CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

koersdocument omgevingsvisie oost gelre

Raadscommissie 26 januari 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Koersdocument Omgevingsvisie Oost Gelre11.766 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Fase 3: ontwerpvisie en vaststelling Een logische volgende stap is het bouwen van een ontwerpvisie op basis van elementen uit de verschillende scenario’s/alternatieven. •

Stap 1: Organisatie stelt ontwerpvisie op

•

Stap 2: Publiceren ontwerpvisie en het MER (advies m.e.r.-commissie. (verplicht))

•

Stap 3: Formele inspraakronde op ontwerpvisie (afhankelijk van opmerkingen, eventuele aanvullende bijeenkomst of activiteiten)

•

Stap 4: Vaststellen van de visie

Resultaat fase 3: Door de gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie, inclusief een beoordeling van de milieueffecten.

In elke fase zal er sprake zijn van participatie. Het voorstel is om na elke fase de resultaten terug te koppelen naar de gemeenteraad. De gemeenteraad is gedurende het hele proces betrokken (ook via de raadswerkgroep) en stelt middels dit Koersdocument vooraf de kaders voor de Omgevingsvisie vast (inhoud en proces). Op basis van de resultaten van een bepaalde fase kan de gemeenteraad het college van B&W aanvullend een richting meegeven voor de volgende fase.

Vanwege de te verwachten milieugevolgen en de aanwezigheid van Natura2000-gebieden is ook in alle opties rekening gehouden met de m.e.r-procedure. Er is wel variatie mogelijk in de intensiteit van

27

de betrokkenheid van de commissie voor de m.e.r.. Die is vrijwillig bij de start (notitie Reikwijdte en Detailniveau) maar verplicht bij de beoordeling van de milieueffecten in de aanloop naar de vaststelling van de Omgevingsvisie. Het uitwerken van scenario’s/alternatieven is een gebruikelijke stap in een ontwerpproces. Het stimuleert de creativiteit en de discussie. Vanuit die gedachte maakt het werken met alternatieven ook onderdeel uit van de m.e.r-procedure. De achterliggende gedachte daar is dat op die manier ook alternatieven in beeld komen met minder schade voor de omgeving c.q. een grotere positieve bijdrage. Het is de bedoeling om de discussie over de scenario’s/alternatieven te gebruiken om een voorkeursalternatief uit te werken. In dit geval in de vorm van een ontwerp-Omgevingsvisie. Het is dus niet de bedoeling om één van de scenario’s/alternatieven te kiezen.

4.2.2. De opties De discussie met de raadswerkgroep, het college van B&W en de projectgroep over de drie opties spitste zich vooral toe op de volgende onderwerpen: •

De mate van samenhang en integraliteit

•

Het detailniveau voor de Omgevingsvisie

•

De mate van participatie, advisering versus coproductie

•

Al dan niet een knip in het proces vanwege de gemeenteraadsverkiezingen.

De discussie wijst uit dat er overeenstemming is over de mate van detailniveau en de vormgeving van het proces in relatie tot de gemeenteraadsverkiezingen. Op basis van de hiervoor beschreven argumenten wordt voorgesteld te kiezen voor een visie op hoofdlijnen en een knip in het proces rondom de gemeenteraadsverkiezingen. De discussie over samenhang/integraliteit en participatie heeft geleid tot drie opties voor het proces. De voor- en nadelen van de verschillende opties worden vanuit drie perspectieven beschouwd: •

De bedoeling van de Omgevingswet (integrale aanpak versus lokaal maatwerk)

•

Draagvlak

•

Inspanningen en kosten

De drie opties zijn: 1.

Integrale visie op buitengebied coproductie op selectie van thema’s

2.

Integrale visie met maximale coproductie

3.

Sectorale visie met coproductie op selectie van thema’s

(Zie ook bijlage 1: Inspiratie voor de uitwerking van de opties) De voorkeur gaat uit naar optie 1. Deze sluit het best op de situatie in Oost Gelre, waarbij vooral voor het buitengebied een inhaalslag nodig is en voor de kernen recent veel beleidsdiscussies zijn gevoerd. Optie 1: Integrale visie op buitengebied coproductie op selectie van thema’s •

Integrale scenario’s/alternatieven voor het buitengebied. Voor de kernen kan worden volstaan met combinaties van recent vastgestelde doelen met een variabele ambitie.

•

Coproductie vooral ingezet voor het buitengebied en enkele thema’s voor de kernen die nog niet aan bod zijn gekomen bij de recente participatie, bijvoorbeeld over leefbaarheid en wonen.

