CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

vvgb boschlaan 18 bijlage 15a a en v beleid en ao-ic

Gemeenteraad 20 september 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen inzake aanvraag omgevingsvergunning WSL Lichtenvoorde17.609 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor stromen waarin ZZS te verwachten zijn die niet onder de complementaire codes vallen (voornamelijk afvalstromen direct uit de maakindustrie) geldt dat de producent waar de afvalstroom vandaan komt, weet welke stoffen toegepast worden in het productieproces. Zoals gesteld onder a. van het bovenstaande punt, dient de ontdoener te verklaren welke ZZS aanwezig zijn. De van toepassing zijnde voorschriften van REACH, de POP-verordening en de beleidslijn ZZS van paragraaf B.14.4.3 worden betrokken bij de beoordeling. Op basis hiervan kunnen analyses en de verdere vooracceptatieprocedure worden afgestemd.

AWZI/BIR

30

2.3.2 Bemonstering Inname prioritaire stoffen (v.h. zwarte lijststoffen) en/of ZZS: maximaal toelaatbare waarden zijn verwerkt in de EGW’s van de Euraltoets, zie bijlage BIR20-19. De complementaire stromen worden dus via de Euraltoets ook op algemeen voorkomende ZZS gecontroleerd (zware metalen, dioxinen, gehalogeneerde koolwaterstoffen). De niet-complementaire kunnen dus ook via de Euraltoets daarop worden getoetst als daar aanleiding toe is, zoals genoemd hierboven vermeld. Zie voor de bemonsteringstrategie hoofdstuk 4.

2.3.3 Toch ZZS geconstateerd?

Indien blijkt dat – na vooracceptatie – in de acceptatieprocedure een bepaalde afvalstroom zorgelijke (som = >80% van de euralgrenswaarde) hoeveelheden van een bepaalde ZZS bevat, worden de volgende acties ondernomen: • Acceptatie zal de worden stopgezet totdat in afstemming met de ontdoener bij de bron de nodige acties zijn verricht waarmee de concentraties zijn geminimaliseerd tot onder de wettelijke grenswaarden. • Indien mogelijk en indien van toepassing wordt voorkomen dat de afvalstroom verder verwerkt wordt, zodat verdere verspreiding van de zzs wordt vermeden. • Vervolgens zullen de gevolgen van het innemen van de zzs en de risico’s voor mens en milieu (zowel intern als extern) worden onderzocht en geanalyseerd. De analyseresultaten en acties worden teruggekoppeld met bevoegd gezag. • Privaatrechtelijke afspraken borgen dat gemaakte kosten verhaald worden op de ontdoener. 2.3.4 Vervolgafgifte afvalstoffen en afvalwater in relatie tot ZZS Voor wat betreft de aanwezigheid van ZZS en in te verwerken reststromen binnen WSL in relatie tot het afvalwater dat op de RWZI wordt geloosd, zie waterparagraaf van de toelichting op de aanvraag (bijlage 1). Afvalstromen die bij WSL worden ingenomen zijn getoetst aan de waarschijnlijkheid van voorkomen van ZZS.

Afgifte van reststromen vindt plaats met in achtneming van de acceptatiecriteria van de betreffende (eind)verwerker waar de reststroom wordt afgezet. Indien specifieke ZZS’en onderdeel uitmaken van deze acceptatiecriteria, wordt de afgifte van reststromen voorzien van analyseresultaten. Indien blijkt dat - ondanks bovengenoemde acceptatiebeleid - sprake is van aanwezigheid van zorgelijke hoeveelheden ZZS conform de kaders van REACH, de POP-verordening en de beleidslijn ZZS, stelt WSL de eind- of vervolgverwerker hiervan op de hoogte en treden partijen met elkaar in overleg over de gevolgen en gewenste vervolgverwerking.

AWZI/BIR

31

3

Toelaatbaarheid verwerkingshandelingen met betrekking tot mengen Op basis van de Wet Milieubeheer (“Wm”) en het gestelde algemene beleid in het Landelijk Afvalbeheer Plan (“LAP3”) dienen afvalstoffen na het ontstaan zo veel mogelijk gescheiden te worden gehouden van andere afvalstoffen. De reden hiervoor is dat hergebruik en nuttig toepassen van homogene stromen in het algemeen beter mogelijk is dan van samengestelde stromen. Onder bepaalde condities kunnen of mogen afvalstromen echter worden samengevoegd. 3.1

Toelaatbaarheid opbulken Opbulken (=het samenvoegen van afvalstromen van gelijke aard en samenstelling) is in de praktijk zonder discussie toegestaan voorzover er sprake is van afvalstromen met gelijke Euralcoderingen. Als dat niet het geval is, kan er sprake van zijn van “mengen” (=het samenvoegen van afvalstromen van verschillende aard en samenstelling, zonder dat dit tot chemische reacties leidt.

4.1.1

AWZI-WSL Wanneer leerlooierijafvalwater dat via de persleiding wordt aangevoerd onder dezelfde euralcode valt al de per as aangevoerde euralcode, is sprake van opbulken. Zodra verschillende Euralcode’s van derden bij elkaar worden gebracht, is echter sprake van mengen. Ook het doseren van C-bronnen (die onder ander Euralcodes worden aangevoerd) valt onder mengen.

4.1.2

BIR In de vergistingslijn worden afvalstromen met verschillende Euralcodes bij elkaar gebracht. Er is daardoor per definitie sprake van mengen in plaats van opbulken.

3.2

3.2.1.

Toelaatbaarheid mengen

Algemene uitgangspunten mengen Bij de AWZI en de BIR worden stoffen gemengd die op grond van bijlage 11 van de Activiteitenregeling vallen onder: - categorie 10 (procesafhankelijk afval van industriële processen, vergelijkbaar met SP3 en deels SP7), - categorie 12 (groenafval, vergelijkbaar met SP 8) - categorie 13 (gescheiden ingezameld bioafval, vergelijkbaar met SP7 & SP 8 ) - categorie 16 (slib van biologische zuivering uit voedingsmiddelenindustrie, vergelijkbaar met SP 16) - categorie 35 (afval dat valt onder Verordening dierlijke bijproducten, vergelijkbaar met SP 65) - categorie 75B (metaalhoudende afvalwateren, vergelijkbaar met SP 3 en/of 73) - categorie 109B (slib van biologische zuivering, niet afkomstig van voedingsmiddelenindustrie, vergelijkbaar met SP 16)

AWZI/BIR

32

In bijlage B020-04 is een overzicht gegeven van alle aangevraagde Euralcodes in relatie tot het verwerkingsproces, gesorteerd op de bovenstaande afvalcategorieën. De Activiteitenregeling geeft aan dat stoffen gemengd mogen worden indien zij zijn aangewezen onder overeenkomende nummers, dan wel onderscheiden met een A of B. Dit is niet het geval. Het mengen zonder vergunning is niet toegestaan. Het mengen van de genoemde stoffen wordt derhalve aangevraagd in de aanvraag waarvan dit AOIC onderdeel is (zie toelichting aanvraag). Mengen is toelaatbaar indien sprake is van de volgende constateringen: •

• • • • • • • • •

3.2.2.

Mengen heeft als doel om fluctuaties in samenstelling die een negatief effect op het verwerkingsproces hebben, worden voorkomen: doel van het mengen is dan het verkrijgen van een constantere samenstelling; Mengen leidt tot transportefficiëntie. Verwerking van het mengsel leidt tot een gunstiger overall milieueffect dan separate verwerking. Mengen vindt niet plaats buiten de inrichting; Mengen binnen de inrichting moet beschreven zijn in de aanvraag; Er geen sprake is van mengen met kleine hoeveelheden niet-gevaarlijke afvalstoffen die ontstaan binnen de eigen inrichting, tenzij aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan; Mengen mag niet op enig moment leiden tot blootstelling van mens of milieu aan ZZS; Mengen mag uitsluitend conform de minimum standaardverwerking van alle betroffen stoffen; Mengen mag niet tot onaanvaardbare gevolgen leiden voor milieu, veiligheid en gezondheid. Mengen voorafgaand aan storten is gebonden aan voorwaarden.

