CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

ETFAL toelichting omgevingsplanwijziging Pastoor van Ars

Raadscommissie 7 oktober 2025, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Omgevingsplan, beeldkwaliteitsplan en grondexploitatie woningbouw voormalige Pastoor van Ars school Lichtenvoorde20.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool / Oude Aaltenseweg 28 Status: Vastgesteld

Augustus 2025

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool, Oude Aaltenseweg 28

Plannaam: Plantype: Status:

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool, Oude Aaltenseweg 28

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een wijziging van het omgevingsplan Vastgesteld

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING.............................................................4

AANLEIDING .............................................................................................................. 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ......................................................................................... 4 HET OMGEVINGSPLAN ................................................................................................... 4 LEESWIJZER .............................................................................................................. 6

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE ...............................8

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING ............................................... 10

3.1 3.2

HET VOORNEMEN ...................................................................................................... 10 INFRASTRUCTUUR EN OPENBARE RUIMTE ............................................................................ 11

HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3

ALGEMEEN .............................................................................................................. 14 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ....................................................................... 14 LANDSCHAPPELIJKE EN/OF STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN ..................................................... 16

HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN 14

BELEIDSKADERS.................................................... 18

RIJKSBELEID ........................................................................................................... 18 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................. 20 REGIONAAL BELEID .................................................................................................... 23 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................ 24

HOOFDSTUK 6

OMGEVINGSVEILIGHEID .......................................... 28

HOOFDSTUK 7

BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN ....................... 30

7.1 7.2 7.3 7.4

VIGEREND BELEID ..................................................................................................... 30 WATERASPECTEN ...................................................................................................... 31 WATERTOETSPROCES EN WATERHUISHOUDING PLANGEBIED ...................................................... 31 CONCLUSIE ............................................................................................................. 32

HOOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7

GELUID DOOR ACTIVITEITEN ......................................................................................... 33 BODEMKWALITEIT ..................................................................................................... 36 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................... 37 GEUR ................................................................................................................... 38 TRILLINGSHINDER ..................................................................................................... 39 GEZONDHEID .......................................................................................................... 40 DUURZAAMHEID EN KLIMAATADAPTATIE ............................................................................. 41

HOOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .......................... 47

WETTELIJK KADER .................................................................................................. 47 ARCHEOLOGIE ...................................................................................................... 47 CULTUURHISTORIE ................................................................................................. 48 CONCLUSIE .......................................................................................................... 48

HOOFDSTUK 11 11.1 11.2 11.3

BESCHERMING VAN DE NATUUR .................................44

GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................... 44 SOORTENBESCHERMING .............................................................................................. 45 CONCLUSIE ............................................................................................................. 46

HOOFDSTUK 10 10.1 10.2 10.3 10.4

BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU ................. 33

M.E.R.- BEOORDELING ............................................ 49

ALGEMEEN........................................................................................................... 49 SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 49 CONCLUSIE .......................................................................................................... 49

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld

HOOFDSTUK 12

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ............................. 50

HOOFDSTUK 13

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ...................... 51

13.1 13.2 13.3

PARTICIPATIE ....................................................................................................... 51 AFSTEMMING OVERLEGPARTNERS ................................................................................. 51 ZIENSWIJZEN ....................................................................................................... 51

HOOFDSTUK 14 14.1 14.2

JURIDISCHE VERANTWOORDING ................................ 52

INLEIDING ........................................................................................................... 52 VERANTWOORDING VAN DE REGELS .............................................................................. 52

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................54 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8

BEELDKWALITEITSPLAN ...................................................................................... 54 WATER- EN RIOLERINGSPLAN ............................................................................... 54 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ......................................................... 54 VERKENNEND BODEMONDERZOEK........................................................................... 54 STIKSTOFBEREKENING ....................................................................................... 54 QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING ................................................................... 54 ARCHEOLOGISCH VOORONDERZOEK ........................................................................ 54 AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R........................................................................ 54

