19-230 BP Gentiaanstraat 14 Oosterhout 200825
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN OOSTERHOUT ZUID 2017, HERZIENING 1 (GENTIAANSTRAAT 14) TOELICHTING
Titel:
Toelichting bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” Kern: Oosterhout-Zuid Gemeente: Oosterhout Status: Ontwerp IMRO: NL.IMRO.0826.BSPhz1ozuid-ON01 Project: 19-230 Datum: 25 augustus 2020 Opgesteld door: Van Kerkhoff Maatwerk in RO In opdracht van: NedBel Realisatie BV Informatie mede afkomstig van: Van Boven Architecten, Ecoconsultancy, TB Infra, M-Tech Aan de afbeelding op de voorzijde en aan figuur 8 en 9 kunnen geen rechten worden ontleend.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 2
INHOUDSOPGAVE H1. Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Plangebied: ligging en begrenzing 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 5 5 6
H2. Planbeschrijving 2.1 Historisch perspectief 2.2 Bestaande situatie 2.3 Toekomstige situatie
7 7 7 9
H3. Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
11 11 12 14
H4. Randvoorwaarden 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Verkeer en parkeren 4.5 Ecologie 4.6 Bedrijven en milieuzonering 4.7 Milieu 4.8 Mer-plicht?
19 19 21 21 23 23 24 25 27
H5. Juridische uitvoerbaarheid 5.1 Het juridisch plan 5.2 Bestemmingen
28 28 28
H6. Handhaafbaarheid
31
H7. Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.3 Vaststellingsprocedure
32 32 32 32
Bijlagen bij de toelichting 1. Verkennend bodemonderzoek Gentiaanstraat 14 te Oosterhout, Agel, 20 juli 2016 2. Watertoets Gentiaanstraat 14 te Oosterhout, Ecoconsultancy, 29 juli 2020 3. Regenwaterafvoer vanuit de daken, TB Infra, 30 juli 2020 4. Aerius-berekening Gentiaanstraat 14, Van Kerkhoff Maatwerk in RO, 29 oktober 2019 5. Akoestisch onderzoek Gentiaanstraat 14, M-Tech, 28 november 2019.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 3
N Figuur 1. Ligging plangebied (bron: Pdok)
N Figuur 2. Begrenzing plangebied (bron: Pdok)
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 4
H1. Inleiding 1.1 Algemeen
In de wijk Oosterheide die in de jaren zestig ten zuiden van het Wilhelminakanaal in Oosterhout is ontwikkeld stond tot voor kort een eenlaags bibliotheekgebouw op korte afstand van het winkelcentrum Zuiderhout. In 2015 is de bibliotheek gesloten. Vanaf 2016 is gezocht naar een nieuwe invulling. Een medisch centrum bleek ter plaatse niet haalbaar. In 2018 is dan ook besloten het gebouw van de bibliotheek te slopen en ter plaatse grondgebonden woningbouw voor senioren te realiseren. In 2019 is het perceel verkocht en is in samenspraak tussen koper en gemeente een plan tot stand gekomen voor de realisatie van 8 patiowoningen. Dit plan past qua bestemming niet in het vigerende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de noodzakelijke bestemmingswijziging.
1.2 Plangebied: ligging en begrenzing
Het plangebied bestaat uit het perceel kadastraal bekend als Oosterhout sectie M nummer 3642 met een oppervlakte van circa 1.445 m². Daarvan wordt circa 930 m² verkocht en de rest blijft openbaar gebied en wordt door de gemeente Oosterhout ingericht. Figuur 1 en 2 tonen de ligging en begrenzing van het plangebied. Het plangebied wordt begrensd door de Gentiaanstraat, Azaleastraat en Tulpenlaan. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de zijkanten van woningbouwkavels, te weten de rijwoningen aan de Gentiaanstraat en de Tulpenlaan.
1.3 Vigerend bestemmingsplan
Het vigerende bestemmingsplan in het plangebied is het bestemmingsplan Oosterhout-Zuid 2017, vastgesteld op 16 mei 2017. In het vigerende bestemmingsplan heeft het volledige plangebied de bestemming ‘Maatschappelijk’ (figuur 3). Er is een sprake van een groot bouwvlak waarbinnen 50% van het oppervlak bebouwd mag worden met een goot- en bouwhoogte van 4 meter. Verder is de dubbelbestemming Waarde-Archeologie van toepassing en ligt het plangebied in grondwaterbeschermingsgebied, hetgeen met een gebiedsaanduiding is aangegeven. De omgeving bestaat voornamelijk uit de bestemmingen Verkeer, Wonen met bouwvlakken rond de hoofdgebouwen en Centrum voor het winkelcentrum Zuiderhout.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 5
Figuur 3. Vigerend bestemmingsplan Oosterhout-Zuid 2017 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
1.4 Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit 7 hoofdstukken. Na deze inleiding is in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied en het planvoornemen gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de beleidskaders waaraan het bestemmingsplan is getoetst. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante planvormingsaspecten. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid is tenslotte verantwoord in hoofdstuk 7.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 6
H2. Planbeschrijving 2.1 Historisch perspectief
De kern Oosterhout is ontstaan op de grens van zand- en kleigronden, op een kruising van landwegen, die in een uitwaaierend patroon richting de kernen in de omgeving liepen. In de 19e eeuw vond rond de pleinen Markt en Heuvel verdichting van de aanvankelijk open structuur plaats. Hier ontstond een centrumgebied waar handel en nijverheid zich vestigden. Het Wilhelminakanaal, dat werd voltooid in 1924, maakte industrialisatie in de tot dan toe vooral agrarische gemeenschap mogelijk. Na de Tweede Wereldoorlog groeide Oosterhout explosief. In de jaren 60 van de vorige eeuw werd aan de zuidzijde van het Wilhelminakanaal de woonwijk Oosterheide gebouwd; daar maakt het plangebied deel van uit. De hoofdontsluiting van de wijk wordt gevormd door de Burgemeester Holtroplaan als drager in noord-zuidrichting en de Europalaan die de wijk verbindt met de A27. In de zuidwestelijke oksel van deze infrastructuur ligt het winkelcentrum Zuiderhout met een verzorgingsfunctie voor de wijk zelf en – mede als gevolg van de weekmarkt – daarbuiten. Aan de rand van het parkeerterrein waar de weekmarkt wordt gehouden en op de overgang naar het woongebied ligt het plangebied. Het woongebied kan gekarakteriseerd worden als een typische woonwijk uit de jaren 60. Een rechthoekig stratenpatroon, gericht op een goede bereikbaarheid per auto.
