft richting aan het opstellen van beleid en regelgeving, zodat de juiste maatregelen worden genomen bij nieuwbouw, vervanging of renovatie.
2
Introductie in de wereld van klimaatadaptatie
2.1. De opgave bij klimaatadaptatie De gemeente Oosterhout werkt al hard aan een waterbestendige, koele en groene stad. Bijvoorbeeld door het rioolstelsel aan te passen en door meer ruimte voor groen en wateropvang in de openbare ruimte te creëren. Maar is het voldoende? Er is altijd een extreme regenbui denkbaar die de riolen niet meer aankunnen, hoe groot je de buizen ook maakt (het restrisico). En om bij dat voorbeeld te blijven; het vergroten van de rioolbuizen kost geld. De afweging gaat dus tussen onder andere geld en het wel of niet accepteren van een bepaald risico. Doordat het klimaat verandert moet deze afweging opnieuw gemaakt worden, het restrisico wordt immers groter (Figuur 2.1).
Belegde opgave
Toenemende opgave
Huidig systeem
Onacceptabel restrisico
Acceptabel restrisico
In de klimaatrisicodialogen verkennen we samen met deze organisaties en inwoners de risico’s en welke voor een ieder acceptabel zijn en welke niet. Uiteindelijk moet er op basis van de verschillende belangen het gezamenlijke doel bepaald worden. Het is denkbaar dat dit doel minder of meer ambitieuzer is dan we voor onszelf hadden bedacht. Ook bepalen de partijen op basis van het gezamenlijk doel welke maatregelen er genomen moeten worden om het onacceptabele risico weg te nemen.
2.2. Klimaatadaptatie op lokaal niveau: we zijn al begonnen! De afgelopen jaren is er in Oosterhout steeds meer aandacht voor klimaatadaptatie. In het bestuursakkoord 2018-2022 (‘Samen op weg naar 2030’) schrijft de coalitie over het veranderende klimaat en de gevolgen hiervan (figuur 2.2) . Het bestuur heeft de ambitie om de binnenstad te “vergroenen”. Ook wordt bij gemeentelijke plannen rekening gehouden met de wateropgaven, bijvoorbeeld door het aanleggen van wadi’s of een aparte regenwaterafvoer. Om diezelfde reden wordt het terugdringen van verstening van tuinen gestimuleerd, bijvoorbeeld door het aanleggen van onderhoudsarme, groene ‘voorbeeldtuinen’ en aansprekende publieksacties.
Figuur 2.1: Model om opgave klimaatadaptatie uit te leggen.
De vraag is hoeveel van dit restrisico we accepteren. Om dat te bepalen gaan we in gesprek met partijen in de gemeente en in de regio (klimaatgesprekken of klimaatrisicodialogen, zie paragraaf 4.2). Maar daarvoor moet we zelf eerst het huiswerk af hebben. We moeten inzichtelijk hebben wat de grote opgaven zijn, welke doelen we willen nastreven en welke inspanningen de gemeente de komende jaren voor zich ziet. In het voorliggende programma is hiertoe een aanzet gegeven. Komende periode wordt verder invulling gegeven aan concrete inspanningen en beleid met de klimaatrisicodialogen.
Figuur 2.2: Bestuursakkoord gemeente Oosterhout
N A A R E E N K L I M A AT B E S T E N D I G O O S T E RH O UT
7
Enkele mooie voorbeeldprojecten waarin de gemeente maatregelen heeft genomen die bijdragen aan klimaatbestendig worden van Oosterhout: • In de Hildebrandlaan is de asfaltrijbaan komen te vervallen (circa 1 hectare) en is een groene zone met wadi’s aangebracht. • In de kreekzone In de Contreie is een waterstructuur voor regenwaterafvoer en een ecologische parkzone met speelgelegenheid aangelegd die aansluit op de Ecologische Verbindingszone. • In het Lukwelpark is een waterberging van 4.500 m³ gerealiseerd. • In het Santrijngebied zijn verharde parkeerplaatsen verwijderd en is de parkfunctie versterkt met een waterberging. • In de Muntstraat zijn wadi’s en infiltratievoorzieningen op particuliere terreinen aangelegd bij de uitbreiding van het bedrijventerrein. Hier wordt geen regen meer afgevoerd vanuit het gebied. • In de Melis Stokelaan zijn wadi’s aangelegd voor extra groen en waterberging. • In het Slotbossetorenpark is een waterberging van circa 8000 m³ aangelegd door het herinrichten van het watersysteem.
Kwetsbaarheid in beeld brengen
Risicodialoog voeren en strategie opstellen
Uitvoeringsagenda opstellen
Meekoppelkansen benutten
Figuur 2.3: DPRA, Weten, Willen en Werken
8
NA A R EEN K LI M AAT BE S T E ND I G OOS T E R H O U T
• In de Prof. Rommehoek en Prof. Beelhoek stroomt het regenwater nu bovengrondse af naar het oppervlaktewater (in plaats van naar het riool). • In het zuidelijk deel van de Hoofseweg is een watergang aangelegd voor waterberging en afvoer van regenwater uit het centrumgebied. • In de Molenleij in Dorst is waterpasserende bestrating aangelegd voor verwerking van regenwater door infiltratie naar de bodem. • In de nieuwbouw Boswachterij in Dorst is een ven aangelegd voor regenwaterberging en infiltratie.
2.3. Klimaatadaptatie op rijksniveau: Deltaprogramma Ruimtelijk Adaptatie Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) geeft uitwerking aan klimaatadaptatie op nationaal niveau. Het DPRA is onderdeel van het veelomvattende Deltaprogramma, dat gericht is op het wegnemen van knelpunten die nu al optreden door het veranderende klimaat en op de doelen voor waterveiligheid, zoetwater en ruimtelijke adaptatie in 2050 en verder. Het DPRA is nationaal beleid, gericht op het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van
Stimuleren en faciliteren
Reguleren en borgen
Handelen bij calamiteiten
Nederland. Het plan is opgebouwd uit zeven ambities die de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen versnellen en intensiveren. Het Deltaprogramma Ruimtelijk Adaptatie volgt een iteratief proces waarin 3 stappen een centrale rol spelen: Stap 1 - Weten: Analyseren wat de gevolgen van klimaatverandering voor de diverse functies in een gebied in de periode tot 2050 zijn. Dit doen we onder andere door het uitvoeren van stresstesten. Stap 2 - Willen: Concrete doelen stellen voor het verbeteren van de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid in de periode tot 2050 en een daarbij passende strategie formuleren. Stap 3- Werken: De inspanningen die nodig zijn om de doelen en strategie vast te leggen in beleidsplannen, wetten en regels, en om mensen bewust te maken en mee te krijgen om mee te doen. Al deze inspanningen kunnen gezien worden als een uitvoeringsagenda/programma. Meer informatie is te vinden op www.ruimtelijkeadaptatie.nl
2.4. Klimaatadaptatie in de regio: samenwerken op regionale opgaven Sommige klimaatadaptatie opgaven kunnen niet door Oosterhout alleen worden ingevuld. Denk hierbij bijvoorbeeld aan verdrogingsvraagstukken. Daarom werkt de gemeenten Oosterhout samen met de gemeenten Drimmelen, Geertruidenberg, Altena en de waterschappen Brabantse Delta en Rivierenland. Zij vormen samen DPRA-werkregio ‘Werkeenheid 4’. In de werkregio is gezamenlijk gewerkt aan het in beeld brengen van de opgaven (zie hoofdstuk 3). Op dit moment is de afspraak om eerst per organisatie
1
de eigen opgave en de richting scherp te maken om vervolgens in gezamenlijkheid te bekijken welke opgaven regionaal opgepakt gaan worden en wie dat gaat trekken. Ook op provinciaal niveau wordt er gewerkt aan klimaatadaptatie. Zo hebben provincies, waterschappen en gemeenten in 2018 samen het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie Zuid Nederland opgesteld. Op www.klimaatadaptatiebrabant.nl wordt veel informatie gepubliceerd over klimaatadaptatie.
