CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Afwegingskader Zonneparken Buitengebied Oosterhout

Raadsvergadering 23 mei 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Bespreekstuk: ZN1013920 raadsvoorstel vaststellen afwegingskader zonneparken11.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Movares samen werkt het

RAPPORT

Afwegingskader Zonneparken

Buitengebied Oosterhout Gemeente Oosterhout ■ Pl>

Hhm

•F

- -i

N

F

N

f

fdg 9

z

1ë

e

"2, I ‘

-2

id, i

(

r

=,

Versie: 3.0 Status: Definitief

1 ï*

Datum: 25-04-2023

li

in

Kenmerk: A30-J.J.M.-HS-RAP-

23002815 I

a

I 't —■ F,Fi A r.F

r Lz

ïW f i

1

UA -a

€2

t.r

2ji5F f

/d

/

Autorisatieblad Afwegingskader Zonneparken Buitengebied Gemeente Oosterhout

Naam Opgesteld door

Akkoord

Datum

12-04-2023

5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e

Gecontroleerd door Vrijgegeven door

Versiehistorie Versie Naam

0.1 0.2 0.3

1.0 2.0 3.0

Concept Concept Eindconcept Definitief Definitief Definitief

5.1,2,e

13-04-2023 25-04-2023

en 5.1,2,e

5.1,2,e

Datum

Korte toelichting

03-04-2023 06-04-2023 12-04-2023 14-04-2023 19-04-2023 25-04-2023

Versie t.b.v. review BRO Versie t.b.v. review gemeente Oosterhout Eindconcept versie t.b.v. review 5.1,2,e Review 5.1,2,e en 5.1,2,e verwerkt Kleine wijzigingen verwerkt Kleine wijzigingen verwerkt

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4

2.

4

Aanleiding Doel Afwegingskader Zonneparken Buitengebied Oosterhout Proces totstandkoming Leeswijzer

Beleidskader

6

Inleiding Rijksbeleid

6 6

2.1 2.2

2.2.1 2.2.2

2.3

2.4

Provinciaal beleid Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

RES West-Brabant 1.0

7

8

Omgevingsvisie Oosterhout Ambities voorde energietransitie Oosterhout 2030 Routekaart energietransitie 2019-2022 Bestuursakkoord 2022-2026

8 8 9 9

Relatie beleidskaders

9

10

Inleiding Niet alleen, maar samen Lasten en lusten

10 10 10

11

Landschap en natuur

4.1

Inleiding 4.1.1

4.2

4.3

11

l Landschappelijke onderlegger voor inpassing en vormgeving

Aanwezige landschapstypen

4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4

11 11

Zeekleigebied Oude zandontginningen Jonge zand- en/of veenontginningen Historische landschapstypen

12 13 13 14

Landschappelijke kaders

4.3.1 4.3.2 4.3.3

14

Ruimtelijk-visueel kader Relatie met omliggende bebouwing en functies Cultuurhistorische waarde

14 15 17

Natuur

18

Beoordelingskader

19

4.4 5.

7

Participatie

3.1 3.2 3.3 4.

7

Gemeentelijk beleid 2.5.1 2.5.2 2.5.3 2.5.4

2.6

7

Regionaal beleid

2.4.1 2.5

6 6

Klimaatakkoord NOVI

2.3.1

3.

4 4 4 5

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

5.1 5.2

5.2.1 5.2.2

5.3

6.

19 19

Inleiding Randvoorwaarden

19 19

Aansluiting op het net Participatie

Beoordelingskader

19

5.3.1 Criteria voor de kansenkaart 5.3.1.1.1 Inpassing in het landschapstype 5.3.1.1.2 Ruimtelijk-visuele inpassing 5.3.1.1.3 Aansluiting op bedrijventerrein en infrastructuur 5.3.1.1.4 Cultuurhistorische waarden 5.3.1.2 Natuur 5.3.2 Kansenkaart zonneparken buitengebied Oosterhout 5.3.3 Andere criteria 5.3.3.1 Energieopbrengst 5.3.3.2 Meervoudig ruimtegebruik

21 21 23 25 26 27 29 30 30 31

Aanpak zonneparken buitengebied

32

6.1 6.2

32 32

Behandeling initiatieven Juridisch-planologische verankering

Bijlagen

33

Bijlage 7 - Verantwoording kansenkaart

34

Colofon

35

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

In 2050 moet de gemeente Oosterhout energieneutraal zijn. Dat betekent dat alle energie die in de gemeente gebruikt wordt, vanaf 2050 duurzaam opgewekt moet worden. Uitgangspunt is dat eerst het totale energieverbruik in de gemeente Oosterhout significant moet worden beperkt. Hoe meer er be­ spaard wordt op energie, hoe minder er duurzaam hoeft te worden opgewekt. Voor de middellange termijn (2030) heeft de gemeente Oosterhout als doel gesteld om een aandeel van 15% duurzame energie op te wekken ten opzichte van de verwachte energievraag in 2050. Voor de opwekking van de benodigde energie gaan we primair uit van het gebruik van onuitputtelijke energiebronnen, zoals zon en wind. In de toekomst wordt veel verwacht van mogelijke innovatieve alternatieven voor zon en wind. Daarom worden deze technieken toegepast voor een periode van maximaal 25 jaar. Voor nu zijn zon en wind de enige alternatieven als het gaat om de opwek van duurzame hernieuwbare elektriciteit. Na de periode van maximaal 25 jaar kan het zonnepark of de windmolen worden afgebroken.

Voor de opwekking van zonne-energie hanteert de gemeente Oosterhout de zonneladder. Dit betreft een voorkeursvolgorde waarbij de voorkeur achtereenvolgens uit gaat naar zonnepanelen op daken, daarna ongebruikte terreinen in bebouwd gebied en als laatste zonneparken in het buitengebied. De toepassing van de zonneladder voorkomt dat zonneparken op landbouw- en natuurgronden gelegd wor­ den als dat niet nodig is. De voorkeursvolgorde houdt geen volgtijdelijkheid in. Zo betekent het niet dat eerst alle voor zonnepanelen geschikte daken vol moeten liggen, voordat er zonneparken in het buiten­ gebied gerealiseerd mogen worden. Gezien de veelheid aan knelpunten die er nog spelen bij de reali­ satie van zon-op-dakprojecten en de gemeentelijke opgave om al in 2030 een aandeel van 15% duur­ zame energie ten opzichte van de verwachte energievraag in 2050 op te wekken, wordt op meerdere toepassingen voor het opwekken van zonne-energie tegelijkertijd ingezet. Vanwege onvoldoende dakoppervlak, geen grote braakliggende terreinen en beperkte inzet van wind­ molens blijft er een opgave over om in te vullen door zonneparken. In de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 West-Brabant is daarom opgenomen dat de gemeente Oosterhout aan de doelstelling moet voldoen om minimaal 34 GWh aan zonnestroom te produceren door middel van zonneparken.

1.2

Doel Afwegingskader Zonneparken Buitengebied Oosterhout

Om tot een zorgvuldige afweging te komen van locaties voor zonneparken in het buitengebied van Oosterhout (zie Figuur 1 voor de geografische afbakening van dit gebied) is dit afwegingskader opge­ steld. Het Afwegingskader Zonneparken Buitengebied betreft een hulpmiddel en reikt leidende principes en bouwstenen aan voor de gemeente en initiatiefnemers om te kunnen beoordelen of een locatie ge­ schikt zou kunnen zijn voor de realisatie van een zonnepark in het buitengebied. Om vast te stellen of een locatie daadwerkelijk geschikt is, zal te allen tijde nader onderzoek naar de exacte locatie nodig zijn. Het afwegingskader is nadrukkelijk niet van toepassing op stedelijk gebied.

1.3

Proces totstandkoming

Dit Afwegingskader Zonneparken Buitengebied Oosterhout is tot stand gekomen in nauwe samenwer­ king tussen Movares en de gemeente Oosterhout. Een informeel participatieproces is geen onderdeel geweest van de totstandkoming.

