CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp woningbouw kapelweg toelichting

Gemeenteraad 5 juli 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender’, beeldkwaliteitsplan ‘Kapelweg Vragender’19.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Door het opnemen van een aanduiding in het agrarisch bouwvlak wordt bebouwing beperkt wat voordelig zal zijn voor de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied. Een passende beoordeling is dan hier ook niet noodzakelijk. Ad.b en c.: Woonactiviteiten worden alleen genoemd in relatie tot een stedelijk ontwikkelingsproject, waarbij meer dan 2000 woningen worden gebouwd (onderdeel D. 11.2 van de bijlage van het besluit milieueffectrapportage). Aangezien het hier om een tiental woningen gaat, is een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht dan ook niet nodig. Agrarische activiteiten worden genoemd bij 'de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren' (onderdeel D. 14 van de bijlage van het besluit milieueffectrapportage). In de huidige situatie, dus voor wijziging op het agrarisch bouwperceel, is het mogelijk om het gehele agrarisch bouwvlak te bebouwen met bedrijfsgebouwen en hierin dieren te houden. Met de wijziging op het agrarisch bouwperceel, wat dit bestemmingsplan beoogt, wordt de bedrijfsbebouwing beperkt tot een deel van het agrarisch bouwperceel. Er kunnen dan ook aanzienlijk minder dieren worden gehouden dan voor deze wijziging op het bouwperceel.

De eigenaar van het agrarisch bedrijf wil nog de mogelijkheid behouden om in de toekomst een nieuw bedrijfsgebouw voor het houden van dieren op te richten. Met de aanwijzing binnen het agrarisch bouwperceel is hier rekening mee gehouden. De drempelwaarden, zoals genoemd in onderdeel D 14

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender zoals hierboven genoemd, liggen op 200 stuks melk-, kalf- of zoogkoeien ouder dan 2 jaar (Rav cat. A.1 en A.2) en 340 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (Rav cat. A 3). Ook na realisatie van een mogelijk nieuw bedrijfsgebouw (extra bedrijfsgebouw) zullen deze aantallen in dieren niet worden overschreden. Een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht is dan ook niet nodig.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Voor elk besluit dat betrekking heeft op activiteiten(en) die voorkomen op de D-lijst (kolom 2) die onder de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Kleinschalige woonactiviteiten wordt niet genoemd in kolom 2 van de D-lijst in het Besluit m.e.r. zodat een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk is. In de huidige situatie worden dieren gehouden die de drempelwaarden niet overschrijden. Ook na een mogelijke uitbreiding op het agrarisch bedrijf wordt onder de drempelwaarden gebleven. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is dan noodzakelijk. De hierbij te beoordelen nadelige milieugevolgen zijn in de hierna genoemde paragrafen beschreven.

Conclusie Een milieueffectrapportage, zowel -plicht, -beoordeling als -vormvrij, is niet nodig nu de gewenste activiteiten voor kleinschalig woningbouw op perceelsniveau niet onder de genoemde drempelwaarden vallen en/of worden genoemd. Daarnaast is een passende beoordeling op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied niet noodzakelijk.

4.2

Archeologie en Cultuurhistorie

Wettelijk kader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Archeologie Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden.

De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart. Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient direct door te werken in het bestemmingsplan. Bescherming (behoud/conservering) van gebieden met archeologische (verwachtings)waarden is uitgangspunt bij de zorg voor het archeologische erfgoed in het plangebied. Afhankelijk van de verstoring moeten de gebieden eerst nader worden onderzocht, voordat hier bebouwing of grondbewerking (=verstoring) plaatsvindt. Tijdens het onderzoek gevonden archeologische resten, moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven of anders op verantwoorde wijze

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender worden opgegraven. De kosten hiervan komen voor degene die de grond wil verstoren. Met behulp van een dubbelbestemming wordt voornoemde bescherming van archeologische waarden dan wel archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan geregeld. Woningbouw Kapelweg Het voor woningbouw te ontwikkelen perceel aan de Kapelweg te Vragender is gelegen in het geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011'. Op het perceel ligt de bestemming 'Agrarisch met waarden - landschapswaarden' met een tweetal gebiedsaanduidingen zijnde 'overige zone - openheid' en 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. Daarnaast geldt het 'Parapluplan Archeologie' waarbij op het oostelijk deel van het perceel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1' geldt en op het westelijk deel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 1'. Waarde - Archeologische verwachtingsgebied 1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bodemgerelateerde werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren waarbij de vergunningplicht geldt voor werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte van 250 m2.

Waarde - Archeologisch waardevol gebied 1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bodemgerelateerde werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren waarbij de vergunningplicht geldt voor werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld.

Pastoor Scheepersstraat 43 Vragender Het agrarisch perceel Pastoor Scheepersstraat 43 te Vragender is gelegen in het geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011'. Op het perceel geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden - landschapswaarden', voorzien van een bouwvlak. Daarnaast geldt het 'Parapluplan Archeologie' waarbij op het overgrote deel van het perceel de dubbelbestemming 'Waarde Archeologisch verwachtingsgebied 1' geldt. Een heel klein deel van het agrarisch bouwvlak is gelegen in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2'. Waarde - Archeologische verwachtingsgebied 1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bodemgerelateerde werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren waarbij de vergunningplicht geldt voor werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte van 250 m2. Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bodemgerelateerde werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren waarbij de vergunningplicht geldt voor werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte van 50 m2.

