CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuursakkoord 2022 De stap vooruit

Raadsvergadering 14 juni 2022, gemeente OosterhoutBij agendapunt: ZN340943 Installatie wethouders12.982 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

D e stap vo or uit Bestuursakkoord 2022-2026 Gemeente Oosterhout

D e sta p vo or uit

1. Inleiding

D e sta p vo o r u it

‘De stap vooruit’ is de titel die wij hebben meegegeven aan het bestuursakkoord voor de periode 2022-2026. ‘De stap vooruit’ geeft aan dat wij de komende jaren verder willen bouwen aan onze ambities, zoals zijn geformuleerd in de breed gedragen Toekomstvisie Oosterhout 2030.

D e sta p vo o r uit naar realisatie van de Toekomstvisie Oosterhout 2030

Het betekent een extra impuls voor onze woningbouwambities, nadenken over oplossingen voor de mobiliteitsvraagstukken van morgen en toewerken naar een duurzaam Oosterhout. Het betekent ook dat we weerbaarheid van onze samenleving als geheel naar een hoger plan tillen om op die manier de kwetsbaarheid te verminderen voor die Oosterhouters die het van huis uit minder getroffen hebben. Bij de ambities die uit dit bestuursakkoord spreken, willen wij nog wel een kanttekening plaatsen. De afgelopen bestuursperiode heeft laten zien dat het onmogelijk is nú te voorspellen hoe de wereld er over vier jaar zal uitzien. De coronapandemie en de oorlog in Oekraïne hebben ons gedwongen om beleid te wijzigen en accenten te verschuiven, maar ze boden tegelijkertijd ook mogelijkheden voor versnelling en voor nieuwe ontwikkelingen. Vanuit die optiek zullen zich de komende periode ook kansen en uitdagingen voordoen die we nu nog niet kunnen voorzien. Wij pakken de komende vier jaar de ruimte om daarop in te spelen en daarmee ons voordeel te doen. Dat vraagt om een bestuur (college én raad) en een ambtelijke organisatie die op een stevig fundament staat, maar wendbaar is in de uitvoering.

D e sta p vo o r uit naar verantwoordelijkheid nemen

Als het gaat om onze positie in de Oosterhoutse samenleving willen wij ook ‘de stap vooruit’ zetten. Wij vinden dat de lokale overheid een nadrukkelijke rol te spelen heeft op terreinen waar ze de afgelopen periodes minder zichtbaar en minder sturend aanwezig was. Onze inwoners, ondernemers en organisaties mogen van ons verwachten dat wij die verantwoordelijkheid nemen, bijvoorbeeld als het gaat om kansengelijkheid en onderwijs.

D e sta p vo o r uit naar samenwerken met de Oosterhoutse samenleving

‘De stap vooruit’ maken wij ook in de richting van onze inwoners, ondernemers en organisaties. Deze klus kunnen wij nooit alleen klaren. Als gemeentebestuur hebben we daarvoor onze inwoners, onze ondernemers en onze organisaties broodnodig. Het is immers de slagkracht van onze lokale samenleving die ervoor zorgt dat in Oosterhout dingen tot stand komen, dat we samen de stad en de kerkdorpen kunnen ‘maken’. Die ervoor zorgt dat we met vertrouwen de enorme uitdagingen tegemoet kunnen zien die op het gebied van bijvoorbeeld duurzaamheid op ons afkomen. Maar die slagkracht hebben we ook nodig binnen het sociaal domein, waar we antwoorden te bedenken hebben op de steeds verder toenemende zorgvraag en krapte op de arbeidsmarkt. Ook in de relatie met de samenleving willen wij die stap vooruit maken, door nog meer en dieper te investeren in samenwerking. Door te denken in kansen en mogelijkheden. En vooral ook door gebruik te maken van de kennis en kunde die in onze samenleving aanwezig is.

D e sta p vo o r uit naar raadsbrede samenwerking

‘De stap vooruit’ willen wij ten slotte zetten in de verhouding met de gemeenteraad. Vanuit het vertrekpunt dat er raadsbreed over een aantal thema’s een grote mate van overeenstemming heerst. In die thema’s willen wij samen met de gehele raad optrekken. Daarom staan in dit bestuursakkoord vier actuele opgaven benoemd, waarvan de verdere uitwerking bij de gehele gemeenteraad ligt: brede welvaart, burgerparticipatie, klimaatadaptatie en mobiliteitstransitie. Het zijn urgente onderwerpen die wij via dit bestuursakkoord willen agenderen, zonder dat wij nu al voor ogen hebben welke stappen wij daarin de komende vier jaar gaan zetten en wat het eindresultaat zou moeten zijn. In de aanloop naar dit bestuursakkoord hebben wij hierover met de gemeenteraad een eerste gedachtewisseling gehad: de uitkomsten-op-hoofdlijnen hiervan zijn als ontwikkelrichtingen opgenomen in dit bestuursakkoord. Verdere stappen vooruit gaan we opnieuw in gezamenlijkheid zetten: samen met de gemeenteraad en zeker ook met de Oosterhoutse samenleving. Om uiteindelijk tot politiek en maatschappelijk breed gedragen oplossingen te komen. ‘De stap vooruit’ zetten wij ook nadrukkelijk op “een nieuwe weg”.

2

3

Leeswijzer

Inhoudsopgave

Voor u ligt het bestuursakkoord voor de periode 2022-2026. In de tekst vindt u verwijzingen naar de SDG doelen die een relatie hebben met de tekst in het betreffende hoofdstuk. Uitleg over de SDG doelen is te vinden op de website oosterhoutsdglokaal.nl

1. Inleiding

3

2. Sociaal domein

6

De teksten in de blauwe kaders verwijzen naar de raadsbrede opdrachten die wij in gezamenlijkheid met raad en de stad de komende periode willen adresseren.

2.1

OPDRACHTOMSCHRIJVING BREDE WELVAART

7

2.2

INCLUSIE

7

2.3

VEILIGHEID

8

2.4

SOCIALE BASIS EN GEMEENSCHAPSKRACHT

9

2.5

PREVENTIE EN GEZONDHEID

9

2.6

ONDERWIJS

9

2.7

JEUGDZORG

10

2.8

PARTICIPATIEWET

10

2.9

SPORT, KUNST EN CULTUUR

11

3. Fysiek domein

12

3.1

BOUWEN VOOR DE TOEKOMST

13

3.2

KWALITEIT VAN DE WOONOMGEVING

15

3.3

VERKEER EN VERVOER

16

3.4

OPDRACHTOMSCHRIJVING MOBILITEITSTRANSITIE

18

3.5

DUURZAAMHEID: ENERGIETRANSITIE

19

3.6

OPDRACHTOMSCHRIJVING KLIMAATADAPTATIE

20

3.8

ECONOMIE EN ARBEIDSMARKT

21

3.9

BRUISENDE BINNENSTAD

21

4. Samenwerking

22

4.1

OPDRACHTOMSCHRIJVING BURGERPARTICIPATIE

23

4.2

REGIO

23

4.3

STRATEGIE

24

4.4

ORGANISATIEONTWIKKELING

25

4.5

BUURT- EN WIJKGERICHT WERKEN

25

4.6

DIENSTVERLENING

26

5. Financiën

28

5.1

ACTUEEL BEGROTINGSBEELD

28

5.2

FINANCIËLE KADERS

29

6. Portefeuilleverdeling

30

D e stap vo or u it

D e sta p vo o r u it

2. Sociaal domein De stap vooruit in het sociaal domein betekent de menselijke maat als centraal uitgangspunt

D e sta p vo o r u it in het sociaal domein ... naar realisatie van de Toekomstvisie Oosterhout 2030

Vanuit zorg en welzijn, zetten we in om de maatschappelijke omslag te maken van de huidige focus op ziekte en zorg naar het bevorderen van gezondheid, welzijn en welbevinden

... naar verantwoordelijkheid nemen

We nemen de mens als uitgangspunt en zorgen samen voor een inclusieve samenleving.

... naar samenwerken met de Oosterhoutse samenleving

Samen met inwoners en partners zorgen we voor een krachtige samenleving waarin we omkijken naar elkaar, zodat we problemen voorkomen of op tijd signaleren.

... naar raadsbrede samenwerking

Brede welvaart is een onderwerp waarvoor de raad een bestuursopdracht opstelt voor het college.

