voortgangsrapportage 2023 res achterhoek
Tekst van het document
Om dat bedrag in perspectief te zetten: de kosten voor één extra onderstation van ca. 80 MW bedragen € 25 miljoen (zie Figuur 15). Het verschil in kosten tussen beide scenario’s is dus enorm; in de Achterhoek bedraagt die extra investering omgerekend per huishouden € 1100. Naast de netinpassingskosten is ook het verschil in maatschappelijke baten tussen wind enerzijds en zon anderzijds cruciaal in het licht van de urgentie om nu ingrijpende maatregelen te nemen tegen klimaatverandering (zie paragraaf 2.2.2). Verbetering van de wind/zon verhouding krijgt ook daarom in de herijking de nodige aandacht. Het regionale en lokale belang van een adequate wind/zon verhouding is uitgelegd in paragraaf 2.2.2. De provincie stuurt met de aangenomen Statenmotie 21M37 [2021] in dezelfde richting. En inmiddels zet ook de nationale overheid in op een betere balans tussen wind en zon25. Herijken door te onderzoeken hoe de wind/zon verhouding verbeterd kan worden is dus evident, noodzakelijk en bestuurlijk-politiek relevant en actueel.
3.2.
Hoe gaan we herijken
Het herijken doen we door middel van integraal programmeren. De integraliteit is niet allesomvattend in dit verband, maar de belangrijkste zaken worden wel meegenomen. We werken via twee sporen: het netimpact spoor en het ruimtelijk spoor zoals in Figuur 36 is aangegeven. De informatie die het ene
Integraal moet gelezen worden zoals het in deze voortgangsrapportage is omschreven. https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/inzicht-in-je-energierekening/energierekening/ 25 Kamerbriefbrief over voortgang Regionale Energie strategieën minister van Energie en Klimaat; dec 2022 23 24
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
52
RES ACHTERHOEK
spoor oplevert wordt in het andere gebruikt en vice versa. Voor het ruimtelijk spoor wordt Integraal Programmeren samen met de provincie en andere regio’s i.i.g. het plan-m.e.r. windbeleid en RES provincie Gelderland doorlopen; dat is in paragraaf 2.2.1 Spoor 2 Spoor 1: Ruimtelijk uitgebreid besproken. Het plan-MER leidt tot Netimpact spoor een lijst van beoordeelde wind zoekgebieden in de Achterhoek. Deze lijst wordt gebruikt als input voor het netimpact spoor. Daar zitten ook de voorkeurszoekgebieden bij uit RES 1.0. Welke invloed kunnen deze zoekgebieden uitoefenen op het netimpact spoor? In het Resultaat herijking: Waar kan wat wanneer (RES 1.0: dat doen we gezamenlijk als regio) netimpact spoor wordt getoetst of een gekozen combinatie van wind- en zonprojecten “past” binnen de netcapaciteit van Liander inclusief de Figuur 36 Integraal programmeren. investeringsagenda tot 2030. We halen ook informatie op uit het regioarrangement voor de Achterhoek: welke woon- en werklocaties zijn in beeld? Waar liggen die en welke extra belasting geven zij op de onderstations? Ook deze informatie wordt gebruikt in het netimpact spoor. Het resultaat van het doorlopen van beide sporen is een afgewogen en vastgesteld programma van projecten en activiteiten inclusief een tijdslijn wanneer een bepaald project aangesloten kan worden op het net. 3.2.1
Spoor 1: Netimpact
Liander kan de impact van een combinatie van wind- en zon projecten doorrekenen met een gedetailleerd rekenmodel. Vanwege de zwaarte van deze berekening en de beperkingen in capaciteit kan elke RES regio slechts één situatie doorrekenen. In lijn met de ontwerpgedachte uit RES 1.0 is daarbij gekozen voor een systeemefficiënt scenario. Begin dit jaar waren de resultaten van deze doorrekening bekend: door het bod systeemefficiënt in te passen blijkt uit de doorrekening dat deze te realiseren is op de infrastructuur in 2030. Hierbij is de juiste zon/wind verhouding en spreiding over de regio van cruciaal belang geweest. Hieruit blijkt ook dat het gebruik van het Liander model tijdrovend is en niet geschikt om in sessies met ambtenaren, bestuurders en/of politici aan knoppen te draaien en gelijk te zien wat de impact is op de netcapaciteit. Daarom is het model ook niet geschikt om het gesprek over het invullen van het niet gealloceerde deel te faciliteren. Naast het gebrek aan interactiviteit, is in paragraaf 2.2.2 uitgelegd dat systeemefficiëntie in het geval van de RES gekoppeld is aan de wind/zon verhouding en dat we daarmee juist ook willen kunnen ‘spelen’. In het voorjaar van 2022 is daarom opdracht gegeven om gezamenlijk met Liander een software tool te ontwikkelen waarmee juist dat op een interactieve manier kan: de Allocator van Appcentive.
Zoals ook in paragraaf 2.3.4 al is uitgelegd zit de investeringsagenda van Liander tot 2030 verwerkt. Met de tool kun je potentiële wind- en zonprojecten selecteren die in RES 1.0 zijn
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
53
RES ACHTERHOEK
geïdentificeerd, net zolang totdat het doel van 1,35 TWh is bereikt. De tool geeft direct terugkoppeling over: ▪ De wind/zon verhouding (‘Energiemix’) ▪ De kosten die gemaakt worden voor de netinfrastructuur ▪ In hoeverre onderstations (inclusief de uitbreidingen die in de investeringsagenda van Liander zitten) wel of niet vol gaan lopen. In feite faciliteert de Allocator het sturen op schaarste in netcapaciteit en in (publiek) geld. Gedurende de herijking is de tool ontwikkeld en uitgebreid getest. Vervolgens zijn er eerste sessies georganiseerd met de (ambtelijke) regiegroep en het bestuurlijk overleg waarbij in groepen gekeken is of en hoe het bod gehaald zou kunnen worden. De tool blijkt een goed instrument om te laten zien wat de gevolgen zijn van bepaalde keuzes. Daarmee blijkt het gesprek over het niet-gealloceerde deel goed geïnformeerd gevoerd te kunnen worden. De eerste stappen op weg naar de invulling van dat deel zijn daarmee gezet. Na de zomervakantie wordt dit gesprek voortgezet met een update de verschillende datasoorten in de app en toegevoegde cable pool functionaliteit. Verminderen netcongestie Cable pooling is naast de wind/zon verhouding een uitsteken middel de netinfrastructuur zo goed mogelijk te gebruiken en dus om netcongestie te verminderen.
