bp vrakkinkweg 1a toelichting
Tekst van het document
Voornoemde is akkoord bevonden door de regionaal archeologe van de ODA.
Voorwaardelijke verplichting Om voornoemde te waarborgen is er in de regels van het bestemmingsplan binnen de bestemming Wonen een voorwaardelijke verplichting opgenomen.
Wettelijke meldingsplicht In de Erfgoedwet is in artikel 5.10 en 5.11 de wettelijke meldingsplicht beschreven. Dit is om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: 'Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister'. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Oost Gelre hiervan per direct in kennis te stellen.
Toelichting (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Conclusie archeologie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Om een en ander te waarborgen wordt er een voorwaardelijke verplichting in de regels binnen de bestemming Wonen in dit bestemmingsplan opgenomen. Wel geldt de algehele zorgplicht waarin wordt aangegeven dat bij toevalsvondsten het bevoegd gezag op de hoogte moet worden gesteld.
Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke ingrepen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Tot de overige cultuurhistorische waarden worden gerekend: de historisch-geografische waarden (cultuurlandschap, structuren/lijnen en bijzondere punten); de historisch-stedenbouwkundige waarden (stedenbouwkundige opbouw en identiteit); de architectuurhistorische waarden (waardevolle kenmerken van gebouwen). De intentie van het bevoegd gezag is gericht op behoud van bestaande traditionele boerderijen. Het betreft hier nieuwbouw van een vrijstaande woning. De bestaande te slopen woning met bijbehorend bouwwerk heeft geen cultuurhistorische waarde. Conclusie cultuurhistorie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3
Water
Wettelijk kader Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd.
De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer
30
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid. De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen). Het beleid gaat uit van: een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater); water meer ruimte geven; versterken van de ecologische waarden; creëren van een vitaal watersysteem Situatie plangebied Het waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel als hulpmiddel voor het opstellen van de waterparagraaf.
De vragen zijn bedoeld om een beoordeling te kunnen geven van de feitelijke, fysiek-technische situatie maar ook om te kunnen beoordelen of de situatie zich verhoudt tot het waterbeleid van Rijk, provincie en waterschap. De vragen zijn zodanig opgesteld dat als een vraag met ja wordt beantwoord het waterthema relevant is. De relevante thema's worden na de watertoetstabel behandeld. Het bestemmingsplan legt voornamelijk de bestaande legale situatie vast, hierdoor zijn een aantal thema's minder relevant.
Thema
Toetsvraag
Relevant
Hoofdthema's Veiligheid
1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale Nee waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?
Riolering afvalwaterketen
en 1. Is er toename van het afvalwater (DWA)?
Nee Ja
2. Ligt in het plangebied een persleiding van Waterschap Rijn en Nee IJssel? 3. Ligt in of nabij het plangebied een rioolwaterzuiveringsinstallatie Nee van het waterschap? Wateroverlast (oppervlaktewater)
1. Is sprake van toename van verhard oppervlak?
Ja
2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard Nee oppervlak? 3. Bevinden zich in of nabij het plangebied natte en laaggelegen Nee gebieden, beekdalen en overstromingsvlaktes? Grondwateroverlast
1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de Nee ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of Nee IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van kwel?
Toelichting (vastgesteld)
Nee
31
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren? Oppervlaktewaterkwaliteit
Nee
1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater Nee geloosd? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?
Nee
3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een strategisch Nee actiegebied? Grondwaterkwaliteit
1. Ligt in het plangebied een beschermingszone van een Nee drinkwateronttrekking?
Volksgezondheid
1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het Nee gemengde of verbeterde gescheiden stelsel? 2. Bevinden zich of komen er functies in of nabij het plangebied die Nee milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?
Verdroging
1. Bevindt het plangebied zich in beïnvloedingsgebied voor natte land natuur?
een
hydrologisch Nee
Natte natuur
1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte ecologische Nee verbindingzone? 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor Nee natte landnatuur?
Inrichting en beheer
1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom Ja of beheer zijn van het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?
