19-230 BP Gentiaanstraat 14 Oosterhout 200825
Tekst van het document
vluchten van risicobron af. Dit bevordert de zelfredzaamheid van bewoners. Dit advies geldt ook voor bedrijfshulpverleningsorganisaties. Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van VRBZO toe. Wanneer een beoogde invulling aan de beleidsregels voldoet, wordt een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening gerealiseerd. - In een nieuw op te richten gebouw waar mechanische ventilatie wordt toegepast moet de ventilatie op eenvoudige wijze uitgezet kunnen worden. De externe veiligheidssituatie is gelet op het voorgaande aanvaardbaar. Kabels en leidingen In het plangebied zijn verder geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig, die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.8 M.e.r.-plicht?
Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen, gevallen, activiteiten en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Sinds 7 juli 2017 zijn gemeenten verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (MER). Het besluit behoeft niet separaat te worden gepubliceerd, maar moet wel worden opgenomen in het besluitvormingsproces van het bestemmingsplan. Mede op basis van de bevindingen in dit hoofdstuk 4 kan geconcludeerd worden dat er geen passende beoordeling en geen MER behoeft te worden opgesteld.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 27
H5. Juridische uitvoerbaarheid 5.1 Juridisch plan
Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden en gebouwen binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Daarnaast is aangesloten bij het gemeentelijke ‘Handboek (digitale) bestemmingsplannen’. Daarbij is de versie van augustus 2019 gehanteerd. Het handboek bevat een set regels die voor alle nieuwe bestemmingsplannen binnen de gemeente Oosterhout wordt gehanteerd, waardoor sprake is van uniforme regelingen in de diverse plannen. In het Handboek is gestreefd naar standaardisering van bestemmingen en regels zoals aangegeven in de Standaard Vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer globaal tot gedetailleerd. Dit bestemmingsplan biedt een juridische regeling, die rechtstreeks de voorgenomen bouw van 8 patiowoningen mogelijk maakt. Daarbij is de rechtszekerheid van de omwonenden in het oog gehouden. Eén en ander komt tot uitdrukking in de regels en blijkt ook uit de verbeelding. In de volgende paragraaf wordt inhoudelijk ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen binnen het onderhavige bestemmingsplan.
5.2 Bestemmingen Opzet regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: - Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende regels); - De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels); - Algemene regels (Hoofdstuk 3 Algemene regels); - Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels). Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt in onderstaande volgorde opgebouwd: - Bestemmingsomschrijving; - Bouwregels; - Afwijken van de bouwregels; - Specifieke gebruiksregels; - Afwijken van de gebruiksregels; - Wijzigingsbevoegdheid. De specifieke gebruiksregelingen, afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en onnodig verwijzen naar andere artikelen voorkomen. Deze werkwijze bevordert de toegankelijkheid van het bestemmingsplan. Flexibiliteitsregels Aan het bestemmingsplan kan flexibiliteit worden toegevoegd door regels op te nemen over de bevoegdheid tot het verlenen van een (binnenplanse) omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan, het stellen van nadere eisen of een wijzigingsbevoegdheid.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 28
Voor het opnemen van flexibiliteitsregels geldt als uitgangspunt dat flexibiliteitsregels alleen worden gebruikt als van een wezenlijke belangenafweging sprake kan zijn. Ontwikkelingen die niet in de regels mogelijk zijn gemaakt, zijn uitsluitend mogelijk via een buitenplanse procedure. Bepalen goothoogte Er is wel eens sprake van misverstanden over de wijze waarop de goothoogte of bouw- c.q. nokhoogte van een gebouw moet worden geïnterpreteerd. De goothoogte wordt bepaald vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, lichtkoepels, dakkapellen, lucht- en liftkokers, zonnepanelen, andere technische ruimten en/of technische constructies, hekwerken en antennes. Voor de meest voorkomende gevallen is hieronder aangegeven hoe de goothoogte wordt bepaald:
Figuur 13. Goothoogtebepaling bij verschillende dakvormen (bron: gemeente Oosterhout)
Toelichting bestemmingen Hieronder worden de meest voorkomende bestemmingen kort toegelicht. Groen De tot ‘Groen’ bestemde gronden zijn bedoeld voor groenvoorzieningen, bermen en beplantingen, voorzieningen voor langzaam verkeer, inritten, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen (inclusief wadi), geluidwerende voorzieningen, straatmeubilair, kunstobjecten en nutsvoorzieningen. Alleen via een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag de aanleg van voorzieningen voor verkeer en verblijf (parkeerplaatsen) toestaan.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 29
Tuin De tot ‘Tuin’ bestemde gronden zijn bedoeld voor tuinen en groenvoorzieningen bij woningen, inritten en parkeren. In dit geval zijn de inspringen in de bebouwing aan de zijde van de Tulpenlaan en de Gentiaanstraat waar het parkeren is georganiseerd. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Er zijn wel regels opgenomen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Wonen De tot ‘Wonen’ bestemde gronden zijn bedoeld voor wonen, aan huis verbonden beroepen of aan huis verbonden bedrijven, tuinen, erven en verhardingen, groen- en nutsvoorzieningen, ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf en voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen. In dit geval valt de bestemming Wonen samen met het bouwvlak; daarmee kunnen de patio’s nog licht van plaats veranderen. Op de verbeelding is met een aanduiding aangegeven dat er 8 woningen zijn toegestaan en is tevens aangegeven dat het moet gaan om patiowoningen. Verder zijn ook de maximale goot- en bouwhoogte van 6 meter opgenomen, zodat er twee lagen mogelijk zijn. Omdat er sprake is van patiowoningen, mag de maximale hoogte een halve meter hoger zijn (onder meer ten behoeve van sedumdak). Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van een aantal bouw- en gebruiksregels.
Er zijn gebruiksregels opgenomen voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijf. Waarde – Archeologie De voor ‘Waarde - Archeologie‘ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Voor werkzaamheden waarbij de grond wordt geroerd tot meer dan 0,50 cm onder maaiveld en dit over een oppervlakte is van meer dan 100 m², is een vergunning nodig. Deze wordt afgegeven indien uit een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport blijkt dat het archeologisch bodemarchief niet wordt verstoord. Al dan niet na het treffen van maatregelen. Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied' zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede aangewezen voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 30
H6. Handhaafbaarheid Handhaving vormt een belangrijk onderdeel van een beleidscyclus. Regels worden gesteld met als doel het beschermen van een bepaald belang. Zonder toezicht op naleving van deze regels bestaat het risico dat dit doel onvoldoende bereikt wordt. Tevens komt de gemeente ongeloofwaardig over als gestelde regels niet worden gehandhaafd. Handhaafbaarheid, draagvlak en naleefgedrag Een eerste voorwaarde voor handhaving is een duidelijk en handhaafbaar beleid en regelgeving. Om die reden worden nieuwe versies van digitale handboeken en die onderdelen van bestemmingsplannen die afwijken van het digitale handboek, door de afdeling die belast is met vergunningverlening en handhaving, gecontroleerd op uitvoerbaarheid. Ook voor dit bestemmingsplan heeft deze toets plaats gevonden. Naast handhaafbare regels dient er ook het nodige draagvlak voor het nieuwe beleid en de daaruit voortvloeiende regels te zijn. Immers zal een plan met weinig draagvlak op weinig naleefgedrag kunnen rekenen. Het creëren van draagvlak is onder andere bewerkstelligd door in de verschillende fasen van het planproces burgers, belangenorganisaties en andere belanghebbenden te betrekken, al dan niet via wettelijk bepaalde inspraakmomenten. Ook tijdens de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan worden belanghebbenden opnieuw geïnformeerd.
