CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

vvgb zonnepark zieuwent ruimtelijke onderbouwing

Raadscommissie 21 juni 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent18.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent vastgesteld

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk1

6

Algemene gegevens bestemmingsplan

Hoofdstuk2 Inleiding 2.1 Aanleiding en doel 2.2 Ligging en begrenzing 2.3 Geldend bestemmingsplan 2.4 Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Bestaande situatie 3.2 Gewenste situatie 3.3 Landschappelijke inpassing

10 10 11 16

Hoofdstuk4 Beleid 4.1 Internationaal niveau 4.2 Rijksbeleid 4.3 Provinciaal beleid 4.4 Regionaal beleid 4.5 Gemeentelijk beleid 4.6 Algehele conclusie beleid

18 18 20 24 26 29 31

Hoofdstuk5 Uitvoeringsaspecten 5.1 Inleiding 5.2 Milieu 5.3 Water 5.4 Ecologie (Flora en Fauna) 5.5 Cultuurhistorie en archeologie 5.6 Electromagnetische straling 5.7 Verkeer en parkeren 5.8 Reflectie

32 32 32 38 41 42 44 44 45

Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

46 46 46

Hoofdstuk7

49

(vastgesteld)

Algehele conclusie

3

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

4

(vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

5

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

Hoofdstuk 1

Algemene gegevens bestemmingsplan

Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent omgevingsvergunning juli 2022 Inlichtingen: Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Beheer Telefoonnummer 0544 - 39 35 35

6

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

Hoofdstuk 2 2.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De Nederlandse overheid heeft een grote ambitie op het gebied van duurzaamheid. In het Energieakkoord is afgesproken dat het aandeel hernieuwbare energieopwekking in 2020 14% moet zijn, en in 2023 16%. De provincie Gelderland heeft uitgesproken in 2050 een energieneutraal Gelderland te willen bereiken. Ook de gemeente Oost Gelre is ambitieus en heeft zich ten doel gesteld om energieneutraal te zijn in 2030. De Achterhoek kiest nadrukkelijk voor een bijdrage aan duurzame energieproductie. De acht Achterhoekse gemeenten hebben een gezamenlijke ambitie: 'energieneutraal in 2030'. 'Energieneutraal' betekent dat er net zo veel duurzame energie wordt opgewekt als er wordt verbruikt. Dit is neergelegd in 'Het akkoord van Groenlo'. De gemeente Oost Gelre maakt onderdeel uit van de Achterhoek en 'Het akkoord van Groenlo'. Het plangebied ligt in een geschikt gebied voor grote zonnevelden volgens de provincie Gelderland. KAPA Vastgoed BV en Veluwezoom Verkerk Vastgoedontwikkeling BV hebben het initiatief genomen om een grondgebonden zonnepark te realiseren op twee percelen grond gelegen aan de Werenfriedstraat te Zieuwent, waarbij de percelen kadastraal bekend zijn als gemeente Lichtenvoorde, sectie K, nummers 875 (ged.) en 876 (ged.). De locatie is gelegen aan de noord-west zijde van de Werenfriedstraat in het verlengde van de Dorpsstraat te Zieuwent.

Het plangebied is ongeveer 3 ha groot. Hiervan wordt circa 2 ha ingevuld met zonnepanelen en het overige deel met landschappelijke inpassing. Het zonnepark wordt gerealiseerd voor een termijn van maximaal 25 jaar, op gronden met de huidige enkelbestemming 'Agrarisch'. De capaciteit van het zonnepark bedraagt ongeveer 2,6 MWp. Na afloop van de termijn van 25 jaar wordt het zonnepark volledig ontmanteld. Voor het voorliggende plan is een inrichtingsplan opgesteld welke is opgenomen in de bijlagen van de toelichting van dit bestemmingsplan. Aangezien de ontwikkeling niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, moet een bestemmingsplanherziening plaatsvinden of een afwijking van het bestemmingsplan worden verleend door middel van een omgevingsvergunning Wabo. Door het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning Wabo hebben initiatiefnemers aangegeven de procedure om omgevingsvergunning Wabo (projectafwijking) te willen doorlopen.

2.2

Ligging en begrenzing

Het projectgebied bestaat uit delen van twee agrarische percelen: kadastraal gemeente Lichtenvoorde (LTV00), sectie K, perceelnummers 875 (ged.) en 876 (ged.). Het projectgebied heeft een maximale oppervlakte van ongeveer 3 hectare. Het projectgebied ligt ten noord-westen van de Werenfriedstraat op enige afstand van het dorp Zieuwent. Aan de west-, noord-, en oostzijde ligt agrarisch gebied met aan de oostzijde aansluitend bedrijfs- en woonbebouwing aan de Dorpsstraat. Aan de zuidzijde is een dorpsuitbreiding van Zieuwent voorzien. In onderstaande figuur is de ligging en begrenzing van het projectgebied weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

7

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

Projectgebied zonnepark Zieuwent

2.3

Geldend bestemmingsplan

Het plangebied is gelegen in het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' welke door de gemeenteraad is vastgesteld op 18 december 2012. Daarnaast zijn een tweetal Reparatieplannen vastgesteld zijnde 'Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre' vastgesteld op 15 juli 2014 en het 'Buitengebied, Reparatieplan 2016' vastgesteld op 4 april 2017. Onderstaande figuur geeft een uitsnede van het bestemmingsplan weer.

Uitsnede vigerend bestemingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

De bij de locatie betrokken gronden hebben in dit bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch'. Deze 8

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent gronden zijn bestemd voor: de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, het hobbymatig houden van dieren en telen van gewassen, de nevenactiviteiten welke zijn genoemd in Indicatieve bedrijvenlijst, ondersteunende horeca, behoud en herstel van kleinschalige landschapselementen en extensieve dagrecreatie, met de daarbij behorende erfbeplanting, nutsvoorzieningen, erven en terreinen, waarbij geldt dat erfverharding uitsluitend binnen het bouwvlak is toegestaan, wegen en paden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen in/-en uitritten, mede ten behoeve van de aangrenzende bestemming. De gronden hebben daarnaast de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische verwachtingswaarde 2', wat betekent dat deze gronden mede bestemd zijn voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Ten aanzien van het oprichten van bebouwing geldt dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen waarbij sprake is van het verrichten van bodemingrepen dieper dan 30 cm en een oppervlakte groter dan 2500 m² de aanvrager een rapport dient te overleggen op basis van nader onderzoek, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld.

