programmabegroting 2022-2025
Tekst van het document
Ontwikkelingen De buitenwereld is voortdurend aan verandering onderhevig. Dit vraag van ons dat wij als een voortdurende veranderende, adapterende organisatie inspelen op wat de buitenwereld van ons vraagt. Dat we onze organisatie zo inrichten dat je relatief eenvoudig veranderingen van buiten inbedt in de organisatie. Dat het niet meer uitmaakt wat er op ons afkomt, dat we meer bezig zijn met hoe we het realiseren en wat we daarvoor nodig hebben. Dat vraagt van organisatie en bestuur dat we veel meer denken in mogelijkheden en kansen. Veranderingen niet zien als bedreigingen of als probleem, maar als een vraagstuk dat je aanpakt, oppakt en oplost. Belangrijk is dat de dienstverlening in brede zin aansluit op wat de buiten- en binnenwereld vraagt. Dus maximaal aansluiten op de inwoner, maar ook realistisch zijn in wat haalbaar is. Communicatie is het sleutelwoord. Politiek (college en raad), inwoners en organisatie moet veel meer op 1 lijn komen. De meeste issues ontstaan op dit moment door verschillende verwachtingen. We doen het goed als we reguliere werkzaamheden en veranderingen van buiten goed weten in te bedden in onze organisatie en we met de driehoek op 1 lijn zitten qua verwachtingen. Niet alleen in wat we doen, maar ook in wat we niet doen. Een wendbare organisatie kun je alleen worden als je heel helder bent in waar je voor staat en waar je voor gaat.
78
Dit doen we samen met college en raad door te bepalen waar onze focus ligt, welke opgaven we oppakken en wat ieders verwachtingen zijn. Bij de doorontwikkeling van de organisatie wordt ingezet op eigenaarschap en goed opdrachtgever- / opdrachtnemerschap, maar kan niet zonder dat geïnvesteerd wordt in goede randvoorwaarden om de juiste medewerkers aan de organisatie te binden. Te denken valt dan aan investeringen in duurzame inzetbaarheid en marktconformheid van primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden.
Wat willen we bereiken? De gemeente Oost Gelre wordt gezien als een betrouwbare en integere partner We hanteren daarbij de volgende uitgangspunten:
we zijn een dienstbare overheid; wij zijn er voor de inwoners, bedrijven en instellingen en niet andersom,
we handelen zonder vooroordelen en behandelen iedereen gelijk,
we zijn en handelen als organisatie transparant,
de ambtelijke organisatie werkt professioneel, servicegericht en heeft oog en oor voor wat er buiten leeft en werkt samen in de regio,
het zaaksysteem wordt ingericht vanuit het principe van transparantie, waarbij de privacyrichtlijnen worden gerespecteerd.
Burgerinitiatieven Inleiding Initiatieven van burgers, verenigingen, dorpsbelangenorganisaties (andere) vrijwilligersorganisaties vragen om een nieuwe rol van de gemeente en doorontwikkeling van de gemeentelijke organisatie. De gemeente dient vanuit een vaste visie en krachtige werkwijze dienstbaar te zijn aan genoemde initiatieven en burgerkracht. Dat wil niet zeggen ‘U vraagt, wij draaien’, maar dat vanuit de gemeentelijke organisatie met kennis en expertise en met oog voor het algemene belang wordt gezorgd dat goede initiatieven zich ook daadwerkelijk kúnnen ontplooien. Dat vraagt nog meer om een open en transparante houding met als credo: ‘Ja, mits…’ in plaats van: ‘Nee, tenzij…!
Ontwikkelingen Initiatieven van burgers en ondernemers zijn geborgd in de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 in werking treedt. De Omgevingswet bevordert participatie door burgers en ondernemers doordat zij intensiever worden betrokken bij de ontwikkeling van onze (lokale) leefomgeving. Door meer bestuurlijke afwegingsruimte op lokaal niveau kunnen we meer faciliterend zijn en lokaal maatwerk leveren.
Wat willen we bereiken? Integreren van burgerinitiatieven binnen de organisatie. We hanteren daarbij de volgende uitgangspunten:
wij faciliteren en omarmen burgerinitiatieven vanuit ons vertrouwen in de samenleving. Wij vinden het daarbij belangrijk dat initiatieven die publieke voorzieningen aanbieden en/of een beroep doen op gemeenschapsgeld, representatief zijn en passen in het algemeen belang.
verwachtingsmanagement is essentieel voor het slagen van burgerparticipatie. We zijn transparant, duidelijk en eerlijk over de (on)mogelijkheden. Voor elk onderwerp of project moet vooraf duidelijk zijn hoe inwoners en gemeenteraad betrokken worden.
79
Wat gaan we ervoor doen? We faciliteren burgerinitiatieven en brengen mensen met elkaar in contact. We faciliteren ondernemers daar waar het kan. We streven ernaar de meest ondernemersvriendelijke gemeente te zijn. We stimuleren en sluiten aan bij initiatieven vanuit de samenleving.
Gemeentelijke dienstverlening Inleiding Een krachtige en vitale samenleving vraagt om een vraag gestuurde houding van de kant van de gemeente en een wervende maar ook transparante bestuursstijl met lef. Vanuit dit perspectief gaan we onze dienstverlening verder invullen en staan wij voor een overheid die zo dicht mogelijk op de samenleving zit, maar die diezelfde samenleving zo veel mogelijk ruimte geeft. Met een faciliterende houding die binnen de kaders van wet- en regelgeving de samenleving van Oost Gelre maximaal bediend.
Ontwikkelingen Onze dienstverlening is een doorlopende activiteit waarbij een continue doorontwikkeling wenselijk is om slagvaardig te kunnen inspelen op de veranderingen in de maatschappij. We streven naar passende dienstverlening die mensgericht, regelarm, duidelijk, snel en zeker. Hiertoe voeren we jaarlijks onderzoeken uit en investeren we de komende jaren in het optimaliseren van het klantcontact door via het splitsen van receptie en telefonie toe te werken naar een volwaardig klantcontactcentrum (KCC).
Financieel beleid Inleiding Het grootste deel van de gemeentebegroting komt van de Rijksoverheid en is een bijdrage uit het gemeentefonds. Slechts een beperkt (autonoom) aandeel komt uit lokale heffingen en belastingen. In beide gevallen is er sprake van belastinggeld. Uitgangspunten voor het financieel beleid zijn: zorgvuldigheid, spaarzaamheid, transparantie en draagbare lokale lasten. We streven ernaar de lastenstijging te beperken tot maximaal het inflatieniveau. Slechts in uitzonderingsgevallen kan er een extra beroep gedaan worden op haar inwoners. In die gevallen waar dit speelt, zal dit helder worden uitgelegd en gecommuniceerd naar de inwoners van Oost Gelre.
Ontwikkelingen We zijn transparant over de uitgaven en inkomsten van onze gemeente. Zowel voor bestuurders als voor onze inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen moet duidelijk zijn waar wij de gemeentelijke middelen aan besteden. Door gebruik te maken van bijvoorbeeld Pepperflow is online de voortgang van zowel de beleidsmatige als financiële ontwikkelingen te volgen.We zijn terughouden met de aankoop van grond en vastgoed. Aankoop vindt alleen uit strategische motieven plaats. Het beleid is voornamelijk gericht op het afstoten van grond en vastgoed. Herijking algemene uitkering De herijking van de algemene uitkering uit het gemeentefonds door het rijk is afgerond. Op basis van de nieuwe maatstaven leidt dit voor Oost Gelre tot een stijging van de algemene uitkering met circa € 300.000. Echter de uitkomsten van de herijking worden door in het bijzonder de noordelijke gemeenten en de G4 gemeenten betwist. De bestuurlijke besluitvorming dient nog plaats te vinden en de daadwerkelijke uitkomst is nog ongewis vandaar dat in de kadernota geen rekening is gehouden met de herijking van de algemene uitkering. Kosten Jeugdzorg en Wmo
80
De gestegen kosten van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdzorg zullen ook voor de komende periode aandacht blijven vragen. Met de Programmabegroting 2020-2023 hebben we al stappen gezet om de financiële tekorten terug te dringen en dit zal ook in de komende periode zijn beslag krijgen. Een van de aandachtspunten waar we ons op willen richten, is een betere monitoring van zorgtaken (onder andere ten aanzien van de preventieve zorg) om opbrengsten eerder in beeld te kunnen brengen zodat we de kosten daarvoor beter kunnen beheersen. Dit heeft uiteraard consequenties voor de wijze waarop de gemeente de taken kan uitvoeren. Echter niet alles is beheersbaar, we zien de vraag naar complexe Jeugdzorg en Wmo toenemen, dit laatste met name door de invoering van het abonnementstarief. Ofschoon het landelijk onderzoek met betrekking tot de uitgaven versus de tegemoetkoming van de kosten van het sociaal domein een tekort laat zien van € 1,7 miljard voor de gemeenten is het demissionair kabinet niet bereid de gemeenten een structurele compensatie toe te kennen. Dit laat zij over aan het volgend kabinet. In de kadernota is hier dan ook geen rekening mee gehouden. Voor 2022 worden de gemeenten incidenteel gecompenseerd. Voor Oost Gelre betekent dit een stijging van de uitkering met € 1.734.000.