Uitgevoerde onderzoeken Voor de gehele woningbouwlocatie aan de Kapelweg is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Een archeologisch onderzoek aan de Pastoor Scheepersstrat 43 is niet noodzakelijk nu hier geen bodemactiviteiten gaan plaatsvinden. Woningbouw Kapelweg I: Voor het plangebied is door het onderzoeksbureau RAAP in januari en februari 2021 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek) plaatsgevonden. Dit onderzoek is verwoord in een archeologisch rapport met nummer 4978 d.d. 4 februari 2021. Dit rapport is als bijlage bijgevoegd. In het onderzoeksrapport wordt het volgende geconcludeerd: "Op basis van de onderzoeksresultaten

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender kan de hoge archeologische verwachting worden gehandhaafd, met name voor archeologische resten van bewoning, landbewerking en – vanwege de nabijheid van de kapel en de aangetroffen resten onverbrand bot – mogelijk begravingen. Eventuele resten uit het paleolithicum en mesolithicum zullen een geringe gaafheid hebben. Uit onderhavig onderzoek blijkt dat bij toekomstige bodemingrepen mogelijk archeologische resten worden bedreigd. Daarom wordt aanbevolen om toekomstige bodemingrepen te beperken tot een diepte van 60 cm –mv, waarbij een bufferzone van 30 cm boven de basis van het plaggendek wordt aangehouden. Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt voor het gehele plangebied een proefsleuvenonderzoek aanbevolen. Dit advies geldt voor het gehele plangebied. Een proefsleuvenonderzoek dient plaats te vinden op basis van een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE)." II: Door onderzoeksbureau RAAP is een Programma van Eisen opgesteld die door het bevoegd gezag is goedgekeurd. Naar aanleiding hiervan heeft er een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn opgenomen in het onderzoeksrapport met nummer 5266, d.d. 15 juli 2021, welke als bijlage is bijgevoegd.

In het onderzoeksrapport wordt hetvolgende geconcludeerd: "Het doel van het proefsleuvenonderzoek was het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein. Hiertoe was het noodzakelijk inzicht te krijgen in de precieze aard en omvang van de vindplaats. In het verlengde daarvan is in kaart gebracht wat de consequenties zijn van de onderzoeksresultaten voor de verdere planvorming in het plangebied. Is de archeologische vindplaats behoudenswaardig, en, zo ja, kan deze behouden blijven of dient deze te worden opgegraven? Tijdens het onderzoek zijn verspreid over het plangebied vier proefsleuven aangelegd met een totaal oppervlak van 425 m2. Dit komt neer op een dekkingsgraad van 9,2 % van het totale plangebied. Verspreid over de proefsleuven zijn verschillende archeologische resten aangetroffen. Het gaat hierbij om behoudenswaardige nederzettingssporen en daarmee geassocieerde vondsten uit de late bronstijd en/of ijzertijd. Opvallend is dat de sporen zich vrijwel uitsluitend bevinden waar zich onder het plaggendek dekzand bevindt, in het oostelijke deel van het plangebied. Elders in het plangebied ontbreken archeologische resten, op een enkel spoor na. De zone met behoudenswaardige archeologische resten valt vrijwel geheel samen met een geplande groenstrook (figuur 19 en figuur 20 in het onderzoeksrapport).

Hierdoor zullen de negatieve effecten van de geplande bouwwerkzaamheden op de archeologische resten zeer gering zijn. Gezien de diepteligging van deze resten wordt van de aanleg van de groenstrook en de ontsluitingsweg eveneens weinig schade verwacht, mits grondroerende werkzaamheden niet dieper dan een meter onder het huidige maaiveld reiken. Op basis van het onderzoek en de waardestelling wordt het volgende selectieadvies gegeven: Vrijgeven van het westelijke deel van het plangebied voor woningbouw. In situ behoud van de vindplaats in het oostelijke deel van het plangebied onder de daar geplande groenstrook. Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke ingrepen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Tot de overige cultuurhistorische waarden worden gerekend: de historisch-geografische waarden (cultuurlandschap, structuren/lijnen en bijzondere punten); de historisch-stedenbouwkundige waarden (stedenbouwkundige opbouw en identiteit);

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender de architectuurhistorische waarden (waardevolle kenmerken van gebouwen). Woningbouw Kapelweg De beoogde woningbouwlocatie aan de Kapelweg te Vragender heeft geen historisch-geografische of stedenbouwkundige waarden. Architectuurhistorische waarden zijn niet aanwezig nu het terrein nog onbebouwd is. De gemeentelijke erfgoednota is niet van toepassing bij de boogde ontwikkelingen op dit perceel. Het voorliggend bestemmingsplan tast de cultuurhistorische waarden niet aan. Ook zijn binnen het plangebied geen monumenten aanwezig.

