CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

integraal huisvestingsplan onderwijs oost gelre

Gemeenteraad 7 mei 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 202421.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Oost Gelre 2024 - 2040 Samen werken aan ambitieuze ambities

Opdrachtgever Gemeente Oost Gelre

Datum 23 januari 2024

Referentienummer 2220067/20231124FvW02

Auteur(s) Remco Bresser Timon Bulten Noud Hes

Inhoud 1.

2.

3.

Inleiding

Perspectief per gebouw

23

5.1

Wanneer komt een gebouw in aanmerking?

23

4

5.2

Huisvestingsmaatregelen

23

1.1

Werkwijze en proces

4

5.3

De keuze voor een maatregel

23

1.2

Leeswijzer

4

5.4

Criteria businesscase

24

1.3

Begrippenlijst

5

5.5

Toelichting op de indicatoren

24

6

5.6

Energieprestatie (Weii)

24

De (wettelijke) kaders en verantwoordelijkheden 2.1

Waar heeft het IHP betrekking op?

7

5.6.1

Scenario’s basisonderwijs en speciaal onderwijs

25

2.2

Wie is er verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting?

8

5.6.2

Scenario’s voortgezet onderwijs

42

2.3

Kinderopvangorganisaties

8

2.4

De rol van het IHP en de verordening

9

6.1

Totale capaciteit

50

2.5

Uitgangspunten samenwerking

9

6.2

Bezetting per accommodatie

50

De ambities

6.

Bewegingsonderwijs

47

10

6.2.1

Primair onderwijs

50

6.2.2

Voortgezet onderwijs

52

3.1

Uitgangspuntennotitie

11

3.2

Een passende plek voor elk kind

12

7.

Uitgangspunten en planning

54

3.2.1

Kaders en ontwikkelingen

12

7.1

Financiële uitgangspunten

54

3.2.2

De visie in Oost Gelre

12

7.2

Ruimtelijke uitgangspunten

54

14

7.3

Meerjarenplanning en investeringsbedragen

55

3.3

Leefbare kernen

3.3.1 3.4

4.

5.

De visie in Oost Gelre

Duurzame gebouwen

14 16

3.4.1

Kaders en ontwikkelingen

16

3.4.2

De visie in Oost Gelre

16

Huidige situatie en ontwikkelingen

18

4.1

Leerlingenaantallen

19

4.2

Ruimtesaldo

20

4.3

Gebouwleeftijd

21

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

2/61

Voorwoord Samen met de schoolbesturen van het primair, voortgezet, (voortgezet) speciaal onderwijs en kinderopvangorganisaties gevestigd in Oost Gelre, heeft de gemeente een gezamenlijke visie opgesteld voor toekomstbestendig kwalitatief goede onderwijshuisvesting in Oost Gelre. Goed onderwijs is de beste investering die we in kinderen en jongeren kunnen doen en is essentieel voor de ontwikkeling van talenten. Dit geeft hen zo veel mogelijk kansen in de samenleving. We gaan voor passend en inclusiever onderwijs en zetten hierbij in op de vorming van Integrale KindCentra’s (IKC’s).

Onderwijs zo dicht mogelijk bij huis in de vertrouwde omgeving. We willen kinderen en jongeren gelijke kansen bieden. Wij gaan voor scholen waarin we verschillen en inclusie normaliseren. De ondersteuningsbehoefte die zij nodig hebben halen we naar de school toe, waar dat mogelijk is en past. Dit vergt dat we met een vernieuwende blik en duurzaam naar onderwijshuisvesting moeten kijken. Dat hebben we met het IHP gedaan. Een koersdocument voor een periode van 16 jaar. De gezamenlijkheid waarin het IHP tot stand is gekomen maakt dat het een gedragen visie is waar we allemaal trots op zijn!

Ellen Dusseldorp - Ribbers, Wethouder onderwijs gemeente Oost Gelre

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

3/61 3/59 3/61

1. Inleiding De gemeente Oost Gelre wil graag een actueel Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het primair en voortgezet onderwijs in de gemeente Oost Gelre. Dit IHP geeft een zo compleet mogelijk beeld van de stand van zaken en ontwikkelingen op het gebied van de onderwijshuisvesting in de gemeente. Het geeft meerjarig inzicht in de omvang en kwaliteit van de onderwijshuisvestingsportefeuille en benodigde investeringen om de schoolgebouwen aan te laten sluiten bij de behoefte. Op basis van het IHP kunnen gemeente en schoolbesturen proactief huisvestingsbeleid voeren, strategische keuzes maken en besluiten integraal afwegen. Tevens wordt met het IHP aangesloten op een aantal actuele landelijke ontwikkelingen, zoals het klimaatakkoord en het wetswijzigingsvoorstel van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), de PO-raad en de VO-raad. Dit wetsvoorstel verplicht gemeenten in samenspraak met de schoolbesturen een IHP voor ten minste 16 jaar op te stellen.

1.1 Werkwijze en proces Dit IHP is een gezamenlijk plan van de gemeente Oost Gelre, schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties uit de gemeente. Onder begeleiding van ICSadviseurs is daarbij het volgende proces doorlopen: Visie De gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties hebben samengewerkt aan hun toekomstbeeld voor de onderwijshuisvesting. Welke ontwikkelingen spelen er en hoe willen we met onze onderwijshuisvesting hierop aansluiten? De visie vormt de basis voor de inhoudelijke keuzes in de scenario’s en uitvoering.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

Inventarisatie Voor alle schoollocaties zijn de basisgegevens geïnventariseerd via een vragenlijst. Daarnaast hebben schoolbesturen ook een eigen beoordeling per gebouw gegeven via een score op kwaliteit. Deze informatie vormt de input voor de factsheets samen met de uitgevoerde technische schouwen van de gebouwen. De lokale context per schoollocatie is samen met het schoolbestuur en kinderopvangorganisaties verkend in bilaterale gesprekken. Planvorming en financiën In kansenkaarten zijn de basisinformatie (factsheets per locatie), lokale context (interviews) en visie samengekomen. Daarnaast is de beoordeling van de technische staat op basis van de schouwen weergeven in de kansenkaarten. De kansenkaarten zijn op kern- of wijkniveau gepresenteerd en geven de kansen en knelpunten weer. Per school zijn mogelijke scenario’s weergegeven en besproken. Op basis van de inventarisatie is een huisvestingsmaatregel per schoollocatie bepaald. Op wijk- of kernniveau zijn lokale kansen verkend en benoemd. De huisvestingsmaatregelen en kansen zijn naar indicatieve investeringskosten vertaald. Samen met de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties is een uitvoergingsagenda tot stand gekomen; per schoollocatie is een huisvestingsmaatregel met indicatieve investering in één van de vier tijdvakken opgenomen.

1.2 Leeswijzer In hoofdstuk twee zijn de wettelijke kaders en verantwoordelijkheden beschreven. De gezamenlijke ambitie is in drie thema’s beschreven in hoofdstuk drie gevolgd door een analyse van de huidige situatie in hoofdstuk vier. Het vijfde hoofdstuk bevat een overzicht per locatie met het scenario. In hoofdstuk zes is tot slot de financiële uitwerking en planning weergeven.

4/61

1.3 Begrippenlijst Buitenschoolse opvang (BSO) Buitenschoolse opvang is een voorziening voor de opvang van schoolgaande kinderen buiten onderwijstijd. Dorpsbelangenorganisatie (DBO) De dorpsbelangenorganisatie vertegenwoordigen de verschillende kleinere dorpen. Zij hebben vaak een spilfunctie in de organisatie van activiteiten en zetten zich in voor de leefbaarheid van de dorpen. Daarnaast vertegenwoordigen ze het dorp in het contact met de gemeente en de onderwijsbesturen. Doorexploiteren Binnen de wetgeving voor onderwijshuisvesting zijn de schoolbesturen verantwoordelijk voor de exploitatie van schoolgebouwen. Dit betreft o.a. de schoonmaak, beheer, energielasten, functionele aanpassingen en (groot)onderhoud. Wanneer er geen maatregel toegepast wordt, zoals nieuwbouw of renovatie, wordt er gesproken over doorexploiteren. Groot onderhoud Bij het uitvoeren van groot onderhoud worden gebouwdelen onderhouden of vervangen om de functionaliteit van het gebouw in stand te houden. Bij groot onderhoud ligt enkel de focus op het in stand houden van het gebouw, bij renovatie worden aanpassingen gedaan om het gebouw te laten voldoen aan moderne kwaliteitsstandaarden. Integraal kindcentrum (IKC) Een integraal kindcentrum (IKC) is een voorziening voor kinderen van 0 tot 13 jaar. Binnen een IKC wordt er vergaand onder één dak samengewerkt tussen opvang en onderwijs.