Uitwerking mengen AWZI-WSL Hieronder de uitwerking van de bovenstaande punten: Mengen ten behoeve van een constantere samenstelling Dit is het geval bij het samenvoegen van het afvalwater afkomstig van de leerlooierij in Lichtenvoorde, met het leerlooierijafvalwater van derden. Afvalwaterloze perioden, bijvoorbeeld gedurende vakantiestops van de leerlooierij Lichtenvoorde, moeten worden ondervangen door zo mogelijk aanvoer van leerlooierij-afvalwater van derden of ander geschikt afvalwater om de procescontinuïteit voor de biologie te garanderen. Ook voor het samenvoegen van calorie houdende afvalsoorten van derden, geldt dat dit plaats vindt vanwege het in standhouden van de procescontinuïteit en de benodigde zuiveringsprestaties. Tenslotte wordt ook de dunne fractie van de bij de BIR ontwaterde digestaatstroom heringezet om de doorvoersnelheid op voldoende peil te houden en de processtabiliteit met betrekking tot de biologie te waarborgen. Mengen ten behoeve van een hogere transportefficiëntie

AWZI/BIR

33

Het mengen van de leerlooierijafvalwaterstroom met de dunne fractie van de bij de BIR ontwaterde digestaatstroom, zorgt er tevens voor dat minder transporten van de BIR naar de slibverwerker hoeven plaats te vinden. Mengen ten behoeve van gunstiger overall milieueffect Het mengen dient vooral voor de instandhouding van de procescontinuiteit van de zuivering en de benodigde zuiveringsprestaties. Mengen buiten de inrichtingen Dit is niet het geval. Bij geen van de ontdoeners vindt scheiding plaats, gevolgd door mengen. Het afval komt rechtstreeks uit de betreffende processen vrij, al dan niet voorafgaand aan opbulken. Mengen beschreven in de aanvraag Hierin wordt voorzien, zie aanvraagstukken omgevingsvergunning. Mengen met eigen afval Dit is niet het geval. Een uitzondering betreft het mengen van de dunne fractie van de ontwatering van het digestaat bij de BIR, met het leerlooierijwater. Zie hiervoor onder ‘mengen ten behoeve van constantere samenstelling’. Mengen en blootstelling aan ZZS Mengen leidt niet tot blootstelling van mens en milieu aan ZZS. Er worden geen gevaarlijke afvalstromen ingenomen. De EURAL-grenswaarde voor veel bekende ZZS (zware metalen) worden dus niet overschreden, waardoor er geen gezondheidsproblemen zullen optreden. Overigens bevat de slibfractie van het leerlooierijafvalwater chroomIII, hetgeen geen ZZS betreft.

Voor het beleid ten aanzien van ZZS, zie paragraaf 2.3. Mengen conform minimaal standaardverwerking Ja, alle componenten (te weten leerlooierijafvalwater van Lichtenvoorde, leerlooierijafvalwater van derden, calorierijke afvalstromen van derden, dunne fractie digestaat ontwatering BIR) die gemengd worden, worden verwerkt conform de minimum standaardverwerking, zie beschrijving hoofdstuk 2, paragraaf 2.1. Mengen met onaanvaardbare gevolgen voor milieu, veiligheid en gezondheid Het mengen leidt niet tot onaanvaardbare gevolgen voor milieu, veiligheid en gezondheid. Er vinden geen chemische reacties plaats. Eventuele vorming van H2S wordt bestreden door middel van ijzerchloridedosering en wordt afgezogen naar de luchtbehandelingsinstallatie. Het mengen vindt plaats in een gesloten proces, er vindt daardoor geen emissie plaats naar werkomgeving dan wel milieu. De werknemers en de omgeving lopen daardoor geen gevaar op blootstelling. Mengen voorafgaand aan storten De slibfractie(s) afkomstig uit het proces wordt opgebulkt en gezamenlijk ontwaterd, voorafgaand aan storten. Van mengen is hierbij geen sprake.

AWZI/BIR

34

3.2.3. Uitwerking mengen BIR Mengen ten behoeve van een constantere samenstelling Het mengen van de verschillende organische reststromen heeft tot doel fluctuaties in samenstelling te voorkomen die een negatief effect op het verwerkingsproces hebben. Uiteindelijk wordt hiermee een constantere samenstelling verkregen. Mengen buiten de inrichtingen Dit is niet het geval. Bij geen van de ontdoeners vindt scheiding plaats, gevolgd door mengen. Het afval komt rechtstreeks uit het betreffende proces vrij, al dan niet voorafgaand aan opbulken. Mengen beschreven in de aanvraag Hierin wordt voorzien, zie aanvraagstukken omgevingsvergunning. Mengen met eigen afval Dit is niet het geval. Mengen en blootstelling aan ZZS Mengen leidt niet tot blootstelling van mens en milieu aan ZZS. Er worden geen gevaarlijke afvalstromen ingenomen, dus ook geen afvalstromen die op basis van ZZS gevaarlijk afval betreffen. Voor het beleid ten aanzien van ZZS, zie paragraaf 2.3. Mengen conform minimaal standaardverwerking Ja, alle componenten die gemengd worden, worden verwerkt conform de minimum standaardverwerking, zie beschrijving hoofdstuk 2, paragraaf 2.2. Mengen met onaanvaardbare gevolgen voor milieu, veiligheid en gezondheid Het mengen leidt niet tot onaanvaardbare gevolgen voor milieu, veiligheid en gezondheid. Er vinden geen chemische reacties plaats.

Eventuele vorming van H2S wordt bestreden door middel van ijzerchloridedosering en wordt afgezogen naar de luchtbehandelingsinstallatie. Het mengen vindt plaats in een gesloten proces. Er vindt daardoor geen emissie plaats naar werkomgeving dan wel milieu. De werknemers en de omgeving lopen daardoor geen gevaar op blootstelling. Mengen voorafgaand aan storten Niet aan de orde, aangezien het digestaat niet wordt gestort. Mengen gevaarlijk/niet-gevaarlijk overeenkomstig activiteitenregeling Het mengen van niet-gevaarlijk afval met gevaarlijk afval is bij de BIR-lijn niet aan de orde.

3.3

Mengen in relatie tot ZZS

Zie paragraaf 2.3.

AWZI/BIR

35

4. Beoordelingskader afvalstromen in toelichting op afvalstoffenregister

4.1

Opbouw afvalstoffenregister De afvalstoffen die bij WSL in aanmerking komen voor vóóracceptatie en acceptatie worden qua risico’s beoordeeld op basis van beschikbare analysedata en het afvalstoffenregister. Het afvalstoffenregister is een indeling naar: • Euralcode • sectorplannen • vereiste minimumstandaardverwerking • verwerkingsroute • categorieën afvalstoffen in relatie tot toelaatbaarheid mengen • risico’s op gevaarseigenschappen • en bemonsteringsfrequenties om daarop te controleren. Het afvalstoffenregister is opgenomen in Bijlage B020-05. Hieronder nog een verdere toelichting.

4.1.1 Indeling naar Euralcode In bijlage B020-01 zijn alle vigerend vergunde en aangevraagde Euralcode’s opgenomen, op volgorde van Euralcode. In bijlage B020-02 zijn deze Euralcoderingen geordend aansluitend op de systematiek van de Eural waarbij herkomst (aard industrie) en proces/activiteit de toegangsleutel vormen voor het toekennen van een passende Euralcode. Uit de passende Euralcode volgt tevens: • of de Euralcode van het materiaal een complementaire code is waarbij middels chemische analyse uit de samenstelling moet blijken dat het om niet-gevaarlijk afval gaat; in deze gevallen is de 6-cijferige code voorzien van een “c”. • of het materiaal per definitie geen gevaarlijk afval is: in deze gevallen bestaat de Euralcode alleen uit 6-cijfer. De analyse op gevaarlijk afval is dan niet relevant en wettelijk niet vereist, echter op basis van andere redenen (zorgplicht, afnemerscritieria, verdenking) kan dit toch nuttig worden. .99 codes Zoals in paragraaf 2.2.3 aangegeven is het in het kader van doelmatig beheer van afvalstoffen niet in alle gevallen wenselijk/mogelijk om aan een reststroom een vooraf vastgestelde specifieke euralcode toe te kennen. Bij de vooracceptatie, onder paragraaf 5.2.2, zijn de stappen beschreven die wordt gehanteerd in geval een potentiële ontdoener een dergelijke reststroom aanbiedt.

4.1.2 Indeling naar verwerkingsroute en herkomst

AWZI/BIR

36

In bijlage B020-02 genoemde afvalstromen zijn ingedeeld naar ingangsstromen. De euralcodes uit bijlage 020-01 zijn hierin ingedeeld onder sectorplannen en afvalcategorieën volgens bijlage F.5 van LAP3. Een euralcode kan onder de afbakening van meerdere sectorplannen vallen, afhankelijk van de exacte herkomst van de afvalstroom. In bijlage B020-03 is vervolgens een indeling gemaakt naar sectorplan en verwerkingsroute. In bijlage B020-03 is een tabel opgenomen met daarin een samenvatting van • de in de betreffende sectorplannen van LAP 3 genoemde beschrijvingen voor de minimumstandaard; • de rol die WSL met haar processen daarin vervult qua verwerkingsroute en -handelingen. Bijlage B020-04 geeft eveneens een overzicht van rol die WSL vervult in de keten, getoetst aan de minimumstandaard. Deze bijlage is echter gesorteerd op afvalcategorie zoals genoemd in bijlage F.5 van LAP3. Voor alle details m.b.t. doelmatigheid zie § 2.1.4 – 2.6.3.