Royale wegprofielen met een strooksgewijze opzet (voetpad, parkeren, rijbaan, groen, voetpad), royale groenstructuren en scheiding van functies. Er is weinig differentiatie in de bebouwing. De bebouwing is te typeren als gesloten bouwblokken met grondgebonden woningen en gestapelde bebouwing. Het plangebied ligt op de kop van zo’n rechthoekig stratenpatroon. Er stond een eenlaags gebouw met een speelplaats op de hoek van de Gentiaanstraat en de Azaleastraat en groen op de hoek van de Tulpenlaan en de Gentiaanstraat. Figuur 4 geeft het beeld toen de bibliotheek nog in gebruik was.
Figuur 4. Zicht vanaf Azaleastraat (Google Streetview 2014)
2.2 Bestaande situatie
In het plangebied is het voormalig bibliotheekgebouw inmiddels gesloopt en het speelterrein is verplaatst. Het plangebied is ingezaaid met gras (figuur 5). De bomen aan de randen blijven in beginsel gehandhaafd.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 7
Figuur 5. Zicht vanaf Azaleastraat na sloop bibliotheek (Van Kerkhoff Maatwerk, zomer 2019)
De bebouwing binnen het rechthoekig stratenpatroon waar het plangebied in ligt, bestaat uit grondgebonden rijwoningen en achtertuinen aan een gemeenschappelijk achterpad. De blokken aan de andere zijde van de Gentiaanstraat kennen een vergelijkbare opzet. Het bouwblok aan de andere zijde van de Tulpenlaan is een tweelaags gebouw met beneden- en bovenwoningen die hun adres hebben aan de Bloemenhof. De hoek van de Tulpenlaan en de Azaleastraat grenst aan het parkeerterrein voor het winkelcentrum waar ook de weekmarkt wordt gehouden. Het parkeerterrein is stenig (figuur 6).
Figuur 6. Zicht op parkeerterrein en winkelcentrum (Van Kerkhoff Maatwerk, zomer 2019)
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 8
2.3 Toekomstige situatie
In de beoogde situatie blijft (de toegang tot) het achterpad naast de woningen Tulpenlaan 4 en Gentiaanstraat 12 intact. In het plangebied worden 8 seniorenwoningen gerealiseerd met een compleet woonprogramma op de begane grond en een opbouw op een deel van de woning. De seniorenwoningen hebben een privébuitenruimte binnen het blok als gescheiden deel van een grotere patio die wordt gedeeld door 2 of 4 woningen. De voorgevels van de nieuwe patiowoningen komen in dezelfde voorgevelrooilijn te staan als de bestaande woningen aan de Tulpenstraat, Azaleastraat en Gentiaanstraat. Aan de Azaleastraat is hierdoor een stevige openbare groenvoorziening mogelijk die slechts wordt doorsneden door twee smalle voetpaden naar de woningen 6 en 7 (figuur 7). De hoeken van het blok aan de zijde van de Azaleastraat staan in dezelfde rooilijn als de bestaande rijwoningen aan de Tulpenlaan en de Gentiaanstraat. In de Tulpenlaan en de Gentiaanstraat ligt het blok terug om ruimte te geven voor parkeerplaatsen op eigen terrein. Aan de Azaleastraat worden in het openbaar gebied langsparkeerplaatsen toegevoegd, zodat er voldoende parkeercapaciteit is.
Figuur 7. Stedenbouwkundig plan (bron: Van Boven Architecten)
De woningen worden gebouwd in een moderne architectuur met een afwisseling van materiaal in de tweelaagse en eenlaagse bebouwing . De openbare ruimte rondom wordt groen ingericht. De daken worden uitgevoerd als groendak met zonnepanelen en de parkeerplaatsen worden uitgevoerd met waterdoorlatende stenen, waarvan een deel wordt voorzien van een eigen isolatievoorziening (vergelijk bijlage 3). Figuur 8 en 9 en de afbeelding op de voorzijde geven een impressie.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 9
Figuur 8. Impressie gevelaanzichten aan de Tulpenlaan (bron: Van Boven Architecten)
Figuur 9. Impressie groendaken (bron: Van Boven Architecten)
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 10
H3. Beleid 3.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een integraal kader voor het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Het Rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): - Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; - Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; - Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven. De structuurvisie regelt geen specifieke zaken op provinciaal of lokaal niveau. De verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal laat het Rijk over aan de provincies. Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op een kleinschalige herontwikkeling in het stedelijk gebied van Oosterhout. De afweging daarover vindt decentraal plaats. Besluit Algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit Algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen.
Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Het Wilhelminakanaal is in het Barro aangewezen als een rijksvaarweg klasse IV. Vanuit het Barro geldt voor deze klasse een vrijwaringszone aan weerzijden van het kanaal. In dit geval is de vrijwaringszone 25 meter breed. De vrijwaringszone reikt daarmee niet tot in het plangebied. Het planologisch zeker stellen van de vrijwaringszone is voor het plangebied niet aan de orde. Op grond van het Barro ligt het plangebied in de ring van het radarverstoringsgebied van vliegbasis Woensdrecht. Voor gebieden in deze ‘ring’ liggen uitsluitend bouwhoogtebeperkingen voor windmolens. Het radarverstoringsgebied legt, aangezien er geen sprake is van windmolens, daarom geen beperkingen op aan bebouwing binnen het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling binnen de gestelde kaders van het Barro past.
Besluit ruimtelijke ordening / Ladder voor duurzame verstedelijking De in de SVIR geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. De ladder wordt in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 11
voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' In het kader van de ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, lid 2, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. In dit geval is sprake van het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte. Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op maximaal vier opeenvolgende rechtsvragen in. Vraag 1. Is er sprake van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling? Functies die in de jurisprudentie worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling, zijn bijvoorbeeld bedrijventerreinen, winkelvoorzieningen en accommodaties voor recreatie en leisure. Ook ontwikkelingen van meer dan 11 woningen worden als stedelijke ontwikkeling gezien.
In dit geval is er geen sprake van een nieuwe ontwikkeling, omdat het bestemmingsplan de nieuwbouw van slechts 8 woningen mogelijk maakt. Er is geen sprake van een nieuwe ontwikkeling en het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied. De vervolgvragen komen daarmee niet meer aan de orde. Aan de vereisten van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt voldaan. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het rijksbeleid.
3.2 Provinciaal beleid Brabantse Omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld door de Provinciale Staten. De omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. In de Omgevingsvisie staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De provincie Noord-Brabant heeft ambities op gebied van energietransitie, wil klimaatproof zijn, wil uitgroeien tot een slimme netwerkstad en wil een top kennis- en innovatieregio blijven. De doelstelling voor de energietransitie is tweedeling: het verminderen van energieverbruik en de verduurzaming van energie om in 2050 energieneutraal te zijn. Voor 2030 is de doelstelling om de reductie van broeikasgassen met ten minste 50 procent te verminderen ten opzichte van de uitstoot in 1990. Daarnaast dient 50 procent van de energie duurzaam opgewekt te worden. De provincie kiest voor een richting gevende en stimulerende rol. De hoofdrol voor de realisering wordt ingevuld door gemeenten en initiatiefnemers. De provincie blijft intensief in gesprek met de regio’s om tot een gezamenlijk beeld van de kansen en koers voor een regio te komen en de opgave te realiseren. De transformatie van het plangebied biedt kansen om vrijwel energieneutraal te ontwikkelen.
