Bijlage 1 Ontwerp omgevingsvisie
Tekst van het document
22
het spoor en het water te benutten, de multimodale bereikbaarheid wordt daardoor vergroot, dat is een belangrijke kracht van de Oosterhoutse bedrijventerreinen. De Oosterhoutse werklandschappen moeten voldoen aan de eisen van morgen. De komende periode onderzoeken we de noodzaak en mogelijkheden voor revitalisering (of mogelijk herstructurering) van onze bedrijventerreinen zoals Weststad en Statendam. Behoud van kwaliteit staat voorop. In het algemeen willen we doorpakken op het verbeteren van de duurzaamheid en circulaire economie op de bedrijventerreinen. Voor de kleinere (solitaire) bedrijventerreinen gelegen in of direct tegen woonwijken, onderzoeken we de komende periode de toekomstbestendigheid op die locatie, waarbij we zowel kijken naar het functioneren van de bedrijvenlocatie als naar het effect op de leefbaarheid in de nabije woongebieden. Soms kan verkleuring naar gemengde functies, lichte bedrijvigheid, startups, of zelfs de woonfunctie een oplossing bieden voor de ervaren hinder in de woongebieden. Dit mag niet ten koste gaan van de ruimte voor bedrijven. Een goede balans tussen voldoende ruimte voor bedrijven en voldoende ruimte voor wonen staat voorop. Bij het (her)ontwikkelen van woonbuurten, bedrijven- en sportterreinen en infrastructuur zal rekening worden gehouden met voldoende functiescheiding om overlast te voorkomen.
Een onderscheidend winkelbestand voor bewoners èn bezoekers van buiten Onze binnenstad heeft op de eerste plaats een verzorgingsfunctie voor onze eigen inwoners. Daarbovenop heeft de binnenstad een functie voor bezoekers vanuit de (sub)regio [1] en toeristen. Het is onze ambitie om meer bezoekers van buiten de gemeente te trekken. Met onze Binnenstadsvisie (klik hier) zetten we in op transformatie van de binnenstad naar een onderscheidend en eigentijds winkelgebied, waardoor de binnenstad nog meer het visitekaartje van Oosterhout wordt: aantrekkelijk, compact en met een goede balans tussen de verschillende functies. Hier werken we aan via: -
Meer ruimte voor ‘belevings’-functies (zoals daghoreca en blurring), met uitstralingseffect naar regio en toeristen, waarbij we streven naar een goede balans tussen gemaksen vermaaksfuncties; Keuze voor een compacte binnenstad met minder winkelmeters en kortere looplijnen; Een aantrekkelijke inrichting met meer rustplekken, meer groen en aandacht voor het toevoegen van water waar mogelijk; Marketing, promotie en externe communicatie.
Voor de gehele gemeente staat bescherming van een evenwichtige detailhandelsstructuur centraal, dit is uitgewerkt in onze Detailhandelvisie (klik hier). We streven naar een versterking van de huidige boodschappenstructuur en het terugdringen van overaanbod (concentreren en tegengaan versnippering). Ingezet wordt op behoud en versterking van het huidige winkelcentrumgebied en de wijkcentra Zuiderhout en Arkendonk. Winkels moeten zich vestigen in deze gebieden en mogen zich niet daarbuiten vestigen. Winkels die willen verplaatsen naar deze gebieden kunnen een positieve houding van de gemeente verwachten. Ook als het gaat om het toekennen van een passende bestemming aan de locatie waarvan de winkel zich verplaatst. Binnen Oosterhout is één PDV-cluster aanwezig (waar grootschalige winkels gevestigd zijn): woonboulevard De Meerstoel. Dit zal ook de enige PDV-locatie blijven in Oosterhout in de toekomst. Nieuwe vestigingen (waaronder ook verplaatsingen) van grootschalige winkels binnen
Omgevingsvisie Oosterhout
23
de traditionele PDV-branches (woonbranche, bouwmarkten, doe-het-zelfzaken en tuincentra) worden geaccommodeerd op of direct aansluitend aan de Meerstoel. Van belang is dat het aanbod complementair is aan andere winkelgebieden, er is geen ruimte voor winkelaanbod in de branches dagelijks en mode & luxe. We stimuleren een goed ondernemersklimaat voor de detailhandelsector, waarin nadrukkelijk ruimte is voor (zelfstandige) lokale ondernemers en aandacht voor krachtige samenwerking tussen partijen. De binnenstad is specifiek aangewezen als proeftuin voor ondernemerschap. [1] Subregio: Drimmelen, Dongen en Geertruidenberg en in beperkte mate Breda Stimuleren levendigheid We streven naar het vergroten van de levendigheid, onder andere via een goede samenwerking op het gebied van belevenissen. In de binnenstad zijn hierdoor recent belangrijke stappen gezet, waardoor het aantal bezoekers toegenomen is. Voor de horeca geldt hetzelfde als voor de recreatieve voorzieningen: er is beperkt ruimte voor uitbreiding maar kwaliteitsversterking en het toesnijden op de veranderende behoefte is wenselijk. Dit moet door en samen met de horeca- en recreatieondernemers èn in samenspraak met de directe omgeving gebeuren. Met uitbreiding van de horecafunctie gaan we zorgvuldig om, we streven naar een goede balans tussen horeca/vermaak en de kwaliteit van het woon- en leefmilieu.
Dit is van belang omdat we ook het wonen in de binnenstad willen versterken. Echter voor het aantrekken van jongeren, starters en gezinnen is juist ‘vermaak’ wenselijk. Via zorgvuldige afweging en gebiedsgerichte keuzes, bereiken we deze balans. De komende periode gaan we aan de slag met een evenementenbeleid. Belangrijke uitgangspunten hierbij zijn het beperken van overlast en het voorkomen van spanning met de woonkwaliteit. We werken aan het vergroten van de naamsbekendheid van Oosterhout. Het ‘merk Oosterhout’ willen we steviger in de markt zetten. Daarnaast blijven we in de citymarketing samen optrekken met de Baronie. Evenementen leveren een belangrijke bijdrage aan de naamsbekendheid en het imago van Oosterhout: aan de sociale samenhang, aan een gevarieerd voorzieningenniveau en aan de aantrekkelijkheid van Oosterhout als woon- en werkstad. In onze Nota Evenementenbeleid (klik hier) hebben we het beleid hieromtrent opgenomen, geclusterd rondom een drietal uitgangspunten: -
Evenementen versterken het imago van "Oosterhout Familiestad". De Oosterhoutse evenementen onderscheiden zich in de omgeving door hun diversiteit. Ze bedienen het gehele jaar door alle leden van de Oosterhoutse familie. Het evenementenaanbod is verfrissend en innovatief. De gemeente stuurt op nieuwe ontwikkelingen. De overheid zorgt voor de juiste balans. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid een juiste afweging te maken tussen een interessant en divers evenementenprogramma enerzijds en een optimale leefomgeving anderzijds.
Evenementen worden georganiseerd door de samenleving, met ondersteuning van de gemeente in de vorm van bijvoorbeeld verkeers- en veiligheidsmaatregelen, voorzieningen in de openbare ruimte, advisering en coördinatie en subsidiering. De komende periode gaan we aan de slag met een herziening van het Evenementenbeleid.
Omgevingsvisie Oosterhout
24
Toerisme & recreatie een groeiende economische sector De sector recreatie & toerisme is een belangrijke pijler van de lokale economie. Ook voor de toekomst biedt dit kansen, gezien onder andere de vergrijzing en de daarmee samenhangende veranderende behoefte aan vrijetijdsbesteding. Oosterhout ambieert een mix aan toeristischrecreatieve voorzieningen en wil een uitvalsbasis zijn voor alle doelgroepen, jongeren, gezinnen en senioren. Graag stimuleren we actieve recreatiemogelijkheden: wandelen en fietsen in het groen, wellness en bijvoorbeeld golfen. Er liggen zeker kansen voor Oosterhout gezien de (inter)nationale ontwikkelingen. Wereldwijd neemt toerisme toe. Meer en meer mensen krijgen toegang tot de mogelijkheid om te reizen. De reisafstanden nemen toe. Gebieden die erg aantrekkelijk zijn voor internationale toeristen (zoals de Randstad) worden langzaamaan als erg druk ervaren, waardoor de aandacht verplaatst naar gebieden buiten de Randstad. Volgens de horeca- en recreatieondernemers, is één van de sterke punten van Oosterhout de centrale ligging, waardoor er een groot aanbod van logies is. De groei in werkgelegenheid door de vrijetijdseconomie zal naar verwachting flink blijven toenemen. Dat wordt veroorzaakt door de trends dat er meer bezoekers komen, welke korter verblijven (max. 10 dagen) en dat ze in die kortere tijd wel veel meer willen beleven.
