CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

res 1.0 achterhoek

Raadscommissie 7 september 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: RES 1.032.619 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Waterstof wordt gemaakt door middel van elektrolyse: water met elektriciteit gaat uiteen in waterstof en zuurstof. Daarmee is waterstof dus geen energiebron, maar een energiedrager. Wanneer de elektriciteit voor de elektrolyse duurzaam wordt opgewekt (elektriciteit uit wind en zon e.d.) is waterstof een groene energiebron. Waterstof wordt veel genoemd als oplossing in de energietransitie. Met waterstof kunnen hoge temperaturen worden bereikt. Het gebruik van waterstof wordt in Nederland dan ook vooral gezien als een oplossing voor de zware industrie en zwaar transport (met een brandstofcel). Waterstof voor verwarming in de gebouwde omgeving is ook mogelijk en heeft enkele voordelen: zo zijn er relatief weinig ingrepen nodig aan een woning en kunnen de bestaande gasleidingen, met wat aanpassingen, worden gebruikt. De veelvoorkomende gedachte is dat aardgas eenvoudig wordt vervangen door waterstofgas. Toch kleven er knelpunten aan deze warmteoptie. Het gebruik van waterstof in de gebouwde omgeving is energetisch gezien verre van rendabel (zie kader). Daarnaast is er momenteel nog nauwelijks groene waterstof voorhanden. Om op grote schaal waterstof te gebruiken als warmtebron voor de bebouwde omgeving is veel duurzame elektriciteit nodig. Dat betekent dat er meer zonnevelden en windmolens dan bij andere warmteoplossingen nodig zijn.

Een groot voordeel van waterstof is dat het kan worden benut als opslag van energie. Over het etmaal is zonne-energie en windenergie niet altijd beschikbaar. Door met zon en wind extra elektrische energie te genereren zou dat met elektrolyse kunnen worden omgezet in waterstof. Waterstof zou dan kunnen worden ingezet in zon- en windloze perioden. De RES 1.0 voor de achterhoek stuurt niet op de productie van waterstof in de Achterhoek. Dat sluit niet uit dat de technische vooruitgang ten aanzien van waterstof na 2030 een ander beeld kan opleveren. Het rendement van waterstof in de gebouwde omgeving Het produceren van groene waterstof kost veel elektriciteit en gaat gepaard met forse energieverliezen (ca 25% bij elektrolyse). Groene elektriciteit kan energetisch gezien veel efficiënter direct worden ingezet om woningen te verwarmen met een warmtepomp, zonder waterstof als tussenstap. Vergeleken met verwarmen met een warmtepomp, is voor het verwarmen van een goed geïsoleerde woning met waterstof al snel vier keer zoveel groene stroom nodig.

Geothermie Van een groot gedeelte van Nederland is niet bekend hoe de ondergrond eruitziet in relatie tot de mogelijkheden voor geothermie. De Achterhoek is ook één van de gebieden waar nu nog weinig bekend is over de ondergrond, zoals de aanwezigheid en ligging van de watervoerende aardlagen (aquifers).

70

Energie Beheer Nederland (EBN) gaat in de loop van de komende jaren deze ‘witte’ gebieden, waaronder de Achterhoek, in kaart brengen. Dit gebeurt in het zogeheten SCAN-project (Seismische Campagne Aardwarmte Nederland). Voor de gehele Achterhoek is de technische en economische potentie van geothermie nu dus nog onbekend. Om toch een indicatie te hebben van de potentie is er in 2020 een geologische bureaustudie uitgevoerd in opdracht van de provincie Gelderland: “Geothermie in Oost Gelderland, IF Technology, 14 april 2020”. Alle beschikbare informatie is op een rijtje gezet om zo de kansen voor geothermie in Oost Nederland in te schatten. De studie geeft een indicatie van mogelijk winbare warmte in de Achterhoek van: 0,01 GJ/m3. Dat is het laagste van Nederland. De meest geschikte delen van Nederland scoren hier 1,01 GJ/m2. De voorlopige conclusie is dat geothermie in de Achterhoek zeer weinig kansen biedt. De kans dat er een goede geothermie warmtebron is in de Achterhoek is erg laag. De resultaten van aanvullend seismisch onderzoek kunnen andere inzichten opleveren, maar het is vanwege de lage potentie niet de verwachting dat de komende jaren proefboringen in de Achterhoek plaatsvinden. Daarnaast is geothermie vooral geschikt voor plaatsen met een grote warmtevraagdichtheid. Als er een bruikbare bron is komt er immers erg veel warmte vrij.