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld

HOOFDSTUK 1

1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggende onderbouwing heeft betrekking op de herontwikkeling van voormalig Pastoor van Arsschool aan de Oude Aaltenseweg 28 en naastgelegen fietscrossbaan in Lichtenvoorde. Het schoolgebouw is inmiddels gesloopt. De wens bestaat om de gronden te herontwikkelen naar woningbouw. Het woningbouwprogramma omvat één vrijstaande woning, vier twee-onder-eenkappers, zes tussen/hoekwoningen voor de koopsector en 15 tussen/hoekwoningen voor de sociale huur. In totaal worden er 26 woningen gerealiseerd. De rijwoningen voor de koopsector zijn met name bedoeld voor starters. De vrijstaande woningen en twee-onder-een-kappers voor senioren. Verder worden er infrastructurele voorzieningen en groenvoorzieningen aangelegd. Hiermee krijgt de locatie een duurzame vervolgfunctie en wordt bijgedragen aan het voorzien in een deel van de woningbehoefte binnen de kern Lichtenvoorde. Het voornemen is strijdig met het geldende omgevingsplan. Om het voornemen te realiseren, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Voorliggende wijziging van het omgevingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kader en toont aan de het voornemen in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bevindt zich in het zuiden van de kern Lichtenvoorde. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Oost Gelre, sectie G, nummer 5859 en 5188. In afbeelding 1.1 is het plangebied in Lichtenvoorde en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven door middel van de rode ster en de rode belijning. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied in Lichtenvoorde en de directe omgeving (Bron: plattekaart.n)

1.3

Het omgevingsplan

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Oost Gelre. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het tijdelijke omgevingsplan zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit de volgende documenten: • • • •

Omgevingsplan gemeente Oost Gelre met AKN /akn/nl/act/gm1586/2020/omgevingsplan (vastgesteld op 1 januari 2024); Bestemmingsplan ‘Woonwijken Lichtenvoorde’ (vastgesteld 8 oktober 2013); Bestemmingsplan ‘Facetbestemmingsplan parkeren’ (vastgesteld 6 mei 2018); Bestemmingsplan ‘Parapluplan Archeologie’ (vastgesteld 22 februari 2022).

nummer

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld Het omgevingsplan bevat in de geldende situatie uitsluitend de regels van de bruidsschat. Afbeelding 1.2 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan “Woonwijken Lichtenvoorde”. Afbeelding 1.3 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan “Parapluplan archeologie”. In beide afbeeldingen is het plangebied rood omlijnd. Omdat deze bestemmingsplannen zijn opgenomen in het tijdelijke gedeelte van het omgevingsplan wordt er nog gesproken over ‘bestemmingen’ in plaats van ‘functies’. De gronden in het plangebied zijn voorzien van enkelbestemmingen ‘Maatschappelijk’, ‘Sport’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Verder is het plangebied voorzien de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologische verwachtingswaarde 2’. Tot slot gelden voor het plangebied op basis van bestemmingsplan “Parapluplan Archeologie’’ de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3’ en ‘Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2’. Er wordt opgemerkt dat de archeologische verwachtingswaarden zoals doorvertaald in de dubbelbestemmingen in het parapluplan “Archeologie’’ de archeologische dubbelbestemmingen uit het bestemmingsplan “Woonwijken Lichtenvoorde” vervangen.

De dubbelbestemming ‘Waarde Archeologische verwachtingswaarde 2’ uit voorgenoemde bestemmingsplan komt dus te vervallen. Onderstaand is een beschrijving opgenomen van de geldende bestemmingen.

Afbeelding 1.2 Verbeelding ruimtelijkeplannen.nl)

behorende

bij

Afbeelding 1.3 Verbeelding ruimtelijkeplannen.nl)

behorende

bij

bestemmingsplan

bestemmingsplan

“Woonwijken

“Parapluplan

Lichtenvoorde”

(Bron:

Archeologie”

(Bron:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld Maatschappelijk De bestemming ‘Maatschappelijk’ heeft een bouwvlak, de functieaanduiding ‘onderwijs’, een maatvoering met betrekking tot de maximum bebouwingspercentage (40%) en een maximum bouwhoogte (10 m). De gronden zijn bestemd voor de uitoefening van onderwijs, kinderopvang en speelotheek. Sport De voor ‘Sport’ aangewezen gronden aangewezen gronden zijn bestemd voor sportvelden, zwembad, duivensport, crossbaan, sportschool en fitnesscentrum met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde en verhardingen alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. De bestemming ‘Sport’ heeft een bouwvlak en een maximum bouwhoogte (10 m). Verkeer - Verblijfsgebied De voor ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen; straten en pleinen voor verkeer en verblijf; parkeervoorzieningen en fietsenstallingen; groenvoorzieningen; ondergrondse afvalcontainers; waterlopen, waterberging en waterinfilitratievoorzieningen; geluidswerende voorzieningen; nutvoorzieningen en straatmeubilair; standplaatsen en bruggen met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en verhardingen.

Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2 De voor ‘Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren dieper dan 40 cm onder het maaiveld én een oppervlakte van 250 m2. Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3 De voor ‘Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte van 1.000 m2. 1.3.2

Opheffen strijdigheid

Het voornemen voorziet in het realiseren van 26 woningen. Het realiseren van woningen is namelijk niet toegestaan binnen de bestemmingen ‘Maatschappelijk’ en ‘Sport’. Voorliggende wijziging van het omgevingsplan voorziet in de gewenste juridische planologische kaders om het voornemen te kunnen realiseren. De beoogde activiteiten passen niet binnen de beoordelingsregels van het omgevingsplan. Om het voornemen te realiseren, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Voorliggende ruimtelijke motivering toont aan dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. Hoofdstuk 3 en 4 gaan achtereenvolgens in op de gewenste situatie van het plangebied de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 7 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofstuk 8 en 9 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 10 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 en 13 behandelen de economische en

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. Ten slotte wordt in hoofdstuk 14 ingegaan op de juridische planverantwoording.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE

In de aanleiding is reeds aangegeven dat voorliggend bestemmingsplan betrekking heeft op de locatie van de voormalige Pastoor van Arsschool en naastgelegen fietscrossbaan aan de Oude Aaltenseweg. Het plangebied ligt aan de zuidkant van de kern Lichtenvoorde. Het plangebied wordt begrensd door de Frans ten Boschstraat aan de noordkant, Bernard ter Haarstraat aan de westkant, Hein Meijerstraat aan de zuidkant en de Oude Aaltenseweg aan de oostkant. In de omgeving van het plangebied zijn voornamelijk groen en woonfuncties gelegen. Ten oosten van het plangebied bevindt zich de locatie van een postduivenvereniging, park en een speeltuin. Het plangebied zelf bestaat uit de voormalige basisschool en bijbehorende verharding. Tevens bevindt zich ten noorden van de bebouwing van de basisschool een BMX baan. Het plangebied wordt omzoomd door bomen. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie in en rondom het plangebied weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met de rode omlijningen. In afbeelding 2.2 en afbeelding 2.3 is middels straatbeeldfoto's de huidige situatie in beeld gebracht.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto plangebied en omgeving (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld

Afbeelding 2.2 Straatbeeld plangebied (Bron: Google Streetview)

Afbeelding 2.3 Straatbeeld plangebied (Bron: Google Streetview)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld

HOOFDSTUK 3

3.1

PLANBESCHRIJVING

Het voornemen

De voorgenomen ontwikkeling bevat de herontwikkeling van de locatie naar een woongebied met 26 grondgebonden woningen. De grondgebonden woningen bestaan uit één vrijstaande woning, vier twee-onder-een-kappers, zes tussen/hoekwoningen voor de koopsector en 15 tussen/hoekwoningen voor de sociale huur. De rijwoningen voor de koopsector zijn met name bedoeld voor starters. De vrijstaande woningen en twee-onder-een-kappers voor senioren. Het plan wordt in verschillende woonblokken gerealiseerd, op de plek van de voormalige BMX baan. De woningen zijn afgestemd op de bebouwing in de directe omgeving en vinden aansluiting bij de typologie van de omliggende bestaande woningen. Verder worden er infrastructurele voorzieningen en groenvoorzieningen aangelegd. Er worden loopen fietspaden aangelegd, evenals een weg die de Frans ten Boschstraat verbind met de Bernard ter Haarstraat. Verder worden er 39 openbare parkeerplaatsen gerealiseerd, de 11 woningen in het oosten van het plangebied hebben ruimte om op eigen terrein een parkeerplaats te creëren. Met oog op klimaatadaptatie worden de openbare parkeerplaatsen gerealiseerd in grasbeton. Ten zuiden van het plangebied wordt een park gerealiseerd. Hier wordt een wadi en speelvoorziening gerealiseerd, evenals verschillende looppaden. De looppaden verbinden de Oude Aaltenseweg met de Bernard ter Haarstraat.

In afbeelding 3.1 wordt het stedenbouwkundige plan weergegeven.

Afbeelding 3.1

Stedenbouwkundig plan

(Bron: Joost Verlaan tuin- en landschapsarchitectuur & B4O)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld

3.2

Infrastructuur en openbare ruimte

3.2.1

Algemeen

Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het plangebied. 3.2.2

Verkeer en parkeren

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. De gemeente Oost Gelre beschikt over een eigen nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’. De nota is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen. Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen.

Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROWparkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren. Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota. De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen.

Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen. 3.2.2.1 Uitgangspunten In voorliggend geval is voor het aspect parkeren aangesloten bij de uitgangspunten van de Nota Parkeernormen Oost Gelre. Voor het aspect verkeersgeneratie is aangesloten bij de meest recente publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Qua functie, verstedelijkingsgraad, stedelijke zone, parkeernorm en verkeersgeneratie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •

Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (Bron: Nota Parkeernormen Oost Gelre); Stedelijke zone: rest bebouwde kom.

