CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

5. OBP Toelichting Groenestraat 1-2 Dorst.pdf

Raadsvergadering 27 september 2022, gemeente OosterhoutBij agendapunt: raadsvoorstel 357883 vaststellen bestemmingsplan "Buitengebied 2013 (incl. lint Oosteind) herz. 24 (Groenestraat 1-2)"22.602 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)’

10 maart 2022

Colofon Projectnummer: EX.18.1362 Versie: 6 IDN: NL.IMRO. 0826.BSPhz24BG2013-ON01 Datum: 10 maart 2022

Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Exlan Advies Waalkade 33 5347 KR Oss

Postbus 300 5340 AH Oss

Locatie Groenestraat 1 en 2 te Dorst

Opdrachtgever Groenestraat 2 4849 PT Dorst

2Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

Inhoudsopgave COLOFON................................................................................................................................................ 2 INHOUDSOPGAVE................................................................................................................................... 3 HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4

AANLEIDING ............................................................................................................................ 5 LIGGING EN BEGRENZING VAN HET PLANGEBIED ............................................................ 6 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN .......................................................................................... 8 LEESWIJZER ........................................................................................................................... 9

HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING .............................................................................................. 10 2.1 2.2

HUIDIGE SITUATIE ................................................................................................................ 10 VOORGENOMEN ONTWIKKELING ...................................................................................... 12

HOOFDSTUK 3 BELEIDSTOETS ........................................................................................................ 19 3.1 3.2 3.3 3.4

INLEIDING .............................................................................................................................. 19 RIJKSBELEID ......................................................................................................................... 19 PROVINCIAAL BELEID .......................................................................................................... 20 GEMEENTELIJK BELEID ....................................................................................................... 25

HOOFDSTUK 4 MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING ................... 30 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16

INLEIDING .............................................................................................................................. 30 M.E.R.-BEOORDELING ......................................................................................................... 30 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE ............................................................................ 31 NATUUR ................................................................................................................................. 33 WATERPARAGRAAF............................................................................................................. 36 BODEM ................................................................................................................................... 40 (ONDERGRONDSE) INFRASTRUCTUUR ............................................................................ 43 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING ...................................................................................... 43 GEURHINDER ........................................................................................................................ 44 AKOESTIEK ...........................................................................................................................

47 LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................. 50 EXTERNE VEILIGHEID .......................................................................................................... 52 VERKEER EN PARKEREN .................................................................................................... 53 VOLKSGEZONDHEID IN RELATIE TOT VEEHOUDERIJEN ................................................ 55 SPUITZONES ......................................................................................................................... 59 DUURZAAMHEID ................................................................................................................... 60

HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE PLANOPZET....................................................................................... 62 5.1 5.2 5.3

STANDAARDISERING EN DIGITALISERING ....................................................................... 62 ALGEMENE OPZET ............................................................................................................... 62 OPBOUW VAN DE REGELS .................................................................................................. 62

HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID ................................................................................................ 63 6.1 6.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ....................................................................... 63 FINANCIËLE UITVOERBAARHEID ....................................................................................... 65

BIJLAGEN ............................................................................................................................................ 66 BIJLAGE 1: PRINCIPEBESLUIT GEMEENTE OOSTERHOUT; ..................................................................... 66 3Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

BIJLAGE 2: QUICKSCAN FLORA EN FAUNA (EXLAN, 28 APRIL 2020); ..................................................... 66 BIJLAGE 3: VOOROVERLEGREACTIE WATERSCHAP BRABANTSE DELTA; ............................................... 66 BIJLAGE 4: BODEMONDERZOEK (WEMATECH JULI/ AUGUSTUS 2014); .................................................. 66 BIJLAGE 5: AERIUS STIKSTOF BEREKENING BEOOGDE SITUATIE; ......................................................... 66 BIJLAGE 6: WEMATECH MILIEU ADVISEURS B.V., AKOESTISCH ONDERZOEK GEVELBELASTING WEGVERKEER GROENESTRAAT ONG. DORST, PROJECTNR:AWV-60200244, KENMERK RAPPORT:FG60200244.RO01.1, 19 JUNI 2020);.................................................................................. 66 BIJLAGE 7: FORMULIER DIALOOG PRINCIPEVERZOEK HERONTWIKKELING LOCATIE GROENESTRAAT 1-2 TE DORST ................................................................................................................................................ 66 BIJLAGE 8: VOOROVERLEGREACTIE PROVINCIE NOORD-BRABANT. ...................................................... 66 BIJLAGE 9: GEURAFSTANDEN WONINGEN TOT VEEHOUDERIJ BAVELSTRAAT 21. .................................... 66

4Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

HOOFDSTUK 1 INLEIDING

1 1 Inleiding 1.1

AANLEIDING Initiatiefnemer exploiteert in de huidige situatie op de locatie Groenestraat 1 en 2 te Dorst (hierna: plangebied) een melkrundveehouderij in combinatie met een akkerbouwbedrijf. In 2017 is de intensieve varkenshouderij ter plaatse beëindigd middels de provinciale ruimtevoor-ruimte regeling. Hiermee is op een gedeelte van de gronden van Groenestraat 1 een ruimte-voor-ruimtekavel gerealiseerd met de enkelbestemming ‘wonen’. De bestaande stallen t.b.v. de melkveehouderij zijn verouderd. Om te voldoen aan de Brabantse regelgeving is aanpassing van het stalsysteem op korte termijn vereist. Ook moeten de asbestdaken worden gesaneerd. Financieel is dit voor initiatiefnemer niet rendabel. Bovendien is de omvang van het bedrijf voor de toekomst te klein en is het gezien de ligging binnen de aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’, uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, en de ligging op korte afstand van diverse burgerwoningen geen locatie waar uitbreiding van de veehouderij maatschappelijk gewenst is. Dit is de reden dat initiatiefnemer uiteindelijk besloten heeft de totale veehouderij op de locatie te beëindigen. Om voldoende inkomsten te kunnen blijven genereren zal initiatiefnemer de akkerbouwtak voortzetten.

Om de kosten voor het beëindigen van de melkveehouderij en de sloop van bebouwing te kunnen financieren was initiatiefnemer voornemens om binnen het noordelijke bouwvlak (Groenestraat 1) twee woningen te realiseren. Op 16 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout in hun vergadering besloten dat onderhavig plan in principe ruimtelijk voorstelbaar is, onder de voorwaarde dat het agrarische bouwvlak aan de noordzijde van de Groenestraat geheel verdwijnt1. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is voorliggende bestemmingsplan opgesteld waarin rekening is gehouden met de door het college gestelde voorwaarden. Gezien het feit dat het vigerende bestemmingsplan ter plaatse nog vrij recent is vastgesteld (17 november 2017), is voor onderhavige toelichting daar waar mogelijk aangesloten bij de inhoud uit de toelichting behorende bij het vigerende bestemmingsplan2 en hier teksten uit over genomen. Naar aanleiding van het vooroverleg dat in het kader van het voorontwerpbestemmingsplan heeft plaatsgevonden met de provincie Noord-Brabant heeft initiatiefnemer de keuze gemaakt onderhavig plan aan te passen en in plaats van twee woningen slechts één nieuwe woning te realiseren ter plaatse van het noordelijke bouwvlak.