Er zijn uiteraard meer mogelijkheden om netcongestie te verminderen dan wel te voorkomen: ▪ Voorkom zoveel als mogelijk elektrificatie van de warmtevraag en mobiliteit. Dit kan door: ◦ Aanleg van warmtenetten met/of seizoensopslag; ◦ Lokaal waterstof te produceren voor de lokale industrie en voor zwaar transport26; ▪ Of dit nu mogelijk is of niet: beperk de warmte- en mobiliteitsvraag als eerste (maximale energiebesparing). ▪ Combineer zon en/of wind met bestaande grootverbruikers van stroom (zoals ook kan worden toegepast bij smart energy hubs). ▪ Optimaliseer ‘achter de meter’ door bijvoorbeeld opslag;27 ▪ Stimuleer flexibel gebruik van energie om pieken te voorkomen (vraagsturing). ▪ Plaats zonnepanelen niet op het zuiden, maar oost/west
Het is hierbij van belang dat de elektriciteit voor de productie van waterstof lokaal en duurzaam wordt opgewekt. De afzet van de waterstof is bij voorkeur ook lokaal. De vraag is of er voldoende lokale duurzame elektriciteit beschikbaar is, of er voldoende afzet mogelijkheden zijn en of de elektrolyse voldoende vollasturen kan maken om rendabel te zijn. Verkenningen daartoe worden thans uitgevoerd in de gemeente Oude IJsselstreek. Voorkomen moet worden dat er stroom van het elektriciteitsnet gebruikt wordt voor het maken van waterstof. Dus ook hier geldt dezelfde kanttekening als bij batterijopslag: voorkomen moet worden dat het toe te passen business model de netcongestie verergert, zie ook paragraaf 2.2.3 27 Voorkomen moet worden dat het toe te passen business model de netcongestie verergert, zie ook paragraaf 2.2.3 26
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
54
RES ACHTERHOEK
3.2.2 Spoor 2: Ruimtelijk Om ruimtelijk te weten waar wat kan en mag, wordt het ruimtelijk spoor gevolgd. Zoals gezegd in paragraaf 2.2.1 zijn alle zoekgebieden uit bijlage 1 van de RES 1.0 op een MER achtige manier beoordeeld. Echter voor borging van de voorkeurszoekgebieden is een plan-MER noodzakelijk. Ook de herijking richting RES 2.0 is (plan)MER plichtig. RES Achterhoek sluit daartoe aan bij het “plan-MER windbeleid en RES provincie Gelderland”. Dat is inmiddels in volle gang. Het plan-MER brengt alle mogelijke windlocaties in beeld en beoordeelt de milieueffecten daarvan. Zoals gezegd maakt de RES Achterhoek deel uit van een (ambtelijke) kerngroep en worden de RES Achterhoek bestuurders bijgepraat over de Kaart 9 Voorkeurszoekgebieden en zoekgebieden uit voortgang. Het plan-MER heeft enige vertraging bijlage 1 RES 1.0. opgelopen; publicatie van het plan-MER wordt in het vierde kwartaal van 2023 verwacht. In het plan-MER zelf wordt overigens niets beslist; het levert milieu-informatie aan politici en bestuurders om te kunnen beslissen. Zoals gezegd wordt naast informatie uit het plan-MER ook informatie vanuit het regioarrangement gebruikt (werklocaties, nieuwbouwlocaties). Het nieuwe College van Gedeputeerde Staten neemt in de zomerperiode kennis van de concept regioarrangementen. Zij zal deze ook bespreken met gemeenten en waterschappen. 3.2.3
Resultaat spoor 1 en 2: integraal programma
Het resultaat van het doorlopen van beide sporen is zoals hiervoor gezegd een afgewogen en vastgesteld programma van projecten en activiteiten inclusief een tijdslijn wanneer een bepaald project aangesloten kan worden op het net. Zoals gezegd is in RES 1.0 afgesproken dat gezamenlijk te doen. Juist omdat ook de extra capaciteit die wordt toegevoegd snel vol kan lopen als er vanuit de RES Achterhoek partners geen sturing op zit, is dat programma cruciaal; de beschreven verkenning van de hoeken van het speelveld in paragraaf 2.2.2 en 2.3.4. is daarvoor illustratief.
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
55
RES ACHTERHOEK
3.3.
Uitwerken Plan van Aanpak lokaal eigendom
Bij de beleidsmonitor in paragraaf 0 zijn de hoofdlijnen van het uit te werken plan van aanpak Lokaal eigendom geschetst. Zoals gezegd wordt dat de komende tijd verder uitgewerkt in de werkgroep Elektriciteit. Lokaal eigendom of een andere vorm van financiële participatie zorgt dat de omgeving mee kan profiteren van de ‘lusten’ en niet alleen maar geconfronteerd wordt met de ‘lasten’. Nadrukkelijk zijn dit niet alleen omwonenden, maar ook lokale bedrijven inclusief agrariërs. Dat is goed voor de lokale economie en vergroot het draagvlak. Er ontstaat ‘lokaal eigenaarschap’ voor duurzame energieprojecten. Agrariërs hebben (niet alleen door de Figuur 37 Screenshot RES 1.0 Contouren Plan van Aanpak Lokaal eigendom. stikstofproblematiek) baat bij verbreding van inkomstenbronnen. Hier ligt een kans om bij te dragen aan het oplossen van de klimaatcrisis, de stikstofcrisis en de energiecrisis. Een ander voordeel van deze vorm van lokaal eigenaarschap is dat de verwerving van grond voor een project niet nodig is. Hoe meer lokaal eigendom of lokale financiële participatie, hoe beter. Energiecoöperaties kunnen daar een belangrijke rol in vervullen en landelijk is dat ook in toenemende mate het geval. Drie van de vier turbines van het Windpark Koningspleij bij Arnhem in de naastgelegen RES regio (Groene Metropoolregio) zijn van 575 burgers via de Rijn en IJssel Energiecoöperatie.