Hierbij wordt er gewerkt vanuit één team met één pedagogische visie.

brede verzamelterm voor opvang voor baby’s en peuters. De traditionele peuterspeelzaal betreft ook een vorm van een kinderdagverblijf. Multifunctionele accommodatie (MFA) Een multifunctionele accommodatie is een gebouw waarin meerdere (maatschappelijke) functies samen gehuisvest zijn. Dit is vaak een combinatie van onderwijs, opvang, sport, welzijn en zorgfuncties. (levensduurverlengende) renovatie, Levensduurverlengende renovatie wordt aangemerkt als een voorziening in de huisvesting, deze krijgt op korte termijn ook een formele status, conform wetsvoorstel en is daardoor als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw. Er is sprake van een levensduurverlengende renovatie als de levensduur van een gebouw met ten minste 25 jaar wordt verlengd. De gemeente heeft wettelijk de verantwoordelijkheid voor de benodigde investering, wanneer het schoolbestuur voldoet aan haar zorgplicht. Primair onderwijs Het primair onderwijs is een overkoepelende term voor het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs. Voortgezet onderwijs Het voortgezet onderwijs bestaat uit het voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo. Dit onderwijs is opvolgend aan het primair onderwijs. Ruimtesaldo De gemeentelijke Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs schrijft een normatieve ruimtebehoefte voor, oftewel hoeveel ruimte een school nodig heeft.

Het verschil tussen de beschikbare ruimte en de normatieve ruimtebehoefte is het ruimtesaldo.

Kinderdagverblijf (KDV) Een kinderdagverblijf is een voorziening voor de professionele opvang van kinderen die gezien hun leeftijd nog niet naar school gaan (0-4 jaar). Het is een 2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

5/61

2. De (wettelijke) kaders en verantwoordelijkheden

De (wettelijke) kaders en verantwoordelijkheden

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

6/61

2.1 Waar heeft het IHP betrekking op?

De scope voor het Integraal Huisvestingsplan Oost Gelre betreft alle schoolgebouwen voor het primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs. Daarnaast is getoetst of de capaciteit van de accommodaties ten behoeve van het bewegingsonderwijs toereikend is en blijft. Het IHP geeft: ▪ ▪

Een meerjarenperspectief met maatregelen per locatie/accommodatie; Een financiële vertaling van die maatregel(en) en een planning.

Een koers voor 16 jaar Investeren in vastgoed vraagt om een langetermijnvisie; dit IHP beslaat daarom een periode van 16 jaar. Dit zorgt voor een langetermijnkoers en creëert daarmee duidelijkheid voor alle partijen. De wereld verandert echter voortdurend. Om deze reden is het belangrijk om dit plan tussentijds te actualiseren en scenario’s bij te stellen. Daarom: ▪ ▪ ▪

Bestaat dit plan uit tijdblokken van vier jaar. Het tijdvak van de eerste vier jaar is concreet, de overige drie tijdvakken bieden een doorkijk. Wordt dit plan elke vier jaar herijkt. Worden feitelijke data als leerlingenprognoses en kostenkengetallen elke één à twee jaar geactualiseerd, bijvoorbeeld bij aanvang van een project.

Daarmee is het plan een dynamisch document wat meeverandert met de tijd en de veranderende omstandigheden.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

7/59 7/61

2.2 Wie is er verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting?

IHP wordt, vooruitlopend op de wetgeving, levensduur verlengend renoveren gelijkwaardig aan nieuwbouw als huisvestingsmaatregel ingezet.

Gemeente en schoolbesturen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de (kwaliteit van de) onderwijshuisvesting. De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor het (bewegings)onderwijs. Daarnaast heeft de gemeente een rol in het in stand houden van het openbaar onderwijs. De zorgplicht is verankerd in de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en de Wet op de expertisecentra (WEC).

2.3 Kinderopvangorganisaties

Zorgplicht gemeente De gemeente heeft een zorg voor (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting en onderwijsleerpakketten, herstel van constructiefouten en herstel en vervanging bij schade door bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld vandalisme of weersomstandigheden). Gemeenten ontvangen via de algemene uitkering uit het Gemeentefonds van het Rijk financiële middelen om te kunnen voldoen aan deze zorgplicht. De gemeente is vrij om deze middelen naar eigen inzicht te besteden en weegt daarvoor de investeringen in onderwijshuisvesting af tegen haar andere taken en verantwoordelijkheden. Scholengemeenschap Harreveld is geen onderdeel van het IHP. Het betreft hier een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs die onderwijs verzorgt voor onder andere jongeren in jeugdzorg. De Gemeente Oost Gelre en Scholengroep Harreveld volgen een separaat traject om tot adequate huisvesting te komen.

De ontwikkeling van Integrale Kindcentra met een doorgaande leerlijn wordt doorgezet. Daarbij hoort een naadloze aansluiting tussen kinderopvang, scholen en mogelijk jeugdhulpverlening. Dit IHP is daarom in samenwerking met de kinderopvangorganisaties opgesteld. De gemeente heeft geen zorgplicht voor ruimte voor kinderopvang. Kinderopvangorganisaties zijn daarmee zelf verantwoordelijk voor hun eigen huisvesting en kunnen ruimte huren van een schoolbestuur, de gemeente of derde partij, ofwel over hun eigen vastgoed beschikken. De gemeente ondersteunt in dit IHP de inhoudelijke samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang met het faciliteren van gezamenlijke huisvesting binnen de wettelijke kaders van de Wet Markt en Overheid.

]

Verantwoordelijkheden schoolbesturen Schoolbesturen gaan over de inhoud van het onderwijs en zijn verantwoordelijk voor onderhoud, inpandige aanpassingen, exploitatie en beheer van onderwijshuisvesting. Hiervoor ontvangen zij middelen van het Rijk als onderdeel van de lumpsumvergoeding. Levensduurverlengend renoveren In de huidige wetgeving is (levensduurverlengende) renovatie geen gemeentelijke verantwoordelijkheid. Momenteel wordt een wetsvoorstel opgesteld waarin renovatie, die de levensduur van een gebouw met minimaal 25 jaar verlengt, is opgenomen als voorziening in huisvesting. In dit

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

8/59 8/61

2.4 De rol van het IHP en de verordening Het Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP) Het IHP biedt het kader voor de uitvoering en concretisering van het onderwijshuisvestingsbeleid. Dit zijn richtlijnen en een planning voor de huisvestingsvoorzieningen. De vigerende verordening dient als basis voor het aanvragen van deze voorzieningen door het schoolbestuur. De wijze van uitvoering wordt uitgewerkt in een jaarlijks uitvoeringsprogramma, passend binnen de middelen die de Gemeenteraad hiertoe beschikbaar stelt in haar begroting. Het College van Burgemeester en Wethouders stelt het uitvoeringsprogramma vast. Per project wordt door het betreffende schoolbestuur, kinderopvangorganisatie(s) en de gemeente Oost Gelre in gezamenlijkheid een businesscase opgesteld, op basis waarvan het College een investeringsbedrag kan toekennen. Het uitvoeringsprogramma van het IHP wordt jaarlijks in een ‘Op Overeenstemming Gericht Overleg’ (OOGO) door gemeente en schoolbesturen en kinderopvangorganisaties behandeld. De Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs De Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs van de gemeente Oost Gelre beschrijft de formele regels voor de wijze van berekenen van de ruimtevraag en het ruimteaanbod van (bewegings)onderwijshuisvesting.

Ook beschrijft de verordening de formele regels die gelden bij het aanvragen en toetsen van voorzieningen in de onderwijshuisvesting.