Voor de jaren 2023, 2024 en 2025 wordt geadviseerd uit te gaan van een bijdrage van 75% van de compensatie 2022 ofwel € 1.300.500. Woonplaatsbeginsel Jeugdwet Onze gemeente heeft daarnaast te maken met zeer intensieve vormen van jeugdhulp die zeer kostbaar zijn. In Harreveld is een locatie van jeugdhulpaanbieder Horizon die dergelijke vormen van jeugdhulp aanbiedt. Tot en met 2021 is de gemeente nog in eerste instantie financieel verantwoordelijk voor de zorgkosten in die gevallen dat ouders het gezag niet meer hebben. Dit is het zogenoemde woonplaatsbeginsel. Deze systematiek brengt een groot financieel risico voor ons met zich mee. Het Rijk compenseert gemeenten wel, echter komt die compensatie pas na twee jaren. Per 1 januari 2022 wordt de nieuwe woonplaatsbeginsel Jeugdwet van kracht. Vanaf dat moment is het uitgangspunt bij jeugdhulp met verblijf dat als woonplaats geldt de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaande aan zijn verblijf zijn woonadres in de zin van de Wet basisregistratie personen had. De gemeente waar de jeugdige vandaan komt, blijft dus verantwoordelijk voor de jeugdige en voor de kosten van de jeugdhulp voor deze jeugdige. Dit brengt verlichting voor gemeenten met vestigingen van jeugdhulpaanbieders, zoals Oost Gelre.
Wat willen we bereiken? Op lange termijn een financieel gezonde gemeente zijn en blijven. We hanteren daarbij de volgende uitgangspunten:
we zijn transparant over de inkomsten en uitgaven van onze gemeente,
we zijn terughoudend met de aankoop van grond en vastgoed.
Wat gaan we ervoor doen? Begroting, tussentijdse rapportages en de jaarrekening / jaarverslag zijn digitaal beschikbaar (begrotingsapp). We onderzoeken pro-actief subsidiemogelijkheden. We zorgen voor voldoende weerstandsvermogen zodat financiering van investeringen in de toekomst gewaarborgd is.
Beleidsindicatoren Taakveld
Veiligheid
Naam indicator
Verwijzingen Halt
Eenheid
Bron
aantal per 10.000 jongeren
Bureau Halt
Oost Gelre
181
Gemeentegrootte 25.000-50.000 inw.
122
Jaar
2019
81
Taakveld
Naam indicator
Eenheid
Bron
Oost Gelre
Gemeentegrootte 25.000-50.000 inw.
Jaar
Veiligheid
Winkeldiefstallen
aantal per 1.000 inwoners
CBS
0,5
1,1
2019
Veiligheid
Gewelds- en seksuele misdrijven
aantal per 1.000 inwoners
CBS
2,5
3,2
2020
Veiligheid
Diefstallen uit woning
aantal per 1.000 inwoners
CBS
1,2
1,9
2019
Veiligheid
Vernielingen en misdrijven tegen de openbare orde
aantal per 1.000 inwoners
CBS
3,0
4,9
2020
Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden
in euro’s
COELO
552
715
2020
Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
in euro’s
COELO
669
793
2020
Bron: waarstaatjegemeente.nl, cijfers worden regelmatig geactualiseerd en kunnen afwijken
Taakveld
Naam indicator
Eenheid
Bron
Oost Gelre
Oost Gelre
2022
2021
Bestuur en ondersteuning
Formatie
fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
5,76
5,66
Bestuur en ondersteuning
Bezetting
fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
5,72
5,68
Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten
kosten per inwoner
Eigen begroting
€ 565
€ 515
Bestuur en ondersteuning
Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
Eigen begroting
0,39%
0%
Bestuur en ondersteuning
Overhead
% van totale lasten
Eigen begroting
13,41%
12,66%
Middelen: wat mag het kosten? Wat het mag kosten?
2021
2022
2023
2024
2025
-5.946.413
-5.972.854
-5.972.854
-5.972.854
-5.972.854
20.000
20.000
20.000
-5.952.854
-5.952.854
-5.952.854
Lasten
Ongewijzigd beleid
Structurele wijziging
Incidentele wijziging
Nieuwe raming lasten
-5.946.413
-5.972.854
82
Wat het mag kosten?
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
Ongewijzigd beleid
476.474
501.425
501.425
501.425
501.425
476.474
501.425
501.425
501.425
501.425
-5.469.939
-5.471.429
-5.451.429
-5.451.429
-5.451.429
Voorstel nieuw beleid structureel
-408.000
-398.000
-398.000
-398.000
Voorstel nieuw beleid incidenteel
-60.000
-80.000
-107.000
100.000
Dekking reserve
60.000
80.000
107.000
100.000
Saldo nieuw beleid
-408.000
-398.000
-398.000
-398.000
-5.879.429
-5.849.429
-5.849.429
-5.849.429
Structurele wijziging
Incidentele wijziging
Nieuwe raming baten
Saldo
Totaal saldo programma 4
-5.469.939
Bedragen x €1.000 Exploitatie
Primitieve Begroting 2022
Lasten TV0.1
0.1 Bestuur
TV0.2
0.2 Burgerzaken
906
TV0.3
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
372
TV0.8
0.8 Overige baten en lasten
TV1.1
1.1 Crisisbeheersing en brandweer
TV1.2
1.2 Openbare orde en veiligheid
667
TV7.5
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
2
Totaal Lasten
1.857
67 2.002
5.873
Baten TV0.2
0.2 Burgerzaken
-249
83
TV0.3
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
-187
TV1.1
1.1 Crisisbeheersing en brandweer
-49
TV1.2
1.2 Openbare orde en veiligheid
-17
Totaal Baten
-501
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
5.371
Stortingen TV0.1
0.1 Bestuur
-100
Gerealiseerd resultaat
5.471
Voorstellen voor nieuw beleid voor het jaar 2022
Omschrijving
Investeringen
Dekking uit reserves
Budgettaire lasten
Aantrekkelijk werkgeverschap en duurzame inzetbaarheid
0
0
-185.000
Cyberprotectie tegen cryptolockers
0
0
-68.000
Opleidingsbudget raad
0
5.000
0
Opleidingsbudget college
0
5.000
0
Optimaliseren dienstverlening inwoners en ondernemers
0
50.000
0
Lokale aanpak ondermijning en toezicht & handhaving
0
0
-100.000
Strategisch personeelsplanning (SPP)
0
0
-25.000
Professionalisering Dienstverlening
0
0
-30.000
Totaal
0
60.000
-408.000
84
Algemene dekkingsmiddelen, overhead, heffing VPB en onvoorzien Overzicht algemene dekkingsmiddelen Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente bevat de volgende onderdelen: treasury, belastingen OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het bedrag voor treasury bestaat uit dividenden, ontvangen en bespaarde rente. Bij de overige belastingen zijn toeristenbelasting, hondenbelasting en precariobelasting opgenomen. In cijfers komen wij tot de volgende begrote algemene dekkingsmiddelen: Overzicht algemene dekkingsmiddelen
Begroting 2021
Begroting 2022
Treasury
1.073.031
751.392
Ozb woningen
3.737.049
4.035.577
Ozb niet-woningen
2.179.470
2.320.137
Belastingen overig
814.826
185.785
Algemene uitkering
40.818.426
43.435.348
414.237
394.594
Integratie-uitkering sociaal domein
9.970.920
6.846.777
Totaal algemene dekkingsmiddelen
59.007.959
57.969.610
Decentralisatie-uitkering
Overhead, ondersteuning en organisatie (taakveld 0.4) Overhead zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Onderstaand overzicht geeft u meer inzicht in deze kosten. Omschrijving
Overhead, ondersteuning organisatie
Baten
Lasten
Saldo
0
-6.079.657
-6.079.657
Algemene beheerkosten
15.778
-427.250
-411.472
Automatisering
1.611
-1.695.713
-1.694.102
Huisvesting gemeentehuizen
14.175
-778.481
-764.306
0
-593.650
-593.650
31.564
-9.574.751
-9.543.187
Organisatie / afdelingen
Overhead, ondersteuning en organisatie
85
Heffing VPB Voor de heffing van de vennootschapsbelasting hebben wij geen stelpost geraamd. Wij stellen de geprognotiseerde berekeningen jaarlijks bij om zo goed mogelijk de belastingdruk in te kunnen schatten. Een eventuele VPB heffing zal of bij de bestuursrapportage dan wel bij de jaarrekening worden opgenomen en ten laste van het resultaat worden gebracht. Het betreft immers een incidentele uitgaaf en zo mogelijk kan deze verrekend worden met eerdere verliezen.
