bp vrakkinkweg 1a toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo vastgesteld
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Geldende bestemmingsplannen
6 6 6 7
Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Plangebied
8 8
Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Internationaal niveau 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid
13 13 15 19 22 23
Hoofdstuk4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.3 Water 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Natuurwaarden 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Externe veiligheid 4.9 Geur 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Kabels en leidingen
27 27 28 30 33 35 36 37 39 40 41 42
Hoofdstuk5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan 5.3 Plansystematiek
43 43 43 43
Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid
47 47 47
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Er is een verzoek ingediend tot realisatie van een vrijstaande woning met bijbehorend bouwwerk op een perceel grond, gelegen aan de Vrakkinkweg 1a te Groenlo, kadastraal bekend gemeente Groenlo, sectie F, nummer 1056. In de hoek van dit kadastraal perceel is een woning met bijbehorend bouwwerk gelegen. Deze woning en het bijbehorend bouwwerk worden gesloopt. De nieuwe woning zal centraler op het perceel worden opgericht. De bestaande, te slopen, woning met bijbehorend bouwwerk is gelegen in de bestemming 'Wonen'. De nieuw te realiseren woning is gelegen in de bestemming 'Agrarisch'. Om een nieuwe woning te kunnen realiseren dient de bestemming te worden gewijzigd naar 'Wonen'. Daarvoor is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging en begrenzing
Het plangebied heeft een oppervlakte van 10.735 m2. Dit plangebied bestaat uit het bestaande woonperceel Vrakkinkweg 1a en het naastgelegen agrarisch perceel waarin de nieuwe woning wordt gerealiseerd. In de directe omgeving zijn uitsluitend woonpercelen gelegen. Het perceel grenst aan gronden in eigendom van het waterschap Rijn en IJssel alsmede de daaraangrenzende watergang 'De Slinge'. Onsluiting van het perceel vindt plaats aan de Vrakkinkweg.
Plangebied woningbouwlokatie Vrakkinkweg 1a Groenlo
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Het woon- en agrarisch perceel aan de Vrakkinkweg 1a te Groenlo zijn gelegen in het op 18 december 2012 door de gemeenteraad van Oost Gelre vastgesteld bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' met bijbehorende 'Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre', vastgesteld door de gemeenteraad van Oost Gelre op 15 juli 2014 en 'Buitengebied, Reparatieplan 2016' welke is vastgesteld door de gemeenteraad van Oost Gelre op 4 april 2017. De bestaande woning Vrakkinkweg 1a is gelegen in de bestemming 'Wonen'. Daarnaast geldt er de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1' en de gebiedsaanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone'. De gewenste nieuwe woning komt te liggen in de bestemming 'Agrarisch'. Hier geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1 en 2' en de gebiedsaanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone'.
Daarnaast geldt het op 22 februari 2022 door de gemeenteraad van Oost Gelre vastgesteld 'Parapluplan Archeologie'. Hiermee zijn voornoemde dubbelbestemmingen vervallen en vervangen door de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2, 3 en 4'. Naast voornoemd bestemmingsplan en het Parapluplan Archeologie is ook het facetbestemmingslan 'parkeren' (vastgesteld 5 juni 2018) van kracht. Dit facetbestemmingsplan voorziet in een parkeerregeling voor het hele grondgebied van de gemeente, met uitzondering van de kernen Lievelde, Zieuwent, Vragender en Harreveld. Binnen de hierboven genoemde bestemming 'Agrarisch' is de realisatie van een nieuwe woning niet toegestaan. Daarbij zijn er in het geldend bestemmingsplan binnen deze bestemming geen afwijkingsof wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Via een procedure om herziening van het bestemmingsplan kan een woning op de beoogde locatie juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt.
Uitsnede uit geldend bestemmingsplan
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie vanuit ruimtelijk oogpunt en per functie, evenals de ontwikkelingen op basis van het vigerende beleid beschreven. Er wordt flexibiliteit geboden daar waar het kan. Rekening wordt gehouden met de dynamiek in het plangebied en ruimte voor 'reguliere' uitbreidingen en veranderingen.