Preventieve en repressieve handhaving Naast repressie (handhavend optreden op het moment dat er sprake is van een overtreding) heeft preventie een belangrijke functie in de gemeentelijke handhavingsstrategie (de gemeente hanteert de landelijke handhavingsstrategie). Bij preventief handhaven spelen vooral dialoog, voorlichting en advisering een belangrijke rol. Zo voorziet het handhavingsbeleid van de gemeente Oosterhout in meer aandacht voor voorlichting en communicatie, onder andere door het uitgeven van voorlichtingsbrochures. Qua repressie voorziet het gemeentelijk handhavingsbeleid en het daarop gebaseerde integrale uitvoeringsprogramma in het continu opsporen van overtredingen van het bestemmingsplan. Ook worden er gezamenlijk met andere overheden (brandweer, politie, belastingdienst) multidisciplinaire handhavingsacties georganiseerd. Binnen dergelijke acties is er ook aandacht voor overtredingen van het bestemmingsplan. Indien een overtreding wordt geconstateerd, zal als eerste stap in het handhavingstraject telkens worden bezien of het illegale gebruik of bouwwerk op grond van het bestemmingsplan of afwijking daarvan, alsnog gelegaliseerd kan worden. Is dat niet het geval dan wordt het handhavingstraject doorgezet.
Al deze aspecten zijn vastgelegd in het beleidsplan Fysieke Leefomgeving en de daarin opgenomen handhavingsstrategie en dienen als leidraad voor de alledaagse handhavingspraktijk binnen de gemeente Oosterhout. IJkmoment, overgangsrecht en monitoring beleid De totstandkoming van dit bestemmingsplan is een ijkmoment voor de handhaving. Indien bebouwing of gebruik afwijkt van het bestemmingsplan, zal hier tegen handhavend worden opgetreden. Voor zowel bouwen als gebruik is het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan de peildatum. Tegen bebouwing en gebruik dat onder het overgangsrecht valt, kan niet handhavend worden opgetreden.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 31
H7. Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid
Wanneer met een bestemmingsplan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. De kosten die worden gemaakt ten behoeve van de realisatie van de woningen zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Deze ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Het bestemmingsplan is hiermee financieel uitvoerbaar. Aangezien in voorliggend geval het kostenverhaal is vastgelegd in een koopovereenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer, kan de vaststelling van een exploitatieplan achterwege blijven.
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bestemmingsplan toegezonden aan de provincie Noord-Brabant en het Waterschap Brabantse Delta. Er is geen voorontwerp-bestemmingsplan ter inzage gelegd.
7.3 Vaststellingsprocedure
De procedure van artikel 3.8 en verder van de Wet ruimtelijke ordening wordt doorlopen. Het ontwerpbestemmingsplan wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kunnen zienswijzen worden ingediend. De resultaten van deze procedures zullen te zijner tijd in deze toelichting worden vermeld.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 32
Bijlagen bij de toelichting
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 33
Bijlage 1. Verkennend bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 te Oosterhout Agel, 20 juli 2016
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 34
Verkennend bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 te Oosterhout
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
20140119-036 juli, 2016 Samenvatting
SAMENVATTING
Aanleiding en doel
In opdracht van gemeente Oosterhout heeft AGEL adviseurs een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Gentiaanstraat 14 te Oosterhout. De locatie betreft een voormalige bibliotheek en heeft een oppervlakte van circa 1.400 m2. De aanleiding voor het uitvoeren van het bodemonderzoek vormt de voorgenomen transactie van de locatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft als doel inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem om vast te stellen of deze een beletsel vormt voor een voorgenomen transactie van de locatie.
Resultaten vooronderzoek en hypothese Gezien de resultaten van een eerder onderzoek in de directe omgeving van de locatie wordt uitgegaan dat in de grond licht verhoogde gehalten aan zware metalen voor kunnen komen als gevolg van een heterogene diffuse bodemkwaliteit. Er zijn geen aanwijzingen van een puntbron op of direct nabij de locatie naar voren gekomen. Op basis van het vooronderzoek wordt uitgegaan van de strategie VED-HE (‘Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming’).
Uitvoering veld- en laboratoriumonderzoek
Het plaatsen van de boringen en peilbuis is op 14 juni 2016 door de heer T.A. van Dongen uitgevoerd, conform de voorschriften en werkwijze van het protocol 2001. De monstername van het grondwater heeft plaatsgevonden op 22 juni 2016 door de heer C.A.P. Snoeren, conform protocol 2002. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Eurofins-OMEGAM Laboratoria te Amsterdam conform de accreditatie AS3000. Globaal bestaat de bodem tot de maximale boordiepte van 3 m-mv uit matig fijn, zwak siltig, zwak humeus zand gevolgd door matig fijn tot matig grof zwak siltig zand. Het grondwater bij het plaatsen van de boringen is waargenomen op circa 1,5 m -mv. In de bovengrond zijn plaatselijk sporen baksteen en resten plastic aangetroffen. In de ondergrond zijn plaatselijk sporen puin, resten metaal en resten hout aangetroffen. Voor zover zintuiglijk waarneembaar zijn er bij de indicatieve inspectie geen asbestverdachte materialen op of in de bodem aangetroffen.
Conclusies
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: In de bovengrond komen lichte bijmengingen met baksteenresten voor. Waarschijnlijk als gevolg hiervan zijn licht verhoogde gehalten aan cadmium en lood vastgesteld; In de ondergrond komen plaatselijk als gevolg van lichte bijmengingen met bodemvreemd materiaal licht verhoogde gehalten aan lood en zink voor; In zowel de zintuiglijk schone boven- als ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond; In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium en cadmium aangetoond. Deze gehalten worden veelvuldig in de regio licht verhoogd aangetoond zonder direct aanwijsbare oorzaak (verhoogde achtergrondwaarden); Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt redelijkerwijs geen bezwaren met betrekking tot de voorgenomen overdracht van de locatie te verwachten; De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van een nader bodemonderzoek naar de aard, omvang en risico’s van de tijdens onderhavig onderzoek aangetoonde verontreinigingen.
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
20140119-036 juli, 2016 blad 2
SAMENVATTING INHOUD
blz.