Naast groene energie leveren de turbines ook een financieel rendement van 6%. De vierde turbine is ontwikkeld door Pure Energie en wekt stroom op voor Industriepark Kleefse Waard (IPKW). Veel lokaler kan het niet. Dichter bij huis: Windpark Hagenwind is eigendom van in het gebied wonende en omwonende agrariërs. Dat is lokaal eigendom. Bij toekomstige uitbreidingen/ of vervanging zou dat uitgebreid kunnen worden met (niet agrarische) omwonenden. Een andere route vormt een op te richten publiek gemeentelijk of regionaal duurzaam energie bedrijf; daarmee kan ook bewerkstelligd worden dat de lusten lokaal landen. Bijvoorbeeld door het uitgeven van obligaties die inwoners of lokale bedrijven kunnen kopen; of door het verlagen van de energierekening. De voorbeelden zijn er; tegelijkertijd is het een (arbeids)intensief proces. De uitdaging voor de RES Achterhoek ligt in het vinden van een gezamenlijk aanpak die doelgericht is en schaalbaar is. Voor alle duidelijkheid: de scope is alle DE opties die onder de RES vallen: wind en zon, en het liefst gecombineerd.
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
56
RES ACHTERHOEK
3.4.
Uitwerken Plan van aanpak Zon-op-dak
De stand van zaken v.w.b. de uitwerking van het plan van aanpak Zon-op-dak is beschreven in paragraaf 2.2.3 (monitor gemaakte afspraken RES 1.0 v.w.b. zon op gebouw). Het doel voor zon op gebouw is 0,35 TWh; het (dak)potentieel daarvoor is in ruime mate voorhanden; netcongestie maakt realisatie echter tot een uitdaging. Zoals gezegd bestaat de strategie uit twee hoofdlijnen: 1. Verkennen waar potentieel is en waar het nog past dan wel waar het elektriciteitsnet niet extra belast wordt (daar waar een gecombineerde vraag de zon op gebouw productie absorbeert). 2. In het buitengebied verkennen of er een cable pooling pilot opgezet kan worden met een windproject. In de eerste hoofdlijn komen bedrijventerreinen als eerste in beeld; maar ook in het buitengebied liggen er kansen als agrariërs hun bedrijfsvoering veranderen zodat er meer (opgewekte) elektriciteit gebruikt kan worden. De gemeenten trekken hard aan zon op gebouw meestal met hulp van Agem; vanuit de RES Achterhoek worden beide hoofdlijnen uitgewerkt.
3.5.
Voortgang herijking en RES 2.0
Medio vorig jaar zijn we met deze herijking begonnen. Verwachting is dat we rond de jaarwisseling besluiten kunnen nemen over de herijking. Het plan-MER windbeleid en RES Provincie Gelderland is daarin een belangrijke factor. Rond de jaarwisseling zullen ook de plannen van aanpak voor lokaal eigendom en zon op dak zijn uitgewerkt. De RES 2.0 zou dan in de eerste helft van 2024 kunnen worden afgerond.
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
57
RES ACHTERHOEK
4. Conclusies en aanbevelingen 4.1.
Ontwikkelingen en betekenis voor de RES Achterhoek
Sinds de vaststelling van de RES 1.0 is zijn er een aantal ontwikkelingen die invloed hebben op het speelveld waarop de RES regio’s acteren: 1. De klimaatverandering gaat sneller dan voorspeld. Dat wordt in bijna elke publicatie van het IPCC geconstateerd en we zien het ook om ons heen in de vorm van rampen en extreme weerssituaties. Daarmee neemt de urgentie om de klimaatdoelen te halen dan wel aan te scherpen toe. Betekenis voor ons: Duidelijk ook voor Nederland is dat de urgentie groter wordt, en de doelrealisatie niet snel genoeg gaat. De minister van Energie en Klimaat heeft daarom een pakket extra maatregelen voorgesteld om dat gat te dichten. De internationale en nationale urgentie om de RES daadwerkelijk en tijdig te realiseren is daarmee een gegeven. 2. De oorlog tussen Oekraïne en Rusland en de toenemende spanning tussen de Verenigde Staten en China maakt duidelijk dat geopolitiek terug is als belangrijke factor in het energie- en grondstoffenbeleid. Betekenis voor ons: (1) RES’en zijn er om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen en krijgen hiermee een extra reden om de ambities, zo mogelijk nog sneller, te realiseren. (2) Voor bijvoorbeeld de productie van windturbines, zonnepanelen en batterijen zou dat op termijn gevolgen kunnen hebben op de beschikbaarheid van grondstoffen voor en mogelijk de kostprijs van deze technieken. 3.
De situatie op het elektriciteitsnet is door allerlei oorzaken verder verslechterd. Betekenis voor ons: “Alle hens aan dek” zegt het PBL “om netcongestie te verminderen”. We zeggen dit het PBL graag na. Voor de RES Achterhoek betekent dit dat we bij doelrealisatie zo zuinig mogelijk om willen gaan met de ruimte die er nog is en de uitbreidingen die Liander nu in uitvoering heeft of in uitvoering gaat nemen tot 2030. Uit deze voortgangsrapportage blijkt overduidelijk dat netcongestie hèt op te lossen knelpunt is; het wordt genoemd bij de warmte of liever de verduurzaming van de warmtevraag, bij het regioarrangement (aansluiten woon- en werklocaties), netinpassing van het RES bod in het algemeen en van zon op gebouw in het bijzonder.
4.2.
Verbreding
Juist ook door de toename van netcongestie is verbreding van de RES op een aantal belangrijke thema’s aan de orde, te weten, warmte, de Gelderse Energie Infrastructuur (van de toekomst) inclusief P-MIEK en de regioarrangementen waarbij de energietransitie en meer specifiek de RES Achterhoek als één van de drie belangrijke thema’s wordt genoemd. De RES gaat meer en meer daadwerkelijk over de Regionale Energie Strategie in de volle breedte. Een ontwikkeling die ook NP RES beschrijft in de handleiding voor RES 2.0: van uitvoering van een aantal afzonderlijke maatregelen naar een robuust en samenhangend energiesysteem in 2050.
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
58
RES ACHTERHOEK
4.3.
