CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

jaarstukken oost gelre 2020

Gemeenteraad 9 juni 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Jaarverslag en Jaarrekening 2020 Oost Gelre39.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Participatiewet

Structureel onvoldoende budget om de taken op grond van de Participatiewet te kunnen bekostigen. Maatregel: N.v.t.

Minimabeleid

Overschrijding budget minimabeleid.

90

Projecten en Investeringen Maatregel: N.V.T. (openeinderegeling) Aansprakelijkheid

Inkoop- en contractmanagement

Risico op schadeclaims en / of mislopen aanbestedingsvoordelen. Maatregel: Inrichten van een contractmanagementsysteem en betrekken van inkoopadviseur bij aanbestedingstrajecten.

Vergunningverlening, handhaving en toezicht

Aansprakelijkheid van gemeente voor schade tijdens een evenement als gevolg van toezicht falen. Aansprakelijkheid van gemeente voor schade na afgifte van een bouwvergunning. Maatregel: Risicoaansprakelijkheidsverzekering.

Ketenbeheer

Gesubsidieerde instellingen

Misbruik en / of oneigenlijk gebruik van subsidies, niet voldoen aan prestatieafspraken. Maatregel: Periodiek contact tussen beleidsmedewerker en gesubsidieerde instelling.

Discontinuïteit zorg aan inwoners

Risico dat zorgaanbieders zich terugtrekken uit de markt of failliet gaan en de zorg duurder moet worden ingekocht. Maatregel: Periodiek contact tussen CLM en zorgaanbieder.

Verbonden partijen en deelnemingen

SDOA

De inkomsten uit detachering van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is lager dan geraamd. Maatregel: Focus op governance, actief managen van risico's, monitoren ontwikkelingen.

BNG (Bank Nederlandse Gemeenten)

Dividend is lager dan verwacht. Maatregel: N.v.t.

VNOG

Financieel tekort kan niet worden opgevangen binnen eigen begroting of weerstandsvermogen. Maatregel: Focus op governance, actief managen van risico's, monitoren ontwikkelingen.

Garantstellingen en gewaarborgde geldleningen

Risico dat door de gemeente verstrekte geldleningen niet (volledig) worden terugbetaald en / of aangesproken wordt op afgegeven garantstellingen. Maatregel: Leningen en garanties worden enkel verstrekt aan door de gemeenteraad

91

Projecten en Investeringen goedgekeurde derde partijen met uitzodering van de achtervang overeenkomst met WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw) Middelenmanagement

Bouwleges

Risico op lagere inkomsten uit bouwleges dan geraamd. Maatregel: N.v.t.

Taakstellende bezuinigingen

Niet realiseren taakstellende bezuinigingen. Maatregel: Bewaking voorgang realisatie via reguliere tussentijdse rapportages.

Algemene Uitkering uit het Gemeenfonds

Risico is dat de inkomsten uit het Gemeentefonds afwijken van wat in de begroting geraamd is door: Ontwikkelingen in het accres (ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven); ontwikkelingen in de verdeelmaatstaven (bijvoorbeeld aantal inwoners/woonruimten); effecten van taakmutaties (bijvoorbeeld bij nieuwe taken voor gemeenten); effecten van onder- en overschrijdingen van het plafond van het btw-compensatiefonds; de mogelijkheid van een eenzijdige korting door een nieuw kabinet. Maatregel: Op de voet volgen van ontwikkelingen en tijdig vertalen van de circulaires naar de begroting.

Bundeling Uitkering Inkomensvoorziening Gemeenten (BUIG)

Bij een tekort op de bekostiging van de 3D's kan aanspraak worden gedaan op de vangnetregeling. Een eventueel tekort wordt aangevuld onder aftrek van een eigen risico. Maatregel: Aanvraag vangnetuitkering.

Financiering en renterisico

De rente op geld- en kapitaalmarkt in Europa zal in 2021 naar verwachting op een laag niveau blijven. De ECB zal de rente op de geldmarkt rond het nulpunt houden, de depositorente negatief houden en op de kapitaalmarkt zal de rente op een laag niveau blijven door de opkoopacties van obligaties door de ECB. Om de impact op de financiële crisis door het coronavirus te verzachten is het opkoopprogramma voor obligaties verruimd en is in de eerste helft van 2020 tot twee keer toe een extra opkoopprogramma aangekondigd. Maatregel: Door een spreiding in de looptijden van de leningenportefeuille aan te brengen beheersen we het renterisico op de vaste schuld. Door onze langlopende financiering te realiseren binnen de kaders van de renterisiconorm wordt het renterisico van de langlopende schuld op verantwoorde wijze beheerst.

Bedrijfsvoering Werving en ontslag van personeel.

Toename wachtgeld- en / of pensioenverplichtingen door (politieke) ontwikkelingen. Maatregel:

92

Projecten en Investeringen N.v.t. Tekort aan gekwalificeerd personeel. Maatregel: • Overdragen van kennis van oudere naar jongere collega's, • We werken aan goede (secundaire) arbeidsvoorwaarden om daarmee een aantrekkelijke werkgever te blijven.