Nee
Aandachtsthema's Recreatie
1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in Nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?
Cultuurhistorie
1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied Nee aanwezig?
Tabel: Watertoetstabel met waterhuishoudkundige thema's
De met 'ja' beantwoorde vragen zijn hieronder nader uitgewerkt. Riolering en Afvalwaterketen Een toename van het afvalwater heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen. Het (gemeentelijk) rioolstelsel, de gemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiveringsinstallatie dienen de toename te kunnen verwerken zonder daarmee het milieu zwaarder te belasten. Voor onderhoud aan het persleidingenstelsel is bereikbaarheid van de leiding noodzakelijk. Tot slot mogen in de milieuzone van de RWZI geen hindergevoelige functies worden opgenomen. In de Vrakkinkweg is riolering aanwezig. De woning wordt hierop aangesloten. De dimensionering van de riolering is dusdanig groot dat het afvalwater dat afkomstig is van de te realiseren woning, op dit riool geloosd mag worden. Daarnaast wordt er een bestaande woning gesloopt. Hiervan wordt dan ook geen afvalwater meer geloosd op de riolering.
Wateroverlast (oppervlaktewater) Door de ontwikkelingen in het plangebied neemt het verhard oppervlak toe met ongeveer 500 m2 (woonhuis met bijbehorend bouwwerk en straatwerk). Daarnaast wordt de op het perceel aanwezige
32
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo woning met bijbehorend bouwwerk en aanwezige verharding met een oppervlakte van ongeveer 450 m2 gesloopt en verwijderd. Per saldo zal het verhard oppervlak dus maar ongeveer 50 m2 toenemen. Om wateroverlast, kwantitatief en kwalitatief, nu en in de toekomst te voorkomen wordt het regenwater niet afgevoerd naar het rioolstelsel maar volgens de trits vasthouden - bergen - afvoeren behandeld. Het hemelwater wordt ter plekke geïnfiltreerd in de bodem.
Inrichting en beheer Het beheer en onderhoud van het watersysteem dient met het reguliere onderhoudsmaterieel van het waterschap mogelijk te zijn. Daarnaast dienen wijzigingen aan het watersysteem en werkzaamheden in de keurzone met een watervergunning te worden uitgevoerd. De voorgenomen ontwikkelingen zijn geen belemmering voor het reguliere beheer en onderhoud van het watersysteem. De nieuwe ontwikkleing met een woning, bijbehorend bouwwerk en oppervlakteverharding vindt op ruim 80 m plaats van de aanwezige watergang.
Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.4
Geluid
Wettelijk kader In het kader van de Wet geluidhinder is bij de wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Dit geldt alleen voor (geplande) geluidsgevoelige bestemmingen die binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. Naast het wettelijk kader van de Wet geluidhinder moet ook een afweging gemaakt worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Verkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) bevinden zich langs wegen geluidszones. In buitenstedelijk gebied geldt voor wegen, bestaande uit vijf of meer rijstroken een zone van 600 m, voor drie of vier rijstroken een zone van 400 m en voor wegen bestaande uit één of twee rijstroken een zone van 250 m, gemeten vanuit de as van de weg. Voor wegen binnen de bebouwde kom geldt een zone van 200 m. Binnen de zone moet in het geval van een nieuwe situatie met een geluidsgevoelige bestemming onderzoek worden verricht naar de optredende geluidsbelasting. Een aantal wegen heeft geen zone, te weten: wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. De nieuw te bouwen woning komt te liggen aan de Vrakkinkweg een weg buiten de bebouwde kom in het buitengebied van Oost Gelre. De maximum snelheid op deze weg bedraagt 60 km/uur. Voor deze weg geldt een zone van 250 m. Er geldt dan ook een onderzoeksplicht naar de optredende geluidsbelasting van het wegverkeer op de gevel van de nieuwe woning nu de woning binnen deze zone is gelegen.