6

nemen. ‘Het systeem’ is voor ons niet altijd leidend en de regels bepalen niet de maat. De menselijke maat betekent soms ongelijke behandeling om gelijke kansen voor kwetsbare inwoners te creëren. We kijken niet alleen waarop iemand recht heeft, maar vooral wat iemand nodigt heeft. Niet alleen doen wat moet, maar vooral doen wat helpt. We zorgen ervoor dat medewerkers voldoende toegerust zijn om dit maatwerk integraal te kunnen leveren. Hierbij hoort ook een werkomgeving waar medewerkers het vertrouwen krijgen, fouten mogen maken en gestimuleerd worden om hierop te reflecteren en hiervan te leren.

Vanuit onze vastgestelde dienstverleningsvisie en onze visie sociaal domein volgt hoe we inwoners met een vraag tegemoet treden. Onze servicebeloftes vanuit dienstverlening zijn uiteraard binnen iedere discipline relevant. Voor het sociaal domein geldt dit des te meer, omdat het vaak kwetsbare inwoners zijn die afhankelijk zijn van bepaalde gemeentelijke voorzieningen. Die beloftes zijn de volgende: • De situatie centraal • Positief verrassen • Samen en betrokken • Makkelijk en snel

2.1 OPDRACHTOMSCHRIJVING BREDE WELVAART Welvaart gaat niet alleen over rijkdom en bezit. Mensen beoordelen de kwaliteit van het leven op meer onderdelen dan alleen geld. Het is daarom belangrijk om vanuit meer verschillende invalshoeken naar welvaart te kijken. Dat noemen we ‘brede welvaart’. Economische groei heeft ook een schaduwzijde. Het kan bijvoorbeeld een negatief effect hebben op natuur en milieu als industrie meer ruimte krijgt. De samenhang tussen economische groei en kwaliteit van leven moet in balans blijven. Dat betekent dat er naast economische doelen, ook sociale en ecologische doelen worden nagestreefd, bijvoorbeeld gezondheid, onderwijs, milieu, werk-privé balans. Bij brede welvaart gaat het niet alleen om het vergroten van de (materiële) waarde, maar ook om het welzijn van mensen.

Bij de verdere uitwerking van deze opdracht komen, in overleg met de gemeenteraad, in ieder geval (en op hoofdlijnen) de volgende onderwerpen aan de orde: • Kansen(on)gelijkheid • Preventie en vroegsignalering • Laaggeletterdheid en duidelijke taal • De sociale functie van sport en cultuur • Schuldenproblematiek • Gezondheid • Onderwijs • Verbinding tussen inwoners • Integrale ondersteuning • Leefomgeving Wij zullen daarnaast samen met de raad afspraken maken over de stappen die worden gezet om deze opdracht uit te voeren (het proces). Aan deze opdracht zullen ook (eenmalige) extra kosten verbonden zijn. Daarvoor zullen wij de raad bij de begroting 2023 een voorstel doen. 2.2 INCLUSIE Alle mensen zijn verschillend en gelijkwaardig. We staan voor een samenleving en samenwerking waarin iedereen mee kan doen en eenieder zich onderdeel voelt van de gemeenschap, ongeacht levensovertuiging, huidskleur, afkomst, gender en seksuele voorkeur (LHBTIQ+), handicap of beperking.

7

D e sta p vo o r u it Via informatie, educatie en training willen we de signaalfunctie in de samenleving en de ambtelijke organisatie versterken. Zo zorgen we voor meer oren en ogen in de wijk die alert zijn op criminele activiteiten en ondermijning, maar ook andere sociale problematiek kunnen signaleren zoals eenzaamheid, verwaarlozing of situaties van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Buurtpreventieteams spelen daarin een belangrijke rol. Op plaatsen waar nog geen buurtpreventieteam actief is, stimuleren en ondersteunen we inwoners om een dergelijk team op te richten.

Een basisvoorwaarde voor een inclusieve samenleving is de goede toegankelijkheid van voorzieningen, zowel fysiek als digitaal. We zijn kritisch op onze eigen dienstverlening, voorzieningen en communicatie. Onnodige drempels (zowel fysiek als mentaal) pakken we aan. In onze communicatie gaan we uit van inclusiviteit. 2.3 VEILIGHEID Binnen het veiligheidsdomein gaat het niet alleen over openbare orde en repressie, maar ook om preventie om te voorkomen dat inwoners zich (bijvoorbeeld onder invloed van social media) vervreemden van de maatschappij en afglijden naar de criminaliteit. Hier gaat het ook om vraagstukken hoe je voorkomt dat inwoners zich niet gezien en gehoord voelen door de overheid en zich afkeren van de overheid. We leven in een wereld waarin meerdere groepen zich buitengesloten voelen en het gevoel missen een volwaardig deel van de samenleving te zijn. Regelgeving en handhaving zijn vaak dan niet het beste antwoord. Door inclusie, preventie en te investeren in de sociale en fysieke omgeving willen we veiligheid stimuleren. Zo wordt het mogelijk om als gemeente ‘aan de voorkant te komen’ en problemen te voorkomen. Dit kunnen en doen we niet alleen. Hierin trekken we samen op met onder andere buurtpreventieteams, ouders, scholen, jongerenwerk, verenigingen en zorgverleners. We werken, samen met onze netwerkpartners, aan een dashboard.

Hierin worden, per wijk, cijfers en trends opgenomen, naast kwalitatieve informatie uit gesprekken met onze stakeholders.

8

Sommige individuen of groepen (zoals hangjongeren of verwarde personen) veroorzaken overlast in de openbare ruimte. Voor de preventie, vroegsignalering en bestrijding van overlast is de verbinding met jeugdzorg en het sociaal domein cruciaal. We hebben doelgroepen in beeld en zijn op verschillende manieren in contact met deze groepen, bijvoorbeeld via projecten in het onderwijs. Het bestuurlijk instrumentarium zetten we volop in om Oosterhout zo onaantrekkelijk mogelijk te maken voor ondermijnende criminaliteit. En ook hierin zoeken wij de samenwerking. Zo wordt op bedrijventerrein Weststad samen met de daar gevestigde ondernemers gewerkt aan bewustzijn en alertheid van medewerkers op ondermijnende activiteiten. Gemeente, politie en bedrijven sluiten hierover convenanten. Deze aanpak wordt ook over de andere bedrijventerreinen uitgerold. Andere speerpunten op het gebied van veiligheid waaraan wij deze periode willen werken, zijn: • Het vergroten van bewustwording, onder andere over de relatie tussen recreatief drugsgebruik en drugscriminaliteit. • Het vergroten van meldingsbereidheid. Denk hierbij aan de Meld Misdaad Anoniem-campagne en campagnes in samenwerking met het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC). • Het uitvoeren van integrale acties. Op lokaal niveau krijgt dit vorm en inhoud in de zogenaamde carrousselacties.

Deze acties leiden er niet alleen toe dat criminele activiteiten worden aangetroffen en aangepakt, maar ze leiden ook tot meer inzicht en informatie over bijvoorbeeld bepaalde netwerken in onze gemeente. • Toezicht en handhaving richt zich in eerste instantie op het bevorderen van gewenst gedrag. In de praktijk komt dit neer op: meer praten, minder prenten.

2.4 SOCIALE BASIS EN GEMEENSCHAPSKRACHT In de buurten, wijken en kerkdorpen zit veel kennis, talenten en potentieel. Soms is dit duidelijk zichtbaar in actieve inwoners en hun sterk organiserend vermogen. Vaak is dit latent en blijft dit verborgen achter de voordeur. Dit is jammer, want inwoners kunnen veel voor elkaar betekenen en samen veel voor elkaar krijgen. Daarom begint het voor ons binnen het sociaal domein bij een sterke sociale basis. Het begint met een samenleving waarin de inwoners elkaar ontmoeten, elkaar kennen, naar elkaar omkijken en elkaar de helpende hand bieden. In deze omstandigheden kan gemeenschapskracht ontstaan en bewegen inwoners zich: • Van alleen doen, naar samen doen • Van afwachten, naar aan de slag • Van er niet bij horen, naar je plek vinden

spelen hierbij een rol, net zoals ongunstige persoonlijke, fysieke en sociale omstandigheden. Onder invloed van problemen en stress kan een gezonde leefstijl een ware uitdaging zijn.

Deze beweging faciliteren en ondersteunen we waar nodig. Ook hier kunnen en doen we het niet alleen, maar samen met onze maatschappelijke partners. We willen de aanwezigheid en herkenbaarheid van onze maatschappelijke partners verder vergroten in de wijk. Zij vormen de vertrouwde gezichten waar inwoners op een laagdrempelige manier terecht kunnen.

Ook het thema gezondheid kan een plek krijgen binnen de opdracht ‘brede welvaart’ waarbij we in gezamenlijkheid met de raad en de samenleving tot oplossingsrichtingen willen komen.