In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld Tabel met uitgangspunten Functie/activiteit Koop, vrijstaand Koop, twee-onder-een-kap Koop, tussen/hoek Huur, sociale sociale sector

Parkeernorm per woning 2,3 2,2 2,0 1,6

Verkeersgeneratie per woning 8,2 7,8 7,4 5,6

3.2.2.2 Parkeerbehoefte Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van een herontwikkeling naar woningbouw. In totaal worden er 26 woningen gerealiseerd. Hieronder is een overzicht opgenomen van de parkeerbehoefte in de gewenste situatie.

Hiermee wordt ruim voldoende voorzien in de parkeerbehoefte van de ontwikkeling. 3.2.2.3 Verkeersgeneratie en ontsluiting In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is uitgegaan van het gemiddelde. In voorliggend geval heeft het voornemen betrekking op 26 woningen. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Functie

Verkeersgeneratie per woning

Aantal

Verkeersgeneratie

Koop, vrijstaand

8,2

1

8,2

Koop, twee-onder-een- 7,8 kap

4

31,2

Koop, tussen/hoek

7,4

6

44,4

Huur, sociale sector

5,6

15

84

Totaal (afgerond)

233,6 (234)

De totale verkeersgeneratie voor de voorgenomen ontwikkeling komt afgerond neer op gemiddeld 234 (afgerond) verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De nieuw te realiseren woningen worden ontsloten op de Oude Aaltenseweg, Frans ten Boschstraat en de Bernard Ter Haarstraat. Bovendien worden de twee-onder-een-kappers en vrijstaande woning middels een nieuw aan te leggen weg ontsloten op de Frans ten Boschstraat en de Bernard Ter Haarstraat. Deze wegen zijn van voldoende omvang om deze verkeersgeneratie af te wikkelen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld 3.2.3

Overige aspecten buitenruimte

Zoals eerder beschreven zijn naast verkeer en parkeren ook het behouden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen van belang. Bij het voornemen is de gehele (openbare) buitenruimte toegankelijk voor personen met een mobiliteitsbeperking: er zijn geen trappen of significante hoogteverschillen aanwezig. Daarnaast wordt er in het zuidelijke deel van het plangebied een wandelpad aangelegd om de Oude Aaltensweg te verbinden met de Bernard ter Haarstraat. Ook wordt er een weg voor autoverkeer aangelegd om de Frans ten Boschstraat en de Bernard ter Haarstraat met elkaar te verbinden. Bewoners kunnen via verharde voetpaden toegang krijgen tot alle omliggende fiets- en wandelroutes, waardoor de ontwikkeling bijdraagt aan een toegankelijke openbare ruimte. Bovendien is het plangebied een transformatorhuisje aanwezig, zoals aangegeven in afbeelding 3.1. Dit transformatorhuisje blijft behouden. 3.2.4

Conclusie

Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur en de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Het plan voldoet vanuit deze aspecten aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

4.1

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN

Algemeen

In het vorige hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling beschreven. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om in een omgevingsplan te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Deze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • •

Kustbescherming; Waddenzee en Waddengebied; Cultureel erfgoed en werelderfgoed; Landelijke fiets- en wandelroutes; Ladder voor duurzame verstedelijking.

Het aspect ‘cultureel erfgoed en werelderfgoed’ zal in hoofdstuk 10 worden behandeld. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking en de gebiedsspecifieke landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten.

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.2.1

Algemeen

De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •

de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld 4.2.2

Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

Is sprake van een stedelijke ontwikkeling? Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang (toename van bebouwing of ruimtegebruik) van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. • •

11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921); 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).

In voorliggend geval ziet het voornemen toe op het realiseren van 26 woningen. Op basis hiervan en de hiervoor genoemde Afdelingsuitspraak, is in voorliggend geval sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ bedoelt in de Ladder van Duurzame verstedelijking. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het omgevingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voorliggend plan voorziet in het realiseren van één vrijstaande woning, vier twee-onder-een-kappers en 21 tussen/hoekwoningen in de kern Lichtenvoorde. De woningen zullen met name bedoeld zijn voor de lokale behoefte. Gelet op de aard en omvang van de hiervoor genoemde functies kan het ruimtelijk verzorgingsgebied worden beperkt tot kern Lichtenvoorde en haar directe omgeving. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plan voorziet in het realiseren van één vrijstaande woning, vier twee-onder-een-kappers en 21 tussen/hoekwoningen in de kern Lichtenvoorde.