4.1.3 Indeling naar vóóraf risico-inschatting inname gevaarlijk afval In het afvalstoffenregister is een indeling gebruikt, waarbij voor elke niet-gevaarlijke afvalstroom vooraf een kwantitatieve risico-inschatting wordt gemaakt dat het mogelijk toch gevaarlijk afval blijkt te zijn. Hierbij wordt enerzijds uitgegaan van herkomst/activiteit/proces, anderzijds bekendheid met de klant. • Hoe hoger de totale risicoscore (TRS), hoe reëler de mogelijkheid dat er op termijn batches kunnen voorkomen die toch gevaarlijk afval blijken te zijn, • en hoe hoger de bemonsteringsfrequentie moet zijn om op basis van analyseresultaten vast te stellen en te borgen dat er geen gevaarlijk afval wordt geaccepteerd. Hoewel de beschikbare analysedata van de afvalstroom de belangrijkste indicator zijn voor de bemonsteringsfrequentie (zie hieronder), geeft de TRS aan of de gehanteerde bemonsteringsfrequentie bijgesteld moet worden. Onderscheid wordt hierbij gemaakt tussen een 1:1 bemonstering, kwartaal bemonstering of jaarlijkse bemonstering. Juiste Euralcode Uitgangspunt is dat de juiste Euralcode is toegepast: hoewel dit een verantwoording van de ontdoener is, beoordeelt WSL de code met haar eigen kennis daarover. Dit is met name van belang als er verschil van inzicht bestaat bij het al of niet van toepassing zijn van een complementaire code.

In dat geval geeft WSL invulling aan haar zorgplicht eventueel middels opvragen advies van toezichthouder en/of Helpdesk afval. Hoeveelheid beschikbare data/ tijdsduur klantrelatie Hoe langer de klantrelatie, hoe meer analysedata beschikbaar zijn over de verontreinigingconcentraties in de aangeleverde afvalstroom en des te betrouwbaarder een voorspelling is te doen over de range waarin deze kunnen voorkomen. Bij nieuwe klantrelaties zijn er weinig data, maar kunnen beschikbare datareeksen van branchegenoten over vergelijkbare afvalstromen toch bijdragen aan een goede inschatting. Risico-inschatting op basis van totaalrisicoscore (TRS)

AWZI/BIR

37

Hieronder een schematisch overzicht met een aantal voorbeelden voor toedeling van risicoscore’s (RS), en de totaalrisicoscore (TRS). Risicoscore (RS) op gevaarlijk afval bij niet-complementaire Euralcode’s

Klant langjarig, veel analysedata beschikbaar: RS=1 Klant nieuw: RS=2 Risicoscore op gevaarlijk afval bij complementaire Euralcode’s

Klant langjarig; veel data beschikbaar: RS=3 Klant nieuw; RS=4

• • • • •

Herkomst/activiteit bekend; veel analysedata beschikbaar RS=1 TRS=1

Herkomst/activiteit nieuw; geen analysedata beschikbaar RS=2 TRS=2

Herkomst afval inzameling RS=3

TRS=2 Herkomst/activiteit bekend; veel analysedata beschikbaar RS=3 TRS=9

TRS=4 Herkomst/activiteit nieuw; geen analysedata beschikbaar; RS=5 TRS=15

TRS=6 Herkomst afvalsector: RS=7

TRS=12

TRS=20

TRS=28

TRS=3

TRS=21

Voorbeeld 1: een bekende, niet-complementaire stroom van een langjarige klant, waardoor veel data beschikbaar; statistieken hebben een hoge voorspellende waarde: TRS = 1; Voorbeeld 2: een nieuwe, niet-complementaire stroom van een nieuwe klant, weinig data voorhanden, statistieken moeten opgebouwd worden: TRS = 4 Voorbeeld 3: een bekende, complementaire stroom van een bestaande, langjarige klant, veel data voorhanden, statistieken met hoge voorspellende waarde: TRS = 9 Voorbeeld 4: een nieuwe, complementaire stroom van een bestaande, langjarige klant, veel data voorhanden, statistieken met hoge voorspellende waarde: TRS = 15 Voorbeeld 5: een nieuwe, complementaire stroom van een nieuw klant, weinig data voorhanden, statistieken moeten opgebouwd worden; TRS = 20.

Bij een TRS van <10 volstaat een kwartaalbemonstering met analyse op gevaarlijke stof componenten. Een TRS van 12 of 15 hoort maandelijkse bemonstering. Bij TRS=20 of hoger moet iedere vracht bemonsterd worden. Hoewel voor de niet complementaire afvalstromen afkomstig van afvalinzamelaars formeel geen Euraltoets verplicht is, kan ervoor gekozen worden om deze afvalstromen (afhankelijk van beschikbare kennis en data) minimaal 1x per jaar te bemonsteren met analyse op gevaarlijke stof componenten.

4.1.4 Indeling op basis van analyseresultaten, Euralgrenswaarden (EGW) en Euraltoets Als criterium voor het bepalen of een niet-gevaarlijke complementaire afvalstroom inderdaad geen gevaarlijk afval is, geldt in eerste instantie dat uit analyseresultaten – zowel in de fase waarin de ontdoener levering aanvraagt (“vooracceptatie”), als in de fase waarin transporten daadwerkelijk plaatsvinden (“acceptatiefase”) - moet blijken dat alle in de Eural genoemde relevante stoffen qua concentratie onder de daarbij behorende Euralgrenswaarden (EGW) blijven. Deze toets wordt hier verder aangeduid als “Euraltoets”. De Euraltoets is in elk geval verplicht voor complementaire stromen maar kan onder omstandigheden ook zinnig zijn voor

AWZI/BIR

38

niet-complementaire stromen. De Euraltoets vindt plaats op basis van chemische analyse door gecertificeerde laboratoria. Euraltoets bij vooracceptatie In de vooracceptatiefase vindt de Euraltoets plaats d.m.v. een analyse van een monster aangeleverd door de ontdoener, en - mits de uitslag bevestigt dat alle componenten onder de grenswaarden liggen – gevolgd door een monster uit een aangeleverde proefvracht (zie voorbeeld toets in bijlage B020-19, en stappenplan m.b.t. minerale olie in B020-21). Als ook hier uitkomt dat alle componenten onder de EGW liggen, mag worden geconcludeerd dat er geen sprake is van gevaarlijk afval, en dat op basis van de Euraltoets tot acceptatie mag worden overgegaan (zie schema “vóóracceptatie” bijlage 020-07). Bemonsteringsfrequentie Reikwijdte analyse Stap 1. Analyse door ontdoener/klant 1:1 pakket “Euraltoets” Stap 2. Monster van proefvracht 1:1 pakket “Euraltoets” Conclusie bij negatieve uitslag stap beide stappen: geen gevaarlijk afval; acceptatie/contract mogelijk Conclusie bij positieve uitslag stap 1 of stap 2: gevaarlijk afval; bij de BIR: geen acceptatie/contract mogelijk. Bij de AWZI: acceptatie onder voorwaarden mogelijk.

Bepalen bemonsteringsfrequentieregime (BF) De waarden van de meest kritische component bepalen de bemonsteringsfrequentie voor de contractopstelling bij acceptatie. • Bij TRS >20 wordt een BF van 1:1 aangehouden. • Bij TRS=12 of 15 wordt de BF per kwartaal. • Bij TRS<10, is de BF per jaarlijks. Euraltoets bij acceptatie In de acceptatiefase vindt toetsing aan de EGW’s periodiek plaats op basis van steekmonsters uit aangeleverde vrachten (zie voorbeeld toets in bijlage B020-19, en stappenplan m.b.t. minerale olie in B020-21). De analyseresultaten dragen bij aan de reeds bij WSL aanwezige analyseresultaten en bepalen de statistieken (concentratierange op basis van gemiddelde, en maximale concentratie en spreiding) behorend bij de combinatie van afvalstroom en ontdoener. Uit deze statistieken blijkt hoever gevaarlijke stofcomponenten qua gemiddelde waarden en spreiding onder de EGW liggen. Zie schema “acceptatie” bijlage 020-08. Situatie A. gemiddelde en maximale waarde < 65% EGW B. gemiddelde en maximale waarde < 85% EGW C. gemiddelde < EGW, echter 2x spreiding > EGW D. Bij constatering overschrijding EGW m.b.t. een specifieke component

Bemonsteringsfrequentie Reikwijdte analyse 1x per jaar Componentspecifiek 1x per maand/kwartaal Componentspecifiek Aangevoerde vracht 1:1 Componentspecifiek 2) Batch op locatie 1:1 Componentspecifiek 3) Aangevoerde vracht 1:1 Componentspecifiek )2 bij negatieve uitslag vervolgvracht toegestaan; bij positieve uitslag definitieve stopzetting )3 op voorwaarde negatieve uitslag bij 2) anders definitieve stopzetting vrachtaanlevering