28

Optie 1 sluit iets minder aan op de doelstelling van de Omgevingswet. Maar er is nog steeds een vergaand integrale Omgevingsvisie te realiseren, gebruik makend van het recent vastgestelde beleid en de visies voor de kernen. Qua draagvlak zijn nog steeds goede resultaten te behalen als gekozen wordt voor coproductie voor die onderwerpen en gebieden waar daar ook echt behoefte aan is.

Op basis van de analyse is de verwachting dat het goed is om aan de slag te gaan met werkgroepen (coproductie) voor de volgende thema’s: •

Biodiversiteit, groen, landschap, energie, klimaatadaptatie en duurzame landbouw, in de vorm van een integrale werkgroep voor het buitengebied. Daar grijpen veel opgaven op elkaar in. En er is de afgelopen jaren weinig aandacht besteed aan een samenhangende visie.

•

Toekomstbestendige economie, omdat dit de motor is voor de gemeente Oost Gelre en een circulaire economie vraagt om belangrijke aanpassingen.

•

Welzijn, zorg en gezondheid (vanuit bestaande lijnen WMO, BMV Mariënvelde). Omdat goede zorg en beheersing van de zorgkosten met het oog op de te verwachten vergrijzing van groot belang is voor Oost Gelre.

NB Het is natuurlijk denkbaar dat de eerste ronde participatie leidt tot wensen voor aanvullende werkgroepen voor bepaalde thema’s, kernen of gebieden. Vooralsnog worden geen werkgroepen voorzien voor de volgende thema’s: •

Energietransitie: hier loopt al een proces in het kader van de regionale energiestrategie (RES), waar van afgetapt kan worden. Coproductie is richting uitvoering wel interessant. Energietransitie en klimaatadaptatie komen wel aan bod in de werkgroep buitengebied.

•

Klimaatadaptatie: ook hier wordt gewerkt met een proces van dialogen waarvan afgetapt kan worden. Coproductie is ook hier richting uitvoering interessant op wijk/buurtniveau.

•

Wonen en leefbaarheid: er loopt al een dialoog voor de kleine kernen. Mogelijk is voor Groenlo en Lichtenvoorde aanvullende inzet nodig.

•

Veiligheid: heeft al veel aandacht gehad.

•

Regionale samenwerkingen: leent zich niet goed voor een werkgroep en coproductie.

Optie 2: Integrale visie met maximale coproductie •

Een integrale visie met maximale coproductie betekent, na de analyse, werken aan integrale scenario’s/alternatieven, zowel voor het buitengebied als voor de kernen. En bouwen aan een integrale visie waarin sectorale ambities tegen elkaar worden afgewogen en heldere keuzes worden gemaakt

•

Maximale coproductie betekent dat de Omgevingsvisie als geheel in nauwe samenwerking met de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in Oost Gelre wordt opgesteld.

Het is duidelijk dat optie 2 optimaal tegemoetkomt aan de bedoeling van de Omgevingswet. Integraliteit en participatie zijn sleutelbegrippen. Qua draagvlak scoort optie 2 op het eerste gezicht ook optimaal vanwege de nauwe samenwerking met alle betrokkenen. Maar optie 2 kan ook leiden tot onbegrip vanwege de recente participatie over

29

bijvoorbeeld leefbaarheid en wonen in de kernen. Het is daarom belangrijk om kritisch te bekijken wat kan worden overgenomen of opnieuw moet worden besproken.

Het mag ook duidelijk zijn dat optie 2 qua inspanningen en kosten veel vraagt van de gemeentelijke organisatie (zie ook hoofdstuk 5). Het is de vraag of alle thema’s zich even goed lenen voor coproductie. Sommige thema’s zijn nog erg abstract en worden interessanter voor coproductie als de uitvoering dichterbij komt, zoals energietransitie en klimaatadaptatie. Voor die thema’s kan de Omgevingsvisie wel het kader vormen voor toekomstige coproductie. Bij optie 1 is kort toegelicht welke thema’s zich lenen voor coproductie. Optie 3: Sectorale visie met coproductie op selectie van thema’s •

In deze optie zijn de scenario’s/alternatieven niet integraal, maar bestaan ze uit combinaties van doelstellingen voor verschillende thema’s.

•

De participatievorm adviseren overheerst en voor mogelijk een enkel thema of gebied wordt gekozen voor coproductie.

