CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsplan ETFAL omgeving gemeentehuis

Gemeenteraad 14 oktober 2025, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Omgevingsplan, beeldkwaliteitsplan en uitvoeringskredieten omgeving gemeentehuis Lichtenvoorde14.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Omgeving gemeentehuis Lichtenvoorde Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Wijziging omgevingsplan Gemeente Oost Gelre

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling

4 juni 2025, projectnummer 230293.01

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Ligging en begrenzing projectgebied

3

1.3

Leeswijzer

4

Projectbeschrijving

5

2.1

Huidige ruimtelijke situatie

5

2.2

Huidige juridisch-planologische situatie

6

2.3

Toekomstige situatie

9

2.4

Strijdigheden met het tijdelijke omgevingsplan

11

Beleidskader

12

3.1

Rijksbeleid

12

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

14

3.3

Gemeentelijk beleid

17

Milieu- en omgevingsaspecten

20

4.1

Milieueffectrapportage

20

4.2

Bodem

21

4.3

Milieubelastende activiteiten

22

4.4

Geluid

23

4.5

Luchtkwaliteit

25

4.6

Omgevingsveiligheid

27

4.7

Geur

29

4.8

Trillingen

29

4.9

Veiligheid

30

4.10

Gezondheid

30

4.11

Water

32

4.12

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

36

4.13

Natuur

39

4.14

Archeologie

42

4.15

Cultuurhistorie

44

4.16

Verkeer en parkeren

45

4.17

Omgevingskwaliteit

47

Uitvoerbaarheid

49

5.1

Economische uitvoerbaarheid

49

5.2

Maatschappelijk uitvoerbaarheid

49

Bijlagen Bijlage 1:

Ruimtelijke visie gemeentehuis e.o.

Bijlage 2:

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3:

Quick scan milieubelastende activiteiten

Bijlage 4:

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 5:

Het wateradvies

Bijlage 6:

Quick scan natuur

Bijlage 7:

Onderzoek stikstofdepositie

Bijlage 8:

Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek

Bijlage 9:

Cultuurhistorische waardenstelling Raadhuisstraat 6

Bijlage 10:

Cultuurhistorische waardenstelling Raadhuisstraat 7-9

Bijlage 11:

Redengevende beschrijving St. Jorisschool

1 Inleiding 1.1

Aanleiding In het centrum van de kern Lichtenvoorde wil de gemeente Oost Gelre de omgeving van het gemeentehuis herontwikkelen. Het gaat om de herinrichting van de openbare ruimte, de transformatie van een postkantoor tot woning, de verruiming van de gebruiksmogelijkheden van een voormalige school, de verplaatsing van het serviceteam (achterzijde van het postkantoor) waardoor er een ruimte voor een extra nieuw te bouwen woning is en de realisatie van een appartementengebouw op de plek van een voormalige banklocatie. Het voorgenomen initiatief geeft een impuls aan het centrum van het dorp. Het voornemen past niet binnen de ter plaatse geldende juridisch-planologische kaders. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een wijzigingsbesluit omgevingsplan worden opgesteld. Er is voor gekozen om dit te doen volgens de standaard van STOP/TPOD. Ten behoeve van de omgevingsplanwijziging is het noodzakelijk te motiveren of de beoogde ontwikkeling voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voorliggende motivering toont dit aan.

1.2

Ligging en begrenzing projectgebied Het projectgebied ligt in de bebouwde kom van de kern Lichtenvoorde, aan de westzijde van het centrum. Het betreft grofweg het gebied tussen de Varsseveldseweg, de Raadhuisstraat en de Middachtenstraat. Onderstaande afbeeldingen tonen respectievelijk de globale ligging en begrenzing van het projectgebied.

3

Globale ligging projectgebied, aangeduid met zwarte ster (bron: PDOK Viewer).

Globale begrenzing projectgebied, aangeduid met rood kader (bron: PDOK Viewer).

1.3

Leeswijzer Voorliggende motivering is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het project beschreven, waarbij wordt ingegaan op de huidige situatie in het besluitgebied en de beoogde toekomstige situatie. Het derde hoofdstuk gaat in op de relevante geldende beleidskaders die van invloed zijn op de ontwikkeling. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in hoeverre de ontwikkeling gevolgen heeft op de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 5 in op de economische uitvoerbaarheid van de ontwikkeling en de participatie en het overleg dat heeft plaatsgevonden.

4

2 Projectbeschrijving 2.1

Huidige ruimtelijke situatie De projectlocatie bevindt zich aan de rand van het centrum van Lichtenvoorde, op de hoek van de Raadhuisstraat met de Varsseveldseweg. De locatie ligt op een kruispunt van de oude invalswegen en is daarmee een belangrijke route naar het centrum van verkeer vanuit het westen. De bebouwing langs de Varsseveldseweg is afwisselend: woningen, maatschappelijke voorzieningen en bedrijvigheid wisselen elkaar af. Aan weerszijden van de Raadhuisstraat staan vrijstaande woningen. Navolgende afbeelding toont de ruimtelijke analyse van de bestaande situatie in het gebied.

Conclusiekaart ruimtelijke analyse (bron: SAB).

5

In de directe omgeving van het gemeentehuis bevinden zich onder andere grote woningen, een oud schoolgebouw, een oud postkantoor met een grote aanbouw (serviceteam gemeente) en appartementencomplexen. Er is een grote variëteit aan bouwstijlen, materialen en inrichting van de openbare ruimte. De openbare ruimtes rondom de gebouwen hebben weinig verbinding met elkaar. In de omgeving van het gemeentehuis staat een aantal beeldbepalende bomen. Het gebied achter het gemeentehuis is grotendeels versteend, overwegend grijs, en functioneel ingedeeld als parkeerterrein. Het oude postkantoor, de oude school en het gemeentehuis hebben alle drie moderne aanbouwen. Het oude gemeentehuis is intact en het moderne deel staat er als neutraal decor achter. Voor de voormalige school is dat anders. Daar is het oude deel juist deels verscholen door de recentere uitbouw. Een moderne fietsenstalling van het gemeentehuis, gemaakt van golfplaat, onttrekt het zicht op de monumentale zijingang van de school. De recente uitbouw van het voormalige postkantoor aan de Raadhuisstraat is subtiel. Deze valt vooral op door de kleine verandering in de nok hoogte van het dak, en de lichte verkleuring van de bakstenen en dakpannen. Er is duidelijk aandacht voor de relatie tot de originele architectuur in de uitbouw.

