kadernota 2024-2027
Tekst van het document
Ontwikkeling algemene, integratie- en decentralisatie-uitkeringen
2024
2025
2026
2027
376
376
376
376
1.508 4.241
2.792
2.464
Jetten gelden
543
543
543
543
Belastingen en leges
163
327
490
654
Vrijval kapitaallasten
850
600
900
1.200
Taakstelling uitgaven
525
525
525
525
Ontwikkeling prijzen (inkoop lumpsum) Pagina 57 van 66
-1.000 -1.000 -1.000 -1.000
x € 1.000
2024
Ontwikkelingen rente
-1.300 -1.300 -1.300 -1.300
2025
2026
2027
Nieuwe cao ambtenaren
-900
-900
-900
-900
Structureel resultaat
765 3.412
2.426
2.562
2024
2025
2026
2027
376
376
376
376
Situatie compensatie vanuit het Rijk voor 70%: x € 1.000 Begrotingsuitkomst lopend jaar
Ontwikkeling algemene, integratie- en decentralisatie-uitkeringen Jetten gelden Compensatie Rijk
1.508 4.241 2.792 2.464 543
543
543
543
1.330 1.330 1.330 1.330
Belastingen en leges
163
327
490
654
Vrijval kapitaallasten
850
600
900 1.200
Taakstelling uitgaven
525
525
525
525
Ontwikkeling prijzen (inkoop lumpsum)
-1.000 -1.000 -1.000 -1.000
Ontwikkelingen rente
-1.300 -1.300 -1.300 -1.300
Nieuwe cao ambtenaren
-900
-900
-900
-900
Structureel resultaat
2.095 4.742 3.756 3.892
Ontwikkeling algemene-, integratie- en decentralisatie uitkeringen De ontwikkeling van de algemene uitkering is gebaseerd op de decembercirculaire 2022. Over alle jaren zien wij een positievere bijstelling van het accres dan de meicirculaire waar de begroting 2023 op is gebaseerd. De algemene uitkering is voor alle jaren geraamd op constante prijzen. De komende meicirculaire zal meer duidelijkheid geven over de ontwikkeling van de algemene uitkering voor de komende jaren. Het effect hiervan is, gelet op de financiële omvang, van wezenlijk belang voor onze financiële positie. Overgangsregeling algemene uitkering Het gemeentefonds wordt de komende jaren aangepast. Er komen minder maatstaven op grond waarvan de algemene uitkering over de gemeenten wordt verdeeld. De herijking is nodig, omdat de huidige verdeling Pagina 58 van 66
van het rijksgeld over de gemeenten in de loop der decennia is scheefgegroeid. Op basis van actuele informatie lijkt dit een neutraal gevolg te hebben voor onze gemeente. Het effect is daarom niet opgenomen in het overzicht.
Voorstellen van nieuw beleid De voorstellen voor nieuw beleid worden onderverdeeld in autonome ontwikkelingen (c.q. reeds genomen besluiten) en nieuw beleid. Beide leiden tot het volgende beslag op middelen. In de bijlage ("iets te kiezen model") vindt u de uitwerking van de voorstellen van nieuw beleid per programma. Voorstellen van nieuw beleid (investeringsniveau) Investeringsniveau (x € 1.000) Programma
2024
1. Wonen - autonome ontwikkelingen
2025
2026
2027
7.199
8.993
6.829
3.243
490
1.340
910
3.180
5.600
0
0
0
2. Welzijn - nieuw beleid
0
0
0
0
3. Werken - autonome ontwikkelingen
0
0
0
0
3. Werken - nieuw beleid
0
0
0
0
4. Dienstverlening - autonome ontwikkelingen
0
0
0
0
100
0
0
0
13.389
10.333
7.739
6.423
1. Wonen - nieuw beleid 2. Welzijn - autonome ontwikkelingen
4. Dienstverlening - nieuw beleid Totaal
Voorstellen van nieuw beleid (budgettaire lasten)
Budgettaire lasten x € 1.000 Programma
2024
2025
2026
2027
1. Wonen - autonome ontwikkelingen
857
1.413
1.819
2.050
1. Wonen - nieuw beleid
896
894
947
1.152
Pagina 59 van 66
Programma
2024
2025
2026
2027
2. Welzijn - autonome ontwikkelingen
487
528
508
308
2. Welzijn - nieuw beleid
961
588
613
583
3. Werken - autonome ontwikkelingen
222
147
97
0
3. Werken - nieuw beleid
150
65
65
65
4. Dienstverlening - autonome ontwikkelingen
57
50
50
50
4. Dienstverlening - nieuw beleid
322
277
132
132
-2.458
-1.602
-1.378
-1.229
1.494
2.360
2.853
3.111
Waarvan ten laste van reserve en voorzieningen Netto ten laste van de exploitatie
