CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp vossenburcht toelichting

Raadscommissie 30 november 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Herziening Vossenburcht Lievelde' en beeldkwaliteitsplan ‘Woonpark Vossenburcht Lievelde’19.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde vastgesteld

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Geldende bestemmingsplannen

6 6 7 7

Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Plangebied 2.2 Stedenbouwkundig concept

9 9 14

Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Internationaal niveau 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid

15 15 17 20 21 22

Hoofdstuk4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming 4.2 Archeologie en Cultuurhistorie 4.3 Bodem 4.4 Water 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Natuurwaarden 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Externe veiligheid 4.10 Geur 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 Kabels en leidingen 4.13 Trillingen van het spoor

29 29 30 31 34 38 39 40 45 47 49 50 51 51

Hoofdstuk5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan 5.3 Plansystematiek

53 53 53 53

Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid

58 58 58

(vastgesteld)

3

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Er is behoefte aan woningbouw in de kleine kernen van de gemeente Oost Gelre. Om de leefbaarheid in de kleine kernen te waarborgen is, tezamen met de dorpsbelangorganisaties de beleidsnota 'Kleine Kernen gemeente Oost Gelre' opgesteld. In deze beleidsnota wordt o.a. aangegeven dat er een aantal woningen per kleine kern worden ontwikkelt. Zo ook in Lievelde. Een geschikte locatie is hierbij gevonden op het voormalige terrein van de VION gelegen tussen de Stationsstraat en de Bergstraat. De locatie is momenteel als park ingericht. Het voornemen is om in dit park aan de zijde van de Bergstraat een 18-tal woningen te realiseren. Daarnaast is het de wens om een aantal Tiny-houses op het terrein te realiseren. Het huidige terrein zal daarnaast worden heringericht. Op onderstaande inrichtingsschets is het plangebied aangegeven, met uitzondering van het geel omcirkelde welke buiten dit bestemmingsplan wordt gelaten. De te realiseren woningen bestaan uit vrijstaande woningen, een twee aaneengebouwde woning en aaneengebouwde woningen. Dit alles in een groene setting. Tevens wordt ruimte gemaakt om enkele tiny houses in het plangebied te plaatsen. Daarnaast biedt de locatie ruimte voor sport- en speelvoorzieningen. De transformatie van het gebied past niet in het geldende bestemmingsplan. Om het project juridisch-planologisch mogelijk te maken, is daarom dit bestemmingsplan opgesteld.

Inrichtingsschets plangebied met uitzondering van geel omcirkelde (Bron: beeldkwaliteitsplan)

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

1.2

Ligging en begrenzing

Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2,2 ha en ligt op het voormalig terrein van de VION gelegen tussen de Stationsstraat en de Bergstraat. Het plangebied is gelegen aan de rand van de bebouwde kom en wordt aan de noordzijde begrenst door de spoorlijn met het trein- en busstation en daarbij behorende parkeerplaatsen. Aan de zuid- cq. westzijde liggen de woningen van de kern Lievelde alsmede de kerk, de begraafplaats en het Bernard Vos cultuurhuus. Aan de oostzijde vindt een overloop richting het buitengebied plaats met op enige afstand nog een aantal woningen. De ontsluiting van de nieuwe woningbouwlocatie vindt plaats via de Bergstraat.

Plangebied woningbouwlokatie Vossenburcht Lievelde (Bron: Beeldkwaliteitsplan)

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Het plangebied Vossenburcht, het voormalige terrein van de VION, is gelegen tussen de Stationsstraat en de Bergstraat en is gelegen in het geldend bestemmingsplan 'Kern Lievelde 2015' welke op 6 februari 2018 door de gemeenteraad is vastgesteld. Op het perceel liggen de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer' met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'. Binnen de hierboven aangegeven bestemmingen is de realisatie van nieuwe woningen niet toegestaan. Daarbij zijn er voor deze bestemming in het geldende bestemmingsplan geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Via een procedure om herziening van het bestemmingsplan kunnen woningen op de beoogde locatie juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt.

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Uitsnede uit geldend bestemmingsplan 'Kern Lievelde 2015'

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie vanuit ruimtelijk oogpunt en per functie, evenals de ontwikkelingen op basis van het vigerende beleid beschreven. Er wordt flexibiliteit geboden daar waar het kan. Rekening wordt gehouden met de dynamiek in het plangebied en ruimte voor 'reguliere' uitbreidingen en veranderingen.

