CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

voortgangsrapportage 2023 res achterhoek

Raadscommissie 31 oktober 2023, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Evaluatie eerste tender zonneparken en voortgangsrapportage 2023 RES Achterhoek25.709 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Voortgangsrapportage 2023 RES Achterhoek

Versie: 1.0

Status: vertrouwelijk

Datum: 20 juli 2023

Lijst met Afkortingen en definities Afkortingen Agem .................... In 2013 opgerichte Achterhoekse Groene Energie Maatschappij; in 2023 getransformeerd naar Agem Energie Experts. DE ........................ Duurzame Energie GEIS..................... Gelderse Energie infrastructuur GHGs ................... Greenhouse gases; emissies die het broeikaseffect veroorzaken en versterken GWIB ................... Gelders Warmte Infra bedrijf LTO ...................... Land- en tuinbouw organisatie m.e.r. .................... milieueffectrapportage (het proces) MER ..................... milieueffectrapport (het milieuonderzoeksrapport) NIP ....................... Nationaal Isolatieprogramma NP RES ................ Nationaal Programma Regionale Energie Strategie NPLW .................. Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie NRD ..................... Notitie Reikwijdte en Detailniveau OS ........................ Onderstation PBL ...................... Planbureau voor de Leefomgeving P-MIEK................ provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat RES ...................... Regionale Energie Strategie RODE................... Ruimtelijke Ordening en Duurzame Energie RSW ..................... Regionale Strategie Warmte RWZI ................... Rioolwater zuiveringsinstallatie TEA ......................

Thermische energie uit afvalwater TEO ...................... Thermische energie uit oppervlaktewater TVW .................... Transitievisie Warmte w.e. ....................... warmte-eenheden WKO .................... Warmte- en koudeopslag WoL...................... Wind op land ZoG ...................... Zon op gebouw ZoV ...................... Zon op veld Definities Cable Pooling ...... Gezamenlijk gebruik van de kabel/vrije ruimte op onderstation door windturbines en zonnepanelen; met enig aftoppen van het vermogen (en dus een (beperkt) energieverlies, Voronoi gebied: .... Verzorgingsgebied van een onderstation op het elektriciteitsnet.

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

2

RES ACHTERHOEK

Samenvatting Met de RES-aanpak willen de overheden, bedrijfsleven, netbeheerders, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties bottom-up invulling geven aan de afspraken van het klimaatakkoord: voor de meer grootschalige, duurzame elektriciteitsproductie, te weten zon en wind op land bedraagt het doel 35 TWh. De focus ligt op een snelle toename van de productie van duurzame energie. Hierbij is de blik gericht op productiemethoden en bronnen van duurzame energie die nu voorhanden zijn en die snel een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de energieproductie. Dat zijn op dit moment windenergie en zonne-energie. Qua warmte zijn onder meer benutting van industriële restwarmte, en warmte uit oppervlaktewater, afvalwater of geothermie aan de orde. De RES Achterhoek is één van de 30 regio’s die dat doel willen realiseren. De Regionale Energiestrategie voor de Achterhoek (RES Achterhoek) is een samenwerkingsverband van: ▪ Acht gemeenten: Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk ▪ Provincie Gelderland ▪ Waterschap Rijn en IJssel ▪ Netbeheerder Liander ▪ Maatschappelijk middenveld bestaande uit LTO, SIKA, Rabobank, Agem, Gelderse Milieufederatie en Jong RES; zij zijn via een Bestuurlijke Advies Groep aangehaakt.

Binnen de RES Achterhoek is in 2021 afgesproken om 1,35 TWh duurzame energie op te wekken met: ▪ 0,350 TWh zon op dak ▪ 0,546 TWh wind ▪ 0,210 TWh zon op land Er is een niet-gealloceerd deel van 0,244 TWh, dat vanwege systeemefficiëntie en maatschappelijke kosten en baten bij voorkeur zou moeten worden ingevuld door wind. Over de invulling van het niet-gealloceerde deel is in RES 1.0 geen besluit genomen. In Figuur 1 is Figuur 1 Verdeling RES doelstelling. dat grafisch weergegeven. Recente ontwikkelingen Sinds de vaststelling van de RES 1.0 is zijn er een aantal ontwikkelingen die invloed hebben op het speelveld waarop de RES regio’s acteren: 1. De klimaatverandering gaat sneller dan voorspeld. Dat wordt in bijna elke publicatie van het IPCC geconstateerd en we zien het ook om ons heen in de vorm van rampen en extreme weerssituaties. Daarmee neemt de urgentie om de klimaatdoelen te halen dan wel aan te scherpen toe. Betekenis voor de RES Achterhoek: Duidelijk ook voor Nederland is dat de urgentie groter wordt, en de doelrealisatie niet snel genoeg gaat. De minister van Energie en Klimaat heeft daarom een

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

3

RES ACHTERHOEK

pakket extra maatregelen voorgesteld om dat gat te dichten. De internationale en nationale urgentie om de RES daadwerkelijk en tijdig te realiseren is daarmee een gegeven. 2. De oorlog tussen Oekraïne en Rusland en de toenemende spanning tussen de Verenigde Staten en China maakt duidelijk dat geopolitiek terug is als belangrijke factor in het energie- en grondstoffenbeleid. Betekenis voor de RES Achterhoek: (1) RES’en zijn er om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen en krijgen hiermee een extra reden om de ambities, zo mogelijk nog sneller, te realiseren. (2) Voor bijvoorbeeld de productie van windturbines, zonnepanelen en batterijen zou dat op termijn gevolgen kunnen hebben op de beschikbaarheid van grondstoffen voor en mogelijk de kostprijs van deze technieken. 3. De situatie op het elektriciteitsnet is door allerlei oorzaken verder verslechterd. Betekenis voor de RES Achterhoek: “Alle hens aan dek” zegt het PBL “om netcongestie te verminderen”. We zeggen dit het PBL graag na. Voor de RES Achterhoek betekent dit dat we bij doelrealisatie zo zuinig mogelijk om willen gaan met de ruimte die er nog is en de uitbreidingen die Liander nu in uitvoering heeft of in uitvoering gaat nemen tot 2030.

Uit deze voortgangsrapportage blijkt overduidelijk dat netcongestie het op te lossen knelpunt is; het wordt genoemd bij de warmte of liever de verduurzaming van de warmtevraag, bij het regioarrangement (aansluiten woon- en werklocaties), netinpassing van het RES bod in het algemeen en van zon op gebouw in het bijzonder. Juist ook door de toename van netcongestie is verbreding van de RES op een aantal belangrijke thema’s aan de orde, te weten, warmte, de Gelderse Energie Infrastructuur (van de toekomst) inclusief P-MIEK en de regioarrangementen waarbij de energietransitie en meer specifiek de RES Achterhoek één van de drie belangrijke thema’s is. De RES gaat meer en meer daadwerkelijk over de Regionale Energie Strategie in de volle breedte. Een ontwikkeling die ook Nationaal Programma RES (NP RES) beschrijft in de handleiding voor RES 2.0: van uitvoering van een aantal afzonderlijke maatregelen naar een robuust en samenhangend energiesysteem in 2050. De centrale vraag die in dit voortgangsdocument voorligt is: liggen we anno 2023 op koers om de in 2021 afgesproken doelstelling van 1,35 TWh te halen? Op koers voor wat betreft het beleid en de beleidsontwikkeling om die doelstelling mogelijk te maken en op koers voor wat betreft realisatie en ‘harde’ pijplijn.

