BI.0140677 - bijlage - MOCK Beleidsplan Jeugd(hulp) DEFINITIEF_BY00046602.pdf
Tekst van het document
Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015 – 2018 Gemeente Oosterhout November 2014
2 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
SAMENVATTING Gemeenten zijn vanaf 1 januari 2015 op basis van de Jeugdwet verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van alle ondersteuning, hulp en zorg aan kinderen en gezinnen bij opgroei- en opvoedproblemen. Naast de huidige verantwoordelijkheid voor het preventief jeugdbeleid krijgt de gemeente ook de verantwoordelijkheid voor gespecialiseerde jeugdhulp, jeugdbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en de toeleiding daar naar toe. De decentralisatie van de jeugdhulptaken gaat niet alleen om een overheveling van bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheden (transitie), maar vooral ook om een verandering in denken en doen van zowel overheden, instellingen, professionals als burgers (transformatie). De gemeente krijgt de opdracht om deze omslag te realiseren. In voorliggend beleidsplan Jeugd(hulp), staat beschreven op welke wijze de gemeente Oosterhout haar ‘oude’ en ‘nieuwe’ verantwoordelijkheden ten aanzien van jeugdigen en ouders vanaf 1 januari 2015 wil invullen. Zoals in mei 2014 vastgesteld in het coalitieakkoord is het uitgangspunt dat inwoners die zorg en ondersteuning nodig hebben, ook passende zorg en ondersteuning ontvangen.
Wat willen we bereiken? Het beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018 heeft als doel: dat alle jeugdigen de mogelijkheid krijgen om zich te ontwikkelen tot zelfstandige volwassenen die actief en naar vermogen deelnemen aan het maatschappelijk leven. De gemeente wil een gunstig en positief opgroeiklimaat voor alle jeugdigen creëren door het versterken van de eigen kracht van jeugdigen, het gezin en hun sociale netwerk. Het vergroten van kansen en het voorkomen van uitval staan hierbij centraal. De jeugdhulp organiseert de gemeente zoveel mogelijk op lokaal niveau. Samen met partners, dicht bij de bewoners. Daarbij wordt ook gekeken naar de samenhang met de decentralisaties Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), werk en inkomen en passend onderwijs. Met het onderwijs is in dit kader een op overeenstemming gericht overleg (OOGO) gevoerd. Om het doel van dit beleidsplan te bereiken gaat de gemeente het volgende doen: Het versterken van de eigen kracht van jeugdigen en gezinnen; Het versterken van het opvoedkundig klimaat in gezinnen, wijken, kind centra, kinderopvang en scholen (voorliggend veld); Het verbeteren van de vroegsignalering; Het versterken van de samen kracht. Dit houdt in dat de samenhang tussen gezinnen, wijken, organisaties, scholen etc. (ofwel de pedagogische civil society) wordt versterkt.
De inrichting van het jeugdstelsel Met het nieuwe stelsel zet Oosterhout in op het versterken van eigen kracht, normaliseren, preventie en vroegtijdig signaleren. Het versterken van de eigen kracht van jeugdigen, ouders en sociaal netwerk door inzet van sociale wijkteams. Als zorg nodig is dan zal deze snel en integraal worden ingezet; zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Bijzonder in Oosterhout is het eigen initiatief dat organisaties uit het veld genomen hebben om de transformatie vorm te gaan geven via een netwerkorganisatie. De netwerkorganisatie bestaat uit bijna alle organisaties en ZZP-ers die op het gebied van welzijn, wonen, zorg en onderwijs betrokken 3 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
zijn bij Oosterhout en haar jeugdigen en/of gezinnen. Verschillende thema’s, zoals aansluiting Voortgezet Onderwijs en vroegsignalering, worden binnen de netwerkorganisatie door werkers uit het veld opgepakt en uitgewerkt. Preventie De gemeente Oosterhout gaat uit van de eigen kracht van haar bewoners. Ouders zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind(eren). De meeste ouders vragen advies of hulp bij de opvoeding of ontwikkeling van hun kind in hun directe omgeving. Bijvoorbeeld bij familie, vrienden, buren, school, geloofsgemeenschap of sportclub. Wanneer het eigen sociale netwerk onvoldoende toereikend is, zal de gemeente ondersteuning bieden. Dit wil Oosterhout doen door te investeren in laagdrempelige preventie, waardoor jeugdigen en ouders in een vroegtijdig stadium worden ondersteund. Met als doel om (duurdere) langdurige zorg te voorkomen. Jeugdhulp Als meer ondersteuning nodig is, dan kunnen jeugdigen en ouders rechtstreeks of via partners in de wijk zoals school, jongerenwerk of politie, terecht bij één van de drie sociale wijkteams. Deze wijkteams werken volgens het principe één gezin, één plan, één regisseur. Jeugdigen en ouders hebben straks als ze hulp nodig hebben te maken met het wijkteam. Binnen het sociale wijkteam werken verschillende professionals, zij werken vraaggericht, integraal en gezinsgericht.
Jeugdhulp wordt hiermee dichtbij gezinnen en met gezinnen georganiseerd. Deze aanpak is gericht op het versterken van de eigen kracht van jeugdigen, ouders en het sociale netwerk. Als er verschillende vormen van ondersteuning nodig zijn in een gezin zorgt het sociale wijkteam dat dit goed is afgestemd. Deze afstemming wordt uitgevoerd door een gezinswerker die de regie in het ondersteuningsproces op zich neemt. Voor sommige gezinnen is specialistische hulp nodig, zoals pleegzorg, dagbehandeling of specialistische geestelijke gezondheidszorg. Het sociale wijkteam kan de specialistische hulp inschakelen. Een team van experts, bijvoorbeeld op het gebied van opvoeden, psychische problematiek of verslaving, kan de medewerker van het wijkteam daarbij adviseren. Het sociale wijkteam zal, indien nodig, procesbegeleiding bieden en blijft hiermee betrokken bij het gezin. Ook de huisarts, jeugdarts en medisch specialisten kunnen jeugdigen en ouders met een hulpvraag doorverwijzen naar specialistische hulp (of naar het sociale wijkteam). Als de veiligheid van het kind in het geding is of wanneer de jongere een strafbaar feit heeft gepleegd is hulpverlening niet meer vrijwillig. We spreken dan van hulp in het gedwongen kader. Het gaat onder andere om Jeugdreclassering, Jeugdbescherming, JeugdzorgPlus. De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) neemt hier een belangrijke positie in.
Aan de hand van het advies van de RvdK bepaalt de rechter welke hulp en ondersteuning nodig is. Steeds wordt afgestemd met het wijkteam dat regievoerder is van de gezinsaanpak. Regionale samenwerking Een deel van de specialistische jeugdhulp zal, door wettelijke verplichting, regionaal worden georganiseerd. Hiertoe wordt ambulante specialistische hulp, verblijfszorg, jeugdzorgplus, jeugdbescherming, jeugdreclassering, pleegzorg en de crisiszorg gezamenlijk ingekocht. Ook het Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (AMHK)/ Veilig thuis, het regionale adviesteam, de toegang tot de spoedeisende zorg en de plaatsing coördinatie JeugdzorgPlus worden op deze wijze georganiseerd. Voor de inkoop van specialistische hulp sluit de gemeente in regionaal verband raamovereenkomsten met zorgaanbieders. Als het sociale wijkteam specialistische hulp inzet,
4 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
vindt afrekening per gemeente plaats volgens het woonplaatsbeginsel. Zeer specialistische hulp wordt landelijk ingekocht. Kwaliteit De kwaliteitseisen voor jeugdhulp(aanbieders) zijn vastgelegd in de Jeugdwet en aanvullende regelgeving. Via de raamovereenkomsten worden de instellingen verplicht om aan deze kwaliteitseisen te voldoen. Hierbij gaat het niet alleen om verantwoorde hulp, maar bijvoorbeeld ook om cliëntparticipatie en het meten van klanttevredenheid. Financiën, sturing en bekostiging De decentralisatie gaat gepaard met een korting op het totale budget die van 2015 tot 2017 oploopt tot bij benadering 15%. In Oosterhout gaat er circa 13,7 miljoen euro om in de huidige jeugdhulp. Dit is exclusief de middelen die de gemeente al inzet voor preventie. Er is afgesproken dat de uitvoering van de uitgaven voor de jeugdhulp moet passen binnen het door het Rijk beschikbaar gestelde bedrag. Met de organisatie van jeugdhulp via sociale wijkteams, zet de gemeente in op het versterken van de eigen kracht, vroegsignalering en preventie. Dit ter voorkoming van escalatie en onnodige inzet van duurdere specialistische hulp. Bovendien zal de jeugdhulp door inzet van het sociale wijkteam efficiënter en effectiever worden. Doordat de sociale wijkteams als doelstelling hebben te zorgen voor een betere afstemming van de verschillende vormen van zorg in gezinnen.
