Bijlage 1 - Beleidskader Jeugd 2023
Tekst van het document
Beleidskader Jeugd Actualisatie 2023
Inhoudsopgave 1. INLEIDING............................................................................................................................... 5 2. JEUGDLANDSCHAP................................................................................................................ 6 2.1 Terugblik. ................................................................................................................................ 6 2.2 Landelijke ontwikkelingen. ..................................................................................................... 8 2.3 Regionale samenwerking. .................................................................................................... 10 3. OOSTERHOUTSE KOERS: STAP VOOR STAP NAAR VOREN................................................ 13 3.1 Pedagogische kwaliteit van de sociale basis........................................................................ 14 3.2 Versterken preventieve inzet................................................................................................. 14 3.3 Vloeiend netwerk. ................................................................................................................. 15 4. BEWEGING NAAR VOREN. ................................................................................................... 18 4.1.
Sociale basis, onderwijs en jeugdveiligheid......................................................................... 18 4.2. Toeleiden, toegang en verwijzers. ........................................................................................ 20 4.3. Specialistische jeugdhulp: niet vrij toegankelijk.................................................................. 21 5. UITVOERING, MONITORING EN FINANCIËN....................................................................... 23 BIJLAGES: Bijlage 1 – Proces actualisatie beleidskader.............................................................................. 26 Bijlage 2 – Toelichting Jeugdwet, jeugdhulpplicht en begrippen. ............................................. 28 Bijlage 3 – Cijfers gemeente Oosterhout.................................................................................... 30
1
Inleiding
AFBAKENING Dit beleidskader Jeugd gaat over het gezond, kansrijk en veilig opgroeien van jeugdigen in de gemeente Oosterhout. Er is bewust voor gekozen om er geen beleidskader jeugdhulp van te maken, maar een beleidskader jeugd. Juist in het alledaagse leven kunnen we het verschil maken. Echter vormt de jeugdwet wel het vertrekpunt en de wettelijke basis. Wanneer de koers van dit beleidskader invloed heeft op aanpalend beleidsterreinen, dan is in het beleidskader de verbinding gemaakt met deze beleidstukken. Nog belangrijker is dat er in de uitvoering gezamenlijk verder vorm aan wordt gegeven. De belangrijkste beleidsstukken zijn: • Beleidskader Brede Buurt (2022) • Beleidskader Welzijn (2020) • Visie Sociaal Domein (2021) • Beleidsnota Actualisatie Buiten Spelen (2016) • Visie (2019) en uitvoeringsprogramma’s integrale veiligheid • Onderwijsagenda en LEA (in ontwikkeling) • Visie wijkgericht werken (2020) • Ontwikkelagenda Gezondheid (2019) • Minimabeleid (herijking loopt)
We willen dat alle kinderen in de gemeente Oosterhout gezond, kansrijk en veilig opgroeien met ruimte om hun talenten te ontwikkelen. Opvoeders1 zijn daarbij verantwoordelijk voor het opvoeden en opgroeien van hun kinderen. Als Oosterhoutse samenleving bieden we een veilige, uitdagende en inclusieve omgeving. Dat doen we samen, als opvoeders, buren, sportcoach, docent, jeugdprofessional, huisarts, leeftijdsgenoten en vele anderen. Daar waar het opvoeders niet lukt hun kind in een gezonde, kansrijke en veilige situatie te laten opgroeien, organiseren wij als gemeente - samen met onze netwerkpartners - hulp in en rondom het gezin. Zodat hopelijk alle jeugdigen later kunnen terugkijken op een fijne jeugd in Oosterhout.
en de beste hulp voor jeugdige, zo dichtbij mogelijk”. In dit geactualiseerde beleidskader Jeugd kijken we terug en nemen we de geleerde lessen mee. We hebben de afgelopen jaren stappen gezet, maar we zijn er nog niet. We bouwen daarom lokaal én regionaal de komende jaren verder aan een gunstig opgroeiklimaat voor jeugdigen, door de sociale basis van jeugdigen en hun opvoeders te versterken. Wanneer jeugdhulp noodzakelijk is, organiseren we de juiste en beste jeugdhulp tijdig, nabij en zo thuis mogelijk voor de jeugdige. Het verbeteren van de verbinding tussen jeugdhulp en onderwijs is daarbij essentieel en wordt in samenhang met de onderwijsvisie en in de Lokale Educatieve Agenda (LEA) met het onderwijs geïntensiveerd.
Verbondenheid en samenredzaamheid In dit beleidskader jeugd richten we ons op de vraag: Hoe kunnen we in de gemeente Oosterhout meer voor elkaar betekenen, zodat jeugdigen gezond, kansrijk en veilig opgroeien en zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandige volwassenen? Onze visie sociaal domein gemeente Oosterhout uit 2021 (hierna visie sociaal domein) vormt het integrale vertrekpunt: we bewegen naar de voorkant. Dit doen we door het versterken van verbondenheid en samenredzaamheid, zodat het welzijn en de veerkracht van inwoners wordt vergroot. Dat wil zeggen: meer preventie en meer uitgaan van de verantwoordelijkheid en mogelijkheden van jeugdigen, hun opvoeders en hun netwerk. Zo veel mogelijk en zo vroeg mogelijk problemen opvangen en oplossen in de eigen directe omgeving en/of met inzet van (vrij toegankelijke) lokale voorzieningen in onze stad. Als ondersteuning of hulp toch nodig zijn, dan zoeken we zo veel mogelijk aansluiting bij het gewone leven en de kracht van het sociale netwerk.
Opbouw In het volgende hoofdstuk wordt aangegeven waar we vandaan komen. Ook worden de belangrijkste landelijke en regionale ontwikkelingen benoemd. Dit is de context waarin we als gemeente Oosterhout actief zijn. Vervolgens richten we ons op de breed gedragen en in Oosterhout gewenste beweging naar de voorkant. In hoofdstuk drie beschrijven we de koers en ambities voor de komende jaren. In hoofdstuk vier zijn deze ambities nader uitgewerkt voor de verschillende onderdelen van het Oosterhoutse jeugdlandschap. Het afsluitend hoofdstuk gaat in op een aantal randvoorwaarden. Het proces om tot deze actualisatie te komen is in bijlage één toegelicht.
Actualisatie Het huidige Oosterhoutse beleidskader jeugd is in 2014 vastgesteld en liep vooruit op de decentralisaties in 2015. In de afgelopen periode is het lokale beleidskader geactualiseerd op basis van ervaringen, cijfers, gesprekken, nader onderzoek en de Regiovisie Jeugd West-Brabant Oost (WBO) (hierna regiovisie) “De juiste
Dit beleidskader jeugd zet de koers uit voor de langere termijn en laat ruimte om te anticiperen op landelijke en regionale ontwikkelingen. Om te laten zien hoe we de koers vormgeven en ambities oppakken is een separate uitvoeringsagenda voor de komende twee jaar opgesteld. De uitvoeringsagenda bevat de speerpunten en acties voor de kortere termijn.Het jeugdlandschap vormt een complex stelsel met een lokale, regionale en bovenregionale/landelijke laag. In de jeugdhulpregio West-Brabant Oost (hierna Regio WBO) organiseren we samen met buurgemeenten de ‘achterkant’ in de vorm van de gespecialiseerde jeugdhulp inclusief hulpverlening met verblijf en het gedwongen kader.
1 We spreken in dit beleidskader van opvoeders, omdat we ons realiseren dat het traditionele gezin niet voor alle kinderen vanzelfsprekend is.
5
2
Jeugdlandschap Lokaal organiseren we de zogenaamde ‘voorkant’: we faciliteren de sociale basis, geven invulling aan preventie, organiseren vrij toegankelijke (jeugdhulp) voorzieningen en vormen de toegang (zie bijlage 2). Uiteraard staan voor- en achterkant met elkaar in verbinding. Ze zijn onderdeel van één jeugdlandschap. Dat netwerk heeft tot doel dat ieder kind in Oosterhout gezond, kansrijk en veilig kan opgroeien. Dit opgroeien gaat niet altijd vanzelf, maar met vallen en opstaan. Dat hoort bij het leven.