1
INLEIDING
4
2
VOORONDERZOEK
5
2.1
Algemeen en bronvermelding
5
2.2
Locatiegegevens en huidige situatie
6
2.2.1
Onderzoekslocatie
6
2.2.2
Omgeving
7
2.2.3
Zonering bodemkwaliteitskaart
7
2.3
3
4
Historische gegevens
7
2.3.1
Onderzoekslocatie en omgeving
7
2.3.2
Beschikbaar bodemonderzoek
8
2.4
Toekomstig gebruik
9
2.5
Bodemopbouw en geohydrologie
9
2.6
Financieel juridische informatie
9
2.7
Conclusie vooronderzoek en hypothese(n)
9
VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK
10
3.1
Kwalibo vereisten
10
3.2
Opzet en uitvoering
10
3.3
Resultaten veldonderzoek
11
3.4
Monsterselectie en chemische analyses
12
RESULTATEN EN INTERPRETATIE
13
4.1
Toetsingskader
13
4.2
Toetsing analyseresultaten
13
4.2.1
Analyseresultaten
13
4.2.2
Resultaten grondonderzoek
14
4.2.3
Resultaten grondwateronderzoek
14
4.3
Bespreking van de resultaten
14
4.3.1
Resultaten grond
14
4.3.2
Resultaten grondwater
15
4.3.3
Toetsing van de hypothese
15
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
16
6
NORMERING EN BETROUWBAARHEID
17
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
20140119-036 juli, 2016 blad 3
BIJLAGEN 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Locatiekaart Kadastrale gegevens Situatietekening met boorpunten Boorbeschrijvingen Analysecertificaten Toetsing analyseresultaten Toelichting en achtergrond toetsingskader Relevante informatie vooronderzoek Fotoreportage Onafhankelijkheidsverklaring
© AGEL adviseurs 2016 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
1
20140119-036 juli, 2016 blad 4
INLEIDING
In opdracht van de gemeente Oosterhout heeft AGEL adviseurs een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Gentiaanstraat 14 te Oosterhout. De locatie betreft een voormalige bibliotheek (thans leegstaand) en heeft een oppervlakte van circa 1.400 m2. De aanleiding voor het uitvoeren van het bodemonderzoek vormt de voorgenomen transactie van de locatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft als doel inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en daarmee vast te stellen of er op de locatie verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater aanwezig zijn. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek dient te worden vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een beletsel vormt voor de voorgenomen transactie van de locatie. Het voorliggende bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijn voor verkennend bodemonderzoek (NEN 5740, Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie januari 2009). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (protocollen 2001 en 2002), waarvoor AGEL adviseurs erkend is door het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: Vooronderzoek en onderzoekshypothese (hoofdstuk 2); Uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden (hoofdstuk 3); Resultaten en interpretatie (hoofdstuk 4); Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 6 wordt tenslotte een toelichting gegeven op het normenkader en de factoren die van invloed kunnen zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek.
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
20140119-036 juli, 2016 blad 5
2
VOORONDERZOEK
2.1
Algemeen en bronvermelding
Onderdeel van het verkennend bodemonderzoek is het verrichten van een vooronderzoek (ook wel historisch bodemonderzoek) conform de NEN 5725 (Bodem - Leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek, versie januari 2009). Op basis van het vooronderzoek is bepaald of op de locatie of op delen van de locatie bodemverontreiniging verwacht kan worden. Voor de afbakening van de onderzoekslocatie is gekozen voor een perceelsgewijze afbakening waarop de voorgenomen transactie betrekking heeft. Het geografisch gebied waarop het vooronderzoek betrekking heeft richt zich op de onderzoekslocatie waarbinnen het geografisch besluitvormingsgebied valt en de aangrenzende percelen tot een maximale afstand van 25 meter. Bij het vooronderzoek is informatie verzameld over het voormalige, huidige en toekomstige gebruik van de locatie. Het vooronderzoek heeft bestaan uit de volgende activiteiten: Opvragen van informatie bij de opdrachtgever, eigenaar en gemeente; Bepaling omvang (bodem- en) vooronderzoeksgebied; Het verrichten van een locatie-inspectie. In het kader van het vooronderzoek zijn de onderstaande bronnen geraadpleegd. Tevens is aangegeven of voor de onderzoekslocatie relevante informatie aangetroffen is. De bij de gemeente Oosterhout beschikbare relevante informatie omtrent eventuele verdenkingen is op 8 juni 2016 via email aangeleverd.
Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Instantie
Geraadpleegd
Opdrachtgever/gemee nte
Ja
Aspect
Afbakening onderzoeksgebied Informatie huidig en voormalig gebruik Toekomstig gebruik Eerder bodemonderzoek BodemInformatiesysteem (BIS) /eerder onderzoek Vervallen Hinderwetvergunningen (statisch) Actuele milieuvergunningen (dynamisch) Bouwvergunningen Archief BOOT/tankenbestand Bodemkwaliteitskaart Meldingen grondverzetVerwachting NGE Verwachting aanwezigheid archeologische waarden Bevoegd gezag Wbb Nee Beschikkingen Wet bodembescherming Regionaal archief Nee Historische informatie Kadaster Ja Kadastrale situatie Kabels en leidingen informatie (KLIC) Locatie-inspectie Ja Bodembedreigende activiteiten Verwachting t.a.v. asbest Bodemloket Ja Informatie Landsdekkend beeld/Globis Locatie-interviews Nee N.v.t. Literatuur en eigen Ja Bodemkaart van Nederland (Stiboka/Alterra) archief Grondwaterkaart van Nederland, TNO Luchtfoto google earth Historische atlas en watwaswaar.nl Topografische kaart Grondwateronttrekkingen Provinciale milieuverordening (PMV) Overig N.v.t. N.v.t. + : Informatie aanwezig m.b.t. onderzoekslocatie; : Geen voor het onderzoek relevante informatie aanwezig m.b.t. onderzoekslocatie;
Relevante info aanwezig + + + + + + + -
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
20140119-036 juli, 2016 blad 6
2.2
Locatiegegevens en huidige situatie
2.2.1
Onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie betreft een perceel in de wijk Bloemenbuurt te Oosterhout Zuid. Op het perceel is een leegstaand bibliotheekgebouw aanwezig. Onderstaand zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2.2: Locatiegegevens Aspect Adres Kadastraal (bijlage 2) Topografie en RD-coördinaten (bijlage 1) Eigenaar Bestemming/Gebruik Oppervlakte kadastraal perceel(-en)
Gegevens Gentiaanstraat 14 (postcode 4904DA) Gemeente: Oosterhout Sectie: M Nummer: 3642 x: 118.452 y: 404.457 Gemeente Oosterhout Voormalig bibliotheek Circa 1.437 m² Onderzoekslocatie: circa 1.437 m²
Een situatietekening met begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 3. Figuur 2.1: Luchtfoto onderzoekslocatie (met rood aangegeven)
De bebouwing op de locatie heeft een oppervlakte van circa 490 m2. Het onbebouwde deel is overwegend verhard met tegels en in gebruik als groenstrook. Tevens is een \zandbak aanwezig. Onderstaande foto’s geven een indruk van de locatie. In bijlage 9 zijn aanvullende locatiefoto’s opgenomen.
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
20140119-036 juli, 2016 blad 7
Figuur 2.2: Foto’s onderzoekslocatie
Tijdens de terreininspectie zijn aan het oppervlak van de locatie geen indicaties verkregen die in verband kunnen worden gebracht met een mogelijke verontreiniging van de bodem.
2.2.2
Omgeving
De onderzoekslocatie bevindt zich in een woonwijk. De omgeving van de onderzoekslocatie bestaat uit: Noordzijde : woningen; Oostzijde : woningen; Zuidzijde : woningen en parkeerplaatsen; Westzijde : woningen en parkeerplaatsen. In de directe omgeving van de locatie zijn geen factoren bekend die van invloed zijn op de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie.