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

4

RES ACHTERHOEK

Voortgang beleid We hebben in RES 1.0 afgesproken om minimaal 0,546 TWh wind op te wekken. Hoe dat verdeeld is over de verschillende gemeenten staat weergegeven in een Figuur 2 (oorspronkelijk tabel b uit de eindrapportage van RES 1.0) en waar de voorkeurszoekgebieden liggen staat weergegeven op Kaart 1. Daarnaast is er een niet-gealloceerd deel (0,244 TWh) waarvan RES 1.0 heeft geconstateerd dat het vanuit systeemefficiëntie en maatschappelijke kosten de voorkeur verdient dat met wind in te vullen. Zoekgebieden die daarvoor gebruikt kunnen worden staan in bijlage 1 van RES 1.0. Zoekgebieden moeten geborgd worden in ruimtelijk of omgevingsbeleid om te kunnen worden gerealiseerd. De (voorkeurs)zoekgebieden voor wind zijn op een integrale, MERachtige manier beoordeeld en gescoord op alle relevante milieuthema’s. Echter niet met de vereiste diepgang en/of formele procesgang van een plan-MER. Voor het borgen van locaties uit RES 1.0 en de locaties die mogelijk voor het niet gealloceerde deel in het ruimtelijk of omgevingsbeleid worden gebruikt is een planMER noodzakelijk. Daarmee kunnen de zoekgebieden worden geborgd in het ruimtelijk of omgevingsbeleid ten behoeve van de vergunningverlening. Ook de herijking richting RES 2.0 in wat voor vorm die ook plaats zal vinden, is met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid plan-MER-plichtig.

Figuur 2

Voorkeurszoekgebieden per gemeente inclusief energieopbrengst.

Kaart 1

Voorkeurszoekgebieden.

De provincie laat daarom een plan-MER uitvoeren voor alle mogelijke zoekgebieden; dat is enerzijds bedoeld om het provinciale windbeleid te actualiseren; anderzijds om alle locaties die relevant kunnen zijn voor de RES-regio’s te beMERren; er is dan uiteraard geen plan-MER meer nodig voor de RES Achterhoek. Tegelijkertijd kan en wil de provincie het provinciale windbeleid daarmee synchroniseren met de afspraken die de RES regio’s gemaakt hebben of nog maken. De RES Achterhoek is daarbij ambtelijk en bestuurlijk goed aangehaakt. Zij behoeft dan zelf geen plan-MER uit te voeren voor haar zoekgebieden en bespaart daarmee kostbare tijd en geld. Een kerngroep van vertegenwoordigers uit de RES-regio’s en gemeenten begeleidt dit plan-MER intensief. Het bestuurlijk overleg wordt op gezette tijden geïnformeerd en geconsulteerd.

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

5

RES ACHTERHOEK

De Commissie voor de m.e.r. suggereert in haar advies over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) dat er na het “Plan-MER voor windbeleid en RES provincie Gelderland” nog een plan-MER voor de RES-regio’s van Gelderland zou moeten worden opgesteld. Verwacht kan worden dat de doorlooptijd van een windproject met minimaal 1,5 jaar zal worden verlengd. De RES Achterhoek is van mening dat het dubbel uitvoeren van een plan-MER voor hetzelfde gebied geen enkel doel dient en dus moet worden voorkomen. Van het rijk verwachten we dat zij zich maximaal inzet om dubbele ruimtelijke procedures te voorkomen. Alle gemeenten zijn in meerdere of mindere mate bezig met het verder brengen van de voorkeur zoekgebieden. Er zijn wel grote verschillen v.w.b. de fase waarin dat verkeert; dat heeft uiteraard ook met de uitgangssituatie te maken. Zo heeft de gemeente Oude IJselstreek haar RES 1.0 bod inmiddels daadwerkelijk gerealiseerd. Winterswijk (met een moratorium op wind) gaat aan de raad vragen welke informatie zij nodig heeft om het moratorium te kunnen evalueren. De meeste gemeenten (uiteraard met uitzondering van de gemeente Oude IJsselstreek) krijgen de vergunningverlening voor de zoekgebieden niet rond vóór 1 januari 2025. Dat heeft deels te maken met een zorgvuldig participatieproces dat met de omgeving wordt doorlopen en het meenemen van de raad.

Duidelijkheid over het niet-gealloceerde deel zal er pas komen in het vierde kwartaal van 2023 (RES 2.0). Voor de extra zoekgebieden die daarmee toegevoegd zouden worden aan het windbod, is borging en tijdige vergunningverlening binnen die deadline onmogelijk. Door de toenemende druk op het elektriciteitsnet (netcongestie) en het (opgebouwde) inzicht dat zon op veld relatief veel ruimte gebruikt van de immer schaarser wordende capaciteit, ontstaat er in diverse gemeenten het besef en inzicht dat zon op veld niet verder gestimuleerd hoeft te worden. Er wordt door alle gemeenten hard aan zon op gebouw getrokken, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Netcongestie en gebrek aan menskracht — omdat het arbeidsintensief blijkt — worden vaak als knelpunten genoemd. Veelal geldt hoe groter het lokaal eigendom, hoe groter het lokale draagvlak. Alle van de RES Achterhoek gemeentes zijn hier op een of andere manier mee bezig, ook via fondsen die ten goede moeten komen aan de omgeving. Berkelland is hier koploper en verkent diverse mogelijkheden van een verregaande mate van lokaal eigendom. Deze kennis wordt via de werkgroep Elektriciteit gedeeld met de andere stakeholders. Op regionaal niveau wordt het Plan van Aanpak Lokaal eigendom door de werkgroep uitgewerkt.

Warmte in RES 2.0 Voor warmte was in RES 1.0 geconstateerd dat er slechts beperkte grootschalige mogelijkheden waren voor warmtenetten en dat verduurzaming van de warmtevraag voor een groot deel door de gemeentes opgepakt zou kunnen worden door middel van de transitievisies warmte (TVW). O.m. door de groei in de elektrificatie van de warmtevraag en de daarmee gepaard gaande extra belasting van het elektriciteitsnet (zie paragraaf 1.2.3), ligt de vraag over regionale samenwerking en regie toch weer op tafel.

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

6

RES ACHTERHOEK

Uit een recente inventarisatie van het gemeentelijk beleid op het gebied van warmte blijkt de wenselijkheid om warmte een plek te geven in RES 2.0. In de Regionale Strategie Warmte 2.0 krijgen de volgende i.i.g. de volgende aandachtspunten een plek: ▪ Netcongestie is een bovenlokaal probleem; Juist daarom wordt binnen de RES Achterhoek samen met Liander veel aandacht besteed aan het vermijden van belasting op de onderstations; Toepassing van individuele (elektrische) warmtepompen groeit hard en is goed voor de verduurzaming van de warmtevraag; tegelijkertijd zorgt het voor extra netcongestie. En bij een grote penetratie van de individuele warmtepomp worden warmtenetten financieel (veel) minder haalbaar. Er is ook vanuit dat perspectief behoefte aan regie: in welke gevallen stimuleren we de all-electric optie en in welke gevallen is het gewenst deze af te remmen? En als dat gewenst is, dient er versneld gewerkt te worden aan oplossingen die het net minder belasten. ▪ Er zijn dus snel strategische keuzes voor warmte nodig; anders wordt alles all-electric bij de verduurzaming van de warmtevraag en neemt de netcongestie verder toe. ▪ Warmtenetten zijn complex in allerlei opzichten: organisatorisch, financieel en draagvlak. Het ligt voor de hand om niet alleen kennis te delen maar ook om dit gezamenlijk aan te pakken.

Het Gelders Warmte Infra bedrijf (GWIB) gaat gemeenten hierbij helpen. ▪ Energiebesparing staat hier als laatste genoemd, maar dient als eerste te worden opgepakt. Dat gebeurt ook in veel gemeenten. De warmtevraag minimaliseren beperkt ook het vermogen dat bijvoorbeeld voor een elektrische warmtepomp nodig is en draagt zo ook eerste orde bij aan het verminderen van de belasting op het net. Netimpact en netcongestie: hoe gaan we daarmee om? Zoals we hiervoor al hebben gezien: netcongestie speelt op heel veel vlakken een grote rol van betekenis. De RES Achterhoek heeft al vroeg in het RES-proces het belang van de wind/zon-verhouding ingezien. Immers doet zon bij gelijk vermogen een 3 à 4 keer zo groot beroep op de netinfrastructuur als wind. Het analyseren van veranderingen in die verhouding op de netimpact (past het binnen de investeringsagenda van Liander?) gebeurt normaliter met een zwaar computermodel van Liander. Daarin wordt alles wat invloed heeft in het model meegenomen maar zijn de uitkomsten van een ‘run’ pas maanden later beschikbaar. Na het vaststellen van RES 1.0 hebben we al snel besloten om een applicatie te laten ontwikkelen die snel en interactief de gevolgen van keuzes voor een bepaald type DE project op een grafische manier inzichtelijk maakt. Deze door Appcentive ontwikkelde Allocator applicatie blijkt daarin zeer effectief en krachtig.