Bedrag onvoorzien Als structureel onvoorzien hanteren wij jaarlijks € 2,25 per inwoner. Op basis van 29.600 inwoners is dit € 66.600.
86
Paragrafen Inleiding De voorschriften (Besluit begroting en verantwoording) stellen een aantal paragrafen verplicht, die we zowel in de begroting als in het jaarverslag moeten opnemen. 1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2. Verbonden partijen 3. Bedrijfsvoering 4. Financiering 5. Onderhoud kapitaalgoederen 6. Grondbeleid 7. Lokale heffingen
Paragraaf 1: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Wij leggen een relatie tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. Dat geeft inzicht in de robuustheid van onze rekening. Het weerstandsvermogen is de verhouding van de beschikbare weerstandscapaciteit en alle gekwantificeerde risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover wij kunnen beschikken om niet-begrote kosten op te vangen.
Beleid weerstandsvermogen Het beleid over integraal risicomanagement en het aan te houden weerstandsvermogen hebben wij uitgewerkt in de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen. Op basis van informatie uit de risicoinventarisatie doen we een uitspraak over de mogelijke financiële gevolgen van de gedefinieerde risico’s. De kans en financiële impact van alle individuele en gezamenlijke risico’s is hiermee bepaald, zodat we een uitspraak kunnen doen over de te verwachten schadelast. De gewenste omvang van het weerstandsvermogen ontstaat op basis van inzicht in de risico’s, de financiële consequenties en de mogelijkheden om deze risico’s te beheersen of af te dekken. Het is noodzakelijk om risico’s te onderkennen maar niet mogelijk om alle financiële risico’s volledig af te dekken.
Beschikbare weerstandscapaciteit (incidenteel en structureel) Incidentele weerstandscapaciteit
Begrotingsresultaat
739.237
Algemene reserve (vrij besteedbaar)
2.083.066
Totaal
2.822.303
Tabel 2.1 incidentele weerstandscapaciteit
Structurele weerstandscapaciteit
87
Onbenutte belastingcapaciteit voor gemeentelijke belastingen en heffingen
1.300.000
Rentebaten algemene reserve (vrij besteedbaar)
42.363
Totaal
1.342.363
Tabel 2.2 structurele weerstandscapaciteit
Benodigde weerstandscapaciteit volgens risico simulatie De benodigde weerstandscapaciteit berekenen we jaarlijks bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening op basis van de op dat moment gewaardeerde risico’s. Op basis van ons risicoprofiel hebben wij een berekening gemaakt van de benodigde weerstandscapaciteit. We hebben ruim 30 risico’s beschreven en gekwantificeerd. De berekende gemiddelde schadelast bedraagt € 1.657.500 en de maximale schadelast is becijferd op € 2.540.000. De uiteindelijke beoordeling van het weerstandsvermogen wordt via een ratio berekend: Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit De ratio van het weerstandsvermogen geeft aan hoe het weerstandsvermogen gewaardeerd wordt. Bij het bepalen van de ratio’s gaan we uit van de gemiddelde schadelast. Dit resulteert in de weerstandsratio in tabel 2.3. Weerstandsratio = Ratio weerstandsvermogen
Weerstandsratio
Ratio
Waardering
Totaal weerstandsvermogen
2,5
Uitstekend
Tabel 2.3 Weerstandsratio
Wij streven een waardering na die minimaal als voldoende wordt omschreven. Dit komt erop neer dat sprake is van voldoende weerstandsvermogen als de beschikbare weerstandscapaciteit hoger of gelijk is dan de benodigde weerstandscapaciteit (dus ≥1,0). Uiteindelijk kunnen we concluderen dat onze weerstandscapaciteit uitstekend is. Risico-inventarisatie gemeente Oost Gelre De voor de bepaling van onze weerstandscapaciteit relevante risico’s staan in onderstaande risicoinventarisatie. Voor elk risico hebben wij:
oorzaak en gevolg in beeld gebracht;
de beheersmaatregelen ter voorkoming en ter beheersing genoemd;
het risico gewaardeerd (kans en financieel gevolg ingeschat).
88
Verkorte beschrijving van de belangrijkste financiële risico's In onderstaande tabel treft u een verkorte beschrijving van de belangrijkste financiële risico’s aan: Projecten en Investeringen
Bij de grondexploitaties gaat het om prognoses van opbrengsten en kosten. De feitelijke kosten en opbrengsten kunnen bij realisatie afwijken van wat gepland is. Bouwgrondexploitatie
Maatregel: Dekking van eventuele verliezen door aanwending van de reserve bouwgrondexploitatie. Jaarlijkse herziening en beoordeling van de Grex om tijdig te kunnen bijsturen.
Regionaal bedrijventerrein De Laarberg
Bij de exploitatie van bedrijventerreinen gaat het om prognoses van opbrengsten en kosten. De feitelijke kosten en opbrengsten kunnen bij realisatie afwijken van wat gepland is. Maatregel: Jaarlijkse herziening en beoordeling van de Grex om tijdig te kunnen bijsturen.
Mogelijke afwaardering van boekwaarde gemeentelijk vastgoed. Gemeentelijk vastgoed
Maatregel: Herbestemming van gemeentelijk onroerend goed.
Verzoek om bijdrage in de bekostiging van nieuwbouw en/of renovatie van schoolgebouwen. Onderwijshuisvesting
Maatregel: Opstellen van een (meerjaren) onderwijshuisvestingsplan (nieuwbouw en vervangende nieuwbouw).
Open einde regelingen
Overschrijding budget door groter beroep op deze voorziening. Leerlingenvervoer
Maatregel: Sturen op schoolkeuze (school in woonplaats).
Structureel onvoldoende budget om de taken op grond van de Wmo te kunnen bekostigen. Wmo
Maatregel: Contract- en leveranciersmanagement (CLM) - w.o. monitoring.
Structureel onvoldoende budget om de taken op grond van de Jeugdwet te kunnen bekostigen Jeugdwet
Maatregel: Contract- en leveranciersmanagement (CLM) - w.o. monitoring. Risico- en kostenverevening op tekorten binnen samenwerkingsverband acht Achterhoekse gemeenten.
Structureel onvoldoende budget om de taken op grond van de Participatiewet te kunnen bekostigen. Participatiewet
Maatregel: N.v.t.
Overschrijding budget minimabeleid. Minimabeleid
Maatregel: N.V.T. (open einderegeling)
Aansprakelijkheid
Inkoop- en contractmanagement
Risico op schadeclaims en / of mislopen aanbestedingsvoordelen.
89
Projecten en Investeringen
Maatregel: Inrichten van een contractmanagementsysteem en betrekken van inkoopadviseur bij aanbestedingstrajecten.
Vergunningverlening, handhaving en toezicht
Aansprakelijkheid van gemeente voor schade tijdens een evenement als gevolg van toezicht falen. Aansprakelijkheid van gemeente voor schade na afgifte van een bouwvergunning. Maatregel: Risicoaansprakelijkheidsverzekering.