Dat vraagt om een uitgekiend aanbod van op elkaar af te stemmen activiteiten. Samen met de logiesondernemers hebben we verkend of er mogelijkheden zijn tot het vestigen van nieuwe leisure-formules. Daarbij kun je denken aan bijvoorbeeld een klimbos of andere formules ter versterking van het huidige toeristische profiel en als aanvulling op het bestaande aanbod. Het biedt diverse meekoppelkansen, zoals het opzetten van nieuwe arrangementen op sportief gebied (mountainbiken, golfen, wedstrijdzwemmen, wandelen, biljarten), cultureel (Biënnale, Parkfeest) en op het gebied van erfgoed (de pot van Vermeer, Sint Catharinadal, Zuiderwaterlinie, Tempeliers). Bijzonder is dat we als Oosterhout een toeristisch fonds hebben. Dat zorgt ervoor dat we in Oosterhout de mogelijkheid hebben om snel in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en nieuwe samenwerkingsverbanden. Een goed voorbeeld is deelname aan de Zuiderwaterlinie. Dat was zonder het toeristisch fonds een stuk lastiger geweest. Er zijn ook nadelen te bespeuren aan de groei van toerisme. We zien dat het buitengebied steeds meer verrommelt als gevolg van de toename van horeca-activiteiten door agrariërs en andere ondernemers. Dat begint met een bijverdienste die ondergeschikt is aan een andere functie maar groeit vaak uit tot hoofdinkomen. De vraag is of dat een wenselijke situatie is. De druk in delen van het buitengebied is reeds hoog.
We willen deze gebieden niet op slot zetten, maar hebben hier zeker aandacht voor bij nieuwe ontwikkelingen. Zorgvuldigheid is van belang, met aandacht voor de diverse waarden (natuur, landschap, water, cultuurhistorie) en in balans met de draagkracht van het landschap. Balans tussen functies in het buitengebied: recreatie, natuur en agrarische sector Onze aantrekkelijke landschappelijke en cultuurhistorische waarden vormen een belangrijke pijler onder de toenemende toeristisch-recreatieve aantrekkelijkheid. Tegelijkertijd vormt ‘toerisme & recreatie’ ook juist een risico voor het duurzaam behoud van die aantrekkelijkheid en de landschappelijke-, cultuurhistorische en ecologische waarden die daaraan ten grondslag liggen. We zijn waakzaam voor de draagkracht van een gebied: er moet sprake zijn van een balans tussen de verschillende functies zoals natuur, agrarische sector, wonen en vrijetijdsfuncties. Daarom zien we met name mogelijkheden voor kwaliteitsversterking van bestaande recreatieve voorzieningen, niet zozeer kwantitatieve uitbreiding. Nieuwe ontwikkelingen moeten een aanvulling zijn op wat er is, aansluiten op de Oosterhoutse identiteit, de Oosterhoutse ambities ondersteunen
Omgevingsvisie Oosterhout
25
en zich goed voegen in een gebied met respect voor de waarden. De verkeersaantrekkende werking en de effecten daarvan op de leefbaarheid is een belangrijk aandachtspunt. In 2018 zijn we gestart met het project revitalisering recreatieterreinen, gericht op het onderzoeken van de vitaliteit van de recreatieparken. Goede begeleiding transitieproces agrarische sector De agrarische sector is van oudsher een belangrijke functie en beelddrager van het buitengebied. De agrarische sector willen we ook voor de toekomst behouden. Ontwikkeling is mogelijk voor zover dat in balans is met de andere functies van het buitengebied (zoals wonen, recreeren) en de draagkracht van het gebied (verkeer, natuur, cultuurhistorie, water, landschap). In Oosterhout is ook glastuinbouw aanwezig. Nieuwvestiging is verder niet mogelijk binnen de gemeente. De mogelijkheden van de intensieve veeteelt zijn in het bestemmingsplan vastgelegd: alleen groei binnen het vastgestelde bouwvlak is mogelijk. De agrarische sector staat al enige tijd onder druk, dat is een algemene trend. Recent is echter als gevolg van de ‘stikstofproblematiek’ het thema nog actueler geworden. Als gemeente willen we het transitieproces in het buitengebied goed begeleiden.
Het bestemmingsplan buitengebied heeft oog voor de hieraan gekoppelde opgaven, zoals rondom vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (ondermijning, kans op ontstening) en biedt mogelijkheden voor nieuwe economische dragers. Nieuwe economisch dragers moeten passend zijn binnen de draagkracht en de identiteit van het gebied. Er mag geen afbreuk gedaan worden aan het ontwikkelingsperspectief van functies die aan het buitengebied gebonden zijn en het mogen ook geen functies betreffen die op een bedrijventerrein thuishoren. Kansen liggen er op het gebied van recreatie en er is sprake van een groeiende behoefte aan be-/verwerking van agrarische producten op de bedrijven. Verkoop van boederijproducten wordt in het bestemmingsplan toegestaan. In het algemeen streven we naar een zorgvuldige balans en een (economisch) gezond, duurzaam, aantrekkelijk en veilig buitengebied. Samen met de agrarische sector verkennen we of het huidige beleid zoals opgenomen in het Bestemmingsplan Buitengebied (zie https://www.ruimtelijkeplannen.nl/). nog het actuele kader biedt voor de gewenste ontwikkelingsrichting van het buitengebied. Zo niet, dan gaan we vervolgens aan de slag met de herziening van de visie op en het beleidskader voor het buitengebied.
Daarnaast geldt in het algemeen dat het buitengebied aan de vooravond van een transitie staat, niet alleen gezien de trends in de agrarische sector, maar ook de ambities rondom woningbouw, duurzaamheid, klimaat, gezondheid en energie en klimaatadaptatie. Bij het begeleiden van dit transitieproces streeft de gemeente Oosterhout naar een balans intussen de diverse functies, de draagkracht en de waarden van het gebied en de grotere maatschappelijke opgaven waar we voor staan (zoals woningbouw, duurzaamheid en klimaatadaptatie). Aanvragen voor nieuwe (her)ontwikkelingen in het buitengebied worden altijd op een zorgvuldige wijze en vanuit dit streven benaderd. Waarbij algemeen maatschappelijk belang een belangrijk afwegingspunt is. Aanpak mismatch banen/arbeidskrachten en stimuleren eigen verantwoordelijkheid Ondanks de sterke economische positie van Oosterhout, is er sprake van een aantal aandachtspunten die te maken hebben met de mismatch tussen beschikbare banen en (beschikbare) arbeidskrachten die daarvoor geschikt zijn. Dit leidt tot problemen als werkloosheid, maar dit vormt ook voor het functioneren van bedrijven een knelpunt. De recente bedrijvenpeiling
Omgevingsvisie Oosterhout
26
2018 (klik hier) laat zien dat ruim 40% van de bedrijven moeite heeft met het vinden van geschikt personeel, waar dat bij een deel zelfs leidt tot grote problemen in de bedrijfsvoering. Bij technische en industriële bedrijven zijn deze problemen het grootst. Met een integraal uitvoeringsgericht Programma Economie en Arbeidsmarkt willen we samen met partners uit het bedrijfsleven, het onderwijs, kennisinstellingen (samenwerking van de 3 O’s) en partners op het gebied van re-integratie, (ver)nieuw(d)e programmalijnen en activiteiten opzetten en uitvoeren om samen te werken aan een aantrekkelijke en ook in economisch opzicht toekomstbestendige stad. Naast goed en breed ‘arbeidsmarktbeleid’ trachten we ook door het aanbieden van het juiste type woningen, waaraan behoefte is door de werknemers waarnaar de bedrijven op zoek zijn, een bijdrage te leveren aan het oplossen van de mismatch op de arbeidsmarkt. We blijven alert op de effecten van alsmaar voortgaande trends als robotisering en automatisering. Dit biedt kansen, maar kan ook problemen tot gevolgen hebben voor bepaalde groepen. Enerzijds bestaat het risico dat er banen zullen verdwijnen, waardoor het raadzaam is te trachten om extra werkgelegenheid te creëren op mbo-niveau en daaronder. Robotisering kan echter ook juist leiden tot nieuwe specifieke functies op dit niveau.
