CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

woonzorgvisie

Gemeenteraad 11 februari 2025, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Woonzorgvisie Oost Gelre25.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.4 Uitgangspunten invloed fysieke omgeving op wonen en zorg Voorgaand hoofdstuk laat verschillende factoren zien vanuit de fysieke leefomgeving die sterk van invloed zijn op wonen en zorg. Het is belangrijk dat afwegingen rondom de inrichting van de fysieke omgeving gevoed worden door de invloed op wonen en zorg. Dit zal deels landen in het vervolgtraject van het ambitieweb en de duurzaamheidskaarten. Deze vormen de basis van het Omgevingsprogramma Klimaat. Ook met de verdere implementatie van de Omgevingswet zal dit steeds meer onderwerp van gesprek zijn. Desalniettemin is het belangrijk om de verbinding tussen de verschillende domeinen te blijven benadrukken. Vanuit historie binnen de gemeente is het niet gebruikelijk om deze verbinding te zoeken, maar voor het bewerkstelligen van een toekomstbestendige leefomgeving is het wel noodzakelijk om deze verbinding wel te zoeken en te borgen. Juist omdat de inrichting van de fysieke omgeving een zo groot positief effect kan hebben op het gedrag van inwoners.

4. Analyse stakeholders Om de analyse verder te duiden en te laden zijn gesprekken gevoerd met zowel interne als externe stakeholders. Een overzicht van de partijen die gesproken zijn en de input die geleverd is, is bijgevoegd in bijlage 5 (input interne stakeholders).

4.1 Interne stakeholders Binnen de gemeente hebben we aantal partijen gesproken over onze Woonzorgvisie. Daarin gaat het zowel om collega's vanuit de afdeling Ruimte & Economie, als ook om collega's vanuit Mens & Samenleving. Er is bewust gekozen om deze afzonderlijk van elkaar te spreken om vanuit het eigen perspectief te duiden hoe gekeken wordt naar een Woonzorgvisie. De combinatie tussen beide afdelingen is gemaakt in de bijeenkomst van 15 april (zie ook paragraaf 2.3).

4.1.1 Uitgangspunten interne stakeholders Binnen deze bijeenkomsten is veel informatie opgehaald uit gesprekken aan de hand van stellingen (bespreking M&S) en een fictieve casus (bespreking R&E). Voor de leesbaarheid is gekozen om de opgehaalde input terug te brengen naar verschillende thema’s:

Bespreking Mens & Samenleving - Lokaal versus regionaal Zoals beschreven in vorige hoofdstukken zien we bij meerdere doelgroepen decentralisaties (Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang, Jeugd, etc). Met elkaar moeten we een balans vinden in hoe we ons lokaal en regionaal organiseren. Uitgangspunt wordt: Lokaal waar het kan, regionaal waar het moet. - Integratie van doelgroepen We willen zoveel mogelijk spreiding van doelgroepen binnen onze wijken, omdat dit helpt in de integratie van doelgroepen. - Ouderen Plannen die gemaakt worden moeten voornamelijk inspelen op ouderen. Enerzijds in de sociale omgeving, anderzijds in de fysieke omgeving, maar ook in relatie tot elkaar. Aansluiten bij initiatieven die vanuit de wijk ontstaan. We zien ouderen als belangrijkste doelgroep. - Passend bouwen Binnen het aanbod wat we creëren moet specifiek ruimte zijn voor doelgroepen. Daarin moet rekening gehouden worden met de invloed van de omgeving. - Omgeving Iedereen is overtuigd van de invloed van de omgeving op het welzijn van mensen. Het vraagt echter vertaling om hier in de uitvoering goed mee aan de slag te gaan. Het gaat helpend zijn als we kaders ontwikkelen waarmee de invloed van de omgeving toetsbaar ingezet kan worden. - Kracht van inwoners De opgave die ten grondslag ligt van de Woonzorgvisie is niet alleen realiseerbaar door de gemeente.

Het moet een samenwerking zijn tussen verschillende partijen, maar zeker ook met inwoners. Als gemeente moeten wij inwoners faciliteren om de eigen kracht te ontplooien. Daarin wordt een meer faciliterende rol gevraagd dan een sturende en controlerende gemeente. Een faciliterende rol gaat helpen om inwoners nog meer te activeren. - Sociale verbinding De transitie binnen de Woonzorgvisie vraagt veel van alle betrokken partijen, maar zeker ook van inwoners. Stigmatisering van doelgroepen staat soms nog in de weg om met elkaar constructief de verbinding te zoeken. Actief communiceren (informatie, participatie) kan een bijdrage leveren aan destigmatisering, want onbekend maakt onbemind.

- Verbinding tussen afdelingen Interne verkenning laat zien dat we handvatten nodig hebben om met elkaar in gesprek te raken. Hoe kunnen we de verschillende werelden aan elkaar verbinden? Het vraagt vertaling om beter met elkaar in verbinding te komen.

Bespreking Ruimte & Economie - Ruimte binnen kaders Er is bereidheid om anders in te richten en meer te richten op doelgroepen, maar hiervoor moeten kaders ontwikkeld worden. Het bestaand kader geeft niet altijd voldoende ruimte om de behoeften van de verschillende doelgroepen goed mee te nemen. Uitbreiding van een afwegingskader kan daarin helpen. - Integrale strategische agenda De wereld van het ruimtelijke domein is niet altijd bekend voor het sociale domein en vice versa. Het verminderen van deze onbekendheid kan helpen in het behalen van resultaat rondom een integraal vraagstuk zoals bijvoorbeeld Woonzorgvisie. Een integrale strategische agenda kan ondersteunen in het werken in het vertalen naar elkaar. Wat is nu onze visie en welke doelstellingen kunnen we daar aan koppelen om gezamenlijk resultaat te behalen. - Omgeving een verlengstuk van sociaal De overtuiging is dat mensen in de toekomst langer thuis blijven wonen en dat zij zorgbehoevend zullen worden, maar hoe gaan we nu zo om met de omgeving dat mensen in staat zijn om langdurig thuis te wonen en gezond oud te worden. - Actieve rol gemeente Als gemeente zitten we niet altijd op tijd aan tafel om onze belangen goed te vertegenwoordigen. Denk hierbij aan de aankoop van gronden of panden om volgens de doelstellingen van bijvoorbeeld een Woonzorgvisie te bouwen.

Een actievere rol als gemeente kan helpen om meer resultaat te bereiken. - Voorzieningendichtheid Een scherper inzicht in waar welke voorzieningen zijn en dit relateren aan de behoeften van doelgroepen, kan ons helpen om betere keuzes te maken in de inrichting van de omgeving. De afwegingen die ten grondslag liggen aan de inrichting van de omgeving zijn nog niet altijd integraal.

4.2 Externe stakeholders De volgende partijen vallen te definiëren als stakeholders voor de gemeente Oost Gelre:

Stakeholders

Primair Heeft direct invloed op projectaanpak of resultaat

Interne Stakeholder Bij het project betrokken vanuit de eigen organisatie

College B&W Gemeenteraad MT Afdeling M&S Afdeling R&E Bouwen en vergunningen Regieteam Wonen

Externe stakeholder

ProWonen De Woonplaats

Secundair Heeft indirect invloed op projectaanpak of resultaat

Communicatie & Participatie adviseur Indicatieverstrekkers – Jeugd, WMO

Sociale Raad Financiën – banken etc

Bij het project betrokken externe SIUS partij Marga Klompé Sensire Careaz Seniorenbelang namens de Ouderenbonden Afvaardiging van inwoners Huurdersverenigingen Stadskamer Dorpsbelangenorganisaties Cliëntenraden Dorpsbelangenorganisaties Particuliere bouwers Gebruikers op basis van doelgroepenanalyse Stakeholders van vluchtelingenopvang als aandachtsgebied Platform Wonen Welzijn Zorg Interface stakeholder Niet bij het project betrokken partij, die wel legitiem belang heeft.