De realisatie van een zonnepark binnen het projectgebied is niet in overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan. Ten behoeve van de realisatie zal dan ook een planologische procedure moeten worden doorlopen. Door het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning heeft verzoeker aangegeven een afwijkingsprocedure met omgevingsvergunning Wabo te willen doorlopen. Hierbij zal de huidige agrarische bestemming niet wijzigen, alleen het gebruik hiervan. Ten behoeve hiervan is voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld.

2.4

Leeswijzer

In Hoofdstuk 2 is de aanleiding en doel van deze omgevingsvergunning uiteengezet. In Hoofdstuk 3 van de toelichting wordt de bestaande en toekomstige situatie in het plangebied beschreven. De historie en omgevingsaspecten komen hier aan bod. Ook wordt inzicht gegeven in de opbouw van het plangebied met de daarbij behorende functies. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 4 het beleidskader van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Oost Gelre uiteen gezet. Hoofdstuk 5 gaat over de uitvoeringsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Tot slot volgt in Hoofdstuk 6 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van overleg en terinzagelegging.

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

9

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie vanuit ruimtelijk oogpunt en per functie, evenals de ontwikkelingen op basis van het vigerende beleid beschreven. Er wordt flexibiliteit geboden daar waar het kan. Rekening wordt gehouden met de dynamiek in het plangebied en ruimte voor 'reguliere' uitbreidingen en veranderingen.

3.1

Bestaande situatie

Het projectgebied ligt aan de westzijde van het dorp Zieuwent en wordt begrensd door de bebouwing van Zieuwent aan de noord-, oost- en zuidzijde. Aan de westzijde is agrarisch gebied aanwezig. Het projectgebied ligt in een kampenlandschap, dat bestaat uit akkers (kampen) die worden omzoomd door beplanting. Ook zijn bosjes, bomenrijen en lanen aanwezig in dit landschapstype. Het kampenlandschap is ontstaan door individuele ontginningen op de overgang van droge zandgronden naar meer nattere gebieden. Het kampenlandschap wordt gekenmerkt door veel opgaand groen en microreliëf in de vorm van steilranden. Ook is een grote afwisseling in grondgebruik met akkerbouw en graslanden kenmerkend. In de loop van de 20e eeuw zijn veel van de kenmerkende beplantingen verdwenen door modernisatie van de landbouw en ruilverkaveling. Dat is ook in het projectgebied gebeurd, waardoor op dit moment weinig opgaande beplanting aanwezig is. Aan de westzijde staat een bosje en aan de zuidzijde is tevens een bosperceel aanwezig. Op de hoogtekaart is te zien dat er beperkte hoogteverschillen aanwezig zijn. De oostzijde ligt enkele decimeters hoger dan de westzijde van het projectgebied. De Dorpsstraat ligt op een relatief hooggelegen zandrug. Vanaf de Dorpsstraat loopt het gebied in westelijke richting langzaam af naar de beekloop aan de westzijde van het projectgebied.

Dwars door het plangebied loopt een sloot van het dorp Zieuwent naar de beekloop. De bodemsoorten in het plangebied zijn laarpodzolgrond en beekeerdgrond. Het gaat hierbij om kalkloze zandgronden met lemig zand. In het plangebied zijn enkele 'eigen' watergangen aanwezig die in stand worden gelaten. Op de leggerkaart van Waterschap Rijn en IJssel is te zien dat er aan de westzijde van het plangebied een leggerwaterloop van het waterschap is gelegen, genaamd 'Afwatering van de Pastorietuin'. De zichtbaarheid van het zonnepark wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ligging van de openbare wegen. Direct langs het zonnepark zijn geen wegen aanwezig. Vanaf de Werenfriedstraat is het zonnepark op een afstand van ruim 100 meter te zien. Vanaf de achterzijde van de woningen aan de Dorpsstraat op circa 150 meter is tevens zicht op het zonnepark. De ontsluiting van het zonnepark zal plaatsvinden via de dichtstbijzijnde weg, de Werenfriedstraat.

10

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

Afbeeldingen uit landschappelijk inpassingsplan van Groendus

3.2

Gewenste situatie

3.2.1

Initiatief voor een zonnepark

Het initiatief is genomen om een grondgebonden zonnepark op te richten op twee percelen grond gelegen aan de Werenfriedstraat te Zieuwent welke kadastraal bekend zijn als gemeente Lichtenvoorde, sectie K, nummer 875 (ged.) en 876 (ged.). Binnen het plangebied komt een zonnepark inclusief landschappelijke inpassing met een netto oppervlak van ca. 3 ha. Het zonnepark bestaat uit 4.820 zonnepanelen met een totaal vermogen van 2.600 kWp en een verwachte productie van circa 2.400.000 kWh per jaar. Uitgaande van een gemiddeld stroomgebruik per woning van 2.730 kWh per jaar, kan het zonnepark voorzien in de jaarlijkse elektriciteitsbehoefte van circa 880 woningen. Hiermee levert dit zonnepark een substantiële bijdrage aan de duurzaamheidsambities van de gemeente Oost Gelre. Het realiseren van zonneparken is noodzakelijk om de genoemde overheidsdoelstellingen te behalen. Het alleen toestaan van zonnepanelen op daken is niet voldoende. Er zijn diverse redenen waarom veel daken niet geschikt zijn. Ook zijn er nog vele ogenschijnlijk geschikte daken die uiteindelijk toch niet geschikt blijken te zijn. Dit komt bijvoorbeeld door esthetische bezwaren, de aanwezigheid van rieten daken, constructietechnische bezwaren, te klein dakoppervlak en hinderlijke schaduw. Het zonnepark is georiënteerd op het zuiden voor een maximale productie.