Klimaatproof betekent dat beter omgegaan moet worden met de gevolgen van toenemende extremen in temperatuur en neerslag. Dit heeft gevolgen voor de fysieke leefomgeving. De doelstelling is om in 2050 klimaatbestendig te zijn met een waterrobuuste inrichting. Dit wil zeggen dat de risico’ s vanwege deze weerextremen in 2050 aanvaardbaar, draagbaar en beheersbaar zijn.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 12
Het plangebied maakt deel uit van het bestaand stedelijk gebied. In de nieuwe situatie is bewust nagedacht over de mogelijkheden voor infiltratie. Een slimme netwerkstad bestaat uit het versterken van het centrale stedelijke netwerk en het zorgdragen voor vitaliteit van krimpgebieden. De verantwoordelijkheid voor de aanpak van de integrale verstedelijkingsopgave is een samenspel tussen gemeenten, marktpartijen, burgers en de provincie. De provincie wilt een actieve rol spelen bij de verstedelijkingsopgave, gericht op een zorgvuldig ruimtegebruik. In dit geval gaat het om de transformatie van bestaand stedelijk gebied, waarmee een zorgvuldig ruimtegebruik wordt nagestreefd. De provincie wil een top kennis- en innovatieregio blijven. Daarvoor is een omslag nodig naar een verregaande circulaire economie waarin digitalisering steeds belangrijker wordt. De omslag is op de eerste plaats een opgave voor de sector en hangt af van gezamenlijke acties met partijen. Regels moeten daarin geen belemmering vormen. Er zijn geen directe relaties met de planvorming. Structuurvisie ruimtelijke ordening Na het vaststellen van de Brabantse Omgevingsvisie zal een doorvertaling gemaakt moeten worden in een Omgevingsverordening en programma’s. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht.
Daarmee is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO), die op 19 maart 2014 in werking is getreden, nog steeds van belang. De SVRO schetst de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De provincie stuurt door middel van vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Binnen deze structuren worden de belangrijkste, maatschappelijke ontwikkelingen opgevangen en kiest de provincie voor een bepaalde ordening van functies. Hiermee wil de provincie een gevarieerd en aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat ontwikkelen waarin een kennisinnovatieve economie centraal staat voor een duurzaam Brabant. Het principe van 'behoud en ontwikkeling' staat hierin centraal. De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Een van deze instrumenten is de provinciale Verordening ruimte.
Figuur 10. Uitsnede kaart stedelijke ontwikkeling Verordening Ruimte met indicatie ligging plangebied
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 13
Interim omgevingsverordening In de Interim omgevingsverordening, een beleidsneutrale overstap vanuit de eerdere Verordening ruimte, zijn de kaderstellende elementen uit de structuurvisie vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Het plangebied ligt volledig in het bestaand stedelijk gebied (figuur 9), meer specifiek in het stedelijk concentratiegebied. Het stedelijk concentratiegebied heeft een bovenlokale opvangtaak voor verstedelijking. De Interim omgevingsverordening stelt in het bestaande stedelijk gebied de voorwaarde dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwbouw van woningen een verantwoording bevat over de wijze waarop de afspraken die daarover zijn gemaakt in het regionaal ruimtelijk overleg worden nagekomen en de wijze waarop de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. De gemeenten maken in regionaal verband en met de provincie afspraken over de verdeling van het verstedelijkingsprogramma in de regionale ruimtelijke overleggen (RRO's). Zorgvuldig ruimtegebruik en toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro) zijn voorwaarden bij het maken van regionale afspraken. De voorgenomen ontwikkeling past binnen het beleid uit de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening van de provincie Noord-Brabant.
Het plangebied is gelegen binnen het grondwaterbeschermingsgebied. Deze grondwaterbeschermingsgebieden vormen de ‘schil’ rond de waterwingebieden, die ten dienste staan van de openbare watervoorziening, zoals (drink)waterproductiebedrijven (pompstations). Voor de grondwaterbeschermingsgebieden geldt dat de kwaliteit van het grondwater om bescherming vraagt. In artikel 3.11 van de Interim Omgevingsverordening is vastgelegd dat een bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding ‘grondwaterbeschermingsgebied’ mede voorziet in de bescherming van het grondwater. Het grondwaterbeschermingsgebied is door middel van de gebiedsaanduiding ‘milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied’ opgenomen op de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan. In de regels is aangegeven dat de gronden met deze dubbelbestemming primair bestemd zijn voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening. Hiermee wordt bescherming geboden; er mogen geen uitlogende materialen worden toegepast. Op grond van paragraaf 2.1.3 en 2.1.4 zijn sommige bedrijfsmatige activiteiten niet toegestaan of slechts toegestaan als van tevoren duidelijk is dat de bodem voldoende beschermd wordt.
Op grond van artikel 2.8 zijn de volgende activiteiten die wenselijk zijn bij de realisatie van het plan meldingsplichtig: • het lozen van afstromend hemelwater van gebouwen op of in de bodem; • het lozen van afstromend hemelwater van verharde wegen op of in de bodem; • het inrichten of hebben van een parkeerterrein. De meldingsplicht gaat gepaard met de voorwaarde dat er sprake is van een gecontroleerd infiltreren met een voldoende zuiverende voorziening of van het afstromen van hemelwater via een watergang zonder infiltrerende werking. In de melding dient verantwoord te worden dat de lozing geen schade toebrengt aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater en dient de wijze waarop de voorzieningen worden beheerd en de gevolgen voor het milieu worden gemonitord, weergegeven te worden. In het plan wordt in beginsel gekozen voor gecontroleerd infiltreren. In paragraaf 4.3 wordt weergegeven hoe. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het provinciaal beleid.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 14
3.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Door de gemeenteraad van Oosterhout is op 22 oktober 2013 een structuurvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente Oosterhout vastgesteld. Op basis van deze structuurvisie wordt invulling gegeven aan het behoud en de verdere versterking van de positie van Oosterhout. De structuurvisie vormt enerzijds een belangrijke inspiratie- en informatiebron, zodat eenieder op adequate wijze kennis kan nemen van de diverse projecten en de samenhang daartussen. Anderzijds geeft de structuurvisie duidelijk richting aan de wijze waarop het gemeentebestuur omgaat met initiatieven op de verschillende beleidsterreinen. De structuurvisie bevat geen verplichtingen naar derden. Bij de beoordeling van initiatieven van derden wordt deze visie als toetsingskader gehanteerd. De kern van de structuurvisie kan als volgt worden samengevat: - Continuering van het versterken van kwaliteit; - Transformatie en structuurversterking; - Versterken (netwerken van) voorzieningen; - Kwaliteitsslag buitengebied; - Betere bereikbaarheid.