Verzekeraars Indicatieverstrekkers – CIZ, ZVW Datalab go Schoollocaties Fijnder JOIN – op basis van doelgroepenanalyse ZOOV Bouwaannemers HAR Taal café/vrijwilligers/maatjesproject Achterhoek Hypotheken Huisartsen Sociale Raad Architectenbureaus

Rijksoverheid Provincie Regio AO Wonen

De verkenning met externe stakeholders is gedaan in een grote bijeenkomst op 15 april 2024. Daar is bewust gekozen voor een grote groep aanwezigen met een grote diversiteit (zie bijlage 6 voor de lijst deelnemers) van deelnemende partijen. Hierbij waren zowel partijen vanuit Wonen, vanuit Zorg, maar ook vanuit de Omgeving aanwezig. De insteek van de bijeenkomst is geweest om partijen zoveel mogelijk mee te nemen in de gezamenlijkheid van de opgaven rondom Wonen en Zorg. Daarin is gekozen om hen te inspireren (lezing hoogleraar, praktijkvoorbeelden toepassingen), maar ook de verschillende partijen met elkaar te laten praten over hoe zij elkaar kunnen versterken. Voorafgaand is met een aantal stakeholders afzonderlijk het gesprek aangegaan om hen te betrekken in de ontwikkeling van onze lokale Woonzorgvisie. Voor dit gesprek hadden we de insteek om ook de wederkerigheid in de onderlinge relatie te benadrukken. De opbrengsten van de aangeleverde documentatie, verschillende gesprekken en de bijeenkomst zijn terug te brengen naar de volgende uitgangspunten:

4.2.1 Uitgangspunten externe stakeholders De uitgangspunten vallen in te richten volgens de thema’s die leidend zijn voor de gesprekken tijdens de bijeenkomst. We hebben ervoor gekozen om de opgehaalde input te vertalen naar de volgende thema’s: • • • • • •

Bewustwording Samenwerking Versterken regie inwoners Realiseren van nieuw aanbod Aanpassingen in bestaand aanbod Doorstroming

•

Omgeving

De verdere uitwerking van deze opgehaalde input vindt u in bijlage 7 (input externe stakeholders).

Bewustwording Een groot terugkerend thema tijdens de bijeenkomst is bewustwording. Bewustwording bij onze inwoners dat zij zelf regie hebben op het eigen welzijn, het organiseren van zorg en hoe zij wonen. Daarin zijn niet altijd de gemeente of andere partijen leidend, maar kijken we ook juist naar de kracht van inwoners. Wat kan iemand zelf bijdragen aan de wooncrisis? Het is noodzakelijk om meer bewustwording te creëren over eigen regie, welke toekomstige ontwikkelingen we zien en het effect van positieve gezondheid. Een drietal variabelen is bepalend voor het vervolg: Informatie • Specifiek gericht op ouderen werd genoemd dat ouderen vroegtijdig meegenomen moeten worden in het pakken en behouden van regie om zo ook doorstroom te stimuleren. Daarbij is een persoonlijke benadering belangrijk. Hier kunnen mantelzorgers/ kinderen een belangrijke rol spelen. • Een aantal praktische tips zoals bijvoorbeeld informeren over inschrijving bij een huurwoning of dat bij verhuizing van koophuis naar meer geschikte woning er meestal meer woonkosten gemaakt gaan worden, is dan helpend. Concrete handvatten helpen in het beter vorm geven van een vervolgstap. Communicatie • Communicatie als rode draad; Als gemeente kunnen we meer communiceren. Het is belangrijk om in een vroegtijdig stadium wensen en informatie op te halen én informatie/voorlichting te geven.

• In deze communicatie is het belangrijk om aan te sluiten bij de verschillende fases maar voor te sorteren op volgende levensfasen. • In de communicatie uitnodigen om te innoveren. Het is belangrijk om kaders aan de voorkant mee te geven, maar binnen dat kader ruimte te laten voor innovatie en creativiteit om tot nieuwe oplossingen te komen. Gemeente mag meer meedenken met de vraag en niet altijd strikt vasthouden aan de regeltjes Concrete handvatten • Vrijwillige woonconsulenten kunnen een grotere rol krijgen bij voorlichting/bewustwording over tijdig doorstromen • Ervaringen delen kan helpen om tijdig bewust te zijn. Bij gesprekken met een acute zorg/hulpvraag bij ouderen worden deze vaak vergezeld door hun mantelzorgers/kinderen. Hét moment om juist hen bewust te maken van het tijdig anticiperen.

Samenwerking Binnen samenwerking kunnen we het onderscheid maken tussen interne en externe samenwerking. Tijdens de bijeenkomst waren veelal externe partijen aanwezig, dus veel van de gesprekken gingen over deze samenwerking Binnen samenwerking kunnen we (nog) meer samenwerken tussen verschillende partijen. We moeten domein overstijgend werken en denken. Data is dan een middel om daar te komen. Maar om dit gericht in te zetten, moeten we eerst de gezamenlijke behoefte in kaart brengen en met elkaar een integrale agenda maken waar we aan gaan werken. We moeten een gezamenlijke visie vormgeven en daar doelstellingen aan koppelen. Door vanuit kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen te werken

kunnen we elkaar versterken. Daarin moeten we rekening houden met maatschappelijke uitdagingen, zoals bijvoorbeeld het toekomstige personeelstekort, maar moeten we ook kijken naar wat wel kan. We willen met elkaar stappen zetten en concreet aan de slag. We moeten korte lijntjes met elkaar houden om goed samen te werken. Daarin is het ook belangrijk om te blijven communiceren, ook als er niets te communiceren valt. Zo blijven we in contact met elkaar.

Versterken en benutten kracht inwoners Dit thema valt samen met de twee voorgaande, maar is het toch waard om separaat uit te werken, omdat het andere elementen bevat. Voorzieningen In de buurt bestaat behoefte om in de nabijheid van inwoners voorzieningen te realiseren. Plekken die bijdragen aan ontmoeting en sociaal contact stimuleren. Sociale cohesie is een belangrijke factor die een bijdrage kan leveren aan het preventief organiseren van zorg. Denk dus na over de inrichting van voorzieningen. Dergelijke voorzieningen kunnen ook een multifunctionele functie hebben. Denk bijvoorbeeld aan het organiseren van de nabijheid van zorg (medische zorg, time out plekken), nabijheid van gemeente (ondersteuningsteam, consulenten), maar bijvoorbeeld ook aan het faciliteren van sporten/bewegen en kunst en cultuur (sportverenigingen, buurtrestaurant). Toepassingen Inwoners kunnen zelf nog meer gebruik maken van voorzieningen die beschikbaar zijn om lang zelfstandig thuis te kunnen wonen. Toepassingen die beschikbaar zijn, zijn nu nog niet altijd bekend of inwoners zijn niet bekend hoe men hiervoor in aanmerking komt. Daarnaast zou het ook fijn zijn als er meer vrijheid gegeven wordt om meer eigen regie te pakken (bijvoorbeeld leeftijdsbepaling loslaten, voorkomen van kwijtraken AOW of ruimte in het premantelzorgbeleid).

In de toepassing van de openbare ruimte kunnen inwoners meer betrokken worden om te toetsen hoe adequaat deze ingericht is. Ook hier zijn regionaal goede voorbeelden over te vinden. Faciliteer Richting gemeente wordt gezocht naar een faciliterende rol. Enerzijds informatie, dus bijvoorbeeld waar zijn welke gronden beschikbaar, welke vormen van zorg zijn er, wat mogen we verwachten van de gemeente. Anderzijds naar een sparringpartner. Een gemeente die vanuit kaders meedenkt en participeert, maar het eigenaarschap bij inwoners laat. Proceseigenaar in plaats van resultaateigenaar. Daarmee versterk je de energie en kracht van inwoners en kan je komen tot innovatieve oplossingen. Ook in het voorkomen, dan wel verminderen van stigmatisering rondom doelgroepen zou informatie kunnen helpen. Juist door stereotype beeldvorming te doorbreken kan je beter met elkaar in contact treden.