2.1

Plangebied

2.1.1

Historischeontwikkeling

Het dorp Lievelde is landschappelijk gelegen op een van oudsher essencomplex, dat wordt doorsneden door de Lievelderbeek, die nog altijd, noordwaarts van het spoor, de oude weg tussen Lichtenvoorde en Groenlo doorkruist. Op onderliggende topografische kaart uit 1900 is de es goed te zien. Lievelde ontstond op het zuidelijk deel van de es, na de aanleg van de spoorverbinding naar Winterswijk in 1878. Op de topografische kaart uit 1881 is de spoorlijn goed te zien evenals het aanwezige station. In de jaren daarna is de Stationsstraat aangelegd en is de doorgaande weg Lichtenvoorde - Groenlo aangepast tot de loop die het heden ten dage nog heeft. Bebouwing concentreerde zich in eerste instantie rondom het station en langs de Lievelderweg. Vanaf circa 1950 werd ook meer planmatig uitgebreid met seriematige woningbouw en enkele geheel nieuw aangelegde woonstraten en groeide Lievelde tot de hedendaagse dorpkern.

Topografische kaart uit 1875 (bron: www.topotijdreis.nl)

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Topografische kaart uit 1881 (bron: www.topotijdreis.nl)

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl)

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Topografische kaart uit 1950 (bron: www.topotijdreis.nl)

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Topografische kaart uit 1970 (bron: www.topotijdreis.nl)

Topografische kaart uit 2020 (bron: www.topotijdreis.nl)

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

2.1.2

Het plangebied

Het plangebied Vossenburcht is gelegen tussen de Stationsstraat en de Bergstraat in Lievelde. Het plangebied heeft, na vertrek van de VION en sloop van de aanwezige bebouwing, een parkachtige setting gekregen met wandelpaden en waterbergingen. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrenst door de Stationsstraat waaraan de spoorlijn Winterswijk - Zutphen is gelegen. Ten zuiden van het plangebied ligt de Bergstraat met woningbouw aan de zuidzijde hiervan. Ten westen ligt het Koningsplein met in de zuid-westhoek de Christus Koningkerk en de begraafplaats met aansluitend het kultuurhuus. Ten oosten van het plangebied zijn nog enkele woningen gelegen met daarachter het buitengebied. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Lichtenvoorde, sectie H, nummer 927, 2222 en 2459 (ged.). De onderstaande luchtfoto toont het plangebied.

Plangebied Vossenburcht Lievelde

2.2

Stedenbouwkundig concept

Voor het plangebied zijn enkele stedenbouwkundige concepten opgesteld. In overleg met Lievelds belang en omwonenden is gekomen tot het huidige ontwerp. Voor dit plan is het beeldkwaliteitsplan 'Woonpark Vossenburcht Lievelde' opgesteld. Beeldkwaliteitsplan Dit beeldkwaliteitsplan vormt het toetsingkader voor nieuwe aanvragen om omgevingsvergunning onderdeel bouwen (bouwaanvragen) voor initiatiefnemers en architecten. Het beeldkwaliteitsplan geldt naast de gemeentelijke welstandsnota. Het beeldkwaliteitsplan en bestemmingsplan zijn in lijn met elkaar opgesteld en zullen worden vastgesteld door de gemeenteraad. Het college van Burgemeester en wethouders krijgt de bevoegdheid om afwijkingen toe te staan, mits stedenbouwkundig verantwoord.

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Hoofdstuk 3

Beleid

Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.

3.1

Internationaal niveau

3.1.1

Vogelrichtlijn

De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.

Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn.

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

3.1.2

Habitatrichtlijn

De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn. 3.1.3

Het verdrag van Valletta (Malta)

Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen. Ter bescherming van de archeologische waarden heeft de gemeente Oost Gelre een beleidsnota met -kaarten vastgesteld en deze doorvertaald en opgenomen in de geldende bestemmingsplannen. In paragraaf 4.2 wordt archeologie nader toegelicht.

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

3.1.4

Kaderrichtlijn water

De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.

Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Bij onderhavig bestemmingsplan is een watertoets uitgevoerd waarbij rekening is gehouden met bovengenoemde doelstellingen.

Conclusie Internationaal beleid Het Internationaal beleid vormt geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling op perceelniveau.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. In de SVIR is de visie van de rijksoverheid op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een integraal kader dat de basis vormt voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een meer selectieve inzet van het rijksbeleid dan voorheen. Voor de periode tot 2028 zijn de ambities van het Rijk in drie doelen uitgewerkt: vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; verbeteren van de bereikbaarheid; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Met de hiervoor genoemde doelen zijn dertien nationale belangen aan de orde die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. Bij gebiedsontwikkeling is 'een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten' van belang. Hierbij hanteert het Rijk de ladder van duurzame verstedelijking. Deze is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) heeft het Rijk voorts enkele nationale belangen voorzien van bindende regels. Deze dienen bij ruimtelijke plannen in acht te worden gehouden. Het plangebied ligt niet in een gebied waarvoor bindende regels zijn opgenomen. 3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau: in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's.

Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer het Natuur Netwerk Nederland (de opvolger van de ecologische hoofdstructuur), radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en spoorlijnen. 3.2.3

Besluit ruimtelijke ordening

Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Vervolgens dient bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie gekeken te worden of er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied.

Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, wordt – onder voorwaarden - aansluitend aan het bestaand stads- en dorpsgebied een locatie gezocht. Door de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, wordt verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied geconcentreerd. Hiermee wordt de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt.

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Nieuwe stedelijke ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling betreft een uitbreiding van het aantal woningen binnen de groen- en verkeerbestemming. Op het perceel worden 18 woningen gerealiseerd in de vorm van vrijstaand, twee aaneengebouwd en aaneengebouwde woningen met daarnaast enkele tiny houses. Daarnaast voorziet de ontwikkeling op het perceel in enkele tiny-houses. In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, waarbij het gaat om 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Nu het een woningbouwlocatie betreft met een omvang van maximaal 18 woningen, met daarnaast nog enkele tiny houses, is hier sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Behoefte Op 15 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre de 'Woonvisie Kleine kernen' vastgesteld met als titel: 'Ruimtelijke verkenning wonen kleine kernen Oost Gelre'. In deze woonvisie is een duidelijke opgave opgenomen: ‘passende woonruimte voor iedereen in de kleine kernen’.

Er is een behoorlijke actuele behoefte aan nieuwe woningen. De huidige plancapaciteit is niet voldoende om te voorzien in de behoefte. De ruimtelijke opgave voor de kleine kernen is als volgt samengevat: Per kern (m.u.v. Zwolle) op korte termijn ongeveer 15 woningen toevoegen (0-2 jaar) naast de bestaande plannen. Het exacte getal is niet leidend, maar geeft een richting voor de opgave, de kwaliteit van plannen en de actuele behoefte is leidend. Bij het zoeken van locaties rekening houden met de bandbreedte behoefte en wijzigingen in het aantal vestigers; daarom zoeken we locaties voor minimaal 30 woningen. Actuele behoefte blijven monitoren en daarop kunnen anticiperen bij lokale ontwikkelingen. Bij nieuwe ontwikkelingen rekening houden met het kwalitatief beeld, waarbij we expliciet inzetten op de betaalbaarheid voor koopwoningen tot 200.000,- euro. Dit kan ook doorstroming op de markt creëren. Uit een kwantitatief en kwalitatief woonbehoefteonderzoek onder de inwoners van Lievelde blijkt dat er in alle segmenten een behoefte aan woningbouw is, met een duidelijke piek in het marktsegment tussen de 175K en 250K. Aanvullende beschrijving van voornoemde Woonvisie is opgenomen in paragraaf 3.5.1.

Bestaand stedelijk gebied Het planvoornemen betreft de realisatie van een nieuw woongebied aansluitend aan de bestaande bebouwing van de dorpskern Lievelde. Het plangebied ligt ten noorden van de Bergstraat en is gelegen in de bebouwde kom. De gewenste woningen en tiny houses komen te liggen in dit plangebied waarbij de woningen komen te liggen aan de noordzijde van de Bergstraat. De tiny houses komen te liggen aan de noordzijde van de begraafplaats. Ten zuiden van de Bergstraat zijn al woningen aanwezig met een achterliggende woonwijk. Door deze nieuwe woonlocatie krijgt de bebouwing van de kern aansluiting met de bebouwing aan de Bergstraat en achterliggende woonwijk. Hiermee kan dit project worden beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied.

Conclusie Uit bovenstaande onderbouwing kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat de behoefte wel degelijk aanwezig is. Er is sprake van een duurzame verstedelijking.

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Algemene conclusie Bro De ladder van duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie heeft haar visie op de omgeving vertaald in de 'Omgevingsvisie Gelderland'. Deze is vastgesteld op 9 juli 2014. Op 24 september 2014 is de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Provinciale Staten van de provincie Gelderland hebben op 1 januari 2018 een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld en deze doorvertaald in de Omgevingsverordening. De provincie streeft onder andere naar het versterken en behouden van de vitaliteit van kleinere kernen en dorpen. Om dit te bereiken dienen stedelijke functies waar mogelijk te worden gebundeld en geconcentreerd. Daarnaast ondersteunt de provincie bij de aanpak van leegstand in dorpen en kernen. De omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Toetsing Omgevingsverordening Voor het plangebied geldt artikel 2.2 uit de Omgevingsverordening : "Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda". 1.

Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.