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

4/35

Leeswijzer

1.4

In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader en het beleidskader dat voor zonneparken in het buitengebied van Oosterhout relevant is, geschetst. Hoofdstuk 3 gaat in op het onderdeel participatie in relatie tot de realisatie van zonneparken. Het buitengebied van Oosterhout wordt gekenmerkt door waardevolle land­ schappen, landbouw- en natuurgebieden. In hoofdstuk 4 worden deze gebieden onder de noemer landschap en natuur nader beschreven. In hoofdstuk 5 staat het beoordelingskader inclusief de randvoor­ waarden weergegeven dat opgesteld is op basis van de informatie uit de hoofdstukken 2, 3 en 4. In paragraaf 5.3 is de kansenkaart voor zonneparken in het buitengebied van Oosterhout weergegeven. Tot slot beschrijft hoofdstuk 6 de aanpak voor initiatiefnemers van zonneparken in het buitengebied.

()

Raamsdonksveer Geertruidenberg

Made

6

/ <sGr

i

\

Oosterhout

1

7

/ Dong

7

/ /

Teteringen

\ \

Dorst"

3

Rijen

/

T

) Bavel

33

\

Figuur 1: Het buitengebied van de gemeente Oosterbout (oranje contouren) volgens ‘Bestemmingsplan buitengebied’, vastgesteld op 28-08-2014.

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 /25-04-2023

Movares

5/35

2. Beleidskader 2.1

Inleiding

Het Afwegingskader Zonneparken Buitengebied Oosterhout staat niet op zichzelf. Het is gebaseerd op verschillende nationale, regionale en lokale beleidsstukken. In dit hoofdstuk komen de relevante aspec­ ten voor het afwegingskader aan de orde. Het hoofdstuk is geordend van (inter)nationaal naar lokaal beleid.

2.2

Rijksbeleid

2.2.1 Klimaatakkoord Het Klimaatakkoord, vastgelegd in 2019, heeft als doel 49% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990. In 2021 is dit aangescherpt tot 55% reductie. Een van de pijlers om dit doel te bereiken is de energietransitie. Hernieuwbare energiebronnen op land, waaronder zonneparken, moeten op basis van dit akkoord ontwikkeld worden. 2.2.2 NOVI In september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) gepubliceerd. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat (in beginsel) alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI past bij het maken van keuzes drie afwegingsprincipes toe: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; • Afwentelen wordt voorkomen. In lijn met de drie afwegingsprincipes zijn bij de keuzes voor de inpassing van duurzame energie rich­ tingen meegegeven bij het opstellen van de RES’en door provincies en gemeenten:

Voorkeur voor grootschalige clustering Grootschalige clustering van de productie van duurzame energie (door windmolens, eventueel in com­ binatie met zonneparken) vermindert de ruimtelijke afwenteling en draagt bij aan kostenreductie. Waar mogelijk heeft dit de voorkeur. Hier ligt echter wel een expliciete afweging tegenover andere waarden, zoals landschappelijke kenmerken, nationale veiligheid, natuur, cultureel erfgoed, water en bodem en maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. Voorkeursvolgorde voor zon Op dit moment worden in toenemende mate zonneparken in veldopstelling ontwikkeld, soms ten koste van de kwaliteit van het landelijk gebied. Om te stimuleren dat locaties zorgvuldig worden uitgekozen, heeft het Rijk in samenwerking met medeoverheden en andere belanghebbenden een voorkeursvolg­ orde uitgewerkt. De afwegingprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op da­ ken en gevels van gebouwen. Vanuit diezelfde principes hebben daarna onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. Ook in dat geval gaat de voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties.

Hoewel natuur- en landbouwgebieden daarbij niet volledig worden uitgesloten, ligt de voorkeur bij gronden met een andere primaire functie dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren of areaal in beheer van het Rijk (zoals Rijkswaterstaat, ProRail, Staatsbosbeheer), waaronder waar mogelijk bermen van spoor- en autowegen.

Deze voorkeursvolgorde houdt geen volgtijdelijkheid in, dat wordt hierna verder toegelicht.

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

6/35

2.3

Provinciaal beleid

2.3.1 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Totdat de Omgevingsverordening in werking treedt, geldt de Interim omgevingsverordening. In de Inte­ rim Omgevingsverordening (IOV) zijn al veel wijzigingen vanuit de Omgevingsvisie doorgevoerd. Van­ wege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en daarmee ook de Omgevingsveror­ dening, zijn een aantal urgente onderwerpen uit de Omgevingsverordening verwerkt in de IOV. Zo heeft de zonneladder een plek gekregen in de IOV (artikel 3.41). De zonneladder is een instrument om vanuit zorgvuldig ruimtegebruik af te wegen welke mogelijkheden er binnen een gemeente bestaan om invulling te geven aan de duurzame energiedoelstellingen. De zonneladder is in lijn met de NOVI en geeft de voorkeursvolgorde voor toepassing van zonnepanelen aan.

In de IOV wordt de voorkeur uitgesproken voor meervoudig ruimtegebruik. Het resterende deel van de energieopgave vindt plaats in de vorm van monofunctionele zonneparken. Ook wordt de maatschappe­ lijke meerwaarde die een zonnepark moet hebben, sterk benadrukt. Het enkele gegeven dat een project duurzame energie oplevert is niet voldoende. De zonneladder geeft geen sturing aan de volgtijdelijkheid van de realisatie zonprojecten. Zo betekent het niet dat eerst alle voor zonnepanelen geschikte daken vol moeten liggen, voordat er zonnepar­ ken gerealiseerd mogen worden. Gezien de veelheid aan knelpunten die er nog spelen bij de realisatie van zon-op-dakprojecten en de provinciale duurzaamheidsopgave van 50% duurzame energie in 2030 en de afspraken in het Klimaatakkoord van 35 TWh in 2030, wordt op meerdere toepassingen voor het opwekken van zonne-energie tegelijkertijd ingezet. Zo zijn er onder meer knelpunten die spelen op het gebied van wet- en regelgeving maar ook netaansluiting en -capaciteit en bedrijfsvoering. Het oplossen van deze knelpunten bij zon-op-dakprojecten kost tijd.

2.4

Regionaal beleid

2.4.1 RES West-Brabant 1.0 Naar aanleiding van het Klimaatakkoord is Nederland opgedeeld in energieregio’s. Iedere gemeente, provincie en ook waterschap schrijft samen aan een Regionale Energiestrategie (RES). In februari 2021 heeft de regio West-Brabant haar RES 1.0 gepresenteerd. De gemeente Oosterhout maakt onderdeel uit van de regio West-Brabant en heeft op 30 maart 2021 de RES 1.0 vastgesteld. Vanuit de RES 1.0 zijn uitgangspunten voor de ligging van zonneparken opgesteld. Onderstaand zijn de uitgangspunten beschreven die (met name) relevant zijn voor het buitengebied: • Er wordt gestreefd naar een sterke ruimtelijke en landschappelijke inpassing van zonneparken, passend bij de kenmerken van het gebied, en gericht op behoud en eventueel versterken van bodemkwaliteit en biodiversiteit; • Meervoudig ruimtegebruik wordt als uitgangspunt genomen. De voorkeur gaat uit naar het com­ bineren van zonneparken met andere ruimtelijk functies, bijvoorbeeld een waterberging, natuur en recreatie (denk aan energietuinen); • Voorkeur wordt gegeven aan initiatieven die efficiënt omgaan met het net en kosteneffectief zijn, zoals combinatie met opslag, cable pooling, of ligging bij een onderstation of dichtbij grote verbruikers.

Verder wordt de lokale, landschappelijke inpassing van zonneparken gebaseerd op de analyses, prin­ cipes en bouwstenen uit de regionale landschappelijke verdieping (bijlage 3 van de RES 1.0). Deze verdieping bevat allereerst - in lijn met de zonneladder uit de IOV - een voorkeur vanuit het oogpunt van landschap over waar zonne-energie wordt opgewekt. Dit is niet in volgorde van uitvoering, maar in volg­ orde van wenselijkheid. De beschikbare ruimte is beperkt en daarom wordt er gestreefd naar efficiënt en zorgvuldig ruimtegebruik. In volgorde gaat de voorkeur uit naar het opwekken van zonne-energie:

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

7/35

In stedelijk gebied, op: o daken en gevels; onbenutte terreinen in bebouwd gebied (zoals braakliggende terreinen, voormalige o stortplaatsen en locaties die gereserveerd zijn voor woningbouw / bedrijven). In landelijk gebied, grondgebonden en zoveel mogelijk op: O terreinen in het landelijk gebied niet zijnde landbouwgrond of natuur. Bijvoorbeeld op vliegvelden, defensieterreinen, waterzuiveringsterreinen en binnenwateren. Op landbouwgrond: o percelen dichtbij de gebouwde omgeving mits deze geen bijzondere waarden hebben. Met name (randen van) industrie en haventerreinen bieden interessante kansen van­ wege de combinatie van vraag en aanbod, en waar mogelijk andere opgave zoals waterbuffering. Vanuit dorps- en stadskernen zijn de waarden uitzicht en silhouet relevant dus is terughoudendheid met zonneparken gewenst. o indien de opgave op landbouwgrond komt dan is meervoudig maatschappelijk ruimte­ gebruik en concentratie gewenst.