Het zonnepark bestaat uit drie vlakken met zonnepanelen, met daar tussen en omheen ruimte voor landschappelijke inpassing. De zonnepanelen worden geplaatst in tafels, waarbij vier zonnepanelen in 'landscape'-modus (liggend) boven elkaar worden geplaatst. De onderzijde van de zonnepanelen komt op ca. 60 centimeter boven maaiveld en de maximale hoogte van de zonnepanelen bedraagt ca. 1,8 meter. De zonnepanelen krijgen een hellingshoek van 15 graden. De draagconstructies worden middels rammen of schroeven in de grond verankerd, afhankelijk van de vereisten uit de benodigde trekproeven. Tussen de rijen met tafels is een ruimte van circa 2,5 meter vrijgehouden om schaduw van de ene rij op de volgende te voorkomen. Door de afstand tussen de rijen zal het hemelwater gelijkmatig over het perceel op de bodem terecht komen. Daarnaast wordt het zonnepark ontworpen met kleine ruimtes

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

11

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent tussen de individuele zonnepanelen. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat een meer gelijkmatige afwatering plaatsvindt op de ondergrond en voldoende water de bodem bereikt onder de zonnepanelen. Door de afstand van 2,5 meter tussen de rijen kan voldoende zonlicht de bodem bereiken. In onderstaande tekening is schematisch de plaatsing van de zonnepanelen weergegeven. Voor de exacte situering en plaatsing van de panelen wordt verwezen naar de aanvraag omgevingsvergunning met bijbehorende tekeningen.

Voorziene opstelling van de zonnepanelen

Het compactstation met de netaansluiting wordt in de zuidoostelijke hoek van het terrein voorzien, op voldoende afstand van mogelijke toekomstige woningen. Het compactstation heeft een hoogte van circa 2,5 meter en staat aan de 'binnenzijde' van de landschappelijke inpassing, zodat de zichtbaarheid wordt geminimaliseerd. In het compactstation worden zowel de netaansluiting van Liander als de transformatoren en de laagspanningsverdelers gerealiseerd. De omvormers worden aan de draagframes onder de zonnepanelen geplaatst. Rond de zonnepanelen wordt een hekwerk van ca. 2 meter hoogte geplaatst. Het hekwerk wordt uitgevoerd als gaashekwerk in de kleur antraciet en wordt circa 15 centimeter boven het maaiveld aangelegd zodat dieren het hek kunnen passeren en zich door het zonnepark kunnen verplaatsen. Vanuit de omgeving zal het hekwerk nauwelijks zichtbaar zijn doordat dit aan de 'binnenzijde' van de landschappelijke inpassing wordt geplaatst. Om het zonnepark in te passen in het landschap is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. In paragraaf 3.3 is hiervan een korte toelichting gegeven. Een uitgebreide toelichting op het zonnepark is te raadplegen in de als bijlage bijgevoegd landschappelijk inpassingsplan. In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich de bebouwde kom van Zieuwent. Hier zijn woningen gevestigd alsmede detailhandel en bedrijven.

Er dient te worden beoordeeld wat de impact van het zonnepark op de directe omgeving zal zijn. Dit wordt in de hierna aangegeven hoofdstukken en paragrafen omschreven.

12

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

3.2.2

Nadere onderbouwing behoefte aan een zonnepark

De gemeente Oost Gelre wil in 2030 energieneutraal zijn. Dit betekent dat net zoveel energie wordt opgewekt als dat wordt verbruikt. De gemeenteraad heeft hiervoor de 'Uitvoeringsagenda Energietransitie' vastgesteld. Daarin staan concrete plannen om de ambitie van 2030 te halen: Oost Gelre energieneutraal. Dit aan de hand van kleinschalige initiatieven, zoals woning isoleren, enerziezuinige apparaten gebruiken, led-verlichting, minder gas verbruiken, zonnepanelen plaatsen of een warmtepomp of grootschalige initiatieven zoals zonneparken of installaties voor biomassa. In december 2018 heeft de gemeenteraad het 'Beleid installaties opwekking hernieuwbare energie Oost Gelre' en 'Uitvoeringsprogramma voor grootschalige opwekking van hernieuwbare energie' vastgesteld. Aan de hand van voornoemd beleid en het daarbij behorend uitvoeringsprogramma wordt een grootschalig zonnepark ontwikkeld om aan de doelstellingen voor 2030 te kunnen voldoen. Opwekking elektriciteit Voor de gemeente Oost Gelre is de doelstelling voor 2030 voor de opwekking van elektriciteit in totaal 167 GWh. Er wordt meer opgewekt dan de doelstelling op basis van het besparingspercentage, omdat er een verschuiving plaats zal vinden van gas naar elektriciteit (t.w. 15 GWh).

Op basis van de uitgangspunten van de regionale uitvoeringsagenda is de benodigde hoeveelheid elektriciteit als volgt onder te verdelen naar de verschillende type installaties. De hoeveelheid 'zon op daken' bij huishoudens is niet opgenomen in onderstaande tabel. Deze maken onderdeel uit van de energiebesparing op kleine schaal.