Met dit bestemmingsplan wordt bijgedragen aan het realiseren van voldoende woningen in het kerkdorp Lievelde, die daarnaast voldoen aan de recentelijke regionaal en lokaal vastgestelde Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouwinitiatieven, en vindt er een kwalitatieve versterking van de leefomgeving plaats. Voor wat betreft de ladder voor duurzame verstedelijking wordt opgemerkt dat er sprake is van een binnenstedelijke locatie (zie ook paragraaf 3.2.3). De gemeenteraad van Oost Gelre heeft op 20 september 2016 de Woonvisie 2016 - 2025 vastgesteld en daarnaast recentelijk regionale kwaliteitscriteria vastgesteld. De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld (zie ook paragrafen 3.4.1 en 3.5.1). Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van 18 woningen en enkele tiny houses gelegen in een groene setting. Het gaat om koopwoningen in de vorm van enkele vrijstaande woningen, een twee aaneen gebouwde en aaneengebouwde woningen voor starters, doorstromers, gezinnen en senioren. Met dit gemengde programma en deze aantallen wordt aangesloten op het regionale woonbeleid. Hiermee is het plan, kwalitatief en kwantitatief, in overeenstemming met artikel 2.1 en 2.2 van de omgevingsverordening.

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Conclusie Bij het opstellen van de regels van dit bestemmingsplan is zoveel mogelijk rekening gehouden met de regels uit de Omgevingsverordening Gelderland. Nu de ontwikkeling van de woningen ook past binnen de provinciale omgevingsvisie en -verordening past het plan binnen het provinciaal beleid.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Regionale woonagenda 2015 - 2025

De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld. Een demografische ontwikkeling in deze regio is dat het aantal inwoners in de komende periode langzaam maar zeker afneemt. In de Regionale Woonvisie wordt ingespeeld op die bevolkingsdaling en afname van het aantal huishoudens. Concreet betekent dit voor iedere gemeente in de Achterhoek dat de aangegeven bouwvolumes in de gemeentelijke woonvisies naar beneden bijgesteld moeten worden. De Regionale Woonvisie is in 2013 geëvalueerd. Dit heeft geleid tot een bijstelling, in de vorm van een Regionale woonagenda 2015-2025. Deze woonagenda richt zich primair op het ontwikkelen van een evenwichtige kwalitatieve en kwantitatieve woningvoorraad en secundair op het voorkomen en aanpakken van leegstand in maatschappelijk vastgoed en op wonen en zorg. Het Achterhoeks Woonwensen- en Leefbaarheidsonderzoek (AWLO) van maart 2018 laat zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen (mismatch) in de regio Achterhoek. Daarnaast blijkt uit de nieuwste Primosprognose dat het aantal huishoudens in de regio Achterhoek tot 2030 blijft groeien. Er zijn daardoor op regioniveau extra woningen nodig bovenop de bestaande woningbouwafspraken die vastliggen in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025.

In 2019 is een regionale set aan kwaliteitscriteria vastgesteld op basis waarvan nieuwe woningbouwplannen worden beoordeeld. Daarmee wordt beoogd dat alleen extra nieuwbouw wordt toegevoegd, als dit bijdraagt aan het oplossen van de mismatch op de lokale woningmarkt. De notitie "Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek" beschrijft dit regionale kader, de te hanteren werkwijze en het monitoren van de nieuwe woningbouwinitiatieven. De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld, om in te spelen op de veranderde behoefte. In het najaar van 2019 is de Regionale Woonagenda op onderdelen aangepast. Daarmee wordt vooruitgelopen op de nieuwe Regionale Woonagenda. Het beleidskader is in lijn met de koers Ruimte voor goed wonen van de provincie en met het provinciale coalitieakkoord. Een aantal passages zijn niet meer van toepassing, zoals: de afspraken over de woningbouw tot 2025 over de netto toevoegingen incl. 10% extra verlaging (pag. 3 en 4 en uit samenvatting pag. 7,11, 12) en het schema over de bouwopgave (pag. 12) en; hoofdstuk 5, pagina 11 onder kopje 'De gewenste situatie': de passage over de regionale huishoudensgroei in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025 is achterhaald door de nieuwe Primos-prognose, waarbij per gemeente of kern wel verschillen in de bevolkingsontwikkeling kunnen bestaan.