De verwachting is dat de benodigde hoeveelheid op te wekken duurzame energie zo groot is, dat het nodig is landbouwgronden te benutten voor de opwekking van zonne-energie. Daarnaast is het over het algemeen gewenst om zonneparken te concentreren en versnippering te voorkomen. Dit pleit voor re­ latief grotere zoneparken nabij energie-infrastructuur.

2.5

Gemeentelijk beleid

2.5.1 Omgevingsvisie Oosterhout Vanuit regionaal beleid naar lokaal beleid is in 2021 de Omgevingsvisie Oosterhout vastgesteld. Hierin spreekt de gemeente de ambitie uit om een duurzame gemeente te zijn. Een van de pijlers daarin is energietransitie waaronder ook het opwekken van hernieuwbare energie valt. De maatschappelijke meerwaarde wordt ook hierin benadrukt. Sociale en financiële participatie komen terug in de geplande projecten. Om als Oosterhout bij te dragen aan de opgave, zet de gemeente Oosterhout enerzijds in op energie­ besparing en anderzijds op duurzame energieopwekking. Ten aanzien van energiebesparing is het doel om voor 2050 30% te besparen ten opzichte van het huidige gebruik. Bij de duurzame opwekking wil de gemeente verder kijken dan uitsluitend naar wind en zon voor elektriciteit en geothermie voor verwarming. De gemeente ziet dat als tijdelijke oplossingen. Wanneer er innovaties komen, staat de gemeente daarvoor open. Het heeft de voorkeur om in eerste instantie daken te benutten voor de opwekking van duurzame ener­ gie. Om de klimaat- en energiedoelstellingen te halen is het echter onvoldoende om alleen in te zetten op zonnepanelen op daken. Slechts 25% van de daken is hiervoor geschikt. Deze mogelijkheden wor­ den reeds zo optimaal mogelijk benut, Oosterhout zet hier breed op in waarbij de samenleving gestimu­ leerd wordt.

Op basis van de Omgevingsvisie streeft de gemeente voor bedrijfsdaken naar een 35% bedekking met zonnepanelen. Om de doelstellingen te behalen zal dus moeten worden ingezet op én het benutten van alle geschikte (bedrijfs)daken én andere duurzame opwekmethoden, zoals windmo­ lens en zonneparken. Om op tijd de doelstellingen te kunnen halen, werkt de gemeente parallel aan deze toepassingen (zon op dak, zonneparken en andere duurzame opwekmethoden).

2.5.2 Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030 In het Ambitiedocument Energietransitie heeft de gemeente baardoelen, maatregelen en acties geor­ dend naar drie lijnen: ‘een duurzame gemeentelijke organisatie’, ‘aan de slag met bedrijven en partners’ en ‘inwoners informeren, stimuleren en faciliteren’. In de periode tot 2030 zet de gemeente diverse stappen richting een energieneutrale gemeente in 2050. Grote stappen moeten gezet worden en zon­ neparken zijn daar een onderdeel van. De stappen die daarvoor in de huidige collegeperiode worden gezet staan beschreven in de ‘Routekaart 2019-2022’.

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

8/35

2.5.3 Routekaart energietransitie 2019-2022 In dit document beschrijft de gemeente hoe ze de doelstellingen verwachtte bereiken, inclusief de doel­ stelling met betrekking tot het opwekken van duurzame energie door middel van zonneparken in het buitengebied. In 2030 zijn meerdere hectares zonneparken aangelegd in het buitengebied. Hierbij wordt maatwerk toegepast. De ontwikkeling van enkele grootschalige locaties komt sterk naar voren, omdat dan de vastgelegde energiedoelen eerder behaald worden. Ook bij nieuwe ontwikkelingen, zoals uit­ breiding van een bedrijventerrein, worden heldere afspraken gemaakt over de plaatsing van zonnepar­ ken. 2.5.4 Bestuursakkoord 2022-2026 In mei 2022 is het bestuursakkoord ‘De stap vooruit’ getekend. Daarin zijn de gemaakte afspraken in de RES in lijn met het Klimaatakkoord nogmaals onderstreept. Vanuit de verantwoordelijkheid voor de RES-doelstellingen gaat het college op zoek naar mogelijkheden voor realisatie van zonneparken in de gemeente, maar heeft ook oog voor andere mogelijkheden. Inwoners wil het college stimuleren in het opzetten van (collectieve) opwekkingsprojecten. Maar ook individuele initiatieven, bijvoorbeeld bij agra­ rische ondernemingen en andere bedrijven worden gestimuleerd. In het bestuursakkoord wordt gesp­ roken over de gebiedsontwikkeling Oosterhout-Oost.

Het gaat daar om een integrale gebiedsontwikkeling, waarin woningbouwopgaven gecombineerd gaan worden met opgaven op het gebied van onder andere duurzaamheid. Hoeveel woningen er daadwerkelijk komen is nog onbekend. Het plan moet in ieder geval een basis bieden om verdere verrommeling van het buitengebied tegen te gaan. In relatie tot realisatie van zonneparken dient rekening gehouden te worden met de gebiedsontwikkeling.

2.6

Relatie beleidskaders

Zonneladder De gemeente Oosterhout hanteert de zonneladder in haar beleid. Hiermee wordt aangesloten op de voorkeursgronden vanuit rijksbeleid (NOVI) en provinciaal beleid (IOV). De RES 1.0 houdt ook rekening met de zonneladder. In de RES 1.0 zijn op basis van het principe van de zonneladder berekeningen gemaakt over de hoeveelheid op te wekken energie middels zonneparken door de gemeente Ooster­ hout. Hierbij geldt dat bedrijven en inwoners elkaar continu stimuleren om zonnepanelen aan te schaf­ fen, zodat de benodigde hoeveelheid op te wekken energie door zonneparken in het buitengebied be­ perkt wordt. Ruimte voor participatie speelt hierbij een grote rol, zie ook hoofdstuk 3.

Landschappelijke voorkeuren Om de impact van zonneparken in het gehele buitengebied te beperken, is de gemeente voorstander van concentratie van zonneparken. Hiermee voorkomen ze versnippering van het landschap. In lijn met de IOV hanteren ze het nee-tenzij principe voor de aanleg van zonneparken in het buitengebied binnen Brabants Natuur Netwerk (NNB)- en Groen Blauwe Mantel (GBM) -gebieden. Wel bevat de ‘tenzij’ in de GBM-gebieden beduidend meer speling dan in de NNB-gebieden. Paragraaf 4.4 gaat hier verder op door.

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

9/35

3. Participatie 3.1

Inleiding

Bewoners en belangengroeperingen betrekken bij de totstandkoming van zonneparken is uitgangspunt bij de totstandkoming van zonneparken. Dit uitgangspunt is ook vastgelegd in het document ‘Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030 - vol energie samenwerken aan de toekomst van Oosterhout’. Daarnaast wordt participatie in relatie tot de energietransitie ook nadrukkelijk genoemd in het bestuurs­ akkoord 2022-2026. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste aandachtspunten voor participatie be­ schreven. Op deze manier is dit hoofdstuk de beleidsonderlegger voorde randvoorwaarde ‘participatie’ in hoofdstuk 5.