2.1 Terugblik
Sinds de jeugdhulp in 2015 een gemeentelijke taak werd is er veel gebeurd. In de eerste periode lag de nadruk op het bieden van zorgcontinuïteit en het inrichten van de toegang. Al snel kwam daar extra aandacht voor de financiële beheersbaarheid als prioriteit bij.
Gemeenten hebben namelijk de plicht om jeugdhulp en ondersteuning te bieden. Dit betekent dat de gemeente het mogelijk moet maken dat alle kinderen en gezinnen die dit nodig hebben, jeugdhulp ontvangen. Als gemeente kunnen we bijvoorbeeld geen cliëntenstop afkondigen. Tegelijk is er binnen de Jeugdwet ook sprake van een open einderegeling. Dit is een rijksbegrotingsbesluit waardoor aan een financiële regeling geen budgettair plafond wordt toegekend. Hierdoor is het wettelijk gezien niet mogelijk om een financieel plafond aan te brengen binnen de Jeugdwet. Zie bijlage twee voor een nadere toelichting over de Jeugdwet en begrippen. Om de kosten te dekken ontvangen gemeenten voor de uitvoering van de Jeugdwet middelen van het Rijk.
Dit zijn minder middelen dan voor 2015 aan jeugdhulp werden besteed: een zogenaamde taakstelling. De toegekende Rijksmiddelen kunnen dan ook ontoereikend zijn en dienen binnen de gemeente begroting te worden opgevangen. Dit is in de afgelopen jaren het geval geweest. Naast de transitie (overdracht van taken en financiën van het Rijk naar gemeenten) hebben gemeenten samen met jeugdigen en opvoeders gewerkt aan het transformeren. Een gedragsverandering door anders denken én anders doen. Dit zijn we in 2015 gestart door in te zetten op het versterken van eigen kracht, versterken van het opvoedkundige klimaat, verbeteren van vroeg signaleren en het versterken van de samenkracht (zie beleidsplan Jeugd(hulp) 2014). In 2021 hebben we deze gewenste beweging naar de voorkant aangescherpt in de visie Sociaal domein (2021): het versterken van verbondenheid en samenredzaamheid, zodat het welzijn en de veerkracht van inwoners worden vergroot. Na een relatief zachte landing van de transitie (overdracht van taken) ontstonden ook binnen de gemeente Oosterhout knelpunten: een toename in hulpvragen, stagnerende door- en uitstroom en beperkte mogelijkheden voor inzicht en sturing, terwijl het aantal gecontracteerde aanbieders is gegroeid naar circa 250.
De financiële haalbaarheid van de door het Rijk opgelegde taakstelling bij de overheveling van de Jeugdwet kwam ook in Oosterhout onder druk te staan. In de regio WBO speelde daarnaast de ingrijpende reorganisatie van een grote jeugdhulpaanbieder een grote rol. Een gemeentelijke taskforce Jeugd heeft in de periode 2018-2020 slagen gemaakt om de beheersbaarheid en sturing te verbeteren. De controle op rechtmatigheid en fraude is verbeterd. Administratieve processen zijn aangescherpt, het verwijsgedrag vanuit de gemeentelijke toegang en via de medische route is aangescherpt. Kortom, er is beter zicht op wie wat doet en welke kosten dat met zich meebrengt. Meer informatie gestuurd werken heeft zijn intrede gedaan en er is binnen de jeugdkolom meer zicht op zorggebruik op basis van de dashboards vrij toegankelijke voorzieningen en niet-vrij toegankelijke voorzieningen. De overgang van toegangsmedewerkers van de stichting Sociaal Wijkteam naar de gemeentelijke organisatie
6 Figuur 1 - Jeugdlandschap West-Brabant Oost in beeld
(Sociaal Team) heeft het fundament gelegd voor één integrale gemeentelijke toegang tot het sociale domein, maar vraagt om een verdere doorontwikkeling. Ook hebben we de vrij toegankelijke voorzieningen uitgebreid met onder andere een praktijkondersteuner jeugd (POH-Jeugd) in de huisartspraktijken, jeugdmaatschappelijk werk (op school), integrale vroeghulp (IVH), informele gezinsondersteuning (Steunouder) en ondersteuning gericht op een kansrijke start voor zwangeren en jonge kinderen in de eerste levensfase. Cijfers jeugdhulp Er is de afgelopen jaren gebouwd aan een fundament en beweging naar de voorkant. Echter moeten we constateren dat het op beperkte schaal en gecontroleerd uitproberen geen gelijke pas heeft gehouden met de toenemende vraag naar jeugdhulp. Het Nederlands Jeugdinstituut heeft in 2019 uitgebreid onderzoek gedaan naar het landelijk groeiend jeugdzorggebruik2. Het onderzoek laat zien dat de algemene trend onmiskenbaar is: het zorggebruik is in de loop der jaren sterk gegroeid. Kreeg twintig jaar geleden ongeveer 1 op de 27 jeugdigen jeugdzorg3, nu is dat 1 op de 8. Het onderzoek laat zien dat de groei wel enigszins afzwakt, maar het zorggebruik is nog steeds hoog. Bovendien brengen de cijfers het aantal kinderen en jongeren per jaar in beeld. Elk jaar komen er jeugdigen nieuw in zorg en gaat er een aantal uit.
Dat betekent dat het aandeel van 0- tot en met 17-jarigen dat ooit hulp heeft gekregen nog hoger ligt dan de 12 procent die landelijk in beeld is. De meeste jongeren met jeugdhulp in 2021 waren jongeren tussen 8 en 12 jaar. In deze groep krijgt landelijk 19 procent jeugdhulp. In de leeftijdscategorie 12-17 jaar kreeg 15 procent van alle jongeren in Nederland jeugdhulp. We zien verder dat landelijk één op de vier jongeren met jeugdhulp uit een eenouderhuishouden komt en dat jongens vaker jeugdhulp ontvangen dan meisjes. Het aandeel meisjes met jeugdhulp neemt de laatste jaren wel licht toe (CBS, jeugdhulp gebruik 2021).
2 Yperen, T. van, A. van de Maat, J. Prakken. Het groeiend jeugdzorggebruik. Duiding en aanpak (NJI, 2019). 3 Als we het daarbij hebben over jeugdzorg, bedoelen we de jeugdhulp (inclusief de jeugd-ggz), de jeugdbescherming en de jeugdreclassering.
7
Het toekomstscenario is een gezamenlijk programma van de ministeries van J&V en VWS en VNG om de jeugdbescherming effectiever en slimmer te organiseren. Dat gebeurt samen met partners in het veld langs de lijnen van dit Toekomstscenario. Het scenario beschrijft op hoofdlijnen hoe de meest complexe en specialistische jeugdhulp voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen er over 5 tot 10 jaar uit moet komen te zien. Het betekent een grote verandering in de jeugdbeschermingsketen, waarbij wordt overgestapt van een kind- naar een gezinsgerichte benadering. Voor de korte(re) termijn hebben het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en vele branche-, professionals- en cliëntvertegenwoordigers5 de hervormingsagenda Jeugd opgesteld. In deze agenda staat beschreven op welke manier de jeugdhulp verbeterd kan worden tot 2028, maar zal waarschijnlijk gepaard gaan met bezuinigen vanuit het Rijk.
Figuur 2 - Financiële ontwikkeling
Landelijke cijfers die we herkennen en ook terug zien in Oosterhout (zie bijlage 3 voor cijfers Oosterhout), maar wat in onze gemeente opvalt is de sterke groei van de leeftijdsgroep 4 tot en met 11 jarigen. In deze leeftijdsgroep is de zorgvraag sinds 2019 meer dan verdubbeld (zie bovenstaande tabel). Financiële ontwikkeling Over de periode 2015-20224 stegen de kosten van het jeugdhulpgebruik in onze gemeente met 49,5%. Van circa 10 miljoen in 2015 naar ruim 16 miljoen in 2022 (circa €285,- per inwoner per jaar). Dit is een stijging in lijn met landelijke ontwikkelingen en vergelijkbare gemeenten. Voor bijna 90% bestaan onze kosten uit niet vrij toegankelijke jeugdhulp, die regionaal is ingekocht. De ambulante jeugdhulp vormt de meest ingezette vorm van jeugdhulp. Dit past bij ons beleid om jeugdigen zoveel mogelijk thuis te laten opgroeien. Echter vormt ambulante begeleiding niet alleen de grootste groep, maar ook de grootste stijger. Binnen deze ambulante begeleiding zien we sinds 2018 een grote stijging voor GGZ behandeling en begeleiding. Dit vraagt om aandacht voor mentale gezondheid.