Uitgangspunten samenwerking:

▪ Leerlingenprognoses en andere onderliggende data

hebben we scherp voor ogen en vormen een gezamenlijk fundament om een IHP op te bouwen en zodoende naar de mogelijkheden op lange termijn te kunnen kijken;

▪ Vanuit vertrouwen voeren we een open gesprek met elkaar;

▪ Schoolbesturen, kinderopvangorganisaties, beleidsmedewerkers en wethouder(s) werken met elkaar samen;

▪ De gemeentelijke plannen moeten helder zijn, met name voor de kleine kernen. Daarbij zoeken we zoveel mogelijk naar gemeenschappelijke doelen die raken aan het onderwijs;

▪ We gaan voor een inclusieve samenleving, maar duiden wie waarvoor verantwoordelijk is. Daarbij zijn we alert op profilering; we willen voorkomen dat we tegenover elkaar komen te staan;

▪ We hebben kennis van elkaars beleidsplannen en hebben het verlangen om vanuit openheid elkaars partners te worden;

2.5 Uitgangspunten samenwerking Gemeente Oost Gelre, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties hebben gezamenlijk de uitgangspunten voor een goede samenwerking geformuleerd.

▪ Er is helderheid in de wettelijke kaders, zowel voor de

Deze uitgangspunten liggen ten grondslag aan het IHP en aan de projecten die daaruit voortvloeien. Gemeente, kinderopvangorganisaties en schoolbesturen voelen hiermee een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de onderwijshuisvesting in Oost Gelre.

▪

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

gemeente als voor het onderwijs en de kinderopvang; We nemen de gemeenteraad tijdig mee in het proces.

9/59 59 9/61

3. De ambities

De ambities

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

10/61

De gezamenlijke ambities vormen de inhoudelijke basis voor het vormen van de scenario’s. De ambities zijn in dit kwaliteitskader verdeeld in drie thema’s: 1. 2. 3.

Een passende plek voor elk kind; Leefbare kernen; Duurzame gebouwen.

3.1 Uitgangspuntennotitie De gemeenteraad is tijdens het proces om dit IHP op te stellen op verschillende momenten meegenomen. Op 16 februari en 22 mei jl. is er een bijeenkomst geweest met de raadswerkgroep waarin de uitgangspunten voor het IHP zijn besproken. Op 22 september jl. is door het college als opvolging hierop een uitgangspuntennotitie opgesteld, waarin drie concrete punten zijn geformuleerd als inbreng voor het IHP. Deze punten zijn gedeeld met de gemeenteraad. De punten zijn beschreven aan de rechterzijde van de pagina.

[]

Uitgangspunten gemeenteraad voor het Integraal huisvestingsplan: 1. Wij ondersteunen de doorgaande lijn bij (inclusiever) onderwijs. Ook zien wij de noodzaak van een ruimer gebouw, waar dit voor passend onderwijs noodzakelijk is. Graag zien wij in het IHP concrete percentages voor wat betreft de benodigde extra vierkante meters die bijdragen aan het bieden van passend onderwijs en het opvangen van zorgvragen binnen het (basis)onderwijs. 2. Wij staan achter een structurele samenwerking tussen kinderopvangorganisaties en het onderwijs in het kader van de doorgaande ontwikkellijn en de realisatie van extra ruimte die dit met zich meebrengt. In het IHP zien wij graag opgenomen dat de kosten zijn gedekt, hetzij door investering door de kinderopvangorganisatie, hetzij door een kostendekkende, marktconforme huur middels een langdurige huurovereenkomst. 3. Wij onderschrijven dat energieneutraal bouwen (ENG) de norm gaat worden. In het IHP willen wij duidelijke afspraken over het mee-investeringspercentage (waar dat toegestaan is) van scholen. Dit in relatie tot besparingen die scholen realiseren op de exploitatielasten (op basis van de TCO-benadering). Daarnaast willen wij met de schoolbesturen afspraken maken over het mee-investeren vanuit vrijval onderhoudsvoorzieningen voorafgaand aan de nieuwbouw of levensduur verlengende renovatie van een school.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

11/59 11/61

3.2 Een passende plek voor elk kind 3.2.1 Kaders en ontwikkelingen Thuisnabij passend onderwijs voor alle kinderen Per 1 augustus 2014 hebben scholen de zorgplicht om een passende onderwijsplek voor ieder kind aan te bieden. Zodra een school niet tegemoet kan komen aan de zorgbehoefte van een kind, is zij verantwoordelijk om met ouders en schoolbesturen in de regio een passende onderwijsplek te bieden.

3.2.2 De visie in Oost Gelre Thuisnabij passend inclusiever onderwijs De schoolbesturen en de gemeente Oost Gelre hebben het doel om het onderwijs thuisnabij voor ieder kind toegankelijk te maken. Zoveel mogelijk regulier waar het kan en speciaal waar noodzakelijk en beter is voor de ontwikkeling van het kind. Het onderwijs is passend, inclusief, thuisnabij in de wijk of kern en zoveel mogelijk op maat gemaakt voor individuele leer- en ontwikkelbehoeften. Het doel is om in de gemeente Oost Gelre voor elk kind een passende plek te vinden, ongeacht de behoefte. En dit zoveel mogelijk thuisnabij de wijk of woonplaats van het kind. Ruimte voor inclusiever onderwijs Het is in veel bestaande schoolgebouwen lastig om een goede invulling te geven aan inclusiever onderwijs. De indeling en toegankelijkheid van schoolgebouwen, maar ook het aantal vierkante meters, zijn niet berekend op het adequaat ondersteunen van leerlingen met een specifieke ondersteuningsbehoefte in het regulier onderwijs. Daarom biedt de gemeente de schoolbesturen de mogelijkheid om via een businesscase een aanvraag in te dienen om 10% extra vierkante meters krijgen boven op de normatieve behoefte om ruimte te creëren voor extra ondersteuning. I(E)KC-vorming Bij het vormen van een Integraal Kindcentrum (IKC) werken kinderopvang en onderwijs geïntegreerd samen met daarbij een gezamenlijke aansturing en visie.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

Passend bij de doelstelling voor passend en inclusief onderwijs hebben de schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en de gemeente Oost Gelre de ambitie om zoveel mogelijk over te gaan tot IKC-vorming om de schotten tussen de sectoren weg te nemen en de overgangen tussen de sectoren voor leerlingen te minimaliseren. Dit betekent dat onderwijs integraal samenwerkt met kinderopvang en zorgorganisaties om gezamenlijk de ontwikkeling, zorg en ondersteuning van het kind te organiseren. In de gemeente Oost Gelre zijn hier al concrete stappen in gemaakt. In IEKC Het Gele Park in Lichtenvoorde wordt basisonderwijs, speciaal basis onderwijs, speciaal onderwijs, kinderopvang en zorg door verschillende organisaties samen onder één dak met één visie aangeboden aan kinderen van 0-13 jaar. Een vooruitstrevend voorbeeld waar onderwijs, opvang en zorg samenkomen rondom het kind. Deze ontwikkeling willen alle partijen, waar dit mogelijk is, ook op andere locaties doorzetten. Of dit mogelijk is en op welke schaal, hangt af van de grootte van de kern en de lokale behoefte. Hierbij is de samenwerking tussen partijen maatwerk, passend bij de lokale behoefte en mogelijkheden. De primaire partners hierin zijn het onderwijs, kinderopvang en de gemeente.

Investeren in kinderopvang Een structurele integrale samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs moet worden gewaarborgd om in de gemeente Oost Gelre toekomstbestendige I(E)KC’s te ontwikkelen. Dat vraagt om fysieke nabijheid van kinderopvangorganisaties en scholen; in één gebouw bieden zij een doorlopende lijn aan kinderen en werken zij aan een warme overdracht, waarbij vroegtijdig op individueel niveau zorg- en/of leerbehoeften van kinderen worden gesignaleerd en aangeboden. Zowel in bestaande gebouwen als nieuwe gebouwen worden hiertoe de ruimtes die kinderopvangorganisaties voor kinderdagopvang en peuteropvang gebruiken, onttrokken aan de capaciteit voor onderwijs en ingezet voor de kinderopvang. Daarmee wordt de fysieke nabijheid gewaarborgd; de kinderopvangorganisatie is geen tijdelijke gebruiker van het gebouw, maar een permanente samenwerkingspartner in het gebouw. In een businesscase wordt per geval uitgewerkt welke partij investeert. Bij voorkeur is dit de kinderopvangorganisatie. De gemeente heeft echter ook de 12/61

mogelijkheid om ruimtes voor kinderopvang in IKC’s te voorfinancieren en deze via een kostprijsdekkende huur aan de kinderopvangorganisatie(s) te verhuren. Om ook de relatie op lange termijn te waarborgen, investeert de gemeente in ruimtes voor onderwijs én is de gemeente bereid een lening te verstrekken voor kinderopvang (voorfinanciering). Schoolbesturen investeren in principe niet in vastgoed.