Alleen het bedekken van daken is onvoldoende om te voldoen aan de doelstelling om energieneutraal te zijn in 2030. De zonneparken hebben een groot aandeel aan deze genoemde doelstelling, zoals ook uit bovenstaande tabel blijkt. De aanleg van een zonnepark met een opbrengst van 2,6 MWp is dan ook nodig om voor een deel bij te dragen aan de doelstelling om in 2030 energieneutraal te zijn 3.2.3

De locatiekeuze

Een zonnepark met een dergelijke omvang is niet te realiseren op gronden binnen de kernen van de gemeente Oost Gelre. Er zijn geen gronden met een dergelijke omvang binnen de kernen beschikbaar, waarbij de realisatie ook financieel uitvoerbaar is. Over het algemeen is er reeds bebouwing (of zijn andere functies) aanwezig, of is de betreffende grond voorzien voor andere functies die niet kunnen wijken, of samen kunnen gaan, met de realisatie van een zonnepark. Het voorliggende plangebied is gelegen op een plek waarbij de realisatie financieel uitvoerbaar is en een zonnepark goed inpasbaar is (ruimtelijk en landschappelijk). Financieel is het essentieel dat het zonnepark binnen een relatief korte afstand wordt aangesloten op het elektriciteitsnet. Dit is hier het geval nu er een compactstation wordt geplaatst met hierin o.a. de netaansluiting van Liander. Ook is het bijvoorbeeld van belang dat er weinig tot geen schaduw is, zoals in het voorliggend plangebied.

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

13

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent Daarnaast betreft het plangebied geen natuurgebied en is deze niet gelegen op een es. Op de gekozen locatie is het zonnepark ook goed te bereiken en kan het zicht voor omwonenden op de zonnepanelen goed worden voorkomen door landschappelijke maatregelen te nemen. 3.2.4

Technische gegevens zonnepark

Binnen het plangebied worden zuid georiënteerde zonnepanelen toegepast. De panelen krijgen een hoogte van maximaal 1,8 m en er wordt rekening gehouden met voldoende afstand tussen de panelen. Tussen de afzonderlijke rijen panelen worden openingen van ca. 2,5 m gelaten ten behoeve van het doorlaten van regenwater naar de er onder groeiende vegetatie. Daarnaast wordt het zonnepark ontworpen met kleine ruimtes tussen de individuele zonnepanelen. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat een meer gelijkmatige afwatering plaatsvindt op de ondergrond en voldoende water de bodem bereikt onder de zonnepanelen. Hierdoor bestaat er genoeg licht- en hemelwatertoetreding naar de grond onder de panelen. Dit komt ten goede aan een rijk bodemleven en biedt de mogelijkheid voor kruidige vegetatie onder de zonnepanelen.

Weergave van de constructie

Compactstation Het onopvallend inpassen van het compactstation heeft de voorkeur. Het compactstation met de netaansluiting wordt in de zuidoostelijke hoek van het terrein voorzien, op voldoende afstand van mogelijke toekomstige woningen. Het compactstation heeft een hoogte van circa 2,5 meter en staat aan de 'binnenzijde' van de landschappelijke inpassing, zodat de zichtbaarheid wordt geminimaliseerd. In het compactstation worden zowel de netaansluiting van Liander als de transformatoren en de laagspanningsverdelers gerealiseerd. De omvormers worden aan de draagframes onder de zonnepanelen geplaatst. Het compactstation is bereikbaar vanaf de Werenfriedstraat middels een aan

14

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent te leggen toegangsweg, uitgevoerd in grasbeton. De installatie krijgt een onopvallende donkere kleurstelling.

Figuur: referentiebeeld compactstation

Beveiliging Rond de zonnepanelen wordt een hekwerk van ca. 2 meter hoogte geplaatst. Dit is een eis vanuit de verzekeraar van het zonnepark. Het hekwerk wordt uitgevoerd als gaashekwerk in de kleur antraciet en wordt circa 15 centimeter boven het maaiveld aangelegd zodat dieren het hek kunnen passeren en zich door het zonnepark kunnen verplaatsen. Vanuit de omgeving zal het hekwerk nauwelijks zichtbaar zijn doordat dit aan de 'binnenzijde' van de landschappelijke inpassing wordt geplaatst. Opruimplicht In de exploitatiebegroting van het zonnepark wordt een voorziening opgenomen ten behoeve van de kosten van ontmanteling van het zonnepark. Opgemerkt wordt dat de materialen waaruit de zonnepanelen en de onderconstructuie bestaan waardevol genoeg zijn om te recyclen. Naast de genoemde voorziening die getroffen wordt garandeert deze 'recyclewaarde' dat het zonnepark wordt opgeruimd. De opruimplicht geldt overigens niet voor mogelijk te behouden landschapselementen. 3.2.5

Inrichtingsplan zonnepark

Ten behoeve van een zorgvuldige inpassing is een inrichtingsplan opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan. Het landschappelijk inpassingsplan is bijgevoegd in de bijlage van de toelichting van dit bestemmingsplan. In dit inpassingsplan zijn ook dwarsdoorsnedes opgenomen alsmede visualisaties en vogelvluchtperspectieven. Een weergave van het inrichtingsplan is in onderstaande afbeelding opgenomen.

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

15

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

Afbeelding: inrichtingsplan zonnepark Zieuwent 3.2.6

Bouwfase

De bouw van het project is afhankelijk van de vergunningen. Het leggen van de panelen zal enkele weken in beslag nemen. Daarnaast moet het zonnepark worden aangesloten op het net. Deze werkzaamheden kunnen wel enkele maanden in beslag nemen. 3.2.7

Operationele fase

Zodra het zonnepark gerealiseerd is zal het beheerd gaan worden. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het onderhoud van de systemen, maar ook het monitoren van het zonnepark en diverse administratieve werkzaamheden. Het terrein wordt extensief beheerd middels maaien (buiten het hekwerk) of begrazing door schapen (binnen het hekwerk). De looptijd van het zonnepark betreft 25 jaar. Aan het einde van de looptijd wordt de grond weer opgeleverd zoals hij in gebruik was met uitzondering van de aangelegde landschapselementen. Het zonnepark wordt na een exploitatieperiode van 25 jaar volledig ontmanteld. 3.2.8

Financiering

De ontwikkeling van zonneparken doen de initiatiefnemers voor eigen rekening en risico. Daarbij wordt SDE++ subsidie aangevraagd die voor dit type projecten is bedoeld.