8
gankelijke jeugdhulp (de achterkant) sluit niet aan op de gewenste beweging naar de voorkant. In financiële zin blijft de ontwikkeling van de voorkant achter op de groei aan de achterkant. In 2015 ging 5% naar de voorkant en in 2022 is dat naar verwachting 6%, terwijl ook in het beleidskader uit 2014 reeds een speerpunt lag op preventie en investeren in de voorkant. De kosten voor de toegang bedragen circa 4% en de overige 90% wordt besteed aan niet-vrij toegankelijke jeugdhulp. Het versterken van de sociale basis blijkt in de praktijk ingewikkeld en vordert met kleine stapjes.
2.2 Landelijke ontwikkelingen
De groei van het jeugdhulp gebruik in Oosterhout is niet uniek: het speelt (bijna) in elke jeugdhulpregio. Dat landelijk meer dan 1 op de 8 kinderen jeugdhulp krijgt en het gebruik ook in de afgelopen jaren stelselmatig is gegroeid, levert een onhoudbare situatie op. Tegelijk is de complexiteit van het stelsel hoog, zijn verantwoordelijkheden versnipperd en lijkt het besef geland dat het huidige jeugdstelsel niet houdbaar is. Landelijk wordt daarom gewerkt langs de lijnen van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en de Hervormingsagenda Jeugd.
De besteding van 90% van het budget aan niet vrij toe4 Voor 2022 is gebruik gemaakt van een prognose voor kwartaal drie en kwartaal vier.
Afbakening jeugdhulplicht In de hervormingsagenda staan twee hoofddoelstellingen centraal: een beheersbaar jeugdhulpstelsel en verbetering van de hulpverlening. Van het Rijk verwachten gemeenten dat deze integrale aanpak mogelijk wordt gemaakt door het gezamenlijk optreden van meerdere departementen. Ook zal het Rijk in wet- en regelgeving moeten komen tot een inperking van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht en versterking van de samenwerking en/of afbakening tussen de diverse genoemde domeinen. Bij afbakening van de jeugdhulpplicht kan worden gedacht aan het uitsluiten van bepaalde zorgvormen of het expliciteren van de zwaarte van de problematiek waarvoor jeugdhulp is bedoeld. Regionaal verkennen we de mogelijkheden en consequenties van afbakening van jeugdhulp. Landelijk moeten hier nog knopen over worden doorgehakt. Door het versterken van het lokale veld kunnen gemeenten zich hierop voorsorteren. Professionals en instellingen staan voor de uitdaging om de kwaliteit van de hulpverlening substantieel te verbeteren. Kwaliteit van de hulpverlening is een essentiële pijler in de hervormingsagenda. Versterken hulpaanbod in de wijk en op school Van gemeenten vraagt de hervormingsagenda een stevig hulpaanbod in de wijk, dat aansluit op de situatie
en hulpvraag van inwoners. Het hulpaanbod in de wijk heeft samen met de toegang een belangrijke rol in het klein houden van gewone opvoed- en opgroeivragen en het tijdig bieden van passende hulp als dit nodig is. Hier zien we idealiter een hechte samenwerking tussen deze voorzieningen onderling en samenwerking met de niet vrij toegankelijke jeugdhulp, zodat het op- en afschalen van jeugdhulp harmonieus gebeurt. Investeren in het bevorderen van gezondheid, welzijn en welbevinden. Dat is waar de beleidsruimte ligt voor gemeenten. In de Oosterhoutse visie sociaal domein en regiovisie hebben we hiervoor reeds het fundament gelegd, maar de komende jaren vragen om grotere investeringen in preventieve interventies en indicatievrije vormen van begeleiding en ondersteuning op de belangrijkste vindplaatsen (op school, in de kinderopvang en via huisartsen). Vroeger signaleren en sneller lichte ondersteuning kunnen bieden, zodat minder jeugdigen zware zorg nodig hebben. Een goede verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp is daarbij essentieel. Er ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid om jeugdigen passend onderwijs te bieden en waar nodig een zorgaanbod vorm te geven. Een zorgaanbod dat bij voorkeur wordt aangeboden binnen de vertrouwde school van de jeugdige. Echter overlappen de Wet passend onderwijs en Jeugdwet op een aantal punten.
Onderwijs en zorg hebben geregeld met dezelfde jeugdigen te maken en samen optrekken helpt om passend onderwijs te bieden: zeker als wetten overlappen en er sprake is van een ‘grijs gebied’. Gecombineerde onderwijszorgarrangementen voor individuele jeugdigen of groepen kunnen hier een oplossing voor bieden. Samenvattend zien we vier grote externe ontwikkelingen. Met de kennis van nu kijken we anders naar deze ontwikkelingen, dan in 2014 toen ons vorige beleidskader jeugd werd opgesteld: • Opvoed- en opgroei vragen benaderd als een probleem Uit onderzoek van Nederlands Jeugdinstituut (NJI, 20196) naar oorzaken van het groeiend jeugdhulp gebruik in Nederland blijkt dat voor gewone opvoed- en opgroeivragen steeds vaker een beroep wordt gedaan op jeugdhulp en deze vragen dus worden benaderd als
5 Bestaande uit het Rijk (de ministeries VWS, BZK, J&V, Financiën, SZW, OCW), gemeenten (VNG), aanbieders: branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ): Jeugdzorg Nederland, de Nederlandse ggz, Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland), professionals (NVvP, NIP, LVVP, NVO, BPSW, BVjong, AJN, V&VN, LHV, NVK, FVB) en cliëntenorganisaties en jongerenvertegenwoordigers (Ieder(in), MIND, NJR). 6 Yperen, T. van, A. van de Maat, J. Prakken. Het groeiend jeugdzorggebruik. Duiding en aanpak (NJI, 2019).
9
10
1
een probleem. De hoge geluksnorm, de prestatiedruk en het maakbaarheidsdenken dragen daaraan bij. Het NJI signaleert echter geen noemenswaardige toename van problemen. Nederlandse kinderen behoren nog steeds tot de gelukkigste ter wereld. Het NJI signaleert wel een toename van het aantal echtscheidingen, prestatiedruk bij jeugdigen en toenemende invloed van sociale media.
2.3
Sinds 2015 organiseren we in regioverband de niet vrij toegankelijke jeugdhulp die de schaal van een individuele gemeente te boven gaat. Specialistische jeugdhulp voor de meer complexe tot zeer ernstige opvoed– en opgroeiproblemen kopen we samen met regiogemeenten Altena, Breda, Drimmelen en Geertruidenberg in West-Brabant Oost in.
Hobbels horen bij het leven, jeugdigen hebben het recht om naar eigen vermogen te ontwikkelen.
• Kwetsbare omgeving leidt tot gezondheidsproblemen We komen in Nederland steeds meer tot het inzicht dat het opgroeien en wonen in een kwetsbare omgeving leidt tot gezondheidsproblemen. Armoede speelt hier een grote rol in en is gerelateerd aan stress en ongezonde keuzes. Bij armere gezinnen is vaker sprake van roken, overgewicht en ongezonde voeding. Dat leidt weer sneller tot ziektes, zoals diabetes. Vanwege de verscheidenheid aan oorzaken spreken we over een kwetsbare omgeving. Inwoners die opgroeien in een kwetsbare omgeving leven gemiddeld zeven jaar korter en leven 15 jaar langer in minder goede gezondheid (CBS, 2019). Kinderen die in armoede opgroeien staan daardoor veelal op achterstand. De sociaaleconomische omgeving is een belangrijke voorspeller van iemands gezondheid en levensverwachting.