2.1
Plangebied
2.1.1
Historischeontwikkeling
Op de topografische kaart uit 1900 is op te maken dat de directe omgeving van de huidige Vrakkinkweg voornamelijk bestond uit met groen omzoomde landbouwpercelen met diverse landbouwwegen met hier en daar enkele verspreid liggende bebouwing. Op de kaart uit 1950 is er al iets bebouwing te zien aan een landbouwweg welke later de huidige Vrakkinkweg zal zijn. De woning Vrakkinkweg 1a is pas te zien op de topografische kaart uit 1977. De topografische kaart uit 2021 toont de huige situatie aan de Vrakkinkweg.
Topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl)
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Topografische kaart uit 1950 (bron: www.topotijdreis.nl)
Topografische kaart uit 1977 (bron: www.topotijdreis.nl)
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Topografische kaart uit 2021 (bron: www.topotijdreis.nl) 2.1.2
Het plangebied
Het plangebied voor oprichten van een woning is gelegen aan de Vrakkinkweg te Groenlo. Het perceel is als grasland (weiland) in gebruik en direct gelegen naast de huidige bestaande woning Vrakkinkweg 1a te Groenlo. Deze bestaande woning zal geheel worden gesloopt. In de directe omgeving van het plangebied zijn woningen van derden gelegen. Ten noorden en noordoosten van het perceel zijn nog enkele in werking zijnde agrarische bedrijven gelegen. Ten noordoosten is teven het bedrijventerrein Den Sliem en De Laarberg gelegen. Ten zuiden van het perceel ligt de bebouwde kom van Groenlo alsmede de watergang De Slinge. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Groenlo, sectie F, nummer 1056 en heeft een oppervlakte van 10.735 m2. De onderstaande luchtfoto toont het plangebied geel omcirkelt.
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Plangebied Vrakkinkweg 1a Groenlo 2.1.3
Beoogde ontwikkeling
Het is de wens om op het agrarisch perceel aan de Vrakkinkweg 1a te Groenlo een vrijstaande woning met bijbehorend bouwwerk te realiseren. Hiervoor wordt de bestaande woning Vrakkinkweg 1a te Groenlo geheel gesloopt, inclusief de bijbehorende bouwwerken. Om een woning op het agrarisch perceel te realiseren dient er een bouwvlak op het perceel te worden gelegd. Dit is alleen mogelijk door herziening van het geldend bestemmingsplan voor het perceel.
Beoogd nieuwbouwplan Vrakkinkweg 1a Groenlo
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
2.1.4
Stedenbouwkundige toets
De afstand van de bestaande woning Vrakkinkweg 1a tot de nieuwe woning bedraagt 25 m wat een acceptabele afstand is. Het bijbehorend bouwwerk komt achter de voorgevellijn te liggen. Dit is akkoord.
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Hoofdstuk 3
Beleid
Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.
3.1
Internationaal niveau
3.1.1
Vogelrichtlijn
De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.
Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn.
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
3.1.2
Habitatrichtlijn
De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn. 3.1.3
Het verdrag van Valletta (Malta)
Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen. Ter bescherming van de archeologische waarden heeft de gemeente Oost Gelre een beleidsnota met -kaarten vastgesteld en deze doorvertaald en opgenomen in de geldende bestemmingsplannen. In paragraaf 4.2 wordt archeologie nader toegelicht. 3.1.4
Kaderrichtlijn water
De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.
Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Bij onderhavig bestemmingsplan is een watertoets uitgevoerd waarbij rekening is gehouden met bovengenoemde doelstellingen.