Beschikbaarheid gekwalificeerd personeel

Verschil tussen aanwezige en gewenste competenties (ontwikkeling ambtenaar 3.0). Maatregel: We zetten het instrument strategische personeelsplanning in. We brengen in beeld welke formatie nu en in de toekomst nodig is. Daarnaast stellen we vast over welke competenties onze medewerkers moeten beschikken.

Cybersecurity en privacy

Informatiebeveiliging

Gemeenten zijn voor steeds meer beleidsterreinen verantwoordelijk en maken daarbij gebruik van de mogelijkheden van informatie-uitwisseling. Bij de uitwisseling van informatie kunnen beveiligings- en privacy risico’s voordoen die een groot impact kunnen hebben (financieel en imago). Maatregel: Vanaf 1 januari 2020 hanteren we de Baseline Informatiebeveiliging Overheden als norm voor de informatieveiligheid in onze gemeente. De BIO is een doorontwikkeling van de BIG en is meer gericht op managen van de risico's. We voeren een baseline toets BIO uit en jaarlijks een audit uit conform de ENSIA-systematiek. De mogelijkheid tot het verzekeren van schade als gevolg van security incidenten wordt onderzocht.

Wet- en regelgeving

Fiscale regels

Niet voldoen aan fiscale bepalingen met naheffing en boetes tot gevolg. Maatregel: Permanente educatie medewerkers financiën en periodieke scholing van budgethouders. Overleg met Belastingdienst en indien noodzakelijk inschakelen van een fiscalist.

Omgevingswet

Om de financiële impact van de invoering van de Omgevingswet te kunnen bepalen zou er naast het Dialoogmodel ook een landelijk Effectenmodel verschijnen om de financiële effecten in de exploitatiefase in beeld te kunnen brengen. Dit model komt er niet, maar wel een zogenaamde Werkwijze structurele effecten Omgevingswet. Maatregel: Een risicoanalyse uitvoeren mede aan de hand van het Dialoogmodel en de Werkwijze structurele effecten Omgevingswet om de financiële impact na invoeringsdatum in beeld te brengen.

Nadere toelichting van de belangrijkste financiële risico's Btw-compensatiefonds Het btw-compensatiefonds (BCF) heeft vanaf 2015 een maximum. Bij overschrijding van dit maximum

93

worden provincie en gemeente gekort op hun uitkering uit het Provincie- en Gemeentefonds. Voor de komende jaren wordt een daling van de ruimte onder het plafond verwacht. Dit wordt veroorzaakt doordat gemeenten en provincies meer zijn gaan declareren bij het btw-compensatiefonds. Daardoor gaan de uitgaven van het fonds omhoog en de ruimte onder het plafond omlaag. Ook voor de jaren 2020 tot en met 2023 is sprake van een afname van de ruimte onder het plafond. Voor het jaar 2020 heeft dit niet geleid tot een aanpassing van de algemene uitkering. Ontwikkeling van de algemene uitkering De algemene uitkering uit het gemeentefonds is in 2020 sterk gestegen als gevolg van de extra middelen voor compensatie van de effecten van de coronamaatregelen. Ten opzichte van de primaire begroting 2020 ad € 48,8 miljoen bedraagt de totale uitkering uit het gemeentefonds voor 2020 € 51,1 miljoen. Een stijging van de algemene uitkering met € 2,3 miljoen waarvan € 1,5 miljoen compensatie is voor de effecten van de coronamaatregelen. Ook is een bedrag van € 170.000 ontvangen als correcties op voorgaande jaren en € 60.000 inzake uitvoering inburgering. De overige wijzigingen vloeien voort uit onder ander prijs- en loonmutatie, wijziging in aantallen etc.

Voor wat betreft de ontwikkeling van de algemene uitkering zijn er zijn een aantal belangrijke onderzoeken in opdracht van het rijk gaande welke zullen leiden tot aanpassingen van de algemene uitkering. - Het onderzoek met betrekking tot de herijking van de algemene uitkering is in 2020 afgerond. Op basis van de huidige onderzoeksresultaten is sprake van een lichte stijging van de algemene uitkering met circa € 11,-- per inwoner. Deze uitkomst staat in schril contrast met de eerste onderzoeksresultaten waarbij werd uitgegaan van een relatief forse daling met € 33,-- per inwoner. In 2021 zal de besluitvorming door het rijk plaatsvinden mogelijk dat er nog wijzigingen gaan plaatsvinden in het bijzonder door de lobby van nadeelgemeenten zoals de grote steden en gemeenten in het noorden van het land. Vooralsnog ziet het voor de gemeente Oost Gelre voorzichtig positief uit. De herijking zal per 2022 worden doorgevoerd. Ook heeft onderzoek plaatsgevonden naar de gemeentelijke uitgaven in het sociaal domein en de daar tegenoverstaande rijksbijdragen. Het onderzoek heeft uitgewezen dat de rijksmiddelen fors tekortschieten om de gemeentelijke uitgaven te compenseren. De uitgaven in het sociaal domein kosten de gemeenten circa € 1,7 miljard meer dan het rijk beschikbaar stelt.