Helaas zorgt deze uitbouw wel tot een vernauwing van de entreeweg naar het parkeerterrein achter het gemeentehuis. De entree wordt mede door de hoogte van het drie laagse gemeentehuis aan de andere kant van de staat visueel vernauwd. Navolgende afbeelding geeft een impressie van de huidige situatie ter plaatse.

Gemeentehuis in de bestaande situatie (bron: Google Streetview).

2.2

Huidige juridisch-planologische situatie Sinds 1 januari 2024 geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Oost Gelre, dus ook ter plaatse van het projectgebied, het (tijdelijke) omgevingsplan

6

gemeente Oost Gelre. Hierin zijn onder andere ruimtelijke regels uit instrumenten van de Wet ruimtelijke ordening (zoals het bestemmingsplan of de beheersverordening), regels uit lokale verordeningen over erfgoed, geur en afvoer van hemel- en grondwater, en de bruidsschat (rijksregels die naar de gemeente zijn overgegaan) opgenomen. Ter plaatse van het projectgebied maken drie voormalige bestemmingsplannen, namelijk het bestemmingsplan ‘Dorpskern Lichtenvoorde’, ‘Facetbestemmingsplan parkeren’ en ’Parapluplan Archeologie’, onderdeel uit van het tijdelijke deel omgevingsplan. Bestemmingsplan ‘Dorpskern Lichtenvoorde’ Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 25 mei 2010. Het projectgebied heeft op basis van dit bestemmingsplan twee enkelbestemmingen. Het grootste deel valt binnen de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’ (oranje), de overige gronden vallen binnen de enkelbestemmingen ‘Wonen’ (geel) en ‘Tuin’ (groen). Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding ter plaatse van het projectgebied.

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Dorpskern Lichtenvoorde’, met het projectgebied aangeduid met rood kader.

7

Enkelbestemming ‘Maatschappelijk’

De gronden met de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen. Hierin wordt verstaan: “educatieve, sociale, medische, culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening alsmede soortgelijke voorzieningen, of een combinatie daarvan, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen”. De gronden ter plaatse van het gemeentehuis, de parkeerplaats en het voormalige postkantoor hebben tevens de functieaanduiding ‘openbare dienstverlening’. Binnen deze aanduiding zijn voorzieningen toegestaan. Gebouwen zijn uitsluitend binnen bouwvlakken toegestaan. Op het terrein van de voormalige Rabobank is tevens een maximale bouwhoogte van 8 meter opgenomen. Voor de riet gedekte villa geldt een maximale bouwhoogte van 11 meter. Voor het perceel van het raadhuis geldt een maximale bouwhoogte van 12 meter en een maximum bebouwingspercentage van 80%. Voor het terrein van het voormalige postkantoor geldt aan de Raadhuisstraat een maximale bouwhoogte van 8 meter en een maximum bebouwingspercentage van 75%. Voor het deel van het postkantoorterrein aan de Middachtenstraat geldt een maximale bouwhoogte van 35 meter. De bestaande school kent de functieaanduiding ‘onderwijs’. Hier is een schoolgebouw toegestaan.

Op het terrein van de school geldt een maximale bouwhoogte van 10 meter en een maximum bebouwingspercentage van het bouwvlak van 30%. Enkelbestemming ‘Wonen’

In het noordwestelijk deel van het projectgebied heeft een deel van de gronden de bestemming ‘Wonen’. Echter is hier geen bouwvlak of aanduidingen gelegen, waardoor hoofdgebouwen hier niet zijn toegestaan. Enkelbestemming ‘Tuin’

In het noordwestelijk deel van het projectgebied ligt tevens een tuinbestemming. De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bestemmingsplan ‘Facetbestemmingsplan parkeren’ Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 5 juni 2018. In dit facetbestemmingsplan worden de gemeentelijke parkeernormen opgenomen en bewerkstelligd dat deze normen doorwerken in de reeds vastgestelde bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre. Bestemmingsplan ‘Parapluplan Archeologie’ Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 22 februari 2022. Dit is een thematisch bestemmingsplan voor archeologie. Het projectgebied heeft hierin voor het grootste deel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde 2’. De hiermee bestemde gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden van de gronden. Hier geldt dat bodemingrepen ten behoeve van

8

bouwwerken van groter dan 250m2 en dieper dan 40 centimeter onder het maaiveld meter alleen zijn toegestaan met een omgevingsvergunning, waarbij geldt dat de omgevingsvergunning enkel wordt afgegeven indien een archeologisch rapport wordt overlegd. Het zuidelijke deel van het projectgebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologisch waardevol gebied 1’. Hier geldt dat grondroerende werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld verboden zijn zonder een omgevingsvergunning. Bruidsschat De bruidsschat is een onderdeel van het omgevingsplan dat regels bevat over onderwerpen waarover in het verleden door het Rijk regels werden opgesteld. Dit zijn dus gedecentraliseerde regels. De regels gaan over bouwwerken, open erven en terreinen (afdeling 22.22), milieubelastende activiteiten (afdeling 22.3), het aanleggen of wijzigen van (spoor)wegen zonder geluidproductieplafonds (afdeling 22.4) en gemeentelijke omgevingsvergunningen (afdeling 22.5).Geen van de regels uit de bruidsschat is relevant voor onderhavig project.

2.3

Toekomstige situatie Ruimtelijke visie gemeentehuis e.o. In het programma Geef Lichtenvoorde Kleur (GLK) is één van de concrete projecten het opstellen van een visie voor het gebied rondom het gemeentehuis in Lichtenvoorde. Het opstellen van een visie is een eerste stap in de ontwikkeling van het gebied en vormt de basis voor verdere planuitwerking, waaronder voorliggende wijziging omgevingsplan. In een latere fase worden onder andere ook het stedenbouwkundig ontwerp en het inrichtingsplan van de openbare ruimte gebaseerd op de ruimtelijke visie. De Ruimtelijke visie gemeentehuis e.o. is opgesteld door SAB en vastgesteld door de gemeenteraad op 17 december 2024 (zie bijlage 1). Navolgende afbeelding toont een voorbeelduitwerking voor het ontwikkelgebied. Het project omvat de volledige herinrichting van het gebied rondom het raadhuis. In de toekomstige situatie zal de openbare ruimte opnieuw ingericht worden. Ook zal er bebouwing gesloopt worden en zal er ruimte geboden worden aan nieuwbouw. Ten slotte zal het gebruik van locaties wijzigen.