Uitgevoerd akoestisch onderzoek Door het onderzoeksbureau Geluid Plus is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het wegverkeerslawaai ter plaatse van de te realiseren woning. De resultaten hiervan zijn verwoord in een akoestisch onderzoeksrapport met projectnummer 22.247 d.d. 19 september 2022. Het akoestisch
Toelichting (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo onderzoeksrapport is als bijlage bijgevoegd. Dit akoestisch onderzoeksrapport is nader beoordeeld door de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). De beoordeling is verwoord in een advies met kenmerk 2022EA1188, d.d. 12 oktober 2022 welke als bijlage is bijgevoegd. De ODA adviseert het volgende: "Het onderzoek is beoordeeld en akkoord bevonden. De Wet geluidhinder is van toepassing voor wegverkeerslawaai maar er hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld. De geluidbelasting vanwege de Vrakkinkweg bedraagt ten hoogste 48 dB (incl. aftrek) ter plaatse van de noordgevel. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB."
Industrielawaai In de directe omgeving van het plangebied, waarop de nieuwe woning gebouwd zal worden, is bedrijventerrein 'Den Sliem' en het regionaal bedrijventerrein 'De Laarberg' gelegen. Rondom deze bedrijventerreinen ligt een geluidzone nu beide bedrijventerreinen als gezoneerde bedrijventerreinen zijn aangemerkt ingevolge artikel 40 Wet geluidhinder (Wgh). Dit wil zeggen dat op de grens van de geluidzone, die rondom de bedrijventerreinen zijn gelegen, de maximale geluidsbelasting, afkomstig van alle bedrijven op het bedrijventerrein tezamen, niet meer mag bedragen dan 50 dB(A).
Geluidcontouren 50 en 55 dB(A) rondom bedrijventerreinen Laarberg en Den Sliem
De planlocatie aan de Vrakkinkweg 1a te Groenlo is gelegen in de op bovenstaande kaart aangegeven gele cirkel. Het plangebied is gelegen buiten de aangegeven 50 dB(A) geluidcontour van de aanwezige bedrijventerreinen de Laarberg en Den Sliem. Hierdoor is er geen geluidoverlast van de aanwezige bedrijven op de bedrijventerreinen te verwachten en kan hierdoor een goed woon- en leefklimaat in de
34
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo nieuwe woning worden gewaarborgd.
Railverkeerlawaai Railverkeerlawaai is niet van toepassing op dit plangebied nu er geen spoorlijn in de directe nabijheid van het plangebied aanwezig zijn.
Conclusie De nieuwe woning op het perceel Vrakkinkweg 1a te Groenlo ligt buiten de geluidscontour van de bedrijventerreinen. De geluidsbelasting op de gevel afkomstig van het wegverkeerslawaai voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB(A). Een goed woon- en leefklimaat in de woning kan hiermee worden gegarandeerd.
4.5
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing) en locaties waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben. Op 15 november 2007 is dit deel van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van Infrastructuur en Milieu ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm.
In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In 2015 is door Infomil een onderzoek uitgevoerd naar de verhouding tussen de concentratie PM10 en PM2,5 in de lucht. Uit de resultaten hiervan blijkt dat de concentratie PM10 en PM2,5 in de lucht sterk samenhangen. Op basis hiervan merkt Infomil op dat "wanneer wordt voldaan aan de maatgevende grenswaarde voor PM10, vrijwel altijd wordt voldaan aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie PM2,5". Voor woningbouwlocaties is een nibm-grens opgenomen van 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersdeling. Een project dat kleiner is dan deze grenzen, is in beginsel 'niet in betekenende mate'.