Impulsregeling Vanaf 1 januari 2021 kunnen gemeenten, provincies en waterschappen gebruikmaken van de Impulsregeling klimaatadaptatie. Via die regeling kunnen ze een bijdrage van het Rijk krijgen voor klimaatadaptatiemaatregelen. Het bedrag kan gebruikt worden om adaptatiemaatregelen versneld uit te voeren, om al geplande ruimtelijke maatregelen uit te breiden met adaptatiemaatregelen, of om nieuwe adaptatiemaatregelen op te pakken. Het gaat over een bedrag van € 200 miljoen dat over de DPRA-werkregio’s wordt verdeeld op basis van inwoneraantal en oppervlakte. Voor de DPRAwerkregio Werkeenheid 4, waar de gemeente Oosterhout onderdeel van is, gaat het om 2,2 miljoen euro. Het Rijk draagt maximaal 33% van de kosten voor een maatregelpakket bij. De decentrale overheden (en overige partners) in de werkregio maken onderling afspraken over hoe ze de overige 67% financieren1. In paragraaf 4.2 bij doel 2 staan enkele projecten die de gemeente mogelijk opvoert om in aanmerking te komen voor deze subsidie.
https://klimaatadaptatienederland.nl/overheden/sra/impulsregeling-klimaatadaptatie/
N A A R E E N K L I M A AT B E S T E N D I G O O S T E RH O UT
9
3
De gevolgen van klimaatverandering in Oosterhout
Bij het in kaart brengen van de gevolgen gaat het om het analyseren wat de gevolgen van klimaatverandering voor de diverse functies in een gebied in de periode tot 2050 zijn. Deze analyse is op te splitsen in twee vragen: • Welke gevolgen van de klimaatverandering zijn er voor Oosterhout? • Wat is het effect van deze veranderingen op de diverse functies? Om deze vragen te kunnen beantwoorden zijn er drie type bronnen beschikbaar: 1. Een groslijst met mogelijke gevolgen. Door de Nationale Adaptatie Strategie is in beeld gebracht welke mogelijke gevolgen er zijn in zogenaamde bollenschema’s. 2. De stresstestkaarten: zowel landelijk (www.klimaateffectatlas.nl), provinciaal (www.klimaatadaptatiebrabant.nl/klimaatopgaven) als regionaal (klimaatatlas Werkeenheid 4) zijn er kaarten ontwikkeld waarin geografische informatie en rekenresultaten met elkaar zijn verbonden om inzicht te geven in de mogelijke gevolgen van de klimaatverandering. 3. Historische ervaringen en lokale kennis.
10
NA A R EEN K LI M AAT BE S T E ND I G OOS T E R H O U T
Andere relevantie informatie betreft bijvoorbeeld de potentiële schade door klimaatverandering. Landelijk is bepaald (www.klimaatschadeschatter.nl) wat de mogelijke schade van klimaatverandering globaal is voor de verschillende thema’s per gemeente. Voor de gemeente Oosterhout is dit opgenomen in bijlage 2. In werksessies is met ambtenaren van verschillende disciplines uit de gemeentelijke organisatie (bron 3) aan de slag gegaan met de bollendiagrammen (bron 1) en de stresstestkaarten (bron 2) om de meest relevante gevolgen van de klimaatverandering voor Oosterhout te achterhalen alsmede de mogelijke locaties waar adaptieve maatregelen gewenst zijn. In bijlage 3 staan de bollenschema’s specifiek gemaakt voor Oosterhout. In de komende paragrafen staan de mogelijke gevolgen van klimaatverandering die het meest relevant zijn voor Oosterhout.
3.1. Het wordt natter Onder het thema “natter” valt naast extreme neerslag ook langdurige neerslag en extreme hagel- en onweersbuien. Als het gaat om extreme neerslag spelen de kenmerken van de (openbare) ruimte een grote rol. Bij een extreme bui van bijvoorbeeld 60 millimeter in een uur stroomt het water naar de laagste plekken in de wijken. Dit leidt op sommige plekken tot schade in woningen, winkels en bedrijven. Bijvoorbeeld
in de wijk Oosterheide, een wijk uit de jaren ’50 en ’60 zonder wadi’s. Delen van deze wijk hebben te maken met wateroverlast heftige regenbuien. Ook is op basis van de stresstestkaart wateroverlast te verwachten op het bedrijventerrein Everdenberg en in de Sint Jansstraat (zie figuur 3.2). We willen maatregelen nemen om dat te voorkomen. De mogelijke gevolgen van extreme neerslag zijn onder meer:
Neerslag Gevolgen Er ontstaat een toename van grondwateroverlast bij langdurige neerslag, hierdoor worden woningen getroffen door schimmels. Vaker schade aan woningen, gebouwen, voertuigen door hogere frequentie en hevigheid van storm en/of hagel. Mogelijk meer blootstelling aan water overdraagbare ziekteverwekkers door rioolwater op straat. Door extreme regen is er meer afspoeling en overstort van rioolwater op het oppervlaktewater, waardoor de waterkwaliteit (tijdelijk) verslechterd. Vitale en kwetsbare functies komen onder water te staan. Dit kan grote gevolgen hebben voor onder andere de volksgezondheid en milieu. De beschikbaarheid en conditie van infrastructuur neem af, omdat dit onder water staat bij neerslag. Dit is tevens een risico voor de hulpdiensten die deze infrastructuur hard nodig hebben om op te treden bij calamiteiten. Er ontstaat een toenemend risico voor het organiseren van buiten evenementen. Bijvoorbeeld door storm, onweer en hagel. Frequenter overstromingen buitendijks van de Maas (Amertak en Wilhelminakanaal) door toename en grilliger rivierafvoer. Toename piekafvoer van de Maas (Amertak en Wilhelminakanaal) en overstromingskans primaire kering. Door langdurige neerslag is er een toename van het overstromingsrisico regionale wateren. Er treedt een verandering op in het ecosysteem.