9

Toekomstige inrichting projectgebied (bron: SAB).

Herinrichting openbaar gebied Het openbare gebied zal grotendeels opnieuw ingericht worden. Er zal in de nieuwe inrichting meer aandacht zijn voor groen en klimaatadaptatie. Parkeerplaatsen worden vervangen door groen en ten oosten van de Raadhuisstraat door een appartementengebouw. Voormalig postkantoor Het postkantoor aan de Raadhuisstraat zal gedeeltelijk gesloopt worden. De zuidelijke uitbouw zal gesloopt worden en alle laagbouw op het achterterreindie zich uitstrekt tot aan de Middachtenstraat. De kern van het postkantoor zal blijven staan en zal in gebruik worden genomen als twee-onder-één-kap-woningen. Het gedeelte van het postkantoorterrein dat aan de Middachtenstraat grenst (perceel 8692) zal als bouwkavel verkocht worden. Hierop kan één vrijstaande woning worden gerealiseerd. Voormalige Rabobanklocatie De Rabobanklocatie valt uiteen in twee delen. In het noorden staat een rietgedekte villa die als kantoor in gebruik is geweest. Deze villa zal ‘as is’ als woonhuis verkocht worden. Ten zuiden van de villa stond in het verleden een kantoorgebouw van de Rabobank. Dit gebouw is inmiddels afgebroken. Het terrein, dat nu in gebruik is als parkeerplaats, zal bebouwd worden met een woongebouw met maximaal 20 appartementen.

10

Schoolgebouw De Sint Ludgerusschool, ook wel bekend als de St. Jorisschool, aan de Varsseveldseweg 8-14 is en blijft eigendom van de gemeente. De gemeente wil een deel van het gebouw in gebruik nemen als werkplek of overlegruimte. Het overige deel wil ze verhuren voor maatschappelijke functies. Om het eigen gebruik en de verhuur mogelijk te maken is een verbreding van de maatschappelijke noodzakelijk. Cultuurhistorische dubbelbestemming op twee panden De rietgedekte villa en het voormalige postkantoor hebben geen monumentenstatus, maar worden wel als cultuurhistorisch waardevol beschouwd. De bescherming van cultuurhistorische waarden zal hier vastgelegd worden in een werkingsgebied. Terreininrichting en stedenbouw Het projectgebied zal opnieuw worden ingericht. Door enkele ingrepen wordt de ruimtelijke en kwalitatieve samenhang van het gemeentehuis en de directe omgeving versterkt. Deze ingrepen zorgen voor een passende structuur die aansluit bij de huidige omgeving. Het oude Raadhuis krijgt een meer centrale positie en wordt een groen parkplein worden gerealiseerd die aansluit bij het bestaande groene park aan de overzijde van de Varsseveldseweg. Er zal veel aandacht zijn voor groen. Het wegprofiel van de Raadhuisstraat zal versmald worden. Het voorplein van het raadhuis kan in de toekomst groener worden ingericht. Ook het terrein achter het raadhuis zal groener worden.

Parkeren wordt verspreid over verschillende kleine locaties waarin steeds enkele parkeerplaatsen gebundeld zijn. Er komen openbare parkeerplaatsen aan de Raadhuisstraat, op de voormalige Rabobanklocatie, achter het raadhuis en op het achterterrein van de school. Parkeren en ontsluiting In de nieuwe situatie zal voorzien worden in de parkeerbehoefte ter plaatse van de nabijgelegen sportvelden verderop aan de Raadhuisstraat. Duurzaamheid In het project wordt rekening gehouden met duurzaamheid. De vergroening draagt bij aan de klimaatadaptiviteit van de openbare ruimte. De nieuwe woningen zullen gasloos, klimaatrobuust en energieneutraal worden ontwikkeld.

2.4

Strijdigheden met het tijdelijke omgevingsplan Het voornemen is op grond van het omgevingsplan van de gemeente Oost Gelre niet toegestaan. De te realiseren woningen passen niet binnen de maatschappelijke functie, het te realiseren appartementencomplex past qua maatvoering niet binnen de huidige bouwregels en het gebruik van het schoolgebouw zal uitgebreid worden met andere maatschappelijke functies. Het voornemen is daarom op verschillende onderdelen in strijd met het tijdelijke omgevingsplan.

11

3 Beleidskader 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: − Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. − Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. − Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Toetsing De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij twee prioriteiten uit de NOVI. De vernieuwde inrichting van de openbare ruimte draagt bij aan verbetering van de klimaatadaptatie in het gebied. Omdat de nieuwe woningen gasloos, klimaatrobuust en energieneutraal zullen worden, draagt het initiatief ook op een bescheiden manier bij aan de energietransitie. Het project vormt, omdat het een vernieuwing van het centrumgebied van het dorp is, een bijdrage aan sterke en gezonde steden en regio’s. Voor wat betreft de afwegingsprincipes past het project vooral bij het tweede en het derde principe. Het voornemen zorgt ervoor dat er in het centrum van het dorp functies worden gerealiseerd die passend zijn op deze locatie. Het voornemen is passend in het kader van de kenmerken en de identiteit van het gebied. In het project wordt het project toekomstbestendig ingericht. De functies die worden gerealiseerd zullen ook in de toekomst gewenst zijn en de groene inrichting zorgt ervoor dat er ook in de toekomst een prettige openbare ruimte kan zijn. Hiermee wordt

12

afwenteling voorkomen. Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat het project derhalve aansluit bij de NOVI. 3.1.2

Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is één van de vier AMvB’s die invulling geven aan de Omgevingswet. In het besluit staan: − instructieregels voor programma’s, omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en projectbesluiten: het betreft onder meer normen en regels voor geluid en geur van bedrijfsmatige activiteiten, externe veiligheid en erfgoed, maar ook inhoudelijke randvoorwaarden voor de programma’s voor de kwaliteit van de buitenlucht, de waterprogramma’s, de actieplannen geluid en de beheerplannen voor Natura 2000-gebieden. − omgevingswaarden: het Bkl bevat o.a. omgevingswaarden voor luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater. − regels voor omgevingsvergunningen: dit betreft de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of intrekken van een omgevingsvergunning.