Anderzijds is het ook een kans en leidt het tot extra werkgelegenheid voor hoger opgeleid en gespecialiseerd personeel. Als Oosterhout willen we hierop inspelen en zorgdragen voor aantrekkelijke woon- en leefmilieus en een goede bereikbaarheid om deze hoger opgeleiden als nieuwe bewoners aan te trekken. De mismatch tussen banen en arbeidskrachten beogen we als volgt aan te pakken: -
Via het aantrekken van mensen van buiten (uit regio of arbeidsmigranten), dit vraagt om een toegesneden woningvoorraad en woon-en leefklimaat; Door meer samen te werken tussen bedrijven en kennisinstituten; Door permanente educatie, het vergroten van de flexibiliteit van de arbeidsmarkt; Èn door vergroting van de arbeidsdeelname van groepen aan de onderkant van de arbeidsmarkt en zorgen dat meer personen met een arbeidsbeperking kunnen participeren op de arbeidsmarkt (o.a. via het WMO-beleid, participatiebeleid, sociale hulpverlening, minimabeleid e.d.).
We staan op het standpunt dat waar mogelijk en binnen ieders verantwoordelijkheden eraan gewerkt moet worden, dat mensen volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Het participatiebeleid pakken we samen op met de gemeente Altena, Drimmelen, Geertruidenberg, (Dongemond-gemeenten). Ondersteuning richt zich in eerste instantie op vergroting van de kansen op de arbeidsmarkt. Als participatie op de arbeidsmarkt (nog) niet mogelijk is, dan vindt alleen ondersteuning plaats als eerste stap richting de arbeidsmarkt (klik hier voor de Visienota Participatiewet). Als het primaire doel maatschappelijke participatie is, dan wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de instrumenten die in het kader van het reguliere Welzijnsbeleid of de Wmo beschikbaar zijn (klik hier voor de Ontwikkelagenda WMO). Ons basisuitgangspunt is dat de burger primair zelf verantwoordelijk is voor de voorziening in zijn bestaanskosten. Indien een beroep op een uitkering wordt gedaan, is het ook de eigen verantwoordelijkheid van de persoon om door middel van een betaalde baan weer uitkeringsonafhankelijk te worden. Indien iemand deze verantwoordelijkheid niet zelf kan nemen, wordt hij
Omgevingsvisie Oosterhout
27
hierin ondersteund. Als de persoon die verantwoordelijkheid niet wil nemen, zal hij/zij de consequenties hiervan ondervinden door een verlaging van of (tijdelijke) uitsluiting uit de uitkering. Indien een beroep op uitkering onvermijdelijk is, is het de primaire verantwoordelijkheid van de persoon om naar vermogen een tegenprestatie te leveren. Preventie en misbruik staat voor ons voorop: een beroep op een uitkering moet zo mogelijk voorkomen worden. Voor de uitvoering van het arbeidsmarkt- en participatiebeleid hebben we verschillende verordeningen opgesteld (zoals ten aanzien van re-integratie, tegenprestatie, studietoeslag, inkomenstoeslag, maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen). Ook inwoners met weinig financiële middelen moeten de mogelijkheid hebben om volwaardig deel te kunnen nemen aan de samenleving op het hoogst haalbare niveau van zelfredzaamheid. Zolang de financiële positie (nog) zwak is, is er vanuit het minimabeleid aanvullende materiële en immateriële ondersteuning mogelijk. De focus ligt op het activeren van burgers zodat ze het heft in eigen handen kunnen nemen. Als gemeente dragen we hieraan bij via een aantal voorzieningen/regelingen, zoals bijdrage in schoolkosten, bijdrage in zwemleskosten, stichting leergeld, bijdrage aan voor/tussen/naschoolse opvang.
Omgevingsvisie Oosterhout
28
Figuur 6: Thema duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig
Omgevingsvisie Oosterhout
29
2.3 Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig 2.3.1 -
-
-
-
2.3.2
Kernpunten Oosterhout is in 2050 een energieneutrale gemeente. Dit bereiken we via energiebesparing en duurzame energieopwekking. Oosterhout gaat aan de slag met klimaatadaptatie via twee sporen: het beperken van de klimaatverandering (o.a. terugdringen CO2-uitstoot) door energietransitie en door het beter omgaan met de gevolgen van het veranderende klimaat (ruimtelijke adaptatie). Als gemeente Oosterhout hebben we een belangrijke voorbeeldfunctie rondom duurzaamheid, energiegebruik en klimaatadaptatie. Ten aanzien van de verschillende milieuaspecten met invloed op de kwaliteit van de leefomgeving, hanteert Oosterhout de landelijke normen, zo nodig passen we gebiedsgericht maatwerk toe. Vergroening is voor ons een belangrijke strategie om doelen omtrent klimaat, energie, gezondheid, ecologie, water en belevingskwaliteit te bereiken. Het is de ambitie om vergroening te bereiken als onderdeel van alle (ruimtelijke) projecten en er liggen meekoppelkansen met trajecten rondom de energietransitie, klimaatadaptatie en het werken aan een gezonde leefomgeving. Bij de huidige en toekomstige (ruimtelijke) ambities wordt ook de ondergrond zorgvuldig betrokken. Een duurzame inrichting van de bovengrond kan niet plaatsvinden zonder te kijken naar de schaarse ruimte van de ondergrond. Toelichting
Oosterhout: duurzame gemeente We willen een duurzame gemeente zijn. Drie belangrijke pijlers die voor ons onder ‘het werken aan duurzaamheid’ vallen zijn: Energietransitie: zowel ‘opwekken hernieuwbare energie/CO2 neutrale energieopwekking’ als ook ‘verlaging energiegebruik’; Circulaire economie; Klimaatadaptatie: zowel hittestress, droogte, overstroming en wateroverlast. We hebben onze ambities rondom de energietransitie vertaald in het ambitiedocument Energiestrategie ‘Vol energie samenwerken aan de duurzame toekomst van Oosterhout’, duurzaamheidsambities tot 2030 (klik hier) en de Routekaart Energiestrategie Oosterhout 2019-2020 (klik hier). De komende periode gaan we aan de slag met een Programma klimaatadaptatie. In het Ambitiedocument Energietransitie hebben we doelen, maatregelen en acties geordend naar drie lijnen: ‘een duurzame gemeentelijke organisatie’, ‘aan de slag met bedrijven en partners’ en ‘inwoners informeren, stimuleren en faciliteren’. Hierin is bijvoorbeeld bij ‘een duurzame organisatie’ opgenomen: het ontwikkelen van een nieuw duurzaam stadhuis, verduurzamen gemeentelijk vastgoed en het hanteren van duurzaamheid als integraal uitgangspunt van alle beleidsplannen en bestuurlijke besluiten.