Bijstellen bemonsteringsfrequentie Na enkele leveranties tijdens de acceptatiefase kan de bemonsteringsfrequentie bijgesteld worden op basis van opgebouwde historische gegevens. AWZI/BIR

39

• •

•

•

Zolang gemiddelde en maximum concentraties onder 65% van de EGW zullen liggen wordt een bemonsteringsfrequentie van 1x per jaar aangehouden. Zolang gemiddelde en maximum concentraties tussen 65% en 85% van de EGW liggen, wordt een bemonsteringsfrequentie van 1x per kwartaal aangehouden waarbij de analyse zich beperkt tot die specifieke, kritische component. Zolang de waarden onder de EGW liggen, maar op basis van de spreiding met 95%betrouwbaarheid niet uitgesloten kan worden dat van bepaalde gevaarlijke stofcomponenten de waarden in een te nemen steekmonster boven de EGW liggen, wordt een bemonsteringsfrequentie van 1:1 aangehouden waarbij de analyse zich kan beperken tot de kritische component. Mocht een analyse onverhoopt uitwijzen dat voor een bepaalde component in betreffende partij de EGW onvoorzien werd overschreden: o Wordt de vervolgaanvoer per direct stopgezet en wordt de ontdoener in de gelegenheid gesteld de constatering toe te lichten. o Vervolgens wordt op locatie van de ontdoener de aan te voeren batchpartij bemonsterd. Transport vindt pas plaats als de analyse negatief uitvalt. o Tevens wordt de aangevoerde vracht opnieuw bemonsterd en geanalyseerd op de betreffende component waarbij de overschrijding is geconstateerd.

o Mocht dit leiden tot een waarde onder de EGW, kan worden overgegaan tot continuering van vrachtaanlevering met bemonsteringsfrequentie van 1:1, totdat de statistiek uitwijst dat weer tot kwartaalmeting respectievelijk jaarlijkse meting kan worden overgegaan. Mocht echter ook deze 3e bemonstering opnieuw tot overschrijding leiden, wordt de vrachtaanlevering definitief stopgezet.

Zorgplicht m.b.t. prioritaire stoffen en ZZS Inname prioritaire stoffen (v.h. zwarte lijststoffen) en/of ZZS: maximaal toelaatbare waarden zijn verwerkt in de EGW’s van de Euraltoets, zie ook § 2.3. De complementaire stromen worden dus via de Euraltoets ook op algemeen voorkomende ZZS gecontroleerd (zware metalen, dioxinen, gehalogeneerde koolwaterstoffen). De niet-complementaire kunnen dus ook via de Euraltoets daarop worden getoetst als daar aanleiding toe is. De wijze waarop wordt omgegaan met ZZS die niet opgenomen zijn in het analsyepakket van de EURAL-toets, is beschreven in § 2.3, §4.1.3).

4.1.5 Bewaking acceptatiegrenzen afnemers middels afnemersignaleringswaarde Afnemer(s) van BIR-digestaat dienen hun eigen proces-, kwaliteits-, arbo- en milieunormen in acht te nemen op basis waarvan zij zelf acceptatiegrenzen stellen aan de in te nemen afvalstromen. Dit geldt in principe ook voor de afnemers of stortplaatsen van de slibfractie afkomstig van de AWZI. Van de afnemer(s) van het BIR digestaat is per stofcomponent de acceptatiewaarde in een berekening gebracht. Dit geldt in principe ook voor de slibfractie afkomstig van de AWZI. Afhankelijk van afbraak- of uitspoelcoëfficiënten is vervolgens terug te berekenen tot welke concentratie in de aan te leveren afvalstromen geborgd is dat voldaan kan worden aan de acceptatiegrenzen van de afnemer(s). Deze concentratie wordt aangeduid als “afnemersignaleringswaarde, of “ASW” (zie B020-20). AWZI/BIR

40

•

• •

4.2

De ASW’s kunnen ertoe kunnen leiden dat er voor een ontdoener in een bepaald tijdsbestek geen “verwerkingsruimte” is. In dat geval zal de vooracceptatie tot een negatief besluit leiden. In geval van een reeds lopende acceptatie zal de eerstkomende verlengingsmogelijkheid niet gerealiseerd worden. ASW’s zijn afnemerspecifiek en tijdgebonden: het is een directie/managementkeuze of ASW’s van toepassing zijn voor alleen huidige afnemers of ook voor potentiële afnemers. ASW’s zijn geen vaste, maar dynamische concentratiewaarden, omdat ze niet alleen afhankelijk zijn van de geselecteerde groep afnemers (zie vorige bullet) maar ook afhankelijk zijn van de huidige verwerkingsmix. Ook moet rekening worden gehouden met de tijd die gemoeid is tussen aanvoer, beschikbare analyses, en de doorlooptijd van de verwerking. De concentraties binnen het totaal van de actueel verwerkte afvalstromen beïnvloedt de ASW voor de komende periode.

Overzichten afvalstroomnummers In het “Overzicht afvalstroomnummers” (ook wel “afvalstroomnummerlijst”) ligt vast welke afvalstof van een bepaalde leverancier (lees: de ontdoener), met een nader gespecificeerde locatie van herkomst, geaccepteerd mag worden. Het door WSL (lees: de ontvanger) aan de ontdoeners uitgegeven afvalstroomnummer is de bepalende factor waaraan de rest van de gegevens is gekoppeld. Het code-overzicht (in Excell) geeft altijd een actueel overzicht van uitgegeven en nieuw te genereren afvalstroomnummers. •

• •

4.3

Het afvalstroomnummer bestaat uit 12 karakters (ppvvvxxxxxxx) en is op grond van het BIA een unieke code, gekoppeld aan de herkomstlocatie o twee posities (pp) voor provincie: 05 voor provincie Gelderland o drie posities (vvv) voor de verwerker o zeven posities (xxxxxxx) voor een eigen nummer door de ontvanger toe te kennen voor o.m. klant en afvalstof. WSL verwerkt het afvalstroomnummer in het weeg- en registratiesysteem (Winweight respectievelijk A2B). Het afvalstroomnummer wordt vervolgens definitief en wordt behalve voor de administratie, ook gebruikt voor de begeleidingsbrieven (conform art 10.44 Wm vereist bij elk transport) die WSL verstrekt aan degene die de afvalstoffen vervoert (conform art 10.39 Wm). Waar mogelijk wordt het ingevoerd in het digitale systeem Load-it.

Wijzigingen Belangrijke wijzigingen in het afvalstoffenregister en het overzicht afvalstroomnummers worden doorgevoerd door de daartoe bevoegde. Aanleiding voor registerwijzigingen kunnen vergunningswijzigingen zijn, aanwijzingen van bevoegd gezag, veranderingen in milieutechnologisch inzicht in verwerkingsmethoden, maar ook wijzigingen in het landelijk afvalbeleid of wetswijzigingen waarvan kennis wordt genomen via vaktijdschriften, abonnementen, vakcongressen, email. De noodzaak voor wijzigingen kan, behalve door de direct betrokkenen zelf, ook worden gesignaleerd door de bedrijfsvoerder.

AWZI/BIR

41

5. Acceptatiebeleid: vooracceptatie

5.1

Afvalstoffenregister, afvalstroomoverzicht, doelmatigheid en toelaatbaarheid Zie Hoofdstuk 2-4.