Deze warmte moet dan ook kunnen worden afgezet. In de Achterhoek is geen sprake van een grote warmtevraagdichtheid. Zonthermie (PVt) Een nieuwe ontwikkeling die wordt meegenomen in de volgende versies van de RSW is de toepassing van zonthermie (PVt). Bij zonthermie wordt zonnewarmte niet omgezet in elektriciteit maar in warm water, waarmee huizen en woonwijken verwarmd kunnen worden. Omdat de warmte-opwek bij collectieve zonthermie hoofdzakelijk plaatsvindt in de zomer wordt de warmte opgeslagen in de bodem (seizoensopslag van warmte d.m.v. een WKO). Warmte wordt dus in de zomer opgeslagen in de grond en in de winter gebruikt. Zonthermie heeft een ruimtelijke component als het grondgebonden wordt toegepast. Het kan in concurrentie zijn met zonnepanelen (PVe). Er zijn ook systemen in opkomst die PVe en PVt combineren. Zonthermie kan ook op daken worden toegepast. Een bekende toepassing van zonthermie op een dak is de zonneboiler bij woningen. Over een grootschalige collectieve toepassing van zonthermie is nog niet veel bekend. Er wordt onderzoek gedaan naar de potentie en toepassing van zonthermie in de Gelderland. In de RSW 2.0 zal hierop worden teruggekomen. Aandachtpunten voor “warmte” Gebruik aardgas in de transitieperiode We gaan niet in één keer van het aardgas af, maar in fasen. Aardgas zal in de transitieperiode nog worden gebruikt.

Wel zal het gebruik van aardgas steeds meer afnemen. Bij wijken die eerst aardgasvrijready worden gemaakt is er nog sprake van aardgasverbruik. Ook bij collectieve warmtenetten wordt soms nog aardgas ingezet voor de piekbelasting. In de onderzochte warmtenetten in de quickscans wordt in sommige gevallen voor de piekbelasting gebruik gemaakt van een tweede warmtebron. Op dit moment is aardgas nog een logische en goedkope bron. Het gebruik van aardgas is een voorlopige oplossing. Uiteindelijk zal dit vervangen moeten worden door een andere duurzame warmtebron. Toename elektriciteitsvraag Het is duidelijk dat er voor het vervangen van het aardgas in de Achterhoek veel warmteoplossingen zijn waarvoor elektriciteit nodig is. Dit heeft consequenties. De toename van de elektriciteitsvraag heeft zijn weerslag op het netwerk en er moet samen met de netbeheerder tijdig op deze ontwikkeling worden geanticipeerd. Als de gemeenten eind 2021 de eerste versie van de Transitievisies Warmte opgeleverd hebben is de globale bronnenstrategie duidelijker. De netbeheerder kan op basis van de TVW de hoeveelheid elektriciteit dat nodig is inschatten en de impact op het elektriciteitsnet doorrekenen. Hierbij is ook de ontwikkeling in lokale opslag van elektriciteit van belang.

71

Juridische en financiële onzekerheden Vooruitlopend op een aardgasvrije gebouwde omgeving is op 1 juli 2018 de gasaansluitplicht voor nieuwbouwwoningen afgeschaft. De wettelijke kaders voor de transitie naar een duurzame, aardgasvrije bestaande gebouwde omgeving zijn echter nog volop in ontwikkeling. Over de richting is nog veel onduidelijkheid. Zo moet er in de Warmtewet 2 (Wet Collectieve Warmtevoorziening) duidelijkheid komen over de eigendomsverhoudingen rondom warmtenetten, warmtecoöperaties, de regierol van de gemeenten enz. Ook de Omgevingswet brengt op het gebied van de energietransitie grote wijzigingen met betrekking tot betrokkenheid en visievorming. Deze ontwikkelingen brengen onzekerheden met zich mee. Deze nog niet ingevulde wettelijke randvoorwaarden maken de transitie extra complex. De financiële consequenties van de warmtetransitie voor Nederland als geheel en de eindgebruiker zijn nog niet helder. Hoe de warmtetransitie betaald gaat worden zal de komende jaren duidelijker moeten worden.

PM: locatie bronvermeldingen Bronnen/ achtergronden/ links Geothermie in Oost-Gelderland, geologische bureaustudie Oost-Gelderland en Eerbeek-Loenen, IF Technology, 14 april 2020 (Rapport in pdf aanwezig) Quickscan studies Gelderland, Geleerde lessen – wat is de haalbaarheid van collectieve warmte oplossingen, RoyalHaskoningDHV, 5 maart 2020, Margit Heine inclusies in de bijlage de quickscans en overige studies) (Rapport in PDF aanwezig) Bron: Woonmonitor Bron: Klimaatmonitor (link) Bron: Portal Gelderland Warmteatlas (link)

72

11

Participatie en communicatie RES 1.0 Achterhoek

11.1

Informatievoorziening en dialoog

De inhoud van deze RES 1.0 is mede gebaseerd op de resultaten van uiteenlopende informatiebijeenkomsten en dialoogsessies. In deze bijeenkomsten is de energietransitie op het niveau van de Achterhoek, dus als regio, aan de orde gesteld. Hiervoor is enerzijds gekozen omdat lokale (inwoners)participatie reeds heeft plaatsgevonden bij de gemeenten voor het opstellen van hun beleidskaders duurzame energie in relatie tot ruimtelijke ordening. En anderzijds omdat er regionale (dus gemeentegrens overstijgende) opgaven liggen voor de RES 1.0. Dat de participatie op regionaal niveau is georganiseerd is in lijn met de bestuurlijke wens. Er is niet gesproken over individuele, lopende projecten of initiatieven: Het gesprek daarover gaat tussen de individuele gemeenten en hun inwoners en initiatiefnemers. Verdeeld over de opstelling van de concept-RES en deze RES 1.0 is hiermee een beeld verkregen van de kennis van stakeholders over de energietransitie, hun beelden van nut en noodzaak van regionale opwekking van duurzame energie met behulp van zonnepanelen en windturbines en hun voorkeuren voor het ruimtegebruik daarvoor. In het tekstkader staan de diverse bijeenkomsten vermeld die in de fase van opstelling van de RES 1.0 zijn georganiseerd.

