bp woningbouw kapelweg toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender vastgesteld
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Geldende bestemmingsplannen
6 6 6 8
Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Plangebied 2.2 Stedenbouwkundig concept
11 11 14
Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Internationaal niveau 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid
15 15 17 21 23 24
Hoofdstuk4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming 4.2 Archeologie en Cultuurhistorie 4.3 Bodem 4.4 Water 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Natuurwaarden 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Externe veiligheid 4.10 Geur 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 Kabels en leidingen
32 32 33 36 37 41 42 43 47 48 50 51 52
Hoofdstuk5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan 5.3 Plansystematiek
53 53 53 53
Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid
58 58 58
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Er is behoefte aan woningbouw in de kleine kernen van de gemeente Oost Gelre. Om de leefbaarheid in de kleine kernen te waarborgen is, tezamen met de dorpsbelangorganisaties de beleidsnota 'Kleine Kernen gemeente Oost Gelre' opgesteld. In deze beleidsnota wordt o.a. aangegeven dat er een aantal woningen per kleine kern worden ontwikkelt. Zo ook in Vragender. Een geschikte locatie is hierbij gevonden aan de Kapelweg op de hoek met de Pastoor Scheepersstraat. Deze locatie sluit aan op de al aanwezige woningbouw aan de Kapelweg. Het voornemen is om hier 10 woningen te ontwikkelen. De te realiseren woningen bestaan uit twee vrijstaande woningen, twee twee onder één kap woningen en vier aaneengebouwde woningen. Dit alles in een groene setting. De transformatie van het gebied past niet in het geldende bestemmingsplan. Om het project juridisch-planologisch mogelijk te maken, is daarom dit bestemmingsplan opgesteld.
Inrichtingsschets
In relatie met dit woningbouwgebied wordt ook het agrarisch bedrijf aan de Pastoor Scheepersstraat 43 te Vragender gewijzigd. Het gaat hierbij om een toevoeging van een aanduiding binnen het zuidelijk deel van het aanwezige agrarisch bouwblok. Hiermee wordt voorkomen dat er op dit deel van het bouwvlak in de toekomst bedrijfsbebouwing wordt opgericht waarin dieren gehouden kunnen worden. Hiermee wordt dan voldaan aan de minimaal aan te houden afstanden van agrarische bedrijfsbebouwing met dieren en omliggende woningen. De agrariër wordt hiermee dan niet in zijn toekomstige ontwikkleingen beperkt en omgekeerd wordt er zo een goed woon- en leefklimaat in de nieuwe woningen gegarandeerd.
1.2
Ligging en begrenzing
Woningbouw Kapelweg Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 0,47 ha en ligt in de hoek tussen de Kapelweg en de Pastoor Scheepersstraat en in het verlengde van de al aanwezige woningen aan de Kapelweg aan de
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender zijde van het buitengebied. Een deel van de planlocatie wordt ontsloten via de Kapelweg. De woningen op de planlocatie aan de zijde van de Pastoor Scheeperstraat worden aan deze weg ontsloten.
Plangebied woningbouwlokatie Kapelweg Vragender
Pastoor Scheepersstraat 43 Vragender Het agrarisch bedrijf aan de Pastoor Scheepersstraat 43 te Vragender is een nog in werking zijnde extensieve veehouderijbedrijf. Binnen de inrichting wordt rundvee gehouden. De bedrijfsbebouwing bevindt zich in een agrarisch bouwvlak. Aan de zuidzijde van het agrarisch bouwvlak zijn kuilvoerplaten gelegen.
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Plangebied Pastoor Scheepersstraat 43 Vragender
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Woningbouw Kapelweg Het voor woningbouw te ontwikkelen perceel aan de Kapelweg te Vragender is gelegen in het geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011', welke door de gemeenteraad op 18 december 2012 is vastgesteld, met bijbehorende 'Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre', welke door de gemeenteraad is vastgesteld op 15 juli 2014 en 'Buitengebied, Reparatieplan 2016' welke door de gemeenteraad is vastgesteld op 4 april 2017. Op het perceel ligt de bestemming 'Agrarisch met waarden landschapswaarden' met een tweetal gebiedsaanduidingen zijnde 'overige zone - openheid' en 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. Daarnaast geldt op het oostelijk deel van het perceel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' en op het westelijk deel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 1'. Laatstgenoemde dubbelbestemmingen zijn vervangen door de dubbelbestemmingen die zijn opgenomen in het 'Parapluplan Archeologie' welke door de gemeenteraad is vastgesteld op 22 februari 2022. Op het oostelijk deel van het perceel geldt nu 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1' en op het westelijk deel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 1'. Binnen de hierboven aangegeven bestemming is de realisatie van nieuwe woningen niet toegestaan.