Netimpact
De gedetailleerde netimpactstudie gestart in het najaar van 2022, waarvan de uitkomsten voorjaar 2023 bekend werden, heeft laten zien dat de systeemefficiënte invulling van het bod past binnen de ruimte op het elektriciteitsnet die ontstaat door het uitvoeren van de investeringsagenda van Liander. 4.3.1
Appcentive RES tool
De RES Achterhoek heeft al vroeg in het RES-proces het belang van de wind/zon-verhouding ingezien. Het analyseren van veranderingen in die verhouding op de netimpact (past het binnen de investeringsagenda van Liander?) gebeurt normaliter met een zwaar computermodel van Liander. Daarin wordt alles wat invloed heeft in het model meegenomen maar zijn de uitkomsten van een ‘run’ pas maanden later beschikbaar. Na het vaststellen van RES 1.0 hebben we al snel besloten om een applicatie te laten ontwikkelen die snel en interactief de gevolgen van keuzes voor een bepaald type DE project op een grafische manier inzichtelijk maakt. Deze door Appcentive ontwikkelde Allocator blijkt daarin zeer effectief en krachtig. Het is met name bedoeld om het ambtelijk en bestuurlijke/politieke gesprek over de invulling van het niet gealloceerde deel op een speelse, en op inzicht gebaseerde wijze te kunnen voeren. Tijdens de eerste sessies met de regiegroep en met het bestuurlijk overleg bleek dat de tool deed waarvoor die bedoeld is. Deze tool blijkt (onverwacht) ook zeer waardevol bij het grondig analyseren van de monitoringsdata i.c. welke gevolgen de groei in realisatie en pijplijn hebben voor de netcapaciteit op het niveau van het onderstation en zelfs het niveau van de gemeente.
Het versnelt de discussie over tijdige sturing bij onverhoopt, ongewenste ontwikkelingen, het kan de kans op vergaande netcongestie verkleinen en het vergroot daarmee de kans op (tijdige) doelrealisatie. De analyse van de gevolgen van de verslechterende wind/zon-verhouding door de relatief snelle groei van zon op veld toont het nut aan van het op regionaal niveau programmeren van wat komt waar wanneer. Het is een belangrijke afspraak die we in RES 1.0 met elkaar gemaakt hebben. Om onszelf tijdig in staat te stellen om te sturen gaan we de frequentie van het monitoren van de voortgang opvoeren. Ontwikkelingen in de netcongestie en in de groei van het type DE-vermogen kunnen dan in een vroeger stadium worden geadresseerd (minimaal jaarlijks).
4.4.
Beleidsmonitor
4.4.1
DE
Zoeklocaties voor windenergie moeten geborgd worden in ruimtelijk of omgevingsbeleid om te kunnen worden gerealiseerd. Daarvoor is een plan-MER noodzakelijk. De provincie laat daarom een plan-MER uitvoeren voor alle mogelijke zoekgebieden; dat is enerzijds bedoeld om het provinciale windbeleid te actualiseren; anderzijds om alle locaties die relevant kunnen zijn voor de RES-regio’s te beMERren; De RES Achterhoek is daarbij ambtelijk en bestuurlijk aangehaakt omdat zij dan zelf geen plan-MER hoeft uit te voeren voor haar zoekgebieden. We besparen daarmee proceduretijd en geld.
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
59
RES ACHTERHOEK
De Commissie voor de m.e.r. suggereert in haar advies over de NRD dat er na het “Plan-MER voor windbeleid en RES provincie Gelderland” nog een plan-MER voor de RES-regio’s van Gelderland zou moeten worden opgesteld. Verwacht kan worden dat de doorlooptijd van een project in dat geval met minimaal 1,5 jaar zal worden verlengd. De RES Achterhoek is van mening dat het dubbel uitvoeren van een plan-MER voor hetzelfde gebied geen enkel doel dient en dus moet worden voorkomen. Voor de bescherming van de wespendief gelden beperkingen die ook van invloed zijn op een aantal zoekgebieden uit bijlage 1 van RES 1.0. De keuzeruimte om het niet-gealloceerde deel met wind in te vullen wordt hiermee beperkt. Aanbevolen wordt om eerst in het gebied zelf te kijken of de wespendief daar wel voorkomt. Juist omdat het onderstation Doetinchem veel ruimte heeft, is het ongewenst dat er potentiële locaties in dat voronoi gebied afvallen. Alle gemeenten zijn in meerdere of mindere mate bezig met het verder brengen van de voorkeur zoekgebieden. Er zijn wel grote verschillen v.w.b. de fase waarin dat verkeert; dat heeft uiteraard ook met de uitgangssituatie te maken. Zo heeft Oude IJselstreek haar RES 1.0 bod inmiddels daadwerkelijk gerealiseerd. Winterswijk (met een moratorium op wind) gaat aan de raad vragen welke informatie zij nodig heeft om het moratorium te kunnen evalueren.
Als knelpunt wordt door een aantal gemeenten ook capaciteit genoemd voor het tot wasdom brengen van een zoekgebied. De provincie stelt vraag-gestuurd een expert pool ter beschikking juist om dat knelpunt weg te nemen. De RES Achterhoek maakt daar graag gebruik van. In ieder geval 3 gemeenten geven aan om te willen wachten met borging van de zoekgebieden in het beleid tot er een nieuw Activiteiten besluit genomen is, dat onderbouwd zal worden met het planMER “Plan-MER Windturbinebepalingen Leefomgeving”. De datum voor besluitvorming is al meerdere keren uitgesteld (thans 1ste kwartaal van 2024). Vooruitlopen op dit besluit mag mits de milieunormen met een MER worden onderbouwd. Die route is inmiddels tot aan de Raad van State juridisch houdbaar gebleken. De RES Achterhoek heeft daarom de provincie gesuggereerd om onderbouwing van de milieuregels in het lopende plan-MER mee te nemen. Het risico op verdere vertraging kan daarmee voor een groot aantal zoekgebieden worden verminderd. De meeste gemeenten (uiteraard met uitzondering van de gemeente Oude IJsselstreek) krijgen de vergunningverlening voor de zoekgebieden niet rond vóór 1 januari 2025. Dat heeft deels te maken met een zorgvuldig participatie proces dat met de omgeving wordt doorlopen en het meenemen van de raad. Duidelijkheid over het niet-gealloceerde deel zal er pas komen in het vierde kwartaal van 2023 (RES 2.0).
Voor de extra zoekgebieden die daarmee toegevoegd zouden worden aan het windbod, is borging en tijdige vergunningverlening binnen die deadline al helemaal onmogelijk. Door de toenemende druk op het elektriciteitsnet (netcongestie) en het (opgebouwde) inzicht dat zon op veld relatief veel ruimte gebruikt van de immer schaarser wordende capaciteit, ontstaat er in diverse gemeenten het besef en inzicht dat zon op veld niet verder gestimuleerd hoeft te worden. Het gebruik van de Appcentive tool heeft daar een positieve rol in gespeeld.