1 Het doel van het college is dat op deze gronden in de toekomst geen bedrijfsmatige activiteiten meer plaatsvinden en dat voor deze gronden geen aparte ontsluitingsweg/uitrit gerealiseerd dient te worden. 2 Opgesteld door CUIJPERS ADVIES, PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.

5Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

1.2

LIGGING EN BEGRENZING VAN HET PLANGEBIED Het plangebied betreft de locaties Groenestraat 1 en 2 in Dorst. Deze locaties zijn gelegen in het buitengebied van de gemeente Oosterhout, ten zuiden van de kern Dorst, in het bebouwingslint langs de Groenestraat. Het betreft een gemengd gebied met burgerwoningen, agrarische bedrijven en niet-agrarische bedrijven. Het plangebied omvat een gedeelte van de gronden welke in eigendom zijn van initiatiefnemer met de kadastrale aanduiding gemeente Oosterhout, sectie T, nummers 63 en 335. Daarnaast wordt ter plaatse van de gronden met de kadastrale aanduiding gemeente Oosterhout, sectie T, nummer 334, dat niet meer in eigendom is van initiatiefnemer, het agrarische bouwvlak verwijderd. Het noordelijke gedeelte van het plangebied grenst in het noorden aan landbouwgronden van derden, in het oosten aan de woonkavel die in 2017 in het kader van de ruimte-voorruimteregeling is gerealiseerd, in het westen aan de woonbestemming van de locatie ‘Bavelstraat 19’ en in het zuiden aan de weg ‘Groenestraat’. Het zuidelijk gelegen gedeelte van het plangebied grenst in het noorden aan de weg ‘Groenestraat’, in het oosten aan de woonbestemming van de locatie ‘Groenestraat 4’ en aan de naastgelegen lanbouwgronden. In het zuiden grenst het plangebied ook aan landbouwgronden en in het westen aan de weg ‘Leverstraat’.

6Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

•

Figuur 1.1: Luchtfoto met globaal aanduiding plangebied (rode stippellijn) Groenestraat 1 en 2 en omgeving (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

7Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

1.3

VIGEREND BESTEMMINGSPLAN Binnen het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 10 (Ruimte voor Ruimte Groenestraat 2) van de gemeente Oosterhout, vastgesteld op 17 november 2017 door de gemeenteraad van Oosterhout. Dit bestemmingsplan is destijds in opdracht van initiatiefnemer opgesteld t.b.v. de beëindiging van de varkenstak en de realisatie van een ruimte-voor-ruimtekavel. Daarnaast vigeert ter plaatse van het plangebied nog het paraplubestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Oosterhout 2018’ van de gemeente Oosterhout, vastgesteld op 6 juni 2018.

•

Figuur 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 10 (Ruimte voor Ruimte Groenestraat 2)

Ter plaatse van het meest noordelijk gelegen vigerende bouwvlak (met een oppervlakte van 3.403 m²) die deel uitmaakt van het plangebied gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen: • Enkelbestemming Agrarisch; • Dubbelbestemming Waarde – Archeologie (deels); • Functieaanduiding bedrijfswoning uitgesloten; • Gebiedsaanduiding milieuzone – boringsvrije zone; • Gebiedsaanduiding milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied. Ter plaatse van het zuidelijk gelegen gedeelte van het vigerende bouwvlak (met een oppervlakte van 8.678 m²) dat ook onderdeel uitmaakt van het plangebied gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen: • Enkelbestemming Agrarisch; • Dubbelbestemming Waarde – Archeologie; • Gebiedsaanduiding milieuzone – boringsvrije zone; 8Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

•

Gebiedsaanduiding wetgevingszone – omgevingsvergunning openheid.

Op basis van het geldende bestemmingsplan is de gewenste ontwikkeling niet mogelijk. In het geldende bestemmingsplan is wel een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het omzetten van de enkelbestemming ‘Agrarisch’ naar de enkelbestemming ‘Wonen’, maar niet in combinatie met voortzetting van het agrarische bedrijf in de vorm van akkerbouw. Middels onderhavige partiële herziening van het bestemmingsplan wordt een gedeelte van het noordelijk gelegen bouwvlak omgezet in één woonbestemming, het zuidelijk gelegen bouwvlak wordt verkleind en in de regels wordt juridisch geborgd dat ter plaatse geen veehouderij meer geëxploiteerd kan worden. Daarnaast wordt geborgd dat het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen is uitgesloten. De regels m.b.t. parkeren uit de ‘Parapluherziening Parkeren Oosterhout 2018’ zijn overgenomen in onderhavige partiële herziening.

1.4

LEESWIJZER Hoofdstuk 2 bevat de planbeschrijving. Hierin wordt een beschrijving gegeven van de huidige bestaande situatie ter plaatse als van de toekomstige gewenste ontwikkeling binnen het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante Rijks-, provinciaalen gemeentelijke beleid. Hoofdstuk 4 bevat de toetsing aan diverse op dit plan van belang zijnde milieuhygiënische en planologische aspecten. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan en tot slot wordt in hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid behandeld.

9Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING

2 1 Planbeschrijving 2.1

HUIDIGE SITUATIE Groenestraat 2 Op de locatie Groenestraat 2 in Dorst exploiteert initiatiefnemer een melkveehouderij in combinatie met een akkerbouwbedrijf. Het bedrijf betreft een melding plichtig bedrijf in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer en beschikt over een vergunning voor het traditioneel huisvesten van 81 melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar en 57 stuks jongvee tot 2 jaar. Op 6 november 2018 heeft Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant voor het hierboven genoemde aantal dieren binnen het plangebied onder de Programmatische aanpak stikstof (hierna: de PAS) een vergunning verleend in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). Verder heeft initiatiefnemer momenteel 50 hectare grond in eigendom die deze bewerkt t.b.v. de akkerbouwtak. Afgelopen jaar bestond de teelt uit gras, maïs en broccoli. Afhankelijk van de vraag wisselt de teelt per jaar. Op het perceel bevinden zich, zoals uit afbeelding 2.1 blijkt, diverse gebouwen en voorzieningen, zoals een bedrijfswoning (ca. 90 m²), jongveestal (ca. 345 m²), ligboxenstal (ca. 655 m²) , machineberging (ca. 526 m²), berging en kas (ca. 77 m²), werktuigenberging (ca. 210 m²), vier voerplaten/sleufsilo’s (ca. 1.120 m²), een sleufsilo en een vaste mestopslag (gezamenlijk ca. 510 m²), voersilo’s en een gebouwtje voor de onderwater beregeningspomp en de dieseltank (ca. 90 m²).

