CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

vvgb boschlaan 18 bijlage 1 toelichting op vergunningaanvraag

Raadscommissie 6 september 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen inzake aanvraag omgevingsvergunning WSL Lichtenvoorde10.967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.3.2

Toelichting overige componenten

Fosfaat en overige nutriënten In het looierij afvalwater bevindt zich een geringe hoeveelheid opgelost fosfaat. Mede door de relatief hoge systeem pH en de aanwezigheid van calcium en ijzer wordt fosfaat gebonden en met het slib afgevoerd. In sommige situaties is zelfs nodig om fosfor en andere nutriënten (spore elementen) toe te voegen voor een optimale werking van de biologie. De fosfaatconcentratie die wordt geloosd is veelal enkele mg P/l met een maximale vracht van circa 10 kg P/d. Spore elementen worden grotendeels door de biomassa opgenomen en derhalve minimaal geloosd.

32 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-017.742 | Definitief

Chloride De chloride concentraties zijn, ondanks dat de looierij nauwelijks gezouten huiden gebruikt, relatief hoog door toepassing van verschillende looizouten. Chloride wordt niet door de zuivering verwijderd en zelfs nog gering verhoogd door gebruik van flocculatiemiddelen en H2S bestrijding door toevoeging van ijzer- en aluminiumzouten. Voor een stabiele biologische werking mag de chloride concentratie niet te veel fluctueren. Stabilisatie wordt verkregen door de looiprocessen af te stemmen op het beschikbare egalisatievolume bij de looierij en door het toevoegen van RWZI effluent.

5.4

Meten en registreren

De inkomende hoeveelheid looierij afvalwater en de lozing van het gezuiverde water wordt continue gemeten en geregistreerd. De overige in- en uitgaande stromen worden door weging of transportvolume geregistreerd. Periodiek wordt de kwaliteit van het ingaande looierijwater en overige toevoerstromen bepaald op diverse parameters. Het uitgaande effluent wordt op verschillende componenten geanalyseerd in een (volume) proportioneel volgens de beschikking van de watervergunning en voor de bepaling van de verontreinigingsheffing.

5.5

BBT

Voor de waterzuivering geldt als BBT: https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/EN/TXT/?uri=uriserv:OJ.L_.2013.045.01.0013.01.ENG, waarbij de onderstaande tabel geldt voor de effluentkwaliteit van een leerlooierij voor lozing op een communale rioolwaterzuivering.

Tabel 5.1 BAT-AELs for total chromium and sulphide emissions through indirect discharges of waste water from tanneries into urban waste water treatment plants Parameter

BAT-AELs mg/l (monthly average values based on the average of the 24-hour representative composite samples taken over a month)

Total chromium (as Cr)

< 0,3-1

Sulphide (as S)

<1

Chroom De installatie is ontworpen voor de verwijdering van 30 mg Cr3+/l naar minder dan < 1 mg Cr3+/l met een maximum tot 2 mg Cr3+/l. Het afvalwater water bevat geen noemenswaardige hoeveelheid Cr6+. Aangenomen mag worden dat “total chromium” nagenoeg geheel bestaat uit Cr 3+. Dit betekent dat een jaargemiddeld verwijderingsrendement van meer dan 95 % Cr3+ onvoldoende is om aan de BBT waarden van 0,3 – 1 mg Cr-totaal/l te voldoen. De laatste jaren is “Cr-vrij” looien doorontwikkeld en neemt het Cr gebruik af. Hier staat tegenover dat ook steeds meer water wordt bespaard, waardoor de Cr-vracht weliswaar minder wordt, maar het afnemende Cr gebruik minder effect heeft op de concentratie. De onderstaande tabel geeft de jaargemiddelde van de aanen afvoer Cr3+ concentratie weer, waaruit de toevoerafname herkenbaar is. De laatste drie jaar is zelfs een jaargemiddelde effluentconcentratie bereikt die voldoet aan de BBT norm. Hierbij moet wel worden aangetekend dat de looierij niet haar volle productiecapaciteit heeft kunnen inzetten en sommige

33 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-017.742 | Definitief

looiprocessen (nog) niet Cr-vrij gelooid kunnen worden. Het ontwerprendement van 95 % wordt zelfs bij aanvoerconcentraties > 30 mg Cr3+/l ruim gehaald.

