vvgb boschlaan 18 bijlage 16 quickscan natuur
Tekst van het document
Effecten en conclusie Het plangebied vormt mogelijk geschikt foerageergebied voor gewone pad en bruine kikker. Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling. Door de afwezigheid van geschikt biotoop voor niet vrijgestelde amfibiesoorten, kan worden uitgesloten dat deze binnen de grenzen van het plangebied aanwezig zijn. Hierdoor zijn negatieve effecten van de geplande werkzaamheden op deze soortgroepen uit te sluiten. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn niet nodig. Wel geldt de algemene zorgplicht van de Wnb (zie paragraaf 3.1.2).
5.2.6
Reptielen
Bureaustudie Op basis van de NDFF database [lit. 3] zijn in de afgelopen vijf jaar in de wijdere omgeving (circa 3 km) van het plangebied geen waarnemingen van reptielen bekend. Reptielsoorten komen voor in zandige terreinen en voldoende open, zonnige plekken (zandhagedis, adder), waterrijke gebieden op overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden (ringslang), heide (gladde slang, levendbarende hagedis) en houtwallen en spoorbermen (hazelworm). Op basis van deze algemene biotoopeisen en de bekende verspreiding van deze reptielsoorten in Nederland worden er geen reptielsoorten verwacht in het plangebied. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek werden geen reptielsoorten aangetroffen. De aanwezige biotopen binnen het plangebied komen niet overeen met de biotoopeisen van beschermde reptielen. De aanwezigheid van reptielen in het plangebied wordt uitgesloten. Effecten en conclusie Door de afwezigheid van geschikt biotoop voor reptielen, kan worden uitgesloten dat reptielsoorten binnen de grenzen van het plangebied aanwezig zijn. Hierdoor zijn negatieve effecten van de geplande werkzaamheden op deze soortgroepen uit te sluiten. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn niet nodig.
28 | 37
Witteveen+Bos | 125555/21-016.571 | Definitief
5.2.7
Vis
In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. De aanwezigheid en de verstoring van beschermde vissoorten is daarmee uit te sluiten. Nader onderzoek en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.
5.2.8
Vlinders, libellen en andere ongewervelden
Bureaustudie Op basis van de NDFF databank [lit. 3] zijn in de afgelopen vijf jaar in de wijdere omgeving (circa 3 km) van het plangebied enkele waarnemingen bekend van de niet-vrijgestelde ‘Andere soort’ grote vos. Er zijn geen waarnemingen van Habitatrichtlijnsoorten bekend. De waarnemingen van grote vos zijn op ruime afstand (>500 m) ten noorden van het plangebied gedaan (zie afbeelding 5.7).
Afbeelding 5.7 Waarnemingen van grote vos in de ruime omgeving van het plangebied (rode contour) [lit. 3]1
De biotoopeisen van de waargenomen ongewervelden worden in onderstaand kader beschreven. Grote vos De grote vos vliegt op warme, zonnige plekken in vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Waardplanten zijn vooral de iepen maar ook wilgen en soms ook fruitbomen (zoete kers) of meidoorn [lit. 8]. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen vlinders, libellen en ongewervelden aangetroffen die onder de Wnb beschermd zijn. Het plangebied en de directe omgeving voldoen daarnaast niet aan de (over het algemeen 1
Deze informatie is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
29 | 37
Witteveen+Bos | 125555/21-016.571 | Definitief
hoge) eisen van beschermde vlinders, libellen en ongewervelden zoals heide, plantenrijke vennen, zuurstofrijke beken, verlandingsvegetaties met krabbescheer, zandstrandjes langs de grote rivieren, bloemen/of kruidenrijke graslanden, blauwgraslanden, moerassen, bos, stromend water. Daarnaast komen de waardplanten van de soorten niet in de plangebieden voor [lit. 8]. De waardplanten voor grote vos zijn bijvoorbeeld iepen, wilgen en soms ook fruitbomen (zoete kers) of meidoorn. Deze zijn niet aangetroffen in het plangebied. Effecten en conclusie Door de afwezigheid van geschikt biotoop en waardplanten voor beschermde vlinder- of libelsoorten, kan worden uitgesloten dat beschermde dagvlinders, libellen of andere ongewervelde binnen de grenzen van het plangebied aanwezig zijn. Hierdoor zijn negatieve effecten van de geplande werkzaamheden op deze soortgroepen uit te sluiten. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn niet nodig.