Daarnaast is ter plaatse circa 2.052 m² erfverharding gelegen.

•

Figuur 2.1: Uitsnede milieutekening met aanwezige gebouwen en bebouwing op de locatie Groenestraat 2 te Dorst.

Een gedeelte van de bestaande jongveestal heeft initiatiefnemer reeds intern verbouwd tot kantoor/ kantine/ doucheruimte t.b.v. het agrarische bedrijf. Groenestraat 1 De gronden binnen het bouwvlak ten noorden van de Groenestraat (Groenestraat 1) zijn onbebouwd en in gebruik als grasland. Voorheen was op deze gronden een varkensstal

10Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

inclusief mestkelder gelegen met een oppervlakte van ongeveer 800 m². Deze varkensstal is afgebroken in het kader van het plan waarvoor het vigerende bestemmingsplan is opgesteld.

•

Figuur 2.2: Uitsnede luchtfoto 2015 ter plaatse van Groenestraat 1 te Dorst waarop de gesloopte varkensstal nog is gesitueerd ter plaatse van het plangebied (bron: www.streetsmart.cyclomedia.com)

Deze gronden aan de noordzijde van de Groenestraat liggen in de periferie van de kern Dorst, waardoor dit ook een zogenaamde kernrandzone betreft. Functioneel-ruimtelijke analyse en waardering Het plangebied is gelegen in een buurtschap dat zijn oorsprong heeft in een strook van oorsprong agrarische lintbebouwing langs de Groenestraat. De lintbebouwing heeft een gemengde samenstelling, waarbij de woningen worden afgewisseld met agrarische en nietagrarische bedrijven. De bestaande groenstructuur in het gebied wordt deels bepaald door de aan de zuidzijde van de straat aanwezige boombeplanting. Verder draagt de plaatselijke intensieve erfbeplanting met opgaande bomen, hagen en sierbeplanting in belangrijke mate bij aan het groene karakter van de omgeving.

11Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

•

Figuur 2.3: Zicht op de Groenestraat in de oostelijke en westelijke richting; laanbeplanting aan de zuidzijde en opvallend is het groene karakter door de eenzijdige laanbeplanting en de erfbeplanting (bron: www.streetsmart.cyclomedia.com)

Landschappelijke omgeving De lintbebouwing aan de Groenestraat wordt omringd en dooraderd met opgaand groen. Er omheen liggen open akkergebieden (de historische akkers van Dorst), waardoor er vanuit de omgeving een goed uitzicht is op de groen dooraderde lintbebouwing. Het beeld van buitenaf wordt in hoge mate bepaald door de opgaande boombeplanting en door de moderne agrarische bedrijfsbebouwing. Stedenbouwkundige situatie De locatie maakt deel uit van het bebouwingscluster aan de Groenestraat. Deze cluster bestaat uit (voormalige) agrarische bedrijven en vrijstaande burgerwoningen in een open en losse setting. Er is geen sprake van een eenduidige rooilijn: de hoofdgebouwen wisselen qua afstand tot de as van de weg (Groenestraat). In de omgeving van het plangebied staan de gebouwen vrij dicht op de straat (maar niet op vaste afstanden), elders is er meer ruimte voor de (bedrijfs)woningen. De bebouwingscluster heeft een uitermate landelijk karakter en bestaat uit overwegend vrijstaande panden van wisselende ouderdom en met één bouwlaag en alle voorzien van een kap. De agrarische bedrijfsgebouwen zijn overwegend recent van ouderdom, bestaan uit één bouwlaag en zijn voorzien van een kap met een flauwe dakhelling.

2.2

VOORGENOMEN ONTWIKKELING 2.2.1 Het initiatief Groenestraat 1 Beoogd wordt om binnen het plangebied, ten noorden van de Groenestraat, één woonkavel te realiseren om de kosten voor het beëindigen van de melkveetak en de sloop van bebouwing deels te kunnen financieren. Het agrarische bouwvlak dat gelegen is ten noorden van de Groenestraat met een omvang van 3.403 m² komt te vervallen. Hierdoor is het niet meer mogelijk op deze gronden agrarische bedrijfsbebouwing te realiseren. Op 1.000 m² van deze gronden wordt de enkelbestemming ‘Wonen’ gelegd t.b.v. de realisatie van één woning. Op de overige gronden blijft de enkelbestemming ‘Agrarisch’ gelden zonder bouwvlak. 12Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

Groenestraat 2 De veehouderij ter plaatse van de Groenestraat 2 wordt gesaneerd. Om voldoende inkomsten te kunnen blijven genereren wordt de akkerbouwtak voortgezet in de huidige omvang. Hiervoor wordt de bestaande machineberging met een omvang van 526 m²3, de bedrijfswoning en het bedrijfsgebouw dat direct vast tegen de bedrijfswoning is gerealiseerd met een omvang van 343 m²4 gehandhaafd. Het gebouw van ca. 90 m² t.b.v. de onderwater beregeningspomp en waar in het verleden een dieseltank in lekbak heeft gestaan wordt afgebroken, maar ter bescherming van de onderwater beregeningspomp welke wordt gehandhaafd, wordt een gebouwtje hierom heen gebouwd van ca. 5 m². De machineberging blijft behouden t.b.v. de binnen stalling van de werktuigen en machines welke worden gebruikt t.b.v. de akkerbouwtak. Het andere bedrijfsgebouw blijft gehandhaafd ten behoeve van de stalling van klein bedrijfsmateriaal (veegmachine, etc.), stalling bedrijfsauto, bedrijfskantine, kantoor, douche t.b.v. het bedrijf en als werkplaats t.b.v. het onderhoud van de eigen akkerbouwmachines en werktuigen. Alle overige bedrijfsbebouwing met een omvang van ca. 2.657 m²5 op de locatie wordt afgebroken en ca. 1.100 m² erfverharding wordt verwijderd. Het agrarische bouwvlak ten zuiden van de Groenestraat wordt van 8.678 m² teruggebracht naar een oppervlakte van 2.920 m².

Aan de achterzijde van het perceel blijft bouwvlak gehandhaafd zodat hier eventueel erfverharding gerealiseerd kan worden om met de grotere machines te kunnen manoeuvreren. Daarnaast wordt rekening gehouden met een eventueel te realiseren spoelplaats en een weegbrug t.b.v. het akkerbouwbedrijf.