Knelpunten in de regio WBO De regio kent een passend aanbod van jeugdhulp op lokaal en regionaal niveau en het fundament voor de toegang tot deze hulp staat in elk van de vijf gemeenten. Toch zijn we er nog niet. De in- en doorstroom van jeugdigen stagneert waardoor de wachtlijsten groeien. Ook blijft het aantal jeugdigen in de jeugdhulp toenemen. We constateren dat er op het vlak van ontschotting nog winst te behalen is. Met minder schotten is op- en afschalen makkelijker, waardoor jeugdigen sneller de juiste hulp krijgen. Tegelijk ligt er een uitdaging in de beheersbaarheid van het (regionale) jeugdhulpstelsel. Het aantal jeugdhulpaanbieders dat zich sterk maakt voor passende jeugdhulp in onze regio groeit snel, hetgeen leidt tot meer schotten tussen verschillende soorten jeugdhulp, minder overzicht over het aanbod en minder gezamenlijk eigenaarschap voor regionale vraagstukken. Die veelheid aan aanbieders maakt het lastiger om samen tot oplossingen te komen voor de problemen in de jeugdhulpketen in Regio WBO.
Normaliseren vraagt iets van ons allemaal.
• Niet realistisch beroep op zelfredzaamheid De verwachtingen van overheden op het gebied van eigen verantwoordelijkheid, participatie en aanpassingsvermogen van inwoners zijn de afgelopen jaren toegenomen. Echter signaleert het Sociaal Cultureel Planbureau (2020) dat de aannames over wat burgers allemaal wel en niet zullen of kunnen doen, voor de meest kwetsbare mensen niet kloppen of onrealistisch blijken. Door een niet realistisch beroep op zelfredzaamheid krijgen juist de mensen in de meest kwetsbare posities en/of die minder assertief zijn niet altijd de ondersteuning die ze nodig hebben. • Jeugdhulpstelsel staat onder druk In onze gemeente, onze regio en ook landelijk zien we dat het systeem voor jeugdhulp vastloopt. Het piept en het kraakt. We merken dat de door- en uitstroom stagneert, dat het aantal jeugdigen dat een beroep doet op jeugdhulp toeneemt en daarmee de wachtlijsten groeien. Kosten stijgen mee en tegelijk worden jeugdhulp organisaties steeds vaker geconfronteerd met een tekort aan personeel. De gehele keten staat onder hoge druk en is uit balans.
Regionale samenwerking
5
Wat gaan we doen in de regio WBO? De landelijke hervormingsagenda legt voor jeugdhulpregio’s de focus op het verbeteren van de hulp aan kinderen en gezinnen in kwetsbare situaties. Dit vraagt van gemeenten om meer partnerschap en verbeterde samenwerking rondom specialistische jeugdhulp. De Regiovisie Jeugdhulpregio WBO uit 2022 is het gezamenlijke vertrekpunt voor onze meer inhoudelijk gedreven en beleidsrijke samenwerking. Daarnaast wordt in de regiovisie de governance beschreven: op welke manier leggen we onze samenwerking vast. Met onze regiovisie voldoen we aan de Norm voor Opdrachtgeverschap (hierna: NvO). In de regiovisie hebben we gezamenlijk benoemd waar we voor staan. Acht leidende principes zijn hiervoor – na vele gesprekken, interviews en focusgroepen – gedefinieerd (zie figuur 3). Deze principes zijn voor Oosterhout niet nieuw, maar zijn in wisselende mate tot uitvoering gekomen. Ook in de komende jaren geven ze richting aan de uitvoering van ons beleid.
4
We bepalen gezamenlijk welke hulp nodig is (jeugdigen, ouders, verwijzers, onderwijs, jeugdprofessionals).
2
Wij houden kleine problemen klein en geven grote problemen passende aandacht.
6
Thuis is de basis.
7
Continuïteit van kwaliteit van hulp en doorgaande ontwikkellijn is het uitgangspunt.
8
3
Wij kijken naar jeugdigen in hun context (gezinssysteem en omgeving).
Jeugdprofessionals hebben een mooi vak en wij zijn trots op hen.
Figuur 3 - acht leidende principes De regiovisie is noodzakelijk om met een consistente koers de kwaliteit en de effectiviteit van jeugdhulp te verbeteren. In de basis blijft de bedoeling van de jeugdhulp hetzelfde: de juiste en beste hulp voor de jeugdige, zo dichtbij mogelijk en zo thuis mogelijk. Dát doel staat voor alle partijen in jeugdhulpregio WBO centraal: gemeenten, jeugdhulpaanbieders, verwijzers, ketenpartners en onderwijs. Jeugdigen en gezinnen moeten weten waar zij terecht kunnen voor deskundige ondersteuning voor hun vraagstukken en problemen. Deze steun wordt tijdig en passend geboden door professionals die integraal en effectief samenwerken. Het moet niet uitmaken waar je als jeugdige aanklopt voor hulp, iedereen wordt benaderd vanuit dezelfde visie en aanpak. Dat is waar we naartoe willen en daarom zetten we de komende jaren in op tot op zekere hoogte geüniformeerde toegangen en intensievere samenwerking met het onderwijs. Bovenregionale samenwerking Bij weinig voorkomende en zeer specialistische vormen van jeugdhulp is het noodzakelijk dat ook bovenregionaal wordt samengewerkt, met meerdere jeugdhulpregio’s. Zo wordt schaarse expertise van jeugdprofessionals optimaal benut en continuïteit van hulp op die specialistische hulpvormen bereikt. Bovenregionale samenwerking is ook nodig als het gaat om de transformatie van de gesloten jeugdhulp,
een vergaande vorm van jeugdhulp met grote impact op jeugdigen en hun omgeving. Binnen deze transformatieopgave wordt intensief samengewerkt tussen zowel hulporganisaties als drie jeugdhulpregio’s West-Brabant Oost, West-Brabant West en Zeeland. Ook wordt er bovenregionaal samengewerkt in het veiligheidsdomein en op het terrein van leerplicht en voortijdig schoolverlaten. De contractering van jeugdbescherming en jeugdreclassering is samen door alle jeugdhulpregio’s uit de provincie Noord-Brabant georganiseerd. Tevens werkt Veilig Thuis met 16 gemeenten in West-Brabant samen, waaronder de vijf gemeenten van Regio WBO. De uitvoering van de taken op het gebied van tegengaan van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten vinden plaats op het niveau van de regio West-Brabant in een Gemeenschappelijke Regeling. Door de toename van de complexe problematiek bij verzuim en schooluitval wordt steeds meer samenwerking met lokale jeugdhulpprofessionals gezocht. Een mogelijke oplossingsrichting voor het tegengaan van schooluitval vormen onderwijs-zorgarrangementen waarin en onderwijs en jeugdhulp worden geboden. In de regio passend onderwijs wordt de vorming van deze onderwijs-zorgarrangement (oza’s) samen met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs, andere gemeenten, de regionale schoolbesturen voor speciaal onderwijs en lokale onderwijspartners verkend.
11
3
Oosterhoutse koers: Stap voor stap naar voren Gelukkig vinden de meeste jeugdigen en opvoeders zelf hun weg als het gaat om opvoeden en opgroeien. Sommige kinderen, jongeren en gezinnen hebben tijdelijk of langdurig een steuntje in de rug nodig. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van armoede of schulden, wanneer er sprake is van een ontwikkelachterstand of wanneer thuis wonen door omstandigheden niet meer gaat. Een sterke en positieve omgeving vormt daarin het fundament voor onze sociaal veerkrachtige samenleving. Met informatie, advies en hulp, die beschikbaar is op de (vind)plaatsen waar jeugdigen zijn, wanneer dat opvoeden en opgroeien gepaard gaat met vragen. En met intensieve specialistische hulp dichtbij huis wanneer dat nodig is.