Tabel 5.2 Jaargemiddelde aan- en afvoerCr3+ jaar

Cr3+_ in mg/l

Cr3+_ uit mg/l

Rendement

2014

50

0,60

98,8 %

2015

64

0,81

98,7 %

2016

52

1,05

98,0 %

2017

24

0,29

98,8 %

2018

25

0,09

99,7 %

2019

20

0,27

98,7 %

De ervaring heeft geleerd dat verhoogde effluentconcentratie vooral verband houden met optimale procescondities, waarbij het afscheiden van slibdeeltjes een zeer belangrijke rol spelen. Samenvattend Indien de processtabiliteit kan worden gegarandeerd zijn de BBT normen voor Cr -totaal op basis van een jaargemiddelde concentratie haalbaar. Of dit ook voor een maandgemiddelde concentratie (BBT) haalbaar is moet verder worden onderzocht. Sulfide Als eerder genoemd wordt door de oxidatieprocessen sulfide geheel omgezet naar elementair zwavel en wordt alleen een restant als 100 % sulfaat geloosd. De ervaring leert dat geen sulfide (S2-) wordt gemeten in het voorgezuiverde water, waarmee wordt voldoen aan de BBT.

5.6

Preventie

Door een uitvoerig meet- en analyse programma, diverse online monitoringen en 24-uurs alarmeringen worden de processen 24 uur per dag bewaakt. Procesafwijkingen worden automatisch en indien nodig op afstand handmatig bijgesteld. De (deel)processen kunnen (tijdelijk) uit bedrijf worden genomen en de toevoer kan direct voor een bepaalde tijd worden gestopt, waarbij het productie water opgeslagen wordt in daarvoor bedoelde voorzieningen bij de looierij en de waterzuivering. Nagenoeg dagelijks is operationeel contact tussen medewerkers van de zuivering en de looierij. Wekelijks stelt de looierij de verwachte productie, met de te verwachten hoeveelheid afvalwater en samenstelling beschikbaar, zodat het zuiveringsproces hierop afgestemd kan worden. Per kwartaal vindt op management niveau afstemming plaats over o.a. zuivering resultaten, type en productie verwachting, ontwikkelingen en optimalisaties. Indien de looierij een nieuwe stof wil toepassen, wordt vooraf theoretisch (MSDS) beoordeeld of hiervan negatieve effecten op het zuiveringsproces zijn te verwachten. Zo ja; dan wordt door laboratoriumtesten een indruk verkregen van het potentiële risico. Indien het risico te hoog is, kan de nieuwe stof niet worden toegepast.

Indien het risico beperkt is kan de stof worden toegepast en wordt op operationeel niveau intensief gecommuniceerd, hoeveel en wanneer deze stof met het water wordt aangevoerd en vindt extra toezicht plaats op de verschillende zuiveringsstappen.

34 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-017.742 | Definitief

ZZS Alle chemicaliën die op de locatie worden gebruikt zijn vastgelegd in een zogenaamde stoffenmanager, waarin alle eigenschappen zijn vastgelegd en waar nodig een ABM-toetsing op is uitgevoerd. Voor stoffen die niet voldoen aan de criteria worden alternatieven gezocht. Nieuwe stoffen worden voor gebruik getoetst op toepasbaarheid. Jaarlijks wordt de stoffenmanager gecontroleerd door een extern veiligheidsspecialist en waar nodig bijgewerkt.