Door de toename van natte perioden is er een verandering in soorten flora en fauna. Er ontstaat meer schade aan de oogst in de landbouw door toename van natte periodes, storm en hagel. Figuur 3.1: De gevolgen van neerslag
Figuur 3.2: wateroverlastlocaties volgens de stresstestkaart: de Sint Jansstraat (links) en Everdenberg.(rechts)
N A A R E E N K L I M A AT B E S T E N D I G O O S T E RH O UT
11
3.2. Het wordt warmer en heter Net zoals in de rest van Nederland wordt het in de gemeente Oosterhout ook warmer. Op de klimaatstresstesten van Oosterhout is te zien dat het in de bebouwde kom wel 8 graden warmer kan zijn dan in het omliggende gebied. Het koelt ’s nachts in het stedelijk (versteende) gebied ook veel minder af. Dit heeft als gevolg dat er hittestress voor bewoners optreedt, vooral ouderen en andere kwetsbare groepen zijn hier de dupe van. Parken en robuustere groenstructuren in versteende gebieden helpen deze hittestress te verminderen en zorgen voor lagere temperaturen en afkoeling in de nacht.
Hoewel het in het buitengebied over het algemeen minder warm is, houden de hoge zandgronden in de gemeente overdag veel warmte vast. Het vee en de gewassen en natuur krijgen het ook zwaar te verduren, door oplopende temperaturen en gebrek aan schaduw.
Figuur 3.3: De hittestresskaart van Oosterhout met plekken waar het lokaal meer dan 40 graden wordt.
Afbeelding 3.1: Krantenkop BN De Stem (26-07-18) Bewoners verpleeghuis Oosterhout nóg twee weken zonder airco2
Gemiddeld gaat het de komende jaren nog warmer worden, hierdoor blijft het onderwerp hitte een grote uitdaging in Oosterhout. De gemeten temperaturen tijdens een warme zomerdag in 2017 tonen aan dat op straatniveau de temperaturen vooral opliepen in het Centrum, Oud-West, delen van Vrachelen Noord en op de industrieterreinen (Heikant, VijfEiken, Weststad).
Hitte Gevolgen Het welzijn van kwetsbare groepen is in gevaar tijdens een hittegolf aangezien hitte gezondheidsrisico’s met zicht mee brengt, dit veroorzaakt tevens veel druk op de hulpdiensten. Er ontstaat meer zomersmog en hittestress die een gevaar kunnen zijn voor de volksgezondheid, vooral voor mensen met een longaandoening is dit problematisch. Er ontstaat een toenemende blootstelling aan UV-straling, met bijhorende gezondheidsrisico’s. Door warmer weer ontstaan er meer ziekteverwekkers in het water. Door het warmere weer gaan meer mensen recreëren in het water, waardoor deze groep een grotere blootstelling heeft aan deze ziekteverwekkers (bijvoorbeeld blauwalg). Er kan vaker niet gezwommen worden in zwemwater door de aanwezigheid van blauwalg. Er is een toename van dagtoerisme vanwege vaker lekker weer en het toeristen seizoen wordt langer. Er is een toename van gebruik van natuur, openbaar groen en stedelijke recreatie omdat men op zoek gaat naar verkoeling op warme dagen. Er ontstaat een toenemende behoefte aan koeling zowel binnen als buiten. Toename van gebruik drinkwater voor verkoelings-doeleinden, bijvoorbeeld het vullen van zwembadjes. Er is een toename van risico’s gerelateerd aan hitte op grote evenementen. Stijging van het aantal ‘allergiedagen’. Er is een risico op uitzetting van rails en bruggen en het smelten asfalt, met vertraging en congestie tot gevolg.
Er ontstaat een mogelijke toename van ziekten en plagen in de landbouw. Het verminderen van de landbouwproductie. Door extreme hitte verbranden planten en gras in het openbaar groen, tuinen en sportvelden. Toename van overlevingskans insecten en exoten in de winter. Een risico op het verschuiven en uitsterven van soorten. Er is meer onkruid in stedelijk en landelijk gebied vanwege een langer groeiseizoen. Figuur 3.5: De gevolgen van hitte
2
h ttps://www.bndestem.nl/dossier-de-hitte/bewoners-verpleegenshy-huis-oosterhout-nog-twee-weken-zonder-airco~a33c86ab/?referrer=https%3A% 2F%2Fwww.google.com%2F
12
NA A R EEN K LI M AAT BE S T E ND I G OOS T E R H O U T
3.3. Het wordt droger De kans op droogte is groot in de gemeente Oosterhout. Vooral de natuurgebieden in het zuiden van het gebied hebben last van grote droogte. Dit heeft als gevolg dat er schade optreedt aan het openbaar groen en sportvelden, er schade aan de oogst ontstaat, vijvers en sloten droogvallen en dat drinkwaterlocaties in gevaar komen (Oosterhout is voor een groot deel een grondwaterbeschermingsgebied). Ook in de
dorpskernen zorgt een tekort aan neerslag voor problemen. Na drie droge zomers (2018, 2019 en 2020) waren de effecten in de gemeente duidelijk merkbaar. Door de droogte zal het gebruik van drinkwater voor andere doeleinden dan menselijke consumptie (bijvoorbeeld sproeien van tuinen of drenken van vee) gaan toenemen terwijl de drinkwatervoorraden al kleiner worden door de klimaatverandering. Droogte heeft voor Oosterhout vooral de volgende gevolgen:
Droogte Gevolgen Verandering van het ecosysteem. Er vindt een verschuiving van soorten plaats door de toename van droge periodes en verzilting. Verlies soorten en habitats door hogere concentraties vervuilende stoffen in oppervlaktewater. Er treedt een verandering van de hydrologie op in natuurgebieden. Gevolg is dat natuurgebieden veranderen, er treedt verdroging op en er ontstaan veranderingen in habitats en biodiversiteit. De oogstschade in de landbouw wordt groter door de toename van extreme droogteperiodes en verzilting van de grond. Door deze verzilting kan men niet altijd vasthouden aan traditionele teelt. Door toenemende droogteperiodes verandert de kwaliteit van het oppervlaktewater Dit zorgt voor hogere blootstelling aan water overdraagbare infectieziekten en blauwalg. Dijken verliezen hun stabiliteit door het verbranden van gras op de dijk. Mogelijk fundatie problemen door droogte bij woningen van voor 1980, die zijn gebouwd op staal (voornamelijk Dommelbergen). Door aanhoudende droogte is er een grotere kans op natuurbranden en bermbranden. Het wordt voor de scheepvaart moeilijker om te laden en te lossen door lage rivierstanden. Er ontstaat een toenemende vraag naar water voor bewoners en bedrijven. Drinkwaterwinning wordt gelimiteerd wanneer er minder zoetwater beschikbaar is, zowel oppervlaktewater als grondwater.