Besluitvorming omtrent het structureel verhogen van het budget heeft het huidige kabinet doorgeschoven naar het volgende kabinet. Tot vindt onderzoek plaats naar het effect van de invoering van het abonnementstarief Wmo waarbij de toename van de kosten veel hoger zijn dan in de compensatie middels de algemene uitkering rekening mee is gehouden. Ook hierover wordt het besluit over de verkiezingen en formatie getild. Openeinderegelingen Minimabeleid, schuldhulpverlening en leerlingenvervoer zijn zogenoemde openeinderegelingen waarbij vooral de afgelopen jaren het beroep op de schuldhulpverlening aanzienlijk is toegenomen. Ook binnen de regeling leerlingenvervoer kunnen door omstandigheden de kosten aanzienlijk oplopen. Wmo De afgelopen jaren zien we de vraag naar professionele ondersteuning stijgen. Wat we al verwachtten, gebeurt: als mensen (vaak 75+) nu professionele ondersteuning nodig hebben, nadat ze eerst van het voorliggende veld gebruik hebben gemaakt, is er sprake van een zwaardere en complexere ondersteuningsvraag. Het is ook deze groep die, zoals het Rijk wilde, nu langer zelfstandig blijft wonen. Wij betalen daarvoor de rekening (o.a. door woningaanpassingen en hulp bij het huishouden). Naast de toename van de hulpvraag hebben we ook te maken met de gevolgen van het rijksbeleid. In het bijzonder de maatregel van de verlaging van de eigen bijdrage Wmo.

Inwoners betalen sinds 1 januari 2019 een eigen bijdrage van ten hoogste € 19,00 per 4 weken. Een andere maatregel vanuit het rijksbeleid is de uitvoering van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) reële prijs Wmo. Deze maatregel stelt regels voor een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit van een voorziening. De AMvB Reële prijs Wmo 2015 regelt hoe een reële kostprijs moet worden vastgesteld. Vanaf medio 2019 zijn tarieven gehanteerd op basis van deze AMvB. Deze wijziging heeft geleid tot een forse verhoging van de uitgaven. Beide maatregelen hebben geleid tot een stijging van de uitgaven met meer dan € 1 miljoen. Jeugdzorg Ook uit het meest recent gehouden cliënttevredenheidsonderzoek over 2019 blijkt dat onze inwoners tevreden zijn over de manier waarop we de jeugdzorg hebben ingericht. Inwoners weten waar ze terecht kunnen met hun vraag, voelen zich serieus genomen en worden snel geholpen. Er valt geen jeugdige tussen

94

wal en schip, we kennen nauwelijks wachtlijsten en geen cliëntenstop. De invloed op de verwijzingen binnen de Jeugdzorg neemt steeds verder toe door bekendheid van ons loket en Ondersteuningsteam (OT). Het merendeel (ongeveer 60%) van de verwijzingen naar 2e lijns zorg wordt inmiddels geïndiceerd door de gemeente. We zetten vol in op preventie en verdere samenwerking met de huisartsen (middels de Praktijkondersteuners Huisartsen). Inmiddels hebben we een dekkingspercentage van 76%. Dit betekent dat 76% van onze inwoners aangesloten is bij een huisartsenpraktijk waar een POH-jeugd binnen de praktijk werkzaam is. Doel is om te normaliseren en dure verwijzing naar 2e lijns zorg te voorkomen. Op een ander deel van de jeugdhulp hebben we geen invloed. Jeugdhulp kan immers ook ingezet worden door de rechter en de Gecertificeerde instellingen (GI’s). Op deze verwijzingen hebben wij geen invloed. Het gaat hier om zeer intensieve vormen van jeugdhulp die ook zeer kostbaar zijn, zoals Jeugdzorg Plus. Jeugdhulpaanbieder Horizon in Harreveld biedt deze vorm van jeugdhulp aan. Dat brengt voor ons een groot financieel risico met zich mee. Want volgens het woonplaatsbeginsel is het zo dat de gemeente waar de jeugdige verblijft, financieel verantwoordelijk is als de ouders het gezag niet meer hebben.