5.7

Toekomstige ontwikkelingen

De toekomst zal meer en meer worden bepaald door de klimaatdoelstellingen en de circulaire economie. Daarnaast wordt in Europees verband (KRW) gestreefd naar verdere verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit.

5.7.1

Klimaat en energie

De locatie is energie producerend en sterk georiënteerd op een efficiënte energieproductie en minimale energiebehoefte. De productie van circa 6,5 miljoen m3 groen gas/jr. komt overeen met het aardgasverbruik van ongeveer 5.000 huishoudens. Om de eigen energiebehoefte te minimaliseren gebruikt de waterzuivering onder meer anaerobe processen en energiearme stikstofverwijdering (o.a. anammox) en gaat hiermee aanzienlijk verder dan BBT. Een groot deel van de eigen warmte wordt teruggewonnen met een warmtepomp, waarmee ook externe warmte voor onder meer het zwembad en het gemeentehuis wordt geleverd.

5.7.2

Circulariteit

Tot toe is het niet gelukt de slibstromen die ontstaan in de waterzuivering nuttig in te zetten. De mogelijkheden worden tot nu toe vooral beperkt door de hoeveelheid chroom die zich in deze stromen bevindt. Hier zal echter blijvend naar worden gekeken. Verkenningen voor hergebruik van gezuiverd water (RWZI effluent) voor de looiprocessen hebben tot nu toe niet geleid tot een toepassing, door een nog niet te garanderen leerkwaliteit. De komende jaren zal hergebruik opnieuw worden onderzocht. Op pilot niveau is onderzocht of stikstof door middel van strippen terug kan worden gewonnen uit de dunne fractie van de vergisters. Op basis van de resultaten wordt ervanuit gegaan dat een dergelijke techniek ook in Lichtenvoorde wordt toegepast. Hierbij wordt het mogelijk stikstof minimaal als kunstmestvervanger (in de Achterhoek) in te kunnen inzetten.

5.8

Effluentkwaliteit

Als voorbereiding op de KRW doelen die het Waterschap voor het oppervlakte water, waarop de RWZI nu loost, voor 2027 heeft gesteld, is in 2018/19 een gezamenlijke waterketenstudie uitgevoerd met de looierij, WSL en het WRIJ. In deze studie is onderzocht met welke middelen de beoogde doelstellingen gehaald kunnen worden en waar deze middelen het meest efficiënt kunnen worden ingezet. De studie is vastgelegd in het rapport ‘GAP analyse’. Hieruit is duidelijk geworden dat er voor het waterschap uitdagingen m.b.t. tot fosfaat en stikstof liggen. Voor de looierij/WSL ligt er vooral een uitdaging ten aanzien van chloride en in mindere mate voor chroom. Vastgelegd is dat in 2023 duidelijk moet zijn wie welke maatregelen moet treffen, die vervolgens voor 2027 geïmplementeerd moeten worden.

35 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-017.742 | Definitief

5.8.1

Afvalwatersamenstelling en lozing op RWZI Lichtenvoorde

De originele capaciteit van de bestaande waterzuivering en nu bewezen zuiveringsrendementen wordt gehandhaafd. De overige stromen die tezamen worden ingenomen met het looierij afvalwater beogen het verbeteren van de processtabiliteit en leiden niet tot een overschrijding van de verwerkingscapaciteit.

Tabel 5.3 afvalwatersamenstelling en ontwerpcapaciteit waterzuivering Waterstromen Lichtenvoorde parameter

eenheid

debiet

m3/d

CZV

ontwerp AWZI gemiddeld

maximaal

700

1.200

kg CZV/d

5.425

8.000

N-totaal

kg N/d

425

550

S-totaal

kg S/d

440

550

Chloride

kg Cl/d

1.900

3.000

Chroom(III)