De zoetwaterbeschikbaarheid via oppervlaktewater en grondwater neemt af door lage rivierafvoeren. Er is minder koelwater beschikbaar voor de industrie. Er wordt vaker een beregeningsverbod afgekondigd, dit heeft grote gevolgen voor onder andere boeren Toename blootstelling aan pollen door toename CO2. Er ontstaat een toename van fijnstof wat luchtvervuiling veroorzaakt, dit zorgt voor gezondheidsproblemen, bijvoorbeeld voor mensen met een longaandoening. Door droogvallende vijvers, kolken en riolering ontstaat stankoverlast. Figuur 3.6: De gevolgen van droogte
Tijdens langdurige droge perioden neemt de kans op natuurbranden toe. In Oosterhout liggen gebieden met natuurbrandrisico, deze gebieden zijn met geel aangegeven (bron: www.klimaatadaptatiebrabant.nl)
Figuur 3.7: Gebieden met een natuurbrandrisico
N A A R E E N K L I M A AT B E S T E N D I G O O S T E RH O UT
13
3.4. De zeespiegel stijgt
De kans dat Oosterhout te maken krijgt met grote gevolgen van een overstromingen zijn klein. De normering van de primaire waterkeringen langs de Maas en langs de Amer tot aan Sluis 1 en de Markersluis is 1:10:000. Mochten deze keringen doorbreken dan komt de wijk Dommelbergen en industriegebieden Weststad en Statendam onder
water te staan. Daarbij ontstaan waterdiepten van maximaal 2 meter. Niet heel Oosterhout geniet echter dezelfde bescherming tegen overstromingen. Zo ligt Weststad-Zuid en eiland Zwaaikom buitendijks .Een overstroming of hoge rivierstanden door een stijgende zeespiegel heeft de volgende gevolgen.
Overstroming Gevolgen Er bestaat een risico dat de rijks- en hoofdwegen onbereikbaar zijn door een overstroming. Bij een overstroming valt de vitale en kwetsbare infrastructuur uit in het gebied. Bij een overstroming ontstaat er materiële schade en vallen er mogelijk slachtoffers. Bij een overstroming kunnen kwetsbare groepen zich moeilijk zelf redden in de wijk Dommelbergen. Wanneer Geertruidenberg en Raamsdonkveer onder water staan vluchten deze inwoners richting Oosterhout, hiervoor is opvang nodig. Bemoeilijking laden en losse scheepvaart door toename hogere waterstanden. Figuur 3.8: De gevolgen van een overstroming
Figuur 3.9. Deze kaart laat zien waar overstromingen vanuit de grote rivieren kunnen voorkomen die ongeveer 1 keer in de 1.000 jaar plaatsvinden (www.klimaateffectatlas.nl).
14
NA A R EEN K LI M AAT BE S T E ND I G OOS T E R H O U T
Figuur 3.10: Groene lijnen en gele lijnen weergeven waterkeringen: Weststad-Zuid ligt buitendijks
Er kan ook een overstroming vanuit de kleinere wateren optreden, bijvoorbeeld na langdurige neerslag. Het waterschap berekent periodiek de risico’s hiervan. Het belangrijkste berekende risico voor woningen is aan de noordoostkant van Vrachelen-Noord.
Figuur 3.11: Door waterschap Brabantse Delta berekende locaties met een overstromingskans van 1:100 jaar
N A A R E E N K L I M A AT B E S T E N D I G O O S T E RH O UT
15
4
Ambitie, doelen en inspanningen
4.1. Ambitie voor 2023 Oosterhout conformeert zich aan de ambitie van het Deltaprogramma om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Dit betekent dat de gevolgen van extreem weer in 2050 dusdanig geminimaliseerd zijn, dat de maatschappelijke schade en ongemak acceptabel is. Deze ambitie voor 2050 is de stip op de horizon die richting geeft, maar aangezien 2050 nog ver weg is, is ook een ambitie nodig voor de korte termijn. Het betreft hier niet een ambitie waaruit duidelijk wordt welke fysieke maatregelen nodig zijn. Het is een ambitie die voornamelijk gericht is om de komende
jaren de voorwaarden te scheppen die nodig zijn om uiteindelijk fysieke maatregelen te gaan nemen door zowel de gemeente, als andere organisaties als bewoners. Belangrijk aspect daarbij is het tijd nemen om samen met de stad en regio te bepalen wanneer Oosterhout klimaatbestendig is in zogeheten klimaatrisicodialogen. Deze keuze hangt af van de verschillende belangen en de beschikbare middelen om de gevolgen van het veranderende klimaat te minimaliseren.
De ambitie voor het uitvoeringsstrategie luidt: om in 2050 klimaatbestendig te zijn... .... handelt de gemeentelijke organisatie gericht klimaatadaptief vanaf 2023 .... zijn alle inwoners, ondernemers en organisaties in Oosterhout zich bewust van de risico’s van klimaatverandering op de eigen leefomgeving in 2023 .... hebben de actieve inwoners, ondernemers en organisaties in Oosterhout toegang tot kennis en middelen om klimaatadaptief te kunnen handelen vanaf 2021
4.2. Doelen en inspanningen voor 2023 Om de ambitie te kunnen waarmaken stelt de gemeente zichzelf de volgende doelen om te halen uiterlijk 2023:
Doel 1: klimaatadaptief handelen is geborgd in het gemeentelijk beleid en in de eigen organisatie Het handelen gebeurt nu grotendeels op basis van intrinsieke motivatie van ambtenaren. In paragraaf 2.2 staat al een mooie lijst met gerealiseerde projecten waarin klimaatadaptief is gehandeld.
16
NA A R EEN K LI M AAT BE S T E ND I G OOS T E R H O U T
Echter, om klimaatadaptatie succesvol te integreren in de organisatie is het van belang dit te borgen in beleid en (lokale) regelgeving. En dat iedereen mee doet in de organisatie, zowel de ambtenaren als het gemeentebestuur. Inspanning 1.1: Voeren van klimaatrisicodialogen Om klimaatadaptatie te borgen in beleid en (lokale) regelgeving moet de gemeente eerst weten wat wordt verstaan onder klimaatadaptief handelen. De gemeente moet dus bepalen welke inhoudelijke doelen
het nastreeft voor een klimaatbestendig Oosterhout en welke maatregelen, werkwijze of normen nodig zijn om de gevolgen van extreem weer te verkleinen naar een acceptabel niveau. Hierbij kán een onderscheid gemaakt te worden tussen bestaande bouw en nieuwbouw. Het bepalen en vaststellen van deze doelen en de daarbij horende maatregelen en normen wil de gemeente samen met partijen uit de stad en de regio doen in een aantal klimaatrisicodialogen. Het voeren van een goede risicodialoog kost tijd en inzet en dus is een prioritering nodig met welke opgaven gestart wordt. Om deze prioritering te kunnen maken heeft het ambtelijke kernteam klimaatadaptatie de opgaven van hoofdstuk 3 vertaald naar inhoudelijke doelen die de gemeente Oosterhout zou kunnen nastreven (zie bijlage 1). Deze doelen zijn uitgezet in onderstaande diagram (tabel 4.1). Daarbij is gekeken of de opgave met lokale partijen opgepakt dient te worden of dat dit regionaal dient te gebeuren. En er is bepaald of de gemeente een wettelijke taak heeft bij de opgave (en daar al beleid en regelgeving voor heeft) of dat het geen wettelijke taak is maar het gemeentebestuur er wel wat mee wil.
gemeente gaat voeren als onderdeel van dit uitvoeringsstrategie. De gemeente gaat dus de volgende klimaatrisicodialogen voeren 1. Risicodialoog over het doel om te komen tot een robuustere groenstructuur in de bebouwde kom. 2. Risicodialoog over het doel voor een minimale opwarming van het stedelijk gebied door creëren van voldoende schaduw en door oppervlakken warmtewerend of verkoelend in te richten. 3. Risicodialoog over het doel om minder schade aan (nieuwbouw) woningen en bedrijven te hebben bij extreme neerslag. 4. Risicodialoog over het doel om minder schade aan woningen en bedrijven te hebben bij droogte. 5. Risicodialoog over het doel om waar mogelijk regenwater te infiltreren in de bodem. 6. Risicodialoog over het doel om meer scholen, gebouwen met kwetsbare groepen (voornamelijk ouderen) en andere publieke gebouwen te voorzien van adequate (en CO2) neutrale koeling. 7. Risicodialoog over het doel om bewoners bewust te maken van de gevaren van hitte zodat zij weten wat ze moeten doen. 8. Risicodialoog over het droog houden van cultureel erfgoed bij extreme neerslag.