Situatie plangebied Het plan biedt de mogelijkheid tot het realiseren van een nieuwe woning. Het blijft daarmee ruimschoots onder de nibm-grens van 1.500 woningen en kan als 'niet in betekenende mate' van invloed op de luchtkwaliteit worden beschouwd. Hoewel geconstateerd is dat het project een zogenaamd nibm-project betreft, dient ook te worden bezien of de luchtkwaliteit in het projectgebied niet zodanig is dat de normen voor een goed woonklimaat worden overschreden. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de Grootschalige Toelichting (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo Concentratiekaarten Nederland 2011. De meest relevante luchtkwaliteitseisen voor ruimtelijke plannen zijn stikstofoxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Getoetst dient te worden aan de norm voor NO2 per 1 januari 2015. Vanaf die datum moet blijvend aan de norm van NO2 worden voldaan. Per 21 juni 2011 moet aan de grenswaarden voor fijn stof worden voldaan. Uit de Grootschalige Concentratiekaarten blijkt dat in het plangebied de achtergrondniveaus voor NO2, PM10 en PM2,5 in zowel 2011, 2015 als 2020 onder de grenswaarden liggen.
Conclusie Het plan moet worden beschouwd als een nibm-project. Uit de achtergrondniveaus blijkt dat deze onder de wettelijke normen blijven. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
4.6
Natuurwaarden
Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wnb. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. Natuurwaarden onderzoek Door Natuurbank Overijssel is een Quickscan Natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in een onderzoeksrapport met nummer 4542 versie 1.0, d.d. 23 augustus 2022. Het onderzoeksrapport is als bijlage bijgevoegd. In het rapport wordt het volgende geconcludeerd. De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd.
Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist of er dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rusten voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de Groene ontwikkelingszone, maar op ruime afstand van Natura 2000-gebied. Omdat voorliggend plan geen betrekking heeft op een nieuwe ontwikkeling binnen de Groene ontwikkelingszone, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. de Groene ontwikkelingszone en het Gelders Natuurnetwerk. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan op voorhand worden uitgesloten, er is geen nader onderzoek vereist.
Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden eveneens uitgesloten. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rustof verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als
36
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo foerageergebied. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de schuur gesloopt wordt en de beplanting gerooid wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën, die een vaste rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën.
Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende foeragerende diersoorten tijdelijk af. Deze functie is voor de voorkomende soorten niet beschermd en leidt niet tot wettelijke consequenties.
Daarnaast heeft de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) de Quickscan Natuurwaarden inhoudelijk beoordeeld. Deze beoordeling is opgenomen in een 'Vooradvies Natuur bestemmingsplan (flora en fauna)' van 13 oktober 2022. Deze beoordeling is als bijlage bijgevoegd. In het vooradvies wordt aangegeven dat "Het is toegestaan om op basis van data en habitatkenmerken een uitspraak te doen over de mogelijkheid dat beschermde soorten in het onderzoeksgebied kunnen voorkomen. De quick scan geeft voldoende inzicht in mogelijk aanwezige flora en fauna dan wel geschikt habitat. En ook in de te treffen maatregelen ter voorkoming van schade aan flora en fauna".
Conclusie natuurwaarden Natuurwaarden vormen geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
4.7
Bedrijven en milieuzonering
Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan wij het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Toelichting (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is (dit is niet altijd de werkelijke gevel, maar de plek waar de gevel van de woning volgens het bestemmingsplan inclusief vergunningvrij bouwen mogelijk is). De in deze uitgave voor bedrijven opgenomen richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. De richtafstanden zijn voor drukkere gebieden (gemengd gebied) naar beneden bij te stellen. Aanvullend milieuonderzoek kan uitwijzen dat kleinere afstanden dan de richtafstanden mogelijk zijn. Verder hebben wettelijke afstanden voorrang op de richtafstanden.
Situatie plangebied Het perceel is gelegen in een woongebied in het buitengebied van Oost Gelre. Dit wil zeggen dat de omliggende percelen allen zijn bestemd als Wonen. Wel vinden er op een tweetal in de directe nabijheid van het perceel gelegen woonbestemmingen nevenactiviteiten plaats in de vorm van verblijfsrecreatie. Daarnaast zijn op enige afstand nog een tweetal agrarische bedrijven gelegen en bevindt zich de bedrijventerreinen De Laarberg en Den Sliem in de directe nabijheid. De voornoemde functies en bedrijven zijn hieronder nader beschreven en getoetst.