Figuur 11. Uitsnede kaart Structuurvisie met indicatie ligging plangebied
In figuur 11 is een uitsnede van de Structuurvisiekaart weergegeven. Het plangebied maakt deel uit van bestaand woongebied; het winkelcentrum is apart weergegeven. De herontwikkeling van de bibliotheek naar wonen past in de Structuurvisie.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 15
Woonvisie De gemeenteraad heeft de Woonvisie op 24 mei 2016 vastgesteld. De volgende hoofdthema’s zijn door de gemeenteraad en de externe partners van belang geacht voor het woonbeleid in Oosterhout: 1. Betaalbaarheid: Het is de wens om mensen met een laag of middeninkomen een goed perspectief op de woningmarkt bieden. Belangrijk hierbij is dat de woningvoorraad aansluit op wensen en mogelijkheden van de bewoners, zowel nu als in de toekomst. 2. Het sociaal domein: Vanaf 2015 is de langdurige zorg ingrijpend hervormd. Doel is om mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. De scheiding van wonen en zorg heeft directe gevolgen voor de bestaande woningvoorraad maar ook voor nieuw te bouwen woningen. Deze woningen moeten door aanpassingen kwalitatief geschikt te maken zijn voor het (langer) zelfstandig bewonen. 3. Bijzondere doelgroepen: In de afgelopen jaren is de woningvraag vanuit bijzondere doelgroepen toegenomen. Doelgroepen als statushouders, arbeidsmigranten en herstarters verdienen gezien hun specifieke situatie en mogelijkheden extra aandacht bij het huisvestingsvraagstuk. 4. Leefbaarheid / Leefomgeving: De kwaliteit van het wonen in Oosterhout is voor een deel afhankelijk van de woonomgeving. De leefbaarheid van de leefomgeving is van groot belang voor de kwaliteit van het wonen voor nu en in de toekomst.
De voorzieningen op het gebied van detailhandel, horeca, sport en recreatie dragen bij aan de leefbaarheid en hiermee de aantrekkelijkheid van de gemeente. 5. Flexibiliteit woningbouw: Mede op basis van de hoofdthema’s is in beeld te brengen welke kwantitatieve en kwalitatieve woningvraag er in Oosterhout bestaat. Uitgangspunt is dat er gebouwd wordt naar de vraag en er wordt ingespeeld op de behoeften vanuit de woningmarkt. Bouwen naar behoefte vraagt om flexibiliteit, daarom is het van belang de kwantitatieve en kwalitatieve vraag in beeld te hebben. De herontwikkeling biedt ruimte aan 8 patiowoningen met een compleet programma op de begane grond en extra ruimte in een opbouw. De woningen zijn dus zeer geschikt voor senioren die langer thuis kunnen blijven wonen. De aanwezigheid van een winkelcentrum en weekmarkt in de directe nabijheid werkt daarbij versterkend. De herontwikkeling past derhalve in de woonvisie. Mobiliteitsplan De gemeenteraad heeft op 21 mei 2019 de mobiliteitsvisie Oosterhout Vooruit vastgesteld. Daarin is vastgelegd op welke wijze er via het verkeers- en vervoerbeleid een bijdrage wordt geleverd aan de ambitie van Oosterhout om ook in de toekomst een vitale en aantrekkelijke woon- en werkgemeente te blijven. Daarbij ook rekening houdend met de opgaven die er liggen op het gebied van duurzaamheid en demografie.
Het beleid is in de visie verwoord in doelstellingen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid én duurzaamheid en gezondheid en een aantal bijbehorende opgaven. De mobiliteitsvisie is kaderstellend bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen en bij reconstructies van bestaande wegen. Het moet richting geven aan de investeringen op het gebied van verkeer en vervoer. De vertaling van de mobiliteitsopgaven naar concrete maatregelen vindt plaats in de (nog op te stellen) uitvoeringsagenda. De visie stelt dat in de woonomgeving de prioriteit ligt op het verblijven van mensen. Verblijfsgebieden worden zodanig ingericht dat de toegestane snelheid (30 km/h) zoveel mogelijk via de inrichting wordt afgedwongen. In woongebieden heeft de veiligheid van de fietser en voetganger prioriteit; de afwikkeling van het gemotoriseerd verkeer is hieraan ondergeschikt. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid en gezondheid wordt fietsen en lopen zoveel mogelijk gestimuleerd. Dat begint al in de woonomgeving.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 16
Het plangebied ligt in een omgeving waar de toegestane snelheid 30 km/h bedraagt. De openbare ruimte rond het plangebied is al ingericht conform Duurzaam veilig. De herontwikkeling en de bijbehorende inrichting van de openbare ruimte bevestigt het gewenste verkeersbeeld. Stilstaan in de toekomst, Parkeerbeleid op de middellange termijn (2020) Tijdens de planontwikkeling was het beleidsplan 'Stilstaan in de toekomst, Parkeerbeleid op de middellange termijn (2020)' nog van kracht. Het uitgangspunt parkeren op eigen terrein en de gestelde parkeernorm is bij deze nieuwbouw afkomstig uit dit inmiddels vervallen beleidsplan. In paragraaf 4.4 wordt ingegaan op verkeer en parkeren. Groenbeleid In Oosterhout is in de woonbuurten per woning gemiddeld 115m2 openbaar groen aanwezig. Daarmee is Oosterhout een groene gemeente. Omdat Oosterhout een groene gemeente wil blijven, streeft de gemeente Oosterhout naar een gemiddelde norm van 115m² openbaar groen per woning in de woonbuurten en kernen. Het groene karakter van Oosterhout is ook benoemd als kernwaarde van de stad. Het is een kenmerk waarmee Oosterhout zich onderscheidt van andere gemeenten. Doel van groenbeleid in algemene zin is daarom de instandhouding en verbetering van deze groene kwaliteit. De bijbehorende uitvoeringssporen zijn bescherming en ontwikkeling.