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
60
RES ACHTERHOEK
Er wordt door alle gemeenten hard aan zon op gebouw getrokken, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Netcongestie en gebrek aan menskracht omdat het arbeidsintensief blijkt, worden vaak als knelpunten genoemd. De innovatieve oplossingsrichting die in RES 1.0 beschreven is en die we in RES 2.0 uitwerken : cable pooling met zon op gebouw bij een bestaand of potentieel windpark en langs de kabel die van het windpark direct naar het OS loopt. Technisch kan dit. Juridisch en financieel is daar nader onderzoek voor nodig. 4.4.2
Lokaal eigendom
Veelal geldt hoe groter het lokaal eigendom, hoe groter het lokale draagvlak. Alle gemeentes zijn hier op een of andere manier mee bezig, ook via fondsen die ten goede moeten komen aan de omgeving. Berkelland is hier koploper en verkent diverse mogelijkheden voor een verregaande mate van lokaal eigendom. Deze kennis wordt via de werkgroep Elektriciteit gedeeld met de andere stakeholders. Op regionaal niveau wordt het Plan van Aanpak Lokaal eigendom door de werkgroep uitgewerkt. 4.4.3 Warmte De (financiële) haalbaarheid van de quick scans is over het algemeen niet gunstig. Dat kan een financiële reden hebben en een organisatorische. Voor wat betreft het financiële deel is het goed om de uitgangspunten en met name de energieprijzen te herijken aan de situatie van wat structureel verwacht mag worden. Anderzijds is de inflatie ook hoog en is er door veel werk en weinig personeel een sprake van een ‘aanbieders’ markt. Een organisatorische reden kan zijn dat een warmtenet complex is om te organiseren (het is complex). Door de autonome groei van de elektrische en de hybride warmtepomp wordt dat overigens niet gemakkelijker. Wat het wel gemakkelijker kan maken is het op te richten Gelders Warmte Infra Bedrijf. Dat kan veel organisatorische complexiteit absorberen en schaalgrootte creëren. Aanbevolen wordt om de quick scans op zo kort mogelijke termijn te herijken v.w.b.
financiële uitgangspunten met de mogelijkheid van gezamenlijke exploitatie van het GWIB en de gemeente en/of de coöperatie. Als dat hetzelfde ongunstige beeld oplevert, gaat dat door implementatie van het alternatief (all-electric) veel meer netcongestie opleveren. Netcongestie kan vanuit dat perspectief een reden zijn om een negatieve business case te accepteren en wellicht te subsidiëren. De provincie Gelderland heeft een nieuwe inschatting laten maken van de potentie voor aardwarmte. De kansen in de Achterhoek blijken relatief beperkt. Alleen in Winterwijk is er een goede match tussen de midden temperatuurvraagclusters en diepe geothermie. TNO heeft onlangs uitgebreid onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor zonnewarmte. Met name in de bestaande bouw kan zonnewarmte in de vorm van PVT een bijdrage leveren aan het verminderen van de energievraag, de belasting op het elektriciteitsnet en aan CO2-reductie. De combinaties van HR met PVT, hybride warmtepomp met PVT leveren bij een goede dimensionering een goede business case. Ten opzichte van all-electric (WP en PV), een combinatie die goed toegepast kan worden in nieuwbouw, is het voordeel zeker minder uitgesproken. Zonnewarmte kan ook in warmtenetten gunstig zijn. Het toepassen van seizoenopslag t.o.v. dag/nacht opslag kan de fractie zonnewarmte in het systeem ophogen van ca 10% naar 50% a 60%.
Ook in nieuwbouwsitiuaties kan zonnewarmte daarmee dus helpen het beroep op elektrische infrastructuur te verminderen bij het VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
61
RES ACHTERHOEK
uitfaseren van aardgas. Van belang is dat voortgaande innovatie en implementatie zullen leiden tot lagere kosten voor het systeem. Richting RSW 2.0 Voor warmte was in RES 1.0 geconstateerd dat er slechts beperkte grootschalige mogelijkheden waren voor warmtenetten en dat verduurzaming van de warmtevraag voor een groot deel door de gemeentes opgepakt zou kunnen worden door middel van de transitievisies warmte (TVW). O.m. door de groei in de elektrificatie van de warmtevraag en de daarmee gepaard gaande extra belasting van het elektriciteitsnet (zie paragraaf 1.2.3), ligt de vraag over regionale samenwerking en regie toch weer op tafel. Uit de diverse updates op het gebied van warmte zoals hierboven beschreven blijkt de wenselijkheid om warmte een plek te geven in RES 2.0. In de Regionale Strategie Warmte 2.0 krijgen i.i.g. de volgende aandachtspunten een plek: ▪ Netcongestie is een bovenlokaal probleem; juist daarom wordt binnen de RES Achterhoek samen met Liander veel aandacht besteed aan het vermijden van belasting op de onderstations; Toepassing van individuele (elektrische) warmtepompen groeit hard en is goed voor de verduurzaming van de warmtevraag; tegelijkertijd zorgt het voor extra netcongestie. En bij een grote penetratie van de individuele warmtepomp worden warmtenetten financieel (veel) minder haalbaar.
Er is ook vanuit dat perspectief behoefte aan regie: in welke gevallen stimuleren we de all-electric optie en in welke gevallen is het gewenst deze af te remmen? En als dat gewenst is, dient er versneld gewerkt worden aan oplossingen die het net minder belasten. ▪ Er zijn snel strategische keuzes voor warmte nodig; anders wordt alles all-electric en neemt de netcongestie verder toe. ▪ Warmtenetten zijn complex in allerlei opzichten: organisatorisch, financieel, draagvlak. Het ligt voor de hand om niet alleen kennis te delen maar ook om dit gezamenlijk aan te pakken. Het GWIB gaat gemeenten hierbij helpen. ▪ Via het Warmte-coördinatoren-overleg vindt al kennisdeling plaats op regionaal niveau. Het regionaal organiseren van de verduurzaming van de warmtevraag heeft meerwaarde voor veel van de hierboven genoemde aandachtspunten, niet in de laatste plaats voor het verminderen van capaciteitsproblemen op het elektriciteitsnet, het versterken van inkoopkracht, het gezamenlijk opbouwen en verankeren van kennis en het gezamenlijk aanvragen van subsidie bij het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW).