Bij ‘samenwerking’ gaat het bijvoorbeeld om het onderzoek naar reststromen van Oosterhoutse bedrijven en het bundelen van kennis om samen tot een circulaire economie te kunnen komen. Bij informeren en stimuleren gaat het bijvoorbeeld om het isoleren (in combinatie met goed ventileren) van de eigen woning om energie te bespa-
Omgevingsvisie Oosterhout
30
ren en om duurzame energieopwekking door zonnepanelen (beiden via bewustwordingscampagnes), maar het gaat ook om stimuleren van fietsgebruik, deelauto’s en openbaar vervoer. En bedrijven stimuleren we tot duurzaam ondernemen, we werken aan verduurzaming van bedrijventerreinen en we bevorderen samenwerking tussen/met bedrijven die al duurzaam ondernemen. In het algemeen willen we ruim baan geven aan inwoners en ondernemers met innovatieve ideeën rondom duurzaamheid, zoals bijvoorbeeld de coöperatie ONE (Oosterhout Nieuwe Energie). Oosterhout: energieneutrale gemeente in 2050 Als gemeente zijn we op weg naar energieneutraliteit in 2050. Met het eerdergenoemde ambitiedocument Energiestrategie en bijbehorende Routekaart geven we daaraan een versnelling en verdieping. We volgen het landelijke Klimaatakkoord, waarbij het de inzet is om in 2030 te komen tot een reductie van 49% van CO2-uitstoot ten opzichte van 1990. Dit is een stevige opgave, dat kunnen we alleen samen bereiken. Samen met de regio stellen we uiterlijk in 2020 een Regionale Energiestrategie (RES) op. Om als Oosterhout bij te dragen aan de opgave, zetten we in op enerzijds energiebesparing en anderzijds op duurzame energieopwekking. Ten aanzien van energiebesparing is ons doel voor 2050 om 30% te besparen ten opzichte van het huidige gebruik.
Bij de duurzame opwekking willen we verder kijken dan uitsluitend naar wind en zon voor elektriciteit en geothermie voor verwarming. We zien dat als tijdelijke oplossingen. Wanneer er innovaties komen, staan wij daar open voor. In de Routekaart hebben we uitgewerkt hoe we de ambities dichterbij gaan brengen, onderverdeeld naar besparen en opwekken. We zien bijvoorbeeld kansen op bedrijventerreinen voor (kleinere) windmolens en zonnepanelen op daken van bedrijven. Daarnaast zijn we bijvoorbeeld aan de slag met een energiebesparingscampagne en duurzaamheidsleningen. Maar het is vooral van belang dat er geïnvesteerd wordt in nieuwe technieken (energiewinning en productieproces) en om pilots op te zetten waar bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van restwarmte (zoals van de Amercentrale), denk aan mogelijke uitbreiding van stadsverwarming. Ook een toegesneden elektriciteit-infrastructuur is van belang, zowel onder- als bovengronds. Om de klimaat- en energiedoelstellingen te halen is het dus onvoldoende om alleen in te zetten op zonnepanelen op daken. Slechts 25% van de daken is hiervoor geschikt. Deze mogelijkheden worden reeds zo optimaal mogelijk benut, Oosterhout zet hier breed op in waarbij de samenleving gestimuleerd wordt.
Om de doelstellingen te behalen zal dus moeten worden ingezet op én het benutten van alle geschikte (bedrijfs)daken én andere duurzame opwekmethoden, zoals windmolens en zonnevelden. Er wordt gewerkt aan het plan Energiepark A59 (zie www.energieparkA59.nl) in de Oranjepolder. Het gaat om het plaatsen van 2 windmolens en het aanleggen van circa 25 hectare zonnepanelen in een gebied van 37 hectare groot. Om het project van extra meerwaarde te laten zijn voor onze inwoners, wordt een duurzaamheidsfonds opgericht, waarbij een deel van de opbrengsten van het energiepark worden besteed aan duurzame, sociale of maatschappelijke projecten in onze gemeente Oosterhout. Over de opzet en inrichting van het fonds (o.a. doelen, voorwaarden, organisatie) wordt in 2021 een voorstel ontwikkeld. Daarnaast is het noodzakelijk om (naast het hiervoor genoemde zonneveld) nog 2 andere zonnevelden te realiseren: één nabij de Bavelseberg en een derde op een nog te bepalen locatie. Deze derde locatie is aan de orde in verband met het vervallen van een windmolen bij het Energiepark A59, hier waren oorspronkelijk drie windmolens voorzien.
Omgevingsvisie Oosterhout
31
Met nieuwe verzoeken voor locaties voor duurzame energieopwekking (wind, zon, biomassa, warmte-koude-opslag en geothermie) gaan we zeer zorgvuldig om. Van belang is in ieder geval het voorkomen van hinder en het behoud van de landschappelijke kwaliteit, de identiteit van het gebied, de gebruikswaarde van agrarische percelen en de kenmerken van de bodem en de ondergrond. Energietransitie is een gezamenlijke opgave, waarbij de gemeente met name stimulerend is (richting bedrijven, huizenbezitters) en faciliterend. Als gemeente hebben we ook een belangrijke voorbeeldfunctie. Daarnaast zal de gemeente de bewoners en ondernemers stimuleren om duurzame initiatieven te ontplooien en om bij te dragen aan het vergroten van de bewustwording. Ook zal hierbij aandacht worden besteed aan het kostenaspect van de individuele burger als belemmering voor verduurzamen. Landelijk is bepaald dat er vanaf 2019 geen nieuwe woningen gebouwd mogen worden met een gasaansluiting. Maar ook voor de bestaande woningen liggen er flinke uitdagingen. De komende periode gaan we aan de slag met het opstellen van een Transitievisie Warmte met uitvoeringsplannen per wijk om te bereiken dat deze van ‘het gas af komen’. De Transitievisie zal inzicht geven in hoe onze wijken in de toekomst het best verwarmd kunnen worden.
De Transitievisie stellen we op met onze partners, bij de uitvoeringsplannen betrekken we de bewoners en sleutelpersonen uit de wijken. Een sterke toename van hout-/pelletkachels is minder wenselijk gezien de daaraan gekoppelde gezondheidseffecten. Kijkend naar de huidige situatie van CO2-uitstoot binnen onze gemeente, dan is het aandeel van de mobiliteit (inclusief de snelwegen A59 en A27) daarin het grootst. In onze mobiliteitsvisie (zie thema bereikbaarheid) zetten we daarom onder andere in op reductie van autogebruik, het stimuleren van het gebruik van de fiets en het (elektrisch) openbaar vervoer als alternatief voor de auto en duurzaam goederenvervoer. Ook het bedrijfsleven heeft een opgave in verduurzaming en het terugdringen van CO2 uitstoot. Alle bedrijven die daartoe verplicht zijn volgens de wet Milieubeheer hebben een plan opgesteld hoe zij hun bedrijf en bedrijfsvoering zullen verduurzamen. Samen met de Omgevingsdienst Midden West Brabant beoordelen wij deze plannen en zien we toe op de uitvoering daarvan. Aan de slag met klimaatadaptatie Het terugdringen van de CO2-uitstoot door de energietransitie is een belangrijk spoor gericht op het beperken van de klimaatverandering. Maar daarnaast is een ander belangrijk spoor: ‘het omgaan met de gevolgen van het veranderende klimaat, danwel het zoveel mogelijk beperken van die gevolgen’.
Dit is de zogenaamde ruimtelijke (klimaat)adaptatie. Hier vallen veel thema’s onder, zoals verdroging, maar ook juist overstromingsrisico en wateroverlast door plotselinge hevige buien, hittestress, toenemend (bos)brandgevaar. In het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie hebben alle overheden (gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk) afgesproken ernaar te streven Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te hebben. Als gemeente werken wij lokaal en in regionaal verband aan het realiseren van deze doelstelling. Klimaatverandering heeft gevolgen voor alle beleidsterreinen, onze woonomgeving, de gezondheid van onze inwoners, de natuur om ons heen, de bodem en ondergrond, de economie, de
Omgevingsvisie Oosterhout
32
landbouw, etc.. Om de impact van de klimaatverandering op onze hele leefomgeving te beperken of te accommoderen en in 2050 klimaatbestendig te zijn, is het noodzakelijk nu te bepalen wat we moeten gaan doen en in welk tempo. Daarvoor is een integrale aanpak nodig. De Klimaatopgave moet integraal onderdeel worden en blijven van alle plan- en visievorming op grote en kleine schaal. De komende periode gaan we daarom aan de slag met de uitwerking van ons beleid in een Routekaart Klimaatadaptatie en een uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie. Omgaan met weersextremen is voor de gemeente Oosterhout overigens geen nieuwe opgave. We doen immers al heel veel om te anticiperen op veranderingen, bijvoorbeeld waar het gaat om het voorkomen van wateroverlast door het creëren van voldoende waterberging bij nieuwbouw ontwikkelingen en het maken van slimme functiecombinaties. Met het uitvoeren van een zogenaamde ‘stresstest’ voor hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen heeft de gemeente inmiddels ook op hoofdlijnen een beeld waar zich als gevolg van klimaatverandering risico’s en kwetsbaarheden kunnen voordoen (klik hier voor de Klimaatatlas). Complexe opgaven als klimaatadaptatie kunnen we, net als de energietransitie, als gemeente niet alleen aanpakken.