3.2

Niet alleen, maar samen

De gemeente kan de ambitie om invulling te geven aan de energietransitie alleen mét inwoners, bedrij­ ven en partners realiseren. Via bewustwordingscampagnes worden inwoners geïnformeerd en gestimu­ leerd om zelf duurzame energie op te wekken door zonnepanelen. Bij de uitvoering van grootschalige zonneparken wordt een projectplan gemaakt met daarbij, per project, de mogelijkheden van inwoners van Oosterhout om te participeren. Dit behelst zowel sociale alsook financiële participatie in projecten. Om de participatie succesvol te laten verlopen vraagt dat om openheid, eerlijkheid en helderheid. Draag­ vlak staat of valt daarbij met de plaats waar en de manier waarop systemen worden toegepast en hoe de communicatie en participatie wordt ingevuld. Verduurzaming van de energievoorziening is daarbij niet de enige waarde die moet worden meegewogen in het keuzeproces. Maatschappelijke meerwaarde is noodzakelijk. Op basis van het IOV moet de meerwaarde breder zijn dan de opwek van duurzame energie alleen. Om de maatschappelijke meerwaarde te bereiken moet een breed participatieproces opgezet worden waarbij burgers in de omgeving van de locatie betrokken worden.

3.3

Lasten en lusten

De gemeentelijke ambitie is om de lasten en de lusten van projecten dichter bij elkaar te brengen. Daar­ mee wordt het NIMBY-principe (Not in my backyard), dat een belangrijke motor is om initiatieven juri­ disch aan te vechten, serieus meegenomen. Initiatieven dienen te beschrijven hoe ze omgaan met (fi­ nanciële) participatie. Dit kan bijvoorbeeld door met inwoners of bedrijven die last kunnen hebben van een zonnepark, in gesprek te gaan over de wederzijdse voordelen die een zonnepark kan brengen. Lokaal eigenaarschap is van groot belang voor het behouden en versterken van het draagvlak voor de energietransitie. Naast lokaal eigendom kan het ook via financiële afdracht (zoals omgevingsfondsen of omgevingsregelingen). De gemeente onderzoekt de mogelijkheid van een duurzaamheidslening voor bedrijven om ook ondernemingen op bedrijven- en kantorenterreinen te verleiden om duurzame energie op te gaan wekken.

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

10/35

4. Landschap en natuur 4.1

Inleiding

Door de overgang van zand naar klei komt er in het buitengebied van de gemeente Oosterhout een grote variatie aan landschapstypen voor. De gemeentelijke Omgevingsvisie spreekt over de wens om de landschapstypen te behouden en waar mogelijk te versterken. Verloren gegane landschapselemen­ ten, zoals houtwallen of een oud slotenpatroon, kunnen aan de randen of in de opstelling van een zonnepark teruggebracht worden, om een betere en aantrekkelijker verbinding te maken met de (land­ schappelijke) omgeving. Dit hoofdstuk besteedt aandacht aan de landschapstypen en hun kenmerken, en hoe hierop in te spelen. Met name vanwege de grote landschappelijke impact van een zonnepark.

4.1.1 Landschappelijke onderlegger voor inpassing en vormgeving Als toevoeging aan de RES 1.0 is er een landschappelijke verdieping voor deze RES 1.0 opgesteld, specifiek voor de West-Brabantse context. Deze verdieping geeft een landschappelijke onderlegger en inpassings- en vormgevingsprincipes weer voor de energietransitie, wat betreft zonne-energie en wind­ energie. De onderlegger heeft als doel te helpen bij het maken van goed afgewogen keuzes voor po­ tentiële locaties voor zonne- en windenergie voor de periode tot 2030 en de periode tot 2050. Dat doel wordt niet bereikt door een eindoordeel te geven of een strak kader neer te leggen, maar door leidende principes en bouwstenen aan te reiken. In de Landschappelijke onderlegger van de RES 1.0 zijn drie hoofdlandschapstypen onderscheiden. Deze zijn gebaseerd op de natuurlijke basis (geomorfologie en watersysteem), het ontginningslandschap en het moderne (functionele) landschap. Figuur 2 toont dat drie landschapstypen dominant zijn in het buitengebied, namelijk jonge zand- en/of veenontginning, oude zandontginning en zeekleigebied. De omschrijving van de landschapstypen sluit hierop aan, maar maakt op de schaal van het buitenge­ bied locatiespecifiek onderscheid. Dit is gebaseerd op (kaart)materiaal van provincie Noord-Brabant en de gemeente Oosterhout.

De landschappelijke onderlegger is input voor de landschapstypenomschrijving en de opzet van het landschapsonderdeel van het beoordelingskader.

4.2

Aanwezige landschapstypen

Elk landschapstype biedt in meer of mindere mate ruimte voorde inpassing van energieopwekking door middel van zonneparken. Door een heldere omschrijving van de huidige landschappen is het mogelijk het beoordelingskader aan te scherpen. Het buitengebied van Oosterhout ligt op de overgangen van dekzandgebied naar laagveen en zeekleipolders. De overgang is een landschappelijk waardevolle zone, waarbij elk landschapstype haar eigen kwaliteiten heeft. In de Omgevingsvisie is aangegeven dat het wenselijk is deze landschapstypen te behouden en waar mogelijk te versterken. Het dekzandgebied wordt onderverdeeld in jonge en oude zandontginningen. Verder is het laagveen volledig ontgonnen. Het zeekleigebied bestaat voor een deel ook uit voormalige veenontginningen (op basis van de Histland historische landschapsindeling), maar hier is praktisch niets meer van over.

Figuur 2 toont de landschapstypen in het buitengebied. Zowel de beekdal en broekontginning als de langstraatontginning worden vanwege hun geringe oppervlakte niet nader gespecificeerd. Wel moeten de belangrijke kenmerken ervan meegewogen worden, wanneer daar een initiatief voor een zonnepark ingediend wordt.

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

11/35

Legenda Made

Huidige landschopstypen Bebouwd gebied

Beekdal en broekontginning

Oosterhout

Dijken Jonge zand-en/of veenontginning

/ Dor

Langstraatontginning

Oude zandontginning

/

Water

T eteri nge

Zeekleigebied

da

/

Rijen

r o

1

2

Figuur 2; Landschapstypen buitengebied Oosterhout

4.2.1 Zeekleigebied Het noordoostelijke deel van het buitengebied is het landschapstype ‘zeekleigebied’. Verder richting het noorden, buiten de gemeentegrens, komt dit landschapstype meer voor. Het is ontstaan doordat bij hoog water en stormvloeden oude veengronden weggeslagen of bedekt zijn met een kleilaag. Deze gebieden zijn al sinds de middeleeuwen ontgonnen. Naast de grote openheid kenmerkt het landschap zich door hoge waterstanden en heeft het gebied voornamelijk een gemengd agrarische functie. Er bevinden zich meerdere veehouderijen en deels weidegebied, naast kavels met akkerbouw. Het zee­ kleigebied bestaat vooral uit rechte kavels met daartussen sloten, met op bepaalde plekken ook kleine riviertjes, zoals de Donge en het Kromgat. Ook de (land)wegen zijn vooral onbeplant en open. De aan­ wezigheid van de akkerbouw is sterk bepalend voor het krachtige open landschapsbeeld. Bij de inpas­ sing van zonneparken moet aandacht zijn voor het behoud van het open karakter van het landschap. Binnen dit gebied vallen zowel de Willemspolder als de Oranjepolder. De Oranjepolder is enigszins opener, wordt sterker beïnvloed door de nabije infrastructuur, maar is verder qua landschapstype weinig verschillend.

k *-9

d

éd.44

éesk"

%

+ — -

Figuur 3: Kenmerkend beeld zeekleigebied bij Oosteind (Google Street View)

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

12/35

4.2.2 Oude zandontginningen In Figuur 2 zijn, in donkerbruin, de ‘oude zandontginningen’ aangegeven. Ook deze gebieden zijn voor een groot deel al in de Middeleeuwen ontgonnen. Kenmerkend is de lagere grondwaterstand, een klei­ nere, meer onregelmatige verkaveling en verspreid liggende bebouwing. De gebieden zijn ook meer besloten. Er zijn meer landschappelijke elementen zichtbaar, zoals kleine bosjes, houtwallen en laanbeplanting. Ook is er meer en geclusterde (agrarische) bebouwing aanwezig. Veel van de landschap­ pelijke elementen zijn verloren gegaan in de afgelopen 100 jaar. Bij de inpassing van een zonnepark kunnen deze verdwenen elementen weer teruggebracht worden, om dit landschapstype weer te kunnen herstellen en versterken.