In RES 2.0 zou de vraag dan beantwoord moeten worden: wat gebeurt er al goed (wijkgerichte aanpak van Agem bijvoorbeeld) en wat blijft liggen en wat heeft meerwaarde om het regionaal aan te pakken? Daar moet dan vervolgens een aanpak voor ontwikkeld worden (Plan van Aanpak verduurzaming warmtevraag). ▪ Binnen het GEIS / P-MIEK kader worden er energievisies opgesteld in het kader van het integraal programmeren. Bovenlokale warmte vraagstukken kunnen ook daarin worden geadresseerd en gekoppeld worden aan de RSW 2.0. ▪ Energiebesparing staat hier als laatste genoemd, maar dient als eerste te worden opgepakt. Dat gebeurt ook in veel gemeenten. De warmtevraag minimaliseren beperkt ook het vermogen wat bijvoorbeeld voor een elektrische warmtepomp nodig is en draagt zo ook eerste orde bij aan het verminderen van de belasting op het net.
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
62
RES ACHTERHOEK
4.5.
Data monitor
4.5.1
Algemeen beeld
Inclusief de harde pijplijn zijn we van ongeveer één derde in 2021 (RES 1.0) naar de helft van de doelrealisatie gegaan (peildatum 1 januari 2023). De realisatie inclusief de harde pijplijn bedroeg op de peildatum 0,677 TWh. Dat is een forse vooruitgang. Indien de groei in hetzelfde tempo door zou kunnen gaan, dan komt het doel van 1,35 TWh binnen bereik. Netcongestie in het algemeen en bij zon op gebouw in het bijzonder, zuinig omgaan met de te realiseren netuitbreidingen in de Achterhoek en lange procedures bij met name windenergie vormen daarbij echter belangrijke uitdagingen. Vergeleken met RES 1.0 valt in Figuur 38 op dat realisatie en harde pijplijn samen fors gegroeid zijn maar dat de harde pijplijn minder is geworden, met name bij wind en zon op gebouw; dat is een beeld dat ook landelijk wordt gezien en enige zorgen baart (“pijplijn droogt op”). Voor zon op veld is dit in de Achterhoek juist niet het geval. Het totale aandeel van zon op veld groeit fors; zon op gebouw laat ook groei zien en is deels wellicht ook te danken aan een betere methode van data verzamelen. Wind is gegroeid in realisatie maar blijft inclusief de harde pijplijn min of meer gelijk, en neemt zelfs iets af veroorzaakt door het verschil in rekenmethode. Figuur 38 Groei in realisatie en 'harde' pijplijn DE 2023
Binnen de 1,35 TWh heeft de RES Achterhoek t.o.v. 2021. zichzelf ten doel te gesteld om 0,35 TWh op te wekken met zonnepanelen op gebouwen. Op basis van de nieuwe systematiek wordt er momenteel 0,159 TWh per jaar opgewekt met zonnepanelen op gebouwen; de harde pijplijn bedraagt 0,013 TWh. Dit brengt het totaal op 0,173 TWh per jaar, bijna de helft van het bod van 0,35 TWh. Door de nieuwe completere systematiek van dataverzameling die gehanteerd is voor zon op gebouw, zijn de nieuwe cijfers ten opzichte van de RES 1.0 niet zonder meer vergelijkbaar. Toch kan uit de cijfers wel geconcludeerd worden dat de hoeveelheid energie die wordt opgewekt met zonnepanelen op gebouw is gegroeid. Wat ook opvalt is het opdrogen van de pijplijn van zon op gebouw initiatieven. Waarschijnlijk wordt dat veroorzaakt door netcongestie, personeelstekorten, groeiende verzadiging van het aantal geschikte daken (vooral in combinatie met aansluitbaarheid) en de verstoringen van de markt door de coronapandemie 4.5.2
Scheefgroei Wind zon verhouding
De relatief snelle groei van zon op veld inclusief harde pijplijn maar deels ook door minder spectaculaire groei van zon op gebouw in combinatie met het constant blijven van wind, zorgt voor
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
63
RES ACHTERHOEK
een verslechtering van de wind/zon verhouding. Met de Allocator applicatie is geanalyseerd wat de gevolgen per onderstation zijn: voor de situatie per 1 januari 2021 werd er géén van de onderstations overbelast. De getallen die horen bij RES 2023 veroorzaken op twee onderstations overbelasting. Indien de groei van zon op veld zodanig zou doorzetten dat het èn het niet-gealloceerde deel vult én het windbod verdringt, dan zou er een buitengewoon systeeminefficiënte situatie ontstaan met hoge (maatschappelijke) inpassingskosten. In die situatie is de realisatie van het RES doel in 2030 niet meer binnen bereik. Bij de monitoringsresultaten van 2023 moet worden bedacht dat de bijdrage van de pijplijn aan de realisatie nog 2 kanten uit kan: bij realisatie van alle pijplijn projecten nemen de percentages toe tot 100% en zal de situatie verder verslechteren. Aan de andere kant zal de situatie verbeteren indien een zon op veld pijplijn project niet doorgaat. Daarin sturen behoort wellicht tot de mogelijkheden. Duidelijk is ook dat invulling met wind i.p.v. zon op veld, de situatie in ieder geval niet verder verslechtert.
Voor het realiseren van het RES doel gaan we daarom: ▪ Regie pakken op de ontwikkeling van de pijplijn projecten van zon op veld: per onderstation analyseren wat er nog gedaan kan worden om de situatie te verbeteren: extra inzet redundantie Ulft, combinatie met windprojecten (cable pooling), inzet voor eigen gebruik en van batterijopslag, afweging wenselijkheid pijplijnproject, andere oriëntatie, enz. En de situatie niet verder laten verslechteren door een tijdelijke rem te zetten op nieuwe initiatieven. ▪ De focus te richten op de versnelling van de ontwikkeling van windprojecten, te beginnen bij de RES 1.0 zoekgebieden waar bestuurlijk-politiek commitment voor is afgegeven. De in RES 1.0 uitgesproken voorkeur voor wind voor het niet gealloceerde deel blijkt inderdaad een juiste te zijn geweest. Naast de gevolgen voor de (maatschappelijke) netinpassingskosten en het feit dat doelrealisatie niet gaat passen op het elektriciteitsnet indien de trend (meer zon) doorzet zijn ook de maatschappelijke baten van belang. Uit onderzoek blijkt dat de Netto Contante Waarde van de maatschappelijke baten – voor zonvermogen een factor 4 à 5 lager liggen dan voor wind.