Bijeenkomsten tijdens opstelling RES 1.0 • 26 augustus 2020: Meedenksessie koppelkansen professionele • 14 oktober 2020: Online bijeenkomst wind- en zonne-energie voor inwoners • 26 november 2020: Online themasessie landschap, landbouw en natuur (belanghebbenden op gebied van natuur, landschap en landbouw) • 10 december 2020: Online themasessie landschap, landbouw en natuur (belanghebbenden op gebied van natuur, landschap en landbouw) • 12 december 2020: Online themasessie landschap, landbouw en natuur (belanghebbenden op gebied van natuur, landschap en landbouw) • 15 december 2020: Online themasessies landschap, landbouw en natuur (belanghebbenden op gebied van natuur, landschap en landbouw) • 25 november 2020: Online bijeenkomst volksvertegenwoordigers • 30 november 2020: Online bijeenkomst volksvertegenwoordigers • 14 januari 2021: Online sessie Kansen duurzame energie met zon en wind Achterhoek (professionele belanghebbenden) • 10 februari 2021: Online dialoogsessie voor inwoners Achterhoek • 11 februari 2021: Online dialoogsessie voor inwoners Achterhoek • 16 februari 2021: Webinar systeem efficiëntie (volksvertegenwoordigers) • 18 februari 2021: Webinar systeem efficiëntie (volksvertegenwoordigers) • 1 maart tot 21 maart 2021: Grootschalige online peiling met het instrument Swipocratie • 16 maart 2021: Online dialoogsessie voor stakeholders en inwoners Achterhoek • 23

maart 2021: Online dialoogsessie voor stakeholders en inwoners Achterhoek • 24 maart 2021: Online informatiebijeenkomst voor volksvertegenwoordigers • 25 maart 2021: Online informatiebijeenkomst voor volksvertegenwoordigers • 19 mei 2021: Werksessie 50% lokaal eigendom • 19 mei 2021: Dialoogsessies voor volksvertegenwoordigers • 20 mei 2021: Dialoogsessies voor volksvertegenwoordigers

Gezien de periode waarbinnen deze bijeenkomsten werden gepland, gedurende het hoogtepunt van de COVID-19 pandemie, zijn de bijeenkomsten vrijwel alle online georganiseerd.

73

In verschillende samenstellingen en vertegenwoordigingen zijn inhoudelijke thema’s besproken zoals landbouw, natuur en landschap, leefomgeving, en is op regionaal niveau gesproken over hoe de Achterhoek als geheel is in te zetten voor de opwekking van duurzame energie. Waar is ruimte voor windturbines, waar voor zonneparken? Gaat de voorkeur van belanghebbenden uit naar concentratie van windturbines binnen enkele zoekgebieden of heeft men de voorkeur voor een meer verspreide opstelling van windturbines? Gaat de voorkeur uit naar windturbines of naar zonneparken? Of heeft men geen voorkeur en wil men geen verandering in de bestaande leefomgeving? Het aansnijden van deze onderwerpen heeft geleid tot levendige discussies. Dit geheel in lijn met de uitgebreide berichtgeving over de energietransitie in de media. Het onderwerp leeft. Speciale aandacht is geschonken aan het bereiken van jongeren. Hoe denken zij over de productie van duurzame energie, een productie die hun toekomst immers mede beïnvloedt. Om dit na te gaan is de projectorganisatie RES Achterhoek opgetrokken met JongRES Achterhoek. In een online peiling, onder de aandacht gebracht via verschillende kanalen van de RES Achterhoek, de RES-partners (gemeenten, provincie Gelderland en waterschap Rijn en IJssel) en een Facebook-campagne onder de aandacht gebracht, is de mogelijkheid gegeven de mening kenbaar te maken.

Via deze peiling, de swipocratie, konden jongeren hun mening op een laagdrempelige, snelle en makkelijke manier laten weten over duurzame energie en dan met name over windmolens en zonnepanelen. Het doel hiervan was om te toetsen of de opgehaalde opbrengsten over de denkrichtingen van deelnemers aan de sessies in lijn is met de beleving van willekeurige inwoners. De Swipocratie is mede ingezet om bewustwording en betrokkenheid te creëren bij de energietransitie en de RES. Figuur 18: Het doorlopen proces richting RES 1.0

(Nb: Nog aanpassen)