2.2.3
Zonering bodemkwaliteitskaart
Voor de gemeente Oosterhout is een digitale bodemkwaliteitskaart beschikbaar. Op basis van deze kwaliteitskaart wordt de volgende gebiedseigen bodemkwaliteit verwacht: Bovengrond : achtergrondwaarden; Ondergrond : achtergrondwaarden; Bodemfuncite : wonen. 2.3
Historische gegevens
2.3.1
Onderzoekslocatie en omgeving
Van de locatie zijn geen relevante milieudossiers bekend. Sinds de bouw omstreeks begin jaren ‘70 is de locatie in gebruik geweest als bibliotheek. Er heeft geen opslag van olie plaatsgevonden voor bijvoorbeeld de warmtevoorziening. In onderstaande figuur is te zien hoe de locatie en omgeving zich in het verleden heeft ontwikkeld.
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
20140119-036 juli, 2016 blad 8
Figuur 2.3: historische kaarten
1945
1969
1981
2000
Bij het raadplegen van de gebruikte bronnen zijn er geen historisch relevante gegevens naar voren gekomen waaruit blijkt dat er in het verleden bedrijfsactiviteiten hebben plaatsgevonden of van waaruit een vermelding van (voormalige) puntbronnen voor verontreiniging aanwezig zijn.
2.3.2
Beschikbaar bodemonderzoek
Van de locatie en de directe omgeving is een eerder bodemonderzoek bekend (NB082602914 Azaleastraat). Dit onderzoek betreft een Indicatief grondonderzoek Bloemenbuurt deelgebied 3 uitgevoerd door UDM adviesbureau (kenmerk memo gemeente BWO/MI d.d. 29-10-2003). Hierbij is geconstateerd dat er ter plaatse van een groenstrook aan de Dahliastraat er sprake is van een matige zinkverontreiniging in de grond. Voor het overige komen in het onderzoeksgebied van destijds licht verhoogde gehalten aan lood en zink voor. De relevante kopieën van de beschikbare onderzoeken zijn opgenomen in bijlage 8.
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
2.4
20140119-036 juli, 2016 blad 9
Toekomstig gebruik
De gemeente is voornemen de locatie af te stoten. Het toekomstig gebruik van de locatie is niet bekend. 2.5
Bodemopbouw en geohydrologie
Het maaiveld bevindt zich op ongeveer 5,9 m +NAP. Van de locatie is de volgende regionale bodemopbouw achterhaald. Tabel 2.3: Bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m -mv) 0-2 2-15 15-25 25-55
Formatie Formatie van Boxtel Formatie van Sterksel Formatie van Stramproy Formatie van Peize en formatie van Waalre
Samenstelling Zand, zeer fijn tot zeer grof Zand, matig fijn tot uiterst grof Zand, uiterst fijn tot zeer grof Zand, matig fijn tot uiterst grof
De regionale grondwaterstromingsrichting van het eerste watervoerende pakket is overwegend noordwestelijk. De locatie is niet gelegen in een grondwaterwin- of beschermingsgebied. 2.6
Financieel juridische informatie
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de in bijlage 2 opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek. 2.7
Conclusie vooronderzoek en hypothese(n)
Gezien de resultaten van een eerder onderzoek in de directe omgeving van de locatie wordt uitgegaan dat in de grond licht verhoogde gehalten aan zware metalen voor kunnen komen als gevolg van een heterogene diffuse bodemkwaliteit. Er zijn geen aanwijzingen van een puntbron op of direct nabij de locatie naar voren gekomen. Op basis van het vooronderzoek wordt uitgegaan van de strategie VED-HE (‘Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming’).
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
20140119-036 juli, 2016 blad 10
3
VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK
3.1
Kwalibo vereisten
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door AGEL adviseurs conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en bijbehorende protocollen. AGEL adviseurs is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Eerland Certification (nummer EC-SIK-20258) en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Milieu (zie ook http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/erkenningen/zoekmenu/). De grond- en grondwatermonsters zijn geanalyseerd door het milieulaboratorium van EurofinsOMEGAM Laboratoria te Amsterdam. De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de accreditatie AS3000 waarvoor Eurofins-OMEGAM Laboratoria door de Raad voor Accreditatie (RvA) erkend is als testlaboratorium. 3.2
Opzet en uitvoering
Het plaatsen van de boringen en peilbuis is op 14 juni 2016 door de heer T.A. van Dongen uitgevoerd, conform de voorschriften en werkwijze van het protocol 2001. De monstername van het grondwater heeft plaatsgevonden op 22 juni 2016 door de heer C.A.P. Snoeren, conform protocol 2002. Betreffende heren zijn ervaren geregistreerde veldmedewerkers. Voor aanvang van de veldwerkzaamheden is de locatie en het maaiveld visueel geïnspecteerd, waarna de plaats van de boringen is bepaald. Op grond van de resultaten van het vooronderzoek is er geen aanleiding tot het verrichten van inpandige boringen. In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de gehanteerde onderzoeksopzet en hierbij behorende veldwerkzaamheden en verrichte analyses. De locatie met situering van de boringen is weergegeven in bijlage 3. Tabel 3.1: Opzet veld- en laboratoriumonderzoek Locatie
Aantal boringen
1,0 m -mv
1.440 m2
Chemische analyses
(en boornummers) 2,0 m -mv
Met peilbuis
7
1
1
Nr. 04 t/m 10
Nr. 02 en 03
Nr. 01
(en monstercodering) Grond Grondwater 4 x standaard pakket A
1 x standaard pakket B
A pakket : Standaard stoffenpakket grond (A) met de parameters organische stof en lutum, de metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink en de organische parameters som-PCB’s, som-PAK’s en minerale olie; B pakket : Standaard stoffenpakket grondwater (B) met de parameters vluchtige aromaten (BTEXN), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl 10 parameters), minerale olie (GC) en zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink).
Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen significante afwijkingen gerapporteerd die van invloed zijn op de voorschriften en werkwijze van de genoemde protocollen. De vrijgekomen grond uit de boringen is in het veld geclassificeerd (vaststellen bodemopbouw), beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en voor chemisch onderzoek bemonsterd. Afwijkende of verontreinigde bodemlagen (zoals de aanwezigheid van bodemvreemde materialen als bijvoorbeeld puin, verkleuringen van de grond en geurwaarnemingen) zijn apart bemonsterd.