Continuïteit is de belangrijkste randvoorwaarde voor het succesvol aanpakken van sociale problemen
Zoeken naar een nieuwe balans Onze koers blijft het versterken van verbondenheid en samenredzaamheid, zodat het welzijn en de veerkracht van inwoners worden vergroot (Visie Sociaal Domein). Een koers waar de gemeenteraad zich in 2021 volmondig achter heeft geschaard en die aansluit op de oproep om lokaal meer te investeren in preventie en ondersteuning zo dichtbij mogelijk. De komende periode staat in het teken van verder bouwen op ons lokale fundament en het stap voor stap uitbouwen van de beweging naar voren. Hier zijn echter wel middelen voor nodig en die worden momenteel aan de achterkant uitgegeven. We zoeken dan ook een nieuwe balans in het jeugdhulplandschap. Daarbij dient de financiële beheersbaarheid van het stelsel als geheel niet uit het oog te worden verloren. Geen sprong in het diepe, maar stap voor stap naar de voorkant. Continuïteit is randvoorwaarde Als iets duidelijk wordt uit onderzoek, praktijk en ervaringsdeskundigheid dan is het wel dat continuïteit de belangrijkste randvoorwaarde is voor het succesvol aanpakken van sociale problemen. Continuïteit is: simpelweg stug aanwezig zijn om verschil te maken, je vastbijten in een probleem, de ingezette koers niet bij elke modegril verlaten, maar trouw blijven aan
maatschappelijke organisaties, onderwijs en inwoners. In “Het geheim van de lange relatie” (2022) wordt toegelicht hoe beleidsmatige, organisatorische en relationele continuïteit met elkaar samenhangen. Hoe de continuïteit in koers (beleidsmatige continuïteit) zorgt voor organisatorische continuïteit in het werkgeverschap voor professionals en relationeel in het aantal ‘nieuwe gezichten’ aan wie een inwoner met een hulpvraag zich moet voorstellen. Iedereen weet het: voor inwoners met een kwetsbaarheid kan het handelen van een goede leraar of dito wijkmakelaar, welzijnswerker, huisarts, werkgever, of wijkagent het verschil maken tussen feitelijk verwaarlozing en liefdevolle aandacht. Als gemeente leveren we hier een bijdrage aan door een heldere koers, stabiliteit, regie en een lokaal netwerk waarin jeugdigen, opvoeders en professionals elkaar durven te vertrouwen. We blijven investeren in korte lijnen en verbindingen over wetten en domeinen heen. Normaliserende omgeving Ook een recente studie van het Verwey-Jonker Instituut (VJI)7 naar succesvolle transformaties in de Jeugdzorg wijst op het belang van beleidsmatige continuïteit. De studie maakt tevens duidelijk dat continuïteit niet gelijkstaat aan behoudzucht.
Zorg en ondersteuning, zeker in de jeugdhulp, verdienen een andere organisatie-inrichting: minder afzonderlijk ingekocht en meer gerelateerd aan contextproblemen als bestaansonzekerheid en problemen in de gezinssituatie of het mee kunnen op school. Daarnaast bevelen deze onderzoekers ook aan om alle individu gerichte interventies – denk aan de toets- en diagnosecultuur op scholen en de uithuisplaatsingen bij vermoedens van onveiligheid – serieus te heroverwegen, zeker op de lange termijn. Ook dat past bij continuïteit: meer rust creëren vanuit normaliserende omgevingen en minder hijgerigheid om jongeren en gezinnen aan bepaalde (hoge) normen te laten voldoen.
7 Sondeijker, Frouke e.a. (2021), Eigenwijs transformeren. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
13
Voor deze actualisatie hebben we goed gekeken naar ontwikkelingen in het land en de herpositionering van de regio (zie vorige hoofdstuk). We willen recht doen aan jeugdigen en gezinnen in Oosterhout die nu in een kwetsbare positie zitten. Tegelijkertijd willen we meer gaan insteken op het voorkomen dat jeugdigen daarin terechtkomen. Hierbij beseffen we dat we niet alle landelijke en systemische problemen kunnen oplossen. We kijken dus vooral naar wat we lokaal kunnen beïnvloeden en stellen ons daarbij telkens de vraag welke impact onze keuzes hebben op het gezond, kansrijk en veilig opgroeien in Oosterhout. Resultaat zijn drie ambities die hieronder zijn uitgewerkt. Deze drie ambities dragen bij aan het normaliseren en moeten zorgen voor meer balans in ons jeugdlandschap.
3.1 Pedagogische kwaliteit van de sociale basis
Het succes van jeugdhulp wordt voor een groot deel bepaald door de pedagogische kwaliteit van de omgeving waarin een kind opgroeit. Zo heeft een kind dat met angstklachten een cognitieve gedragsinterventie volgt baat bij de steun van zijn opvoeders, het meedoen op de voetbalclub en een veilig klimaat in de klas. Ook wanneer deze kwaliteit in de omgeving onvoldoende aanwezig is proberen we klachten te vaak vooral op te lossen door individuele (psychische) hulp en ondersteuning te bieden. Het effect van deze hulp – zonder aandacht voor de omgeving waarin een jeugdige opgroeit – is echter vaak gering. “Sociale omstandigheden zijn heel bepalend voor iemands mentale gezondheid: met pillen en praten los je armoede en uitsluiting niet op… We moeten omstandigheden gaan behandelen in plaats van individuen”. Hoogleraar orthopedagogiek Laura Batstra8 (Rijksuniversiteit Groningen)
14
De beweging naar de voorkant vraagt minder op het individu gerichte interventies en meer oog voor de pedagogische kwaliteit van de sociale basis. Het is steeds het individu dat zich moet aanpassen om mee te kunnen doen. In plaats van kinderen en jongeren aan te passen aan de omgeving, moeten we gaan werken aan die omgeving. Als gemeente gaan we ons meer in zetten op de belangrijkste beschermende en risicofactoren, die van invloed zijn op gezond, kansrijk en veilig opgroeien. Daar kan een gemeente op de lange termijn het verschil maken.
Ambitie 1 – versterken pedagogische kwaliteit: we richten ons op een verschuiving van op individugerichte interventies naar meer aandacht voor de omgeving van waarin de jeugdige opgroeit. De menselijke maat staat daarin centraal. We versterken de pedagogische kwaliteit binnen de sociale basis, signaleren tijdig en organiseren een tijdige beschikbaarheid van indicatievrije ondersteuning via school, in de kinderopvang, bij de huisarts en in de vrijetijd.
3.2 Versterken preventieve inzet
Met sterke basisvoorzieningen en samenhangende preventieve interventies kunnen gemeenten de zorgvraag van jeugdigen en opvoeders verminderen en het jeugdstelsel vernieuwen. Dit komt naar voren in een literatuurstudie9 naar de effecten van preventie in het jeugdveld. Echter als preventie eenmalig en versnipperd wordt ingezet, zijn de effecten vaak klein. Een samenhangende en doelgerichte preventieve aanpak vergroot de effecten. De Oosterhoutse uitdaging voor de komende jaren is het investeren op én meer samenhang en doelgerichte inzet van bestaande preventieve activiteiten. Dat begint met scherp stellen wat voor wie wordt ingezet. Preventie kent namelijk drie niveaus: • Universele preventie: richt zich op alle jeugdigen en hun opvoeders, bijvoorbeeld een lesprogramma voor het aanleren van sociale, emotionele en morele kerncompetenties. • Selectieve preventie: richt zich op groepen jeugdige en opvoeders met een verhoogd risico op problemen (en/of hun omgeving), bijvoorbeeld een online groepscursus voor jongeren met een ouder die psychische of verslavingsproblemen heeft. • Geïndiceerde preventie: richt zich op individuele jeugdigen en opvoeders met een verhoogd risico op problemen en jeugdigen en opvoeders met een beginnend probleem (en/of hun omgeving), bijvoorbeeld een cognitief-gedragstherapeutische interventie voor kinderen en jongeren met een negatief zelfbeeld.
Effectieve interventies Onderzoek naar het Rotterdamse jeugdbeleid van het NJI en Ecorys laat zien dat een verschuiving van meer budget naar bewezen effectieve interventies op het gebied van preventie leidt tot grotere maatschappe-
8 Zie magazine J. Batstra in ONZEJeugd.nu nummer 5 (2022). 9 Effecten van preventie in het jeugdveld (2021), NJI. Thijs Tuenter, Bram van den Berg en Inge Bastiaanssen.
lijke baten in de toekomst. Met name op jeugdhulp en in mindere mate op onderwijs en maatschappelijke ondersteuning. De bijbehorende maatschappelijke kostenbatenanalyse laat zien dat vanuit het bredere perspectief van de maatschappij het te verwachten rendement nog groter is. Dit komt met name door het voorkomen van crimineel gedrag onder een deel van de jeugd, waardoor de maatschappelijke kosten van criminaliteit (met name de schade van slachtoffers en kosten jeugdreclassering) zullen dalen. Daarnaast nemen de toekomstige kansen op de arbeidsmarkt van de jeugdigen toe. De komende jaren richten we ons op meer samenhang tussen preventieve interventies. We brengen meer samenhang aan in de verschillende preventieve activiteiten, zorgen voor herkenbare communicatie en betere vindbaarheid voor de doelgroep. We maken daarbij de verbinding met het beleidskader Brede Buurt, de Lokale Educatieve Agenda (LEA) en het lokale preventieakkoord. Waar mogelijk werken we via landelijke campagnes en preventieprogramma’s, zoals Kansrijke start. Zeker als het gaat om bewustwording, informeren en voorlichten, want de (digitale) leefwereld van jongeren stopt niet bij de gemeentegrenzen. Om te analyseren welke landelijk ontwikkelde interventies in Oosterhout passend zijn slaan we zelf de brug tussen kennis en praktische toepassing.