Figuur 3

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

7

Allocator applicatie voor het sturen bij schaarste.

RES ACHTERHOEK

De RES Achterhoek wil daarmee een bijdrage leveren aan het verminderen van de netcongestie problematiek. Het wordt met succes gebruikt binnen het herijkingsproces om het ambtelijk en bestuurlijke/politieke gesprek over de invulling van het niet-gealloceerde deel op een speelse, en op inzicht gebaseerde manier te kunnen voeren. Voortgang in cijfers Inclusief de harde pijplijn zijn we van ongeveer één derde in 2021 (RES 1.0) naar de helft van de doelrealisatie gegaan (peildatum 1 januari 2023). De realisatie inclusief de harde pijplijn bedroeg op de peildatum 0,677 TWh. Dat is een forse vooruitgang. Indien de groei in hetzelfde tempo door zou kunnen gaan, dan komt het doel van 1,35 TWh binnen bereik. Netcongestie in het algemeen en bij zon op gebouw in het bijzonder, zuinig omgaan met de te realiseren netuitbreidingen in de Achterhoek en lange procedures bij met name windenergie vormen daarbij echter belangrijke uitdagingen. Vergeleken met RES 1.0 valt in Figuur 4 op dat realisatie en harde pijplijn samen fors gegroeid zijn maar dat de harde pijplijn minder is geworden, met name bij wind en zon op gebouw; dat is een beeld dat ook landelijk wordt gezien en enige zorgen baart (“pijplijn droogt op”). Voor zon op veld is dit in de Achterhoek juist niet het geval.

Het totale aandeel van zon op veld groeit fors; zon op gebouw laat ook groei zien en is deels wellicht ook te danken aan een betere methode van data verzamelen. Wind is gegroeid in realisatie maar blijft inclusief de harde pijplijn min of meer gelijk, en neemt zelfs iets af veroorzaakt door het verschil in rekenmethode.

Figuur 4

Groei in gerealiseerde opwek van energie en 'harde' pijplijn t.o.v. 2021.

Zoals gezegd: wat opvalt is het opdrogen van de pijplijn van zon op gebouw initiatieven. Met stip op één als oorzaak staat netcongestie, Daarnaast spelen personeelstekorten, groeiende verzadiging van het aantal geschikte daken (vooral in combinatie met aansluitbaarheid) en de verstoringen van de markt door de coronapandemie een rol. In Tabel 1 is het overzicht gegeven voor alle typen duurzame energie. Elke gemeente draagt bij. De grote bijdrage en de evenwichtige verdeling over de drie opties van de gemeente Oude IJsselstreek valt op; Wind neemt in die gemeente een relatief groot deel van de realisatie en pijplijn voor haar rekening. Het windvermogen telt relatief hard mee door de drie á vier keer grotere bedrijfstijd van wind ten opzichte van zon. Ook de gemeente Berkelland heeft een grote bijdrage door groei in realisatie van met name beide zon opties.

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

8

RES ACHTERHOEK

Tabel 1

Opwekking duurzame energie per gemeente: realisatie en harde pijplijn.

Grootschalig zon op gebouw Gerealiseerd

Zonneparken op veld

Inclusief Harde Pijplijn Gerealiseerd

Windturbines

Inclusief Harde Pijplijn Gerealiseerd

Totalen

Inclusief Harde Pijplijn Gerealiseerd

Inclusief Harde Pijplijn

Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Montferland Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk

0,023

0,024

0,002

0,002

0,033

0,033

0,058

0,059

0,021

0,023

0,025

0,123

0,000

0,000

0,046

0,145

0,019

0,019

0,005

0,016

0,000

0,000

0,024

0,036

0,019

0,020

0,000

0,022

0,000

0,006

0,019

0,047

0,017

0,023

0,003

0,004

0,011

0,011

0,031

0,038

0,023

0,024

0,002

0,036

0,000

0,000

0,025

0,059

0,026

0,028

0,006

0,053

0,121

0,121

0,153

0,202

0,012

0,013

0,007

0,078

0,000

0,000

0,019

0,091

Totalen

0,159

0,173

0,051

0,333

0,165

0,171

0,376

0,677

Binnen de 1,35 TWh heeft de RES Achterhoek zichzelf ten doel te gesteld om 0,35 TWh op te wekken met zonnepanelen op gebouwen. Op basis van de nieuwe systematiek wordt er momenteel 0,159 TWh per jaar opgewekt met zonnepanelen op gebouwen; de harde pijplijn bedraagt 0,013 TWh. Dit brengt het totaal op 0,173 TWh per jaar, bijna de helft van het bod van 0,35 TWh. Door de nieuwe completere systematiek van dataverzameling die gehanteerd voor zon op gebouw, zijn de nieuwe cijfers ten opzichte van de RES 1.0 niet zonder meer vergelijkbaar. Toch kan uit de cijfers wel geconcludeerd worden dat de hoeveelheid energie die wordt opgewekt met zonnepanelen op gebouw is gegroeid. Meer regie op scheefgroei wind/zon verhouding De relatief snelle groei van zon op veld inclusief harde pijplijn maar deels ook door minder spectaculaire groei van zon op gebouw in combinatie met het constant blijven van wind, zorgt voor een verslechtering van de wind/zon verhouding. Met de Allocator applicatie is geanalyseerd wat de gevolgen per onderstation zijn: voor de situatie van 1 januari 2021 worden er géén van de onderstations overbelast. De getallen die horen bij RES 2023 veroorzaken echter op twee onderstations overbelasting.

Indien de groei van zon op veld zodanig zou doorzetten dat dit DE type het niet-gealloceerde deel vult én het windbod verdringt, dan zou er een buitengewoon systeeminefficiënte situatie ontstaan met hoge (maatschappelijke) inpassingskosten en veel overbelaste onderstations; het past niet. In die situatie zou de realisatie van het RES doel in 2030 buiten bereik zijn. Bij de monitoringsresultaten van 2023 moet worden bedacht dat de bijdrage van de pijplijn aan de realisatie nog 2 kanten uit kan: bij realisatie van alle pijplijn projecten nemen de percentages toe tot 100% en zal de situatie verder verslechteren. Aan de andere kant zal de situatie verbeteren indien een zon op veld pijplijn-project niet doorgaat. Daarin sturen behoort wellicht nog tot de mogelijkheden.

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

9

RES ACHTERHOEK

Duidelijk is ook dat invulling met wind i.p.v. zon op veld, de situatie in ieder geval niet verder verslechtert. Voor het realiseren van het RES doel gaan we daarom: ▪ Regie pakken op de ontwikkeling van de pijplijn projecten van zon op veld: per onderstation analyseren wat er nog gedaan kan worden om de situatie te verbeteren: extra inzet redundantie Ulft, combinatie met windprojecten (cable pooling), inzet voor eigen gebruik en van batterijopslag, afweging wenselijkheid pijplijn-project, andere oriëntatie, enz. En de situatie niet verder laten verslechteren door een tijdelijke rem te zetten op nieuwe initiatieven. ▪ De focus te richten op de versnelling van de ontwikkeling van windprojecten, te beginnen bij de RES 1.0 zoekgebieden waar bestuurlijk-politiek commitment voor is afgegeven; de in RES 1.0 uitgesproken voorkeur voor wind voor het niet gealloceerde deel blijkt inderdaad een juiste te zijn geweest. Naast de gevolgen voor de (maatschappelijke) netinpassingskosten en het feit dat doelrealisatie niet gaat passen op het elektriciteitsnet indien de trend (meer zon) doorzet zijn ook de maatschappelijke baten van belang. Uit onderzoek blijkt dat de Netto Contante Waarde van de maatschappelijke baten – voor zonvermogen een factor 4 à 5 lager liggen dan voor wind.