Daarbij zijn er voor deze bestemming in het geldende bestemmingsplan geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Via een procedure om herziening van het bestemmingsplan kunnen woningen op de beoogde locatie juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt.
Pastoor Scheepersstraat 43 Vragender Het voornoemde bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' met bijbehorende Reparatieplannen is ook van toepassing op het perceel Pastoor Scheepersstraat 43 te Vragender. Dit perceel is hierin bestemd als 'Agrarisch met waarden - landschapswaarden' voorzien van een bouwvlak en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'. Voor het zuidelijkst deel van het perceel geldt aanvullend een gebiedsaanduiding zijnde 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. Ingevolge het 'Parapluplan Archeologie' is voornoemde dubbelbestemming voor het overgrote deel vervangen door 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1'. Een heel klein deel van het agrarisch bouwvlak is gelegen in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2'. Binnen de hierboven aangegeven bestemmingen is het aanpassen van een bouwvlak van een agrarisch bedrijf niet toegestaan. Daarbij zijn er voor deze bestemmingen in het geldende bestemmingsplan geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Via een procedure om herziening van het bestemmingsplan kan aanpassing van een agrarisch bouwvlak op de beoogde locatie juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt.
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Uitsnede uit geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011'
Uitsnede uit geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' woningbouwlocatie hoek Kapelweg - Pastoor Scheepersstraat
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Uitsnede uit geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' Pastoor Scheepersstraat 43 Vragender
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie vanuit ruimtelijk oogpunt en per functie, evenals de ontwikkelingen op basis van het vigerende beleid beschreven. Er wordt flexibiliteit geboden daar waar het kan. Rekening wordt gehouden met de dynamiek in het plangebied en ruimte voor 'reguliere' uitbreidingen en veranderingen.
2.1
Plangebied
2.1.1
Historischeontwikkeling
Door haar ligging op een stuwwal uit de ijstijd is Vragender geologisch en historisch gezien een zeer interessante kleine kern. In de loop van haar geschiedenis is de nederzetting mede door de agrarische bedrijvigheid van de bewoners uitgegroeid tot het prototype van een esdorp in Nederland. Op de topografische kaart uit 1883 is voor het eerst bebouwing te zien op de locatie van het huidige kerkdorp Vragender. Naast het beoogde plangebied voor de woningbouwlocatie is de Vragender Kapel aangegeven. Deze is al op de topografische kaart uit 1850 aangegeven en nu nog gedeeltelijk aanwezig op de locatie en aangeduid als 'Ruïne'. Op de kaart uit 1885 is aangegeven dat de eerste bebouwing in de kern Vragender bestond uit de RK kerk, de begraafplaats en enkele woningen. Op de kaart uit 1936 is de bebouwing verspreid uitgebreid en is op de kaart de school aangegeven. Op de kaart uit 1956 is voor het eerst bebouwing aangegeven op het perceel aan de Pastoor Scheepersstraat 43. In de loop der jaren groeit het kerkdorp en het agrarisch bedrijf tot haar huidige omvang.
Topografische kaart uit 1883 (bron: www.topotijdreis.nl) Geel: kerkdorp Vragender ; Rood: planlocatie Kapelweg
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Topografische kaart uit 1885 (bron: www.topotijdreis.nl)
Topografische kaart uit 1936 (bron: www.topotijdreis.nl)
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Topografische kaart uit 1956 (bron: www.topotijdreis.nl)
Topografische kaart uit 2020 (bron: www.topotijdreis.nl)
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
2.1.2
Het plangebied
Woningbouw Kapelweg Het plangebied is gelegen in de hoek Kapelweg en de Pastoor Scheepersstraat aan de rand van het kerkdorp Vragender. Het plangebied grenst aan het agrarisch buitengebied en het perceel is als grasland in gebruik. In de directe omgeving van het plangebied zijn woningen van derden gelegen (woningen binnen de bebouwde kom) alsmede een enkele woning in het buitengebied, grenzend aan de bebouwde kom. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Lichtenvoorde, sectie S, nummer 1056. Het plangebied is in paragraaf 1.2 aangegeven. Pastoor Scheepersstraat 43 Vragender Het agrarisch bedrijf is gelegen ten noorden van de bebouwde kom van het kerkdorp Vragender. Het perceel wordt ontsloten via één van de toegangswegen voor het kerkdorp zijnde de Pastoor Scheepersstraat. Op het agrarisch perceel is een bedrijfswoning aanwezig met agrarische bedrijfsbebouwing en kuilvoerplaten. Het agrarisch bedrijf met een deel van de omliggende gronden is kadastraal bekend als gemeente Lichtenvoorde, sectie S, nummer 906.