Realiseren van nieuw aanbod Door veel samenwerkende partijen wordt ervaren dat er te weinig aanbod is. Zowel als het gaat om huur, als om koopwoningen. Daarom moet er bijgebouwd worden, maar zoveel mogelijk gericht. Daarbij hoeft het niet altijd specifiek afgestemd te worden specifiek op doelgroepen. In de inrichting kan dit wel bepalend zijn bijvoorbeeld voor ouderen (levensloopgeschikt, drempelloos), maar dergelijke woningen zijn ook geschikt voor andere doelgroepen. Geclusterd wonen zou dan een goede vorm kunnen zijn, maar dan wel met de intentie naar elkaar om te zien en daarin bijvoorbeeld ook ouderen en jongeren bij elkaar te plaatsen. De nabijheid van zorg zou daarbij ondersteunend kunnen werken. Ook de nabijheid van voorzieningen en groen helpt ouderen om verhuizen sneller te overwegen. Data kan helpen om het nog te realiseren woonaanbod aan te laten sluiten bij de plaatsing van voorzieningen.

Aanpassingen in bestaand aanbod Gezien de druk op de vorige paragraaf is de wens om ook in bestaande aanbod meer mogelijk te maken. Dus bijvoorbeeld meer ruimte voor het opdelen van een boerderij, woningdeling mogelijk maken, etc. Tegelijkertijd moeten faciliteiten die het mogelijk maken om langer thuis te blijven wonen in afstemming afgegeven worden. Aanpassingen kunnen gedaan worden, maar moeten ook een duurzame oplossing bieden. • Maak boerderij delen en woningdelen makkelijker • Woningdeling mogelijk maken • Faciliteiten om langer thuis te blijven wonen alleen toekennen als mensen dichtbij faciliteiten wonen, niet meer voor mensen in het buitengebied • Data kan helpen om de kwaliteit van het bestaand aanbod te verhogen.

Doorstroming Een veel gehoord geluid tijdens de bijeenkomst was dat het eenvoudiger moet worden voor inwoners om verhuisbewegingen te maken. Tegelijkertijd willen inwoners vaak in de nabijheid blijven van hun huidige woning. Daarom is het wenselijk om een wooncarrière in de buurt mogelijk te maken. Dit kan bijvoorbeeld door woningruil makkelijker te maken en hen te ondersteunen in de matching. Ook het faciliteren van woonkansen voor mensen boven de sociale huurgrens kan helpen om deze groep in beweging te krijgen. Meerdere keren is de behoefte uitgesproken naar een platform waar deze kansen, woningruil kopen/huren, gevonden kunnen worden (mogelijk iets soortgelijks als www.thuisindeachterhoek.nl). Partijen kijken naar de gemeente om dit mogelijk te maken.

Omgeving De omgeving als geheel kent verschillende aspecten, namelijk: • • • •

Sociaal Groen Infrastructuur Mobiliteit

Deze aspecten staan met elkaar in verbinding en beïnvloeden elkaar. Zo zijn er regionaal goede voorbeelden hoe de inrichting van groen sociale ontmoeting kan versterken. De aanwezigheid van de juiste infrastructuur en inrichting van de openbare ruimte (goede wegen, voldoende verlichting, veilige oversteekplaatsen) kan een bijdrage leveren aan de sociale dynamiek. Zeker als deze ingericht zijn op verschillende doelgroepen en de juiste voorzieningen aanwezig zijn (zitbankjes, toiletten, bebording, herkenningspunten, kunst, etc). Maatregelen die genomen worden moeten echter niet ten koste gaan van het een of het ander. We zien het als verschillende aspecten, maar wel aspecten die nadrukkelijk met elkaar in verbinding staan. Bijvoorbeeld klimaat adaptieve of verduurzamingsmaatregelen mogen niet ten koste gaan van de toegankelijkheid en inclusiviteit van de openbare ruimte. In de inrichting van de openbare ruimte moet rekening gehouden worden met het zo sociaal duurzaam en inclusief inrichten. Juist het samenbrengen en combineren van doelgroepen levert een bijdrage aan een inclusieve samenleving. Daarom zien we de omgeving als lijm. Dit is de plek waar inwoners elkaar ontmoeten.

5. Conclusie Voorgaande hoofdstukken laten zien dat een Woonzorgvisie een breed spectrum beslaat. Zowel als het gaat om de hoeveelheid doelgroepen, als binnen het thema Wonen en Omgeving. Elk afzonderlijk thema kent zijn eigen dynamiek en speerpunten. Alles tegelijk behandelen als één geheel vraagt veel en is omvangrijk. Om gericht aan de slag te gaan is het daarom belangrijk om focus aan te brengen. Het vraagt om keuzes in hoe, wanneer en met wie we wat doen. Dit is ook in lijn met de parallelle ontwikkeling van een regionale Woonzorgvisie. Binnen de verschillende domeinen zijn autonome ontwikkelingen die van invloed zijn op de ontwikkeling van een Woonzorgvisie. Zowel lokaal, als regionaal. Daarnaast blijft Wonen en Zorg landelijk een thema waar veel urgentie en ontwikkelingen op zijn. Het harmoniseren van deze verschillende dimensies vraagt om veel afstemming en harmonisering van de verschillende vormen van overheid. Tegelijkertijd willen we in Oost Gelre niet wachten en willen zorgen dat we vanuit ons lokale perspectief antwoord kunnen geven op vragen die aan ons gesteld worden. We willen een betrouwbare partner zijn voor inwoners en extern betrokken partijen. Om focus aan te brengen in het vervolg moeten we daarom kiezen. We kunnen niet alles tegelijk. Op basis van deductie van alle opgehaalde input komen we tot vier thema’s die leidend zijn voor ons lokale perspectief:

Samenwerking

Omgeving als lijm

Woonzorgvisie

Versterken regie inwoners

Woonzorgbehoeft e

Bovenstaande thema’s worden hieronder verder uitgewerkt. Deze zijn bewust geplaatst in een cirkeldiagram, omdat alle onderwerpen elkaar beïnvloeden en met elkaar in verbinding staan. Per subthema is gekozen voor een schematische uitwerking aangevuld met tekstuele duiding.

Thema’s 5.1 Samenwerking

Samenwerking is cruciaal als het gaat om het verder brengen van onze Woonzorgvisie. Zowel binnen als buiten ons gemeentehuis. In ons model hebben we de knip gemaakt tussen interne en externe samenwerking en aan de onderkant van het model staan onderwerpen waarmee rekening gehouden moet worden in het proces.

5.1.1 Intern Binnen de eigen organisatie is nog ruimte in het beter met elkaar verbinden van de afdelingen Ruimte & Economie en Mens & Samenleving. Er wordt hard gewerkt aan duurzame oplossingen. Zowel op de afdeling Mens & Samenleving en op de afdeling Ruimte & Economie wordt er steeds gerichter gewerkt naar beleid waarin de inwoner centraal staat. Op de lange termijn is echter een slag te slaan in het samenbrengen van deze afdelingen. Momenteel wordt er te veel vanuit de eigen afdeling gezocht naar oplossingen terwijl er veel kansen liggen in effectieve samenwerking over de afdelingen heen. Een brug te slaan en samen als organisatie de handschoen op te pakken. Een integraal afwegingskader gaat helpen om gezamenlijk afwegingen te maken en na te denken over Wonen, Zorg en Omgeving. Het is belangrijk dat we wederzijdse belangen zien en met elkaar taal ontwikkelen voor het gezamenlijk nadenken en uitvoering geven aan deze thema’s, zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau. Daarin is het belangrijk dat commitment bestaat op het zo sociaal duurzaam inrichten van ons beleid en uitvoering. Daarmee bedoelen we dat het goed moet zijn voor inwoners, maar wel in verbinding met de duurzaamheid vanuit het ruimtelijke domein. Denk hierbij aan de positieve invloed van de omgeving of het doorvoeren van klimaatmaatregelen.

De onderdelen Wonen, Zorg en Omgeving staan nadrukkelijk met elkaar in verbinding en beïnvloeden elkaar. Vanuit dat perspectief moeten we intern meer en beter met elkaar samenwerken. De veranderingen in onze gemeente vragen steeds meer contact en verbinding met inwoners. Dit is in lijn met de omgevingswet die per 1 januari 2024 is ingegaan. De omgevingswet maakt het mogelijk om regels aan te passen naar de plaatselijke wensen en omstandigheden. Hierin staat participatie met inwoners centraal. En, worden alle aspecten van de leefomgeving in samenhang meegenomen. Daarin is het belangrijk dat we dit contact aangaan vanuit een open integrale houding, maar met kaders. Inwoners willen gefaciliteerd worden, maar waar nodig moet ook integraal geholpen en meegedacht worden. Inwoners zien de gemeente niet als verschillende afdelingen of disciplines. Intern vertrekken vanuit dit perspectief gaat een bijdrage leveren aan het contact met inwoners.