Highlights voor de huisvesting: ▪

Het schoolbestuur is leidend in de keuze voor een kinderopvangorganisatie. Er zijn verschillende mogelijkheden om de het eigendom en de verhuur te organiseren. Bijvoorbeeld rechtstreeks via de gemeente of via een doorbelasting aan het schoolbestuur. In de businesscase wordt dit per project uitgewerkt. Hierbij wordt er altijd een kostprijsdekkende huur betaald. In bijlage 3 zijn enkele mogelijke constructies toegelicht.

▪

De schoolbesturen sluiten een samenwerkingsovereenkomst met de kinderopvangorganisatie(s) waarmee zij samenwerken en waarin afspraken over de doorgaande leerlijn en organisatie van het IKC zijn vastgelegd met een koppeling naar de huisvesting/het huurcontract.

▪

▪ ▪

Nieuwe of gerenoveerde onderwijshuisvesting faciliteert de vorming van doorgaande ontwikkellijnen van 0 – 13/18 jaar. Waar inhoudelijk meerwaarde wordt gezien in samenwerking tussen PO, VO en (V)SO, worden onderwijsvoorzieningen waar mogelijk bij elkaar gepositioneerd. Nieuw te bouwen scholen voldoen aan de eisen van integrale toegankelijkheid. We investeren in maximaal 10% extra vierkante meters voor inclusiever passend onderwijs. We investeren in structurele huisvesting voor kinderopvang bij een integrale samenwerking.

Investeren in vastgoed brengt risico’s met zich mee, alle partijen zijn dat zich bewust en zijn bereid om deze risico’s te delen. Ruimtes die door de gemeente worden gebouwd voor kinderopvang worden op basis van lange termijn overeenkomsten (minimaal 10 jaar) kostendekkend verhuurd, eventueel met een opslag voor het risico op leegstand.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

13/61

3.3 Leefbare kernen 3.3.1 De visie in Oost Gelre Leefbaarheidsvisie Kleine Kernen De gemeente Oost Gelre heeft een leefbaarheidsvisie voor de kleine kernen, deze is van toepassing op alle kernen behalve Groenlo en Lichtenvoorde. De leefbaarheidsvisie Kleine Kernen heeft tot doel de leefbaarheid in de kleine kernen in stand te houden, onder andere door het in stand houden en versterking van het voorzieningenniveau, waaronder ook basisscholen. In de leefbaarheidsvisie Kleine Kernen is beschreven dat voor het behoud van de leefbaarheid het de wens is om voor elke kern een basisschool te behouden. Kwaliteit van het onderwijs De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Voor het beoordelen van de onderwijskwaliteit wordt er door schoolbesturen gewerkt met een kwadrant met vier aspecten (onderwijs-personeelbetaalbaarheid-innovatie). Hierbij moeten de scholen op alle aspecten een voldoende scoren. De schoolbesturen begrijpen het belang van een school voor de leefbaarheid van een dorp. Daarom overleggen ze structureel en vroegtijdig met de lokale dorpsbelangenorganisaties (DBO’s) en gemeente over de lokale ontwikkelingen, zoals de keuze voor het sluiten of in stand houden van een school. De DBO’s hebben daarbij formeel geen zeggenschap, maar zijn een belangrijke gesprekspartner.

De uiteindelijke keuze ligt bij het schoolbestuur en de onderwijskwaliteit is daarbij leidend. Opheffingsnorm voor het basisonderwijs De rijksoverheid stelt een minimum aantal leerlingen vast voor een school. Dit heet de opheffingsnorm. De opheffingsnorm verschilt per gemeente, de opheffingsnorm voor de gemeente Oost Gelre is 59 leerlingen. Scholen met een leerlingenaantal dat 3 jaar op rij onder de opheffingsnorm valt, verliezen in principe hun bekostiging van het rijk. Daarbij kan een schoolbestuur er voor kiezen een ‘kleine’ school in stand te houden, bijvoorbeeld door middel van de gemiddelde schoolgrootte.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

Multifunctionele gebouwen Leefbare kernen gaat echter om meer dan een basisschool. Het gaat om plek voor de gemeenschap. Om het aanbod en de exploitatie van voorzieningen betaalbaar en behapbaar te houden is het doel daarom om naar een multifunctioneel gebouw in elke kern te groeien. Daarin worden zoveel mogelijk functies gebundeld, zoals ontmoeten, werken, leren, opvang, zorg en ontspannen. Een passend gebouw In eerste plaats gaat ‘een passend gebouw’ om de aansluiting van de capaciteit van een gebouw op de normatieve ruimtebehoefte (m² bvo). Vraag en aanbod worden zoveel mogelijk op elkaar afgestemd om zodanig tekorten of overmaat te beperken. Veel van de kernen beschikken over karakteristieke vooroorlogse schoolgebouwen, soms monumentaal of beeldbepalend. Echter is er in een deel van de gebouwen ook sprake van leegstand en zijn er nog grote investeringen nodig om de gebouwen te verduurzamen. Zeker in relatie tot het beperkte aantal leerlingen op een school. Moderne onderwijsconcepten vragen doorgaans meer open ruimten, gebruik van lespleinen en ruimten voor individueel en groepswerk. Zeker als de huisvesting wordt gedeeld met meerdere gebruikers. Het IHP heeft wendbaarheid voor ogen, nu en in de toekomst. Wendbaarheid om in te spelen op maatschappelijke, demografische en onderwijskundige veranderingen.

Het aanpassen van bestaande huisvesting vergt aanzienlijke investeringen en is niet in alle gevallen financieel haalbaar. Daarom wordt er bij de keuze voor renovatie of nieuwbouw gezocht naar aansluiting bij andere voorzieningen. Dit kan een school bij een bestaand dorpshuis zijn of andersom. De keuze hiervoor is maatwerk, passend bij de lokale situatie. Bij elke maatwerkoplossing worden, voorafgaand aan de bouw tussen de partners, afspraken vastgelegd over beheer en exploitatie van het maatwerkgebouw.

14/61

Highlights voor de huisvesting: ▪

▪

▪

▪

De schoolbesturen zijn eindverantwoordelijk voor de keuze om een school open te houden of te sluiten. De kwaliteit van het onderwijs, personeel, exploitatie en innovatie van een schoollocatie is belangrijk; het kwadrant is daarom leidend voor het al dan niet in stand houden van scholen. Scholen dragen bij aan de leefbaarheid, maar worden niet omwille van leefbaarheid in stand gehouden; Wanneer de opheffingsnorm in zicht komt voeren schoolbesturen met de DBO’s en de gemeente een gesprek om samen naar een passende oplossing, binnen de lokale context, afwegende de kwaliteit van het onderwijs en de leefbaarheid in de kern, te zoeken; Wanneer het gebouw qua leeftijd, functionaliteit, en technische staat vraagt om renovatie of nieuwbouw dan wordt er gestreefd naar een multifunctioneel gebouw in elke kern, voor versterking van de gemeenschap en het behouden van voorzieningen; Schoolgebouwen en multifunctionele gebouwen zijn ook in de kleine kernen integraal toegankelijk.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

15/61

3.4 Duurzame gebouwen 3.4.1 Kaders en ontwikkelingen De doelen uit het Klimaatakkoord In het Klimaatakkoord van Parijs is in 2015 afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan twee graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Hiertoe zijn twee fasen afgesproken: ▪ ▪

In 2030 is de uitstoot van CO2 met 49% verminderd ten opzichte van 1990. In 2050 is de uitstoot van CO2 met 95% verminderd.