2.2
Stedenbouwkundig concept
Voor het plangebied voor de woningbouw op de hoek Kapelweg - Pastoor Scheepersstraat is een stedenbouwkundig concept opgesteld zijnde het beeldkwaliteitsplan 'Kapelweg Vragender'. Dit beeldkwaliteitsplan vormt het toetsingkader voor nieuwe aanvragen om omgevingsvergunning onderdeel bouwen (bouwaanvragen) voor initiatiefnemers en architecten. Het beeldkwaliteitsplan geldt naast de gemeentelijke welstandsnota. Het beeldkwaliteitsplan en bestemmingsplan zijn in lijn met elkaar opgesteld en zullen worden vastgesteld door de gemeenteraad. Het college van B&W krijgt de bevoegdheid om afwijkingen toe te staan, mits stedenbouwkundig verantwoord.
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Hoofdstuk 3
Beleid
Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.
3.1
Internationaal niveau
3.1.1
Vogelrichtlijn
De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.
Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn.
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
3.1.2
Habitatrichtlijn
De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn. 3.1.3
Het verdrag van Valletta (Malta)
Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen. Ter bescherming van de archeologische waarden heeft de gemeente Oost Gelre een beleidsnota met -kaarten vastgesteld en deze doorvertaald en opgenomen in de geldende bestemmingsplannen. Deze beleidsnota is nu herzien.
Hiervoor heeft de gemeenteraad in haar vergadering van 22 februari 2022 het 'Parapluplan Archeologie' vastgesteld. Dit parapluplan vervangt voornoemde beleidsnota en zal
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender gelden voor het gehele plangebied in de gemeente Oost Gelre. In paragraaf 4.2 wordt archeologie nader toegelicht. 3.1.4
Kaderrichtlijn water
De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.
Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Bij onderhavig bestemmingsplan is een watertoets uitgevoerd waarbij rekening is gehouden met bovengenoemde doelstellingen.
Conclusie Internationaal beleid Het Internationaal beleid vormt geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling op perceelniveau.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.2.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
3.2.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.2.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen.
Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 3.2.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau: in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's.
Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer het Natuur Netwerk Nederland (de opvolger van de ecologische hoofdstructuur), radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en spoorlijnen. 3.2.3
Besluit ruimtelijke ordening
Ladder voor duurzame verstedelijking Per 1 oktober 2012 is de Ladder voor duurzame verstedelijking vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Vervolgens dient bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie gekeken te worden of er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, wordt – onder voorwaarden - aansluitend aan het bestaand stads- en dorpsgebied een locatie gezocht.
Door de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, wordt verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied geconcentreerd. Hiermee wordt de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing op de ontwikkeling bij het agrarisch
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender bedrijf Pastoor Scheepersstraat 43 te Vragender en wordt hier dan ook buiten beschouwing gelaten.
Nieuwe stedelijke ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling betreft een uitbreiding van de bebouwde kom Vragender met een 10-tal woningen. In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, waarbij het gaat om 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Nu het een woningbouwlocatie betreft met een omvang van maximaal 10 woningen, is hier geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Behoefte Op 15 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre de 'Woonvisie Kleine kernen' vastgesteld met als titel: 'Ruimtelijke verkenning wonen kleine kernen Oost Gelre'. In deze woonvisie is een duidelijke opgave opgenomen: ‘passende woonruimte voor iedereen in de kleine kernen’. Er is een behoorlijke actuele behoefte aan nieuwe woningen. De huidige plancapaciteit is niet voldoende om te voorzien in de behoefte. De ruimtelijke opgave voor de kleine kernen is als volgt samengevat: Per kern (m.u.v.
Zwolle) op korte termijn ongeveer 15 woningen toevoegen (0-2 jaar) naast de bestaande plannen. Het exacte getal is niet leidend, maar geeft een richting voor de opgave, de kwaliteit van plannen en de actuele behoefte is leidend. Bij het zoeken van locaties rekening houden met de bandbreedte behoefte en wijzigingen in het aantal vestigers; daarom zoeken we locaties voor minimaal 30 woningen. Actuele behoefte blijven monitoren en daarop kunnen anticiperen bij lokale ontwikkelingen. Bij nieuwe ontwikkelingen rekening houden met het kwalitatief beeld, waarbij we expliciet inzetten op de betaalbaarheid voor koopwoningen. Dit kan ook doorstroming op de markt creëren. Uit een kwantitatief en kwalitatief woonbehoefteonderzoek onder de inwoners van Vragender blijkt dat er in alle segmenten een behoefte aan woningbouw is, met een duidelijke piek in het marktsegment tussen de 175K en 250K. Aanvullende beschrijving van voornoemde Woonvisie is opgenomen in paragraaf 3.4.1.
