CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

factsheets licht in de openbare ruimte 2025-2035

Raadscommissie 22 april 2025, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Beleidsplan Licht in de openbare ruimte 2025-203513.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Foto: Reclamebord dat zo fel verlicht is, dat het niet meer leesbaar is.

51

Foto: tankstation dat fel verlicht is. Het reclamebord is niet leesbaar en de weg zie je niet goed meer.

Reclame aan lichtmasten Ook zien we steeds vaker reclame aan lichtmasten. Deze kunnen verlicht of onverlicht zijn. Voor de gemeente kan het een extra inkomstenbron zijn. Echter er zijn ook andere aspecten waar rekening mee gehouden moet worden. Uit het oogpunt van lichthinder worden de fel stralende borden bij avond en nacht niet door iedereen op prijs gesteld en werpt ook het energiegebruik vraagtekens op. Om een reclamebord aan een lichtmast te bevestigen, moet de mast ook extra verzwaard zijn. Dat is niet standaard het geval. Ook moeten we ons afvragen of we wel reclame aan de masten willen. Feestverlichting In centrumgebieden wordt in de feestmaanden vaak feestverlichting opgehangen. Dit is in overleg met de middenstand. Verlichting zorgt voor extra sfeer in de donkere maanden.

Foto: feestverlichting in het centrum in overleg met middenstand.

Reclame in bushokjes (Abri’s) In bushokjes is vaak verlichte reclame geplaatst, abri’s noemen we dat. Het is vaak fel en kan storend zijn.

52

Leddisplays Leddisplays zijn lichtgevende borden. Deze kunnen stilstaande beelden bevatten of wisselende beelden. Soms knipperend. Deze borden kunnen van invloed zijn op de verkeersveiligheid. De weggebruiker kan erdoor worden afgeleid en kan zich dan niet meer goed concentreren op het rijden. De kleur van de advertenties is bepalend voor de felheid. In onze gemeente hebben we nu 2 leddisplays en 2 lichtkranten.

Foto: afbeelding van een leddisplay dat steeds vaker voorkomt.

Beleid Reclame aan masten Op dit moment hangen er geen verlichte reclameborden aan de lichtmasten. Dit beleid wordt gehandhaafd. Lichtmastreclames passen niet bij het landschap en karakter van Oost Gelre. Bovendien zorgen verlichte lichtmastreclames voor lichtvervuiling en een hoger energieverbruik. Als er reclame borden aan de lichtmast bevestigd moeten worden, dan dienen de masten verzwaard te worden. Dat is niet wenselijk omdat dit extra kosten met zich meebrengt. Leddisplays, lichtbakken e.d. We zijn terughoudend ten aanzien van nieuwe leddisplays (grote reclame borden met wisselende beelden) en lichtbakken en dergelijke. Deze kunnen storend zijn in het landschap en voor inwoners. Ook kunnen ze een negatief effect hebben op de verkeersveiligheid. Voor nieuwe leddisplays en dergelijke hanteren we onder andere de volgende eisen: - De richtlijnen van de NSVV ter voorkoming van lichthinder. Maar ook wordt gekeken naar de notitie van Rijkswaterstaat (‘Objecten langs auto(snel)wegen’) en CROW-publicatie ‘Reclame langs wegen’. - Knipperende beelden staat Oost Gelre in elk geval niet toe. - Bewegende beelden alleen indien dit niet storend is voor omgeving, flora/fauna en de verkeersveiligheid niet in gevaar komt. De gemeente kan eisen stellen aan het aantal bewegende beelden en de tijdsduur. - Verder kan er aangeven worden dat bepaalde kleuren niet toegestaan zijn.

- In ieder geval dienen de leddisplays altijd in de avond gedimd te worden en in de nacht uitgezet te kunnen worden.

53

Voor leddisplays, tv-schermen en dergelijke in etalages geldt dat deze geen hinder voor omwonenden mag veroorzaken en na sluitingstijd uit moet zijn. In de avond moet het licht (tot sluitingstijd) gedimd worden. Omgevingscheck vergunning Via de omgevingscheck kan bekeken worden of er voor het plaatsen van reclame een omgevingsvergunning nodig is. Wij toetsen aan de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) en aan het vigerende bestemmingsplan. Daarnaast toetsen wij, ter voorkoming van lichthinder door reclame, aan de richtlijnen van de NSVV (Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde). In gesprek We gaan, in die situaties waar dat van toepassing is, in gesprek met de ondernemers om terughoudend te zijn met verlichte reclameborden/etalages en dergelijke. Door gericht of zacht licht te gebruiken kan vaak meer bereikt worden. Ook wordt de ondernemers verzocht kritisch te kijken naar op welke tijden er verlichting nodig is.

