CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

vvgb boschlaan 18 bijlage 2 ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 20 september 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen inzake aanvraag omgevingsvergunning WSL Lichtenvoorde12.637 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.6.1

Toetsingskader

Activiteitenbesluit Voor inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer gelden voor het aspect geluid regels uit het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit bevat standaard waarden die van toepassing zijn voor de meeste inrichtingen. Voor het toegestane langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L Ar,LT) en maximale geluidsniveau (L Amax) geldt het standaard toetsingskader uit tabel 3.17a van het Activiteitenbesluit.

4.6.2

Resultaten

In het kader van dit project is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 7 bij de vergunningaanvraag). Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) In onderstaande tabel zijn de geluidniveaus afkomstig van de inrichting weergeven ter plaatse van de omliggende woningen.

31 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-016.686 | Definitief

Tabel 4.1 Resultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Punt

Omschrijving

hoogte (m)

Geluidsniveau in dB(A) * Dagperiode

01_A

Boschlaan 12

1,5

01_B

Boschlaan 12

5

02_A

Europaweg 9A

1,5

02_B

Europaweg 9A

5

03_A

Europaweg 9

1,5

03_B

Europaweg 9

5

04_A

Voshuttedijk 2

1,5

04_B

Voshuttedijk 2

5

05_A

Boschlaan 20

1,5

05_B

Boschlaan 20

5

08_A

Boschlaan 18A

1,5

08_B

Boschlaan 18A

5

Avondperiode

Nachtperiode

23/45--

22/40--

16/45--

16/40--

14/45--

14/40--

14/45--

14/40--

22/45--

22/40--

29/45--

29/40--

29/50/--

9/50--

14/50--

14/50--

26/50--

37/50--

* Berekende waarde/grenswaarde geluidbeleid/overschrijding.

Uit de tabel blijkt dat ruimschoots voldaan wordt aan de grenswaarde van het geluidbeleid van gemeente Oost Gelre. Maximale geluidniveau (LAmax) In tabel 4.3 zijn de maximale geluidniveaus weergegeven in de dagperiode. In de avond- en nachtperiode treden geen duidelijke pieken op, zodat altijd voldaan zal worden aan het geluidbeleid.

Tabel 4.2 Resultaten maximale geluidsniveaus Punt

Omschrijving

Hoogte (m)

Maximaal geluidsniveau dagperiode in dB(A)

01_A

Boschlaan 12

1,5

42/70/--

02_A

Europaweg 9A

1,5

20/70/--

03_A

Europaweg 9

1,5

27/70/--

04_A

Voshuttedijk 2

1,5

28/70/--

05_A

Boschlaan 20

1,5

37/70/--

08_A

Boschlaan 18A

1,5

47/70/--

* Berekende waarde/grenswaarde geluidbeleid/overschrijding.

Uit de tabel blijkt dat er overal ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden. Indirecte hinder Het geluidsniveau bedraagt 43 dB(A) in de dagperiode Boschlaan 18A. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde.

32 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-016.686 | Definitief

4.6.3

Conclusie

Uit de rekenresultaten blijkt dat wordt voldaan aan de grenswaarden. Het thema geluid vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig plan.

4.7

Geur

Geur kan in de leefomgeving hinder veroorzaken en brengt om die reden ook gezondheidsrisico's met zich mee. Dit betekent dat bij ruimtelijke planvorming, in het kader van de goede ruimtelijke ordening, de geuruitstoot op de functie of van de bron moet worden beoordeeld bij: 1 het mogelijk maken van een geurgevoelige functie; of 2 het mogelijk maken/wijzigen van een (2) geurbron. De geurconcentratie die tijdens een bepaalde tijd op een geurgevoelig object ‘terecht' komt, wordt geurbelasting (of ‘immissie') genoemd.