Het 3 à 4 keer hogere aantal vollasturen van wind speelt hierin een belangrijke rol en leidt tot minder ruimtebeslag, betere benutting van het net, en meer vermeden schadelijke emissies (CO2, NOx en fijnstof); die laatste factor is cruciaal in het licht van de toenemende urgentie om zonder uitstel, ingrijpende mitigerende maatregelen te nemen om klimaatverandering af te remmen (zie ook paragraaf 1.2.1). Maatschappelijke baten voor wind zijn daarenboven ook hoger omdat er minder subsidie nodig is voor de business case voor wind ten opzichte van die voor zon. Voortgang herijking Medio vorig jaar zijn we met de herijking van RES 1.0 richting RES 2.0 begonnen. Verwachting is dat we rond de jaarwisseling besluiten kunnen nemen over de herijking. Het plan-MER windbeleid en RES Provincie Gelderland is daarin een belangrijke factor. Rond de jaarwisseling zullen ook de plannen van aanpak voor lokaal eigendom en zon op dak zijn uitgewerkt. De RES 2.0 zou dan in het eerste helft van 2024 kunnen worden afgerond.

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

10

RES ACHTERHOEK

Inhoudsopgave Lijst met Afkortingen en definities ......................................................................................................... 2 Samenvatting........................................................................................................................................... 3 Inhoudsopgave ...................................................................................................................................... 11 1.

2.

Inleiding ........................................................................................................................................ 13 1.1.

Aanleiding en doel ................................................................................................................ 13

1.2.

Ontwikkelingen ..................................................................................................................... 14

1.2.1

Klimaatverandering naar hier en nu .............................................................................. 14

1.2.2

Geopolitiek is terug ....................................................................................................... 15

1.2.3

Netcongestie .................................................................................................................. 16

1.3.

Afspraken RES 1.0................................................................................................................ 18

1.4.

Verbreding ............................................................................................................................. 18

1.5.

Scope van de voortgangsrapportage ..................................................................................... 19

1.6.

Leeswijzer ............................................................................................................................. 19

Voortgang in grip op uitvoering .................................................................................................... 20 2.1.

Leerpunten RES 1.0 .............................................................................................................. 20

2.2.

Monitor RES gerelateerd beleid ............................................................................................ 21

2.2.1

Windenergie .................................................................................................................. 21

2.2.2

Zon op veld ................................................................................................................... 26

2.2.3

Zon op gebouw.............................................................................................................. 31

2.2.4

Niet gealloceerd deel ..................................................................................................... 32

2.2.5

Maatschappelijke betrokkenheid/ Lokaal eigendom ..................................................... 33

2.2.6

Warmte .......................................................................................................................... 34

2.3.

3.

Monitor Duurzame elektriciteit ............................................................................................. 41

2.3.1

Protocol en begrippenkader NP RES ............................................................................ 41

2.3.2

Proces dataverzameling................................................................................................. 43

2.3.3

Resultaten ...................................................................................................................... 44

2.3.4

Wind/zon verhouding .................................................................................................... 47

Stand van zaken herijking richting RES 2.0 ................................................................................. 52 3.1.

Waarom herijken? ................................................................................................................. 52

3.2.

Hoe gaan we herijken? .......................................................................................................... 52

3.2.1

Spoor 1: Netimpact ....................................................................................................... 53

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

11

RES ACHTERHOEK

4.

3.2.2

Spoor 2: Ruimtelijk ....................................................................................................... 55

3.2.3

Resultaat spoor 1 en 2: integraal programma ................................................................ 55

3.3.

Uitwerken Plan van Aanpak lokaal eigendom ...................................................................... 56

3.4.

Uitwerken Plan van aanpak Zon-op-dak ............................................................................... 57

3.5.

Voortgang herijking en RES 2.0............................................................................................ 57

Conclusies en aanbevelingen ........................................................................................................ 58 4.1.

Ontwikkelingen en betekenis voor de RES Achterhoek ....................................................... 58

4.2.

Verbreding ............................................................................................................................. 58

4.3.

Netimpact .............................................................................................................................. 59

4.3.1 4.4.

Appcentive RES tool ..................................................................................................... 59

Beleidsmonitor ...................................................................................................................... 59

4.4.1

DE ................................................................................................................................. 59

4.4.2

Lokaal eigendom ........................................................................................................... 61

4.4.3

Warmte .......................................................................................................................... 61

4.5.

Data monitor ......................................................................................................................... 63

4.5.1

Algemeen beeld............................................................................................................. 63

4.5.2

Scheefgroei Wind/zon verhouding ................................................................................ 63

4.5.3

Voortgang herijking en RES 2.0.................................................................................... 64

4.7.

Aanbevelingen voor de Rijksoverheid .................................................................................. 65

Bijlage 1 Update uitvoering Transitievisies Warmte per gemeente ...................................................... 66

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

12

RES ACHTERHOEK

1. Inleiding 1.1.

Aanleiding en doel

Met de RES-aanpak willen de overheden, bedrijfsleven, netbeheerders, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties bottom-up invulling geven aan de afspraken van het klimaatakkoord: voor de meer grootschalige, duurzame elektriciteitsproductie (> 15 kW), te weten zon en wind op land bedraagt het doel 35 TWh. Alle regio’s bij elkaar hebben in deze bottom-up benadering 55 TWh geboden, meer dus dan de ‘sector’ als geheel was opgelegd. Dat is bijzonder en blijkt ook nodig o.m. omdat de verduurzaming van de elektriciteitsvraag in de industrie veel meer vraagt dan voorzien (44 tot 68 TWh)1. Deels zal dat gevuld worden door extra Wind op Zee te plaatsen, maar voor een deel zeker ook uit dat wat meer geboden is en gerealiseerd kan worden vanuit het bod van de Figuur 5 Schetsmatige kaart met RES-regio's. gezamenlijke RES-regio’s. Het doel van 35 TWh wordt formeel niet opgehoogd, echter, er wordt wel hard ingezet op het wegnemen van barrières (netcongestie bijvoorbeeld) zodat de 55 TWh wel gehaald kan worden. In de brief van 22 december 2022 van de minister van EZK aan de Tweede Kamer wordt daarom dan ook niet voor niets gesproken van een “streefdoel” van 55 TWh2. De RES Achterhoek is één van de 30 regio’s die dat doel willen realiseren.

De Regionale Energiestrategie voor de Achterhoek (RES Achterhoek) is een samenwerkingsverband van: ▪ 8 gemeenten: Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk ▪ Provincie Gelderland ▪ Waterschap Rijn en IJssel ▪ Liander is als partner verbonden aan de RES Achterhoek. ▪ Maatschappelijk middenveld bestaande uit LTO, SIKA, Rabobank, Agem, Gelderse Milieufederatie en Jong RES; zij zijn via een Bestuurlijke Advies Groep aangehaakt. Medio 2021 is de RES 1.0 vastgesteld. In de RES Achterhoek hebben we afgesproken om met elkaar 1,35 TWh aan duurzame energie op te wekken. In RES 1.0 is vastgelegd wat het doel is en met welk type DE we het gaan realiseren. Nu, twee jaar later wordt bezien wat de voortgang van die afspraken is om te kunnen bepalen of de RES Achterhoek op koers ligt.

1 2

Uitkomst Werkgroep > 35 TWh: “Bouwen aan de brug, terwijl we er overheen lopen” [2022]. Kamerbrief voortgang Regionale Energiestrategieen

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

13

RES ACHTERHOEK

1.2.