Bestaand stedelijk gebied Het planvoornemen betreft de realisatie van een nieuw woongebied aansluitend aan de bestaande bebouwing van de dorpskern Vragender. Het plangebied grenst aan de bestaande bebouwing aan de Kapelweg Vragender. Door deze nieuwe woonlocatie vindt er aansluiting plaats met de bebouwde kom van Vragender. Hiermee kan dit project worden beschouwd als een binnenstedelijke ontwikkeling.
Conclusie Uit bovenstaande onderbouwing kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat de behoefte wel degelijk aanwezig is. Er is sprake van een duurzame verstedelijking.
Algemene conclusie Bro De ladder van duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
De provincie heeft haar visie op de omgeving vertaald in de 'Omgevingsvisie Gelderland'. Deze is vastgesteld op 9 juli 2014. Op 24 september 2014 is de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Provinciale Staten van de provincie Gelderland hebben op 1 januari 2018 een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld en deze doorvertaald in de Omgevingsverordening. De provincie streeft onder andere naar het versterken en behouden van de vitaliteit van kleinere kernen en dorpen. Om dit te bereiken dienen stedelijke functies waar mogelijk te worden gebundeld en geconcentreerd. Daarnaast ondersteunt de provincie bij de aanpak van leegstand in dorpen en kernen. De omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.
Toetsing Omgevingsverordening (geconsolideerde versie 1 februari 2022) Woningbouw Kapelweg Voor het plangebied geldt artikel 2.2 uit de Omgevingsverordening : "Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda" en artikel 2.64 'bescherming windvang molen'. Artikel 2.2: 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.
Met dit bestemmingsplan wordt bijgedragen aan het realiseren van voldoende woningen in het kerkdorp Vragender, die daarnaast voldoen aan de recentelijke regionaal en lokaal vastgestelde Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouwinitiatieven, en vindt er een kwalitatieve versterking van de leefomgeving plaats. Voor wat betreft de ladder voor duurzame verstedelijking wordt opgemerkt dat er sprake is van een binnenstedelijke locatie (zie ook paragraaf 3.2.3). De gemeenteraad van Oost Gelre heeft op 20 september 2016 de Woonvisie 2016 - 2025 vastgesteld en daarnaast recentelijk regionale kwaliteitscriteria vastgesteld. De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld (zie ook paragrafen 3.4.1 en 3.5.1). Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal 10 woningen gelegen in een groene setting. Het gaat om koopwoningen in de vorm van aaneengebouwde, twee aan één gebouwd en een enkele vrijstaande woning voor starters, doorstromers gezinnen en senioren. Met dit gemengde programma en deze aantallen wordt aangesloten op het regionale woonbeleid. Hiermee is het plan, kwalitatief en kwantitatief, in overeenstemming met artikel 2.1 en 2.2 van de omgevingsverordening.
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Artikel 2.64: Een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen een Molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. In het plangebied worden grondgebonden woningen gerealiseerd die niet hoger worden dan 10 meter en waarbij aansluiting wordt gezocht bij al aanwezige hoogtes in de directe nabijheid van het plangebied. De windvang van de aanwezige molen in de kern Vragender wordt hierdoor niet beperkt.
Pastoor Scheepersstraat 43 Vragender Ingevolge de Omgevingsverordening is het perceel gelegen in ''Nationaal landschap buiten Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone en Nieuw Hollandse Waterlinie'. Hiervoor geldt artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) van de omgevingsverordening die aangeeft dat 'een bestemmingplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone (GO), het Gelders natuurnetwerk (GNN) en de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW), maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten'.
Omgevingsverordening Gelderland (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
Het perceel Pastoor Scheepersstraat 43 te Vragender is gelegen buiten de genoemde GO, GNN en NHW zoals op onderstaande kaart is weergegeven. Het huidige agrarisch bedrijf is opgenomen in het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' en is bestemd als 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden'. De bestemming op het perceel wordt niet gewijzigd. Binnen het aangegeven agrarisch bouwvlak zal een aanduiding worden verbeeld welke aangeeft dat in het zuidelijk deel van het agrarisch bouwvlak geen bedrijfsbebouwing mag worden opgericht waarin o.a. dieren gehouden kunnen worden. Deze wijziging op het perceel heeft geen negatieve gevolgen voor de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap.