Verblijfsrecreatie Op de percelen Vrakkinkweg 3 en 4 vindt naast het wonen een nevenactiviteit plaats in de vorm van verblijfsrecreatie. Ingevolge bovengenoemde 'Handreiking' dient ten opzichte van gevoelige objecten, zoals woningen, een minimale afstand te worden aangehouden van 30 m voor geur en 50 m voor geluid. Wel dient hierbij te worden vermeld dat genoemde afstanden zijn gerelateerd aan 'kampeerterreinen' en 'vakantiecentra' waar in onderhavig geval geen sprake van is. De aangegeven afstanden mogen hierdoor worden verkleind. De verblijfsaccommodatie aan de Vrakkinkweg 3 ligt op ongeveer 60 m van de beoogde woning op het perceel Vrakkinkweg 1a. De verblijfsaccommodatie aan de Vrakkinkweg 4 ook op ongeveer 60 m. Hiermee wordt voldaan aan voornoemde afstanden van 30 en 50 m en zal er geen geur- of geluidsoverlast van de verblijfsrecreatie's te verwachten zijn.
Agrarische bedrijven Aan de Oude Borculoseweg 5 en 7 te Groenlo zijn twee intensieve veehouderijbedrijven gelegen waarbij bij eerstgenoemd bedrijf nog mestverwerking plaatsvindt. Het gaat hierbij aan de Oude Borculoseweg 5 om een kalverenhouderij met mestverwerking waarbij ingevolge bovengenoemde 'Handreiking' ten opzichte van gevoelige objecten, zoals woningen, een minimale afstand dient te worden aangehouden van 100 m voor geur en 30 m voor geluid. Aan de Oude Borculoseweg 7 worden vleesvarkens gehouden waarbij ingevolge bovengenoemde 'Handreiking' ten opzichte van gevoelige objecten, zoals woningen, een minimale afstand dient te worden aangehouden van 200 m voor geur en 50 m voor geluid. Het agrarisch bedrijf Oude Borculoseweg 5 is op ongeveer 280 meter gelegen van de beoogde nieuwe woning en het agrarisch bedrijf Oude Borculoseweg 7 op ongeveer 300 meter. Gemeten is hierbij vanaf het agrarisch bouwvlak. Hiermee wordt voldaan aan voornoemde grootste afstanden van 100 en 200 m en zal er geen geur- of geluidsoverlast van de agrarische bedrijven te verwachten zijn. Op het agrarisch bedrijf Oude Borculoseweg 5 vindt ook mestverwerking plaats. Ingevolge de 'Handreiking' hoort bij een afvalverwerkingsbedrijf voor mestverwerking een grootste afstand van 500 m waarbij deze afstand hoort bij het aspect 'geur'. Voornoemde mestverwerking op bedrijfsniveau is niet te
38
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo vergelijken met een afvalverwerkingsbedrijf voor mestverwerking. De genoemde afstand van 500 m mag dan ook naar beneden woden bijgesteld. De mestverwerkingsinstallatie op het bedrijf is op ongeveer 425 m gelegen vanaf de beoogde woning. Hiermee kan worden aangegeven dat deze afstand groot genoeg is om geen geuroverlast van de mestverwerking te ervaren. Daarnaast is de mogelijke geurhinder afkomstig van voornoemde agrarische bedrijven meegenomen in paragraaf 4.9.
Bedrijventerreinen Bedrijventereinen De Laarberg en Den Sliem zijn gelegen op ongeveer 460 m van de beoogde locatie voor de te ontwikkelen woning. Het geluid afkomstig van deze bedrijventerreinen is opgenomen in paragraaf 4.4 waarin werd geconcludeerd dat de beoogde woning buiten de 50 dB(A) contour komt te liggen. Verder zijn er geen aspecten in de Handreiking opgenomen waaraan specifiek getoetst moet worden. De afstand is groot genoeg om te voorkomen dat de aspecten 'geur', 'stof' en 'gevaar' op de nieuwe woning een belemmering vormen. Daarnaast wordt het aspect 'gevaar' nog onder paragraaf 4.8 nader beschreven.