We doen dit samen met inwoners, onderwijs en maatschappelijk partners door (praktijk) onderzoek te verbinden aan onze uitdagingen en te experimenteren. Bovenal gaan we meer praten met jongeren, want alleen samen kunnen we de beweging naar de voorkant zetten. Tot slot blijven we veel belang hechten aan de monitoring en evaluatie van op te starten programma’s, pilots en initiatieven én de integrale samenhang tussen deze inzet. Ambitie 2 – Versterken preventie inzet: we werken meerjarig vanuit een doorlopende lijn van zwanger worden tot jongvolwassenheid op basis van een herkenbaar beeldmerk en communicatie We zorgen dat het aanbod beter aansluit op de vraag en maken het aanbod beter vindbaar. We durven daarbij gerichte keuzes te maken voor specifieke thema’s, groepen of wijken, zodat we onze beperkte capaciteit daar inzetten waar de grootste gezondheidswinst behaald kan worden.
3.3 Vloeiend netwerk
De afgelopen jaren zijn we met pilots gestart en hebben we nieuwe interventies uitgeprobeerd, zoals de inzet van de POH-jeugd, Steunouders, Samen uit Elkaar en Kamers met Kansen. Het gestaag toevoegen en uitbreiden van preventieve ondersteuning in de sociale basis en vrij toegankelijk aanbod leidt echter ook tot nieuwe uitdagingen. Hoe zorgen we dat beschikbare ondersteuning wordt gevonden door de doelgroep én op het juiste moment? Inwoners en professionals weten soms ook niet welk aanbod er allemaal is of nemen de stap niet om hier gebruik van te maken. Hoe weten jeugdprofessionals in het vrij toegankelijke veld van elkaar wie aan welke hulpvraag werkt? Vrij toegankelijk betekent ook dat een hulpvraag aan meerdere professionals gesteld kan worden en die werken ieder vanuit hun eigen organisatie en systemen. Er ligt een opgave om de preventieve en vrij toegankelijke ondersteuning en de gemeentelijke toegang meer in samenhang - sociale domein breed – door te ontwikkelen en positioneren. In de toeleiding naar hulp komen aspecten als vindbaarheid, toegankelijkheid, herkenbaarheid en bovenal vertrouwen samen. Van het praktische weet je waar je een hulpvraag kan stellen tot meer fundamenteel durf je een hulpvraag te stellen en vertrouw je professionals en betrokken instanties om jouw problemen te bespreken. Jeugdprofessionals noemen dit laatste ook wel vraagverlegenheid.
De (nasleep) van de toeslagenaffaire heeft duidelijk gemaakt dat een jeugdhulplandschap pas effectief kan zijn als er vertrouwen is. Juist bij gezinnen met een grote mate van kwetsbaarheid lijkt dit vaak te ontbreken en komt werken vanuit de menselijke maat onvoldoende tot zijn recht. Meer dan nu het geval is vraagt dit om werken vanuit de menselijk maat, het verminderen van bureaucratie en het slaan van een brug tussen de leef- en systeemwereld. Het verbeteren van de vindbaarheid, herkenbaarheid en laagdrempeligheid (aanwezig zijn daar waar kinderen, opvoeders en jongeren zijn) vormen randvoorwaarden. Als gemeente kunnen we dit niet alleen, maar we kunnen wel bijdragen aan het scheppen van randvoorwaarden. Langdurige opdrachtverstrekking aan lokale partijen (dezelfde gezichten) draagt bijvoorbeeld bij aan herkenbaarheid van professionals. Ook vraagt een vloeiend netwerk de mogelijkheid om capaciteit flexibel in te zetten gedurende het jaar. Het jeugdlandschap kent verschillende toegangen en verwijzers. Onze be-
15
staande netwerksamenwerking dient aan te sluiten op de vraag van inwoners en ruimte te bieden voor maatwerk daar waar dat nodig is. Aan de basis liggen onderling vertrouwen én contracten die kaders bieden, maar belangrijk is om handelingsruimte te laten voor professionals. Dit is een groeiproces, waarin Oosterhout momenteel stappen zet door het verbetertraject toegang dat eind 2020 van start is gegaan.
Ambitie 3 - Vloeiend netwerk: we werken continu aan het versterken van toeleiden naar en toegang tot hulp en ondersteuning, zodat het alledaagse leven en het ondersteuningslandschap een vloeiend netwerk vormen. We ontwikkelen voorstellen voor de inkoop van meer collectieve en vrij toegankelijke ondersteuningsvormen (beschikkingsvrije ondersteuning) om te ontschotten. Samen met onze lokale netwerkpartners gaan we aan de slag met verbeteren van de triage en uitwisselinginformatie en collectieve ondersteuningsvormen.
16
4
Beweging naar voren In dit hoofdstuk wordt toegelicht hoe koers en ambities uit hoofdstuk drie zich – op hoofdlijnen – laten vertalen naar de verschillende onderdelen van het jeugdlandschap. In de twee jaarlijkse uitvoeringsagenda zijn per ambitie concrete acties voor de kortere termijn (2023-2025) opgenomen.
4.1 Sociale basis, onderwijs en jeugdveiligheid
Opvoeders zijn verantwoordelijk voor het opvoeden en gezond, kansrijk en veilig opgroeien van hun kinderen: thuis vormt de basis en daar ligt de eerste verantwoordelijkheid. Veel opvoeders en jeugdigen gebruiken hun netwerk, zoals vrienden, familie, leerkrachten, om vragen of zorgen te delen. Op die manier worden onderwerpen bespreekbaar, wordt kennis gedeeld en helpen mensen elkaar door de krachten te bundelen. In Oosterhout zetten we samen in op versterking van verbondenheid en samenredzaamheid.
18
Een samenleving met een sterk gevoel van onderlinge verbondenheid en samenredzaamheid heeft een rijke sociale basis. De sociale basis bestaat uit de sociale verbanden en informele netwerken tussen inwoners. Voor de sociale basis zijn brede maatschappelijke voorzieningen belangrijk. Dit zijn (particuliere en (semi-) publieke) voorzieningen die voor alle inwoners beschikbaar en toegankelijk zijn en die voor alle inwoners van toegevoegde waarde kunnen zijn. Voorbeelden van brede maatschappelijke voorzieningen zijn de bibliotheek, verenigingen, culturele centra en stichtingen. Binnen het rijke verenigingsleven in Oosterhout komen bijvoorbeeld veel inwoners met elkaar in contact, ontstaan kennissenkringen en vriendschappen. Ook buiten spelen draagt bij aan het gezond, veilig en kansrijk opgroeien. Oosterhout heeft een breed aanbod van voorzieningen voor buitenspelen. Wanneer voorzieningen aan vervanging toe zijn dan bespreken we met de jeugdigen de mogelijkheden en wensen voor inclusief en uitdagend spelen (zie beleidsnota Actualisatie Buiten Spelen). De rol van een gemeente in de sociale basis bestaat uit faciliteren. Organisaties die actief zijn in de sociale basis richten zich op het beantwoorden van een opvoed- of opgroeivraag, geven pedagogische advisering en signaleren vroegtijdig.