Pastoor Scheepersstraat 43 Vragender Het agrarisch bedrijf heeft geen historisch-geografische of stedenbouwkundige waarden. Architectuurhistorische waarden zijn niet aanwezig. De gemeentelijke erfgoednota is niet van toepassing bij de boogde ontwikkelingen op dit perceel. Het voorliggend bestemmingsplan tast de cultuurhistorische waarden niet aan. Ook zijn binnen het plangebied geen monumenten aanwezig.

Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3

Bodem

Wettelijk kader Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er daardoor gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Op 1 juli 2012 zijn in Oost Gelre de Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart in werking getreden. De Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn bedoeld om de omgang met grond goed te regelen. Op basis van de Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is het in veel gevallen mogelijk om het hergebruik van grond als bodem zonder extra keuringen toe te staan. Grondverzet op basis van Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is mogelijk binnen de volgende gemeenten: Aalten, Bronckhorst, Berkelland, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. De Nota Bodembeheer met bodemkwaliteitskaart vormt de basis van duurzaam bodembeheer binnen de regio Achterhoek.

Situatie plangebied In het kader van de onderzoeksplicht dient onder andere de bodemgesteldheid in het plangebied in kaart te worden gebracht. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Bodemonderzoeken mogen niet meer dan vijf jaar oud zijn. Indien er sprake is van bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig.

Uitgevoerd bodemonderzoek Woningbouw kapelweg

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Door het onderzoeksbureau Econsultancy is in maart 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn verwoord in een bodemonderzoeksrapport met projectnummer 14721.001, versie D1 d.d. 25 maart 2021. Het bodemonderzoeksrapport is als bijlage bijgevoegd. Dit verkennend bodemonderzoek is nader beoordeeld door de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). De beoordeling is verwoord in een advies met kenmerk 2021EA0406, d.d. 20 april 2021 welke als bijlage is bijgevoegd. De ODA adviseert het volgende: "Het bodemonderzoek voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. De bodemkwaliteit is geschikt voor een gebruik als Wonen. Het uitvoeren van nader bodemonderzoek is niet nodig. Aan de bestemmingsplanprocedure en de omgevingsvergunningen hoeven geen bodemspecifieke voorschriften te worden verbonden".

Pastoor Scheepersstraat 43 Vragender Op het agrarisch perceel is geen bodemonderzoek uitgevoerd. Door het toevoegen van een aanduiding in het agrarisch bouwperceel wijzigt alleen de mogelijkheid om te bouwen binnen het agrarisch bouwperceel. Een bodemonderzoek is hiervoor niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4

Water

Wettelijk kader Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd.

De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid. De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen). Het beleid gaat uit van: een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater); water meer ruimte geven; versterken van de ecologische waarden; creëren van een vitaal watersysteem Situatie plangebied woningbouw Kapelweg Het waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel als hulpmiddel voor het opstellen van de waterparagraaf. De vragen zijn bedoeld om een beoordeling te kunnen geven van de feitelijke, fysiek-technische situatie maar ook om te kunnen beoordelen of de situatie zich verhoudt tot het waterbeleid van Rijk, provincie en waterschap. De vragen zijn zodanig opgesteld dat als een vraag met ja wordt beantwoord het waterthema relevant is. De relevante thema's worden na de watertoetstabel behandeld. Het bestemmingsplan legt voornamelijk de bestaande legale situatie vast, hierdoor zijn een aantal thema's minder relevant.

Thema

Toetsvraag

Relevant

Hoofdthema's Veiligheid

1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering Nee (primaire, regionale waterkering of kade)? 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van Nee een rivier?

Riolering afvalwaterketen

en 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m3/uur?

Nee, zie toelichting

2. Ligt in het plangebied een persleiding van Waterschap Rijn en Nee IJssel? 3. Ligt in of nabij het plangebied een rioolwaterzuiveringsinstallatie Nee van het waterschap? Wateroverlast (oppervlaktewater)

1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan Nee 2500 m2? 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan Ja 500 m2? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard Nee oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen Nee gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

Grondwateroverlast

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de Ja ondergrond? 3. Is in het plangebied sprake van kwel?

Nee

4. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren?

Nee

Oppervlaktewaterkwaliteit

1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater Ja geloosd?

Grondwaterkwaliteit

1. Ligt in het plangebied een beschermingszone van een Nee drinkwateronttrekking?

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Volksgezondheid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het Ja gemengde of verbeterde gescheiden stelsel? 2. Bevinden zich of komen er functies in of nabij het plangebied die Ja milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in beïnvloedingsgebied voor natte land natuur?

een

hydrologisch Nee

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte ecologische Nee verbindingzone? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?

Nee, zie toelichting

3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte Nee natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied?

Nee

Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in TOP-gebied?

Nee

Inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom Ja of beheer zijn van het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Nee

Aandachtsthema's Recreatie

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in Nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Cultuurhistorie

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied Nee aanwezig?