Conclusie De nieuwe woning komt op voldoende afstand te liggen van de dichtstbijzijnde bedrijfs- en recreatieve functies. De toekomstige ontwikkelingen van de bedrijven cq. functies worden door de komst van een nieuwe woning niet belemmerd. Daarnaast is er een goed woon- en leefklimaat in de nieuwe woning te garanderen.
4.8
Externe veiligheid
Wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.
Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen
Toelichting (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Derhalve is de risicokaart geraadpleegd.
Gemeentelijk externe veiligheidsbeleid De gemeente Oost Gelre heeft in 2008 een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.
Situatie plangebied Door de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) is advies uitgebracht ten aanzien van externe veiligheid. Dit advies is verwoord in een 'Advies EV: bestemmingswijziging' van 27-09-2022 met zaaknummer 2022EA1188, welke als bijlage is bijgevoegd. In het advies wordt het volgende geconcludeerd: "er reiken geen plaatsgebonden risicocontouren of invloedsgebieden over het plangebied. Externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen. Het groepsrisico hoeft ook niet (beperkt) verantwoord te worden, daarnaast is het ook niet nodig om de VNOG (veiligheidsregio Noordoost Gelderland) om advies te vragen inzake bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid".
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Geur
Wettelijk kader Bij de realisatie van gevoelige bestemmingen, zoals woningen, is het van belang dat er een goed woonen leefklimaat gewaarborgd wordt. Daarom moet rekening worden gehouden met geurcontouren van bijvoorbeeld bestaande veehouderijen. Hiervoor bieden het Activiteitenbesluit en de Wet geurhinder en veehouderij (Wgh) een toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgh) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning.Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor geldt minimaal aan te houden afstanden. De Regeling geurhinder en veehouderij is gepubliceerd op 18 december 2006. Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 De raad heeft bij besluit van 12 maart 2008 de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 vastgesteld. Deze verordening is op 28 maart 2008 in werking getreden.
Daarbij zijn de bebouwde kommen van Groenlo, Lievelde en Vragender aangewezen als gedeelte van het gemeentelijk grondgebied waarvoor een andere geurnorm van toepassing is. Op grond van de verordening gelden de volgende waarden als maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij: bebouwde kom van Groenlo: 5 odour units per kubieke meter lucht; bebouwde kom van Lievelde: 7 odour units per kubieke meter lucht;
40
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo bebouwde kom van Vragender: 7 odour units per kubieke meter lucht. Situatie plangebied In de directe nabijheid zijn agrarische bedrijven gelegen. Daarnaast is het bedrijventerrein De Laarberg en Den Sliem in de nabijheid van het plangebied gelegen. Om te bepalen of de nieuwe woning voldoet aan de geurnormering is er door Van Doormaal advies een geuronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in een notitie 'wet geurhinder en veehouderij, verplaatsen burgerwoning Vrakkinkweg 1a Groenlo' van 4 augustus 2022, welke als bijlage is bijgevoegd. Deze notitie is beoordeeld door de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). Het advies is als bijlage bijgevoegd. De ODA concludeert dat "het geuronderzoek voldoet aan de eisen en maakt inzichtelijk dat wordt voldaan aan de toetsingswaarden van 14 OUE/m³ . Hiermee is sprake van een aanvaardbaar niveau van geurhinder".
Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.10
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Vrakkinkweg.
Parkeren Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre De nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen. Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeer-plaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren.
Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota. De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen.
Toelichting (vastgesteld)
41
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Situatie plangebied Ter plaatse geldt het Facetbestemmingsplan parkeren met identificatienummer NL.IMRO.1586.BPPAR1800-VG01 van de gemeente Oost Gelre. Binnen het Facetbestemmingsplan is een regeling opgenomen, waarin wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Expliciet is aangegeven dat ook een rechtsopvolger het kader kan vormen. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. Uitgangspunt is parkeren op eigen terrein. Dit is op het perceel mogelijk. Binnen het plangebied worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om te kunnen voldoen aan de normen zoals opgenomen in de hierboven aangegeven Nota parkeernormen.