4.7.1

Toetsingskader

Het Activiteitenbesluit omvat het toetsingskader voor (industriële) bedrijven. Daarnaast hebben sommige gemeenten en provincies zogenaamde ‘geursignaleringskaarten' gemaakt. Hierop staat voor meerdere bedrijven de ruimte voor geur met contouren op een plattegrond. Het Activiteitenbesluit, de maatwerkbesluiten en de vergunningen gaan echter altijd voor. Dit zijn namelijk de geldende juridische documenten. Bovendien zijn deze documenten actueel. Realiseren/ wijzigen geurbron Bij het realiseren van een nieuw geurveroorzakend bedrijf, bron of de (planologische) uitbreiding van een bedrijf met een geurcontour, dienen eventuele bestaande geurgevoelige objecten mee beoordeeld worden. Voor nieuwe situaties moet het bestemmingsplan voorzien in een goede juridische regeling. Tevens bevat het bestemmingsplan de motivatie van de haalbaarheid van de nieuwbouw en/of uitbreiding van een bedrijf.

4.7.2

Resultaten

In het kader van het voornemen is een geuronderzoek uitgevoerd (zie bijlage 10 bij de vergunningaanvraag). De exacte effecten van deze wijzigingen op de geuremissie zijn niet bekend, aangezien de installatie nog niet is gerealiseerd. Echter, gelet op de zeer ruime marge in de gemeten emissies, wordt er vanuit gegaan dat de huidig vergunde emissie van 14,5 miljoen ouE/uur niet wordt overschreden. Ondanks dat niet wordt verwacht dat de vergunde emissie wordt overschreden, is ook berekend bij welke maximale geuremissie de streefwaarde van 0,15 ouE/m³ als 98-percentiel in de omgeving niet wordt overschreden. In onderstaande afbeelding zijn de contouren weergegeven van een emissie van 28,8 miljoen ouE/uur. Op basis van deze contour kan worden geconcludeerd dat de maximale geuremissie waarbij de streefwaarde op geen enkel geurgevoelig object in de omgeving wordt overschreden, 28,8 miljoen ouE/uur bedraagt. Dit is bijna het dubbele van de huidig vergunde emissie. Daarnaast worden alle potentiële geur emitterende procesonderdelen afgedekt en op onderdruk gehouden. De lucht wordt in het bestaande overgedimensioneerde drietraps zuiveringssysteem gezuiverd

33 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-016.686 | Definitief

geeft en minder dan 0,1 μg PM10/m3 (en PM2,5) geeft op de terreingrens van de RWZI. De bijdragen van de emissies van Waterstromen Lichtenvoorde zijn daarom naar verwachting nog lager, zeker aangezien de NOx emissie op basis van uitgevoerde stikstofdepositieberekeningen 2.479,82 kg/jaar bedraagt. De situatie voldoet in zeer ruime mate aan de grenswaarden van de Wet milieubeheer titel 5.2. Bij de vergunningaanvraag is een notitie luchtkwaliteit toegevoegd (bijlage 8).

4.9

Verkeer en parkeren

Met de voorgenomen ontwikkeling kunnen wijzigingen optreden in het verkeerspatroon. In deze paragraaf worden deze effecten nader toegelicht.

4.9.1

Toetsingskader

In artikel 4 van Facetbestemmingsplan Parkeren is opgenomen dat: - een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen slechts wordt verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort; - burgemeester en wethouders passen deze bouwregels toe met inachtneming van de door hen vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die zijn opgenomen in de nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre, dan wel haar rechtsopvolger.

4.9.2

Resultaten

Voor de jaarlijkse aanvoer van maximaal 100.000 ton reststoffen en 40.000 m 3 overig afvalwater zijn maximaal 4.000 tankwagentransporten per jaar nodig. Voor de afvoer van producten (ontwaterd digestaat, N meststof en vloeibaar CO 2) zijn maximaal 1.000 transporten per jaar nodig. Voor de aanvoer van ondersteunende chemicaliën en overige dienstverlening zijn maximaal 1.000 transporten per jaar nodig. Totaal vinden in de huidige situatie maximaal 6.000 transporten plaats per jaar. Door een gedeeltelijk combinatie van aan- en afvoer vinden maximaal 10.000 transportbewegingen plaats per jaar. Dat is een toename van 25% ten opzichte van de vigerende (akoestische) situatie, die uitgaat van maximaal 8.000 transportbewegingen per jaar. Dat zijn omgerekend circa vijf extra transporten per dag door de uitbreiding van de capaciteit. WSL is ontsloten aan een doorgaande weg waar de tankwagentransporten op dit moment ook over plaatsvinden. Deze doorgaande weg wordt met name gebruik door landbouwverkeer en bezoekers aan de nabijgelegen camping. De weg is niet overbelast. De toename in transporten vormt geen belemmering voor de afstroming van het huidige verkeersnetwerk. De uitbreiding van de vergistingscapaciteit leidt niet tot een toename in personele aanwezigheid.