De doelen die horen bij een lokale opgave (linkerkant van het kwadrant) zijn de risicodialogen die de Tabel 4.1: Doelen
Lokale opgave en gemeente heeft een wettelijke taak
Regionale opgave en gemeente heeft wettelijke een taak
• De groenstructuur in bebouwde kom is robuust en kan goed tegen droogte • Een minimale opwarming van het stedelijk gebied door creëren van voldoende schaduw en door oppervlakken warmtewerend of verkoelend in te richten • Waar mogelijk regenwater infiltreren in de bodem, om droogte tegen te gaan. • Bij extreme droogte ontstaat er minimale schade aan woningen en bedrijven • Bij een extreme bui is er minimale schade aan woningen en bedrijven • Scholen en andere publieke gebouwen voorzien van adequate (en C02-neutrale) koeling • Inwoners kennen de gevaren van hitte en weten wat ze moeten doen (huis koelhouden, genoeg drinken) • Cultureel erfgoed dient droog te blijven bij extreme neerslag.
• Bij een extreme bui moeten de hoofdwegen beschikbaar blijven ten behoeve van de hulpdiensten (regionaal omdat het bedieningsgebied Veiligheidsregio regionaal is) • Essentiële elementen van vitale en kwetsbare infrastructuur dienen droog te blijven bij een overstroming vanuit de rivier • De vitale en kwetsbare functies blijven bij extreme neerslag altijd door functioneren
Lokale opgave en gemeentebestuur wil ermee aan de slag
Regionale opgave en gemeentebestuur wil ermee aan de slag
• Gebouwen voor kwetsbare groepen voorzien van goede en voldoende koeling
• De Willemspolder, Oranjepolder als ook de watergangen in Oosterhout hebben onvoldoende toevoer van water bij droogte in de zomerperiodes. De waterkwaliteit (algengroei, botulisme) gaat achteruit en gewassen kunnen verdorren • Bij een overstroming dienen chemische installaties zorgvuldig afgeschakeld te worden, zodat een natuurramp of gewonden en doden worden voorkomen • Bosbranden zijn snel onder controle te krijgen en overslaan van de brand naar woongebieden moet voorkomen worden • Er is een goede bodemstructuur, zodat er meer water in de bodem wordt vastgehouden in het agrarisch buitengebied • De vitale en kwetsbare functies blijven bij extreme hitte altijd door functioneren • Borgen dat er voldoende grondwater is voor het winnen van drinkwater
N A A R E E N K L I M A AT B E S T E N D I G O O S T E RH O UT
17
Voorkomen moet worden dat partijen uit de stad parallel of in korte tijd deel moeten nemen aan verschillende participatieprocessen. Dus geprobeerd wordt zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij bestaande participatieprocessen en ontwikkelingen. De doelen die regionaal opgepakt dienen te worden (de rechterkant van het kwadrant) gaat de gemeente inbrengen in het regionale overleg binnen de DPRAwerkregio ‘Werkeenheid 4’. Enkele regionale dialogen zullen waarschijnlijk al in het voorjaar van 2021 worden opgestart op verzoek van gemeenten Oosterhout en Altena (met betrekking tot vitale infrastructuur, gezondheid en landbouw). Gezamenlijk wordt in de 2e helft van 2021 uitgewerkt hoe we deze regionale klimaatdialogen gaan voeren. Inspanning 1.2: Verwerken uitkomsten risicodialogen in beleid en regelgeving Zowel bij nieuwbouw als renovatie is de beschikbare ruimte schaars. Het kan zijn dat een wens voor het planten van bomen voor verkoeling moet concurreren met bestaande normen wat betreft parkeren. De ervaring leert dat zonder extra aandacht nieuwe opgaven deze concurrentie vaak verliezen. Binnen enkele jaren moet klimaatadaptatie bij nieuwe projecten meegenomen worden als business as usual, zodat klimaatadaptatie (in de vorm van voorkomen of minimaliseren van de kans op bijvoorbeeld wateroverlast en hittestress) evenwichtig wordt meegenomen bij het maken van keuzes.
Door klimaatadaptatie te borgen in beleid en binnen projecten expliciet mee te nemen wordt hieraan gewerkt. Bijvoorbeeld door normen op te stellen voor schaduw op belangrijke looproutes. In de risicodialogen gaat de gemeente met partijen uit de dorpen, stad en regio in gesprek om te komen tot een gedeeld beeld welke gevolgen van klimaatverandering onacceptabel zijn, welke maatregelen nodig zijn en wie die gaat uitvoeren en bekostigen. Deze afspraken dienen geborgd te worden in overeenkomsten tussen de partijen. Het deel waar de gemeente verantwoordelijkheid voor neemt moet ook verwerkt worden in beleid en regelgeving. Dit zijn over het algemeen besluiten die door de gemeenteraad genomen moet worden. Het gaat dan om het klimaatadaptief handelen te borgen in onder andere de volgende documenten: • Het Groenbeleid • Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) • Water- en rioleringsplan • Het Hitteplan
18
NA A R EEN K LI M AAT BE S T E ND I G OOS T E R H O U T
• •
Mobiliteitsplan Gemeentelijk vastgoedbeleid.
Mocht uit een van bovengenoemde beleidsdocumenten een wens ontstaan om regels te stellen die bindend moeten zijn voor de burgers dan zal een regeling daartoe worden opgenomen in het Omgevingsplan. Dit besluit (en debat wat daaraan voorafgaat) zal echter niet genomen worden in het kader van het Omgevingsplan. Maar een beleidsdocument die bepaald welke norm bindend moet zijn. Inspanning 1.3: Intern traject gemeentelijke organisatie Het klimaatbestendig handelen vraagt om bewustwording van de gevolgen van extreem weer en over de opgave in de gehele gemeentelijke organisatie. Daarnaast zijn mogelijk aanvullende inspanningen nodig zodat de ambtenaren die daadwerkelijk klimaatadaptief moeten handelen de juiste vaardigheden en kennis hebben. Hiervoor zal een kennis- en communicatietraject worden uitgewerkt.