Conclusie Het regionale beleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Woonvisie Kleine kernen

Op 15 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre de 'Woonvisie Kleine kernen' vastgesteld met als titel: 'Ruimtelijke verkenning wonen kleine kernen Oost Gelre'. In deze woonvisie is een duidelijke opgave opgenomen: ‘passende woonruimte voor iedereen in de kleine kernen’. Deze ruimtelijke verkenning bestaat uit vier hoofdstukken. Dit is schematisch weergegeven met daarbij de belangrijkste vraag per hoofdstuk. In het hoofstuk “Introductie” wordt de aanleiding, het doel en het proces tot dusver beschreven. In het hoofdstuk “Behoefte & kwaliteit” staan de demografische ontwikkelingen en de woningbouwbehoefte. Daarnaast heeft iedere kleine kern onder haar inwoners de behoefte gepeild, bijvoorbeeld door een enquête en/of informatieavonden. Dit is vertaald in de ruimtelijke woningbouw opgave voor de kleine kernen. Daarnaast is het belangrijkste beleid voor de locatiekeuzes aangegeven. In het hoofdstuk “Uitvoering” is het beleid vertaald in een “leefbaarheidsthermometer”; hiermee wordt een kwaliteitswaarde aan denkbare woningbouwlocaties gegeven. In dit hoofdstuk staat een ruimtelijke- en landschappelijke beschrijving van iedere kern. Vervolgens is voor iedere kern een kaart opgenomen met woningbouwlocaties en een strategie per kern (waar gaan we gezamenlijk mee aan de slag). In het hoofdstuk “Uitvoering” is globaal aangegeven hoe het vervolg proces wordt ingestoken.

Daarnaast is er een “uitnodigingskaart” opgenomen voor nieuwe woningbouw initiatieven.

Er is een behoorlijke actuele behoefte aan nieuwe woningen. De huidige plancapaciteit is niet voldoende om te voorzien in de behoefte. De ruimtelijke opgave voor de kleine kernen is als volgt samengevat: Per kern (m.u.v. Zwolle) op korte termijn ongeveer 15 woningen toevoegen (0-2 jaar) naast de bestaande plannen. Het exacte getal is niet leidend, maar geeft een richting voor de opgave, de kwaliteit van plannen en de actuele behoefte is leidend. Bij het zoeken van locaties rekening houden met de bandbreedte behoefte en wijzigingen in het aantal vestigers; daarom zoeken we locaties voor minimaal 30 woningen. Actuele behoefte blijven monitoren en daarop kunnen anticiperen bij lokale ontwikkelingen. Bij nieuwe ontwikkelingen rekening houden met het kwalitatief beeld, waarbij we expliciet inzetten op de betaalbaarheid voor koopwoningen tot 200.000,- euro. Dit kan ook doorstroming op de markt creëren. Uit een kwantitatief en kwalitatief woonbehoefteonderzoek onder de inwoners van Lievelde blijkt dat er in alle segmenten een behoefte aan woningbouw is, met een duidelijke piek in het marktsegment tussen de 175K en 250K.

Ruimtelijke structuur kernen Voor elk kerkdorp is een structuurkaart opgesteld. Beheer, versterken en verduurzamen van de bestaande dorpse bebouwde omgeving is het belangrijkste voor de kleine kernen. Voor iedere kern is gekeken naar de ruimtelijke structuren. Het voorliggende plan ligt in de bebouwde kom van Lievelde en sluit aan aan de bestaande woonwijken en woonkern, in de ruimtelijke verkenning aangeduid als 'ontwikkeling woonpark Vossenburcht'. Om gedegen keuzes te maken over welke gebieden/plekken het meest wenselijk of als meest haalbaar worden geacht als woningbouw locaties, wordt gebruik gemaakt van de zogeheten leefbaarheidsthermometer. De leefbaarheidsthermometer heeft als uitgangspunt: bouwen op die plekken waar het de leefbaarheid van de kernen het meest ten goede komt. Het uitgangspunt hierbij is “van binnen naar buiten” (te lezen als van bestaand stedelijk gebied naar buitengebied; inbreiding voor uitbreiding). De thermometer slaat uit van groen (wenselijk) naar rood (minst wenselijk) op het vlak van leefbaarheid. Waarbij werkend van groen naar rood het proces van gedegen afpellen van de woningbouw-

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde mogelijkheden in elke kern weergeeft. Daarbij is telkens de afweging gemaakt of een locatie binnen 0-2 jaar te realiseren is. Dus mocht er een inbreidingslocatie op korte termijn voorhanden zijn, dan geniet dit de voorkeur. Mocht er geen inbreidingslocatie voorhanden zijn, dan wordt er gekozen voor een dorpslintafronding. Mocht er in de kern op korte termijn ook geen dorpslintlocaties voorhanden zijn, dan wordt er gekozen voor uitbreidingslocatie.