Bj

% *,4, "

926

*21

gEEf. d,i" Figuur 4: Kenmerkend beeld oude zandontginning bij Dorst (Google Street View)

4.2.3 Jonge zand- en/of veenontginningen Het zuidelijke deel van het buitengebied bestaat uit ‘jonge zand- en/of veenontginningen’. Dit is een besloten gebied met voornamelijk een natuurfunctie. Er is vrijwel geen bebouwing of agrarisch gebruik en het heeft relatief lage waterstanden. Dit landschap is vrij recent ontgonnen (eind 19e/begin 20e eeuw) en grotendeels ingericht als productiebos. Een deel van het gebied, de Leemputten, is nu een natuur­ gebied, centraal gelegen in deze bossen. Om een toekomstbestendig, robuust natuurgebied te ontwik­ kelen vindt de vervanging van naaldbos voor inheems loofbos plaats. De natuurwaarde gaat er hierdoor op vooruit. Daarnaast heeft dit landschapstype een hoge recreatieve waarde. De landschappelijke on­ derlegger van de RES geeft geen aanknopingspunten voor de ontwikkeling van zonneparken binnen dit landschapstype. Een dergelijke ontwikkeling sluit niet aan op de natuur- en recreatieve functies van dit landschap.

X

6 g T W’

MM

1

K

a

9

i-

gasn

2s* 24

Figuur 5: Kenmerkend beeld jonge zand- en/of veenontginningen (Google Street View)

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0/25-04-2023

Movares

13/35

4.2.4 Historische landschapstypen Naast de drie huidige landschapstypen heeft het gebied verder drie historische landschapstypen waar nog elementen van terug te vinden zijn: Een deel van het zeekleigebied bestaat uit voormalige veenkoloniën waar de veenlaag volledig van ontgonnen is. Net ten noorden van het dorp Oosteind zijn enkele smalle veenontginningskavels nog te herkennen; Op de jonge zandgronden zijn geen heidevelden meer te vinden, deze zijn sinds het einde van de 19e eeuw praktisch volledig ontgonnen; Op de oude zandgronden zijn weinig kampen meer te vinden. De historische structuren, be­ sloten kavels met bomenlanen, zijn voornamelijk tijdens ruilverkaveling weggehaald. De hoog­ teverschillen van essen, van het historische kampontginningen met plaatselijke essenlandschap, zijn wel nog terug te vinden.Figuur 6: De historische landschapstypen in het buitenge­ bied van Oosterhout (Histland) Figuur 6 toont de historische landschappen, op basis van de situatie in 1850 (Histland). Bij de ontwik­ keling van zonneparken biedt deze indeling aanvullende aanknopingspunten om de bij deze historische landschapstypen horende ruimtelijke structuur, in samenhang met het huidige landschap, te versterken. W

Made

‘s Gravi

%

Oosterhout

Dongen

Heideontginningen en bossen (sedert 1850)

Kampontginningen met plaatselijke essen

tering

/

Jonge zeekleipolders a

Dorst

Veenontginningen Rijen

Veenkoloniën

Figuur 6: De historische landschapstypen in het buitengebied van Oosterhout (Histland)

4.3

Landschappelijke kaders

In deze paragraaf wordt de stap gezet van een scherp beeld van de landschapstypen naar het inpas­ singsvraagstuk vanuit het landschapsperspectief. De inpassing van een zonnepark in haar omgeving dient zorgvuldig te gebeuren. Dit is niet alleen van belang voor het karakter en de beeldkwaliteit van het landschap, maar ook voor de natuur, cultuurhistorie, archeologische waarden, recreatie en de impact op het oorspronkelijke landgebruik in het buitengebied van Oosterhout.

4.3.1 Ruimtelijk-visueel kader Bij het inpassingsvraagstuk komen op landschappelijk vlak meer aspecten naar voren dan alleen het landschapstype. De landschappelijke onderlegger van de RES 1.0 benadrukt sterk de inpassing vanuit een ruimtelijk-visueel perspectief. Door opgaande beplanting aan de randen van een zonnepark te ont­ wikkelen, in aansluiting op de omliggende omgeving, wordt de vaak als negatief ervaren ruimtelijk-visuele impact verminderd. De landschapstypen zijn in meeren mindere mate open, maar hebben daarbin­ nen een sterk onderscheid in de aansluiting op de bestaande begroeiing. Zo kan zich aan de rand van

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

14/35

een open gebied een begroeide zone bevinden waar het zonnepark aansluiting op kan vinden. Op­ gaande begroeiing biedt aanknopingspunten om een zonnepark uit het zicht te onttrekken. 4.3.2 Relatie met omliggende bebouwing en functies De landschappelijke onderlegger van de RES 1.0 gaat specifiek in op een aantal landschappelijke rela­ ties met de directe omgeving. Bouwstenen verbeelden de aansluiting op verschillende functies in het West-Brabantse land, zoals de aansluiting op bestaande infrastructuur (zie figuur 7). Uit de bouwstenen en de toelichting in het gelieerde beleid spreekt een voorkeur voor aansluiting op bestaande infrastruc­ tuur en de bebouwde kom. Ontwikkeling in agrarisch gebied wordt alleen als bouwsteen beschreven voor zonneparken in een kassengebied. Het Oosterhoutse buitengebied heeft weinig kassen, maar wel sterk aanwezige infrastructuur en scherpe grenzen met de bebouwde kom.

Snelwegen / spoor

Bouwsteen - I4. Energielandschap

4 I

,-d-

4*9

Principe

Koppelkansen

Landschapstype

. Veiligstellen bijzondere panorama’s en vista’s

. Lange en brede ecologische verbinding • Waterberging (mogelijk)

• Niet van toepassing

• Nieuw infrastructuurlandschap creëren • Bij bundel infrastructuur & bufferzones bedrij­ venterreinen en steden • Aantrekkelijk beeld vanuit auto en trein creëren

. Toename biodiversiteit • Restgronden benutten • Goede combinatie met windmolens langs snelweg

Figuur 7: Een van de infrastructuurbouwstenen uit de landschappelijke onderlegger van de RES 1.0

Door de centrale ligging van de bebouwde kom van Oosterhout in het buitengebied en door de vele doorsnijdingen van infrastructuur, is de relatie met omliggende bebouwing en functies een andere ca­ tegorie dan de landschapstypen en de ruimtelijk-visuele waarde. Locaties kunnen ruimtelijk-visueel sterk aansluiten op de groene landschappelijke elementen (houtwallen, opgaande beplanting), maar niet op infrastructuur. Figuur 8 toont het buitengebied met bestemmingsplannen. Het lichtgroene gebied is open en deels grenzend aan infrastructuur en stedelijke gebied (grijs). Deel van het stedelijk gebied is bedrijventerrein, waaronder het noordwestelijk deel van Oosterhout, of Breda grenzend aan de ge­ meente Oosterhout bij Dorst, beide omcirkeld in figuur 8. De RES 1.0 spreekt een duidelijke voorkeur uit voor aansluiting op bedrijventerreinen. Deze lenen zich voor ruimtelijke inpassing en de netinfrastructuur is er vaak geschikt. Ze kunnen zich potentieel ontwikkelen tot ‘energieknooppunt’ door een rol te spelen bij energieopslag en warmteproductie.

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

15/35

Waspik

Made

/

ö

's Gravenmoer

O/terhout n

\/

Dongen

Teteringen

Breda

r /

Dorst Rijen

V

N-

Figuur 8: Bestemmingsplan buitengebied met aangrenzende bedrijventerreinen (omlijnd)

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

16/35

4.3.3 Cultuurhistorische waarde Een ander veelvuldig gehanteerd aspect in de beoordeling van locaties voor ruimtelijke ontwikkeling, is de cultuurhistorische waarde. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed maakt onderscheid tussen cultuur­ historisch landschappen en gebieden met cultuurhistorische waarden. De cultuurhistorische relevantie beïnvloedt de landschappelijke waarde van een locatie. Bij de ontwikkeling van een zonnepark kan cultuurhistorie aanknopingspunten bieden, maar kan het ook in de weg staan voor de vrije ontwikkeling van een zonnepark. Door de cultuurhistorische waarde als criterium mee te wegen worden initiatiefne­ mers voor een zonnepark in het buitengebied zich van tevoren bewust van de kansen en mogelijke belemmeringen, en spelen ze daarop in. Figuur 9 toont de cultuurhistorisch waardevolle landschappen in het buitengebied. Met name aan de oostzijde bevinden zich deze gebieden. Dit zijn historische ves­ tingwerken (Zuiderwaterlinie en vestingwerken van Breda).