− monitoring en informatie: dit gaat over de regels over monitoring, gegevensverzameling, gegevensbeheer, toegang tot gegevens, kaarten en verslagen over de toestand van de fysieke leefomgeving. Toetsing Raadpleging van het Omgevingsloket toont aan dat er in het projectgebied op basis van het Bkl twee gebiedsaanwijzingen van toepassing zijn: − Gebieden waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren; − Uitsluitingsgebieden hyperscale datacentra. In het project wordt géén windturbine gebouwd en géén hyperscale datacentrum ontwikkeld. De beschreven regels zijn daarmee niet relevant voor het project. Het voornemen is daarmee niet in strijd met het gestelde in het Bkl.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. De essentie van de laddertoets is dat bij een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling steeds sprake moet zijn van een aantoonbare actuele marktbehoefte en dat er uitdrukkelijk moet worden gekeken naar de ruimtelijke effecten. Toetsing Toetsing aan de Ladder houdt in dat bij een ruimtelijke procedure, die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving wordt bijgevoegd van de 13

behoefte aan die ontwikkeling en een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het initiatief betreft de herinrichting van de omgeving van het gemeentehuis. Hierbij worden twee nieuwe vrijstaande woningen toegevoegd, een tweekapper en een appartementencomplex met maximaal 20 woningen. In totaal worden er (maximaal) 24 woningen gerealiseerd. Voor wonen geldt dat bij woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De voorliggende ontwikkeling is dus ladderplichtig. Omdat het initiatief binnen stedelijk gebied wordt gerealiseerd, is een onderbouwing waarom het initiatief niet binnenstedelijk kan worden gerealiseerd niet van toepassing. Relevant blijft of er behoefte is aan het woningbouwplan. Onderhavige ontwikkeling betreft de herontwikkeling van de omgeving rondom het gemeentehuis. Het plan is hiermee een van de projecten vanuit het Programma Geef Lichtenvoorde Kleur uit 2017. Binnen het kader van het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid levert het initiatief een significante bijdrage aan het bereiken van de doelstelling over het toevoegen van deze type woningen. Voor de toetsing aan de diverse beleidskaders op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau wordt verwezen naar hoofdstuk drie van deze motivering.

De ontwikkeling voldoet vooral aan de provinciale, regionale en gemeentelijke kwalitatieve behoefte door het toevoegen van geschikte woningen voor verschillende type doelgroepen. Dit initiatief levert een waardevolle bijdrage aan het toevoegen van woningen in verschillende prijsklassen. Geconcludeerd kan worden dat met het initiatief gelegen in bestaand stedelijk gebied wordt voorzien in zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan woningen binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de (her)ontwikkellocatie. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g van het Bkl). 3.1.4

Conclusie rijksbeleid Voorliggend project is in overeenstemming met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie en -verordening Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De laatste actualisering werd op 31-03-2021 vastgesteld. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. − Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op 14

klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. − Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. − Circulaire economie: sluiten van kringlopen. − Biodiversiteit: werken met de natuur. − Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. − Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. − Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.

De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Toetsing Raadpleging van de digitale kaarten van de Omgevingsvisie en -verordening Gelderland (versie 03-03-2025) heeft uitgewezen dat er in het projectgebied drie relevante gebiedsaanwijzingen zijn. − Het projectgebied ligt in de Gelderse Streek Achterhoek.

Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Achterhoek wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Achterhoek. Bij stedelijke opgaven is het behoud van het karakteristieke dorpenlandschap van belang, met aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit

15

van de stadsranden. Bij het ontwerp van het gebied en de Ruimtelijke visie is rekening gehouden met deze kernkwaliteiten. − In het projectgebied is de uitbreiding van glastuinbouwgebieden toegestaan. Voorliggend project betreft geen glastuinbouw. − Het projectgebied ligt in het werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland. De faunabeheereenheid stelt een faunabeheerplan op waarin wordt vastgesteld hoe de omvang van populaties van in het wild levende dieren wordt beperkt en hoe schadeveroorzakende dieren bestreden kunnen worden. Bij voorliggend project is daar geen sprake van. Het project raakt niet aan de belangen die door de gebiedsaanwijzingen beschermd worden. 3.2.2

Regionale woondeal 2022 – 2030 Achterhoek In de Regionale Woondeal zijn afspraken ten aanzien van het aantal te realiseren woningen in de regio vastgelegd. Deze aantallen vloeien voort uit landelijke en provinciale afspraken. Het doel is om landelijk in totaal 900.000 woningen te realiseren voor 2030. Voor de provincie Gelderland geldt dat de afspraak is dat er in dezelfde periode in totaal 100.000 woningen worden gebouwd. In de Regionale Woondeal Achterhoek wordt gesproken over de bouw van 8.390 woningen tot en met 2030. Ook wordt dit aantal uitgesplitst per gemeente. Navolgende tabel toont deze verdeling per gemeente. In de gemeente oost Gelre dienen 895 woningen gerealiseerd te worden voor 2030. Aantal te realiseren woningen conform de afspraken uit de woondeal