30 | 37
Witteveen+Bos | 125555/21-016.571 | Definitief
6 SAMENVATTING EN CONCLUSIE
6.1
Gebiedsbescherming
6.1.1
Natura 2000
Het plangebied ligt op relatief grote afstand (tenminste 5,2 km) van omliggende Natura 2000-gebieden. Het optreden van directe effecten, zoals verstoring door oppervlakteverlies, geluid, licht, trilling of optische verstoring kan als gevolg van de afstand tussen het plangebied en omliggende Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Vervolgstappen zijn niet nodig. Bij zowel de realisatie- als gebruiksfase is er mogelijk sprake van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. De realisatie van de uitbreiding bij WSL valt onder de partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningsplicht op grond van artikel 2.9a Wnb, en is daarom niet vergunningplichtig. De gevolgen als gevolg van stikstofdepositie vanwege de realisatiefase hoeven om deze reden ook niet verder onderzocht te worden. De vrijstelling geldt echter niet voor de gebruiksfase. Om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden van de gebruiksfase in beeld te brengen dient een stikstofberekening in AERIUS uitgevoerd te worden. Als uit deze berekening volgt dat er geen sprake is van een meetbare projectbijdrage (<0,005 mol/ha/jr), dan is de nodige juridische zekerheid verschaft dat de werkzaamheden kunnen plaatsvinden zonder Wnb-vergunning. In het geval er toch een hogere projectbijdrage optreedt zijn nadere vervolgstappen nodig (Voortoets en/of Passende Beoordeling en vergunning.
6.1.2
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt buiten het NNN (GNN en GO). Voor gronden die grenzen aan het NNN, maar daar zelf buiten liggen, gelden volgens het provinciale NNN-beleid geen beperkingen. Het NNN heeft geen ‘externe werking’ die een toets van gebruik aangrenzend aan het natuurgebied verplicht stelt. Omdat het plangebied geheel buiten het NNN valt, is er geen sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden.
6.2
Soortenbescherming
In de onderstaande tabel zijn de bevindingen en conclusies ten aanzien van de beschermde soorten samengevat.
31 | 37
Witteveen+Bos | 125555/21-016.571 | Definitief
Tabel 6.1 Samenvattende tabel soortenbescherming Soortgroep
Kans op overtreding Wnb?
Vervolgstappen nodig?
Ontheffing aanvragen?
Mitigerende maatregelen
Vervolgonderzoek (indien mitigatie niet mogelijk of niet voldoende)
flora
nee
geen, wel zorgplicht
nee
nee
grondgebonden zoogdieren
ja, indien essentieel leefgebied van marterachtigen (boommarter, steenmarter, wezel, bunzing en/of hermelijn) in het plangebied aanwezig is
geen, wel zorgplicht
ja, vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van marterachtigen.
mogelijk, afhankelijk van de uitkomsten van het vervolgonderzoek
ja, controle op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van eekhoorn in de bomen in de periode waarin de bomen niet in het blad staan
ja, indien verblijfplaats van eekhoorn aanwezig is binnen het plangebied vleermuizen1
1
ja, indien foeragerende/overvliegende vleermuizen worden verstoord
ja, door werkzaamheden overdag uitvoeren en gebruik maken van vleermuisvriendelijk lichtbeheer
nee
nee, mits mitigerende maatregelen in acht worden genomen
ja, indien verblijfplaatsen van vleermuizen worden vernietigd of verstoord
nee, mitigerende maatregelen niet mogelijk
ja, controle op de aanwezigheid van holten in bomen in de periode waarin de bomen niet in het blad staan. Indien holten worden aangetroffen of de aanwezigheid van holten niet kan worden uitgesloten vervolgonderzoek conform het vleermuisprotocol 2021 naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in en nabij het plangebied
mogelijk, indien uit het vervolgonderzoek blijkt dat er verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in de te kappen bomen
Het onderzoeksgebied van het nader soortgericht onderzoek is afhankelijk van de wijze waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd. Wanneer wordt geheid moet rekening worden gehouden met een onderzoeksgebied met een straal van maximaal 1500 m rondom de werkzaamheden. Wanneer funderingspalen worden getrild in plaats van geheid, dient rekening gehouden te worden met een onderzoeksgebied met een straal van 300 m rondom de werkzaamheden.