Samengevat: -

Terughoudend ten aanzien van nieuwe leddisplays en dergelijke; Achter glas geen hinder veroorzaken, in avond gedimd en na sluitingstijd uit; Feestverlichting in het centrum toegestaan in overleg met middenstand en gemeente; Geen verlichte reclameborden aan de lantaarnpalen; In gesprek met ondernemers indien de situatie daartoe aanleiding geeft.

54

3.12 Recreatie Samen met de omliggende Achterhoekse gemeenten is Oost Gelre zeer in trek bij recreanten. Niet alleen voor een dagje uit, maar ook voor een langer verblijf. De natuurgebieden zorgen voor vele recreatieve mogelijkheden. Er zijn in onze gemeente veel campings, bed&breakfast en hotels. De vrijetijdssector is een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Recreatie brengt vaak ook verlichting met zich mee. Bij horeca en campings bijvoorbeeld. Veel recreatiemogelijkheden bevinden zich in onze buitengebieden en soms ook in natuurgebieden. Dit zijn kwetsbare gebieden voor de flora en fauna. Ook waarderen veel recreanten en toeristen juist in die gebieden een mooie sterrenhemel.

Foto: een voorbeeld van een camping met veel licht. De sterrenhemel is zo niet te zien.

Beleid Recreatie is belangrijk voor Oost Gelre. Wel moet continue afgestemd worden of het de natuurgebieden niet schaadt en we zijn terughoudend met licht in de natuur- en buitengebieden. We gaan, in die situaties waar dat van toepassing is, daarom ook in gesprek met de recreatieondernemers om terughoudend te zijn met verlichting, deze in de avond te dimmen en in elk geval na 23.00 uur uit te doen. Zo is dan toch een sterrenhemel te zien.

Samengevat: -

Terughoudend met licht in natuur- en buitengebieden; In gesprek met recreatieondernemers indien de situatie daar aanleiding toe geeft; Verzoek aan recreatieondernemers om terughoudend te zijn met verlichting, deze te dimmen in de avond en na 23:00 uur uit te doen.

55

3.13 Sportvelden In Oost Gelre zijn er diverse sportparken. Deze liggen vaak in een open landschap of juist midden in de bossen. Ze zijn in de avonduren van grote afstand al zichtbaar door de enorme hoeveelheid licht.

Foto: Groenlo Elshofweg; licht is van verre zichtbaar in open landschap.

Het aantal uren dat de sportverlichting brandt is echter beperkt. Volgens het Activiteitenbesluit (landelijke wetgeving) moet de verlichting op het veld om 23:00 uur uit zijn. Sporten is belangrijk voor de gezondheid van de inwoners. We proberen daarom de bereikbaarheid en toegankelijkheid zo goed mogelijk te krijgen. Minder lichthinder Door een sportveldverlichtingsarmatuur te kiezen dat goed gericht wordt, is er minder uitstraling naar de omgeving. Nieuwere armaturen hebben vaak betere spiegels waardoor het makkelijker is om het licht daar te krijgen waar het nodig is. Bij het vervangen van de lamp wordt nog weleens tegen de spiegel aangestoten waardoor het licht niet meer goed gericht is. Vervelend voor de omgeving (er is meer hinder van het licht dan nodig is), maar ook op het veld. Er kunnen donkere plekken ontstaan of vlekken op het veld. Maar ook op de weg kan het verkeer er hinder van ondervinden en kan de verkeersveiligheid in gevaar komen.

56

Foto: Lichtenvoorde Kerkhoflaan. Het licht van het sportveld schijnt ook op het kruispunt waardoor het verkeer in verwarring gebracht kan worden of een weggebruiker verblind kan worden.

Bewustwording Het is belangrijk dat de sportvereniging zich bewust is van haar mogelijke lichtuitstraling en energieverbruik. Enkele tips zijn: - Doe alleen het licht aan op de velden waar getraind wordt; - Maak gebruik van dimmen als er op het hoofdwedstrijd veld alleen getraind wordt en geen wedstrijden gespeeld worden; - Doe het licht na het spelen uit (als er geen andere spelers meer gebruik hoeven te maken van het veld); - Vervang niet zelf een lamp; - Laat de lampen regelmatig controleren op de juiste afstelling.