74

11.2

Visies, meningen, opinies

Uit de peiling van de visies, meningen en opinies van organisaties en inwoners komt een diffuus beeld naar voren. De professionele (belangen)organisaties dragen argumenten aan die richting geven aan keuzes rond zoekgebieden voor windturbines of zonneparken of een voorkeur voor de ene productiemethode boven de andere. Daaruit komt geen eenduidig, gestoken beeld naar voren hoe en waar windturbines en/of zonneparken een plek kunnen krijgen. Wel zijn enkele grootste gemene delers te onderkennen zoals de voorkeur voor productie van duurzame energie met zonnepanelen op daken. Inwoners die zich met veel belangstelling hebben gestort op deelname aan de dialoogsessies blijken veelal gedreven door de wens hun mening kenbaar te maken over al lopende projecten voor windturbines of zonneparken. Het voorkomen van deze projecten, of andere soortgelijke projecten, is een veel geuite wens. Het algemene beeld daarbij is tevens dat met name tegenstanders van die projecten deelnamen aan de bijeenkomsten; een gevolg van het gegeven dat de Achterhoek al zeer actief is waar het gaat om het realiseren van de productie van duurzame energie. Duidelijk is dat er zorg is over aantasting van het Achterhoekse landschap en de kwaliteit van de leefomgeving door concrete projectinitiatieven. Ook werd duidelijk dat discussie hierover op regionaal niveau weinig bijdraagt aan het wegnemen van deze zorg.

De beoordeling van concrete projecten is een zaak van de individuele gemeenten.

11.3

Begrip, acceptatie, draagvlak

Door zoveel mogelijk belanghebbenden de mogelijkheid te bieden hun opinies te geven over hoe de energietransitie in de Achterhoek verder vorm kan krijgen en hen hierover te informeren, is gewerkt aan begrip voor de noodzaak van de energietransitie en daarmee ook voor de huidige de RES 1.0. Bij het overgrote deel van de deelnemers aan de bijeenkomsten staat op het netvlies dat klimaatverandering een reëel vraagstuk is waar de maatschappij een antwoord op moet gaan bieden. Ook is duidelijk geworden dat veel inwoners individuele bijdragen willen leveren door energiebesparende maatregelen te nemen in en om hun woning of door aanpassing van het eigen gedrag. Deze houding en begrip voor de noodzaak van het aanpakken van de klimaatverandering vertaalt zich echter niet per se in een breed draagvlak voor windturbines of zonneparken. Waar inwoners initiatieven in hun nabije leefomgeving vermoeden of waar deze daadwerkelijk aan de orde zijn is draagvlak zeker niet evident.

75

Werken aan draagvlak is daarom de grote uitdaging tijdens de fase waarin meer initiatieven realiteit moeten gaan worden; de fase op weg naar de RES 2.0. In deze fase is het van belang om op lokaal niveau, rond concrete projecten in gesprek te gaan. Een gesprek tussen direct betrokken inwoners en organisaties, initiatiefnemers van energieprojecten, energiecorporaties en de gemeenten op wiens grondgebied de initiatieven zich bevinden. In dit gesprek, met de juiste stakeholders aan tafel, is de vraag aan de orde hoe een initiatief ruimtelijk vorm kan krijgen, welke inrichting van een gebied op zo min mogelijk bewaren van betrokken inwoners stuit. Tevens is dan aan de orde welke randvoorwaarden zijn te respecteren om zo goed mogelijk in te spelen op de sentimenten van omwonenden. Het voorkomen van slagschaduw kan zo’n randvoorwaarde zijn. Een ander onderwerp van gesprek is het eerlijk verdelen van de lusten en lasten van de opwekking van duurzame energie. Hoe wordt zeker gesteld dat ook omwonenden in de revenuen van energieopwekking kunnen delen? Energiecorporaties kunnen bij deze ontwikkeling in financiële participatie een belangrijke verbinden schakel tussen initiatiefnemers (als ze dat al niet (volledig) zelf zijn) en omwonenden zijn.

Het ideaalbeeld hierbij is dat financiële participatie niet wordt beschouwd als omkoping maar dat participanten trots zijn worden op hun bijdrage aan het tegengaan van de klimaatverandering.

76

77

12

Hoe verder?

12.1

Naar een RES 2.0 en verder

De voorliggende RES 1.0 markeert een tussenstap in de energietransitie in de Achterhoek. Het document toont de haalbaarheid van het bod voor de productie van duurzame energie aan door zoekgebieden te duiden waarbinnen productie van duurzame energie met windturbines of zonneparken mogelijk is. Omdat de ruimte in de Achterhoek een hoger productieniveau toelaat kunnen de gemeenten in het vervolgtraject in een nader besluitvormingsproces bepalen welke van de zoekgebieden voor windturbines en zonneparken daadwerkelijk worden benut mocht een afwijking ten aanzien van de zoekgebieden in deze RES 1.0 noodzakelijk blijken. Deze nadere besluitvorming zal veelal plaatsvinden in het kader van de opstelling van gemeentelijke omgevingsvisies. Door de daadwerkelijk te benutten zoekgebieden uit deze RES 1.0 op te nemen in die omgevingsvisies wordt de ruimtelijke doorwerking van de RES 1.0 geborgd en komt ook een juridische doorwerking van de RS 1.0 tot stand. 12.2