Tabel: Watertoetstabel met waterhuishoudkundige thema's

Door Civicon is een watertoets opgesteld om te bezien of het vuilwater en het hemelwater op een verantwoorde wijze wordt en kan worden afgevoerd zq. geborgen of infiltreren in de bodem. Deze watertoets is een eerste toets welke bij de civiele uitwerken van het plangebied wordt vormgeven in een waterhuishoudkundig plan. De watertoets is als bijlage bijgevoegd. Bovengenoemde thema's welke met 'ja' zijn beantwoord of met 'nee, zie toelichting' zijn hieronder nader beschreven. Toelichting riolering en afvalwaterketen Ten gevolge van de ontwikkeling is er sprake van een toename van het afvalwater. Uitgaande van een gemiddelde woningbezetting van 3 inwoners per woning en een vuilwaterproductie van 120 liter per inwoner per etmaal verdeeld over 10 uur wordt een toename aan vuilwater verwacht van (10 woningen x 3,0 inwoner x 12 l/uur) = 0,36 m³/uur. Er wordt vanuit gegaan dat het bestaande gemeentelijk stelsel deze relatief kleine toename kan verwerken. Dit dient bij de nadere uitwerking verder beschouwd te worden. Toelichting wateroverlast (oppervlaktewater) Door de ontwikkelingen in het plangebied neemt het verhard oppervlak toe met 1.750 m2. Om wateroverlast te voorkomen wordt het hemelwater niet afgevoerd naar het rioolstelsel maar volgens de trits vasthouden - bergen – afvoeren behandeld. Binnen het plangebied is veel ruimte aanwezig voor oppervlakkige berging.

Er wordt in het beeldkwaliteitsplan gesproken over waterbergende verharding in parkeervakken en wadi's. In het oosten van het plangebied wordt de groene long vanuit het centrum doorgetrokken, waarin ruimte is voor

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender waterberging. In het westen van het plan, is in een groenstrook ruimte voor wadi's. De dimensioneringsberekeningen van de diverse voorzieningen zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Met de benoemde systeemkeuze kan regenbui T=10+10% (40 mm) worden opgevangen in het plangebied en vertraagd worden afgevoerd. In extreme situaties zou bui T=100+10% (80 mm) tot aan maaiveld of op maaiveld geborgen kunnen worden zonder dat er waterschade optreedt. Toelichting grondwateroverlast In het plangebied bevinden zich slecht doorlatende lagen. Om grondwateroverlast in de toekomstige situatie te voorkomen, wordt aanbevolen om slecht doorlatende lagen te doorbreken met bijvoorbeeld verticale zandsleuven. Toelichting inrichting en beheer De voorgenomen ontwikkelingen zijn geen belemmering voor het reguliere beheer en onderhoud van het watersysteem. De inrichting van- of aanpassingen aan het watersysteem worden in overleg met het waterschap bepaald. Het oppervlaktewaterpeil wordt binnen gewenste of vastgestelde marges gehandhaafd. Toelichting volksgezondheid Om het risico op verdrinking te beperken worden flauwe taluds aangebracht. In de Pastoor Scheepersstraat is een overstort van het gemengd stelsel aanwezig, die overstort op de watergang ter hoogte van het plangebied.

In combinatie met de overstort van het hemelwaterriool zal het vuil water sterk verdund zijn. Vooralsnog worden daarom geen problemen worden verwacht met betrekking tot de volksgezondheid. Bij verdere uitwerking van het waterhuishoudings- en rioleringsplan, dient dit nader beschouw te worden. Eventueel kan de overstortleiding verlengd worden tot voorbij het bouwplan (meer naar het noorden). Toelichting natte natuur Het plangebied bevindt zich nabij watergangen met de functie SED (Vragenderbeek). Het plangebied maakt geen functies mogelijk die realisatie of functioneren van deze wateren negatief kunnen beïnvloeden aangezien de SED niet direct naast het plan ligt (zie ook paragraaf 4.3.2 in het rapport van Civicon). Conclusie Op basis van de bovenstaande paragrafen blijkt dat er ruimtelijke consequenties zijn met betrekking tot water gerelateerde zaken, zoals het aanbrengen van wadi's. Dit leidt niet tot ruimtelijke knelpunten.

In het rapport van Civicon zijn conclusies en aanbevelingen gegeven die nader worden uitgewerkt bij de civiele uitwerking van het plangebied.

Situatie plangebied Pastoor Scheepersstraat 43 Vragender Op het agrarisch perceel is geen watertoets uitgevoerd. Door het toevoegen van een aanduiding in het agrarisch bouwperceel wijzigt alleen de mogelijkheid om te bouwen binnen het agrarisch bouwperceel. Een watertoets is hiervoor niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De watertoets voor de woningbouwlocatie aan de Kapelweg zal bij de civiele uitwerking van het plangebeid worden vormgegeven in een waterhuishoudkundigplan.

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

4.5

Geluid

Wettelijk kader In het kader van de Wet geluidhinder is bij de wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Dit geldt alleen voor (geplande) geluidsgevoelige bestemmingen die binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. Naast het wettelijk kader van de Wet geluidhinder moet ook een afweging gemaakt worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Gemeente Oost Gelre heeft eigen geluidsbeleid ontwikkeld om zo richting te kunnen geven aan het geluidsaspect in bestemmingsplannen, vergunningen en dergelijke. Bij nieuwe activiteiten dient de geluidsbelasting te voldoen aan de streefwaarden.