Het 3 à 4 keer hogere aantal vollasturen van wind speelt hierin een belangrijke rol en leidt tot minder ruimtebeslag, betere benutting van het net, en meer vermeden schadelijke emissies (CO2, NOx en fijnstof); die laatste factor is cruciaal in het licht van de toenemende urgentie om zonder uitstel, ingrijpende mitigerende maatregelen te nemen om klimaatverandering af te remmen. Maatschappelijke baten voor wind zijn daarenboven ook hoger omdat er minder subsidie nodig is voor de business case voor wind ten opzichte van die voor zon. 4.5.3
Voortgang herijking en RES 2.0
Medio vorig jaar zijn we met de herijking van RES 1.0 richting RES 2.0 begonnen. Verwachting is dat we rond de jaarwisseling besluiten kunnen nemen over de herijking. Het plan-MER windbeleid en RES Provincie Gelderland is daarin een belangrijke factor. Rond de jaarwisseling zullen ook de plannen van aanpak voor lokaal eigendom en zon op dak zijn uitgewerkt. De RES 2.0 zou dan in het eerste helft van 2024 kunnen worden afgerond.
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
64
RES ACHTERHOEK
4.7. ▪ ▪
▪
Aanbevelingen voor de Rijksoverheid
Zorg voor zo min mogelijk dubbele ruimtelijke procedures. Er is sprake van verbreding; die is gewenst/ noodzakelijk om de grote uitdagingen waaronder netcongestie zo goed mogelijk te kunnen tackelen. De vraag die zich dan wel aandient is of de financiering die oorspronkelijk bedoeld was voor een relatief beperkte scope van de RES volstaat. Aanbevolen wordt de financiering van de RES organisatie in dat perspectief te herijken. Bij warmte ligt de focus van het Rijk op collectieve aanpakken. Indien deze aanpak niet mogelijk blijkt rest er niets anders dan de individuele aanpak. Er is relatief weinig aandacht bij het Rijk voor (ondersteuning van) deze individuele aanpak.
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
65
RES ACHTERHOEK
Bijlage 1 Update uitvoering Transitievisies Warmte per gemeente De gemeenten in de Achterhoek zijn nu ruim 1,5 jaar bezig met het uitvoeren van de Transitievisies Warmte. Energiebesparing staat centraal, maar ook wordt in een aantal wijken al nader onderzocht hoe deze aardgasvrij kunnen worden gemaakt. Een punt dat vaak gemaakt wordt in de gemeentelijke rapportages is dat bij het verduurzamen van de warmtevraag vaak de all-electric optie als enige over blijft. Hieronder volgt vervolgens een update van de stand van zaken per gemeente. Aalten In de Transitievisie Warmte zijn een aantal startwijken benoemd voor het opstellen van een wijkuitvoeringsplan voor 2030. Ieder jaar wordt gestart met een wijkuitvoeringsplan. In de wijk Dinxperlo Centrum Oost is in 2022 gestart met het opstellen van een wijkuitvoeringsplan. In deze buurt is ongeveer 80% van de woningen corporatiebezit. Inmiddels zijn er gesprekken met de corporatie gevoerd. De rol van ‘startmotor’, die de woningcorporaties krijgen toebedeeld, kan zo maximaal worden gespeeld. Het meest kansrijke alternatief voor aardgas in deze wijk lijkt de warmtepomp (of hybride) met voorafgaande vergaande warmte-isolatie maatregen voor de woningen. Daarnaast heeft de gemeente Aalten subsidie in het kader van het NIP (Nationaal Isolatie Programma), aangevraagd.
In dit project wordt, samen met Agem Energieloket, grote aantallen woningen geïsoleerd. Verder zijn subsidieregelingen (energiearmoede) en duurzaamheidsleningen (ook voor non profit en bedrijven) ingevoerd. Hiermee wordt een lager aardgasverbruik gerealiseerd. Verder lijkt voor de gehele gemeente all-electric het meest geschikte alternatief voor aardgas voor woningen. Berkelland Berkelland zet met name in op informatievoorziening voor individuele particuliere woningen. De subsidies en leningen slaan goed aan bij inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Verder wordt actie ondernomen op vier sporen met het streven om 20% minder aardgas te verbruiken in 2030: 1. Energiebesparing; hier ligt de focus op. Het Energieloket Achterhoek heeft hierin een belangrijke informerende rol. Er wordt ingezet op het aardgasvrij-ready krijgen van individuele woningen. 2. Onderzoeken van de haalbaarheid van warmtenetten in Borculo, Eibergen en Ruurlo in 2022. De onderzoeken in Eibergen en Ruurlo hebben uitgewezen dat er warmtepotentie is, maar deze klein is. 3. Het inspireren en aanmoedigen van daadwerkelijk uitfaseren van de aardgasinstallatie en vervanging door een (individueel) alternatief. Dit zal in de meeste gevallen all-electric zijn. De gemeente overweegt dit spoor te intensifiëren, maar is daarbij ook afhankelijk van partijen zoals Liander en het Energieloket. 4.
Aanmoedigen en ondersteunen van buurtinitiatieven. Daarnaast is er een wijkaanpak met het Volkshuisvestigingsfonds in Neede Noord-Oost, en wordt er een bedrijventerrein verduurzaamd in het project Toekomstbestendig Bedrijvenpark Borculo.
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
66
RES ACHTERHOEK
Bronckhorst In twee buurten zijn processen gestart op weg naar aardgasvrij-ready: Bronkhorst en Bloemenbuurt Zelhem. Ook worden er in 2023 twee buurtaanpakken uitgevoerd met het Energieloket Achterhoek. In de Transitievisie Warmte is gesteld om elk jaar twee buurten parallel te begeleiden. Deze aanpak wordt ingebed in de Dorps Energie Processen. Hiermee is gestart in Keppel & Eldrik en in Steenderen waar samen met de bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties gezocht wordt naar toekomstgerichte oplossingen. Het uitgangspunt in de visie is inzetten op ‘warmte-eenheden (w.e.)’. Bij nieuwbouwlocaties en in dorpsenergieprocessen worden de mogelijkheden en haalbaarheid verkend voor (lage temperatuur) warmtenetten. Doetinchem Op basis van een multi-criteria-analyse vormde zich een top 15 van buurten waar de gemeente Doetinchem voor 2030 een buurtuitvoeringsplan mee gaat opstellen. Deze top 15 is niet in beton gegoten, maar geeft wel richting. In twee buurten is gestart met het opstellen van een buurtuitvoeringsplan, namelijk de Kleurrijke buurt en de Romantische buurt in de wijk Dichteren. Daarnaast is er een gemeente-brede aanpak. De inzet van deze aanpak is energie besparen, isoleren, ventileren en groene energie opwekken. Dit wordt samen met inwoners, ondernemers en instellingen gedaan.