5.1.2 Extern Om extern de samenwerking goed vorm te geven is het belangrijk dat we samen met partners nadenken en richting geven aan onze samenwerking. De opgaven rondom wonen en zorg moeten we als een gezamenlijke opgave zien waarin we structureel samenwerken. Gezamenlijk moeten we op zoek om met elkaar maatschappelijke meerwaarde te creëren. Om samen te werken hebben we een gedeelde visie nodig waar we strategische doelstellingen aan kunnen koppelen. Data is een hulpmiddel om kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen te formuleren en te monitoren of we de juiste dingen doen. We hebben elkaar nodig om te komen tot een sociaal duurzame manier van het organiseren van wonen en zorg. We zijn ons allemaal bewust van de uitdagingen van de komende jaren (duurdere zorg, minder personeel, demografische ontwikkelingen) en zullen elkaar ook nodig hebben om tot toekomstbestendige oplossingen te komen.

Een belangrijk onderdeel van het thema samenwerking is de lokale/regionale afstemming. Zoals eerder geschetst zijn er allerlei ontwikkelingen op verschillende niveaus. De uitdaging is om deze zoveel mogelijk met elkaar te harmoniseren en samen te brengen. Als gemeente kiezen wij ervoor om voorop te lopen en antwoorden te formuleren in dit moment. Daarom zeggen wij dat we lokaal oplossingen zoeken waar het kan, maar centraliseren waar het moet. Het uitgangspunt is dat we lokaal zoveel mogelijk zelf oplossen. Tegelijkertijd willen we doelgroepen zoveel mogelijk laten integreren binnen bestaande wijken. We willen inwoners zo min mogelijk clusteren voor zover dat kan. Daarin moeten we echter een balans vinden tussen het duurzaam organiseren van zorg en de behoefte aan spreiding over wijken. Richting de gemeente ligt er vanuit inwoners en samenwerkende partijen de behoefte om daadkracht te vergroten. Inwoners en partners willen resultaat zien. Plannen zijn mooi, maar concrete realisatie is mooier. De nood rondom (passend) wonen is hoog en daarom verwachten inwoners en partners actie van de gemeente. Tegelijkertijd kunnen we als gemeente nog meer uitdragen wat we al wél doen. We beginnen niet op nul en doen al veel dingen waar inwoners en partners enthousiast over zijn. Hier kunnen we nog meer over communiceren en uitdragen.

Enerzijds met als doel te informeren, maar anderzijds ook te enthousiasmeren en gezamenlijk aan deze opgave te werken.

5.1.3 Proces Verder zijn in de samenwerking met buiten nog een aantal aanbevelingen te doen in het proces: Intern Domein overstijgend werken en organiseren Om te komen tot integraliteit is het noodzakelijk om meer met elkaar in verbinding te komen. Deels zit dit ook in hoe we georganiseerd zijn. Intern meer bij elkaar zitten of elkaar treffen in overleggen gaat een bijdrage leveren in het kennen van elkaar. Daarmee is de drempel lager om elkaar op te zoeken en elkaars kwaliteiten te benutten. Bewustwording van doorlopend thema De opgaven rondom Wonen en Zorg en het formuleren van een Woonzorgvisie zijn een dynamisch geheel. Het is een spectrum met een veelvoud aan opgaven en eigen dynamiek. Een visie levert een bijdrage aan een basisvertrekpunt en het vraagt om constante input en bijsturing van alle betrokken partijen. De visie zal meerjarig bestand zijn, maar te ontwikkelen uitvoeringsagenda’s moeten scherpte aanbrengen. De uitvoering van deze visie moeten we doorlopend met elkaar af blijven stemmen en continu evalueren of we de juiste dingen met elkaar doen. Extern Actie en kaders In de samenwerking met externe partners moeten we in staat zijn om tot snelle actie en besluitvorming te komen. Als we duidelijke kaders opstellen en meegeven dan kunnen we sneller tot beslissingen komen. We voorkomen dan namelijk dat we de suggestie wekken dat alles mogelijk is.

Door duidelijk aan te geven wat het speelveld wel is, weten we sneller van elkaar wat we mogen verwachten. Communicatie In de samenwerking met inwoners (participatie) kunnen we meer communiceren. Er is behoefte aan tussentijdse communicatie met name in de samenwerking met inwoners. Voor een effectief participatietraject is het van belang om tussentijds te laten weten waar we als organisatie mee bezig zijn, en niet alleen wanneer resultaat behaald is. In aansluiting op voorgaande punten mogen we ook

meer successen vieren en uitdragen wat we al wel doen. In deze communicatie is het wel wenselijk om integraliteit te borgen.

5.2 Versterken regie inwoners

5.2.1 Inwoners Binnen de gemeente kennen we actieve en zelfredzame inwoners die duidelijk voor ogen hebben wat ze willen. Deze actieve en betrokken houding is hard nodig om een bijdrage te leveren in het ontwikkelen van het juiste aanbod rondom Wonen, Zorg en Omgeving. Daarom willen we de eigen kracht van inwoners versterken. Onze inwoners zijn initiatiefrijk en hebben zelf ook ideeën over wat voor hen het beste is. Mensen hebben zelf invloed op hun eigen welzijn en hoe zij lang zelfstandig kunnen wonen. Regie hierop krijgen en houden vraagt echter ook wat van het gedrag van onze inwoners. Een actieve houding in het krijgen en behouden van regie op wonen, zorg en welzijn en daarnaast een bewustwording dat de gemeente niet altijd de oplossende partij is. Zelf actief zoeken en vinden van oplossingen vragen we van inwoners. Deze energie is nu al aanwezig (kijk bijvoorbeeld naar verschillende ontwikkelingen in de kleine kernen), maar kan nog verder uitgebouwd worden. Om zorg te kunnen blijven organiseren en zorg betaalbaar te houden vragen we ook inzet van inwoners. Inwoners moeten niet pas nadenken over het eigen welzijn op het moment dat problemen ontstaan, maar preventief zorg of vormen van wonen organiseren die sociaal duurzaam zijn.

Daarmee bedoelen we bijvoorbeeld vroegtijdig kleiner gaan wonen of tijdig zorg in de nabijheid organiseren om zwaardere vormen van zorg te voorkomen. Een belangrijk onderdeel voor de brede integratie van verschillende doelgroepen in de wijk is de destigmatisering van doelgroepen. Hiermee bedoelen we het voorkomen of verminderen van negatieve beeldvorming over de genoemde doelgroepen. Kennis en informatie delen kan helpen in het voorkomen, dan wel verminderen van stigmatisering. Dit is relevant gezien de verschillende decentralisaties van doelgroepen en landing hiervan in de wijk.

5.2.2 Gemeente De gemeente heeft een faciliterende en ondersteunende rol naar inwoners, maar met de insteek om aanspraak te doen op de actieve en betrokken houding van inwoners. Daarin is een gemeente niet langer resultaateigenaar, maar proceseigenaar. Van de gemeente mag verwacht worden dat wij op basis van visie, heldere gemeentelijke kaders formuleren die richting geven aan het samenspel tussen gemeente en inwoner. Deze kaders ontwikkelen wij om inwoners te stimuleren zoveel mogelijk zelf regie te laten nemen. Als gemeente kunnen wij faciliterend zijn in de beschikbaarheid van ruimtelijke onderwerpen (gronden, panden, ruimte), maar ook in sociale onderwerpen (faciliteren van ontmoeting, faciliteren van crisisplekken, etc). Om hier gericht keuzes in te maken, willen we data gebruiken. Met data kunnen we betere keuzes maken in hoe we goed kunnen faciliteren. Het kennen van elkaar zien wij als belangrijke randvoorwaarde om uiteindelijk in staat te zijn elkaar goed te helpen en te ondersteunen wanneer dit nodig blijkt te zijn.