Woningbouwlocatie Kapelweg In de directe omgeving van de woningbouwlocatie aan de Kapelweg te Vragender zijn hoofdzakelijk particuliere woningen gelegen. Bedrijvigheid komt hier niet voor. Onderzoek naar industrielawaai is dan ook niet noodzakelijk. Dit geldt ook voor het railverkeerlawaai. De planlocatie grenst aan de doorgaande Pastoor Scheepersstraat en de Kapelweg. Deze wegen zijn akoestische bronnen die nader onderzocht moeten worden. Hierdoor heeft Adviesbureau Van der Boom een akoestisch onderzoek uitgevoerd en verwoord in het rapport 'Geluidbelasting wegverkeer locatie Kapelweg te Vragender' met kenmerk 21-305 d.d. 11 januari 2022, dat als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen. Akoestisch rapport In het akoestisch rapport wordt o.a. hetvolgende geconcludeerd: "De geluidbelasting op de locatie als gevolg van wegverkeer op het 60 km deel van de Pastoor Scheepersstraat bedraagt ten hoogste 50 - 51 dB op de westgevel van 4 woningen, na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee overschreden. De maximale hogere waarde van 63 dB wordt niet overschreden. Het verlagen van de geluidbelasting door het treffen van maatregelen aan de bron stuit op financiële en civieltechnische bezwaren. Afscherming is door de ligging aan de rand van de bebouwde kom stedenbouwkundig ongewenst.

Voor de 4 woningen dient een hogere waarde voor wegverkeer te worden aangevraagd voor wegverkeer op de Pastoor Scheepersstraat van 50 - 51 dB. Het gaat om 2 vrijstaande woningen en een tweekapper welke zijn gelegen aan de Pastoor Scheepersstraat. Bij het toetsen of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening” is aangesloten bij het toetsingskader van de gemeente Oost Gelre uit haar “Beleidsregel Hogere geluidsgrenswaarden”. Hierin staat tevens onder welke voorwaarden wordt voldaan aan het criterium “goede ruimtelijke ordening”. Dat is het geval indien de ten hoogste toelaatbare waarde niet wordt overschreden. Deze waarde wordt op de 4 woningen niet overschreden. Bij het bepalen van de benodigde geluidwering mag geen aftrek plaatsvinden ex. artikel 110-g Wgh. Voor geluidbelaste gevels, met een geluidbelasting van meer dan 53 dB, zijn geluidwerende voorzieningen nodig. Tabel III.4 geeft een overzicht van de berekende invallende geluidbelasting Lden in 2032 zonder aftrek en bedraagt ten hoogste 57 dB op de geluidbelaste gevels. De benodigde karakteristieke geluidwering GA;k bedraagt dan 23 dB."

Toetsing Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) Het akoestisch rapport is ter beoordeling voorgelegd aan de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). Zij hebben hierover een advies uitgebracht welke is verwoord in een 'Beoordeling geluidrapport' met

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender kenmerk 2022EA0039, d.d. 24 januari 2022, welke als bijlage is bijgevoegd. De ODA komt met het volgende advies: 1. Het akoestisch onderzoek is akkoord. 2. De Wet geluidhinder is van toepassing voor het onderdeel wegverkeerslawaai. 3. De voorkeurswaarde van 48 dB wordt op de westgevel van vier woningen overschreden maar blijft onder de hoogst toelaatbare waarde van 63 dB. Het verlenen van hogere waarden is nodig. 4.Omdat maatregelen aan de bron en in de overdracht niet reëel zijn en voldaan wordt aan de voorwaarden van de beleidsregel hogere geluidgrenswaarden kunnen hogere waarden worden verleend. 5. De minimaal vereiste geluidwering van het Bouwbesluit van 20 dB is niet voldoende om een binnenniveau van 33 dB te realiseren. Extra gevelwering is nodig.

Hogere geluidsgrenswaarde Zoals in het advies van de ODA is aangegeven, en uit het uitgevoerde akoestisch rapport blijkt, dient er voor de woningen, welke aan de zijde van de Pastoor Scheepersstraat worden gerealiseerd, een hogere geluidsgrenswaarde te worden verleend. Hiervoor dient een separate procedure voor te worden doorlopen naast deze procedure om herziening van het bestemmingsplan.

Pastoor Scheepersstraat 43 Vragender Voor het agrarisch perceel Pastoor Scheepersstraat 43 te Vragender word een aanduiding in het agrarisch bouwperceel toegevoegd waardoor alleen de mogelijkheid om te bouwen binnen het agrarisch bouwperceel wordt gewijzigd. Dit heeft geen akoestische consequenties. Een akoestisch onderzoek voor deze ontwikkeling is dan ook niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Door middel van een te verlenen Besluit hogere grenswaarde van 51 dB(A) op de gevel van de vier woningen aan de Pastoor Scheepersstraat kan aan deze ontwikkeling worden meegewerkt.

4.6

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing) en locaties waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben. Op 15 november 2007 is dit deel van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van Infrastructuur en Milieu ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm.

In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. 42

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

In 2015 is door Infomil een onderzoek uitgevoerd naar de verhouding tussen de concentratie PM10 en PM2,5 in de lucht. Uit de resultaten hiervan blijkt dat de concentratie PM10 en PM2,5 in de lucht sterk samenhangen. Op basis hiervan merkt Infomil op dat "wanneer wordt voldaan aan de maatgevende grenswaarde voor PM10, vrijwel altijd wordt voldaan aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie PM2,5". Voor woningbouwlocaties is een nibm-grens opgenomen van 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersdeling. Een project dat kleiner is dan deze grenzen, is in beginsel 'niet in betekenende mate'.