Ketenbeheer
Misbruik en / of oneigenlijk gebruik van subsidies, niet voldoen aan prestatieafspraken. Gesubsidieerde instellingen
Maatregel: Periodiek contact tussen beleidsmedewerker en gesubsidieerde instelling.
Risico dat zorgaanbieders zich terugtrekken uit de markt of failliet gaan en de zorg duurder moet worden ingekocht. Discontinuïteit zorg aan inwoners
Maatregel: Periodiek contact tussen CLM en zorgaanbieder.
Verbonden partijen en deelnemingen
De inkomsten uit detachering van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is lager dan geraamd. SDOA
Maatregel: Focus op governance, actief managen van risico's, monitoren ontwikkelingen.
Dividend is lager dan verwacht. BNG (Bank Nederlandse Gemeenten)
Maatregel: N.v.t.
Financieel tekort kan niet worden opgevangen binnen eigen begroting of weerstandsvermogen. VNOG
Maatregel: Focus op governance, actief managen van risico's, monitoren ontwikkelingen.
Risico dat door de gemeente verstrekte geldleningen niet (volledig) worden terugbetaald en / of aangesproken wordt op afgegeven Garantstellingen en gewaarborgde geldleningen
garantstellingen. Maatregel: Leningen en garanties worden enkel verstrekt aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen met uitzodering van de achtervang overeenkomst met WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw)
Middelenmanagement
Risico op lagere inkomsten uit bouwleges dan geraamd. Bouwleges
Maatregel: N.v.t.
Taakstellende bezuinigingen
Niet realiseren taakstellende bezuinigingen.
90
Verbonden partijen en deelnemingen
Maatregel: Bewaking voorgang realisatie via reguliere tussentijdse rapportages.
Algemene Uitkering uit het Gemeenfonds
Risico is dat de inkomsten uit het Gemeentefonds afwijken van wat in de begroting geraamd is door: Ontwikkelingen in het accres (ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven); ontwikkelingen in de verdeelmaatstaven (bijvoorbeeld aantal inwoners/woonruimten); effecten van taakmutaties (bijvoorbeeld bij nieuwe taken voor gemeenten); effecten van onder- en overschrijdingen van het plafond van het BTW compensatiefonds; de mogelijkheid van een eenzijdige korting door een nieuw kabinet. Maatregel: Op de voet volgen van ontwikkelingen en tijdig vertalen van de circulaires naar de begroting.
Bundeling Uitkering Inkomensvoorziening Gemeenten (BUIG)
Bij een tekort op de bekostiging van de 3D's kan aanspraak worden gedaan op de vangnetregeling. Een eventueel tekort wordt aangevuld onder aftrek van een eigen risico. Maatregel: Aanvraag vangnetuitkering.
De rente op geld- en kapitaalmarkt in Europa zal in 2022 naar verwachting op een laag niveau blijven. De ECB zal de rente op de geldmarkt rond het nulpunt houden, de depositorente negatief houden en op de kapitaalmarkt zal de rente op een laag niveau blijven door de opkoopacties van obligaties door de ECB. Na beëindiging van het tijdelijk noodprogramma vanwege de pandemie volgt een nieuw obligatie-opkoopprogramma. Financiering en rente risico
Maatregel: Door een spreiding in de looptijden van de leningenportefeuille aan te brengen beheersen we het renterisico op de vaste schuld. Door onze langlopende financiering te realiseren binnen de kaders van de renterisiconorm wordt het renterisico van de langlopende schuld op verantwoorde wijze beheerst.
Bedrijfsvoering
Toename wachtgeld- en / of pensioenverplichtingen door (politieke) ontwikkelingen. Maatregel: N.v.t. Werving en ontslag van personeel.
Tekort aan gekwalificeerd personeel. Maatregel:.
Overdragen van kennis van oudere naar jongere collega's,
We werken aan goede (secundaire) arbeidsvoorwaarden om daarmee een aantrekkelijke werkgever te blijven.
Verschil tussen aanwezige en gewenste competenties (ontwikkeling ambtenaar 3.0). Beschikbaarheid gekwalificeerd personeel
Maatregel: We zetten het instrument strategische personeelsplanning in. We brengen in beeld welke formatie nu en in de toekomst nodig is. Daarnaast stellen we vast over welke competenties onze medewerkers moeten beschikken.
Cybersecurity en privacy
Gemeenten zijn voor steeds meer beleidsterreinen verantwoordelijk en maken daarbij gebruik van de mogelijkheden van informatie-uitwisseling. Bij de uitwisseling van informatie kunnen beveiligings- en privacy risico’s voordoen die een groot impact kunnen hebben (financieel en imago). Informatiebeveiliging
Maatregel: Vanaf 1 januari 2020 hanteren we de Baseline Informatiebeveiliging Overheden als norm voor de informatieveiligheid in onze gemeente. De BIO is een doorontwikkeling van de BIG en is meer gericht op managen van de risico's. We voeren een baseline toets BIO uit en jaarlijks een audit uit conform de ENSIA systematiek. De mogelijkheid tot het verzekeren van schade als gevolg van security incidenten wordt onderzocht.
Wet- en regelgeving
91
Bedrijfsvoering
Niet voldoen aan fiscale bepalingen met naheffing en boetes tot gevolg. Fiscale regels
Maatregel: Permanente educatie medewerkers financiën en periodieke scholing van budgethouders. Overleg met Belastingdienst en indien noodzakelijk inschakelen van een fiscalist.
Om de financiële impact van de invoering van de Omgevingswet te kunnen bepalen zou er naast het Dialoogmodel ook een landelijk Effectenmodel verschijnen om de financiële effecten in de exploitatiefase in beeld te kunnen brengen. Dit model komt er niet, maar wel een zogenaamde Werkwijze structurele effecten Omgevingswet. Omgevingswet
Maatregel: Een risicoanalyse uitvoeren mede aan de hand van het Dialoogmodel en de Werkwijze structurele effecten Omgevingswet om de financiële impact na invoeringsdatum in beeld te brengen.
Nadere toelichting van de belangrijkste financiële risico's Btw-compensatiefonds De ontwikkeling van het BTW-compensatiefonds (BCF) en het bijbehorende plafond leiden conform het Financieel Akkoord Rijk/VNG met ingang van 2015 tot een toename of afname van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Bij overschrijding van dit maximum worden gemeenten gekort op hun uitkering uit het Gemeentefonds. Voor de komende jaren wordt een daling van de ruimte onder het plafond verwacht. Dit wordt veroorzaakt doordat gemeenten meer zijn gaan declareren bij het btw-compensatiefonds. Daardoor gaan de uitgaven van het fonds omhoog en de ruimte onder het plafond omlaag. In 2020 is de ruimte onder het plafond in tegenstelling tot de verwachting gestegen dit zal onder meer zijn veroorzaakt door de coronacrisis. Medio 2021 bedraagt de ruimte onder het plafond circa € 192 miljoen voor de gemeenten. Een eventueel overschot wordt toegevoegd aan het gemeentefonds. Voor het jaar 2022 leidt dit naar verwachting niet tot een aanpassing van de algemene uitkering. Ontwikkeling van de algemene uitkering De algemene uitkering uit het gemeentefonds is in 2021 gestegen als gevolg van de extra middelen voor het sociaal domein onderdeel jeugd en voor compensatie van de effecten van de coronamaatregelen.
Ten opzichte van de primaire begroting 2021 ad € 51,5 miljoen bedraagt de totale uitkering uit het gemeentefonds voor 2021 € 52,7 miljoen. Een stijging van de algemene uitkering met € 1,2 miljoen. Woonplaatsbeginsel Verdere wijzigingen vloeien voort uit onder ander prijs- en loonmutatie, wijziging in aantallen etc. Voor 2022 daalt de algemene uitkering met circa € 2 miljoen. Dit wordt in het bijzonder veroorzaakt door de invoering van het woonplaatsbeginsel en de opschalingskorting die het rijk alsnog doorvoert. - De invoering van het woonplaatsbeginsel leidt naast de daling van de algemene uitkering ook tot een daling van de uitgaven aangezien de gemeente niet meer aan de lat staat voor niet uit de gemeente komende jongeren die bijvoorbeeld in Horizon verblijven. De verwachting is dat de uitgavendaling plusminus gelijk is aan de inkomstendaling Opschalingskorting De opschalingskorting is een aantal jaren opgenomen als drukmiddel om te komen tot grotere gemeenten (100.000+) Zowel in beleidsmatige als praktische zin is hier niets van terecht gekomen. Logischerwijs is dan ook zowel in 2020 en 2021 de opschalingskorting bevroren. Echter is deze voor 2022 in volle omvang opgenomen. Oftewel een daling van de algemene uitkering met € 270 miljoen.