Ook maatschappelijke organisaties, burgers en bedrijfsleven hebben te maken met de gevolgen van klimaatverandering en het zo goed mogelijk omgaan met de gevolgen ervan. Samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid tussen alle betrokken partijen is noodzakelijk. Als gemeente gaan we op basis van de reeds opgestelde Klimaatatlas risicodialogen starten. Dit zijn gesprekken tussen beleidsmakers, maatschappelijke organisaties en inwoners van onze gemeente om te bepalen hoe om te gaan met de geconstateerde risico’s en kwetsbaarheden. We kijken hierbij bijvoorbeeld naar kwetsbare groepen, kwetsbaar groen, openbare orde en veiligheid, risicovolle industrie, het buitengebied, de waterketen (zoals drinkwatervoorziening), risico op natuur- en bosbranden (inclusief het gevaar van overslag naar woongebieden) en het gebruik van bodem en ondergrond. De uitkomsten van de stresstesten laten onder meer zien dat vooral de binnenstad, (oude) bedrijventerreinen en stenige woonwijken met weinig groen belangrijke aandachtsgebieden vormen rondom hittestress. Vanuit dit opzicht vormen de binnenstad en stenige woonwijken bijvoorbeeld een minder aantrekkelijke woonomgeving voor ouderen, zij zijn gevoeliger voor hittestress. Hittestress op bedrijventerreinen kan daarnaast gevolgen hebben voor onder meer arbeidsproductiviteit en gezondheid van werknemers.
Vergroening en ontstening is een belangrijke strategie om hittestress te verminderen en om het waterbergend- en koolstofbindend vermogen van de bodem te vergroten waardoor wateroverlast en droogte voorkomen wordt. Daarnaast is het ook van belang voor het vergroten van de aantrekkelijkheid van de woon- en leefomgeving, het stimuleren van bewegen met het oog op gezondheid en het vergroten van de biodiversiteit. Als gemeente is het daarom onze ambitie om waar mogelijk te komen tot vergroening en minder verharding/ontstening in zowel de openbare ruimte als op privaat terrein. Daarnaast gaan we actief aan de slag met het realiseren van ontbrekende structuren in de hoofdgroenstructuur (zie thema identiteit en ruimtelijke kwaliteit). De Klimaatopgave moet integraal onderdeel worden en blijven van alle plan- en visievorming op grote en kleine schaal.
Omgevingsvisie Oosterhout
33
Een aandachtspunt vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie vormt de hoogte van de dijken. Bedrijventerrein Weststad en enkele woonbuurten liggen buitendijks, dit is een risico bij overstromingsgevaar. We voeren hierover gesprekken met het waterschap. Mogelijk vormt een kering in de Amer de oplossing. Milieuaspecten: belangrijk onderdeel goede leefomgeving Ons uitgangspunt is een veilige en gezonde leefomgeving voor iedereen. Dit doen we door bij de besluiten die we als bevoegd gezag nemen, maar ook bij ontwikkelingen waar we zelf als ontwikkelende partij aan de lat staan, te zorgen dat de veiligheid en gezondheid van de leefomgeving aanvaardbaar zijn en blijven. Hierbij sluiten we aan bij de landelijke inzichten en daarop gebaseerde normen, zoals vastgelegd in wet- en regelgeving (o.a. de Wet milieubeheer, na 2021 o.a. het Besluit activiteiten leefomgeving). Bij overschrijding van de aanvaardbare niveaus worden maatregelen getroffen. Deze maatregelen worden in beginsel getroffen door de ontwikkelende partij. Indien er geen ontwikkelende partij in het spel is, zullen wij doormiddel van het opstellen van een programma maatregelen treffen om het aanvaardbare niveau voor een veilige en gezonde leefomgeving te bereiken. Daar waar nodig en juridisch mogelijk zullen we lokaal afwijkende normen hanteren.
Voorwaarde is wel dat deze afwijkende norm geen afbreuk te doen aan een gezonde en veilige leefomgeving. Zo hebben wij voor grondgebonden veehouderijbedrijven, in overleg met omwonenden, de agrarische sector en de lokale natuur- en milieuverenigingen een geurverordening vastgesteld. Deze geurverordening geeft grondgebonden veehouderijbedrijven meer ruimte (een soepelere norm, onder nadere voorwaarden), zonder daarbij de kwaliteit van het omliggende landschap en de leefomgeving te schaden. Daarnaast kan in een voorkomend geval voor de geluidsoverlast afkomstig van wegen, een ruimere norm (hogere waarden) worden toegepast. Hiervoor gelden dan wel een aantal spelregels (zoals een absoluut plafond waarbinnen kan worden afgeweken en een gezonde leefomgeving alsnog kan worden geborgd en een inspraakmoment op het voornemen om een afwijkende norm te hanteren). Er wordt vooralsnog geen reden gezien om op lokaal niveau, aanvullend op landelijk geldende milieunormen, strengere lokale normen vast te stellen. Deze normen zijn door het Rijk weloverwogen vastgesteld. Indien de praktijk erom vraagt, danwel door de GGD, de Omgevingsdienst en/of de veiligheidsregio een concrete aanleiding gesignaleerd wordt die zou kunnen leiden tot aanpassing van normen, dan staan we als gemeente open voor een gesprek hierover.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de mogelijkheden om af te wijken van de landelijke normen vergroot. Zo zullen een aantal Rijksregels worden overgedragen aan gemeenten (de zogenaamde “bruidsschat”). Gemeenten kunnen dan zelf besluiten of ze deze Rijksregels willen behouden, aanpassen of willen schrappen. Het behouden, aanpassen of schrappen van de huidige Rijksregels vindt plaats via vaststelling van een Omgevingsplan. De opvolger van het bestemmingsplan waarin alle lokale regels ten aanzien van de fysieke leefomgeving worden opgenomen. Totdat een Omgevingsplan is vastgesteld, zullen de Rijksregels na 2021 gewoon hun werking behouden. In beginsel zullen wij de huidige rijksregeling overnemen in het Omgevingsplan. Bij het vertalen van de bruidsschat in het Omgevingsplan, gaan we na of aanscherping van de milieunorm wenselijk en mogelijk is, zonder afbreuk te doen aan het ontwikkelingsperspectief van bedrijven. Hierbij zal met de Omgevingsdienst het gesprek worden aangegaan. Deze dienst werkt aan een regionale handreiking voor de bruidsschat.
Omgevingsvisie Oosterhout
34
Daarnaast biedt de nieuwe Omgevingswet ons de mogelijkheid om – naast en/ of bovenop wettelijke normen – zogenaamde Omgevingswaarden vast te stellen. Vooralsnog dragen de wettelijke normen in voldoende mate bij aan het bereiken van onze doelstellingen ten aanzien van een gezonde en veilige leefomgeving. Wanneer er noodzaak toe is, zullen we het vaststellen van aanvullende omgevingswaarden overwegen. Bij overschrijding van deze waarden stellen we een programma op om deze waarden te bereiken. Visie op de ondergrond Bij alle maatschappelijke opgaven en vraagstukken vormen bodem en ondergrond een onlosmakelijk integraal onderdeel. Steeds meer functies hebben een plek nodig in de ondergrond, waardoor ondergronds ruimtelijke schaarste ontstaat. De mogelijkheid van duurzame invulling is afhankelijk van diverse factoren in de ondergrond, zoals: bestaande kabels en leidingen, bodem- en grondwaterverontreinigingen, archeologische waarden, ruimte voor bomen (wortelruimte) onontplofte explosieven (munitie WOII), oude funderingen, bodemenergie, grondwaterwinning en drinkwatervoorziening. Daarnaast zijn de actuele klimaatproblemen hittestress, verdroging en vernatting onlosmakelijk verbonden met onze bodem en ondergrond. Ook de energietransitie zal effecten hebben in de ondergrond. Als aardgas niet langer gebruikt kan worden voor verwarming zullen er andere warmtesystemen worden aangelegd.