Voor de sturing op resultaten (op kwaliteit, kosten en klanttevredenheid) wordt landelijk een monitor ontwikkeld die in het najaar van 2014 beschikbaar is. In het voorjaar van 2016 wordt het nieuwe stelsel voor jeugdhulp geëvalueerd. Verordening Jeugdhulp De nieuwe Jeugdwet biedt kaders voor de jeugdhulp en schrijft voor dat gemeenten een moeten verordening opstellen. In de verordening beschrijft de gemeente op hoofdlijnen hoe zij zorg en ondersteuning vormgeeft en waarborgt vanaf 2015. Communicatie Communicatie over de transitie jeugd heeft de komende periode prioriteit. De gemeente Oosterhout gaat diverse doelgroepen zoals inwoners, zorgaanbieders, onderwijs en huisartsen informeren over de veranderingen en nieuwe processen. Ter ondersteuning van de ontwikkelingen in het sociale domein wordt in 2015 een communicatiestrategie ontwikkeld. Dit plan zal zich richten op de transformatie opdracht (Wmo, jeugd, passend onderwijs en participatie). Het is belangrijk om naast het informeren van verschillende doelgroepen ook te luisteren naar behoeften en vragen die spelen. Met de input die gegeven wordt door inwoners, zorgaanbieders, onderwijs, etc. zal de communicatiestrategie worden aangescherpt.
5 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
INHOUDSOPGAVE
SAMENVATTING ................................................................................................................... 3 INHOUDSOPGAVE ................................................................................................................... 6 INLEIDING
................................................................................................................... 8
HOOFDSTUK 1
HET VERTREKPUNT ................................................................................ 9
1.1 De Jeugdwet .................................................................................................................... 9 1.2 Inrichting jeugdstelsel gemeente Oosterhout ................................................................ 10 1.3 Regionale samenwerking ............................................................................................... 10 1.4 Lokale invulling .............................................................................................................. 11 HOOFDSTUK 2
DOELEN EN AMBITIES.......................................................................... 13
2.1 Samenwerken voor de jeugd in WBO ............................................................................ 13 2.2 Samenhang met de andere transities ............................................................................ 14 2.3 Samenhang met passend onderwijs .............................................................................. 14 2.4. Waar sturen we op en wanneer zijn we tevreden? ....................................................... 16 HOOFDSTUK 3
PREVENTIE............................................................................................. 18
3.1 Project JONG ................................................................................................................. 18 3.2 De Brede Buurt .............................................................................................................. 18 3.3 Vrije tijd, verenigingen en jongerenwerk ........................................................................ 19 3.4 De kindertelefoon ........................................................................................................... 20 3.5 Jeugdgezondheidszorg .................................................................................................. 20 3.6 Voorscholen, onderwijs en schoolmaatschappelijk werk ............................................... 21 3.7 Jeugd en veiligheid ........................................................................................................ 22 HOOFDSTUK 4
JEUGDHULP ........................................................................................... 23
4.1 Toegang tot de jeugdhulp .............................................................................................. 23 4.2 Jeugdhulp....................................................................................................................... 27 HOOFDSTUK 5
TOELEIDING TOT EN UITVOERING VAN JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING ........................................................................ 30
5.1 Toeleiding....................................................................................................................... 31 5.2 Uitvoering Jeugdbescherming ....................................................................................... 31 5.3 Uitvoering jeugdreclassering HOOFDSTUK 6
...................................................................................... 31
FINANCIËN, BEKOSTIGING EN STURING ........................................... 33
6.1 Woonplaatsbeginsel ....................................................................................................... 33 6.2 Budget jeugdhulp ........................................................................................................... 34 6.3 Begroting uitvoering Jeugdwet....................................................................................... 35
6 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
6.4 Bekostiging en contractering.......................................................................................... 37 6.5 Sturing en monitoring ..................................................................................................... 38 6.6 Verantwoording .............................................................................................................. 39 HOOFDSTUK 7
BORGEN VAN KWALITEIT ................................................................... 41
7.1 Kwaliteit .......................................................................................................................... 41 7.2 Betrekken van burgers en cliënten ................................................................................ 41 7.3 Klachtenregeling ............................................................................................................ 42 7.4 Vertrouwenswerk ........................................................................................................... 42 HOODSTUK 8
COMMUNICATIE .................................................................................... 43
8.1 Informatie ....................................................................................................................... 43 8.2 Participatie ..................................................................................................................... 43 8.3 Transformatie ................................................................................................................. 43 BIJLAGE 1
AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN .......................................................... 44
BIJLAGE 2
CIJFERS JEUGDHULP .......................................................................... 47
BIJLAGE 3
BESLUITVORMING TOT NU TOE ......................................................... 52
BIJLAGE 4
REGIONAAL TRANSITIEARRANGEMENT ........................................... 56
BIJLAGE 5
LANDELIJK TRANSITIEARRANGEMENT ............................................ 58
7 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
INLEIDING Vanaf 1 januari 2015 is de gemeente Oosterhout op basis van de Jeugdwet verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van alle zorg aan jeugdigen. Naast de huidige verantwoordelijkheid voor het preventief jeugdbeleid krijgt de gemeente ook de verantwoordelijkheid voor gespecialiseerde jeugdhulp, jeugdbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en de toeleiding daar naar toe. De decentralisatie van de jeugdhulptaken gaat niet alleen om een overheveling van bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheden (transitie), maar vooral ook om een verandering in denken en doen van zowel overheden, instellingen, professionals als burgers (transformatie). Transitie en transformatie worden dan ook gezien als een dynamisch proces. Zoals in mei 2014 vastgesteld in het coalitieakkoord is het uitgangspunt dat inwoners van onze gemeente die zorg en ondersteuning nodig hebben, ook passende zorg en ondersteuning ontvangen. Voorliggend beleidsplan Jeugd(hulp) geeft richting aan de uitvoering van de kerntaken waar de gemeente in de jaren 2015 – 2018 verantwoordelijk voor is. In september 2013 heeft de gemeenteraad de kaders en uitgangspunten van het jeugdstelsel in Oosterhout vastgesteld in de Startnotitie Jeugdzorg. Dit beleidsplan 2015-2018 is het vervolg op de startnotitie.