57

Foto: Groenlo, Elshofweg. Fel licht dat alle kanten uitstraalt. Het licht schijnt niet volledig op het veld. Dat kan hinder voor de flora en fauna veroorzaken.

Led Ledverlichting is in opkomst voor de sportvelden. Deze lichtbron heeft als voordeel dat het direct aanschakelt en gemakkelijk uit-/aangezet kan worden. Daardoor hoeft het licht alleen te branden als er gespeeld wordt. Ook kan makkelijk de verlichting gedimd worden. Wel kunnen de aanschafkosten nog wat hoger zijn in verhouding tot conventionele verlichting. De verwachting is dat het verschil de komende jaren snel minder wordt. Parkeren Na 23:00 uur dient alle sportveldverlichting uit zijn. Maar het licht op de parkeerterreinen is meestal de hele nacht nog aan, terwijl er geen auto meer staat.

58

Foto: Vragender, Kapelweg; Verlichting op parkeerplaats. Dit is tijdens het sporten wenselijk maar na de sluiting, als het terrein helemaal leeg is, kan het licht toch uit?

Beleid De verlichting op de sportvelden wordt goed afgesteld om onnodig lichthinder te voorkomen. Zodra de verlichting aan vervanging toe is, is het wenselijk om te kijken naar de stand van de techniek. Op dit moment is dat LED-verlichting. Verlichting op parkeerterreinen kan in principe na 24:00 uur uit, maar dit wordt per situatie afgestemd op het gebruik. Wij willen de sportverenigingen bewuster maken van licht, donker en lichthinder. Dit kan door voorlichting te geven.

Samengevat: -

Verlichting op sportvelden goed afstellen; Bij vervanging kijken wat beste past bij budget en stand van de techniek; Verlichting op parkeerterreinen bij sportvelden na 24:00 uur uit; Sportverenigingen bewuster maken over licht, donker en lichthinder.

59

3.14 Stallen en kassen Wij hebben een sterk landelijk en agrarisch karakter en dus zijn er stallen en kassen. Vaak is er voor hun bedrijfsvoering verlichting nodig. In een aantal situaties liggen de stallen en/of kassen in een open gebied. Dan is het licht van verre zichtbaar. Er is ook een tendens om meer open stallen te bouwen. Hierdoor neemt de kans op lichthinder nog meer toe. Maar ook als een stal of kas niet in een open gebied, maar tegen een bos of natuurgebied aan ligt, kan er lichthinder ontstaan. Voor de mens maar ook voor de flora en fauna.

Foto: Vragender, Oorschotweg. Open stal is van verre zichtbaar in het relatief open landschap.

Beleid Het huidige Bestemmingsplan Buitengebied (2013) geeft geen specifieke regels over de verlichting van stallen en kassen. Het beleid is dat er geen lichthinder voor omwonenden en de flora en fauna mag ontstaan. Wel zijn er landelijke eisen gesteld aan het afschermen van de kassen. Daar sluiten wij ons bij aan. Als er lichthinder is, dan gaat Oost Gelre in gesprek met de eigenaren om mogelijke lichthinder te voorkomen of te beperken.

Samengevat: -

Geen lichthinder voor omwonenden en flora en fauna; Indien de situatie daar aanleiding toegeeft in gesprek gaan met de eigenaren om mogelijke lichthinder te voorkomen of te beperken.

60

3.15 Stationsgebieden In Lievelde hebben we een treinstation en in Lievelde, Lichtenvoorde en Groenlo een busstation. Dit zorgt voor een goede bereikbaarheid met de andere kernen en omliggende steden en dorpen.

Foto: Station Lichtenvoorde. ProRail stelt eisen aan de verlichting op en rond de stations. Het staat de hele avond aan en ‘s nachts volop in het licht.

Het stationsgebied bevat veel licht dat niet van ons is. Zo wordt het licht op en rond de stations voorgeschreven door ProRail. Het licht op de toegangswegen is wel van ons. Beleid Onze verlichting (onder andere op de toegangswegen) wordt in de late avond of nacht gedimd zodra dit technisch mogelijk is. We gaan in gesprek met ProRail om te bespreken of de hoeveelheid licht (op zijn minst) ook in de late avond en nacht.

Samengevat: -

Licht van de gemeente dimmen zodra technisch mogelijk is; In gesprek met Prorail om hoeveelheid licht in de late avond en nacht in ieder geval te dimmen.