Verdere participatie

Bij de opstelling van deze RES 1.0 is veelvuldig het gesprek aangegaan met organisaties en inwoners in de Achterhoek. De resultaten van dit overleg zijn zo goed en zo kwaad als het mogelijk is in de RES 1.0 verwerkt. Duidelijk is geworden dat er uiteenlopende belangen bestaan, zodat het niet mogelijk is om iedereen ter wille te zijn. Duidelijk werd ook, dat in een situatie waarin al gemeentelijk beleid voor de productie van duurzame energie bestaat, en er diverse projectinitiatieven bestaan in verschillende stadia van ontwikkeling, het voor belanghebbenden niet altijd helder is welke invloed van de regionaal georiënteerde RES uitgaat op bestaand beleid en lopende projectinitiatieven. Hierdoor werd het reageren op concrete, lopende projectinitiatieven regelmatig ingebracht in het gesprek over de RES 1.0. Dit leidde geregeld tot teleurstellingen bij gesprekspartners. Met de vaststelling van de RES 1.0 is het gesprek met belanghebbenden bij zonne-energie- en windenergieprojecten echter niet voorbij; integendeel. De koers voor de regionale energiestrategie is niet dusdanig ‘dichtgetimmerd’ dat nu in detail is vastgelegd waar precies hoeveel windturbines of zonneparken komen. Dit wordt op gemeentelijke niveau nader bepaald met de direct betrokken.

Dit gesprek wordt dan gevoerd over concrete initiatieven met onder meer de bijbehorende inpassingsvraagstukken en verdeling van lusten en lasten. De strekking van de Omgevingswet met betrekking tot participatie van belanghebbenden zal richting gevend zijn voor het participatieproces. 12.3

Programmatische regionale aanpak

De uitvoering van deze RES 1.0 betreft een diversiteit aan activiteiten. Het gaat onder meer om: • Nader milieu- en ander onderzoek voor de uitwerking van projectvoorstellen voor wind- en zonneenergie; • De opname van de inhoud in ruimtelijke plannen; • Het uitwerken en uitvoeren van het plan van aanpak zon op dak; • Het uitwerken en uitvoeren van het plan van aanpak lokaal eigendom; • De programmering en kwaliteitsimpuls van zonneprojecten op land; • De daarmee verband houdende tweede netwerkimpactstudie uit te voeren door Liander waarmee wordt gestuurd op zekerstelling van en tijdige en kostenefficiënte duurzame energieproductie.

78

De gecoördineerde uitvoering van deze activiteiten vergt een programmatische aanpak waarmee een regionale harmonisatie van uitvoering wordt gewaarborgd, daar waar dit wenselijk is om de uitvoering van deze RES 1.0 tot een succes te maken.

79

Begrippenlijst Agrarische transitie - Ontwikkeling waarin grootschalige, intensieve land- en tuinbouw met veel milieuimpact plaatsmaakt voor een meer duurzame vorm van land- en tuinbouw. Akkoord van Groenlo – In 2009 sloten de Achterhoekse gemeenten, Waterschap Rijn en IJssel en maatschappelijke organisaties eenakkoord om de Achterhoek te verduurzamen. In 2013 werd opnieuw een akkoord gesloten waarin de doelstelling werd opgenomen om in 2030 energieneutraal te zijn. Energieneutraal – Een situatie waarin minimaal even veel duurzame energie in een gebied wordt opgewekt als dat er wordt verbruikt. Financiële participatie – De mogelijkheid voor lokale bewoners en bedrijven om gezamenlijk eigenaar worden van (een gedeelte van) een windturbine of zonnepark. Gelders Energie Akkoord (GEA) – Een samenwerkingsverband van overheid, onderwijs en ondernemers met de doelstelling om 55% CO2-uitstoot te reduceren, ten opzichte van 1990. Het GEA is een initiatief van de provincie Gelderland. Zoekgebieden – Gebieden waarin kansen zijn voor opwekking van duurzame energie, vanwege van hun ligging, fysieke kenmerken en mogelijkheden om er maatschappelijke kansen te benutten. Klimaatakkoord – Een akkoord tussen overheden, (coalities van) instellingen, ngo’s, bedrijven en koepelorganisaties over terugdringen van de CO2-uitstoot.

Het Klimaatakkoord is in juni 2019 gepresenteerd en bevat meer dan meer dan 600 afspraken. NP RES – Het Nationaal Programma Regionale Energiestratrategiëen. Het NP RES geeft de regio’s de opdracht voor het maken van een RES en ondersteunt de regio’s bij het maken ervan. Regionale Structuur Warmte (RSW) De Regionale StructuurWarmte is een onderdeel van de RES. In de RSW wordt op regionale schaal in kaart gebracht welke potentie er is voor gebruik van (rest)warmtebronnen. Ook worden hierin op regionale schaal afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over een nieuw te ontwikkelen bovengemeentelijke warmte-infrastructuur. Regionale Uitvoeringsagenda Achterhoek (RUA) Een afsprakenkader, in 2016 opgesteld door de acht Achterhoekse gemeenten en Agem, waarin is berekend op welke wijze de Achterhoek in 2030 energieneutraal kan zijn. Restwarmte Warmte die vrijkomt bij industriële processen die kan worden benut voor het verwarmen van huizen en kantoren. RODE-beleid Het Ruimtelijke Ordening en Duurzame Energie (RODE) beleid van de Achterhoekse gemeenten die zij in 2018, 2019 en 2020 hebben opgesteld. Dit beleid geeft ruimtelijke kaders mee aan initiatieven voor opwek van duurzame energie. Stakeholders Stakeholders (Engels voor ‘belanghebbenden’) zijn personen en organisaties die een direct belang hebben bij de inhoud van de RES en daarnaast vanuit inhoudelijk expertise een bijdrage aan de RES