We worden hiervoor wel extra gecompenseerd door het Rijk, maar deze compensatie loopt twee jaar achter. We zien vanaf 2015 alleen maar een stijging van de kosten voor deze vorm van zorg. Een structurele oplossing voor deze problematiek is in de maak. Inmiddels is duidelijk dat er een wetswijzing (2022) op komst is waardoor de gemeenten van herkomst altijd verantwoordelijk zijn voor de zorg, ook als er sprake is van voogdij. Tot 2022 blijven we echter financieel verantwoordelijk met alle risico’s voor het lopende begrotingsjaar. Participatiewet We willen bereiken dat zoveel mogelijk mensen deelnemen aan het arbeidsproces en in de samenleving. Dit gaan we bereiken door integratie van de taken in het sociaal domein. Niet de wet staat centraal maar de vraag van onze inwoners. Hiervoor hebben we 1 verordening voor het sociaal domein vastgesteld en zijn we bezig met de implementatie van de bestuursopdracht 'Samen aan het Stuur'. Wij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. Deze uitvoering (zoals het verstrekken van uitkeringen en het zoveel mogelijk regulier aan het werk helpen van werkzoekenden) hebben wij bij de (GR) SDOA belegd. Wij dragen echter de financiële risico’s. De huidige crisis veroorzaakt door de maatregelen om corona te beteugelen hebben impact op onze economie en zorgen ook voor een toename van het aantal uitkeringsgerechtigden.

Onzeker is of de bijdrage van het rijk (BUIG) ook zal stijgen. Gebundelde uitkering (BUIG) Wij ontvangen een gebundelde uitkering (de BUIG) om daarmee de uitkeringen in het kader van de Participatiewet te bekostigen. De Participatiewet kent een budgettering systematiek. Dit is een financieringssystematiek die zo is ingericht dat het gemeenten moet prikkelen om zoveel mogelijk mensen uit de uitkering en aan het werk te helpen en te houden. De gebundelde uitkering is een niet geoormerkt budget. Wij mogen een overschot op het budget vrij besteden, maar moeten een tekort op het budget in beginsel zelf opvangen. Gemeenten die tekorten hebben op hun budget op grond van de Wwb/PW moeten deze tekorten in beginsel opvangen uit eigen middelen. Gemeenten die een omvangrijk tekort hebben, kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor een aanvullend budget, de zogenaamde vangnetregeling. We hebben meermalen een beroep gedaan op deze vangnetregeling. Op basis van de huidige gegevens zullen we ook over 2020 en 2021 een beroep moeten doen op de vangnetuitkering. Uitvoering Wsw De wijze van uitvoering van de Wsw is belegd bij de SDOA en WBO. Deze organisaties zullen worden samengevoegd tot 1 uitvoeringsorganisatie voor alle activiteiten van arbeidsmatige dagbesteding tot begeleiding naar regulier werk. De beschut binnen populatie wordt begeleid vanuit een werklocatie in Lichtenvoorde.

De werknemers in detachering worden begeleid door SDOA. Wel zijn er zorgen over het subsidieresultaat binnen de Wsw. Het subsidieresultaat is de som van de loonkosten enerzijds en de Wswsubsidie anderzijds. Voor iedere sw-medewerker kan het subsidieresultaat worden vastgesteld. Bij het invoeren van de participatiewet is uitgegaan van een daling met ongeveer € 500,00 per SE per jaar. Voor 2020 zou de bijdrage € 22.700,00 per SE bedragen. De bijdrage wordt, indien het rijk daartoe besluit, gecorrigeerd voor loon- en prijsstijgingen. Als gevolg hiervan bedraagt de bijdrage voor 2020 € 27.016 per SE. Statushouders Een steeds groter deel van ons uitkeringsbestand bestaat uit statushouders. Deze groep heeft vaak een

95

grote afstand tot de arbeidsmarkt vanwege allerlei oorzaken (taal, relevante opleiding, trauma etc.). Uiteraard bieden we deze inwoners taal en integratietrajecten aan. Desondanks lopen we het risico dat deze groep langdurig een beroep moet doen op een uitkering. Hierdoor kan er en tekort ontstaan op het BUIG-budget. Inwoners met een arbeidsbeperking We verwachten nog niet dat de hele groep inwoners met een arbeidsmarktbeperking die onder de participatiewet valt snel zal uitstromen richting regulier werk. Voor deze groep inwoners hebben we loonkostensubsidie beschikbaar om de beperkte loonwaarde te compenseren. En daarnaast kunnen we een voorziening beschut werk toekennen. Een steeds grotere groep slaagt er op deze manier in om werk te vinden. De loonkostensubsidie en de kosten voor beschut werk moeten echter wel gefinancierd worden uit het BUIG budget. Dus ook succesvolle plaatsingen met loonkostensubsidie houden een financieel risico in voor de gemeente. Bouwgrondexploitatie Vanuit strategisch en financieel oogpunt is het noodzakelijk om minimaal 1 keer per jaar de ontwikkeling en verkoop van woningen en bedrijventerreinen herzien. De afgelopen periode zijn in hoog tempo bouwkavels en bedrijfskavels verkocht. Inmiddels is de visie kleine kernen vastgesteld.