De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een dusdanige toename aan verkeer waarvoor extra parkeergelegenheid moeten worden gerealiseerd. Daarnaast is binnen de inrichting voldoende parkeergelegenheid aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het facetbestemmingsplan parkeren.

35 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-016.686 | Definitief

4.9.3

Conclusie

Deze geringe toename in verkeersstromen vormt geen belasting op de omgeving. Binnen de inrichting is voldoende parkeergelegenheid aanwezig voor de inkomende verkeersstromen. Het aspect verkeer en parkeren is daarmee geen belemmering voor het plan.

4.10

Externe veiligheid

Het transport, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen brengen risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke lading vrij kan komen. De discipline externe veiligheid houdt zich bezig met het beheersen van de hieraan verbonden risico’s voor mensen die zich in de nabijheid van gevaarlijke stoffen bevinden. Daarnaast horen bij externe veiligheid de risico’s volgend uit het in werking hebben van windturbines en luchthavens. Het Nederlandse externe veiligheidsbeleid is gericht op de bescherming van individuen die zich bevinden in beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten1. Deze twee soorten (kwetsbare) objecten worden ook wel de risico-ontvangers genoemd. In het kader van het vaststellen van nieuwe ruimtelijke plannen zoals een bestemmingsplan moet worden getoetst of het realiseren van het plan een onacceptabel externe veiligheidsrisico oplevert. Bij de toetsing moet gekeken worden naar twee soorten risico’s, plaatsgebonden risico en groepsrisico. In deze paragraaf wordt eerst het toetsingskader beschreven met de daarbij behorende definities van het plaatsgebonden en groepsrisico. Daarna komen de risicobronnen die zich in het gebied bevinden aan de orde en is getoetst aan de geldende wet- en regelgeving.

4.10.1 Toetsingskader Externe veiligheid betreft de beheersing van de risico's en gaat om het gebruik, de opslag, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen. De gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen: - stationaire bronnen, zoals een fabriek of een LPG-vulpunt; - mobiele bronnen, zoals transport van gevaarlijke stoffen over wegen en door leidingen. Voor inrichtingen (bedrijven) zijn het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) en de ‘Regeling externe veiligheid inrichtingen’ (Revi) van belang. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen wordt externe veiligheid omschreven als 'de kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen de inrichting waar een gevaarlijke stof bij betrokken is'. De richtlijnen voor buisleidingen zijn weergegeven in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), als ook de bijbehorende regeling (Revb). Voor transport is de 'Wet vervoer gevaarlijke stoffen' van belang. Daarnaast is er een aantal besluiten en regelingen vastgesteld waarin het beleid verder uitgewerkt is, waaronder het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij externe veiligheid wordt een onderscheid gemaakt tussen een plaatsgebonden risico en een groepsrisico.

Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon, die zich gedurende een jaar onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10 -5 (één op 100.000) en een contour waarbinnen deze kans 10 -6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze contour mogen in ieder geval geen kwetsbare objecten (onder andere scholen, gebouwen waar zich veel mensen

1

In artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen is de definitie opgenomen van kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten.

36 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-016.686 | Definitief

bevinden en gebouwen waar zich minder zelfredzame personen kunnen bevinden) aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Het groepsrisico is de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Voor de contour van het groepsrisico geldt in ieder geval dat het niet wenselijk is om hier kwetsbare bestemmingen toe te staan. Het streven moet zijn om het aantal personen binnen het invloed gebied onder de oriëntatiewaarde en waar mogelijk zo laag mogelijk te houden.