Ontwikkelingen

Sinds de vaststelling van de RES 1.0 is zijn er een aantal ontwikkelingen die invloed hebben op het speelveld waarop de RES regio’s acteren: 1. De klimaatverandering gaat sneller dan voorspeld. Dat wordt in bijna elke publicatie van het IPCC geconstateerd en we zien het ook om ons heen in de vorm van rampen en extreme weerssituaties. Daarmee neemt de urgentie om de klimaatdoelen te halen dan wel aan te scherpen toe. 2. De oorlog tussen Oekraïne en Rusland en de toenemende spanning tussen de Verenigde Staten en China maakt duidelijk dat geopolitiek terug is als belangrijke factor in het energie- en grondstoffenbeleid. 3. De situatie op het elektriciteitsnet is door allerlei oorzaken verder verslechterd. Er zijn er meer (krapte op de arbeidsmarkt bijvoorbeeld), maar dit zijn de belangrijkste. In de volgende paragrafen worden deze ontwikkelingen nader toegelicht. 1.2.1

Klimaatverandering naar hier en nu

In het laatste IPCC synthese rapport3 wordt geschetst dat klimaatverandering sneller gaat dan eerder gedacht en dat elke tiende van een graad grote consequenties heeft voor weersextremen zoals de hoogste temperatuur, droogte en extreme regenval. In Figuur 6 is dat voor de temperatuur weergegeven.

Figuur 6

Gevolgen voor de continenten als functie van de gemiddelde temperatuurstijging op wereldschaal. Bron: zie voetnoot 3.

Tegelijkertijd constateert het IPCC dat het pad naar de relatief veilige 1.5° temperatuurstijging alleen bereikt kan worden door “snelle, ingrijpende en in de meeste gevallen onmiddellijke” reductie van emissies die klimaatverandering veroorzaken (de zgn. GHGs). Wat de tot nu toe ingediende nationale plannen opgeteld voor effect hebben, komt daar vooralsnog niet bij in de buurt (rode lijn in Figuur 7). In Nederland ziet het beeld er voor wat betreft de klimaatdoelstelling van 55% in 2030 beter uit, maar 3

Synthesis Report Of The IPCC Sixth Assessment Report (AR6) [2023]

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

14

RES ACHTERHOEK

in de Klimaat- en Energieverkenning [2022] wordt ook geconcludeerd dat er een extra inspanning nodig is (snellere uitvoering en meer beleid) om het doel van 55% dan wel het richtdoel van 60% te halen4. In de zomer van 2022 werden extreem hoge temperaturen in Europa en ook in Nederland gemeten. In de media sprak men van een “hitte apocalyps”. De waterstanden in bijvoorbeeld de Rijn waren extreem laag. Binnenvaartschepen konden vaak slechts de helft tot een derde van hun normale vracht vervoeren. Talloze toeristen in Frankrijk moesten vervroegd terugkeren door uitgebreide bosbranden. De droogte in het voorjaar in Italië Figuur 7 Scenario’s voor toekomstig verloop GHGs. Bron: gevolgd door enorme overstromingen voetnoot 3. onderstrepen de voorspellingen van het hiervoor genoemde syntheserapport. In Nederland hadden we een relatief nat voorjaar, gevolgd zeer stabiel, en droog weer waardoor de situatie voor de drinkwatervoorziening en de landbouw nijpend dreigt te worden. Anders dan in het verleden toen klimaatverandering toch wel ver weg leek (in tijd en in afstand), speelt het in toenemende mate in het hier en nu. Duidelijk ook voor Nederland is dat de urgentie groter wordt, en de doelrealisatie niet snel genoeg gaat. De minister van Energie en Klimaat heeft daarom een pakket extra maatregelen voorgesteld om dat gat te dichten5.

De internationale en nationale urgentie om de RES daadwerkelijk en tijdig te realiseren is daarmee een gegeven. 1.2.2

Geopolitiek is terug

Geopolitiek is uiteraard niet weggeweest, maar de invloed ervan op het energiebeleid is sinds de val van de muur in 1989 geleidelijk, maar gestaag afgenomen. Ook de bezetting van de Krim en het Oostelijk deel van Oekraïne door Rusland bracht daar in 2014 geen verandering in. De afhankelijkheid in de EU en in Nederland van Russisch gas nam zelfs eerder toe dan af. In de aanloop naar en tijdens het eerste jaar van de oorlog stegen vanwege die afhankelijkheid de energieprijzen explosief, omdat de levering Figuur 8 Ontwikkeling marktprijs van gas op de (middel)lange termijn. Bron: voetnoot 6.

https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-en-energieverkenning-2022 Scherpe doelen, scherpe keuzes; IBO aanvullend normerend en beprijzend nationaal klimaatbeleid voor 2030 en 2050, Rijksoverheid, [2023] 4 5

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

15

RES ACHTERHOEK

daarvan door Rusland als machtsmiddel werd ingezet (zie Figuur 8)6. De EU en ook Nederland zijn nu in recordtempo de afhankelijkheid van Russisch gas (en olie) aan het afbouwen. Inmiddels zijn daardoor de energieprijzen weer gedaald, echter de meeste experts verwachten dat het energieprijsniveau structureel hoger zal blijven. RES’en zijn er juist om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen en krijgen hiermee een extra reden om de ambities, zo mogelijk nog sneller, te realiseren. Het is goed om te beseffen dat het energieprijsniveau ook beïnvloed wordt door prijsopdrijvende factoren zoals de hogere CO2 prijs voor emissierechten in het EU handelssysteem en de verzwaring van de netinfrastructuur, noodzakelijk voor de energietransitie. De wederzijdse afhankelijkheden tussen de Verenigde Staten, China en Europa zijn groot. De Verenigde Staten koersen al een tijd op een minder grote afhankelijkheid van China; dat streven is door de oorlog in Oekraïne versterkt. De EU probeert daarin een middenkoers te varen, maar ook binnen de EU en binnen Nederland wordt naar een minder grote afhankelijkheid gestreefd en gekoerst door zelf als EU meer zaken te willen produceren en door te diversifiëren.

Voor bijvoorbeeld de productie van windturbines, zonnepanelen en batterijen zou dat op termijn gevolgen kunnen hebben op de beschikbaarheid van grondstoffen voor en mogelijk de kostprijs van deze technieken. 1.2.3

Netcongestie

In RES 1.0 is veel aandacht besteed aan systeemefficiëntie: (1) om de netcapaciteit zo efficiënt mogelijk te gebruiken en (2) daarmee de (maatschappelijke) kosten voor infrastructuur zo laag mogelijk te houden. Het was zelfs een uitgangspunt bij de ontwikkeling van allerlei denkrichtingen, varianten en alternatieven. Netcongestie speelde dus een rol maar het probleem is door een aantal oorzaken behoorlijk verergerd. Kaart 2 illustreert dat: in een vrij korte periode is het net volledig op slot gegaan voor levering van duurzame energie (DE).

Kaart 2 Leveringskaarten Liander voor de Achterhoek eind 2022 en voorjaar 2023.

6

Scenario’s Energieprijzen, CPB, december 2022.

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

16

RES ACHTERHOEK

Dit betekent overigens niet dat er geen DE kan worden aangesloten op het net van Liander. Integendeel, Liander is hard bezig met de uitvoering van de investeringsagenda tot 2030. Dat betekent dat er tussen nu en 2030 extra capaciteit beschikbaar komt op de onderstations van Liander die de Achterhoek bedienen. De netcongestie treedt nu niet alleen op bij Liander maar ook bij TenneT, de beheerder van het landelijk 380 kV netwerk. TenneT heeft daarom een tijdelijke stop op nieuwe grootverbruikersaanvragen of uitbreidingen van die aansluiting ‘on hold’ gezet in het net in Flevoland, Gelderland en Utrecht en is een onderzoek gestart naar de mogelijkheden van congestiemanagement bij grootverbruikers. Eind 2022 is daarover gerapporteerd door TenneT: voor de provincies Gelderland, Utrecht en Flevoland was in totaal 104 MW flexibele ruimte gevonden. Vertaald naar wat er gemiddeld per regio beschikbaar komt in Gelderland weinig (ca 5 à 10 MW), te weinig om de tijdelijke stop op te heffen. TenneT heeft daarom recent een brief gestuurd naar bedrijven met een aansluitwaarde van minimaal 1 MW in Flevoland, Gelderland en Utrecht om hen uit te nodigen meer flexibel vermogen beschikbaar te stellen.