Het groene karakter van de stad wordt zowel door het groen in de openbare ruimte als in de particuliere tuinen gevormd. De tuinen zijn groene ruimten in de stad, waarbij vooral voortuinen van grote invloed zijn op de sfeer van de stedelijke buitenruimte. Met betrekking tot het groen heeft de gemeente beperkte beschermings- en sturingsmogelijkheden. Op basis van de APV (2017) is het kappen van een houtopstand op gemeentegrond dan wel een boom op lijst van monumentale bomen omgevingsvergunningsplichtig. In het openbaar gebied heeft de gemeente maximale mogelijkheden tot instandhouding en ontwikkeling. Daarnaast worden door de gemeente bewuste keuzes gemaakt op basis van beleidsuitgangspunten ten aanzien instandhouding en ontwikkeling van de overige voorzieningen. In dit geval blijft een brede zone voor de voorgevels van de woningen in eigendom, beheer en onderhoud van de gemeente. De gemeente draagt ook zorg voor een groene herinrichting van de omliggende openbare ruimte. Duurzaamheid De zorg voor het milieu en duurzaamheid zijn belangrijke speerpunten voor de gemeente. De zorgen omtrent milieuverontreiniging en met name de klimaatverandering staan hoog op de internationale agenda en de oplossing voor dit probleem moet voor een belangrijk deel op lokaal niveau worden gezocht.
Bij iedere ontwikkeling dient afgevraagd te worden in hoeverre deze ontwikkeling zich verhoudt tot de problemen die er zijn. Ontwikkelingen die niet bijdragen aan de gewenste duurzame ontwikkeling of zelfs in negatieve mate bijdragen aan de gewenste milieukwaliteit, zijn ongewenst en andersom geldt dat ontwikkelingen die wel bijdragen aan de gewenste ontwikkeling van Oosterhout, door de gemeente met alle beschikbare middelen ondersteund dienen te worden. Uiteraard vindt hierbij altijd een afweging tussen mogelijkheden, middelen en resultaat plaats. De absolute ondergrens hierbij wordt gevormd door het wettelijk instrumentarium. Naast het feit dat de gemeente een belangrijke voorbeeldrol en eigen verantwoordelijkheid heeft bij ruimtelijke ontwikkelingen, willen we vooral ook meer ruimte geven aan de eigen verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven en belangengroeperingen. Bij iedere ontwikkeling is het noodzakelijk om het juiste gereedschap te gebruiken om het betreffende idee te realiseren. Het bestemmingsplan (en zeker ook het toekomstig omgevingsplan, dat op grond van een nieuwe Omgevingswet in de plaats komt voor het bestemmingsplan) kan daarvoor dienst doen. In een bestemmingsplan kan een concreet toetsingskader worden opgenomen voor toekomstige grote en kleine ontwikkelingen. Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 17
Het bestemmingsplan mag duurzaamheid regelen als dit een direct verband houdt met de bestemming die aan het bestemmingsplangebied wordt toegekend. De regels van het plan moeten rechtstreeks betrekking hebben op het ruimtebeslag van deze gronden zelf of effect hebben op het ruimtegebruik van nabijgelegen gronden. Net als bij andere onderwerpen in de ruimtelijke ordening kunnen deze regels uitgaan van de volgende vier thema's: 1. Toestaan van gebruik en bouwwerken; 2. Voorwaarden stellen door middel van voorwaardelijke bepalingen; 3. Uitsluiten van ongewenste ontwikkelingen; 4. Belonen van wenselijke initiatieven door middel van extra (planologische) ruimte. Het ruimtelijke ordeningsinstrumentarium kan, en soms moet het zelfs, de deur openen voor duurzame ontwikkelingen. Het belangrijkste afwegingskader voor duurzaamheid is, naast wet- en regelgeving, de in 2019 door de gemeenteraad vastgestelde beleidsnota ‘’Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030” en de daaruit afgeleide en vastgestelde “Routekaart energietransitie 2019-2022”. Om in 2050 (bijna) CO2 neutraal te zijn heeft het Rijk doelen vastgesteld. Deze zijn vertaald in beleidsdoelen en projecten voor en in Oosterhout.
Er wordt volop ingezet op energie besparen (woningen en andere gebouwen isoleren, bedrijfsprocessen energie efficiënt maken, duurzame mobiliteit) en opwekken van duurzame energie (zonnepanelen op woningen, bedrijfsdaken en overige vastgoed, zonneweides,(stadse) windmolens, aquathermie, geothermie, etc.). De gemeente beoordeelt (ver-)bouwplannen op hun bijdrage aan de lokale, regionale of nationale duurzaamheidsdoelstellingen. In dit geval blijft CO2 uitstoot als gevolg van het gebruik van warmtepompen in combinatie met zonnepanelen achterwege. Klimaatadaptatie Nederland moet in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig zijn ingericht. In de ‘Nationale Klimaatadaptatiestrategie 2016’ (NAS), het Uitvoeringsprogramma NAS en in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) worden vier belangrijke effecten van de klimaatverandering genoemd namelijk hittestress, wateroverlast, droogte en waterveiligheid (overstromingen). Door maatregelen te nemen kunnen eventuele schade, hinder en overlast als gevolg van de klimaatverandering zoveel mogelijk worden voorkomen. Klimaatadaptatie moet daarom integraal onderdeel worden van het beleid en handelen van de gemeente. De gemeente gaat beleid opstellen waarin de gevolgen van klimaatverandering voor de gemeente inzichtelijk zijn gemaakt en welke maatregelen we gaan nemen om deze te voorkomen en te verminderen.
Dit beleid dient tevens als ruimtelijke onderbouwing voor het stellen van planregels in het bestemmingsplan. Het voorliggende plan is beoordeeld op de mate waarin het positief bijdraagt aan klimaatadaptatie. Infiltratie van regenwater is geborgd (zie paragraaf 4.3). Gebouwen moeten een gezond werkklimaat hebben, ook bij (tijdelijk) extreme weersomstandigheden. Daarnaast wordt gestreefd naar een grotere biodiversiteit in en nabij woon-, werk- en recreatie gebieden. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 18
H4. Randvoorwaarden 4.1 Archeologie en cultuurhistorie Wettelijk kader Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Door een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening moeten cultuurhistorische waarden vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Er wordt onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. Het gaat daarbij om de facetten archeologie, historische (steden)bouwkunde en historische geografie, zowel voor wat betreft beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Beleid De provincie heeft middels een cultuurhistorische waardenkaart de relevante cultuurhistorische waarden in beeld gebracht. De provinciale waardenkaart 2006 brengt vele cultuurhistorische waarden op elementniveau in beeld.