Dit thema past mogelijk binnen de opdracht ‘brede welvaart’ welke we in gezamenlijkheid met de gemeenteraad en met de Oosterhoutse samenleving verder zullen uitwerken. 2.5 PREVENTIE EN GEZONDHEID Vanuit zorg en welzijn, zetten we in om de maatschappelijke omslag te maken van de huidige focus op ziekte en zorg naar het bevorderen van gezondheid, welzijn en welbevinden. Deze omslag is niet alleen van belang in het kader van welzijn en welbevinden van inwoners. Door de inzet op preventie proberen we de trend van toenemende zorgvraag en groeiende kosten om te buigen. Veel gezondheidswinst is te behalen bij de groep mensen die in sociaal-economische zin een meer kwetsbare positie heeft in de samenleving. Zij leven gemiddeld genomen zes jaar korter en vijftien jaar in minder goede gezondheid dan mensen met een sterke sociaal-economische positie. Deze groep heeft gemiddeld genomen dus meer moeite om gezond te leven. Een gebrek aan middelen, kennis en vaardigheden

Verschillende initiatieven zijn erop gericht het voor deze groep makkelijker te maken om gezond te leven. De voedseltuin is een mooi voorbeeld. Inwoners die afhankelijk zijn van voedselhulp krijgen door dit initiatief meer verse groenten en fruit in hun pakket. Vanuit de GGD zijn preventiemedewerkers lokaal aan de slag gegaan met het thema ‘gezond eten, geld besparen’. Anders dan gezonde voeding kan het ook gaan om het verlagen van stressniveaus waardoor de mentale gezondheid verbetert en het tegengaan van gebruik van verdovende middelen. Wij hebben in deze bestuursperiode aandacht voor het welzijn van mens èn dier.

2.6 ONDERWIJS Kinderen hebben recht op goed onderwijs, zodat zij alle kansen krijgen om zich te ontwikkelen en voorbereid te zijn op de toekomst. Goed onderwijs is van groot belang om optimale kansen te creëren voor onze kinderen in Oosterhout. School is meer dan alleen les. Allerlei voorzieningen rondom het onderwijssysteem kunnen het onderwijs en het werk van leraren en docenten ondersteunen en versterken. Uiteraard moet ook de fysieke infrastructuur van schoolgebouwen op orde zijn. In de samenwerking maken we de stap vooruit. Vanuit de opgave Onderwijs nemen we het voortouw om te komen tot een maatschappelijk gedragen visie op onderwijs in onze gemeente. Deze visie zal richting geven aan de samenwerking tussen gemeente, onderwijs, kinderopvang en andere sociale partners. Het vormt het vertrekpunt voor het op te stellen Integraal Huisvestingsplan (IHP) en de Lokale Educatieve Agenda. Het proces om te komen tot de visie en het daaruit voortvloeiende IHP en de educatieve agenda is opgestart, waarbij alle partners zijn uitgenodigd om gezamenlijk deze visie te ontwikkelen. Gedurende dit proces zitten we uiteraard niet stil, want er is werk aan de winkel.

9

D e sta p vo o r u it We blijven daarom investeren in: • het buitenschoolse aanbod vanuit de Brede Buurt om zo basisschoolleerlingen enthousiast te maken voor sport en bewegen, kunst, cultuur, taal en mediawijsheid. • het (op jonge leeftijd) stimuleren van actief burgerschap, onder meer via het programma Jong. Ook willen wij de mogelijkheid onderzoeken naar maatschappelijke stages. • de verbinding tussen (passend) onderwijs en (preventieve) jeugdhulp, waarbij zo veel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij het gewone leven (normaliseren en demedicaliseren). Op dit thema moeten we open staan voor experimenten (bijvoorbeeld met het beschikkingsvrij inzetten van ondersteuning en zorg op scholen). • de samenwerking tussen de drie O’s (Ondernemers, Overheid en Onderwijs); de pilot Hybride onderwijs logistiek is hier een mooi voorbeeld van. Oosterhout staat op het gebied van onderwijshuisvesting de komende bestuursperiode voor een aanzienlijke opgave, met overeenkomstige financiële consequenties. Deze krijgt verder vorm in het Integraal Huisvestingsplan voor het onderwijs. De actualiteit van het Hanzecollege zal hierin worden meegenomen. 2.7 JEUGDZORG Lokaal hebben we stappen gezet om nog meer de beweging naar de voorkant te maken. Dat wil zeggen: meer preventie en meer uitgaan van de verantwoordelijkheid en mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders.

Daar waar mogelijk krijgen ouders en kind ondersteuning van de directe omgeving, vanuit het eigen netwerk en de sociale basis. In onze ondersteuning en hulp zoeken we zo veel mogelijk aansluiting bij het gewone leven (normaliseren en demedicaliseren). Door in een vroeg stadium ondersteuning te bieden, kunnen latere (ontwikkelings) problemen bij jeugdigen worden beperkt en kunnen zij meedoen in de samenleving. Afgelopen jaren is er binnen de gemeente Oosterhout voortvarend een start gemaakt met de doorontwikkeling van de (laagdrempelige) vrij toegankelijke jeugdhulp. Dit heeft onder andere geresulteerd in een aantal initiatieven, zoals de praktijkondersteuner jeugd, de pilot steunouders en een vrije inloopvoorziening voor jeugd. We zetten deze uitgezette lijn door, waarbij we veel belang hechten aan de monitoring en evaluatie van de opgestarte pilots en initiatieven. Dit geldt uiteraard niet alleen voor de

10

initiatieven vanuit Jeugd, maar voor alle initiatieven die binnen het sociaal domein zijn opgestart in het kader van de beweging naar de voorkant. 2.8 PARTICIPATIEWET Meedoen in de samenleving draagt bij aan het gevoel dat je ‘ertoe doet’, dat je gezien wordt en ook gemist als je er niet bent. Daarom stimuleren we meedoen vanuit het sociaal domein. We vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen op de plek die op dat moment het beste past. Dit kan (vrijwilligers)werk, beschut werk of dagbesteding zijn, betaald of onbetaald, met of zonder (gedeeltelijke) uitkering. Als de situatie daarom vraagt, moet het ook eenvoudiger worden om terug of om te schakelen naar een andere vorm van werk of dagbesteding. Om in dit streven vooruit te komen, zien we kansen in een sterkere verbinding tussen de voorzieningen en trajecten vanuit de Participatiewet en die vanuit de Wmo. Bij deze stap vooruit brengen we in beeld hoe we zowel inhoudelijk als financieel deze verbinding kunnen maken en welke organisaties en zorgaanbieders (vanuit beide domeinen) een actieve rol hierin zouden kunnen spelen. Meedoen is niet alleen belangrijk voor volwassenen, maar zeker ook voor kinderen. Kinderen in armoede voelen zich vaak achtergesteld en minder waard dan kinderen uit gezinnen die meer geld hebben.

Om deze groep meer gelijke kansen te geven, houden we het budget voor de minimaregelingen ten behoeve van kinderen op zijn minst op peil. We blijven verder actief in het aanbieden van activiteiten vanuit de Brede Buurt, onder andere in samenwerking met Jong. De Zomerkaravaan en Freeze zijn hier mooie voorbeelden van.

2.9 SPORT, KUNST EN CULTUUR In sport, kunst en cultuur zien we verschillende belangrijke functies in onze stad en kerkdorpen samenkomen. Dit weten we op waarde te schatten. Functies bij gezondheid en welzijn • Een rijk en gevarieerd aanbod van sportieve en culturele voorzieningen en activiteiten stimuleert inwoners om mee te doen, anderen te ontmoeten en anderen te leren kennen. Hiermee leveren deze voorzieningen en activiteiten een belangrijke bijdrage aan het versterken van de sociale basis in onze stad. • Daarnaast leveren deze activiteiten een bijdrage aan het verbeteren van de gezondheid van onze inwoners, zowel fysiek als mentaal. • Middels kunst en cultuur wordt verder de mogelijkheid geboden tot het vergroten van de horizon en verbreden van het eigen referentiekader. Functie in het zijn van een aantrekkelijke stad Goede voorzieningen en een gevarieerd aanbod trekt bezoekers, toeristen en nieuwe inwoners. Culturele evenementen als carnaval, het Parkfeest en de Biënnale geven Oosterhout kleur. Ons cultureel erfgoed geeft de stad karakter. Dit geheel kan bezoekers, toeristen en nieuwe inwoners aantrekken, boeien en binden. Vanuit deze belangrijke functies komen we tot de volgende uitgangspunten: 1.