Bron: Regionale woondeal 2022-2030 Achterhoek

Toetsing Zoals eerder aangegeven dient de gemeente Oost Gelre op basis van afspraken uit de Regionale Woondeal 895 woningen te realiseren voor 2030. Hiervan zijn er momenteel reeds 387 gerealiseerd. Er dienen dus nog meer dan 500 woningen gerealiseerd te worden. Indien gekeken wordt naar de status van de planvoorraad, dan blijkt dat er plannen zijn voor netto 693 extra woningen. Daarmee lijkt de planvoorraad voldoende voor de totale planbehoefte (zie navolgende tabel). Echter vallen slechts 316 van de woningen binnen de ‘harde’ plancapaciteit en 377 binnen de ‘zachte’ plancapaciteit. Een zachte plancapaciteit kent nog geen juridisch16

planologische status en het is daarmee nog deels onzeker of de volledig weergegeven zachte plancapaciteit uiteindelijk ook gerealiseerd zal worden. Daarom geeft de harde plancapaciteit, de hoeveelheid ruimtelijke ontwikkelingen die onherroepelijk vastliggen in een bestemmingsplan of omgevingsplan, een nauwkeuriger beeld van de planvoorraad. Als gekeken wordt naar de harde plancapaciteit, dan blijkt dat er slechts 316 woningen een juridisch-planologische onherroepelijke status hebben. Het verschil tussen de woonbehoefte en de harde plancapaciteit is dermate groot, dat er nog voldoende ruimte voor nieuwe woningbouwplannen in de gemeente Oost Gelre is. Tabel: woningbouwontwikkeling en planvoorraad voor de gemeente Oost Gelre

Bron: Awlo1 3.2.3

Conclusie Het provinciaal en regionaal beleid en de regelgeving uit de omgevingsverordening vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Groen en Verbonden Oost Gelre 2040 In deze Omgevingsvisie Groen en Verbonden beschrijft de gemeente hoe ze kijkt naar de ontwikkeling van de gemeente, welke kansen én uitdagingen er zijn en hoe de gemeente daarmee om wil gaan. Verkeer, werken, openbare ruimte, wonen, natuur en milieu, gezondheid, landelijk gebied: alles wat te maken heeft met de fysieke leefomgeving komt voorbij. Dit is beschreven aan de hand van vijf doelen: Oost Gelre in 2040... − ... heeft hechte en leefbare kernen − ... geeft ruimte aan ondernemen − ... blijft dichtbij en bereikbaar − ... is een gezonde en veilige leefomgeving − ... heeft een aantrekkelijk landelijk gebied vol leven. Deze doelen zijn verder uitgewerkt in actiepunten. Voor 'geeft ruimte aan ondernemen' zijn dat de volgende: − Worden we sterker als echte ondernemersgemeente met aantrekkelijke voorwaarden voor ondernemers. Dat betekent dat we werken aan duurzame, groene en klimaatadaptieve bedrijventerreinen. Daarbij zoeken we naar slimme verbindingen met de opwekking en inzet van hernieuwbare energie.

1

Geraadpleegd op 30 april 2025

17

− Maken we ruimte voor uitbreiding van de Laarberg waarbij we rekening houden met de geldende milieuwetgeving. − Zijn we terughoudend met het vestigen van bedrijven in de opslag- en distributie sector. − Zorgen we voor goede woningen en bereikbaarheid om jong talent en arbeidsmigranten aan te trekken. − Versterken we cultuurhistorische monumenten en landschappen in onze gemeente. Bij nieuwe invulling van gebouwen kiezen we een geschikte functie die recht doet aan de cultuurhistorische kwaliteiten. − Hebben we volop ruimte voor kleine en grote evenementen onder voorwaarden die we nog verder uitwerken. Deze voorwaarden passen binnen de geldende milieu- en (water) veiligheidsgrenzen. Toetsing De gemeente is ingedeeld in vier gebiedstypen: grote kernen, kleine kernen, plekken waar wordt gewerkt en het buitengebied. Het projectgebied valt binnen de grote kern (Lichtenvoorde). Binnen grote kernen spelen een aantal belangrijke opgaven. Eén van deze opgaven ligt in de vraag naar (betaalbare) woningen. Als gemeente wenst de gemeente aan te sluiten op de woonbehoefte van eigen inwoners en dan met name ouderen en starters, maar ook ruimte bieden voor vestigers (en potentiele werknemers) van elders. Bovendien ligt er een opgave in het zo compleet mogelijk en compact houden van de voorzieningen in de centra van de kernen.

Ten slotte zijn duurzaamheid en klimaatadaptatie thema’s in de kernen van belang. Voorliggend project sluit nadrukkelijk aan bij de gemeentelijke ambities. Op een inbreidingslocatie worden nieuwe woningen gerealiseerd die aansluiten bij de lokale vraag. Bovendien krijg het gebied een groenere invulling en is daarmee klimaatadaptiever en duurzamer dan in de huidige situatie. Gelet op het voorgaande is onderhavig project in overeenstemming met de gemeentelijke omgevingsvisie. 3.3.2

Geef Lichtenvoorde Kleur In 2017 is het programma Geef Lichtenvoorde Kleur (GLK) opgesteld. Inwoners, organisaties en ondernemers werd destijds gevraagd om hun ideeën voor Lichtenvoorde aan te reiken. Het doel was dat Lichtenvoorde in 2025 een kleurrijke 'hotspot' moet zijn in de Gelderse Achterhoek. Daarbij moet het programma een basis bieden om burgerinitiatieven te faciliteren, en om samen met burgers, organisaties en ondernemers aan de slag te gaan. Als hulpmiddel daarbij worden de ideeën uit Lichtenvoorde en bestaande plannen in het programma vertaald in een visie ten behoeve van de toekomst van Lichtenvoorde. Zo zijn er in het programma concrete projecten opgenomen. Toetsing In het programma staat de ontwikkeling van de omgeving van het gemeentehuis opgenomen als deelproject. De volgende ambities zijn hierin opgenomen: − Het vernieuwde gemeentehuis kan samen met de omliggende functies een mooie entree vormen aan deze zijde van het centrum.

18

− Een programmatische invulling van de karakteristieke voormalige school naast het gemeentehuis is wenselijk. − In de directe omgeving staan diverse panden leeg (o.a. voormalige Jorisschool en het voormalige postkantoor). − Er liggen kansen om de openbare ruimte integraal te verbeteren Al deze punten zijn meegenomen in voorliggend project. 3.3.3

Conclusie gemeentelijk beleid Het project is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.

19

4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Algemeen De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma’s waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen en programma’s die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.

Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma’s die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect.