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Uitsnede omgevingsverordening Gelderland (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). Donker groen: GNN, licht groen: GO.
Conclusie Bij het opstellen van de regels van dit bestemmingsplan is zoveel mogelijk rekening gehouden met de regels uit de Omgevingsverordening Gelderland. Nu de ontwikkeling van de woningen en de wijziging op het agrarisch perceel ook past binnen de provinciale omgevingsvisie en -verordening past het plan binnen het provinciaal beleid.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1
Regionale woonagenda 2015 - 2025
De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld. Een demografische ontwikkeling in deze regio is dat het aantal inwoners in de komende periode langzaam maar zeker afneemt. In de Regionale Woonvisie wordt ingespeeld op die bevolkingsdaling en afname van het aantal huishoudens. Concreet betekent dit voor iedere gemeente in de Achterhoek dat de aangegeven bouwvolumes in de gemeentelijke woonvisies naar beneden bijgesteld moeten worden. De Regionale Woonvisie is in 2013 geëvalueerd. Dit heeft geleid tot een bijstelling, in de vorm van een Regionale woonagenda 2015-2025. Deze woonagenda richt zich primair op het ontwikkelen van een evenwichtige kwalitatieve en kwantitatieve woningvoorraad en secundair op het voorkomen en aanpakken van leegstand in maatschappelijk vastgoed en op wonen en zorg. Het Achterhoeks Woonwensen- en Leefbaarheidsonderzoek (AWLO) van maart 2018 laat zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen (mismatch) in de regio Achterhoek. Daarnaast blijkt uit de nieuwste Primosprognose dat het aantal huishoudens in de regio Achterhoek tot 2030 blijft groeien. Er zijn daardoor op regioniveau extra woningen nodig bovenop de
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender bestaande woningbouwafspraken die vastliggen in de Regionale woonagenda. In 2019 is een regionale set aan kwaliteitscriteria vastgesteld op basis waarvan nieuwe woningbouwplannen worden beoordeeld. Daarmee wordt beoogd dat alleen extra nieuwbouw wordt toegevoegd, als dit bijdraagt aan het oplossen van de mismatch op de lokale woningmarkt. De notitie "Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek" beschrijft dit regionale kader, de te hanteren werkwijze en het monitoren van de nieuwe woningbouwinitiatieven. Diverse onderzoeken laten zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen in de regio Achterhoek. Daarnaast blijkt uit de nieuwste Primosprognose dat het aantal huishoudens in de regio Achterhoek tot 2030 blijft groeien. Er zijn daardoor op regioniveau extra woningen nodig bovenop de bestaande woningbouwafspraken die vastliggen in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025. De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld, om in te spelen op de veranderde behoefte. In het najaar van 2019 is de Regionale Woonagenda op onderdelen aangepast. Daarmee wordt vooruitgelopen op de nieuwe Regionale Woonagenda.
Het beleidskader is in lijn met de koers Ruimte voor goed wonen van de provincie en met het provinciale coalitieakkoord. Een aantal passages zijn niet meer van toepassing, zoals: de afspraken over de woningbouw tot 2025 over de netto toevoegingen incl. 10% extra verlaging (pag. 3 en 4 en uit samenvatting pag. 7,11, 12) en het schema over de bouwopgave (pag. 12) en; hoofdstuk 5, pagina 11 onder kopje 'De gewenste situatie': de passage over de regionale huishoudensgroei in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025 is achterhaald door de nieuwe Primos-prognose, waarbij per gemeente of kern wel verschillen in de bevolkingsontwikkeling kunnen bestaan. De Regionale Woonagenda 2015 - 2025 is niet van toepassing op de ontwikkeling bij het agrarisch bedrijf Pastoor Scheepersstraat 43 te Vragender en wordt hier dan ook buiten beschouwing gelaten.
Conclusie Het regionale beleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling aan de Kapelweg te Vragender.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Woonvisie Kleine kernen
Op 15 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre de 'Woonvisie Kleine kernen' vastgesteld met als titel: 'Ruimtelijke verkenning wonen kleine kernen Oost Gelre'. In deze woonvisie is een duidelijke opgave opgenomen: ‘passende woonruimte voor iedereen in de kleine kernen’. Deze ruimtelijke verkenning bestaat uit vier hoofdstukken. Dit is schematisch weergegeven met daarbij de belangrijkste vraag per hoofdstuk. In het hoofstuk “Introductie” wordt de aanleiding, het doel en het proces tot dusver beschreven. In het hoofdstuk “Behoefte & kwaliteit” staan de demografische ontwikkelingen en de woningbouwbehoefte. Daarnaast heeft iedere kleine kern onder haar inwoners de behoefte gepeild, bijvoorbeeld door een enquête en/of informatieavonden. Dit is vertaald in de ruimtelijke woningbouw opgave voor de kleine kernen. Daarnaast is het belangrijkste beleid voor de locatiekeuzes aangegeven. In het hoofdstuk “Uitvoering” is het beleid vertaald in een “leefbaarheidsthermometer”; hiermee wordt een kwaliteitswaarde aan denkbare woningbouwlocaties gegeven. In dit hoofdstuk staat een ruimtelijke- en landschappelijke beschrijving van iedere kern. Vervolgens is voor iedere kern een kaart opgenomen met woningbouwlocaties en een strategie per kern (waar gaan we gezamenlijk mee aan de slag). In het hoofdstuk “Uitvoering” is globaal aangegeven hoe het vervolg proces wordt ingestoken.