8 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
HOOFDSTUK 1 HET VERTREKPUNT De gemeente Oosterhout staat voor de uitdaging om de decentralisatie jeugdzorg vorm te geven. Deze decentralisatie is een onderdeel van een groter geheel. Dit hoofdstuk gaat in op de achtergronden, positie en reikwijdte van het jeugdbeleid voor de gemeente Oosterhout. 1.1 De Jeugdwet Op 18 februari 2014 is de Jeugdwet vastgesteld. De gemeente wordt daarmee vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor alle ondersteuning, hulp en zorg bij opgroeien en opvoeden voor de jeugd van 0 – 18 jaar. Het centrale uitgangspunt van deze decentralisatie is dat gemeenten een regierol voor jeugdhulp gaan vervullen. Door maatwerk te leveren zal de kwaliteit van de jeugdhulp verbeteren. Door intensivering van preventie en ambulante jeugdhulp zal complexere (en duurdere) hulp kunnen worden voorkomen. In de Jeugdwet wordt een omslag gemaakt van een stelsel gebaseerd op een wettelijk recht op zorg (aanspraak) naar een stelsel op basis van een voorzieningenplicht voor gemeenten (voorziening), zoals eerder is gebeurd bij de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het wettelijke recht op jeugdzorg en individuele aanspraken op jeugdzorg worden hierbij vervangen door een voorzieningenplicht, waarvan de aard en omvang in beginsel door de gemeente worden bepaald (maatwerk). Figuur 1.1: Takenoverzicht gemeenten oude huidige situatie versus nieuwe situatie. Oud
Nieuwe jeugdzorg per 2015
JeugdzorgPlus Jeugd GGZ Jeugd-VB
Nieuwe Jeugdwet De gemeente is verantwoordelijk voor alle ondersteuning, hulp en zorg bij opgroei-, opvoedings- en psychische problematiek.
Ambulante zorg Dagbehandeling Open residentiële zorg Pleegzorg Crisishulp Jeugdbescherming Jeugdreclassering
CJG Jeugdgezondheidszorg
Rijk
Provincie
CJG Ambulante zorg Dagbehandeling Residentiële zorg Pleegzorg Crisishulp Jeugdbescherming Jeugdreclassering Jeugdzorg Plus Jeugd GGZ Jeugd-VB
Gemeente
In de Jeugdwet is de leeftijdsgrens van 18 jaar het uitgangspunt voor jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen. Jeugdhulp kan doorlopen tot maximaal het 23ste levensjaar, voor zover deze hulp niet onder een ander wettelijk kader valt en mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Voor jeugdreclassering en jeugdhulp die voortvloeit uit een strafrechtelijke beslissing geldt op basis van de Jeugdwet geen leeftijdsgrens.
9 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
1.2 Inrichting jeugdstelsel gemeente Oosterhout Vanaf 1 januari is de gemeente verantwoordelijk voor uitvoering van de volgende kerntaken op het terrein van jeugdzorg: preventie in het kader van opvoeden en opgroeien; bieden van jeugdhulp en organiseren van de toegang tot jeugdhulp; toeleiding tot en uitvoering van de jeugdbescherming en de jeugdreclassering. In de startnotitie is richting gegeven aan de uitwerking van deze kerntaken in de drie pijlers van het beleid maatschappelijke ondersteuning, zoals hieronder beschreven. Met deze pijlers wordt verbinding gemaakt tussen de uitvoering van de jeugdzorg en de andere taken in het brede sociale domein. 1. Het bevorderen van een sterke samenleving In een sterke samenleving, ook wel pedagogische civil society genoemd, heeft ieder kind een veilige omgeving om zich heen, waarin naast ouders ook de school, de naschoolse opvang, de sportclub en de buurt een belangrijke rol spelen. 2. Het vergroten van maatschappelijke vaardigheden Deze pijler richt zich enerzijds op ouders en opvoeders. We organiseren voor hen voorzieningen als opvoedadvies- en cursussen, schoolmaatschappelijk werk en trainingen voor professionals en vrijwilligers.
Daarnaast gaat het ook om het versterken van de vaardigheden van jeugdigen zelf, zoals in voorzieningen voor voorschoolse educatie, het project meedoen-leren-winnen, projecten in kader van gezondheidsbevordering, sociale vaardigheidstrainingen en leer-werktrajecten voor jongeren. 3. Zorg en ondersteuning bieden De derde pijler is gericht op het bieden van concrete zorg en ondersteuning wanneer ouders en/of jeugdigen zodanige problemen ondervinden bij het opvoeden en opgroeien dat zij het zelf niet redden. In dit beleidsplan wordt allereerst uitwerking gegeven aan de drie kerntaken zoals genoemd in de Jeugdwet. In de komende jaren moet bekeken worden in hoeverre dit volledig kan integreren in de drie genoemde pijlers.
1.3 Regionale samenwerking In de Jeugdwet is gesteld dat gemeenten regionaal moeten samenwerken, zodat gemeenten: • Beschikken over voldoende specialistische kennis en capaciteit voor een toereikend aanbod van zorg- en hulpverlening; • voldoende (gezamenlijke) draagkracht hebben om financiële schommelingen op te vangen; • beschikken over voldoende slagkracht tegenover zorg- en dienstverleners in het veld; • de mogelijkheid hebben om meerjarige contracten met professionele zorg- en dienstverleners af te sluiten die kwalitatief goed zijn. De gemeente Oosterhout vormt samen met Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Breda, Drimmelen, Geertruidenberg, Oosterhout, Werkendam en Woudrichem de jeugdhulpregio West-Brabant Oost (WBO). De samenwerking van deze negen gemeenten is erop gericht zowel ruimte te bieden voor een lokale invulling en uitwerking van het jeugdzorgstelsel als het realiseren van voldoende uitvoeringskracht.
10 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
De volgende zaken worden op regionaal niveau uitgewerkt: Afstemming zorginfrastructuur Organiseren regionale toegang- en toeleidingsfuncties: - Toegang spoedeisende zorg - AMHK / Veilig thuis - Plaatsingscoördinatie Jeugdzorgplus - Afspraken RvdK en Gecertificeerde Instellingen (GI) Gezamenlijke inkoop niet vrij toegankelijke (specialistische) jeugdhulp Organiseren regionaal adviesteam Veranderopgave BJZ
1.4 Lokale invulling Met de vaststelling van de Startnotitie Jeugdzorg op 17 september 2013 zijn de kaders en uitgangspunten van het nieuwe jeugdstelsel van de gemeente Oosterhout benoemd. Het lokale maatschappelijke veld heeft de uitgangspunten van de startnotitie geconcretiseerd en een uitvoeringsvoorstel uitgewerkt. De belangrijkste focus lag daarbij op de inzet van generalisten en het versterken eerstelijnszorg, de toegang tot de (nieuwe)zorg, het faciliteren van een omslag in denken en doen en het stimuleren van de inhoudelijke ontwikkeling van de zorg. Drie partijen uit de huidige Stuurgroep CJG (MEE Brabant-Noord, GGD West-Brabant en Surplus Welzijn Oosterhout) hebben aangegeven mogelijkheden te zien om gezamenlijk vorm te geven aan de visie die is beschreven in de startnotitie. Dit betreft zowel het faciliteren van een netwerkorganisatie, als de uitvoering van de sociale wijkteams sociaal domein breed. Hiertoe richten de drie partijen een nieuwe stichting op. Zie ook hoofdstuk 4.1.1. sociale wijkteams. De informatie en adviesfunctie van het huidige CJG gaat op in de netwerkorganisatie. Organisaties werken samen rondom individuele casuïstiek en wijk- of themagerichte projecten, stemmen aanbod op elkaar af en werken gezamenlijk beleidsadviezen uit voor de gemeente Oosterhout.