4.1.2

Toetsing Met voorliggend project worden onder andere een appartementengebouw met 20 appartement gerealiseerd, de gebruiksmogelijkheden van een bestaande school verruimd en een maatschappelijke functie getransformeerd tot woning. In bijlage V van het Omgevingsbesluit wordt onder J11 het project ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’ in combinatie met ‘aanleg, wijziging of uitbreiding’ genoemd. Om te beoordelen of naar aanleiding van voorliggende ontwikkeling nadelige effecten op het milieu te verwachten zijn, is een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Omdat het een relatief kleine ontwikkeling betreft, zijn de verwachte negatieve effecten op het milieu klein. De m.e.r.-beoordeling is daarom bondig opgenomen in navolgende tabel

20

Aspect

Beoordeling milieueffecten

Natuur

Natura 2000-gebied Korenburgerveen, Willinks Weust en Bekendelle

(gebiedsbescherming)

liggen in de omgeving van het besluitgebied. Hierdoor dient een berekening met het AERIUS model te worden uitgevoerd. Deze berekening is uitgevoerd en hieruit volgt dat negatieve effecten kunnen worden uitgesloten (zie paragraaf 4.12).

Natuur

Er is een quick scan natuur uitgevoerd. Binnen het onderzoeksgebied

(soortenbescherming)

zijn op een aantal locaties potentiële verblijfsplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Daarnaast zou de gierzwaluw en de huismus ook potentieel voor kunnen komen of nestelen. Nader soortenonderzoek is noodzakelijk. Dit onderzoek wordt momenteel uitgevoerd (zie paragraaf 4.12).

Verkeer

De beoogde ontwikkeling zorgt voor een beperkte toename van de verkeersgeneratie (zie paragraaf 4.15). De omliggende infrastructuur heeft voldoende capaciteit om het extra verkeer op te vangen. Wat betreft verkeer worden derhalve geen negatieve milieueffecten verwacht.

Geluid

Beoordeeld moet worden of door een toename van verkeer of van de op het terrein nieuw ontplooide activiteiten sprake is van toename van de geluidbelasting naar de omgeving, en mogelijk daarmee een nadelig milieueffect. De nieuwe functies zijn geen geluidshinder veroorzakende functies en de toename in het aantal verkeersbewegingen is beperkt. Er worden voor wat betreft geluid derhalve geen negatieve milieueffecten verwacht.

Luchtkwaliteit

Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het project draagt Niet in Betekenende Mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties is geen sprake van een kans op wezenlijke verslechtering (zie paragraaf 4.5).

4.1.3

Conclusie Het aspect milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor het project.

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen Om een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie toe te staan, dient op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.89i en 5.89j) aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik. Een locatie is bodemgevoelig als hier een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of omgevingsvergunning. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend of toebehorend aan een bodemgevoelig gebouw, zoals een tuin of terrein. Onder een bodemgevoelig gebouw wordt verstaan; een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn.

21

Om aan te tonen of de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) noodzakelijk. Dit onderzoek moet uitwijzen of de locatie mag worden aangewend voor de beoogde ontwikkeling. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie zijn (op grond van artikel 5.89i Bkl) opgenomen in het omgevingsplan. In het tijdelijke omgevingsplan zijn de waarden gelijk aan het door het Bkl vastgestelde. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Het uitvoeren van asbest in het kader van ruimtelijke procedure niet noodzakelijk maar wel verplicht in het kader van de omgevingsvergunning bouwen. 4.2.2

Toetsing In het project worden woningen gerealiseerd op gronden waarvan de geschiktheid voor deze functie niet op voorhand duidelijk is. Er is daarom een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de gronden waarop voorheen het postkantoor en de Rabobank waren gevestigd2. Hieruit is gebleken dat het terrein op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt is voor het voorgenomen gebruik.

4.2.3

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het project.

4.3

Milieubelastende activiteiten

4.3.1

Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe, gevoelige functies, of milieuhinder-veroorzakende functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat er sprake zal zijn van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. De VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering is een hulpmiddel voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen bij en rondom bedrijven. In de VNG-brochure zijn voor bedrijfstypen richtafstanden opgenomen, die volgens de rechter indicatief zijn voor een goede ruimtelijke ordening, c.q. voor een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Hoewel de richtafstanden uit VNG-brochure niet bindend zijn, brengt het afwijken van de afstanden uit de VNG-brochure wel met zich mee dat het bevoegde gezag moet onderbouwen, vaak door nader specialistisch onderzoek, waarom desondanks afdoende rekening is gehouden met de samenhang van de relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en van de rechtstreeks daarbij betrokken belangen (art. 2.1, tweede lid van de Omgevingswet). Aanvullend milieuonderzoek kan bijvoorbeeld ook uitwijzen dat de richtafstanden geen recht doen aan een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling. 2

De Klinker (2025) Verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740 en asbestonderzoek volgens NEN 5897 Raadhuisstraat 4, 7-9 en 9a Lichtenvoorde. Rapportnummer: K2520029, 25 maart 2025.

22

De in de VNG-brochure opgenomen richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. Bij andere omgevingstypen kunnen andere richtafstanden gelden. In de VNG-brochure wordt gesteld dat het toegestaan is om bij drukkere (gemengde) gebieden de richtafstanden met één afstandsstap naar beneden bij te stellen. Een richtafstand van 50 meter is op die manier bijvoorbeeld te verlagen naar 30 meter (alleen wanneer het onderdeel gevaar de richtafstand bepaalt, moet dit nader worden gemotiveerd). Wanneer er voor een bepaalde bedrijvigheid wettelijke afstanden gelden, dan hebben deze voorrang op de richtafstanden. 4.3.2

Toetsing SAB heeft voor de beoogde ontwikkeling een quick scan milieubelastende activiteiten 3 opgesteld. De bevindingen uit dit advies worden navolgend beschreven. Hinder ten gevolge van de ontwikkeling op de omgeving De voorgenomen ontwikkeling omvat de realisatie van een hernieuwd centrumgebied met meer woningen en maatschappelijke gebruiksmogelijkheden. Daartoe worden op Varsseveldseweg 10 meer hinderveroorzakende functies mogelijk gemaakt: binnen ‘Maatschappelijk’ onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang, expositieruimte, bibliotheek, dagbesteding, en daarnaast ‘kantoor’. Bij beoordeling tot het bouwvlak van de dichtstbijzijnde woningen is gebleken dat aan de richtafstanden wordt voldaan. De ontwikkeling zal naar verwachting dus geen hinder veroorzaken en er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hinder ten gevolge van de omgeving op de ontwikkeling Uit toetsing van de maximaal planologische situatie is gebleken dat voor alle percelen kan worden voldaan aan de maximale indicatieve richtafstanden. De ontwikkeling zal dus naar verwachting geen hinder ervaren en er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Derhalve kan zowel voor hinder van de ontwikkeling als hinder op de ontwikkeling worden gesteld dat er sprake zal zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties op het gebied van milieubelastende activiteiten. Er is geen nader onderzoek benodigd.