Optie 3 is geen logische keuze vanuit de Omgevingswet. De combinatie van sectorale doelen leidt niet tot een integrale afweging en schuift lastige keuzes door in de tijd. De beperkte participatie zal waarschijnlijk vooral voor het buitengebied tot beperkt draagvlak leiden. Gezien de grote thema’s (biodiversiteit, klimaatadaptatie, toekomst voor de landbouw) ligt daar een nauwe samenwerking met betrokkenen meer voor de hand. Optie 3 leidt tot kleinere inspanningen en lagere kosten voor de gemeentelijke organisaties.

30

5.

Planning, organisatie menskracht en middelen

In dit hoofdstuk is een voorstel voor de planning, organisatie en inzet van menskracht en middelen uitgewerkt.

5.1.

Planning

Uitgaande van voorgaande procesbeschrijving zou de planning er als volgt uit kunnen zien: •

Februari 2021, vaststelling Koersdocument

•

Januari – maart, voorbereiding analyse en detailuitwerking participatie

•

April – mei,

•

Juni – juli, verwerking resultaten participatie en terugkoppeling naar deelnemers, college van

eerste ronde participatie

B&W en raad •

Augustus – september, uitwerking scenario’s/alternatieven

•

Oktober – november, tweede ronde participatie

•

December – januari, terugkoppeling resultaten participatie aan deelnemers, college van B&W en raad

•

Maart 2022, gemeenteraadsverkiezingen

•

Februari – juli, uitwerken ontwerp-Omgevingsvisie inclusief m.e.r., mede op basis van de uitkomsten van de verkiezingen en het nieuwe coalitieakkoord

•

September - oktober, participatie (inspraak) ontwerp-Omgevingsvisie + MER

•

December 2022, vaststelling Omgevingsvisie door gemeenteraad

Bij de planning zijn de volgende kanttekeningen te maken: •

Als er wordt gekozen voor optie 1 of 2 (met coproductie), dan is het logisch dat de planning mede wordt bepaald door de voortgang van de activiteiten van de werkgroepen. De doorlooptijd zal daardoor waarschijnlijk wat langer worden, passend bij de beoogde knip in het proces rond de verkiezingen.

•

In de voorgaande planning is inhoudelijke uitwerking en participatie opgeknipt. Bij de onderwerpen waar coproductie aan de orde is, zal het proces van de werkgroepen waarschijnlijk doorlopen in de periode die gereserveerd is voor de terugkoppeling. Bij de uitwerking zal sprake

31

zijn van nauwe interactie tussen de eventuele werkgroepen en de projectorganisatie van de gemeente.

5.2.

Organisatie, menskracht en middelen

5.2.1. Organisatie Op basis van ervaringen elders is het voorstel om te werken met een relatief kleine projectgroep met een inhoudelijke tweede ring eromheen. Hierdoor kan er efficiënt en effectief gewerkt worden aan de verschillende opgaven en de onderlinge samenhang. Daarbij is het wel belangrijk dat de leden van de projectgroep goed contact onderhouden met, en waar nodig gebruik maken van de aanwezige deskundigheid op specifieke onderwerpen. Disciplines die bij voorkeur deel uitmaken van de projectgroep zijn: •

Projectmanagement

•

Communicatie

•

Ruimtelijke ordening, landschap en stedenbouw

•

Leefbaarheid/gezondheid

•

Economie

•

Duurzaamheid

Vanuit de projectgroep wordt de regie op inhoud en proces gevoerd. De overige inhoudelijke disciplines worden bijvoorbeeld via een maandelijkse workshop betrokken bij de inhoudelijke uitwerking van de Omgevingsvisie.

De ring daaromheen bestaat onder andere uit: •

Recreatie en toerisme

•

Verkeer en bereikbaarheid

•

Wonen

•

Energie

•

Water/klimaatadaptatie

•

Evenementen

•

Cultuurhistorie

•

Sociaal domein

•

Regisseur kleine kernen en accountmanager Groenlo/Lichtenvoorde (meedenken over proces)

Aanvullend lijkt het wenselijk om regelmatig af te stemmen met Personeel en Organisatie (organisatieontwikkeling/ cultuurverandering o.a. uitgewerkt in Ambtenaar 3.0 en Organisatieplan 2017-2020 → aandachtig, uitnodigend en eerlijk)

5.2.2. Menskracht Voor de leden van de projectgroep gaan we op basis van ervaring uit van een inzet van een dag per week (projectleider 2,5 dag per week). Daarbij is ervan uitgegaan dat de leden van de projectgroep

32

ook de participatiebijeenkomsten bemensen. Als er specifieke vraagstukken actueel zijn voor een bepaalde kern of bijeenkomst, kunnen uiteraard deelnemers uit de tweede ring aanschuiven. Voor de tweede ring is uitgegaan van een inzet van een dagdeel per persoon per week voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 september 2022. Daarna is sprake van een naar verwachting minder intensieve periode van inspraak, aanpassing en voorbereiding van besluitvorming.