De cultuurhistorische waardenkaart 2010 brengt de cultuurhistorische waarden van bovenlokaal belang in beeld. Om de aanwezige cultuurhistorische waarden (monumentale gebouwen, archeologische terreinen, cultuurhistorische landschapselementen en historische stedenbouwkundige structuren en infrastructuur) in beeld te brengen, is een gemeentelijke erfgoedkaart vervaardigd, die met name een signalerende functie heeft. Hierdoor wordt een integrale afweging mogelijk. Op basis van de erfgoedkaart, kunnen cultuurhistorisch en archeologisch waardevolle gebieden in bestemmingsplannen een passende regeling krijgen. Archeologische waarde Ten behoeve van het vaststellen van de archeologische verwachting van het plangebied is de Erfgoedkaart van de gemeente Oosterhout beoordeeld. Het plangebied ligt in een zone met middelhoge archeologische verwachting. Dit houdt conform het gemeentelijk archeologiebeleid in dat bodemingrepen in principe niet zijn toegestaan; indien een ingreep dieper gaat dan 0,5 meter min maaiveld en een planoppervlak heeft van 100 m² of meer is de ingreep vergunningplichtig. Binnen het plangebied dient derhalve rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van archeologische resten. Op de verbeelding is daartoe de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie’ uit het moederplan overgenomen.
Archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Op dat moment is immers bekend welke wijze van fundering wordt gehanteerd en in hoeverre de zone beneden 0,5 meter onder maaiveld wordt aangetast. Daarbij wordt ook in de beschouwing betrokken dat ter plaatse reeds een gebouw heeft gestaan met fundering. Cultuurhistorische waarde Op basis van de Erfgoedkaart van de gemeente Oosterhout kan worden geconcludeerd dat noch in het plangebied noch in de omgeving van het plangebied cultuurhistorische waarden in het geding zijn (figuur 12).
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 19
Figuur 12. Uitsneden Erfgoedkaart gemeente Oosterhout (waardenkaart historische geografie, monumenten en stedenbouwkundige functies, historisch groen) met indicatie plangebied (gele ster)
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 20
4.2 Bodem
De bodem moet geschikt zijn voor het voorgenomen gebruik. Ten eerste wordt gekeken naar de huidige en toekomstige functie, vervolgens wordt bekeken wat de huidige bodemkwaliteit is. Op basis van deze informatie wordt op hoofdlijnen beoordeeld of de bodemkwaliteit voldoet aan de voorgenomen bestemming. Tevens wordt op basis van deze informatie de financiële haalbaarheid van het bodemaspect in het plan beoordeeld. In het kader van de verkoop van de locatie is in opdracht van de gemeente een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het verkennend bodemonderzoek is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat: - in de bovengrond lichte bijmengingen met baksteenresten voorkomen; waarschijnlijk als gevolg hiervan zijn licht verhoogde gehalten aan cadmium en lood vastgesteld; - in de ondergrond plaatselijk als gevolg van lichte bijmengingen met bodemvreemd materiaal licht verhoogde gehalten aan lood en zink voorkomen; - in zowel de zintuiglijk schone boven- als ondergrond een licht verhoogd gehalte aan PAK is aangetoond; - In het grondwater licht verhoogde gehalten aan barium en cadmium zijn aangetoond; deze gehalten worden veelvuldig in de regio licht verhoogd aangetoond zonder direct aanwijsbare oorzaak (verhoogde achtergrondwaarden).
De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van een nader bodemonderzoek naar de aard, omvang en risico’s van de tijdens onderhavig onderzoek aangetoonde verontreinigingen. Bodem vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan of het verlenen van de omgevingsvergunning. In juli 2019 zijn nieuwe richtlijnen afgegeven voor de maximale hoeveelheid PFAS (poly- en perfluoralhylstoffen) die in de bodem mag zitten om afgevoerd te kunnen worden naar locaties buiten het plangebied. Er wordt vooruitlopend op de omgevingsvergunning een onderzoek uitgevoerd naar de hoeveelheid PFAS. Dat leidt niet tot een belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.3 Water Beleid Het watersysteem moet robuuster worden: veiliger, minder kwetsbaar voor regenval en droogte, schoner, natuurlijker en beter toegankelijk voor recreanten. Deze thema’s pakt het waterschap in samenhang aan, omdat een integrale aanpak meerwaarde oplevert voor het resultaat. De belangrijkste uitgangspunten en randvoorwaarden die het waterschap hanteert bij planontwikkeling in bestaand stedelijk gebied zijn: - het afkoppelen van regenwater van bestaande gemengde rioleringsstelsels; - de vuilwater- en hemelwaterafvoer worden tot aan de perceelsgrens gescheiden aangeboden; - bij een verhard oppervlak van 2000 m² of groter wordt voor het lozen van hemelwater een retentie geëist door het waterschap; - bij de bouw worden geen milieuvervuilende of uitlogende materialen of stoffen gebruikt. De gemeente heeft een ontvangstplicht van afvalwater (vervuild water). Individuele perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor het inzamelen en verwerken van regen- en grondwater op het eigen perceel. De gemeenteraad heeft een water- en rioleringsplan vastgesteld. Hierin staat hoe de gemeente omgaat met alle waterstromen binnen de gemeente en de zorgplichten. De belangrijke
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 21
uitgangspunten in het water- en rioleringsplan voor het water in Oosterhout zijn: schoon water schoon houden, handhaving van de waterkwaliteit en waar noodzakelijk verbeteren, voldoen aan de normen voor volksgezondheid en veiligheid en ontwikkeling van natuur in en om het water waar mogelijk. Bovenstaande betekent dat de verschillende vormen van grondgebruik afgestemd moeten worden op de aanwezige watersystemen. Dit met een toekomstgerichte aanpak/doorkijk met name op het gebied van het klimaat. Intensievere regenbuien kunnen enorme wateroverlast veroorzaken en de in het gemeentelijk grondgebied aanwezige grondwaterwinning voor de drinkwaterproductie kunnen vervuild raken door lozingen van schadelijke stoffen. Ook hiervoor is aandacht binnen het water- en rioleringsplan. Watertoets Er is een watertoets uitgevoerd die is opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting. Uit de watertoets blijkt dat op basis van het af te koppelen verhard oppervlak en de bergingseis de waterbergingsopgave voor het plangebied in totaal circa 31 m³ bedraagt. Op basis van de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek wordt de bodem binnen het plangebied, mede op basis van de textuur, geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving.
Het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) zal niet direct op de droogweerafvoer worden aangesloten, maar separaat binnen het plangebied worden verwerkt. Er wordt gekozen voor een systeem met berging / vertraging op sedumdaken, infiltratiekratten op privaat terrein en oppervlakkige afstroming naar openbaar gebied. In bijlage 3 is een notitie opgenomen waaruit blijkt dat het hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn. Het plangebied ligt in een grondwaterbeschermingsgebied voor (niet-) freatisch grondwater. Het grondwaterbeschermingsgebied is door middel van de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ opgenomen op de verbeelding van dit bestemmingsplan. In de regels is aangegeven dat de gronden met deze dubbelbestemming primair bestemd zijn voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening. Vanuit de Interim Omgevingsverordening is het in principe verboden om het afstromende hemelwater te infiltreren in de bodem tenzij infiltratie plaatsvindt door toepassing van een doelmatig werkend zuiverend systeem. De voorkeursoptie is echter om geen gebruik te maken van bouwmaterialen die tot gevolg hebben dat schadelijke stoffen door afspoelen of uitloging in het afstromend water kunnen komen.