Verder wordt de aandacht gericht op de drie buurten (Overstegen West, Muziekbuurt en Schrijvers- en Dichtersbuurt) waarvoor we een flinke bijdrage uit het Volkshuisvestingsfonds hebben ontvangen. Met Overstegen West is begonnen. Binnen die wijk wordt gefocust op complete ontzorging en met behulp van een financiële stimulans worden de koopwoningen aangezet om mee te gaan in de verduurzamingsopgave die de woningbouwcorporatie daar is begonnen. De financiële middelen worden hier gebruikt voor de financiering van de isolatie. Montferland In de Transitievisie Warmte zijn twee concrete aanpakken beschreven: de doelgroepenaanpak en de gebiedsaanpak. De doelgroepenaanpak is de basisaanpak en is gericht op energiebesparing en het aardgasvrij-ready’’ maken van woningen. De doelgroepenaanpak bestaat uit: ▪ Energiebespaaracties, bijvoorbeeld een isolatie-subsidieregeling die is opgetuigd vanuit de energiearmoede-aanpak. ▪ Buurtaanpak vanuit Agem Energieloket: buurtgericht samen met bewoners aan de slag met energiebesparing. In de Ziep en Bloemenbuurt in Didam en Pompenbuurt in ’s-Heerenberg zijn reeds acties georganiseerd. In ’s Heerenberg-Oost wordt dit jaar gestart. De gebiedsaanpak is erop gericht om in wijken concreet aan de slag te gaan met onderzoeken naar aardgasvrije alternatieven. In die visie zijn vier gebieden/wijken aangewezen die kansrijk zijn: 1.
Bloemenbuurt, Didam: hier ligt inmiddels een klein warmtenet (dat verwarmd wordt door een collectieve luchtwarmtepomp) waarop ongeveer 200 huurwoningen van woningbouwcorporatie
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
67
RES ACHTERHOEK
Plavei zijn aangesloten. Op dit net is nog plek voor 5 particuliere woningen. Het ‘voorlopers traject’ voor deze particuliere woningeigenaren is inmiddels van start gegaan. 2. Didam-Noord: eerste verkenningen worden gedaan om te kijken of ook andere wijken aangesloten zouden kunnen worden op het warmtenet-systeem, zoals in de Bloemenbuurt. 3. ’s-Heerenberg-Oost en Lengel: onderzoek naar aardgasvrije alternatieven is gestart. De verwachting is dat het wijkwarmteplan dat hieruit voortvloeit in Q1 2024 in de gemeenteraad behandeld wordt. 4. Bedrijventerreinen: nog niet mee gestart, in de nieuwe uitvoeringsagenda Montferland Energieneutraal zal hier aandacht voor zijn. Oost Gelre In de Transitievisie Warmte zijn twee prioriteitswijken benoemd: Hooiland in Lichtenvoorde en Noordwest in Groenlo. Gebleken is dat een oplossing met een collectieve warmtebron via oppervlaktewater (TEO in Groenlo) en restwarmte (TEA in Lichtenvoorde) hier niet haalbaar is. Daarom wordt nu ingezet op een individuele aanpak voor woningeigenaren. Deze groep wordt intensief ondersteund en ontzorgd door het gratis aanbieden van woninguitvoeringsplannen uitgevoerd door een adviseur die bij de inwoners thuis komt.
Verder wordt ingezet op de volgende aspecten: ▪ Isolatie ▪ Samenwerking met de woningcorporaties ▪ Aandacht voor woonlasten en energiearmoede ▪ Zoeken naar logische momenten (zoals een geplande renovatie of herinrichting) ▪ Starten met ‘bewezen technieken’, zoals hybride warmtepompen. Oude IJsselstreek Tot 2030 wordt er gewerkt aan het aardgasvrij-ready maken van de gebouwde omgeving, dus geen focus op het volledig van het aardas afhalen van wijken. Op dit moment wordt er in twee focuswijken (Silvolde en Varsseveld) gewerkt aan een aanpak om woningeigenaren te ondersteunen bij het aardgasvrij-ready maken van hun woning. De aanpak is gericht op het informeren, enthousiasmeren, en ontzorgen van woningeigenaren. In mei 2024 moeten de definitieve Dorp Uitvoeringsplannen (DUP) voor Silvolde en Varsseveld klaar zijn. Verder heeft op veruit de meeste plekken in de gemeente een all-electric oplossing de voorkeur. De reden hiervoor is dat er weinig potentie is voor warmtenetten. Bij de RWZI in Etten is TEA mogelijk. Samen met de WRIJ en de gemeente Doetinchem wordt onderzocht hoe we de warmte van de waterzuivering kunnen gebruiken. Winterswijk In Winterswijk zijn nauwelijks bruikbare duurzame warmtebronnen. Het op grote schaal toepassen van warmtenetten is daarom geen optie.
Daarnaast lijkt de optie voor hernieuwbaar gas niet voor de hand liggend, mede door raadsbesluiten in het verleden. Er zal dus voornamelijk ingezet worden op all-electric oplossingen.
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
68
RES ACHTERHOEK
De focus in Winterswijk ligt daarom op het aardgasvrij-ready maken van zoveel mogelijk woningen en gebouwen. Dit gebeurt via een lokale en individuele aanpak, waarbij het Centrum Duurzaam Winterswijk een belangrijke rol speelt. Er zijn géén wijken aangewezen die verplicht worden collectief van het aardgas af te gaan. De gemeente neemt hierbij een informerende, stimulerende en faciliterende rol op zich, gebaseerd op een persoonlijke aanpak. Er worden kansrijke buurten en initiatieven onderzocht en gesprekken met mensen gevoerd die actief bezig willen met hun woning/gebouw.
VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023
69
RES ACHTERHOEK