61

3.16 Voetpaden en Achterpaden Voetpaden In Oost Gelre hebben we diverse voetpaden. Zo zijn er voetpaden: Die langs een rijbaan of fietspad liggen; Die gescheiden door struiken/grasveld van een rijbaan of fietspad liggen maar wel evenwijdig eraan lopen; Die solitair (los) door woonwijken lopen.

Foto: voetpad langs de weg, langs de weg met een groenstrook ertussen en tussen de wijken door.

Sociale veiligheid (en dan vooral het gevoel van veiligheid) speelt met name een rol op de solitaire (losse) voetpaden. Vaak worden deze voetpaden gebruikt om de honden uit te laten. Als er zicht vanuit de omgeving op de voetpaden is, dan is er sprake van enige mate van sociaal toezicht. Echter vaak liggen de voetpaden tussen de wijken in zonder dat er zicht vanuit de omliggende omgeving op de paden is.

Foto: Lichtenvoorde. Er is hier geen/beperkte sociale controle en daarom niet wenselijk dat er verlichting staat. Dit is in de werkelijkheid ook zo.

Achterpaden Achterpaden zijn paden die achter de huizen langs lopen. Dit zijn vaak smalle paden om toegang te krijgen tot de achtertuinen. De meeste achterpaden, die van de gemeente zijn, zijn niet verlicht. Vaak zijn de achterpaden echter van bijvoorbeeld een woningbouwvereniging.

62

Foto: Lichtenvoorde, Planetenstraat. Achterpad, er is geen zicht op het pad vanuit de huizen. Verlichting is van de woningbouwvereniging.

Beleid voetpaden Voetpaden langs een doorgaande weg worden over het algemeen mee verlicht met de rijbaan of het fietspad. Deze worden niet apart verlicht. Ligt het voetpad gescheiden van de rijbaan of fietspad dan wordt deze in principe niet verlicht. Wij verlichten solitair gelegen (losse) openbare voetpaden niet, tenzij ze woonwijken verbinden of als het doorgaande paden zijn en er voldoende sociale controle is. Dit wordt per situatie bekeken. Indien een voetpad wel verlicht wordt, dan wordt deze in de avond gedimd. Waar dat kan en wenselijk kan na 23:00 uur het licht uit zodra dit technisch mogelijk is. Dit wordt echter per situatie bekeken. Beleid achterpaden Achterpaden die van de gemeente zijn worden in principe niet verlicht. Op de achterpaden waar nu nog verlichting staat, wordt bij vervanging bekeken of deze verlichting gehandhaafd moet worden. Op andere achterpaden (die dus niet van de gemeente zijn), bepaalt de eigenaar of er wel of geen verlichting komt of blijft staan. Indien daar aanleiding toe is, dan gaan we in gesprek met deze eigenaar met als uitgangspunt dat wij achterpaden niet verlichten.

Samengevat: -

Voetpaden langs een rijbaan worden mee verlicht door het licht van de rijbaan en niet apart verlicht; ‘Losse’ voetpaden en achterpaden worden in principe niet verlicht;

63

3.17 Wegen We kennen 4 soorten wegen. Deze staan beschreven in het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVPP) en Integraal Verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024 (IVP). Namelijk: - Stroomwegen. De Twenteroute N18. Doel is doorstroming.

-

Gebiedsontsluitingswegen. De provinciale wegen maar ook wegen die in of vanuit de kernen naar de N18 lopen. Bijvoorbeeld Hamelandroute N313, Rondweg N319, Barkenkamp en Richterslaan. Deze hebben als functie doorstromen. Liggen deze binnen de kom dat is de snelheid in principe 50 km/uur en buiten de kom 80 km/uur.

-

Erftoegangswegen. Binnen de kom in principe 30 km/uur en buiten de kom in principe 60 km/uur.

-

Woonerven. Hier geldt een snelheid van 15 km/uur.

De hoeveelheid vervoersbewegingen is op de diverse wegen verschillend. Op de gebiedsontsluitingswegen speelt de verkeersveiligheid een belangrijke rol. In buurten en wijken daarnaast ook de sociale veiligheid (gevoel van veiligheid). De provinciale wegen en de rijkswegen laten we in dit beleid verder buiten beschouwing qua licht omdat deze onder de verantwoordelijkheid van de Provincie of Rijkswaterstaat vallen.

64

Foto: Pastoor Deperinkweg in Mariënvelde. Erftoegangsweg binnen de kom.