Conclusie Op eigen terrein worden parkeerplaatsen gerealiseerd ten behoeve van de woning. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.11
Kabels en leidingen
Rondom het plangebied zijn verschillende algemene nutskabels en -leidingen aanwezig. Hiermee wordt bij de planuitwerking rekening gehouden. Er bevinden zich in of nabij het plangebied geen kabels of leidingen waarvoor in het bestemmingsplan een beschermende regeling moet worden opgenomen.
42
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Algemeen
De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.
5.2
Bestemmingsplan
Het digitale bestemmingsplan 'NL.IMRO.1586.BPBUI2042-OW01' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1586.BPBUI2042-OW01 met bijbehorende regels.
5.3
Plansystematiek
5.3.1
Indeling
Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding worden tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis.
Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven, bij het toepassen van de wijze van meten. Dit betreft het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met bijvoorbeeld luifels, ventilatiekanalen, schoorstenen en kroonlijsten. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing, worden deze één op één overgenomen.
Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Bestemmingsregeling Toelichting (vastgesteld)
43
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden; wijzigingsregels. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming. Bouwregels In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het is mogelijk dat bestaande, legale gebouwen afwijken. Onder bestaand wordt verstaan de ‘bestaande situatie’ zoals deze is vastgelegd op basis van de veldinventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto’s, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), zoals deze bij de gemeente bekend waren ten tijde van de inwerkingtreding van het Bestemmingsplan Buitengebied. Afwijken van de bouw- of gebruiksregels Afwijkingen bij een omgevingsvergunning worden gebruikt om een bestemmingsplan flexibel te maken.
Er is bijvoorbeeld een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om af te kunnen wijken van de opgenomen maatvoeringen, met een maximum van 10%. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Op grond van de Wro is het mogelijk om ter bescherming van de functies in bestemmingsplan, een omgevingsvergunningstelsel op te nemen waarmee bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden omgevingsvergunningplichtig worden. In het bestemmingsplan geldt bijvoorbeeld voor de gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachtingsgebied' een omgevingsvergunningplicht.
Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen: het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en parkeerregelgeving.
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. 5.3.2
Bestemmingsregels
Wonen Bestemmingsomschrijving Het gehele perceel krijgt, gemeten vanaf de openbare weg, de bestemming 'Wonen'. 44
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
De nieuw woning (hoofdgebouw) wordt omvat door een bouwvlak. Nieuwe bijbehorend bouwwerken (bijgebouwen), welke deel uitmaken van het hoofdgebouw, mogen ook in dit bouwvlak worden opgericht. Vrijstaande bijbehorende bouwwerken dienen binnen een aangegeven bouwvlak te worden gebouwd. In de bouwregels is aangegeven dat het bijbehorend bouwwerk maximaal een oppervlakte van 150 m2 mag hebben. De regels voor bestemming 'Wonen' is gelijk gehouden aan de woonbestemmingen binnen het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011'. De hoofdfunctie is wonen, maar een aan huis gebonden (dienstverlenend) beroep is ook toegestaan, zolang de oppervlakte niet meer bedraagt dan ten hoogste 50 m². Hierbij geldt dat de woning in overwegende mate de woonfunctie moet behouden en het beroep moet passen in de woonomgeving. In de bouwregels is onderscheid gemaakt tussen een hoofdgebouw (de woning) en bij het hoofdgebouw behorende bijbehorende bouwwerken. De maximaal toegestane goot- en bouwhoogte van de woning is in de bouwregels aangegeven. De toegestane bouwwijze (vrijstaand) is zowel in de Regels als op de Verbeelding aangegeven.