Doel 2: Meekoppelkansen benutten De snelheid kan per jaar verschillen, maar de gedachte is om maatregelen om klimaatbestendig te worden te nemen op de momenten van nieuwbouw, renovatie of vervanging. Door deze meekoppelkansen te benutten kost het de maatschappij minder om klimaatbestendig te worden. Zolang klimaatadaptief handelen nog niet is geborgd in beleid komen er vele kansen voorbij om bij ontwikkelingen in de gemeente al maatregelen te nemen die bijdrage aan een klimaatbestendig Oosterhout. Om deze kansen te benutten zijn er twee zaken belangrijk: • In het uitvoeringsstrategie budget reserveren om deze extra inzet te kunnen bekostigen. Dit fonds kan aangevuld worden tot 33% met Impulsgelden vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie • Binnen projecten moeten de verschillende onderdelen van klimaatadaptatie besproken worden zodat er ook daadwerkelijke maatregelen afgewogen worden. Inspanning 2.1: Nieuwe gemeentehuis is zoveel mogelijk klimaatbestendig De gemeente moet uiteraard het goede voorbeeld geven bij het vergroenen van panden. Het nieuwe gemeentehuis biedt daarvoor de ultieme kans. Inspanning 2.2: Bij komende ruimtelijke projecten
N A A R E E N K L I M A AT B E S T E N D I G O O S T E RH O UT
19
indien mogelijk klimaatadaptieve maatregelen nemen Momenteel zijn alleen de projecten voor 2021 bekend. Elk jaar wordt bekeken welke projecten in aanmerking komen. De projecten waar we in 2021 naar kijken zijn bijvoorbeeld: 1) Bankenlocatie als inbreidingslocatie van het centrum 2) Provinciale weg Oosteind 3) Herinrichting schoolomgeving natuurkundige buurt (onder andere Lorentszlaan en Buys Ballotlaan) 4) Herinrichting Burgemeester Holtroplaan. 5) Openbare ruimte bedrijventerrein Weststad.
Doel 3: Stimuleren en faciliteren van bewoners en organisaties in de gemeente Om tot een klimaatbestendig Oosterhout te komen is het belangrijk om niet alleen de ambtenaren mee te nemen, maar ook bewoners en organisaties in de gemeente te stimuleren en faciliteren om klimaatadaptief te gaan handelen. Hierbij moet men rekening houden met verschillende groepen mensen en organisaties: 1) Mensen die zich niet bewust zijn van de gevolgen van klimaatverandering en wat voor een invloed heeft op hen 2) Mensen/organisaties die al wat doen aan klimaatbestendigheid 3) Mensen/organisaties die iets willen doen aan klimaatbestendigheid, maar niet weten waar ze aan moeten kloppen en hoe ze dit tot uitvoering kunnen brengen. Hieronder staan een aantal inspanningen opgesomd die uitgevoerd worden om bewoners, bedrijven en organisaties te stimuleren tot het nemen van klimaatadaptieve maatregelen. Deze inspanningen bouwen voort op de inspanningen en acties die de gemeente in het verleden uitgevoerd heeft. Inspanning 3.1: Communicatiecampagne om bewoners en organisaties bewust te maken van de risico’s. Hiervoor zal een communicatieplan worden opgesteld. Communicatie gebeurt onder andere via www.duurzaamoosterhout.nl en in samenwerking met woningcorporatie Thuisvester, hoveniers en tuincentra, het Milieu- en Educatiecentrum en de Kinderboerderij (MEK).
Inspanning 3.2: Aansluiten bij projecten waar de
20
NA A R EEN K LI M AAT BE S T E ND I G OOS T E R H O U T
publieke ruimte op de schop gaat, zoals het vervangen van riolering, renoveren van de weg en grootschalige werkzaamheden inzake de energietransitie. Hierbij kan de gemeente lokale initiatieven en bedrijven betrekken. Mensen staan namelijk het meest open voor verandering rondom het eigen huis bij grote verandering, zoals dergelijke projecten. Er wordt ook gedacht aan samenwerking met makelaars bij verhuizingen en samenwerking met Woningcorporatie Thuisvester. Inspanning 3.3: Promoten en ondersteunen van initiatieven door bewoners en organisaties, zoals het opvangen van kwetsbare groepen in het gemeentehuis (met airconditioning) gedurende hete dagen. Een gemeentelijk hitteplan is hier een goede leidraad voor. Inspanning 3.4: Middelen en kennis ter beschikking stellen aan bewoners om hun woonomgeving klimaatadaptief te maken. Hierbij is een samenwerking met bedrijven, zoals tuincentra en hoveniers mogelijk.
Denk aan: • De subsidieregeling klimaatvriendelijke tuinen waarmee inwoners een bijdrage kunnen krijgen voor: - Plaatsen van regentonnen en andere waterbergende voorzieningen - Voor het aanleggen van groene daken - Voor de vergroening van tuintjes (minder tegels) • Hoveniers belang van minder verstening meegeven/uit laten dragen bij tuinontwerp • Voorbeelden laten zien van onderhoudsvrije groene tuinen • Zaden, bloemen, planten aanleveren voor bewoners vanuit tuincentra • Combineren met Project Natuur in de wijk (100 ha biodiversiteit verhogen) welke 2021 van start gaat.
4.3. Financiering en organisatie van de opgave Financiering van de opgave tot en met 2050 Het klimaatbestendig maken van Oosterhout betekent investeren. Door op de momenten van nieuwbouw, vervanging of renovatie de maatregelen te nemen minimaliseren we de kosten. De mate van investering hangt af van de mate waarin de gemeente en de andere partijen en in de stad en regio gevolgen van het veranderende klimaat onacceptabel vinden. Dit zal de komende jaren steeds concreter worden door het voeren van de klimaatrisicodialogen en door het feit dat er in het hele land ervaring wordt opgedaan met het nemen van klimaatadaptieve maatregelen. De gemeente Oosterhout houdt deze ontwikkelingen in de gaten. Naast de kosten zijn er ook de baten. Deze zijn globaal uit te splitsen in: • Voorkomen van schade (zie ook bijlage 2) • antrekkelijkere/groenere leefomgeving en daarmee een fijne plek om te (komen) wonen. Dat vertaalt zich ook weer naar de waarde van het vastgoed • Mogelijk nieuwe kansen op het gebied van toerisme en recreatie (het is vaker warm).
Organisatie voor het uitvoeringsstrategie De doelen geven aan waar de gemeente op gaat sturen de komende 3 jaar. Om de voortgang te kunnen monitoren en te rapporteren is een nadere uitwerking nodig om te komen tot indicatoren. De eerste stap na het vaststellen van dit uitvoeringsstrategie is het opstellen van een programmaplan. Hierin staat ook de gewenste programmaorganisatie. Dit zal grofweg neerkomen op het benoemen van een programmamanager binnen de gemeentelijke organisatie die naar schatting 2 dagen in de week het uitvoeringsstrategie leidt (inclusief trekker regionale samenwerking werkeenheid 4). De programmamanager zal bijgestaan worden door een kernteam klimaatadaptatie bestaande uit medewerkers uit de verschillende afdeling in de gemeentelijke organisatie. Deze medewerkers zijn als het ware de ambassadeurs en verbinding met hun afdeling en het programma. De programmamanager rapporteert elk half jaar over de voortgang van het uitvoeringsstrategie.
Financiering uitvoeringsstrategie Op basis van de inspanningen is een voorlopige begroting gemaakt van het uitvoeringsstrategie. In deze begroting zitten niet de uren voor de programmamanager.