Kaart visiebeeld Lievelde 2019-2025 (Bron: Visie kleine kernen 2019 gem. Oost Gelre)

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Leefbaarheidsthermometer voor ontwikkelingen Lievelde (Bron: Visie kleine kernen 2019 gem. Oost Gelre)

Op de kaart hierboven staat het ruimtelijke structuurbeeld voor Lievelde. Hierop is een overzicht gemaakt van denkbare woningbouwlocaties in Lievelde. Op basis van het landschapsbeeld en de leefbaarheidsthermometer is er een locatiestrategie gekozen voor de komende jaren. Voor Lievelde zien we drie mogelijke binnenstedelijke ontwikkelingen binnen de bebouwde omgeving. Het gaat om de ontwikkeling van het gebied Vossenburcht, de herbestemming van de kerk en faciliteren van (vrijkomende) inbreidingslocaties / (winkel) panden aan de Bakkerstraat / Lievelderweg. De ontwikkeling Vossenburcht is een kansrijke locatie en is ook op korte termijn realiseerbaar. De woningen zijn voor gemengde doelgroepen bedoeld, zoals starters, gezinnen en senioren, wat aansluit op de actuele vraag in de kleine kernen. 3.5.2

Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020

Cultuur en erfgoed dragen bij aan de economie en de maatschappij. Zij dragen bij aan het toerisme en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en bewoners. Door de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre is gezamenlijk de erfgoednota opgesteld. Het beleven van erfgoed is een van de ambities in deze nota om daarmee het (economisch) rendement te vergroten. Het doel van de nota is het vaststellen van ambities voor de ontwikkeling en instandhouding van het erfgoed, zodat dit: op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generatie; een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen; een verbinding vormt tussen diverse beleidsterreinen, organisaties en de drie gemeenten; de identiteit onderstreept en versterkt.

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

3.5.3

Beleidsvisie Externe veiligheid

Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.

Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. Externe veiligheid is nader beschreven in paragraaf 4.9. 3.5.4

Welstandsbeleid Oost Gelre 2017

Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Bovendien is aan onderhavig plan nog een beeldkwaliteitsplan gekoppeld, dat ook door de gemeenteraad wordt vastgesteld en eveneens richtinggevend is. 3.5.5

Economische visie - Economie Voorop !

Een sterke economie is een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen blijven bouwen aan een gezonde gemeente. Werk is daarbij een van de belangrijkste pijlers. Werk biedt mensen de kans tot ontwikkeling, het bevordert de integratie, biedt sociale contacten en structuur en betrekt de burger bij de samenleving. Participatie, zelfontplooiing en inkomen staan in nauwe relatie tot gezondheid en welzijn. De gemeentelijke rol ligt in het nemen van verantwoordelijkheid voor het algemene vestigingsklimaat, het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap, bijdragen aan netwerken en verbindingen in de regio, bijdragen aan de verbinding onderwijs en arbeidsmarkt, zorgen voor goede woonvoorzieningen en geschikte werklocaties.

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Oost Gelre is de Economische visie tot stand gekomen. De ontwikkelingen nu en in de toekomst van onze gemeente zijn aanleiding geweest om te onderzoeken waar de gemeente Oost Gelre op dit moment staat, wat al wordt gedaan en wat er de komende jaren moet worden aangepakt om een aantrekkelijke gemeente te blijven en nog aantrekkelijker te worden voor huidige en nieuwe inwoners en ondernemers. De opgestelde economische visie bestaat uit een aantal speerpunten waar de focus op gelegd wordt en de hierbij behorende doorvertaling in concrete acties en inspanningen. De economische uitvoeringsagenda is een zogenoemd 'levend document', dat na vaststelling bijgewerkt en aangevuld kan worden. 3.5.6

Geluidbeleid gemeente Oost Gelre

Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van het geluidbeleid. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering.

Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. Het geluid is nader beschreven in paragraaf 4.5. 3.5.7

Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024

Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen. Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma.

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

3.5.8

Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre

De gemeente heeft een inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre opgesteld voor de kernen en buitengebied. Dit inspiratiedocument biedt een visie voor de toekomst van Oost Gelre door middel van het weergeven van de kwaliteiten. Het vormt een leidraad voor ruimtelijke ontwikkelingen. 3.5.9

Landschapsontwikkelingsplan 'Groen Licht voor het Landschap'

Het Landschapsontwikkelingsplan is een beleidsnota van de gemeente waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In het LOP zijn elf landschapsensembles benoemd. Elk landschapsensemble kenmerkt zich door eigen karakteristieke landschapselementen. Het zijn meestal elementen die hier historisch gezien thuis horen, en soms varianten daarop die aansluiten bij het hedendaagse gebruik van het landschap. Die visie in het LOP is in hoofdlijnen: 'Groen licht voor het landschap, maar voor wat hoort wat!' In het Visiedeel van landschapsontwikkelingsplan is aangegeven dat Lievelde deel uitmaakt van 'de zone van drie dorpen en een stad'. Binnen deze zone is het landschaps-ensemble aangemerkt als 'Lievelder krans'.