Foto: De Vierhoek in Mariënvelde. Woonerf waar 15 km/uur gereden mag worden

We hebben op een weg niet alleen te maken met de hoeveelheid licht (lichtsterkte), maar ook met de verdeling van het licht op de weg (gelijkmatigheid). Daar waar de verkeersveiligheid belangrijk is, is de gelijkmatigheid ook van belang. Ons oog kan snel aan licht wennen, maar heeft wat langer de tijd nodig om aan donker te wennen. Hou ouder we worden, hoe langer dit duurt. Als je verlichting om en om uit zet, ontstaan er donkere vlekken op straat waarin verkeerdeelnemers weg kunnen vallen. Denk ook aan de zon die tussen een bomenrij schijnt. Als je daarlangs rijdt zie ook steeds licht/donker/licht/donker. Ons oog kan niet zo snel schakelen. Als de afstand tussen de lantaarnpalen groot genoeg is, of de snelheid laag, ontstaat dit effect niet.

65

Foto: voorbeeld van een weg waar zwarte vlakken tussen zitten, maar deze zijn niet zo erg dicht op elkaar zodat het zwarte gat wel meevalt.

Daarnaast is er verticale verlichtingssterkte. Dat wil zeggen hoeveel licht er op 1,5 meter hoogte is op een verticaal punt. Dit is echter een waarde die door heel veel factoren beïnvloed wordt. Denk maar aan licht van etalages, koplampen van auto’s, licht vanuit woningen e.d. Deze zijn allemaal van invloed op een 1,5 meter hoogte buiten op straat. Niet verlichten tenzij Het uitgangspunt van ‘Niet verlichten tenzij’ is dat er geen licht komt. Tenzij het nodig is en er geen alternatieven zijn. Denk daarbij aan markering en reflectie. Door het gebruik van alternatieven kan vaak heel goed het verloop van een weg aangegeven worden.

Foto: Oude Ruurloseweg in Harreveld waar markering het verloop van de weg goed weergeeft. Het schrikhek in de verte (rood/witte hek) laat goed zien dat daar een t-splitsing is.

Verkeers- en Sociale Veiligheid We spreken over verkeersveiligheid als we veilig van A naar B willen reizen. Het gaat over een veilige en vlotte afwikkeling van het verkeer.

66

Bij sociale veiligheid hebben we te maken met objectieve (meetbaar; bijvoorbeeld aantal inbraken) en subjectieve (gevoel van veiligheid) sociale veiligheid. Met name het gevoel van veiligheid is voor iedereen anders en dus lastig om als gemeente mee om te gaan. Veel mensen geven aan zich veiliger te voelen als er licht is. Dat is hun gevoel. Maar is het werkelijk veiliger? Je kan wel iemand aan zien komen op de weg. Maar zijn er ook mensen in de buurt die te hulp kunnen schieten als er wat gebeurt? Oftewel is er voldoende sociale controle? Als dat niet het geval dan geeft het licht schijnveiligheid.

Foto: Mattelierstraat in Groenlo. Fietspad langs het water waar geen sociale controle is. Schijnveiligheid?

De kleur van de verlichting bepaalt ook de sociale veiligheid. Bij sommige verlichtingskleuren, zoals bijvoorbeeld bepaald oranje licht, lijkt alles rood. Zie ook de onderstaande bakjes. Deze zijn dezelfde kleur. Maar door de verlichting zien we niet de echte kleuren. Mochten we een beschrijving moeten geven in geval van een calamiteit, dan is er grote kans dat die omschrijving niet klopt.

Foto: Oranje Sox licht, alles lijkt rood/oranje

Foto: wit licht, alle kleuren zichtbaar

Dimmen en detectie Het terugdimmen van de verlichting zorgt ervoor dat het licht wat minder fel gaat branden. We besparen zo energie. Voor het oog valt het dimmen van de openbare