4.10.2 Resultaten In het kader van de uitbreiding van WSL is een onderzoek uitgevoerd voor het thema Externe Veiligheid (zie bijlage 13 bij de vergunningaanvraag). Aangezien het voornemen is om bouwwerken ten behoeve van een BIR te realiseren valt het voornemen niet onder definitie van artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarmee wordt het voornemen niet beschouwd als een beperkt kwetsbaar object of kwetsbaar object. Uit de risicokaart (zie afbeelding 4.5) blijkt dat binnen en in de directe nabijheid van de locatie Lichtenvoorde geen risicobronnen gelegen zijn, waarvan de risicocontouren of het invloedsgebied van derden over het terrein van WSL zijn gelegen. De relevante risicobronnen voor gehele inrichting van WSL zijn: - de drie vergisters; - de drie navergisters; - de opslag van het biogas.

Afbeelding 4.5 Uitsnede risicokaart

Afbeelding 4.6 geeft een schematische weergave van de bestaande PR 10-6 contouren van de betreffende risicobronnen. Afbeelding 4.7 geeft een schematische weergave van de contouren voor de te realiseren risicobronnen.

37 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-016.686 | Definitief

Afbeelding 4.6 Bestaande situatie: de opslag van het biogas, twee vergisters en de twee navergisters zijn ingetekend met de bijbehorende PR 10-6 contour (25 m, opslag (egalisatietank) en 5 m voor de vergisters en navergisters)

Afbeelding 4.7 Toekomstige situatie: biogasopwerking, vergister en de navergister zijn ingetekend met de bijbehorende PR 10-6 contour (30 m biogasopwerking en 5 m voor de vergister en navergister)

Uit afbeelding 4.7 blijkt dat de risicocontour van de biogasopwerking net iets over de noordelijke grensafscheiding valt. Het aangrenzende perceel is aangemerkt als landbouwgrond. Het woonhuis op dit perceel ligt op een afstand van 570 m van de risicobron (biogasopwerking). Het perceel met woonhuis is niet aangemerkt als een (beperkt) kwetsbaar object.

38 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-016.686 | Definitief

Ten westen van WSL is eveneens een woonhuis gesitueerd (160 m van de risicobron (egalisatietank)). De PR 10-6 contour valt niet over de westelijke terreingrens van WSL en is daarom niet beschouwd. De PR 10-6 contouren van de vergisters en navergisters vallen binnen het terrein van WSL.

4.10.3 Conclusie Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de procesvoering van WSL geen gevolgen heeft voor de Externe Veiligheid. Het aspect externe veiligheid vormt hierdoor geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.11

Landschap

In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet in de planvorming rekening worden gehouden met het aspect landschap. Hierbij gaat het onder andere om kenmerkende ruimtelijke patronen/ structuren, karakteristieke beplantingsvormen en gebruikte soorten, de ruimtelijke opbouw van bebouwing in een gebied en de natuurwaarden in de omgeving. De bouwwerken ten behoeve van de BIR zijn overeenkomstig met de bestaande bouwwerken op de naastgelegen terreinen. Daarnaast is het terrein ten noorden van het plangebied ontsloten door een bomenrij. Een deel van deze bomenrij moet plaatsmaken voor de bouwwerken ten behoeve van de BIR. Naar verwachting worden circa 5 tot 10 bomen en struikgewas verwijderd. Na realisatie blijft echter een wezenlijk deel van de bomenrij bewaard. Dit betekent dat ook in de toekomstige situatie de bouwwerken aan het zicht worden onttrokken door de bomenrij. Met de voorgenomen locatie worden bouwwerken geconcentreerd op één plek. Door de bundeling van de activiteiten van WSL is een alternatieve locatie niet werkbaar. Er zijn geen bestemmingen/functieaanduiding opgenomen op de locatie van WSL met betrekking t ot het beschermen van landschapswaarden. Het aspect landschap vormt hiermee geen belemmering voor het plan.