Ook in de sociale basis is een algemeen, een preventief en een curatief deel te onderscheiden. In het algemene deel gaat het om basisvoorzieningen en informele verbanden voor alle bewoners, zoals onderwijs, bibliotheek en het wijk- en buurtnetwerk. In het preventieve deel zijn organisaties te vinden die bijvoorbeeld werken aan het versterken van weerbaarheid en talentontwikkeling. Er wordt gewerkt aan bewustwording, voorlichting en problemen kunnen signaleren of verergering van problemen kunnen voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan het consultatiebureau, de inzet van cultuur en sport vanuit de Brede buurt, JONG en het jongerenwerk. Talentontwikkeling Voor de meeste jongeren gaat opgroeien soepel en vanzelfsprekend, maar voor sommigen is hier ondersteuning bij nodig. Door de veerkracht en vaardigheden te versterken van jongeren die dit nodig hebben in hun ontwikkeling, werken we aan gelijke kansen voor alle jongeren. De focus ligt op het bereiken van zoveel mogelijk jongeren in een kwetsbare positie. Juist in hun vrije tijd maken jongeren belangrijke ontwikkelingen door en worden ze gevormd en vormen ze elkaar op hun pad naar volwassenheid. Echter zien we dat verveling meerdere malen wordt genoemd als motief voor Oosterhoutse jongeren om te hangen en als verleider tot allerlei soorten van overlastgevend gedrag.
Er ligt een uitdaging om – ook online - verbinding te maken en te houden met jongeren, ze te betrekken en uit te dagen. Jongeren hebben een stem in de werkwijze van het jongerenwerk, JONG en de Brede Buurt en we maken ze mede-eigenaar voor het realiseren van doelen en on- en offline activiteiten. Een mooi voorbeeld is het Jongeren Preventie Team (JPT). Jongeren die in de avonduren op straat het gesprek aangaan met andere jongeren over bijvoorbeeld drank, drugs of vuurwerk. Daarnaast vormen de jongeren extra ogen en oren op straat. Op deze manier kunnen problemen mogelijk aan de voorkant al worden opgepakt. Kinderopvang, primair en voortgezet onderwijs Jeugdigen brengen een groot deel van hun tijd door in de schoolomgeving (inclusief kinderopvang en voor-
school). Een onderdeel van de sociale basis dat daarom extra aandacht vraagt. Parallel aan dit beleidskader is een onderwijsvisie opgesteld. Deze visie verbindt de gemeentelijke (wettelijke) taken op het gebied van onderwijshuisvesting (integraalhuisvestingsplan – IHP), de aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt, de lokale educatieve agenda (LEA) en de aansluiting passend onderwijs en jeugdhulp. In dit beleidskader jeugd gaan we dieper in op de verbinding tussen voorschool, onderwijs en jeugdhulp. ‘Onderwijs en jeugd in verbinding’ is ook één van de ontwikkelopgaven van de regiovisie Jeugd van West Brabant Oost (WBO). De samenwerking tussen passend onderwijs en jeugdhulp is een uitdaging waar gemeente Oosterhout en het onderwijs gezamenlijk verder aan gaan werken. Dat doen we samen met andere gemeenten en de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs in de regio, maar ook lokaal met de Oosterhoutse schoolbesturen en voorscholen. Passend onderwijs betekent dat alle kinderen een plek krijgen op een school die bij ze past. Ook als zij extra ondersteuning nodig hebben. Daarvoor werken scholen in een regio of stad samen in een samenwerkingsverband. De ondersteuning die een school biedt staat in het ondersteuningsprofiel van de school. Met het beschikbare onderwijsaanbod kan een overgroot deel van de Oosterhoutse jeugdigen in Oosterhout naar school.
Vaak worstelen onderwijs en jeugdhulp met dezelfde jongeren. Samen met de scholen en hun samenwerkingsverband geven we de komende jaren dan ook verder invulling aan een integrale aanpak. We werken hierbij handelingsgericht waarbij de ontwikkelingsbehoeften van een kind centraal staan. Met ondersteuning die optimaal is afgestemd op wat kinderen nodig hebben om gezond, veilig en succesvol op te groeien. In de samenwerking werken we volgens het principe 1 gezin, 1 plan, 1 aanspreekpunt. Daarbij werken we samen, alle partijen vanuit de eigen verantwoordelijkheid en expertise. Dit betekent dat de school over het onderwijsaanbod gaat en de gemeente over de hulpverlening en leerplicht. Daar waar beide sterk met elkaar verbonden zijn (zorg op school) integreren we beide in onderwijszorgarrangementen. In individuele gevallen voor begeleiding en persoonlijke verzorging op school en in collectieve jeugdhulp arrangementen voor groepen jeugdigen die een vergelijkbare ondersteuningsbehoefte hebben. Daarnaast streven we gezamenlijk naar een steeds meer preventieve aan-
pak en adequate interventiemogelijkheden, waardoor leerlingen sneller op een voor hen veilige plek komen waar ze een fijne schooltijd kunnen genieten. Jeugdveiligheid Kinderen en jongeren hebben het recht om in een veilige omgeving op te groeien. De veiligheid van het kind en de jongere is dan ook altijd de ondergrens. Verschillende factoren zijn van invloed op deze veilige omgeving. Dit begint thuis. Opvoeders zijn in de eerste plaats verantwoordelijk om hun kind een veilige omgeving te bieden. Ook dienen kinderen zich veilig te kunnen verplaatsen in het Oosterhoutse verkeer, op weg naar school en andere activiteiten. We hebben het dus over zowel de sociale veiligheid van kinderen op school en in de openbare ruimte, over de veiligheid op school en in de thuissituatie, als de veiligheid van het kind zelf (internaliserend gedrag) en/of zijn of haar leefomgeving (externaliserend gedrag). Ook hier kan inzetten op preventie en het versterken van mentale weerbaarheid helpen om te leren wat emoties zijn die bij het leven horen en hoe hier mee kan worden omgegaan. Wanneer jeugdigen zelf zorgen voor onveiligheid, voor zichzelf, voor hun omgeving of de samenleving, voorkomen we dat zij daadwerkelijk in de criminaliteit belanden. We maken hen weerbaar voor negatieve invloeden van buitenaf. Steeds vaker spelen de negatieve invloeden van de online wereld hier een rol bij.
Slachtoffers en daders zijn om deze reden soms dan ook minder zichtbaar. Bijvoorbeeld op het gebied van cyberpesten, maar ook om ronselpraktijken in het kader van loverboys, ondermijning en radicalisering tegen te gaan. Wanneer minderjarigen strafbare feiten plegen zitten daar vaak verhalen achter van zorg, van kwetsbaarheid, van afzetten en van slechte voorbeelden. Dit vraagt om nauwere samenwerking tussen zorg en veiligheid: tussen preventie en repressie. We werken de met een wijkgerichte aanpak in Oosterhout, waarbij jongerenwerk, jeugdboa’s en de wijkagenten nauw met elkaar samenwerken en waar nodig informatie uitwisselen. Landelijk neemt de omvang van jeugdcriminaliteit in het algemeen al een aantal jaar af, maar tegelijk zien we het aantal jongeren dat betrokken is bij een ernstig geweldsdelict toenemen. Een ontwikkeling die we ook in Oosterhout zien. Een gedeeltelijke verplaatsing naar de online wereld kan hier ook een rol inspelen. Het
19
aantal jongeren dat uiteindelijk voor de rechter moet komen voor een strafbaar feit is ook afgenomen in de afgelopen jaren. Echter geeft asociaal gedrag van sommige jonge Oosterhouters nog steeds kopzorgen. Ook zien we dat relatief kleine zaken op termijn kunnen neigen naar ondermijnende en georganiseerde criminaliteit: criminaliteit is dan geen ver-van-mijnbedshow meer. De aanpak Jeugdveiligheid blijft dan ook vooral gericht op de hinderlijke -overlastgevendeen criminele jongeren en de jeugdoverlastplaatsen in de stad en de samenwerking op en met scholen voor preventie en vroegsignaleren. Deze aanpak is te vinden in de visie Integrale veiligheid (2019) en wordt regelmatig geactualiseerd in de uitvoeringsprogramma’s integrale veiligheid.
4.2 Toeleiden, toegang en verwijzers
Als de vraag niet binnen de sociale basis kan worden opgelost komen de vrij toegankelijke voorzieningen, gemeentelijke toegang en verwijzers in beeld. Vrij toegankelijke jeugdhulp De vrij toegankelijke jeugdhulp omvat hulp gericht op de individuele jeugdige (en/of zijn/haar gezin) met een ondersteuningsbehoefte. De ondersteuningsbehoefte wordt gedefinieerd als de noodzaak tot een interventie die verder reikt dan het beantwoorden van een opvoedof opgroeivraag of pedagogische advisering. Samen met de cliënt wordt gekeken welke hulp het meest passend is. Er wordt methodisch, tijdsgebonden en oplossingsgericht gewerkt. De vrij toegankelijke voorzieningen en de gemeentelijke toegang zijn niet lineair georganiseerd. Dit lijkt een terugkerend misverstand. Er is geen regel dat een vraag eerst moet zijn voorgelegd aan een professional in het vrij toegankelijke veld. De best passende ondersteuning tijdig en zo dichtbij mogelijk is waar we voor blijven gaan, dus wanneer dit direct een niet-vrij toegankelijke voorziening moet zijn, dan zou de jeugdige daar zo snel mogelijk moeten komen.