N Made

7

1 I’sGra Oosterhout

/ Q, Dongen

\ Teteringen

eda

Dorst

Rijen

Figuur 9: Cultuurhistorisch waardevolle landschappen (oranje)

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0/25-04-2023

Movares

17/35

4.4

Natuur

Vanuit het regionale en lokale beleid wordt de natuurontwikkeling in het buitengebied als een belangrijk aspect aangestipt. Uit het provinciale beleid (paragraaf 2.3.1) volgt de relevantie om natuur als criterium mee te nemen in de beoordeling van de kansrijkheid van locaties voor zonneparken. Hoe de ontwikke­ ling van een zonnepark inspeelt op de natuurwaarden beïnvloedt hoe kansrijk een initiatief is. Door van tevoren aandacht te vestigen op het thema natuur, zullen initiatiefnemers vroegtijdig op zoek gaan naar aanknopingspunten om met een zonnepark de natuurwaarden te versterken.

Voor Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebieden geldt het ‘nee-tenzij’ principe. Dit betekent dat het NNN, in de provincie Noord-Brabant Natuur Netwerk Brabant (NNB) genaamd, niet in aanmerking komt voor de realisatie van een zonnepark, tenzij er met een zonnepark een aantoonbare verbetering voor ecologie en landschap optreedt. Om de robuustheid van het landschappelijk systeem te bevorderen zijn er verbindingen tussen het NNB en het landelijk gebied en de Groen Blauwe Mantel (GBM) aangewe­ zen. De GBM is niet alleen gericht op het beschermen van landschappelijke en natuurwaarden, maar ook op de ontwikkeling hiervan. Op basis van de IOV is de GBM als volgt beschreven: Binnen de GBM dient behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van onder andere het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken voorop te staan. Een ontwik­ keling dient daarom gepaard te gaan met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van deze ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. Bepalingen voor de realisatie van zonneparken in deze zone zijn specifiek opgenomen in de IOV. Figuur 10 toont de NNB- en de GBMgebieden. Naast de officieel vastgelegde beschermde gebieden is de Willemspolder een waardevol gebied met weidevogels. Dit komt voort uit de Omgevingsvisie Oosterhout.

Hierin staat vermeld dat ontwikkelingen in dit gebied zijn gebonden aan randvoorwaarden. Bij de ontwikkeling van een zonnepark moet het leefgebied van weidevogels er niet op achteruitgaan.

•eNj/*

Raapsdonksvee isdonksveer Geertruidenbei

Made

& Gr

"5

losterhout

\

or” Dong

Teterini

Dorst1 R ijen

/

f

--

Bavel

1 Figuur 10: Natuur Netwerk Brabant (lichtgroen) en de Groen Blauwe mantel (donkergroen)

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

18/35

5. Beoordelingskader 5.1

Inleiding

Op basis van het beleidskader in hoofdstuk 2, het onderdeel participatie in hoofdstuk 3 en de land­ schapsanalyse in hoofdstuk 4 zijn in dit hoofdstuk de criteria bepaald voor de beoordeling van de kans­ rijkheid van locaties voor zonneparken in het buitengebied van Oosterhout. Het hoofdstuk begint met de beschrijving van randvoorwaarden, vervolgens wordt het beoordelingskader weergegeven inclusief scoringsmatrices. De randvoorwaarden en de criteria zijn gebaseerd op de genoemde beleidsstukken en landschapsanalyse sluiten ook op elkaar aan. Mogelijke overlap tussen de criteria wordt in de toe­ lichting beschreven en onderscheiden. Onderdeel van dit hoofdstuk is de kansenkaart, daarin wordt op basis van het criterium landschap en natuur op kaart weergegeven in hoeverre de ontwikkeling van een zonnepark in een bepaald gebied kansrijk is of niet.

Zoals in de inleiding genoemd geeft dit afwegingskader, en daarmee ook dit beoordelingskader, lei­ dende principes en bouwstenen aan voor de gemeente en initiatiefnemers om te kunnen beoordelen of een locatie geschikt zou kunnen zijn voor de realisatie van een zonnepark in het buitengebied. Om vast te stellen of een locatie daadwerkelijk geschikt is, zal te allen tijde nader onderzoek naar de exacte locatie nodig zijn. Het afwegingskader is nadrukkelijk niet van toepassing op stedelijk gebied.

5.2

Randvoorwaarden

Alvorens een initiatief beoordeeld wordt zijn er enkele randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden bij het indienen van een ontwikkelingsplan voor een zonnepark in het buitengebied. Indien er niet aan voldaan wordt, kan een locatie-initiatief niet gehonoreerd worden.

5.2.1 Aansluiting op het net Een belangrijke randvoorwaarde voorde aanleg van zonneparken is de aansluiting op het net. De initi­ atiefnemer dient contact opgenomen te hebben met de betreffende netbeheerder over de mogelijkhe­ den, ook rekening houdend met overige initiatieven in de omgeving. In het initiatief staat vermeld hoe deze locatie geschikt aansluit op het net. Hierbij wordt ook vermeld waar koppelkansen liggen met be­ drijven in de omgeving die mogelijk energie afnemen bij het zonnepark. Op deze manier worden er lokale energieknooppunten ontwikkeld (RES 1.0). 5.2.2 Participatie In het ambitiedocument over de energietransitie van de gemeente Oosterhout staat genoemd dat bij de uitvoering van projecten een projectplan gemaakt wordt met daarbij, per project, de mogelijkheden van inwoners van Oosterhout om te participeren. Tevens staat genoemd dat in relatie tot de “Not In My Backyard-houding” (NIMBY) het van belang is te zoeken is naar een win-winsituatie. De lasten en lusten van projecten moeten dichter bij elkaar komen te liggen. Om deze redenen is het opstellen van een participatieplan waarin toegelicht wordt hoe zowel procesmatig alsook financieel de participatie plaats­ vindt randvoorwaardelijk.

5.3

Beoordelingskader

Het beoordelingskader is tot stand gekomen op basis van de voorgaande hoofdstukken. De selectie van criteria dekt de beoordeling van locaties op de thema’s landschap, natuur, energieopbrengst en meervoudig ruimtegebruik.

Uit het beleidskader volgt dat de landschappelijke inpassing en de bijdrage aan de energieopbrengst van groot belang zijn. De landschappelijke waarde is zeer relevant voor een goede inpassing en de energieopbrengst is noodzakelijk om aan het RES-doel te voldoen. De relatieve waarde van elk crite­ rium ten opzichte van elkaar wordt niet in het beoordelingskader bepaald. Een integrale afweging tussen

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

19/35

de criteria voor elke locatie specifiek is noodzakelijk. Elke locatie wordt individueel beoordeeld. Tabel 1 geeft een overzicht van de criteria, een korte toelichting en de achterliggende beleidsdocumenten. Tabel 1: Overzicht beoordelingscriteria met achterliggende beleidsdocumentatie

Criterium

Sub-criterium

Uitwerking

Landschap

Landschapstype

Ligging van locaties in specifieke landschapstypen Ligging van locaties in nabijheid van bebost ter­ rein Ligging van locaties in nabijheid van bedrijven­ terrein en infrastructuur Ligging van locaties in gebieden met hoge cul­ turele waarde Ligging van locaties in/nabij NNB, GBM en weidevogelgebied Relatieve bijdrage aan RES-doel Aanwezigheid meer functies in plannen voor locatie

Ruimtelijk-visuele in­ passing Aansluiting bedrijven­ terrein en infrastruc­ tuur Cultuurhistorische waarden Natuur

Energieopbrengst Meervoudig ruimtegebruik

Achterliggende beleids­ documenten NOVI Ruimtelijke onderlegger RES 1.0 Omgevingsvisie Oosterhout

Ruimtelijke RES 1.0

onderlegger

onderlegger Ruimtelijke RES 1.0 Omgevingsvisie Oosterhout NNB Omgevingsvisie Oosterhout

NOVI RES 1.0 IOV RES 1.0

Onderstaande voorbeeldtabel toont de interpretatie van de effectbeoordeling. Per criterium kan dit nog verschillen, maar in hoofdlijn geeft dit aan hoe geschikt of ongeschikt een gebied is. Tabel 2 Beoordelingstabel

Score

Kwalitatief oordeel Kansrijk

Minder kansrijk 0

Niet kansrijk

Toelichting De locatie sluit positief aan op dit criterium. Er zijn wat dit criterium betreft goede ontwikkelkansen voor een zonnepark_______ De locatie sluit noch positief, noch negatief aan op dit criterium. Bij de ontwikkeling van een zonnepark moet goed gekeken worden naarde precieze lokale uitwerking. De locatie sluit negatief aan op dit crite­ rium. Bij de ontwikkelingen moet zeer goed onderzocht worden of een zonnepark hier wel ontwikkeld kan worden.