80

kunnen leveren. Denk hierbij aan belangenorganisaties, vertegenwoordigers van natuurorganisaties en grootgrondbezitters. Terawattuur (TWh) Eenheid van arbeid of elektrische energie, gelijk aan 1.000.000.000.000 wattuur, weergegeven met symbool TWh. Transitievisie Warmte (TVW) Gemeenten zijn de regisseurs van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. Voor eind 2021 moeten zij een Transitievisie Warmte (TvW) gereed hebben. Hierin staan voorstellen voor duurzaam aardgasvrij verwarmen en koken. Uitnodigingsplanologie Een manier van ruimtelijke ordening waarin de overheid geen specifieke plekken aanwijst waarin zij een ontwikkeling wenst, maar ruimtelijke kaders geeft en de initiatieven uit de samenleving laat komen. VAB-locaties Vrijkomende Agrarische Bebouwing. Dit zijn plekken waar een boerenbedrijf verdwijnt en er kansen ontstaan op de plekken die ‘vrij’ komen.

81

Colofon Partners RES Achterhoek De RES 1.0 is een product van en opgesteld door de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk, Provincie Gelderland, Waterschap Rijn en IJssel en netbeheerder Liander. Deze partners stemmen met elkaar en hun stakeholders de inhoud van de RES af. Bestuurlijk trekker van de RES Achterhoek is Frans Langeveld, wethouder Duurzaamheid in Doetinchem. De partners worden gefaciliteerd, geadviseerd en begeleid door een projectorganisatie. Projectgroep De concept-RES is geproduceerd door een projectgroep bestaande uit de programmaleider, de projectsecretaris, projectleiders ruimte en elektriciteit en een communicatieadviseur. Zij zijn frequent bijgestaan door vertegenwoordigers van de provincie Gelderland, het Waterschap Rijn en IJssel, Liander en duurzaamheidscoördinatoren van gemeenten al dan niet deelnemend in de projectgroep ‘Elektriciteit’ en ‘Ruimte’ die de productie van de RES 1.0 hebben ondersteund. Duurzaamheidscoördinatoren (Duco’s) gemeenten Deze groep heeft inhoudelijke inbeng op ambtelijk niveau gegeven aan de productie van de conceptRES. Met enige regelmaat zijn medewerkers ruimtelijke ordening van gemeenten betrokken. Stuurgroep RES. Hierin zit een delegatie van stakeholders, zoals woningcorporaties, energiecoöperaties, onderwijs, overheid en ondernemers.

Zij denken mee en geven hun advies en signalen door ten behoeve van de opstelling en uitvoering van de RES. Bestuurlijk overleg duurzaamheid Op bestuurlijk niveau hebben alle wethouders duurzaamheid, aangevuld met wethouders ruimtelijke ordening, de gedeputeerde van provincie Gelderland en een DB-lid van het Waterschap Rijn en IJssel de productie van de concept-RES begeleid. Bijlagen Aan deze RES liggen een aantal onderzoeken, studies en discussies ten grondslag. De rapportages hiervan zijn beschikbaar via www.res-achterhoek.nl Meer informatie en contact www.res-achterhoek.nl | info@resachterhoek

82

Bijlage 1: Totaaloverzicht zoekgebieden Deze bijlage geeft de zoekgebieden voor windturbines weer die ten behoeve van de RES 1.0 zijn onderzocht. De zoekgebieden zijn in drie categorieën verdeeld: 1. Clusteropstellingen van meerdere grote (5,5 MW) turbines; 2. Kleinere opstellingen met kleinere turbines (3,5 MW) bij bedrijventerreinen; 3. Kleinere opstellingen met kleinere turbines (3,5 MW) in het buitengebied. De kolommen in de tabellen geven van links naar rechts aan: • Het globale zoekgebied dat is onderzocht; • Planologische en beleidsmatige aandachtspunten die de daadwerkelijke benutting van het gebied beïnvloeden; • Het aantal turbines dat rekening houdend met de doorwerking van de bovenvermelde aandachtspunten zouden kunnen worden geplaatst; • De hoeveelheid windenergie die binnen het zoekgebieden dan zou kunnen worden geproduceerd; • De beoordeling van de zoekgebieden. De planologische en beleidsmatige aandachtspunten omvatten onderwerpen die de exacte invulling van zoekgebieden beïnvloeden en die nader onderzoek vereisen naar het concrete gebruik en inrichting van de betreffende zoekgebieden. Bij de beoordeling van de kwaliteit van zoekgebieden zijn de criteria hinder, ruimtegebruik, visuele dominantie en impact op natuur en cultuurhistorie betrokken. De beoordeling is uitgedrukt in de overall score afweging milieucriteria. Deze beoordeling is indicatief.