Alle professionele instellingen die binnen het sociale domein in Oosterhout actief zijn, zijn uitgenodigd om deel te nemen aan de netwerkorganisatie. Tijdens bijeenkomsten worden inhoudelijke thema’s besproken en uitgewerkt. Het gaat om inhoudelijke thema’s als vroegsignalering, preventie, informatie-uitwisseling en dagbesteding. Ouders en jeugdkunnen voor informatie en advies terecht bij de professionals in de voor hen natuurlijke en bekende ingangen zoals het consultatiebureau en de GGD, de verloskundige, het maatschappelijk werk, het jongerenwerk etc. De netwerkorganisatie bestaat uit bijna alle organisaties en ZZP-ers die op het gebied van welzijn, wonen, zorg en onderwijs betrokken zijn bij Oosterhout en haar jeugdigen en/of gezinnen. Verschillende thema’s, zoals aansluiting Voortgezet Onderwijs en vroegsignalering, worden binnen de netwerkorganisatie door werkers uit het veld opgepakt en uitgewerkt. Enerzijds levert de netwerkorganisatie een bijdrage aan het jeugdbeleid en anderzijds geeft zij uitvoering aan de preventie, zorg en ondersteuning aan ouders en jeugd. Mocht de vraag groter zijn dan wat de genoemde organisaties kunnen bieden dan worden zogenaamde generalisten van de sociale wijkteams ingeschakeld. Deze generalisten vormen vervolgens de toegang tot de gespecialiseerde zorg.
De vraagverheldering en toeleiding tot voorzieningen in het kader van de nieuwe taken voor jeugdhulp en AWBZ-Wmo worden via sociale wijkteams georganiseerd.
De volgende zaken worden op lokaal niveau uitgewerkt:
11 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
Inrichten zorgstructuur - Sociale wijkteams - Netwerkorganisatie - Samenhang en afstemming transities en Passend Onderwijs/voorzieningen Organiseren van de toegangsfunctie - Toegangsproces/procedure - Afstemming huisartsen - CORV de Collectieve Opdracht Routeer Voorziening. Dit systeem regelt het (formele) berichtenverkeer tussen partijen in de jeugdketen. Informatievoorziening en backoffice - Administratie en registratie - Privacy beleid - Monitoring en sturing - Inrichten bedrijfsvoering/werkprocessen
Een totaaloverzicht van de cijfers over jeugdhulp in Oosterhout en de WBO regio is opgenomen in bijlage 2. Van april 2013 tot en met juli 2014 zijn lokaal besluiten genomen ter voorbereiding op het jeugdstelsel van de gemeente Oosterhout. Dit overzicht is opgenomen in bijlage 3.
12 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
HOOFDSTUK 2 DOELEN EN AMBITIES De gemeente Oosterhout is vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor kwalitatief goede ondersteuning aan jeugdigen. De ondersteuning aan de jeugdigen wil de gemeente effectief, efficiënt en wijkgericht vorm geven. Er zijn duidelijke kaders opgesteld door de gemeente, zowel op regionaal als lokaal niveau, maar daarin is ook ruimte gegeven aan professionals en vrijwilligers.
2.1 Samenwerken voor de jeugd in WBO In regionaal WBO verband staat de gemeente Oosterhout voor de ontwikkeling van talenten, eigen kracht en veilig opvoeden. De gedeelde waarden van de 9 gemeenten in WBO: 1. We gaan uit van talenten en eigen (oplossings)kracht van jeugd & ouders. 2. De vragen van jeugd en ouders zijn leidend. 3. Jeugd en ouders krijgen zo dichtbij mogelijk de ondersteuning/zorg die nodig is.
De focus wordt verlegd, van inzet en initiatief van overheid of het publieke domein naar focus op de vragen en ook de oplossingen van de burgers zelf. De toekomst zal leren in hoeverre de samenleving als geheel de veerkracht bezit om die verwachtingen in te lossen en waar de grenzen liggen van wat burgers zelf en met elkaar kunnen regelen. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om bovenstaande focus vast te houden en hier op te sturen. In WBO verband is een set van ‘leefregels’ opgesteld. De gemeente Oosterhout heeft als missie deze na te leven, daar kunnen burgers en andere belanghebbenden de gemeente op aanspreken. Leefregels WBO 1. We luisteren goed en praten met in plaats van over jeugd en/of ouders. 2. Een jongere en/of gezin heeft één vast, vertrouwd aanspreekpunt. 3. De jongere en/of het gezin is leidend (voor zover mogelijk), o.a. bij opstellen plan. 4. Hulp en ondersteuning vindt in principe thuis (of zo dicht mogelijk bij huis) plaats. 5. Ondersteuning jongere en/of gezin d.m.v. actieve inzet en goede samenwerking met het sociale netwerk van jeugd en ouders. 6. Jeugd en ouders hebben in principe volledig inzicht in hun eigen dossiers. 7. Jeugd en ouders kunnen een andere professional vragen bij “geen klik” t.b.v. effectieve samenwerking 8. Wij stimuleren vindplaatsen om vroeg en adequaat te signaleren en advies/inzet van generalisten in te vliegen waar nodig. 9.
Professionals/generalisten schenden het vertrouwen van jeugd en ouders niet en handelen transparant. NB: Deze leefregels zijn ontleend aan wat jeugd en ouders hebben meegegeven op de bijeenkomst van 13 december 2012 in het NAC stadion. Daar is met jeugd, ouders en vertegenwoordigers van instellingen gesproken over de ervaringen die zij hebben.
13 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
Veel kan en moet lokaal, dicht bij de inwoners: zoals rondom scholen, jeugdgezondheidszorg en kinderopvang. Uitgangspunt daarbij is om vooral te stimuleren dat ouders elkaar adviseren en ondersteunen. Daar waar nodig biedt de gemeente ondersteuning en/of hulp. In de regio wordt op eenduidige wijze gestuurd op de kwaliteit van deze ondersteuning door te focussen op de kwaliteit van generalistische professionals. Deze professionals gaan dichtbij huis aan de slag samen met de gezinnen. Hoe de generalistische hulp precies georganiseerd wordt verschilt per gemeente en is lokaal maatwerk. Soms is aanvullend specifieke expertise of hulp nodig. Dan kan een generalist de hulp inroepen van een gespecialiseerde collega of het regionaal georganiseerde adviesteam. Inzet van meer specialistische hulp moet beschikbaar zijn en zal daarom collectief in de regio georganiseerd en gefinancierd worden. Op basis van (hulp)vragen van gezinnen wordt in samenspraak met een generalist maatwerk geboden.
2.2 Samenhang met de andere transities De komende jaren staan in het teken van de decentralisatie van het sociale domein. De voorgenomen decentralisaties hebben betrekking op drie onderdelen van het sociaal domein: jeugdzorg, het extramurale deel van de AWBZ (WMO 2015) en participatie/werk (Participatiewet). De gedachte achter deze transitie en transformatie is dat gemeenten dichter bij de burger staat en meer maatwerk kan leveren door de taken in samenhang te organiseren. Aan de drie decentralisaties van het sociale domein liggen gelijke uitgangspunten ten grondslag, gericht op een verandering in de manier waarop de overheid met burgers omgaat: Van vangnet naar springplank. De nadruk komt te liggen op de eigen kracht en verantwoordelijkheid van burgers, het participeren in de samenleving en gebruik maken van sociale netwerken. Dichtbij huis. Ondersteuning en participatie dichter bij en in samenwerking met inwoners. Zoveel mogelijk organiseren op lokaal niveau. Voorkomen in plaats van genezen. Investeren in preventie wordt lonend door het in één hand leggen van de regie en de financiering. Van belang hierbij is het perspectief van de burger. Mensen denken niet in schotten. Niemand zal, als hij of zij met een moeilijk kind te maken heeft, dat vraagstuk in een door de samenleving bedacht hokje plaatsen. Jeugdzorg is een beleidsterm, geen sociale werkelijkheid.