De opschalingskorting is aldus de VNG in strijd met de normering en ondanks eerdere melding van de minister van binnenlandse zaken dat de opschalingskorting geen recht doet aan de systematiek is deze alsnog verwerkt. Dit heeft geleidt tot forse weerstand en de VNG is hierover in overleg met het rijk. In de begroting 2022 is vooralsnog rekening gehouden met het doorvoeren van de opschalingskorting. Voor Oost Gelre leidt dit tot een lagere algemene uitkering van ruim € 350.000.
92
Gevolgen diverse onderzoeken Voor wat betreft de ontwikkeling van de algemene uitkering zijn er zijn een aantal belangrijke onderzoeken in opdracht van het rijk gaande welke zullen leiden tot aanpassingen van de algemene uitkering. Het nader onderzoek met betrekking tot de herijking van de algemene uitkering leidt ertoe dat voor onze gemeente de herijking budgettair neutraal is. Ten opzichte van het eerdere onderzoek waarbij de gemeente uit kwam op een plus van € 11,-- per inwoner een vermindering van circa € 325.000. In de kadernota 2022 – 2025 was vanwege de onzekerheden ook geen rekening gehouden met een stijging als gevolg van de herijking. Het onderzoek inzake sociaal domein heeft uitgewezen dat de rijksmiddelen fors tekortschieten om de gemeentelijke uitgaven te compenseren. De uitgaven in het sociaal domein kosten de gemeenten circa € 1,7 miljard meer dan het rijk beschikbaar stelt. Besluitvorming omtrent het structureel verhogen van het budget heeft het huidige kabinet doorgeschoven naar het volgende kabinet. Voor 2022 worden de gemeenten incidenteel gecompenseerd. Voor Oost Gelre betekent dit een stijging van de uitkering met € 1.734.000. Voor de jaren 2023, 2024 en 2025 wordt geadviseerd uit te gaan van een bijdrage van 75% van de compensatie 2022 ofwel € 1.300.500.
Het onderzoek naar het effect van de invoering van het abonnementstarief Wmo waarbij de toename van de kosten veel hoger zijn dan in de compensatie middels de algemene uitkering rekening mee is gehouden. Ook hier wordt het besluit over de formatie heen getild.
Openeinderegelingen Minimabeleid, schuldhulpverlening en leerlingenvervoer zijn zogenoemde open einderegelingen waarbij vooral de afgelopen jaren het beroep op de schuldhulpverlening aanzienlijk is toegenomen. Ook binnen de regeling leerlingenvervoer kunnen door omstandigheden de kosten aanzienlijk oplopen. Wmo De afgelopen jaren zien we de vraag naar professionele ondersteuning stijgen. Wat we al verwachtten, gebeurt: als mensen (vaak 75+) nu professionele ondersteuning nodig hebben, nadat ze eerst van het voorliggende veld gebruik hebben gemaakt, is er sprake van een zwaardere en complexere ondersteuningsvraag. Het is ook deze groep die, zoals het Rijk wilde, nu langer zelfstandig blijft wonen. Wij betalen daarvoor de rekening (o.a. door woningaanpassingen en hulp bij het huishouden). Naast de toename van de hulpvraag hebben we ook te maken met de gevolgen van het rijksbeleid. In het bijzonder de maatregel van de verlaging van de eigen bijdrage Wmo. Inwoners betalen sinds 1 januari 2019 een eigen bijdrage van ten hoogste € 19,00 per 4 weken. Een andere maatregel vanuit het rijksbeleid is de uitvoering van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) reële prijs Wmo. Deze maatregel stelt regels voor een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit van een voorziening. De AMvB Reële prijs Wmo 2015 regelt hoe een reële kostprijs moet worden vastgesteld.
Vanaf medio 2019 zijn tarieven gehanteerd op basis van deze AMvB. Deze wijziging heeft geleid tot een forse verhoging van de uitgaven. Beide maatregelen hebben geleid tot een stijging van de uitgaven met meer dan € 1 miljoen. Jeugdzorg Ook uit het meest recent gehouden cliënttevredenheidsonderzoek over 2020 blijkt dat onze inwoners tevreden zijn over de manier waarop we de jeugdzorg hebben ingericht. Inwoners weten waar ze terecht kunnen met hun vraag, voelen zich serieus genomen en worden snel geholpen. Er valt geen jeugdige tussen wal en schip, we kennen nauwelijks wachtlijsten en geen cliëntenstop. De invloed op de verwijzingen binnen de Jeugdzorg neemt steeds verder toe door bekendheid van ons loket en Ondersteuningsteam (OT). Het merendeel (ongeveer 60%) van de verwijzingen naar 2e lijns zorg wordt inmiddels geïndiceerd door de gemeente. We zetten vol in op preventie en verdere samenwerking met de huisartsen (middels de Praktijkondersteuners Huisartsen). Inmiddels hebben we een dekkingspercentage van 75%. Dit betekent dat 75% van onze inwoners aangesloten is bij een huisartsenpraktijk waar een POH jeugd binnen de praktijk werkzaam is. Doel is om te normaliseren en dure verwijzing naar 2e lijns zorg te voorkomen. Op een ander deel van de jeugdhulp hebben we geen invloed. Jeugdhulp kan immers ook ingezet worden door de rechter en de Gecertificeerde instellingen (GI’s).
Op deze verwijzingen hebben wij geen invloed. Het gaat hier om zeer intensieve vormen van jeugdhulp die ook zeer kostbaar zijn, zoals Jeugdzorg Plus. Door de wijziging va het woonplaatbeginsel vanaf 2022 zijn de risico’s wel beter in te schatten, maar we blijven natuurlijk nog wel verantwoordelijk voorjeugdigen uit onze eigen gemeente. Ook deze (financiële) risico’s 93
kunnen substantieel zijn. De aangescherpte tarieven voor jeugdzorg kunnen voor de zorgaanbieders ontoereikend zijn en vormen mogelijk een risico naar de kwaliteit van de geleverde zorg en bedreigen mogelijk de zorg continuïteit. Participatiewet We willen bereiken dat zoveel mogelijk mensen deelnemen aan het arbeidsproces en in de samenleving. Dit gaan we bereiken door integratie van de taken in het sociaal domein. Niet de wet staat centraal maar de vraag van onze inwoners. Hiervoor hebben we 1 verordening voor het sociaal domein vastgesteld en zijn we bezig met de implementatie van de bestuursopdracht 'Samen aan het Stuur'. Dit leidt tot een nieuw werkleerbedrijf per 1 januari 2022 maar nog belangrijker tot een nieuwe werkwijze waarbij de medewerkers van de het werkleerbedrijf onderdeel worden van ons sociaal team. Wij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. Deze uitvoering (zoals het verstrekken van uitkeringen en het zoveel mogelijk regulier aan het werk helpen van werkzoekenden) hebben wij bij de (GR) Werkleerbedrijf belegd. Wij dragen echter de financiële risico’s. De huidige crisis veroorzaakt door de maatregelen om corona te beteugelen hebben op dit moment geen impact op onze economie en zorgen niet voor een toename van het aantal uitkeringsgerechtigden.
Indien de ondersteuningsmaatregelen voor bedrijven worden beëindigd kan dit wel impact hebben op de economie en leiden tot een toename van het aantal uitkeringen. Onzeker is of de bijdrage van het rijk om de uitkeringen te financieren (BUIG) ook zal stijgen. Inwoners met een arbeidsbeperking We verwachten nog niet dat de hele groep inwoners met een arbeidsmarktbeperking die onder de participatiewet valt snel zal uitstromen richting regulier werk. Voor deze groep inwoners hebben we loonkostensubsidie beschikbaar om de beperkte loonwaarde te compenseren. En daarnaast kunnen we een voorziening beschut werk toekennen. Een steeds grotere groep slaagt er op deze manier in om werk te vinden. De loonkostensubsidie en de kosten voor beschut werk moeten echter wel gefinancierd worden uit het BUIG budget. Dus ook succesvolle plaatsingen met loonkostensubsidie houden een financieel risico in voor de gemeente. Gebundelde uitkering (BUIG) Wij ontvangen een gebundelde uitkering (de BUIG) om daarmee de uitkeringen in het kader van de Participatiewet te bekostigen. De Participatiewet kent een budgetteringsystematiek. Dit is een financieringssystematiek die zo is ingericht dat het gemeenten moet prikkelen om zoveel mogelijk mensen uit de uitkering en aan het werk te helpen en te houden. De gebundelde uitkering is een ongeoormerkt budget.