Financieel perspectief bestaand en nieuw beleid Uit het financieel perspectief van voortzetting van het bestaand beleid en uitvoering van de voorstellen van nieuw beleid blijkt de taakstelling die voorhanden ligt. Ook hierbij zijn de twee scenario’s van compensatie vanuit het Rijk weergegeven. Financieel perspectief geen compensatie Bestaand beleid en nieuw beleid met daarbij geen compensatie vanuit het Rijk, geven het volgende financieel resultaat (x € 1.000): 2024
2025
2026
2027
Structureel bestaand beleid
765
3.412
2.426
2.562
Voorstellen nieuw beleid
-1.494
-2.360
-2.853
-3.111
-729
1.052
-427
-549
Structureel overschot/tekort
Pagina 60 van 66
Financieel perspectief wel compensatie Bestaand beleid en nieuw beleid met daarbij wel compensatie vanuit het Rijk, geven het volgende financieel resultaat (x € 1.000): 2022
2023
2024
2025
Structureel bestaand beleid
2.095
4.742
3.756
3.892
Voorstellen nieuw beleid
-1.494
-2.360
-2.853
-3.111
Structureel overschot
601
2.382
903
781
Ontwikkeling van de reservepositie De ondergrens van de algemene reserve is € 4 miljoen. Onderstaande tabel toont de stand van onze vrij besteedbare reserve per balansdatum over de jaren 2024 t/m 2027 op basis van de onttrekkingen en dotaties als gevolg bestaand beleid en de voorstellen van nieuw beleid, rekening houdend met een compensatie vanuit het Rijk. Uit deze tabel blijkt dat de positie van de algemene reserve ruim voldoet aan de ondergrens van € 4 miljoen zoals eerder door de gemeenteraad is vastgesteld.
x € 1.000
2024
2025
2026
2027
Vrije besteedbare reserves
6.416
7.945
8.341
8.851
Beschikbare weerstandscapaciteit
7.784
9.313
9.708
10.219
Benodigde weerstandscapaciteit
-2.500
-2.500
-2.500
-2.500
Weerstandscapaciteit boven de norm
5.284
6.813
7.208
7.719
Pagina 61 van 66
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen en risicobeheersing Naast een structureel sluitende meerjarenbegroting is het voor de robuustheid van de gemeentelijke financiële positie noodzakelijk om te voldoen aan de gestelde norm voor het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle gekwantificeerde risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover wij kunnen beschikken om niet-begrote kosten op te vangen. De belangrijkste componenten van de weerstandscapaciteit zijn de vrij beschikbare reserves, de onbenutte belastingcapaciteit en de mogelijkheden om te kunnen bezuinigingen. Hoewel de stand van vrij besteedbare reserve niet voldoet aan de ondergrens zoals deze is vastgesteld door de gemeenteraad voldoet ons weerstandsvermogen nog steeds aan de norm. De som van vrij besteedbare reserve en onbenutte belastingcapaciteit is hoger dan becijferde gemiddelde schadelast van € 1.657.500 (bron programmabegroting 2023). De huidige coronacrisis brengt veel onzekerheden en nieuwe risico’s met zich mee die wij op dit moment nog onmogelijk kunnen overzien en kwantificeren. Het mag duidelijk zijn dat deze crisis gevolgen zal hebben voor het weerstandsvermogen.
We zien onder meer onzekerheden en potentiële (financiële) risico’s op de volgende terreinen: •
zorgverlening aan onze inwoners
•
maatregelen in het kader van de gezondheid
•
uitkeringen aan onze inwoners
•
subsidieverlening aan verenigingen en andere instellingen
•
ontwikkelingen in de grondexploitaties
•
bedrijfsvoering van onze organisatie
•
lopende en nieuw te starten projecten
•
financiering en bekostiging van onze activiteiten
•
heffing en invordering van lokale heffingen
De organisatie monitort voortdurend de ontwikkelingen en de hieraan verbonden risico’s en gevolgen voor onze begrotingspositie. Waar mogelijk worden dan ook maatregelen genomen om deze risico's te beheersen en/of de gevolgen hiervan te beperken. Het doen van voorspellingen is ook in deze fase van de crisis erg moeilijk. Hoewel de extra uitgaven van wege de crisis tot op heden voor een belangrijk deel gedekt kunnen worden uit de extra ontvangen Rijksmiddelen valt niet uit te sluiten dat in de toekomst een beroep moet worden gedaan op onze reservepositie.