De transitie van het sociale domein heeft als doel meer samenhang aan te brengen in zorg en ondersteuning aan burgers. Het is dus van belang om na te denken over hoe deze samenhang vorm kan krijgen. Tegelijkertijd zijn de nieuwe bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheden voor de gemeente veel omvangrijker en complexer dan het verbinden van de nieuwe taken alleen. Elke decentralisatie heeft een eigen wettelijk kader met specifieke regelingen en verantwoordelijkheden. Om goed zicht te krijgen in de opgave waar de gemeente voor staat wordt eerst een per onderdeel van het sociaal domein onderscheid gemaakt in het proces en beleid. Vervolgens worden binnen die verschillende processen in het sociaal domein verbindingen gelegd in de dienstverlening aan onze inwoners.
2.3 Samenhang met passend onderwijs De invoering van de wet Passend onderwijs en de decentralisatie van de jeugdzorg geven gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor ondersteuning van jeugdigen. Schoolbesturen krijgen de opdracht en de middelen om elk kind passend onderwijs te bieden. Gemeenten worden verantwoordelijk voor zorg voor jeugdigen en hun ouders in gezin, wijk en buurt. Beiden krijgen op grond van de wetgeving de opdracht om de
14 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
speelvelden met elkaar te verbinden en de plannen over en weer af te stemmen. Het ligt voor de hand dat gemeenten samenwerken met scholen, bijvoorbeeld bij het signaleren van problemen, het doorverwijzen naar de lokale toegang en het samenwerken bij de begeleiding van jeugdigen die niet vrij toegankelijke zorg ontvangen. Dit is een proces van ontwikkeling – van transformatie. In onderstaande tabel staan de relevante onderwerpen aangegeven:
Een goede afstemming tussen jeugd en onderwijs is belangrijk. In de nieuwe Jeugdwet is de afstemming met het onderwijs vastgelegd. In de wet is opgenomen dat het beleidsplan niet wordt vastgesteld voordat over een concept van het plan ‘op overeenstemming gericht overleg (OOGO)’ heeft plaatsgevonden met de samenwerkingsverbanden. Het OOGO dient betrekking te hebben op de onderwijsparagraaf uit het beleidsplan. De gemeente en samenwerkingsverbanden hebben een aantal belangrijke thema’s vastgelegd in een gezamenlijke ontwikkelagenda. Deze thema’s betreffen de afstemming van de zorg in en om de school, leerplicht, leerlingenvervoer, onderwijshuisvesting, participatiewet en gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid. In oktober 2014 is er OOGO gevoerd over de jeugdplannen van de gemeenten. Afgesproken is om voorafgaand aan het OOGO met de samenwerkingsverbanden lokaal vooroverleg te voeren met de schoolbesturen. Zowel het lokale vooroverleg als het regionale OOGO is gevoerd. Beide overleggen hebben geleid tot overeenstemming. Met middelen van het transformatiefonds van de Provincie Noord-Brabant is in de regio WBO vooruitlopend op de transitie jeugdzorg een proeftuin gestart om passende zorg in en om school in de praktijk handen en voeten te geven.
Jeugd en ouders maken samen met een CJG-er en interne begeleider of zorgcoördinator van de school een plan om de zorg thuis en op school op elkaar af te stemmen. Waar nodig kunnen zij een team van experts (GGZ, (L)VB, jeugdarts, orthopedagoog) uit zowel de jeugdzorg als het onderwijs inroepen dat kan adviseren over welke zorg het beste past bij de vraag. De ervaringen die in de pilot zijn opgedaan worden meegenomen in de verdere uitwerking van de regionale en lokale afspraken met de schoolbesturen.
15 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
2.4. Waar sturen we op en wanneer zijn we tevreden? De gemeente Oosterhout heeft ervoor gekozen om heldere kaders te stellen, waarin er ruimte en vertrouwen is in professionals en vrijwilligers. De gemeente zal niet zelf uitvoerend optreden, ofwel niet op de stoel van hulpverleners gaan zitten. Bij ruimte en vertrouwen hoort sturing op hoofdlijnen, sturing op resultaten en dan bij voorkeur op de maatschappelijke effecten. Ook in de uitvoering van specialistische zorg ziet de gemeente Oosterhout kansen om slimmer en dus efficiënter te organiseren. Door samenwerking, en waar mogelijk bundeling, van expertise en aanbod vanuit GGZ, LVB en provinciale jeugdzorg. De huidige samenwerking bestaat nog uit een sectoraal en verkokerd aanbod. De samenwerking zal in de toekomst geïntegreerd worden, waardoor de overlap in aanbod of expertise zal verdwijnen. 2.4.1. Doelen en gewenste maatschappelijke effecten Hoofddoel van de hele transitie jeugdzorg is betere zorg bieden voor minder geld. Voor de periode 2015 – 2018 zijn vooralsnog de volgende doelen ten aanzien van jeugdhulp gesteld: Kinderen groeien gezond en veilig op en kunnen hun kwaliteiten ontwikkelen ongeacht stoornis of handicap om uiteindelijk als volwaardige burgers te gaan participeren in de maatschappij. Daarbij zijn hun ouders als eerste verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind(eren).
Jeugdhulp (van licht preventief tot zwaar) is beschikbaar voor iedereen. De gemeente biedt bij het opvoeden en opgroeien ondersteuning en zorg aan dichtbij ouders/kinderen, vanuit een integrale, vraag gestuurde benadering. Continuïteit van de zorg voor jeugdigen en gezinnen die per 1 januari 2015 zorg ontvangen of op de wachtlijst staan voor zorg na indicatie/verwijzing. Gebruikers van het jeugdhulpaanbod zijn tevreden over bejegening en ondersteuning. De aangeboden ondersteuning is passend en effectief (naar professionele maatstaven). (Veiligheids)risico’s bij het opgroeien en opvoeden worden in een vroegtijdig stadium gesignaleerd. Op termijn: het gebruik van specialistische hulp (behandeling, verblijf) gaat omlaag, ten gunste van lichtere vormen van hulp (ambulant, tijdig, effectief). Minder jeugdigen krijgen een maatregel op last van de kinderrechter door middel van preventie en inzet van andere zorg. Het gaat bij deze doelstellingen om een inspanningsverplichting – en geen resultaatverplichting – van het college. Het uitgangspunt daarbij is dat inwoners die zorg en ondersteuning nodig hebben, ook passende zorg en ondersteuning ontvangen. De komende periode moeten voorstellen voor de sturing op maatschappelijke resultaten verder worden uitgewerkt.
Om doelstellingen te monitoren en te verantwoorden, worden indicatoren ontwikkeld om de realisatie van doelstellingen meetbaar te kunnen maken. Zie hiervoor hoofdstuk 6, paragraaf 6.5 monitoring. Voor de verantwoording wordt aangesloten bij de jaarlijkse cyclus van de gemeentelijke begroting en jaarrekening.
16 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
2.4.2. Doelen en ambities voor 2015 Op onderdelen moet onderscheid gemaakt worden in de transitie- en de transformatieopgave. De transitieopgave gaat over de voorbereidingen om per 1 januari 2015 de nieuwe wettelijke taken en verantwoordelijkheden als gemeente over te kunnen nemen. Met de transformatieopgave wordt gedoeld op het daadwerkelijk realiseren van zorginhoudelijke vernieuwingen en veranderingen. De verwachting is dat de gemeente Oosterhout op 1 januari 2015 klaar is voor de transitie, echter wel op basis van een minimumscenario. Onderstaande focuslijst geeft weer wat de gemeente Oosterhout gerealiseerd zal hebben op 1 januari 2015.