Daar komen de ontwikkelingen bij die het elektriciteitsnet nog zwaarder belasten: ▪ de groei van het aantal zonnepanelen bij particulieren; ▪ het beleid om op afzienbare termijn ‘van het aardgas af te gaan’ en de verplichte vervanging van de gasketel. Dat veroorzaakt een toename van het inductie koken en de installatie van de elektrische warmtepomp; ▪ de toename van het elektrisch vervoer; ▪ de woningbouwopgave. Het PBL analyseert in de RES monitor van 20227: “Internationale ontwikkelingen [aanscherping doelstelling EU, oorlog in Oekraïne] hebben gevolgen voor het RES-proces. Voor de energievoorziening van de toekomst blijkt er veel sneller en veel meer hernieuwbare elektriciteit nodig te zijn dan tot 2022 werd gedacht.”

En dat het daarom “Alle hens aan dek” is “om netcongestie te verminderen”. Hieruit blijkt ook dat de ontwikkelingen met elkaar samenhangen. Voor de RES Achterhoek betekent dit dat we bij doelrealisatie zo zuinig mogelijk om willen gaan met de ruimte die er nog is en de uitbreidingen die Liander nu in uitvoering heeft of in uitvoering gaat nemen tot 2030.

7

Monitor RES 2022; Een voortgangsanalyse van de Regionale Energie Strategieën; PBL [2022]

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

17

RES ACHTERHOEK

1.3.

Afspraken RES 1.0

Binnen de RES Achterhoek is afgesproken om 1,35 TWh duurzame energie op te wekken met: ▪ 0,35 TWh zon op dak ▪ 0,546 TWh wind ▪ 0,210 TWh zon op land Er is een niet-gealloceerd deel van 0,244 TWh, dat vanwege systeemefficiëntie en maatschappelijke kosten bij voorkeur zou moeten worden ingevuld door wind. Over de invulling van het niet-gealloceerde deel is in RES 1.0 geen besluit genomen. In Figuur 9 is dat grafisch weergegeven.

Figuur 9

Verdeling huidig bod RES Achterhoek.

Om de RES doelstelling te realiseren is beleid nodig. Grip op de voortgang betekent dat in beeld moet zijn wat het RES-beleid en de beleidsontwikkeling op dat gebied is om bovenstaande doelstelling te kunnen realiseren. Wat heeft dat aan realisatie en pijplijn projecten opgeleverd? En hoe effectief is het geweest? Is er bijsturing nodig? Een belangrijke mijlpaal op weg naar doelrealisatie in 2030 is 1 januari 2025: dan moeten volgens het klimaatakkoord alle benodigde vergunningen voor RESprojecten zijn verleend. Is het behalen van deze mijlpaal voor de RES Achterhoek in beeld? Ook deze vraag wordt in deze voortgangsrapportage beantwoord. Onder meer voor het vergroten van het maatschappelijk draagvlak is afgesproken in het klimaatakkoord dat we bij het lokaal eigendom van duurzame energieopwekking streven naar een percentage van minstens 50%. In deze voortgangsrapportage kijken we in hoeverre deze afspraak doorwerkt in de plannen en het beleid.

1.4.

Verbreding

De RES 1.0 Achterhoek had betrekking op grootschalige, duurzame elektrische opwekopties en warmte. Voor warmte was in RES 1.0 geconstateerd dat er slechts beperkte grootschalige mogelijkheden waren voor warmtenetten en dat verduurzaming van de warmtevraag voor een groot deel door de gemeentes opgepakt zou kunnen worden door middel van de transitievisies warmte (TVW). Door de groei in de elektrificatie van de warmtevraag en de daarmee gepaard gaande extra belasting van het elektriciteitsnet (zie paragraaf 1.2.3), ligt de vraag over regionale samenwerking en regie toch weer op tafel.

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

18

RES ACHTERHOEK

Bestuurlijk is afgesproken dat provincies, gemeenten, netbeheerders en Rijksoverheid in 2022 starten met regionaal, integraal programmeren. Voor het invullen van de Gelderse Energie Infrastructuur (GEIS) en het opstellen van het Provinciaal programma Infrastructuur Energie en Klimaat (P-MIEK) wordt daarvoor de RES-structuur gebruikt. In de regioarrangementen zijn de energietransitie en daarmee de RES opgaven een van de drie assen/thema’s waarop het wordt ontwikkeld.

Figuur 10 Programmeercyclus GEIS/P-MIEK.

De trend is duidelijk: verbreding. De RES gaat meer en meer daadwerkelijk over de Regionale Energie Strategie in de volle breedte. Deze trend wordt versterkt door netcongestie; energie-infra is in zekere zin randvoorwaardelijk voor menselijke activiteiten zoals wonen en werken. De handreiking Regionale Energiestrategie van NPRES [update 2022] geeft ook daar ook handvaten voor in de slag naar de uitvoering: RES te blijven ontwikkelen “Van uitvoering van een aantal afzonderlijke maatregelen naar een robuuste en integrale samenhangend energiesysteem in 2050; van energie als vrager van ruimte naar een volwaardig onderdeel van de leefomgeving en ruimtelijke afweging.”

1.5.

Scope van de voortgangsrapportage

De Scope van dit document is de voortgang van de gemaakte afspraken in zowel het beleid als in de realisatie van de doelstelling. Het is dus een voortgangsrapportage en niet de herijking zelf. Er liggen geen nieuw te maken strategische beleidskeuzes voor in dit document maar het betreft een verantwoording op de voortgang van de al genomen besluiten. Er wordt wel beschreven wat we onder de herijking verstaan en we rapporteren over de voortgang van die herijking van RES 1.0 richting RES 2.0.

1.6.

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt de voortgang in grip op uitvoering besproken. Eerst gaan we in op de leerpunten uit het proces om te komen tot RES 1.0. Daarna bespreken we het beleid en de beleidsontwikkeling voor de diverse DE-opties. Daarna volgt de monitor van de duurzame elektriciteit, zowel die gerealiseerd is als de pijplijn. Vervolgens bespreken we in hoofdstuk 3 de route naar RES 2.0: hoe we gaan herijken aan de hand van een netimpactspoor en een ruimtelijk spoor. En hoe dat leidt tot een programma (‘waar komt wat wanneer’?). In dat hoofdstuk passeren ook de plannen van aanpak voor lokaal eigendom en zon op gebouw kort de revue. We eindigen met conclusies en aanbevelingen.

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

19

RES ACHTERHOEK

2. Voortgang in grip op uitvoering Voortgang is ook af en toe even terugkijken om ervan te leren. Daar beginnen we mee. We beginnen de voortgang in de grip op uitvoering door een aantal leerpunten te benoemen uit het proces om te komen tot RES 1.0. Vervolgens beschrijven we het RES-gerelateerde beleid en de beleidsontwikkeling aan de hand van de gemaakte afspraken. Daarna volgt de cijfermatige voortgang en ontwikkeling van realisatie en de pijplijn tegen de achtergrond van RES-doelstelling voor 2030.

2.1.

Leerpunten RES 1.0

RES en ook het opstellen van RES 1.0 was nieuw en daarom ook een zoektocht. Na de totstandkoming zijn uit die zoektocht een aantal leerpunten gedestilleerd. We noemen er hier een aantal en beschrijven wat we er inmiddels mee hebben gedaan of nog mee willen gaan doen: ▪ Bij de start van RES waren gemeenten al druk bezig om uitvoering te geven aan het ambitieuze Akkoord van Groenlo. In dat kader werd er ook al hard gewerkt aan beleidsontwikkeling op het gebied van ruimtelijke ordening en duurzame energie (RODE). Het gevoel in de ambtelijke organisaties was: wat is de meerwaarde van de RES? De impact van de RES was toen ook nog niet voldoende duidelijk en de meerwaarde moest nog blijken. Gaandeweg het proces richting het opstellen van RES 1.0 groeide de betrokkenheid. Er was ambtelijk echter geen structureel en breed overleg waaraan elke gemeente deelnam. Wel waren enkele gemeenten al betrokken via de werkgroepen ruimte en elektriciteit. ➢ Om de betrokkenheid bij de RES 2.0 te vergroten is via de lijn van de gemeentesecretarissen halverwege 2022 de organisatie aangepast: er is een regiegroep gecreëerd als voorportaal van het besluitvormend bestuurlijk overleg met daarin vanuit elke gemeente een ambtenaar met ruime ervaring en expertise op het gebied van de energietransitie. Die verandering blijkt in de praktijk zeer goed te werken.