De financiële gevolgen brengen we bij vaststelling van bestemmingsplannen met bijbehorende exploitatieopzetten in beeld. Ook houden we al bij nieuwe bestemmingsplannen rekening met de uitspraak van de Raad van State over stikstof. De nota grondbeleid is door u vastgesteld. Uitgangspunt voor bouwgrondexploitatie blijft een sluitende exploitatieopzet. Jaarlijks actualiseren we de exploitatieopzetten. Als hieruit blijkt dat een tekort ontstaat, verwerken we het verlies in de jaarrekening. Wij verwachten dat de exploitatie van zowel woningbouw als bedrijventerreinen minimaal kostendekkend is. In de nota grondbeleid gaan we nader in op de exploitaties en de maatregelen die nodig zijn om financiële risico’s te beheersen. Bij de waardering van de gronden houden we rekening met invoering van de vennootschapsbelastingplicht en kiezen we voor de fiscaal meest gunstige optie. Regionaal bedrijvenpark Laarberg In de huidige economische situatie zijn er financiële risico’s verbonden aan de bouwgrondexploitatie van Laarberg. De risico’s en onzekerheden kunnen we moeilijk inschatten. De financiële risico’s hebben we verdisconteerd in het benodigde weerstandsvermogen. Hierbij hebben we rekening gehouden met de lange looptijd van de exploitatie en het te verwachten exploitatieresultaat bij verschillende scenario’s.

Planschadevergoeding Bij bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen met projectafwijking sluiten we een afwentelingsovereenkomst planschade af. Zo vergoedt de initiatiefnemer eventuele planschadekosten. Een tegemoetkoming in planschade als gevolg van de toekomstige ontwikkeling van bouwgrond bekostigen we binnen de exploitatieopzet van het plan. Fiscale risico’s Per 1 januari 2016 zijn overheidsbedrijven belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Hierdoor worden wij, voor die activiteiten waar wij optreden als ondernemer, vennootschapsbelastingplichtig. Dit heeft organisatorische, administratieve en financiële gevolgen. Maar dit kan ook gevolgen hebben voor gelieerde partijen als verenigingen/stichtingen en gemeenschappelijke regelingen. Wij hebben geïnventariseerd welke activiteiten belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting en de fiscale openingsbalans is opgesteld. De vennootschapsbelasting kan ook een last in de begroting met zich meebrengen, over de fiscale winst moeten we vennootschapsbelasting betalen. Het boekenonderzoek naar de verbouwing van het Marianum door de Belastingdienst is afgerond. Deze door meer gemeenten toegepaste fiscale constructie zogenoemde “schoolmodel” wordt door de Belastingdienst bestreden. In verband met de coronacrisis is de voortgang (zoals ons inzage recht in de bewijsvoering van het belastingrecht) in het proces uitgesteld.

Verzekeringsrisico’s Voor zowel materiële (gebouwen / kunstvoorwerpen e.d.) als immateriële zaken (aansprakelijkheid,

96

fraudeverzekering en bestuurdersaansprakelijkheid e.d.) hebben we met verzekeringspolissen de risico’s afgedekt. Jaarlijks heroverwegen we de verzekeringspolissen. In regionaal verband besteden we de diverse verzekeringen aan. Vastgoed De financiële risico’s maken we door middel van een jaarlijkse update van het kwaliteitsniveau van de gebouwen en de financiële vertaling daarvan zowel op het niveau van groot onderhoud als op niveau van klachtenonderhoud inzichtelijk. De omvang van de bestemmingsreserve groot onderhoud gebouwen is op dit moment voldoende. Een belangrijk financieel risico betreft de mogelijke waardedaling van het gemeentelijk vastgoed. Het gaat hierbij om vastgoed waarbij de gemeente voornemens is wijzigingen door te voeren zoals een bestemmingsplanwijziging, verkoop of sloop. Jaarlijks kijken we of er sprake is van een wijziging bij een van de gemeentelijke gebouwen. Als sprake is van een waardedaling corrigeren we dat bij de jaarrekening. Het financieel effect hiervan kan van redelijk grote omvang zijn en een fors negatief effect hebben op het rekeningresultaat en daarmee op de vrij besteedbare reserve. Gelet op de ontwikkelingen en de vastgoedportefeuille sluiten we niet uit dat de komende jaren een afwaardering, conform BBV-voorschriften, moet plaatsvinden. In de berekening van het weerstandsvermogen houden we hier rekening mee.

Toereikende bestemmingsreserves voor onderhoudsvoorzieningen Op basis van de beschikbare beheerprogramma’s zijn de bestemmingsreserves op niveau. Onvoorziene omstandigheden daargelaten zijn de financiële risico’s voldoende afgedekt. Financiële kengetallen In onderstaande tabel 'financiële kengetallen' zijn de voorgeschreven financiële kengetallen opgenomen. Categorie A kan beschouwd worden als het minst risicovol en categorie C als meest risicovol. De categorie die voor ons van toepassing is, is gekleurd aangegeven. Aan de hand van de indeling van de categorieën kunnen we concluderen dat wij geen overmatig risico lopen. Wel is onze financiële positie is vergelijkbaar met de jaarrekening 2019. Jaarrek. 2019

Jaarrek. 2020

Begrot. 2020

Netto schuldquote

71%

83%

89%

<90%

90-130%

>130%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

57%

71%

77%

<90%

90-130%

>130%

Solvabiliteitsratio

38%

33%

33%

>50%

20-50%

<20%

Grondexploitatie (waarde van de grond t.o.v. geraamde baten)