Bijdragen aan dit doel is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partners. Eisen energieprestatie en aardgasvrij Met ingang van 1 januari 2021 zijn de eisen aan de energieprestatie van nieuwe schoolgebouwen verhoogd; voor nieuwbouw is het uitgangspunt om een bijna energieneutraal gebouw (BENG) te realiseren. Daarnaast is de verwachting dat door nieuwe Europese wetgeving per 2027 energieneutraal bouwen (ENG) de standaard gaat worden voor publieke gebouwen. Voorafgaand is het goed te toetsen op netcongestie en de mogelijkheden om energie (terug) te leveren aan het energienet. Eisen aan het binnenklimaat Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) geeft aangescherpte richtlijnen voor het binnenklimaat van gebouwen. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft op basis van het Bbl een Programma van Eisen voor ‘Frisse Scholen’1 opgesteld, waarmee schoolbesturen en gemeentes hun ambities voor binnenklimaat kunnen bepalen. Dit Programma van Eisen gaat uit van vijf pijlers, te weten energie, lucht, temperatuur, licht en geluid. Voor deze pijlers worden drie klassen onderscheiden, waarbij normen en grenswaarden (ook wel prestatie-eisen) worden aangeduid. De prestatie-eisen verschillen voor nieuwbouw- en renovatieprojecten.

Klasse C is hiermee gelijk aan het Bbl, Klasse B wordt als ‘goed’ aangeduid en Klasse A wordt als ‘uitmuntend’ aangeduid. Het Programma van Eisen geeft aan dat er aanleiding kan zijn om op onderdelen

van de prestatie-eisen af te wijken en daarmee op onderdelen (bewust) voor een andere klasse te kiezen. Naast het Programma van Eisen voor Frisse Scholen heeft de Rijksoverheid ook de SUVIS-subsidie en andere financiële regelingen in het leven geroepen om het binnenklimaat van bestaande schoolgebouwen aan te passen naar de huidige eisen. Deze regelingen kunnen worden ingezet als onderdeel van de financiële dekking voor een renovatie. De beschikbaarheid, voorwaarden en de verdeling van de resterende investering tussen de schoolbesturen en de gemeente zijn maatwerk per project.

3.4.2 De visie in Oost Gelre We gaan voor energie neutrale gebouwen (ENG) De ambitie van de gemeente Oost Gelre is om in 2050 energieneutraal te zijn. Daarmee gaat de lokale ambitie verder dan de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs. Als onderdeel van de maatschappelijke vastgoedportefeuille speelt de onderwijshuisvesting een belangrijke rol om deze ambitie te verwezenlijken. De gemeente voelt, samen met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties, de verantwoordelijkheid om dit doel te behalen. De gemeente Oost Gelre, de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties kiezen er daarom voor om energieneutraal bouwen de ondergrens te maken bij nieuwbouw én (indien haalbaar) renovatie in onderwijshuisvesting. Vanuit maatschappelijke betrokkenheid, maar ook omwille van een gezonde leer- en werkomgeving voor leerlingen en medewerkers. Een goed binnenklimaat Daarnaast vormt binnenklimaat van onderwijsgebouwen landelijk, mede gevoed door de aandacht voor ventilatie vanwege de recente coronapandemie, een belangrijk thema. Een gezonde leer- en werkomgeving voor leerlingen en medewerkers is daarbij van groot belang. De partijen hebben daarom gezamenlijk de ambitie vastgesteld om bij renovatie en nieuwbouw Frisse Scholen Klasse B te beogen en waar mogelijk, noodzakelijk, zinvol en (financieel) haalbaar te streven naar Klasse A.

In een businesscase moet aangetoond worden wat technisch mogelijk is met een (bestaand)

1 Programma van Eisen Frisse Scholen, RVO (2015)

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

16/61

gebouw, welke kosten dit met zich meebrengt en welke resultaten (financieel, Total Costs of Ownership, ecologisch) dit oplevert. Samen investeren De gezamenlijke ambities vragen om een extra investering boven op de wettelijke verplichting. De schoolbesturen en de gemeente hebben elkaar daarom nodig om de ambities rondom energieneutraliteit en het binnenklimaat te behalen. In principe investeren schoolbesturen niet in vastgoed. Vanuit de gezamenlijke ambities is er bereidheid onderzoek te doen naar mee-investeren door schoolbesturen, waar zij dit kunnen én mogen. Dit omdat sommige investeringen in de stap van BENG naar ENG een voordelige invloed kunnen hebben op de exploitatie van een gebouw. Het verschil van BENG naar ENG (conform de uitgangspunten in hoofdstuk 7) bedraagt €175,per m² bvo, circa 5% van de totale investeringslasten per m² bvo. Ter dekking van dit verschil kunnen geen vaste percentages worden gehanteerd, maatwerk is het uitgangspunt. Het schoolbestuur, de kinderopvang en de gemeente zoeken in een businesscase, volgend uit dit IHP, gezamenlijk naar financiële middelen, financieringsmogelijkheden binnen de geldende wetgeving. Hierbij wordt ook onderzocht in hoeverre er sprake is van energiebesparing als basis voor een eventuele bijdrage. Total Costs of Ownership (TCO) is het uitgangspunt voor de businesscases (zie 5.4).

Levensduurverlengende renovatie Levensduurverlengende renovatie is in Oost Gelre een volwaardig alternatief voor nieuwbouw en heeft de voorkeur mits de locatie en het gebouw geschikt te maken zijn voor de onderwijsvisie. Bij een levensduurverlengende renovatie wordt gestreefd naar het behalen van dezelfde duurzaamheidsambitie als bij nieuwbouw. Bestaande gebouwen hebben echter beperkingen, daarom is het uitgangspunt dat levensduurverlengende renovatie resulteert in een Bijna energieneutraal gebouw (BENG) en Frisse Scholen klasse B, mits het gebouw dit toelaat. De levensduur wordt met minimaal 25 jaar verlengd. Voor nieuwbouw wordt in een businesscase aangetoond of en op welke manier circulair bouwen mogelijk is. Door materiaalschaarste, stijgende prijzen van primaire grondstoffen, incorporeren van milieuschade in de bouwkosten en een groter besef van de milieuschade als gevolg van bouwen, verandert het beeld op het gebruik van materialen. Door circulair bouwen wordt de uitputting van primaire grondstoffen beperkt. Door nu te ontwerpen op 2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

circulaire uitgangspunten, kunnen materialen aan het einde van de levensduur van het gebouw worden hergebruikt. Hierbij kan worden gedacht aan losmaakbaarheid en herbruikbaarheid van bouwelementen. Zo worden schoolgebouwen grondstofbanken voor toekomstige projecten in plaats van dat materialen aan het einde van de levensduur van een gebouw waardeloos zijn, ofwel afval zijn. Van materialen wordt in een circulaire economie verwacht dat ze hoogwaardig langdurig kunnen worden hergebruikt. Materialen krijgen daarmee een toekomstwaarde. Vanuit deze redenatie kan voor toekomstige projecten rekening worden gehouden met een restwaarde. Deze toekomstige restwaarde kan worden benut als investeringsruimte nu, voor circulaire, herbruikbare materialen. Groene schoolpleinen Voldoende beweging door kinderen is belangrijk voor de gezondheid, fitheid en leerprestaties van kinderen. Als de inrichting van schoolgebouwen en terreinen uitnodigt tot balanceren, klimmen, springen en rennen, draagt de huisvesting er tijdens de schoolperiode aan bij dat kinderen zich op een vanzelfsprekende manier veelzijdig ontwikkelen. Een natuurlijke, groene speelomgeving stimuleert een gevarieerd, fantasierijk en creatief speelgedrag. Ook passen groene schoolpleinen in de ambitie om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen.