Door middel van laagdrempelige en toegankelijke activiteiten en voorzieningen in de wijken en kerkdorpen moeten zo veel mogelijk inwoners (jong en oud) kunnen kennismaken met sport, kunst en cultuur. 2. Hier hoort een rijk en gevarieerd aanbod bij en sporten cultuurcoaches die bekend en benaderbaar zijn in de wijken en op scholen. 3. Bij de (her)inrichting van openbare ruimten kijken we naar de mogelijkheden en kansen van spelen, bewegen en sporten. Kunst kan in de openbare ruimte zorgen voor unieke herkenningspunten in het stadsbeeld. Hieraan gekoppeld verdienen onze monumenten (zoals de Slotbosse toren) een ‘herwaardering’. We zijn trots op deze monumenten en willen deze meer bekendheid geven.

Sporthallen Arkendonk en de Oosterheidehal Voor het beoefenen van sport zijn deze sporthallen van groot belang. Daarom investeren we de komende periode in deze locaties. We kiezen daarbij voor vernieuwbouw met aandacht voor verduurzamen. Pannehoef We zien dit als een laagdrempelige locatie voor culturele activiteiten met ook een sociaal maatschappelijke functie in de wijk. We willen dit pand voor de stad behouden. Er is een behoorlijke investering nodig om het pand naar een meer moderne standaard te brengen. In de onderhoudswerkzaamheden hanteren we het uitgangspunt van multifunctioneel gebruik. Ruimtes worden hierbij geschikt gemaakt voor verschillend én gelijktijdig gebruik. Huidige pand H19 We constateren dat het onderkomen van H19 een grote kostenpost vormt, terwijl deze locatie geen absolute randvoorwaarde vormt voor het bereiken van de doelstellingen van H19. We kiezen er daarom voor om op termijn afscheid te nemen van het pand aan de Heuvel 19. Dit betekent nadrukkelijk niet dat we daarmee ook afscheid nemen van het aanbod van culturele activiteiten. Het budget voor culturele voorzieningen en activiteiten houden we op peil. In Oosterhout zijn er verschillende locaties met een sterke culturele identiteit, die creativiteit ontlokken en culturele activiteiten aantrekken. Denk aan de Pannehoef, Galvanitas, De Bussel en andere podia.

Dit zijn locaties waar de activiteiten van H19 op een natuurlijke manier een plek kunnen krijgen. Maar ook scholen, de (nieuwe) activiteitencentra en de dorpshuizen zijn locaties bij uitstek. Dit zijn de laagdrempelige en toegankelijke locaties in de wijken, buurten en dorpen.

11

D e sta p vo o r u it

3. Fysiek domein De combinatie van een gevarieerd woningaanbod, een groene en veilige woonomgeving, een

D e sta p vo o r u it in het fysiek domein ... naar realisatie van de Toekomstvisie Oosterhout 2030

Door gezonde groei met een gevarieerd woningaanbod, een groene en veilige woonomgeving, een sterke lokale economie en goede bereikbaarheid blijven we ook in de toekomst een aantrekkelijke gemeente voor inwoners, ondernemers en bezoekers.

... naar verantwoordelijkheid nemen

We voeren een actieve(re) grondpolitiek, maken afspraken met ontwikkelaars en woningcorporatie en stimuleren vernieuwende initiatieven om woningen voor starters en jonge gezinnen te realiseren.

... naar samenwerken met de Oosterhoutse samenleving

Samen met inwoners werken we aan een openbare ruimte die ook een sociaal maatschappelijke impact heeft. We willen daarbij meer ervaring opdoen met beginspraak en ‘rigt to challenge’

... naar raadsbrede samenwerking

Mobiliteitstransitie en klimaatadaptatie zijn twee onderwerpen waarvoor de raad een bestuursopdracht opstelt voor het college.

sterke lokale economie en een goede bereikbaarheid bepaalt de aantrekkelijkheid van onze gemeente. Aantrekkelijkheid voor inwoners, voor ondernemers en voor bezoekers. Wij zien het als onze opdracht om die aantrekkelijkheid ook naar de toekomst te kunnen blijven garanderen. Ook hierin zetten we de stap vooruit. Dat gaat niet vanzelf. Daarvoor zijn investeringen nodig. In woningbouw, in bedrijvigheid, in bereikbaarheid, in leefomgeving en in duurzaamheid. 3.1 BOUWEN VOOR DE TOEKOMST Onze gemeente is gebaat bij gezonde groei. Dat is geen doel op zichzelf, maar het is van cruciaal belang om Oosterhout goed toegerust te laten zijn voor de toekomst. Om het draagvlak voor onze voorzieningen – van scholen tot het theater, van sportaccommodaties tot de bibliotheek – te behouden en waar mogelijk te vergroten. Om onze lokale sterke economie sterk te houden. En om ervoor te zorgen dat we ook in de toekomst in onze gemeente voldoende mensen hebben die de groeiende zorgvraag, als gevolg van de toenemende vergrijzing, kunnen beantwoorden. Zoals in de, bestuurlijk en maatschappelijk breed onderschreven, Toekomstvisie 2030 al is aangegeven, betekent dit dat we met name jonge categorieën inwoners (jongeren en gezinnen met kinderen) moeten binden en boeien.

Dat betekent dat we de komende periode extra gaan inzetten op het bouwen van woningen voor die categorieën: voor gezinnen en betaalbare woningen voor starters op de woningmarkt. De gemeenteraad heeft deze uitgangspunten verder uitgewerkt in de gemeentelijke Woningbouw­strategie; deze strategie is voor ons het vertrekpunt geweest bij het formuleren van onze beleidsuitgangspunten voor de komende bestuursperiode. Daarmee komen we meteen bij een tweede opgave. Als gevolg van ontwikkelingen op de woningmarkt is het momenteel voor starters welhaast onbegonnen werk om een betaalbare woning te vinden. Daarnaast kampt woningcorporatie Thuisvester met aanzienlijke wachtlijsten voor sociale huurwoningen. Er is hier werk te doen. Concreet denken wij daarbij aan de volgende oplossingsrichtingen: • Daar waar de gemeente een sterke (grond)positie

12

heeft, zetten we met name in op de realisatie van de woningen waarnaar volgens de gemeentelijke Woningbouwstrategie de meeste vraag is: koopwoningen tot € 300.000, sociale huur tot € 720 en middeldure huur tot € 900. Daarbij hebben we altijd aandacht voor een evenwichtige samenstelling van wijken, buurten en kerkdorpen; daarbij kan dus ook de bewuste keuze gemaakt worden om in wijken met veel sociale woningbouw juist woningen in het duurdere segment toe te voegen (en vice versa). • Om dat te bereiken, is het nodig dat de gemeente een actieve(re) grondpolitiek gaat voeren. Nadrukkelijk op zoek naar locaties (bijvoorbeeld leegstaande kantoorpanden, vrijkomende bedrijfslocaties) waar, op een financieel verantwoorde wijze, transformatie kan plaatsvinden. • Op locaties waar de gemeente geen positie heeft, zullen met de desbetreffende ontwikkelaar afspraken moeten worden gemaakt over de manier waarop invulling wordt gegeven aan de maatschappelijke behoefte aan betaalbare woningen. Bij grootschalige locaties zal dat eenvoudiger te realiseren zijn dan bij zogenaamde ‘postzegelplannen’. • Daarnaast zijn wij ervan overtuigd dat een betere doorstroming ervoor zorgt dat de woningmarkt van het slot gaat. Als het om de koopmarkt gaat, zetten we daarom ook in op de realisering van appartementen.

Die bieden in principe een alternatief voor oudere inwoners die nu nog in een eengezinswoning wonen. • Als het om de huursector gaat, gaan we het gesprek aan met Thuisvester over een doorstroomregeling voor senioren. Ook het realiseren van meer woningen in de (particuliere) middeldure huur- en goedkope koopsector is een methode om sociale huurwoningen ‘vrij te spelen’. • Wij hebben hierboven al aangegeven uitdrukkelijk te willen bouwen naar behoefte van onze inwoners en

13

D e sta p vo o r u it

vanuit het toekomstperspectief van onze gemeente. De behoefte van de inwoners is aan veranderingen onderhevig. Vandaar dat wij, in aanloop naar een nieuwe Woonvisie, op korte termijn een nieuw woningmarktonderzoek willen houden. Daarbij zal dan ook gekeken worden naar de rol die Oosterhout speelt en kan spelen op de regionale woningmarkt en de daaruit voortvloeiende behoefte. Ook zullen we dan kijken naar de effectiviteit van de maatregelen ter bevordering van doorstroming. De uitkomsten van het onderzoek dienen als basis voor een verdere verfijning en invulling van onze woningbouwambities. • Wij willen de komende bestuursperiode investeren in betaalbare woningbouw. Het resultaat van deze inspanning dient ten goede te komen van de doelgroep waarvoor ze bedoeld is, zoals bijvoorbeeld starters op de woningmarkt. Om die reden zullen wij verder maatregelen uitwerken die speculatie met deze woningen te voorkomen. Te denken valt aan zelfbewoningsplicht, opkoopbescherming en een anti-speculatiebeding. • Wij continueren de bestaande starters- en blijversleningen. • Wij stimuleren vernieuwende initiatieven op de woningmarkt en acteren hierin proactief. Te denken valt aan CPO (Collectief Privaat Opdrachtgeverschap), tiny houses, modulair bouwen, moderne seniorenhuisvesting, woningsplitsing en kangoeroewoningen.