6%

5%

4%

<20%

20-35%

>35%

Structurele exploitatieruimte Begroting

-5,65%

-1,09%

0,29%

Begr. en MJR >0%

Begr. of MJR >0%

Begr. en MJR < 0%

Gemeentelijke belastingcapaciteit

74%

74%

77%

<95%

95-105%

>105%

Weerstandsvermogen

230%

416%

242%

>100%

80-100%

<80%

Kengetallen

Cat. A

Cat. B

Cat. C

97

Paragraaf 2: Verbonden partijen en participaties Verbonden partijen en participaties Verbonden partijen zijn derde rechtspersonen waarmee Oost Gelre een bestuurlijke en financiële band heeft, zoals deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen. Het is niet onze bedoeling te rapporteren over alle partijen waarmee een verbintenis bestaat. We beperken ons tot de partijen waarin wij een bestuurlijk en/of financieel belang hebben. Wat voor ons de verbonden partijen vaak ingewikkeld maakt, is dat we zowel bestuurder als klant zijn. Bovendien zijn er vaak meerdere deelnemers aan de verbonden partij. Wij zijn dan niet de enige bestuurder en niet de enige klant en moeten dus onze bestuurlijke doelen en ‘klantwensen’ afstemmen met die van andere deelnemers. Dit alles maakt de aansturing van verbonden partijen complex. Centraal staat daarom de vraag hoe wij meer grip krijgen op het beleid, de financiën en het product van onze Wet gemeenschappelijke regelingen verbanden (Wgr). De sturing op en verantwoording van verbonden partijen versterken we door: •

de planning- en control-cyclus van gemeenten en WGR-verband beter op elkaar af te stemmen’; het gaat daarbij om afstemmen van de onderlinge informatievoorziening via begroting, tussentijdse rapportages en jaarrekening;

•

de overlegstructuren tussen gemeenten en WGR-verband verder te optimaliseren;

•

meer invloed uit te oefenen aan de voorkant van het beleidsproces; meedenken over visie, ambities en de vertaling daarvan naar kaders is effectiever dan achteraf uitkomsten toetsen;

•

de begrotingsrichtlijnen tussen deelnemende gemeenten onderling af te stemmen en eenduidig te communiceren naar de verbonden partijen.

In de zienswijze van de raad op de begroting van verbonden partijen passen we een vereenvoudigde variant van de “Achterhoekse indexering normering” toe. Deze norm gaat uit van de prijsontwikkeling van het bruto binnenlands product BBP. Deze prijsontwikkeling wordt ook gebruikt bij de basisindexering van het gemeentefonds. Verbonden partijen met bijzondere ontwikkelingen De volgende verbonden partijen kennen ontwikkelingen die belangrijk zijn.

Veiligheidsregio Noord en Oost Nederland (VNOG) De VNOG bestaat uit 22 gemeenten. Het bestuur van de VNOG, het Algemeen Bestuur, bestaat uit de 22 burgemeesters van de gemeenten. In totaal zijn er 56 brandweerposten in de regio aanwezig, waaronder Lichtenvoorde en Groenlo. Er werken 1500 brandweervrijwilligers en 300 beroepskrachten in onze regio. Naast de brandweer en de 22 gemeenten maakt ook de Geneeskundige Hulp bij Ongevallen en Rampen (GHOR) onderdeel uit van de VNOG. Deze partners bereiden zich gezamenlijk voor op rampen en calamiteiten. Het jaar 2020 was een bijzonder jaar waarin de Covid-19 crisis veel tijd en energie van de VNOG-organisatie heeft gevraagd. De VNOG is onverminderd betrokken bij het bestrijden van deze crisis en het ondersteunen van de hulpverleners en gemeenten in onze regio. Ook in 2021 zal de Covid-19 crisis veel van de VNOG-organisatie en hulpverleners vragen. Daarnaast is de VNOG op 12 september 2020 een tijd door gijzelsoftware getroffen, waardoor systemen en bestanden niet konden worden geraadpleegd. Dit heeft voor de meeste medewerkers zo’n 3½ tot 4 weken geduurd. Ook dit heeft een grote impact gehad op de VNOG-organisatie. Daarnaast is op 15 januari 2020 door het algemeen bestuur van de VNOG een Toekomstvisie vastgesteld, inclusief Opdrachten die in de periode 2020-2026 moeten worden uitgevoerd om de Toekomstvisie te realiseren.