Denk daarbij aan warmtenetten, geothermie en aquathermie. Aandacht voor grondwater en bodemkwaliteit, bodemhistorie (archeologie, explosieven) en ondergronds ruimtegebruik is van belang om de juiste afweging te kunnen maken bij bovengrondse plannen, om daarmee conflicten en stagnaties van ruimtelijke projecten te voorkomen. Om inzicht te geven in de ondergrondse gesteldheid en het ruimtegebruik is driedimensionaal denken en inzichtelijk maken van de ondergrond noodzakelijk. Al deze aspecten nemen we mee bij concrete plannen. Zo nodig worden specifieke thema’s apart uitgewerkt, recent hebben we bijvoorbeeld de explosieven in beeld gebracht. Rondom de bodemkwaliteit trekken we regionaal op, overwogen wordt het vaststellen van omgevingswaarden. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen dienen gestandaardiseerde en gevalideerde basisgegevens van de BRO (Wet Basis Registratie Ondergrond) te worden geraadpleegd. De gemeente brengt in beeld hoe de BRO het meest kwalitatief en efficiënt uitgevoerd kan worden.
Omgevingsvisie Oosterhout
35
Figuur 7: Thema identiteit & ruimtelijke kwaliteit
Omgevingsvisie Oosterhout
36
2.4 Identiteit & ruimtelijke kwaliteit 2.4.1 -
-
-
-
2.4.2
Kernpunten Het versterken van de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van Oosterhout door het vergroten van de differentiatie in de bebouwde en onbebouwde gebieden. Om de wijken aantrekkelijker, gezonder, energieneutraler en klimaatadaptiever te maken streven we als onderdeel van alle plannen naar vergroening in de wijken. In combinatie daarmee streven we naar meer water(berging) in bestaand bebouwd gebied en het borgen van een goede waterkwaliteit (grond- en oppervlaktewater). Voor het versterken van de identiteit en aantrekkelijkheid van woon-, werk- en winkelgebieden kan meer gebruik gemaakt worden van cultuurhistorische waarden. Ons motto hierbij is: ‘behoud door ontwikkeling’. Maatwerk staat hierbij uiteraard voorop. Daarnaast werken we aan het realiseren van ontbrekende groen(blauwe)structuren in onze hoofdgroenstructuur en aan robuuste en multifunctionele groene en boomrijke ruimtes. Binnen deze structuren, maar daarnaast ook binnen het buurtgroen en bijvoorbeeld gekoppeld aan sloten, streven we naar het versterken van de biodiversiteit. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt aandacht besteed aan groen, natuur en biodiversiteit. De relatie tussen het bebouwd gebied en het buitengebied willen we versterken, bijvoorbeeld door meer ommetjes en het groen beter te verbinden met de wijken.
Voor het buitengebied is het bereiken en behouden van een balans tussen de aanwezige functies en waarden van groot belang. Voor ieder gebied betekent dit andere accenten. Over het algemeen gaat het om een balans tussen de agrarische-, recreatieve-, woon- en ecologische functie. De identiteit van de kerkdorpen moet behouden en zo mogelijk worden versterkt door passende ontwikkelingen: behoud door ontwikkeling. Toelichting
Koesteren van ons landschap, cultuurhistorie en identiteit Archeologische vondsten maken duidelijk dat er al in de prehistorie sprake was van menselijke activiteit in Oosterhout en dat Oosterhout sinds de 8e eeuw onafgebroken bewoond is geweest. Daarmee is Oosterhout één van de oudste plaatsen in Brabant. Toch duurt het nog tot 1213 dat Oosterhout voor het eerst in historische documenten wordt vermeld. Eind die eeuw wordt ook Dorst voor het eerst vermeld en kort daarop volgen Den Hout en Oosteind (onder een andere naam). Oosterhout was al vroeg het commercieel en religieus centrum voor de omgeving. Het lag gunstig langs een belangrijke handelsroute van Antwerpen, via Breda, naar Dordrecht. En al in de 14e eeuw werden op initiatief van Willem van Duvenvoorde, heer van Oosterhout, vaarten uitgegraven en een haven aangelegd. De oudste bouwwerken zijn de Slotbossetoren, Sint Jansbasiliek en de vijf Slotjes uit 13e tot 15e eeuw. De Heuvel met zijn historische bebouwing in relatie tot de aangrenzende slotjes met hun parken in de binnenstad geeft Oosterhout karakter, evenals de Heilige Driehoek. Ook de bosgebieden en de beide kanalen als oude vervoersaders zijn belangrijke identiteitsdragers. In het buitengebied is de overgang van zand naar klei goed herkenbaar, leidend tot een diversiteit in landschappen met een grote variatie aan ecologische kwaliteiten.
Dit alles bij elkaar geeft Oosterhout haar gemoedelijke en dorpse uitstraling.
Omgevingsvisie Oosterhout
37
Als gemeente koesteren we deze identiteit en landschappelijke kwaliteiten. Dit betekent dat de huidige structuur van het groen binnen en buiten de bebouwde kom, ook op langere termijn, minimaal behouden en waar mogelijk versterkt moet worden. We streven naar grote aaneengeschakelde, robuuste en multifunctionele (natuur, waterberging, recreatie, etc.) groene en bomenrijke ruimtes. Uitgangspunt is het beschermen en in ontwerpen integreren van waardevol groen en bomen. Daarnaast zetten we in op het dichten van ontbrekende schakels en aanhelen van ontbrekende accenten in de groenstructuur. In combinatie met thematisering van de verschillende parken en het herkenbaar maken van de landschappelijke en stedelijke gradiënt waarin ze liggen, geeft dit een belangrijke impuls aan de inrichting en de herkenbaarheid van deze parken. De komende periode gaan we in de vorm van een programma aan de slag met het actualiseren van het Groenstructuurplan, welke een strategie en prioriteitenlijst zal bevatten om deze ambities dichterbij te brengen. Voor de Omgevingsvisie hebben we op hoofdstructuurniveau de groenstructuur reeds geactualiseerd. Klik hier voor de ‘Oplegnotitie Groenstructuurplan ten behoeve van de Omgevingsvisie’. De wenselijke groenstructuur, met de te behouden en aan te vullen groen(blauwe)structuur is opgenomen op de IDeekaarten (klik hier).
in de periode dat het Groenstructuurplan nog niet als geheel geactualiseerd is, vormt deze voor de overige onderdelen van de groenstructuur het afwegingskader (klik hier). Versterk diversiteit en toegankelijkheid landschap in buitengebied Ons buitengebied kenmerkt zich door open agrarische gebieden (zoals de Willemspolder) en agrarische coulisselandschappen. Door de ligging op de overgang van klei naar zand, komen in het buitengebied van Oosterhout verschillende landschapstypen voor. Het is wenselijk deze landschappelijke diversiteit te behouden en waar mogelijk te versterken, van belang hiervoor is onder andere het behoud van de aardkundige waarden. Hierdoor zal de belevingskwaliteit verhogen en de ecologische diversiteit toenemen. Deze versterking kan plaatsvinden als onderdeel van ontwikkelingen in het buitengebied, zoals dat in het kader van de provinciale Landschapsinvesteringsregeling bij veel initiatieven in het buitengebied noodzakelijk is. Een andere mogelijkheid is door het realiseren van landgoederen (conform de Verordening Ruimte). De kerkdorpen liggen op afstand van het stedelijk gebied, gescheiden door het buitengebied. Dat willen we ook zo houden! Dit is van belang voor het behoud van de identiteit van de kernen en ook voor Oosterhout als geheel om een aantrekkelijke woon- en werkgemeente te kunnen zijn.