Daarnaast is er
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender een “uitnodigingskaart” opgenomen voor nieuwe woningbouw initiatieven.
Er is een behoorlijke actuele behoefte aan nieuwe woningen. De huidige plancapaciteit is niet voldoende om te voorzien in de behoefte. De ruimtelijke opgave voor de kleine kernen is als volgt samengevat: Per kern (m.u.v. Zwolle) op korte termijn ongeveer 15 woningen toevoegen (0-2 jaar) naast de bestaande plannen. Het exacte getal is niet leidend, maar geeft een richting voor de opgave, de kwaliteit van plannen en de actuele behoefte is leidend. Bij het zoeken van locaties rekening houden met de bandbreedte behoefte en wijzigingen in het aantal vestigers; daarom zoeken we locaties voor minimaal 30 woningen. Actuele behoefte blijven monitoren en daarop kunnen anticiperen bij lokale ontwikkelingen. Bij nieuwe ontwikkelingen rekening houden met het kwalitatief beeld, waarbij expliciet wordt ingezet op de betaalbaarheid voor koopwoningen. Dit kan ook doorstroming op de markt creëren. Ruimtelijke structuur kernen Voor elk kerkdorp is een structuurkaart opgesteld. Beheer, versterken en verduurzamen van de bestaande dorpse bebouwde omgeving is het belangrijkste voor de kleine kernen. Voor iedere kern is gekeken naar de ruimtelijke structuren. Het voorliggende plan ligt aan de rand van de dorpskern Vragender en in de ruimtelijke verkenning aangeduid als 'herontwikkeling landschappelijke woonlocaties aan de rand van Vragender'.
Om gedegen keuzes te maken over welke gebieden/plekken het meest wenselijk of als meest haalbaar worden geacht als woningbouw locaties, wordt gebruik gemaakt van de zogeheten leefbaarheidsthermometer. De leefbaarheidsthermometer heeft als uitgangspunt: bouwen op die plekken waar het de leefbaarheid van de kernen het meest ten goede komt. Het uitgangspunt hierbij is “van binnen naar buiten” (te lezen als van bestaand stedelijk gebied naar buitengebied; inbreiding voor uitbreiding). De thermometer slaat uit van groen (wenselijk) naar rood (minst wenselijk) op het vlak van leefbaarheid. Waarbij werkend van groen naar rood het proces van gedegen afpellen van de woningbouwmogelijkheden in elke kern weergeeft. Daarbij is telkens de afweging gemaakt of een locatie binnen 0-2 jaar te realiseren is. Dus mocht er een inbreidingslocatie op korte termijn voorhanden zijn, dan geniet dit de voorkeur. Mocht er geen inbreidingslocatie voorhanden zijn, dan wordt er gekozen voor een dorpslintafronding. Mocht er in de kern op korte termijn ook geen dorpslintlocaties voorhanden zijn, dan wordt er gekozen voor uitbreidingslocatie.