De gemeente Oost Gelre beschikt over een woonvisie, welke is opgesteld voor de periode van 2023 t/m 2027. In de woonvisie wordt zowel op de kwalitatieve als de kwantitatieve woningbouwbehoefte ingegaan. Kwantitatief De gemeente Oost Gelre heeft in 2023 een woonvisie vastgesteld. De woonvisie is gebaseerd op de landelijke woondeal, welke is doorvertaald in de regionale woonagenda. In de regio van de gemeente Oost Gelre zijn te weinig woningen. In totaal moeten er tot aan 2030, 1.265 woningen worden bijgebouwd. In Lichtenvoorde moeten er 130 woningen extra worden gebouwd tot aan 2030, boven op de bestaande plannen. Het voorliggende plan voor de herontwikkeling van de locatie Pastoor van Arsschool is meegenomen in de bestaande plannen. Er kan daarom gesteld worden dat er behoefte is aan het toevoegen van één vrijstaande woning, vier twee-onder-een-kappers en 21 tussen/hoekwoningen voor verschillende gebruikers aan de harde plancapaciteit. Kwalitatieve behoefte De gemeente Oost Gelre heeft een dringende behoefte aan betaalbare woningen. Zowel regionaal als lokaal zijn er meerdere instrumenten ontwikkeld om hieraan tegemoet te komen. Volgens de Regionale Woonagenda Achterhoek moet een woningbouwproject bestaan uit 28% sociale huurwoningen, 32% betaalbare koopwoningen, en 40% vrij in te vullen woningen.

De gemeentelijke woonvisie stelt echter dat een derde van de nieuw te bouwen woningen voor de sociale huur bestemd moet zijn, en nog een derde voor betaalbare koopwoningen. Binnen voorgenomen ontwikkeling wordt met het realiseren van één vrijstaande woning, vier twee-onder-een-kappers, zes tussen/hoekwoningen voor de koopsector en 15 tussen/hoekwoningen voor de sociale huur uitgegaan van 23% betaalbare koopwoningen, 58% sociale huur en 19% vrij in te vullen woningen. Deze verdeling is aanvaardbaar, omdat in overige woningbouwplannen binnen de gemeente lage

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld percentages sociale huur worden gerealiseerd. Gemeentebreed wordt voldaan aan de benodigde verdeling.

Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en betreft de herontwikkeling van een (deels) bebouwd perceel. Gelet op vorenstaande is de Ladder voor duurzame verstedelijking goed doorlopen. Voorgenomen wijziging van het omgevingsplan voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.

4.3

Landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden

Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied, waardoor geen landschappelijke waarden aanwezig zijn. Voor de verdere uitwerking van het voornemen is een beeldkwaliteitsplan uitgewerkt. Hierin is het uiterlijk van de bebouwing en de groeninrichting vastgelegd, evenals de manier van erfafscheiding en materiaalgebruik. Het beeldkwaliteitsplan heeft als doel het realiseren van een dorpsinbreiding die past bij de sfeer van het bestaande dorp, maar ook uitgaat van een mate van samenhang. Het zwaartepunt van de nieuwe bebouwing ligt aan de noordkant van het plan. Hierdoor is er aan de zuidkant meer vrije ruimte voor de invulling van een openbaar park. De nieuwe volumes vormen twee ensembles binnen het plan. In de hoogte gaat de bebouwing aansluiten op de omgeving met 1 of 2 lagen met kap of plat dak. Tussen de twee ensembles loopt een weg voor bestemmingsverkeer. Parkeren krijgt een ligging langs de randen of op eigen erf. Een nieuwe structuur van wandelpaden verweeft het nieuwe woongebied met zijn omgeving. Hiermee krijgt het autoluwe inbreidingsplan een betere aansluiting op de omgeving. Veel bestaande bomen langs de randen blijven behouden en de te behouden plataan heeft een centrale plek. Het groene park aan de zuidkant vormt een overgang naar de open groene oostkant.

Indien in de toekomst straatmeubilair wordt toegepast, zoals verlichting voor de rijbaan of parkeervakken, dient dit een bescheiden uitstraling te hebben. Voor de kleurkeuze wordt uitgegaan van landelijke en/of traditionele kleuren; schreeuwerige of felgekleurde elementen zijn niet gewenst. De oude schoolmuur met daarop het kunstwerk krijgt een plek in de groene ruimte. Het volledige beeldkwaliteitsplan is aan deze motivering toegevoegd als Bijlage 1. In afbeelding 4.1 wordt een indruk gegeven van de inpassing van het plangebied.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld

Afbeelding 4.1

Uitsnede bouwprognose beeldkwaliteitsplan (Bron: B4o)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