Op basis van de Toekomstvisie zijn de volgende opgaven voor de VNOG bepaald:

98

0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises (maatschappelijke opdracht) 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) In 2020 is een start gemaakt met het uitwerken van de opgaven, dat de aankomende jaren wordt voortgezet. In het regionaal Beleidsplan 2021-2024 is de ambitie per opgave nader uitgewerkt. Risico's - Repressieve huisvesting (brandweerkazernes): de brandweerkazernes zijn in eigendom van ons als gemeente. Op dit moment is het onduidelijkheid voor wiens rekening kosten voor (aanpassing van) de repressieve huisvesting komen. Dit kan leiden tot onvoorziene kosten. - Op dit moment is de Covid-19 crisis nog volop gaande. Deze crisis zal ook in 2021 veel tijd en energie vragen van de VNOG-organisatie. Hiermee wordt het risico gelopen dat de reguliere taken van de VNOG, in mindere mate, kunnen worden uitgevoerd. Op dit moment is de impact hiervan niet in te schatten. Tot slot is een overzicht van alle risico's opgenomen in de programmabegroting 2021 - 2024 van de VNOG.

Sociale Dienst Oost Achterhoek (SDOA) De gemeentelijke dienstverlening binnen ons sociale team is aangevuld met dienstverlening op grond van de Participatiewet. Medewerkers van de SDOA zijn onderdeel van het sociale team. Hierdoor vindt begeleiding van de inwoners met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt lokaal plaats, Door een multidisciplinaire aanpak waarbij we ook brede ondersteuning vanuit de Wmo aanbieden zien we al mooie resultaten. Ondanks een landelijke stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden zien we in Oost Gelre een daling over 2020 met ruim 2%. De gerichte aanpak om mensen naar betaal werk te leiden leidt tot dit mooie resultaat. Hierbij ook geholpen door de uitstroompremie als extra motivatie om aan de slag te gaan. Voor SDOA stond 2020 ook in het teken van Samen aan het Stuur. Binnen dit project zijn grote stappen gemaakt om te komen tot 1 uitvoeringsorganisatie voor alle activiteiten van arbeidsmatige dagbesteding tot de begeleiding naar regulier werk. De SDOA voert ook de minimaregelingen en de bijzondere bijstand uit. Hier is de ontwikkeling ingezet om veel meer te kijken naar de hele leefsituatie van een aanvrager in plaats van de beoordeling of iemand recht heeft op een voorziening.

Werkbaan Oost (WBO) Inwoners die een arbeidsbeperking hebben werken indien mogelijk gewoon binnen een regulier bedrijf. Dit kan op grond van de Wet sociale werkvoorziening zijn maar ook met loonkostensubsidie vanuit de Participatiewet. Voor wie dit niet mogelijk is, hebben we beschutte werkplekken bij Werkbaan Oost. Met de komst van de Participatiewet is de Wsw gesloten voor nieuwe gevallen. Wel hebben gemeenten de plicht om jaarlijks aan een vastgesteld aantal personen een zogenaamde voorziening Beschut werk aan te bieden. Bij het plaatsen van de doelgroep nieuw beschut kijken we eerst of men een plek kan krijgen in het reguliere bedrijfsleven. Dit moet wel een beschutte plek zijn met voldoende begeleiding. Lukt dit niet dan plaatsen we bij WBO. In 2020 hadden rond de 90 personen uit onze gemeente een werk of activeringsplek bij WBO. Werkbaan Oost richt zich op werk en ontwikkeling van mensen die aangewezen zijn op beschut werk. In het kader van ‘Samen aan het Stuur’ worden de activiteiten van de SDOA en WBO samengevoegd waardoor er 1 organisatie ontstaat voor alle activiteiten van arbeidsmatige dagbesteding tot aan de begeleiding naar regulier werk (doorgaande ontwikkellijn).

Stadsbank Oost Nederland (SON) De SON is een samenwerkingsverband van 22 gemeenten in de Achterhoek en Twente. De SON beschikt over kennis en ervaring als financieel schulddienstverlener en verstrekker van sociale kredieten. In samenwerking met de ketenpartners werkt SON aan een oorzaakgerichte oplossing. Met oog voor het geheel en het besef dat schulden nooit alleen komen. SON werkt interdisciplinair en is geografisch ingedeeld in een vijftal gebiedsteams (waaronder Gebiedsteam Achterhoek). Elk gebiedsteam bestaat uit een klantmanager, budgetconsulent, schuldregelaar, allround consulent en een administratief ondersteuner. Doel: de klanten maximaal faciliteren door middel van een integrale aanpak, discipline overstijgend. 99

Het gebiedsteam Achterhoek is aangesloten op zowel de SDOA als onze gemeente. Mensen kunnen zelf de weg vinden naar de Stadsbank, of via verwijzing door het Sociaal Team of een andere organisatie. De consulenten van SON zijn voor onze inwoners van maandag tot en met vrijdag telefonisch bereikbaar tussen 9.00 uur en 16.00 uur. Leningen kunnen digitaal worden aangevraagd en aanmelding voor schulddienstverlening kan eveneens digitaal gedaan worden. Een persoonlijk gesprek met de consulenten kan op afspraak en vindt plaats in ons gemeentehuis.