Hierbij geldt het motto: "Vang de dynamiek op door elke ingreep in het landschap te verevenen met een kwaliteitsverbetering op de plek en de omgeving daarvan: voor wat hoort wat!. Kies daarbij voor de verschillende kanten van Lievelde voor verschillende thema's: Beoosten: 'plateaurand en linie'; Lievelder essen: 'lindenlaan over open es'; Bewesten: 'brinken en overlopers'. Te beschermen of op te poetsen parels: de vernieuwende en verbredende ondernemingen de grote open es met de lindelaan de zuideres aan de dorpsrand Lievelderes de restanten van de circumvallatielinie, o.a. Engelse schans, Landweer plekken om te verpozen eventueel met bankjes verschraalde bermen bij erf en typerende erfbeplanting

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde karakteristieke bestaande beplantingen bijv. op steilranden boerenbosjes, soms met hulst Te stimuleren landschapselementen: kranspaden om de essen: eiken, linden en ook fruit bij erven esrandpaden: steilrandbeplantingen eventueel met zandpad erlangs lindelaan en lindebrinken op en om de essen boerenlanen; losse lanen met menging van eik en berk, zwarte els (nat) en es. Soms ook populier en wilg boerenhagen van meidoorn, beuk en hazelaar overlopers kunnen bestaan uit open stroken langs kavelgrenzen met daarin heischrale vegetatie in brongebied en verder benedenloops met beekbegeleidende beplanting. Voor het voorliggende plan zijn bovengenoemde uitgangspunten niet relevant gebleken. Het gaat om een ontwikkellocatie met enkele woningen in de bebouwde kom van Lievelde. Dit plan biedt geen kansen voor landschapsversterking.

Conclusie Het gemeentelijk beleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde

Hoofdstuk 4 4.1

Uitvoeringsaspecten

Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming

Het bestemmingsplan, waarin ruimtelijke belangen worden geborgd, is het resultaat van een integrale ruimtelijke afweging. In deze integrale afweging worden ook alle milieuonderwerpen meegewogen, los van de wettelijke verplichtingen van de milieueffectrapportage. Welke milieuonderwerpen vanuit een duurzame ruimtelijke ordening voor een plangebied van belang zijn, moet per plan in beeld worden gebracht. De essentie en het gewicht van milieuonderwerpen is afhankelijk van het gebied en de opgave en eventuele wettelijke eisen. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: a. Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. b. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). c.

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Ad.a: Wanneer uit een toets blijkt dat de activiteit (mogelijk) significante negatieve effecten tot gevolg heeft, dan kan een vergunning alleen worden verleend als uit een passende beoordeling blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast. Onderdeel van de passende beoordeling vormt de ADC-toets. De ADC-toets houdt een onderzoek in naar Alternatieven, het aantonen van Dwingende redenen van openbaar belang en het vooraf en tijdig treffen van Compenserende maatregelen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, het Korenburgerveen, is gelegen op een afstand van 4 km van het plangebied aan de Bergstraat te Lievelde. De woonactiviteiten op dit perceel hebben geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor dit Natura 2000-gebied ook mede gezien de grote afstand. Een passende beoordeling is dan ook niet noodzakelijk. Ad.b en c.: Woonactiviteiten worden alleen genoemd in relatie tot een stedelijk ontwikkelingsproject, waarbij meer dan 2000 woningen worden gebouwd (onderdeel D. 11.2 van de bijlage van het besluit milieueffectrapportage).

Aangezien het hier om achttien woningen en enkele tiny houses gaat, is een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht dan ook niet nodig.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Voor elk besluit dat betrekking heeft op activiteiten(en) die voorkomen op de D-lijst (kolom 2) die onder de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Kleinschalige woonactiviteiten wordt niet genoemd in kolom 2 van de D-lijst in het Besluit m.e.r. zodat een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk is.

Conclusie Een milieueffectrapportage, zowel -plicht, -beoordeling als -vormvrij, is niet nodig nu de gewenste activiteiten op perceelsniveau niet onder de genoemde drempelwaarden vallen en/of worden genoemd.

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde Daarnaast is een passende beoordeling op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied niet noodzakelijk.

4.2

Archeologie en Cultuurhistorie

Wettelijk kader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Archeologie Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden.