BELEIDSKADERS

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

5.1

Rijksbeleid

5.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

5.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 5.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld 5.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 5.1.2

Instructieregels Rijk (Amvb’s)

Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: o o o o o o

o

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Zie stap 11f van hoofdstuk 3. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 5.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid

Het voornemen betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Wel geeft de NOVI het volgende aan ten aanzien van woningbouw: wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot. De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. Het plan wordt in paragrafen 5.2, 5.3 en 5.4 getoetst aan het provinciale-, regionale- en gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen. Er wordt voorzien in betaalbare woningen waardoor het in concrete behoefte voorziet. Bovendien worden 26 energiezuinige woningen gerealiseerd. Hiermee draagt het initiatief bij aan de eerste prioriteit uit de NOVI (klimaatadaptatie en energietransitie). Het plan wordt in paragraaf 5.2.2.2 en 8.7 nader getoetst aan de aspecten klimaatadaptatie en duurzaamheid. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. Hoofdstuk 3 en 4 zijn reeds ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl.

5.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. 5.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De provincie wil Gelderland in de toekomst 'Gaaf' houden, en vindt dat we daar nu wat voor moeten doen. De provincie staat voor stevige uitdagingen. Er zijn nationale ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Bij het 'gaaf' houden van Gelderland staan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Om de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland uit te werken, streeft de provincie zeven samenhangende ambities na. Met behulp van deze zeven ambities geeft de provincie hier uitvoering aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie: sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.

Naast de nieuwe focus en ambities zijn er 5 wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving. Deze gaan sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Het gaat om de planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu, en verkeer en vervoer. Vanuit de Omgevingsvisie volgen voor deze planfiguren een aantal specifieke uitwerkingen in programma's of kaders binnen de provinciale omgevingsverordening. Een aantal voorbeelden binnen de planfiguren zijn: 1. 2. 3. 4.

Ruimtelijk beleid: zonneparken en windturbines. Waterbeleid: bescherming oppervlakte- en grondwater, waterberging, natte landnatuur; Milieubeleid: stiltegebieden; Natuur- en landschapsbeleid: Natura2000-gebieden, Groene ontwikkelingszone, Gelders natuurnetwerk; 5. Verkeers- en vervoersbeleid: kwaliteit, doorstroming en veiligheid middels voorkomen, benutten en bouwen. 5.2.1.1 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Doordat de woningen gasloos worden gebouwd, vermindert de behoefte naar fossiele brandstoffen. Derhalve draagt het plan bij aan de ambitie ten aanzien van energietransitie. Ten aanzien van klimaatadaptatie wordt in het plan specifiek rekening gehouden met wateroverlast, droogte en hitte. Dit wordt verder onderbouwd in paragraaf 5.2.2.2 ten aanzien van de instructieregel

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld klimaatadaptatie (art. 5.85) van de provinciale omgevingsverordening. Tot slot draagt het plan bij aan de ambitie van de provincie voor dynamische, diverse en duurzame woon- en leefomgevingen. Het plan voorziet namelijk in de bouw van woningen welke geschikt zijn voor uiteenlopende doelgroepen en welke gebouwd worden in verschillende prijssegmenten. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 5.2.2.1 ten aanzien van de instructieregel doorwerking regionale woonagenda (art. 5.64) van de provinciale omgevingsverordening. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 5.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

In de omgevingsverordening staan alle regels voor onze ruimte buiten en de omgeving waar we wonen en leven (leefomgeving). Deze regels gelden voor iedereen en voor de hele provincie Gelderland. De regels gaan over biodiversiteit, natuur, landschap, milieu, provinciale wegen, water (met name grond- en zwemwater), cultureel erfgoed, wonen en ruimte. Hieronder worden de relevante artikelen uit de omgevingsverordening besproken. 5.2.2.1 Beschermen landschap Gelderse streken: Achterhoek (art. 5.34) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Achterhoek wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Achterhoek. Van het deelgebied ‘Achterhoek’ is een één kwaliteit en ontwikkeldoel beleefbaar binnen de bebouwde kom: Nummer

Kernkwaliteiten

Ontwikkeldoelen

4.

Een landschap van dorpen, kleine kernen en buurtschappen. Doetinchem als centrumplaats. Zutphen en Doesburg zijn historische Hanzesteden met het gezicht naar de IJssel.

Bij stedelijke opgaven is het behoud van het karakteristieke dorpenlandschap van belang, met aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit van de stadsranden. Het monumentaal karakter van Doesburg en Zutphen bewaren, herstellen en beleefbaar maken.