Bouwregels De maatvoering en de oppervlakte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is geregeld in de bouwregels waarbij onderscheid is gemaakt tussen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Archeologie De archeologische waarden zijn als dubbelbestemming opgenomen. Deze bestemmingen hebben als doel de mogelijk aanwezige archeologische waarden in de ondergrind te beschermen. De betrokken gronden zijn op de verbeelding aangegeven. Dit is gebaseerd op het vastgestelde 'Parapluplan Archeologie'. Op de verbeelding komen voor: Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingsgebied 2' Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Er geldt hierbij een vergunningplicht voor werkzaamheden in op of de bodem dieper dan 40 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 250 m2. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingsgebied 3' Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Er geldt hierbij een vergunningplicht voor werkzaamheden in op of de bodem dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 1.000 m2. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingsgebied 4' Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem.
Er geldt hierbij een vergunningplicht voor werkzaamheden in op of de bodem dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 5.000 m2. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat bij opeenvolgende bouwaanvragen waarbij een bepaalde oppervlakte aan grond als voorwaarde is geformuleerd, dezelfde grond opnieuw bij de afweging omtrent vergunningverlening wordt betrokken. De anti-dubbeltelbepaling wordt conform het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) overgenomen in het bestemmingsplan.
Toelichting (vastgesteld)
45
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo Algemene gebruiksregels In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Het verbod om gronden en bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan te gebruiken is geregeld in de Wabo, ex art. 2.1 lid 1 sub c. Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels is onder andere geregeld dat nutsvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd tot een maximum van 25 m2. Tevens is overschrijding van de hoogten en oppervlakten tot een maximum percentage van 10% mogelijk. Verder is afwijking mogelijk voor zendmasten en onder voorwaarden verschuiving van bijvoorbeeld bouwgrenzen. Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is de wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het in geringe mate aanpassen van het plan. Daarnaast zijn het oprichten van bouwwerken ten behoeve van openbaar nut opgenomen. Aan het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid zijn voorwaarden gekoppeld.
Parkeerregelgeving In artikel 11 is de regeling voor parkeren opgenomen. Op basis hiervan kan als voorwaarde voor vergunningverlening een parkeernorm worden opgelegd. In de regeling wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In het bestemmingsplan is het overgangsrecht conform het Bro opgenomen. De peildata voor bouwen en gebruiken zijn gelijkgetrokken en gelegd op de datum waarop het bestemmingsplan in werking treedt.
Slotregel In de slotregel is aangegeven onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald.
46
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Bij de gewenste ontwikkelingen zijn geen rijks- en provinciaal belang in het geding. Ook het waterschapsbelang komt niet in het geding. Een voorontwerpbestemmingsplan wordt dan ook niet aan de overlegpartners toegezonden. De partners kunnen reageren op het ontwerpbestemmingsplan. De partners hebben geen reactie op het ontwerp bestemmingsplan gegeven.
Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegd. Een ontwerp bestemmingsplan heeft voor een ieder zes weken ter inzage gelegen van 9 december 2022 tot en met 19 januari 2023. Binnen deze termijn is er geen zienswijze ingediend.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Exploitatieplan Conform artikel 6.12, eerste lid Wro moet de gemeenteraad een exploitatieplan vaststellen, tenzij conform artikel 6.12, tweede lid, onder a, het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst aangegaan waarin alle kosten conform artikel 6.2.3/6.2.4 Bro zijn opgenomen. Planschade Een belanghebbende kan, na een besluit tot vaststellen van een bestemmingsplan, een verzoek indienen om een tegemoetkoming in de schade, indien die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in artikel 6.1 tweede lid Wro genoemde oorzaak (artikel 6.1 Wro). Eventuele planschade is in een anterieure overeenkomst afgewenteld naar initiatiefnemer. Conclusie Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op verzoek van initiatiefnemer. De kosten die gepaard gaan met de bijbehorende uitvoeringskosten zijn dan ook voor rekening van initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee gewaarborgd. Een exploitatieplan is niet nodig.
Toelichting (vastgesteld)
47
bezoek Varsseveldseweg 2 7131 BJ Lichtenvoorde post Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde telefoon (0544) 39 35 35 fax (0544) 37 29 69 e-mail gemeente@oostgelre.nl internet www.oostgelre.nl