Situatie plangebied woningbouw Kapelweg Het plan biedt de mogelijkheid tot het realiseren van 10 nieuwe woningen. Het blijft daarmee ruimschoots onder de nibm-grens van 1.500 woningen en kan als 'niet in betekenende mate' van invloed op de luchtkwaliteit worden beschouwd. Door de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) is een advies uitgebracht over het aspect 'Luchtkwaliteit'. Dit advies is opgenomen in een adviesrapportage met nummer 2020EA1415, d.d. 6 juli 2020 welke als bijlage is bijgevoegd. De ODA geeft het volgende advies: "De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Er is geen sprake van een gevoelige bestemming. De locatie ligt bovendien op voldoende afstand van rijks- en provinciale wegen. Er is geen sprake van feitelijke of dreigende overschrijding van grenswaarden. Er is daarom geen aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit nodig. Het onderwerp luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling".

Situatie plangebied Pastoor Scheepersstraat 43 Vragender De voorgenomen wijziging binnen het agrarisch bouwperceel draagt ook niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Er is geen sprake van een gevoelige bestemming. De locatie ligt bovendien op voldoende afstand van rijks- en provinciale wegen. Er is geen sprake van feitelijke of dreigende overschrijding van grenswaarden. Er is daarom geen aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit nodig. Het onderwerp luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.

Conclusie Beide ontwikkelingen worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.

4.7

Natuurwaarden

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wnb. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort.

Beoordeling woningbouw Kapelweg Om de uitvoerbaarheid van het woningbouwplan te toetsen, is een Quickscan Natuurtoets (30 maart 2021, rapportnummer 2268) door Staring Advies uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is als bijlage bijgevoegd. Het doel hiervan is om in te schatten of er in het plangebied planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden van de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, op houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland.

Soortenbescherming Om te bepalen of er beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn heeft het onderzoeksbureau gebruik gemaakt van literatuur- en gericht veldonderzoek. De resultaten van beide onderzoeken zijn in bovengenoemd onderzoeksrapport aangegeven. Ten aanzioen van de soortenbescherming wordt in het onderzoeksrapport het volgende geconcludeerd: "Aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk voor beschermde plant- en diersoorten. Er moet wel rekening worden gehouden met broedvogels. Activiteiten moeten bij voorkeur buiten het broedseizoen worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden, waarbij voorkomen wordt dat broedvogels zich vestigen op de planlocaties. Werkzaamheden mogen in het broedseizoen plaatsvinden, zo lang er maar geen broedvogels verstoord worden".

Gebiedsbescherming Natuurnetwerk (GNN) Het plangebied ligt niet in het GNN. De kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen worden niet aangetast door de geplande ruimtelijke ontwikkelingen. Er hoeft geen verdere toetsing uitgevoerd te worden.

Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van het GNN, bron: Provincie Gelderland 2021.

Natura 2000 Door de aard en door de afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Korenburgerveen' worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven door directe verstoringsfactoren verwacht. Ook significante negatieve effecten door indirecte verstoringsfactoren zijn op voorhand uit te sluiten, met uitzondering van stikstofdepositie. Significante negatieve effecten door stikstofdepositie op gevoelige habitats van het Natura 2000-gebied 'Korenburgerveen' zijn op voorhand niet uit te sluiten. Een AERIUS-berekening is daarom noodzakelijk.

44

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden (blauw en rood gearceerd), bron: Provincie Gelderland 2021.

Stikstof Zoals hiervoor is aangegeven geeft Staring Advies aan om een stikstofberekening uit te voeren om significante negatieve effecten door stikstofdepositie op gevoelige habitats van het Natura 2000-gebied 'Korenburgerveen' op voorhand niet uit te sluiten. Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw- sloop en éénmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Dit betekent in het vergunningstraject dat voor het aspect stikstof alleen nog de neerslag (depositie) in de gebruiksfase een rol speelt. Het is dus niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsen. In het geval van bouw, sloop en éénmalige aanleg is duidelijk dat het altijd om een tijdelijke activiteit gaat. Op tijdstip X is het bouwwerk immers gereed, gesloopt of aangelegd. Er is een knip gemaakt tussen de bouw en het gebruik van het bouwwerk. De milieubelasting tijdens de bouw is altijd tijdelijk terwijl het gebruik een permanent karakter heeft. De maatregelen uit de structurele aanpak stikstof vormen de juridische basis voor deze vrijstelling. Het kabinet heeft met de maatregelen een onomkeerbaar en onvoorwaardelijk pad van stikstofreductie ingezet.