20
Versterken vrij toegankelijke veld: zelf begeleiden Steeds meer expertisegebieden (denk aan GGZ, LVB en diagnostiek) weten we in Oosterhout gedeeltelijk vanuit het specialistische en niet vrij toegankelijke veld over te hevelen naar het vrij toegankelijke deel. Achterliggende gedachte is dat door het inzetten van lokale jeugdprofessionals die laagdrempelig bereikbaar zijn op de plekken waar jeugdigen aanwezig zijn er een betere inschatting kan worden gemaakt of on-
dersteuning nodig is. Zodat het functioneren van de jeugdige wordt versterkt of dat er mogelijkheden zijn om de kwaliteit van omgeving te versterken. Daarom zien we nog veel kansen voor het versterken van het lokale landschap. We kennen de praktijkondersteuner jeugd (POH-jeugd) voor vragen die via de medische route worden gesteld. De jeugdmaatschappelijk werker op school voor de hulpvragen die in het voortgezet onderwijs naar voren komen. De jeugdarts en jeugdverpleegkundige in het basis en voortgezet onderwijs en (jeugd)maatschappelijk werk bij gezinsproblematiek. Echter is de expertise nog niet in het volume / formatieomvang beschikbaar om financieel merkbare verschillen zichtbaar te maken. Niet alleen in de vorm van projecten en pilots, maar ook door de uitvoeringscapaciteit geleidelijk beter in balans te brengen met de populatie jeugdigen. Om de kostenontwikkeling te beperken kan dat alleen bekostigd worden door een verschuiving van individuele niet-vrij toegankelijke ondersteuning naar vrij toegankelijke ondersteuning in de vorm van bijvoorbeeld meer jeugdmaatschappelijk werk op school en praktijkondersteuners bij de huisartsen. Met specifieke opdrachten: sturen op niet doorverwijzen, maar zelf begeleiden.
Lukt dit zelf begeleiden niet, dan kan de conclusie zijn dat de verkeerde hulpvragen bij deze professionals terecht komen, het aan noodzakelijk expertise ontbreekt of aan voldoende capaciteit en zal hierin naar verandering moeten worden gestreefd. Om vroegtijdig te kunnen handelen is ook in het vrij-toegankelijke veld capaciteit nodig die flexibeler kan worden ingezet. In de afgelopen jaren groeide de capaciteit niet of vertraagd mee bij een toenemend aantal hulpvragen binnen de vrij-toegankelijke voorzieningen. Een van de ongewenste effecten is dat professionals dan aangeven sneller door te verwijzen naar niet-vrij toegankelijke jeugdhulp. Toegang en verwijzers Is er meer (specialistisch) zorg nodig, dan kunnen inwoners bij “de toegang” terecht. Met “de toegang” wordt samengevat de toegang tot hulp en ondersteuning bedoeld, wanneer een inwoner een (hulp)vraag heeft. Daar vindt vraagverheldering plaats waarna er al dan niet een beschikking wordt afgegeven voor niet vrij toegankelijke jeugdhulp: ons gecontracteerde aanbod. Onze medewerkers in de toegang bieden zelf geen begeleiding. Na deze beschikking ligt de casusregie
bij de aanbieder. Als gemeente hebben wij vervolgens procesregie ingeregeld om complexe casuïstiek al dan niet te volgen/regie op te voeren. Deze brede toegang heeft een belangrijke positie in het jeugdhulplandschap: deze wijst namelijk de weg voor jeugdigen en ouders met een hulpvraag en heeft als functie de vraag vast te houden tot deze in juiste handen is. De toegang behelst samengevat de volgende functies (1) vraagverheldering/hulpvraagverduidelijking, (2) beschikken/ verwijzen en (3) procesregie. Naast gemeenten, zijn er meer partijen bevoegd door te verwijzen naar specialistische jeugdhulp. Dit zijn de medische verwijzers (huisartsen, jeugdartsen, kinderartsen etc), de gecertificeerde instellingen en de rechters. In de afgelopen jaren zien we de rol van de gemeentelijke toegang toenemen. Waar in 2019 nog 34% van de verwijzingen via de gemeentelijke toegang verliep is dat in 2022 ruim 44%. Bij het toekennen van niet-vrij toegankelijke hulp biedt de geactualiseerde verordening handvatten voor een afweging tussen wat gebruikelijke zorg is, waar zorg voor het eigen kind meer dan gebruikelijk is en inzet van het eigen netwerk tot een passende oplossing kan komen.
Ook hier speelt de vraag wat is ‘normaal’? Wat mogen we als samenleving van elkaar en van opvoeders verwachten en wanneer is er een hulpvraag die verder gaat dan wat gebruikelijk is? Het inzicht groeit dat heldere kaders gecombineerd met vertrouwen in professionaliteit noodzakelijk zijn om passende ondersteuning en waar nodig maatwerk te kunnen bieden. Zeven jaar na de decentralisaties kan worden geconcludeerd dat er niet één beste weg is om tot een in potentie stevig en effectief opererend lokaal team te komen. Samenhang en lerend vermogen in (lokale) stelsels blijken cruciaal. Recent onderzoek van KPMG en Verwey Jonker Instituut (2022)10 laat zien dat “wat in de ene gemeente werkt - niet los gezien kan worden van inrichting in de sociale basis of het voorveld en aan de achterkant (gespecialiseerde jeugdhulp).” Oosterhout is in 2020 gestart met een verbetertraject toegang. Een cyclische verbeteraanpak staat daarin centraal. Ieder ander halfjaar worden samen met inwoners, maatschappelijke partners en medewerkers ontwikkelopgaven geformuleerd. Gezamenlijk worden deze opgepakt om stap voor stap beter te worden. Ook bekijken we in welke mate het op elkaar afstemmen van de toegang binnen WBO verder kan bijdragen aan
een vloeiend(er) netwerk. In een complex en dynamisch jeugdlandschap met veranderingen in landelijke weten regelgeving en de regionale doorontwikkeling van de samenwerking vormt dit voor Oosterhout de sleutel tot een effectief toegangsteam.
4.3 Specialistische jeugdhulp: niet vrij toegankelijk
De Regiovisie bevat de koers, leidende principes en ontwikkelopgave voor de specialistische jeugdhulp. In hoofdstuk twee is de inhoud van de visie en de koers ten aanzien van de regionale samenwerking en inkoop beschreven. Inhoudelijk staan de komende jaren zes ontwikkelopgave centraal. Dit zijn (zie Regiovisie p. 23-40): 1. Zo thuis mogelijk 2. Innovatiekracht 3. Participatie jeugdigen 4. Ervaringsdeskundigheid als expertise 5. Onderwijs en jeugdhulp in verbinding 6. Samenwering, triage en verwijzen De verdere uitwerking van de zes ontwikkelopgaven krijgt vorm in de regionale uitvoeringsagenda. Natuurlijk beperken veel van deze ontwikkelopgaven zich niet tot de regio, maar hebben ze ook invloed op het lokale deel. Zo vindt de gespecialiseerde jeugdhulp nog onvoldoende haar weg in het lokale veld en is de samenwerking daarin (te) beperkt. We werken immers aan een vloeiend jeugdlandschap. In verschillende onderdelen van dit beleidskader zijn (aspecten van) deze ontwikkelopgaven teruggekomen. Lokaal en regionaal staan ook in de komende jaren met elkaar in verbinding. Kruisbestuiving van initiatieven, gedeeltelijke harmonisatie van de toegangsprocessen en meer expertisegebieden naar de voorkant zijn vormen waarin dit zichtbaar gaat worden. Vanuit Oosterhout houden we daarbij vast aan onze visie sociaal domein en drie ambities voor het jeugddomein (hoofdstuk 3).