3

40,42 meter x 13 meter.

4 19,05 meter x 18 meter. 5

Overtollige bebouwing (incl. kelders) à 1.027 m² en sleufsilo’s à 1.630 m².

13Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

Locatie nieuwe woning

Te handhaven bouwvlak t.b.v. agrarisch akkerbouwbedrijf

Te slopen bebouwing

•

Figuur 2.4: Globaal beeld van de gewenste ontwikkeling

2.2.2 Stedenbouwkundige invulling Stedenbouwkundige inpassing Initiatiefnemer saneert op de locatie Groenestraat 2 bestaande bebouwing en erfverharding. Daarnaast wordt het bouwvlak verkleind naar 2.920 m². Deze wordt minder diep. Naast de bedrijfswoning blijven twee bestaande bedrijfsgebouwen gehandhaafd. De mogelijkheid tot het bedrijven van een veehouderij wordt geschrapt. De huidige mogelijkheid voor agrarische bedrijfsactiviteiten in de vorm van een grondgebonden teeltbedrijf blijft behouden. Daarnaast is in de regels de mogelijkheid tot het nieuw bouwen van bedrijfsgebouwen uitgesloten. De mogelijkheid tot herbouw binnen het bouwvlak van de twee bedrijfsgebouwen die worden gehandhaafd blijft bestaan. Door de sloop van bestaande bedrijfsbebouwing en het inperken van het agrarisch bouwvlak wordt de openheid binnen de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – omgevingsvergunning openheid’ teruggebracht en geborgd dat hier in de toekomst niet opnieuw opgaande bebouwing wordt gerealiseerd. Bij de positionering van de toekomstige woning ten noorden van de Groenestraat wordt rekening gehouden met de open bebouwingsstructuur in de omgeving en de aanwezige

14Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

woonbebouwing. Het bouwvlak waarbinnen de woning kan worden gesitueerd wordt op 8 meter afstand van de voorste perceelsgrens gesitueerd. Op deze wijze wordt aangesloten bij het huidige verloop van wisselende afstand van de bebouwing tot de weg. De diepte van het nieuwe woonperceel (45-50 meter) sluit aan bij de gemiddelde diepte van de percelen in de omgeving. De (voormalige) agrarische bedrijven hebben een relatief grote perceelsdiepte, terwijl de daarvan afgescheiden burgerwoningen juist vaak een relatief kleine perceelsdiepte hebben. Verder wordt er voldoende afstand gehouden ten opzichte van de naastgelegen bebouwing en de zijdelingse percelen. Dit om de openheid te waarborgen en geen aaneengesloten rij aan bebouwing te realiseren. Typologie De ontwikkeling van de nieuwe vrijstaande woning dient aan te sluiten bij de ruimtelijke karakteristiek van het gebied en zal een landelijke uitstraling krijgen. Hierbij zal worden aangesloten bij de landelijke woningen die in de omgeving zijn gebouwd. De bestaande woningen aan de Groenestraat bestaat voornamelijk uit (agrarische) woonbebouwing of nieuwe vrijstaande woningen in uiteenlopende breedtematen en met de gevel evenwijdig gelegen aan de straat. Vanuit stedenbouw is de situering van de nokrichting niet van belang, maar wel het feit dat de woning met een kap wordt uitgevoerd.

Maatvoeringen Enkelbestemming ‘Wonen’ De gemeente Oosterhout staat voor woningen een maximale inhoudsmaat toe van 750 m³. Daarnaast wordt t.b.v. de overige maatvoeringen van de woning aangesloten bij de maximale maatvoeringen die in het vigerende bestemmingsplan worden toegestaan binnen de enkelbestemming ‘Wonen’. Dit betreft: a. Maximale goothoogte: 4,5 meter; b. Maximale bouwhoogte: 9 meter; c. Afstand woning tot zijdelingse perceelsgrens wordt op verzoek van de gemeente 5 meter i.p.v. de toegestane 3 meter in het moederplan. Dit zodat het hoofdgebouw, de woning, vrij op het perceel komt te staan. Om die reden mag ook de afwijkingsbevoegdheid uit het moederplan, om af te wijken van de minimale afstand van 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrens, niet meer terugkomen in onderhavig bestemmingsplan. Ook t.b.v. bijbehorende bouwwerken bij woningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt aangesloten bij de regeling hiervoor in het vigerende bestemmingsplan. Dit houdt in dat de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken maximaal 100 m² mag bedragen. Bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevelrooilijn van de woning te worden gebouwd. De maximale goothoogte respectievelijk bouwhoogte bedraagt 3,5 meter en 6 meter.

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt een maximale bouwhoogte van 1 meter gehanteerd voor of op de voorgevelrooilijn van de woning. Achter de voorgevelrooilijn van de woning geldt een maximale bouwhoogte van 2 meter voor erf- en perceelsafscheidingen en 3 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Enkelbestemming ‘Agrarisch’ – bouwvlak In het vigerende bestemmingsplan worden binnen een agrarisch bouwvlak verschillende bouwmogelijkheden geboden. In de provinciale ruimte-voor-ruimteregeling zijn o.a. de voorwaarden opgenomen dat het houden van vee en het bouwen van nieuwe

15Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

bedrijfsgebouwen wordt uitgesloten. Om aan deze voorwaarden gehoor te geven is in de regels opgenomen dat binnen het bouwvlak enkel een grondgebonden teeltbedrijf mag worden uitgeoefend en dat enkel binnen het bouwvlak gebouwen zijn toegestaan met een maximale omvang van 874 m² aan bedrijfsgebouwen (dit is de omvang van de bedrijfsgebouwen die gehandhaafd blijven t.b.v. de akkerbouwtak). Nieuwbouw van bedrijfsgebouwen is buiten deze omvang niet toegestaan. T.b.v. de overige maatvoeringen is aangesloten bij de maatvoeringen die in het vigerende bestemmingsplan worden toegestaan. a. Afstand gebouwen op minimaal 3 m achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning; b. de afstand van gebouwen tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt ten minste: 1. 1,5 m voor gebouwen met een goothoogte van 3,5 m of minder; 2. 3 m voor een gebouw met een goothoogte van meer dan 3,5 m.; Indien de perceelsgrens is gelegen in water, worden voormelde maten gemeten vanuit de boveninsteek van de betreffende oever; (afwijkingsbevoegdheid voor opgenomen in het bestemmingsplan om af te wijken van deze minimale afstand). c. Maximale goothoogte: 6 meter (afwijkingsbevoegdheid voor opgenomen in het bestemmingsplan om af te wijken van deze minimale afstand tot maximaal 10 meter); d.