Highlights voor de huisvesting: ▪

▪ ▪

▪

Levensduurverlengende renovatie is in Oost Gelre een volwaardig alternatief en verlengt de levensduur van schoolgebouwen met minimaal 25 jaar; Renovatie heeft de voorkeur, als dit mogelijk is in combinatie met de onderwijsvisie. Energieneutraal bouwen is de ambitie voor nieuwbouw én levensduur verlengende renovatie en er wordt gestreefd naar klasse B is conform Bouwbesluit en waar nodig, mogelijk en haalbaar naar klasse A (al dan niet op onderdelen). Voor alle projecten voortvloeiend uit dit IHP wordt eerst een businesscase opgesteld door het schoolbestuur en de gemeente. In de businesscase wordt een afweging gemaakt tussen BENG en ENG, renovatie en nieuwbouw. De afweging wordt gebaseerd op de te realiseren kwaliteit (duurzaamheid, onderwijsvisie), financiën (investering, kapitaallasten en exploitatie) en eventuele ruimtelijke aspecten (locatiekeuze, inpassing).

17/59 17/61

4. Huidige situatie en ontwikkelingen

Huidige situatie & ontwikkelingen

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

18/61

Er zijn verschillende ontwikkelingen die leiden tot het aanpassen van onderwijshuivesting. Bijvoorbeeld veranderingen in leerlingenaantallen, waardoor gebouwen te krap of te ruim zijn of veroudering van de portefeuille. Dit hoofdstuk gaat dieper in op de demografische ontwikkeling en de omvang en staat van de huidige portefeuille.

16 locaties met 18 scholen Basisonderwijs, voorgezet onderwijs, speciaal onderwijs ,

[]

5 schoolbesturen en 6 kinderopvangorganisaties

4.1 Leerlingenaantallen In de gemeente Oost Gelre zijn in totaal achttien scholen op zestien verschillende locaties. Dit is exclusief de schoolgebouwen van de Aloysiusstichting, waarvoor de gemeente geen economisch claimrecht heeft en daarmee buiten de scope van dit IHP vallen.

,

3819 kinderen Basisonderwijs, voorgezet onderwijs, speciaal onderwijs

Op peildatum 1 oktober 2021 gaan er in de gemeente Oost Gelre 2287 leerlingen naar het basisonderwijs en speciaal onderwijs en 1532 leerlingen naar het voortgezet onderwijs. ▪

▪

Er is momenteel één school met een leerlingenaantal onder de opheffingsnorm (59 leerlingen), dit is Basischool st. Ludgerus in Zwolle. Deze school wordt met de regeling voor de gemiddelde schoolgrootte2 in stand gehouden. Het leerlingenaantal schommelt de komende vijftien jaar tussen de 45 en 50 leerlingen. Het bestuur is momenteel nog niet voornemens om de school te sluiten. In het afgelopen decennium is er een sterke daling geweest in het aantal leeringen in het basisonderwijs. Na deze jaren van krimp ontstaat er de komende jaren vanuit stabilisering een lichte groei naar 2575 leerlingen.

Ontwikkeling leerlingenaantallen 3000

,

2800 2600 2400 2200 2000

▪

In het voortgezet onderwijs vindt de daling momenteel plaats. De krimp die zichtbaar is geweest in het basisonderwijs zorgt tot ongeveer 2030 in een afname van het aantal leerlingen van ruim 13% t.o.v. 2021. Op langere termijn wordt door de demografische ontwikkeling de stabilisatie en lichte groei uit het primair onderwijs ook zichtbaar in het voortgezet onderwijs, echter is dit zeer beperkt.

1800

1600 1400 1200

2037

2036

2035

2034

2033

2032

2031

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2022

Basisonderwijs en speciaal onderwijs Voortgezet onderwijs 2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

19/59 19/61

Op grond van artikel 143 WPO kunnen scholen waarvan het leerlingenaantal zich onder de opheffingsnorm bevindt in stand worden gehouden wanneer de gemiddelde schoolgrootte van een bestuur tenminste 10/6e maal het gewogen gemiddelde van de opheffingsnormen van de gemeenten waarin het bestuur scholen heeft

Ruimtesaldo primair onderwijs

4.2 Ruimtesaldo

,

In de grafiek aan de rechterzijde van de pagina staat het ruimtesaldo weergeven. Dit geeft aan of er een tekort (negatief ruimtesaldo) of een overschot (positief ruimtesaldo) aan vierkante meters (bvo) ruimte in de onderwijsgebouwen is (exclusief medegebruik). Basisschool de Hoeksteen

De normatieve ruimtebehoefte wordt conform de lokale verordening berekend. Deze voorziet in een vaste voet per vestiging (of meerdere per profiel in het voortgezet onderwijs) en een variabel aantal vierkante meter per leerling.

▪

Basisschool De Ni-je Veste Basisschool St. Ludgerus

Schoolbesturen kunnen een aanvraag doen voor uitbreiding indien er sprake is van een structureel tekort en er voldaan is aan de drempelwaarde. De meeste gebouwen in de gemeente beschikken echter over een overschot aan oppervlakte (groen). Dit komt in de meeste gevallen door de daling in leerlingenaantallen van de afgelopen jaren.

▪

Basisschool 't Carillon Basisschool Frans ten Bosch Basisschool Sint Jorisschool Basisschool De Leeuw

Een overschot heeft zowel positieve als negatieve effecten. Enerzijds beschikken bijna alle scholen daardoor namelijk over voldoende ruimte, anderzijds kunnen grote leegstanden voor structurele financiële tekorten op de huisvestingslasten bij schoolbesturen zorgen. Schoolbesturen krijgen namelijk een vergoeding per leerling en tekorten op de huisvesting gaan ten koste van andere (onderwijs) budgetten.

▪

In het basisonderwijs en speciaal basisonderwijs is er in totaal op de teldatum sprake van een leegstand van 4047 m2 ten opzichte van de normatieve ruimtebehoefte. Uitgaande van een gemiddeld ruimtegebruik van 6m2 per leerling en 25 leerlingen per groep betreft dit ruimte voor circa 27 groepen waarvoor geen bekostiging wordt ontvangen. Dit betekent een kostenpost voor de schoolbesturen gezamenlijk van circa € 213.000 per jaar3. Een deel van deze leegstand wordt momenteel gebruikt door huurders, waardoor de leegstand in de praktijk lager uitvalt.

▪

3 Op basis van de voormalige vergoeding voor Materiele instandhouding, gecorrigeerd naar prijspeil

2023.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

Basisschool Het Gele Park HGP Speciaal Basisonderwijs Basisschool Sint Canisius Sint Jozefschool Basisschool Antoniusschool Vragender Basisschool Sint Antonius Lievelde Basisschool Sint Theresia -200

0

200

400

600

800 1000 1200

Leegstand Ruimtetekort 20/59 20/61

In het voortgezet onderwijs is er een wisselend beeld. Het onderwijsgebouw van Marianum in Groenlo heeft een theoretische leegstand van 24%, echter door verhuur aan medegebruikers is er nauwelijks sprake van leegstand. In de twee gebouwen in Lichtenvoorde is er echter een leegstand van ruim 58% (ruim 7700 m2). Een deel van deze leegstand wordt opgevuld door verhuurders. Echter resteert er nog steeds een leegstand van 41%. Dit tekort loopt in de komende jaren verder op door de geprognosticeerde daling in het leerlingenaantal. Het leerlingenaantal lijkt na 2028 te stabiliseren.

Ruimtesaldo voortgezet onderwijs

[]

,

Marianum Groenlo Marianum Lichtenvoorde

4.3 Gebouwleeftijd

0

2000

4000

6000

8000

10000

In het overzicht aan de rechterzijde van de pagina is de leeftijdsopbouw van de porteuillle zichtbaar. ▪

▪

De grafiek toont de leeftijd van alle schoolgebouwen in de gemeente Oost Gelre. Hiermee wordt bedoeld het aantal jaar sinds de bouw of laatste levensduurverlengende renovatie; De gemeente Oost Gelre schrijft de onderwijshuisvesting boekhoudkundig af in 40 jaar. Na 40 jaar neemt de kans toe dat er sprake is van een dermate grote veroudering dat regulier onderhoud niet meer volstaat. De getoonde leeftijd betreft een indicatie voor de veroudering en staat van de portefeuille, het betreft uiteindelijk maatwerk per gebouw;

Gebouwleeftijd portefeuille ,

70 60

De portefeuille is in leeftijdsopbouw grotendeels te verdelen in twee groepen:

50

Er is een relatief grote groep oude gebouwen die (mogeljik) om een ingreep vragen. Van de zestien gebouwen zijn momenteel vijf gebouwen meer dan veertig jaar geleden gebouwd of voor het laatst levensduurverlengend gerenoveerd.