4.3.3

Conclusie Het aspect milieubelastende activiteiten vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit project.

4.4

Geluid

4.4.1

Algemeen Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels

3

SAB (2025) Quick scan milieubelastende activiteiten Gemeentehuis Lichtenvoorde e.o., april 2025.

23

gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn regels vastgelegd die de toegestane geluidsbelasting begrenzen. 4.4.2

Toetsing Woningen zijn geluidsgevoelige objecten. In de omgeving zijn geen bronnen van geluidshinder aanwezig. Dit is uitgesloten in de quick scan milieubelastende activiteiten. Wel is het mogelijk dat de woningen geluidhinder ondervinden van wegverkeer. In dat kader is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar geluid afkomstig van wegverkeers4. Voor het akoestisch onderzoek is eerst bepaald welke akoestische bronnen relevant zijn voor het besluitgebied. Hieruit is gebleken dat de gemeentewegen Varsseveldseweg, Esstraat, Middachtenstraat, Raadhuisstraat, Rapenburgsestraat, Bleekwal, Kerkhoflaan, Schatbergstraat, Hagenstraat en Zieuwentseweg relevant zijn. Voor deze wegen zijn vervolgens de verkeersintensiteiten inzichtelijk gemaakt en de geluidswaarden bepaald. De waarden zijn vervolgens getoetst op de randen van het bouwplan van onderhavig project (zie navolgende afbeelding).

Hoogst berekende geluidbelasting vanwege gemeentewegen bebouwing ten noordoosten van de Raadhuisstraat (Bron: SAB).

4 SAB (2025) Akoestisch onderzoek geluid wegverkeer, Lichtenvoorde, Gemeentehuis e.o. 28 april 2025.

24

Hoogst berekende geluidbelasting vanwege gemeentewegen bebouwing ten zuidwesten van de Raadhuisstraat (Bron: SAB).

Hieruit wordt het volgende geconcludeerd: Gemeentewegen Als gevolg van de omliggende gemeentewegen wordt de standaardwaarde van 53 dB Lden niet overschreden. Er wordt derhalve voldaan aan het Bkl. Gecumuleerd en gezamenlijk geluid Voor onderhavig project is een hoogste gecumuleerde en gezamenlijke geluidbelasting waarneembaar van 51 dB Lden. Er wordt derhalve voldaan een goed akoestisch woon- en leefklimaat op de plaats van de ontwikkellocatie. 4.4.3

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend initiatief.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Algemeen Het Rijk toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10) dan verwacht mag worden. Soms worden hier de Rijksomgevingswaarden overschreden of is de achtergrondconcentratie zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project een Rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. Bij een aanvraag voor één of meerdere activiteiten in een aandachtsgebied, dient het effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit beoordeeld te worden. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl.

25

4.5.2

Toetsing In het project worden onder andere nieuwe woningen gerealiseerd. Het project wordt gasloos ontwikkeld. De enige mogelijke bron van verslechtering van de luchtkwaliteit zal de verkeersgeneratie zijn. In vergelijking met de bestaande situatie zal de verkeersgeneratie toenemen. Om aannemelijk te maken dat voorliggend project niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging, is de NIBM-rekentool gebruikt. Bij het opstellen van deze NIBM-tool is uitgegaan van de bruto verkeersgeneratie, zoals berekend in paragraaf 4.16. De verkeersgeneratie is dus een worstcase benadering.

Bron: Infomil/RIVM

Uit de berekening met de NIBM-tool blijkt dat de planbijdrage van het plan kleiner is dan de NIBM-grens van 1,2 μg/m3. Daardoor zal het project ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en is er verder geen nader onderzoek nodig. Bestaande Luchtkwaliteit

In het kader van voorliggende ontwikkeling is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico’s kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is de monitoringstool uit de Atlas Leefomgeving geraadpleegd. De monitoringstool geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM2.5 en PM10) in het projectgebied voor 2023 (de meest actuele cijfers). De monitoringstool maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in 2023 in het projectgebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. In de navolgende tabel is dit weergegeven.

26

Zichtjaar

Hoogst gemeten concentraties vervuiling aan de Klapstraat stikstofdioxide (NO2),

fijn stof (PM10),

fijn stof (PM2.5),

jaargem. concentratie

jaargem. concentratie

jaargem. concentratie

2023

12 μg/m3

18 μg/m3

8 μg/m3

Grenswaarden

40,0 μg/m3

40 μg/m3

25 μg/m3

Uit bovenstaande tabel wordt geconcludeerd dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen in 2023 ruim onder de grenswaarden liggen. Deze grenswaarden zijn op Europees niveau vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Er is dus geen sprake van een slechte luchtkwaliteit ter plaatse. 4.5.3

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

4.6

Omgevingsveiligheid

4.6.1

Algemeen Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl).

Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). In hoofdstuk 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn alle activiteiten opgenomen waarbij een vaste norm van toepassing is en voor welke activiteiten een berekening van PR-contour en aandachtsgebied vereist is.

27

Groepsrisico Het groepsrisico betreft de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als gevolg van een ongewoon voorval. Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Onder de Omgevingswet is gekozen voor een nieuwe benadering van het groepsrisico, met aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden laten zien op welke locaties extra aandacht nodig is om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden laten zien waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen gevaren uit de omgeving. Voorbeelden van die gevaren zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Via de aandachtsgebieden worden deze gevaren zichtbaar op de kaart, zodat direct duidelijk is welke gevaren waar op kunnen treden. Daardoor heeft het bevoegd gezag bij het nemen van besluiten over ruimtelijke ordening de risico’s van activiteiten met gevaarlijke stoffen meteen in beeld. Zo kan het bevoegd gezag ze al aan het begin van het planproces meenemen. Aandachtsgebieden zijn er voor brandgevaar, explosiegevaar en gifwolken. 4.6.2

Toetsing In het kader van onderhavig project is de risicokaart van de Atlas Leefomgeving geraadpleegd (zie navolgende uitsnede). Uit deze kaart blijkt dat de ontwikkellocatie zich niet bevindt binnen een PR 10-6-contour of het brand/explosie/gifwolkaandachtsgebied van risicovolle activiteiten, buisleidingen, watertrajecten, spoorroutes, luchtvaart of windturbines.