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

20/35

5.3.1 Criteria voorde kansenkaart In deze paragraaf worden de criteria beschreven die in kansenkaarten inzichtelijk gemaakt zijn, leder (sub-)criterium wordt eerst inhoudelijk toegelicht, beschreven in een beoordelingstabel en vervolgens in kaart gebracht, inclusief beoordeling van het buitengebied. 5.3.1.1.1 Inpassing in het landschapstype Het eerste sub-criterium sluit aan op de verdeling van het buitengebied in de drie hoofdlandschapstypen, zie paragraaf 4.2. Dit sub-criterium geeft de mate aan waarin een zonnepark past binnen de be­ staande landschapstypen. Landschapstypen kunnen minimaal aangetast worden door bijvoorbeeld het volgen van landschappelijke lijnen (kavelgrenzen, bestaande sloten of wegen), het behoud van be­ staand groen of het toevoegen van elementen die de landschapsstructuur versterken (zoals nieuwe aanplant). Tabel 3 Beoordelingstabel landschapstypen

Score

0

Kwalitatief oordeel Kansrijk Minder kansrijk Niet kansrijk

Toelichting De inpassing van het zonnepark versterkt het huidige landschapstype____________ De inpassing van het zonnepark schikt zich met het huidige landschapstype;________ De inpassing van het zonnepark onttrekt zich volledig aan het huidige landschaps­ type

Een zonnepark heeft een negatief effect op de ‘jonge zand- en/of veenontginningen’. De realisatie van een zonnepark conflicteert met de aanwezige begroeiing, de natuurfunctie van het gebied en zo ontstaat een sterke aantasting van het landschapstype. Ook bebouwd gebied is niet geschikt voor een zonne­ park. Een zonnepark heeft een neutraal effect op de landschapstypen ‘oude zandontginning’ en ‘zeekleige­ bied’. Hier is meer ruimte, meer open velden waar zonneparken op gerealiseerd kunnen worden en zijn meer kenmerkende landschappelijke elementen waar het zonnepark op kan aansluiten. Bij het zeeklei­ gebied heeft dat met name met de schaal en agrarische functie te maken, bij de oude zandontginning met de aansluiting op kenmerkende landschappelijke elementen. Een zonnepark heeft, puur op basis van de aansluiting op landschapstypen, bij geen van de typen een positief effect. Het is geen van nature kenmerkend onderdeel van de landschappen. Bij de verdere uitwerking is het wel mogelijk een positief effect op het landschap te creëren en daar bieden de oude zandontginning- en zeekleigebieden meer aanknopingspunten voor.

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

21/35

Landschapstypen Score op basis van beoordelingskader

Thematische kaart

\

Made

Made

1

4

/ S

AV(

T Oosterhout

Oosterhout

ƒ Aq Dol

Do

,24,

Teteringen

Teteringen _A

Th-

ƒ

3

/

(1s

a

Rijen \

Rijen

74*

j

I Bebouwd gebied

Oude zandontg inning

Beekdal en broekontginning

Water

Dijken

Zeekleigebied

Jonge zand- en/of veenontginning

Gemeentegrens Oosterhout

2

o

km Minder kansrijk gebied o.b.v. beoordelingscriterium 'Landschapstypen'

1

2 3 km

Niet kansrijk gebied ob.v. beoordelingscriterium 'Landschapstypen' Gemeentegrens Oosterhout

Figuur 11: Geschiktheid zonneparken in relatie tot inpassing in het landschapstype (zie bijlage 1 voor scherpe resolutie)

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

22/35

5.3.1.1.2 Ruimtelijk-visuele inpassing Dit sub-criterium zoomt in op de manier waarop en de mate waarin een zonnepark aan het zicht ont­ trokken kan worden. Dit kan door gebieden hoger te scoren, die bijvoorbeeld aangesloten kunnen wor­ den op bestaand groen, maar ook door te situeren achter bestaand reliëf of bebouwing. Voor een gebied dat sterk open en vlak is, zijn (veel) extra landschappelijk afwijkende toepassingen nodig om visuele aanwezigheid te verminderen of weg te nemen, waardoor zo’n initiatief een negatieve beoordeling krijgt. In de Oosterhoutse context wordt alleen onderscheid gemaakt op de nabijheid van opgaande beplanting. Tabel 4 Beoordelingstabel ruimtelijk-visuele inpassing

Score

Kwalitatief oordeel Kansrijk

Minder kansrijk 0

Niet kansrijk

Toelichting

De locatie waar het zonnepark moet ko­ men biedt veel aanknopingspunten om vi­ suele aanwezigheid te verminderen of weg te nemen, plaatsing kan zonder (veel) toe­ voegingen_________________________ De locatie waar het zonnepark moet ko­ men biedt aanknopingspunten om visuele aanwezigheid te verminderen of weg te ne­ men, plaatsing vraagt om aanvullende maatregelen________________________ De locatie waar het zonnepark moet ko­ men biedt vrijwel geen aanknopingspunten om visuele aanwezigheid te verminderen. Er zijn veel toevoegingen nodig om dit te realiseren

Om tot een meetbaar verschil van ruimtelijk-visuele aspecten te komen, is gedifferentieerd op zones die aansluiten op bomenrijen/bos, weergegeven met een buffer van 250 meter. 250 meter is een visueel behapbare afstand waar een zonnepark van een paar honderd meter breedte voldoende aansluiting op kan vinden. Gebieden die binnen deze buffer liggen krijgen een positieve beoordeling. De rest van het gebied wordt als neutraal beoordeeld.

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

23/35

Ruimtelijk-visuele inpassing Thematische kaart

Score op basis van beoordelingskader

Made

Made

en Oosterhout

Ac

v-4u /

Do

Do

"7

A

Teteringen

Teteringen

\ a

3 Rijen

o

1

Bomen

Overige gebieden

250 meter afstand tot bomenrijen/ bos aan de rand van percelen

Gemeentegrens Oosterhout

2 • km

.L7

ƒ

I

P

Rijen

0_____1

V Kansrijk gebied o.b.v, beoordelingscriterium 'Ruimtelijkvisuele inpassing'

>

2

km

Minder kansrijk gebied o b.v. beoordelingscriterium 'Ruimtelijkvisuele inpassing' Gemeentegrens Oosterhout

Figuur 12: Geschiktheid zonneparken in relatie tot ruimtelijk-visuele inpassing (zie bijlage 2 voor scherpe resolutie)

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

24/35

5.3.1.1.3 Aansluiting op bedrijventerrein en infrastructuur In de RES 1.0 wordt het als positief beschreven wanneer een zonnepark aansluit op de bestaande bebouwing van steden en dorpen. Zoveel als mogelijk aansluiten op de bebouwde kom, zorgt ervoor dat het buitengebied zo min moge lijk wordt aangetast en open kan blijven. Gemeentelijk beleid en de RES 1.0 spreken daarbinnen de voorkeur uit naar aansluiting op bedrijventerreinen. De ontwikkeling van zonneparken nabij woongebieden wordt minder wenselijk geacht. De aansluiting op de bebouwde kom wordt onderscheiden door een bufferzone van 500 meter aan te geven om de bedrijventerreinen. Daarnaast wordt in dit sub-criterium de plaatsing nabij rijks- en provinciale infrastructuur meegenomen. Vanuit de zonneladder zijn dit plaatsingslocaties die een voorkeur hebben, deze vallen vaak buiten de bebouwde kom. Deze worden gecombineerd in dit sub-criterium. Voor deze wegen houden we ook de afstand aan 500 meter. Deze afstand is indicatief voor de nabijheid tot infrastructuur. Vanuit gemeente­ lijk beleid is aangegeven dat locaties grenzend aan woonwijken niet de voorkeur hebben. Deze zijn met een rode bufferzone van 500 meter aangegeven. Tabel 5 Beoordelingstabel aansluiting op bedrijventerrein en infrastructuur