5.2.3 Samenspel Het gaat in de basis echter om het samenspel tussen gemeenten en inwoners. Daarin zijn een altijd onderwerpen aan te wijzen die helpend zijn om dit samenspel goed vorm te geven: • Communiceren verwachtingen Om goed met elkaar in contact te treden, is het goed om vooraf de verwachtingen scherp te krijgen. Hoe kijkt de gemeente naar inwoners en andersom? Actief hierover communiceren en deze verwachtingen expliciet maken is essentieel voor een goede samenwerking. . • Informatievoorziening Informatie kan inwoners helpen om zelf ook tot nieuwe inzichten te komen. De gemeente heeft vanuit zijn eigen rol en positie scherp zicht op hoe wijken eruit zien en hoe we om willen gaan met wonen en

zorg. Deze informatie zou beschikbaar moeten zijn voor inwoners om actief mee te denken, te participeren en te acteren op basis van de verstrekte informatie. • Wederkerigheid en innovatie In het samenspel tussen gemeente en inwoner moeten we betrouwbare partners van elkaar zijn. Zeker als het gaat om innovatie. Als wij als gemeente verwachten dat inwoners initiatiefrijk zijn, dan moeten we ook passend en tijdig reageren.

5.3 Woonzorgbehoefte

In de input die opgehaald is om te komen tot uitwerking van deze Woonzorgvisie zijn verschillende vormen van data gebruikt om de behoeften in kaart te brengen. Dit is complex, omdat het gaat om verschillende vormen van data, vanuit verschillende partijen en op verschillende niveaus. Daarom is gekozen om dit te vertalen naar een specifiek thema, omdat uitwerking van deze data en gekoppelde behoefte gaat helpen in het vervolg. Mismatch aanbod en vraag Wat als een paal boven water staat, is dat er sprake is van te weinig aanbod dat past bij de vraag. Zowel als het gaat om huur-, als om koopwoningen. Het is noodzakelijk om hier actief mee aan de slag te gaan en te sturen. Eén lijn daarin is bijvoorbeeld het vaststellen van typologieën van verschillende woonvormen. Welke vormen passen nu bij de demografische ontwikkelingen die we zien? Vervolgens moet ook nagedacht worden over hoe de spreiding over de gemeente eruit moet zien en hoe de verschillende vormen van wonen bereikbaar worden gemaakt voor inwoners. Het moet dan ook aansluiten bij de trend van langer, zelfstandig thuis wonen en het ontvangen van zorg en ondersteuning in de eigen omgeving. De verschillende vormen van wonen moeten ondersteunend werken aan de maatschappelijke trends.

Inwonersperspectief centraal bij renovatie en transformatie We moeten hier rekening mee houden in nieuw te realiseren aanbod, maar ook binnen bestaand aanbod. We moeten keuzes maken hoe verbouwingen in bestaand aanbod makkelijker mogelijk te maken is op basis van behoeftes van inwoners. Inwoners moeten zelf kunnen kiezen en organiseren hoe zij willen wonen, passend bij het eigen welzijn en eventuele zorgvragen. Het inwonerperspectief moet centraal staan bij renovatie en transformatie. Oplossingen die ontstaan vanuit inwoners zouden daarin meer ruimte kunnen krijgen. Zo zou bijvoorbeeld het opdelen van woningen een laagdrempelige oplossing kunnen zijn voor inwoners. Doelgroepen Daarnaast moet de woonzorgbehoefte vertaald worden naar doelgroepen. Ouderen zien we als meest omvangrijke en meest impactvolle doelgroep voor de gemeente. Plannen voor aanpassing- of realisatie van woningen moeten gericht zijn op deze doelgroep. Tegelijkertijd zien we ook de meerwaarde van het verbinden van verschillende doelgroepen aan elkaar. Sociale verbinding levert een bijdrage aan de leefbaarheid in een dorp. Daarom zou het mixen van doelgroepen ook wenselijk zijn. Dit past ook bij de verschillende trends van decentralisatie. Binnen de verschillende dorpen is het wenselijk als er voorzieningen zijn die een bijdrage leveren aan de leefbaarheid.

Denk hierbij aan de ontwikkeling van Multi Functionele Accommodaties (MFA’s), maar ook bijvoorbeeld aan timeoutplekken (plekken waar inwoners kunnen ontladen). Dergelijke voorzieningen in de nabijheid van inwoners kan helpen om te voorkomen dat problematiek escaleert en inzet van zwaardere zorg noodzakelijk is. Dit vraagt van de gemeente een overstijgende blik op hoe wij kijken naar voorzieningen in onze dorpen. Integrale afweging We willen een integraal beeld vormen van waar welke voorzieningen zijn. Wanneer er witte vlekken ontstaan (vlekken waar geen voorzieningen zijn) weten we waar we iets te doen hebben en we iets moeten organiseren. Door een integrale afweging te maken weten we niet alleen waar, maar ook wat georganiseerd moet worden. Doorstroming Een ander centraal thema van de Woonzorgbehoefte is doorstroming. Binnen het spectrum van wonen willen we eigenlijk zorgen voor beweging. De insteek is dat mensen passend wonen bij de eigen levensfase. Als gemeente kunnen we dit proces faciliteren. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van woonconsulenten om de stap van verhuizing voor inwoners te vereenvoudigen, maar ook aan goede afspraken met samenwerkende partijen. De insteek moet vooral zijn om het voor inwoners makkelijker te maken. Een veel gehoord geluid is dat inwoners nu wel iets anders willen, maar dan binnen de

nabije omgeving. Verhuizen naar andere kernen wordt dan nog als ingewikkeld ervaren. Dit is een belangrijke en bepalende drempel in het stimuleren van beweging op de woningmarkt. Ook is het soms een gebrek aan inzicht en informatie van inwoners over welke mogelijkheden er dan wel zijn, waardoor zij geen stappen zetten. Een digitaal platform waar bijvoorbeeld dergelijke inzichten en informatie gedeeld wordt, kan helpen in het stimuleren van beweging. Data Data zien we dan ook als een belangrijk middel om scherper de behoefte enerzijds uit te werken en anderzijds om goed te anticiperen. Welke maatregelen gaan effect hebben en welke interventies kunnen we het beste waar doen? Daarnaast kan het inwoners helpen in hun informatiebehoefte. Dergelijke combinaties van datasets gaan helpen in het scherper neerzetten van het landschap van Wonen, Zorg en Omgeving. Data is een hulpmiddel om regie te krijgen over de behoeften en daarbij, samen met inwoners en samenwerkingspartners te kunnen sturen op de vraag en het aanbod.

5.4 Omgeving als lijm

Binnen de Woonzorgvisie onderscheiden we Wonen, Zorg en Omgeving. Daarin kunnen we de omgeving zien als de lijm tussen het wonen en zorg en als verbinding tussen de verschillende onderdelen. We willen namelijk onze inwoners centraal zetten en dit perspectief hanteren om te praten over sociale duurzaamheid en een inclusieve openbare ruimte. Daarmee zeggen we dus dat inwoners bepalend zijn voor de inrichting en het gebruik van onze openbare ruimte. Dit doen we aan de hand van de vier variabelen (die onderling ook weer met elkaar in verbinding staan door dwarsverbanden): Sociaal De omgeving moet uitnodigen tot Bewegen, Ontmoeten en Spelen (visie BOS). Deze visie is leidend voor het inrichten van de openbare ruimte. Tegelijkertijd moeten de ervaringen van de verschillende doelgroepen in gebruik van de openbare ruimte meer meegenomen worden in planvorming. Denk hierbij bijvoorbeeld aan mensen met een fysieke beperking die de toegang toetsen of dementerende ouderen die (onder begeleiding) een wandelpad toetsen. In andere gemeenten zijn hier goede voorbeelden van (raad, cliënten klankbordgroep, ervaringswandelingen, etc). Er ligt een rol voor de gemeente om dit actief op te pakken en uit te vragen. Wij kunnen actief mensen benaderen in wat hun huidige ervaringen zijn met de openbare ruimte en hoe dit te verbeteren.