Conclusie Internationaal beleid Het Internationaal beleid vormt geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling op perceelniveau.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.2.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.2.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.2.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 3.2.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 3.2.2
Klimaatadaptatie
Klimaatadaptatie heeft in het landelijke beleid een flinke impuls gekregen. Het Deltaprogramma 2018 bevat voor het eerst een Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie: een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk dat de aanpak van wateroverlast, hittestress en droogte versnelt en intensiveert. Daarnaast zijn er in de nabije toekomst diverse ontwikkelingen zoals het stimuleren van de bewustwording in relatie tot klimaatadaptatie, de invoering van de Klimaatwet en de invoering van de Omgevingswet. De Klimaatwet hangt samen met het beleid dat in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is verwoord. In het regeerakkoord 2017 “Vertrouwen in de toekomst” staat dat de hoofdlijnen van de afspraken op het terrein van klimaat en energie worden verankerd in een klimaatwet. Lessen die Planbureau voor de Leefomgeving (2016) uit de Britse klimaatwet heeft getrokken, zijn onder andere dat het geen probleem is om zowel mitigatie als adaptatie in deze wet te borgen. Naar verwachting volgt Nederland dat voorbeeld gezien de invoering van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en de verplichte klimaatstresstest voor gemeenten. Daarnaast werkt het Rijk momenteel aan een Aanpak Klimaatadaptatie Gebouwde Omgeving en wordt nagedacht over regels in het Bouwbesluit voor klimaatadaptief bouwen.
De invoering van de Omgevingswet biedt, naast het al door de gemeente ingezette klimaatbeleid, mogelijkheden om klimaatadaptatie een basis te geven in (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen en zo te werken aan een leefbare en gezonde stad. Hiervoor kunnen de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan als juridische instrumenten worden ingezet.
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo We kunnen zo een afgewogen keuze maken, welke risico's we al dan niet accepteren. De invoering van de Omgevingswet is nu gepland op 1 januari 2023.
3.2.2.1 Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DRPA) Mede gebaseerd op de adviezen uit het Manifest Klimaatbestendige Stad (2013) is in 2014 de intentieverklaring Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie verschenen. In deze beslissing staat het gezamenlijk doel centraal: in 2050 is het bebouwde gebied in Nederland, inclusief vitale en kwetsbare objecten, zo goed mogelijk “waterrobuust” en “klimaatbestendig” ingericht. Hierbij wordt gewerkt aan maatregelen om de kwetsbaarheid van de stad te verlagen voor drie opgaven: te nat (overstroming en wateroverlast), te droog (wateronderlast) en te warm (hittestress). In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) staan zeven ambities centraal:
Door te werken aan deze zeven ambities wordt de totstandkoming van een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting versneld en geïntensiveerd. 3.2.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau.
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau: in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's. Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer het Natuur Netwerk Nederland (de opvolger van de ecologische hoofdstructuur), radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en spoorlijnen. 3.2.4
Besluit ruimtelijke ordening
Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Vervolgens dient bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie gekeken te worden of er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied.
Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, wordt – onder voorwaarden - aansluitend aan het bestaand stads- en dorpsgebied een locatie gezocht. Door de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, wordt verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied geconcentreerd. Hiermee wordt de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt.
Nieuwe stedelijke ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling betreft een wijziging van een perceel van de bestemming 'Agrarisch' naar 'Wonen' waarna een vrijstaande woning wordt gerealiseerd. In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, waarbij het gaat om 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Nu het een woningbouwlocatie betreft met een omvang van één woning, is hier geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Behoefte Er is bij deze planologische ontwikkeling niet specifiek sprake van een behoefte. Op het perceel is een woning aanwezig. Na sloop van deze woning zal er elders op het perceel een nieuwe woning worden gerealiseerd. Indirect is sprake van een behoefte voor een nieuwe modernere woning die voldoet aan de eisen des tijds.
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Bestaand stedelijk gebied Het planvoornemen betreft een nieuwe woning in het buitengebied van Oost Gelre. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en de ontwikkeling vindt ook niet plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Wel is sprake van vervanging van een bestaande woning.
Conclusie Uit bovenstaande onderbouwing kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling maar dat de behoefte wel degelijk aanwezig is. Er is sprake van een duurzame verstedelijking.
Algemene conclusie Bro De ladder van duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
De provincie heeft haar visie op de omgeving vertaald in de 'Omgevingsvisie Gelderland'. Deze is vastgesteld op 9 juli 2014. Op 24 september 2014 is de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Provinciale Staten van de provincie Gelderland hebben op 19 december 2018 een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld en deze doorvertaald in de Omgevingsverordening. De meest recente Omgevingsverordening is de geconsolideerde verse van 1 februari 2022. De provincie streeft onder andere naar het versterken en behouden van de vitaliteit van kleinere kernen en dorpen. Om dit te bereiken dienen stedelijke functies waar mogelijk te worden gebundeld en geconcentreerd. Daarnaast ondersteunt de provincie bij de aanpak van leegstand in dorpen en kernen. De omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Toetsing Omgevingsverordening Voor het plangebied geldt artikel 2.2 uit de Omgevingsverordening : "Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda".