33 | 37
Witteveen+Bos | 125555/21-016.571 | Definitief
Soortgroep
Kans op overtreding Wnb?
Vervolgstappen nodig?
Ontheffing aanvragen?
Mitigerende maatregelen
Vervolgonderzoek (indien mitigatie niet mogelijk of niet voldoende)
vogels1
ja, indien broedparen worden verstoord
ja drie mogelijkheden: buiten het broedseizoen werken werkzaamheden voor het broedseizoen inzetten en continu doorwerken of plangebied ongeschikt maken voor broedvogels
nee
nee, mits mitigerende maatregelen in acht worden genomen
vogels met jaarrond beschermd nest
ja, indien jaarrond beschermde nesten worden vernietigd of verstoord
nee, mitigerende maatregelen niet mogelijk
ja, er dient in de periode waarin de bomen niet in het blad staan onderzocht te worden of er jaarrond beschermde nesten in en nabij het plangebied aanwezig zijn. Indien dat het geval is, dient gedurende het broedseizoen (globaal van 15 maart tot 15 juli) de functie van het nest worden onderzocht
mogelijk, indien er uit vervolgonderzoek blijkt dat er in gebruik zijnde jaarrond beschermde nesten in de te kappen bomen aanwezig zijn. Of indien er in gebruik zijnde jaarrond beschermde nesten in de buurt van het plangebied aanwezig zijn die als gevolg van de werkzaamheden verstoord worden
amfibieën
nee
geen, wel zorgplicht
nee
nee
reptielen
nee
geen, wel zorgplicht
nee
nee
vissen
nee
geen, wel zorgplicht
nee
nee
1
Het onderzoeksgebied van het nader soortgericht onderzoek is afhankelijk van de wijze waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd. Wanneer wordt geheid moet rekening worden gehouden met een onderzoeksgebied met een straal van maximaal 1.500 m rondom de werkzaamheden. Wanneer funderingspalen worden getrild in plaats van geheid, dient rekening gehouden te worden met een onderzoeksgebied met een straal van 300 m rondom de werkzaamheden.
34 | 37
Witteveen+Bos | 125555/21-016.571 | Definitief
Soortgroep
vlinder, libellen & ongewervelden
35 | 37
Kans op overtreding Wnb?
nee
Witteveen+Bos | 125555/21-016.571 | Definitief
Vervolgstappen nodig?
Ontheffing aanvragen?
Mitigerende maatregelen
Vervolgonderzoek (indien mitigatie niet mogelijk of niet voldoende)
geen, wel zorgplicht
nee
nee
7 LITERATUUR 1 2 3 4 5 6 7 8
https://www.natura2000.nl/gebieden/gelderland, geraadpleegd op 27 augustus 2021. https://geodata.nationaalgeoregister.nl/natura2000/wfs, geraadpleegd op 10 augustus 2021. NDFF-ecogrid database, www.ndff.nl, geraadpleegd op 10 augustus 2021. www.zoogdierenvereniging.nl, geraadpleegd op 30 augustus 2021. www.vleermuis.net, geraadpleegd op 30 augustus 2021. www.vogelbescherming.nl, geraadpleegd op 30 augustus 2021. www.ravon.nl, geraadpleegd op 2 september 2021. www.vlinderstichting.nl, geraadpleegd op 1 september 2021.
37 | 37
Witteveen+Bos | 125555/21-016.571 | Definitief
Bijlage(n)
I BIJLAGE: INSTANDHOUDINGSDOELEN (IHD’S) NATURA 2000 Korenburgerveen
Bekendelle
Witteveen+Bos | 125555/21-016.571 | Bijlage I | Definitief
www.witteveenbos.com