Daarnaast is dan de uitvraag mogelijk hoe we het welzijn van inwoners kunnen verhogen door de relatie met het groen in de omgeving te leggen. Groen Zoals eerder geschetst is groen van wezenlijk belang voor het welzijn van inwoners. Samenwerkende partijen zien dit hetzelfde. Ze willen dus graag met de gemeente optrekken om hier nog meer stappen in te zetten. In samenwerking met de markt kunnen we komen tot innovatie. Hier ligt vanuit onze gemeente al een hoge ambitie, waarbij nu ook de relatie met de Woonzorgvisie uitgediept kan worden. Wat hebben specifieke doelgroepen nodig en hoe behalen we hierbij een sociaal duurzaam perspectief? Op welke manier laat zich dit vertalen naar concrete handvatten voor de uitvoering van bijv. een duurzaamheidskaart? Infrastructuur Infrastructuur gaat over de toepassingen die we realiseren in de openbare ruimte. In lijn met de vorige paragraaf kunnen we ons hier nog meer richten op de beleving van mensen. Daardoor kunnen we gerichter keuzes maken in het toewijzen van voorzieningen en gebruik van materialen. Door dergelijke keuzes te maken kunnen we steeds meer inrichten volgens de normen van een inclusieve openbare ruimte en toepassingen realiseren die specifiek ten goede komen aan het welzijn van doelgroepen. Mobiliteit De dorpen van Oost Gelre staan met elkaar in verbinding. Zowel vanuit gemeentelijk perspectief als vanuit inwonerperspectief.

Inwoners reizen tussen de kernen en verrichten hun activiteiten op verschillende plekken binnen de dorpen en wellicht ook wel buiten de gemeente. Mobiliteit is belangrijk voor onze inwoners. Voorzieningen moeten bereikbaar zijn en toegankelijk voor de verschillende doelgroepen. Voorzieningen en mobiliteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden om participatie te organiseren. Het onderwerp mobiliteit moet meer bezien worden in de ontwerpfase in het licht van participatie. Het is niet alleen een ruimtelijk vraagstuk, maar de sociale functie mag nadrukkelijker aanwezig zijn in de afweging.

6. Afronding en vervolg De conclusie en thema’s in het voorgaande hoofdstuk bieden handvatten voor een vervolg. Door te werken vanuit thema’s kunnen we vanuit focus aan de slag. De thema’s zijn leidend voor hoe we met elkaar verder willen werken en aan welke onderwerpen we met elkaar verder uitvoering geven.

6.1 Integrale uitvoeringsagenda’s We kiezen ervoor om de thema’s verder uit te werken aan de hand van uitvoeringsagenda’s. De uitvoering van deze agenda’s dient zoveel mogelijk in lijn te liggen met deze Woonzorgvisie. Vanuit een integrale interne- en externe samenwerking waar de inwoner centraal staat, waar gericht vanuit behoefte gedacht en georganiseerd wordt en waar de omgeving als lijm gezien wordt. Het vervolg en hoe dit vorm te geven is benadrukt in de interne en externe gesprekken. Samenwerkende partijen hebben aangegeven deel te willen nemen in het vervolg. Tegelijkertijd willen we al communiceren met de betrokken partijen welke thema’s wij als meest urgent en bepalend zien voor het vervolg. Dit doen we bewust om de gezamenlijkheid van de opgave te blijven benadrukken.

6.2 Programmastructuur De thema’s en gekoppelde uitvoeringsagenda’s kunnen afzonderlijk van elkaar opgepakt worden, maar staan nadrukkelijk met elkaar in verbinding en beïnvloeden elkaar. Daarom is het logisch om het vervolg in een programmastructuur vorm te geven. Dit programma wordt geschreven in de maanden na juni 2024.

6.3 Lokale – regionale afstemming Zoals op meerdere plekken benoemd gaat het binnen dit document over de lokale visie op Wonen, Zorg en Omgeving. Vanuit regionaal en landelijk perspectief wordt echter ook verder gewerkt aan de verschillende thema’s. Specifiek in de regio Achterhoek wordt gewerkt aan een regionale Woonzorgvisie die in de loop van 2024 opgeleverd moet worden. Van lokale gemeenten vraagt dit actief aansluiten, afstemming en harmoniseren van de lokale invulling met de regionale invulling. Dit wordt verder vormgegeven in de regionale overleggen.

Bijlage Bijlagelijst Bijlage 1:

Definities doelgroepen

Bijlage 2:

Analyse doelgroepen

Bijlage 3:

Ontwerptips dementievriendelijke gemeente

Bijlage 4:

Analyse leefomgeving

Bijlage 5:

Input interne stakeholders

Bijlage 6:

Lijst genodigden Woonzorgvisie bijeenkomst

Bijlage 7:

Input externe stakeholders

Bijlage 1: Definities doelgroepen: 1. Woningzoekenden die uitstromen uit een beschermd wonen instelling: Woningzoekenden die een voorziening voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten. 2. Woningzoekenden die uitstromen uit instellingen voor klinische geestelijke gezondheidszorg: Woningzoekenden die een verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaten waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen of woningzoekenden die in verband met geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in een instelling verbleven in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden en deze verlaten. 3. Woningzoekenden die uitstromen uit de vrouwenopvang en opvang voor slachtoffers van mensenhandel: Woningzoekenden die een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten voor slachtoffers van huiselijk geweld of mensenhandel en die daar verbleven omdat zij door problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben moeten verlaten. 4.

Woningzoekenden die uitstromen uit detentie en forensische zorg: Woningzoekenden die een inrichting of voorziening als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet of een instelling voor forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet forensische zorg verlaten. 5. Stoppende sekswerkers: Woningzoekenden die deelnemen aan een programma gericht op duurzaam stoppen met sekswerk waarbinnen begeleiding van sekswerkers plaatsvindt bij het vinden van ander werk, een andere woning of juiste zorg. 6. Mantelzorgers en mantelzorgontvangers: Woningzoekenden die wegens het langdurige en intensieve karakter van de mantelzorg behoefte hebben aan andere woonruimte zodat zij deze kunnen ontvangen of verlenen. 7. Mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking of psychische kwetsbaarheid en rolstoelafhankelijken: Woningzoekenden die op grond van ernstige en chronische medische redenen (lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking of psychische kwetsbaarheid of rolstoelafhankelijkheid) andere woonruimte of specifieke woonvormen behoeven. 8.

(Dreigend) dakloze mensen: Definitie (dreigend) dakloze mensen: Woningzoekenden die buiten slapen, mensen die verblijven in maatschappelijke opvang (woningzoekenden aan wie wegens dakloosheid een voorziening voor opvang is verleend als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015), mensen in niet-conventionele woonplekken vanwege een gebrek aan huisvesting (zoals op een vakantiepark) en mensen die uit nood verblijven bij familie en vrienden. Hierin wordt ook de woonbehoefte van groepen zoals zelfredzame remigrantenhuishoudens met de Nederlandse nationaliteit zonder huisvesting meegenomen. 9. Woningzoekenden die uitstromen uit de Jeugdhulp met verblijf en pleegzorg:

Woningzoekenden die de leeftijd van achttien jaar doch [maar] niet de leeftijd van drieëntwintig jaar hebben bereikt en die een accommodatie, gesloten accommodatie of voorziening voor pleegzorg als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verlaten. 10. Arbeidsmigranten: Onderdaan van een andere lidstaat van de EU die zijn hoofdverblijf niet in Nederland heeft en in Nederland verblijft om tijdelijke werkzaamheden te verrichten. 11. Woningzoekende studenten: Woningzoekende die voltijds is ingeschreven bij een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs of bij een instelling als bedoeld in artikel 1.2 onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, gevestigd binnen het gebied van de woningmarktregio. 12. Woonwagenbewoners: Woningzoekende die wil wonen in een woonwagen4 en voor wie het wonen in een woonwagen onderdeel uitmaakt van diens culturele identiteit doordat deze persoon zelf of zijn ouders of grootouders in een woonwagen hebben gewoond. 13. Woningzoekende ouderen; Woningzoekenden van 55 jaar en ouder. 14. Taakstelling vergunninghouders: Houders van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000, op basis van de gemeentelijke taakstelling bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet.