Score

0

Kwalitatief oordeel Kansrijk

Toelichting De locatie grenst direct aan of loopt direct langs hoofdinfrastructuur Het zonnepark grenst aan bedrijventerrein De locatie ligt niet nabij hoofdinfrastructuur Het grenst niet aan bedrijventerrein

Minder kansrijk Niet kansrijk

De locatie grenst aan woonwijken

Aansluiting bedrijventerrein en infrastructuur Thematische kaart

Score op basis van beoordelingskader

Ae Made

Êe

r

Oc Oosterhout

Do

I Teteringenk

'en

I

a

I

Rijen )

£ Ligging rond provinciale wegen

Bedrijventerreinen

Ligging rond stedelijke gebieden

Overige gebieden Provinciale wegen

Ligging rond rijkswegen Ligging rond bedrijventerrein

'

Stedelijk gebied

|

o

o___ i

Rijkswegen

| Gemeentegrens Oosterhout

km

-1

2 3 km

Kansrijk gebied o.b.v, beoordelingscriterium 'Aansluiting bedrijventerrein en infrastructuur'

Niet kansrijk gebied o.b.v. beoordelingscriterium 'Aansluiting bedrijventerrein en infrastructuur'

Minder kansrijk gebied o.b.v. beoordelingscriterium 'Aansluiting bedrijventerrein en infrastructuur'

Gemeentegrens Oosterhout

Figuur 13: Geschiktheid zonneparken in relatie tot aansluiting op bedrijventerrein en infrastructuur (zie bijlage 3 voor scherpe resolutie)

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

25/35

5.3.1.1.4 Cultuurhistorische waarden De inpassing van een zonnepark scoort beter als de aanwezige cultuurhistorische landschappen niet aangetast worden. Bij de inpassing zal daar zorgvuldig naar gekeken moeten worden. Vaak staan deze in cultuurhistorische verkenningen, maar ook historische verenigingen kunnen hiervoor geraadpleegd worden. Hoe meer cultuurhistorisch waardevolle elementen, hoe minder kansrijk een zonnepark is. Er moet dan rekening gehouden met deze waardevolle elementen. Gebieden waar dit geldt zijn bijvoor­ beeld de Zuiderwaterlinie of landgoed Oosterheide. De beoordeling vindt plaats op basis van door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed vastgestelde cultuurhistorische landschappen en cultuurhistorisch waardevolle gebieden. Het onderscheid wordt gemaakt op basis van aanwezigheid en overlap van de cultuurhistorische indicatoren. Tabel 6 Beoordelingstabel cultuurhistorische waarden

Kwalitatief oordeel Kansrijk

Score

Toelichting

De locatie is in een gebied zonder vastge­ legde cultuurhistorische landschappen of cultuurhistorische waarden____________ Het zonnepark komt in een gebied met (en­ kele) vastgelegde cultuurhistorische land­ schappen óf bevat cultuurhistorische waar­ den_______________________________ Het zonnepark komt in een gebied met vastgelegde cultuurhistorische landschap­ pen én cultuurhistorische waarden (overlap)

Minder kansrijk 0

Niet kansrijk

Cultuurhistorische waarden Thematische kaart

Score op basis van beoordelingskader

Made

Made

-

LOosterhout

. o.Oosterhout

I

1

Dol

Do

'& Teteringen

Teteringen

_

T I a

M

3

o Cadettenkamp

i Vestingwerken ten noorden -------- > van Breda

Landgoed Oosterheide

Langstraat

Overige gebieden

Zuiderwaterlinie bij Terheijden |

| Gemeentegrens Oosterhout

J Rijen )

Rijen \ 1

o

2 • km

Kansrijk gebied o.b.v. beoordelingscriterium

2

3 km

— Niet kansrijk o,b.v.

H beoordelingscriterium

'Cultuurhistorische waarden' Minder kansrijk o.b.v. beoordelingscriterium 'Cultuurhistorische waarden'

1

'Cultuurhistorische waarden'

| Gemeentegrens Oosterhout

|

Figuur 14: Geschiktheid zonneparken in relatie tot cultuurhistorische waarden (zie bijlage 4 voor scherpe resolutie)

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

Movares

26/35

5.3.1.2 Natuur Het natuurcriterium wordt hoofdzakelijk gebaseerd op de nabijheid van of locatie in wettelijk vastgelegde natuurgebieden. Deze gebieden zijn verankerd in de wet natuurbescherming (Wnb). In het buitengebied moet rekening gehouden worden met de NNB, alsmede de GBM (Groen Blauwe Mantel). Natura 2000gebieden bevinden zich niet in of in de nabijheid van het buitengebied van Oosterhout. Op basis hiervan wordt de kans ingeschat van de natuurwaarden. Paragraaf 4.4 beschrijft het achterliggende beleid en de waarde van het verbinden van het natuurnetwerk. Een zonnepark kan een kans zijn om natuur beter met elkaar te verbinden, maar dan moet daar in de ontwikkeling specifiek rekening mee gehouden wor­ den.

Op basis van het beschikbare kaartmateriaal kan alleen uitspraak worden gedaan op de aspecten ruim­ tebeslag en (het uitsluiten van) verstoring door licht, geluid of trillingen door de verstoringsafstand mee te wegen. Voor het NNB wordt aangesloten bij de provinciale verordening voor het aspect wel/geen externe werking. Dit houdt in dat effecten die op de beschermde NNB-gebieden ontstaan als gevolg van storingsfactoren die optreden bij activiteiten die buiten de NNB-begrenzing plaatsvinden (externe effecten) ook relevant zijn voorde toetsing van de mogelijk aantasting van het NNB. Als globale afstand waarbuiten verstoring kan worden uitgesloten wordt 500 meter aangehouden rondom het NNB. Dit is minder dan de standaardbeoordeling voor bouwprojecten waarbij sterk verstorende werkzaamheden plaatsvinden, zoals heien. De aanleg van een zonnepark heeft namelijk een minder verreikend versto­ rend effect. Binnen de GBM zijn de mogelijkheden voor de ontwikkeling van een zonnepark breder. Hier is ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie, met een meer extensief ka­ rakter, mits deze een bijdrage leveren aan de kwaliteit van natuur, water en landschap. De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals stedelijke ontwikkeling of intensieve vormen van recre­ atie of landbouw passen minder bij het karakter van deze gebieden.

Daarom gelden binnen de GBM soms aanvullende regels voor de ontwikkeling van die functies. De aanleg van een zonnepark valt niet onder deze functies, maar moet in de GBM-gebieden dus wel een bijdrage leveren aan de kwaliteit van natuur, water en landschap. Voor locaties binnen de GBM wordt daardoor een effect neutraal beoor­ deeld.

Zoals genoemd in paragraaf 4.4 is de Willemspolder een waardevol weidevogelgebied. Het leefgebied van weidevogels mag bij de ontwikkeling van een zonnepark er niet op achteruitgaan. Tabel 7 Beoordelingstabel natuur

Score

Kwalitatief oordeel Kansrijk

Minder kansrijk 0

Niet kansrijk

Toelichting De locatie ligt buiten het NNB en de GBM en op >500 meter afstand van het NNB en de GBM___________________________ De locatie ligt buiten het NNB, maar binnen het GBM en/of op <500 meter afstand van het NNB en de GBM Het buitengebied bevat waardevolle weidevogels (Willemspolder)

De locatie ligt binnen het NNB

A30-J.J.M.-HS-RAP-23002815 / Proj.nr. M0004999 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 25-04-2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=47436dad-2c52-40e7-b982-b07467625c5d