67

verlichting niet echt op. Na de spits, als er minder mensen op straat zijn, kan het licht prima minder fel branden. Door nieuwe technieken als detectie, kun je verlichting aan laten gaan als er iemand aankomt. Of je laat het licht wat feller branden als er iemand aan komt. Zodra er niemand meer is, gaat het licht weer uit of minder fel branden. Beleid Het uitgangspunt is ‘Niet verlichten tenzij’. Voor de verkeersveiligheid kijken we eerst of met markering of reflectie een goede oplossing gecreëerd kan worden. Alleen als het echt noodzakelijk is en er geen andere alternatieven zijn, komt er verlichting. Deze wordt in ieder geval gedimd zodra dit technisch mogelijk is. Ook kan op bepaalde wegen het licht in de nacht uit. Dit is per situatie verschillend. Bij nieuwe aanleg wordt op maximaal 75% van de geldende richtlijn verlicht qua lichtsterkte. Er wordt geen verticale verlichtingssterkte aangehouden. Niet alleen de hoeveelheid licht op de weg speelt daarbij een rol, maar ook de verdeling van het licht op de weg (gelijkmatigheid). Het streven is de gelijkmatigheid zo hoog mogelijk te krijgen op die locaties waar dat zinvol is, waarbij de techniek, het budget en de situatie bepalend zijn voor de realisatie. De lichthinder is zo minimaal mogelijk. Daarbij wordt bij vervanging gedimd. Waar wenselijk kunnen we door middel van een telemanagementsysteem op afstand dimmen.

Anders dient het vooraf in geprogrammeerd te worden. Waar wenselijk en mogelijk kan het licht uit in de nacht, misschien in combinatie met een techniek als detectie waarmee het licht aan kan gaan als er iemand aankomt. Dit wordt per situatie bekeken. Schijnveiligheid willen we zoveel mogelijk voorkomen. We passen de juiste kleuren toe om goede kleur- en gezichtsherkenning op straat te krijgen op die locaties waar dat voor de sociale veiligheid van belang is.

Samengevat: -

Niet verlichten tenzij; Verlichten op maximaal 75% van de verlichtingssterkte; Geen verticale verlichtingssterkte; Zo goed mogelijke gelijkmatigheid; Minimale lichthinder; Bij vervanging alles dimbaar; Nieuwe technieken inzetten als dit past in budget en zinvol is op die locatie; Geen schijnveiligheid creëren; Juiste kleurweergave;

68

3.18 Woongebieden In een woongebied komen functies als wonen en spelen samen. Openbare verlichting kan een belangrijke rol spelen. Belangrijk is de leefomgeving en sfeer in een woonwijk. Deze moet prettig zijn. De nadruk ligt op veiligheid (met name op sociale en beperkter op verkeersveiligheid) en het gebruik. In de nacht bepaalt vooral de openbare verlichting het beeld op straat. Soms is er verlichting van buitenlampen en in tuinen van bewoners. Licht zorgt voor overzicht en herkenning. In onze gemeente zijn de woongebieden in elke kern verschillend. Dit wordt onder andere bepaald door de datum van aanleg van de woongebieden, de bevolkingssamenstelling en de locatie. Ook de hoeveelheid licht verschilt sterk per woongebied. Lichthinder De locatie van de lantaarnpaal en de vorm van het armatuur (de kap) is in woongebieden heel belangrijk. Door de nieuwe technieken kan het licht al veel meer gericht worden, waardoor er minder lichthinder in de woningen ontstaat.

Foto: Lantaarnpaal tegen een woning aan. Schijnt mogelijk in het huis.

Kleur- en gezichtsherkenning De lichtkleur is bepalend voor de sociale veiligheid. Sommige oranje verlichting geeft geen goede kleur- en gezichtsherkenning. Alles lijkt rood/oranje en de echte kleuren zijn niet te zien. Zie de onderstaande foto met dezelfde bakjes.

69

Foto: Oranje Sox licht, alles lijkt rood/oranje

Foto: wit licht, alle kleuren zichtbaar

Voor de sociale veiligheid (het gevoel van veiligheid) is dit niet wenselijk. Je ziet immers niet de gezichten en kleuren goed. Een juiste lichtkleur draagt bij aan een goede leefomgeving. Schijnveiligheid We spreken van schijnveiligheid als er wel licht staat, maar er geen sociale controle is door weggebruikers of vanuit huizen die kijken op het weggedeelte. Het licht geeft dan schijnveiligheid. Al voelt het soms voor inwoners wel als veilig. Dat is een persoonlijk gevoel.

Foto: Mattelierstraat in Groenlo. Fietspad langs het water waar geen sociale controle is. Schijnveiligheid?

Voetpaden- en achterpaden Veel voetpaden die tussen de wijken lopen, worden gebruikt als wandelroute overdag of om de hond uit te laten in de avond. Vaak is er geen sociale controle in de avond. Verlichting kan dan schijnveiligheid geven. Dat speelt ook een rol bij achterpaden. Deze paden lopen achter de huizen langs. Vaak zijn de achterpaden of de verlichting niet van ons maar bijvoorbeeld van de woningbouwvereniging.