2021
2022
2023
Verwachte kosten Reeds begroot Subsidieregeling klimaatvriendelijke tuinen Natuur in de wijk Ruimte voor klimaatdialogen, communicatie en proces
€ 50.000 € 25.000 € 10.000 € 15.000
Benodigd extra budget voor maatregelen fysieke ruimte Nog opnemen in de begroting
€0
€0 € 20.000 €0 € 30.000
€0 € 20.000 €0 € 30.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 150.000
€ 150.000
N A A R E E N K L I M A AT B E S T E N D I G O O S T E RH O UT
21
Bijlage 1: Eerste opzet van doelen voor een klimaatbestendig Oosterhout In deze bijlage staan per thema mogelijke doelen die de gemeente kan opnemen en verwerken in haar beleid. Deze doelen zijn ter inspiratie en worden niet als dusdanig vastgesteld. Een deel van de doelen zijn eisen aan nieuwbouw dat voortkomt uit het Convenant klimaatbestendig bouwen Zuid-Holland. Dit convenant wordt door steeds meer gemeenten in Nederland overgenomen. Daarbij moet goed bekeken worden in hoeverre de omstandigheden in de gemeenten in ZuidHolland overeenkomen in Oosterhout.
Thema: Overstromingen vanuit de Amer, Amertak en Wilhelmina kanaal (Maas) (kans 1:10.000) Bij een overstroming vanuit de Maas via de Amertak en Wilhelmina kanaal staat de wijk Dommelbergen en industriegebied Weststad en Statendam onder water met waterdiepten tussen de 0,5 en 2 meter. Het water stroomt de huizen en kantoren binnen en de nutsvoorzieningen zoals stroom, water, gas en telecom worden uitgeschakeld. Als de rivierstand daalt stroomt het water weer weg. Daarna kan met het herstellen van de schade begonnen worden. Pas als alle vitale functies het weer doen kan iedereen terugkeren. De volgende doelen zijn denkbaar: Om het herstel van onderlopen gebieden te versnellen dienen de essentiële elementen van vitale en kwetsbare infrastructuur droog te blijven bij een overstroming. Vitale en kwetsbare functies zijn elektriciteit, telecom (publiek en hulpdiensten), drinkwater, afvalwater, hoofdwegen, ziekenhuizen en ook de hulpdiensten. Zo zal de brandweerkazerne aan de Vaartweg en de RWZI Dongemond onderlopen. Het drooghouden van essentiële elementen kan door het op hoogte te zetten, waterdicht af te sluiten, van een aparte ringdijk te voorzien of te verplaatsen naar niet overstroombaar gebied.
22
NA A R EEN K LI M AAT BE S T E ND I G OOS T E R H O U T
Bij een overstroming dienen chemische installaties zorgvuldig afgeschakeld te worden, zodat een natuurramp of gewonden en doden wordt voorkomen. Op het industriegebied Weststad en Statendam liggen diverse chemische bedrijven, zoals ELD Oosterhout. Deze bedrijven hebben tijd nodig om bepaalde chemische installaties uit te kunnen schakelen vanwege het gevaar op explosies (door ongewenste chemische reacties). Hierbij geldt ook dat nagedacht moet worden over de opslag van gevaarlijke stoffen. Bij een overstroming of heftige neerslag dient cultureel erfgoed droog te blijven. Het komt nog te vaak voor dat waardevolle objecten in kelders liggen of onder water kunnen komen bij een overstroming. Door dit te verplaatsen naar hoge grond dan wel de eerste verdieping of hoger blijft het droog bij een overstroming en bij heftige neerslag. Zo heeft het Rijksmuseum haar depot verhuist naar Amersfoort dat niet kan overstromen.
Thema: Extreme neerslag van 60mm in een uur (kans 1:100) Bij een dergelijke intense regenbui verzamelt het water zich op de laagste plekken in de gemeente en daar kan volgens de stresstestkaarten voor een korte periode een laag water op straat komen te staan van maximaal 40 cm. Het is mogelijk dat het water woningen en winkels binnengaat. Verder komen de aanrijtijden van de veiligheidsdiensten mogelijk in gevaar door stremming van hoofdwegen. Ook kunnen enkele vitale en kwetsbare functies uitvallen, omdat bijvoorbeeld elektriciteitskasten onder water staan of door blikseminslag. En heftige neerslag (waaronder hagel) kan schade aan de oogst veroorzaken. De volgende doelen zijn denkbaar:
Bij een bui van 60mm in een uur mag er geen water vanuit de straten woningen en bedrijven instromen Deze eis komt uit het Convenant klimaatbestendig bouwen Zuid-Holland en geldt in principe voor nieuwbouw. Maar de gemeente kan ernaar steven om dit voor alle panden te realiseren. Bij het aantonen hiervan moet ook rekening gehouden worden met de wisselwerking met het omliggende gebied en watersysteem en moet afwentelen voorkomen worden. Tijdelijke overlast door water op straat of op maaiveld (waaronder tuinen) is wel toegestaan. Een belangrijke maatregel om schade te voorkomen is een voldoende hoog vloerpeil van bebouwing en voorzieningen. Eisen voor het vloerpeil ten opzichte van omringend maaiveld zijn niet opgenomen omdat dit andere maatregelen uitsluit en de eisen sterk locatieafhankelijk kunnen zijn. Bij een bui van 60mm in een uur moeten de hoofdwegen beschikbaar blijven ten behoeve van de hulpdiensten Er zijn normen voor aanrijdtijden voor de hulpdiensten. Deze kunnen in gevaar komen als belangrijke hoofdwegen ontoegankelijk zijn door water op straat. Maar het gaat hier ook om het bereikbaar houden van de ambulancepost, de brandweerkazerne, het ziekenhuis, gemeentehuis en het politiebureau, zodat het personeel naar de locaties kan komen bij een oproep.
De vitale en kwetsbare functies blijven bij extreme neerslag, bliksem en extreme hitte altijd door functioneren Het gaat hier om de functies elektriciteit, telecom (publiek en hulpdiensten), drinkwater en afvalwater. In aanvulling op het allereerste doel, gaat het hier om het gehele netwerk, zoals de elektriciteits- en internetkasten in de straat, (druk)rioolgemalen en de voeding van zendmasten. Om door te functioneren bij extreme regen moet infrastructuur of worden opgehoogd of in waterdichte kasten komen. Bij bliksem gaat het onder andere om bliksemafleiders. Bij extreme temperaturen gaat het om schaduwwerking, reflecterende kleuren of goede koeling.