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
20140119-036 juli, 2016 blad 11
De grondmonsters zijn direct verpakt in glazen potten en afgesloten met een neopreen deksel. De potten zijn vervolgens gekoeld opgeslagen. Een grondmonster heeft betrekking op een maximaal bodemtraject van 0,5 meter. Indien bij een boring meerdere grondmonsters zijn genomen, is met een toenemende diepte de codering -1, -2, -3 enz. aan het monsternummer toegevoegd. De peilbuis is voorzien van een filter met een lengte van 1,0 meter en afgewerkt met filtergrind en een bentonietafsluiting. De peilbuis is aan het maaiveld afgewerkt met een afsluitbare straatpot. Bij de codering van de grondwatermonster is het nummer van de peilbuis aangehouden met toegevoegd - nummer filter - nummer watermonster (bijvoorbeeld: 1-1-1). De waarnemingen tijdens het veldwerk en de verkregen monsters zijn geregistreerd in een veldcomputer en verwerkt in een boorprogramma. De resultaten worden onderstaand besproken. 3.3
Resultaten veldonderzoek
In bijlage 4 zijn de resultaten van de boorbeschrijvingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Globaal is de bodem tot de maximale boordiepte als volgt opgebouwd: 0,0 - 0,5 m -mv : matig fijn, zwak siltig zand (licht bruingrijs); 0,5 - 1,0 m -mv : matig fijn, zwak humeus, zwak siltig zand (donker grijsbruin); 1,0 - 1,5 m -mv : matig grof, zwak siltig zand (licht grijsbruin); 1,5 - 2,0 m -mv : matig fijn, zwak siltig zand (licht grijsbruin); 2,0 - 3,0 m-mv : matig fijn, zwak siltig zand (licht bruingrijs). Het grondwater bij het plaatsen van de boringen is waargenomen op circa 1,5 m -mv. In tabel 3.2 is een overzicht gegeven van de zintuiglijke waargenomen bijzonderheden aan de opgeboorde grond tijdens het veldwerk. Tabel 3.2: Zintuiglijk aangetroffen bijzonderheden Boring 02
Einddiepte (m -mv) 2,0
04 05 06 08 10
1,5 1,0 1,0 1,0 1,0
Traject (m -mv) 0,0-0,5 0,5-0,8 0,5-1,0 0,04-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5
Hoofdbestanddeel
Zintuiglijke waarneming
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
Sporen baksteen Sporen puin Resten metaal, resten hout Sporen baksteen Sporen baksteen Resten plastic, sporen baksteen Sporen baksteen
Voor zover zintuiglijk waarneembaar zijn er bij de indicatieve inspectie geen asbestverdachte materialen op of in de bodem aangetroffen. In tabel 3.3 staan de veldwaarnemingen met betrekking tot het grondwater. Tabel 3.3: Veldwaarnemingen met betrekking tot het grondwater Peilbuis
Filtertraject Stijghoogte Temp. (m -mv) (m -mv) ( 0C) 2,0-3,0 1,4 14,9 : Normale waarden voor de pH liggen tussen 4,0 en 8,0; : Normale waarden voor de Ec liggen onder 1.500 µS/cm.
pH*
1 *) **)
6,49
Ec (µS/cm) ** 330
Aan het opgepompte grondwater zijn zintuiglijk geen afwijkingen waargenomen.
Troebelheid (NTU) 6,29
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
3.4
20140119-036 juli, 2016 blad 12
Monsterselectie en chemische analyses
Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is een selectie gemaakt in de te analyseren grondmonsters waarbij een aantal grondmonsters is samengesteld tot mengmonsters. Voor mengmonsters is de codering MM1 etc aangehouden. Het samenstellen van de mengmonsters is uitgevoerd door het laboratorium. De grond- en grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de parameters van de standaardpakketten voor milieuhygiënisch bodemonderzoek zoals vastgelegd in de Regeling Bodemkwaliteit en de NEN 5740. Een overzicht van de uitgevoerde analyses is voor de grond- en grondwatermonsters weergegeven in de tabellen 3.4 en 3.5. Tabel 3.4: Uitgevoerde analyses grond Monstercode MM1 MM2 MM3 MM4 A pakket
Samenstelling deelmonsters (boring-monster) 01-1, 04-1, 07-1, 03-2, 09-2
Traject (m -mv) 0,0-0,6
Omschrijving en Analysepakket bijzonderheden Zand, bovengrond, sporen A pakket baksteen 02-1, 05-1, 06-1, 08-1, 10-1 0,0-0,5 Zand, bovengrond, geen A pakket bijzonderheden 02-2, 04-2 0,5-1,0 Zand, ondergrond met resten A pakket metaal en sporen puin 06-2, 10-2, 01-3, 02-3, 07-3 0,5-1,3 Zand, onverdachte A pakket ondergrond : Standaard stoffenpakket grond (A) met de parameters organische stof en lutum, de metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink en de organische parameters som-PCB’s, som-PAK’s en minerale olie;
Tabel 3.5: Uitgevoerde analyses grondwater Monstercode Peilbuis Analysepakket 1-1-1 Pb 1 B pakket B pakket : Standaard stoffenpakket grondwater (B) met de parameters vluchtige aromaten (BTEXN), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl 10 parameters), minerale olie (GC) en zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink);
De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 5. Door het laboratorium zijn geen afwijkingen van de AS3000 gerapporteerd. De resultaten van de chemische analyses worden in volgend hoofdstuk weergegeven en geïnterpreteerd.
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
4
RESULTATEN EN INTERPRETATIE
4.1
Toetsingskader
20140119-036 juli, 2016 blad 13
De analyseresultaten zijn vergeleken met het referentiekader van de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De monsters zijn getoetst middels BoToVa, waarbij gebruik is gemaakt van de toetsingskaders T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb). Daarnaast zijn de resultaten indicatief getoetst aan de waarden van het Besluit bodemkwaliteit voor ontvangende bodem. Hiervoor zijn de monsters getoetst middels BoToVa waarbij gebruik is gemaakt van toetsingskader T1 (Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem). Een toelichting op de toetsingscriteria en het wettelijk kader is opgenomen in bijlage 7. Bij de toetsing aan de Circulaire bodemsanering worden drie toetsingsniveaus gebruikt: 1. De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De streefwaarden voor grond zijn sinds 2008 niet meer opgenomen in de Circulaire en vervangen door de achtergrondwaarden (AW2000) uit de Regeling bodemkwaliteit. De gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. 2. De tussenwaarde geeft het niveau aan waarbij nader bodemonderzoek noodzakelijk is.
De tussenwaarde voor grond was voorheen het gemiddelde van streef -en interventiewaarde en is nu vervangen door het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond. Voor grondwater blijft de tussenwaarde ongewijzigd: het gemiddelde van streef- en interventiewaarden voor grondwater. 3. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Bij de bespreking van de resultaten wordt de volgende gradatie aangehouden: Niet verontreinigd: gehalten aan verontreinigde stoffen in concentraties beneden de landelijke achtergrondwaarden danwel voor grondwater beneden de streefwaarden; Licht verontreinigd: gehalten aan verontreinigde stoffen in concentraties boven de landelijke achtergrondwaarden (of voor grondwater streefwaarden) maar beneden de tussenwaarden; Matig verontreinigd: gehalten aan verontreinigde stoffen in concentraties boven de tussenwaarden maar kleiner dan de interventiewaarden; Sterk verontreinigd: gehalten aan verontreinigde stoffen in concentraties boven de interventiewaarden. 4.2
Toetsing analyseresultaten
4.2.1
Analyseresultaten
De volledige toetsing van de analyseresultaten heeft plaatsgevonden in bijlage 6. BoToVa corrigeert het ‘gemeten’ gehalte op basis van het lutum- en organische stof gehalte naar standaard bodem met 10% organische stof en 25% lutum. De gehalten worden vervolgens getoetst aan de normwaarden zoals op genomen in de regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering zoals weergegeven in bijlage 7.
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
20140119-036 juli, 2016 blad 14
Bij de toetsing is rekening gehouden met verhoogde rapportagegrenzen van de eisen uit de AS3000. Hierdoor is een aantal waarden waaraan getoetst wordt strenger dan het niveau waarop gemeten wordt. Bij de interpretatie van het meetresultaat ’< rapportagegrens AS3000’ wordt ervan uitgaan dat de kwaliteit voldoet aan de betreffende toetsingswaarde. In de tabellen 4.1 en 4.2 zijn de resultaten van de toetsing samengevat.