Alle potentiele zoekgebieden voor clusters zijn op basis van hun relatieve kwaliteit onderling vergeleken; ‘voldoende’, ‘goed’ en ‘zeer goed’. Een goede score betekent daarbij dat er veel energie kan worden opgewekt met zo min mogelijk milieuhinder. Een goede score betekent nog niets over de uiteindelijke haalbaarheid of uitvoerbaarheid van windprojecten. Bij nadere uitwerking (en detaillering) zal altijd moeten blijken in hoeverre windprojecten verenigbaar kunnen zijn met andere belangen, beleidsdoelen en (planologische) weten regelgeving.

Categorie 1: Cluster opstellingen windturbines Zoekgebied A Grensgebied Montferland – Oude IJsselstreek B Gebied rond Oude IJssel tussen Doetinchem en Doesburg

C Gebied rondom de Groote beek (gem. Bronckhorst)

Beleidsmatige aandachtspunten Het vigerend RODE-beleid biedt ruimte voor de helft van het cluster. Gedeeltelijk beschermingsgebied wespendief 8 km zone, deels Groene ontwikkelzone (GO), deels Gelders Natuurnetwerk (GNN), deels in Natuurschoonwetlandgoedere n, direct gelegen aan beschermd stads- of dorpsgezicht.

Turbines van 5,5 MW 8-15

Opwekcapaciteit in TWh 0,154 – 0,289

Overall score afweging milieucriteria* Zeer goed

6-12

0,116 – 0,231

Voldoende

Grotendeels in GNN en GO,

4-8

0,077 – 0,134

Goed

83

D Gebied ten noorden en westen van Didam, nabij N336

Gedeeltelijk beschermingsgebied wespendief 8 km zone,

4-8

0,077 – 0,134

Goed

E Gebied rondom Olburgen en Rha

BeschermingsGebied Wespendief. Ligging deels in N2000, ganzenrustgebied, GNN en GO, deels in molenbiotoop, direct gelegen aan beschermd stads- of dorpsgezicht Gedeeltelijk beschermingsgebied wespendief, gedeeltelijk GO en GNN, deels in Nationaal landschap de Graafschap*, deels in Natuurschoonwetlandgoedere n, direct gelegen aan beschermd stads- of dorpsgezicht Grotendeels in GO en GNN

5-8

0,096 – 0,134

Goed

4-6

0,077 – 0,116

Goed

4-6

0,077 – 0,116

Zeer goed

Deels in GO en GNN

3-6

0,058 – 0,116

Voldoende

6-9

0,116 – 0,212

Zeer goed

Grotendeels in GO en GNN, deels in N2000, geheel in WCL Winterswijk, deels in natuurschoonwetlandgoederen

2-3

0,039 – 0,058

Goed

deels in GNN en GO, Laagvlieggebied

6-11

0,116 – 0,212

Zeer goed

6-8

0,116 - 0,154

Zeer goed

4-6

0,077 – 0,116

Voldoende

4-6

0,077 – 0,116

Goed

F Gebied tussen Steenderen, Baak en de IJssel

G Gebied rondom het Aaltense Goor (incl. huidig windpark) H Gebied rondom A-Strang, tussen Ulft en Dinxperlo I Gebied rond gemeentegrenzen Oost Gelre – Aalten – Winterswijk. Ten noorden van Bredevoort J Gebied rond Bekeringweg (gem. Winterswijk), nabij Duitse grens. K Gebied rondom Baakse beek, tussen Ruurlo, Groenlo en Mariënvelde L Gebied ten zuiden van Neede M Gebied ten westen van Neede, ten noorden van Borculo N Gebied ten noorden van Winterswijk-Meddo, aan de Duitse grens.

Deels in GO en GNN en geheel in WCL Winterswijk, deels in natuurschoonwetlandgoederen

Geen Vrijwel geheel in Stiltegebied Deels in GO en GNN en geheel in WCL Winterswijk, deels in natuurschoonwetlandgoederen

84

Categorie 2: Kleine opstellingen van windturbines nabij bedrijventerreinen Zoekgebied 101 ‘s-Heerenberg

Beleidsmatige aandachtspunten

Turbines van 3,5MW

Opwekcapaciteit in TWh

Overall score afweging milieucriteria

Geen

3

0,032

Goed

Ligt tegen/op GNN en groene ontwikkelzone

3

0,032

Goed

Deels in GNN en GO-zone, deels in NSW landgoed Deels jn GNN Geen

4

0,042

Goed

2

0,021

Voldoende

Grotendeels in groene ontwikkelzone en GNN

2

0,021

Zeer goed

107 Borculo Noord

Visie gemeente: Recreatieve ontwikkelzone

4

0,042

Goed

108 Steenderen

3

0,032

Voldoende

3

0,032

Goed

110 Borculo Noord

Deels in zoen 8 km Wespendief Klein deel in GNN en NSW landgoed Geen

3

0,032

Zeer goed

111 Neede West

Deels in stiltegebied

3

0,032

Zeer goed

112 Lichtenvoorde

Gemeentelijke doelstellingen toerisme en recreatie, ligging net in windzone GNN van Provincie Gelderland, Geheel in WCL Winterswijk