Maximale bouwhoogte: 10 meter (afwijkingsbevoegdheid voor opgenomen in het bestemmingsplan om af te wijken van deze minimale afstand tot maximaal 12 meter). T.b.v. de bouwregels van teeltondersteunende voorzieningen, bedrijfswoningen, bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde is aangesloten bij de bouwregels hiervoor in het vigerende bestemmingsplan. De bouwmogelijkheden voor teeltondersteunende kassen is hieruit gehaald aangezien dit aangemerkt dient te worden als bedrijfsgebouwen en nieuwe bedrijfsgebouwen vanuit de provinciale ruimte-voor-ruimte-regeling niet zijn toegestaan.

2.2.3 Landschappelijke inpassing Een belangrijke voorwaarde welke binnen de provinciale ruimte-voor-ruimte regeling is opgenomen is dat een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd. In deze situatie wordt weliswaar indirect gebruik gemaakt van deze regeling wat inhoudt dat deze voorwaarde ook geldt m.b.t. onderhavig plan. Landschappelijke inpassing wordt gezien als een vorm van kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de provinciale Interim omgevingsverordening. In het landschappelijk inpassingsplan zijn de uitgangspunten ten behoeve van inpassing van de kavel opgenomen en de betreffende maatregelen die daarmee gepaard gaan. Daarnaast heeft initiatiefnemer de voorkeur uitgesproken voor het inrichten van hun achtererf ter plaatse van de Groenestraat 2, als straks de agrarische bebouwing is gesaneerd. Op het achterste gedeelte van het nieuwe erf wil men een fruitboomgaard met laagstamfruit realiseren en de bestaande moestuin uitbreiden. Op de zuidelijke erfgrens wil men een struweelhaag realiseren die aan de Leverstraat doorloopt. Ook hiervoor zijn in het landschappelijk inpassingsplan uitgangspunten t.b.v. inpassing als te nemen maatregelen opgenomen.

Om juridisch te borgen dat de landschappelijke inpassing ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd danwel dat men de middelen heeft om hier handhavend tegen op te treden is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen bij zowel de bouwregels als gebruiksregels waarin is bepaald dat ten behoeve van de woonbestemming enkel mag worden gebouwd wanneer uit een door het bevoegd gezag goedgekeurd landschappelijk inpassingsplan blijkt dat deze bouwwerken landschappelijk

16Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

ingepast worden. Daarnaast is opgenomen dat het gebruik van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming enkel is toegestaan, indien de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in het bijgevoegde landschappelijk inpassingsplan is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform het landschappelijk inpassingsplan. Daarnaast wordt op de verbeelding over het gehele plangebied de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ gelegd zodat voor iedereen duidelijk is dat in onderhavig plan sprake is van een verplichting voor een landschappelijke inpassing.

2.2.4 Ontsluiting en parkeren De nieuwe woonkavel wordt middels een eigen te realiseren inrit/uitrit ontsloten op de Groenestraat. Het bestaande akkerbouwbedrijf, ter plaatse van de locatie Groenestraat 2, blijft zoals in de huidige situatie op twee plaatsen ontsloten. Zowel de privé inrit/uitrit, waarmee ook de bedrijfswoning wordt ontsloten, op de Groenestraat wordt hiervoor gebruikt als de bedrijfs inrit/uitrit op de Leverstraat. Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. Dit geldt zowel voor het akkerbouwbedrijf als voor de te realiseren woonkavel. T.b.v. de nieuwe woning worden minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. De percelen bieden hiervoor ruimschoots voldoende ruimte. In paragraaf 4.13 ‘verkeer en parkeren’, is het aspect parkeren verder uitgewerkt. 2.2.5 Planologische vertaling in het bestemmingsplan Om de herbestemming van het agrarisch bouwvlak t.b.v. het verkleinen van het bouwvlak, het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uit te sluiten, en de realisatie van één woonkavel mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld. Het bestaande gekoppelde agrarische bouwvlak van in totaal 12.081 m² wordt verkleind naar 2.920 m². Het gedeelte van het gekoppelde agrarische bouwvlak dat is gelegen aan de noordzijde van de Groenestraat komt te vervallen.

Op 1.000 m² van deze gronden wordt de enkelbestemming ‘Wonen’ gelegd t.b.v. de realisatie van één woning. Het bouwvlak, waarbinnen de nieuw te bouwen woning met een maximale inhoud van 750 m³ gerealiseerd kan worden, is op minimaal 50 meter vanaf de rand van het bouwvlak van het paardenpension gelegen op de locatie Bavelstraat 11/11a. Het bouwvlak is daarnaast op 5 meter van de zijdelingse perceelsgrenzen gesitueerd en op 8 meter van de voorste perceelsgrens. Dit zodat het hoofdgebouw, de woning, vrij op het perceel komt te staan. Het bouwvlak is aan de wegzijde circa 11,8 meter breed. Om enige flexibiliteit te behouden bij het ontwerp van de woning is ervoor gekozen om het bouwvlak max. 20 meter diep te maken. Middels de maximale inhoudsmaat van 750 m³ die in de regels wordt toegestaan voor een woning binnen de enkelbestemming ‘Wonen’ is geborgd dat binnen het bouwvlak geen grotere woning gerealiseerd kan worden. Op de overige gronden binnen het plangebied aan de noordzijde van de Groenestraat blijft de enkelbestemming ‘Agrarisch’ van kracht. Het stukje agrarische bouwvlak dat nog is gelegen op een gedeelte van het perceel gemeente Oosterhout, sectie T, nummer 334, (in eigendom van de eigenaar van de voorliggende ruimte-voor-ruimtewoning) wordt hiervan afgehaald. De enkelbestemming ‘Agrarisch’ blijft op dit gedeelte van de gronden gelden.

17Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

Ter plaatse van de agrarische bedrijfsbebouwing op de locatie Groenestraat 2 (gelegen op het gedeelte van het gekoppelde bouwvlak ten zuiden van de Groenestraat) die blijft gehandhaafd t.b.v. de akkerbouwtak en op een gedeelte van de erfverharding blijft het agrarische bouwvlak tot stand (2.920 m²). In artikel 3.1.2 ‘Nadere detaillering van de bestemming’ is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ enkel een grondgebonden teeltbedrijf mag worden uitgeoefend. Hiermee is geborgd dat ter plaatse geen vee meer gehouden kan worden. In artikel 3.2.2. ‘Bouwregels – gebouwen’ is opgenomen dat gebouwen uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’, met dien verstande dat maximaal 874 m² aan bedrijfsgebouwen is toegestaan, exclusief de oppervlakte van de bedrijfswoning. Op deze wijze is geregeld dat ter plaatse naast de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen die gehandhaafd worden geen nieuwe bedrijfsgebouwen meer opgericht kunnen worden. Op de achterliggende gronden waarvan het bouwvlak (5.758 m²) wordt gehaald blijft de enkelbestemming ‘Agrarisch’ van kracht zoals beschreven in het vigerende bestemmingsplan.