4.2.2
Resultaten grondonderzoek
Tabel 4.1: Overzicht toetsingsresultaat - grond Monster- Omschrijving Toetsing Wbb code Traject Samenstelling > aw2000 >T (m -mv)
> IW
Toets Bbk Actuele bodem Kwaliteit hergebruik
MM1
0,0-0,6
Zand
Cadmium, lood
-
-
Altijd toepasbaar
MM2
0,0-0,5
Zand
PAK
-
-
Altijd toepasbaar
MM3
0,5-1,0
Zand
Lood, zink
-
-
Industrie
MM4
0,5-1,3
Zand
PAK
-
-
Altijd toepasbaar
De gehalten die de betreffende achtergrondwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: : Het gehalte is kleiner dan de achtergrondwaarde; > AW2000 : Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde; >T : Het gehalte is groter dan de tussenwaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde; > IW : Het gehalte is groter dan de interventiewaarde; Bbk : Indeling actuele bodemkwaliteit volgens besluit bodemkwaliteit bij grondverzet.
4.2.3
Resultaten grondwateronderzoek
Tabel 4.2: Overzicht toetsingsresultaat - grondwater Monster- Omschrijving Toetsing Wbb code Peilbuis Filter >S (m -mv) 01-1-1
01
2,0-3,0
Barium, cadmium
>T
> IW
-
-
De gehalten die de betreffende streefwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: : Het gehalte is kleiner dan de streefwaarde; > S : Het gehalte is groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde; > T : Het gehalte is groter dan de tussenwaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde; > IW : Het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
4.3
Bespreking van de resultaten
4.3.1
Resultaten grond
Bij het verrichten van de boringen is geconstateerd dat er plaatselijk sporen puin/baksteen in de grond aanwezig zijn. In het mengmonster van de bovengrond met sporen baksteen (MM1) zijn licht verhoogde gehalten aan cadmium en lood aangetoond. De overige geanalyseerde parameters zijn kleiner dan de achtergrondwaarden. In het mengmonster van de bovengrond zonder zintuigelijke bijmengingen (MM2) is een licht verhoogde gehalte aan PAK aangetoond. De overige geanalyseerde parameters zijn kleiner dan de achtergrondwaarden. In het mengmonster van de ondergrond met lichte bijmengingen aan metaal, puin en hout (MM3) is een lichte verhoging aan lood en zink aangetoond. De overige geanalyseerde parameters zijn kleiner dan de achtergrondwaarden.
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
20140119-036 juli, 2016 blad 15
In het mengmonster van de zintuigelijke schone ondergrond (MM4) is een lichte verhoging aan PAK aangetoond. De overige geanalyseerde parameters zijn kleiner dan de achtergrondwaarden.
4.3.2
Resultaten grondwater
4.3.3
Toetsing van de hypothese
In het grondwater uit peilbuis 01 overschrijden de gehalten aan barium en cadmium de streefwaarden. De gemeten gehalten van de overige geanalyseerde parameters zijn kleiner dan de streefwaarden. De op basis van het vooronderzoek gestelde hypothese voor een verdachte locatie als gevolg van een diffuse bodembelasting met een heterogeen verdeelde verontreiniging wordt naar aanleiding van de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek bevestigd. De resultaten geen aanleiding tot een aanvullend onderzoek met gewijzigde hypothese of het verrichten van een nader onderzoek.
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
5
20140119-036 juli, 2016 blad 16
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd:
In de bovengrond komen lichte bijmengingen met baksteenresten voor. Waarschijnlijk als gevolg hiervan zijn licht verhoogde gehalten aan cadmium en lood vastgesteld;
In de ondergrond komen plaatselijk als gevolg van lichte bijmengingen met bodemvreemd materiaal licht verhoogde gehalten aan lood en zink voor;
In zowel de zintuiglijk schone boven- als ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond;
In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium en cadmium aangetoond. Deze gehalten worden veelvuldig in de regio licht verhoogd aangetoond zonder direct aanwijsbare oorzaak (verhoogde achtergrondwaarden);
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt redelijkerwijs geen bezwaren met betrekking tot de voorgenomen overdracht van de locatie te verwachten;
De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van een nader bodemonderzoek naar de aard, omvang en risico’s van de tijdens onderhavig onderzoek aangetoonde verontreinigingen.
Aanbevelingen en opmerkingen
Indien bij de voorgenomen bouwactiviteiten grond van de locatie vrijkomt, dient er rekening te worden gehouden met beperkingen ten aanzien van hergebruik en afzet van de grond. Opgemerkt wordt dat dit onderzoek geen bewijsmiddel is zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit voor toepassing van grond elders. Voor de definitieve kwaliteitsbepaling van grond die vrijkomt van de onderzoekslocatie kan afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond een partijkeuring noodzakelijk zijn (AP04). De gemeente is bevoegd gezag inzake grondverzet en toepassing van grond binnen de restricties en voorwaarden van de bodemkwaliteitskaart. Hiervoor geldt een meldingsprocedure.
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 Oosterhout
6
20140119-036 juli, 2016 blad 17
NORMERING EN BETROUWBAARHEID
De volgende documenten hangen samen met verricht bodemonderzoek conform de NEN 5740: NEN-EN-ISO 5667-3 Water - Monsterneming - Deel 3: Richtlijn voor de conservering en behandeling van watermonsters; NEN 5706 Richtlijnen voor de beschrijving van zintuiglijke waarnemingen tijdens de uitvoering van milieukundig bodemonderzoek; NEN 5707 Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem; NEN 5709 Bodem - Monstervoorbehandeling voor de bepaling van organische en anorganische parameters in grond; NEN 5720 Bodem - Waterbodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek in waterbodem; NEN 5725 Bodem - Leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek; NTA 5727 Bodem - Monsterneming en analyse van asbest in waterbodem en baggerspecie; NEN 5744 Bodem - Monsterneming van grondwater; NEN 5745 Bodem - Monsterneming van grondwater ten behoeve van de bepaling van vluchtige verbindingen; NEN 5861 Milieu - Procedures voor de monsteroverdracht; NEN 7777 Milieu - Prestatiekenmerken van meetmethoden. Het onderhavige bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de geldende normen en in het kader van de BRL 2000 van toepassing zijnde protocollen. Het uitgevoerde bodemonderzoek is gebaseerd op de thans beschikbare informatie en de hieruit afgeleide onderzoeksstrategie.
Ondanks het streven naar een zo groot mogelijke representativiteit en reproduceerbaarheid van het onderzoek kunnen ten gevolge van heterogeniteit in de bodem en onvolledige informatie buiten de schuld van AGEL Adviseurs afwijkingen in de verkregen resultaten voorkomen. Er blijft altijd een kans aanwezig dat een op de locatie aanwezige verontreiniging niet wordt vastgesteld ten gevolge van de aanwezige trefkans en de uitmiddeling bij het samenstellen van (meng-)monsters. Er dient tevens op te worden gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Na uitvoering van het onderzoek kunnen de grond- en grondwaterkwaliteit worden beïnvloed door bijvoorbeeld grondverzetwerkzaamheden zoals de aanvoer van grond van elders, opslag van milieubelastende producten, calamiteiten of verspreiding van verontreiniging vanaf nabij gelegen terreinen. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden bij het gebruik van dit rapport. AGEL adviseurs acht zich niet aansprakelijk voor de schade die hieruit voortvloeit. AGEL adviseurs heeft op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en/of de onderzoekslocatie waarop het onderzoek betrekking heeft.