Uitsnede uit de risicokaart, met het projectgebied aangeduid met een rood kader (bron: Atlas Leefomgeving).

4.6.3

Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 28

4.7

Geur

4.7.1

Algemeen Er zijn diverse sectoren waarbij geurhinder een rol kan spelen, zoals onder meer bij veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen en (andere) milieubelastende activiteiten. De gemeente moet bij de vaststelling van (een wijziging van) het omgevingsplan rekening houden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Rekening houden met geur werkt twee kanten op: − bij het mogelijk maken van activiteiten met gebruiksruimte in de buurt van geurgevoelige gebouwen; − bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande activiteiten met gebruiksruimte (geurveroorzakende bedrijven). Aanvaardbare geurhinder De geur van een activiteit (met gebruiksruimte) op een geurgevoelig gebouw moet aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat de gemeente moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. Gemeenten bepalen zelf welke mate van geurhinder zij aanvaardbaar vinden. De gemeente legt in het omgevingsplan vast wat de plaats is waar waarden voor geur gelden. Ook kennen sommige activiteiten afstandsregels. Dit zijn minimumafstanden tussen een geurgevoelig gebouw en een geurveroorzakende activiteit.

4.7.2

Toetsing Voorliggend project betreft de realisatie van een hindergevoelige functie (wonen). Er dient dus te worden getoetst of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen ondervindt in het kader van geuroverlast als gevolg van milieubelastende activiteiten in en rondom het projectgebied. In de omgeving zijn geen hinderveroorzakende functies aanwezig. Er hoeft zodoende geen nadere toetsing aan het aspect geur uitgevoerd te worden. Wonen wordt niet gezien als een geurveroorzakende functie en daarom hoeft niet getoetst te worden of de nieuwe functie in de omgeving past.

4.7.3

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend project.

4.8

Trillingen

4.8.1

Algemeen Het omgevingsaspect trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor

29

continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. 4.8.2

Toetsing De voorgenomen ontwikkeling veroorzaakt geen trillingen. Daarnaast is het besluitgebied niet gelegen in de nabijheid van een spoor of andere trillingshinderveroorzakende activiteiten. Nader onderzoek wordt daarom niet nodig geacht.

4.8.3

Conclusie Het aspect trillingen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend project.

4.9

Veiligheid

4.9.1

Algemeen Het maken van een gezonde en veilige leefomgeving maakt deel uit van de centrale doelstellingen van de Omgevingswet. Veiligheid is een belangrijk thema omdat het bijdraagt aan de volksgezondheid. Het aspect veiligheid valt uiteen in omgevingsveiligheid, hoogwaterveiligheid, brandveiligheid en constructieve veiligheid. Regels over de verschillende veiligheidsaspecten worden opgenomen in het omgevingsplan. Gemeenten zijn verplicht de risico’s van rampen, crises en branden te adresseren door normen ervoor op te nemen in het omgevingsplan. Er is een zorgplicht voor zowel overheden als initiatiefnemers.

4.9.2

Toetsing De gemeente Oost Gelre heeft geen specifiek beleid ontwikkeld voor het thema veiligheid. Wel is er in samenwerking met andere gemeenten in de Achterhoek een integraal veiligheidsplan opgesteld. In het Integraal veiligheidsplan Achterhoek is er aandacht voor ondermijnende criminaliteit, zorg en veiligheid, jeugd en veiligheid, digitale veiligheid en leefbaarheid. De voorgenomen herinrichting past binnen dit veiligheidsbeleid. Er kan in het projectgebied een veilige woonomgeving worden gerealiseerd en de locatie is ook geschikt als veilige werkplek voor gebruikers van het raadhuis. De locatie is veilig in termen van sociale veiligheid, overstromingsveiligheid, omgevingsveiligheid en verkeersveiligheid.

4.9.3

Conclusie Het aspect veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

4.10

Gezondheid

4.10.1

Algemeen De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang door alle relevante aspecten - waaronder gezondheid - in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken. Gemeenten kunnen hun gezondheidsambities vastleggen in de omgevingsvisie, een programma en/of omgevingsplan. 30

In de bruidsschat worden regels gesteld voor bouw en gebruik die het beschermen van de gezondheid tot doel hebben. Het betreft hier de verplichting tot aansluiting op het drinkwaterleidingnet (paragraaf 22.2.3 artikel 22.11) , de aansluiting op het riool (paragraaf 22.2.3 artikel 22.12), het aantal inwoners per vierkante meter (paragraaf 22.2.4. artikel 22.16), de constructieve staat van gebouwen (paragraaf 22.2.4. artikel 22.18), de gevaren voor de gezondheid op open erven (paragraaf 22.2.5. artikel 22.20), de omgang met milieubelastende activiteiten (paragraaf 22.3.1. artikel 22.42) en de omgang met de milieukundige staat van de bodem gebouwen (paragraaf 22.3.7.2. artikel 22.129). Dit zijn regels voor gezondheidsbescherming. Het aspect gezondheid wordt in deze paragraaf getoetst aan het gemeentelijk gezondheidsbeleid en aan de bruidsschat. De gemeente Oost Gelre heeft geen specifiek opgesteld gezondheidsbeleid. Er wordt aandacht besteed aan dit aspect in de ‘Omgevingsvisie Groen en verbonden Oost Gelre 2040’. De gemeente streeft ernaar om voorzieningen voor gezondheid en welzijn op peil te houden in een vergrijzende gemeente. Daarnaast streeft de gemeente naar een gezonde leefomgeving. Dit is een leefomgeving die groen is en waarin het aantrekkelijk is om gezond te leven. Omdat te bereiken dient rekening gehouden te worden met de gesteldheid van het water en de bodem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16087575/1