Focuslijst 2014 (VNG) 1. Zorgcontinuïteit is geregeld en er blijft een passend en dekkend aanbod; benodigde zorg is ingekocht; er zijn afspraken met bovenregionale aanbieders. 2. Toegang is op orde: gemeenten hebben een laagdrempelige, herkenbare, integrale toegang voor jeugd georganiseerd, waar signalen, vragen over en verzoeken om hulp snel wordt geboden of wordt doorverwezen. Zowel deskundigheid als mandaten van de professionals zijn geregeld. Hiertoe behoort ook crisiszorg: van zorgmelding tot 24-uurs opvang. 3. De gemeente is aangesloten op het gedwongen kader door a) afspraken met de Raad voor de Kinderbescherming, b) afspraken met gecertificeerde instellingen en c) de koppeling met CORV. Werkprocessen moeten hierop worden ingericht. 4. Er is regionaal ingekocht; er zijn afspraken over regionale samenwerking en de regionale inkooporganisatie staat en functioneert. 5. Interne processen bij de gemeente functioneren: van beleid tot uitvoering is de jeugdhulp verankerd in de organisatie en er is voldoende capaciteit en kennis beschikbaar. 6. Er is een werkwijze voor gegevensuitwisseling en privacy tussen de verschillende ketenpartners. 7. De gemeente heeft in beeld wat het jeugdhulpgebruik is in de eigen gemeente. 8. De gemeente heeft duidelijkheid over de huidige budgetten en aantallen voor de jeugd-AWBZ, en specifiek het deel PGB daarin. 9.
Het AMHK / Veilig thuis is ingericht. 10. Beleidsplan en verordening zijn op 31 oktober 2014 goedgekeurd door de raad.
De focus voor 2015 ligt op het versterken van de voorkant (inzetten op preventie en het versterken van de ondersteuning dichtbij huis). De visie van de gemeente Oosterhout is dat de belangrijkste winst voor jeugd en gezin te behalen is door vroegtijdig en dicht bij de juiste hulp te bieden. Indien deze aanpak succes heeft zal dit op termijn leiden tot krimp van zwaardere, specialistische hulp. De visie op uitvoering van zwaardere specialistische hulp zal tevens transformeren, conform het gedachtegoed van dit beleidsplan.
17 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
HOOFDSTUK 3 PREVENTIE De gemeente Oosterhout gaat uit van de eigen kracht van haar bewoners. De visie van de gemeente is dat jeugdigen en ouders de regie in eigen hand hebben, zich verantwoordelijk voelen, zelfredzaam zijn en participeren in de samenleving. Waardoor in eerste instantie het beroep op jeugdhulp en ondersteuning afneemt als de samenleving zoveel mogelijk zelf haar problemen kan oplossen. Veel mensen gebruiken hun netwerk, zoals vrienden, familie, leerkrachten, om vragen of zorgen te delen. Op die manier worden onderwerpen bespreekbaar, wordt kennis gedeeld en helpen mensen elkaar door de krachten te bundelen. Daarnaast is de gemeente zich ervan bewust dat niet iedereen altijd in staat is terug te vallen op de eigen kracht, of op het sociaal netwerk en dat sommige vragen (even) te complex zijn. Op zo’n moment is het van belang dat jeugdigen en ouders hun vragen aan mensen kunnen stellen die professioneel met de opvoeding en/of ontwikkeling van kinderen en jongeren bezig zijn. De gemeente zet in op samenwerking met partners in de wijk (de scholen, kinderopvang, verenigingen) en eerstelijns partners (huisartsen, consultatiebureau) gericht op versterking van eigen kracht van jeugdige, ouders en sociaal netwerk en de ondersteuningsstructuur in de wijk.
Met de inzet van preventie worden de volgende doelstellingen beoogd: het verhogen van de participatie van jongeren aan de samenleving; het voorkomen van overlast en voortijdig schoolverlaten; het vroegtijdig signaleren van problemen en risicosituaties het adequaat handelen ter voorkoming van grotere risico’s en zwaardere vormen van problemen. 3.1 Project JONG Bij het project JONG laat jongeren kennis maken met de gemeentelijke organisatie en betrekt hen bij gemeentelijke beleidsvorming en -uitvoering. Een van de doelstellingen van het gemeentelijk beleid is het laten meedoen van inwoners. In dat kader is het belangrijk dat jeugdigen en jongeren al in een vroeg stadium mee kunnen werken aan de uitvoering van activiteiten. Daarnaast kunnen jongeren voor de uitvoering van hun eigen ideeën Zap-budgeten aanvragen. Nieuw is dat vanuit project JONG bij grootschalige activiteiten voor jeugdigen en jongeren aandacht voor ontmoeting en laagdrempelige informatievoorziening komt. Voorbeelden van deze activiteiten zijn: Kidzfun, schaatsen, vakantiewerk etc. Door bij deze activiteiten aandacht te geven aan specifieke thema’s zoals omgaan met elkaar of gezondheid kunnen we een bijdrage leveren aan normaliseren en ontzorgen en ouders en jongeren met elkaar in contact brengen zodat uitwisseling kan plaatsvinden
3.2 De Brede Buurt Binnen het programma De Brede Buurt werken buurtsport en –cultuur coaches aan een binnen- en buitenschools programma op het gebied van sport, bewegen, kunst en cultuur voor jeugdigen van 4-13 jaar in de buurt. Dit gebeurt in goede samenwerking met scholen, kinderopvang en sport- en cultuurverenigingen. De buurtsport en –cultuur coaches komen daardoor in contact met veel jeugdigen en vormen zo, samen met bijvoorbeeld het jongerenwerk, onze ogen en oren op straat. Zij hebben daardoor een belangrijke signalerende functie.
18 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
Voor het buitenschoolse activiteitenprogramma zijn de basisscholen de vindplaats van kinderen. De buitenschoolse programma’s worden via school onder de aandacht gebracht zodat alle kinderen de mogelijkheid hebben deel te nemen aan buitenschoolse activiteiten. Hierdoor vindt een verbreding plaats van alle basisscholen in Oosterhout. In hun aanpak hebben de coaches steeds aandacht voor het activeren en het vergroten van de eigen kracht van onze jonge inwoners door zich te richten op de ontwikkeling van competenties. Het gaat hierbij om zowel cognitieve, fysieke als sociale competenties. Binnen de vorm te geven activiteiten speelt de ontwikkeling van deze drie competenties dus steeds een belangrijke rol. Het programma De Brede Buurt levert hiermee dan ook een belangrijke bijdrage aan de pedagogische civil society en het preventieve jeugd- en gezondheidsbeleid in de gemeente Oosterhout. De samenwerking tussen sport- en culturele verenigingen, de sport en cultuurcoaches en de sociale wijkteams wordt vormgegeven door in te spelen op de mogelijkheden die zich gaan voordoen in de praktijk.
3.3 Vrije tijd, verenigingen en jongerenwerk Ook in hun vrije tijd ontwikkelen kinderen hun talenten en competenties door o.a. culturele en kunstzinnige vorming en sport en spel. In de sportnota “Samenwerken aan sporten en bewegen” wordt hieraan nadrukkelijk aandacht besteed. De sportvereniging is een maatschappij op zichzelf. Wie op jonge leeftijd sport, leert spelenderwijs de meerwaarde van samenwerking, werkt aan doorzettingsvermogen en zelfvertrouwen, leert om te gaan met winnen en verliezen en kweekt respect voor de opvattingen van anderen. Ook ouders vinden het vaak een prettige plek om te komen. Ze zien hun kinderen actief zijn en spreken elkaar bij de club. Meer dan eens komen ook opvoed- en ontwikkelvragen ter sprake. Vanuit het huidige Centrum voor jeugd en gezin (CJG) zijn er al contacten gelegd met voetbalverenigingen. In 2015 zetten we in op het verder verbinden van de wijkteams met de sport en culturele verenigingen. De jongerenwerkers werken op verschillende locaties in Oosterhout met jongeren: in de activiteitencentra, op straat, op school en andere vindplaatsen. Zij geven de jongeren zelf verantwoordelijkheid voor hun eigen activiteiten. Jongeren leren samen te werken, afspraken te maken, na te komen en te communiceren. Het jongerenwerk loopt in verschillende wijken en kerkdorpen rondes op straat en legt zo contact met (groepen) jeugd.