5.2.2.2 Doorwerking regionale woonagenda (art. 5.64) Lid 1: Een nieuwe woonlocatie kan in het omgevingsplan alleen mogelijk worden gemaakt voor zover deze ontwikkeling past binnen de hierover gemaakte afspraken in de regionale woonagenda. De regionale afspraken spelen een belangrijke rol bij de motivering van een nieuwe locatie, naast de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129 g van het Besluit kwaliteit leefomgeving). Uiteraard kan de ontwikkeling van een zodanige schaal zijn, dat de bovenlokale impact ook nog buiten de eigen regio getoetst moet worden, bijvoorbeeld als die impact de provincie- of regiogrens overschrijdt. Lid 2: Ten behoeve van de flexibiliteit is het in uitzonderlijke gevallen mogelijk om van een regionale woonagenda af te wijken. In dat geval moet onder andere aantoonbaar sprake zijn van afstemming met de gemeenten in de regio, omdat de ontwikkeling vooruitlopend op de actualisatie van het afsprakenkader mogelijk wordt gemaakt. 5.2.2.3 Klimaatadaptatie (art. 5.85) Voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld a. b. c. d.

Waterveiligheid; Wateroverlast; Droogte; en Hitte.

De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. 5.2.2.4 Toetsing aan de Omgevingsverordening Gelderland Hier wordt de ontwikkeling welke met het plan wordt beoogd getoetst aan de hiervoor genoemde instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening. Beschermen landschap Gelderse streken: Achterhoek (art. 5.34) Het beeldkwaliteitsplan van voorliggende ontwikkeling is ontwikkeld met oog voor de kleinschaligheid van de kern waar de woningbouwontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Hier is het uiterlijk van de woningen en de groenbeplanting specifiek op aangepast. De woningen zijn geclusterd in kleine groepen waardoor binnen de rest van het plangebied veel ruimte over is voor groen. Dit geeft het geheel een ruimtelijke uitstraling. Het groen is beleefbaar door de aangelegde wandelpaden. Daarnaast blijft een deel van de muur van de oude school behouden, waarmee een verwijzing wordt gemaakt naar het voorgaande gebruik van de locatie van het plangebied. Geconcludeerd dat met de realisatie van de woningen en de openbare ruimte volgens het beeldkwaliteitsplan de herontwikkeling van het plangebied een kwalitatieve inpassing krijgt in de Achterhoek. Regionale woonagenda (art. 5.64) De regionale woonagenda wordt behandeld in paragraaf 5.3.1.

Daar wordt getoetst aan de voorwaarden van de regionale woonagenda. Er wordt aangegeven hoe het plan voldoet aan de instructieregel uit artikel 5.85 van de provinciale omgevingsverordening. Klimaatadaptatie (art. 5.85) De Klimaatatlas Oost Gelre toont de effecten van klimaatverandering voor de gemeente. Daarmee is het een belangrijk hulpmiddel om de voorwaarden uit de instructieregel klimaatadaptatie te toetsen. De klimaatatlas is tot stand gekomen in een samenwerking tussen de gemeente en Waterschap Rijn en IJssel. Wateroverlast (extreme neerslag), droogte, hittestress en waterveiligheid (overstromingen) voor het jaar 2050 komen aan bod. Het plangebied is geanalyseerd met behulp van de atlas. Hieronder zijn de conclusies per aspect gegeven. Het een en ander komt eveneens aan bod in hoofdstuk 7. Wateroverlast (extreme neerslag) Voor wateroverlast is gekeken naar extreme neerslag. Er is gekeken naar korte (2 uur) en lange buien (48 uur) in het jaar 2050. Voor de lange buien geldt dat het plangebied begaanbaar blijft en panden maar een klein risico lopen. Dit is het geval voor twee scenario's: 120 mm in 48 uur (kans 1x per 100 jaar) en 160 mm in 48 uur (kans 1x per 1000 jaar). Voor de korte buien is gekeken naar een tijdsduur van 1 en 2 uur, met respectievelijk 70 mm neerslag (kans 1x per 100 jaar) en 160 mm neerslag (kans 1x per 1000 jaar) voor het jaar 2050.