De Gebiedsaanduiding milieuzone – boringsvrije zone, Gebiedsaanduiding milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied en de Gebiedsaanduiding wetgevingszone – omgevingsvergunning openheid blijven gehandhaafd ter plaatse van waar deze nu zijn gelegen in het vigerende bestemmingsplan. De regels hieromtrent worden niet gewijzigd middels onderhavig bestemmingsplan.

•

Figuur 2.5: Verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

Middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan is de realisatie, het beheer en de instandhouding van de landschappelijke inpassing juridisch geborgd. In voorliggend plan is aangesloten bij de systematiek van de vigerende bestemmingsplannen ter plaatse. De daarin opgenomen bestemmingen en aanduidingen zijn zoveel mogelijk overgenomen.

18Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

HOOFDSTUK 3 BELEIDSTOETS

3 1 Beleidstoets 3.1

INLEIDING De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, als gemeentelijk niveau. Het plan wordt getoetst aan het nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid zover dit relevant is voor de beoogde planontwikkeling. De belangrijkste bevindingen uit dit beleid worden hieronder beschreven en aangegeven wordt hoe de ontwikkeling van het plangebied past binnen de bestaande regelgeving.

3.2

RIJKSBELEID 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Die ambitie is vertaald in doelen voor de middellange termijn tot 2028. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. De bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving of een sectorale blik met negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van Nederland dient met de nieuwe structuurvisie gekeerd te worden. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De sturing op verstedelijking, zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, laat het Rijk los. Alleen in stedelijk regio’s rond de mainports zal het Rijk afspraken maken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, heeft het Rijk een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Rijk zal tijdens het opstellen en vaststellen van bestemmingsplannen dan ook niet toetsen op een correcte doorwerking van de nationale belangen.

Het Rijk zal, als daarom wordt gevraagd door gemeente, in de voorbereidingsfase van de bestemmingsplanprocedure haar nationale belangen toelichten en, indien nodig, daarover advies geven. Conclusie De beoogde herontwikkeling heeft geen betrekking op geformuleerde nationale belangen. De realisatie van woningbouw vindt plaats met toepassing van de provinciale beleidsregel ‘Rood voor groen – kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties’. Deze regeling is verankerd in de ‘Interim Omgevingsverordening’ van de provincie Noord-Brabant. Deze decentralisering past binnen de doelstellingen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. 3.2.2 Barro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt nationale ruimtelijke belangen uit onder meer de SVIR in regelgeving. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een

19Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

goede ruimtelijke ordening te bevorderen. Het Barro is het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen van gemeenten moeten voldoen. Dit betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich daarbij primair richt tot de gemeenten. Plangebied en conclusie Het Barro bevat geen verplichtingen voor onderhavig plangebied.

3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. De Ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Conclusie Middels onderhavige ontwikkeling wordt de realisatie van maximaal één nieuwe woning mogelijk gemaakt. In het onderhavige plan is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van het artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening6. De ladder vormt geen belemmering voor de realisatie van onderhavig plan. 3.2.4. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2023 in werking treedt, en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet.

De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook 1 Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op 11 september 2020 is de NOVI naar de Tweede Kamer gestuurd. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De SVIR (beleid) gaat op in de NOVI. De NOVI bevat de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren beleid en geen specifieke regels voor onderhavig initiatief. De prioriteiten die zijn opgenomen in de NOVI zijn vertaald in provinciaal en gemeentelijk beleid.

3.3

PROVINCIAAL BELEID 3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ op 14 december 2018 vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de

6 Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt.

20Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

provincie (PMWP, Structuurvisie RO, BRUG, PVVP). De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De kaderstellende elementen uit de Omgevingsvisie worden in de omgevingsverordening vertaald in regels. Voor het onderhavige plan is met name de verordening van belang omdat deze gedetailleerde regels bevat waaraan getoetst dient te worden. 3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Naast één omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook één omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. De provincie Noord-Brabant heeft op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen.

De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte. In de omgevingsverordening staan algemene regels voor burgers en bedrijven en instructieregels voor bestuursorganen van de overheid. De instructieregels moeten gemeenten toepassen bij de uitvoering van hun bevoegdheden in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Hierin staan de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte. Omdat de Interim omgevingsverordening zoveel als mogelijk wil aansluiten bij de Omgevingswet is gekozen voor de doelgroepenbenadering. Dit betekent dat de regels in de Interim omgevingsverordening zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel leidend is. In de verordening zijn gebieden tot op perceelniveau begrensd op acht kaarten. Hierdoor is duidelijk voor welke gebieden de opgestelde regels gelden. Het plangebied is gelegen binnen ‘Landelijk gebied’ en ‘Verstedelijking afweegbaar’. Hierna wordt ingegaan op het relevante beleid uit de Interim omgevingsverordening op onderhavig plan.

In paragraaf 3.1.2 van hoofdstuk 3 instructieregels aan gemeenten, afdeling 3.1 algemeen, zijn de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies opgenomen waarin aandacht wordt besteed aan de aspecten zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (artikel 3.5), zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6), toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7), meerwaardecreatie (artikel 3.8) en kwaliteitsverbetering landschap (artikel 3.9). In deze toelichting is in zijn totaliteit rekening gehouden met deze regels en beschreven op welke wijze met deze aspecten is omgegaan. Daarom worden in dit hoofdstuk de betreffende artikelen niet afzonderlijk behandeld. Opgemerkt wordt wel dat t.b.v. het aspect kwaliteitsverbetering van het landschap verder wordt verwezen naar paragraaf 3.4.3 afsprakenkader ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ gemeente Dorst.

21Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

In de interim omgevingsverordening is in hoofdstuk 3 ‘instructieregels aan gemeenten’, afdeling 3.7 ‘ontwikkeling met rood voor groen’, artikel 3.78 ‘kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties’ opgenomen. In dit artikel zijn de voorwaarden opgenomen waaraan het plan moet voldoen om binnen ‘Verstedelijking afweegbaar’ te kunnen voorzien in de nieuwvestiging van één of meer woningen. Hieronder zijn de betreffende voorwaarden opgenomen en is middels cursief lettertype aangegeven op welke wijze aan de betreffende voorwaarden wordt voldaan. Afdeling 3.7 ontwikkeling met rood voor groen Artikel 3.77 toepassing van kwaliteitsverbetering landschap Als toepassing wordt gegeven aan de bepalingen van deze paragraaf, is voldaan aan de verplichting bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap. Het betreft hier een rood voor groen regeling waarmee per definitie wordt voldaan aan de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Hieronder in artikel3.78 onder lid 2 wordt nader onderbouwd met welke fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit onderhavige ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat (verplichte landschappelijke inpassing, het wegnemen van verharding, het slopen van bebouwing).