Jongerenwerkers zijn op deze manier vaak al bekend bij de jongeren en kunnen zo nodig het gedrag bijsturen. Ook op straat maken jongerenwerkers de jeugd verantwoordelijk voor eigen plek en eigen activiteiten. De jongerenwerkers werken op het gebied van de aanpak van overlast nauw samen met de coördinator jeugdveiligheid van gemeente Oosterhout en nemen deel aan het ‘casuïstiekoverleg jongeren in de openbare ruimte’ (COJOR). Een andere taak van het jongerenwerk is de toeleiding naar jeugdhulp. Jongeren die wantrouwend zijn naar bijvoorbeeld schuldhulpverlening of verslavingszorg en de overheid, maar toch hulp nodig hebben worden door het jongerenwerk toe geleid naar de juiste vormen van ondersteuning. Vanuit hun aanwezigheid op straat hebben ze een vertrouwensband met jongeren en kunnen ze jongeren bewegen om wel hulp te aanvaarden. Ook wordt meer en meer samengewerkt met het huidige CJG team en het onderwijs.
19 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
3.4 De kindertelefoon Voor kinderen en jongeren is er de Kindertelefoon; een landelijke voorziening. Bij de kindertelefoon kunnen kinderen en jongeren terecht voor online opgroeiondersteuning, chatten en bellen met een medewerker.
3.5 Jeugdgezondheidszorg In de leeftijd van 0-4 jaar komen ouders bij het consultatiebureau. Naast het volgen van de ontwikkeling van het kind, bespreken ouders samen met de jeugdarts/verpleegkundige vragen of zorgen over de ontwikkeling en opvoeding van het kind. Deze professionals kunnen ouders (preventief) doorverwijzen naar nadere ondersteuning zoals huisarts, sociaal wijkteam of specialistische jeugdhulp. Omdat ouders het doorgaans prettig vinden om met elkaar te praten over opvoedvragen, heeft de jeugdgezondheidszorg (JGZ) een inloopspreekuur georganiseerd. In de leefstijl 4 tot 16 jaar worden kinderen/jongeren nog vier keer op school gescreend door de JGZ. Met de GGD zijn werkafspraken gemaakt gericht op vroegtijdige signalering, preventief handelen en afstemming van werkzaamheden met de sociale wijkteams. Met ingang van 2015 wordt de integrale JGZ van 0-19 jaar uitgevoerd door de GGD. De GGD werkt binnen de JGZ vanuit een risicogerichte aanpak. Bij deze aanpak wordt de beschikbare tijd voor reguliere onderzoeken bij de jeugdgezondheidszorg anders ingevuld. Dat betekent bijvoorbeeld dat niet alle kinderen meer door een jeugdarts worden gezien. De doktersassistente voert een eerste screening uit, waarbij een risico-analyse wordt gemaakt. Een deel van de kinderen wordt daarna nog gezien door de jeugdarts.
Het extra contactmoment op de middelbare school wordt ook risicogericht ingevuld met het ziekteverzuimprogramma M@ZL. De taken die de Jeugdgezondheidszorg binnen de regio West Brabant uitvoert in opdracht van de achttien gemeenten vallen onder de Wet publieke gezondheid (Wpg). Ook de Wpg wijzigt per 1 januari 2015. Dit naar aanleiding van de evaluatie van het huidige takenpakket van de JGZ; het zogenaamde basistakenpakket. In de nieuwe wet, waarin gesproken wordt over het basispakket behoudt de JGZ de taken: alle kinderen in beeld houden, monitoren en signaleren, screenen, vaccineren, inschatten zorgbehoefte en tijdig hulp inschakelen. Het uitvoeren van specifieke programma’s, interventies en maatregelen wordt geen onderdeel van het basispakket. Binnen de JGZ zijn “versterken van de eigen kracht van ouders en jongeren”, normaliseren, samenwerken, toeleiding naar zorg en adviseren ten behoeve van collectieve maatregelen, onderdelen die in 2015 extra aandacht krijgen. In het basispakket komt er ook meer ruimte voor de JGZ om in de uitvoering flexibeler te handelen. Hierdoor wordt het mogelijk om meer op maat te handelen. De West Brabantse gemeenten en de JGZ geven de wetswijziging regionaal vorm. Uitgangspunt daarbij is een integrale jeugdgezondheidszorg van 0-19 jaar.
Bij deze vormgeving wordt het project “Mijn kind in beeld” als digitale informatievoorziening en vraagbaak voor ouders bij het opgroeien van hun kind(eren) verder gestalte gegeven. Bij het verder vormgeven van de integrale JGZ is er nadrukkelijk voor gekozen om aan te sluiten bij de lokale structuren en werkwijzen. Dit past in het traject van flexibilisering van de taken van de GGD. Hierbij is er meer lokale sturing mogelijk op basis van het beleid in Oosterhout. Samenhang met de op jeugd gerichte focuspunten uit de lokale gezondheidsnota “Verbinden & verankeren” is hierbij aan de orde.
20 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
Regionaal ligt er voor de West-Brabantse gemeenten vooral de opgave de basis te creëren waarop de integrale JGZ haar rol kan vervullen in het samenwerken en invullen van het wettelijke basistakenpakket voor alle jeugdigen in West-Brabant. Lokaal ligt er de belangrijke opgave om de integrale JGZ een rol te geven in relatie tot de lokale toegang tot jeugdhulp en de samenwerking/samenhang met de sociale wijkteams.
3.6 Voorscholen, onderwijs en schoolmaatschappelijk werk Kinderen gaan een groot deel van de tijd naar de (voor)school en naar de kinder- en buitenschoolse opvang. De leerkrachten en groepsleidsters hebben veel contact met kinderen en hebben een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het kind. Dat maakt de kinderopvang, de voorscholen en de scholen belangrijke samenwerkingspartners. Op de voorscholen is voor alle kinderen in Oosterhout voorschoolse educatie beschikbaar, waardoor zoveel mogelijk kinderen goed voorbereid kunnen doorstromen naar het basisonderwijs. Door de koppeling van de voorschool aan de basisschool wordt een doorgaande ontwikkelingslijn geborgd. De afgelopen jaren is binnen voorscholen geëxperimenteerd met zogenaamde peuterzorgteams. Onder coördinatie van consultatiebureaus is voor peuters die op een voorschool zitten, aangesloten op zorgstructuren van de basisscholen. Peuters worden in hun ontwikkeling gevolgd en ouders en kinderen krijgen vroegtijdig ondersteuning en hulp van consultatiebureau of school. Het CJG heeft de afgelopen twee jaar aansluiting gevonden bij de zorgstructuur van het basisonderwijs. Door de inzet van wijk-CJG’ers vanuit het CJG-team is de zorgstructuur van het basisonderwijs versterkt. Afgelopen jaar is daarnaast het CJG-team versterkt met professionals vanuit bureau Jeugdzorg en JUZT.