Het gaat daarbij in ieder geval om (gecoat) zink, lood en koper, gewolmaniseerd hout en teerbitumen. Bij gebruikmaking van deze voorkeursoptie zijn infiltratiekratten op privaat terrein zoals voorgesteld, geen probleem. Wel dient – uiterlijk twee weken voor start van de bouw - een melding van de werkzaamheden ingediend te worden bij de Omgevingsdienst. Dit geldt ook voor de aanleg van de zes openbare parkeerplaatsen aan de Azaleastraat. Bij de aanleg van deze parkeerplaatsen wordt gekozen voor bodem- of berminfiltratie, waarbij in de bovenste halve meter het percentage humus en lutum minimaal 1% bedraagt en de ph waarde tussen 6 en 8 ligt. Er worden vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 22
4.4 Verkeer en parkeren
Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten van verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. Om te beoordelen welk gevolg het plan heeft op de verkeersgeneratie en het parkeren is het noodzakelijk inzicht te krijgen in de huidige en toekomstige verkeersgeneratie en parkeerbehoefte. Daartoe wordt gebruik gemaakt van de uitgave Toekomstbestendig parkeren van het CROW (publicatie 381) en de Nota parkeernormen 2019 van de gemeente Oosterhout. Oosterhout wordt daarbij beschouwd als sterk stedelijke gemeente. Parkeren Volgens de Nota parkeernormen 2019 creëert een bouwproject (of het nu nieuwbouw, verbouw- of transformatieprojecten zijn) in principe een ‘nieuwe’ parkeerbehoefte. Deze parkeerbehoefte wordt in de basis berekend op basis van de van toepassing zijnde parkeernormen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen normen voor woonfuncties (woningen) en niet-woonfuncties (kantoren, bedrijven, winkels etc.). In de beoogde situatie zijn alleen woonfuncties aan de orde. In dit geval worden 8 woningen gerealiseerd in een mix van koop en huur in de midden-prijsklasse. Daarvoor geldt een parkeernorm van 1,7 parkeerplaats per woning, waarvan het aandeel bezoek 0,3 is. Het betreffen seniorenwoningen (patiowoningen) die erop gericht zijn mensen langer thuis te laten wonen.
De parkeernorm is voor dit type woningen, waarvan de parkeerbehoefte op langere termijn eerder lager dan hoger wordt, aan de hoge kant. Daar komt bij dat voor bezoekers parkeren een enorme parkeerplaats binnen 100 meter van de woning ligt. In overleg met de gemeente is overeengekomen, dat op eigen terrein 1 parkeerplaats per woning wordt gerealiseerd en aan de Azaleastraat nog 5 of 6 langsparkeerplaatsen. Daarmee wordt voldaan aan de norm. Voor bezoekers parkeren is daarnaast overloop mogelijk naar de parkeerplaats bij winkelcentrum Zuiderhout. In de bestaande situatie was sprake van een bibliotheek zonder parkeerplaatsen op eigen terrein. In de Nota parkeernormen is geen norm voor een bibliotheek opgenomen. Bij ontbreken wordt in de nota verwezen naar de CROW-publicatie 381. Daar geldt voor een bibliotheek een parkeernorm van 1,3 parkeerplaats per 100 m² bvo 1. De bibliotheek met een oppervlakte van circa 450 m² bvo had volgens de norm derhalve 6 parkeerplaatsen nodig (5,85). De parkeerbehoefte van de bibliotheek werd ook afgevangen op het grotere parkeerterrein, zodat per saldo de parkeersituatie verbetert. Verkeer Volgens CROW-publicatie 381 genereert een bibliotheek 12,8 verkeersbewegingen per 100 m² bvo ofwel 57,6 verkeersbewegingen. In de nieuwe situatie is sprake van 8 woningen die 7,1 verkeersbewegingen per etmaal 2 genereren ofwel 56,8 verkeersbewegingen.
Per saldo neemt het aantal verkeersbewegingen niet toe. Afwikkeling van verkeer is derhalve geen issue. Verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.5 Ecologie Natura 2000 De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden liggen op grote afstand (ruim 8 kilometer naar de Langstraat en meer dan 9 kilometer naar het Ulvenhoutse Bos en de Biesbosch. De omzetting van een maatschappelijke bestemming (bibliotheek) naar een woonbestemming en de bouw van 8 Op basis van de Nota parkeernormen is voor niet-woonfuncties uitgegaan van de parkeernormen aan de bovenkant van de bandbreedte. 2 Er is gerekend met het type huur, huis vrije sector. 1
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 23
woningen kan op die grote afstand geen significant effect hebben door verstoring of via grondwaterstromen. Alleen externe werking door stikstofdepositie (door de lucht) zou aan de orde kunnen zijn. Op 29 mei 2019 heeft de hoogste bestuursrechter (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) beslist dat de Programmatische Aanpak Stikstof niet ten grondslag mag worden gelegd aan de toestemmingverlening voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Voor nieuwe bestemmingsplannen geldt de verplichting voor de gemeenteraad om te beoordelen of als gevolg van de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen relevante stikstofdeposities kunnen optreden ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden 3. De bestemmingswijziging leidt in dit geval niet tot een significante toename van stikstofdepositie. Bij woningbouw kan stikstofuitstoot optreden als gevolg van ruimteverwarming (gas), verkeersbewegingen van en naar de locatie en tijdelijke bouwwerkzaamheden. De bestaande bibliotheek is reeds gesloopt en vanuit de Wet natuurbescherming is dan de huidige situatie (zonder bibliotheek) leidend.
Er worden gasloze en vrijwel energieneutrale woningen (onder meer door toepassing van zonnepanelen) gerealiseerd, zodat er vanuit ruimteverwarming geen extra stikstof vrijkomt. Conform paragraaf 4.4 bedraagt het aantal verkeersbewegingen per etmaal in de beoogde situatie 57. Tijdens de bouw zorgt bouwverkeer en het gebruik van machines op de bouwplaats voor een tijdelijke toevoeging. De gegevens zijn ingevoerd in Aerius (bijlage 4). Uit de berekening blijkt dat er geen sprake is van enig significant negatief effect op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000gebieden. Er hoeft geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Natuur Netwerk Brabant Delen van het Natuur Netwerk Brabant liggen op ruim 400 meter (ecologische verbindingszone van het Wilhelminakanaal) of op meer dan 800 meter. Verstoring is op een dergelijke afstand niet aan de orde. Het grondwater wordt niet aangetast (zie ook waterparagraaf), zodat ook waterstromen niet voor aantasting kunnen zorgen. Externe werking is niet aan de orde. Flora en fauna Het gebouw van de bibliotheek is recent gesloopt, de speelplaats is verplaatst en het plangebied is ingezaaid met gras. De bestaande bomen blijven gehandhaafd.