1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.
Binnen de regio Achterhoek zijn afspraken gemaakt en vertaald in een regionale woonagenda. Deze is Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo door de provincie geaccordeerd en vastgesteld. De woonagenda maakt ontwikkeling van woningen binnen de afzonderlijke gemeenten mogelijk. Nu de ontwikkeling aan de Vrakkinkweg te Groenlo past binnen de door de provincie vastgestelde regionale woonagenda, voldoet het verzoek, voor wat betreft wonen, aan de provinciale Omgevingsvisie en -verordening.
Daarnaast is het te ontwikkelen perceel gelegen binnen de in de Omgevingsverordening opgenomen Regels voor: Glastuinbouw; Natuur - kaart 1: Groene Ontwikkelingszone; Water en Milieu. Deze drie aandachtpunten zijn hieronder nader omschreven.
Glastuinbouw (art. 2.17 Omgevingsverordening) Deze is niet nader omscheven nu hier in het plangebied geen sprake is van glastuinbouw.
Natuur: Groene Ontwikkelingszone (paragraaf 2.6.5 Omgevingsverordening) In paragraaf 4.3.1 is aangegeven dat de Provinciale Omgevingsverordening op de voorgenomen ontwikkelingen van toepassing is nu deze plaatsvinden binnen de Groene Ontwikkelingszone. Artikel 2.52 van de Omgevingsverordening is hierbij van toepassing op het perceel welke aangeeft dat een bestemmingsplan gelegen binnen de Goene Ontwikkelingszone een nieuwe kleinschalige ontwikkeling mogelijk kan maken als: in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. De hierboven genoemde kernkwaliteiten zijn genoemd in een bij de Omgevingsverordening behorende bijlage 'Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone'. Het perceel Vrakkinkweg 1a te Groenlo is hierbij gelegen in deelgebied 26, met gebiedsnaam 'Eibergen - Borculo'.
De in dit deelgebied genoemde kernkwaliteiten zijn: gevarieerde heideontginnings-, kampen en rivierweidenlandschap met restanten natte heide en broekbossen en andere bossen; Berkel: vispasseerbare rivier met stapstenen; ecologische verbinding Berkel, tussen Graafschap en Duitsland voor dieren van bos en kleinschalig landschap, hier vooral ten zuiden van de Berkel via Olden Eibergen en het Haarlose veld; ecologische verbinding Hupselsche Beek - Leerinkbeek ; leefgebied steenuil; het Berkeldal, Mallemse es, Terras Oost-Nederlands Plateau en Paraboolduin bij Rekken (De Breken) als aardkundige waarden; de Mallumse Es als waardevol open gebied of verkaveling; verspreide kleine terreinen als natte landnatuur. De hierbij genoemde ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap in de Groene ontwikkelingszone zijn: ontwikkeling ecologische verbinding Berkel via Olden Eibergen; ontwikkeling ecologische verbinding Hupselsche Beek - Leerinkbeek; ontwikkeling kleinschalige landschappen met gebiedseigen lijnvormige elementen en poelen,
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo vochtige bosjes volgens het LOP; ontwikkeling schrale graslanden en ruigteranden; beperken barrierewerking N18, N315 en N823. Toetsing planontwikkeling Op het perceel Vrakkinkeg 1a te Groenlo wordt de agrarische bestemming omgezet naar een woonbestemming. Op het perceel wordt een nieuwe woning met bijbehorend bouwwerk gebouwd. Op het perceel is een woning met bijbehorend bouwwerk aanwezig, gelegen in een woonbestemming. Deze woning met bijbehorend bouwwerk wordt gesloopt. De voornoemde ontwikkeling op perceelniveau is dermate klein dat daarmee de voornoemde kernkwaliteiten niet worden aangetast. Om enigszins aan de aangegeven doelstellingen mee te werken is door Stichting Landschapsbeheer Gelderland een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. In dit landschappelijk inpassingsplan is rekening gehouden met de te ontwikkelen doelstellingen en deze worden, door uitvoering van dit landschappelijk inpassingsplan, versterkt. Het inpassingsplan 'Landschappelijk inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo' van 7 september 2022 is als bijlage bij deze onderbouwing bijgevoegd. Daarnaast zal de uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan maar ook het onderhoud en beheer ervan als een 'specifieke gebruiksregel' in de bestemming 'Wonen' worden opgenomen in deze herziening van het bestemmingsplan.