3.3

Landschappelijke inpassing

Het Landschapsplan is mede tot stand gekomen na overleg met het Gelders Genootschap en de landschappelijke adviseur van de gemeente Oost Gelre. Ook omwonenden hebben de gelegenheid gehad om mee te denken met het plan. Het landschappelijk inpassingsplan is hieronder kort toegelicht. Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar het in de bijlage van deze onderbouwing opgenomen Landschappelijk inpassingsplan.

16

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent Hierin zijn tevens doorsneeprofielen en vogelvluchtperspectieven opgenomen van het zonnepark. De landschappelijke inpassing sluit aan bij de historische landschapsstructuur met kampen door het toevoegen van beplanting langs de randen van het zonnepark. Deze randen worden onderbroken zodat zichtlijnen vanaf een nieuw aan te leggen wandelpad mogelijk zijn door het zonnepark, richting het dorp Zieuwent. Het plangebied wordt ingericht als ecologische zonnepark, waardoor de biodiversiteit in het gebied wordt verhoogd. De landschappelijke inpassing bedraagt circa 35% van de totale oppervlakte van het plangebied. Langs de oostelijke zijde van het zonnepark wordt een struweelhaag met overstaanders aangelegd. Dit wordt ook gedaan aan de noordwestzijde. De struweelhaag heeft een breedte van circa 5 meter en een hoogte van circa 3 tot maximaal 4 meter. Door de beperkte hoogte blijft zicht mogelijk vanaf de Dorpsstraat richting het bosje ten westen van het zonnepark en andersom blijft vanaf het nieuwe voetpad zicht bestaan op de daken en bomen aan de Dorpsstraat. De struweelhaag heeft primair tot doel het zicht vanuit de omgeving op het zonnepark weg te nemen. Secundair hieraan zijn landschapsversterking en ecologie. Het beheer wordt hierop aangepast.

De struweelhagen in het plan bestaan uit meidoorn, wilde liguster, hondsroos en uit soorten die jaarrond het zicht op het zonnepark verminderen zoals beuk en gewone hulst. De overstaanders bestaan uit zomereiken en zoete kersen. In de noordelijke hoek van het zonnepark is ruimte voor een vogelbosje. Dit sluit aan op de struweelhagen. Het bosje bestaat uit boomsoorten als eik, es en zwarte els en struiken als meidoorn, Gelderse roos, hazelaar, vogelkers, lijsterbes en vuilboom. Als ondergroei komt hier vingerhoedskruid, fluitenkruid en dagkoekoeksbloem voor. De struweelhagen en het bosje bieden leefgebied aan insecten zoals vlinders, bijen, hommels en zweefvliegen, vogels zoals roodborst, winterkoning, sijs, koperwiek, fazant en kramsvogel, reptielen en kleine zoogdieren zoals muizen en marterachtigen. Ook grotere zoogdieren zoals vos, ree en das maken gebruik van houtsingels en struweelhagen. Op het zonnepark worden drie solitaire elzen aangeplant, twee bij de zomp en een aan de westzijde van het zonnepark nabij het bankje. In de zuidelijke hoek is ruimte voor een zomp, een lager gelegen en daarom natter gedeelte. Dit is het laagste punt van het zonnepark waarbij nog circa 40 cm grond wordt afgegraven. Hier zal een kruidenrijke moerasvegetatie ontstaan met soorten als riet en rietgras, grote zeggen, biezen en galigaan.

De zomp biedt leefgebied aan vogels, libellen, vissen, amfibieën en zoogdieren als muizen, bunzing en egel. Door steeds slechts een deel te maaien ontstaat hier veel afwisseling. De grond die vrijkomt bij de aanleg van de zomp zal deels (circa 50%) worden gebruikt voor de aanleg van de uitkijkheuvel. Resterende grond wordt verspreid over het plangebied voor een gesloten grondbalans. Tussen en rondom de zonnepanelen wordt het terrein ingezaaid met mengsel voor bloemrijk grasland dat geschikt is voor de bodemsoort (humuspodzolgronden/beekeerdgronden) en waterhuishouding. Het terrein wordt extensief beheerd middels maaien (buiten het hekwerk 1 á 2 maal per jaar) of begrazing door schapen (binnen het hekwerk). Hiermee blijft de agrarische functie (deels) behouden. Door het inzaaien van de zonneweide met een mengsel voor bloemrijk grasland, wordt een ideale leefomgeving gecreëerd voor vlinders, bijen en andere insecten. Verspreid door het zonnepark worden insectenhotels en nestkasten geplaatst. Aan de zuidwestzijde wordt een nieuw wandelpad aangelegd dat aansluit op de bestaande padenstructuur, met een bruggetje over de bestaande waterloop. Via dit pad zijn de zichtlijnen te beleven en kan op de uitkijkheuvel uitgekeken worden over het zonnepark. Ook is hier een informatiepaneel voorzien met informatie over het zonnepark.

Het wandelpad komt uit bij een bankje dat uitkijkt over een van de zichtlijnen richting het dorp.

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

17

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

Hoofdstuk 4

Beleid

Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.

4.1

Internationaal niveau

4.1.1

Vogelrichtlijn

De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als 'Speciale Beschermingszone'. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de 'Speciale Beschermingszones', ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van 'Speciale Beschermingszones' worden volgens de richtlijn getoetst.

Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als 'Speciale Beschermingszone' in het kader van de Vogelrichtlijn. 4.1.2

Habitatrichtlijn

De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als 'Speciale Beschermingszone' in het kader van de Habitatrichtlijn.

18

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

4.1.3

Het verdrag van Valletta (Malta)

Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen. De archeologische waarden zijn opgenomen als dubbelbestemming in het geldende bestemmingsplan. Hier zijn Regels aan gesteld ter bescherming van mogelijke archeologische waarden. In hoofdstuk 5, paragraaf 5.5 wordt dit nader toegelicht. 4.1.4

Kaderrichtlijn water

De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering) Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.

Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Een watertoets is beschreven in hoofdstuk 5 in paragraaf 5.3. 4.1.5

Conclusie

De internationale regelgeving en/of de europese regelgeving is geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

19

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.2.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.2.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

20

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

4.2.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 4.2.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.

Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling van het zonnepark. 4.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau, in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's. Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer het Natuur Netwerk Nederland (de opvolger van de ecologische hoofdstructuur), radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en spoorlijnen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Duurzame energie Het Rijk zet in op een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening en het geschikt maken van de elektriciteitsinfrastructuur op de langere termijn voor meer decentrale opwekking van elektriciteit. In de Structuurvisie wordt aangegeven dat het aandeel van duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie in de totale energievoorziening omhoog moet. De ambitie is dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie vergevorderd is. Het is primair de taak van provincies en gemeenten voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening (zoals zonne-energie en biomassa). Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

21

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig, naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis. Toetsing Voorliggend project moet ruimte gaan bieden aan de realisatie van een zonnepark. Het project levert daarmee een bijdrage aan de doelstelling voor 2040 uit het Rijksbeleid. 4.2.3

Besluit ruimtelijke ordening

Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede lid) Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek is opgenomen. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (welke is vervangen door het Novi) binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Toetsing Stedelijke ontwikkeling Volgend uit jurisprudentie wordt een zonnepark niet als een stedelijke ontwikkeling beschouwd. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State blijkt dat soortgelijke projecten, die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, windpark of een hoogspanningsleiding. Ook de Rechtbank Overijssel heeft in april 2018 geoordeeld dat een zonnepark geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (zaaknummer ak_zwo_17_2460 en ak_zwo_17_2461). In hoger beroep is dit door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 23 januari 2019 bekrachtigt cq. bevestigd (zaaknummer 201804681/1/A1). Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is wel ingegaan op de onderbouwing van de behoefte en de argumentatie achter de omvang en de locatie. Behoefte, omvang en locatie Er bestaat een behoefte om te komen tot een duurzame energievoorziening. Deze behoefte staat o.a. aangegeven in de Omgevingsvisie van de Provincie Gelderland. Zowel de provincie als de gemeente willen zich profileren als duurzame overheidsinstanties. Binnen bestaand bebouwd gebied zijn geen locaties beschikbaar met een omvang van aaneensluitend circa 3 ha grond.

Binnen de bebouwde kom is wel ruimte voor zonnepanelen op daken. De daken zijn veelal in particulier eigendom, waardoor de eventuele realisatie van zonnepanelen afhankelijk is van het initiatief van de eigenaar. De realisatie van zonnepanelen op daken is sterk afhankelijk van de wil van de particulier en draagt in beperkte mate bij aan de ambitieuze duurzaamheidsambitie. Niet iedereen heeft de mogelijkheid om op het eigen dak zelf in eigen duurzame elektriciteitsopwekking te voorzien. Er zijn diverse redenen waarom daken niet geschikt zijn en ook nog vele ogenschijnlijk geschikte daken toch niet geschikt blijken te zijn. Dit zijn bijvoorbeeld esthetische bezwaren, de aanwezigheid van rieten daken, constructietechnische bezwaren, te klein dakoppervlak, hinderlijk schaduw en netwerkaansluiting-beperkingen. Om voldoende zonne-energie op te kunnen wekken om te kunnen

22

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent voldoen aan de ambities die zijn verwoord in overheidsbeleid, zijn daartoe ook zonneparken noodzakelijk. Voor een economisch rendabel zonnepark dat substantieel bijdraagt aan de duurzaamheidsopgave is een grote oppervlakte nodig die effectief gebruikt kan worden. Een zonnepark met een dergelijke omvang is niet te realiseren op gronden binnen de kernen van de gemeente Oost Gelre. Er zijn geen gronden met een dergelijke omvang binnen de kernen beschikbaar, waarbij de realisatie ook financieel uitvoerbaar is. 4.2.4

Energieakkoord voor duurzame groei

In het Energieakkoord voor duurzame groei is de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid. Het akkoord biedt een langetermijnperspectief met afspraken voor de korte en middellange termijn. Een van de te realiseren doelen is een toename van hernieuwbare energieopwekking naar 14% in 2020 met een verdere stijging van dit aandeel naar 16% in 2023. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt naar verwachting 2.400.000 KWh duurzame energie opgewekt. Dit staat ongeveer gelijk aan het verbruik van 880 gemiddelde huishoudens. Hiermee levert de voorgenomen ontwikkeling een forse bijdrage in de doelstelling van het Rijk om te komen tot een aandeel van 14% duurzaam opgewekte energie in 2020 en 16% in 2023. 4.2.5

Klimaatakkoord

De Nederlandse overheid wil klimaatverandering tegengaan en stelt daarom het doel dat Nederland in 2030 49% minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990. Om deze doelstelling te realiseren, heeft het kabinet het pakket aan maatregelen voor het Klimaatakkoord vastgesteld. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt naar verwachting 2.400.000 kWh duurzame energie opgewekt. Dit staat ongeveer gelijk aan het verbruik van 880 gemiddelde huishoudens. Hiermee levert de voorgenomen ontwikkeling een bijdrage in de doelstelling van het Rijk om te komen tot 49% minder CO2 uitstoot in 2030. 4.2.6

Rijk investeert in duurzame groei

De afgelopen jaren heeft de overheid diverse doelstellingen geformuleerd betreffende het opwekken van duurzame energie. Om deze doelstellingen te behalen worden initiatieven voor het opwekken van duurzame energie gestimuleerd en gesubsidieerd. Voor de realisatie van zonneparken kan SDE++ subsidie worden aangevraagd. 4.2.7

Nationaal waterplan 2016 - 2021

Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 op basis van de Waterwet vastgesteld. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust.