70

Foto: Lichtenvoorde, Planetenstraat. Achterpad, er is geen zicht op het pad vanuit de huizen.

Parkeerterreinen In onze woongebieden hebben we veel parkeerterreinen. In de straat, aan het begin of einde van de straat, op een plein. Er zijn heel veel varianten. Sommige van deze parkeerterreinen worden veel gebruikt en andere niet. Vaak staat er verlichting op deze parkeerterreinen. Zo kunnen aanwonenden zien wie er bij de auto’s lopen.

Foto: De Rode van Heeckerenstraat in Lichtenvoorde. Geen auto te zien in de nacht, terwijl het licht wel de hele nacht brandt.

71

Politie Keurmerk Veilig Wonen Het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW) is een (vrijwillige) keurmerk. Het wordt vaak door Projectontwikkelaars aangeboden. Het bestaat uit verschillende certificaten. Zo is er het certificaat ‘Beveiligde Woning’. Dit zegt wat over hang- en sluitwerk en de verlichting om het huis en dergelijke. Een lamp met een bewegingssensor wordt aangeraden. Zo valt het op als er iemand aan komt. Met dit certificaat krijg je een korting op verzekeringspremies. Maar er is ook een certificaat ‘Veilige omgeving” dat wat zegt over het lichtniveau op straat. Dit is voor de openbare verlichting van belang. De certificaten staan los van elkaar. Zonder het certificaat ‘Veilige omgeving’ kan er toch een korting op verzekeringspremies gegeven worden. Integraal Groen en verlichting spelen een belangrijke rol in onze woongebieden. Het is belangrijk dat deze op elkaar afgestemd zijn. Soms staat een lantaarnpaal in de loop der jaren helemaal tussen het groen van de bomen. Er is dan geen of veel minder licht op straat dan de bedoeling is.

Foto: Dorpstraat in Zieuwent, lantaarnpaal staat in het groen.

Hoeveelheid en verdeling van het licht We zijn in Nederland niet verplicht om te verlichten. Wel is er een richtlijn waar we wat van mogen vinden. Deze geeft aan hoeveel licht je op de straat zou moeten hebben en hoeveel licht op 1,5m hoogte (verticale lichtsterkte). De verdeling van het licht over de straat noemen we gelijkmatigheid. Hoe verder de lantaarnpalen uit elkaar staan, hoe groter de kans dat er donkere plekken tussen de lantaarnpalen ontstaan. Dimmen en detectie Het terugdimmen van de verlichting zorgt ervoor dat het licht wat minder fel gaat branden. We besparen zo energie. Voor het oog valt het dimmen van de openbare verlichting niet echt op.

72

Foto: Ruijsdaelstraat in Groenlo. Links brandt het licht op volle sterkte, midden op 70% en rechts op 50%. Er is na de spits minder verkeer op straat, de ogen zijn gewend aan het donker, er is zo minder lichthinder en we besparen energie.

Met een telemanagementsysteem kunnen we op afstand het dimmen aanpassen en zien wij zelf als er een storing is. Nu moet dit door de inwoners gemeld worden. Zonder dit telemanagementsysteem moet het dimschema in de fabriek geprogrammeerd worden. Door nieuwe technieken als detectie, kun je verlichting aan laten gaan als er iemand aankomt. Of je laat het licht wat feller gaan branden als er iemand aan komt. Zodra er niemand meer is gaat het licht weer uit of minder fel branden. Participatie Inwoners kennen hun eigen leefomgeving het beste. Geregeld betrekken we onze inwoners al bij vervangingsprojecten. Beleid In woongebieden is sociale veiligheid belangrijk. Daarom kiezen wij een kleur waarbij een goede kleur- en gezichtsherkenning mogelijk is, zoals bijvoorbeeld met (warm) wit. Zo ontstaat een prettige woonsfeer.

Foto: De Smidse in Lievelde; wit licht voor goede kleur- en gezichtsherkenning.

We verlichten op maximaal 75% van de richtlijn voor verlichting qua lichtsterkte. In centrumgebieden kan dit 100% zijn.

73

Bij vervanging kiezen we (in de meeste woongebieden) voor het lichtbeeld zoals dat nu op straat is (1 op 1 vervangen). Het verlichtingsniveau gaat omlaag in woonwijken waar nu veel verlichting staat. We houden geen verticale lichtsterkte aan en lichthinder wordt zoveel mogelijk voorkomen. Op die locaties waar het belangrijk is dat de verdeling van het licht zo goed mogelijk is, wordt een zo hoog mogelijke gelijkmatigheid aangehouden als gewenst in die situatie.