Door het relatief kleine aandeel van de bouwsector in de stikstofuitstoot en door de maatregelen die ook al in verschillende sectoren genomen zijn, doet de bouwvrijstelling geen afbreuk aan het bereiken van de natuurdoelen uit de wet. De maatregelen in de bouw die in de routekaart “Schoon en Emissieloos Bouwen” worden uitgewerkt, zullen het structurele pakket en daarmee de juridische basis voor de bouwvrijstelling nog verder versterken. Gebruiksfase De woningen worden gasloos gerealiseerd waardoor er geen uitstoot van NOx is. Een berekening hiervoor is dan ook niet noodzakelijk. Wel vinden er verkeersbewegingen naar en vanuit deze woningen plaats. Hierbij vindt er uitstoot van NOx plaats. Hiervan is er een berekening gemaakt om te bepalen of deze uitstoot van invloed is op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De berekening is gemaakt met de meest recente Aerius-calculator uit 2022. In het plangebied worden 10 woningen gerealiseerd. Een zestal woningen zijn gelegen aan een doodlopende toegangsweg. Voor

Toelichting (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender de berekening is hierbij uitgegaan van 60 aan- en afvoerbewegingen per etmaal van lichte voertuigen voor deze woningen. Op onderstaande kaarten aangegeven met nummer 1. Een viertal woningen zijn bereikbaar via de Pastoor Scheepersstraat. Voor de berekening is hierbij uitgegaan van 40 aan- en afvoerbewegingen per etmaal van lichte voertuigen voor deze woningen. Op onderstaande kaarten aangegeven met nummer 2.

Berekening AERIUS-calculator (Bron: calculator.aerius.nl)

Berekening AERIUS-calculator (Bron: calculator.aerius.nl)

Uit de Aerius berekening volgt dat de verkeersbewegingen ten behoeve van de woningen lager zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Nu de toename van stikstof in de nieuwe situatie niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar kan aan het verzoek worden meegewerkt.

Houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Het is verboden deze houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen zonder voorafgaande melding bij gedeputeerde staten. In dit hoofdstuk wordt beschreven of er bij de voorgenomen kap sprake is van meldingsplicht en herplantplicht conform artikel 4.2 en artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming. Verder wordt beschreven of er vervolgmaatregelen getroffen dienen te worden ten behoeve van de voorgenomen

46

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender houtkap. Een kapmelding bij de provincie Gelderland voor beschermde houtopstanden is niet aan de orde.

Beoordeling Pastoor Scheepersstraat 43 Vragender Op het agrarisch perceel is geen natuurtoets uitgevoerd. Door het toevoegen van een aanduiding in het agrarisch bouwperceel wijzigt alleen de mogelijkheid om te bouwen binnen het agrarisch bouwperceel. Een natuurtoets is hiervoor niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect natuurwaarden vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling aan de Kapelweg. Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden dient het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht te worden genomen, hetgeen goed mogelijk is. Er dient rekening te worden gehouden met het volgende: snoei- en graafwerkzaamheden uitvoeren buiten het broedseizoen van maart tot half augustus; snoei- en graafwerkzaamheden uitvoeren binnen het broedseizoen alleen na een broedvogelinspectie door een ter zake kundige. Ditzelfde geldt natuurlijk voor het perceel Pastoor Scheepersstraat 43 te Vragender.

4.8

Bedrijven en milieuzonering

Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan wij het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is (dit is niet altijd de werkelijke gevel, maar de plek waar de gevel van de woning volgens het bestemmingsplan inclusief vergunningvrij bouwen mogelijk is). De in deze uitgave voor bedrijven opgenomen richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. De richtafstanden zijn voor drukkere gebieden (gemengd gebied) naar beneden bij te stellen. Aanvullend milieuonderzoek kan uitwijzen dat kleinere afstanden dan de richtafstanden mogelijk zijn. Verder hebben wettelijke afstanden voorrang op de richtafstanden.

Toelichting (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Situatie plangebied beide percelen De omgeving van het te ontwikkelen plangebied aan de Kapelweg bestaat hoofdzakelijk uit woningen en is hierdoor aan te merken als woongebied. In de directe nabijheid van dit plangebied zijn geen bedrijfsmatige-, recreatieve-, religieuze- of onderwijsactiviteiten aanwezig welke van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat in de te realiseren woningen in het plangebied. Aan de noordzijde van de woningbouwlocatie is een extensieve veehouderij gelegen op het adres Pastoor Scheepersstraat 43 te Vragender. Op het perceel wordt rundvee gehouden. Om een goed woon- en leefklimaat in de te realiseren woningen te kunnen garanderen en om de toekomstige ontwikkelingen van deze veehouderij niet te beperken, dient er ingevolge de handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering'' een minimale afstand te worden aangehouden van 100 meter, waarbij deze grootste afstand wordt gevormd door het aspect 'geur'. De werkelijke afstand, gemeten vanaf het agrarisch bouwvlak tot aan de dichtstbijzijnde woning in het plangebied, bedraagt ongeveer 60 meter. Om de toekomstige ontwikkelingen van dit agrarisch bedrijf niet te belemmeren wordt gelijktijdig met dit bestemmingsplan het bebouwingsvlak voor dit agrarisch bedrijf aangepast.

Hierdoor wordt voldaan aan de minimale afstand van 100 meter tot aan de dichtstbijzijnde woning in het plangebied en wordt het agrarisch bedrijf niet in haar toekomstige ontwikkelingen beperkt. Een uitgebreide beschrijving hiervan is opgenomen in paragraaf 4.10 'Geur'. Daarnaast vindt er op het agrarisch perceel opslag van kuilvoer plaats. Hiervoor volstaat een afstand van 25 meter (mits deze opslag is afgedekt). Aan deze afstand wordt voldaan ten opzichte van de woningbouwlocatie.