Wij komen daarnaast met regels die, onder voorwaarden, het bouwen van pre-mantelwoningen mogelijk maken. Inbreiden en uitbreiden Oosterhout heeft voor de periode tot en met 2030 voor ongeveer drieduizend woningen harde en zachte plannen in voorbereiding. Al deze woningen zijn gepland binnen het bestaand stedelijk gebied. Vaak gebeurt dat op be-

14

trekkelijk kleine en relatief dure locaties, waardoor – met name om financiële redenen – de keuze voor appartementen snel gemaakt is. Daarmee voldoen we aan een behoefte die in de Oosterhoutse samenleving leeft èn hebben we een instrument in handen om de doorstroming te bevorderen. Van alle nu bekende binnenstedelijke bouwplannen gaat ongeveer zeventig procent ‘de lucht in’. Aan deze ontwikkeling kleven echter ook twee nadelen: • Binnen bestaand stedelijk gebied zijn de mogelijkheden beperkt om grondgebonden woningen te bouwen. En juist deze huizen heeft Oosterhout in de toekomst nodig vanuit de strategische opgave om jonge gezinnen te kunnen behouden en aantrekken. • Zogenaamde inbreidingslocaties zijn relatief duur. En hoewel we hierover zoveel mogelijk afspraken willen maken met ontwikkelaars, liggen hier niet de mogelijkheden voor het oprapen om onze tweede belangrijke ambitie – meer woningen in het goedkope en middeldure segment – tot uitvoering te brengen. Op basis van beide constateringen trekken wij de conclusie dat onze woningbouwambities niet alleen kwalitatief, maar ook kwantitatief alleen te realiseren zijn als we ook inzetten op uitbreiding, aan de oostzijde van de A27. Gebiedsontwikkeling Oosterhout-Oost We zouden de plannen voor Oosterhout-Oost schromelijk tekortdoen door de ontwikkeling alleen vanuit woningbouwperspectief te benaderen.

Het gaat om een integrale gebiedsontwikkeling, waarin we woningbouwopgaven combineren met opgaven op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie, van natuurontwikkeling en landschapsherstel en van mobiliteit en bereikbaarheid. Het plan laat de unieke kwaliteiten van Oosteind intact, terwijl het tegelijkertijd zorgt voor een steviger fundament voor de voorzieningen (sport, onderwijs, detailhandel) in het kerkdorp. Ten slotte biedt het plan een goede basis om verdere verrommeling van het buitengebied – met name ten zuiden van het kerkdorp – tegen te gaan. ‘Oosterhout-Oost’ wil vooral een inspirerend vergezicht bieden, een wenkend perspectief. De vraag wèlke woningen er nu precies in wèlke aantallen zullen worden gerealiseerd, zal ook afhankelijk zijn van de uitkomsten van het hierboven genoemde (en regelmatig te herhalen) woningmarktonderzoek. In onze ontwikkelstrategie zijn we voornemens het plan fasegewijs – in steeds afzonderlijke clusters van twee- tot driehonderd woningen – tot realisatie te brengen. Dat biedt ook de mogelijkheid om tussentijds, op basis van de woningmarktonderzoeken, bij

te sturen op de exacte invulling. In principe is hier ruimte voor, uiteindelijk, aanvullend drieduizend woningen. Het is ons voornemen onze ‘propositie’ voor Oosterhout-Oost zo snel mogelijk openbaar te maken voor het inhoudelijke gesprek met alle betrokkenen. Daarna zullen wij de gemeenteraad voorstellen het besluit te nemen dit toekomstbeeld verder uit te werken in een voorstel èn in een ontwikkelstrategie. In deze strategie zal ook worden ingegaan op de financiële consequenties van een dergelijke grootschalige ontwikkeling, waarbij in de regel de kost voor de baat zal gaan. Enige snelheid is hierbij geboden, omdat we onze voornemens ook willen laten landen in het te sluiten Verstedelijkingsakkoord voor de Stedelijke Regio BredaTilburg. De regiogemeenten, waterschappen, provincie en rijk maken hierin afspraken over de manier waarop de regio kan bijdragen aan de landelijke opgave op onder andere het gebied van woningbouw. Volgens de richtlijnen die daarvoor worden ontwikkeld, worden in dit kader alleen plannen voor stadsuitbreiding gehonoreerd als er nadrukkelijk sprake is van ‘meekoppelkansen’, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, land­ schapsontwikkeling, natuur of mobiliteit. Wij zijn van mening dat ons wensbeeld voor Oosterhout-Oost aan die (strenge) criteria voldoet.

Omdat de vraag naar grondgebonden woningen zich op korte termijn al aandient, willen wij in deze bestuursperiode al beginnen met de ontwikkeling van het gebied. Buitengebied We willen de kansen en bedreigingen voor het gehele buitengebied in beeld brengen, op basis van een inventarisatie van (te verwachten) ontwikkelingen, bijvoorbeeld in de agrarische sector. Dat moet vervolgens resulteren in een vlekkenplan waarin per deelgebied een toekomstperspectief en afwegingskader wordt geschetst.

initiatieven die bijdragen aan de stad en kerkdorpen. • We kijken kritisch naar onze regels en beleid. Waar mogelijk schrappen we deze of vereenvoudigen wij de procedures in bijvoorbeeld het nieuwe omgevingsplan. We geven ruimte voor initiatieven en denken mee of en hoe deze initiatieven een plek kunnen krijgen in de stad. • We hebben vertrouwen in onze inwoners en ondernemers. Om die reden handhaven wij ons beleid op het gebied van welstand. Enkel voor grote beeldbepalende locaties of uitbreidingslocaties kunnen eisen meegegeven worden. Deze eisen zijn op hoofdlijnen om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen. • Bij grote ruimtelijke ontwikkelingen wordt de gemeenteraad vroegtijdig in de gelegenheid gesteld om kaders te stellen. We houden de raad periodiek op de hoogte van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. 3.2 KWALITEIT VAN DE WOONOMGEVING Diverse bezuinigingsmaatregelen hebben de kwaliteit van de openbare ruimte onder druk gezet. Om het onderhoudsniveau van de openbare ruimte te bewaken, is het nodig om eerdere bezuinigingsmaatregelen terug te draaien. Onze ambities reiken echter verder dan dit. In de openbare ruimte liggen kansen om met aanpassingen in de fysieke inrichting sociaal maatschappelijke impact te hebben. Een aantrekkelijke, groene omgeving nodigt uit tot spelen en bewegen, biedt ruimte voor ontspanning, ontmoeting en verbinding.

Het bevordert de gezondheid van inwoners, bij jong en oud, zowel fysiek als mentaal. Het levert bovendien een positieve bijdrage aan veiligheidsbeleving van inwoners. Groen in de openbare ruimte levert daarnaast ook een belangrijke bijdrage als het gaat om klimaatadaptatie.