Wij mogen een overschot op het budget vrij besteden, maar moeten een tekort op het budget in beginsel zelf opvangen. Gemeenten die tekorten hebben op hun budget op grond van de Wwb/PW moeten deze tekorten in beginsel opvangen uit eigen middelen. Gemeenten die een omvangrijk tekort hebben, kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor een aanvullend budget, de zogenaamde vangnetregeling. We hebben meermalen een beroep gedaan op deze vangnetregeling. We verwachten niet dat dit nodig is over 2021. Uitvoering Wsw De wijze van uitvoering van de Wsw is belegd bij SDOA en WBO Deze organisaties zullen worden samengevoegd tot 1 uitvoeringsorganisatie voor alle activiteiten van arbeidsmatige dagbesteding tot begeleiding naar regulier werk. De beschut binnen populatie wordt begeleid vanuit een werklocatie in Lichtenvoorde. De werknemers in detachering worden begeleid door SDOA. Wel zijn er zorgen over het subsidieresultaat binnen de Wsw. Het subsidieresultaat is de som van de loonkosten enerzijds en de Wswsubsidie anderzijds. Voor iedere sw-medewerker kan het subsidieresultaat worden vastgesteld. Bij het invoeren van de participatiewet is uitgegaan van een daling met ongeveer € 500,00 per SE per jaar. Voor 2021 zou de bijdrage € 22.700,00 per SE bedragen. De bijdrage wordt, indien het rijk daartoe besluit, gecorrigeerd voor loon- en prijsstijgingen.
Als gevolg hiervan bedraagt de bijdrage voor 2022 € 27.016 per SE. Statushouders Een steeds groter deel van ons uitkeringsbestand bestaat uit statushouders. Deze groep heeft vaak een grote afstand tot de arbeidsmarkt vanwege allerlei oorzaken (taal, relevante opleiding, trauma etc.). Uiteraard 94
bieden we deze inwoners taal en integratietrajecten aan. Desondanks lopen we het risico dat deze groep langdurig een beroep moet doen op een uitkering. Hierdoor kan er en tekort ontstaan op het BUIG budget. Wet Inburgering Vanaf 2022 is de gemeente verantwoordelijk voor de wet inburgering. De budgetten van het rijk voor de leerroutes binnen deze wet lijken krap, we hebben hier al signalen vanuit het ROC ontvangen. Mogelijk dat we ook eigen middelen dienen in te zetten om te uitvoering van de Wet inburgering goed te laten verlopen.
Bouwgrondexploitatie Vanuit strategisch en financieel oogpunt is het noodzakelijk om minimaal 1 keer per jaar de ontwikkeling en verkoop van woningen en bedrijventerreinen herzien. De afgelopen periode zijn in hoog tempo bouwkavels en bedrijfskavels verkocht. Inmiddels is de visie kleine kernen vastgesteld. De financiële gevolgen brengen we bij vaststelling van bestemmingsplannen met bijbehorende exploitatieopzetten in beeld. Ook houden we al bij nieuwe bestemmingsplannen rekening met de uitspraak van de Raad van State over stikstof. De nota grondbeleid is door u vastgesteld. Uitgangspunt voor bouwgrondexploitatie blijft een sluitende exploitatieopzet. Jaarlijks actualiseren we de exploitatieopzetten. Als hieruit blijkt dat een tekort ontstaat, verwerken we het verlies in de jaarrekening. Wij verwachten dat de exploitatie van zowel woningbouw als bedrijventerreinen minimaal kostendekkend is. In de nota grondbeleid gaan we nader in op de exploitaties en de maatregelen die nodig zijn om financiële risico’s te beheersen. Bij de waardering van de gronden houden we rekening met invoering van de vennootschapsbelastingplicht en kiezen we voor de fiscaal meest gunstige optie. Regionaal bedrijvenpark Laarberg In de huidige economische situatie zijn er financiële risico’s verbonden aan de bouwgrondexploitatie van Laarberg. De risico’s en onzekerheden kunnen we moeilijk inschatten.
De financiële risico’s hebben we verdisconteerd in het benodigde weerstandsvermogen. Hierbij hebben we rekening gehouden met de lange looptijd van de exploitatie en het te verwachten exploitatieresultaat bij verschillende scenario’s. Planschadevergoeding Bij bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen met projectafwijking sluiten we een afwentelingsovereenkomst planschade af. Zo vergoedt de initiatiefnemer eventuele planschadekosten. Een tegemoetkoming in planschade als gevolg van de toekomstige ontwikkeling van bouwgrond bekostigen we binnen de exploitatieopzet van het plan. Implementatie Omgevingswet Met de invoering van de Omgevingswet krijgt de gemeente meer decentrale ruimte om eigen beleidskeuzes te maken. Deze beleidsvrijheid zorgt voor een relatief grote kennisonzekerheid: We weten nog niet welke keuzes gemaakt worden en dus ook niet welke effecten die keuzes zullen hebben. Het effect van de keuzes kan zowel een financieel gunstig dan wel een financieel minder gunstig effect hebben voor burgers en bedrijven als ook voor de gemeente. Om beter zicht te krijgen op de financiële effecten van de wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en de WKB zijn er workshops gevolgd onder begeleiding van een door de VNG geselecteerde partij, te weten NCOD. Aan de hand van het model Werkwijze Structurele Effecten worden keuzes uitgewerkt en leiden tot inzicht in de financiën.
Betreffend model wordt door meer dan 80 gemeenten gehanteerd en met elkaar gedeeld op het forum van de VNG. In de begroting 2022 is rekening gehouden met een extra structurele last van € 100.000. Afhankelijk van de keuzes die de gemeenteraad maakt zal duidelijk worden of betreffend bedrag voldoende is. Wet Kwaliteitsborging Bouw Vanaf 1 juli 2022 zal stapsgewijs de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb) worden ingevoerd. Deze wet voorziet in een strenger bouwtoezicht en een betere aansprakelijkheidsregeling teneinde de kwaliteit van de bouw te verbeteren. Het nieuwe stelsel geldt eerst alleen voor bouwwerken in de laagste risicoklasse. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en simpele bedrijfspanden. Op dit moment is nog niet in te schatten wat de (financiële) gevolgen zijn voor ons als gemeente in de rol van vergunningverlener en handhaver. In het najaar van 2021 verwachten we hier meer duidelijkheid in te krijgen.
95
Fiscale risico’s Per 1 januari 2016 zijn overheidsbedrijven belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Hierdoor worden wij, voor die activiteiten waar wij optreden als ondernemer, vennootschapsbelastingplichtig. Dit heeft organisatorische, administratieve en financiële gevolgen. Maar dit kan ook gevolgen hebben voor gelieerde partijen als verenigingen/stichtingen en gemeenschappelijke regelingen. Wij hebben geïnventariseerd welke activiteiten belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting en de fiscale openingsbalans is opgesteld. De vennootschapsbelasting kan ook een last in de begroting met zich meebrengen, over de fiscale winst moeten we vennootschapsbelasting betalen. De prognose is dat wij verliezen kunnen verrekenen zodat er geen vennootschapsbelasting verschuldigd is. Het boekenonderzoek naar de verbouwing van het Marianum door de Belastingdienst is afgerond. Deze door meer gemeenten toegepaste fiscale constructie zogenoemde “schoolmodel” wordt door de Belastingdienst bestreden. In verband met de coronacrisis is de voortgang (zoals ons inzage recht in de bewijsvoering van de belastingrecht) in het proces uitgesteld. Verzekeringsrisico’s Voor zowel materiële (gebouwen / kunstvoorwerpen e.d.) als immateriële zaken (aansprakelijkheid, fraudeverzekering en bestuurdersaansprakelijkheid e.d.) hebben we met verzekeringspolissen de risico’s afgedekt.