40

▪

▪

De tweede groep bestaat uit relatief recent (gerenoveerde) gebouwen. Dit zijn gebouwen die voornamelijk in het afgelopen decennium zijn gebouwd of gerenoveerd. Voorbeelden hiervan zijn de gebouwen van Marianum en IEKC Het Gele Park.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

30

Reguliere afschrijvingsduur ,

20 10 0 21/59 21/61 21/61

Perspectieven

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

22/61

5. Perspectief per gebouw

5.2 Huisvestingsmaatregelen In het IHP onderscheiden we de volgende type huisvestingsmaatregelen:

Voor elke school is op basis van de vastgestelde ambities uit hoofdstuk twee en de ontwikkelingen die beschreven zijn in hoofdstuk vier een scenario opgesteld. In dit hoofdstuk wordt beschreven wat de criteria zijn voor een scenario, hoe de keuze tot stand komt en zijn de scenario’s per school weergeven.

5.1 Wanneer komt een gebouw in aanmerking? De keuze om een gebouw levensduurverlengend te renoveren of te vervangen door nieuwbouw is een afweging op basis van verschillende aspecten zoals technische kwaliteit, functionele kwaliteit en de toekomstbestendigheid van de school. Bij een gebouw kan bijvoorbeeld de boekhoudkundige levensduur verstreken zijn, echter kan het gebouw functioneel aansluiten bij het onderwijs en technisch nog in goede conditie zijn. Wanneer een gebouw in aanmerking komt voor een huisvestingsmaatregel zijn er vaak meerdere van de volgende criteria van toepassing: ▪ ▪

▪ ▪ ▪

De afschrijvingstermijn van het gebouw is verstreken. Het gebouw voldoet niet meer aan de functionele eisen passend bij het onderwijsconcept, en is niet met beperkte middelen door het schoolbestuur aan te passen. Het gebouw is met regulier onderhoud niet tot een redelijk kwaliteitsniveau te behouden (bijv. binnenklimaat of duurzaamheid). Het schoolbestuur heeft niet nalatig gehandeld en heeft gedurende de levensduur structureel onderhoud uitgevoerd aan het gebouw. De school is (onderwijskwaliteit, leerlingenprognoses en opheffingsnorm) voldoende levensvatbaarheid is voor de toekomst.

▪

Doorexploiteren Bij dit scenario wordt er in de komende 16 jaar geen maatregel toegepast anders dan onderhoud door het schoolbestuur.

▪

Nieuwbouw Bij de keuze voor nieuwbouw wordt er op de huidige of een nieuwe locatie een gebouw gerealiseerd met een minimum levensduur van 40 jaar.

▪

Levensduurverlengend renoveren Bij levensduurverlengend renoveren wordt een bestaand gebouw gerenoveerd voor ten minste 25 jaar Dit kan ook op een gedeelte van het gebouw van toepassing zijn, bijvoorbeeld voor een monumentaal gebouw in combinatie met nieuwbouw voor een ander gebouwdeel. Bij een levensduur verlengende renovatie wordt het gebouw minimaal verduurzaamd tot niveau BENG, waarbij ENG de ambitie is.

▪

Onderzoek naar reduceren van overmaat Bij schoolgebouwen met overmaat is een onderzoek naar mogelijke oplossingen aan te raden. Het reduceren van overmaat kan bestaan uit het verhuren van ruimte of het terug leveren van ruimtes aan (en in overleg met) de gemeente.

5.3 De keuze voor een maatregel De keuze voor een specifieke maatregel kent maar beperkt harde criteria. Het betreft een afweging tussen verschillende criteria. Dit betreffen onder andere: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

de afstemming van ruimtevraag en -aanbod (overmaat of tekort); de technische staat van een gebouw; de mate waarin een gebouw functioneel aansluit bij het type onderwijs; de mogelijkheden van een bestaand gebouw om het functioneel aan te passen en te verduurzamen; de geschiktheid of omvang van de locatie; de boekwaarde van het gebouw.

23/61

De definitieve keuze wordt voorafgaand aan een project gemaakt in een businesscase.

5.4 Criteria businesscase Voor alle projecten voortvloeiend uit dit IHP wordt eerst een businesscase opgesteld door het schoolbestuur en de gemeente. In de businesscase wordt de huisvestingsmaatregel uitgewerkt en wordt ten minste een afweging gemaakt op: ▪ ▪

▪ ▪

Levensduurverlengende renovatie en nieuwbouw; afweging op basis van circulariteit, mogelijk haalbare energieprestatie, onderwijsvisie, financiën op basis van TCO (investering, kapitaallasten en exploitatie) en eventuele ruimtelijke aspecten (locatiekeuze, inpassing); benodigde aanvullende m2’s voor inclusiever onderwijs binnen een reguliere school; het te nemen programma voor kinderdagopvang, de financiering van dit programma en de toe te passen eigendoms- en beheerconstructie.

Schoolbesturen zijn op zoek naar en delen best practices van businesscases, specifiek gelet op het thema verduurzaming, investeren door schoolbesturen in verduurzaming en Total Costs of Ownership (TCO).

▪

een beoordeling op duurzaamheid (energie), waarbij middels de verbruikscijfers via de Weii-methodiek een beoordeling wordt gegeven.

Indicatoren ruimtebehoefte In veel onderwijsgebouwen zijn er medegebruikers, bijvoorbeeld kinderopvang, een bibliotheek of een zorgorganisatie. Bij sommigen organisaties is er sprake van dubbelgebruik, bijvoorbeeld als de buitenschoolse opvang gebruik maakt van onderwijsruimte na schooltijd. In de grafiek met de ruimtebehoefte wordt er daarom de volgende gebruikers benoemd: ▪ ▪

▪

Groen Dit betreft de normatieve ruimtebehoefte van de school; Grijs In het grijs staan medegebruikers met eigen ruimte, bijvoorbeeld kinderopvang of een bibliotheek. Medegebruikers met dubbelgebruik worden dus niet apart vermeld; Paars Dit betreft de opslag van 10% voor inclusiever onderwijs. Deze is niet toegekend voor de bestaande onderwijsgebouwen maar kan door schoolbesturen worden aangevraagd op basis van een businesscase, ook bij uitbreiding. De criteria hiervoor zijn benoemd in hoofdstuk zes.

5.6 Energieprestatie (Weii)

5.5 Toelichting op de indicatoren Op de volgende pagina’s geeft dit IHP een samenvatting per schoollocatie. De pagina’s bevatten een aantal elementen: ▪ ▪ ▪ ▪

▪

Een kaart waarop de ligging van de school te zien is; een beschrijving van de school, de leerlingenontwikkeling, de ruimtebehoefte, de kwaliteit en relevante ontwikkelingen; een grafiek met de ruimtebehoefte en het normatieve ruimtesaldo; een beoordeling op kwaliteit van het gebouw. Hierbij zijn de beoordelingen op kwaliteit gebaseerd op de NEN 2767 schouwen per bouwdeel (en naar rato op basis van oppervlakte); een beoordeling op financiën van de exploitatie. Zowel het MJOP als de verbruikslasten worden afgezet tegen benchmark exploitatielasten van ICSadviseurs, waaruit vervolgens een financiële beoordeling komt; 2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

De energieprestatie van een gebouw ▪

▪

De Werkelijke Energie Intensiteit indicator (Weii) weergeeft de energieprestatie van een gebouw aan de hand van het energieverbruik de oppervlakte van het gebouw. Een gebouw valt op basis van de energieprestatie in één van de zes getoonde klassen, van zeer onzuinig tot Paris Proof.

Weii-klassen Paris Proof Zeer zuinig Zuinig Gemiddeld Onzuinig Zeer onzuinig 24/61

5.6.1 Scenario’s basisonderwijs en speciaal onderwijs

Scenario’s basisonderwijs en speciaal onderwijs

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

25/61

Basisschool De Hoeksteen Groenlo • Accent Scholengroep De Hoeksteen is een christelijke basischool in Groenlo. Na een daling van het aantal leerlingen in de afgelopen jaren is er momenteel sprake van een stabilisering en groei op termijn. De school heeft momenteel 180 leerlingen en zit daarmee op een gemiddelde schoolgroote.