Ieder deel van het buitengebied heeft zijn eigen kwaliteiten en belevingswaarde, dat maakt ons buitengebied zo aantrekkelijk. Via diverse ontwikkelingen werken we als gemeente aan het versterken van het landschappelijk-ecologisch raamwerk, zoals het landschapspark “de Open Linie” tussen Breda en Oosterhout, de aanleg van de landschapszone op de grens met Dongen, versterking van het landschap rondom Dorst met bos en beekdalelementen en het aanleggen van een ecologische verbindingszone in De Contreie (de natte EVZ Contreie is gereed, de droge wordt aangelegd wanneer de woonwijk gereed is). Daarnaast wordt gewerkt aan versterking/herstel van het kleinschalige coulisselandschap ten zuiden van Oosteind. Dit gebied maakt onderdeel uit van de Landschapszone op de grens van Oosterhout en Dongen, welke in het kader van de N629 wordt opgewaardeerd. Ook bij Den Hout, Dorst en Steenoven is het wenselijk om het kleinschalige coulisselandschap te herstellen/versterken.
Omgevingsvisie Oosterhout
38
Vergroening van de wijken Het is onze ambitie om het groen in het stedelijk gebied zowel kwalitatief als kwantitatief te versterken. Het beleid is er op gericht kansen te benutten om in de gebieden waar minder groen is, extra groen te plaatsen voor zover dit ruimtelijk mogelijk is. Daarnaast investeren we in een goed onderhouden openbare ruimte. We volgen hierbij ons Meerjarenperspectief 2016-2026 cyclisch onderhoud openbare ruimte (klik hier), waarin we onze ambities vertaald hebben. Door goed te kijken naar meekoppelkansen kan werk met werk gemaakt worden, bijvoorbeeld gekoppeld aan onderhoud van riolering of infrastructuur kan herinrichting van de openbare ruimte plaatsvinden. Hierbij passen we maatwerk toe, in het kader van de integrale wijkaanpak wordt samengewerkt met de bewoners. Belangrijk is niet alleen het openbaar groen, maar ook het vergroten en een kwaliteitsverhoging van het privégroen. We gaan aan de slag met het bewuster maken van mensen van de waarden van groen en bomen: groen als schuil- en nestelgelegenheid, ‘stapstenen’ tussen buitengebied en de kernen, de educatieve waarde van groen, groen voor schaduw en verlagen van de temperatuur, groen voor het verbeteren van de luchtkwaliteit (langs wegen), groen voor een aangenamere, gezondere en aantrekkelijkere omgeving, wat eveneens bijdraagt aan ontspanning en rust.
Vergroenen draagt dus bij aan het bereiken van velerlei doelstellingen en heeft voor ons prioriteit. Waar mogelijk wordt dit in alle (ruimtelijke) (her)ontwikkelingsplannen meegenomen. Maar niet ieder gebied biedt hiervoor dezelfde kansen. Wanneer bij (her)ontwikkelingen het creëren van groen lastig is, kan ook gedacht worden aan innovatieve vormen als dak- en gevelgroen. Om deze ambitie te kunnen borgen, onderzoeken we in het kader van de strategie rondom klimaatadaptatie, of er (zoals bij parkeernormen) normen voor groen kunnen worden vastgelegd die als absolute ondergrens gelden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Versterken biodiversiteit waar mogelijk Wij willen waar mogelijk een bijdrage leveren aan het versterken van de biodiversiteit en aan het beperken van de afname van biodiversiteit. Dit doen we via het behoud en uitbreiding van het groen in de stad. Het bij het aanleggen van groen streven naar variatie in groenvoorzieningen en ecologisch waardevolle typen. Het bij het beheer ook uitgaan van het bevorderen van ecologische kwaliteiten. Biodiversiteit hanteren we in het algemeen als leidend principe bij het beheer van de kruidenvegetaties. In het algemeen is het de ambitie om een beweging op gang te brengen naar een natuurinclusief ruimtegebruik en ruimtelijke ontwikkelingen. De grootste ecologische waarde wordt gevonden in variatie.
Dat is zowel variatie tussen gebieden als variatie binnen een bepaalde locatie. In een wegberm is het bijvoorbeeld van belang dat er zowel jonge en bloeiende planten zijn als dat er een deel van de vegetatie oud en afgestorven is en blijft staan om in de schuilen en te overwinteren. Verschillende gebieden herbergen verschillende soorten en verbindingen daar tussen zorgen er voor dat de biodiversiteit kan worden gewaarborgd. Het waar mogelijk streven naar versterken van de biodiversiteit heeft gevolgen voor de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte. Plekken waar geen planten kunnen groeien hebben bijvoorbeeld geen natuurwaarde. Ook intensief onderhouden plekken zijn natuurarm. En met onkruidbestrijding gaan veel waarden verloren. Gevarieerde beplantingen van inheemse
Omgevingsvisie Oosterhout
39
soorten bevatten veel natuurwaarden, mits er voldoende blad, ondergroei, dode takken en andere natuurlijke rommel in aanwezig is. Extensieve beheerde bermen en kruidenrijke vegetaties en oevers zijn voor insecten waardevol. Ze vinden er waardplanten en bloemen zodat ze zich kunnen voortplanten. Ze kunnen er schuilen en zich verplaatsen. Onder bomen en laanbeplantingen wordt de ontwikkeling van kruidenvegetaties juist geremd. De biomassa is daar beperkt maar er kunnen wel specifieke soorten voorkomen, die op andere plekken ontbreken. Hier liggen ook kansen voor het toepassen van voorjaarsflora. In het algemeen gaan we bij de aanleg van het openbaar groen en het beheer ervan rekening gehouden met de ecologische kwaliteiten. In sierbeplantingen wordt bijvoorbeeld bij nieuwe aanleg gekozen voor een gevarieerder sortiment met de nadruk op bloei gedurende het gehele groeiseizoen. Ook de aanwezigheid van bessen en leefruimte voor dieren speelt een rol in de beplantingskeuze. Vooral de wat natuurlijkere beplantingstypen kennen meer ecologische waarden. De ruigere beplantingen (bosplantsoen en grove heesters) en de extensief beheerde grasterreinen (bermen en kruidenrijke vegetaties) zijn voor planten, insecten vogels en kleine zoogdieren waardevol of potentieel waardevol. Op het terrein van het beheer van het openbaar groen is echter nog belangrijke winst te boeken.
De beperking van de kosten door een verregaand rationeel beheer is een belangrijk uitgangspunt in het huidig beleid. Van een insectenvriendelijker beheer profiteren ook andere organismen en ook wij als mensen. Insecten zijn geen losstaande groep in het ecosysteem. Een insectenvriendelijker inrichting en beheer vraagt meer wilde bloemen en planten, omdat insecten daar primair van afhankelijk zijn. En het betekent dat dieren die voor hun voedsel afhankelijk zijn van insecten er van profiteren als het met de insecten beter gaat. Uiteindelijk heeft het ook betekenis voor onze voedselvoorziening (bestuiving) en draagt het bij aan een aantrekkelijkere, gezonde woon- en leefomgeving.
Een goede balans tussen functies in het buitengebied: natuur, landbouw en recreatie Er is sprake van meerdere gebruikers en meerdere functies in het buitengebied, die zich in goede harmonie zouden moeten verweven. Door de toenemende vrije tijd en de transitie in de agrarische sector en andere ruimtevragen wordt de dynamiek in het buitengebied alsmaar groter. Het bewaken van een goede balans is daarom extra belangrijk. In het zuidelijk deel van ons buitengebied zijn de karakteristieke bosgebieden van o.a. de Boswachterij Dorst, Landgoed Oosterheide en de Vrachelse, Teteringse en Seterse heide (beeld)bepalend. Deze zone willen we verder versterken, een verdere verstoring en versnippering door recreatief gebruik moet voorkomen worden. In het noordelijk gedeelte is vooral de openheid van de polders bepalend. Uiteraard is recreatief gebruik mogelijk en ook wenselijk: dit verhoogt het woon- en leefklimaat en is goed voor de gezondheid. Ontwikkelingen en gebruik moeten echter passend zijn bij de draagkracht van het gebied. Het Wilhelminakanaal en het Markkanaal zijn in de provinciale Verordening Ruimte aangewezen als 'Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone'.