AGEL adviseurs heeft als onderzoeksbureau vastgelegd in haar kwaliteitszorgsysteem dat de (mogelijke) beïnvloeding van werknemers door derden te allen tijde dient te worden vastlegt en vermeld. Mocht hiervan sprake zijn en heeft dit invloed op de onderzoeksstrategie dan wordt dit in de verslaglegging en rapportage vermeld. AGEL adviseurs garandeert hiermee dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek is uitgevoerd.
BIJLAGE 1 LOCATIEKAART
BIJLAGE 2 KADASTRALE GEGEVENS
Kadastraal bericht object Dienst voor het kadaster en de openbare registers in Nederland Gegevens over de rechtstoestand van kadastrale objecten, met uitzondering van de gegevens inzake hypotheken en beslagen Betreft:
OOSTERHOUT M 3642 Gentiaanstraat 14 4904 DA OOSTERHOUT NB Uw referentie: 20140119-036 Toestandsdatum: 30-6-2016
1-7-2016 11:49:28
Kadastraal object Kadastrale aanduiding: Grootte: Coördinaten: Omschrijving kadastraal object: Locatie: Ontstaan op:
OOSTERHOUT M 3642 14 a 37 ca 118452-404457 ONDERWIJS Gentiaanstraat 14 4904 DA OOSTERHOUT NB 9-12-1985
Aantekening kadastraal object LOCATIEGEGEVENS ONTLEEND AAN BASISREGISTRATIES ADRESSEN EN GEBOUWEN Ontleend aan: ATG 75242 d.d. 16-8-2011
Publiekrechtelijke beperkingen Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB en de Basisregistratie Kadaster.
Gerechtigde EIGENDOM Gemeente Oosterhout Slotjesveld 1 4902 ZP OOSTERHOUT NB Postadres: Postbus: 10150 4900 GB OOSTERHOUT NB Zetel: OOSTERHOUT KvK-nummer: 20164965 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het KvK-nummer. Recht ontleend aan: HYP4 6271/66 reeks BREDA Eerst genoemde object in OOSTERHOUT M 3642 brondocument: Nog niet (volledig) verwerkte brondocumenten: HYP4 68537/77 d.d. 29-6-2016 HYP4 7382/25 reeks BREDA d.d. 11-11-1987 AKTE VAN ALGEMENE VOORWAARDEN HYP4 7902/59 reeks BREDA d.d. 29-8-1989 AKTE VAN ALGEMENE VOORWAARDEN 2BI 80024 d.d. 21-8-1990 AKTE M.B.T. RECHTEN ZONDER BEPAALDE AANWIJZING HYP4 12434/41 reeks BREDA d.d. 31-12-1999 AKTE VAN ALGEMENE VOORWAARDEN
BIJLAGE 3 SITUATIETEKENING MET BOORPUNTEN
BIJLAGE 4 BOORBESCHRIJVINGEN
¼
!
X
W
R
S
T
O
U
V
W
X
Y
W
½
¾
¿
Z
!
8
À
8
#
$
%
&
'
(
)
*
+
-
.
/
0
1
2
3
4
5
8
(
*
%
&
$
,
I
J
K
G
l
e
i
g
I
J
K
G
D
^
e
j
K
M
]
K
I
l
^
K
;
^
7
4
0
1
/
6
i
i
:
;
!
K
^
J
_
]
^
]
K
I
^
K
/
0
1
2
<
/
5
=
.
>
5
7
4
0
1
/
6
É
Ê
Ì
\
I
J
K
G
]
;
!
:
;
@
A
^
J
_
H
~
D
E
Æ
8
Ç
`
M
J
8
!
_
8
`
F
Í
Î
Â
Ã
Ï
Ã
Ð
Ì
Ä
Ñ
×
Ò
Ø
Ù
ä
à
â
ð
ë
Ó
Ô
Ä
Ú
Ì
Õ
Á
Õ
Â
Û
Ì
Ä
Ó
Ö
Ç
Ô
Ç
Ð
Ä
Ì
Â
Ü
Û
Ù
Ä
Þ
ê
K
ß
ë
ð
à
ì
ê
á
â
í
ë
ã
ë
ì
î
é
ê
ï
ë
î
å
ñ
ï
ð
æ
Þ
ò
ß
ó
ë
ñ
ê
â
ç
ë
ò
ç
ì
ó
ì
ê
ë
ì
5
=
.
â
ë
Þ
è
ó
ß
ô
ì
ê
ë
à
ð
ó
â
ë
ô
ê
ð
ë
!
ö
?
J
Ì
Á
õ
8
Ä
!
½
é
8
H
8
Ý
!
Å
M
À
.
_
Ë
-
`
Ä
È
9
8
Ã
J
`
6
Ã
M
]
/
!
Â
\
"
Á
÷
ø
÷
ù
÷
ú
û
ü
ü
ý
ù
þ
M
B
ÿ
C
D
N
E
O
F
P
G
Q
H
R
I
S
J
K
T
L
M
O
U
V
W
X
Y
W
;
C
D
E
F
\
G
;
]
^
J
_
!
H
]
K
I
^
K
!
n
M
n
J
J
'
(
G
)
]
*
^
+
J
_
(
H
*
~
D
%
E
&
F
$
`
8
¢
£
¤
¥
¢
¦
¢
¡
¢
¥
¨
b
b
K
M
=
.
=
.
1
3
0
>
5
¤
©
§
¥
ª
¢
«
§
¬
0
®
¯
6
=
.
=
.
1
3
0
>
°
e
e
f
g
h
i
f
e
j
k
k
l
k
j
h
3
4
5
/
6
±
<
3
=
<
>
m
n
n
%
'
(
)
*
+
+
o
n
$
p
,
]
^
J
_
H
²
J
q
r
r
s
t
u
v
r
w
x
x
y
r
z
{
:
8
8
&
'
(
)
*
+
,
-
&
.
,
´
µ
¶
·
¸
¹
º
»
¹
n
%
'
(
}
J
J
E
G
]
)
*
+
(
*
%
&
$
7
8
9
:
7
J
_
H
~
D
E
F
$
,
K
M
;
k
8
i
`
f
>
K
L
V
ë
Ï
Ó
Ë
@
/
=
M
N
ð
Ó
?
<
L
W
A
5
=
.
C
P
M
ë
X
Ô
Z
B
O
X
Ì
A
@
Õ
B
L
R
ë
X
Ë
D
Q
ï
Î
Í
E
S
F
U
î
D
H
O
Y
Ò
[
G
T
ì
V
Ó
I
Ô
B
Ì
D
P
Q
ò
X
Õ
A
N
O
ó
Z
J
ê
Ô
U
R
ë
Ó
S
ì
Í
é
[
+
(
$
3
4
5
8
/
6
6
.
/
0
1
/
ê
ó
Y
X
9
!
8
8
!
"
#
$
!
$
"
)
!
l
i
/
6
0
^
·
n
|
³
m
;
]
%
6
.
c
d
5
=
!
¡
a
,
6
;
[
ÿ
Z
[
ÿ
1
2
3
4
!
"
#
$
!