Hiermee wordt voldaan aan de regels uit de provinciale Omgevingsverordening voor wat betreft ontwikkelingen in de Groene ontwikkelingszone.
Water en Milieu (paragraaf 4.4 Omgevingsverordening) De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam wateren bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma's of in kaders in de verordening. Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m3/jaar. De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij invulling aan de voorzieningenniveaus.
Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. Voornoemde tekst uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is doorvertaald naar diverse waterfuncties zoals omschreven in de Omgevingsverordening. Het perceel Vrakkinkweg 1a te Groenlo valt hierbij onder de waterfunctie 'Water als verbinder'. Het gaat hierbij specifiek om de realisatie van waterfuncties zoals omschreven in artikel 4.9 van de Omgevingsverordening en de mogelijke afwijking hiervan. Een afwijking is in onderhavig geval niet noodzakelijk. Er worden geen nieuwe waterfuncties gerealiseerd. Op een bestaand agrarisch perceel wordt de mogelijkheid gecreeërd om hier een vrijstaande woning te realiseren. De woning wordt op voldoende afstand van een bestaande watergang gerealiseerd zodat, bij mogelijke realisatie van waterfuncties aan of bij de watergang, deze realisaties niet worden belemmerd.
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Conclusie Bij het opstellen van de regels van dit bestemmingsplan is zoveel mogelijk rekening gehouden met de regels uit de Omgevingsverordening Gelderland. Nu de ontwikkeling van een woning ook past binnen de provinciale omgevingsvisie en -verordening past het plan binnen het provinciaal beleid.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1
Regionale woonagenda 2015 - 2025
De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld. Een demografische ontwikkeling in deze regio is dat het aantal inwoners in de komende periode langzaam maar zeker afneemt. In de Regionale Woonvisie wordt ingespeeld op die bevolkingsdaling en afname van het aantal huishoudens. Concreet betekent dit voor iedere gemeente in de Achterhoek dat de aangegeven bouwvolumes in de gemeentelijke woonvisies naar beneden bijgesteld moeten worden. De Regionale Woonvisie is in 2013 geëvalueerd. Dit heeft geleid tot een bijstelling, in de vorm van een Regionale woonagenda 2015-2025. Deze woonagenda richt zich primair op het ontwikkelen van een evenwichtige kwalitatieve en kwantitatieve woningvoorraad en secundair op het voorkomen en aanpakken van leegstand in maatschappelijk vastgoed en op wonen en zorg. Het Achterhoeks Woonwensen- en Leefbaarheidsonderzoek (AWLO) van maart 2018 laat zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen (mismatch) in de regio Achterhoek. Daarnaast blijkt uit de nieuwste Primosprognose dat het aantal huishoudens in de regio Achterhoek tot 2030 blijft groeien. Er zijn daardoor op regioniveau extra woningen nodig bovenop de bestaande woningbouwafspraken die vastliggen in de Regionale woonagenda.