kg Cr/d

10,5

15

Tabel 5.4 zuiveringsrendement en lozing op RWZI Lichtenvoorde Parameter

eenheid

rendement

lozing op RWZI Lichtenvoorde

jaargemiddeld

jaargemiddeld

maximaal

debiet

m3/d

0

< 700

1.200

CZV

kg/d

± 90 %

< 650

1.400

N-totaal

kg N/d

± 75 %

< 100

130

S-totaal

kg S/d

± 75 %

< 105

210

Chloride

kg Cl/d

± -10 %

< 2.000

2.170

Chroom(lll)opm1

kg Cr/d

> 95 %

< 0,5

1,0

36 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-017.742 | Definitief

6 BOUWEN + BESTEMMINGSPLAN

6.1

Te realiseren bouwwerken

Voor de beoogde wijzigingen en uitbreiding wordt het terrein ten oosten van WSL gebruikt. Dit terrein is voor het grootste gedeelte onbebouwd en in gebruik bij WRIJ. Momenteel staat er een slibbuffer in eigendom van WRIJ die wordt ontmanteld. Op het noordelijke gedeelte van het terrein van de beoogde uitbreiding staan bomen. In de toekomstige situatie wordt op het terrein ten oosten van WSL gebruikt voor het realiseren van vijf bouwwerken ten behoeve van de BIR (zie afbeelding 2.3): 1 vooropslagen; 2 vergister; 3 navergister; 4 nutriëntenterugwinning; 5 biogasopwerking. Op de onderstaande afbeelding zijn de locaties van de te realiseren bouwwerken met blauw weergegeven. Dit terrein is in eigendom van WRIJ. Met WRIJ is een intentieverklaring getekend waarin is opgenomen dat WRIJ medewerking verleent aan de voorgenomen wijzigingen door middel van een opstalrecht op de grond. Om de bouwwerken ten behoeve van de navergister, nutriëntenterugwinning en biogasopwerking te realiseren wordt een deel van de bestaande bomenrij gekapt. Dit is geen onderdeel van onderhavige vergunningaanvraag, maar wordt in een later stadium aangevraagd, nadat het ecologisch vervolgonderzoek is uitgevoerd. Daarnaast wordt de bestaande slibbuffer van WRIJ verplaatst (locatie 2 op afbeelding 6.1). Op deze locatie wordt de vergister geplaatst.

De vergister zal qua oppervlakte even veel ruimte in beslag nemen als de bestaande slibbuffer.

37 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-017.742 | Definitief

Afbeelding 6.6 Impressie biogasopwekking

6.2

Bestemmingsplan

In deze paragraaf wordt het voornemen getoetst aan de geldende bestemmingsplannen. De bestemmingsplannen ‘buitengebied, Reparatieplan 2016’, ‘reparatieplan Buitengebied Oost Gelre’, ‘bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011’ en 'facetbestemmingsplan parkeren' zijn de geldende bestemmingsplannen op de locatie. Daarnaast vindt toetsing plaats aan het ontwerp ‘Parapluplan Archeologie’. Het ‘Consolidatieplan Buitengebied Oost Gelre 2018’ heeft geen juridische status, maar geeft wel de geldende bestemmingen van de vigerende bestemmingsplannen weer. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede weer van ‘consolidatieplan Buitengebied Oost Gelre 2018’ met daarin het plangebied globaal geel omkaderd.

41 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-017.742 | Definitief

6.3

Kantoorunits

De huidige kantoorunits met enkele werkplekken, vergaderruimte/kantine, sanitaire voorzieningen en een klein keukentje zijn daar geplaatst met een tijdelijke (bouw)vergunning. De tijdelijke periode loopt 31 december 2021 af. De kantoorunits dienen echter nog langer behouden te blijven. Er is geen alternatieve kantoorruimte voorzien. De kantoorunits krijgen daarmee een permanent karakter. De vergunningaanvraag ziet derhalve ook op het permanent vergunnen van de kantoorunits. De units zijn onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning bouwen en voor € 25,000,- meegenomen in de bouwkosten.

43 | 43

Witteveen+Bos | 125555/21-017.742 | Definitief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11757555/1