$
"
Boring:
01
Boring:
02
Datum:
14-06-2016
Datum:
14-06-2016
Maten in m -maaiveld
Maten in m -maaiveld 0,00 -0,04
0,00
1 -0,50
0,50 2
-0,70
3 -1,00
1,00
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen gley, gebiedseigen, sporen grind, gebiedseigen, licht geelgrijs, Edelmanboor
-1,50
5
Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, gebiedseigen, sporen gley, gebiedseigen, licht grijsbruin, Edelmanboor
2,00
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht bruingrijs, Zuigerboor
-0,50
0,50 2
-0,80
1,00
3 -1,30
1,50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbruin, Edelmanboor -2,00
0,00
0,00
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, gebiedseigen, sporen gley, gebiedseigen, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak gleyhoudend, gebiedseigen, sporen grind, gebiedseigen, oranjebruin, Edelmanboor
4 1,50
tegel Edelmanboor
groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen gley, gebiedseigen, sporen baksteen, antropogeen, sporen grind, gebiedseigen, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen puin, antropogeen, sporen grind, gebiedseigen, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, gebiedseigen, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, sporen gley, gebiedseigen, sporen grind, gebiedseigen, licht geelgrijs, Edelmanboor
4
5 -2,00
2,00
6 2,50 7 -3,00
3,00
Boring:
03
Boring:
04
Datum:
14-06-2016
Datum:
14-06-2016
Maten in m -maaiveld
Maten in m -maaiveld 0,00 -0,04
0,00 1
-0,20
2 0,50 -0,60
3 1,00
tegel Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, gebiedseigen, sporen gley, gebiedseigen, lichtgrijs, Edelmanboor
4
1
1,50
-0,50
0,50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, gebiedseigen, sporen gley, gebiedseigen, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, gebiedseigen, sporen gley, gebiedseigen, licht bruingrijs, Edelmanboor
0,00
0,00
2 -1,00
1,00 3
-1,50
1,50 5
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten hout, antropogeen, resten metaal, antropogeen, sporen gley, gebiedseigen, sporen grind, gebiedseigen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen gley, gebiedseigen, sporen grind, gebiedseigen, licht bruingrijs, Edelmanboor
-1,70
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
6 -2,00
2,00
Boring:
05
Boring:
06
Datum:
14-06-2016
Datum:
14-06-2016
Maten in m -maaiveld
Maten in m -maaiveld 0,00 -0,04
0,00
1 -0,50
0,50 2 1,00
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, gebiedseigen, resten schelpen, antropogeen, laagjes zand, gebiedseigen, sporen gley, gebiedseigen, licht bruingrijs, Edelmanboor
-1,00
tegel Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen baksteen, antropogeen, sporen grind, gebiedseigen, sporen gley, gebiedseigen, licht bruingrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen gley, gebiedseigen, sporen grind, gebiedseigen, grijsbruin, Edelmanboor
0,00
0,00 1
-0,50
0,50
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen gley, gebiedseigen, sporen grind, gebiedseigen, licht bruingrijs, Edelmanboor
2 1,00
tuin Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen gley, gebiedseigen, sporen grind, gebiedseigen, sporen baksteen, gebiedseigen, licht bruingrijs, Edelmanboor
-1,00
Projectnaam: Gentiaanstraat 14 te Oosterhout Projectcode: 20140119-036 'Getekend volgens NEN 5104'
Boring:
07
Boring:
08
Datum:
14-06-2016
Datum:
14-06-2016
Maten in m -maaiveld
Maten in m -maaiveld 0,00
0,00 1
-0,30
2 0,50
-0,50
3 -1,00
1,00
Boring:
09
Datum:
14-06-2016
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, gebiedseigen, resten schelpen, antropogeen, licht bruingrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen gley, gebiedseigen, sporen grind, gebiedseigen, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, gebiedseigen, sporen gley, gebiedseigen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
Maten in m -maaiveld
1 -0,50
0,50
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, gebiedseigen, sporen baksteen, antropogeen, resten plastic, antropogeen, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, gebiedseigen, sporen gley, gebiedseigen, licht bruingrijs, Edelmanboor
2 -1,00
1,00
Boring:
10
Datum:
14-06-2016
Maten in m -maaiveld 0,00 -0,04
0,00 1
-0,20
2 0,50 -0,60
3 1,00
0,00
0,00
-1,00
tegel Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen gley, gebiedseigen, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, gebiedseigen, resten wortels, gebiedseigen, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, gebiedseigen, resten wortels, gebiedseigen, sporen gley, gebiedseigen, licht grijsbruin, Edelmanboor
0,00
0,00 1
-0,50
0,50 2 1,00
-1,00
groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, antropogeen, resten wortels, gebiedseigen, sporen gley, gebiedseigen, sporen grind, gebiedseigen, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, gebiedseigen, resten wortels, gebiedseigen, donker grijsbruin, Edelmanboor
Projectnaam: Gentiaanstraat 14 te Oosterhout Projectcode: 20140119-036 'Getekend volgens NEN 5104'
BIJLAGE 5 ANALYSECERTIFICATEN
AGEL Adviseurs T.a.v. de heer C.A.P. Snoeren Postbus 4156 4900 CD OOSTERHOUT NB
Uw kenmerk : 20140119-036-Gentiaanstraat 14 te Oosterhout Ons kenmerk : Project 599188 Validatieref. : 599188_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : PKZU-PLRG-XUYW-OBYR Bijlage(n) : 3 tabel(len) + 2 bijlage(n)
Amsterdam, 21 juni 2016 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Ing. J. Tukker Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckbachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 F +31-(0)20-597 66 89 CSOmegam@eurofins.com www.omegam.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 3 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 599188 : 20140119-036-Gentiaanstraat 14 te Oosterhout : AGEL Adviseurs
Monsterreferenties 2466141 = MM1 2466142 = MM2 2466143 = MM3 Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Matrix
: : : : :
Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000
g
14/06/2016 14/06/2016 14/06/2016 2466141 Grond uitgevoerd <1 nvt uitgevoerd
14/06/2016 14/06/2016 14/06/2016 2466142 Grond uitgevoerd <1 nvt uitgevoerd
14/06/2016 14/06/2016 14/06/2016 2466143 Grond uitgevoerd <1 nvt uitgevoerd
Algemeen onderzoek - fysisch S droogrest % S organische stof (gec. voor lutum) % (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) % (m/m ds)
91,0 0,9 1,3
87,7 2,6 <1
90,8 1,6 1,6
Anorganische parameters - metalen S barium (Ba) mg/kg ds S cadmium (Cd) mg/kg ds S kobalt (Co) mg/kg ds S koper (Cu) mg/kg ds S kwik (Hg) FIAS/Fims mg/kg ds S lood (Pb) mg/kg ds S molybdeen (Mo) mg/kg ds S nikkel (Ni) mg/kg ds S zink (Zn) mg/kg ds
31 0,37 < 3,0 7,2 < 0,05 40 < 1,5 5 < 20
< 20 < 0,20 < 3,0 7,1 < 0,05 32 < 1,5 5 28
< 20 < 0,20 < 3,0 6,7 < 0,05 46 < 1,5 <4 86
Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds
< 35
< 35
< 35
Organische parameters - aromatisch Polycyclische koolwaterstoffen: S naftaleen mg/kg ds S fenantreen mg/kg ds S anthraceen mg/kg ds S fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)antraceen mg/kg ds S chryseen mg/kg ds S benzo(k)fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)pyreen mg/kg ds S benzo(ghi)peryleen mg/kg ds S indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds S som PAK (10) mg/kg ds
< 0,05 < 0,05 0,05 0,05 < 0,05 < 0,05 0,06 0,09 < 0,05 < 0,05 0,46