5.2

Acceptatieproces: vooracceptatie

5.2.1 Begin- en eind vooracceptatie (begrenzing) AWZI vooracceptatieprocedure Actie Aanbieding uitbrengen op verzoek/afvalstoffen acquireren Aanleveren gegevens afvalstroom

Wie Manager exploitatie

Middelen Eural-code lijst

Ontdoener

Bij positief vervolg: aanmaken nieuw afvalstroomnummer i.v.t.: invullen Omschrijvingsformulier op basis van bekende gegevens Check en retourneren Omschrijvingsformulier

administratie

o.a. analysestaat, procesgegevens, etc. ?

administratie

Omschrijvingsformulier, zie bijlage B020-11

Potentiële ontdoener

Omschrijvingsformulier, zie bijlage B020-11

Nieuw afvalstroomnummer inbrengen in afvalregistratiesysteem

administratie

LZP Begeleidingsbrieven Load-it? (of gelijkwaardige middelen)

Proefvracht aanleveren Analyseren proefvracht Bij positief gevolg: risicobeoordeling en bepalen bemonsteringsfrequentie Contract vaststellen

Ontdoener Zuiveringstechnicus/analist Teamleider

Analysestaat van extern lab Analyse staat en historische data

Manager exploitatie

Contract

Actie Aanbieding uitbrengen op verzoek/afvalstoffen acquireren Aanleveren gegevens afvalstroom

Wie Commercie

Bij positief vervolg: aanmaken nieuw afvalstroomnummer i.v.t.: invullen

Administratie

Middelen Eural-code lijst/erkenning dierlijke bijproducten. o.a. analysestaat, procesgegevens, etc. Excel

Commercieel Manager

Omschrijvingsformulier, zie

BIR vooracceptatieprocedure

AWZI/BIR

Ontdoener

42

Omschrijvingsformulier op basis van bekende gegevens Check en retourneren Omschrijvingsformulier

bijlage B020-11 Potentiële ontdoener

Omschrijvingsformulier, zie bijlage B020-11

Nieuw afvalstroomnummer operationaliseren in afvalregistratiesysteem

administratie

BIR Sharepointsite A2B Begeleidingsbrieven Load-it (of gelijkwaardige middelen)

Proefvracht aanleveren Analyseren proefvracht Bij positief gevolg: risicobeoordeling en bepalen bemonsteringsfrequentie Contract vaststellen

Ontdoener Procestechnoloog Procestechnoloog

Analyse staat van extern lab Analyse staat en historische data

Commercieel Manager

Contract/commerciële afspraak

WSL kan ofwel vanuit een ontdoener de vraag krijgen een aanbieding uit te brengen voor het verwerken van de afvalstoffen, dan wel zelf het initiatief nemen afvalstoffen te acquireren. In het geval uit de eerste contacten al direct blijkt dat acceptatie onmogelijk is, start en eindigt de vooracceptatie. Deze duidelijkheid wordt geboden door het toetsen of de bijbehorende Euralcode voorkomt op de lijst vergunde afvalstoffen (bijlage B020-01). Als de afvalstof is gekenmerkt door een Euralcode die op de lijst vergunde stoffen voorkomt en -bij categoriemateriaal- op de lijst vergund categoriemateriaal, start de vooracceptatie met het toekennen van een afvalstroomnummer en het vastleggen van de benodigde informatie over de afvalstroom op het omschrijvingsformulier. Positieve beslissing Bij een positieve beslissing wordt een omschrijvingsformulier opgesteld, op basis van de volgende vastgestelde feiten (zie bijlage B020-11): o de opdrachtgever en ontdoener; o aard (Euralcode, benaming, proces en herkomst); o evt aard categoriemateriaal / NVWA-erkenningsnummer aanbieder o evt eigenschappen (droge stofgehalte, organische stofgehalte); o evt samenstelling (analysegegevens op o.a. zware metalen); o evt te verwachten maximale hoeveelheid in kg droge stof en m3 o afvalstroomnummer; o verwerkingsroute binnen WSL o monstername en analyseprotocol.

Deze gegevens zijn verwerkt in het LZP (logistiek zonder papier, voor de AWZI)/softwaresysteem en het afvalregistratiesysteem (A2B) voor de BIR . •

AWZI/BIR

Indien niet-complementair: o Vooraf analyse aanleveren; o bemonstering uit proefvracht; 43

o o o

o •

op basis analyseresultaten wordt de risicobeoordeling gemaakt en de bijbehorende bemonsteringsfrequentie bepaald; eveneens wordt op basis fysieke kenmerken geëigende verwerkingsroute bepaald; eveneens wordt op basis analyseresultaten bepaald of de ASW (afnemerssignaleringswaarde) wordt overschreden, en daarmee de acceptatie bij de afnemers van BIR-digestaat in gevaar brengt; In principe kan dit ook gelden voor de slibfractie van de AWZI. indien geen problemen, kan tot de acceptatiefase worden overgegaan.

Ingeval complementaire stroom worden de volgende extra stappen uitgevoerd: o Op basis voorinformatie (m.n. analyseresultaten) van ontdoener vindt de Euraltoets plaats. o Indien Euraltoets negatief (dus geen gevaarlijk afval) wordt ook proefvracht ingehaald; indien de Euraltoets wederom negatief is, en ook de andere informatie niet tot afwijzing noopt, kan tot contractvorming worden overgegaan. Wel zal het contract meer aandacht moeten geven over de weigeringsgronden indien er sprake is van onvoorziene afwijkingen van de afvalstroom.

Bij een vermoeden van aanwezigheid van significante concentraties aan ZZS (conform beleidslijn ZZS) wordt de van toepassing zijnde voorschriften van REACH, de POP-verordening en de beleidslijn ZZS van paragraaf B.14.4.3 betrokken bij de beoordeling, zoals beschreven in paragraaf 2.3. Negatieve beslissing De vooracceptatie is beëindigd in negatieve zin als op basis van de voorinformatie wordt besloten de afvalstroom niet te gaan verwerken. Verdere verwijzingen Voor stappen zie verder strooms chema vooracceptatie in bijlage B020-07. Voor toelichting zie § 4.1.3 Indeling naar vóóraf risico-inschatting inname gevaarlijk afvalstoffen, en § 4.1.4 indeling op basis analyseresultaten, EGW en Euraltoets.

5.2.2 Bestaande en nieuwe situaties Uiteraard spelen eerdere ervaringen met een ontdoener een grote rol, meestal in positieve zin, maar in een enkel geval kan het juist aanleiding zijn om geen aanbieding uit te brengen. Voor de invloed van de relatie tussen nieuwe klanten, langjarige klanten, bestaande afvalstromen of nieuwe afvalstromen op de risico-inschatting van de afvalstroom (totaal risicoscore, TRS), zie § 4.1.3. Voor de relatie met beschikbare gegevens en de betrouwbaarheid van voorspellingen zie § 4.1.4. o Bij alle nieuwe stromen wordt getoetst of de euralcode vergund is voor inname (zie bijlage B020-01). o Bij complementaire afvalstromen is altijd een Euraltoets noodzakelijk op mogelijke overschrijding van gevaarlijke afvalstoffen. o Bij dierlijk materiaal: toets op NVWA-site erkenningen voor transporteur.

AWZI/BIR

44

Toetsing .99 codes

Zoals in paragraaf 2.2.3 aangegeven is het in het kader van doelmatig beheer van afvalstoffen niet in alle gevallen wenselijk/mogelijk om aan een reststroom een vooraf vastgestelde specifieke euralcode toe te kennen. Derhalve worden een aantal .99 codes aangevraagd. Voor deze stromen wordt de volgende aanvullende procedure gehanteerd: 1. In de vooracceptatie vindt een uitgebreide toets plaats of de toekenning van de betreffende euralcode van het afval aansluit bij de eural-systematiek en samenhangend acceptabel is in het kader van doelmatigheid van het beheer van afvalstoffen. Hiertoe worden de ontdoener(s) én het specifieke proces waarbij de reststroom vrijgekomen is geregistreerd en beoordeeld. 2. De aangevraagde .99 codes bevatten geen euralcodes die gecategoriseerd zijn als

gevaarlijk afval. Echter, omdat dergelijke codes vooraf niet gedefinieerd zijn met betrekking tot de mate van aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, zijn afvalstromen met dergelijke codes op grond van de euralsystematiek nooit per definitie complementair of gevaarlijk afval. Voor nieuwe .99-codes wordt daarom de procedure gehanteerd als zijnde het complementaire afvalstromen, zoals beschreven in paragraaf 4.1.3. Zie voor de vooracceptatieprocedure bijlage B02007, schema vooracceptatie. Via deze procedure wordt geborgd dat er geen gevaarlijke reststromen worden geaccepteerd en verwerkt. Indien daadwerkelijk wordt overgegaan tot acceptatie, wordt de procedure gehanteerd zoals beschreven onder hoofdstuk 6: Acceptatie. Documentatie naar aanleiding van bovengenoemde stappen worden gearchiveerd en zijn op verzoek inzichtelijk voor de toezichthouder. 5.2.3 Toetsing toelaatbaarheid stoffen Categoriemateriaal Toelaatbaar is: • Cat 3-materiaal voor de BIR (vanwege eindverwerking elders). Voor de AWZI niet toelaatbaar. • Cat 2-materiaal voor zowel de AWZI als de BIR, mits mest, melk en melkproducten, biest, maag- en darminhoud, eieren en eiproducten. Niet toelaatbaar is: • Cat 1-materiaal;

5.2.4 Analysegegevens In de vooracceptatiefase zal de meest recente analysegegevens bij de ontdoener worden opgevraagd. In de regel wordt hierbij aangehouden dat de analysegegevens niet ouder dan een half jaar zijn. • AWZI & BIR voeren zelf alleen analyses uit op droge stof (niet-Sterlab geaccrediteerd) ten behoeve van interne bedrijfsvoering. • Indien het niet alleen gaat om bepaling van droge stof maar ook om samenstelling dan wordt de gehele analyse uitbesteed aan Sterlab geaccrediteerde laboratoria.