Pagina 62 van 66
Financiële uitgangspunten Financiële uitgangspunten Met het oog op de voorbereiding van de begroting 2024 worden de volgende uitgangspunten voorgesteld: Nieuw beleid Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2024 wordt uitgegaan van aanvaard / bestaand beleid 2023 zoals vastgelegd in de programmabegroting 2023 inclusief de vastgestelde wijzigingen. Met betrekking tot de waardering en afschrijving vaste activa wordt aangesloten bij de verordening 212 en de uit de BBV voortvloeiende voorschriften . Prijsontwikkeling In de begroting 2024 wordt voor aanvaard / bestaand beleid een algemene prijsontwikkeling van 3,8% gehanteerd. Dit sluit aan met de prijsontwikkeling van het BBP voor 2023. In de samenstelling van de begroting 2024 worden de salarissen van maart 2023 als uitgangspunt genomen. Tevens dienen de normale periodieke verhogingen, meegenomen te worden. De onderhandelingen tussen de VNG en de vakbonden verlopen stroef. De vakbonden houden vast aan een looneis van 11,25% en daar staat een loonbod van de VNG van 5% voor per 1 februari 2023 en 3% per 1 april 2024. Vooralsnog gaan wij uit van een stijging van 8% als richtlijn. Als gevolg van de invoering van het btw-compensatiefonds per 1 januari 2003 worden de bedragen exclusief btw opgenomen. Een uitzondering hierop zijn onder andere de bedragen voor onderwijs, gezondheidszorg en kosten voor de decentralisaties.
Gemeenschappelijke regelingen De inwonerbijdrage mag niet meer stijgen dan de prijsmutatie Bruto Binnenlands Product zoals weergegeven in de septembercirculaire gemeentefonds van twee jaar voor het begrotingsjaar. Voor het percentage van 2024 kijken we naar de septembercirculaire 2023. Hierin staat een prijsontwikkeling van het BBP voor 2024 van 3,8%. Subsidies Het indexpercentage waarmee de subsidie maximaal mag stijgen wordt niet meer bepaald aan de hand van de septembercirculaire (methode trapje op trapje af). Het is niet meer reëel dat de indexering van de subsidies gelijk opgaat met de accresontwikkeling. In de normeringssystematiek wordt als basis niet langer meer de netto gecorrigeerde uitgaven gehanteerd, maar de totale rijksuitgaven (inclusief zorg en sociale zekerheid). De prijsindex voor subsidies wordt nu gelijkgesteld met de index voor gemeenschappelijke regelingen, de prijsindex van het Bruto Binnenlands Product. Dit is voor het jaar 2024 3,8%. Rente Het rentepercentage voor toevoeging van rente aan reserves, opgenomen in de staat van reserves en voorzieningen, wordt voor 2024 vastgesteld op 3%. Onttrekking uit de bestemmingsreserve met een Pagina 63 van 66
percentage van 0,5%, welk bedrag wordt toegevoegd aan de exploitatie. Het omslagpercentage wordt vastgesteld op 3%, in de begroting wordt het verwachte financieringsresultaat geraamd. Demografie/krimp De te verwerken autonome groei in 2024, aantal rioolaansluitingen, m2 onderhouden groen etc., wordt in de begroting meegenomen. In de toelichting dient expliciet te worden aangegeven met welke groei rekening is gehouden. Daarom niet meer opnemen bij nieuw beleid. Overige ontwikkelingen De tarieven voor riolering en afvalstoffenheffing moeten nog herberekend worden. Als aantal inwoners per 1 januari 2024 wordt 29.800 aangehouden. Financieel perspectief Het financieel perspectief wordt opgebouwd uit de onderdelen; voortzetting bestaand beleid, voorstellen van nieuw beleid en het bijbehorende dekkingsplan. Uiteindelijk moet dit verplicht leiden tot een structureel sluitende meerjarenbegroting. Maar ook tot een zekere robuustheid van onze financiële positie waarbij het noodzakelijk is over een vrij besteedbare reserve te beschikken, waarmee we tegenvallers kunnen opvangen. Zoals bekend is de financiële positie de afgelopen maanden fors verslechterd. Wij zijn daarin niet uniek, omdat de belangrijkste oorzaken liggen in besluitvorming op rijksniveau, en als er géén corrigerende maatregelen komen, maakt dat de opdracht lastig.
In de programmabegroting van 2021 en de meerjarenramingen 2022-2023 is een dekkingsplan opgenomen. Dit dekkingsplan is reeds meegenomen in de cijfers voor de programmabegroting 2022 en meerjarenramingen 2023-2025.
Pagina 64 van 66
Bijlagen Titel Subtitel
Pagina 65 van 66