Toetsing Wateroverlast kan ontstaan door hoge grondwaterstanden, overstromend oppervlaktewater (inundatie), overbelasting van het riool of een combinatie van deze drie. Het is dan ook van belang om bij nieuwe

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

23

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent ontwikkelingen rekening te houden met de wateropgave. De wijze waarop met het onderhavige planvoornemen wordt omgegaan met de wateropgave, is nader beschouwd in hoofdstuk 5. 4.2.8

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders en regelgeving. Vanuit deze beleidsdocumenten en regelgeving zijn geen randvoorwaarden of uitgangspunten die rechtstreeks doorwerken op het voorgenomen plan. Daarnaast draagt het plan bij aan het behalen van de vastgestelde doelstellingen in het Energieakkoord voor duurzame groei.

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

In de omgevingsvisie Gaaf Gelderland zijn verschillende ambities opgenomen. Eén van deze ambities is dat Gelderland in het jaar 2050 klimaatneutraal is. Dit moet worden bereikt door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Als tussendoel is gesteld dat in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland moet zijn gerealiseerd. Specifiek voor de opwek van zonne-energie en windenergie is onderstaande kaart opgesteld, waarin is aangegeven waar zonne- en windenergie mogelijk zijn. Op de themakaart ruimtelijk beleid valt het terrein bovendien in een gebied waar grote zonneparken mogelijk zijn.

Gebieden waar zonne- en windenergie mogelijk zijn

24

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

Uitsnede themakaart Ruimtelijk Beleid, grote zonneparken mogelijk

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een grondgebonden zonnepark. Dit is volgens het provinciale beleid mogelijk (zie bovenstaande afbeelding) nu het plangebied is aangewezen als een gebied waarin grote zonneparken mogelijk zijn. Dit zijn gebieden waar de gebiedskwaliteiten geen obstakel vormen voor de ontwikkeling van grote zonneparken. De gemeente heeft de uiteindelijke bevoegdheid om hier een groot zonnepark toe te staan. Het zonnepark draagt bij aan het provinciale doel om duurzame energie op te wekken. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen de algemene doelstellingen in de Omgevingsvisie Gelderland. 4.3.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening hangt samen met de hiervoor genoemde Omgevingsvisie. Het is de doorvertaling van de visie naar regels voor de fysieke leefomgeving. Het wordt ingezet om bepaalde essentiële onderdelen van het beleid juridisch te borgen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. Gemeenten en waterschappen krijgen zoveel mogelijk ruimte daar zelf nadere invulling aan te geven. In het ontwerp-actualisatieplan 8 van de Omgevingsverordening is een motivering gegeven voor zonneparken in het buitengebied. Inpassing van zonne-energie in het stedelijk gebied (zoals op daken, parkeerplaatsen, bedrijventerreinen) heeft hierbij de voorkeur. Zonneparken in het buitengebied zijn nodig om de klimaatdoelen te halen, maar vergen een zorgvuldige ruimtelijke afweging (en inrichting) gelet op de kwaliteit van inrichting van de Gelderse leefomgeving. Hierbij wordt rekening gehouden met: 1. de behoefte aan energieopwekking met zonne-energie; 2. de mogelijkheid om binnen het stedelijk gebied en op daken van gebouwen in die behoefte te voorzien; 3. de mogelijke nadelige gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit van gebieden of locaties waar zonneparken mogelijk zijn; 4. de samenhang met het omringende landschap; 5. de consequenties voor het elektriciteitsnet; en 6. het huidige grondgebruik.

Daarnaast is een maximale gebruikstermijn van 30 jaar opgenomen en de voorwaarde dat het zonnepark na gebruik moet worden verwijderd.

Afweging

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

25

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

Het project betreft de realisatie van een zonnepark van circa 3 ha met een netto oppervlak voor de zonnepanelen van ongeveer 2 ha. Het project levert daarmee een bijdrage aan de doelstelling van de Provincie Gelderland om in 2050 klimaatneutraal te zijn en in 2030 55% minder broeikasgassen uit te stoten. De locatie ligt in een gebied waar grote zonneparken ingevolge de Omgevingsverordening zijn toegestaan. Om de gemeentelijke doelstelling voor 2030 te behalen moeten we aan de slag met energiebesparing en het opwekken van duurzame energie. Behalve dat niet alle daken constructief geschikt zijn, zal ook met het alleen vol leggen van daken de doelstelling niet worden gehaald. Daar is meer voor nodig. De gemeente heeft in haar vastgestelde energiebeleid (Grootschalige hernieuwbare energieopwekking) gekozen voor een én én strategie. Met name windmolens en grote zonneparken dragen in grote mate bij aan de benodigde op te wekken Megawatts aan elektriciteit. Dat geldt ook voor de agrarische gronden. Hiermee zal de inrichting van onder andere het buitengebied van onze gemeente veranderen. De gemeente streeft met het beleid naar meervoudig gebruik van bijvoorbeeld agrarische én energieopwekking. Bovendien kan de grond desgewenst na de energiefunctie weer teruggaan naar agrarisch gebruik.

Door het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning Wabo heeft initiatiefnemer aangegeven niet de bestemming van het perceel te willen veranderen maar het gebruik ervan. Het agrarisch gebruik van het perceel wordt voor een periode van 25 jaar gewijzigd, zoals opgenomen in de omgevingsvergunning, naar een gebruik als zonnepark. In de omgevingsvergunning is tevens aangegeven dat het zonnepark na 25 jaar exploitatie moet worden ontmantelt met uitzondering van de in het landschapsplan aangegeven onderdelen van de landschappelijke inpassing. Daarnaast zijn in hoofdstuk 5 van deze ruimtelijke onderbouwing alle milieu-aspecten beschreven en onderzocht om nadelige gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit uit te sluiten. Daarbij wordt het zonnepark landschappelijk in haar omgeving ingepast. Liander als netwerkbeheerder blijft verantwoordelijk voor levering van elektriciteit en het beheer van het elektriciteitsnetwerk. Het zonnepark zal niet eerder op het elektriciteitsnet worden aangesloten als daarvoor ruimte is. Liander dient hiervoor zorg te dragen. 4.3.3

Conclusie

Het zonnepark draagt bij aan het provinciale doel om duurzame energie op te wekken. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen de algemene doelstellingen in de Omgevingsvisie en -verordening Gelderland.