4.11.1 Kabels en leidingen Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen en verbindingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. De leidingen en verbindingen zijn te verdelen in drie typen: 1 buisleidingen met een externe veiligheidszone; 2 bovengrondse hoogspanningslijnen; 3 overige leidingen. De eerste twee type leidingen zijn in ieder geval planologisch relevant. Voor de overige leidingen bepaalt bevoegd gezag of deze planologisch relevant zijn. Voorbeelden van planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: - gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen en goederen; - aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; - defensiebrandstoffen; - warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch.

39 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-016.686 | Definitief

4.11.2 Wettelijke grondslag Voor elk van de drie typen leidingen en verbindingen is het wettelijk gezien anders geregeld: 1 voor buisleidingen geldt een wettelijke verplichting. Voor buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van belang; 2 voor bovengrondse hoogspanningsleidingen geldt een advies van het Rijk. Hoe omgegaan moet worden met bovengrondse hoogspanningslijnen bij ruimtelijke plannen heeft het rijk aangegeven in haar ‘Advies met betrekking tot hoogspanningslijnen’ uit 2005 met kenmerk SAS/2005183118; 3 voor de overige leidingen bepaalt bevoegd gezag of deze planologisch relevant zijn. Gewone nutsleidingen zijn meestal niet relevant. Maar voor sommige leidingen is het toch wenselijk deze in het bestemmingsplan op te nemen. Bijvoorbeeld omdat ze van groot maatschappelijk belang zijn en er grote problemen ontstaan als de leiding niet meer werkt.

4.11.3 Resultaten Uit de vigerende bestemmingsplannen blijkt dat geen is sprake van planologisch relevante kabels en leidingen in ter plaatse van de te realiseren bouwwerken. Op het terrein van WSL en WRIJ ligt een planologisch beschermde leiding. De bescherming van deze ‘Leiding - Riool’ is opgenomen in artikel 23 van de vigerende bestemmingsplannen. Echter, er vinden geen werkzaamheden plaats ter plaatse van deze zone. Het biogas wordt getransporteerd door middel van bestaande gasleidingen. Er worden geen nieuwe kabels of leidingen aangelegd.

4.11.4 Conclusie Vanwege mechanische graafwerkzaamheden zal een Wibon-melding (voormalige KLIC) moeten worden gedaan bij het Kadaster. Uit de vigerende bestemmingsplannen blijkt dat geen is sprake van planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied.

4.12

Niet Gesprongen Explosieven

In de deze paragraaf wordt ingegaan op de mogelijke aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven in het plangebied en de gevolgen hiervan op voorgenomen ontwikkeling. Het bestaande bouwwerk ten behoeve van de slibbuffer wordt vervangen door de vergister. Er is dus sprake van reeds geroerde grond. De diepte van de graafwerkzaamheden ter plaatse van de overige bouwwerken is naar verwachting gering. Het uitvoeren van nader onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Het aspect Niet Gesprongen Explosieven vormt daarmee geen belemmering voor het plan.

4.13

Bedrijven en milieuzonering

De uitbreiding van WSL zorgt voor extra milieubelastende activiteiten in het plangebied. Er is echter geen sprake van het oprichten van een nieuwe milieubelastende activiteit. De bedrijfsactiviteiten wijzigingen niet. De voorgenomen ontwikkeling leidt daarom niet tot een wijziging van de bedrijfscategorie en de daarmee verbonden milieuzonering. Op basis van de uitgevoerde milieuonderzoeken blijkt dat voldaan wordt aan de geldende wettelijke normen voor onder andere geur en geluid.