De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart. Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient direct door te werken in het bestemmingsplan. Bescherming (behoud/conservering) van gebieden met archeologische (verwachtings)waarden is uitgangspunt bij de zorg voor het archeologische erfgoed in het plangebied. Afhankelijk van de verstoring moeten de gebieden eerst nader worden onderzocht, voordat hier bebouwing of grondbewerking (=verstoring) plaatsvindt. Tijdens het onderzoek gevonden archeologische resten, moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven of anders op verantwoorde wijze worden opgegraven. De kosten hiervan komen voor degene die de grond wil verstoren. Met behulp van een dubbelbestemming wordt voornoemde bescherming van archeologische waarden dan wel archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan geregeld. Het voor woningbouw te ontwikkelen gebied aan de Bergstraat te Lievelde is gelegen in het geldend bestemmingsplan 'Kern Lievelde 2015' welke op 6 februari 2018 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het gebied heeft de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer' met de dubbelbestemming 'Waarde Archeologische verwachtingswaarde 2'. Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2 Streven naar behoud in huidige staat.

Bodemingrepen dieper dan bouwvoor of bekende bodemverstoring vermijden. Indien behoud niet mogelijk is, dan bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en groter dan 100 m2 vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek. Voor het plangebied is door het onderzoeksbureau Econsultancy een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is verwoord in een archeologisch rapport met nummer 13537.001 d.d. 29 maart 2021. Dit rapport is als bijlage bijgevoegd. In dit onderzoeksrapport wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren op de beoogde woningbouwlocaties door middel van een proefsleuvenonderzoek. Voor het overige deel van het plangebied is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Vervolgonderzoek archeologie Een vervolgonderzoek op de beoogde woningbouwlocatie is momenteel niet mogelijk. In het kader van de Wet Natuurbescherming is eerst een provinciale ontheffing Wet Natuurbescherming nodig voor de vlindersoort 'Grote Vos', zoals omschreven in paragraaf 4.7. Pas na de verkregen ontheffing kan met een

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde vervolgonderzoek worden begonnen. Op de locatie van de beoogde woningbouw heeft voorheen een groot deel van de aanwezige bedrijfsbebouwing gestaan. Bij aanleg van de fundering van deze bebouwing is de grond al geroerd. Mogelijke archeologische resten zijn hierdoor verstoord. De funderingen van de beoogde woningbouw wordt op deze al geroerde grond gerealiseerd. Daarbij is er op de locatie voor de beoogde woningbouw een puinlaag met asbestverontreiniging aangetroffen. Deze puinlaag met asbestverontreiniging is gelegen in de onderlaag en alleen bereikbaar door eerst de bovengrond af te graven. Zoals hierboven al is aangegeven kan deze verontreinigde puinlaag alleen worden verwijderd indien er een ontheffing Wet Natuurbeheer van de provincie is verkregen. De puinlaag met asbest moet worden verwijderd, zoals in paragraaf 4.3 is beschreven. Het vervolgonderzoek wordt afgestemd op de situatie en vindt plaats na het verwijderen van de verontreiniging.

Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke ingrepen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Tot de overige cultuurhistorische waarden worden gerekend: de historisch-geografische waarden (cultuurlandschap, structuren/lijnen en bijzondere punten); de historisch-stedenbouwkundige waarden (stedenbouwkundige opbouw en identiteit); de architectuurhistorische waarden (waardevolle kenmerken van gebouwen). De beoogde woningbouwlocatie aan de Bergstraat te Lievelde heeft geen historisch-geografische of stedenbouwkundige waarden. Architectuurhistorische waarden zijn niet aanwezig nu het terrein nog onbebouwd is. De gemeentelijke erfgoednota is niet van toepassing bij de boogde ontwikkelingen op dit perceel. Het voorliggend bestemmingsplan tast de cultuurhistorische waarden niet aan. Ook zijn binnen het plangebied geen monumenten aanwezig.

Conclusie Voor het aspect archeologie geldt dat er na het verkrijgen van de ontheffing Wet Natuurbescherming er bij grondwerkzaamheden archeologische begeleiding moet plaatsvinden. De verwachting is echter dat, mochten er archeologische resten worden aangetroffen, deze niet meer in tact zijn nu de ondergrond bij realisatie van de voorheen aanwezige bebouwing al is geroerd. Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3

Bodem

Wettelijk kader Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er daardoor gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Op 1 juli 2012 zijn in Oost Gelre de Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart in werking getreden. De Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn bedoeld om de omgang met grond goed te regelen.

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Herziening Vossenburcht Lievelde Op basis van de Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is het in veel gevallen mogelijk om het hergebruik van grond als bodem zonder extra keuringen toe te staan. Grondverzet op basis van Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is mogelijk binnen de volgende gemeenten: Aalten, Bronckhorst, Berkelland, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. De Nota Bodembeheer met bodemkwaliteitskaart vormt de basis van duurzaam bodembeheer binnen de regio Achterhoek.

Situatie plangebied In het kader van de onderzoeksplicht dient onder andere de bodemgesteldheid in het plangebied in kaart te worden gebracht. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Bodemonderzoeken mogen niet meer dan vijf jaar oud zijn. Indien er sprake is van bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10797295/1