Jaarlijks heroverwegen we de verzekeringspolissen. In regionaal verband besteden we de diverse verzekeringen aan. Vastgoed De financiële risico’s maken we door middel van een jaarlijkse update van het kwaliteitsniveau van de gebouwen en de financiële vertaling daarvan zowel op het niveau van groot onderhoud als op niveau van klachtenonderhoud inzichtelijk. De omvang van de bestemmingsreserve groot onderhoud gebouwen is op dit moment voldoende. Een belangrijk financieel risico betreft de mogelijke waardedaling van het gemeentelijk vastgoed. Het gaat hierbij om vastgoed waarbij de gemeente voornemens is wijzigingen door te voeren zoals een bestemmingsplanwijziging, verkoop of sloop. Jaarlijks kijken we of er sprake is van een wijziging bij een van de gemeentelijke gebouwen. Als sprake is van een waardedaling corrigeren we dat bij de jaarrekening. Het financieel effect hiervan kan van redelijk grote omvang zijn en een fors negatief effect hebben op het rekeningresultaat en daarmee op de vrij besteedbare reserve. Toereikende bestemmingsreserves voor onderhoudsvoorzieningen Op basis van de beschikbare beheerprogramma’s zijn de bestemmingsreserves op niveau. Onvoorziene omstandigheden daargelaten zijn de financiële risico’s voldoende afgedekt.
Financiële kengetallen Onderstaande kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen afdekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Jaarrek. 2020
Begrot. 2021
Begrot. 2022
Netto schuldquote
83%
94%
105%
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
71%
82%
92%
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
33%
29%
28%
>50%
20-50%
<20%
Grondexploitatie (waarde van de grond t.o.v. geraamde baten)
5%
2%
1%
<20%
20-35%
>35%
Kengetallen
Cat. A
Cat. B
Cat. C
96
Jaarrek. 2020
Begrot. 2021
Begrot. 2022
-1,09%
0,83%
Gemeentelijke belastingcapaciteit
74%
Weerstandsvermogen
416%
Kengetallen
Structurele exploitatieruimte Begroting
Cat. A
Cat. B
Cat. C
0,16%
Begr. en MJR >0%
Begr. of MJR >0%
Begr. en MJR < 0%
78%
76%
<95%
95-105%
>105%
152%
251%
>100%
80-100%
<80%
Paragraaf 2: Verbonden partijen en participaties Verbonden partijen en participaties Verbonden partijen zijn derde rechtspersonen waarmee Oost Gelre een bestuurlijke en financiële band heeft, zoals deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen. Het is niet onze bedoeling te rapporteren over alle partijen waarmee een verbintenis bestaat. We beperken ons tot de partijen waarin wij een bestuurlijk en/of financieel belang hebben. Wat voor ons de verbonden partijen vaak ingewikkeld maakt, is dat we zowel bestuurder als klant zijn. Bovendien zijn er vaak meerdere deelnemers aan de verbonden partij. Wij zijn dan niet de enige bestuurder en niet de enige klant en moeten dus onze bestuurlijke doelen en ‘klantwensen’ afstemmen met die van andere deelnemers. Dit alles maakt de aansturing van verbonden partijen complex. Centraal staat daarom de vraag hoe wij meer grip krijgen op het beleid, de financiën en het product van onze Wet gemeenschappelijke regelingen verbanden (Wgr). De sturing op en verantwoording van verbonden partijen versterken we door:
de planning- en control-cyclus van gemeenten en WGR-verband beter op elkaar af te stemmen’; het gaat daarbij om afstemmen van de onderlinge informatievoorziening via begroting, tussentijdse rapportages en jaarrekening;
de overlegstructuren tussen gemeenten en WGR-verband verder te optimaliseren;
meer invloed uit te oefenen aan de voorkant van het beleidsproces; meedenken over visie, ambities en de vertaling daarvan naar kaders is effectiever dan achteraf uitkomsten toetsen;
de begrotingsrichtlijnen tussen deelnemende gemeenten onderling af te stemmen en eenduidig te communiceren naar de verbonden partijen.
In de zienswijze van de raad op de begroting van verbonden partijen passen we een vereenvoudigde variant van de “Achterhoekse indexering normering” toe. Deze norm gaat uit van de prijsontwikkeling van het bruto binnenlands product BBP. Deze prijsontwikkeling wordt ook gebruikt bij de basisindexering van het gemeentefonds. Verbonden partijen met bijzondere ontwikkelingen De volgende verbonden partijen kennen ontwikkelingen die belangrijk zijn.
Veiligheidsregio Noord en Oost Nederland (VNOG) De VNOG bestaat uit 22 gemeenten. Het bestuur van de VNOG, het Algemeen Bestuur, bestaat uit de 22 burgemeesters van de gemeenten. In totaal zijn er 56 brandweerposten in de regio aanwezig, waaronder Lichtenvoorde en Groenlo. Er werken 1500 brandweervrijwilligers en 300 beroepskrachten in onze regio. Naast de brandweer en de 22 gemeenten maakt ook de Geneeskundige Hulp bij Ongevallen en Rampen
97
(GHOR) onderdeel uit van de VNOG. Deze partners bereiden zich gezamenlijk voor op rampen en calamiteiten. Het jaar 2020 was een bijzonder jaar waarin de Covid-19 crisis veel tijd en energie van de VNOG organisatie heeft gevraagd. Sinds het begin van deze crisis in 2020 zijn er grote gevolgen geweest voor de VNOG. Enerzijds heeft de VNOG veel extra inspanningen moeten leveren en soms andere werkzaamheden moeten oppakken. Anderzijds moesten veel reguliere activiteiten vanwege de maatregelen worden uitgesteld of op een alternatieve manier worden ingevuld. De gevolgen hiervan uit 2020 hebben effect op 2021. En, al naar gelang de ontwikkeling van de crisis in de loop van 2021, is er ook weer een effect op 2022. Dat kan een extra uitdaging vormen voor het realiseren van de doelstellingen en de uitvoering van de activiteiten, die in de begroting 2022 van de VNOG zijn opgenomen. Hoe dan ook zal de VNOG in samenwerking met vele stakeholders, conform haar missie, ook in 2022 haar wettelijke taken uitvoeren: rampenbestrijding, brandweerzorg, risico- en crisisbeheersing, bevolkingszorg en geneeskundige hulpverlening. De VNOG gaat in 2022 ook verder met de uitvoering van de Toekomstvisie die op 15 januari 2020 door het algemeen bestuur is vastgesteld en in het Regionaal Beleidsplan nader is uitgewerkt.
In de Toekomstvisie heeft het bestuur de accenten gekozen waarop de VNOG zich richt: − Zelf- en samenredzaamheid en preventie (o.a. impuls op risicocommunicatie, risico-analyse) − Compacte en slagvaardige posten met goed getrainde vrijwilligers (mutaties in voertuigenbestand, impuls op vakbekwaamheid) − Versterkte informatiepositie (impuls op informatievoorziening, business intelligence) − Een goede transitie naar de Omgevingswet (o.a. bijscholing) − Innovatie − Efficiencyslagen en besparingen (o.a. automatisering bepaalde administratieve processen, doorvoeren overige besparingen) − Cultuuromslag en ontwikkeling personeel (o.a. versterking leiderschap, vakvolwassen medewerkers, strategische personeelsplanning, duurzame inzetbaarheid) − Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers, opdat er een solide veiligheidsregio is voor de lange termijn. De bij de Toekomstvisie horende Opdrachten worden in de periode 2020-2026 uitgevoerd. De implementatie van de Toekomstvisie-Opdrachten is in 2020 gestart. Risico's - Repressieve huisvesting (brandweerkazernes): de brandweerkazernes zijn in eigendom van ons als gemeente. Op dit moment is het onduidelijkheid voor wiens rekening kosten voor (aanpassing van) de repressieve huisvesting komen. Dit kan leiden tot onvoorziene kosten. De verwachting is dat in 2021 hier meer duidelijkheid over komt.
- Op dit moment is de Covid-19 crisis nog volop gaande. Deze crisis zal ook in 2021 veel tijd en energie vragen van de VNOG organisatie. Hiermee wordt het risico gelopen dat de reguliere taken van de VNOG, in mindere mate, kunnen worden uitgevoerd. Op dit moment is de impact hiervan niet in te schatten. Ook kan hierdoor de uitvoering van de opdrachten uit de Toekomstvisie vertraging oplopen. Tot slot is een overzicht van alle risico's opgenomen in de programmabegroting 2022 - 2025 van de VNOG.