AWZI/BIR

45

De procedure welke materialen op welke momenten en welke parameter wordt onderzocht staat beschreven in bijlage B020-14 Monstername en analyse. De analyseresultaten worden vergeleken met de door WSL gehanteerde eisen voor toelaatbaarheid (bij complementaire stromen: Euraltoets zie § 4.1.4) en op de invloed op acceptatiecriteria van afnemers (afnemersignaleringswaarde, zie 4.1.5).

5.2.5 Proefvrachten Als het aanbod voor een proefvracht door de verwerker wordt geaccepteerd, dan zullen de afspraken daarover worden vastgelegd. Voordat de proefvracht kan worden geleverd, wordt er een nieuw afvalstroomnummer aangemaakt en kan een omschrijvingsformulier (zie bijlage B020-11) worden ingevuld en voor controle worden opgestuurd. In geval van categoriemateriaal moet de aard van het categoriemateriaal zijn ingevuld en het NVWA-registratienummer en categorie-aanduiding van de transporteur zijn gecontroleerd op de NVWA-site. Van de proefvracht wordt een steekmonster genomen t.b.v. chemische analyse. Op basis van de bevindingen van de eerste leveringen worden de volgende zaken besloten: • Verwerking via AWZI dan wel de BIR mogelijk ja/nee, o De kwalificatie van aangevoerde afvalstromen als “niet-gevaarlijk” mag niet ter discussie komen te staan, noch mag de afzet geen gevaar lopen (zie EGW Euraltoets § 4.1.4) en de veel lagere ASW t.b.v. bewaking afnemer acceptatiegrenzen, zie § 4.1.5); o De afvalstroom mag bij de verwerking geen gevaar opleveren voor de gezondheid van het personeel. o De afvalstroom mag bij de verwerking niet leiden tot risico’s met betrekking tot verspreiding van overdraagbare ziekten. o Het verwerkingsproces in de gekozen verwerkingsroute mag niet nadelig worden beïnvloed. • Vervolg vóóracceptatie ja/nee. • Bepaling loslocatie(s).

• Monstername en verdere analyses.

5.2.6 Bepalen interne verwerkingsroute Daar waar een afvalstroom zowel verwerkt kan worden in de AWZI als de BIR (met name de Cbronnen), dan geldt dat toepassing in de AWZI slechts is toegestaan als dit noodzakelijk is voor de biologische processen.

5.2.7 Commercieel traject Het commercieel traject start in zijn algemeenheid na ondertekening van het contract.

AWZI/BIR

46

6. Acceptatiebeleid: acceptatie Onderstaande acceptatieprocedure geldt voor zowel de waterlijn (AWZI) als de vergistingslijn (BIR). AWZI acceptatieprocedure Actie Administratieve controle

Wie Procestechnicus/analist/teamleider

Middelen Begeleidingsbrief, afvalstroomnummerlijst Externe weegbrug of weeginrichting vrachtwagen

Wegen

Derden

Toelaten Transport Lossen en monstername Definitieve acceptatie

Procestechnicus/analist/teamleider chauffeur Procestechnicus/analist/teamleider

Registratie, rapportage en archivering

Procestechnicus/analist/teamleider/administratie

Monsterpot, silo’s AWZI Begeleidingsbrief & weegbon Begeleidingsbrieven, Sharepoint, A2B, LMA

BIR acceptatieprocedure

6.1

Actie Administratieve controle

Wie

Wegen

Derden

Toelaten transport Lossen en monstername Definitieve acceptatie Registratie, rapportage en archivering

Procesoperator chauffeur Procesoperator Administratie GMB, Controllers GMB & WSL

Middelen Begeleidingsbrief, afvalstroomnummerlijst Externe weegbrug of weeginrichting vrachtwagen Monsterpot, silo’s BIR Begeleidingsbrief & weegbon Begeleidingsbrieven, Sharepoint, A2B, LMA

Administratieve controle ingaande stromen Het afvalwater van de leerlooierij in Lichtenvoorde wordt via een persleiding aangeleverd. De overige te verwerken afvalstoffen worden per as aangeleverd. Weging vindt extern plaats.

6.1.1 Transport met begeleidingsbrief De procesoperator/analist voert een administratieve controle uit op de begeleidingsbrief. Bij de administratieve controle wordt gecontroleerd of de gegevens van het begeleidingsbrief overeenstemmen met de gegevens van de afvalstroomnummerlijst (hierbij is het door WSL uitgeven afvalstroomnummer de sleutel waaraan de rest van de gegevens is gekoppeld. De controle richt zich hierbij op: • komt het afvalstroomnummer overeen? • komt de EURAL-code overeen? • komt de benaming van het materiaal overeen? • evt. stemt het categoriemateriaal-nummer overeen? • komt de naam van de ontdoener overeen? AWZI/BIR

47

• plaats van herkomst? • komt de naam van de ontvanger overeen? • datum transport. Indien er fouten worden gesignaleerd wordt contact opgenomen met de ontdoener en afgestemd welke verdere actie nodig is. Als het materiaal volgens de administratieve controle geaccepteerd mag worden, start de losprocedure van het transport. Transport met digitaal systeem Wordt verder uitgewerkt, momenteel voldoet WSL aan de wettelijke eisen voor wat betreft het aanmelden in elektronische systemen.

6.2

Inwegen Weging van de vrachten vindt plaats bij een externe weegvoorziening (bij derden of vrachtwagens voorzien van een eigen weegvoorziening).

6.3

Toelaten transport Na registratie krijgt de chauffeur een aanwijzing van de procesoperator waar de chauffeur zijn lading mag lossen. De procesoperator geeft aan dat er monstername plaats moet vinden en overhandigt de hiervoor te gebruiken monsterpotten.

6.4

Lossen en monstername De monstername vindt plaats tijdens het lossen (zie B020-14). Bij WSL valt de monstername onder de verantwoordelijkheid van de procesoperator. Bijzondere bevindingen kunnen worden vermeld op de begeleidingsbrief waarna bovendien met de ontdoener kan worden overlegd over te nemen vervolgstappen en/of bij de ontdoener kan worden gereclameerd. WSL bepaalt de eventuele sanctie en zal dit mededelen aan de ontdoener.

AWZI/BIR

48

6.5

Definitieve acceptatie Vanaf het moment van lossen is WSL eigenaar van de afvalstroom. Nadat de vrachtwagen heeft gelost laat de chauffeur de monsterpot achter. Het gewicht is reeds bepaald bij een externe weegvoorziening.

6.5.1 Transport met begeleidingsbrief De weeggegevens zijn vermeld op de weegbon, voorzien van een weegnummer, waarmee traceerbaar bij welke weegvoorziening de vracht gewogen is. De weegbon wordt bijgesloten bij de begeleidingsbrief. Aan de hand van de weegbon wordt het gewicht op de begeleidingsbrief vermeld. Ook eventuele bevindingen worden op de begeleidingsbrief vermeld, waarna het document voor ontvangst wordt ondertekend. De witte doorslag wordt voor de eigen administratie door de procesoperator/analist behouden. De gele doorslag wordt teruggegeven aan de chauffeur. De roze doorslag wordt geretourneerd aan de ontdoener.

6.5.2 Transport met digitaal systeem Digitalisering is mogelijk op korte termijn aan de orde, ter ondersteuning/vervanging van het huidige systeem. Uitganspunt hierbij is dat minimaal aan dezelfde eisen en functionaliteiten van het bestaande systeem wordt voldaan.

6.6

Registratie, rapportage en archivering Op de maandag, volgend op de week daarvoor, worden de gegevens van de aangevoerde partijen van de betreffende week gedigitaliseerd en in een file klaargezet voor registratie in A2B (bij GMB BioEnergie Zutphen B.V.). Deze file wordt door de administratie van GMB BioEnergie Zutphen B.V. gecontroleerd op juistheid en de vrachten die akkoord zijn bevonden laten inlezen door A2B. Deze gegevens zijn periodiek onderhevig aan controle door controllers van zowel GMB BioEnergie als Waterstromen Lichtenvoorde B.V. De originele begeleidingsbrieven worden bewaard op de vewerkingslocatie. Deze worden deze per ontdoener en vervolgens per week opgeborgen op locatie GMB Bioenergie Zutphen. De per week opgeborgen begeleidingsbrieven worden voorafgegaan door een weekoverzicht. Deze documenten worden 7 jaar bewaard. De gegevens die per begeleidingsbrief worden geregistreerd zijn o.m.: • Afvalstroomnummer • Euralcode • eventueel nummer categoriemateriaal • Opdrachtgever (vaak gelijk aan ontdoener) • Ontdoener • Transporteur • Datum van levering

AWZI/BIR

49

• • • • •

Verwerker Begeleidingsbriefnummer Aangevoerde hoeveelheid Eventueel droge stof percentage Eventueel hoeveelheid droge stof

Deze gegevens vormen de basis voor verschillende rapportages. Te denken valt hier aan • Bedrijfsvoering; • Financiële controle en verantwoording richting ontdoeners; • Maandmeldingen die op basis van het Besluit Melden Bedrijfsafvalstoffen moeten worden gemeld; • Jaarverslagen die ten behoeve van het bevoegde gezag, de ontdoeners, de afnemers en overige geïnteresseerden worden opgesteld. In A2B zijn per ontdoener, de relevante gegevens van alle actieve afvalstroomnummers opvraagbaar. Deze rapportages zijn op elk gewenst moment te genereren en kunnen meerdere dagen, weken, maanden en jaren betreffen over diverse combinaties. Op het netwerk zijn per ontdoener de omschrijvingsformulieren, het monstername- en analyseprotocol, consistentie en de mogelijke loslocaties gearchiveerd.