Regio Achterhoek Regio Achterhoek is het samenwerkingsverband van 7 Achterhoekse gemeenten die intensief samenwerken in de gemeenschappelijke regeling Regio Achterhoek om gezamenlijk regionale opgaven te realiseren. De gemeenten werken daarbij in toenemende mate samen met andere partijen omdat de opgaven verder strekken dan de invloedsfeer van gemeenten alleen. De regio werkt volgens het triple helix model om de regio te versterken en aantrekkelijker te maken voor inwoners en ondernemers. Onder regievoering van Regio Achterhoek hebben de zogenoemde 3 O’s - overheden, ondernemers en (overige maatschappelijke) organisaties - zich verenigd in 8RHK Ambassadeurs, zoals het samenwerkingsverband sinds 2018 door het leven gaat. Alle partijen nemen daarin deel aan plan- en beleidsvorming via zes Achterhoek Thematafels en een Achterhoek Board. De controlerende en visievormende taak wordt uitgevoerd door de Achterhoek Raad waarin gemeenteraadsleden uit de deelnemende gemeenten breed vertegenwoordigd zijn. Regio Achterhoek voert de regie op de algehele samenwerking en heeft vooral een faciliterende rol. Regio Achterhoek adviseert de Achterhoek Board, de Achterhoek Thematafels en de Achterhoek Raad daarnaast vooral over de regionale lobby en subsidies en levert hiervoor ook capaciteit.

De 3 O-samenwerkingsstructuur wordt in de eerste helft van 2021 geëvalueerd, conform de afspraken die gemaakt zijn in 2018. Onderzocht wordt in hoeverre de gekozen structuur bij de deelnemende partijen bevalt en in hoeverre deze concreet bijdraagt aan het behalen van de gezamenlijk gestelde doelen. Voorbereidingen voor de bestuurlijke evaluatie zijn in 2020 getroffen. Inhoudelijk richten Regio Achterhoek en 8RHK Ambassadeurs zich op de Achterhoek Visie 2030, die de Achterhoek Raad in 2019 heeft vastgesteld. Deze visie heeft als motto ‘Ruimte voor innovatie, groeien in kwaliteit’ en verwoordt de ambitie om in 2030 te excelleren als gezonde, schone, leefbare, gekwalificeerde, productieve en bereikbare regio. Via de Achterhoek Visie 2030 beoogt Regio Achterhoek de regio op verschillende terreinen te versterken. Uitgangspunten daarbij zijn de ‘Smart Economy’, gericht op (het behouden en versterken van) een productieve, gekwalificeerde en bereikbare regio, ‘Smart Living’, gericht op een leefbare, schone en gezonde regio, en ‘Smart Governance’, gericht op de nieuw ingezette structuur en (versterking van de) 3O-samenwerking. Daarmee draagt de visie integraal, beleidsterrein- en gemeentegrens overstijgend bij aan de beleidsdoelstellingen van Oost Gelre.

2021 en de jaren daarna zullen in het teken staan van deze strategische agenda voor de gehele Achterhoek, zoals dat ook het geval was voor 2020. De Achterhoek Visie 2030 heeft verder input gevormd voor de Regio Deal Achterhoek, die de regio in 2019 gesloten heeft met het Rijk. Met deze overeenkomst, die een looptijd heeft van 2019 tot en met 2022, kan de regio € 20 miljoen van het Rijk tegemoetzien voor programma’s en projecten, onder voorwaarde van cofinanciering ter hoogte van eenzelfde bedrag door de regionale partijen. Gemeenten dragen gezamenlijk (maximaal) € 4,8 miljoen bij aan cofinanciering. Het doel van de regio deal betreft het realiseren van ambities en opgaven op het gebied van demografie, economie, duurzaamheid en ruimte. De regio deal is opgesteld vanuit de gedeelde overtuiging dat substantiële investeringen een krachtige economie met extra werkgelegenheid oplevert en daarmee een aantrekkelijke regio voor (nieuwe) arbeidskrachten. Het is het vliegwiel om nieuwe investeringen en handelingsperspectieven te creëren voor de korte en (middel)lange termijn. Op de langere termijn wordt daarmee ook extra maatschappelijk en financieel rendement verwacht, onder meer doordat het nieuwe investeringen (door partijen van zowel binnen als buiten de regio) stimuleert.

Er zijn reeds vele projecten gestart die bijdragen aan de Achterhoek Visie 2030, voor een belangrijk deel binnen de kaders van de Regio Deal Achterhoek, en ook in 2021 zal sterk worden ingezet op de initiatie en implementatie van projecten met het oog op onze regionale opgaven en benutting van de bijdrage van het Rijk daarvoor. Eind december 2020 was van de toegezegde gemeentelijke cofinanciering ad € 4,8 miljoen concreet € 376.743 toegekend aan projecten. Voor Oost Gelre betrof dit een bedrag van € 53.357 van in totaal € 542.647. 8RHK Ambassadeurs blijven er ook in 2021 samen met de deelnemende partijen aan werken om het aantal projecten op te schroeven om daarmee de maximale Rijksbijdrage voor de Regio Deal te kunnen benutten.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10245474/1