Foto: Churchillstraat in Zieuwent, licht is gelijkmatig over de weg verdeeld.

Schijnveiligheid wordt voorkomen door onder andere de groenvoorzieningen niet te verlichten, tenzij het echt noodzakelijk is en er geen andere mogelijkheden of andere routes zijn. Ook andere locaties waar geen voldoende sociale controle is, worden niet verlicht.

Foto: Eibergseweg in Groenlo, geen sociale controle aanwezig. Schijnveiligheid?

74

We houden geen Politie Keurmerk Veilig Wonen aan voor de openbare verlichting want achterpaden van de gemeente verlichten we al jaren niet en ook houden we niet de richtlijn volledig aan. In alle woongebieden wordt de verlichting gedimd zodra dit technisch mogelijk is. Per situatie wordt bekeken wat het juiste dimregime is. Eventueel is de verlichting voorzien van een telemanagementsysteem (waarmee ook zichtbaar is of er storingen zijn) of een detectiesysteem. Vrijliggende voetpaden worden alleen verlicht als deze ook ’s avonds deel uitmaken van een doorgaande wandelroute, beschikken over voldoende sociale controle en er geen alternatieve route is. Voetpaden langs de rijbaan worden in principe mee verlicht door verlichting van de rijbaan, maar niet apart verlicht.

Foto: Eibergseweg in Groenlo, het voetpad wordt mee verlicht door het licht op de hoofdrijbaan.

Achterpaden worden niet van verlichting voorzien als ze van de gemeente zijn. Indien de achterpaden in bezit zijn van woningcorporaties, dan bepalen deze of er wel of niet licht staat. Wij gaan wel met de woningcorporaties in gesprek om te kijken of hun keuzes afgestemd kunnen worden op die van de gemeente. Staat er nu wel verlichting in een achterpad van ons, dan zal tegen de tijd dat de lantaarnpaal aan vervanging toe is, gekeken worden of de verlichting gehandhaafd moet worden. Parkeerterreinen worden voorzien van goede dimbare openbare verlichting (bij vervanging). Vanuit het oogpunt van milieu, kan besloten worden de verlichting op een parkeerterrein dat niet of nauwelijks wordt gebruikt, in de nacht uit te zetten. Dit wordt per situatie bekeken.

75

Foto: Pastoor Zanderinkstraat in Zieuwent. Parkeerplaats hele nacht verlicht. Het kan wellicht uit in de nacht.

Bij grote veranderingen in het lichtbeeld op straat, informeren of betrekken we onze inwoners. Ook kunnen we na een verandering opnieuw vragen aan de inwoners wat hun beleving is. Zo kunnen we zien of de veranderingen positief zijn. Bij een herinrichting of nieuwbouw, wordt de verlichting afgestemd met de aanwezige groenvoorziening. Al bij het ontwerp vindt deze afstemming plaats. Bestaande knelpunten tussen de groenvoorziening en openbare verlichting moeten worden opgelost. Hierbij is het uitgangspunt tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.

Foto: Dorpsstraat in Lievelde, boom staat in het groen en geeft daardoor niet volledig licht.

We gaan in gesprek met andere lichtbroneigenaren (denk daarbij aan fel verlichten borden, tuinverlichting en dergelijke) indien de situatie daar toe aanleiding geeft. Door een goede afstemming wordt een prettigere leefomgeving gecreëerd.

76

Samengevat: -

Goede kleur- en gezichtsherkenning; Verlichten op maximaal 75% van de richtlijn behalve in centrumgebieden; Lichthinder zoveel mogelijk voorkomen; Voor komen van schijnveiligheid; Geen Politie Keurmerk Veilig Wonen voor wat betreft de openbare verlichting; Dimmen zodra technisch mogelijk; Telemanagementsysteem, detectie en dergelijke systemen op locaties toepassen waar dit zinvol is; Vrijliggende voetpaden niet verlichten tenzij doorgaande wandelroute is, er voldoende sociale controle aanwezig is en er geen alternatieve route is; Achterpaden van ons worden niet verlicht; Parkeerterreinen worden gedimd zodra dit technisch mogelijk is. Eventueel uit in de nacht als er geen of nauwelijks gebruik van wordt gemaakt.

77

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15405179/1