Invoering Omgevingswet Op 1 januari 2023 wordt de nieuwe Omgevingswet ingevoerd. Veel onderwerpen zijn al behandeld door de gemeenteraad. We gaan voortvarend aan de slag met de verdere invoering van de Omgevingswet. Daarbij vinden wij het volgende van belang: • Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is een omgevingsdialoog van belang, zodat omwonenden betrokken worden. We blijven de effecten monitoren en versterken waar nodig de omgevingsdialoog. • De omgevingsvisie wordt periodiek geëvalueerd en bijgesteld. Dit zodat we ruimte blijven bieden voor

15

D e sta p vo o r u it Om van onderhoud meer richting kwaliteitsverbetering te komen, zijn extra financiële middelen nodig. Dit inclusief een verhoging voor speeltuinen en speelvoorzieningen. Daarnaast is er vraag naar een openbaar toilet in het centrum. Hiervoor wordt incidenteel geld vrijgemaakt. In het beheer van de openbare ruimte is er uiteraard ruimte voor participatie van onze inwoners. Deze participatie kent verschillende vormen en gradaties, afhankelijk van het vraagstuk en situatie. We zouden in ieder geval meer ervaring willen opdoen met ‘right to challenge’ en beginspraak bij reconstructies. Als het gaat om speeltuinen en speelvoorzieningen willen we beter aansluiten bij de behoeftes van inwoners. Bomen Vanwege het belang van groen in de openbare ruimte zijn wij terughoudend met het kappen van bomen. Alleen als het niet anders kan, wordt een boom gekapt. Om het aantal bomen in de toekomst te laten toenemen, worden voortaan voor elke gekapte boom er minimaal twee teruggeplant, zoveel mogelijk in de directe omgeving. Dit principe zal nader worden uitgewerkt in uitvoeringsregels. De kapvergunning wordt zo aangepast, dat deze enkel nog geldt voor monumentale en beeldbepalende bomen. De kosten van ambtelijke inzet die met deze aanpassing bespaard worden, worden ingezet voor meer groen en onderhoud van de openbare ruimte.

In het kader van de raadsopdracht klimaatadaptatie kunnen nog aanvullende maatregelen worden uitgevoerd (zie paragraaf 3.6). 3.3 VERKEER EN VERVOER (Uitvoeringsagenda) mobiliteitsvisie Op het gebied van mobiliteit geven wij in eerste instantie uitvoering aan de prioriteiten zoals die zijn benoemd in de door de gemeenteraad vastgestelde Mobiliteitsvisie. Die is visie is op basis van vier pijlers vormgegeven: bereikbaarheid, leefbaarheid, duurzaamheid en verkeers­ veiligheid. Daarbij kijken we naar de regio èn naar de eigen gemeente. In de mobiliteitsvisie zijn elf beleidsvoornemens geformuleerd, die deels een vertaling krijgen in de door de raad vast te stellen opgave mobiliteitstransitie (zie ook paragraaf 4.4.).

16

Waar het gaat om projecten die voortvloeien uit deze Mobiliteitsvisie zullen wij nog voor de zomervakantie een Uitvoeringsagenda Mobiliteitsvisie aan de gemeenteraad voorleggen. Vooruitlopend daarop willen wij in ons bestuursakkoord al wel een aantal accenten zetten. Regionale ontwikkelingen Ook op het gebied van verkeer en vervoer geldt: Oosterhout ligt niet op een eiland. Vanuit die gedachte zullen we de komende periode de samenwerking binnen de regio verder versterken. Met name met buurgemeente Breda blijven we op zoek naar mogelijkheden om de verkeersbewegingen tussen beide steden zo te reguleren, dat overlast voor omwonenden wordt beperkt. Deels gaan wij daarbij inzetten op het (verder) stimuleren en faciliteren van fiets- en ov-gebruik. Voor de verdere toekomst willen wij met Rijkswaterstaat het gesprek aan over een nieuwe aansluiting op de A27 ter hoogte van de Burgemeester Materlaan, waarbij we aandacht hebben voor de daar aanwezige natuur. Op deze manier kan autoverkeer vanuit de richting Oosterhout-zuid en Teteringen eerder de snelweg worden opgeleid. Verkeersmaatregelen Zuidwest-Oosterhout Wij zullen ons verder blijven inzetten voor verbreding van de A27 tussen de knooppunten Hooipolder en Annabosch en een volwaardige aanpassing van het knooppunt Hooipolder. Dit laatste is niet alleen van belang voor een goede bereikbaarheid van bedrijventerrein Weststad.

Het helpt ook om te voorkomen dat autoverkeer uit zuidelijke richting met als bestemming de A58, de route door de bebouwde kom van Oosterhout kiest. Wij willen deze lobby uitbreiden met gemeenten die weliswaar niet aan de A27 zijn gelegen, maar die ook baat hebben bij een betere doorstroming (Tilburg en Waalwijk). Wij realiseren ons dat de effecten van de hierboven genoemde maatregelen niet van vandaag op morgen verlichting zullen geven van de verkeersdruk die nu aan de

zuidwestkant van Oosterhout ervaren wordt. Hier zijn ook ingrepen op de korte termijn nodig. Ingrepen die wat ons betreft ook nadrukkelijk aan elkaar gekoppeld zijn: • Het treffen, in overleg met Breda, van maatregelen om doorgaand verkeer van Breda naar Oosterhout (en vice versa) op deze route te ontmoedigen; • Het invoeren van éénrichtingsverkeer op het deel van de Bredaseweg tussen kruispunt-Trommelen en de Heuvel (in de richting van de Heuvel) • Onderzoek naar mogelijkheden om het verkeer naar toeristisch-recreatieve voorzieningen in het buitengebied (Vrachelse Heide en Ter Aalst) te reguleren. • Bij de ontwikkeling van het Lievenshoveterrein maken we een verbinding tussen de Bredaseweg en de Lage Molenpolderweg. • Tegelijkertijd betekent dit dat het autoverkeer over de Lage Molenpolderweg in intensiteit zal toenemen. Wij zijn ons daarvan terdege bewust. Vandaar dat wij gaan onderzoeken hoe wij de verkeersdruk op de LMP-weg kunnen verminderen, bijvoorbeeld door het verschuiven van de bestaande ‘knip’ op het Wilhelminakanaa-zuid en andere maatregelen in de verkeersstructuur in Oosterheide. • Vooruitlopend op de aansluiting van de LMP-weg op de Bredaseweg zullen wij maatregelen treffen om de verkeersveiligheid op de LMP-weg te verbeteren (snelheidsremmende maatregelen, voetgangersoversteekplaatsen). Deze maatregelen werken wij uit in nauwe samenspraak met de omwonenden.

Een onlosmakelijk onderdeel van deze aanpak is daarnaast de aanleg van een fietsbrug tussen Vrachelen II en De Zwaaikom. Deze route kan een veilig alternatief bieden voor met name langzaam verkeer uit Vrachelen II en De Contreie, als het autogebruik op de Lage Molenpolderweg naar verwachting toeneemt. Daarnaast past aanleg van zo’n fietsverbinding in ons streven om, ook vanuit het oogpunt duurzaamheid, fietsverkeer te stimuleren en leidt het voor fietsers tot tijdwinst. De brug biedt bovendien een kans om een ‘landmark’ aan het Oosterhoutse stadslandschap toe te voegen. En ten slotte biedt het voor kinderen uit de wijk Zwaaikom/West een veilige schoolroute naar De Meander.

plaatsvinden. Wij zullen ook een extern bureau een finaal onderzoek laten doen naar èn de meerwaarde van een dergelijke voorziening èn de daarmee gepaard gaande kosten (inclusief mogelijkheden voor medefinanciering). Dat laatste is opportuun, omdat wij te maken hebben met spanning tussen ambities en financiële ruimte binnen de Uitvoeringsagenda Mobiliteitsvisie. De investering in de fietsverbinding maximeren wij op 8 miljoen euro (exclusief inflatiecorrectie); met dit bedrag kan volgens een haalbaarheidsstudie uit april 2021 een sobere variant worden gerealiseerd. Openbaar vervoer In de komende bestuursperiode gaat het openbaar vervoer danig op de schop. Kort door de bocht geformuleerd: de provincie gaat alleen nog busverbindingen onderhouden die goed worden benut (de zogenaamde ‘dikke lijnen’). Willen de gemeenten daarop nog aanvullend openbaar vervoer, dan moeten ze dat zelf en voor eigen kosten regelen. Dit nieuwe provinciale beleid zal geen grote gevolgen hebben voor de buslijnen waarmee Oosterhout verbonden is met steden en dorpen in de regio. Die blijven intact. De mogelijkheid voor gemeenten om hun eigen aanvullend openbaar vervoer te regelen, biedt voor onze gemeente echter ook nieuwe kansen.

Wij willen onderzoeken of het mogelijk is – en tegen welke kosten – te komen tot een aanvullend vervoersaanbod, waarin we het bestaande doelgroepenvervoer (deeltaxi, maar bijvoorbeeld ook vervoer naar dagbesteding) kunnen combineren met deze nieuwe vorm van aanvullend (elektrisch) openbaar vervoer. Op die manier kunnen we er ook voor zorgen dat ook onze bedrijventerreinen voortaan via openbaar vervoer bereikbaar zijn. Ten slotte kan het ook de verkeersdruk op onze binnenstad verminderen.