Artikel 3.78 kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Verstedelijking afweegbaar kan voorzien in de nieuwvestiging van één of meer woningen als uit een ontwikkelingsvisie blijkt dat: 1. de woningen worden opgericht binnen een bebouwingsconcentratie; Een bebouwingsconcentratie is in de IOV gedefinieerd als een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster. Een bebouwingslint is een min of meer aangesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg in Landelijk gebied. Zoals uit onderstaande figuur 3.1 is weergegeven is de planlocatie gelegen binnen een lintbebouwing, waarbij alle woningen aan de weg zijn gelegen (Groenestraat).

•

Figuur 3.1: Aanduiding bebouwingslint aan de Groenestraat te Dorst

22Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

2. er geen sprake is van een aanzet voor een stedelijke ontwikkeling; De nieuwe woning wordt aan de straat gerealiseerd. Het is een incidentele ontwikkeling binnen een bestaand bebouwingslint bestaande uit de realisatie van maximaal één woning. Dit betreft geen aanzet tot een stedelijke ontwikkeling. Daarnaast betreft de locatie geen locatie waar woningbouw van heel veel meer woningen mogelijk is. 3. de nieuwvestiging: 1. bijdraagt aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit van de bebouwingsconcentratie; De realisatie van één woning tussen twee woonbestemmingen in een bebouwingslint zorgt voor een versterking van dit lint. Door het geheel op een goede manier in te passen draag de ontwikkeling bij aan behoud en ontwikkeling van de bestaande bebouwingsconcentratie. 2. gepaard gaat met een fysieke tegenprestatie die in evenredige verhouding staat tot de ontwikkeling van de woningen; De fysieke tegenprestatie die in evenredige verhouding staat tot de ontwikkeling van één nieuwe woning is nader onderbouwd bij lid 2. 3. is bezien of een ruimte voor ruimte ontwikkeling deel kan uitmaken van de kwaliteitsverbetering. In lid 2 is verantwoord dat de tegenprestatie (kwaliteitsverbetering) voor de bouw van een woning gelijkwaardig is aan de tegenprestatie die gevraagd wordt bij het oprichten van een ruimte voor ruimte woning.

Lid 2 Er is sprake van een evenredige verhouding als de fysieke tegenprestatie vergelijkbaar is met de regeling ruimte voor ruimte, bedoeld in artikel 3.80. Hiermee wordt bedoeld dat de tegenprestatie voor de bouw van een woning in beginsel gelijkwaardig moet zijn aan de tegenprestatie die gevraagd wordt bij het oprichten van een ruimte-voor-ruimte woning. De oorspronkelijke ruimte voor ruimte regeling gaat uit van de sloop van agrarische bedrijfsgebouwen die in gebruik zijn of waren voor varkens of pluimvee i.c.m. met de realisatie van milieuwinst in ruil voor de bouw van woningen op een passende locatie in een bebouwingsconcentratie. Men gaat daarbij uit van minimaal 1.000 m² te slopen bedrijfsgebouwen en het uit de markt halen van tenminste 3.500 kg fosfaat (milieuwinst) per te realiseren woning. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om een bouwrecht voor een ruimte voor ruimte kavel te kopen. De voorwaarde in lid 2 betekent concreet dat er minimaal sprake moet zijn van een vergelijkbare kwaliteitsimpuls als bij een RvR-initiatief. De veehouderij (melkveehouderij) ter plaatse wordt in zijn geheel beëindigd, met alle positieve effecten die dat heeft voor de fysieke leefomgeving (milieuwinst en ontstenen), in een gebied dat in ontwikkeling is. Het gebied direct ten noorden van het plangebied, de zuidzijde van Dorst, is in ontwikkeling.

Hier worden overal nieuwe woningen toegevoegd en ook op nabije korte afstand wordt een woonzorgcentrum voor dementerende opgericht. Het gebied is als zodanig in beweging en krijgt een meer stedelijk karakter waar het initiatief in past. Daarnaast is het plangebied gelegen op korte afstand van de ‘Bavelse Berg’ (Breda), wat in ontwikkeling is. Het plangebied is gelegen binnen een gebied dat zich in de

23Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

omgeving kenmerkt door een stedelijke invulling (toevoegen van woningen op andere locaties); Ten aanzien van het plan worden fysieke maatregelen ingebracht, te weten de sloop van sleufsilo’s (à 1.630 m²), sloop ongewenste overtollige bebouwing incl. kelders (à 1.027 m²), sloop erfverharding (à 1.100 m²) en realisatie landschappelijke inpassing van het overige agrarische bedrijf en het verkleinen van het bouwvlak. Het team landelijk gebied van de provincie Noord-Brabant heeft bevestigd akkoord te gaan met de realisatie van één nieuwe woning op basis van de sanering van de veehouderijtak ter plaatse en de bovengenoemde investering in de fysieke maatregelen.

24Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

3.4

GEMEENTELIJK BELEID 3.4.1 Omgevingsvisie Oosterhout De gemeente heeft 23 november 2021 de Omgevingsvisie Oosterhout vastgesteld. In deze visie zijn in samenspraak met inwoners de belangrijkste opgaven voor Oosterhout benoemd. Opgaven waar de gemeente Oosterhout samen met de dorpen, wijken en buurten verder invulling aan gaat geven. In deze visie worden de opgaven geconcretiseerd en uitgewerkt, zowel naar thema’s als naar de verschillende wijken en gebieden binnen de gemeente. Hierdoor ontstaat een overzicht en een samenhangend beeld over welke opgaven er liggen om te komen tot het in de Oosterhoutse ‘’Toekomstvisie 2030’’ geschetste toekomstperspectief. Naast de Toekomstvisie liggen ook het gemeentelijk beleid, opgaven voortvloeiend uit (nieuwe) weten regelgeving en nieuwe maatschappelijke opgaven (zoals de energietransitie) aan de basis van deze Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie nodigt uit, inspireert en geeft de kaders om ontwikkelingen op een Oosterhoutse wijze plaats te laten vinden. De Omgevingsvisie wordt gebruikt om te ‘toetsen’ of ontwikkelingen die op de gemeente afkomen, bijdragen aan de Oosterhoutse ambities. Voor de gemeente Oosterhout zijn de volgende koepelthema’s van belang: 1. Leefbaar, gezond en aantrekkelijk wonen; 2. Economische vitaliteit; 3. Identiteit en ruimtelijke kwaliteit; 4. Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; 5.

Bereikbaarheid, mobiliteit en toegankelijkheid.

25Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

•

Figuur 3.2: Ideekaart deelgebieden Oosterhout, plangebied globaal aangegeven met rode ster

Bij het voorliggende bestemmingsplan is rekening gehouden met de Omgevingsvisie Oosterhout. Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het deelgebied 4. ‘Dorst, Steenoven en omringend buitengebied’, zie figuur 3.1. De grootste opgaven voor het deelgebied ‘Dorst, Steenoven en omringend buitengebied’ zijn: • Leefbaar, gezond en aantrekkelijk wonen; • Identiteit en ruimtelijke kwaliteit; • Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; • Bereikbaar en toegankelijk.

26Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

•

Figuur 3.3: Visiekaart Deelgebied Dorst, Steenoven en omringend buitengebied, plangebied globaal aangeduid met rode ster

De visie beschrijft voor het gehele gebied de volgende opgaven: • Energieneutraal en klimaatbestending, • Fietsgebruik bevorderen; • Aandacht voor spanning tussen lokaal, recreatief, logistiek en agrarisch verkeer. Voor het Kerkdorp geldt: • Balans tussen landbouw en woon- en leefklimaat; • Aandacht schoon, heel en veilig; • Behoud dorps karakter en basisvoorzieningen; • Bereikbaarheid OV verbeteren; • Autogebruik ondergeschikt aan aangenaam leefklimaat in woongebieden. Voor het Buitengebied geldt: • Kwaliteitsimpuls bestaande recreatiebedrijven; • Behoud agrarisch karakter, mogelijkheden nieuwe economische dragers; • Behoud en zo mogelijk versterken kwaliteit van het landschap; • Balans tussen ecologie, landschap, vrijetijdsbesteding en agrarisch gebruik; • Aandacht voor verdroging. In het deelgebied ‘Dorst, Steenoven en omringend buitengebied’ staat beschreven onder ‘leefbaar, gezond en aantrekkelijk wonen’ dat Dorst een geliefd woondorp is, wat blijkt uit de forse groei van het aantal inwoners. Naast meer reguliere woningbouw kan ook gedacht worden aan het inzetten van de mogelijkheden van de ruimte-voor-ruimte-regeling. Door de inwoners van Dorst wordt het verkeer wat deze uitbreidingen met zich meebrengen als knellend ervaren met de bestaande infrastructuur. Dit aspect heeft de aandacht van de gemeente.

27Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

Daarnaast spelen er in Dorst en Steenoven diverse andere aandachtspunten die van belang zijn voor de leefbaarheid, veiligheid en gezondheid. Een voorbeeld zijn de zorgen die mensen hebben over infectieziekten en geurhinder gekoppeld aan veehouderijen en de geluid- en fijnstofhinder die ervaren wordt als gevolg van de infrastructuur die het dorp doorsnijdt (auto en trein). Onder ‘identiteit & ruimtelijke kwaliteit’ is beschreven dat in Dorst en Steenoven de ambitie bestaat om het groene karakter te behouden en wordt gestreefd naar versterking daarvan waar dat mogelijk is. Van belang is het behoud van de karakteristieke elementen, evenals de waardevolle doorzichten en het daarop aansluiten bij nieuwe ontwikkelingen. Onder ‘duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig’ is opgenomen dat een uitvoeringsstrategie wordt opgesteld om het gebied ‘van het gas af’ te krijgen en de transitie naar duurzame energiebronnen te maken. Hierbij zullen zoveel mogelijk meekoppelkansen benut worden, zodat meerwaarde ontstaat vanuit het oogpunt van energie, klimaat, belevingswaarde, woonklimaat, financiële draagkracht en gezondheid. Onderhavig plan ziet toe op de beëindiging van een veehouderij, het wegnemen van veehouderijbebouwing in ruil voor de realisatie van een extra woning, die klimaatneutraal wordt uitgevoerd, aan de Groenestraat.

Door de beëindiging en het wegbestemmen van de veehouderij neemt de kans op infectieziekten en geurhinder gekoppeld aan de veehouderij af, maar ook de geluid- en fijnstofhinder gerelateerd aan de infrastructuur. Er wordt tegemoet gekomen, middels een vergelijkbare vorm van de ruimte-voor-ruimteregeling, aan het voorzien in extra woningbouw. Daarnaast wordt middels het plan het groene karakter van het gebied versterkt door de verplichte landschappelijke inpassing van het geheel, maar ook door de open waarde van het gebied aan de zuidzijde te versterken door het wegnemen van bouwvlak en bebouwing ter plaatse. De omgevingsvisie staat de uitvoering van het initiatief niet in de weg. 3.4.2 Bestemmingsplan Binnen het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 10 (Ruimte voor Ruimte Groenestraat 2)’ en het paraplubestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Oosterhout 2018’. De ligging van het plangebied binnen deze bestemmingsplannen is reeds toegelicht in paragraaf 1.3 ‘Vigerend bestemmingsplan’ en in paragraaf 4.13 ‘Verkeer en parkeren’ van deze toelichting. 3.4.3 Notitie toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap.

Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet daartoe in een regeling. Hierbij moet worden voldaan aan de vereisten van de versterking van de landschappelijke kwaliteit (tegenprestatie) ex artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in Brabant hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. Ook de gemeente Oosterhout heeft in het kader van het regionaal overleg afspraken gemaakt met de provincie over de toepassing van de kwaliteitsverbetering landschap. Om

28Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)

nadere invulling te geven aan de uitgangspunten is door de gemeente Oosterhout de ‘Notitie toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’ als toetsingsvoorwaarde toegevoegd aan het bestemmingsplan. De verkleining van het agrarische bouwvlak, de volledige beëindiging van de veehouderij en het uitsluiten van de realisatie van nieuwe bedrijfsgebouwen betreft een ruimtelijke ontwikkeling met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed, waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist (categorie 1). De realisatie van één woonkavel betreft een ontwikkeling die aangemerkt kan worden als een categorie 3 ontwikkeling. Hiervoor dient een investering gedaan te worden t.b.v. kwaliteitsverbetering van het landschap. Zoals beschreven in paragraaf 3.3 ‘Provinciaal beleid’ wordt in deze situatie een investering t.b.v. kwaliteitsverbetering van het landschap gedaan in de vorm van sloop bedrijfsgebouwen, sleufsilo’s, het wegnemen van erfverharding en het inkrimpen van het agrarische bouwvlak. Aanvullend dient in het kader van de provinciale ruimte-voor-ruimte regeling de te bouwen woning op een goede manier landschappelijk te worden ingepast. Landschappelijke inpassing wordt gezien als een vorm van kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening. De investering die gepaard gaat t.b.v.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=38633efb-3c15-44ab-ad15-40d78617dd7f