In 2019 is een regionale set aan kwaliteitscriteria vastgesteld op basis waarvan nieuwe woningbouwplannen worden beoordeeld. Daarmee wordt beoogd dat alleen extra nieuwbouw wordt toegevoegd, als dit bijdraagt aan het oplossen van de mismatch op de lokale woningmarkt. De notitie "Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek" beschrijft dit regionale kader, de te hanteren werkwijze en het monitoren van de nieuwe woningbouwinitiatieven. Diverse onderzoeken laten zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen in de regio Achterhoek. Daarnaast blijkt uit de nieuwste Primosprognose dat het aantal huishoudens in de regio Achterhoek tot 2030 blijft groeien. Er zijn daardoor op regioniveau extra woningen nodig bovenop de bestaande woningbouwafspraken die vastliggen in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025. De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld, om in te spelen op de veranderde behoefte. In het najaar van 2019 is de Regionale Woonagenda op onderdelen aangepast. Daarmee wordt vooruitgelopen op de nieuwe Regionale Woonagenda. Het beleidskader is in lijn met de koers Ruimte voor goed wonen van de provincie en met het provinciale coalitieakkoord. Een aantal passages zijn niet meer van toepassing, zoals: de afspraken over de woningbouw tot 2025 over de netto toevoegingen incl.
10% extra verlaging (pag. 3 en 4 en uit samenvatting pag. 7,11, 12) en het schema over de bouwopgave (pag. 12) en; hoofdstuk 5, pagina 11 onder kopje 'De gewenste situatie': de passage over de regionale huishoudensgroei in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025 is achterhaald door de nieuwe Primos-prognose, waarbij per gemeente of kern wel verschillen in de bevolkingsontwikkeling kunnen bestaan. Conclusie Het regionale beleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020
Cultuur en erfgoed dragen bij aan de economie en de maatschappij. Zij dragen bij aan het toerisme en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en bewoners. Door de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre is gezamenlijk de erfgoednota opgesteld. Het beleven van erfgoed is een van de ambities in deze nota om daarmee het (economisch) rendement te vergroten. Het doel van de nota is het vaststellen van ambities voor de ontwikkeling en instandhouding van het erfgoed, zodat dit: op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generatie; een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen; een verbinding vormt tussen diverse beleidsterreinen, organisaties en de drie gemeenten; de identiteit onderstreept en versterkt.
3.5.2
Beleidsvisie Externe veiligheid
Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden.
Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten. Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. Externe veiligheid is nader beschreven in paragraaf 4.8. 3.5.3
Welstandsbeleid Oost Gelre 2017
Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven.
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bovendien is aan onderhavig plan nog een beeldkwaliteitsplan gekoppeld, dat ook door de gemeenteraad is vastgesteld en eveneens richtinggevend is. 3.5.4
Economische visie - Economie Voorop !
Een sterke economie is een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen blijven bouwen aan een gezonde gemeente. Werk is daarbij een van de belangrijkste pijlers. Werk biedt mensen de kans tot ontwikkeling, het bevordert de integratie, biedt sociale contacten en structuur en betrekt de burger bij de samenleving. Participatie, zelfontplooiing en inkomen staan in nauwe relatie tot gezondheid en welzijn. De gemeentelijke rol ligt in het nemen van verantwoordelijkheid voor het algemene vestigingsklimaat, het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap, bijdragen aan netwerken en verbindingen in de regio, bijdragen aan de verbinding onderwijs en arbeidsmarkt, zorgen voor goede woonvoorzieningen en geschikte werklocaties. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Oost Gelre is de Economische visie tot stand gekomen. De ontwikkelingen nu en in de toekomst van onze gemeente zijn aanleiding geweest om te onderzoeken waar de gemeente Oost Gelre op dit moment staat, wat al wordt gedaan en wat er de komende jaren moet worden aangepakt om een aantrekkelijke gemeente te blijven en nog aantrekkelijker te worden voor huidige en nieuwe inwoners en ondernemers. De opgestelde economische visie bestaat uit een aantal speerpunten waar de focus op gelegd wordt en de hierbij behorende doorvertaling in concrete acties en inspanningen.
De economische uitvoeringsagenda is een zogenoemd 'levend document', dat na vaststelling bijgewerkt en aangevuld kan worden. 3.5.5
Geluidbeleid gemeente Oost Gelre
Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van het geluidbeleid. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering.
Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. Het geluid is nader beschreven in paragraaf 4.4.