Conclusie Het aspect 'Bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

4.9

Externe veiligheid

Wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.

Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een

48

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Derhalve is de risicokaart geraadpleegd.

Gemeentelijk externe veiligheidsbeleid De gemeente Oost Gelre heeft in 2008 een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.

Situatie plangebied beide percelen Op de woningbouwlocatie aan de Kapelweg en in het agrarisch bedrijf aan de Pastoor Scheepersstraat 43 te Vragender zullen geen activiteiten plaatsvinden en/of opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvinden waarbij de grenswaarden voor groepsrisico en plaatsgebonden risico worden overschreden. Buisleidingen zijn niet in de directe nabijheid van beide plangebieden gelegen (rode lijnen op onderstaande kaart). Daarnaast zijn beide plangebieden op ruim 2,0 km gelegen van de dichtstbijzijnde route voor gevaarlijke stoffen (N18). Bij het mengvoederbedrijf in Vragender wordt kunstmest opgeslagen. Dit is op onderstaande risicokaart aangegeven met een rode stip. De hoeveelheid hiervan is niet dusdanig groot dat hiervoor een extern veiligheidsonderzoek moet worden uitgevoerd.

Uitsnede risicokaart Gelderland (Bron: provincie Gelderland)

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen.

Toelichting (vastgesteld)

49

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

4.10

Geur

Wettelijk kader Bij de realisatie van gevoelige bestemmingen, zoals woningen, is het van belang dat er een goed woonen leefklimaat gewaarborgd wordt. Daarom moet rekening worden gehouden met geurcontouren van bijvoorbeeld bestaande veehouderijen. Hiervoor bieden het Activiteitenbesluit en de Wet geurhinder en veehouderij (Wgh) een toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgh) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning.Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor geldt minimaal aan te houden afstanden. De Regeling geurhinder en veehouderij is gepubliceerd op 18 december 2006. Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 De raad heeft bij besluit van 12 maart 2008 de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 vastgesteld. Deze verordening is op 28 maart 2008 in werking getreden.

Daarbij zijn de bebouwde kommen van Groenlo, Lievelde en Vragender aangewezen als gedeelte van het gemeentelijk grondgebied waarvoor een andere geurnorm van toepassing is. Op grond van de verordening gelden de volgende waarden als maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij: bebouwde kom van Groenlo: 5 odour units per kubieke meter lucht; bebouwde kom van Lievelde: 7 odour units per kubieke meter lucht; bebouwde kom van Vragender: 7 odour units per kubieke meter lucht. Situatie plangebied beide percelen Het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf, Pastoor Scheepersstraat 43 te Vragender, bevindt zich op een afstand van ongeveer 60 m ten noordoosten van het plangebied voor de woningbouw. In paragraaf 4.8 is reeds omschreven dat er, om de toekomstige ontwikkelingen van dit agrarisch bedrijf niet te belemmeren, er een minimale afstand moet worden aangehouden van 100 meter. Deze 100 meter wordt berekend vanaf de mogelijkheid om dieren te houden in stallen oftewel de rand van het agrarisch bouwvlak. De werkelijke afstand bedraagt echter maar 60 meter. In dit bestemmingsplan wordt ook het bestemmingsplan voor voornoemd agrarisch bedrijf aangepast. Het agrarisch bouwvlak blijft bestaan echter er wordt binnen het agrarisch bouwvlak een aanduiding opgenomen waarbinnen geen agrarische bedrijfsgebouwen mag worden opgericht.

Hiermee wodt voorkomen dat er binnen de 100 meter, gemeten vanaf de woningbouwlocatie, nog agrarische bedrijfsgebouwen kunnen worden opgericht. Door het opnemen van deze aanduiding wordt het agrarisch bedrijf niet meer in haar toekomstige ontwikkelingen belemmert en is er een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd in de nieuwe woningen aan de Kapelweg. De eigenaar van het voornoemd agrarisch bedrijf is met aanpassing van zijn agrarisch bedrijf akkoord gegaan. Hiervoor is een overeenkomst getekend. In het agrarisch bouwvlak zijn kuilvoerplaten aanwezig. Deze kuilvoerplaten zijn op een afstand van ongeveer 60 meter van de woningbouwlocatie gelegen. Voor de opslag van kuilvoer volstaat een afstand van 25 meter (mits deze opslag is afgedekt). Aan deze afstand wordt voldaan ten opzichte van de woningbouwlocatie.

Conclusie

50

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Door het aanpassen van het bestemmingsplan voor het agrarisch bedrijf Pastoor Scheepersstraat 43 te Vragender wordt voldaan aan de minimaal aan te houden afstand van 100 meter.

4.11

Verkeer en parkeren

Verkeer De woningen aan de Kapelweg worden ontsloten via de Kapelweg en de Pastoor Scheepersstraat. Het agrarisch bedrijf Pastoor Scheeperstraat 43 te Vragender is ontsloten aan de Pastoor Scheepersstraat. Parkeren Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre De nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen. Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeer-plaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen.

De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren. Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota. De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11625150/1