Sociale Dienst Oost Achterhoek (SDOA) Werkleerbedrijf Vanaf 1 januari start het nieuwe werkleerbedrijf. Het betreft hier een samenwerkingsverband (GR) van de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk. Het nieuwe bedrijf zal worden gevestigd aan de Laarberg in Groenlo. Taken van de SDOA en Werkbaan Oost samengevoegd. De eerste intake zal dan plaats vinden binnen het sociaal team van de gemeente om zo het hele leefgebied in beeld te krijgen. Een aantal (front office) medewerkers dan ook onderdeel van het werkleerbedrijf. Het werkleerbedrijf geeft uitvoering alle activiteiten van arbeidsmatige dagbesteding tot regulier werk. Door een multidisciplinaire aanpak waarbij we ook brede ondersteuning vanuit de Wmo aanbieden willen we meer inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt richting betaald werk helpen.
98
Het werkleerbedrijf voert ook de minimaregelingen en de bijzondere bijstand uit. Hier is de ontwikkeling ingezet om veel meer te kijken naar de hele leefsituatie van een aanvrager in plaats van de beoordeling of iemand recht heeft op een voorziening.
Stadsbank Oost Nederland (SON) De SON is een samenwerkingsverband van 22 gemeenten in de Achterhoek en Twente. De SON beschikt over kennis en ervaring als financieel schulddienstverlener en verstrekker van sociale kredieten. In samenwerking met de ketenpartners werkt SON aan een oorzaakgerichte oplossing. Met oog voor het geheel en het besef dat schulden nooit alleen komen. SON werkt interdisciplinair en is geografisch ingedeeld in een vijftal gebiedsteams (waaronder Gebiedsteam Achterhoek). Elk gebiedsteam bestaat uit een klantmanager, budgetconsulent, schuldregelaar, allround consulent en een administratief ondersteuner. Doel: de klanten maximaal faciliteren door middel van een integrale aanpak, discipline overstijgend. Het gebiedsteam Achterhoek is aangesloten op zowel de SDOA als onze gemeente. Mensen kunnen zelf de weg vinden naar de Stadsbank, of via verwijzing door het Sociaal Team of een andere organisatie. De consulenten van SON zijn voor onze inwoners van maandag tot en met vrijdag telefonisch bereikbaar tussen 9.00 uur en 16.00 uur. Leningen kunnen digitaal worden aangevraagd en aanmelding voor schulddienstverlening kan eveneens digitaal gedaan worden. Een persoonlijk gesprek met de consulenten kan op afspraak en vindt plaats in ons gemeentehuis.
Regio Achterhoek Regio Achterhoek is het samenwerkingsverband van 7 Achterhoekse gemeenten die intensief samenwerken in de gemeenschappelijke regeling Regio Achterhoek om gezamenlijk regionale opgaven te realiseren. De gemeenten werken daarbij sinds 2018 nauw samen met andere partijen volgens het triple helix model om de regio te versterken en aantrekkelijker te maken voor inwoners en ondernemers. Onder regievoering van Regio Achterhoek hebben de zogenoemde 3 O’s - overheden, ondernemers en (overige maatschappelijke) organisaties - zich verenigd in 8RHK Ambassadeurs. Alle partijen nemen daarin deel aan plan- en beleidsvorming via zes Achterhoek Thematafels en een Achterhoek Board. De controlerende en visievormende taak wordt uitgevoerd door de Achterhoek Raad waarin gemeenteraadsleden uit de deelnemende gemeenten breed vertegenwoordigd zijn. Regio Achterhoek voert de regie op de algehele samenwerking en heeft vooral een faciliterende rol. Regio Achterhoek adviseert de Achterhoek Board, de Achterhoek Thematafels en de Achterhoek Raad daarnaast vooral over de regionale lobby, regiomarketing en subsidies en levert hiervoor ook capaciteit. De nieuwe regionale samenwerkingsvorm is in 2021 geëvalueerd. De uitkomsten van de evaluatie leiden mogelijk tot aanpassingen van de samenwerkingsvorm en van de samenwerkingsregeling, die hun weerslag zullen hebben in 2022.
Inhoudelijk richten Regio Achterhoek en 8RHK Ambassadeurs zich op de Achterhoek Visie 2030, die de Achterhoek Raad in 2019 heeft vastgesteld. Deze visie heeft als motto ‘Ruimte voor innovatie, groeien in kwaliteit’ en verwoordt de ambitie om in 2030 te excelleren als gezonde, schone, leefbare, gekwalificeerde, productieve en bereikbare regio. Via de Achterhoek Visie 2030 beoogt Regio Achterhoek de regio op verschillende terreinen te versterken. Uitgangspunten daarbij zijn de ‘Smart Economy’, gericht op (het behouden en versterken van) een productieve, gekwalificeerde en bereikbare regio, ‘Smart Living’, gericht op een leefbare, schone en gezonde regio, en ‘Smart Governance’, gericht op de nieuw ingezette structuur en (versterking van de) 3O-samenwerking. Daarmee draagt de visie integraal, beleidsterrein- en gemeentegrensoverstijgend bij aan de beleidsdoelstellingen van Oost Gelre. 2021 en de jaren daarna zullen in het teken staan van deze strategische agenda voor de gehele Achterhoek, zoals dat ook het geval was voor 2020. De Achterhoek Visie 2030 heeft verder input gevormd voor de Regio Deal Achterhoek, die de regio in 2019 gesloten heeft met het Rijk.
Met deze overeenkomst, die een looptijd heeft van 2019 tot en met 2022, kan de regio € 20 miljoen van het Rijk tegemoet zien voor programma’s en projecten, onder voorwaarde van cofinanciering ter hoogte van eenzelfde bedrag door de regionale partijen. Gemeenten dragen gezamenlijk (maximaal) € 4,8 miljoen bij aan cofinanciering. Het doel van de regio deal betreft het realiseren van ambities en opgaven op het gebied van demografie, economie, duurzaamheid en ruimte. De regio deal is opgesteld vanuit de gedeelde overtuiging dat substantiële investeringen een krachtige economie met extra 99
werkgelegenheid oplevert en daarmee een aantrekkelijke regio voor (nieuwe) arbeidskrachten. Het is het vliegwiel om nieuwe investeringen en handelingsperspectieven te creëren voor de korte en (middel)lange termijn. Op de langere termijn wordt daarmee ook extra maatschappelijk en financieel rendement verwacht, onder meer doordat het nieuwe investeringen (door partijen van zowel binnen als buiten de regio) stimuleert. Er zijn reeds vele projecten gestart die bijdragen aan de Achterhoek Visie 2030, voor een belangrijk deel binnen de kaders van de Regio Deal Achterhoek, en ook in 2022 zal sterk worden ingezet op de initiatie en implementatie van projecten met het oog op onze regionale opgaven en benutting van de bijdrage van het Rijk daarvoor. In april 2021 was van de toegezegde cofinanciering door de gemeente Oost Gelre ad € 542.647 in totaal € 196.269 ingezet voor projecten.
NV Rova De afvalinzameling door de ROVA, met het systeem van het omgekeerd inzamelen, levert aanhoudend een goed beeld op ten aanzien van de afvalscheiding als ook de klanttevredenheid. Hoewel de landelijke doelstellingen voor afvalscheiding al lange tijd ruimschoots zijn behaald wordt doorlopend ingestoken op een goed scheidingsgedrag. Zo is met het project #Terugwinnaars intensief met algemene informatievoorziening, voorlichting en controles gewerkt aan een kwaliteitsslag. Dit project laat mooie resultaten zien en de inwoners onderschrijven het belang van goede scheiding en waarderen de vorm van communicatie. Naast de afvalinzameling verzorgt de ROVA sinds 1 januari 2020 de taken behorend bij de uitvoering Beheer Buitenruimte in de gemeente. Daarbij was een taakstelling opgelegd van 300.000 euro. Dit is niet gered, wel ca. 200.000 euro met behoud van de kwaliteit en een veilige buitenruimte. De mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zijn goed en prettig onder gebracht in de ROVA organisatie.