40 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-016.686 | Definitief

5 UITVOERBAARHEID

5.1

Economische uitvoerbaarheid

De voorgenomen ontwikkeling wordt uitgevoerd door WSL en de kosten zijn voor rekening van WSL. Om de voorgenomen wijzigingen te realiseren wordt, na verkrijging van de omgevingsvergunning, SDE++ subsidie aangevraagd. Dit is de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, gericht op bedrijven en (non-profit) instellingen. Onder aanname dat de subsidie wordt verkregen is het realiseren van de voorgenomen wijzigingen qua projectrendement financieel haalbaar. De subsidie wordt aangevraagd voor het vervangen van de laag rendement WKK’s door een hoog rendement groen gas installatie. Het terrein dat zal worden gebruikt voor de voorgenomen wijzigingen is in eigendom van WRIJ. Met het waterschap is een intentieverklaring getekend waarin is opgenomen dat het waterschap medewerking verleent aan de voorgenomen wijzigingen door middel van een opstalrecht.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Gedurende het proces vindt afstemming plaats met de volgende partijen: - Waterschap Rijn en IJssel; - gemeente Oost Gelre; - bewoner nabij gelegen woning. WSL is voornemens om belangstellenden voorafgaand aan de terinzagelegging van de ontwerpbesluiten uit te nodigen voor een inlichtingenbijeenkomst, waarin WSL nader uitleg kan geven over haar plannen. Openbare voorbereidingsprocedure Om de omgevingsvergunning te kunnen verlenen dient een uitgebreide procedure te worden doorlopen. Ingevolge afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht worden de aanvraag, de ontwerpbeschikking en de bijbehorende stukken gedurende een periode van zes weken voor een ieder ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen zienswijzen door belanghebbenden worden ingediend. Na definitieve vaststelling van de omgevingsvergunning staat beroep open voor belanghebbenden bij de Rechtbank en vervolgens hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Verklaring van geen bedenkingen Een verklaring van geen bedenkingen is een instemming van een ander bestuursorgaan voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Zonder de verklaring van geen bedenkingen kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning niet verlenen. In dit geval is de provincie Gelderland bevoegd gezag, omdat sprake is van een IPCC-inrichting.

Een verklaring van geen bedenkingen is daarom nodig van de gemeenteraad voor het onderhavige plan. Ingevolge artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) wijst het Besluit omgevingsrecht (Bor) of een bijzondere wet categorieën met gevallen aan, waarvoor geldt dat een omgevingsvergunning niet wordt verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft

41 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-016.686 | Definitief

verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Burgemeester en wethouders mogen een omgevingsvergunning - nu de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3, van de Wabo wordt afgeweken van het bestemmingsplan - pas verlenen nadat de gemeenteraad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben (artikel 6.5, eerste lid van het Bor). In artikel 6.5, derde lid van het Bor is geregeld dat de gemeenteraad categorieën met gevallen kan aanwijzen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist. De gemeenteraad Oost Gelre heeft een lijst met categorieën vastgesteld waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad is vereist. Het onderhavige plan staat niet op deze lijst. Er is daarom een verklaring van geen bedenkingen nodig van de gemeenteraad voor het onderhavige plan.

42 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-016.686 | Definitief

6 CONCLUSIE Het afwijken van de bouwregels en bestemmingsomschrijving voor in totaal vijf bouwwerken leidt niet tot onacceptabele gevolgen en is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. De activiteiten die WSL in de toekomstige situatie gaat uitvoeren zijn in strijd met de bestemmingsomschrijving uit de enkelbestemming ‘Bedrijf - Nutsvoorziening’. Daarnaast geldt voor het bouwen van gebouwen dat uitsluitend bestaande gebouwen zijn toegestaan en de maatvoering van de gebouwen niet meer dan de bestaande maatvoering bedraagt. De bouwwerken ten behoeve van de nutriëntenterugwinning en biogasopwerking kunnen worden geclassificeerd als gebouwen. Dit betekent dat het realiseren van deze bouwwerken strijdig is met de bepalingen van de enkelbestemming ‘Bedrijf Nutsvoorziening’. Ten tweede mag de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 6 m bedragen. De bouwwerken ten behoeve van de vooropslagen, vergister en navergister hebben respectievelijk een bouwhoogte van 12 m, 16 m en 9 m. Dit betekent dat het realiseren van de vooropslagen, vergister en de navergister niet passend zijn binnen de enkelbestemming ‘Bedrijf Nutsvoorziening’. Gelet op de milieu- en omgevingsaspecten kan de omgevingsvergunning worden verleend voor het afwijken van de bestemmingsomschrijving en de bouwregels.

43 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-016.686 | Definitief

www.witteveenbos.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11804966/1