Omdat het noordelijk deel van het Wilhelminakanaal aan beide zijden wordt begrensd door industrieterreinen (Weststad en Statendam), wordt bezien of voor het deel van de EVZ dat gelegen is in de Contreie, in oostelijke richting tot en met het bedrijventerrein Vijf Eiken een alternatief kan worden gevonden. Er wordt een verkenning uitgevoerd naar een mogelijk alternatief voor het resterende deel van de EVZ, om de Biesbosch en de Vrachelse Heide goed met elkaar te verbinden.
Omgevingsvisie Oosterhout
40
Voor alle ontwikkelingen geldt natuurinclusief ontwikkelen en handelen als vertrekpunt. Cultuurhistorie beter benutten als identiteitsdrager Het cultuurhistorisch erfgoed van Oosterhout vormt een belangrijke drager van onze identiteit. Dit toont zich onder andere in de verschillende landschappen met ieder een eigen bewoningsgeschiedenis, het beschermde dorpsgezicht Den Hout, het historische centrum met De Heuvel en de Markt, overblijfselen van militaire oorsprong (Linie van Den Hout en Linie van de Munnikhof) en in de Heilige Driehoek welke een groenbuffer vormt tussen stedelijk gebied en buitengebied met veel monumenten zoals de kloosters. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld ook de vele wegen en paden met een historische waarde zoals in de Boswachterij Dorst. Door dit te koesteren, beter beleefbaar te maken en waar mogelijk te versterken/accentueren kan de aantrekkelijkheid van Oosterhout als eigentijdse groene woon-/werk-/recreatiegemeente met historische identiteit vergroot worden. Met nadruk dient ook de eigen identiteit van de Kerkdorpen te worden behouden en waar mogelijk versterkt door middel van passende ontwikkelingen. Omdat de kerken hierin een belangrijke rol spelen, gaan we de komende periode aan de slag met een Kerkenvisie. Hierin onderzoeken we hoe we de kerken duurzaam voor de samenleving kunnen behouden via passend en financieel haalbaar gebruik.
Het streven is om nieuwe ontwikkelingen in te bedden in oude structuren, in de stad, de dorpen en het buitengebied. Meer nog dan in het verleden moet de cultuurhistorie als volwaardig belang meegenomen worden bij toekomstige ontwikkelingen. Als gemeente zien we hierbij voor ons ook een voorbeeldrol. Al voordat de eerste planvorming tot stand komt moeten cultuurhistorische waarden in het gebied worden gesignaleerd, gewaardeerd en (via een goede en transparante belangenafweging) worden meegenomen. Belangrijke instrumenten die we daartoe beschikbaar hebben is de Erfgoedkaart (klik hier) en onze Welstandsnota (klik hier, voor de bijbehorende kaart klik hier). De Welstandsnota gaat over hoe omgegaan moet worden met initiatieven in beschermde gezichten en/of initiatieven bij rijks- en gemeentelijke monumenten. Daarnaast zijn ook voor de nieuwe wijk Contreie welstandsregels opgenomen, de overige gebieden zijn welstandsvrij en aanvragen voor een omgevingsvergunning hoeven daar niet getoetst te worden aan welstandscriteria. De Erfgoedkaart geeft de cultuurhistorische en archeologische waarden en verwachtingen weer. Dit betekent echter niet dat gebieden met cultuurhistorische waarden ‘op slot’ gaan.
Wij geloven in behoud door ontwikkeling: juist door op een zorgvuldige wijze ontwikkelingen toe te staan, blijft een gebied ook vanuit economisch opzicht toekomstbestendig en kunnen de waarden be- en onderhouden worden. Kwantitatieve en kwalitatieve wateraspecten vragen blijvend om aandacht Als gemeente streven we een duurzame, doelmatige en toekomstgerichte invulling van de rioleringszorg na, waarin de bescherming van de volksgezondheid, behoud van droge voeten en een goede kwaliteit van grond- en oppervlaktewater gewaarborgd zijn. Ons beleid hieromtrent hebben we uitgewerkt in het Water- en rioleringsplan 2017-2012 (klik hier). Schoon en voldoende oppervlakte- en grondwater draagt bij aan een gezonde en veilige, schone leefomgeving voor de volgende generaties. We zien hierbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor alle perceeleigenaren op ons grondgebied. Daarbij is het van belang om (zeker bij nieuwbouwontwikkelingen) zo veel als mogelijk vast te houden aan het principe van infiltreren-vasthouden-afvoeren van hemelwater.
Omgevingsvisie Oosterhout
41
De ambitie is een doelmatige inzameling en transport van afvalwater naar een zuiverende inrichting die zijn doel bewezen heeft of innovatief van aard is, dit draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Om regenwateroverlast beperkt te houden, zijn investeringen in de afvoer- en bergingscapaciteit van het watersysteem nodig. Op verschillende schaalniveaus wordt waterberging gerealiseerd waarbij rekening gehouden wordt met normbuien die aansluiten bij de verwachte klimaatsverandering. Meer ruimte voor oppervlaktewater in stedelijk gebied (zoals overloop-/innundatiegebieden zoals wadi’s) biedt kansen bij de bestrijding van regenwateroverlast of droogte, daarnaast wordt hiermee ook een impuls gegeven aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Wel moet hierbij aandacht zijn voor de borging van goede oppervlaktewaterwaterkwaliteit in warme perioden. Nieuw water wordt aangelegd volgens ecologische principes. We zien regenwateroverlast als een situatie waarbij schade ontstaat of waarbij de hoofdwegen gestremd zijn. Water op straat wordt gezien als hinderlijk maar niet als overlast. Het is noodzakelijk dat er een vorm van acceptatie ontstaat bij het optreden van waterhinder. Door een goede samenwerking met het Waterschap of andere waterpartners wordt grondwateroverlast en overstroming vanuit oppervlaktewater in stedelijk gebied geminimaliseerd.
Ook de bewoners en ondernemers in de gemeente hebben een taak rondom waterbeheer. De ambitie is dat schoon regenwater wordt afgekoppeld. Het scheiden van regenwater en vuilwater vindt op perceelniveau plaats waarbij regenwater zo veel als mogelijk op het perceel verwerkt dient te worden. Zeker bij nieuwbouwontwikkelingen wordt hier aandacht aan besteed. Door de klimaatsverandering stijgt het peil van de rivieren af en toe aanzienlijk. Om het rivierengebied te beschermen tegen overstromingen, worden maatregelen getroffen in het kader van het Deltaprogramma Rivieren. Dit vormt ook een aandachtspunt in ons op te stellen Programma Klimaatadaptatie. Voor de Amertak van het Wilhelminakanaal zijn twee strategieën denkbaar om Oosterhout te beschermen tegen overstromingen: -
Dijkverhoging met effecten voor ruimtebeslag en bereikbaarheid van het water, met name voor bedrijven. De buitendijkse gebieden (o.a.Weststad I en II) blijven hierbij onbeschermd tegen overstroming: Een dynamisch keermiddel bij de aansluiting Wilhelminakanaal op de Amer.
Binnen de gemeente liggen enkele beschermde structuren en gebieden: primaire waterkeringen voor hoogwaterbescherming en twee grondwaterwingebieden voor de drinkwaterproductie. We beschermen ons diepe grondwater zodat het geschikt blijft voor toekomstig drinkwaterwinning. Om hier zorgvuldig en goed mee om te gaan is het van belang de verschillende activiteiten goed op elkaar af te stemmen. Dit is extra van belang omdat er diverse partijen bij betrokken zijn zoals de regiegemeenten, de provincie, Brabant Water en het Waterschap.
.
Omgevingsvisie Oosterhout
42
Figuur 8: Thema bereikbaarheid, mobiliteit en toegankelijkheid