Bijlage 2: Analyse doelgroepen 2.1

Mantelzorgers- en ontvangers

Inhoud Mantelzorg zien we als mensen die langdurig en soms intensieve zorg moeten verlenen aan een naaste. In Oost Gelre geven veel inwoners, vaak langdurig, mantelzorgondersteuning. Deze doelgroep is relevant binnen de Woonzorgvisie, omdat zij zorg leveren die niet, dan wel minder, uitgevoerd hoeft te worden door formele zorgpartijen. Het is daarom belangrijk om deze groep inzichtelijk te hebben en waar nodig, ook de relatie met wonen te kunnen leggen. Binnen de gemeente Oost Gelre kennen we de volgende aantallen: Aantallen Algemene cijfers mantelzorg in gemeente Oost Gelre 2023 Aantal mantelzorgers ≥ 15 jaar

9.059 (35,4% van alle inwoners ≥ 15 jaar)

Mantelzorgers die langdurig zorgen*

7.779 (30.4% van alle inwoners ≥ 15 jaar)

Mantelzorgers die langdurig én intensief**) zorgen

1.484

( 5,8% van alle inwoners ≥ 15 jaar)

Mantelzorgers die zich zwaar belast voelen

815

( 9% van alle mantelzorgers)

*) Langdurig zorgen: langer dan 3 maanden **) Intensief zorgen: meer dan 8 uur per week

Aantal bij gemeente ingeschreven volwassen mantelzorgers( ≥ 25 jaar) per 15-11-2023 : 540 (= 36 % van mantelzorgers in Oost Gelre dat langdurig en intensief zorgt heeft voor een naaste) Aantal bij gemeente inschreven mantelzorgers vanaf 15 jaar : 626 (= 42% van de mantelzorgers in Oost Gelre die langdurig of intensief zorg heeft voor een naaste) *Bron: interne collega’s. Trends Als trend verwachten we dat de behoefte aan mantelzorg steeds meer toe zal nemen. Dit mede als gevolg van een stijgende groep ouderen en decentralisering en ambulantisering van zorg. Voor de toekomst geeft het nieuw vorm te geven pre mantelzorgwonen beleid een duidelijke richting. De implementatie van de Omgevingswet helpt in de uitvoering om breder naar ruimtelijke vraagstukken te kijken. Om inwoners goed te faciliteren in het bieden van passende zorg zijn ook passende voorzieningen in de nabijheid nodig. De beweging van combineren en concentreren van functies die bijvoorbeeld bij de MFA’s of de ontmoetingsplekken in de kleine kernen maken, is een mooie richting. Voorzieningen worden hier zodanig ingericht dat meerdere doelgroepen elkaar kunnen ontmoeten en verschillende functies in de nabijheid van inwoners worden georganiseerd. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan verpleegzorg of inloopvoorzieningen.

Juist om het netwerk waarin de mantelzorg georganiseerd is ook tijdig te ontzien zodat de ondersteuning vanuit het netwerk ook duurzaam georganiseerd kan worden. Knelpunten • Op dit moment zien we dat de beschikbaarheid van woningen een breed probleem is. We zien dat daarom de doorstroom in de verschillende vormen van woningaanbod stokt. In relatie tot mantelzorgers en vragers heeft dit als gevolg dat meer noodzaak ontstaat tot het verruimen van een regeling om mantelzorg mogelijk te maken.

•

•

Naast het organiseren van mantelzorg is het belangrijk dat we voorzieningen organiseren die aanpalend aan mantelzorg zijn. Denk daarbij aan respijtzorg of TOP-kamers. De keten is nu vrij rigide en er zit afstand tussen thuis wonen en het wonen in een instelling. Het is noodzakelijk om fluïde te kunnen kijken naar de voorzieningen rondom wonen en zorg die iemand nodig heeft. Het is belangrijk dat we niet alleen inwoners op casusniveau helpen, maar ook kijken naar voorzieningen in de nabijheid die helpend kunnen zijn. We kunnen nog meer de verbinding leggen tussen het wonen, zorgen en de leefomgeving van inwoners en de voorzieningen die hierin aanwezig zijn.

2.2 Mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking of psychische kwetsbaarheid die wegens ernstige en chronische medische redenen andere huisvesting nodig hebben Inhoud De definitie van deze doelgroep is dekkend voor de beschrijving. We nemen deze doelgroep op in onze Woonzorgvisie, omdat zij vaak langdurig ondersteuning bij het participeren in de samenleving en het wonen nodig hebben. Vaak ontvangen zij deze ondersteuning vanuit de WLZ. Aantal Binnen onze gemeente kennen we de volgende aantallen: Vraag en aanbod verstandelijk gehandicapten (VG) tot en met 2030

Geclusterd wonen Gespikkeld wonen Totaal

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

210

210

210

210

210

210

200

200

200

200

20

20

20

20

30

30

30

30

30

30

230

230

230

230

240

240

230

230

230

230

Verschil tussen vraag en aanbod verstandelijk gehandicapten (VG) tot en met 2030.

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Geclusterd wonen Gespikkeld wonen

35

35

35

35

35

35

45

45

45

45

-20

-20

-20

-20

-30

-30

-30

-30

-30

-30

Totaal

15

15

15

15

5

5

15

15

15

15

*bron: 8RHK Woon- en vastgoedmonitor 2021. Trends Binnen de gemeente kennen we vanuit oudsher een relatief grote concentratie aan inwoners met een verstandelijke beperking. Regionaal worden afspraken gemaakt over hoe we omgaan met de verdeling. Verder proberen we lokaal zoveel mogelijk met ambulante ondersteuning vragen af te vangen en mensen in de eigen thuissituatie te ondersteunen.

Knelpunten • We zien dat de zorgaanbieders in de regio veel inzetten op WLZ-indicaties. Deze vorm van indiceren biedt langjarig een zekerheid van financien. Tegelijkertijd is het een vorm van zorg waarvan we denken dat de vraag in de komende jaren af gaat nemen, omdat de omvang van de doelgroep niet groeit. Dit maakt dat het aanbod op een gegeven moment de vraag zal overstijgen. • De vorm van zorg is intramuraal en georganiseerd binnen een instelling. Tegelijkertijd is de beweging die we vanuit ons beleidsprogramma willen maken tegenovergesteld. We willen steeds meer naar een preventieve werking van de inzet van zorg en meer organiseren in het voorliggende veld. Grote instellingen en gekoppelde vormen van zorg zijn natuurlijk nodig, maar komen (vanuit een meer moderne kijk op zorg) pas in beeld op het moment dat alle andere soorten voorzieningen niet adequaat gebleken zijn. De vraag is hoe de huidige instellingen en organisaties in gaan spelen op deze veranderende markt.

2.3 (Dreigend) dakloze mensen, incl. uitstroom MO, bankslapers en mensen op niet-conventionele woonplekken Inhoud In de regio hebben we afspraken gemaakt over de opvang van de genoemde doelgroep. In Doetinchem zijn, vanuit de rol als Centrumgemeente voor de regio, plekken georganiseerd waar mensen terecht kunnen als zij dak- of thuisloos raken. Soms vinden inwoners een plek binnen het eigen (sociale) netwerk als zij dak- of thuisloos zijn. Deze doelgroep is voor ons niet altijd goed inzichtelijk. Daarom is vanuit de regio een onderzoek gestart om hier een beter beeld van te vormen. Lokaal hebben we plekken georganiseerd waar mensen terecht kunnen als zij in crisis verkeren. Deze zijn in het najaar van 2023 georganiseerd, dus het is nog afwachten welke vraagontwikkeling we hier gaan zien. Aantallen Najaar 2023 is een onderzoek binnen de regio uitgevoerd naar de aantallen dak- en thuislozen per gemeente. In totaal hebben 24 organisaties uit de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk, deelgenomen aan het onderzoek. Deze 24 organisaties hebben in totaal 423 dak- of thuisloze personen geteld. Bij deze 423 dak- of thuisloze personen zijn 71 kinderen (jonger dan 18 jaar) direct betrokken. Zij bevinden zich dus in dezelfde woonsituatie, wat het totaal 494 maakt.