Bij 160 mm neerslag geldt dat de wegen om het plangebied niet meer begaanbaar zijn. Bij een 70 mm neerslag zijn slechts de wegen in het zuiden van het plangebied onbegaanbaar. De huidige bebouwing binnen het plangebied loopt in beiden gevallen een klein risico. Maatregelen om dit tegen te gaan zijn daarom ook nodig. In hoofdstuk 7 is aangegeven hoe om wordt gegaan met de belangrijkste aspecten van deze wateroverlast. Zo wordt daar omschreven hoe het plan voorziet in voldoende waterberging voor extreme neerslag van 80 mm. Droogte Voor droogte is het van belang om te weten hoe diep het grondwater zit, zodat planten en gewassen tussen regenbuien door hieruit water kunnen onttrekken. Bij te diep grondwater is dat immers niet mogelijk en droogt de omgeving uit. Ook funderingen van gebouwen kunnen schade oplopen bij een te lage grondwaterstand. In de atlas is te zien dat de grondwaterstand van het gebied tussen 1,2 en 2,5 meter onder maaiveld zit. De geologische overzichtskaarten en grondkaart van Nederland schatten het grondwater op ongeveer 1,5 meter. Daarmee is het plangebied als beperkt

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Omgevingsplanwijziging Lichtenvoorde, Pastoor van Arsschool Oude Aaltenseweg 28 Vastgesteld droogtegevoelig te bestempelen. Aan de hand van de Grondwaterstanden in Beeld kaart van Nederland, is gekeken naar de grondwaterstand van het dichtsbijzijnde meetpunt. Hierop wordt de grondwaterstand tussen de 0,8-1,0 meter geschat. Daarmee is het plangebied als beperkt droogtegevoelig te bestempelen. Hittestress Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt welke zorgt voor gezondheidsrisico's. Langdurig aanhoudende hitte kan leiden tot klachten als vermoeidheid, concentratieproblemen en hoofdpijn. Er bestaat ook verhoogde kans op uitdroging en oververhitting. In het ergste geval kunnen mensen hieraan overlijden. In de fysieke omgeving verhoogt de aanwezigheid van verhard oppervlak de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. Het plangebied beslaat circa 10.645 m2. Met het plan wordt hiervan 3.797 m2 uitgegeven als kavel en maximaal 50% hiervan bebouwd met woningen. Hiermee wordt aansluiting gevonden met de bouwregels van omliggende percelen. De rest van het plangebied wordt op groene wijze ingericht, zo wordt er een wadi gecreëerd, bomen ingeplant en wordt op de parkeerplaatsen open-verharding (grasbeton) toegepast.

Er is hier nog geen rekening gehouden met groene voor- en achtertuinen, welke ook een aanzienlijk deel van het plangebied beslaan. Tevens wordt het perceel groener dan in de huidige staat, waarbij groot deel verhard is ten behoeve van de BMX baan en schoolfunctie. Met de aangegeven verhouding verhard en onverhard wordt aantoonbaar geacht dat het plan voorzien is om te gaan met hittestress. De hoeveelheid water en groen zal de (gevoels-)temperatuur in het gebied aanzienlijk verminderen. Waterveiligheid (overstromingen) In de nabijheid van de planlocatie zijn geen dijken of andere (regionale) waterkeringen aanwezig. Het plangebied ligt niet in een gebied met een verhoogde overstromingskans. Een en ander wordt ook behandeld in hoofdstuk 7 van deze toelichting. Overleg Waterschap De plannen zijn voor overleg gestuurd aan Waterschap Rijn en IJssel. Uit een digitale watertoets is gebleken dat met het plan waterschapsbelangen worden geraakt. Uit bespreking is naar voren gekomen dat dit gaat om de beek Groenlose Slinge en een persleiding. Beiden liggen buiten het plangebied en vormen daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Watertoets Voor voorliggende ontwikkeling is een uitgebreid water- en rioleringsplan opgesteld. In Bijlage 2 is het volledige rapport toegevoegd.

In het rapport wordt de huidige geohydrologische en waterhuishoudkundige situatie van het plangebied beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op de ruimtelijke consequenties, knelpunten en oplossingsrichtingen gegeven. Voor een inhoudelijk behandeling op dit onderwerp wordt verwezen naar paragraaf 7.3 en Bijlage 2 van deze motivering. De plannen zijn verder akkoord bevonden door het waterschap, waarmee voldaan wordt aan de laatste voorwaarde omtrent klimaatadaptatie (artikel 5.85) uit de provinciale verordening. Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat de voorziene ontwikkeling niet in strijd is met de geldende instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening. 5.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciale beleid

De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de relevante kaders uit het hiervoor omschreven provinciaal beleid.

5.3

Regionaal beleid

De wettelijke basis om gezamenlijk besluiten te nemen ligt in artikel 2.2 lid 2 van de Omgevingswet. Het gaat om het gezamenlijk nemen van één besluit. Veel opgaven overstijgen het lokale belang, wat ertoe kan leiden dat er op regionaal niveau beleid wordt vastgesteld (bijvoorbeeld een regionale woningbouwopgave). BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16025019/1