Er kunnen midden in het stedelijk gebied met een intensief onderhouden grasveld geen beschermde soorten aanwezig zijn, waarvan de habitat als gevolg van het woningbouwplan wordt aangetast. In de nieuwe situatie is er met de groene inrichting van de buitenruimte en de groene daken meer ruimte voor vogels en andere beschermde soorten. Flora en fauna vormt geen belemmering voor de planvorming.
4.6 Bedrijven en milieuzonering
Het doel van milieuzonering is tweeledig: - door het toepassen van milieuzonering wordt hinder ter plaatse van woningen of andere gevoelige objecten al in het ruimtelijk spoor voorkomen; - door het toepassen van milieuzonering wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun activiteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Om te bepalen of in dit geval de bouw van de woningen spoort met bedrijfsactiviteiten in de omgeving wordt gebruik gemaakt van de systematiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009). In de VNG-brochure is een bedrijvenlijst opgenomen, die informatie 3
Ministerie BZK, Factsheet Woningbouwplannen, stikstof en Natura 2000-gebieden Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 24
geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Op basis van de indicatieve afstanden zijn de bedrijven op de bedrijvenlijst in de VNG-handreiking ingedeeld in milieucategorieën die variëren van categorie 1 (indicatieve afstand van 10 meter) tot categorie 6 (indicatieve afstand van 1.500 meter). Als aan de indicatieve afstand kan worden voldaan, zijn de gevoelige en belastende bestemmingen met elkaar in balans en hoeft er geen nader onderzoek uitgevoerd te worden. De richtafstanden uit de VNG-brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een daarmee vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype in en om het plangebied kan worden getypeerd als ‘rustige woonwijk’. In het plangebied worden woningen gerealiseerd, gevoelige bestemmingen. In de nabijheid zijn alleen maatschappelijke (buurthuis) en commerciële voorzieningen (winkelcentrum) te vinden. Volgens de VNG-brochure moet daarbij een afstand van respectievelijk minimaal 30 of 10 meter in acht worden genomen. De afstand tot de woningen bedraagt minimaal 50 meter (buurtcentrum) c.q. 40 meter (winkelcentrum).
Er hoeft derhalve geen nader onderzoek uitgevoerd te worden. Verder is sprake van een groot parkeerterrein. Volgens de VNG-brochure moet bij autoparkeerterreinen en parkeergarages rekening worden gehouden met een minimale afstand van 30 meter. De grens tussen de woningen en het parkeerterrein, dat tot de openbare ruimte behoort en niet tot een inrichting, is moeilijk te bepalen. In de bestemmingslegging is geen onderscheid gemaakt. De dichtstbijzijnde parkeerplaats op het parkeerterrein ligt op 20 meter. De afstand van het parkeerplaatsen op het terrein tot de dichtstbijzijnde woningen (blok Bloemenhof-Tulpenstraat) bedraagt maar 10 meter. Er is dus geen sprake van een onnodige extra belemmering voor het parkeerterrein. Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de verdere planvorming.
4.7 Milieu Geluid Geluidhinder kan ontstaan als gevolg van verschillende activiteiten. De Wet geluidhinder vormt het wettelijk kader voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en geluid afkomstig van geluidgezoneerde bedrijventerreinen. Voor het voorliggend bestemmingsplan is enkel het aspect wegverkeerslawaai relevant. Conform de Wet geluidhinder heeft iedere weg een zone. Uitzonderingen daarop zijn wegen die in een 30 km-zone zijn opgenomen en wegen die als woonerf bestemd zijn. Alle wegen in de directe omgeving zijn gelegen in een 30 kilometer-zone. Een snelheid van 50 kilometer per uur is toegestaan op de Burgemeester Holtroplaan (op een afstand van 125 meter) en op de Europaweg (op een afstand van 110 meter). De zones van deze wegen bedragen volgens artikel 74 van de Wet geluidhinder 200 meter aan weerszijden van de weg. De toekomstige woningen zijn binnen de zones geprojecteerd. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, dat is opgenomen in bijlage 5. Uit het onderzoek blijkt dat aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan. Ook het geluid vanuit de omliggende wegen is meegenomen. Daaruit blijkt dat geen aanvullende geluidwerende maatregelen nodig zijn om aan het binnenniveau van 33 dB te voldoen. Geluid vormt geen belemmering voor de planvorming.
Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 25
Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. Een bestemmingsplan mag vastgesteld worden, wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: a. er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; b. de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk; c. het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; d. de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven.
Er is volgens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’. Met dit bestemmingsplan worden veel minder woningen mogelijk gemaakt. Er hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. Volgens de NSL-monitoringstool van de Rijksoverheid liggen de concentraties PM10 en NO2 ter plaatse van het plangebied ruimschoots beneden de daarvoor geldende grenswaarden. Volgens de monitoringstool is de luchtkwaliteit ter plaatse in de huidige situatie daarom voldoende en worden geen normen overschreden. Luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor de planvorming. Externe veiligheid De wet- en regelgeving en het beleid op het gebied van externe veiligheid zijn gericht op het voorkomen en beheersen van risicovolle activiteiten en de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. De relevante wet- en regelgeving voor dit plan betreft: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende Regeling; - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en bijbehorende Regeling Basisnet; - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende Regeling.
Daarnaast geldt het door de raad vastgestelde Beleid externe veiligheid van Oosterhout 2017. In het plangebied worden in plaats van een maatschappelijke voorziening (bibliotheek) waar groepen deels minder zelfredzame mensen samenkomen 8 woningen gerealiseerd die vooral bedoeld zijn voor senioren. Daarbij moet er sprake zijn van een aanvaardbaar veiligheidsniveau. Het plangebied is niet gelegen binnen een contour voor het plaatsgebonden risico of plasbrandaandachtsgebied. Wel is het nog net gelegen in het invloedsgebied vanwege de Rijksweg A27 (circa 800 m). Aangezien een nieuwe woning aan de eisen van luchtdichtheid van het Bouwbesluit moet voldoen zijn er geen verdergaande belemmeringen. Standaard Advies VeiligheidsRegio Brabant Zuidoost Op basis van het standaardadvies (mei 2017) worden de volgende adviespunten meegegeven. - Communiceer actief met de nieuwe bewoners in het plangebied over de risico’s van de gevaarlijke stoffen. Geef daarbij aan wat bewoners moeten doen bij een incident, namelijk Toelichting - Bestemmingsplan “Oosterhout-Zuid 2017, herziening 1 (Gentiaanstraat 14)” - 26