[Tekst]

De school is gevestigd in een verouderd gebouw dat stamt uit 1973. De school heeft de sterke wens om zich om te vormen tot een IKC samen met haar partner Pindakaas. Dit is niet mogelijk in het huidige gebouw.

De exploitatie (financiën) en duurzaamheid (Weii) geven een gemiddelde score, echter scoort het gebouw in de indicator beter dan de feitelijke situatie doordat er sprake is van een ruimtetekort, waardoor er per saldo een hogere vergoeding voor de materiële instandhouding wordt ontvangen.

Kwaliteit Financiën Weii: Gemiddeld Ruimtesaldo 2037: 122 m2 tekort

Boekwaarde € 175.340

Huisvestingsscenario ─── Levensduurverlengend renoveren of nieuwbouw.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

26/59 26/61

Basisschool De Ni-je Veste Groenlo • Delta Scholengroep De Ni-je Veste is een centraal gelegen basischool in Groenlo. De school heeft momentel een stabiel leerlingenaantal met op termijn een lichte groei. Op de school zitten momenteel 156 leerlingen. Het gebouw biedt daardoor voldoende ruimte voor het aantal leerlingen.

[Tekst]

De school is gevestigd in een modern gebouw welke stamt uit 2014. Dit gebouw is door het recente bouwjaar in goede staat. De school heeft de wens om zich om te vormen tot een IKC.

Huisvestingsscenario ─── Doorexploiteren.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

27/59 27/61

Basisschool Sint Willibrordus Groenlo • Delta Scholengroep De Sint Willibrordus school in Groenlo zit momenteel in tijdelijke huisvesting. In september 2023 is de samenwerkingsovereenkomst tussen het schoolbestuur en de gemeente door de gemeente ontbonden.

[Tekst]

Op dit moment vindt een heroriëntatie plaats door het schoolbestuur op de gebouwelijke situatie in Groenlo en Zwolle.

Huisvestingsscenario ─── Krediet voor nieuwbouw verstrekt.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

28/59 28/61

Basisschool ‘t Carillon Groenlo • Delta Scholengroep ’t Carillon is circa vijf jaar geleden ontstaan als een fusie tussen twee basischolen. De school is gelegen in het centrum van de stad binnen de gracht.

[Tekst]

Momenteel heeft de school 175 leerlingen, passend bij de omvang van het gebouw. Echter is de wens om de school om te vormen tot een IKC, wat momenteel niet mogeljk is door ruimtegebrek. De school is gevestigd in een verouderd gebouw welke stamt uit 1970, daarmee is het gebouw ruim 50 jaar oud. Stichting de Achthoek biedt in de school een peuterspeelzaal aan.

Huisvestingsscenario ─── Levensduurverlengend renoveren of nieuwbouw.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

29/59 29/61

Basisschool St. Ludgerus Groenlo • Delta Scholengroep Basischool St. Ludgerus is een kleine dorpsschool in de kern Zwolle met 52 leerlingen. Daarmee is en blijft het leerlingenaantal onder de opheffingsgrens van de gemeente Oost Gelre. Het schoolbestuur is echter niet voornemens om de school op te heffen en houdt de school op basis van de gemiddelde schoolgrootteregeling in stand.

[Tekst]

Het schoolgebouw verkeert momenteel in redelijke staat, het binnenklimaat en energieprestatie is echter slecht. Het gebouw heeft een groot overschot aan ruimte, welke gebruikt wordt door het lokale dorpshuis. Stichting de Achthoek biedt in samenwerking met de school een peuterspeelzaal aan, deze is gehuisvest in de ruimte van het dorpshuis.

Kwaliteit

Financiën Weii: Zeer onzuinig Ruimtesaldo 2037: 22 m2 over Boekwaarde: 112.767

Huisvestingsscenario ─── Levensduurverlengend renoveren of nieuwbouw.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

30/59 30/61

Basisschool Sint Theresia Mariënvelde • Paraat Scholen Basisschool Sint Theresia is een basischool in het dorp Mariënvelde. Het is de enige basischool van het dorp, de school heeft momenteel 81 leerlingen. De school heeft last gehad van een daling van het aantal leerlingen, echter is er momenteel sprake van een stabilisering. Het gebouw is in 2012 voor het laatst gerenoveerd en verkeert in redelijke staat, echter is de energieprestatie matig.

[Tekst]

Stichting de Achthoek biedt in samenwerking met de school een peuterspeelzaal aan.

Huisvestingsscenario ─── Doorexploiteren en verduurzaming.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

31/59 31/61

Sint Jozefschool Zieuwent • Paraat Scholen De Sint Jozefschool is een basischool in het dorp Zieuwent. Na een daling van het aantal leerlingen in de afgelopen jaren is er momenteel een leerlingenaantal van 98 leerlingen en gaat de school de komende jaren weer licht groeien. In het gebouw is sprake van substiantiële leegstand, er is een ruimteoverschot van ruim 40% van het gebouw.

[Tekst]

De school is gevestigd in een beeldbepalend gebouw uit 1921. De kwaliteit van het gebouw is redelijk, de energieprestatie is slecht. Stichting de Achthoek biedt in samenwerking met de school een peuterspeelzaal aan.

Huisvestingsscenario ─── Onderzoek: Mogelijkheden afstoten gebouwdelen en levensduurverlengend renoveren. 2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

32/59 32/61

Basisschool Sint Antonius Lievelde Lievelde • Paraat Scholen Basischool Sint Antonius is de dorpsschool van Lievelde. Na een daling van het aantal leerlingen in de afgelopen jaren is er momenteel sprake van een stabilisering en lichte groei op termijn. De school heeft momenteel 82 leerlingen en behoort daarmee tot de kleinere scholen.

[Tekst]

De school is gevestigd in een gebouw dat stamt uit 1989. De staat van het gebouw is gemiddeld, de energieprestatie is redelijk. Stichting de Achthoek biedt in samenwerking met de school een peuterspeelzaal en buitenschoolse opvang aan.

Huisvestingsscenario ─── Levensduurverlengend renoveren.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

33/59 33/61

Basisschool Sint Canisius Harreveld • Paraat Scholen Basisschool Sint Canisius is de enige basischool in Harreveld. Na een daling van het aantal leerlingen in de afgelopen jaren is er momenteel sprake van een stabilisering en groei op termijn. De school heeft momenteel 80 leerlingen.

[Tekst]

De school is gevestigd in een beeldbepalend gebouw uit 1921, dat voor het laatst grotendeels herbouwd en gerenoveerd is in 1995. In het gebouw is sprake van een grote structurele leegstand van meer dan 60%. Stichting de Achthoek biedt in samenwerking met de school een peuterspeelzaal aan.

Huisvestingsscenario ─── Onderzoek: Inpassing dorpshuis of afstoten gebouwdelen.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

34/59 34/61

Basisschool Sint Antoniusschool Vragender Vragender • Paraat Scholen Basisschool Sint Antonius is de dorpsschool in Vragender. Momenteel heeft de school 96 leerlingen en is stabiel tot licht groeiend.

[Tekst]

De school is gevestigd in een ouder gebouw uit 1978 met een redelijke kwaliteit, de energieprestatie is redelijk. De school heeft daarnaast de wens om zich om te vormen tot een IKC, dit is mogeljk binnen het huidige gebouw. Stichting de Achthoek biedt in samenwerking met de school een peuterspeelzaal en buitenschoolse opvang aan.

Kwaliteit

Financiën Weii: Zuinig Ruimtesaldo 2037: 383 m2 over

Boekwaarde € 241.270

Huisvestingsscenario ─── Levensduurverlengend renoveren of nieuwbouw.

2220067/20231124FvW02 | www.icsadviseurs.nl

35/59 35/61

Basisschool Het Gele Park Lichtenvoorde • Paraat Scholen Basisschool Het Gele Park maakt deel uit van IEKC Het Gele Park. Het Gele Park is een centrum met alle voorzieningen voor kinderen van 0 -13 jaar. In het centrum is basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs, opvang en zorg gezamenlijk gevestigd onder één dak en samenwerkend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14091828/2