De intensiteit van de inzet is verder afhankelijk van de mate van coproductie, vertaald in het aantal werkgroepen. Voor de ondersteuning van die werkgroepen is uitgegaan van gemiddeld 4 bijeenkomsten van een dagdeel per werkgroep met een dag voorbereidingstijd per bijeenkomst, dus in totaal 6 werkdagen per werkgroep. De inschatting is dat er gemiddeld een inzet van 0,5 dag per week wordt gevraagd van de projectgroep, ook voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 september 2022. Ook hier zal de inzet na 1 september 2022 kleiner zijn.

5.2.3. Middelen De inschatting is dat de organisatie zelf de capaciteiten heeft om de Omgevingsvisie te schrijven en de hierbij horende communicatie en participatie vorm te geven. Het is wel denkbaar dat er éénmalig een themadeskundige wordt ingehuurd op de thema’s of dat er wordt ingehuurd voor het maken van illustraties voor de Omgevingsvisie. Hierdoor zijn de externe kosten van de Omgevingsvisie beperkt. Voor het opstellen van het MER is inhuur wel noodzakelijk.

Op basis van praktijkervaring is de volgende raming ontstaan (bedragen zonder BTW tenzij anders vermeld):

Activiteit

Geraamde kosten

Uitwerken Omgevingsvisie*

€

100.000

Uitwerken NRD + m.e.r.

€

75.000

Inzet commissie voor de m.e.r

€

45.000

Communicatie & proces

€

49.000

Kosten werkgroepen bij optie 1

€

6.000

€

275.000

Totaal

Geen BTW

* Als de Omgevingsvisie in eigen beheer wordt opgesteld kunnen de kosten wat lager zijn. Maar dan zal wel vervangende capaciteit voor andere werkzaamheden moeten worden ingehuurd.

33

Bijlage 1: Inspiratie voor de uitwerking van de opties Om meer gevoel te krijgen bij de drie opties zijn ze in deze paragraaf verder uitgewerkt. Uitwerking volgt zodra een keuze uit de hiervoor beschreven opties is gemaakt. In alle gevallen is het van belang dat de participatie aansluit bij de cultuur en cultuurverschillen, de manier van werken en de ervaring tot nu toe met participatie. Randvoorwaarden voor het opstellen van de Omgevingsvisie/ het proces van de Omgevingsvisie: •

Cultuur: er is in de Achterhoek en in Oost Gelre een diepgewortelde cultuur van samenwerken en noaberschap. ‘Als er echt iets aan de hand is, dan zetten we samen de schouders eronder.’ Wel zijn er duidelijke verschillen tussen de kernen, dat vraagt om maatwerk per kern.

•

Manier van werken: hierbij staat de persoonlijke benadering centraal. De inwoners kennen de ambtenaren en de ambtenaren kennen de belangrijkste spelers in de kernen, bij de verenigingen en maatschappelijke organisaties.

•

Ervaring: de gemeente Oost Gelre heeft al veel ervaring met participatie, met goede voorbeelden en minder goede voorbeelden. De belangrijkste les: het is altijd een samenspel van gemeente en samenleving. Ook als het initiatief buiten het gemeentehuis ligt. En in de praktijk blijkt dat een bericht per post (brief, ansichtkaart) een goede aftrap vormt voor het betrekken van de inwoners bij de plannen en projecten van de gemeente.

Inspiratie uitwerking optie 1: Integrale visie buitengebied coproductie op selectie van thema’s De werkwijze is vergelijkbaar met optie 2, maar minder intensief en de rol van het burger/ ondernemerspanel is kleiner. Minder intensief, omdat voor de kernen vooral gebruik gemaakt wordt van recent vastgesteld beleid. Alleen voor het buitengebied wordt in een aantal stappen naar een integrale visie toegewerkt. Het ligt voor de hand werkgroepen voor het buitengebied, toekomstige economie en welzijn, zorg en gezondheid te installeren. Voor het overige is sprake van terughoudendheid ten aanzien van specifieke werkgroepen voor bepaalde thema’s. In een lichte variant kan worden volstaan met themabijeenkomsten. Het burger/ondernemerspanel heeft in deze optie een minder centrale rol en adviseert op basis van de input/rapportages van de gemeente. De resultaten van participatie, advies en overleg gaan rechtsreeks naar de gemeente. De hiervoor beschreven bijeenkomsten in de kernen vormen ook in optie 2 onderdeel van het participatieproces. Wellicht is clustering van enkele kernen denkbaar, maar de inzet van creatieve werkvormen is beperkt. De doelen en ambities voor de kernen zijn immers in grote lijnen al bepaald met het recent vastgestelde beleid.