3

0,032

Zeer goed

113 Dinxperlo West

In groene ontwikkelzone

3

0,032

Zeer goed

114 Aalten

deels in GNN en groene ontwikkelzone

3

0,032

Voldoende

115 Winterwijk

deels in GNN en groene ontwikkelzone, geheel in WCL Winterswijk, deels in natuurschoonwetlandgoederen

3

0,032

Voldoende

102 Ulft Noord 104 Doetinchem West 105 Zelhem 106 Vorden

109 Ruurlo

85

Categorie 3: Kleine opstellingen van windturbines in agrarisch gebied Zoekgebied

Beleidsmatige aandachtspunten

Turbines 3,5MW

Opwekcapaciteit in TWh

A1 Gebied ten oosten van Zeddam A2 Gebied ten noorden van Klein Azewijn B1 Gebied nabij Eldrik

Geen

4

0,042

Geen

4

0,042

C1 Gebied rondom de Groote beek (gem. Bronckhorst) D1Gebied ten noorden en westen van Didam, nabij N336

Overall score afweging milieucriteria Voldoende Zeer goed

Deels in GO, GNN, natuurschoonwet landgoederen, deels in 8 km zone wespendief Deels in GO-zone en GNN

4

0,042

4

0,042

Geheel in 8 km zone Wespendief

4

0,042

Geheel in beschermingsgebied Wespendief

3

0,042

Geheel in beschermingsgebied Wespendief

3

Deels in GNN en GO

4

0,042

Deels in GNN en GO

3

0,031

Deels in GNN, geheel in WCL Winterswijk

3

0,031

Deels in N2000, GNN en GO, deels in Natuurschoonwetlandgoed en geheel in WCL Winterswijk Deels in Groene ontwikkelzone en in GNN

4

0,042

4

0,042

Deels in Groene ontwikkelzone en in GNN Geen

4

0,042

4

0,042

Geheel in stiltegebied, deels in GO

4

0,042

voldoende Zeer goed

Goed E1 Gebied rondom het Aaltense Goor (incl. huidig windpark) F1 Gebied rondom A-Strang, tussen Ulft en Dinxperlo G1 Gebied rond gemeentegrenzen Oost Gelre – Aalten – Oude IJsselstreek. Ten noorden van Bredevoort H1 Gebied rond Bekeringweg (gem. Winterswijk), nabij Duitse grens. I1 Gebied rond gemeentegrenzen Oost Gelre – Aalten – Winterswijk. Ten noorden van Bredevoort J1 Gebied rond Bekeringweg (gem. Winterswijk), nabij Duitse grens. K1 Gebied ten noorden van Lichtenvoorde, rond gemeentegrens Oost Gelre Berkelland K2 Gebied tussen Ruurlo en Beltrum L1 Gebied ten zuiden van Neede M1 Gebied ten westen van Neede, ten noorden van Borculo

Voldoende 0,042 Goed

Goed

Voldoende

Voldoende

Goed

Zeer goed Zeer goed Zeer goed

Goed

86

N1 Gebied ten noorden van Winterswijk-Meddo, aan de Duitse grens. 1 Gebied ten zuiden van Stokkum, aan de Duitse grens

Geheel in WCL Winterswijk, deels in NSW landgoed, deels in GNN en GO

4

0,042

Groene ontwikkelzone Historische zichtas Hoch Elten – ’s-Heerenberg, deels in GNN en GO, deels molenbiotoop

3

0,031

Groene ontwikkelzone / GNN, deels in NSW landgoed en historische buitenplaats Deels in GO en GNN

3

0,031

4

0,031

Geen

4

0,042

Geen

3

0,031

Deels in GNN en GO, weidevogelgebied, deels in stiltegebied

3

0,031

Deels in GNN, deels in stiltegebied

4

0,042

Geen

4

0,042

Gemeentelijke doelstellingen toerisme en recreatie / deels GO en GNN met mogelijkheden voor windenergie Geheel in WCL Winterswijk

4

0,031

3

0,031

Geen

3

0,031

Geheel in WCL Winterswijk

3

0,031

Groene ontwikkelzone

3

0,031

Zeer goed

Goed 3 Gebied tussen Ulft, Terborg en Silvolde 4 Grensgebied gemeenten Oost Gelre – Bronckhorst, ten zuiden van Mariënvelde 5 Gebied ten noorden van HalleHeide 6 Gebied ten oosten van Toldijk 8 Gebied tussen Schipbeek en Noordijkerveld (gem. Berkelland) 9 Gebied ten noordwesten van Neede, nabij Lochhuizen 10Gebied ten oosten van natuurgebied Needse Achteveld 11 Gebied nabij Engelse Schans

12 Gebied aan de noordzijde van het dorp Aalten G13 Gebied ten noorden van Heelweg-west in gemeente Oost Gelre 14 Grensgebied met Duitsland, ten oosten van Aalten 15 Gebied ten noordwesten van Hilgelo

Voldoende

Goed Goed Voldoende

Voldoende

Zeer goed

Zeer goed

Zeer goed Goed

Goed Goed Voldoende

87

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10466303/1