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
3.5.6
Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024
Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen. Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma. 3.5.7
Landschapsontwikkelingsplan 'Groen Licht voor het Landschap'
Het Landschapsontwikkelingsplan is een beleidsnota van de gemeente waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In het LOP zijn elf landschapsensembles benoemd. Elk landschapsensemble kenmerkt zich door eigen karakteristieke landschapselementen. Het zijn meestal elementen die hier historisch gezien thuis horen, en soms varianten daarop die aansluiten bij het hedendaagse gebruik van het landschap. Die visie in het LOP is in hoofdlijnen: 'Groen licht voor het landschap, maar voor wat hoort wat!' In het Visiedeel van het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven dat het perceel Vrakkinkweg 1a te Groenlo ligt binnen het landschaps-ensemble aangemerkt als 'Groenlo-Slingerand' .
Hierbij geldt het motto: "Vang de dynamiek in deze zone op door elke ingreep in de overgang van stad naar het landschap te verevenen met een kwaliteitsverbetering op de plek en de omgeving daarvan: voor wat, hoort wat! Kies in het noorden en oosten voor het thema 'nieuwe scholten in de linie' en in het zuiden en westen voor 'nieuwe brinken in de linie'.
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Op te poetsen parels: de restanten van "Groenlo-vestingstad" centrum en vestingwerken nieuwe en bestaande brinken plekken om te verpozen eventueel met bankjes verschraalde bermen bij erf typerende erfbeplantingen karakteristieke bestaande beplantingen bijv. op steilranden Te beschermen en stimuleren landschapselementen: scholtelanen en slingeslingers in noord en oost linde- of eikenlanen in zuid en west esrandbeplantingen Voor het voorliggende plan zijn bovengenoemde uitgangspunten meegenomen in het door Stichting Landschapsbeheer Gelderland opgestelde landschappelijk inpassingsplan, zoals ook al is beschreven in paragraaf 3.3.1. Dit plan biedt kansen voor landschapsversterking.
Conclusie Het gemeentelijk beleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
26
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
Hoofdstuk 4 4.1
Uitvoeringsaspecten
Bodem
Wettelijk kader Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er daardoor gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Op 1 juli 2012 zijn in Oost Gelre de Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart in werking getreden. De Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn bedoeld om de omgang met grond goed te regelen. Op basis van de Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is het in veel gevallen mogelijk om het hergebruik van grond als bodem zonder extra keuringen toe te staan. Grondverzet op basis van Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is mogelijk binnen de volgende gemeenten: Aalten, Bronckhorst, Berkelland, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. De Nota Bodembeheer met bodemkwaliteitskaart vormt de basis van duurzaam bodembeheer binnen de regio Achterhoek.
Situatie plangebied In het kader van de onderzoeksplicht dient onder andere de bodemgesteldheid in het plangebied in kaart te worden gebracht. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Bodemonderzoeken mogen niet meer dan vijf jaar oud zijn. Indien er sprake is van bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig.
Uitgevoerd bodemonderzoek Door het onderzoeksbureau Montferland Milieu B.V. is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn verwoord in een bodemonderzoeksrapport met projectnummer MM 22167 d.d. 16 september 2022. Het bodemonderzoeksrapport is als bijlage bijgevoegd. Dit verkennend bodemonderzoek is nader beoordeeld door de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). De beoordeling is verwoord in een advies met kenmerk 2022EA1188, d.d. 26 september 2022 welke als bijlage is bijgevoegd. De ODA adviseert het volgende: "Het bodemonderzoek voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Met het onderzoek zijn licht verhoogde gehalte aan koper in de grond vastgesteld. De bodemkwaliteit voldoet formeel niet aan de functieklasse Wonen. Echter is vastgesteld dat er geen sprake is van een risico, waardoor er geen belemmeringen zijn voor een gebruik als wonen. Het uitvoeren van nader bodemonderzoek is niet nodig. Aan de bestemmingsplan-procedure hoeven geen bodemspecifieke voorschriften te worden verbonden."
Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Toelichting (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
De Erfgoedwet bevat de implementatie in de Nederlandse wetgeving van het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed, (ook wel het verdrag van Malta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het Verdrag in 1992 door verschillende EU-lidstaten is ondertekend). De Erfgoedwet verplicht gemeenten om bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen gronden, rekening te houden met de in de bodem aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. IWAK en AMK Archeologische waarden zijn in Nederland veelal onzichtbaar, omdat ze grotendeels verborgen liggen in de bodem, waardoor ze niet eenvoudig te karteren zijn. Voor de onbekende waarden heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IWAK) opgesteld. Voor de bekende waarden is de Archeologische Monumentenkaart (AMK) opgesteld. Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden. De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart. Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient door te werken in het bestemmingsplan.