Daarnaast zijn er 44 kinderen (jonger dan 18 jaar) indirect betrokken. Zij bevinden zich dus niet in dezelfde woonsituatie (bijvoorbeeld als het kind verblijft bij de andere ouder). De aantallen specifiek voor Oost Gelre zien er als volgt uit: Doelgroep

Aantallen Oost Gelre

1. In de openbare ruimte

0

2. In de noodopvang

0

3. In een opvang voor thuislozen of tijdelijk verblijf

0

4. In een instelling

0

5. In een niet-conventionele ruimte

1

6. Bij familie, vrienden of kennissen

17

7. In een woning met dreigende uithuiszetting

1

8. Briefadres

0

9. Onbekend

0 Totaal

19

Kinderen <18 direct betrokken Kinderen <18 indirect betrokken

5 7

*Bron: Regionaal onderzoek. De resultaten van het onderzoek worden in de loop van 2024 verder geduid binnen de bestaande ambtelijke- en bestuurlijke overleggen. De implicaties voor bestaand beleid en uitvoering worden verder ontwikkeld in de komende maanden. Trends Landelijk Landelijk worden richtlijnen meegegeven om regionaal en lokaal de maatschappelijke opvang te organiseren. Er is een nationaal actieplan dakloosheid opgesteld om koers mee te geven voor de verschillende organisaties. Binnen de MO verwachten we dezelfde beweging vanuit het Rijk als bij Beschermd Wonen, namelijk een decentralisatie. De verwachting is dat we steeds verder afgaan van een centrale voorziening (veelal binnen de centrumgemeente) en steeds meer toewerken naar lokale oplossingen. Decentraliseren hoeft niet altijd te betekenen dat lokaal voorzieningen gerealiseerd moeten worden, maar de verantwoordelijkheid en middelen verschuiven van centrumgemeenten naar lokale gemeenten. Hoe deze beweging zich gaat ontwikkelen en hoe vervolgens deze verantwoordelijkheid ingevuld wordt, zal zich in de komende jaren verder uitwijzen. Regionaal Doetinchem is aangewezen als centrumgemeente binnen de regio. Regionaal zijn zij de aanjager van het opstellen van een visie rondom maatschappelijke opvang en het organiseren van de juiste ondersteuning. Hier zijn de convenanten om samen in te werken voor getekend.

Lokaal Gezien de bewegingen die we landelijk en regionaal zien willen we ook lokaal goed voorbereid zijn. Daarom gaan we per 1 februari 2024 starten met een lokale crisisopvang. Dit moet een functie krijgen als lichte, lokale maatschappelijke opvang. Knelpunten • Overkoepelend zien we op dit moment dat de in- en uitstroom in de Maatschappelijke Opvang knelt. Op dit moment is er een wachtlijst en kunnen mensen niet direct terecht. Qua uitstroom is het beperkt, omdat er geen opvang of begeleiding is vanuit de daklozenopvang. Mensen die dak- of thuisloos raken bevinden zich daarmee in een lastig pakket. Oplossingen die hiervoor georganiseerd moeten worden, moeten daarom ook bezien worden in de gehele keten van wonen en gekoppeld aanbod aan zorg. • Verder bestaat alleen nog urgentie om in te stromen binnen de sociale woningbouw voor zeer schrijnende gevallen, waardoor de keten stokt. Ander woonaanbod naast de sociale woningbouw lijkt beperkt beschikbaar. Daarom ontstaat steeds meer noodzaak tot het organiseren en bieden van een lokale crisisopvang.

2.4

Uitstromers beschermd wonen

Inhoud Beschermd Wonen komt in beeld op het moment dat inwoners onvoldoende in staat zijn om goed voor zichzelf te zorgen. De uitvoering van Beschermd Wonen werd altijd verzorgd vanuit de centrumgemeente Doetinchem. Inmiddels verzorgen de lokale sociale teams de intake voor beschermd wonen. Regionaal worden afspraken gemaakt over spreiding van vraag en aanbod. Aantallen Op dit moment zien de cijfers van mensen die een beschermd wonen indicatie ontvangen er als volgt uit: Productnaam 2023

Oost Gelre

Totaal

Pleegzorg IO

2

Gezinshuiszorg IO

2

Wonen gericht op zelfstandigheid IO

2

12

Verblijf Groep IO

2

18

Pleegzorg (nieuw)

2

66

Gezinshuiszorg

1

46

Wonen gericht op zelfstandigheid

19

Verblijf Groep

10

96

Jeugdzorg Plus

1

11

Drie Milieu

1

13

Crisis GGZ Verblijf Verblijf GGZ

1 1

8

Wmo Logeren incl. daginvulling

2

Beschut wonen inclusief IO

14

Beschut wonen exclusief IO

5

Beschermd Wonen inclusief IO

6

Beschermd thuis abonnementstarief CAK

9

Beschut wonen (inclusief wooncomponent)

62

Beschermd wonen (inclusief wooncomponent)

65

*Bron: Regionale collega’s. In de kolom totaal worden de cijfers getoond voor de gehele regio. Dit betreft jeugd en BW algemeen waarbij dus geen onderscheid gemaakt tussen indicaties vanuit de centrumgemeente of de gemeente Oost Gelre. Daarom worden deze aangevuld met regionale input:

Huidige aanbod BW - WMO (intramuraal en beschermd thuis)

Uitstroom aantal mensen BW per jaar 4

Gemeente van herkomst BW actief in 2023

Gemeente van uitstroom in Gemeente van verblijf in 2023 2023

50

49

17

Vanuit Datalab GO, die regionaal de data inzichten voor ons verzorgen, zien we de volgende vraagontwikkeling voor de doelgroep Beschermd Wonen op regionaal niveau:

2020 850

2021 850

2022 840

2023 840

2024 840

2025 830

2026 830

2027 820

2028 810

2029 800

2030 790

Trends De aantallen die we zien rondom Beschermd Wonen en daarmee noodzaak voor het organiseren van woonzorgaanbod, zijn relatief beperkt. Bovenstaande tabel laat de verwachting zien voor de komende jaren. Tegelijkertijd zien we een decentralisatie en willen we meer toe naar het bieden van de juiste ondersteuning in de eigen leefwereld en woning van inwoners. Dit noemen we de beweging naar beschermd thuis. Op dit moment worden afspraken op casusniveau gemaakt tussen zorgaanbieders, wooncorporaties en lokale consulenten om de in- en uitstroom goed vorm te geven. Dit loopt relatief goed en er is voldoende samenwerking. Door jarenlange lokale samenwerking weten we met wie we aan tafel zitten en hebben we goede samenwerking met ketenpartners (corporaties, politie, zorgaanbieders, GGZ, etc). Daarin wordt uitstroom waar nodig afgestemd met lokale stakeholders, zoals bijvoorbeeld woningcorporaties of politie. In de loop van 2024 volgen 10 woningen vanuit de regio op basis van Housing First. Lokaal zien we niet zozeer een uitdaging in het landen in de wijk van specifieke doelgroepen. De cultuur onder inwoners is relatief begripvol en inwoners hebben wat voor elkaar over.

Knelpunten • De beeldvorming rondom Beschermd Wonen is op dit moment dat als we meer woningen hadden gehad, veel van de problematiek meer behapbaar zou zijn geweest. Omliggende problematiek rondom wonen kan vaak geregeld worden, maar het woonprobleem niet. Verder worden de beschikbare beschut- en beschermd wonen plekken ook als te mager ervaren. Daarin moeten nog wel scherp gekeken worden naar de regionale verdeling in relatie tot de lokale. Nu is er bijvoorbeeld gemiddeld een jaar wachttijd voordat inwoners kunnen instromen in een beschermd wonen voorziening. • Daarnaast zou het passend zijn als er plekken zijn die een (tijdelijke) veiligheid kunnen bieden. Wanneer mensen niet (tijdig) in kunnen stromen in een beschut-, dan wel beschermde woonvorm maakt dit dat escalatie kan ontstaan. Plekken waar inwoners wat druk kunnen laten afvloeien, denk bijvoorbeeld aan time-out voorzieningen of inloopvoorzieningen, kunnen helpen in het voorkomen van escalatie. Denk bijvoorbeeld aan aanvullende druk op de maatschappelijke opvang of bestaande sociale netwerken. • Ook rondom jongeren zou bijvoorbeeld aanbod van kamertraining of trainingshuizen een oplossing kunnen bieden in de keten rondom jongeren. De manier van financieren van het huidige zorglandschap maakt dat de lijnen relatief vastleggen. Er is echter behoefte aan verschillende vormen van wonen voor gekoppelde doelgroepen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15103240/1