▪ Meer oor hebben voor de meningen en inzichten van de professionals en het eerder, beter en eenduidiger communiceren naar en betrekken van de (ambtelijke) achterban. ➢ Voor het laatste deel: representatieve deelname in de ambtelijke regiegroep en de Werkgroep Elektriciteit. ▪ SIKA maakte deel uit van de stuurgroep RES 1.0 maar had inhoudelijk weinig aansluiting met wat er in de RES Achterhoek gebeurde. ➢ SIKA maakt nu ook deel uit van de Werkgroep Elektriciteit waarin o.m. beide hiervoor genoemde plannen van aanpak worden uitgewerkt. ▪ Het tegengeluid was in RES 1.0 duidelijk te horen; dat is goed. Tegelijkertijd moet er ook ruimte en aandacht zijn voor voorstanders en mensen en/of organisaties die mee willen denken. ➢ Dit nemen we mee in de uitwerking van het Plan van Aanpak Lokaal eigendom en in de communicatiestrategie ▪ Raden moet beter worden geïnformeerd en eerder worden betrokken. ➢ Raden worden zo snel mogelijk over RES 2.0 geïnformeerd en zo snel als mogelijk aangehaakt bij de herijking.

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

20

RES ACHTERHOEK

2.2.

Monitor RES gerelateerd beleid

In de volgende paragrafen wordt per duurzame optie een beeld gegeven van het RES-gerelateerde beleid. Eerst volgt dat wat er regionaal is afgesproken; vervolgens wordt bezien hoe dit zich verhoudt tot het gevoerde beleid voor de gemeenten. Vanuit de afspraken, opgaven en de uitdagingen (systeemefficiënt/vermijden meer netcongestie) van RES 1.0, ligt de nadruk op wind, zon en warmte. 2.2.1

Windenergie

We hebben in RES 1.0 afgesproken om minimaal 0,546 TWh wind op te wekken. Hoe dat verdeeld is over de verschillende gemeenten staat weergegeven in een Figuur 11 (oorspronkelijk tabel b uit de eindrapportage van RES 1.0) en waar de voorkeurslocaties liggen staat weergegeven op Kaart 3 Voorkeurszoekgebieden windenergie. Daarnaast is er een niet-gealloceerd deel (0,244 TWh) waarvan RES 1.0 heeft geconstateerd dat het vanuit systeemefficiëntie en maatschappelijke kosten de voorkeur verdient dat met wind in te vullen. Zoeklocaties die daarvoor gebruikt kunnen worden staan in bijlage 1 van RES 1.0. Regionaal en Provinciaal Windenergie Zoeklocaties moeten geborgd worden in ruimtelijk of omgevingsbeleid om te kunnen worden gerealiseerd. De (voorkeurs)zoekgebieden voor wind zijn op een Figuur 11 RES doelstelling wind per gemeente integrale, MER-achtige manier beoordeeld en gescoord op alle relevante milieuthema’s8. Echter niet met de vereiste diepgang en/of formele procesgang van een plan-MER. Voor het borgen van locaties uit RES 1.0 en de locaties die mogelijk voor het niet gealloceerde deel in het ruimtelijk of omgevingsbeleid worden gebruikt is dus een plan-MER noodzakelijk. Daarmee kunnen zoekgebieden worden geborgd in het ruimtelijk of omgevingsbeleid ten behoeve van de vergunningverlening.

Ook de herijking richting RES 2.0 in wat voor vorm die ook plaats zal vinden is met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid plan-MER-plichtig. De provincie laat daarom een plan-MER uitvoeren Kaart 3 Voorkeurszoekgebieden windenergie. 8

De belangrijkste zijn: landschap, leefomgeving (geluid) en natuur.

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

21

RES ACHTERHOEK

voor alle mogelijke zoekgebieden; dat is enerzijds bedoeld om het provinciale windbeleid te actualiseren; anderzijds om alle locaties die relevant kunnen zijn voor de RES-regio’s te beMERren; er is dan uiteraard geen plan-MER meer nodig voor de RES Achterhoek. Tegelijkertijd kan en wil de provincie het provinciale windbeleid daarmee synchroniseren met de afspraken die de RES regio’s gemaakt hebben of nog maken. De RES Achterhoek is daarbij aangehaakt omdat zij dan zelf geen plan-MER hoeft uit te voeren voor haar zoekgebieden. We besparen daarmee kostbare tijd en geld. Een kerngroep van vertegenwoordigers uit de RES-regio’s en gemeenten begeleidt dit plan-MER intensief. Het bestuurlijk overleg wordt op gezette tijden geïnformeerd en geconsulteerd. Inmiddels is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau van het “Plan-MER voor windbeleid en RES provincie Gelderland”9 gepubliceerd en is het milieuonderzoek zelf grofweg halverwege de uitvoering. Niet onbelangrijk is dat ook relatief grote zon op veld projecten in het plan-MER worden meegenomen (>2 ha). Naast een algemeen deel komt er ook een specifiek plan-MER deel voor de RES Achterhoek. Van bijzonder belang binnen dat plan-MER is het Alternatief “Energiesysteem” in verband met het beperken van netcongestie en Figuur 12 NRD Plan-MER windbeleid en RES provincie (maatschappelijke) kosten voor netinpassing. Gelderland.

Daarin wordt aansluitend op de Statenmotie 21M37 gezocht naar een vanuit systeemefficiëntie gewenste verhouding van windvermogen en zonvermogen (1 op 1). In die verhouding vullen wind en zon elkaar goed aan en blijft de claim op de schaarse netcapaciteit beperkt.

Zie ook https://resachterhoek.nl/nieuws/2413435.aspx?t=Provincie-Gelderland-start-voorbereiding-Geldersmilieuonderzoek-voor-wind-zon-en-warmte; “Plan-MER voor windbeleid en RES provincie Gelderland; Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau plan-MER voor windbeleid en RES provincie Gelderland” Provincie Gelderland; 2 februari 2023. 9

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

22

RES ACHTERHOEK

In en rond de Veluwe komt de wespendief voor. Omdat deze roofvogel bescherming nodig heeft, heeft de provincie Gelderland besloten dat er daarom op de Veluwe en in een strook van 1 km eromheen geen windturbines mogen worden geplaatst. In een gebied van 1 tot 8 km mogen een beperkt aantal windturbineparken worden geplaatst. Het kan voor de RES Achterhoek enige invloed hebben, met name op een aantal zoekgebieden uit bijlage 1 van RES 1.0 (zie Kaart 4). De keuzeruimte om het niet-gealloceerde deel met wind in te vullen wordt hiermee beperkt. De gevolgen worden in het hierboven beschreven Plan-MER in beeld gebracht. Het besluit over windenergie op en rond de Veluwe moet de provincie vastleggen in haar Beleidslijn Windenergie (provinciaal beleid voor windenergie). Dit beleid is een bindend kader voor vergunningen en bestemmingsplannen voor de provincie en voor andere overheden. Daarom is de provincie verplicht een officiële milieueffectrapportage op te stellen. Dit traject (planMER windenergie Veluwe-wespendief) is inmiddels Kaart 4 gestart. Daarnaast onderzoekt de provincie samen met de partners en de windsector welke andere mitigerende maatregelen mogelijk zijn om in de toekomst meer ruimte voor windenergie te creëren binnen de 1-8 km zone.

Beïnvloedingszone Wespendief 1-8 km rondom de Veluwe op RES windzoekgebieden uit Bijlage 1, RES 1.0.