Thema: Extreme hittegolven (kans 1:10) Tijdens hittegolven is het over een aantal dagen overdag warmer dan 35 graden en is het ’s nachts warmer dan 20 graden. Dit heeft veel negatieve effecten op de gezondheid van mensen en dieren. Ook neemt het stroom- en drinkwaterverbruik toe, omdat er meer behoefte is aan koeling in en
3
rondom woningen, scholen, kantoren en publieke voorzieningen. De volgende doelen zijn denkbaar: Inwoners kennen de gevaren van hitte en weten wat ze moeten doen (huis koelhouden, genoeg drinken) De afgelopen hitteperiodes maakt dat steeds meer mensen weten wat verstandig is, maar nog niet iedereen. Zo houdt een goed geïsoleerd huis de hitte langer buiten de deur. De gemeente maakt bijvoorbeeld een hitteplan vooral gericht op kwetsbare ouderen dat hieraan bijdraagt. Aanvullend hierop zijn extra inspanningen nodig, zoals een bewustwordingscampagne. Er is een minimale opwarming van het stedelijk gebied door toepassing van de volgende uitgangspunten0: Tenminste 50% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst. Om voor mensen gezond en prettig in de stad te kunnen verblijven en zich te kunnen verplaatsen worden de gebieden voor wandelen, fietsen en verblijven zo ingericht dat 50% van het gebied op straatniveau schaduw heeft op de hoogste zonnestand op 21 juni. Bijvoorbeeld door schaduw van bomen, gebouwdelen of zonneschermen op wandel- en fietspaden, stoepen, terrassen, voetgangersgebieden en parken. Veel winkelcentra zijn nu nog bedekt met glas. Voor beplanting en bomen kan de verwachte situatie na 10 jaar groei worden aangehouden.
Voor pleinen hoeft de eis niet voor het hele plein gehaald te worden, maar wel voor de logische verbindingsroutes en verblijfsgebieden. 40% van alle oppervlakken wordt geschikt tegen warmte of verkoelend ingericht. De opwarming van het stedelijk gebied wordt deels veroorzaakt door het opnemen van zonnestraling door oppervlakken en het vervolgens afgeven van warmte door deze oppervlakken. Een hoog albedo zorgt ervoor dat zonnestraling wordt weerkaatst en een lage warmtecapaciteit zorgt ervoor dat er ’s nachts weinig warmte wordt afgegeven. De eis is dat 40% van het totale oppervlak (dus de gehele schil, horizontaal en verticaal) warmtewerend wordt ingericht. Dit kan door het gebruik van materialen met een hoge reflectie, lage warmteafgifte en/of door het gebruik van begroeiing. Voor begroeiing is het dan wel belangrijk dat deze toegang heeft tot water
https://bouwadaptief.nl/minimale-eisen/hittestress/#lc
N A A R E E N K L I M A AT B E S T E N D I G O O S T E RH O UT
23
om te kunnen blijven verdampen. Voor het bepalen van de warmtewerendheid van materialen nemen we de minimale SRI-waarden over van BREAAM-gebied. Deze Solar Reflectance Index is gebaseerd op de reflectiegraad (albedo) en de thermische emissiegraad (warmtestraling). Koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs-)ruimte in de directe omgeving. Het actief koelen van gebouwen door bijvoorbeeld airconditioning levert warmte op voor de omgeving van het gebouw. Extra opwarming van de openbare ruimte is echter ongewenst. In het ontwerp moet daarom aangetoond worden dat koeling van gebouwen niet leidt tot extra opwarming van de omgeving. Door bijvoorbeeld passieve systemen of warmtekoudeopslag in de bodem kan deze opwarming voorkomen worden. Wel moet bekeken worden of hierdoor de kwaliteit van het drinkwater niet verminderd. Scholen en andere publieke gebouwen zijn voorzien van adequate (en C02-neutrale) koeling De gemeente is verantwoordelijk voor de schoolgebouwen en publieke gebouwen, zoals het gemeentehuis, bibliotheek, het zwembad, sporthallen en wijkcentra/buurthuizen. In de komende 30 jaar kan bij nieuwbouw of renovatie eenvoudig koeling worden aangebracht bijvoorbeeld in combinatie met het energieneutraal maken van het gebouw (een warmtepomp kan bijvoorbeeld koelen en verwarmen).
Ook het isoleren van deze gebouwen, wat gebeurt in het kader van de energietransitie, zal bijdragen aan het buitenhouden van de hitte.
Thema: Extreme droogte (kans 1:10) Door een tekort aan regen daalt de grondwaterstand. Hierdoor gaan bomen en planten sneller dood. Ook is er sprake van oogstschade bij de landbouw en extra kosten voor beregening. Doordat enkele oude gebouwen funderingen hebben op dierenvellen (zoals de Basiliek) kunnen hier problemen ontstaan als dit droog komt te staan. In Dommelbergen is op enkele plekken gebouwd op veen. Door lage grondwaterstanden kan het veen oxideren en daarom gaan zakken. Dit is niet extreem problematisch tot dusver. Verder blijft luchtvervuiling langer hangen (smog/fijnstof) waardoor mensen sneller luchtwegklachten krijgen. En door droogte neemt de kans op berm- en bosbranden toe. De volgende doelen zijn denkbaar:
24
NA A R EEN K LI M AAT BE S T E ND I G OOS T E R H O U T
Bij extreme droogte ontstaat er minimale schade aan woningen en bedrijven Het streven naar geen schade betekent dat hier bij nieuwbouw rekening mee gehouden wordt. Bij bestaande panden op houten palen of op staal gefundeerd is het zaak om de omliggende grondwaterstand op peil te houden. Dit kan door zoveel mogelijk water te infiltreren en vast te houden op het eigen perceel in de bodem. De groenstructuur (inclusief sportvelden) in bebouwde kom is robuust en kan goed tegen droogte Veel bomen en beplanting zijn in het verleden aangebracht op basis van esthetische gronden, waardoor het kwetsbaar is voor ziekten, plagen en ook droogte. Door meer diversiteit en meer ruimte om te groeien ontstaan er grotere bomen. Die houden meer water vast en dragen bij aan koeling van de omgeving. Wel onttrekken grotere bomen meer grondwater waardoor deze sneller zakt. Dit vraagt dus om meer water vast te houden in het gebied en het grondwater aan te vullen. Ook zijn er plantensoorten die beter tegen droogte kunnen. Er is een goede bodemstructuur in de bebouwde kom, zodat er meer water in de bodem wordt vastgehouden. In een gezonde bodem leven miljoenen microorganismen die de bodem poreus houden, waardoor regenwater beter kan infiltreren en beter vastgehouden wordt.
Om een gezonde bodem te krijgen moet meer gedaan worden aan permacultuur, waarbij er zo min mogelijk roering is van de grond, geen gif en het laten liggen van organisch materiaal zoals blaadjes. Dit kan in onze tuinen en in de openbare ruimte, waarbij wel oog moet zijn voor de verkeersveiligheid en het goed functioneren van het riool. In de kernen wordt 50% (circa 450mm in ‘normale’ jaren) van de jaarlijkse neerslag vastgehouden. Een voldoende hoge (freatische) grondwaterstand zorgt voor een watervoorraad voor begroeiing in droge tijden en kan bodemdaling en zoutindringing verminderen. Om het grondwater aan te vullen is de standaardeis dat 50% van de jaarlijkse neerslag geïnfiltreerd wordt in de bodem. De gemiddelde jaarneerslag is nu ongeveer 850 mm en zal naar verwachting toenemen tot 900 mm in 2050. Bij de uitwerking van dit doel is het mogelijk beter om te komen tot een norm voor infiltratie, zoals 40 mm infiltratie per uur of 90 mm per dag.