4.4

Regionaal beleid

4.4.1

Structuurvisie Achterhoek 2020

De regio Achterhoek besteedt in haar Structuurvisie Achterhoek 2020 ook aandacht aan de energietransitie. De regio wil inzetten op een klimaat- en energiezuinige 'groene' Achterhoek met een uitgekiende hernieuwbare energiemix waarbij biomassa zeer kansrijk lijkt. Opwekking, transport en gebruik van energie moeten in de Achterhoek meer dan voorheen gericht zijn op duurzame bronnen, methoden en technieken. De Structuurvisie geeft aan dat energiekansen verder benoemd moeten worden. Er is ruimtelijk beleid nodig met concrete locaties, zoekgebieden en netwerken dat duurzame energie gaat stimuleren. Dit is onder andere uitgewerkt in de 'Uitvoeringsagenda Achterhoek Energieneutraal 2030'. De verschillen in landschapstypen zijn een belangrijke identiteitsdrager van de Achterhoek. De Achterhoekse gemeenten willen die kenmerken en de landschappelijke verschillen behouden, versterken of herstellen. Het gaat er daarbij om het opdoen van inspiratie uit het verleden, voor de inpassing van nieuwe ontwikkelingen. De karakteristieken van deze landschapstypen bieden aanknopingspunten voor de inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Het Achterhoekse landschap kan veel functies absorberen.

26

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Zieuwent

Het plangebied valt volgens de landschapstypenkaart onder het kampen-of hoevenlandschap. Dit betreft een coulisselandschap met een afwisseling van essen, houtwallen, bosjes, lanen, beken, boerderijen, met een bijzondere beslotenheid en kleinschaligheid als gevolg. Bebouwing is in kleine clusters gelegen, niet per definitie direct langs de weg. Het kavel- en wegenpatroon heeft een kronkelig karakter. Deels zijn de wegen onverhard. De aanwezige essen zijn herkenbaar aan het hoogteverschil. Beken slingeren zich als een van de weinige doorgaande structuren door het landschap. De overgang van kernen naar het landelijk gebied is geleidelijk. De Structuurvisie richt zich op het versterken van de aanwezige kwaliteiten door aandacht voor beek begeleidende beplanting en de lokale aanleg van kleine landschapselementen zoals houtwallen en poelen. 4.4.2

Uitvoeringsagenda Achterhoek Energieneutraal 2030

In oktober 2014 is door de Colleges van de acht Achterhoekse gemeenten besloten om de regionale 'Uitvoeringsagenda van de Regio Achterhoek' aan te vullen met een 'Uitvoeringsagenda Achterhoek Energieneutraal 2030'. Deze uitvoeringsagenda moet energiebesparende en duurzame energieopwekkende projecten omvatten waaruit resultaten voortvloeien. Deze agenda is noodzakelijk om de gezamenlijke ambitie, Achterhoek energieneutraal in 2030, te behalen. Uit die agenda moeten per (samenwerkende) gemeente(n) concrete projecten met bijbehorende financieringswijzen komen rollen. Juist deze agenda moet concreet bijdragen aan het behalen van de doelstelling op de lange termijn. Een 'Energieneutrale Achterhoek' betekent dat er binnen de grenzen van de Achterhoek net zo veel energie op duurzame wijze wordt opgewekt, als er wordt verbruikt in gebouwen en door bedrijven. Energiebesparing Om te beginnen moet er in 2030 (ten opzichte van 2012) 55% op het gasverbruik en 20% op het elektriciteitsverbruik worden bespaart. Het energieloket krijgt hierin, voor de uitvoerende werkzaamheden, een centrale rol. De gemeentelijke duurzaamheidscoördinatoren kunnen hun focus dan volledig op het beleid voor de energietransitie en het faciliteren van de opwekking leggen. Het energieloket zal zich wat de energiebesparing betreft met name richten op isolatie, warmtepompen en elektrische verwarming.

Als hulpmiddelen bieden de gemeenten de duurzaamheidslening en waar mogelijk subsidies. Opwekking duurzame energie Naast energiebesparing moet er een grote hoeveelheid duurzame energie opgewekt worden. Hiervoor zijn in de Achterhoek tot 2030 de volgende installaties nodig: 124 windmolens (naast de 14 bestaande) (circa 7 ha. grondoppervlak); 958 zonnestroominstallaties op bedrijfsdaken (circa 150 ha. dakoppervlak); 355 zonneparken (veldopstellingen, waarvan 300 Zon op Erf projecten, met een totaal grondoppervlak van 415 ha.); 69 biomassacentrales (naar schatting 20 ha. grondoppervlak) en 27 biovergistingsinstallaties (naast de 9 bestaande) (circa 25 ha. grondoppervlak). Voor het bereiken van een energieneutrale Achterhoek in 2030 is het volgende van belang: Focus op grootschalige projecten voor opwek, met name windparken en zonneparken; Intensieve samenwerking met andere beleidsvelden in gemeente: integrale visie; Vraag burgers en bedrijven om projecten, initiatieven en goede locaties; Bereid (in tweede instantie) geschikte locaties voor; 'Ja, mits' houding; Intensieve samenwerking gemeente, burgers, ontwikkelaars en Liander; Risicovolle voorfinanciering: inzet resolverende middelen, fonds; Bij pensioenfondsen en verzekeraars is veel geld beschikbaar.

Zet volop in om arrangementen te ontwikkelen waar deze partijen bereid zijn in te stappen; Participatiemodellen inzetten, meeprofiteren omwonenden; Gebiedsprojectbenadering: alle stakeholders, winst voor omgeving;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11574266/1