Inspiratie uitwerking optie 2 Integrale visie met maximale coproductie De basis van het participatieproces zou kunnen bestaan uit: •

Starten met een bericht per post, bijvoorbeeld een ansichtkaart, waarin gevraagd wordt om een reactie en de bereidheid om op een gerichte selectie van onderwerpen mee te denken. Een digitaal burgerpanel aan het begin van elke fase is ook een optie; die is tot nu toe weinig gebruikt in Oost Gelre. Gebruik van digitale media kan vooral interessant zijn voor jongeren en jonge

34

ouders ‒ doelgroepen die traditioneel lastig te bereiken zijn. Op dit vlak heeft Oost Gelre goede ervaringen met een stagiair die rondom de energietransitie meer dan 100 leeftijdsgenoten wist te bereiken. Ook specifieke activiteiten gericht op scholen kunnen interessant zijn, direct om een jonge doelgroep te bereiken en ‘via de keukentafel’ worden indirect ook de ouders bereikt. •

Een specifiek burger/ondernemerspanel samenstellen dat een integrale adviserende rol krijgt naar de gemeente. Hierin moeten alle belangen op een goede manier geborgd zijn, vanuit buitengebied en kernen over alle thema’s heen. Samenstelling onder regie van de gemeente, met een duidelijke opdrachtverlening vanuit college van B&W.

•

Het burger/ondernemerspanel wordt gevoed met de analyse (fase 1), de scenario’s/ alternatieven (fase 2), de ontwerpvisie (fase 3), de resultaten van de participatie en het overleg met de maatschappelijke organisaties (zie hierna) in die fase. Het burger/ ondernemerspanel brengt elke fase advies uit aan het college van B&W.

•

Parallel voert het college van B&W elke fase overleg met de relevante maatschappelijke organisaties (inclusief dorpsbelangen) en de vaste adviseurs.

•

De directe participatie bestaat per fase in ieder geval uit een serie bijeenkomsten in de 8 kernen van de gemeente Lichtenvoorde, Groenlo, Harreveld, Lievelde, Mariënvelde, Vragender, Zieuwent en Zwolle. Bij een aanhoudende coronapandemie zijn ook digitale varianten denkbaar.

•

Afhankelijk van de belangstelling en de belangrijkste vraagstukken (opgehaald via ansichtkaarten?) kunnen per thema één of meerdere werkgroepen worden geformeerd die zorgen voor verdieping van de discussie en die initiatieven ontwikkelen gericht op oplossing van belangrijkste opgaven. Het ligt voor de hand een werkgroep buitengebied op te richten die integraal kijkt naar de opgaven en beoogde ontwikkeling van het buitengebied. Die werkgroep kan wellicht gebruikmaken van de resultaten (uiteraard alleen de hoofdlijnen) van de vele keukentafelgesprekken die gevoerd zijn voor de Agrarische Agenda. Er ligt een agenda van de sector. Het is de kunst die te verbinden aan de beoogde ontwikkeling voor het buitengebied. Ook hier geldt dat de werkgroepen bij de start in overleg met de gemeente een heldere opdracht formuleren, zodat er duidelijkheid is over de kaders, de aanpak en de te verwachten resultaten.

•

In aanvulling op de hiervoor benoemde bijeenkomsten ligt het bij optie 2 voor de hand te investeren in creatieve vormen van participatie voor verschillende doelgroepen die lastig te bereiken zijn, bijvoorbeeld jongeren en jonge ouders. Voorbeelden, deels al uit de praktijk van Oost Gelre, zijn chatsessies, social media, youtube, games, challenges, vloggen, fotowedstrijd, en een praatje bij de (mobiele) koffiebar.

Inspiratie uitwerking optie 3: Sectorale visie met coproductie op selectie van thema’s In optie 3 wordt het proces verder beperkt. Ook voor het buitengebied wordt geen integrale visie opgesteld. Gezien de actualiteit van de vraagstukken ligt het wel voor de hand werkgroepen op te richten voor belangrijke actuele thema’s, zoals de toekomst van de landbouw. In een lichte variant kan worden volstaan met themabijeenkomsten. Analyse, scenario’s/alternatieven en de ontwerpvisie bestaan in deze optie uit een bundeling van sectorale doelen.

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9627333/1