De gemeenteraad heeft begin dit jaar gevraagd in de begroting 2023 te komen met een dekkingsvoorstel voor een dergelijke investering. In de aan uw raad aan te bieden Uitvoeringsagenda Mobiliteitsvisie zullen wij deze investering ook opnemen, waarbij uitvoering – ook gezien de voorbereidingstijd die hiervoor nodig is – in 2026 zal

17

D e sta p vo o r u it Een andere belangrijke ontwikkeling is de realisatie van twee zogenaamde ‘hubs’ (knooppunten) voor openbaar vervoer, waar verschillende vormen van openbaar vervoer samen komen. De aanleg van deze knooppunten vloeit voort uit de provinciale ambities om de ov-infrastructuur in Noord-Brabant beter op elkaar af te stemmen en te versterken. Wij willen daaraan een bijdrage leveren door twee van dergelijke knooppunten te realiseren. Het terrein van het Amphiaziekenhuis aan de Pasteurlaan is één locatie, waar vooral het lokale en regionale ov met elkaar worden verknoopt. Deze komt in de plaats van het bestaande busstation aan de Leijsenhoek. Deze locatie zal worden herontwikkeld, inclusief een “binnenstadshalte” voor de regionale buslijnen. De tweede OV-hub wordt gerealiseerd langs de A27. Hier wordt vooral de verbinding gemaakt met het landelijke ovnet. Deze hub is ook van groot belang voor een goede ovbereikbaarheid van de ontwikkellocatie Oosterhout-Oost. Ten slotte blijven wij, samen met de andere gemeenten langs de A27, ons richting rijk hard maken voor een hoogwaardige openbaarvervoerverbinding tussen Breda, via Oosterhout en Gorinchem, naar Utrecht. Deze twee ontwikkelingen zijn een rechtstreeks gevolg van bestaand (provinciaal) beleid. Daarop willen wij zo goed mogelijk inspelen.

Tegelijkertijd heeft de verdere ontwikkeling van het lokaal openbaar vervoer ook een prominente plek in de raadsopdracht rondom mobiliteitstransitie (zie hieronder).

3.4 OPDRACHTOMSCHRIJVING MOBILITEITSTRANSITIE Willen we Oosterhout ook de komende decennia bereikbaar houden, dan is het goed om op een andere manier te gaan nadenken over mobiliteit. In de gemeentelijke plannen tot nu toe heeft de nadruk steeds geleden op maatregelen ter verbetering van de (auto)mobiliteit van en binnen de stad en de kerkdorpen. En natuurlijk is daar nog winst te behalen, maar tegelijkertijd is de vraag of de ‘traditionele’ oplossing van meer asfalt, meer rotondes en meer parkeerplaatsen een duurzame oplossing biedt voor de mobiliteitsagenda van (over)morgen. We moeten dus nadenken over alternatieve oplossingen die leiden tot een ander mobiliteitsgedrag.

18

3.5 DUURZAAMHEID: ENERGIETRANSITIE In de Regionale Energietransitie (RES) is voor onze regio vastgelegd welke prestaties van gemeenten wordt verwacht in de uitvoering van het Klimaatakkoord. Wij zijn ons terdege bewust van die afspraken en voelen ons verantwoordelijk voor de realisatie daarvan.

Bij de verdere uitwerking van deze opdracht komen, in overleg met de gemeenteraad, in ieder geval (en op hoofdlijnen) de volgende onderwerpen aan de orde: • Stimuleren van veilig fietsen en wandelen (bijv. verbetering en uitbreiden fietsvoorzieningen, snelfietspaden naar omliggende gemeenten, voor fietsers aantrekkelijke binnenstad) • Bevordering openbaar vervoer (systeem van frequent en toegankelijk lokaal openbaar vervoer, snel en veelvuldig openbaar vervoer naar bestemmingen in de regio en daarbuiten) • Bevordering deel- en ‘groene’ mobiliteit (deelauto’s, leenfietsen en -scooters, laadpalen) • Werkgeversbenadering (bevorderen thuiswerken, aanpassen werktijden) • Voorbeeldrol gemeente (‘per definitie de fiets’, elektrisch wagenpark) • Autoluwe (binnen)stad (bijv. transferium, mobiliteitshub voor pakketdiensten, stimuleren autoluw centrum) • Verbinding met andere beleidsterreinen (gezondheidsbevordering, leefbaarheid, ontwikkeling ecologische wijken). Wij zullen daarnaast samen met de raad afspraken maken over de stappen die worden gezet om deze opdracht uit te voeren (het proces).

In Oosterhout zou de eerste fase van de energietransitie vorm moeten krijgen door de aanleg van zonneweides en de plaatsing van twee windmolens in de Oranjepolder. Gezien een aantal recente ontwikkelingen is dit laatste geen optie meer. Het rijk heeft onlangs opdracht gegeven te onderzoeken welke minimale afstandseisen voor windmolens (ten opzichte van bestaande bebouwing) zouden moeten gaan gelden. Daarmee zijn plannen voor windparken ‘on hold’ gezet. De verwachting is dat een dergelijk onderzoek minimaal twee jaar zou gaan duren. Het betekent dus ook dat de bewoners van Dommelbergen-Noord ook minimaal twee jaar in onzekerheid blijven over het al dan niet doorgaan van het windpark. Wij vinden dat, vanuit bestuurlijk oogpunt, niet acceptabel. Om die reden hebben wij besloten af te zien van de bouw van twee windmolens in de Oranjepolder. Vanuit onze verantwoordelijkheid voor de realisatie van de doelstellingen van de RES gaan wij op zoek naar alternatieven. De aanleg van een tweede zonnepark zou daarbij een optie kunnen zijn. Maar wij zien ook andere mogelijkheden. In Oosterhout bestaat veel animo voor “zon op daken”, zowel bij particulieren als bij bedrijven en instellingen. Die kunnen wij nu niet inzetten voor het realiseren van onze doelstelling. Daarvoor zijn twee redenen.

Er is in de eerste plaats voor deze initiatieven geen ruimte op het elektriciteitsnet, omdat de beschikbare ruimte ‘vergeven’ is aan energieparken. En in de tweede plaats mogen deze resultaten, die nota bene lokaal worden behaald, niet worden meegerekend in de gemeentelijke prestaties. De gemeente Oosterhout is ongetwijfeld niet de enige gemeente die tegen dit probleem aanloopt. Vandaar ook dat wij zullen proberen om, samen in een lobby met andere gemeenten, provincie en rijk te laten inzien dat ook de particulier bereikte ‘energiewinst’ moet worden meegenomen bij de prestaties die van gemeenten worden verwacht. Ook hierin zetten wij met nadruk een stap vooruit.

Hierbij willen wij nog wel een kanttekening maken. Een dergelijke stap is niet zonder risico’s. Het loskoppelen van ‘zon’ en ‘wind’ leidt tot minder opbrengst en de kosten zullen wellicht hoger uitvallen. Op het gebied van energie- en warmtetransitie willen wij daarnaast nog de volgende accenten zetten: • De ontwikkelingen rondom energieopwekking staan niet stil. We geven ruimte aan nieuwe innovatieve oplossingen en technieken. Denk daarbij ook aan warmteopwekking en dubbelgebruik (zoals een combinatie van zonnepanelen, warmteopwekking en landbouw). • Aan de warmtetransitie – populair gezegd: ‘van het gas af’ – zijn aanzienlijke kosten verbonden. Wij zijn van mening dat het rijk hierin gemeenten moet compenseren; een lobby in die richting zullen wij van harte ondersteunen. Als het rijk hierin financieel niet over de brug komt, zal dat consequenties hebben voor onze ambities op lokaal niveau. • Daarnaast willen wij oog blijven houden voor de betaalbaarheid van de energie- en warmtetransitie voor onze inwoners. Dit betekent onder andere dat we zullen onderzoeken of het mogelijk is de al bestaande duurzaamheidslening op een zodanige manier vorm te geven dat die breder en eenvoudiger toegankelijk wordt. Ook willen wij kijken of we een heldere koppeling kunnen maken tussen de hoogte van de te verstrekken lening en de te behalen duurzaamheidswinst.

Het vergroten van de financiële mogelijkheden voor huiseigenaren is volgens ons ook een goede manier om op structurele wijze energiearmoede te bestrijden. • Wij constateren dat Thuisvester ook haar verantwoordelijkheid neemt bij het verduurzamen van het eigen woningbestand. We willen wel met de woningcorporatie, in het kader van de prestatieafspraken, in gesprek over het aanpakken van de woningen in de hoogste energiecategorie.