Gemeentelijk Windenergie Alle gemeenten zijn in meerdere of mindere mate bezig met het verder brengen van de voorkeur zoekgebieden uit Kaart 4. Er zijn wel grote verschillen v.w.b. de fase waarin dat verkeert; dat heeft uiteraard ook met de uitgangssituatie te maken. Zo heeft Oude IJselstreek haar RES 1.0 bod inmiddels daadwerkelijk gerealiseerd. Winterswijk (met een moratorium op wind) gaat aan de raad vragen welke informatie zij nodig heeft om het moratorium te kunnen evalueren. Per zoekgebied wordt hierna volgend de stand van zaken van het beleidsproces samengevat. Zoekgebied A (gemeenten Montferland en Oude IJsselstreek) Sinds vaststelling van het beleidskader grootschalige opwek (2020) van de gemeente Montferland en de RES 1.0 (2021) worden de mogelijkheden verkend voor een nieuw windinitiatief in zoekgebied A. Twee ontwikkelaars hebben daar de handen inmiddels

Figuur 13 Windturbines in Oude IJsselstreek

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

23

RES ACHTERHOEK

voor ineengeslagen, om de kansen op een goede inpassing van het windproject te vergroten. Het zou binnen het gemeentelijke ontwikkelgebied voor windenergie gaan om 4-5 turbines á 20 GWh/jaar/turbine. Samen met de huidige 2 turbines (samen goed voor 8,4 GWh/jaar) verwacht de gemeente Montferland hiermee de doelstelling van 95 GWh windenergie bij benadering te kunnen halen (4 turbines). De gemeente trekt hiervoor samen op met de provincie om het initiatief verder te kunnen brengen. De gemeente Oude IJsselstreek heeft het door haar toegezegde deel al gerealiseerd: 4 windturbines Netterden (9,2 MW) en 9 windturbines Den Tol (33 MW) samen goed voor 0,1208 TWh/jr. Zoekgebied B (gemeenten Bronckhorst en Doetinchem) De gemeenteraad van Bronckhorst heeft in 2021 gebied Eldrik (onderdeel van zoekgebied B) aangewezen als zoekgebied voor wind en heeft windkaders vastgesteld. Wel is besloten om tot 1 januari 2024 vooralsnog geen medewerking te geven aan windinitiatieven. Dit jaar wordt met de raad besproken of er gestart kan worden met de voorbereidingen en of de windkaders aangepast mogen worden. In het najaar wil de gemeente Bronckhorst dan haar routekaart gaan herijken. In Doetinchem zijn initiatiefnemers bezig met de voorbereiding voor het indienen van een principeverzoek in zoekgebied B.

De gemeente Doetinchem heeft diverse overleggen met initiatiefnemers en een medewerker van de provincie Gelderland gehad. Daarnaast is er een klankbordgroep bezig met een advies aan de initiatiefnemers en de gemeente Doetinchem over het beoogde windpark Doetinchem (in zoekgebied B). Zoekgebied G (gemeente Aalten) In zoekgebied G ligt het bestaande windpark Hagenwind (8 x 2 MW) dat eigendom is van een aantal agrariërs; het stamt uit 2007. Het bod van de gemeente Aalten kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd door het vervangen van de huidige acht windmolens door minder molens, maar wel hoger en met meer vermogen. Tot een productieomvang van 88 GWh. In het duurzaamheidsbeleid neemt de RES 1.0 een belangrijke positie in. Het bod van de gemeente Aalten is mede gebaseerd op de uitbreiding en/of vervanging van dit windpark. Een eventuele uitbreiding en/of vervanging is nog niet opgenomen in het ruimtelijk omgevingsbeleid. De gemeente wacht de resultaten van het plan-MER af. Omdat het huidige windpark nog niet aan het einde van de technische levensduur is, zal tijdig overlegd moeten worden met de huidige eigenaren om de realisatie deadline van 1 januari 2030 te halen. Zoekgebied I (gemeente Oost Gelre) De gemeente Oost Gelre heeft beide zoekgebieden (I en K) vastgesteld.

Voordat is besloten over de RES heeft de gemeenteraad in juni 2021 besloten een ‘pas op de plaats’ te maken voor het opwekken van duurzame energie door windturbines hoger dan 80 meter. De gemeenteraad wil bekijken of zij aanvullende kaders voor windinitiatieven wil vaststellen. De gemeente werkt niet mee aan initiatieven totdat de eventuele kaders zijn vastgesteld. Op dit moment bevindt Oost Gelre zich middenin het beleidsproces voor de herijking van het windbeleid. Door middel van een uitgebreid participatieproces met inwoners en belanghebbenden wordt verkend op welke wijze windturbines in de vastgestelde zoekgebieden mogelijk zijn. Onderdeel van de verkenning zijn het aantal, de plaats en omvang van windturbines, lokaal eigendom en financiële participatie, natuur en milieu en hinder. Vanwege het

VOORTGANGSRAPPORTAGE 2023

24

RES ACHTERHOEK

gedeelde zoekgebied K met de gemeente Berkelland wordt het windbeleid afgestemd met die gemeente. Zoekgebied K (gemeente Berkelland en Oost Gelre) Voor de gemeente Oost-Gelre zie boven. De gemeenteraad van Berkelland heeft zich gecommitteerd aan haar bijdrage in zoekgebied K. Het past in de lijn van Berkelland om koploper energietransitie te zijn ‘ín en mét de Achterhoek’. Het beleid voor Wind op land in Berkelland is door de gemeenteraad vastgelegd (februari 2018) in het beleidsdocument Ruimtelijke Ordening en Duurzame Energie (RODE 2018). RODE 2018 was ondersteunend aan de gemeentelijke doelstelling om energieneutraal te zijn in 2030, en streefde een “goede energiemix” na van zonne- en windenergie, en energie uit biovergisting/biomassa. De raad is gekomen tot de keuze voor zoekgebied K, na een gedegen afweging van ruimtelijke en maatschappelijke belangen. De uiteindelijke conclusie is dat zoekgebied K het meest kansrijke gebied is om de Berkellandse windopgave in te realiseren. Op dit moment wordt het beleid voor windenergie herijkt. Hiervoor worden verschillende onderzoeken uitgevoerd en wordt een uitgebreid participatieproces doorlopen. Alle ontwikkelingen voor windenergie staan in Berkelland ‘on hold’ totdat de gemeenteraad het nieuwe windbeleid heeft vastgesteld.

Het uitgangspunt tot nu toe is dat het nieuwe windbeleid de realisatie van de Berkellandse bijdrage van 0,071 TWh in gebied K mogelijk zal kunnen maken. Zoekgebied N1 (gemeente Winterswijk) De gemeente Winterswijk heeft een moratorium op wind voor onbepaalde tijd dat periodiek wordt geëvalueerd vanaf 1 januari 2023. Dat wordt nu voorbereid. Landelijke normen De normen voor windturbines die in het Activiteitenbesluit staan, zijn niet met een MER onderbouwd, terwijl dat wel had gemoeten. Met het Nevele Arrest mogen deze normen niet meer worden gebruikt. De rijksoverheid heeft daarom een plan-m.e.r. opgestart om die normen alsnog te onderbouwen. De NRD “Plan-MER Windturbinebepalingen Leefomgeving” is eind 2021 gepubliceerd en ter inzage gelegd. Publicatie van het plan-MER zelf inclusief de nieuwe milieuregels wordt dit najaar verwacht10. Die moeten door de Tweede Kamer worden vastgesteld; besluitvorming wordt in het eerste kwartaal van 2024 verwacht. In ieder geval 3 gemeenten geven aan om te willen wachten met borging van de zoekgebieden in het beleid tot dit besluit genomen is. Vooruitlopen op dit besluit mag mits de milieunormen met een MER worden onderbouwd. Die route is inmiddels tot aan de Raad van State juridisch houdbaar gebleken. De RES Achterhoek heeft daarom aan de provincie gesuggereerd om onderbouwing van de milieuregels in het lopende plan-MER mee te nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13369700/1