Bescherming (behoud/conservering) van gebieden met archeologische (verwachtings)waarden is uitgangspunt bij de zorg voor het archeologische erfgoed in het plangebied. Afhankelijk van de verstoring moeten de gebieden eerst nader worden onderzocht, voordat hier bebouwing of grondbewerking (=verstoring) plaatsvindt. Tijdens het onderzoek gevonden archeologische resten, moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven of anders op verantwoorde wijze worden opgegraven. De kosten hiervan komen voor degene die de grond wil verstoren. Met behulp van een dubbelbestemming wordt voornoemde bescherming van archeologische waarden dan wel archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan geregeld.
Nieuw Archeologiebeleid Op 14 april 2020 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre nieuw archeologisch beleid vastgesteld met titel 'Archeologische monumentenzorg in de gemeente Oost Gelre, een actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtings- en beleidskaart'. Dit nieuwe beleid is opgenomen in het op 22 februari 2022 door de gemeenteraad vastgestelde 'Parapluplan Archeologie'. Onderhavig perceel is aan dit Parapluplan getoetst.
Situatie plangebied Ingevolge het 'Parapluplan Archeologie' is het beoogd perceel voor de gewenste woning gelegen in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2, 3 en 4'. Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2 Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Er geldt hierbij een vergunningplicht voor werkzaamheden in op of de bodem dieper dan 40 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 250 m2. Binnen deze dubbelbestemming wordt het woonhuis en het bijbehorend bouwwerk opgericht. Tezamen zal de oppervlakte meer bedragen dan 250 m2. Voor realisatie van deze bouwwerken zal ook dieper dan 40 cm worden gegraven. Een archeologisch onderzoek is dan ook noodzakelijk. Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3 Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Er geldt hierbij een
28
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Vrakkinkweg 1a Groenlo vergunningplicht voor werkzaamheden in op of de bodem dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 1.000 m2. Op het perceel waar voornoemde archeologische bestemming is aangegeven wordt niet gebouwd of worden bodemingrepen gedaan die een oppervlakte van meer dan 1.000 m2 bestrijken. Op deze gronden is dan ook geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 4 Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Er geldt hierbij een vergunningplicht voor werkzaamheden in op of de bodem dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 5.000 m2. Op het perceel waar voornoemde archeologische bestemming is aangegeven wordt niet gebouwd of worden bodemingrepen gedaan die een oppervlakte van meer dan 5.000 m2 bestrijken. Op deze gronden is dan ook geen archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Uitgevoerd archeologisch onderzoek Door het onderzoeksbureau KSP Archeologie is een archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (booronderzoek) verkennende en karterende fase uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn verwoord in een archeologisch onderzoeksrapport met projectnummer 22108 d.d. 11 augustus 2022. Het archeologisch onderzoeksrapport is als bijlage bijgevoegd. Dit archeologisch onderzoeksrapport is nader beoordeeld door de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). De beoordeling is verwoord in een advies met kenmerk 2022EA1188, d.d. 29 september 2022 welke als bijlage is bijgevoegd. De ODA adviseert het volgende: "Er is archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven nodig of planaanpassing waardoor het archeologische niveau niet bedreigd wordt." Vervolgonderzoek Dit vervolgonderzoek vindt vooralsnog niet plaats. Verzoeker wil eerst bekijken wat de impact van het bouwplan op de bodem zal zijn als deze definitief wordt. Daarbij wil verzoeker bekijken of archeovriendelijk bouwen een optie is, zo min mogelijk verstoren van de bodem cq. het terrein, in ieder geval minder dan de genoemde 250 m2. Is voornoemde niet mogelijk dan kunnen alsnog archeologische proefsleuven worden ingezet om te bekijken of vindplaatsen begrensd kunnen worden en zo beoordelen op welk deel van het perceel nader archeologisch onderzoek moet plaatsvinden.