De gemeente subsidieert het schoolmaatschappelijk werk op de scholen voor primair- en voortgezet onderwijs. In eerste instantie met cofinanciering van de provincie en na intrekking van deze subsidie door de provincie, met cofinanciering vanuit het onderwijs. In het kader van de ombuigingen is besloten het schoolmaatschappelijk werk niet langer apart te subsidiëren, maar te kijken hoe de functionaliteit kan worden behouden vanuit de middelen voor jeugdzorg. Samen met de onderwijsbesturen vindt overleg plaats over de vormgeving van aansluiting van het onderwijs met de sociale wijkteams. Op dit moment is nog niet duidelijk wie de sociale wijkteams gaan bemensen en hoe zij precies de aansluiting gaan maken met de vindplaatsen. Omdat bij de eerste opzet van de sociale wijkteams geen rekening is gehouden met het behoud van de functie schoolmaatschappelijk werk, wordt de stichting sociale wijkteams hiervoor financieel (voor het gemeentelijke deel van de oorspronkelijke subsidie) ondersteund vanuit de middelen jeugdzorg. Vanuit de samenwerkingsverbanden van primair en voortgezet onderwijs (PO en VO) ontwikkelt het onderwijs een nieuwe ondersteuningsstructuur voor leerlingen die moet resulteren in minder plaatsing van leerlingen in het speciaal onderwijs (passend onderwijs).
In aansluiting hierop wordt nagedacht over het voortzetten van de inzet van externen in de zorgstructuur van de scholen, de zorg- en adviesteams (ZAT). Het gaat daarbij bijvoorbeeld om leerplichtambtenaren, medewerkers vanuit de JGZ en schoolmaatschappelijk werkers. Vanuit de netwerkorganisatie is een werkgroep bezig met de vormgeving van de verbinding tussen de interne zorgstructuur van het onderwijs, de sociale wijkteams en de specialistische jeugdhulp. Het doel is om te komen tot een integrale zorgstructuur in en rondom de school.
21 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
3.7 Jeugd en veiligheid Met de meeste jongeren in Oosterhout gaat het gelukkig goed. Zij ontwikkelen zich tot jong volwassenen die hun weg in de maatschappij goed weten te vinden. Er zijn echter jongeren waar het minder goed mee gaat, die overlast veroorzaken of uiteindelijk terechtkomen in de criminaliteit. De aanpak Jeugdveiligheid richt zich vooral op de hinderlijke-overlastgevende en criminele jongeren en de jeugdoverlastplaatsen in de stad. Deze aanpak is te vinden in het beleidsplan ‘Jeugdveiligheid’ en het ‘Meerjarenplan Integrale Veiligheid’. Zo wordt bijvoorbeeld tweewekelijks met diverse partners overlegd over de juiste aanpak, waarbij zowel preventief als repressief ingestoken wordt. De aansluiting en afstemming met de sociale wijkteams zal de komende tijd vorm worden gegeven. Hierbij staat duidelijkheid van de aanpak, richting de jongeren, hun omgeving, de betrokken partners en samenwerkingsverbanden voorop.
22 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
HOOFDSTUK 4 JEUGDHULP Wanneer jeugdigen en hun ouders het niet op eigen kracht redden, is de gemeente zowel verantwoordelijk voor het organiseren van de toegang tot de jeugdhulp als het organiseren van de jeugdhulp zelf. In de jeugdhulp staan de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen (eigen kracht) van jeugdigen, ouders en hun sociaal netwerk (pedagogische civil society) centraal staan. Ook is jeugdhulp gericht op het waarborgen van de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij opgroeit. Wanneer er sprake is van een multiprobleemgezin wordt de jeugdhulp zoveel als mogelijk, integraal en in samenhang met andere hulp, verleend volgens het principe één gezin, één plan, één regisseur.
4.1 Toegang tot de jeugdhulp De gemeente moet de toegang naar de jeugdhulp herkenbaar en laagdrempelig organiseren, zodat het voor jeugdigen en ouders duidelijk is waar zij terecht kunnen met hun vragen en zorgen over opgroeien en opvoeden. De gemeente is daarbij vrij om te bepalen hoe zij deze toegang wil vormgeven. Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) is niet langer wettelijk verplicht en Bureau Jeugdzorg wordt opgeheven. Dit betekent dat de toegang tot de hulp nu ook georganiseerd kan worden via de scholen, sociale wijkteams of jeugdhulpaanbieders. In gemeente Oosterhout is de toegang tot jeugdhulp geborgd bij het sociaal wijkteam, de huisarts/medisch specialisten/jeugdartsen, AMHK/Veilig thuis en Gecertificeerde Instellingen (GI). Hiermee behouden wij verschillende wegen die jeugdigen en ouders kunnen bewandelen om een antwoord te krijgen op hun vraag. 4.1.1 Het sociaal wijkteam Binnen Oosterhout is er een cultuur van samenwerking, de wil om te transformeren en over eigen grenzen heen te kijken. Dit heeft er toe geleid dat vanuit de bestaande netwerkorganisatie, het CJG, een doorontwikkeling heeft plaatsgevonden naar Stichting Sociale Wijkteam Oosterhout, waar het wijkgericht werken verder ontwikkeld gaat worden. Deze doorontwikkeling was nodig om los te komen van het bestaande, zodat er ruimte ontstond om het echt anders te kunnen doen.
De sociale wijkteams gaan het vehikel worden waarmee de transformatie op het jeugddomein verder vorm gegeven gaat worden. Oosterhout streeft naar een integrale wijkaanpak vanuit het principe één gezin, één plan, één regisseur. We kiezen ervoor om het integraal werken op het gebied van vraagverheldering en toeleiding vanuit de sociale wijkteams op te pakken. MEE, GGD & Surplus hebben een voorstel ingediend over het uitvoeren van deze aanpak. Hier is door het college positief op geantwoord. Inmiddels zijn MEE, GGD & Surplus bezig met het opzetten van de nieuwe stichting, Stichting Sociale Wijkteams Oosterhout, voor het organiseren en uitvoeren van de sociale wijkteams en het oprichten en faciliteren van een netwerkorganisatie voor het sociale domein. Daarnaast zal de Stichting zich inzetten voor het bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de sociale zorg in Oosterhout en het naleven van de vastgestelde visies. Sociale wijkteams bestaan uit wijk- en gezinswerkers die dicht bij de inwoners in de wijk werken. Ze bieden ondersteuning bij dagelijkse vragen in het sociale domein. Deze ondersteuning is integraal en kan dus betrekking hebben op alle leefdomeinen. Ze ondersteunen de cliënt bij het coördineren van de juiste hulp volgens het principe één gezin/huishouden, één plan, één regisseur. De professionals kunnen ook toegang bieden tot
23 Beleidsplan Jeugd(hulp) 2015-2018
versie 27-11-14
niet vrij-toegankelijke hulp/individuele ondersteuning wanneer dit nodig is. De professionals van de teams werken generalistisch vanuit de visie Sociale Netwerk Versterking (SNV). Een belangrijk onderdeel is de verplichte registratie van jeugdwerkers in het beroepsregister van agogisch en maatschappelijk werkers (BAMw). Iedere gezinswerker in de wijkteams zal hierin geregistreerd zijn. De wijkteams gaan in gesprek met inwoners en huishoudens die zelfredzaamheidsproblematiek ervaren of waar gespecialiseerde hulp nodig is. Hun taken kunnen als volgt worden beschreven: In gesprek gaan, vraag verhelderen; De doelen van de hulpverlening bepalen/afstemmen met de cliënt; Opvragen van advies & consult bij het Regionaal Adviesteam; Faciliteren bij het opstellen van een plan van aanpak; Faciliteren / regisseren van de benodigde hulp, voorzieningen en activiteiten; Erbij halen van gespecialiseerde zorg; Uitoefenen van Drang; Melden bij AMHK en/of RvdK; Inschakelen van de Crisisdienst. Samenwerking met partners in de wijk Om de sturings- en regierol goed te kunnen vervullen, is een centrale positie van het wijkteam nodig, zij maken dan ook onderdeel uit van de netwerkorganisatie. Hiervoor is een sterke verbinding nodig met scholen, JGZ, huisartsen, jongerenwerk, politie, etc., er zal intensief met elkaar worden samengewerkt.