Ruimtelijke motivering Groenlo, Eefseler Esch
Tekst van het document
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld ontmoeten, te wandelen, te spelen en de rust te vinden in het groen. De bomen, struiken, bloemen, het water en de houtwallen dragen bij aan een prettige, natuurlijke leefomgeving. Binnen het ontwerp is de auto te gast. Binnen het ontwerp worden enkele hoofdontsluiting gerealiseerd. Voor het overige wordt qua mobiliteit voornamelijk ingezet op directe fiets- en wandelpaden waarmee het centrum van Groenlo en OV-voorzieningen binnen afzienbare tijd zijn te bereiken. Verder blijkt uit dit hoofdstuk dat, waar nodig aan de hand van milieukundige onderzoeken, sprake zal zijn een aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen de te realiseren woonerven. 5.13.3 Conclusie Vanuit het aspect gezondheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies op locaties.
5.14
Milieubelastende activiteiten
5.14.1 Wettelijk kader Een milieubelastende activiteit is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. De Omgevingswet definieert een milieubelastende activiteit als: 'een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit'. Hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wijst milieubelastende activiteiten aan waarvoor rijksregels gelden. Deze milieubelastende activiteiten zijn gegroepeerd per bedrijfstak. Voor milieubelastende activiteiten die niet in het Bal zijn aangewezen, gelden geen algemene rijksregels. Voor die activiteiten kunnen decentrale overheden regels stellen, bijvoorbeeld in het omgevingsplan. 5.14.2 Onderzoek Het voornemen voorziet in de realisatie van een nieuwe woonwijk. Met deze omgevingsplanwijziging worden onder andere de mogelijkheden voor milieubelastende activiteiten die kunnen worden uitgeoefend door een agrarisch bedrijf verwijderd. Tegelijkertijd kunnen huishoudens allerlei milieubelastende activiteiten uitvoeren. Met deze omgevingsplanwijziging wordt de mogelijkheid geboden om een beroep of bedrijf aan huis uit te oefenen. Deze activiteiten zijn daarbij ondergeschikt aan de activiteit wonen.
De omvang van een aan huis verbonden beroep is dermate beperkt dat de regels van het Bal niet hoeven te gelden. Tevens geldt voor de aan huis verbonden bedrijven dat er slechts bedrijven tot en met categorie 1 zijn toegestaan. 5.14.3 Conclusie Het voornemen maakt geen nieuwe milieubelastende activiteiten mogelijk. Deze vormen dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.15
Ladder voor duurzame verstedelijking/behoefte
5.15.1 Wettelijk kader De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of er binnen het stedelijk gebied kan worden ontwikkeld. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •
de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld De Ladder wordt toegepast bij een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder, is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. •
•
bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is.
Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 5.15.2 Onderzoek Wanneer een plan voorziet in 11 of meer woningen wordt dit op basis van vaste jurisprudentie gezien als een stedelijke ontwikkeling. Een uitgangspunt hiervoor is de rechtsuitspraak ‘ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921’. Met deze ontwikkeling is dan ook zonder meer sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In de ladderonderbouwing, zoals opgenomen in bijlage 2, wordt ingegaan op de instructieregel voor de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierin wordt aangetoond dat het er sprake is van een concrete behoefte aan het voornemen. 5.15.3 Conclusie Het voornemen voldoet aan de instructieregels zoals opgenomen in artikel 5.129g van het Bkl.
5.16
Toetsing m.e.r.-beoordeling
5.16.1 Wettelijk kader Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Uit bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een plan mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen: • • • •
In kolom 1 staan de projecten opgesomd; In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend.
Indien een wijziging van het omgevingsplan wordt opgesteld dat een kader vormt voor een project-mer(beoordelings)plichtige projecten dan is een plan-mer aan de orde (artikel 16.36 lid 1 Ow). Ook is een plan-mer aan de orde als voor een plan een passende beoordeling voor natuur moet worden opgesteld zoals bedoeld in artikel 16.53c Ow (artikel 16.36 lid 2 Ow). Als een plan wordt gemaakt voor een klein gebied op lokaal niveau of het plan maakt een kleine wijziging mogelijk, kan worden volstaan met een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36 lid 3 Ow) als uit de beoordeling blijkt dat het plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld 5.16.2 Onderzoek Een woningbouwontwikkeling valt onder categorie J11: “Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen”, zoals opgenomen in bijlage V Ob. Een plan-m.e.r. is niet verplicht voor een dergelijke ontwikkeling. Op basis van kolom 3 en 4 geldt voor een omgevingsplan die voorziet in de aanleg, wijziging of uitbreiding van een dergelijke ontwikkeling een plan-m.e.r.-beoordelingsplicht. Hiertoe is een aanmeldnotitie voor de plan m.e.r.-beoordeling opgesteld, die is opgenomen in bijlage 13 van deze ruimtelijke motivering. Uit deze notitie komt naar voren dat de beoogde ontwikkeling, gelet op de kenmerken en plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, niet leidt tot significant negatieve effecten die op het opstellen van een milieueffectrapport noodzakelijk maken. 5.16.3 Conclusie Gelet op de beoordeling van de bovengenoemde kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Hoofdstuk 6
6.1
Beperkingengebieden
Wettelijk kader
Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit die de functie van een maatschappelijk belangrijk werk of object kan verstoren. Dit zijn bijvoorbeeld wegen, spoorwegen, luchthavens en waterstaatswerken (rivieren etc.). Voorbeelden van beperkingengebiedactiviteiten zijn het plaatsen van een reclamebord naast een snelweg of het bouwen op een zeedijk. Om de functie van het werk of object te beschermen, gelden er beperkingen in een aangewezen gebied daaromheen. Het bevoegd gezag wijst dat gebied op kaart aan. De beperkingen gelden voor activiteiten in dit gebied (het beperkingengebied).