AWZI/BIR

50

7. Verwerkingsbeleid

AWZI verwerkingsprocedure Actie Verwerkingskeuze & loslocatie Verwerkingsproces AWZI Afvoer van eindproducten Controle kwaliteit eindproducten

Wie Procestechnicus/analist/teamleider Procestechnicus/analist/teamleider Procestechnicus/analist/teamleider Procestechnicus/analist/teamleider

Middelen

Wie procesoperator procesoperator procesoperator Analist/procesoperator

Middelen

Installatie AWZI, zie hieronder Zie par. 7.2.1

BIR verwerkingsprocedure Actie Verwerkingskeuze & loslocatie Verwerkingsproces BIR Afvoer van eindproducten Controle kwaliteit eindproducten

7.1

Installatie BIR, zie hieronder Zie par. 7.2.2.

Verwerkingskeuze Voor afvalstromen die zijn geaccepteerd zijn er twee verwerkingsroute’s: AWZI of de BIR. In § 4.1.2 is uitgewerkt welke stoffen voor welke verwerkingsroute in aanmerking komen. In § 5.2.6 is aangegeven hoe tijdens de vooracceptatie een keuze wordt gemaakt voor de optimale interne verwerkingsroute. Als de keuze voor de binnenkomende partij is gemaakt, leidt dit tot verschillende loslocaties.

7.1.1 Loslocaties verwerkingsroute 1 AWZI Loslocatie en mengen Het afvalwater van de leerlooierij wordt via een persleiding aangevoerd en opgevangen in een pomptank. Voor goede werking van de zuiveringsstappen moet het leerlooierijafvalwater zo nodig eerst worden bijgedoseerd met specifiek koolstofhoudend industrieel afvalwater, leerlooierijwater van derden of effluent (zie boven).

•

AWZI/BIR

Na ontvangst in de pomptank doorloopt het proces een aantal zuiveringsstappen, te weten: Zuiveringsstap-1 : Na ontvangst en opwarming van het afvalwater, worden in een anaerobe reactor eerst eiwitten m.n. koolstof uit het afvalwater omgezet in biogas, en wordt sulfaat gereduceerd in sulfide. Het slibhoudende afvalwater wordt vervolgens in een anaerobe flotatieunit gescheiden in een sulfidehoudende afvalwaterstroom en een slibfractie (biomassa) met relatief veel chroom3+. ▪ Het afvalwater wordt doorgevoerd naar stap 2 ▪ De slibfractie wordt in een anaerobe vergistingsreactor verder omgezet in biogas en een slibfractie waaraan het chroom is geadsorbeerd. De slibfractie wordt tezamen met de gevormde zwavel en kalkhoudende slib uit stap 2 ontwaterd en per container afgevoerd naar een eindverwerker. Het biogas uit de IC-reactor en de vergister wordt

51

samen doorgevoerd naar de BIR voor ontzwaveling en energieopwekking (zie volgende paragraaf). • Zuiveringsstap-2 : de sulfidehoudende afvalwaterstroom wordt naar een beluchte reactor geleid waar het sulfide biologisch geoxideerd wordt tot elementair zwavel. Daarna wordt in een lamellenafscheider de gevormde zwaveldeeltjes uit de afvalwaterstroom gescheiden. ▪ Het afvalwater wordt doorgevoerd naar stap 3 ▪ De afgescheiden slibfractie wordt (samen met gevormde calciumverbindingen) samen met de slibfractie uit stap 1 ontwaterd, en per container afgevoerd naar een eindverwerker (stortplaats). • Zuiveringsstap-3 : de ontzwavelde afvalwaterstroom wordt in een stikstofoxidatiereactor gebracht, waarbij ammoniumstikstof onder toevoeging van zuurstof voor ca. 50% biologisch omgezet wordt naar nitriet ( “partiele nitrificatie”) • Zuiveringsstap-4 : het nitrietrijke afvalwater wordt tenslotte in een anammoxreactor gebracht waarin het gevormde nitriet tezamen met het restant ammonium biologische omgezet wordt naar onschadelijk stikstofgas. Hierna wordt het voorgezuiverd afvalwater als effluent geloosd op de RWZI. Het voorgezuiverde afvalwater is aldus onder productie van biogas voor een groot deel ontdaan van koolstof, chroom, zwavel en stikstof. Het biogas wordt in de BIR behandeld en omgezet in energie.

7.1.2 Loslocaties verwerkingsroute 2 BIR De organische reststromen worden per as aangevoerd en in verschillende voorraadtanks opgeslagen. Vanuit deze voorraadtanks worden twee vergistertanks gevoed, waarbij een groot deel van de organische stof wordt omgezet in biogas. De hoofdstappen in de BIR vergister zijn: • Ontvangst verpompbare stromen / en evt.verpompbaar maken van vaste stromen • Opslag in opslagtanks (verwarmd) • Vergisting (verwarmd) • Navergisting • Afvoer digestaat per as • Biogasontzwaveling en ,droging • Opwerking biogas en aflevering op net. Het biogas wordt samen met het biogas van de AWZI-WSL opgewerkt. Restwarmte uit het proces wordt: o teruggeleverd aan AWZI-WSL ten behoeve va een optimale werking van de biologische processen o ingezet om de BIR vergistingsprocessen op temperatuur te houden o geleverd aan een warmtenet (Energiek) tbv de verwarming van onder meer het zwembad en het gemeentehuis Het slib (digestaat) wordt doorgevoerd naar twee navergisters waar de vergisting tot stilstand komt. Hierna kan het digestaat deels worden ingedikt/ontwaterd, waarbij de dunne fractie in de AWZI-WSL wordt verwerkt en de dikke fractie wordt teruggevoerd naar de vergister of wordt afgezet naar een slibverwerker.

7.2

Afvoer van eindproducten

7.2.1 AWZI-slib (VW1) AWZI/BIR

52

Een van de eindproducten van de AWZI zijn de slibben bij worden opgebulkt en vervolgens gezamenlijk worden ontwaterd. Deze ontwaterde fractie wordt afgevoerd onder de Euralcode 19 08 12 C (mits uit de analyse blijkt dat dit geen gevaarlijke afvalstof betreft) naar de daarvoor vergunde eindverwerkers/stortplaatsen (zie paragraaf 2.1.2).

7.2.2 Digestaat uit de BIR (VW2) Het digestaat van de BIR als afval wordt afgevoerd onder Euralcode 19 06 06 (digestaat van anaerobe behandeling van dierlijk & plantaardig afval). Het digestaat is op te vatten een afvalstroom vallend onder sectorplan 3. De minimumstandaard verwerking hiervoor is - Recycling; - Indien recycling niet mogelijk of te duur (> € 205,-/ton) o Verbranden (als vorm van verwijdering) voor afvalstoffen die niet gestort mogen worden o Verbranden (als nuttige toepassing) mits uitgevoerd binnen een inrichting waarin emissiebeperking is gereguleerd o Storten op een daarvoor geschikte stortplaats. Het digestaat wordt afgevoerd naar een slibverwerker, waarbij sprake is van voordrogen in composteringstunnels met nuttige toepassing en uiteindelijk thermische verwerking elders. Bij het voordrogen in composteringsunnels is tevens sprake van sanitatie, waardoor de verordening dierlijke bijproducten in acht wordt genomen. Toekomstige recycling digestaat De mogelijkheid om verwerkt digestaat in te zetten als grondverbeteraar in de (buitenlandse) landbouw, wordt momenteel onderzocht. Op het moment dat het digestaat verwerkt wordt tot compost dat voldoet aan de eisen van het Uitvoeringsbesluit meststoffenwet is sprake van recycling en voldoet de verwerkingshandeling aan de minimumstandaardverwerking als zijnde recycling.