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Op de kaart hierboven staat het ruimtelijke structuurbeeld voor Vragender weergegeven. Hierop is een overzicht gemaakt van denkbare woningbouwlocaties in Vragender. Op basis van het landschapsbeeld en de leefbaarheidsthermometer is er een locatiestrategie gekozen voor de komende jaren. Voor Vragender is in eerste instantie gekozen voor inbreidingslocaties in de kern Vragender en herbestemming van de kerk. Daarnaast zijn toekomstige inbreidingslocaties aangegeven indien bedrijven leeg komen te staan en/of willen verplaatsen. De inbreidingslocaties zijn in particulier bezit waarbij door de eigenaren is aangegeven voorlopig deze locaties niet te gaan ontwikkelen. Voor de kerk in Vragender is een omgevingsvergunning verleend voor realisatie van 9 appartementen in het voormalige 26
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender kerkgebouw. De derde optie zijn de woondroebels in het buitengebied maar in de nabijheid van de kern. Hiervoor zijn eerste schetsen/idieëen aangeleverd welke nog moeten worden beoordeeld en mogelijk verdere uitwerking behoeven. Deze locaties zijn op de korte termijn nog niet ontwikkelbaar. Als laatste optie zijn de herontwikkeling van 1 van de 3 landschappelijke woonlocaties aan de rand van Vragender, indien optie 1 en 3 niet kansrijk zijn. Zoals hierboven omschreven zijn deze twee opties niet kansrijk op korte termijn. Er is dan ook gekozen voor de locatie op de hoek van de Kapelweg met de Pastoor Scheepersstraat welke op korte termijn realiseerbaar is. De woningen zijn voor gemengde doelgroepen bedoeld, zoals starters, gezinnen en senioren, wat aansluit op de actuele vraag in de kleine kernen.
Pastoor Scheepersstraat 43 Vragender De Woonvisie Kleine kernen is niet van toepassing op de ontwikkeling bij het agrarisch bedrijf Pastoor Scheepersstraat 43 te Vragender en wordt hier dan ook buiten beschouwing gelaten. Wel is de ontwikkeling van de woningbouw afhankelijk van dit agrarisch bedrijf. Om de toekomstige ontwikkelingen van dit agrarisch bedrijf niet te belemmeren en om een goed woon- en leefklimaat in de nieuwe woningen te kunnen garanderen dient er een minimale afstand van 100 m te worden aangehouden, gemeten vanaf het agrarisch bouwvlak tot aan de dichtstbijzijnde gevel van de nieuwe woningen. De afstand van 100 m wordt in de huidige situatie niet gehaald. Door het opleggen van een aanduiding binnen het agrarisch bouwvlak kan aan de 100 m worden voldaan. Een uitgebreide beschrijving hiervan is opgenomen in paragraaf 4.10. 3.5.2
Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020
Cultuur en erfgoed dragen bij aan de economie en de maatschappij. Zij dragen bij aan het toerisme en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en bewoners. Door de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre is gezamenlijk de erfgoednota opgesteld. Het beleven van erfgoed is een van de ambities in deze nota om daarmee het (economisch) rendement te vergroten. Het doel van de nota is het vaststellen van ambities voor de ontwikkeling en instandhouding van het erfgoed, zodat dit: op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generatie; een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen; een verbinding vormt tussen diverse beleidsterreinen, organisaties en de drie gemeenten; de identiteit onderstreept en versterkt. 3.5.3
Beleidsvisie Externe veiligheid
Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.
Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden
Toelichting (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. Externe veiligheid is nader beschreven in paragraaf 4.9. 3.5.4
Welstandsbeleid Oost Gelre 2017
Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
Bovendien is aan onderhavig plan nog een beeldkwaliteitsplan gekoppeld, dat ook door de gemeenteraad is vastgesteld en eveneens richtinggevend is. 3.5.5
Economische visie - Economie Voorop !
Een sterke economie is een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen blijven bouwen aan een gezonde gemeente. Werk is daarbij een van de belangrijkste pijlers. Werk biedt mensen de kans tot ontwikkeling, het bevordert de integratie, biedt sociale contacten en structuur en betrekt de burger bij de samenleving. Participatie, zelfontplooiing en inkomen staan in nauwe relatie tot gezondheid en welzijn. De gemeentelijke rol ligt in het nemen van verantwoordelijkheid voor het algemene vestigingsklimaat, het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap, bijdragen aan netwerken en verbindingen in de regio, bijdragen aan de verbinding onderwijs en arbeidsmarkt, zorgen voor goede woonvoorzieningen en geschikte werklocaties. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Oost Gelre is de Economische visie tot stand gekomen. De ontwikkelingen nu en in de toekomst van onze gemeente zijn aanleiding geweest om te onderzoeken waar de gemeente Oost Gelre op dit moment staat, wat al wordt gedaan en wat er de komende jaren moet worden aangepakt om een aantrekkelijke gemeente te blijven en nog aantrekkelijker te worden voor huidige en nieuwe inwoners en ondernemers. De opgestelde economische visie bestaat uit een aantal speerpunten waar de focus op gelegd wordt en de hierbij behorende doorvertaling in concrete acties en inspanningen.
De economische uitvoeringsagenda is een zogenoemd 'levend document', dat na vaststelling bijgewerkt en aangevuld kan worden.
28
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
3.5.6
Geluidbeleid gemeente Oost Gelre
Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van het geluidbeleid. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering.
Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. Het geluid is nader beschreven in paragraaf 4.5. 3.5.7
Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024
Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen. Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma. 3.5.8
Landschapsontwikkelingsplan 'Groen Licht voor het Landschap'
Het Landschapsontwikkelingsplan is een beleidsnota van de gemeente waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In het LOP zijn elf landschapsensembles benoemd. Elk landschapsensemble kenmerkt zich door eigen karakteristieke landschapselementen. Het zijn meestal elementen die hier historisch gezien thuis horen, en soms varianten daarop die aansluiten bij het hedendaagse gebruik van het landschap. Die visie in het LOP is in hoofdlijnen: 'Groen licht voor het landschap, maar voor wat hoort wat!' In het Visiedeel van het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven dat Vragender in de zone 'OostNederlands Plateau' valt. Binnen deze zone is het landschaps-ensemble aangemerkt als 'De marke Vragender' .
Toelichting (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Hierbij geldt het motto: "Vragender verdient een kans! Pak de historische karakteristiek van 'esdorp in het veld en aan het veen' op en koppel deze aan het eigentijdse gemengd bedrijf van verbrede landbouw en buitenlui op het platteland. Werk aan een groenblauwe dooradering van het cultuurlandschap voor recreanten, maar zeker ook voor ommetjes voor mensen vanuit het dorp. Geef de es een kans met oude en nieuwe kranspaden. Van daaruit kunnen paden en wandelstroken voor mens, plant en dier door het veld en de beekdalen gaan". Te beschermen of op te poetsen parels: het ensemble van afwisseling van dorp, es, beekdalen, veld en veen karakteristieke solitaire bomen de molen en de ruïne van de kapel holle wegen, leemkuilen en grintgroeven plekken om te verpozen eventueel met picknickbankjes het Vragenderveen en de Schaar typerende erfbeplantingen steilranden en beplantingen Te stimuleren landschapselementen: bestaande karakteristieke beplantingen kranspaden rond de es: zandpad langs esrand eventueel met fruitbomen en/of eikenhakhoutsingel veldpaden: zandpaden door de ontginning langs kavelranden met eiken-berkensingel erlangs veldpaden door en langs de beekdalen kunnen bestaan uit openbare stroken langs kavelgrenzen met daarin hooilandstrook en zwarte els Woningbouw Kapelweg Bij het opstellen van het plan voor de woningbouw aan de Kapelstraat zijn bovengenoemde uitgangspunten
meegenomen in de planvorming. Het plan voorziet in de aanleg van een groene bufferzone tusen de bestaande en nieuwe woningbouw. Daarnaast wordt het nieuwe plangebied groen ingepast. Hierdoor ontstaat er een goede overgang van de bestaande dorpskern Vragender, de al aanwezige woningen aan de Kapelweg en het omringende landschap.
Pastoor Scheepersstraat 43 Vragender Voor het perceel Pastoor Scheepersstraat 43 wijzigt er niets behalve de beperking in bouwmogelijkheden op het perceel. Extra landschapplijk inpassen heeft hiervoor geen toegevoegde waarde.
30
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Conclusie Het gemeentelijk beleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
Toelichting (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender
Hoofdstuk 4 4.1
Uitvoeringsaspecten
Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming
Het bestemmingsplan, waarin ruimtelijke belangen worden geborgd, is het resultaat van een integrale ruimtelijke afweging. In deze integrale afweging worden ook alle milieuonderwerpen meegewogen, los van de wettelijke verplichtingen van de milieueffectrapportage. Welke milieuonderwerpen vanuit een duurzame ruimtelijke ordening voor een plangebied van belang zijn, moet per plan in beeld worden gebracht. De essentie en het gewicht van milieuonderwerpen is afhankelijk van het gebied en de opgave en eventuele wettelijke eisen. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: a. Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. b. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). c.
Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Ad.a: Wanneer uit een toets blijkt dat de activiteit (mogelijk) significante negatieve effecten tot gevolg heeft, dan kan een vergunning alleen worden verleend als uit een passende beoordeling blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast. Onderdeel van de passende beoordeling vormt de ADC-toets. De ADC-toets houdt een onderzoek in naar Alternatieven, het aantonen van Dwingende redenen van openbaar belang en het vooraf en tijdig treffen van Compenserende maatregelen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, het Korenburgerveen, is gelegen op een afstand van ongeveer 1,9 km van het plangebied aan de Kapelweg te Vragender. De woonactiviteiten op dit perceel hebben geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor dit Natura 2000-gebied ook mede gezien de relatief grote afstand. Een passende beoordeling is dan ook niet noodzakelijk. Ditzelfde geldt voor de wijziging binnen het agrarisch perceel.