6.2
Onderzoek
Het plangebied ligt in de nabijheid van de N319. Deze weg heeft geen beperkingengebied zoals aangewezen door de provincie. De beoogde bouwactiviteiten verstoren de functie van deze provinciale weg echter niet. Verder ligt het plangebied binnen het door het waterschap aangewezen gebied ‘Beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het waterschap’. Op grond hiervan gelden aanvullende aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk die op grond van deze waterschapsverordening is vereist. Er is met dit voornemen echter geen sprake van een activiteit die betrekking heeft op een waterstaatwerk.
6.3
Conclusie
Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met eventuele beperkingengebieden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Hoofdstuk 7
7.1
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen. In voorliggend geval is de gemeente in het kader van dit omgevingsplan de initiatiefnemer. Hiermee zijn de gemeentelijke kosten anderszins verzekerd en is het opnemen van kostenverhaalregels niet nodig.
Voorafgaand aan het voornemen is een grondexploitatieovereenkomst opgesteld, waarmee de gemeente het voornemen haalbaar acht.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.2.1
Participatie
Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. In het kader van het voornemen heeft tussen 2022 en 2025 een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden. In het in bijlage 14 opgenomen participatieverslag is weergegeven hoe dit traject is vormgegeven, wat de uitkomsten hiervan waren en hoe deze uitkomsten zijn verwerkt in de planvorming. 7.2.2
Afstemming overlegpartners
Deze omgevingsplanwijziging is voorgelegd aan de relevante overlegpartners. In dit geval betreffen dit de provincie Gelderland, het waterschap Rijn en IJssel, de GGD en de Veiligheidsregio. In bijlage 15 zijn de volledige reacties opgenomen. Naar aanleiding van de reacties zijn de paragrafen ‘omgevingsveiligheid’, ‘water’ en ‘gezondheid’ op bepaalde punten aangepast. Het waterschap heeft aangegeven akkoord te zijn met het waterhuishoudkundig plan. Bij de verdere uitwerking van de waterhuishoudkundige aspecten in het plangebied zal het waterschap blijvend betrokken zijn. De GGD en de Veiligheidsregio hebben een aantal adviezen gegeven om rekening mee te houden en zijn verder akkoord met de inhoud van het plan. 7.2.3
Zienswijzen
Het wijzigingsbesluit heeft voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. In deze periode is één zienswijze ingediend. Deze heeft niet gewijzigd tot een aanpassing van de plannen. De ruimtelijke motivering (Etfal) en de regels zijn daarnaast op enkele punten ambtshalve gewijzigd. In bijlage 16 is gedetailleerd beschreven hoe met de zienswijze is omgegaan en wat de ambtshalve wijzigingen inhouden. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Hoofdstuk 8
Conclusie
Op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet bevat het omgevingsplan voor de hele gemeente de regels die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In het Bkl staan de instructieregels voor de hoofdonderwerpen. Een omgevingsplan houdt in ieder geval voldoende rekening met onderstaande onderwerpen: • • • • • • •
waarborgen van veiligheid; beschermen van waterbelangen; beschermen van gezondheid en milieu; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; het behoud van ruimte voor toekomstige functies; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen;
Deze onderwerpen zijn beoordeeld in deze ruimtelijke motivering. Hieruit blijkt dat het plan met alle aspecten voldoende rekening houdt. Geconcludeerd wordt dat met deze wijziging van het omgevingsplan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlagen bij de ruimtelijke motivering
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 2
Notitie ‘ladder voor duurzame verstedelijking’
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek geluid door wegen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 4
Geuronderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 5
Bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 6
Waterhuishoudkundig plan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 7 te Groenlo
Memo mogelijk wateroverlast huidige woningen aan de Oude Papendijk
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 8
Verkeerskundig onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 9
Niet-gesprongen explosieven
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 10
Onderzoek stikstofdepositie
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 11
Onderzoeken flora en fauna
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 12
Archeologisch onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 13
Aanmeldnotitie plan m.e.r.-beoordeling
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
63
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 14
Participatieplan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
64
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 15
Reacties vooroverlegpartners
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
65
Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld
Bijlage 16
Zienswijzennota en ambtshalve wijzigingen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
66