19

D e sta p vo o r u it • ONE speelt een belangrijke rol in het adviseren van onze inwoners over mogelijkheden voor verduur­ zaming en energiebesparing. Wij denken dat er kansen liggen om die rol verder uit te bouwen, bijvoorbeeld als het gaat om (integrale) advisering van bijvoorbeeld verenigingen van eigenaren of het ondersteunen van (coöperatieve) energieopwekkingsprojecten. • Wij willen onze inwoners stimuleren in het opzetten van (collectieve) opwekkingsprojecten. Maar ook individuele initiatieven, bijvoorbeeld bij agrarische ondernemingen en andere bedrijven, juichen wij toe. Wij streven naar vijftig procent lokaal eigenaarschap, niet in de laatste plaats omdat lokaal eigenaarschap van groot belang is voor het behouden en versterken van het draagvlak voor de energietransitie. Om ook ondernemingen op bedrijven- en kantorenterreinen hiertoe te verleiden, onderzoeken wij de mogelijkheid van een duurzaamheidslening voor bedrijven. • Vanuit hetzelfde belang van draagvlak wordt de warmtetransitie op het niveau van wijken, buurten en kerkdorpen altijd samen met de bewoners vorm gegeven. Om deze ingewikkelde operatie tot een goed einde te brengen, is maatwerk noodzakelijk: de ene wijk zal om een andere aanpak vragen dan de andere. • Bij de warmtetransitie haken wij aan op regionale denken.

De nabijheid van het warmtenet van de Amercentrale en van de aan te leggen waterstofleiding tussen Rotterdam en Ruhrgebied bieden hiervoor kansen. • Op het gebied van duurzaamheid heeft de gemeente een voorbeeld rol te vervullen. Die rol krijgt op vele manieren vorm: van het hanteren van de ‘sustainable development goals’ bij het opstellen van beleid tot duurzaam inkopen en van het energiezuiniger maken van gemeentelijke gebouwen tot het gebruik van recyclebare grondstoffen.

3.6 OPDRACHTOMSCHRIJVING KLIMAATADAPTATIE Oosterhout werkt al enige tijd aan klimaat­ adaptatie en bereidt zich zo voor op de gevolgen van de klimaatverandering die gaande is. In 2050 moeten we klimaatbestendig zijn ingericht. Dat betekent dat onze stad en dorpen zo zijn ingericht (publiek en privaat terrein) dat we de steeds vaker voorkomende en extremere weersomstandigheden het hoofd kunnen bieden (extreme regenbuien, extreme hitte of lang­durige hitte en droogte) en daarmee onze woonomgeving leefbaar houden. Om dit doel

20

te bereiken willen we het klimaatbestendig handelen in 2024 geborgd hebben in beleid en uitvoering. Bij de verdere uitwerking van deze opdracht komen, in overleg met de gemeenteraad, in ieder geval (en op hoofdlijnen) de volgende onderwerpen aan de orde: • “Groene maatregelen” (bijv. meer bomen in de stad, groene verstedelijking, “groen” benutten van de openbare buitenruimte). • Water opvangen en bewaren (bijv. waterberging, waterdoorlating, water terug in de stad, benutten potentie Wilhelminakanaal) • Biodiversiteit (houtwallen, bermonderhoud, bewuste keus in plantensoorten) • Verminderen van de gemeentelijke “footprint” • Communicatie en participatie (bijv. rol van ONE, goede informatie over subsidie­ mogelijkheden, de klimaatmakelaar) Wij zullen daarnaast samen met de raad afspraken maken over de stappen die worden gezet om deze opdracht uit te voeren (het proces).

3.7 DUURZAAMHEID: CIRCULARITEIT Ook op het gebied van circulariteit stelt het Klimaatakkoord gemeenten voor een behoorlijke uitdaging. Ook hier is de opdracht om de CO2-footprint van de gemeente in 2030 met de helft te verminderen. Nog in 2022 krijgt de gemeenteraad een plan voorgelegd, waarin wordt aangegeven welke stappen hiervoor gaan worden gezet. De hele operatie begint met een inventarisatie van de omvang van de CO2-footprint. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar de energiecontracten en -verbruik, naar het wagenpark en naar de papierproductie, maar ook bijvoorbeeld naar het woon/werkverkeer van werknemers. Ook zal circulariteit een afwegingscriterium worden in het aanbestedingsbeleid van de gemeente. Er ligt daarnaast ook een opdracht op het gebied van afvalinzameling. Daar moet de gemeente terug van 85 kilo restafval nu naar 50 kilo in 2030 (om uiteindelijk in 2050 op nul uit te komen). Daarom gaan we nadenken over de mogelijkheid voor het oprichten van een circulair ambachtscentrum, waar herbruikbaar restafval opnieuw zal worden gebruikt. Dit initiatief biedt niet alleen kansen op duurzaamheidswinst, het zou ook werkgelegenheid kunnen bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

3.8 ECONOMIE EN ARBEIDSMARKT Onze ambities rondom economie en arbeidsmarkt werken wij verder uit in de nog dit jaar ter vaststelling aan te bieden Agenda Economie en Arbeidsmarkt. Wij geven die Agenda vorm langs drie programmalijnen: • Iedereen doet mee. Oosterhout zet in op het activeren van niet-uitkeringsgerechtigde jongeren en op het behouden en aantrekken van jonge mensen. Dat doen we onder andere door in te zetten op een leven lang ontwikkelen (bevorderen praktijkleren op de werkvloer), het inzetten van technologie voor (sociale) inclusie en een sluitende overgang onderwijs-arbeidsmarkt. Een praktisch voorbeeld hiervan is de hybride opleiding mbo-logistiek die wij samen met Curio en het Logistiek Platform Amerstreek (LPA) nog in 2022 gaan opstarten. Het is onze intentie om deze aanpak verder uit te breiden naar andere sectoren waarin Oosterhout zich economisch kan onderscheiden, bijvoorbeeld op het gebied van agrofood en bio-based. Wij zijn in principe bereid zulke initiatieven in de opstartfase financieel te faciliteren. • Sterke lokale economie. Het gaat hier bijvoorbeeld om het ondersteunen van bedrijven bij het vitaal houden van hun onderneming. Maar ook om een aantal hele concrete projecten die de komende jaren (gaan) spelen, zoals Everdenberg-Oost en de visie op Arkendonk.

Daarnaast zal onderzoek worden gedaan naar de doorontwikkelmogelijkheden van de bestaande bedrijventerreinen. Wij willen de komende jaren, in samenwerking met de daar gevestigde ondernemers, per bedrijventerrein een uitnodigend toekomstperspectief schetsen. • Regionaal krachtig. We gaan onderzoeken hoe we met Breda samen kunnen optrekken op het gebied van de arbeidsmarkt. Hierin past ook de verdere positionering van de regio Breda-Oosterhout-Tilburg-Waalwijk als tweede economisch motorblok van de provincie. Los van bovenstaande agenda zien wij ons voor de uitdaging geplaatst om de kwaliteit van onze bedrijventerreinen te behouden en zo nodig te verbeteren. Dit heeft niet alleen te maken met de openbare ruimte, maar ook bijvoorbeeld met veiligheid (cameratoezicht e.d.) en bereikbaarheid (ook via lokaal openbaar vervoer). Wij willen hierin extra investeren.

doen om de bestemming van leegstaande bedrijfspanden om te zetten naar een woonbestemming. Als dit leidt tot spanning met het bestaande beleid, gaan wij op zoek naar manieren waarop een dergelijke gewenste ontwikkeling wèl kan worden gefaciliteerd. 3.9 BRUISENDE BINNENSTAD Met de aankoop door de gemeente van winkelcentrum Arendshof 2 is een eerste, forse stap gezet op weg naar een compacte en multifunctionele Oosterhoutse binnenstad. Daarmee verdwijnt ruim 9000 m2 verkoop­ vloeroppervlak. We hebben echter nog wel een aan­ vullende opgave te gaan. Er resteert, in de binnenstad, volgens recent onderzoek nog steeds een overschot van ongeveer 6000 m2 aan verkoopvloeroppervlak. Die opgave concentreert zich vooral in Arendshof 1. En dan niet alleen puur cijfermatig, maar ook inhoudelijk: met een winkelcentrum dat buiten winkeltijden afgesloten is voor bezoekers, wordt een belangrijk deel van onze binnenstad letterlijk gedurende grote delen van de dag “op slot” gezet. Voor Arendshof 1 hebben wij de ambitie om terug te keren naar een gemengd, open en toegankelijk stedelijk milieu: een combinatie van woningen, voorzieningen, horeca en (in beperktere mate dan nu het geval is) detailhandel. Dat wordt een klus van de lange adem, omdat in dit proces ook circa dertig pandeigenaren een rol te spelen hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=5e8e783d-2509-4bcf-a9c2-fbb117431905