7.3

Controle kwaliteit eindproducten

7.3.1 slibfractie uit de AWZI (VW 1) Activiteit Monstername Aansturen (periodieke) analyses

Wie

Uitvoeren analyse Uitvoeren chemische analyse Contacten met ontvanger

Analist/extern lab Extern lab Projectleider/derden

Middelen Monsterpotten

Analist Monster per vracht Contract/begeleidingsbrieven

7.3.2 Digestaat uit de BIR (VW 2) AWZI/BIR

53

Activiteit Monstername Aansturen (periodieke) analyses Uitvoeren analyse (d.s.) Uitvoeren chemische analyse Contacten met ontvanger Terugkoppelen bij constateren kwaliteitsgebreken Onderhandelen over het contract met ontvanger

7.4

Wie

Middelen Monsterpotten

Analist Analist/procesoperator Extern lab

Monster per vracht

projectleider Bedrijfsvoerder/derden

Contract/begeleidingsbrieven Analysestaat lab Analysestaat ontdoener

Projectleider/derden

Contract/omschrijvingsformulier

Overige vrijkomende afvalstoffen

7.4.1 Procesgerelateerd bedrijfsafval Afgewerkte olie, afgezet via erkende inzamelaars.

7.4.2 Niet-procesgerelateerd bedrijfsafval Overig afval dat vrijkomt betreft relatief kleine hoeveelheden, is niet-procesgerelateerd, en inherent aan reguliere bedrijfsvoering: niet gescheiden bedrijfsafval, papier, metalen, hout, bouw- en sloopafval. Dit wordt afgezet via erkende inzamelaars.

AWZI/BIR

54

8. Administratieve Organisatie en Interne controle

8.1

Organisatiestructuur Zie paragraaf 1.2.

8.2

Taak en functiebeschrijvingen, communicatie en overlegstructuur De directie is verantwoordelijk voor de aan- en afvoer van reststromen. In opdracht van de directie treedt een commercieel manager hierbij als acquisiteur. De commercieel manager is in samenspraak met het MT verantwoordelijk voor het al dan niet uitbrengen van een aanbieding en voor de uitgebrachte aanbiedingen. Als acquisiteur worden de onderhandelingen met aanen afnemers gevoerd. Voor het financieel eindresultaat is de directie eindverantwoordelijk. De administratief medewerker is verantwoordelijk voor het financiële gedeelte van de procesadministratie. Dit deel is gericht op aan- en afvoerregistratie van hoeveelheden. Hij stelt periodiek de financiële resultaten op en controleert daarbij de volledigheid van de omzet. De administratief medewerker beheert de contracten, legt prijsafspraken vast met aan- en afnemers en voorziet de financiële administratie ten behoeve van de facturatie van de juiste verwerkingsprijzen. De administratief medewerker is verantwoordelijk voor het opstellen van de (jaarlijkse) rapportages richting het bevoegde gezag en de leveranciers. De procestechnoloog/operator en/of commercieel manager beoordelen in nauwe afstemming de kwaliteit van de aangeboden reststromen t.o.v. de vergunning en de door BIR en/of IWL zelf gehanteerde eisen. Hij treedt hierbij op als vooracceptant.

In overleg met de directie wordt de verwerkingsprijs bepaald en onder verantwoordelijkheid van de directie wordt een aanbieding opgesteld. De procestechnoloog/operator beoordeelt de analyses van aangevoerde reststromen en van de afgevoerde digestaat. Trends in analyses worden besproken met de directie en bij overschrijding van de normen wordt dit direct aangegeven bij de directie en wordt de eventuele maatregel bepaald. De operator voert de administratieve controle uit van de aangeleverde vrachten. De operator is in dit kader de acceptatnt in de vervolgafgifte. De operator registreert de droge stof cijfers, stemt de geleverde hoeveelheden af met de leveranciers en archiveert de begeleidingsdocumenten. De operator is verantwoordelijk voor de omzetting van de reststromen naar biogas. Bij onregelmatigheden in het aangeleverde materiaal beoordeelt hij de onregelmatigheid en bepaalt of de afvalstof (deels) geaccepteerd wordt. De onregelmatigheid wordt vastgelegd in de database en medegedeeld aan de leverancier. Indien getwijfeld wordt aan de kwaliteit van het materiaal, geft de operator opdracht de partij apart op te slaan. Daarnaast geeft hij opdracht om de partij te laten analyseren door een extern laboratorium. De operator ziet erop toe dat in afwachting van de anlyase uitkomsten de partij niet verwerkt wordt. In dit kader

AWZI/BIR

55

treedt de operator op als acceptant. Samen met de bedrijfsdirecteur beoordelt de operator de verwerkbaarheid van een proefvracht. De operator treeds op als acceptant, hij voert tijdens het lossen een visuele inspectie uit en is verantwoordelijk voor de monstername van alle aan- en afgevoerde afvalstoffen. Indien de operator tijdens het lossen onregelmatigheden constateert of twijfelt aan de kwaliteit van het aangeleverde materiaal, waarschuwt hij de bedrijfsdirecteur. 8.3

Procedures en werkinstructies Zie procedure schema’s paragraaf 5.2.1 en inleidingen hoofdstuk 6 en 7.

8.4

Procesbeheersing Zie hoofdstukken 5,6,7

8.4.1 Registratie inkomende en uitgaande vrachten Zie paragraaf 6.6.

8.4.2 Voorraadregistraties Periodiek worden de voorraden door de directie opgenomen, eventuele afwijkingen ten opzichte van de voorraadopname door de operator worden door de directie met de operator besproken.

8.4.3 Registratie niet ontvangen en geweigerde vrachten Niet ontvangen partijen Voor reststromen waarvan de aanvraag voor verwerking binnenkomt maar die om wat voor reden dan ook niet worden verwerkt, worden alle relevante gegevens digitaal bewaard in de map “aanvraag voor verwerking”. Deze map wordt beheerd door de commercieel manager. Geweigerde vrachten Als een aangeleverde vracht na een visuele controle geweigerd wordt of onder voorbehoud wordt geaccepteerd zal dit op de begeleidingsbrief worden vermeld. Van geweigerde vrachten zal een dossier worden aangelegd en met de leverancier zullen nadere afspraken worden gemaakt over eventueel toekomstige leveringen. Een partij kan worden geweigerd als deze niet aan de leveringsvoorwaarden voldoet. Dit is meestal al in de vooracceptatie op basis van analyse gegevens. Indien een partij bij de feitelijke acceptatie wordt geweigerd, of onder voorbehoud wordt geaccepteerd, wordt deze gescheiden bewaard tot deze wordt afgevoerd of verwerkt onder aangepaste voorwaarden.

AWZI/BIR

56

8.4.4 Meetvoorzieningen n.e.g. Voor de bepaling van droge stoffen beschikt WSL over een droogstoof en een op 0,01 gram nauwkeurige weegschaal. 8.5

Beheersing financiële bedrijfsvoering Beheersing van bedrijfsvoering en logistiek vindt plaats op basis van stromenbalansen op hun beurt gebaseerd op afvalstroomnummer en tonnage • Facturering vindt plaats via een geautomatiseerd systeem. Bij de facturering worden de betreffende begeleidingsbrieven meegestuurd. • Financiële controle vindt plaats via vierkantscontrole door de controllers van Waterstromen Lichtenvoorde en GMB BioEnergie. • De directie stelt prijzen vast. Begeleidingsbrieven van alle aangeleverde respectievelijk afgevoerde materialen worden 7 jaar lang op de inrichting bewaard.

8.6

Administratieve controle Tijdens het opstellen van de financiële rapportages controleert de plantcontroller of er sluitend verband is tussen de goederenstromen uit de procesadministratie en de omzet volgens de financiële administratie. Deze controle wordt uitgevoerd door middel van vierkantscontrole: • binnen een bepaalde tijdsperiode moet de omzetverwachting op basis van aangevoerde hoeveelheid per leverancier maal geldende tarief, exact gelijk zijn aan de werkelijke omzet op basis van de factuurgegevens van de betreffende leverancier over diezelfde periode (data facturen volgens de financiële administratie “Metacom” en Excell). • Hetzelfde proces vindt plaats voor leveranties van aan afnemers. • Van eventuele afwijkingen wordt de oorzaak opgespoord, de eventuele fout wordt vastgelegd en indien (nog) mogelijk hersteld. Hiermee is een sluitend verband tussen goederenadministratie en financiële administratie geborgd. De bovengenoemde financiële rapportages worden minimaal per kwartaal uitgevoerd. Rekening houdend met vakantieperioden gaat het om periode 4, 6-8, 11, en 13. De stromenbalansen zijn gekoppeld aan de financiële rapportages, en worden dus op dezelfde momenten opgesteld. Voor de beheersing van bedrijfsvoering en logistiek worden de balansen v.w.b. aan- en afvoer en voorraden echter per week bijgehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11804975/1